BUN-bestuur verzweeg cruciale feiten
Het bestuur onder leiding van Jan Willem Houthoff, rechter en vice-president van de Rechtbank Zwolle, sloeg heimelijk een koers in die een eind maakte aan de unieke, wettelijk geregelde positie van de BUN over de geestelijke zorg aan boeddhistische gedetineerden.
Een reconstructie van • open boeddhisme • toont aan dat de BUN vanaf 2001 formeel overleg voerde met de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) over de wijze waarop deze zorg zou worden ingericht.
De uitkomst daarvan werd vastgelegd in een wettelijke regeling. Over dit laatste werden de leden van de Unie niet geïnformeerd.
De reconstructie laat verder zien hoe het BUN-bestuur in 2006 eigenmachtig tot een koerswijziging besloot. Het bestuur zette in op een proces van bureaucratisering dat boeddhistische geestelijke verzorgers een aanstelling als ambtenaar in dienst van DJI zou bezorgen.
De eerste die als ambtenaar werd aangesteld, was BUN-voorzitter Varamitra (Theo Alkemade). Hij werd buiten medeweten van de leden door de DJI aangesteld als Hoofd Dienst Boeddhistische Geestelijke Verzorging.
Sinds 2000
In zijn reactie op de Factcheck • open boeddhisme • Bestaat hulpverlening aan gedetineerde boeddhisten pas sinds 2004? laat voormalig boeddhistische geestelijke verzorger Eric Soyeux weten dat hij vanaf begin 2000 een gedetineerde boeddhist begeleidde.
Daarmee ondergraaft hij de bewering van de Dienst Boeddhistische Geestelijke Verzorging van de DJI en de BOS als zou de zorg voor boeddhistische gedetineerden pas in 2004 zijn begonnen.
NRC Handelsblad
Een artikel in NRC Handelsblad van 28 september 2000 van Rentsje de Gruyter ondersteunt Soyeux’ lezing.
De Gruyter schrijft dat een Turkse gevangene op 21 augustus 2000 tegenover de beklagcommissie van Penitentiare Inrichting Krimpen aan den IJssel met succes boeddhistische geestelijke verzorging had afgedwongen. Dit betekende dat Justitie de betaling van Soyeux op zich nam.
Het ministerie van Justitie nam de uitspraak meteen over, iets dat volgens haar zelden voorkomt.
Passende zorg
De beklagcommissie overwoog dat art. 41 van de Penitentiaire Beginselenwet directeuren verplicht gedetineerden geestelijke verzorging aan te bieden die zo goed mogelijk aansluit op hun godsdienst of levensbeschouwing.
De wijze waarop directeuren die plicht invullen, laat zich echter niet in algemene normen vatten, oordeelde de commissie.
Centrale Raad
De commissie vond dat in dit geval de directeur in Krimpen aan den IJssel aan zijn zorgplicht had voldaan. Tegen dát oordeel tekende de gevangene bezwaar aan bij de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing (nu Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming).
Hij voerde aan dat de praktische beoefening van boeddhisme door middel van meditatie een serene omgeving vereist waar men in alle rust kan mediteren.
Kamervragen PvdA
Vanwege het NRC-artikel stelde de PvdA op 10 oktober 2000 kamervragen aan minister Frits Korthals Altes ( Justitie). De fractie greep de geestelijke verzorging van boeddhistische gedetineerden aan om vragen te stellen over de islam.
‘Moet uit een perspublicatie worden geconcludeerd dat gevangenen die behoefte hebben aan boeddhistische verzorging, daarvoor dezelfde mogelijkheden krijgen als gedetineerden als van bijvoorbeeld katholieke of islamitische huize? Betekent dat er inmiddels een zendende instantie voor de islam tot standgekomen is?’
In zijn antwoord deelde de minister –ongemotiveerd– mee dat de DJI inderdaad had besloten boeddhisten voortaan dezelfde mogelijkheden te geven als gedetineerden met een hindoeïstische of islamitische levensovertuiging.
