Trouw neemt weer cijfers kritiekloos over
Dagblad Trouw neemt in het bericht ‘Helemaal zen in je cel’ voor de tweede keer sinds 2012 ministeriële uitspraken over bestaande groei van behoefte aan geestelijke zorg van gedetineerde boeddhisten kritiekloos over.
Deze conclusie is te trekken uit navraag van • open boeddhisme • bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Op 23 februari 2013 schrijft verslaggeefster Dora Rovers (gespecialiseerd in spiritualiteit) van Dagblad Trouw (krant en website) met het ministerie als bron: ‘De behoefte aan boeddhistische bijstand is volgens de jongste peilingen van het ministerie gegroeid’.
Rovers legt niet uit waarop het ministerie deze groei baseert. Op 11 oktober 2012 schreef ze nog in Trouw (‘Zen in de cel heeft zin’) dat deze groei uit de jongste cijfers van het ministerie níet valt op te maken.
Woordvoerder Jaap van Oostveen (Justitie) verklaart tegenover • open boeddhisme • dat het ministerie zich wat deze groei betreft op het onderzoek Voorkeurspeiling Geestelijke Verzorging DJI: resultaten metingen 2008, 2009 en 2010 van Inge Henneken-Hordijk (Dienst Justitiële Inrichtingen, DJI) beroept.
Daarin wordt de behoefte aan zorg voor boedhistische gedetineerden vastgesteld op 2,6-3%.
De studie is op 9 december 2010 gepubliceerd. Sindsdien is geen nieuw onderzoek naar de behoefte aan geestelijke zorg van gedetineerde boeddhisten verricht, zo bevestigt het ministerie.
Trouw publiceerde op 11 oktober 2012 voor de eerste keer ministeriële cijfers over deze behoefte die de redactie niet had gecontroleerd.
De krant heeft voor het jongste artikel opnieuw verzuimd informatie te gebruiken die algemeen toegankelijk is, om daaraan in regulier journalistiek handwerk de ‘groei-conclusie’ van het ministerie te toetsen.
Niet onderzocht
Ministerieel onderzoekster Inge Henneken-Hordijk schrijft in haar studie dat zij de omvang van ‘kleinere denominaties’ als het boeddhisme, hindoeïsme, jodendom en Grieks- of Russisch-orthodox niet heeft onderzocht.
Dat komt doordat ‘de steekproef te kleine aantallen vangt’. Ze rept over het besluit van de toenmalig minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) op 5 december 2007.
Hij stelde toen het budget voor de formatie van geestelijke zorg in gevangenissen voor deze stromingen voor de komende jaren te zamen op 9% vast (de Grieks- en Russisch-orthodoxe geestelijke verzorging werd ondergebracht bij de katholieke en protestante geestelijke verzorging).
De onderzoekster stelt nadrukkelijk dat de drie peilingen ‘dus geen consequenties hebben voor de formatie van deze kleinere denominaties’.
Henneken-Hordijk waarschuwt in haar onderzoek dat de stelpost ‘9%’ op bestuurlijk overleg en dus niet op onderzoek is gebaseerd.
Daaruit volgt dat hetzelfde geldt voor de belangstellingspercentages voor het boeddhisme (2,6-3%) die Justitie hanteert.
Eerste keer
In het krantenartikel ‘Zen in de cel heeft zin’ (11 oktober 2012 ) nam Dagblad Trouw voor de eerste keer kritiekloos de ministeriële groei-cijfers over.
‘In de jongste cijfers van het ministerie van justitie en veiligheid is het nog niet terug te zien. Maar, zeggen betrokkenen: de behoefte aan boeddhistische geestelijk verzorgers in gevangenissen groeit’, schrijft ze.
Trouw publiceerde toen in de krant en op de site zonder controle de desbetreffende belangstellingspercentages.
De krant schreef dat ‘uit cijfers van het ministerie van Justitie blijkt dat tussen de 2,5 en 3 procent van de gedetineerden die geestelijke bijstand willen, een beroep doet op de diensten van een boeddhistische geestelijk verzorger’.
In het artikel stond geen bron voor de percentages vermeld. Rovers staaft haar beweringen met het opvoeren van betrokkenen; ze zegt niet wie dit zijn.
Wél verricht onderzoek
Het onderzoek naar de interesse van gedetineerden voor boeddhistische geestelijke zorg ontbreekt dus in het rapport Voorkeurspeiling. Justitie had voor de publicatie ervan in 2010 echter al beschikking over ander -in opdracht uitgevoerd-onderzoek, toegankelijk voor Trouw.
Het gaat daarbij om studies van twee Nijmeegse instituten.
