Mandalaschool (3): De gemeenteraad
Zomer 2010 toetst de gemeenteraad Amsterdam de aanvraag van de Mandalaschool. Eén raadslid toont zich kritischer dan het college van B&W.
Na anderhalf jaar radiostilte houdt Jean Karel Hylkema de leden van de BUN op 24 april 2010 voor dat de aanvraag van de Mandalaschool enkele weken eerder was ingediend bij het stadsdeel Zuid.
De gemeenteraad van Amsterdam, zei hij, zou in juli beslissen of de Mandalaschool in het ‘Plan van scholen 2011-2014′ wordt opgenomen.
Zo’n raadsbesluit is de noodzakelijke eerste stap op weg naar erkenning als bijzondere school en financiering door de Nederlandse overheid.
Prognose
Tijdens deze ledenvergadering toont Hylkema zich optimistisch over de kansen.
‘Op grond van onderzoek dat de BOS heeft laten uitvoeren, is een prognose voor de belangstelling voor de school berekend van tussen de 800 en 900 leerlingen, hetgeen veel meer is dan stichtingsnorm,’ zegt hij.
Hylkema doelt hiermee op de enquête ‘Boeddhisme in Nederland’ die TNS NIPO in opdracht van de BOS in zomer 2009 had uitgevoerd.
TNS NIPO enquête
Dat de oprichters van de Mandalaschool al in maart 2010 over de uitkomsten van deze enquête kunnen beschikken is opmerkelijk.
De inhoud daarvan wordt namelijk sinds september 2009, ondanks herhaaldelijk verzoek van BUN-lid Stichting Inzichtsmeditatie, aan de leden van de BUN onthouden.
Tweede religie
De als ‘vertrouwelijk’ aangemerkte TNS NIPO enquête moet de zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 voor de BOS onderbouwen. De omroep maakt daarmee in 2009 aanspraak op zendtijd in de klasse van 500.000 tot 2.000.000 personen.
Volgens de BOS heeft TNS NIPO aangetoond dat het boeddhisme met een aanhang van 900.000 personen ‘de grootste religieuze stroming in Nederland na het christendom en de derde levensbeschouwelijke stroming na christendom en humanisme’ vormt.
Geheim
Hoewel deze zendmachtigingsaanvraag van hen afkomstig heet te zijn, verklaart BOS-directeur Gertjan Mulder de tekst daarvan, samen met een voorlopige versie van het TNS NIPO rapport, voor de BUN-leden geheim.
De BOS stelt de definitieve versie van dit onderzoek via haar website beschikbaar op 6 augustus 2010, toen duidelijk werd dat deze via het digitale archief van de gemeente Amsterdam te verkrijgen viel.
Weinig realisme
Omdat zij de inhoud van de enquête in april 2010 niet kennen, moet het de BUN-leden zijn ontgaan dat Hylkema’s optimisme over de prognose van de Mandalaschool van weinig realisme getuigt.
In zijn besluit van 29 december 2009 had het Commissariaat van de Media de op de enquête gebaseerde aanspraken van de BOS immers al afgewezen als ‘niet aannemelijk’.
Mede om die reden wijst het Commissariaat de aanspraak van de BOS op zendtijd in de klasse tot twee miljoen Nederlanders af.
Op 9 februari 2010 tekent Versteeg Wigman Sprey Advocaten hiertegen bezwaar aan namens zijn cliënt de BUN. In de brief aan het Commissariaat wordt de BUN formeel als klager opgevoerd, hoewel de leden hier niets van weten.
Open vraag
Het Commissariaat wijst in zijn besluit van 25 mei 2010 ook dit bezwaarschrift af.
Het stelt expliciet aan de orde hoe sociaal wetenschappelijk beschouwd het best kan worden onderzocht of iemand daadwerkelijk affiniteit met het boeddhisme heeft.
Het antwoord luidt: ‘Met het aan de respondenten stellen van een open vraag naar de eigen levensbeschouwing.’ En juist deze open vraag hebben de BOS en TNS NIPO in de enquête achterwege gelaten.
Er wordt tegen deze uitspraak van het Commissariaat niet in beroep gegaan.
Ouderverklaringen
Waarom de BUN-leden níet en de oprichters van de Mandalaschool wél over de resultaten van de enquête ‘Boeddhisme in Nederland’ mochten beschikken, is onduidelijk.
De intensieve wervings- en publiciteitscampagne sinds voorjaar 2008 ten spijt kunnen de oprichters bij het indienen van de aanvraag in 2010 niet de beoogde 350 ouderverklaringen overleggen.
In totaal beschikt de Mandalaschool over ouderverklaringen voor 223 kinderen. Een verdere onderbouwing ontbreekt.
In het tweede deel (‘De werving’) van deze serie ‘Mandalaschool ontrafeld’ wordt uit het commentaar van voorzitter Richard Sussenbach bij de BOS-radio al duidelijk dat de oprichters niet over de financiële middelen beschikken om een eigen enquête te laten houden.
