BOS wilde altijd al zelfstandigheid
De drang naar ‘verzelfstandiging’ van omroeporganisatie BOS heeft altijd spanningen opgeroepen met zendmachtigingshouder BUN. Dit feit moet het Commissariaat voor de Media betrekken in zijn besluit over de terugvordering en geldboete aan de BUN.
Deze boodschap heeft oud-voorzitter Johan Niezing van de BUN voor het Commissariaat voor de Media (CvdM). Hij doet dit in een brief van 10 december 2012. Dit is drie dagen voor de hoorzitting over het bezwaarschrift van de BUN tegen de sanctiebeschikking van het CvdM (5 juni 2012, € 52.500).
Niezing (voorzitter BUN, 1998-2003) staat in zijn brief stil bij twee overeenkomsten uit 1999 en 2008. Daarin delegeert de BUN de uitvoering van de in 2000 verkregen zendmachtiging aan de BOS.
Tijdens de hoorzitting wordt uitvoerig stilgestaan bij de relatie tussen de BUN en de BOS. Ook gaat het CvdM in op de mate van zelfstandigheid die een publieke omroep zoals de BOS toekomt.
Voor het oordeel daarover is de betekenis van de twee delegatieovereenkomsten van groot belang.
Verschillende interpretaties
Eigen onderzoek van • open boeddhisme • op basis van correspondentie tussen (aspirant-)bestuursleden van de BOS wijst uit dat zij de delegatieovereenkomst uit 1999 al verschillend interpreteerden vóórdat de BUN de zendmachtiging verkreeg.
Toenmalig BOS-voorzitter en latere directeur Jean Karel Hylkema (1938) stelt zich op het standpunt dat de BUN geen bestuurlijke inbreng in de BOS heeft.
Volgens hem zitten BUN-afgevaardigden alleen ‘op persoonlijke titel’ in het BOS-bestuur. Niezing ziet dit toen en nu anders.
Johan Niezing
Johan Niezing (1932) is emeritus hoogleraar en oud-directeur van het Centrum voor Polemologie (oorlogskunde) aan de Vrije Universiteit Brussel.
Tijdens zijn bestuursperiode als BUN-voorzitter verkrijgt de unie een zendmachtiging en sticht Niezing samen met anderen een kleine religieuze en levensbeschouwelijke omroep: de BOS.
Van 1999 tot en met 2006 heeft Niezing als afgevaardigde van de BUN zitting in het BOS-bestuur.
Niezing’s betoog in de brief aan het CvdM steunt op waarnemingen uit die tijd. Zijn perspectief wint aan betekenis in het licht van de ontstaansgeschiedenis van de BOS, en de inbreng daarin van Hylkema en filmmaakster Babeth Vanloo (1948).
Geschiedenis
In 1998 neemt Niezing het samen met Leo Giessen (†2001) en Ngoc-Minh Huynh (1956) op zich de BUN uit het slop te halen.
‘De Boeddhistische Unie Nederland was in de jaren negentig ernstig ontspoord, en bestond dientengevolge nauwelijks meer; er was veel ruzie, een negatief saldo, en slechts een interim-bestuurslid’, schrijft Niezing het CvdM.
Mediawet art. 39f
In die tijd bood art. 39f van de Mediawet (in 2008 herzien in art. 2.42) religieuze en levensbeschouwelijk ‘genootschappen’ die een door het CvdM erkende ‘kerkelijke of geestelijke hoofdstroming’ vertegenwoordigden, de mogelijkheid een eigen omroep te stichten.
Vanaf 1992 doet de BUN pogingen een zendmachtiging te bemachtigen.
Eerste aanvraag
Opeenvolgende werkgroepen (1993, 1995) bereiden de eerste zendmachtigingsaanvraag voor.
In 1996 voegen Hylkema (oud-directeur van Het Financieele Dagblad) en Babeth Vanloo zich bij de initiatiefnemers.
