Georganiseerd boeddhisme (2): Het Verdienmodel
Nederlandse boeddhisten slagen er niet in op traditionele wijze in hun levensonderhoud te voorzien. Ze proberen alternatieve ‘verdienmodellen’ uit, en lopen daarmee ook risico. Soms komt de rechter eraan te pas.
Bijna een vijfde (62) van het georganiseerde boeddhisme in Nederland kiest ervoor op commerciële grondslag te werken.
De wenselijkheid daarvan wordt door sommigen betwijfeld. Gevreesd wordt dat dit schade toebrengt aan de boeddhistische traditie als geheel.
Bedelnap
Anders dan Myanmar, Thailand of Laos kent Nederland geen boeddhistische monniken die met een bedelnap de ronde doen om samen hun dagelijkse kost in te zamelen.
Anders dan Japan, Tibet of India kent Nederland ook geen boeddhistische kloosters die door de eeuwen heen -dankzij de opbrengsten van het land en giften van lekenboeddhisten- hun eigen economie gaande houden.
Traditioneel verdienmodel
Nederland telt zeker 360 lokale sangha’s. Maar het boeddhisme is voor het traditionele ‘verdienmodel’ van de boeddhistische geestelijkheid nog steeds een te marginaal verschijnsel.
Lokale sangha’s en individuele boeddhistische leraren zoeken dan ook naar alternatieven om het continue doorgeven van boeddhistisch onderricht financieel mogelijk te maken.
Experimenteel
Al deze pogingen tezamen leiden tot een bonte verscheidenheid aan geldstromen, rechtsvormen en onderlinge financiële afhankelijkheden.
Veel constructies hebben een experimenteel karakter, bijvoorbeeld omdat niet is aangetoond dat deze ook op de lange duur levensvatbaar zijn.
Fiscale gevolgen
Maar ook omdat onduidelijk is hoe de Belastingdienst over het gekozen model zal oordelen.
De fiscale gevolgen voor zowel degene die financieel bijdraagt aan boeddhistisch onderricht als degene die deze bijdrage ontvangt zijn daardoor soms onzeker.
Rechter
Af en toe moet de rechter erbij komen. In 2003 verdiepte de Belastingkamer in ‘s-Hertogenbosch zich bijvoorbeeld in de fiscale aftrekbaarheid van contributiebetalingen aan een tibetaans boeddhistisch kerkgenootschap.
Een andere rechtbank moest in 2006 beoordelen of het onderricht van een boeddhistisch leraar waar een financiële vergoeding tegenover staat als vrijwilligerswerk kan worden opgevat.
Dana
Het winstoogmerk van boeddhistische ondernemingen staat op gespannen voet met de traditionele boeddhistische idee van dana of vrijgevigheid.
Thanissaro Bhikkhu schrijft daarover dat de historische Boeddha het onderwijzen en beoefenen van de dhamma (Skt. dharma) of boeddhistische leer bewust in de context van dana plaatste.
Zowel de gever als de ontvanger zijn daarbij gebaat.
Vrijheid
Door een (financiële) tegenprestatie te verlangen zien beiden zich beroofd van de gedeelde verantwoordelijkheid en het wederzijds vertrouwen zonder welke de beoefening van dana onmogelijk is – en daarmee van hun vrijheid.
Dat is geen zaak van ondergeschikt belang, meent Thanissaro Bhikkhu.
‘Wordt de cultuur van dana verstoord, dan verstoort dit de beoefening van Dhamma als geheel voor eeuwen. Willen we de cultuur van dana werkelijk naar het Westen brengen, dan moeten we ons ervan verzekeren dat we de beginselen die het tot een echte boeddhistische beoefening maken eerbiedigen. Dit betekent dat we de aan moderne fondsenwerving ontleende tactieken waarmee we retraitanten en boeddhisten aansporen tot vrijgevigheid achterwege moeten laten.’
Leken
Weinig in het boeddhisme geïnteresseerde Nederlanders (volgens onderzoeker Paul Hek 0,4 procent) sluiten zich formeel aan bij een boeddhistische groepering of kerk.
Verreweg de meeste Nederlandse boeddhisten die binnen de lokale sangha’s als leraar optreden zijn leek.
Zij maken geen deel uit van een nationale of internationale kloostergemeenschap, en worden daardoor dus ook niet financieel ondersteund.
Werkgelegenheid
De werkgelegenheid binnen de Nederlandse boeddhistische instellingen zelf is verwaarloosbaar klein.
Daarbuiten bestaat er momenteel voor enkele fte’s werkgelegenheid bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid, bij de Boeddhistische Omroep Stichting en (in de toekomst) bij de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Commercie
Tegelijk zijn commercie en boeddhisme in Nederland in hoge mate verweven.
Onderzoek van • open boeddhisme • toont aan dat ruim 17 procent van alle lokale boeddhistische sangha’s tot het bedrijfsleven behoort.
