Mandalaschool (4): De Onderwijsraad
De Onderwijsraad toont zich kritisch en brengt negatief advies over de Mandalaschol uit. Wel meent zij dat de toetsingscriteria aan herziening toe zijn.
Amsterdam is de eerste gemeente die zich voornam een bijzondere basisschool op boeddhistische grondslag op het plan van scholen te plaatsen.
Om die reden vraagt André Rouvoet, toenmalig minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) de Onderwijsraad op 18 augustus 2010 of het boeddhisme ook als richting in de zin van de onderwijswetgeving kan worden aangemerkt.
Onderzoek
De Onderwijsraad moet daarbij wel uitgaan van de uitleg die overheid, bestuursrechter en de raad zelf eerder aan het begrip ‘richting’ hebben gegeven.
Het onderzoek van de Onderwijsraad vindt plaats van augustus tot oktober 2010 en verschijnt kort daarna onder de titel Boeddhisme als richting.
Op 29 oktober adviseert de raad Rouvoet’s opvolger, Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart, het boeddhisme niet als richting te erkennen.
Geen erkenning
Dit advies is niet bindend, de minister wijkt daarvan alleen af wanneer daarvoor goede redenen bestaan.
In haar besluit van 15 december 2010 maakt Van Bijsterveldt bekend dat zij het advies van de raad zal volgen.
De minister oordeelt dat het boeddhisme geen richting is in de zin van de Wet op het primair onderwijs (WPO). De gemeente Amsterdam had de Mandalaschool daarom niet in het gemeentelijk scholenplan mogen opnemen.
Andere instantie
In het ambtelijk advies Boeddhisme als richting geeft de Onderwijsraad meteen aan zich niet gehouden te voelen het oordeel van andere overheidsinstanties te volgen: voor de raad tellen alleen de criteria die voor het primair onderwijs gelden.
Dat overheden een boeddhistische omroep en zendende instantie hebben erkend, is dus onvoldoende om het boeddhisme als richting aan te merken, zegt de raad.
Gelijk speelveld
De Onderwijsraad vind het bovendien onwenselijk dat de eisen per casus worden bijgesteld.
Daardoor ontstaat namelijk de kans dat ‘niet voldaan wordt aan het belang van gelijke behandeling en een ‘gelijk speelveld’ bij toetreding tot het publiek bekostigd onderwijs’.
Iedereen moet aan dezelfde minimale eisen voldoen, ook boeddhisten, concludeert de raad.
Dat het boeddhisme een wereldgodsdienst is, betekent ook niet vanzelf dat het tot de ‘richtingen’ zoals bedoeld in de WPO behoort.
Daar is meer voor nodig: het boeddhisme moet een voldoende waarneembare stroming zijn, die aantoonbaar doorwerkt in de Nederlandse samenleving.
Geen betrouwbare cijfers
De Onderwijsraad schrijft dat dit lastig te beoordelen valt omdat betrouwbare cijfers over het precieze aantal boeddhisten ontbreken.
Bovendien bestaan geen centraal vastgelegde criteria om uit te maken wie tot het boeddhisme is te rekenen.
Kortom: over het aantal boeddhisten zijn weinig harde en eenduidige cijfers bekend.
De raad citeert daarbij het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Deze acht het door de BUN in 1999 aangedragen getal van 170.000 boeddhisten ‘onwaarschijnlijk hoog’. Het SCP vindt dit aantal dan ook geen betrouwbare indicatie.
Ook verwijst de raad naar het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat brengt het boeddhisme niet in kaart omdat het een te ‘marginale religieuze groepering’ is, aldus de raad.
Continuïteit
De Onderwijsraad wil niettemin vaststellen of de continuïteit van het onderwijs (voldoende en blijvende aanwas van leerlingen, leerkrachten en bestuurders) van de Mandalaschool gewaarborgd is.
Wanneer niet evident is hoeveel aanhangers een bepaalde stroming heeft, hecht de raad extra gewicht aan een ‘gespreide maatschappelijke organisatie’.
Daarom onderzoekt de raad of voldoende boeddhistische instellingen en activiteiten door en voor boeddhisten in verschillende leeftijdsgroepen bestaan.
De raad is klip en klaar in haar vaststelling.
‘Er is weliswaar sprake van een (kleine) omroep en er zijn enkele geestelijke verzorgers actief in gevangenissen, maar de raad vindt dat onvoldoende om te spreken van ‘een waarneembare stroming’. Er zijn bijvoorbeeld nog geen zelfstandig georganiseerde jongeren-/studentenorganisaties, politieke verbanden of specifieke zorg- of bejaardenvoorzieningen.’
