• onafhankelijk • onderzoekend • opiniërend •

Dalai lama tweeslachtig over seksueel misbruik

Dalai lama - Carla Bruni - Sogyal Lakar

Achter de schermen velt de veertiende dalai lama (1935) over de seksuele moraal van Tibetaanse lama’s zoals Sogyal Rinpoche een hard oordeel. Maar: hij ziet niet toe op naleving van de norm die hij stelt. Die tweeslachtigheid biedt ruimte aan seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik.

De uitspraken van de veertiende dalai lama zijn volstrekt duidelijk: tenzij een leraar aantoonbaar wonderen verricht kan seksueel verkeer met leerlingen geen bona fide beoefening van boeddhistische tantra zijn. Boeddhistische leraren kunnen moreel afwijkend gedrag bovendien niet rechtvaardigen met een beroep op ‘crazy wisdom‘ — een bijzondere vorm van wijsheid die alleen zij bezitten. De dalai lama verbindt publiekelijk echter geen consequenties aan het gedrag dat hij afwijst. Dit geeft Tibetaanse leraren zoals Sogyal Rinpoche (Rigpa) gelegenheid te volharden in seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik.

Seksueel contact tussen leraar en leerling is binnen het Tibetaans boeddhisme niet taboe. Integendeel, fysiek seksueel contact kán deel uit maken van de beoefening van Tibetaans boeddhistische tantra.

Tegen de achtergrond van het zedenschandaal binnen de rooms-katholieke kerk wekt dit de verwachting dat het voorkomen van seksueel misbruik ook in het Tibetaans boeddhisme bovenaan de agenda staat. Daarvan is geen sprake: de houding van de dalai lama tegenover het openlijk benoemen van seksueel grensoverschrijdend gedrag is ambigu. Hij roept andere boeddhisten op leraren die zich schuldig maken aan moreel verwijtbaar en seksueel grensoverschrijdend gedrag, ter verantwoording te roepen — met naam en toenaam, desnoods in de media. Maar zelf zal hij dat niet doen.

De dalai lama heeft zich ook nooit persoonlijk van Sogyal gedistantieerd. Het negatieve oordeel van de dalai lama over seksuele contacten van lama’s met leerlingen ten spijt volhardt Sogyal – die juist om díe reden omstreden is – volgens journalisten, documentairemakers en boeddhistische leraren al sinds de jaren ’70 in hetzelfde promiscue seksleven. Sogyal is deze week in Nederland.

Enkele in het buitenland wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag omstreden leraren en boeddhistische organisaties — Shambhala (Chögyam Trungpa,† 1987 en Ösel Tendzin, † 1990), Rigpa (Sogyal Lakar) en Michael Roach — zijn ook in Nederland actief. Sogyal bezoekt ons land van 26 tot en met 29 juni 2014 . Hij treedt op tijdens een ‘Awake’ bijeenkomst in de Theaterfabriek (Amsterdam). Awake richt zich speciaal op jongeren, het evenement wordt muzikaal omlijst door DJ Isis. Ook leidt Sogyal een weekendretraite in de Amstelborgh (Amsterdam).

Over de toelaatbaarheid van de seksuele mores van Sogyal en andere omstreden Tibetaanse lama’s zoals Chögyam Trungpa, of westerse leraren zoals Ösel Tendzin (Thomas Rich) en Michael Roach, bestaat veel onduidelijkheid. De ervaringen van leerlingen van het Boeddhistische Mahayana-Centrum in Middelburg (2003-2008) tonen aan: het risico op seksueel misbruik in Tibetaans boeddhistische kring is ook in Nederland reëel. En een meldpunt voor boeddhisten ontbreekt.

Denkbeeldig en feitelijk

In 1993 vond in Dharamsala (India) een meerdaagse bijeenkomst plaats tussen de dalai lama en westerse leraren uit alle boeddhistische stromingen. De leraren schreven en ondertekenden een slotverklaring die als open brief werd verspreid. Zijn aanvankelijke toezegging ten spijt heeft de dalai lama de open brief nooit ondertekend.

