Weer uitstel BUN-beroep tegen CvdM
Eén rechter te weinig voor de meervoudige kamer vanwege hun overvolle agenda’s. Dat is de enige oorzaak zegt de rechtbank in Amsterdam om de beroepszaak van de BUN tegen het Commissariaat voor de Media binnen drie maanden voor de tweede keer uit te stellen.
De rechtbank in Amsterdam heeft de beroepszaak van de BUN tegen het Commissariaat voor de Media (CvdM) voor betaling van de sanctiebeschikking van € 52.500 opnieuw uitgesteld.
Dit heeft de rechtbank tegenover • open boeddhisme • bevestigd. Er is geen nieuwe datum voor de behandeling bekend. De uitkomst van de rechtszaak kan verstrekkende gevolgen hebben, zowel voor de BUN als voor het CvdM.
De beroepszaak van de BUN tegen het CvdM stond aanvankelijk voor 27 november 2013 op de rol. Een dag daarvoor besloot rechter mevr. mr. A. van Emmerik uit eigen beweging de zaak van de enkelvoudige (één rechter) naar de meervoudige kamer (drie rechters) van de rechtbank te verwijzen. De reden hiervoor was volgens haar de ‘complexiteit’ en ‘zwaarte’ van de zaak. In november was alleen de naam van de voorzitter van de meervoudige kamer bekend: mr. G. Harten.
Twee namen van de drie rechters zijn nu bekend: mevr. A. Bongers-Scheijde en die van voorzitter Harten. Beiden zijn bestuursrechter.
Het CvdM heeft als toezichthouder op de Mediawet de BUN een terugvordering van € 50.000 en een boete van € 2.500 opgelegd. Het commissariaat vindt dat de BOS onrechtmatig omroepgelden heeft gebruikt. Het CvdM legt de rechtsgevolgen van het gedrag van de BOS die het geld voor een achterbanonderzoek heeft gebruikt, op het bordje van zendmachtings- en toezichthouder BUN.
De BUN diende bij het commissariaat een bezwaar tegen deze sanctiebeschikking in (hoorzitting 13 december 2012). De behandeling haalde voor de unie niets uit: de sanctievordering bleef gehandhaafd. Dit betekende dat de BUN het bedrag moest betalen. Omdat de koepelorganisatie beroep hiertegen bij de rechtbank in Amsterdam aantekende, hoeft de BUN het bedrag, hangende deze procedure, niet over te maken. De BOS heeft altijd gezegd dat zij die € 52.500 voor de BUN, indien noodzakelijk, gaat betalen.
Eerste, tweede, derde poging
De rechtbank in Amsterdam zelf heeft tweemaal binnen de afgelopen drie maanden het initiatief genomen de beroepszaak van de BUN tegen het Commissariaat voor de Media (CvdM) uit te stellen.
• Eerste poging: op 26 november 2013 verwijst rechter mevr. mr. A. van Emmerik de behandeling van deze zaak vanwege de ‘complexiteit’ en ‘zwaarte’ van de enkelvoudige naar de meervoudige kamer van de rechtbank in Amsterdam. De zaak stond gepland voor 27 november 2013.
• Tweede poging: de beroepszaak staat voor 27 februari 2014 (9 uur) op de rol. Om ‘agendatechnische redenen’ van rechters is de zitting geschrapt.
• Derde poging: de rechtbank weet geen nieuwe datum voor de beroepszaak.
• Bestuursrecht: het beroep van de BUN tegen de sanctiebeschikking van het CvdM valt onder het bestuursrecht. Dit geeft burgers, organisaties en bedrijven de mogelijkheid beroep tegen beslissingen, beschikkingen en vorderingen van overheidsinstanties aan te tekenen. Het commissariaat is een zelfstandig bestuursorgaan van de overheid. Het opereert onafhankelijk van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, het moet verantwoording afleggen aan de Staatssecretaris. Zaken van het bestuursrecht zijn openbaar.