De eerste aanvraag van de BUN wordt op 29 november 1996 ingediend.
Afwijzingen
Het CvdM wijst de eerste aanvraag op 18 april 1997 af. De BUN behoort ‘vanwege een te gering maatschappelijk draagvlak (nog) niet tot de religieuze hoofdstromingen in de Nederlandse samenleving’.
De initiatiefnemers laten zich door deze afwijzing niet uit het veld slaan. Op 28 mei 1997 maakt de BUN daartegen bezwaar. Het CvdM wijst het bezwaarschrift af op 2 september 1997.
Tegen dit besluit gaat de BUN in beroep bij de Arrondissementsrechtbank in Amsterdam. Deze verklaart het beroep op 19 maart 1999 ongegrond.
Delegatie
Vlak daarvoor, op 17 maart 1999, ondertekenen Vanloo en Niezing een overeenkomst die bepaalt dat de BUN de uitvoering van de zendmachtiging delegeert aan de Boeddhistische Omroep Stichting i.o.
Weer later, 30 juni 1999, richten Vanloo, Hylkema en consultant Philip Seligmann (1927) de BOS formeel op.
Zij vormen het eerste BOS-bestuur. Eén dag later treedt ook Niezing als BUN-afgevaardigde tot dit bestuur toe.
Locomotief
De uitgave 10 Jaar Boeddhistische Omroep Stichting (2010) meldt daarover: ‘Met Hylkema als geduchte locomotief en een nieuwe BUN-voorzitter, oud-hoogleraar Johan Niezing, bleef de trein doorrijden.’
Het BUN-bestuur huurt ‘juridische expertise’ in en dient juni 1999 voor de tweede keer een aanvraag in. Ook deze wordt afgewezen.
‘Het boeddhisme is onmiskenbaar een wereldreligie waarvoor de belangstelling in Nederland groeiende is, maar een maatschappelijk draagvlak van maximaal 36.000 boeddhisten is te gering om voor zendtijd in aanmerking te komen’, aldus het CvdM.
Spitsvondig verweer
Weer legt de BUN zich niet bij de uitkomst neer. Op 29 oktober 1999 en 26 april 2000 dient ze de zoveelste, bijgestelde zendmachtigingsaanvragen in.
‘Na hernieuwde berekeningen werd de actieve achterban geschat op 125.000 mensen. De BUN ging in beroep en een spitsvondig verweerschrift van juridisch adviseur prof. mr. Dirk Boon had succes,’ aldus 10 Jaar Boeddhistische Omroep Stichting.
Uiteindelijk kent het CvdM de BUN op 7 november 2000 haar eerste zendmachtiging toe: de BOS krijgt tien uur televisie- en dertien uur radiozendtijd.
Directie
De eerste televisie-uitzending heeft op 28 januari 2001 plaats. De BOS huurt Hylkema in als algemeen directeur (2001-2004), en neemt Vanloo in dienst als programmadirecteur (2001-2011).
Beide directeuren zijn tevens BOS-bestuurslid. Vanaf 15 april 2000 is Hylkema daarnaast nog bestuurslid van de BUN.
De relatie tussen Hylkema en Vanloo is niet alleen zakelijk: in die tijd zijn zij ook levenspartners.
Salaris Hylkema en Vanloo
Hylkema factureert als algemeen directeur gemiddeld € 50.000 (0,6 fte) per jaar. In de BOS-jaarrekeningen tussen 2001 en 2002 worden de salariskosten van Vanloo niet expliciet vermeld.
In 2003 en 2004 verdient ze gemiddeld € 80.000 (loondienst, 0,8 fte). Via haar eigen bedrijf Film Art Amsterdam BV (KvK-nummer 33182907) factureert Vanloo in diezelfde jaren gemiddeld € 17.500.
