Georganiseerd Boeddhisme (4): Het Contactorgaan
Binnen het georganiseerde boeddhisme vormt de BUN een marginaal verschijnsel. Als contactorgaan voorziet ze nauwelijks in een behoefte, en haar effectiviteit is gering.
Dit is de uitkomst van een analyse van de plaats die de BUN inneemt binnen de Nederlandse boeddhistische gemeenschap.
De redactie van • open boeddhisme • maakt daarbij gebruik van door eigen onderzoek verkregen gegevens over het georganiseerde boeddhisme in Nederland.
Context
De context van de analyse wordt geleverd door de criteria die het ministerie van Justitie en Veiligheid hanteert om de geschiktheid van contactorganen van religieuze gemeenschappen te beoordelen.
Die -eenzijdig opgelegde- criteria geven betekenis aan de wens van het ministerie zich via één centraal, exclusief aangewezen contactorgaan tot de hele boeddhistische gemeenschap te verhouden.
Leidend in deze analyse is dan ook de vraag in hoeverre de BUN als centraal contactorgaan recht doet aan de heterogeniteit die het boeddhisme van oudsher kenmerkt, en die ook uit het onderzoek van • open boeddhisme • naar voren komt.
Tijdelijke erkenning
In 2008 wees minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie en Veiligheid) de BUN aan als formeel contactorgaan namens de boeddhistische gemeenschap.
Tegelijk erkent hij de BUN tijdelijk als zendende instantie voor de zorg aan boeddhistische gedetineerden.
Sindsdien bepaalt de BUN wie in aanmerking komt voor een ambtelijke aanstelling als geestelijke verzorger bij Justitie.
Evaluatie
Momenteel evalueert onderzoekscentrum Kaski (Radboud Universiteit) het functioneren van de BUN als zendende instantie.
De uitkomst van dit onderzoek bepaalt of de huidige erkenning al dan niet wordt verlengd.
Van die verlenging is onder meer de totstandkoming van een boeddhistische ambtsopleiding aan de Vrije Universiteit (Amsterdam) afhankelijk.
Objectief
Vóór het tot erkenning overging liet het ministerie na om de eigen beweringen van de BUN over haar relatie tot de boeddhistische gemeenschap kritisch te toetsen.
Het verplicht het Kaski nu de BUN te evalueren op criteria als de breedheid van de overkoepeling, toegankelijkheid, representativiteit, continuïteit en stabiliteit. Ook moet haar effectiviteit ten opzichte van de boeddhistische gemeenschap worden getoetst.
Deze voorwaarden staan in de erkenningsovereenkomst tussen BUN en Justitie uit 2008.
Sinds haar ontstaan is dit de eerste keer dat objectief, volgens een wetenschappelijke benadering, wordt getoetst of de BUN daadwerkelijk namens alle boeddhisten kan optreden.
Waarop is die claim gebaseerd? Hoe is de BUN eigenlijk ontstaan?
Uitnodiging
Op uitnodiging van de Europese Boeddhistische Unie richt een kleine groep boeddhisten in 1978 de stichting BUN op.
Deze profileert zich als samenwerkingsorganisatie van acht boeddhistische groeperingen.
Al na enkele jaren wordt de BUN vanwege een gebrek aan belangstelling en menskracht ‘in de sluimerstand’ gezet, schrijft Jacques den Boer in Tulpenboeddhisme (2007).
Weinig interesse
‘De vele nieuwe ‘boeddhisten’ waren over het algemeen druk bezig binnen hun eigen groepering. Voor andere activiteiten was weinig interesse, ook niet voor de BUN’, aldus Den Boer.
Dit komt overeen met de eerdere vaststelling van Victor van Gemert in Boeddhisme in Nederland: Overzicht van boeddhistische stromingen in Nederland en België (1990) dat ‘nogal wat centra weinig extern gericht zijn’.
Nieuw leven
Eind jaren ’80 neemt de algemene belangstelling voor boeddhisme onder het brede publiek gestaag toe. Begin 1989 telt Van Gemert in Nederland 32 boeddhistische centra.