De beoefening van Tibetaanse tantra kent twee vormen: denkbeeldig en fysiek. Tijdens een bijeenkomst met westerse leraren (1993) ging de dalai lama uitvoerig in op de fysieke beoefening van tantra, en op misstanden rondom Tibetaanse lama’s in het Westen. Hij kwam daarmee onder meer tegemoet aan serieuze zorgen over de organisatie Shambhala, van de de zes jaar daarvoor overleden leraar Chögyam Trungpa. Zover bekend is Trungpa de eerste Tibetaanse lama die openlijk ervoor uit kwam dat hij seksuele contacten met vrouwelijke leerlingen had.

De dalai lama was in 1993 duidelijk over de eisen die de Tibetaanse traditie aan de fysieke beoefening van tantra aan boeddhistische goeroes stelt. Volgens hem gebruiken goeroes op dat niveau van beoefening de geslachtsgemeenschap als ‘mechanisme om inzicht te bereiken. Maar wel zónder begeerte, orgasme of zaadlozing. Sterker, op deze manier wordt begeerte overwonnen.’

Deze tantrische techniek is volgens de dalai lama echter niet voor iedereen weggelegd.

‘Vroeger, in Tibet, kwamen alleen diegenen die konden aantonen dat zij over bovennatuurlijke gaven zoals door de lucht vliegen beschikten, voor deze beoefening in aanmerking.’

Was een leraar niet tot het verrichten van zulke wonderen in staat, dan mocht hij de tantrische technieken niet gebruiken. Desgevraagd stelde de dalai lama tijdens de bijeenkomst in 1993 expliciet vast dat zulke Tibetaanse meesters momenteel niet bestaan: ‘Ik ken er niet een.’

Een plas van de Potala

In 2003 maakte de Amerikaanse leraar Michael Roach (Diamond Mountain) bekend dat hij met zijn ‘consort‘ (tantrische partner) Christie McNally de tantrische technieken daadwerkelijk, lijfelijk toepaste. Eén van zijn leraren, Lama Zopa (Maitreya Instituut), bevestigde in een brief aan Roach dat het zuiver beoefenen van tantra een uitzonderlijk niveau van geestelijke en lichamelijke ontwikkeling vereist.

Om zijn ontwikkelingsniveau aan te tonen kan zo’n goeroe volgens Lama Zopa niet met een ‘gewoon wonder’ volstaan.

‘De zesde dalai lama, bijvoorbeeld, plaste van het dak van de Potala. Vlak voordat zijn plas de grond raakte zoog hij de urine weer op met zijn vajra. En dan is er ook nog het verhaal over de vorige incarnatie van Gonsar Rinpoche. Hij zoog met zijn vajra modder op.’

De Potala is het paleis van de dalai lama’s in Lhasa (Tibet). Tsangyang Gyatso, de zesde dalai lama (1682-1706), stond bekend om zijn onconventionele, seksueel vrijgevochten gedrag. Met vajra doelt Lama Zopa op de penis van de dalai lama in zijn hoedanigheid van tantrisch meester.

Zopa’s betoog moest Roach duidelijk maken dat het aan de boeddhistische goeroe is om door het verrichten van voor iedereen waarneembare wonderen aan te tonen dat hij gekwalificeerd is. Alleen zo kunnen goeroes bewijzen dat zij voldoen aan alle eisen die de boeddhistische ethiek stelt. Zover bekend hebben Roach, Trungpa, Tendzin en Sogyal nooit tot genoegen van de dalai lama bewezen over zulke bovennatuurlijke gaven te beschikken.

