• onafhankelijk • onderzoekend • opiniërend •

Georganiseerd boeddhisme (3): De Leraren

westerse leraren

De heterogeniteit van het boeddhisme in Azië is ook zichtbaar onder meer dan 250 leraren van lokale sangha’s in Nederland. Hun autonome, vooral op de eigen omgeving gerichte rol onttrekt zich aan sturing van buitenaf.

Het boeddhisme in Nederland neemt net als in Azië een verscheidenheid aan vormen aan.

Boeddhistische leraren en lokale sangha’s beslissen zelf hoe zij zich organiseren, en aan wie zij daarvoor verantwoording afleggen.

Heterogeniteit

Hoewel lokale sangha’s die tot de stroming zen behoren, de helft van de boeddhistische gemeenschap uitmaken, kenmerkt het Nederlands boeddhisme zich bovenal door heterogeniteit.

Dit wordt duidelijk uit de overzichten die de redactie van • open boeddhisme • samenstelt op basis van informatie die sangha’s en leraren online over zichzelf aanbieden.

Overzicht

Binnen de ruim 370 lokale Nederlandse sangha’s fungeren meer dan 250 personen als boeddhistisch leraar.

Uit Overzicht 2 – Binnen lokale sangha’s actieve boeddhistische leraren 1.0 wordt duidelijk met welke lokale sangha’s en (inter)nationale ‘moederorganisatie’ deze personen en sangha’s, formeel of informeel, verbonden zijn.

Traditionele rol

De in het overzicht genoemde personen worden als leraar aangemerkt omdat zij binnen hun sangha -net als de historische Boeddha- de traditionele rol van het persoonlijk doorgeven van boeddhistisch onderricht (ook wel dharma of dhamma) vervullen.

De groep of gemeenschap waarvan zij deel uitmaken wordt naar buiten als lokale sangha gepresenteerd, en verwelkomt nieuwe deelnemers, leden of klanten.

Verspreiding

Na het overlijden van de historische Boeddha -ruwweg 2.500 jaar geleden- verspreidde het boeddhisme zich vanuit India over heel Azië.

Dat proces organiseert zichzelf. Het boeddhisme kent geen centraal leergezag en is niet centraal georganiseerd. Boeddhisten worden niet centraal geregistreerd.

Er bestaat geen boeddhistisch equivalent van de katholieke kerk of paus.

Het onderlinge contact tussen verschillende boeddhistische stromingen en kloosterorden, zelfs bínnen specifieke tradities, is vrijblijvend.

Heterogeniteit

Tijdens en na die verspreiding is een oneindige variëteit aan (sub-)stromingen, kloosterorden, hiërarchische verhoudingen, leefregels, rituelen, praktische gebruiken en culturele uitingen ontstaan.

Zo nam het boeddhisme bij zijn receptie overal een lokale gedaante aan. De boeddhistische ideeën- en cultuurgeschiedenis is zelfs zo divers dat sommige leden van de gemeenschap elkaar nauwelijks als boeddhist zullen herkennen.

Zoals een Tibetaans gezegde luidt: ieder dal zijn eigen dharma.

Diversiteit

De diversiteit die het boeddhisme in Azië kenmerkt, vertoont zich ook in Nederland.

Naar etnische, culturele en religieuze herkomst, naar organisatie- en verdienmodel, naar rechtsvorm, en naar intellectuele, filosofische, meditatieve en praktische gerichtheid, verschillen lokale sangha’s in hoge mate van elkaar.

Leraren

Ook de samenstelling en achtergrond van de groep boeddhistische leraren is uiterst heterogeen.

Van de leraren is 62 procent man, 38 procent vrouw. De boeddhistische ‘geestelijkheid’ bestaat voor het grootste deel (meer dan 75 procent) uit leken van Nederlandse komaf.

Origine

Het overgrote deel van de uit Azië afkomstige leraren is van Tibetaanse origine: 42 (75 procent).