De BUN wordt nieuw leven ingeblazen. Op 21 december 1990 verandert de Unie van een stichting met donateurs in een vereniging.
Doel van de nieuwe vereniging is de samenwerking, vertegenwoordiging en belangenbehartiging van leden te dienen.
Het ledental stijgt langzaam: in 1999 telt de BUN 25 leden.
Rechtsvorm
Is het hebben van een rechtsvorm en inschrijving in het Handelsregister doorslaggevend, dan neemt het aantal boeddhistische organisaties sinds 1989 met bijna 90 procent toe tot ruim 230.
Volgens datzelfde criterium stijgt het aantal organisaties dat is aangesloten bij de BUN, tussen 1999 en 2012 toe met ruim 40 procent.
Sangha’s en leraren
Nederland telt momenteel meer dan 420 lokale sangha’s, ongeveer de helft daarvan behoort tot de stroming zen.
In ons land zijn meer dan 320 boeddhistische leraren actief. Bijna honderd van hen werken op commerciële grondslag.
Ongeveer 17% (veertig) van de sangha’s mét rechtsvorm is lid van de BUN. Van álle lokale sangha’s -dus ook die zónder rechtsvorm- is hooguit 9% BUN-lid.
Rechtspersonen
Volgens de huidige statuten is het BUN-lidmaatschap alleen aan rechtspersonen voorbehouden.
Ook groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid kunnen tot het lidmaatschap worden toegelaten, mits zij één natuurlijke persoon aanwijzen als vertegenwoordiger.
Ongeacht hun grootte hebben alle leden in de ledenvergadering één stem.
BUN-leden
Van het huidige ledenbestand sloten zich 17 leden al voor 1999 aan bij BUN. Dat jaar telde de Unie 25 leden.
Sindsdien wierf de BUN 25 nieuwe leden. Negen leden zegden op.
Netwerk-sangha
Minder dan tien procent van alle lokale sangha’s is dus rechtstreeks bij de BUN betrokken.
Dit beeld is nog vertekend omdat BUN-leden vaak samen tot dezelfde netwerk-sangha behoren.
Landelijke of internationale organisaties zoals het International Zen Institute (twee), Lama Gangchen International (twee), Tibetaans Instituut (twee), Kanzeon (drie), Shambala (drie), Triratna (drie) en de Stichting Inzichts Meditatie (vier) hebben hierdoor in de ledenvergadering meer dan één stem.
Meeste centra
Worden de netwerk-sangha’s als één geheel beschouwd, dan dient het ledental van de BUN te worden bijgesteld tot hooguit dertig.
Toch presenteert de BUN zich op haar website als ‘de overkoepelende organisatie van de meeste boeddhistische centra in Nederland’ en als ‘onafhankelijk samenwerkingsverband van de meeste boeddhistische groeperingen en organisaties in Nederland’.
Deze beweringen stroken niet met de feiten.
Er is geen sprake van dat de BUN ‘de meeste’ boeddhistische groeperingen en organisaties vertegenwoordigt.
Afspiegeling
Het ledenbestand van de BUN vormt ook geen goede afspiegeling van het landelijke beeld dat het georganiseerde boeddhisme levert.
De landelijke verhouding tussen Tibetaans boeddhisme en zen, bijvoorbeeld, wordt binnen de BUN vrijwel omgedraaid.
Dit betekent dat het Tibetaans boeddhisme binnen de BUN landelijk gezien wordt oververtegenwoordigd, en het aandeel zen wordt ondervertegenwoordigd.
Ontbreken
De grote Nederlandse organisaties Zen.nl, met meer dan dertig vestigingen, is nooit lid geworden van de BUN.
Ook in Nederland aanwezige internationale organisaties zoals de True Buddha School, Sōka Gakkai, International Kadampa Buddhist Union en Vipassana Meditation, met vele honderden vestigingen wereldwijd, hebben zich nooit aangemeld als lid.
Commercie
De verhouding tussen commerciële en niet-commerciële organisaties wijkt eveneens af van het landelijke beeld.
