Delegatie BZI nog steeds ongeldig
BUN-voorzitter André Kalden ‘repareert’ de delegatieovereenkomst met de Stichting Boeddhistische Zendende Instantie (St. BZI) niet, maar voorziet deze van een nieuwe betekenis. Hiermee rechtvaardigt hij het instellen van een nieuwe religieuze functie.
Dit wordt duidelijk uit Kalden’s ‘nadere verklaring’ van 16 januari 2012 aan voorzitter Artho Jansen van de St. BZI.
Kalden’s brief is één van de bijlagen bij de VU-aanvraag van de ‘bijzondere voorziening boeddhistische seminarium-opleiding’ bij demissionair staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, OCW).
De brief moet de twijfel wegnemen die kennelijk bij de VU en vertegenwoordigers van OCW bestaat of de St. BZI wel voldoende mandaat heeft om als samenwerkingspartner te fungeren.
Kalden en bestuurslid-BZI-portefeuillehouder Bert Koopmanschap laten na de BUN-leden hierover te informeren.
Nieuwe ontwikkeling
Kalden schrijft over een ‘nieuwe ontwikkeling’ en een ‘gewijzigde situatie’ die om ‘helderheid’ vraagt.
Het ‘nieuwe’ aan de ontstane situatie is volgens hem dat de St. BZI tegenwoordig als partner fungeert in het verwezenlijken van een postdoctorale boedddhistische ambtsopleiding.
‘Deze ambtsopleiding leidt niet slechts op tot geestelijk verzorger, maar tot de veelomvattender functie van boeddhistisch ambtsdrager, de zogeheten chaplain.’
Met zijn brief wil Kalden de VU en het departement van OCW duidelijk maken dat het ‘vigerende mandaat’ aan de St. BZI onder de gewijzigde omstandigheden nog steeds van kracht is.
Vigerend mandaat
Of dat ‘vigerende mandaat’ daadwerkelijk tot stand is gekomen, is twijfelachtig.
Kalden verwijst naar de delegatieovereenkomst tussen BUN en St. BZI van 3 april 2009.
Die overeenkomst verwijst alleen naar de door Justitie verplicht gestelde opleiding tot ‘boeddhistisch geestelijke verzorger op universitair niveau’.
Serieus gebrek
Aan de delegatieovereenkomst uit 2009 kleeft een serieus gebrek: op het moment van ondertekening bestond de St. BZI nog niet.
Dit gebrek wordt door Kalden’s brief van 16 januari 2012 niet verholpen.
Kalden plaatst het verwezenlijken van een boeddhistische ambtsopleiding namelijk met terugwerkende kracht onder het regime van de oude, volgens hem ‘vigerende’ delegatieovereenkomst.
Twijfel
Het bestuur hoopt daarmee ‘elke mogelijke twijfel’ over het mandaat van de St. BZI weg te nemen. Het is ‘gaarne bereid’ eventuele ‘aanvullende twijfels’ weg te nemen.
Waaruit die ‘mogelijke’ en ‘aanvullende’ twijfel precies bestaan maakt het bestuur niet duidelijk.
Novum
Kalden noemt de ‘veelomvattender functie’ van boeddhistisch chaplain terecht een nieuwe ontwikkeling.
De functie van academisch gevormd boeddhistisch ambtsdrager of boeddhistisch chaplain is vergelijkbaar met die van een universitair geschoolde predikant, rabbijn, imam of pandit.
Binnen het boeddhisme vormt de komst van aan een boeddhistisch seminarium opgeleide religieuze functionarissen inderdaad een novum.
Wie Google raadpleegt vindt met de zoekwoorden “buddhist seminarium” wereldwijd nul resultaten.
Op de hoogte
Er wordt door de BUN van uit gegaan, schrijft Kalden, dat de BUN ‘regelmatig zal worden geïnformeerd over de ontwikkelingen. Zoals al is afgesproken kan dat via het bestuurslid dat de BZI als extra aandachtspunt in zijn portefeuille heeft.’
Wat de ambtsopleiding aangaat, belooft St. BZI-voorzitter Artho Jansen de BUN-leden in november 2011, zal de St. BZI ‘eenieder de komende tijd nauwgezet op de hoogte blijven houden van de komende ontwikkelingen betreffende dit alles’.
Of Jansen portefeuillehouder Bert Koopmanschap -zenleraar en wethouder te Bunnik- daadwerkelijk op de hoogte houdt is niet bekend. Wel staat vast dat Koopmanschap de BUN-leden niet informeert.
BUN-leden
Het BUN-bestuur -dat op 16 januari van dit jaar alleen uit Kalden en Koopmanschap bestond- informeert de leden niet over de brief van 16 januari 2012.
De inhoud ervan wordt de BUN-leden noch vooraf, noch achteraf bekend gemaakt. Ook de nieuwe, op deze brief gebaseerde nieuwe samenwerkingsovereenkomst van 31 maart 2012 ontvangen zij niet.
Het verzwijgen hiervan klemt temeer daar Kalden stelt dat er sprake is van een ‘nieuwe ontwikkeling’, ‘gewijzigde situatie’ en ‘veelomvattender functie’.
In feite heeft het bestuur de inhoud van de bestaande, niet-geldige delegatieovereenkomst buiten de leden om van een nieuwe betekenis voorzien.
Boeddhistische gemeenschap
Nergens blijkt dat de BUN de rest van de boeddhistische gemeenschap over het instellen van een boeddhistisch seminarium en de functie van boeddhistisch chaplain heeft geraadpleegd – of zelfs maar geïnformeerd.
Op haar site vermeldt de BUN het volgende: ‘Het boeddhisme kent geen centraal leergezag en dit gezag wordt dus ook niet door de BUN uitgeoefend.’
Voorzitter André Kalden en bestuurslid Bert Koopmanschap houden zich onbereikbaar voor commentaar.
Lees ook
> Actueel – BUN-bestuur ‘repareert’ contract Vrije Universiteit
> Kalden – Nadere verklaring BZI (16-1-2012, pdf)
> Tonny van Oosten – Integriteit heel belangrijk voor nieuwe wethouder (19-10-2011, pdf)
Geef een reactie