Scenario’s BUN, effecten 2.42 omroepen
De uitspraak van de rechtbank in de beroepszaak van zendmachtigingshouder BUN tegen de sanctiebeschikking van het Commissariaat voor de Media (CvdM) levert meerdere scenario’s en mogelijke effecten voor andere 2.42-omroepen op. Kort samengevat bestaan deze mogelijkheden:
• Scenario 1 BUN krijgt gelijk: de BUN (en ook de BOS) betaalt geen € 52.500; het CvdM heeft onterecht de unie beticht van onrechtmatig handelen; het volledig overdragen door de BUN van eigen verantwoordelijkheden aan de BOS (delegatieovereenkomst BUN en BOS) is toegestaan; de BUN gaat niet in hoger beroep; het CvdM kan in hoger beroep gaan.
• Effect 2.42-omroepen: dit scenario biedt ‘kleine’ levensbeschouwelijke omroepen de mogelijkheid dezelfde constructie toe te passen in de periode tot aan 2016 (vanaf 1 januari 2016 bestaan deze omroepen volgens de Mediawet 2008 niet meer in het publieke bestel). Daarmee bestaat de kans dat omroepgelden opnieuw voor andere andere doelen (dan omroepproducties) worden gebruikt. Het toezicht van het CvdM daarop -geregeld in de Mediawet 2008- is op deze manier denkbeeldig, illusoir.
• Scenario 2 BUN krijgt ongelijk: de BUN moet € 52.500 aan het CvdM betalen; de BOS mag dit bedrag niet betalen; de BUN heeft het geld niet; een faillissement van de BUN is een reële mogelijkheid; het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft met de BUN een organisatie permanent erkend die failliet is, verantwoordelijk is voor onrechtmatig handelen én moreel niet van onbesproken gedrag is. Verkrijgt de BUN als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) het bedrag via donatie(s): de unie voldoet tot op heden niet aan de nieuwe ANBI-eisen (1-1-2014) en biedt op haar site geen inzicht in haar vermogenspositie; de BUN kan in hoger beroep gaan.
• Effect 2.42 omroepen: het CvdM kan mogelijk gebruik van deze BUN-BOS-constructie door de andere ‘kleine’ omroepen aanpakken; het CvdM oefent op deze manier toezicht uit zoals de Mediawet 2008 dit voorschrijft.
Lees ook
> Nieuws – Uitstel rechtszaak BUN-Commissariaat voor de Media
> Nieuws – Geen speciaal toezicht CvdM op BOS
> Analyse – CvdM over toekomstplannen BOS
> Nieuws – BUN haalt bakzeil bij CvdM
> Dossier – BOS bepaalt eigen koers alleen (4 dl)
> Nieuws- Gaat het licht bij de BUN uit? (met scenario’s)
> Rijksoverheid – Wat is bestuursrecht?
One Response to “Weer uitstel BUN-beroep tegen CvdM”
Er is een derde scenario denkbaar. Eigenlijk een cluster van scenario’s die één gemeenschappelijk punt hebben: de rechtbank acht de ‘Delegatie-overkomst’ tussen BUN en BOS uit 2008 in strijd met de Mediawet.
Varianten zijn vervolgens dat de rechtbank zelf deze overeenkomst nietig verklaart (dit geldt per definitie met terugwerkende kracht) of dat ze het Commissariaat voor de Media opdracht geeft met dit nieuwe feit oude besluiten ten aanzien van BUN of BOS opnieuw te nemen. Dit kan het alsnog intrekken van de omroeplicentie tot 2016 betekenen.
Een andere variant op basis van het onwettig verklaren van de ‘Delegatieovereenkomst’ zou kunnen zijn dat de rechtbank terugvordering (€ 50.000) en boete ( € 2.500) uit elkaar haalt. De rechtbank kan bewezen achten dat de BOS opdrachtgever van het NPO-onderzoek was en dat zij (eventueel) terug dient te betalen. De BUN kan daarnaast verantwoordelijk worden geacht voor de ontstane gang van zaken en krijgt de boete, mogelijk aanzienlijk verhoogd.
Volgens mij kan de BUN nog steeds het bij de rechtbank ingediende beroep intrekken. Persoonlijk zou ik zeggen tegen BUN (en BOS): neem je verlies, betaal die € 52.500 (plus advocatenkosten), herstel de verhouding met het Commissariaat en houd je weer honderd procent met je toekomst bezig.