Lerarenraad: Smalle basis
Zestien sangha’s willen een lerarenraad instellen die richting geeft aan de ‘verdere ordening’ van het boeddhisme. Het draagvlak daarvoor is miniem.
Tijdens de BUN-ledenvergadering op 9 juni besloten de 16 aanwezige stemgerechtigde leden ‘unaniem’ tot het instellen van zo’n lerarenraad.
BUN-voorzitter André Kalden vindt dat deze raad een rol moet spelen in de ‘ordening’ van het Nederlands boeddhisme.
Wie kennis neemt van de feiten, moet vaststellen dat het draagvlak daarvoor klein is: in het licht van de recente geschiedenis rust het instellen van een lerarenraad door de BUN zowel feitelijk, principieel als moreel op een uiterst smalle basis.
Lotus Bloem
Het idee is niet van de BUN-leden zelf afkomstig: het is één van de aanbevelingen uit het zogeheten rapport Lotus Bloem.
De belangrijkste auteur van het rapport, hoogleraar natuurbeheer Matthijs Schouten (Wageningen UR), wordt door het bestuur gevraagd een ‘lerarenraad 0.1′ bijeen te roepen.
Opkomst
De verwachtingen voor de BUN-vergadering van 9 juni waren hooggespannen. In zijn nieuwsbrief van 5 mei schrijft Kalden dat de leden voor een ‘reality check‘, ‘centrale vraag’ en ‘fundamentele keuze’ staan.
Hij roept hen dan ook op aan te geven ‘waar u als lid met de BUN naartoe wilt, en vooral ook wat uw sangha zelf aan tijd en middelen voor het behalen van deze doelstellingen over heeft’.
Weinig leden geven aan Kalden’s oproep gehoor: van de 41 BUN-leden ontbreken er 25 (60%).
Kalden noemt het in zijn nieuwsbrief van 25 juni ‘verheugend’ dat de afwezige leden de ledenvergadering tegenwoordig afzeggen.
Matthijs Schouten
Ook de aangekondigde Schouten ontbreekt. Hij laat de presentatie van het eindverslag van de werkgroep Lotus Bloem op het laatste moment over aan het BUN-bestuur.
Als voorzitter van deze werkgroep meent Schouten dat zijn persoonlijke aanwezigheid de leden kan belemmeren in het bepalen van hun standpunt. Dit omdat hij tevens boeddhistisch leraar is.
Niet duidelijk is waarom Schouten zich niet vóóraf van dit probleem rekenschap heeft gegeven.
Essentieel besluit
In zijn nieuwsbrief van 25 juni noemt Kalden het voornemen een lerarenraad in te stellen ‘het meest essentiële besluit’ van de vergadering.
De uitgenodigde leraren moeten zelf aangeven welke rol zij in de ordening van het Nederlands boeddhisme willen spelen.
‘Het is een oproep van de sangha’s aan de leraren en sangha-oudsten om hen bij te staan in het met vallen en opstaan vormgeven van de verenigde sangha’s in Nederland, de BUN.’
Niet duidelijk is welke consequenties dit ‘vormgeven van de verenigde sangha’s’ door BUN-leraren heeft voor de boeddhistische gemeenschap als geheel.
Afzijdig
In een toelichting via het Boeddhistisch Dagblad op 25 juni noemt Kalden de namen van enkele kandidaat-leden van deze lerarenraad: Nico Tydeman, Jotika Hermsen, Matthijs Schouten, Han de Wit en Jiun Hogen.
Deze boeddhistische leraren staan allen aan het hoofd van een BUN-lid. Tot nu toe houden zij zich afzijdig. Het is niet duidelijk waarom zij de BUN tot nu toe niet hebben willen bijstaan.
Ook is niet duidelijk waarom deze leraren geen inbreng in de BUN zouden kunnen hebben via hun eigen sangha.
Juiste ordening
In een eerdere reactie via het Boeddhistisch Dagblad op 18 juni sprak Kalden over een ‘juiste ordening’. De nieuwsbrief van 25 juni maakt niet duidelijk wat hij precies met het ‘ordenen’ van boeddhisme bedoelt.
