• onafhankelijk • onderzoekend • opiniërend •

De dalai lama in Nederland (3): Intellectueel en icoon

Dalai Lama in India (2013)

De afgelopen decennia veranderde de dalai lama in een icoon. Hij wordt wereldwijd als boegbeeld van het boeddhisme gezien. Hij is (co-)auteur van honderden boeken, enkele daarvan prijken op bestsellerlijsten. Hij trekt overal duizenden belangstellenden, nieuwsmedia volgen hem op de voet. Zijn uitspraken veranderen in krantenkoppen. De dalai lama ontving de Nobelprijs voor de Vrede en werd gelauwerd door het Amerikaanse congres en de Templeton Foundation. Hem zijn talrijke eredoctoraten toegekend. Time Magazine rekende de dalai lama in 2004, 2005 en 2008 tot de 100 invloedrijkste personen ter wereld. Het kan zonder overdrijving worden gesteld: hij is een van de meest toonaangevende intellectuelen van onze tijd.

De dalai lama’s boeken bevatten een overvloed aan biografische details. Zijn levensverhaal is talloze malen herhaald, in woord en beeld: denk aan blockbusters als Seven Years in Tibet (1997) met Brad Pitt en Kundun (1997) van Martin Scorsese. Echter, een samenhangende, diepgaande intellectuele biografie van de dalai lama ontbreekt. Wie zich een beeld wil vormen van zijn manier van denken moet dat op eigen kracht doen, op basis van een allegaartje aan informatie uit een verscheidenheid aan bronnen.

Ongrijpbare denker

Academici hebben de dalai lama’s originaliteit als hedendaags boeddhistisch filosoof nog amper ontdekt, er is vrijwel niets bekend over de ontwikkeling van zijn denken in de tijd. Niemand weet hoe de westerse wetenschap en moderniteit de dalai lama precies beïnvloeden. Waarom hij hardnekkig vasthoudt aan bepaalde traditionele ideeën en aloude praktijken, is onduidelijk. Behalve de Chinese machthebbers – die van hem een karikatuur schetsen – durft vrijwel niemand de opvattingen van de dalai lama openlijk te bekritiseren. De dalai lama behoort niet alleen tot de meest invloedrijke intellectuelen, hij is ook een van meest ongrijpbare denkers ter wereld.

De dalai lama is meer geliefd dan gekend, en dit heeft allerlei consequenties. Zonder nader onderzoek valt niet te beoordelen of de dalai lama’s zelfpresentatie in het Westen  – zijn publieke persona – orthodox of heterodox, behoudend of vrijzinnig, partijdig of objectief is. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht is de dalai lama niet het hoofd van een kloosterorde. Zijn ambt is met veel gezag bekleed, toch wijst de geschiedenis uit dat Tibetaanse geestelijken het oordeel van de dalai lama vaak naast zich neer leggen. Dit betekent dat niet valt te zeggen hoe groot het draagvlak van zijn persoonlijke zienswijze binnen de Tibetaans boeddhistische traditie is.

Dít is de achtergrond waartegen Nederlandse bekeerlingen hun beoefening van het Tibetaans boeddhisme gestalte geven. Sommige van hen dragen zonder erg bij tot de instandhouding van een premodern Tibetaans wereldbeeld, door onkritisch religieuze praktijken over te nemen waarvan vooruitstrevende Tibetanen zich juist distantiëren. Anderen vechten tegen de cognitieve dissonantie die traditionele Tibetaanse opvattingen in hen oproept. Georges Dreyfus bijvoorbeeld die als één van weinige westerlingen dezelfde kloosteropleiding als de dalai lama heeft voltooid, beschrijft hoe een hoge Tibetaanse lama hem tot zijn ontsteltenis halsstarrig probeerde aan te praten dat de aarde plat is.

De loyaliteit van bekeerlingen tegenover charismatische Tibetaanse leraren is dikwijls onvoorwaardelijk. Een deel van hen bekent zich overhaast tot een eeuwenoud Tibetaans wereldbeeld, zonder te doordenken wat dit betekent voor het wereldbeeld waarmee ze zelf zijn opgegroeid. Blijft zulk geloof boven twijfel verheven, dan is het een bron van behoudzucht. De ironie daarvan is: dwingt de kennismaking met de moderniteit de dalai lama zijn wereldbeeld te ‘onttoveren’, dan gaat de weerstand daartegen ook van ’orthodoxe’ bekeerlingen uit.

Politiek-religieuze missie

Thomas Jefferson (1743-1826) was de derde president van de Verenigde Staten (VS), hij wordt als de geestelijk vader van het land gezien. Hij leverde een belangrijke bijdrage aan het ontwerp van de Onafhankelijkheidsverklaring van 1776. In Jesuit on the Roof of the World beschrijft Trent Pomplun een bezoek van de dalai lama aan de University of Virginia,  door Jefferson gesticht. Deze universiteit geldt als de bakermat van de Amerikaanse Tibetologie. Het is een prestigieus instituut dat gezaghebbende Tibet-deskundigen heeft voortgebracht: José Cabezón, David Germano, Jeffrey Hopkins, Anne Klein, Donald Lopez enzovoorts.