In 2003 kwam het wetenschappelijk onderzoekscentrum Kaski (Radboud Universiteit, Nijmegen) met de studie Geestelijke verzorging in justitiële inrichtingen naar buiten (in opdracht van het ministerie).
In 2010 publiceerde het Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg (Omz, UMC St. Radboud, Nijmegen) het onderzoeksrapport Geestelijke Verzorging in detentie: visie van ingeslotenen op behoefte en aanbod (in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie).
Kaski en Omz
Op basis van het Kaski-rapport besluit Justitie dat het boeddhisme als onderdeel van de ‘overige stromingen’ (boeddhisme, hindoeïsme, Servisch/Grieks orthodox en islamitisch) vanaf 2006 in aanmerking komt voor één procent van de formatieverdeling.
Op de totale gedetineerdenpopulatie van 13.718 in 2006 (bron: Gevangeniswezen in getal 2006-2010, DJI, 2011) komt dit percentage neer op 137 gedetineerden.
De Omz-onderzoekers komen tot een soortgelijke kwalificatie: 1% van de gevangenen noemt zichzelf boeddhist. Op de totale populatie in 2010 (11.736) betreft dit 117 personen.
15% daling
Volgens het onderzoek van deze twee onafhankelijke instellingen is het aantal gedetineerden dat met het boeddhisme kan worden geassocieerd tussen 2006 en 2010, dus met 15% gedaald.
Onderzoek van • open boeddhisme • (analyse inspectierapporten van de toenmalige Inspectie voor de Sanctietoepassing, Justitie) toont een soortgelijke trend aan: de zorg aan gedetineerde boeddhisten is een marginaal verschijnsel.
De eerste vermelding van boeddhistische geestelijke verzorging in een penitentiaire inrichting stamt uit september 2007.
Trouw had dus met enig journalistiek handwerk de uitspraak van het ministerie kunnen toetsen en tot een andere conclusie kunnen komen: geen groei maar daling.
Het overnemen van het ministeriële cijfer is daarom louter speculatief.
Voorgeschiedenis
Behalve dat Trouw de onderzoeksresultaten van Kaski en Omz niet in haar publicatie heeft betrokken, heeft de redactie ook de voorgeschiedenis rondom de behoefte aan deze zorg buiten beschouwing gelaten.
De omvang is namelijk al vaker betwist: in NRC Handelsblad én in de Tweede Kamer.
Bovendien doen bij de DJI werkzame boeddhistische geestelijk verzorgers uitspraken over het wel of niet boeddhist-zijn van de gevangenen, en heeft het Humanistisch Verbond (HV) felle kritiek op de conclusies van de Voorkeurspeiling uit december 2010.
Ook had Trouw de mogelijkheid om uitlatingen van twee topambtenaren in de toetsing van de ministeriële cijfers te betrekken.
Wervend karakter
Uitlatingen van bij de DJI werkzame boeddhistische geestelijke verzorgers in 2008 maken duidelijk dat hun aanwezigheid en bezigheid binnen de penitentiaire inrichtingen vooral een wervend karakter hebben.
Zo stelt in een uitzending van BOS-radio (20 april 2008) toenmalig boeddhistische geestelijk verzorgster Caroline Hissink dat in de gevangenissen ‘niet veel mensen al boeddhist zijn als ze binnenkomen’. Ze zegt het bestaan van boeddhistische criminelen ‘een heel gek idee’ te vinden.
In dezelfde uitzending noemt het huidige hoofd van de Dienst Boeddhistisch Geestelijke Verzorging (DJI), Varamitra (Theo Alkemade), de behoefte aan boeddhistisch geestelijke verzorging een ‘steeds meer groeiende markt’.
‘We leven natuurlijk ook in een aanbodeconomie. Dus op het moment dat we dit gaan aanbieden gaat die vraag ook gewoon ontstaan. Dat is gewoon een gegeven’, aldus Varamitra.
Groeiscenario
Het toenmalige hoofd van de DJI, Peter van der Sande, gaat in 2008 uit van een groeiscenario. Hij schrijft daarover op 5 augustus een brief aan toenmalig minister Ernst Hirsch Balling (Justitie, CDA).