Afweging
Het is daarom aannemelijk dat de overheid, het bedrijfsleven en niet-boeddhisten meer bijdragen aan het inkomen van de boeddhistische geestelijkheid dan boeddhisten zelf.
Bovendien leidt dit ertoe dat de sangha’s ieder voor zich hun eigen juridische, financiële, commerciële en fiscale afwegingen maken.
Binnen de boeddhistische gemeenschap vindt over de haalbaarheid en wenselijkheid van de door lokale sangha’s gemaakte keuzes nauwelijks of geen discussie plaats.
Hierover ontstaat wel casuïstiek in de vorm van uitspraken van de rechter en de Belastingdienst.
Belastingkamer
In 2003 sprak de Belastingkamer van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch zich uit over de fiscale aftrekbaarheid van aan een boeddhistisch kerkgenootschap betaalde contributie.
Het kerkgenootschap stelt zich ten doel de tibetaans boeddhistische leer ‘gemeenschappelijk te bestuderen, te beoefenen en in de praktijk te brengen’.
Contributies
In het geding was of de betaalde contributie kan worden aangemerkt als gift in de zin van de Wet Inkomsten Belasting.
Daarvoor is onder meer van belang of met de betaling van boeddhistische cursussen op geld waardeerbare aanspraken ontstaan.
Meester-leerlingverhouding
De Belastingkamer meende dat de term ‘cursus’ doelt op religieus onderricht binnen de ‘meester-leerlingverhouding die kenmerkend is voor het boeddhistisch geloof’.
Vanwege dit religieuze of spirituele karakter kan niet gezegd worden dat het deelnemen aan een dergelijke cursus een op geld waardeerbare aanspraak inhoudt, oordeelde het Hof.
Het hele bedrag was daarom aftrekbaar als gift.
Inkomen
Dat de contributie voor de boeddhistische ‘leerling’ aftrekbaar is als gift betekent niet automatisch dat die betaling niet als inkomen van de ‘meester’ wordt aangemerkt.
Dat maakt een uitspraak van de Rechtbank ‘s-Gravenhage uit 2006 duidelijk.
Deze rechtzaak ging over het beroep dat een boeddhistisch leraar instelde tegen de afwijzing van zijn uitkeringsaanvraag.
Zijn boeddhistisch onderricht werd vanwege de economische waarde ervan aangemerkt als ‘werkzaamheid van productieve aard’.
Leraar
De eiser richtte in 1993 een stichting op die zich ten doel stelt de zenboeddhistische leer te bevorderen en boefenen, ‘en te komen tot de ontwikkeling van een school’.
De oprichtingsakte wees de eiser zelf aan als boeddhistisch leraar, maar sloot uit dat hem als oprichter uitkeringen zouden worden gedaan.
Mét zijn overlijden zou de doelstelling van de stichting ophouden te bestaan.
Uitkering
In 1999 verkreeg de stichting een pand in eigendom dat zij in gebruik nam als meditatieruimte, theehuis en woonruimte.
Omdat hij ‘al zijn tijd’ aan de stichting besteedde werd de bijstandsuitkering die de eiser sinds 1990 ontving op 1 november 2004 beëindigd.
‘Eiser is de centrale figuur van de Stichting, waarvan hij onbezoldigd de enige bestuurder is. Hij geeft trainingen en leidt de bijeenkomsten, maar hij doet ook onderhoudswerk aan het pand en verzorgt de public relations.’
Geen vrijwilligerswerk
Vanwege de wijze waarop hij deze bezigheden had vormgegeven en het ‘aanzienlijke tijdsbeslag’ dat ermee gemoeid was konden zijn bezigheden niet als vrijwilligerswerk worden opgevat.
In plaats daarvan werden ze aangemerkt als ‘werkzaamheden van productieve aard die in het maatschappelijke verkeer een economische waarde vertegenwoordigen’.
Nieuwe aanvraag
De eiser beschikte daardoor over een ‘fictief inkomen’ en had geen recht op bijstand.
Toen hij op 15 december 2004 opnieuw een bijstandsuitkering aanvroeg moest de eiser volgens de Rechtbank aannemelijk maken dat zijn omstandigheden waren gewijzigd.
Betaling
Meer specifiek moest hij aantonen dat zijn feitelijke bezigheden niet langer een economische waarde vertegenwoordigen als ‘werkzaamheden van productieve aard’.
De deelnemers aan cursussen en meditatiebijeenkomsten betaalden -afhankelijk van hun donateurschap- een vast bedrag of vrijwillige bijdrage.
‘Reeds op grond hiervan kan het leiden daarvan door eiser als een werkzaamheid van productieve aard worden aangemerkt’, oordeelde de Rechtbank.
Arbeidsovereenkomst
Of de stichting daadwerkelijk voor die productieve arbeid kan of wil betalen is niet van belang, vond de Rechtbank.
Wel oordeelde ze dat de stichting met deze boeddhistisch leraar een (deeltijd)arbeidsovereenkomst had kunnen aangaan.