TNS NIPO enquête
De Onderwijsraad velt geen finaal oordeel over de aannemelijkheid van de door de Mandalaschool uit het TNS NIPO onderzoek overgenomen cijfers. Wel stelt zij vast dat deze ‘niet onomstreden’ zijn.
Los van de vraag of in dit onderzoek de criteria uit de Mediawet wel goed zijn toegepast (het Commissariaat van de Media oordeelt van niet) vindt de raad het onjuist dat de Mandalaschool zich uitsluitend beroept op onderzoek dat aansluit op wetgeving en jurisprudentie die geen betrekking heeft op het onderwijs.
Pedagogiek
De raad concludeert dat het perspectief van westerse en oosterse boeddhisten op de rol van het onderwijs verschilt. Behalve in specifieke kloosterscholen, waar een beperkt aantal kinderen monnik wordt, bestaat in Azië geen boeddhistisch basisonderwijs.
‘Ook is er geen sprake van boeddhistische pedagogiek of van een vaststaand kader van opvoeding of levensbeschouwelijke vorming van jongeren. Voor zover deze programma’s ontwikkeld zijn of worden, spruit dit voor uit eigen initiatief van betrokkenen.’
Grondslag
Verder vindt de raad het moeilijk in te schatten of de 220 geleverde intentieverklaringen ook daadwerkelijk concrete aanmeldingen voor leerlingen van de Mandalaschool opleveren.
Of er ook op de langere termijn behoefte bestaat aan een school op boeddhistische grondslag (‘Die dus de verschillende tradities zal moeten bedienen’, aldus de raad) wordt haar uit de gegeven onderbouwing niet duidelijk.
Statuten
De boeddhistische grondslag zelf moet volgens de planprocedure enkelvoudig zijn. De ‘nogal summiere en dubbelzinnige’ statutaire doelstelling van de Mandalaschool voldoet daar niet aan, oordeelt de raad.
‘Prima facie lijkt het erop dat van een dubbele grondslag wordt uitgegaan (boeddhistisch én openbaar) en aldus wordt beoogd een samenwerkingsschool van openbaar en bijzonder onderwijs in stand te houden.’ Zo’n samenwerkingsschool is volgens de raad echter wettelijk onmogelijk.
Bovendien ontbreekt in de statuten ‘elke aanzet tot een uitwerking en omschrijving van de boeddhistische levensbeschouwing als grondslag van het te geven onderwijs’.
Geen richting
De conclusie van de Onderwijsraad luidt dat het boeddhisme wel als godsdienst of levensbeschouwing te omschrijven valt, maar niet kan worden aangemerkt als richting als bedoeld in de WPO.
Ook oordeelt de raad dat het boeddhistische karakter en de grondslag van de Mandalaschool onvoldoende zijn uitgewerkt.
De raad vindt de gehanteerde cijfers en prognosesystematiek én het aantal directe steunbetuigingen niet robuust, maar laat het ‘finale eindoordeel’ over aan de minister van OCW.
Als laatste adviseert de raad de minister naar aanleiding van haar onderzoek Boeddhisme als richting de toetsingscriteria nader te doordenken.
De Onderwijsraad acht deze niet langer passend voor deze tijd.
Geen financiering
Met dit advies op zak buigt minister Van Bijsterveldt zich over de oprichtingsplannen.
Op 15 december 2010 besluit ze geen goedkeuring te geven. Ze volgt één op één het advies van de Onderwijsraad op.
Over het belangstellingspercentage van 6,6% uit het TNS NIPO-onderzoek merkt zij ‘ten overvloede’ op dat dit niet tot stand is gekomen volgens wettelijk voorschrift. Dit onderzoek voldoet volgens haar niet als directe meting. Het beantwoordt niet aan de eisen die in de Regeling modelprognose primair onderwijs uit 2009 staan.
Particuliere school
Kortom: de Mandalaschool komt niet in aanmerking voor overheidsfinanciering.
De suggestie van de Onderwijsraad dat niets de initiatiefnemers belet een particuliere school op boeddhistische grondslag op te richten, is door de oprichters zover bekend nooit openlijk besproken.
______________________________________________________________________________________
Dit is deel 4 uit een serie van vier artikelen ‘Mandalaschool ontrafeld’ waarin het plan wordt gereconstrueerd om in Amsterdam de eerste boeddhistische basisschool van ons land te stichten.
• Deel 4: De Onderwijsraad
______________________________________________________________________________________
Lees ook
> Actueel: Onderwijsraad geeft Mandalaschool hoop
> Onderwijsraad – Boeddhisme als richting (29-10-2010, pdf)
> Beschikking minister van OCW (25-10-2010, pdf)
> Wet op het primair onderwijs (1981)
> Regeling prognosemodellen primair onderwijs (2009) (7-11-2009, pdf)
> SCP – Maatschappelijke organisaties in beeld (2008, pdf)
Geef een reactie