In 2005 wordt haar aanstelling uitgebreid tot 1,0 fte met het bijbehorende salaris van € 96.977. Tussen 2001 en 2005 heeft de BOS nog geen vijf medewerkers in dienst: 2,5 tot 4,0 fte.
Dit trekt de aandacht van NRC-onderzoeksjournalist Joep Dohmen. Hij wijdt in het artikel ‘Boeddhistische omroep: piepklein maar niet in salaris‘ (11 februari 2004) een kritische beschouwing aan de verdiensten, stapeling van functies en gekozen managementstructuur.
Beroep
Ondanks het feit dat het CvdM op 7 november 2000 de BUN een zendmachtiging geeft, maakt de koepelorganisatie opnieuw bezwaar tegen het commissariaatsbesluit: nu tegen de toegewezen hoeveelheid zendtijd.
Volgens het CvdM heeft de BUN wél aangetoond dat haar achterban uit een geregistreerd ledental van 36.000 personen bestaat, maar níet dat haar aanhang daarnaast nog eens 500.0000 personen telt.
Na de afwijzing daarvan door het CvdM gaat de BUN opnieuw in beroep bij de rechtbank in Amsterdam.
Ongemotiveerd
Dit keer oordeelt de rechter dat het CvdM de bezwaren van de BUN ‘onvoldoende gemotiveerd’ heeft weerlegd.
Omdat het daarvoor ‘evenmin’ gemotiveerd andere cijfers in de plaats heeft gesteld, oordeelt de rechtbank op 15 januari 2002 dat het CvdM een nieuw besluit moet nemen.
Dat komt er op 19 maart 2002. Het CvdM trekt eerdere besluiten in en wijst de BUN met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2000 13 uur televisie- en 52 uur radiozendtijd toe.
Daarmee komt volgens Niezing’s brief aan het CvdM een voorlopig eind aan een ‘tumultueuze’ periode in de geschiedenis van de BUN.
Geschil
Nog vóór het CvdM de BUN op 7 november 2000 de eerste zendmachtiging toekent, ontstaat tussen kandidaat-bestuursleden van de BOS een geschil.
Onderwerp is de uitleg van de delegatieovereenkomst van 17 maart 1999 en de BOS-statuten van 30 juni 1999.
De voorhanden correspondentie (in het bezit van • open boeddhisme •) toont aan dat het geschil dan al zich toespitst op de bestuurlijke relatie tussen BUN en BOS.
Bestuurlijke relatie BUN-BOS
Artikel 3 van de delegatieovereenkomst 1999 bepaalt dat de BUN in het bestuur van de BOS wordt vertegenwoordigd door ‘tenminste twee leden, waarvan tenminste één bestuurslid is.’
Deze laatste ‘informeert het bestuur van de BUN regelmatig over de gang van zaken met betrekking tot de verwezenlijking van de doelstelling van de BOS’.
Formele contacten tussen het BUN-bestuur en BOS lopen via dit bestuurslid of diens plaatsvervanger, aldus de overeenkomst.
BOS-statuten
De BOS-statuten van 30 juni 1999 bepalen in artikel 2 dat de BUN de uitvoering van de haar verleende zendmachtiging delegeert aan de BOS.
In artikel 13 lid 4c wordt bepaald dat het BOS-bestuur uit tenminste 9 leden bestaat, waarvan ‘twee afgevaardigden van de BUN’.
‘Ver onder de maat’
Eén van die afgevaardigden die daarvoor met Niezing wordt gevraagd, is John Willemsens (namens werkgroep PR en Contacten BUN).
Hij vindt de omschrijving van zijn functie binnen het BOS-bestuur echter niet precies genoeg. Hij laat dit schriftelijk op 7 april 2000 aan dit bestuur weten.
‘Het was mij onduidelijk of de BUN toezicht op de BOS had, en op welk manier dat was geregeld. De toezichtmogelijkheden vond ik daarom ver onder de maat’, zegt Willemsens desgevraagd nu.