‘Crazy Wisdom’

Over de voorwaarden waaraan vrouwelijke ‘consorts‘ (tantrische partners) moeten voldoen om op toelaatbare wijze actief, fysiek Tibetaanse tantra te beoefenen liet de dalai lama zich in 1993 niet uit. In 1996 maakte de Amerikaanse vertaalster June Campbell bekend dat zij in het geheim als tantrisch partner van Kalu Rinpoche († 1989, Tibetaans Instituut) had gefungeerd. In haar boek Traveler in Space: In Search of Female Identity in Tibetan Buddhism en tijdens media-optredens toonde Campbell zich daarover kritisch. Zij plaatst haar kritiek in de context van de verafgoding die sommige Tibetaanse lama’s — en daarmee hun verondersteld ‘verlichte’ opvolgers — ten deel valt.

De eis die Lama Zopa en de dalai lama stellen geldt temeer zodra het gedrag van een leraar manifest in strijd is met de boeddhistische ethiek. Het buitenissige gedrag en de losse seksuele moraal van Tibetanen zoals Trungpa en Sogyal, of westerlingen zoals Tendzin en Roach, wordt door hun aanhang vaak vergoeilijkt als de uitdrukking van ‘crazy wisdom‘. Dit zou een vorm van wijsheid zijn die alleen zij bezitten en waarvoor de conventionele, alledaagse boeddhistische ethiek een uitzondering maakt.

Chögyam Trungpa, bijvoorbeeld, gaf zich over aan extreem alcoholgebruik en seks met leerlingen. Zijn opvolger Ösel Tendzin volgde hem na en raakte besmet met HIV. Hij verzuimde zijn leerlingen — met wie hij onbeschermde seks had — daarvoor te waarschuwen. Ook Sogyal ziet in Trungpa een voorbeeld: hij gaat seksuele relaties met jonge vrouwelijke leerlingen aan. Volgens sommige vrouwen geeft Sogyal hen bovendien slaag — daarbij zouden zij geestelijk zijn gebaat.  Michael Roach onderhield enkele jaren een tantrische relatie met zijn leerling Christie McNally. In die tijd mochten zij fysiek niet meer dan 4,5 meter van elkaar verwijderd raken. Inmiddels leven zij gescheiden.

De dalai lama maakte in 1993 korte metten met de idee dat ‘crazy wisdom‘ moreel verwijtbaar gedrag zou rechtvaardigen.

‘In het verleden gedroegen enkele boeddhistische heiligen weliswaar gedrag dat ethisch afwijkend was, als volledig gerealiseerd wezen wisten deze personen hoe anderen daarmee op de lange termijn gediend waren. Tegenwoordig schaadt zulk gedrag de dharma en dat moet stoppen.’

Al heeft iemand de geestelijke ontwikkeling van een goddelijk wezen, aldus de dalai lama, zijn of haar gedrag moet steeds aan conventionele normen en waarden voldoen. Boeddhisten die menen dat het feit dat iedereen verlichting kan bereiken betekent ‘dat elk gedrag aanvaardbaar is of dat leraren geen ethische voorschriften hoeven volgen, hebben de filosofie van leegte en oorzaak en gevolg niet goed begrepen.’

Persoonlijk verantwoordelijk

De dalai lama houdt dan ook iedere boeddhistische leraar persoonlijk verantwoordelijk voor zijn of haar gedrag. Ter beoordeling daarvan stelde hij in 1993 een pragmatische aanpak voor.

‘Volledig gerealiseerde wezens maakt het niets uit of zij nu urine, uitwerpselen, alcohol of mensenvlees tot zich nemen. Ik betwijfel of de boeddhistische leraren die ethisch wangedrag vertonen van de smaak van urine of ontlasting zullen genieten!’

De slotverklaring van de bijeenkomst met westerse leraren in 1993 luidt onder meer: ‘Iedere student moet worden aangemoedigd leraren op een verantwoorde wijze te confronteren met onethisch aspecten in hun gedrag. Is de leraar niet bereid zijn gedrag te verbeteren, dan moeten studenten zonder aarzelen ruchtbaarheid geven aan al het onethisch gedrag dat onweerlegbaar is komen vast te staan. Dit moet gebeuren ongeacht het overige, gunstige effect van zijn of haar bezigheden, ongeacht de spirituele band die men met deze leraar heeft. Ook moet via publiciteit duidelijk worden gemaakt dat het gedrag in kwestie niet overeenstemt met boeddhistische leringen. Het maakt niet uit welke spirituele verworvenheden de leraar heeft opgedaan, of zegt te hebben opgedaan: niemand is boven de normen van ethisch gedrag verheven.’