De BUN telt vijf boeddhistische ondernemingen. Dit komt neer op 12,5% van de veertig organisaties die zijn ingeschreven in het Handelsregister.
Landelijk bedraagt het aantal ondernemingen dat zich met boeddhistische onderricht bezighoudt 43%.
Officieel aangesloten
Onderzoeker Paul Hek schrijft in Resultaten enquête boeddhisme in Nederland (2010) dat het aantal mensen (21.000) dat officieel bij een boeddhistische kerk of groepering is aangesloten ‘zeer laag’ is.
Eind 2010 stelde toenmalig bestuurslid Eva de Graaff dat de eigen achterban van de BUN uit hooguit 5.000 bij de leden aangesloten personen bestaat.
900.000 boeddhisten
Uit het onderzoek van Hek leidden BUN en BOS in hun laatste zendmachtigingsaanvraag (2009) af dat Nederland 900.000 boeddhisten telt.
Volgens hen vormt het boeddhisme daarmee de ‘grootste religieuze stroming in Nederland na het christendom en de derde levensbeschouwelijke stroming na het christendom en humanisme’.
Niet welkom
De 880.000 níet bij organisaties en groeperingen aangesloten boeddhisten zijn binnen de BUN niet welkom.
In 2009 besloot de BUN juist hen voortaan te weren.
Tot dat moment konden individuele boeddhisten nog donateur worden, met spreekrecht tijdens de ledenvergadering.
Beeld
In 2009 echter werd iedere verwijzing naar individuele boeddhisten uit de BUN-statuten geschrapt.
Sindsdien sluit de BUN hen categorisch uit van het lidmaatschap. Ze zijn niet langer welkom, zelfs niet als donateur.
De feiten daargelaten, het ledenbestand vormt zelfs geen goede afspiegeling van het beeld van de boeddhistische gemeenschap dat de BUN wekt.
Sluimerstand
Tegelijk raakt een toenemend aantal BUN-leden zelf in de sluimerstand. Zij spreken van vergrijzing, een tekort aan vrijwilligers en een gebrek aan belangstelling.
In november 2011 maakt het Leidse centrum Suiren-Ji bekend dat leraar Zeshin van der Plas met pensioen gaat.
Omdat geen opvolger is opgestaan sluit de tempel in Leiden in januari 2012 haar deuren.
De stichting Suiren-Ji blijft voorlopig bestaan. Wel werd deze onlangs van de BUN-ledenlijst verwijderd.
Vrienden
De Stichting Vrienden van het Boeddhisme (SVB), BUN-lid van het eerste uur, maakt begin 2012 bekend dat zij haar bijeenkomsten met donateurs voorgoed staakt.
De reden: vergrijzing van het bestuur en een gebrek aan mankracht en belangstelling.
Vietnamese Samenwerking
Ook de Stichting Vietnamese Boeddhistische Samenwerking Nederland (VSBN) is onlangs van de ledenlijst verdwenen.
De stichting vertegenwoordigt de ruwweg duizend Vietnamese boeddhisten die bij de Pagode Van Hanh in Nederhorst den Berg zijn aangesloten.
De VSBN nam sinds 2005 slechts één keer deel aan een BUN-vergadering, toen het haar beurt was vergaderruimte aan te bieden.
Opschorten
De VSBN is verbonden met de Stichting Leven in Aandacht. Dit BUN-lid laat de overige leden op 7 juli 2011 weten haar ‘actieve deelname’ aan de BUN op te schorten.
Het bestuur schrijft dat het de BUN aan kwaliteiten als ‘aandacht en begrip’ ontbreekt.
Dit past niet in haar streven naar de ‘daadwerkelijke toepassing van elementaire boeddhistische principes’. Begin 2013 beraadt het stichtingsbestuur zich opnieuw.
BUN-lid Stichting Sakya Thegchen Ling ziet sinds 2011 af van deelname aan ledenvergaderingen en beraadt zich tot 2013 op het lidmaatschap.
Etnisch boeddhisten
Door het terugtreden van de VSBN neemt de toch al geringe inbreng van zogeheten ‘etnisch boeddhisten’ binnen de BUN nog verder af.
