De Jongh: BUN moet nú toezicht BOS opeisen
De BUN moet nú daadkracht tonen en het toezicht op de BOS per direct opeisen. Zo laten de unie en haar leden zien dat zij hun verantwoordelijkheid nemen.
Dit zegt oud-voorzitter BUN Richard de Jongh tegenover • open boeddhisme •. Hij spreekt zich uit naar aanleiding van de situatie rondom koepelorganisatie BUN. Ook doet hij uitspraken over het tijdperk na de BUN.
Toezichthouder Commissariaat voor de Media (CvdM) oordeelde op 12 maart 2013 dat zendmachtigingshouder BUN eindverantwoordelijke voor het reilen en zeilen van de BOS is.
Het CvdM vindt dat de BUN zich niet kan verschuilen achter een delegatieovereenkomst uit 2008 tussen BUN en BOS. Volgens het BOS-bestuur ziet de zendmachtigingshouder daarin af van toezicht op de omroep.
De unie denkt zo niet verantwoordelijk te zijn voor het gedrag van deze publieke omroep: de onrechtmatige besteding van omroepgeld, door het CvdM geconstateerd.
Het oordeel betekent dat de BUN een geldboete van € 2.500 en een terugvordering van € 50.000 voor 2 mei 2013 aan het commissariaat moet betalen.
Het bestuurlijke toezicht door de BUN op de BOS kan alleen worden hernomen, zegt De Jongh, als de unie onmiddellijk de delegatie-overeenkomst buiten werking stelt.
Zelfde redeneertrant
Naar de uitspraak van het CvdM kijkend, kan hij alleen maar constateren dat deze toezichthouder dezelfde redenering volgt die hij als BUN-voorzitter in zijn brandbrief (24 juni 2011) aan toenmalig commissaris Tineke Bahlmann opnam.
‘Het is niet anders. BUN is de ouder, BOS is haar kind, zij bepaalt wat het kind wel en niet mag doen’, zegt De Jongh nu.
Volgens hem ontkomen bestuur en leden van de BUN er niet aan ‘kritisch naar zichzelf’ in de BOS-affaire te kijken. ‘Ze kunnen niet anders zeggen: we hebben bestuurlijke fouten gemaakt, we hebben tijdens de ledenvergaderingen onze verantwoordelijkheid niet genomen’.
‘Crisismanager’
De BUN verkeerde al geruime tijd vóór de aanstelling op 22 januari 2011 van Richard de Jongh als voorzitter bestuurlijk in moeilijk vaarwater. De Jongh werd als ‘crisismanager’ op het schild gehesen en naar binnengedragen.
‘Nieuw bestuurlijk elan aan de BUN geven met de oprechte intentie van een ongebonden boeddhist’, motiveerde hij mei 2012 in een interview met • open boeddhisme • het aanvaarden van het voorzitterschap van de unie.
Maar het loopt allemaal anders. De Jongh krijgt te maken met een dwarsliggend BOS-bestuur dat zich boven de BUN verheven voelt, hij weerstaat een eerste, roerige algemene ledenvergadering, hij vindt een bestuur dat aanvankelijk met hem schouder aan schouder staat maar later zich van hem af keert, op zijn weg.
Als de rest van het BUN-bestuur buiten hem om tijdens zijn zomervakantie een algemene ledenvergadering belegt om het vertrouwen in hem op te zeggen, besluit De Jongh dat hij met dit bestuur niet de weg met dat ‘nieuw bestuurlijk elan’ kan bewandelen. Op 5 augustus, vlak voor de vergadering, trekt hij zich als voorzitter terug.
Commissariaat
In zijn aanpak om de BUN de bestuurlijke zeggenschap over onder meer de BOS te geven die de koepelorganisatie wettelijk toekomt, voerde hij in die acht maanden van zijn voorzitterschap overleg met toezichthouder CvdM.