Tijdens zijn bezoek liep de dalai lama bij toeval langs een standbeeld van Jefferson. Nadat hem was uitgelegd wie dat was, verklaarde de dalai lama plechtig dat hij in een vorig leven Thomas Jefferson is geweest. Pomplun illustreert met deze anekdote, die hem als student werd verteld, een belangrijk punt. Voor Tibetanen spreekt vanzelf dat een voorganger van de huidige dalai lama (namelijk Kelsang Gyatso, de zevende dalai lama, 1708-1757) die net als hijzelf een alwetende reïncarnatie van de bodhisattva van mededogen was, tegelijk als Thomas Jefferson kan zijn verschenen. In dat geval zou de idee van de Verenigde Staten van Amerika voor het eerst zijn opgekomen in een verlichte, alwetende geest. Deze voorzag dat Amerikanen in de loop van de twintigste eeuw behoefte zouden hebben aan onder meer een universiteit die de receptie van het boeddhisme helpt voorbereiden.

Omdat de dalai lama begrijpt dat hij daarmee de hoon van veel academici over zich kan afroepen, betoogt Pomplun, maakte hij de opmerking alleen tegenover een kleine groep ingewijden en herhaalde hij deze nooit en plein public. Bij alle media aandacht voor de dalai lama’s ‘boeddhistische zending’, schrijft Pomplun, blijft ‘het hoogontwikkelde scholastieke wereldbeeld dat aan die zending ten grondslag ligt aan het oog onttrokken.’

Omdat hij degenen die moeite hebben met zijn wereldbeeld, niet van zichzelf wil vervreemden, houdt de dalai lama opmerkingen over reïncarnatie als politiek-religieuze lange termijn planning meestal voor zich. ‘Sommige mensen boezemt zo’n vermenging van religie en politiek angst in, zeker wanneer het een zo exotisch geloof als het Tibetaans boeddhisme betreft,’ aldus Pomplun.

Westerse bevreemding

Toch overvalt de dalai lama zijn publiek in het Westen wel vaker met opvattingen die bevreemding wekken. Zo komt hij openlijk ervoor uit dat hij orakels raadpleegt. Ook is alom bekend dat hij zijn standpunt in religieuze en politieke kwesties mede door middel van rituele waarzeggerij bepaalt. Tijdens sommige optredens velt hij naar moderne maatstaven achterhaalde oordelen over ‘tegennatuurlijke’ homo- en heteroseksuele handelingen. Oók binnen stabiele, liefdevolle relaties.

Pomplun heeft gelijk: de dalai lama’s denken over democratie en recht roept inderdaad vragen op. In 2006, tijdens een conferentie over boeddhisme en recht aan de Buffalo Law School in de VS, maakte de dalai lama een voorbehoud bij de scheiding tussen kerk en staat. Hij onderscheidde twee soorten politiek: partijpolitiek en de nationale strijd voor zelfbehoud. Boeddhistische monniken moeten zich van het eerste verre houden, zei hij. Echter, zijn eigen inzet als vertegenwoordiger van het Tibetaanse volk maakt volgens hem deel uit van zijn boeddhistische beoefening. Voor die opvatting hadden de aanwezige juristen weinig begrip. Zij zagen in de rechtsstaat geen ruimte voor een door religieuze motieven ingegeven fusie van het seculiere en het sacrale.

Sommige wetenschappelijke verklaringen van natuurverschijnselen zijn aan de dalai lama niet besteed. In 1950 maakte hij in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa met bergbeklimmer Heinrich Harrer een van de ergste aardbevingen in de geschiedenis van de mensheid mee. In die tijd beschouwden Tibetanen aardbevingen als een kwaad voorteken. Harrer’s uitleg van dit verschijnsel, onder verwijzing naar wetenschappelijk inzichten in platentectoniek en seismische activiteit, overtuigde de dalai lama niet. In 2004 vond hij een metafysische verklaring nog steeds aannemelijker.

Een paar jaar eerder – op 8 februari 2000, vlak voor een wetenschappelijke dialoog in zijn residentie – voorspelde de dalai lama een aardbeving in zijn woonplaats Dharamsala (India). Deze zou binnen een jaar plaatshebben. Hoge geestelijken en het belangrijkste orakel bevestigden zijn voorspelling. Tibetaanse monniken en nonnen en individuele burgers werd gevraagd de catastrofe met gebeden te helpen voorkomen. Op 26 januari 2001 had in de Indiase staat Gujarat een aardbeving plaats waarbij 20.000 mensen omkwamen. Dharamsala werd gespaard.

Weten de Nederlands boeddhisten, politici én journalisten eigenlijk wel wie ze met de dalai lama tijdens zijn bezoek aan ons land (10-12 mei 2014) tegenover zich hebben? Wat zijn wezenlijke gedachtegoed bepaalt en bepaald heeft? En hoe ze hem kunnen, moeten benaderen om omstreden kwesties bespreekbaar te maken? In het essay De dalai lama in Nederland: Meer geliefd dan gekend gaat redacteur Rob Hogendoorn van  • open boeddhisme • in op de intellectuele, religieuze en politieke dynamiek die de dalai lama heeft gevormd.
De serie bestaat uit:
• De dalai lama in Nederland (1): Het eerste bezoek
• De dalai lama in Nederland (2): Het netwerk en de entourage
• De dalai lama in Nederland (3): Intellectueel en icoon
• De dalai lama in Nederland (4): De vragen die nooit gesteld zijn

Geef een reactie