In een toelichting via het Boeddhistisch Dagblad op 25 juni legt Kalden uit dat mensen een dergelijke ordening nodig hebben om ‘in boeddhistische termen gesproken, het juiste te kunnen doen’.
Maatschappelijke orde
Deze ordening en het bijbehorende ‘juiste’ gedrag zijn volgens Kalden ‘niet van nature, en zeker niet vanzelfsprekend, aanwezig’.
Hoe dit ‘juiste gedrag’ en die ‘juiste ordening’ zich tot de maatschappelijke orde -met inbegrip van het recht, de democratie, beginselen van behoorlijk bestuur en dergelijke- verhouden, maakt Kalden niet duidelijk.
Het is ook niet bekend op welke bron Kalden zich beroept.
Centraal leergezag
Zijn woorden maken evenmin duidelijk waarom het de opdracht van de BUN is tot een ‘juiste ordening’ van het Nederlands boeddhisme te komen.
De statuten en doelstellingen van de unie zeggen daarover immers niets.
Op haar website meldt de BUN alleen dat het boeddhisme geen centraal leergezag kent, en dat dit gezag dus ook niet door de BUN wordt uitgeoefend.
Seculiere doelen
Haar incidentele inbreng in de interreligieuze dialoog daargelaten streeft de BUN als belangenvereniging in feite alleen nog seculiere doelen na.
Op religieus gebied onderneemt de BUN zelf niets meer. Sinds 1999 legt de unie zich vrijwel uitsluitend toe op het doen gelden van aanspraken op algemene middelen.
‘Beroepsboeddhisten’
Zo verwierf de BUN een zendmachtiging en de erkenning als zendende instantie voor de geestelijke zorg van enkele tientallen gedetineerde boeddhisten.
Door bemoeienis van de BUN heeft een klein aantal boeddhisten werk kunnen vinden bij publieke instellingen als de BOS en het ministerie van Justitie & Veiligheid.
Veelal aangeduid als ‘beroepsboeddhisten’ behoren zij tot de weinige Nederlanders die met boeddhisme (deels) in hun levensonderhoud kunnen voorzien.
Drie miljoen
Volgens een behoudende schatting van • open boeddhisme • kosten deze voorzieningen de overheid jaarlijks zeker drie miljoen euro.
De inkomsten van de BOS in 2011 bedroegen 2,1 miljoen euro. De dienst Boeddhistische Geestelijke verzorging telt naast het hoofd Varamitra (Theo Alkemade, oud-voorzitter van de BUN) zes geestelijke verzorgers met een deeltijd-aanstelling.
Dit bedrag neemt toe zodra de voorgenomen ambtsopleiding boeddhisme aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam) een feit is. De VU krijgt van staatssecretaris Halbe Zijlstra 2,6 miljoen euro om postdoctorale opleidingen voor hindoes en boeddhisten aan te kunnen bieden.
Verantwoordelijkheid
De afgelopen jaren werd duidelijk dat de BUN als organisatie nauwelijks is opgewassen tegen de maatschappelijke verantwoordelijkheid die deze verworvenheden meebrengen.
De betrokkenheid van de leden is daarvoor te klein, de financiële middelen van de BUN zijn daartoe ontoereikend.
Draagvlak
In 2007 oordeelde oud-voorzitter Jan Willem Houthoff dat het draagvlak onder de eigen leden zo gering is dat de BUN in feite geen bestaansrecht heeft.
Een met hulp van Kalden in 2010 opgestelde bestuursnota stelt dat de BUN óf haar ambities dringend moet bijstellen, óf op zoek moet gaan naar nieuwe geldmiddelen.
Deze zijn echter tot op heden niet gevonden.
Bestaansrecht
Op 5 mei 2012 wordt bekend dat topambtenaar Anca Ansink haar kandidatuur als BUN-bestuurslid intrekt.