Hij kreeg van toenmalig CvdM-voorzitter Tineke Bahlmann te horen dat zijn redenering klopte: BUN is leidend, BOS is volgend als het gaat om de zendmachtiging.
In juni 2011 stuurde De Jongh een brief naar het CvdM. Daarin staat geen woord Frans over de onwettelijke ontvlechting tussen BUN en BOS.
Hij verzoekt het commissariaat het BOS-bestuur en de BUN-leden te laten weten dat hun uitleg (de BOS is autonoom, BUN is niet verantwoordelijk voor uitvoering van zendmachtiging) van de delegatie-overeenkomst onhoudbaar is.
De Jongh ontving een bevestiging van het commissariaat dat de brief was ontvangen. Ook heeft hij zijn standpunt mondeling toegelicht.
‘Het was logischer geweest als het CvdM productiever had gehandeld. Dat is niet gebeurd. Ik weet niet hoe dit komt’, zegt De Jongh.
Post BUN tijdperk
De BUN staat momenteel door de uitspraak van het CvdM existentieel gesproken op een tweesprong. Het wordt de komende weken een kwestie van betalen of failliet gaan. De kwestie die boeddhisten en hun organisaties volgens De Jongh dus nu aan de orde moeten stellen, is de situatie in het ‘post BUN tijdperk’.
Hij denkt dat alle boeddhisten en hun organisaties moeten gaan nadenken over de situatie zonder BUN en BOS. Dat is over, een gepasseerd station, men moet nu naar de toekomst kijken, ervoor zorgen dat niet dezelfde fouten worden gemaakt, zegt hij.
Nieuwe bestuursleden
Volgens hem is er ‘ruimte en behoefte’ aan de oprichting van een nieuwe koepelorganisatie. Maar dan een met nieuwe bestuursleden.
De Jongh: ‘Niet met diegenen die nu in de BUN, BOS of Participatieraad van de omroep zitten, hebben gezeten. Zij hebben het vertrouwen geschaad, bestuursleden moeten volgens de regels van professioneel en behoorlijk bestuur handelen.’
Boeddhisten hebben een bestuur met een doortimmerde visie en missie voor een nieuwe koepel nodig die ze ‘dragen en uitdragen’. Met daarin opgenomen helder geformuleerde taken en doelstellingen die ervoor moeten zorgen dat boeddhisten zich bestuurlijk en organisatorisch kunnen verbeteren.
Hij denkt daarbij aan onder meer een klachtenprocedure, een protocol voor vertrouwenspersonen, een kwaliteitsborging van boeddhistische instellingen en organisaties.
De Jongh: ‘Zo krijgt het boeddhisme in Nederland de kans zich adequaat te organiseren’.
Lees ook
> Interview – Crisismanager én voorzitter
> Actueel – BUN haalt bakzeil bij CvdM
> Actueel - Koopmanschap ontloopt verantwoordlijkheid
> Richard de Jongh – Brief en bijlagen Tineke Bahlmann (24-6-2011, pdf)
> Richard de Jongh – Persbericht voorzitter BUN (5-8-2011, pdf)
> CvdM – Beslissing op bezwaar (pdf, 12-3-2013)
One Response to “De Jongh: BUN moet nú toezicht BOS opeisen”
Ik begrijp de omweg niet in de voorstellen van Richard de Jongh.
Toezicht opeisen door de (de leden van de) BUN op de BOS betekent geloven in de BUN en redden van de BUN. En dan contouren aangeven van het ‘post BUN-tijdperk’, waar ik het deels mee eens ben.
Maar daar tussen in zit toch de fase: opheffen van de BUN
En daarna? Het is niet zeker of boeddhisten zelf een nieuwe koepelorganisatie nodig hebben; dat was vooral de behoefte van de overheid in het verleden.
In mijn blog heb ik bijvoorbeeld voorgesteld hoe er boeddhistisch geestelijke verzorging zonder Boeddhistische Zendende Instantie (namens de BUN) kan zijn.