Er is een derde scenario denkbaar. Eigenlijk een cluster van scenario’s die één gemeenschappelijk punt hebben: de rechtbank acht de ‘Delegatie-overkomst’ tussen BUN en BOS uit 2008 in strijd met de Mediawet.

Varianten zijn vervolgens dat de rechtbank zelf deze overeenkomst nietig verklaart (dit geldt per definitie met terugwerkende kracht) of dat ze het Commissariaat voor de Media opdracht geeft met dit nieuwe feit oude besluiten ten aanzien van BUN of BOS opnieuw te nemen. Dit kan het alsnog intrekken van de omroeplicentie tot 2016 betekenen.

Een andere variant op basis van het onwettig verklaren van de ‘Delegatieovereenkomst’ zou kunnen zijn dat de rechtbank terugvordering (€ 50.000) en boete ( € 2.500) uit elkaar haalt. De rechtbank kan bewezen achten dat de BOS opdrachtgever van het NPO-onderzoek was en dat zij (eventueel) terug dient te betalen. De BUN kan daarnaast verantwoordelijk worden geacht voor de ontstane gang van zaken en krijgt de boete, mogelijk aanzienlijk verhoogd.

Volgens mij kan de BUN nog steeds het bij de rechtbank ingediende beroep intrekken. Persoonlijk zou ik zeggen tegen BUN (en BOS): neem je verlies, betaal die € 52.500 (plus advocatenkosten), herstel de verhouding met het Commissariaat en houd je weer honderd procent met je toekomst bezig.