Ansink houdt er rekening mee dat ‘aan een BUN, anders dan voor het beheren van een uitzendlicentie, geen behoefte is.’ Zij trekt daarmee het bestaansrecht van de BUN rechtstreeks in twijfel.
Huidig voorzitter Kalden interpreteert Ansink’s opmerking als de ‘centrale vraag’ waar de BUN voor staat.
Negatief
Vragen over het bestaansrecht zijn actueel omdat onderzoekscentrum Kaski (Radboud Universiteit) momenteel het functioneren van de BUN evalueert. Daarbij wordt speciaal gelet op de stabiliteit en continuïteit van de unie.
Op financieel vlak komt de BUN de afgelopen jaren negatief in het nieuws: in 2010 met de mislukte ‘boeddhistenpolis’ van Achmea, recent met de terugvordering en bestuurlijke boete van het Commissariaat voor de Media.
Het wegvallen van de polisprovisie (ruim 20.000 euro) slaat een gat van 80% in de begroting, het secretariaat wordt opgeheven. Het CvdM eist ruim een halve ton.
Kalden ontkent in het Boeddhistisch Dagblad dat het instellen van de lerarenraad het imago van de BUN moet oppoetsen.
Annalen BUN
Het idee van de lerarenraad duikt vaker in de annalen van de BUN op. In 2007 wordt al met het idee gespeeld.
Zo opperde BOS-directeur Gertjan Mulder toen tijdens een BUN-ledenvergadering de oprichting van zo’n raad.
‘Het zou een immens signaal naar de boeddhistische achterban en naar buiten toe zijn als we een sangha-overstijgende raad van ouderlingen instellen’, zegt hij.
Petitie
In 2009 onderschrijven enkele van de nu door André Kalden genoemde leraren (Jiun Hogen, Han de Wit) samen met andere boeddhisten een Verzoek om openheid en transparantie.
Deze ‘betrokken boeddhisten waaronder nestoren en tenoren van enige statuur’ willen van het BUN-bestuur inzage in alle bestuursstukken, inclusief de notulen van bestuursvergaderingen.
Het BUN-bestuur legt deze petitie tijdens de ledenvergadering van 14 november 2009 met instemming van de aanwezige leden volledig naast zich neer. De opstellers van de petitie krijgen nooit antwoord.
Risico
Er is geen reden om aan te nemen dat leraren die deel uitmaken van de lerarenraad als geestelijk hoofd van een BUN-lid afwijkende standpunten zullen innemen.
Het ligt ook niet voor de hand dat boeddhisten die deze BUN-leden tijdens ledenvergaderingen vertegenwoordigen zullen afwijken van het door hun eigen boeddhistische leraar ingenomen standpunt.
Zo bezien is het bijna onvermijdelijk dat de beraadslagingen van de lerarenraad in de plaats zullen komen van de beraadslagingen van de BUN-ledenvergadering.
Het risico dat de leden hun verantwoordelijkheid voor de besteding van miljoenen euro’s aan algemene middelen, zullen afschuiven op de lerarenraad is dan ook groot.
Daarmee dreigt het gezag van de ledenvergadering -binnen een vereniging het hoogste gezag- door de lerarenraad te worden uitgehold.
Lees ook
> Reconstructie: BOS (1): De Confrontatie
> Actueel: Financiële toekomst BUN ongewis
> Actueel: Oproep redden zendmachtiging
> Boeddhistisch Dagblad: ‘Lerarenraad kan belangrijke rol spelen bij ordening boeddhisme’
> Boeddhistisch Dagblad: ‘Zendmachtiging BOS loopt geen enkel gevaar’
> Verzoek om openheid en transparantie (8-11-2009, pdf)
> BUN: Notulen 14-11-2009 (pdf)

One Response to “Lerarenraad: Smalle basis”
In oktober 1999 (het Advayavada Buddhism Infocenter was toen nog van de partij) heeft de BUN een handig boekje uitgegeven met een beschrijving van de aangesloten groeperingen, hun specifieke uitgangspunten en activiteiten.