Hoewel de dalai lama een groot deel van deze stellingen zelf aandroeg heeft hij de slotverklaring nooit willen ondertekenen.

‘Kwaliteit lama’s, tulku’s, leraren verslechtert’

In 2011 hield de dalai lama een toespraak tijdens de Global Buddhist Congregation in New Delhi (India). Daar benadrukte hij dat de beoefening van de vinaya — de leefregels voor monniken en nonnen — het fundament is van iedere boeddhistische beoefening. Voor iedere boeddhist, binnen iedere boeddhistische stroming moeten moraliteit en zelfbeheersing centraal staan, aldus de dalai lama. Hij toont zich kritisch over zijn eigen traditie.

‘Onze leer is prachtig, maar er zijn aanwijzingen dat de kwaliteit van onze lama’s, tulku’s en leraren verslechtert. Ik maak me daarover echt zorgen. Als je niet tot zelfbeheersing in staat bent, hoe kun je het anderen dan leren? Wil je anderen de juiste weg wijzen, dan moet je zelf de juiste weg volgen’.

Ongepubliceerd interview

In 1994 begon een van Sogyals vrouwelijke leerlingen in de Verenigde Staten een rechtszaak tegen hem en Rigpa wegens seksueel misbruik en mishandeling. De zaak werd door Sogyal en Rigpa voor een onbekend bedrag geschikt. Aan de schikking werd de voorwaarde verbonden dat de twee partijen niet langer publiekelijk op de inhoud van de zaak ingaan. In een verklaring (22 februari 1995) weerspreekt Rigpa niet dat Sogyal seksuele relaties met leerlingen heeft. Volgens zijn organisatie heeft hij vele duizenden mensen, mannen en vrouwen, positief geraakt. Dit komt overeen met de reactie van Rigpa op een Canadese documentaire over Sogyal uit 2011.

Volgens journaliste Mary Finnigan van de Engelse krant The Guardian zag de dalai lama in de publiciteit rondom de rechtszaak tegen Sogyal wegens seksueel misbruik en mishandeling (1994) aanleiding Sogyals conferentie over ‘Leven en sterven’ af te zeggen. De conferentie die in 1996 in Californië zou worden gehouden, werd daarop afgelast.

In een nog ongepubliceerd interview met Finnigan (januari 1997) merkte de dalai lama op dat hij Sogyal begin jaren ’90 — dus nog vóór de rechtszaak begon — op diens seksuele voorkeuren heeft aangesproken.

Volgens Finnigan liet zijn waarschuwing niets aan duidelijkheid te wensen over: Sogyals seksuele relaties met leerlingen zijn volstrekt onacceptabel. Finnigan: ‘De dalai lama sprak heel concreet over zijn advies aan Sogyal, hij adviseerde hem voor een monogaam huwelijksleven te kiezen.’ Sogyal legde dit advies volgens Finnigan naast zich neer.

Publiekelijk afvallen

De dalai lama was tegenover Finnigan even concreet over iets anders.

‘Het gedrag van lama’s in het Westen onttrekt zich aan zijn greep. Hij kan alleen advies geven. Ook maakte de dalai lama duidelijk dat hij individuele lama’s nooit publiekelijk zal afvallen. In dat licht is wat hij ‘for the record’ over Sogyal aan mij kwijt wilde bijzonder onomwonden.’

Ook de Tibetaanse officials die bij het interview met Finnigan aanwezig waren, viel het op dat de dalai lama voor zijn doen uitzonderlijk openhartig was, verklaart zij in een toelichting tegenover • open boeddhisme •.