‘Als gevolg van de toename van het aantal gedetineerden uit landen waar het boeddhisme een belangrijke rol speelt (b.v. China) zal de vraag naar boeddhistische geestelijke verzorging waarschijnlijk toenemen. Daarnaast blijkt dat gedetineerden, voornamelijk zij die tot langere vrijheidsstraffen zijn veroordeeld, zich voor het boeddhisme gaan interesseren. Als gevolg van de steeds langere straffen die worden opgelegd, waaronder steeds meer levenslange gevangenisstraffen en de toenemende populatie van de long-stay afdelingen binnen de forensische zorg, bestaat de verwachting dat de vraag naar boeddhistische geestelijke verzorging ook zal toenemen bij gedetineerden of patiënten die niet van huis uit boeddhist zijn. De verwachting is dan ook dat, ondanks dat thans slechts kleine aantallen gedetineerden of patiënten een beroep doen op boeddhistische geestelijke verzorging, deze aantallen in de toekomst zullen toenemen’, aldus Van der Sande.
Onderbouwing ontbreekt
Van der Sande maakt nergens duidelijk waarop hij zijn verwachtingen baseert.
Op het moment van schrijven waren het DJI-rapport van Henneken-Hordijk en dat van Omz uit 2010 nog niet voltooid. Het Kaski-rapport uit 2003 rept er niet over. Nergens wordt duidelijk dat Van der Sande ander onderzoek heef laten verrichten om zijn beweringen te staven.
Van der Sande legt een rechtstreeks verband tussen de belangstelling voor boeddhisme en levenslange gevangenisstraf of het verblijf op long-stay afdelingen binnen de forensische zorg, maar hij maakt dit nergens aannemelijk.
Ook de verwachte toename van gedetineerden uit ‘landen waar het boeddhisme een belangrijke rol speelt’ wordt door Van der Sande niet onderbouwd.
Gevangeniswezen in getal
Deze toename valt niet op te maken uit het rapport Gevangeniswezen in getal 2006-2010 uit 2011). In tabel 5.3, ‘Populatie naar geboorteland 2006, 2008 en 2010′ (p. 27) komen Aziatische landen helemaal niet voor.
In deze tabel slaat de categorie ‘overig’ op alle landen in de wereld, behalve de tien in de tabel met naam genoemde.
Daaronder vallen dus ook ‘boeddhistische’ landen zoals China, Tibet, Japan, Sri Lanka, Thailand, Vietnam, Noord- en Zuid-Korea en Birma.
Het aantal ‘overige’ loopt vanaf 2006 (2.106) en 2008 (1.870) terug tot 1.819 in 2010. Dat laatste aantal komt neer op 15,5% van de totale gevangenispopulatie.
Dat het aantal ‘etnisch boeddhisten’ uit traditioneel boeddhistische landen significant toeneemt is in het licht van deze gegevens onaannemelijk.
In de radio-uitzending van de BOS (20 april 2008) zei Thea Bogers, hoofd Dienst Geestelijke Verzorging (DJI) daarentegen ‘geen signalen te hebben gekregen’ dat de vraag naar geestelijke verzorging van gedetineerde boeddhisten toeneemt.
Of de door Van der Sande in 2008 verwachte groei daadwerkelijk zichtbaar wordt is door de DJI nooit onderzocht.
Korting humanisten
Trouw had in het krantenartikel ‘Helemaal zen in je cel’ (23 februari 2013) de conclusie van de Voorkeurspeiling ook kunnen toetsen aan uitlatingen van (toenmalig) voorzitter Rein Zunderdorp van het Humanistisch Verbond.
Hij betitelt dit onderzoeksrapport in het artikel ‘Hulp in cel: meer imams, minder humanisten’ (NRC Handelsblad, 5 januari 2011) ‘misleidend’.
Hij maakt tegenover verslaggeefster Barbara Rijlaarsdam bezwaar tegen een korting van 40% op het budget van de Dienst Humanistische Geestelijke Verzorging, opgelegd door staatssecretaris Fred Teeven (Justitie, VVD).
Teeven baseerde zich bij dit besluit op de eigen Voorkeurspeiling.
Zunderdorp stelt dat het onderzoek van Omz heeft aangetoond dat 33% van de gevangenen niet religieus is. Van de geestelijke zorg die de DJI vanaf 2011 aanbiedt, is echter bijna 90% ‘religieus getint’.
Godsdiensten bevoordeeld
Zunderdorp’s voornaamste kritiek is dat de bij het DJI-onderzoek gebruikte vragenlijst godsdiensten bevoordeelt.
‘Humanistische verzorging staat ergens in het midden, zonder nadere toelichting. Veel gedetineerden weten niet dat dit de enige optie is voor een niet-godsdienstig gesprek. Ik vind het, gezien het relatief lage opleidingsniveau van gedetineerden, opvallend dat nog 12 procent ons eruit weet te pikken,’ aldus de HV-voorzitter.
