Onderzoek van • open boeddhisme • toont aan dat het bestuur van de BUN in maart 2011 overwoog de Boeddhistische Zendende Instantie (BZI) op te heffen. De redactie van • open boeddhisme • plaatst dat deel van de bestuursevaluatie uit 2011 dat ziet op de totstandkoming en voortzetting van de erkenning van de BUN als Boeddhistische Zendende Instantie (BZI) feitelijk en inhoudelijk in context.
Leeswijzer
Dit commentaar met de gegeven gerelateerde content dient als leeswijzer in een complexe kwestie. U kunt zo de belangrijkste vaststellingen en beweringen van het BUN-bestuur uit maart 2011 in hun onderlinge samenhang beoordelen. Bovendien maakt het dossier de toetsing van dit bestuursstandpunt aan objectief vast te stellen feiten en originele, onderliggende documenten mogelijk.
Citaten
In wat volgt worden opeenvolgende, gecursiveerde citaten uit de bestuursevaluatie die specifiek betrekking hebben op de totstandkoming van de BZI van commentaar en gerelateerde content voorzien.
____
‘Circa drie jaar geleden is door de toenmalige voorzitter van de BUN besloten om de boeddhistische geestelijke verzorging van justieel ingeslotenen te formaliseren binnen de overheid.’
Meer dan zes jaar geleden, op 1 maart 2006, verzocht toenmalig voorzitter Jan Willem Houthoff (2003-2007), rechter en vice-president van de rechtbank Zwolle, minister Piet Hein Donner (Justitie) de BUN formeel te erkennen als Boeddhistische Zendende Instantie (BZI). Zijn bestuur ging hiertoe eigenmachtig over, en verzweeg het verzoek tegenover de leden. Op 24 november 2008 werd de erkenning van de BUN een feit.
> Reconstructie: BUN-bestuur verzweeg cruciale feiten
____
‘De BUN is “contactorgaan inzake overheid” en heeft die erkenning wat gemakkelijker gekregen omdat de BOS al bestond.’
Het bestuur baseert deze vaststelling op zijn gesprek met Thea Bogers, hoofd Dienst Geestelijke Verzorging van de DJI, op 24 maart 2011. Bogers’ observatie wordt bevestigd door uitlatingen van DJI-hoofddirecteur Van der Sande.
In de Nota erkenning BUN schreef Van der Sande dat de representativiteit van de BUN door de DJI onnodig leek omdat het Commissariaat van de Media dit al had gedaan in het kader van de verlening van de BOS-zendmachtiging.
Van der Sande herhaalde dit in antwoord op vragen van niet-georganiseerde boeddhist Joop Romeijn. Verder zei hij dat een eigen representativiteitstoets per ministerie niet gebruikelijk is.
De eis van representativiteit omvat volgens de erkenningsovereenkomst ook nog andere toetsingscriteria zoals bijvoorbeeld de daadkracht ten opzichte van en het effect van de BUN op de boeddhistische gemeenschap in Nederland, en haar continuïteit en stabiliteit. Deze criteria zijn door het Commissariaat van de Media als zodanig niet onderzocht.
Volgens Van der Sande worden ook aan de inrichting en werkwijze van de BZI hoge eisen gesteld. De gang van zaken rondom de samenstelling van het BZI-bestuur, de zeer late oprichting van de BZI (april 2010), en de gebleken beperkte bestuurlijke draagkracht en instabiliteit van de BUN, met de kritische kanttekeningen vooraf van de juristen Houthoff en ‘t Hart leveren de aanwijzing dat Justitie heeft nagelaten zich vooraf grondig ervan te vergewissen of de BUN in staat zou zijn aan de eisen te voldoen.
> Van der Sande: Nota erkenning BUN (5-8-2008, pdf)
> Van der Sande: Uw brief d.d. 23 april 2009 (15-07-2009, pdf)
> Actueel: BUN wilde BZI opheffen
____
Lees ook
> Actueel: BUN wilde BZI opheffen
> Voortzetting BZI
> Relatie BUN-BZI
> Hoofd Boeddhistische Geestelijke Verzorging (BGV)
> • open boeddhisme • dossier BZI (29-03-2012, pdf)
Geef een reactie