Volgens haar heeft Sogyal zijn gedrag nooit veranderd, de dalai lama heeft zich persoonlijk nooit van Sogyal gedistantieerd. Integendeel: in 2008 opende de dalai lama Lerab Ling, een Franse Rigpa-tempel, en in 2010 opende Sogyal het naar de dalai lama genoemde Tenzin Gyatso Institute.

Tenzin Gyatso Institute

Volgens Finnigan stichtte Sogyal het Tenzin Gyatso Institute omdat de dalai lama aanvankelijk niet wilde ingaan op zijn uitnodiging leiding te geven aan de ceremonie waarmee de Franse tempel formeel moest worden ingewijd.

‘Sogyal voelde zich vernederd. Zijn naam stonk in die tijd. Iedereen wist ervan. Mensen hebben jarenlang schriftelijk hun beklag over hem gedaan bij het kabinet van de dalai lama: “Deze man is een schandvlek!”‘

Finnigan stelt dat Sogyal de Tibetaanse regering-in-ballingschap daarop een zak met geld voorhield onder het motto: ‘Wat moet ik doen om te zorgen dat de dalai lama naar Lerab Ling komt?’ Het Tenzin Gyatso Institute is daarvan het resultaat. Volgens Finnigan ging het niet van harte: ‘Let maar eens op de film van de opening van Lerab Ling: de dalai lama kijkt heel streng. Zijn gebruikelijke grapjes en gelach laat hij helemaal achterwege.’

Finnigan vindt het een schande, maar ze meent dat dit patroon in de Tibetaans cultuur past. ‘Iedereen weet het, en niemand kan er iets aan doen. De Tibetanen sloten de gelederen altijd al, dat behoort tot hun cultuur. En in ballingschap gebeurt dat nog meer. Als vluchtelingen voelen zij zich niet alleen bedreigd, ze wórden bedreigd. Ik begrijp volledig hoe ze zich voelen: de Tibetaanse cultuur hangt aan een zijden draad.’

Volgens haar heeft de dalai lama zich publiekelijk alleen op een indirecte manier over Sogyal uitgelaten. ‘Het meest extreme wat hij tegenover een groep westerlingen openlijk over Sogyal heeft verklaard is: “Sommige tulku’s gedragen zich in het Westen heel erg slecht.”‘

De Franse boeddhistische leraar Martine Batchelor nam in 1993 deel aan de conferentie met de dalai lama en werkte mee aan de documentaire In the Name of Enlightenment (2011) over Sogyal. Haar valt op dat boeddhistische leraren die beweren dat zij dankzij hun geestelijke ontwikkeling ‘de ethiek voorbij zijn’ zich meteen overgeven aan seks en alcohol: ‘Volgens de dalai lama zouden ze met hetzelfde gemak van uitwerpselen en urine kunnen genieten, maar om de een of andere reden kiezen ze ervoor dat niet te doen.’

