• onafhankelijk • onderzoekend • opiniërend •

VU dringt aan op ‘professionalisering’ boeddhistische geestelijkheid

Halbe Zijlstra

Traditionele boeddhistische leraren voldoen niet aan de eisen die de samenleving stelt. Chaplains van een VU-seminarium moeten het ‘boeddhistisch geestelijk ambt’ professionaliseren.

Dit staat te lezen in de subsidie-aanvraag Bijzondere voorziening boeddhistische seminarium-opleiding en het Beroepsprofiel boeddhistisch chaplain, opgesteld door de VU in Amsterdam.

‘Traditiespecifieke’ boeddhistische geestelijken beschikken over onvoldoende kennis en kunde om de vraagstukken van de moderne, pluriforme Nederlandse samenleving adequaat te behandelen.

Dat is een actueel maatschappelijk probleem, stelt de VU, en een boeddhistisch seminarium is daarop het passende antwoord.

Boeddhistisch seminarium

Op 30 januari 2012 vroeg de VU het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) dan ook om een ‘bijzondere voorziening boeddhistische seminarium-opleiding’.

De Stichting Boeddhistische Zendende Instantie en de Faculteit der Godgeleerdheid richten dit seminarium in.

Het seminarium krijgt exclusief tot taak de voorgenomen eenjarige academische ambtsopleiding tot boeddhistisch chaplain (kapelaan, predikant, ‘huisgeestelijke’) vorm te geven.

René Smit en Wim Janse

Om deze plannen te kunnen financieren vragen René Smit, voorzitter van het College van Bestuur van de VU, en Wim Janse, decaan van de Faculteit der Godgeleerdheid, demissionair staatssecretaris Halbe Zijlstra (OCW) geld voor een ‘boeddhistische seminarium-opleiding’.

De mogelijkheid daartoe bestaat dankzij een brief van Zijlstra’s voorganger Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart (CDA) aan de Tweede Kamer van 2 juli 2010.

Bijzonder geval

Daarin schrijft Van Bijsterveldt in beginsel bereid te zijn aanvragen voor een nieuw seminarium in overweging te nemen, ‘maar slechts in bijzondere gevallen.’

Aangetoond moet worden, aldus Van Bijsterveldt, dat ‘het ambtsopleidingstraject niet of slechts beperkt kan worden aangeboden binnen het kader van een masteropleiding.’

De financiële bijdrage is tijdelijk, OCW heroverweegt na vijf jaar.

Aantal gelovigen

De subsidie kan bovendien alleen worden toegekend aan ‘geloofsovertuigingen met voldoende maatschappelijke erkenning en draagvlak.’

De hoogte van de ‘bijzondere vergoeding’ is afhankelijk van het aantal gelovigen in de desbetreffende geloofsrichting.

Maximaal

Op 31 mei 2012 honoreert Zijlstra de aanvraag van Smit en Janse.

Hij deelt hen mee dat hij hun onderbouwing van het aantal gelovige boeddhisten -door Smit en Janse geschat op 352.000 personen- onderschrijft.

Zijlstra kent het boeddhistisch seminarium daarom het maximale bedrag toe: € 260.000 per jaar (€ 1,3 miljoen voor vijf jaar).

Maatschappelijk belang

Behalve het draagvlak onderbouwen Smit en Janse ook het maatschappelijke belang van het stichten van het boeddhistisch seminarium en het instellen van het ambt van boeddhistisch chaplain.

Deze onderbouwing rust op een door de VU zelf vastgestelde noodzaak tot vernieuwing.

De geestelijke begeleiding van boeddhisten in Nederland is ‘nog steeds’, schrijven Smit en Janse, ‘gebaseerd op de voornaamste Aziatische boeddhistische tradities’.

Deze kennen hun eigen ‘geloofsgemeenschappen (sangha’s) en religieuze leiders die dienen als religieuze autoriteit, meditatie-instructeur, en geestelijk leraar.’

Sektarisch

Die boeddhistische geestelijken zijn ‘echter’ doorgaans niet academisch geschoold.

‘Hun kennis en expertise’, aldus Smit en Janse, ‘betreft vaak met name de eigen boeddhistische traditie, waardoor gemakkelijk een sektarisch perspectief ontstaat (“preken voor eigen parochie”)’.

Moderniteit en pluraliteit

‘Deze situatie vraagt om vemieuwing’, oordelen Smit en Janse.

‘Vanuit verschillende maatschappelijke velden ontstaat een behoefte aan boeddhistische professionals die niet alleen geworteld zijn in een oorspronkelijk Aziatische traditie, maar ook in staat zijn tot kritische reflectie op die eigen traditie en haar te benaderen binnen een context van moderniteit en pluraliteit.’

Onvoldoende toegerust

Smit en Janse zien hierin een probleem. Volgens hen zijn louter binnen de eigen boeddhistische traditie opgeleide geestelijken onvoldoende toegerust om te kunnen beantwoorden aan de eisen die de hedendaagse samenleving stelt.

Ter onderbouwing verwijzen Smit en Janse onder meer naar de ethische vraagstukken die het ‘moderne leven’ oproept voor ‘de hedendaagse Nederlandse boeddhist’: abortus, euthanasie, orgaandonatie, zorg voor ouders, gehandicapten, omgang met stervenden, vegetarisme.