Uitspraak
Op 8 januari 2001 kwam de Centrale Raad met zijn oordeel in de zaak van Turkse gevangene. De raad wees zijn eis voor een eigen meditatieruimte af. De directeur van zijn inrichting was immers zijn zorgplicht nagekomen: hij had alles gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verwacht.
Hij zou met het ministerie van Justitie praten over een passende financiële vergoeding, hij stemde in met maximaal één bezoek per week in een daartoe bestemde spreekkamer.
Joest ‘t Hart
Kort na het vonnis van de Centrale Raad trad het ministerie van Justitie in overleg met strafrechtjurist prof. Joest ‘t Hart. Deze gaf, zo liet hij via • open boeddhisme • weten, als bestuurslid van de BUN van 2001 tot en met 2004 leiding aan een werkgroep geestelijke verzorging.
‘t Hart kreeg bij zijn benoeming als bestuurslid op 24 november 2001 van de BUN-leden opdracht zich met deze verzorging bezig te houden. Zelf benadrukte hij dat de coördinatie van de geestelijke bijstand nog maar net speelde en dat het allemaal een zeer bescheiden aangelegenheid was.
Ook zei hij de leden dat hij vanuit zijn werk goede ingangen bij Justitie had. Hij noemde dit belangrijk omdat ‘op een delicaat terrein als het gevangeniswezen het vertrouwen van Justitie vaak doorslaggevend is.’
Inhoudelijke waarborg
De gespreksverslagen en rapportages uit die beginjaren tonen aan dat ‘t Hart zich sterk maakte voor de inhoudelijke kwaliteit van de geestelijke verzorging. Er mocht toen een verwaarloosbaar klein aantal boeddhisten in de cel zitten,’t Hart wilde hun verzorging zo goed mogelijk waarborgen.
Daartoe stelde de Unie een lijst van drie à vier geestelijke verzorgers op die naar het oordeel van de werkgroep afkomstig waren uit betrouwbare boeddhistische sangha’s (gemeenschapppen). ‘t Hart sprak af dat de DJI voortaan alleen door de BUN voorgedragen boeddhisten als geestelijke verzorger aan zou wijzen.
Nebahat Albayrak
Toenmalig staatssecretaris Nebahat Albayrak (Justitie) formaliseerde deze rol op 20 april 2007. Zij voegde aan de bestaande wettelijke regeling een uitzonderingsbepaling toe.
De BUN kreeg als vertegenwoordigster van de boeddhistische gemeenschap het alleenrecht om boeddhisten zonder universitair diploma voor te dragen als geestelijke verzorger.
In de ogen van de staatssecretaris was het boeddhisme de enige religieuze stroming voor wie deze uitzondering op de functie-eisen moet worden gemaakt.
Traditionele geestelijken
Hoe en waarom Albayrak tot haar besluit kwam, is onduidelijk. Feit is wel dat de door haar ingestelde wettelijke regeling nauw aansluit bij het door de BUN onder leiding van Joest ‘t Hart ontwikkelde beleid.
Dat is van centraal belang omdat de boeddhistische traditie geen universitaire ambtsopleiding kent. Wordt van iedere geestelijke verzorger een academisch diploma geëist, dan sluit men traditioneel opgeleide boeddhistische geestelijken daarmee in feite uit.
Dit werkt vooral, maar niet uitsluitend, in het nadeel van gedetineerde boeddhisten van Aziatische afkomst, omdat juist zij hechten aan deze traditionele achtergrond en autorisatie van de geestelijkheid.
Jan Willem Houthoff
Na het aftreden van ’t Hart in april 2004 veranderde het BUN-bestuur van samenstelling, en begint een lange zoektocht naar geld voor een ‘bureau’. Blijkens de notulen wordt vanaf dat moment, op een boekenproject na, binnen de BUN-gelederen inhoudelijk met geen woord meer gerept over het beleid inzake de geestelijke verzorging.
BUN-voorzitter Jan Willem Houthoff, rechter en vice-president van de Rechtbank Zwolle, verzoekt op 1 maart 2006, ogenschijnlijk uit het niets, minister Piet Hein Donner (Justitie) de BUN formeel te erkennen als ‘zendende instantie’. De leden van de Unie waren van dit verzoek vooraf niet op de hoogte.