Daarnaast zijn de Nederlandse sangha’s verbonden met leraren uit India (1), Japan (5), Myanmar (1), Sri Lanka (1), Taiwan (3), Thailand (1) en Vietnam (2).

Nog geen 20 procent van de in Nederland actieve leraren behoort formeel tot een bestaande kloosterorde. Nog geen 10 procent van hen leeft celibatair.

Taak

De specifieke taken van de in het overzicht genoemde leraren lopen wijd uiteen. Velen gelden als primus inter pares: dat wil zeggen, als gevorderde student of ervaren collega.

Ze leiden bijvoorbeeld een wekelijkse meditatiegroep met vijf of tien deelnemers of begeleiden individuele sangha-leden bij zelfstudie en meditatie.

Anderen geven boeddhistisch onderricht en leiden formele rituelen en initiaties.

Dergelijke bijeenkomsten kunnen door tientallen, honderden en soms -denk daarbij aan de Dalai Lama- duizenden mensen worden bezocht.

Machtiging

Een kleine minderheid van de in Nederland actieve leraren is -veelal na een jarenlange opleiding te hebben doorlopen- formeel gemachtigd binnen de eigen, vaak eeuwenoude traditie als leraar op te treden.

Ze dragen titels zoals ‘geshe’, ‘acharya’, ‘sensei’ of ‘roshi’. In beginsel zijn zij daarmee onderworpen aan het binnen hun traditie geldende geestelijke gezag en toezicht.

Overleveringslijn

Traditioneel vestigen boeddhistische leraren hun gezag door aan te wijzen welke plaats zij innemen in de zogeheten lineage of ‘overleveringslijn’.

Idealiter kunnen zij het door hen ontvangen onderricht van leerling tot leraar -ook wel dharma-transmissie- langs een ononderbroken lijn terug herleiden tot leringen van de historische Boeddha zelf.

Op hun beurt doen leerlingen hetzelfde: ze wijzen op de betekenis van het door hen ontvangen onderricht door op de plaats van hún leraar in de overleveringslijn te wijzen.

Overlijden

Om die reden vervullen toonaangevende -vaak charismatische- boeddhistische leraren ook na hun overlijden een belangrijke rol binnen hun sangha.

Behalve als object van verering en bron van inspiratie dient hun nagedachtenis ook een normatief doel: hun nagedachtenis onderstreept het actuele spirituele gezag van hun leerlingen.

Identiteit

Zo stelt de herkomst van het doorgegeven onderricht boeddhistische leraren in staat hun religieuze identiteit en gezag lokaal te vestigen en uit te dragen.

Dat gebeurt ook in Nederland. Om hierop enig zicht te geven zijn reeds overleden leraren zoals Sayagyi U Ba Khin († 1971), Meester Taisen Deshimaru († 1982), Lama Yeshe († 1984), Chögyam Trungpa Rinpoche († 1987), Taizan Maezumi Rinpoche (†1995) en Khenpo Jigme Phuntsok († 2004) in het overzicht opgenomen.

Netwerk-sangha’s

Deze dynamiek is ook van belang omdat de (informele) invloed van sommige leraren langs deze weg soms verder reikt dan de rechtstreekse (formele) relatie met andere boeddhistische organisaties of leraren doet vermoeden.

In zekere zin ontstaan hiermee netwerk-sangha’s van informeel met elkaar verbonden leraren.

Ook dit is in Nederland zichtbaar. Een goed voorbeeld levert Genpo Merzel, verbonden met Kanzeon.nl en leerling van Taizan Maezumi Roshi.

Kanzeon.nl bestaat niet als organisatie: de eigenaar van de domeinnaam is een eenmanszaak.

Bonte verscheidenheid

Als informele koepel vertoont Kanzeon.nl een bonte verscheidenheid aan rechtsvormen: acht eenmanszaken, twee kerkgenootschappen, vier stichtingen en twee informele zen-groepen.

Alle op de website genoemde leraren hebben echter één ding gemeen.

