Een bewerking van de inaugurele rede van prof. Van der Braak stond in dagblad Trouw van afgelopen zaterdag. Een prettig betoog in het althans voor beoefenaars vertrouwd jargon.

Ik ben ook een sympathisant van de Kwan Yin gedachte. Ik zou echter niet stellen dat Kwan Yin “letterlijk handen tekort [komt] om alle levende wezens bij te staan”.

In mijn voorstelling zijn de gedaantes en de handen van Kwan Yin die de mensen bij zichzelf kunnen oproepen juist oneindig.

Kwan Yin vertegenwoordigt voor mij de alomtegenwoordigheid van het goede in de werkelijkheid en tegelijk de vooruitgang, wat wij in het advayavada-boeddhisme het vierde kenmerk van het bestaan noemen.