Trouw neemt cijfers kritiekloos over
Dagblad Trouw neemt in het bericht Hoe boeddhistisch wordt de boeddhistisch geestelijke verzorger? over de behoefte aan zorg van gedetineerde boeddhisten cijfers van het ministerie van Justitie kritiekloos over.
Het gaat om belangstellingspercentages die Trouw heeft gekregen van het ministerie van Justitie en Veiligheid, en niet heeft gecheckt. Het dagblad publiceerde het bericht 11 oktober 2012 in de krant en op de site.
Trouw schrijft dat ‘uit cijfers van het ministerie van justitie blijkt dat tussen de 2,5 en 3 procent van de gedetineerden die geestelijke bijstand willen, een beroep doet op de diensten van een boeddhistische geestelijk verzorger’.
Uit het artikel wordt niet duidelijk op welke bron Trouw deze vaststelling baseert.
Voorkeurspeiling
Onderzoeker Inge Henneken-Hordijk (Dienst Justitiële Inrichtingen, DJI) schrijft in Voorkeurspeiling Geestelijke Verzorging DJI: resultaten metingen 2008, 2009 en 2010 (2010) dat zij de omvang van ‘kleinere denominaties’ als het boeddhisme, hindoeïsme, jodendom en Grieks- of Russisch-orthodox niet heeft onderzocht.
‘De gekozen methode van de schriftelijke enquête onder een deel van de populatie is daarvoor niet toereikend, doordat de steekproef te kleine aantallen vangt. De resultaten van deze kleinere denominaties worden wel weergegeven, maar met dien verstande dat met de Minister op 5 december 2007 is afgesproken dat de formatie van deze stromingen voor de komende jaren tezamen op 9% is vastgesteld en 1% voor de Grieks- en Russisch-orthodoxe geestelijke verzorging is ondergebracht bij de katholieke en protestante geestelijke verzorging’, aldus het rapport.
Henneken-Hordijk stelt nadrukkelijk dat de drie peilingen ‘dus geen consequenties hebben voor de formatie van deze kleinere denominaties’.
Expliciete waarschuwing DJI
Een tabel in haar onderzoek waarin de eindresultaten van de behoefte aan geestelijke zorg worden weergegeven, voorziet de DJI-onderzoekster Henneken-Hordijk dan ook van een expliciete waarschuwing.
Er moet rekening worden gehouden, schrijft ze, ‘met het gegeven dat de kleine denominaties: Hindoe, Joods, Boeddhistisch, Grieks- of Russisch-orthodox en ‘overig’ in bestuurlijk overleg tezamen de facto zijn vastgesteld op 9%’.
Dit betekent dat de door Justitie gehanteerde belangstellingspercentages voor het boeddhisme (2,6 à 3 procent) niet op wetenschappelijk gefundeerd onderzoek maar op bestuurlijke afspraken rusten.
Zuiver speculatief
Trouw merkt terecht op dat de door ‘betrokkenen’ gesignaleerde ‘groei’ van de behoefte aan boeddhistische geestelijke verzorgers in ‘de jongste cijfers van het ministerie van Justitie en Veiligheid’ niet is terug te zien.
De door Justitie voor boeddhisten gebruikte percentages uit de voorkeurspeilingen betreffen een stelpost, geen onderzoeksresultaat.
Zonder verder onderbouwing maakt dit de uitlatingen van ‘betrokkenen’ over groei zuiver speculatief.
Onaannemelijk
De percentages van 2,5 à 3% die Trouw overneemt, zijn bovendien onaannemelijk in het licht van het wél verrichte onderzoek.
In 2005 bepaalde de Dienst Geestelijke Verzorging (onderdeel DJI) na onderzoek door het wetenschappelijk onderzoekscentrum Kaski (Radboud Universiteit) dat het boeddhisme als onderdeel van de ‘overige stromingen’ (boeddhisme, hindoeïsme, Servisch/Grieks orthodox en islamitisch) vanaf 2006 in aanmerking zou komen voor één procent van de formatieverdeling.
De geestelijke zorg aan gedetineerde boeddhisten komt ook uit de inspectierapporten van de Inspectie voor de Sanctietoepassing als een marginaal verschijnsel naar voren. De eerste vermelding van boeddhistische geestelijke verzorging in een penitentiaire inrichting dateert uit september 2007.
Verder toont het onderzoeksrapport Geestelijke Verzorging in detentie: visie van ingeslotenen op behoefte en aanbod (2010) van het Onderzoekscentrum Maatschappelijke Zorg (Omz) in Nijmegen aan dat de zorg aan gedetineerde boeddhisten een marginaal karakter heeft. Eén procent van de gevangenen noemt zichzelf boeddhist.
Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie.
Bij de DJI zijn momenteel zes parttime boeddhistische geestelijke verzorgers (4,8 fte) aangesteld.
Lees ook
> Actueel – Justitie: Kaski-onderzoek complex
> Commentaar – Trouw verstaat de tijdgeest niet
> Trouw – Hoe boeddhistisch wordt de boeddhistisch geestelijke verzorger?
> Trouw – Zen in de cel heeft zin
> Actueel: Geestelijke zorg boeddhisten marginaal
> Factcheck: Bestaat hulpverlening aan gedetineerde boeddhisten pas sinds 2004?
> Actueel: Eén procent gevangen is boeddhist
> DJI – Voorkeurspeiling geestelijke verzorging DJI (9-12-2010, pdf)
Geef een reactie