Ze zijn allen leerling van Genpo Merzel (of zijn leerlingen) en herleiden allen hun overleveringslijn via Maezumi Roshi terug naar de boeddhistische oudheid.

Het hoeden van die geestelijke ‘nalatenschap’ is tegelijk hun gedeelde belang.

Westerse traditie

Er zijn in Nederland ook boeddhistische leraren die tot veel recentere, westerse tradities behoren.

Deze ontstaan de laatste decennia vooral omdat Aziatische leraren tijdens hun bezoek aan westerse landen lokale sangha’s stichten.

Ook komt het voor dat westerse boeddhisten na een langdurig verblijf in Azië na thuiskomst -al dan niet met goedvinden van hun leraar- een lokale sangha stichten.

Internationale organisatie

Bekende leraren zoals Thich Nath Hanh, Satya Narayan Goenka, Lama Thubten Zopa Rinpoche, Sakyong Mipham Rinpoche en Geshe Kelsang Gyatso richten zich primair op westerse bekeerlingen.

Hun sangha’s groeiden uit tot internationale organisaties met tientallen en zelfs honderden vestigingen wereldwijd.

De daarmee verbonden leraren zijn binnen hun lokale sangha in hoge mate autonoom, maar staan in beginsel wel onder leiding van de oprichter of het geestelijk hoofd van hun organisatie.

Voorbeelden van dergelijke organisaties in Nederland zijn onder meer Diamond Way Buddhism (12 lokale sangha’s), Federation for the Preservation of the Mahayana Tradition (7), International Kadampa Buddhist Union (6), International Zen Institute (21), Ligmincha (9), Shambala (8), Sōka Gakkai (6) en Triratna Buddhist Community (5).

Alleen

Nog weer andere leraren nemen de verantwoordelijkheid voor hun functie helemaal alleen op zich.

Zij behoren als leraar formeel niet tot een specifieke boeddhistische traditie en staan onder niemands rechtstreekse leiding of toezicht.

Sommigen sluiten zich aan bij een koepelorganisatie zoals de Stichting Inzichts Meditatie (SIM, 37 lokale sangha’s).

Andere leraren zijn helemaal niet met andere sangha’s of leraren verbonden, althans, niet zichtbaar: dit geldt voor ongeveer 70 lokale sangha’s (ofwel zo’n 28 procent).

In feite stichten zij hun eigen traditie.

Aanzien

Onder de in het overzicht genoemde leraren bevinden zich diverse geestelijken die binnen de boeddhistische gemeenschap in Azië in hoog aanzien staan: de 14e Dalai Lama, de 17e Karmapa, Daisaku Ikeda en Meester Hsing Yun bijvoorbeeld.

Hun volgelingen beschouwen hen vooral als geestelijk leider en bron van inspiratie. Zulke leraren bezoeken ons land echter zelden. Het komt vaker voor dat hun leerlingen naar het buitenland afreizen om hun leraar te ‘ontmoeten’.

Buiten het -vaak massaal- geven van boeddhistisch onderricht of initiaties hebben leraren van deze statuur vrijwel nooit persoonlijk contact met degenen die zich als hun volgeling beschouwen.

Verantwoordelijkheid

Gezaghebbende leraren uit Azië dragen naast hun rol als geestelijk leider vaak grote organisatorische, financiële en institutionele verantwoordelijkheden.

Dat geldt niet alleen voor de Dalai Lama.

Tibetaanse leraren zoals Sakya Trizin Rinpoche, Dagpo Rinpoche, Shamar Rinpoche en Dzogchen Rinpoche bijvoorbeeld staan tevens aan het hoofd van traditionele kloosterorden in India en Tibet.

Steunfonds

Vanwege de gespannen situatie in China en Tibet en de aanhoudende stroom vluchtelingen staan de kloosters in Tibet en India onder grote druk.

Dit verklaart waarom Tibetaans boeddhistische leraren -zelf meestal vluchteling- naast hun lokale sangha’s ook de aanzet geven tot daarmee (informeel) verbonden steunfondsen zoals de The Dagpo Educational Fund, Rigdzin Fonds, Dhön Den, Dolma en de Golog Support Foundation.

