Onderwijsraad geeft Mandalaschool hoop
De initiatiefnemers van de Mandalaschool in Amsterdam blijven streven naar de oprichting van de eerste boeddhistische basisschool in ons land.
Ze putten dit geloof uit het advies van de Onderwijsraad Artikel 23 Grondwet in maatschappelijk perspectief dat op 5 april aan de Vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is aangeboden.
Herziening
Artikel 23 van de Grondwet garandeert de onderwijsvrijheid en stelt openbare en bijzondere scholen aan elkaar gelijk.
De Onderwijsraad stelt een ruimere lezing van dit grondwetsartikel voor waarin het toetsingscriterium ‘richting’ (uit 1917) wordt losgelaten.
In een advies over het boeddhisme als richting merkte de Raad in 2010 op dat zij de geldende criteria niet langer passend acht voor deze tijd.
De nu voorgestelde lezing van het grondwetsartikel kan dan ook worden gelezen als een nadere uitwerking van dat standpunt.
Systematiek
Het huidige advies noemt het oordeel over het boeddhisme een van de concrete aanleidingen tot de heroverweging van het richting-criterium. ‘Er zijn gedurende de laatste decennia godsdienstige of levensbeschouwelijke opvattingen bijgekomen, die nog onvoldoende doorwerken in het maatschappelijke leven. Het zijn daarmee geen richtingen als bedoeld in de onderwijswet’, zegt de Raad.
Een voorbeeld daarvan is het boeddhisme: het heeft weliswaar een eigen omroepstichting, maar bepaalt van geen enkel ziekenhuis of bejaardentehuis in ons land de identiteit. In de bestaande systematiek kan dan ook geen boeddhistische school worden gesticht, zo schrijft de Raad.
Meer ruimte
Bij de presentatie van Artikel 23 Grondwet in maatschappelijk perspectief benadrukte professor Geert ten Dam, voorzitter van de Onderwijsraad, dat ouders meer ruimte moet worden geboden tot het stichten van nieuwe scholen.
‘Door individualisering en secularisatie zijn er meer levensvisies, meer waarden en normen patronen in Nederland gekomen, die verder reiken dan de traditionele Nederlandse zuilen die de basis vormen voor de huidige interpretatie van artikel 23,’ zei zij.
Staande praktijk
De Raad bepleit dan ook een systeem van ‘richtingvrije scholenplanning’. Dit breekt met de bestaande, uit de tijd van de verzuiling daterende praktijk.
Nu komt een school op religieuze of levensbeschouwelijke grondslag pas voor overheidsfinanciering in aanmerking zodra is aangetoond dat zij zich baseert op een ‘richting’ of oriëntatie die zichtbaar geworteld is in de samenleving.
Dit werkt in het voordeel van gevestigde stromingen zoals als het katholicisme en protestantisme, en belemmert het toetreden van ‘relatief nieuwe’ -na het verzuilingstijdperk opgekomen- levensbeschouwingen zoals het boeddhisme.
Richtingvrij
De Onderwijsraad stelt voor artikel 23 ruimer te interpreteren. Het onderscheid tussen openbare en bijzondere scholen blijft bestaan. Ook blijven zij aan elkaar gelijk. Maar, zegt de Raad, er moet meer ruimte komen voor het stichten van een bijzondere school.
Het begrip ‘richting’ mag daarbij geen rol meer spelen. ‘Een school die voldoende leerlingen weet te trekken, heeft maatschappelijk draagvlak en komt voor overheidsbekostiging in aanmerking.’
Door het criterium ‘richting’ helemaal los te laten wordt volgens de Raad ook de stichting van scholen op basis van pedagogische visies of van nieuwe levensbeschouwelijke stromingen mogelijk.
Kwaliteit
Voorwaarde is wel dat zo’n school ‘kwalitatief op orde’ is, zei Ten Dam tijdens de presentatie.
Ten Dam adviseert daarom vooraf te toetsen of de nieuwe school zich binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat beweegt en of het onderwijs voldoet aan minimum deugdelijkheidseisen.
Boeddhisme geen richting
In 2010 adviseerde de Onderwijsraad minister Van Bijsterveldt (Onderwijs) het boeddhisme niet te erkennen als richting in de zin van de Onderwijswet.
Eén van de redenen daarvoor was dat volgens de Raad niet bewezen is dat het boeddhisme voldoende in de Nederlandse samenleving is ingebed. De erkenning door het Commissariaat van de Media en het ministerie van Justitie zijn daartoe niet afdoend.
‘Er is weliswaar een (kleine) omroep en er zijn enkele geestelijke verzorgers actief in gevangenissen, maar de raad vindt dat onvoldoende om te spreken van een ‘waarneembare stroming’.
Zo zijn geen zelfstandig georganiseerde jongeren-/studentenorganisaties, politieke verbanden of specifieke zorg- of bejaardenvoorzieningen, aldus de Raad.
Beroep ingetrokken
Omdat minister Van Bijsterveldt het negatieve advies van de Onderwijsraad overnam, werd de oprichting van een door de overheid bekostigde Mandalaschool onmogelijk.
Aanvankelijk gingen de initiatiefnemers tegen het besluit van de minister in beroep bij de Raad van State. Zij trokken dit beroep later in, onder meer vanwege de hoge advocatenkosten.
Hoewel de Onderwijsraad de initiatiefnemers in 2010 voorhield dat niets hen belet een particuliere school op boeddhistische grondslag te stichten -dat wil zeggen: zónder overheidsfinanciering- heeft het bestuur tot op heden geen stappen in die richting gezet.
Nieuwe kansen
Paul de Vries, voorzitter a.i. van de Mandalaschool Amsterdam, zegt dat het bestuur zich deze maand over het advies van de Onderwijsraad buigt.
Hij denkt dat het rapport boeddhisten nieuwe kansen biedt om toch een eigen schoolvorm te stichten. ‘De raad geeft ouders meer ruimte en mogelijkheden om dit te realiseren’.
Argwaan
Argwanend is hij in de verdere parlementaire afhandeling van het raadsadvies naar de rol van de politiek, en vooral naar die van Geert Wilders (PVV). ‘Hij is voorstander van de joods-christelijke traditie. De multiculturele samenleving waarvan het boeddhisme onderdeel uit maakt, past niet in zijn straatje’, zegt hij.
Lees ook
> Onderwijsraad – Artikel 23 Grondwet in maatschappelijk perspectief (5-4-2012, pdf)
> Onderwijsraad – Boeddhisme als richting (29-10-2010, pdf)
> Mandalaschool
Kijk ook
> Aanbieding advies Onderwijsraad aan Vaste Kamercommissie in Nieuwspoort
Geef een reactie