Daarom gaat hij niet in het BOS-bestuur zitten.
Geen bijzondere plaats
Op 11 april 2000 betwist BOS-voorzitter Hylkema dat de BUN-afgevaardigden binnen zijn BOS-bestuur een bijzondere plaats innemen.
Hij schrijft dat alle bestuursleden (gezamenlijk) het beleid van de BOS bepalen en bewaken. De bepalingen in artikel 3 (delegatieovereenkomst) en 13 (BOS-statuten) hebben volgens Hylkema alleen betrekking op de benoemingsprocedure.
Persoonlijke titel
Hylkema baseert zijn uitleg onder meer op de slotzin van artikel 3 van de delegatieovereenkomst: ‘De vertegenwoordigers van de BUN nemen deel aan het bestuur van de BOS zonder bindende lastgeving’.
Volgens hem nemen BUN-afgevaardigden zitting in het BOS-bestuur ‘zonder last of ruggespraak met een eventuele kring of groep waaruit men is voortgekomen’.
Hylkema concludeert: ze zitten daar ‘dus’ op persoonlijke titel. De beoogd BUN-afgevaardigde trekt zich daarop terug als aspirant-bestuurslid.
Zonder last(geving)
Deze lezing is in strijd met de binnen het recht gebruikelijke uitleg.
‘Zonder last(geving)’ betekent dat een vertegenwoordiger zich laat leiden door het algemeen belang, en zich niet verplicht vóór het uitbrengen van zijn stem te overleggen met de organisatie die hem afvaardigt.
Dit doet niets af aan de politieke, bestuurlijke en morele binding van vertegenwoordigers aan de afvaardigende organisatie.
Vetorecht
In zijn brief van 12 december 2012 aan het CvdM gaat Niezing uit van deze laatste lezing.
Hij benadrukt dat de delegatieovereenkomst uit 1999 de BUN-afgevaardigden in feite een vetorecht geeft, omdat bepaalde besluiten alleen met algemene stemmen kunnen worden genomen.
‘Het is van belang te weten dat in deze overeenkomst de beide BUN-gedelegeerden een veto-recht bezaten op drie terreinen: benoeming van de Directie, aanvraag en beheer van de zendmachtiging en goedkeuring van een jaarprogramma van de BOS-uitzendingen. Het was deze overeenkomst die mede ten grondslag lag aan Uw goedkeuring van onze aanvraag’, schrijft Niezing het CvdM.
Dit is geregeld in de artikelen 4 en 5 van de delegatieovereenkomst uit 1999.
Verzelfstandiging
Niezing uit nu tegenover het CvdM felle kritiek op de BUN, en stelt dat de BOS na zijn vertrek als voorzitter diverse pogingen onderneemt de bestuurlijke band met de BUN ‘door te snijden’.
‘Pogingen tot ‘verzelfstandiging’ van de BOS door de toenmalige directeur [Jean Karel Hylkema, red.] werden door u afgewezen, zijnde in strijd met de Omroepwet. Ik heb als bestuurslid van de BOS, toen mij een en ander ter ore kwam, bezwaar aangetekend’, aldus Niezing.
Zijn kritiek op de gang van zaken -hij verwijt de omroep ook ‘voortdurend mismanagement’- bracht Niezing tot aan zijn vertrek uit het BOS-bestuur naar voren, schrijft hij.
Hinderlijk
Zijn kritiek wordt hem niet in dank afgenomen: ‘Kennelijk heeft men de aanwezigheid van een BUN-bestuurder als hinderlijk ervaren, er werden steeds pogingen ondernomen hieraan een einde te maken.’
Omdat hij niet langer de verantwoording voor het BOS-beleid wil dragen, schrijft Niezing, verlaat hij op 22 maart 2006 het BOS-bestuur.
Niet lang na Niezing’s vertrek sluiten de BUN en de BOS een nieuwe delegatie-overeenkomst: die van 4 oktober 2008.