Zaak Mattioli (Boeddhistische Mahayana-Centrum, Middelburg) in kort bestek
• 2001-2008: Lama Kelsang Chöpel (Gerhard Mattioli) leidt zijn Boeddhistisch Mahayana-Centrum Middelburg;
• December 2007: BOS waarschuwt op haar site zorgvuldig te zijn in het contact met dit centrum vanwege ‘mogelijk ongewenste incidenten’ en zwijgt daarna;
• April 2008: Mattioli’s gedrag wordt besproken tijdens algemene ledenvergadering BUN. De BUN stuurt Kaye Miner (Maitreya Instituut) voor praatsessie naar Middelburg. BUN rapporteert niets;
• 2008: Uittreding van door Mattioli tot monnik of non ‘gewijde’ leerlingen; anderen geven boeddhisme op of sluiten zich aan bij  andere sangha;
• 2012: Verblijf Mattioli als postulant in Abdij Sion (trappisten, Diepenveen, januari-augustus) en in de Sint Willibrords Abdij (benedictijnen, Doetinchem);
• Mei 2013: Publicaties • open boeddhisme • over aantijgingen van ex-volgelingen over Mattioli’s gedrag Middelburgs centrum (intimidatie, drogering en seks met vrouwelijke leerlingen). Melding gedrag zedenpolitie door • open boeddhisme;
•. Toenmalig BOS-directeur Jean Karel Hylkema (2000-2004) zegt zich ‘vaag iets’ te herinneren: ‘Lama’s die vrouwen bezwangeren, dat komt ongetwijfeld wel eens voor.’ Mattioli ontkent alle aantijgingen in ingezonden mededeling boeddhisme.startpagina.nl;
• Augustus 2013: Geen nader onderzoek zedenpolitie: aangifte ontbreekt.
Geen meldpunt seksueel misbruik boeddhisten, geen onderzoek
• Anders dan voor sommige andere religieuze denominaties bestaat voor boeddhisten geen specifiek meldpunt voor slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag;
• Op dit terrein werkzame organisaties als Pharos, Movisie en Centrum voor Seksueel Geweld hebben tot op heden geen weet van seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen de boeddhistische gemeenschap;
• Ook wordt, anders dan bij andere religieuze denominaties, zover bekend, geen specifiek (wetenschappelijk) onderzoek verricht naar het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen de boeddhistische gemeenschap in Nederland;
• Hierdoor is niet duidelijk of zich binnen de boeddhistische gemeenschap rondom seksueel grensoverschrijdend gedrag problemen voordoen die eigen zijn aan boeddhisme in het algemeen of die specifiek zijn voor bepaalde stromingen binnen het boeddhisme;
• Ook is niet duidelijk in hoeverre hulpverleners en onderzoekers in staat zijn onderscheid te maken tussen seksueel grensoverschrijdend gedrag bij boeddhistische bekeerlingen en de zogeheten ‘etnisch boeddhisten’ afkomstig uit Azië;
• Het Centraal Bureau voor de Statistiek schat de omvang van de boeddhistische gemeenschap in Nederland (‘etnisch boeddhisten’ inbegrepen) op ongeveer 65.000 volwassen personen.
Lees ook
• Nieuws – Sogyal Rinpoche, seksueel wangedrag en de BUN
• Nieuws – Tevergeefse waarschuwing tegen ‘Lama’ Mattioli
• Nieuws – Jonge tulku over seksueel misbruik
• Essay – De dalai lama in Nederland (4): De vragen die nooit gesteld zijn
• Tricycle – The Emperor’s Tantric Robes (1996)
• Lang – Boekbespreking Travelers in Space (1997)
• Finnigan – Sexual Healing (10-1-1995)
• Finnigan – Lama sex abuse claims call Buddhist taboos into question (1-7-2011)
• Finnigan – The YouTube confessional sending shockwaves through the Buddhist world (9-3-2012)
• Finnigan – The lamas who give Tibetan Buddhism a bad name (8-10-2012)
• Finnigan – Behind The Thangkhas (2012)
• Chodron – Ethics in the Teacher-Student Relationship: The Responsibilities of Teachers and Students (1993)
• Brown – The Precious One (2-2-1995)
• Roach – Letter to Lamas (16-1-2003)
• Roach – Lamas’ Replies (28-3-2003)
• Tibetan Buddhism – Sogyal Rinpoche and the Silence of the Tibetan Buddhist Community and the Dalai Lama (27-3-2012)
• Tibetan Buddhism – The Dala Lama and Sogyal Rinpoche: A Roaring Silence? (28-4-2012)
• Van Beek – De meester staat zijn leerlingen zeer na (26-6-2014)
Kijk ook
• Meredian Trust – In Conversation with the Dalai Lama (1993)
• Sogyal Rinpoche: Ancient Wisdom for the Modern World (2008)
• Rigpa – The Visit of the Dalai Lama to Lerab Ling (2008)
• In the Name of Enlightenment: Sex Scandal in Religion (2011)
• Dalai lama – Address to the Global Buddhist Congregation (2011)

Geef een reactie