Traditionele gezagsdragers

Daarnaast noemen ze ‘religieuze vraagstukken in de hedendaagse samenleving’: de relatie van de eigen boeddhistische traditie ten opzichte van andere boeddhistische tradities en andere religieuze tradities in het algemeen; ten opzichte van seculier en wetenschappelijk denken.

Deze kunnen naar het oordeel van Smit en Janse ‘niet langer afdoende worden begeleid door traditiespecifieke boeddhistische sensei’s, acharya’s of andere traditionele gezagsdragers.’

Grote behoefte

Er bestaat dan ook een ‘grote behoefte’ aan academisch geschoolde boeddhistische chaplains, aldus Smit en Janse.

Het onder hun verantwoordelijkheid opgestelde Beroepsprofiel boeddhistisch chaplain maakt duidelijk dat de VU daarbij niet alleen aan de functie van geestelijk verzorger denkt.

Religieus voorganger

De primaire taak van de VU-chaplains is die van religieus voorganger, als boeddhistisch equivalent van de predikant, dominee, rabbi, imam of pandit.

‘De hoofddoelstelling van het werk van de boeddhistisch chaplain is dat hij/zij op verzoek van een individuele boeddhist, een groep boeddhisten, een maatschappelijke of een religieuze organisatie leiding en begeleiding geeft aan religieuze activiteiten vanuit de boeddhistische traditie’, staat in het beroepsprofiel te lezen.

Begeleiden en vertegenwoordigen 

In concreto denkt de VU daarbij aan het begeleiden van boeddhistische meditatie; het uitvoeren en begeleiden van rituelen; begeleiding bij religieuze vraagstukken; ondersteuning bij ethische- en zingevingsvraagstukken; en ‘het vertegenwoordigen van het boeddhisme naar de brede Nederlandse samenleving’.

Voorbeeldfunctie

Aan de VU opgeleide chaplains moeten op verschillende manieren een voorbeeldfunctie vervullen.

Het beroepsprofiel noemt niet alleen het voorgaan in rituelen en het effect van hun eigen doen en laten, maar ook ‘de voorbeeldfunctie in de boeddhistische gemeenschap en zijn vertegenwoordigende functie vanuit die gemeenschap naar de bredere Nederlandse samenleving.’

Voldoende bagage

De eenjarige opleiding voorziet boeddhistische chaplains van voldoende inhoudelijke ‘bagage om een bepaald gezag te verwerven’.

Daardoor zijn zij in staat ‘op wetenschappelijk verantwoorde wijze en vanuit de eigen traditie een bijdrage te kunnen leveren aan de oplossing van de menselijke problemen waarmee de steeds globaler en complexer wordende maatschappij zich geconfronteerd ziet.’

Christendom

Hun ‘wetenschappelijke attitude’ en ‘academische vaardigheden’ geven afgestudeerden aan het seminarium het vermogen met diversiteit om te gaan en traditieoverstijgend te denken.

Daarnaast leren VU-chaplains omgaan met interreligieuze diversiteit, ‘met name met betrekking tot het christendom’, aldus het ambtsprofiel.

Het juiste licht

Zo stelt het boeddhistisch seminarium boeddhistische chaplains in staat, schrijven Smit en Janse, vernieuwing en traditie ‘in het juiste licht te plaatsen’.

Zij voorzien daarmee ‘in een in de samenleving levende behoefte aan kennis over het boeddhisme die zowel in de boeddhistische praktijk als het academische denken geworteld is.’

Als ‘professional’ zullen zij gezondheidsinstellingen, bijvoorbeeld, ‘met een traditieoverstijgend oog kunnen adviseren over de doctrinaire, rituele en liturgische achtergronden van boeddhistische (meditatie)beoefening.’

Sangha’s

Smit en Janse stellen vast dat boeddhistische leraren nu nog ‘intern’, bínnen hun geloofsgemeenschap worden opgeleid.

Zij verwachten dat steeds meer sangha’s boeddhistische leraren in spe ‘zullen aanmoedigen om naast hun sangha-opleiding ook de seminarie-opleiding te volgen.’

Professionalisering

Daar leren deze leraren dan omgaan met boeddhisten van andere denominaties, en de interreligieuze dialoog aan te gaan met vertegenwoordigers van andere religies.

‘Zo ontstaat een professionalisering van het boeddhistisch geestelijk ambt, en wordt het ook mogelijk om geschoolde vrijwilligers in te zetten,’ aldus Smit en Janse.

Lees ook

> Actueel – Trouw neemt cijfers kritiekloos over
> Actueel – Justitie: Kaski-onderzoek complex
> Actueel – Delegatie BZI nog steeds ongeldig
> VU – Aanvraag bijzondere voorziening boeddhistische seminarium-opleiding (30-1-2012, pdf)
> VU – Profiel boeddhistische ambtsopleiding (per 30-1-2012, pdf)
> Zijlstra – Bijzondere voorziening boeddhistische seminarium-opleiding (31-5-2012, pdf)
> Van Bijsterveldt – Brief inzake bijdrage ambtsopleidingen (2-7-2010, pdf)
> Kamercie OCW – vragen inzake de bijdrage van het Rijk aan ambtsopleidingen (25-11-2010, pdf)
> Joop Romeijn – De opleiding tot boeddhistische geestelijke verzorger (5-7-2012)

Geef een reactie