Het enig andere etnisch boeddhistische lid is de Stichting Buddha’s Light International Association (BLIA), die de Fo Guang Shan tempel aan de Zeedijk in Amsterdam beheert.
Ook BLIA nam sinds 2005 aan maar één ledenvergadering deel. Ze weigerde van meet af aan contributie te betalen.
In feite is van een eigen inhoudelijke inbreng van etnisch boeddhisten in de besluit- en beleidsvorming binnen de BUN al jaren geen sprake.
Participatiegraad
Niet alleen de representativiteit, ook de betrokkenheid van BUN-leden laat dus te wensen over.
Opeenvolgende BUN-voorzitters drukken steevast hun zorg uit over de lage ‘participatiegraad’ onder de leden.
De presentielijsten tonen aan: het aantal leden dat ledenvergaderingen bezoekt neemt weliswaar toe, het aantal afwezige leden neemt sneller toe.
Risico’s
Het toelatingsbeleid van de BUN en de door Justitie aan haar toegankelijkheid gestelde eisen leveren risico’s op voor de continuïteit en stabiliteit van de BUN.
Dit komt bovenop de risico’s die door het wegvallen van 80% van haar inkomsten en de boete en terugvordering van ruim 50.000 euro door het Commissariaat van de Media ontstaan.
Winstoogmerk
De BUN heeft nooit onderscheid gemaakt tussen organisaties of groeperingen mét en zónder winstoogmerk.
Behalve kerkgenootschappen, stichtingen en verenigingen zijn de afgelopen jaren ook diverse eenmanszaken, een vennootschap onder firma en een maatschap zonder discussie toegelaten als lid.
Precedentwerking
Vanwege de precedentwerking kan de BUN zich nu niet meer verweren tegen het toetreden van commerciële sangha’s met een beroep op de rechtsvorm of het winstoogmerk.
Een voorbeeld: in 2005 werd de eenmanszaak Zensite/Zen.nl Eindhoven van toenmalig bestuurslid Wanda Sluyter toegelaten als lid.
Deze eenmanszaak maakt deel uit van Zen.nl, de commerciële ‘franchiseorganisatie’ van zenleraar Rients Ritskes.
Discriminatie
Melden ook de overige 33 lokale vestigingen van Zen.nl zich aan, dan kunnen de leden zich daartegen niet verzetten zonder zich aan (religieuze) discriminatie schuldig te maken.
Een actief lidmaatschap zou de franchiseorganisatie met 34 stemmen veel greep geven op een publieke omroep (de BOS), de Stichting Boeddhistische Zendende Instantie (BZI) voor de geestelijke zorg aan gedetineerde boeddhisten en de boeddhistische ambtsopleiding aan de VU.
Gezien Ritskes’ rechtstreekse betrokkenheid bij de Partij voor Geluk en zijn ambitieuze voornemens -Zen.nl moet in 2018 zeker vijftig vestigingen tellen, aldus de eigen web site- is dit een scenario.
Padma Ösel Ling
BUN-leden deden al eens eerder slechte ervaringen op met het verbod op (religieuze) discriminatie.
Kort voor het bezoek van de Dalai Lama in 2009 keerden enkele Tibetaans boeddhistische BUN-leden zich tegen het toetreden van Stichting Dharmacentrum Padma Ösel Ling als lid.
Dorje Shugden
De reden daarvoor is dat dit centrum de Dalai Lama’s persoonlijke afwijzing van het aanbidden van de godheid Dorje Shugden bewust naast zich neerlegt.
Over deze kwestie voeren Tibetaans boeddhistische geestelijken sinds het begin van de 20ste eeuw een verwoede, soms gewelddadige strijd.
Kennelijk realiseren deze leden zich niet dat zij al eerder een sangha hadden toegelaten die de Shugden-verering aanhangt: Lama Gangchen International Global Peace Association.
Representatief orgaan
Uiteindelijk staken de leden onder zware druk van het ministerie van Justitie in 2010 hun verzet tegen het toetreden van Padma Ösel Ling.