In de algemene ledenvergadering van 8 april 2006 deelt Houthoff de leden mee dat de BUN de mogelijkheden onderzoekt of zo’n erkenning binnen is te halen. Hij vermeldt niet dat minister Donner zijn formele verzoek toen al in behandeling had genomen.
Nieuwe wending
Met dit verzoek om erkenning geeft het bestuur de inbreng van de BUN in het organiseren van geestelijke verzorging voor boeddhistische gedetineerden eigenmachtig een nieuwe wending. Dit moest de voordracht van deze groep verzorgers van een ambtelijke kleilaag voorzien.
Het Houthoff-bestuur verzweeg tegenover de leden niet alleen het verzoek om erkenning. Het lichtte de leden ook niet in over de uitzonderingsbepaling van staatssecretaris Albayrak. Deze werd één dag voordat Houthoff op 21 april 2007 zijn voorzitterschap overdroeg aan Varamitra, van kracht.
Eind aan unieke positie
Dit verzwijgen is relevant en actueel. De DJI maakte mèt deze erkenning die Varamitra op 24 november 2008 ondertekende, een eind aan de unieke positie die de BUN dankzij Albayrak had verworven.
De erkenning is vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst tussen de BUN en de DJI. Daarin wordt explicitiet een relatie gelegd tussen de voortzetting van de samenwerking en de realisatie van een academische ambtsopleiding. Deze moest binnen drie jaar een feit zijn. Echter, deze opleiding is er nog niet.
Sinds november 2008 dienen alle boeddhistische geestelijke verzorgers zich via een academische ambtsopleiding voor een ambtelijke aanstelling bij de DJI te kwalificeren. Dit sluit de overgrote meerderheid van alle binnen de boeddhistische traditie zelf opgeleide geestelijken uit.
Varamitra
Deze functie-eis gold niet voor Varamitra. Hij deelde de leden van de BUN op 8 februari 2009 mee dat hij door de DJI was aangesteld als Hoofd Dienst Boeddhistische Geestelijke Verzorging.
Een gespreksverslag van BUN-voorzitter Richard de Jongh van 20 maart 2011 (in het bezit van • open boeddhisme •) toont aan dat Varamitra’s aanstelling als ambtenaar tot stand kwam zonder dat andere kandidaten kennis hadden kunnen nemen van de vacature.
Voordracht ‘BZI’
Varamitra werd –buiten medeweten van de BUN-leden– voor deze functie voorgedragen door het ‘bestuur’ van de toen nog niet opgerichte ‘stichting’ Boeddhistische Zendende Instantie, de BZI.
Dit ‘bestuur’ bestond uit Artho Jansen (een van Varamitra’s leerlingen bij Boeddhistisch Centrum Haaglanden), Jean Karel Hylkema (bestuurslid BUN, verantwoordelijk voor het verzoek om erkenning) en Gertjan Mulder (algemeen directeur, bestuurslid BOS).
Thea Bogers (Hoofd Dienst Geestelijke Verzorging DJI) ging met deze procedure en voordracht akkoord, waarna Varamitra’s aanstelling op 1 februari 2009 een feit werd.
Lees ook
> Factcheck: Bestaat hulpverlezing aan gedetineerde boeddhisten pas sinds 2004?
> De Gruyter – Voortaan ook boeddhistische hulp in cel (28-9-2000, pdf)
> Vragen Belinfante en Zijlstra boeddhistische verzorging van gevangenen (10-10-2000, pdf)
> Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing: Uitspraak 8-1-2001 (pdf)
> Houthoff – Verzoek op erkenning BUN (1-3-2006, pdf)
> BUN – Notulen ALV 8-04-2006 (pdf)
> Regeling geestelijke verzorging hindoes, moslims en boeddhisten (geldend per 16-3-2012, pdf)
> DJI-BUN – Erkenningsovereenkomst (24-11-2008, pdf)
> Dienst Boeddhistische Geestelijke Verzorging
Kijk ook
> Film: Ondertekening erkenning BUN als zendende instantie (24-11-2008, pdf)
Geef een reactie