Belangstellingspercentage
Nadat de aanvraag is ingediend, bereiden ambtenaren van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) van de gemeente Amsterdam het ‘Plan van scholen basisonderwijs 2011-2014′ voor.
Zij nemen het door de Mandalaschool aangedragen, rechtstreeks uit het TNS NIPO rapport overgenomen, percentage van 6,6% over heel Nederland zonder meer over.
Louter op basis van dit percentage tonen het stadsdeel Zuid en het college van B&W zich bereid de Mandalaschool in het Plan van Scholen op te nemen.
Commissariaat
Het is niet duidelijk of het stadsdeel Zuid, de DMO, het college van B&W en de gemeenteraadsleden op enig moment kennis hebben genomen van het oordeel van het Commissariaat van de Media over deze enquête.
De notulen van de raadscommissie- en gemeenteraadsvergaderingen en de tekst van het ‘Plan van Scholen 2011-2014′ reppen er met geen woord over.
Stichtingsnorm
In het Plan wordt gesteld dat de stichtingsnorm voor Amsterdamse scholen 322 leerlingen is. Dit betekent dat een school na vijf jaar 322 leerlingen moet hebben en dit aantal aantoonbaar 15 jaren moet kunnen behouden.
Volgens de DMO-ambtenaren vormt de ‘niet-reguliere herkomst van het belangstellingspercentage’ geen bezwaar.
Hun berekening laat zien dat de Mandalaschool met aanvankelijk 798 en na vijf jaar 824 leerlingen ruim aan de stichtingsnorm zal voldoen.
Kritische vragen
Tijdens de raadscommissievergadering van 30 juni 2010 toont Marjolein Moorman (PvdA) zich kritisch over de cijfermatige onderbouwing van de Mandalaschool.
Op haar rechtstreekse vraag over de herkomst van die ouderverklaringen zegt Richard Sussenbach dat de 223 opgegeven kinderen niet allen afkomstig zijn uit het opgegeven ‘voedingsgebied’ Oud-Zuid en Centrum.
‘De precieze cijfers weet ik niet, een groot aantal komt zeker uit het voedingsgebied. Maar omdat het boeddhisme een nieuwe richting is, hebben wij gemeend dat het voedingsgebied niet per se beperkt zou moeten worden tot het voedingsgebied Oud-Zuid en de Rivierenbuurt. Het kan breder liggen omdat ook mensen uit misschien wel omringende gemeentes hun kinderen op zo’n school zouden kunnen plaatsen.’
Geen vertrouwen
Moorman noemt het TNS NIPO percentage ‘niet realistisch’. Hoewel zij het een ‘sympathiek idee’ vindt en de Mandalaschool haar bestaan gunt, heeft Moorman geen vertrouwen in de levensvatbaarheid.
Haar kritische houding zorgt ervoor dat het ‘Plan van scholen 2011-2014′ door de raadscommissie als discussiepunt wordt doorgeleid naar de vergadering van de gemeenteraad.
Omvangsnorm
Tijdens die raadsvergadering, op 8 juli 2010, herhaalt Moorman dat zij het TNS NIPO percentage geen deugdelijke onderbouwing vindt.
Ze is zich ervan bewust, zegt ze, dat het lastig is een inschatting te maken omdat Amsterdam nog geen boeddhistische basisschool kent.
Maar, voegt Moorman toe: ‘Ik ben echter bang dat we over vijf jaar met een school zitten die dicht moet omdat er niet wordt voldaan aan de omvangsnorm, met alle gevolgen van dien voor leerlingen, voor ouders, voor leerkrachten, maar ook voor ons als gemeente.’
Moorman staat echter alleen in haar kritiek.
De gemeenteraad keurt de voordracht de Mandalaschool op te nemen in het ‘Plan van scholen 2011-2014′ zonder hoofdelijke stemming goed.
______________________________________________________________________________________
Dit is deel 3 uit een serie van vier artikelen ‘Mandalaschool ontrafeld’ waarin het plan wordt gereconstrueerd om in Amsterdam de eerste boeddhistische basisschool van ons land te stichten.
• Deel 3: De gemeenteraad
• Deel 4: De Onderwijsraad
______________________________________________________________________________________
Lees ook
> Commissariaat van de Media: Besluit 29 december 2009 (pdf)
> Versteeg Wigman Sprey Advocaten: Bezwaarschrift (9-2-2012, pdf)
> Commissariaat van de Media: Besluit 25 mei 2010 (pdf)
> DMO – Plan van scholen 2011-2014 met bijlagen (mei 2010, pdf)
> Profiel gemeenteraadslid Marjolein Moorman (PvdA)
> Gemeenteraad Amsterdam: Raadscommissieverslag 30 juni 2010 (pdf)
> Gemeenteraad Amsterdam: Raadsnotulen 8 juli 2010 (pdf)
Geef een reactie