Weigering zou de BUN namelijk haar erkenning als zendende instantie kunnen kosten.
Als aangewezen ‘representatief orgaan’ behoort de BUN de religieuze beoefening en beleving van kandidaat-leden niet inhoudelijk te beoordelen, oordeelt Justitie.
Juridische implicaties
Voorzitter Artho Jansen van uitvoeringsorganisatie BZI wees de leden -met een afschrift aan Justitie- op de juridische implicaties van hun voornemen.
‘Een toetsing van een lidmaatschapsaanvraag op denominatief inhoudelijke argumenten is dientegevolge in de statuten en het huishoudelijk reglement van de BUN uitgesloten. Dit laatste mede op aangeven van Justitie, als voorwaarde om tot erkenning van de BUN door Justitie in aanmerking te kunnen komen,’ aldus Jansen.
Niet volgroeid
Bijna 35 jaar na haar oprichting stelt de zogeheten werkgroep Lotus Bloem in juni 2012 vast dat de BUN ‘nog niet is volgroeid’.
Volgens huidig BUN-voorzitter André Kalden zijn het bestuur en de leden van de BUN nog steeds ‘zoekend naar hoe wij het beste kunnen functioneren.’
Hij meent dat het boeddhisme in Nederland ‘ordening’ behoeft en dat de BUN daarin door tussenkomst van een lerarenraad moet helpen voorzien.
Geen boodschap
‘Het boeddhisme kent geen centraal leergezag en dit gezag wordt dus ook niet door de BUN uitgeoefend’, vermeldt de BUN-website.
Duidelijk is dat niet meer dan een fractie van alle lokale sangha’s en boeddhistische leraren zich in en door de BUN vertegenwoordigd weet.
Binnen de boeddhistische gemeenschap als geheel vormt de BUN een marginaal verschijnsel dat nauwelijks in een behoefte voorziet.
Het overgrote deel van de boeddhistische gemeenschap trekt zich van de opvattingen van de BUN over ordening van het boeddhisme niets aan, en hóeft daaraan ook geen boodschap te hebben.
In feite is de effectiviteit van de BUN ten opzichte van die gemeenschap daardoor verwaarloosbaar klein.
______________________________________________________________________________________
Dit is deel 4 uit een serie van vijf artikelen ‘Georganiseerd boeddhisme’, waarin wordt geanalyseerd hoe lokale boeddhistische sangha’s in Nederland vaste vorm aannemen.
Deel 1: De Sangha’s
Deel 2: Het Verdienmodel
Deel 3: De Leraren
Deel 4: Het Contactorgaan
Deel 5: De Beeldvorming
______________________________________________________________________________________
Lees ook
> Actueel: BUN: Georganiseerd boeddhisme
> Grafiek: Presentielijst ledenvergadering BUN 2005-2012
> Tijdlijn: Justitie leidend in verzuiling boeddhisme
> Analyse: Lerarenraad: Smalle basis
> Jansen & Boel – Besluitvorming Padma Ösel Ling (23-8-2009 – 08-03-2010, pdf)
> BUN – Notulen (2005-2012, pdf)
> Den Boer – Tulpenboeddhisme (18-11-2007, pdf)
Kijk ook
> Data: Overzicht 1 – Lokale boeddhistische sangha’s 1.4
> Data: Overzicht 2 – Boeddhistische leraren binnen lokale sangha’s 1.2
> Data: Diagram 1 – Georganiseerd boeddhisme naar stroming
> Data: Diagram 2 – Lokale sangha’s ingeschreven in het handelsregister
> Data: Diagram 3 – Lokale sangha’s naar winstoogmerk
> Data: Diagram 4-9 – Rechtsvormen per boeddhistische stroming
> Data: Diagram 10-11 – Regionale spreiding lokale sangha’s
> Data: Diagram 12 – Lokale sangha’s met ANBI-status naar stroming
One Response to “Georganiseerd Boeddhisme (4): Het Contactorgaan”
Schitterend!
Wie wil dit doen voor het boeddhisme in België?