Voor hen is dit rechtsstreeks dienstbaar aan de toekomst van hun traditie.

Commercie

In de door • open boeddhisme • vergaarde informatie tekent zich een grote verwevenheid tussen commercie en boeddhisme in Nederland af.

Van de 209 momenteel in het Handelsregister ingeschreven lokale sangha’s kiest 34 procent voor een rechtsvorm met winstoogmerk.

Zo telt de boeddhistische gemeenschap tientallen leraren van lokale sangha’s die deel uitmaken van een eenmanszaak (65), vennootschap onder firma (8), maatschap (2) en besloten vennootschap (6).

Zen.nl

De boeddhistische ‘organisatie’ Zen.nl, opgericht door Rients Ritskes, bestaat in feite uit een conglomeraat van zeker twintig ondernemingen.

Dit zijn meest eenmanszaken die door zijn leerlingen zijn opgericht. Volgens welke criteria zij tot deze commerciële netwerk-sangha worden toegelaten valt uit de door Zen.nl geboden informatie niet op te maken.

Ook is niet duidelijk welke commerciële en financiële relaties tussen deze ondernemingen bestaan, en in welke zin Ritskes leiding geeft aan het geheel.

Belasting

Leraren die op commerciële basis werken bieden onder meer specifiek op het bedrijfsleven gerichte managementtrainingen en individuele coaching-trajecten aan.

Het is onduidelijk in hoeverre boeddhistische ondernemers de in verband met hun functie binnen lokale sangha’s ontvangen bedragen als inkomen aanmerken, en daarover inkomsten-, vennootschaps- en omzetbelasting betalen.

Autonomie

Boeddhistische ondernemers kennen net als de met oude tradities, internationale organisaties, koepelorganisaties en informele netwerk-sangha’s verbonden leraren een grote mate van autonomie.

Ook zij richten zich vooral naar hun zelfgekozen -of zelf gecreëerde- ‘boeddhistische habitat’ en niet naar de boeddhistische gemeenschap als geheel.

Externe beïnvloeding

In feite heeft de huidige receptie en institutionalisering van het georganiseerde boeddhisme in Nederland zich van meet af aan geheel aan kritische discussie en externe beïnvloeding onttrokken.

Van een serieus, inhoudelijk discours over de daarmee verbonden kwesties en risico’s tussen boeddhistische leraren in Nederland is de redactie van • open boeddhisme • niets gebleken.

______________________________________________________________________________________

Dit is deel 3 uit een serie van vijf artikelen ‘Georganiseerd boeddhisme’, waarin wordt geanalyseerd hoe lokale boeddhistische sangha’s in Nederland vaste vorm aannemen.

Deel 1: De Sangha’s
Deel 2: Het Verdienmodel
Deel 3: De Leraren
Deel 4: Het Contactorgaan
Deel 5: De Beeldvorming

______________________________________________________________________________________

Lees ook

> Geoffrey Samuel – Tibetan Buddhism as a World Religion
> The Great American Buddhist Teachers Council
> Andrew Rawlinson – Western Buddhist Teachers
> Open Letter – Conference of Western Buddhist Teachers

Kijk ook

> Data: Overzicht 1 – Lokale boeddhistische sangha’s 1.4
> Data: Overzicht 2 – Boeddhistische leraren binnen lokale sangha’s 1.2
> Data: Diagram 1 – Georganiseerd boeddhisme naar stroming
> Data: Diagram 2 – Lokale sangha’s ingeschreven in het handelsregister
> Data: Diagram 3 – Lokale sangha’s naar winstoogmerk
> Data: Diagram 4-9 – Rechtsvormen per boeddhistische stroming
> Data: Diagram 10-11 – Regionale spreiding lokale sangha’s
> Data: Diagram 12 – Lokale sangha’s met ANBI-status naar stroming

Geef een reactie