ANBI
Zover bekend zijn dit de enige twee beslissingen waarin de rechter zich specifiek uitspreekt over met boeddhistisch onderricht gemoeide betalingen.
In 2008 trad voor de instellingen die de Belastingdienst aanmerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) een nieuwe regeling in werking.
Om erkend te worden als ANBI dient een organisatie aan specifieke voorwaarden op het vlak van bestuur en beleid, administratie, functiescheiding, integriteit en werkzaamheid in het algemeen belang te voldoen.
Fiscale voordelen
De ANBI-status levert zowel voor de gever als de ontvanger fiscale voordelen op.
Voor particulieren zijn giften aan een ANBI aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Giften van een vennootschap zijn in beginsel aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting.
Algemeen belang
Een ANBI hoeft geen erf- of schenkbelasting te betalen over erfenissen en schenkingen, míts daaraan geen voorwaarden zijn verbonden die afdoen aan het nagestreefde algemeen belang.
Uitkeringen die een ANBI doet in het algemene belang zijn vrijgesteld van schenkingsrecht.
Commerciële activiteiten
Ook instellingen die commerciële activiteiten verrichten kunnen als ANBI worden aangewezen.
Deze activiteiten moeten dan wel ondergeschikt zijn en van bijkomende aard. Bovendien moet de instelling de opbrengst ervan volledig inzetten voor het algemeen belang.
Sinds 1 januari 2008 hebben 59 van de 122 in het Handelsregister ingeschreven lokale boeddhistische sangha’s de ANBI-status verkregen.
Onderneming
Organisaties met winstoogmerk worden nooit als ANBI aangemerkt.
Betalingen voor boeddhistisch onderricht door ondernemingen (eenmanszaak, vennootschap onder firma, maatschap, besloten vennootschap enzovoorts) zijn daarom niet aftrekbaar als gift.
Opvallend is dat uit de online vermelding van lokale sangha’s niet altijd op te maken valt voor welke rechtsvorm en welk verdienmodel zij kiezen. De bestemming en fiscale consequenties van de betalingen zijn daardoor weinig inzichtelijk.
BTW
Naast de aftrekbaarheid zijn er ook andere aspecten waarmee boeddhistische organisaties rekening te houden hebben.
In beginsel moet iedere onderneming over haar producten en diensten Belasting over de Toegevoegde Waarde (BTW, ook wel omzetbelasting) rekenen.
Religieus onderricht is daarvan niet vrijgesteld.
Wel bestaat er ‘kleine ondernemersregeling’, voor ondernemingen met een kleine omzet. In enkele gevallen kunnen zij zelfs van BTW-betaling worden vrijgesteld.
Of verenigingen en stichtingen BTW moeten inhouden en afdragen hangt af van de specifieke situatie.
Belasting
Niet alleen organisaties met winstoogmerk zijn verplicht bij de Belastingdienst aangifte te doen van de met boeddhistisch onderricht behaalde omzet en winst.
Ook verenigingen, coöperaties en stichtingen met een onderneming kunnen verplicht zijn daarover vennootschapsbelasting te betalen.
Voor de Belastingdienst geeft niet de rechtsvorm van een lokale sangha de doorslag, maar de feitelijke bezigheden: gedraagt een organisatie zich als onderneming, dan wordt zij belast als onderneming.
______________________________________________________________________________________
Dit is deel 2 uit een serie van vijf artikelen ‘Georganiseerd boeddhisme’, waarin wordt geanalyseerd hoe lokale boeddhistische sangha’s in Nederland vaste vorm aannemen.
Deel 1: De Sangha’s
Deel 2: Het Verdienmodel
Deel 3: De Leraren
Deel 4: Het Contactorgaan
Deel 5: De Beeldvorming
______________________________________________________________________________________
Lees ook
> Actueel: Georganiseerd boeddhisme in kaart gebracht
> Thanissaro Bhikkhu – No Strings Attached: The Buddha’s Culture of Generosity
> Tracy Cochran (Tricycle): Dharma for Sale
> Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (LJN- AI0897) (2003, pdf)
> Rechtbank ‘s-Gravenhage (LJN- AY7486) (2006, pdf)
> Kamer van Koophandel – Schematische overzicht rechtsvormen (pdf)
> Belastingdienst: Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI)
Kijk ook
> Data: Overzicht 1 – Lokale boeddhistische sangha’s 1.4
> Data: Overzicht 2 – Boeddhistische leraren binnen lokale sangha’s 1.2
> Data: Diagram 1 – Georganiseerd boeddhisme naar stroming
> Data: Diagram 2 – Lokale sangha’s ingeschreven in het handelsregister
> Data: Diagram 3 – Lokale sangha’s naar winstoogmerk
> Data: Diagram 4-9 – Rechtsvormen per boeddhistische stroming
> Data: Diagram 10-11 – Regionale spreiding lokale sangha’s
> Data: Diagram 12 – Lokale sangha’s met ANBI-status naar stroming
Geef een reactie