Zunderdorp stelt voor nieuw onderzoek te laten verrichten. Gevangenen zouden daarbij eerst moeten kiezen tussen godsdienstig en niet-godsdienstig, en pas daarna voor een specifieke stroming.
Kamervragen SP
Trouw-verslaggeefster Dora Rovers heeft ook niet opgemerkt dat de Socialistische Partij (SP) over dit onderwerp kamervragen heeft gesteld.
Sharon Gesthuizen bevraagt staatssecretaris Teeven op 31 december 2010. Zij verwijst naar het Omz-rapport.
‘Bent u bekend met het onderzoek Geestelijke verzorging in detentie. Visie van ingeslotenen op behoefte en aanbod, waaruit blijkt dat een derde van de gedetineerden niet godsdienstig is en bovendien lang niet alle gelovige gedetineerden specifiek behoefte hebben aan godsdienstige geestelijke verzorging? Staan de conclusies van dit onderzoek niet haaks op uw maatregel om de humanistische geestelijke verzorging drastisch te korten?’ vraagt ze onder meer.
‘Veel preciezer beeld’
Teeven antwoordt op 28 januari 2011 dat hij het Omz-onderzoek kent. Hij houdt echter voet bij stuk. Volgens hem brengen de DJI-voorkeurspeilingen ‘veel preciezer in beeld’ welke voorkeur gedetineerden ‘daadwerkelijk’ uitspreken.
De reden is volgens Teeven dat Omz alleen heeft onderzocht óf gedetineerden behoefte hebben aan geestelijke verzorging, en of de door DJI aangeboden zorg ook aan de wensen van ingeslotenen voldoet.
Omdat de DJI expliciet heeft gevraagd ‘naar welk type denominatie’ de voorkeur van gedetineerden uit gaat, levert het eigen onderzoek een preciezer beeld op, zegt Teeven.
Hij ziet in de vragen van Gesthuizen geen aanleiding om tot een andere verdeling van het budget te komen.
Motie
Op 24 maart 2011 dienen de Tweede Kamerleden Gesthuizen en Rik Janssen namens de SP de motie (motie-Rik Janssen/Gesthuizen 29270, nr. 42) in.
Zij constateren daarin dat ‘twijfels bestaan over de betrouwbaarheid van de uitkomsten van de voorkeurspeiling onder gedetineerden’. Omdat uit deze DJI-voorkeurspeilingen niet blijkt dat humanistische geestelijke verzorging ‘niet-godsdienstige verzorging’ betekent, vragen zij de regering de korting op deze groep verzorgers terug te draaien.
Deze motie werd op 29 maart 2011 verworpen. Alleen de SP, de PvdD, GroenLinks en D66 stemden voor.
Samen met PvdA-kamerlid Lea Bouwmeester dient Gesthuizen nog een tweede motie in (motie-Bouwmeester/Gesthuizen 29270, nr. 47).
Gesthuizen en Bouwmeester verzoeken daarin de regering ‘in contact te treden met de onderzoekers van de Radboud Universiteit om duidelijkheid te krijgen over het aantal humanistische geestelijke verzorgers of andere geestelijke verzorgers zonder religieuze achtergrond dat nodig is’ en ‘te verzekeren dat elke gedetineerde de humanistische geestelijke verzorging krijgt die hij wenst’.
Deze motie werd verworpen op 29 maart 2011. Alleen de SP, de PvdD, de PvdA en GroenLinks stemden voor.
Lees ook
> Trouw – Hoe boeddhistisch wordt de boeddhistisch geestelijke verzorger?
> Trouw – Zen in de cel heeft zin
> Commentaar – Trouw verstaat de tijdgeest niet
> Actueel - Justitie: Kaski-onderzoek complex
> Actueel – Geestelijke zorg boeddhisten marginaal
> Factcheck – Bestaat hulpverlening aan gedetineerde boeddhisten pas sinds 2004?
> Actueel - Eén procent gevangen is boeddhist
> Tijdlijn – Justitie leidend in verzuiling boeddhisme
> Van der Sande: Nota erkenning BUN (5-8-2008, pdf)
> Kaski – Geestelijke verzorging in justitiële inrichtingen (september 2003, pdf)
> Omz – Geestelijke verzorging in detentie (2010, pdf)
> DJI – Voorkeurspeiling geestelijke verzorging DJI (9-12-2010, pdf)
> Teeven – Antwoord Kamervragen Sharon Gesthuyzen (28-1-2011, pdf)
> DJI – Gevangeniswezen in getal 2006-2010 (mei 2011, pdf)
Luister ook
> BOS – Opleiding boeddhistisch geestelijk verzorger (20-4-2008)
Geef een reactie