Geen wezenlijke verandering
BUN-voorzitter Varamitra (Theo Alkemade), BUN-bestuurslid Michel Dingarten en BOS-directeur Gertjan Mulder houden de BUN-ledenvergadering voor dat deze nieuwe overeenkomst geen wezenlijke verandering inhoudt.
Reden volgens voorzitter Varamitra: er heeft nooit een formele relatie tussen BUN en BOS bestaan.
‘Twee bestuursleden van de BUN wekt de schijn dat er toezicht is maar dat is niet werkelijk zo. Je geeft dus eigenlijk niets uit handen. De BUN heeft nooit een andere mogelijkheid gehad anders dan het intrekken van de licentie. Als je iets anders wilt ga je er iets aan toevoegen dat er nog niet is’, aldus Varamitra.
Vanaf dat moment stellen de directie en het bestuur van de BOS zich op het standpunt dat de boeddhistische omroep -materieel én formeel- volstrekte autonomie heeft verkregen.
Zij houden dit vol tot en met de hoorzitting van 13 december 2012.
Michel Dingarten
Michel Dingarten (1970) die als BUN-bestuurslid verantwoordelijk was voor de nieuwe delegatieovereenkomst, verlaat het BUN-bestuur op de dag dat deze overeenkomst wordt ondertekend: 4 oktober 2008.
Enkele maanden later (20 juli 2009) treedt hij toe tot het BOS-bestuur. Na het vertrek van Gijs ten Kate (2006-2010) volgt Dingarten hem op als BOS-voorzitter: 18 oktober 2010.
Verbazing
Niezing spreekt in zijn CvdM-brief zijn verbazing uit over het feit dat het CvdM de delegatieovereenkomst uit 2008 heeft geaccepteerd.
Omdat hij op dat moment geen enkele bemoeienis meer met de BUN en de BOS had, onthield hij zich destijds van commentaar, schrijft hij.
‘Nu er echter een hoorzitting moet worden gehouden om duidelijkheid over deze relatie te verschaffen wil ik niet nalaten u op de hoogte te stellen. Hopelijk draagt een en ander bij tot een verantwoorde beslissing’, aldus Niezing.
Lees ook
> Actueel – Cruciale hoorzitting voor BUN en BOS
> Analyse – Moet de BUN wel of niet CvdM betalen?
> Actueel – Einde BOS in zicht?
> Tijdlijn – BOS zet boeddhistische achterban op afstand
> Actueel – Belangenverstrengeling BOS-directeur Mulder
> Reconstructie – BOS bepaalt eigen koers alleen (vier delen)
> Reconstructie – Mandalaschool (1): Jean Karel Hylkema
> Tijdlijn – Bestuur en directie BUN – BOS (per 21-12-2012, pdf)
> Dohmen – Boeddhistische omroep: piepklein maar niet in salaris (NRC, 11-2-2004)
> BOS-bestuur – Verklaring aan de boeddhistische achterban n.a.v. Dohmen
> Dohmen – Riant salaris voor omroepbaas (NRC, 7-6-2007)
> Dohmen – Bij ons in Hilversum (NRC, 29-6-2009)
> Website Jean Karel Hylkema
> Website Babeth Vanloo
One Response to “BOS wilde altijd al zelfstandigheid”
Het voorgenomen toezicht op de BOS door de BUN-afgevaardigden vond ik inderdaad een wassen neus.
Wat bij mij de deur dichtdeed, was de uitspraak van Hylkema op 22 november 2000. Het zou niet mogelijk zijn om tenminste in het gehele eerste jaar een programmabeleid te voeren volgens alles wat wij tot dan hadden besproken en geregeld.
Dit laatste werd door Hylkema ineens afgedaan als niet meer dan iets dat wij ‘idealiter’ hadden gewild. Dit vond ik een volkomen onaanvaardbare gang van zaken.