• onafhankelijk • onderzoekend • opiniërend •

Rol Mandalaschool actueel én relevant

Visie Mandalaschool

In het juridische geschil tussen het Commissariaat voor de Media en de BUN is de rol van de Stichting Mandalaschool tot op heden buiten beschouwing gebleven. Deze is echter actueel én relevant.

Op 5 juni 2012 legt het Commissariaat voor de Media (CvdM) de BUN een boete van € 2.500 en een terugvordering van € 50.000 op vanwege de onrechtmatige besteding van omroepgelden door de BOS.

In rechte strijden het CvdM en de BUN onder meer over deze drie vragen.

Hoe is het onderzoeksrapport Boeddhisme in Nederland  (NPO MediaOnderzoek & -Advies, 2010) feitelijk gebruikt?

Mocht dit onderzoek volledig op kosten van de BOS worden verricht?

Mag het CvdM de met dit onderzoek gemoeide kosten (deels) op de BUN verhalen?

Bekostiging Mandalaschool

Lezing van het CvdM-besluit (5 juni 2012) en het BUN-berwaarschrift (11 oktober 2012) maakt duidelijk dat tot op heden niet alle voor de beantwoording van deze drie vragen relevante feiten en argumenten zijn aangevoerd.

Met het NPO-rapport werd namelijk niet alleen de concessieaanvraag 2010-2015 onderbouwd waarmee de BUN in 2009 meer zendtijd probeerde te krijgen.

Het rapport Boeddhisme in Nederland werd ook door de Stichting Mandalaschool (Amsterdam) gebruikt.

Deze stichting onderbouwde daarmee begin 2010 haar aanvraag tot bekostiging van een boeddhistische basisschool bij de gemeente Amsterdam.

Dit feit wordt in de stukken nergens vermeld.

‘Geheel, en niet slechts gedeeltelijk’

Volgens de BUN dragen zowel het kwalitatieve als het kwantitatieve deel van het NPO-rapport ‘in hun geheel, en niet slechts gedeeltelijk’ bij aan de verzorging van het media-aanbod door de BOS.

Dát was dan ook de doelstelling, stelt de BUN.

In haar bezwaarschrift van 11 oktober weerspreekt de BUN de vaststelling van het CvdM dat het ‘hoofddoel’ van dit achterbanonderzoek het verkrijgen van meer zendtijd is geweest.

Nieuwe feiten

Tijdens een speciale hoorzitting (13 december 2012) merkte commissaris Madeleine de Cock Buning nadrukkelijk op dat het CvdM niet gehouden is zich bij zijn beoordeling van de BUN-bezwaren tot eerder aangedragen feiten en argumenten te beperken.

Het staat het CvdM daarom vrij het gebruik van het NPO-rapport door de Stichting Mandalaschool alsnog in de beschouwing te betrekken.

Geen middelen

De beschikbaarheid van de enquête Boeddhisme in Nederland was voor voor de oprichters van de Mandalaschool van groot belang.

Dit wordt duidelijk uit de woorden van strafrechtadvocaat Richard Sussenbach (voorzitter Stichting Mandalaschool) tijdens een radio-interview met de BOS op 13 februari 2008.

Tijdens het interview vertelt Sussenbach dat de oprichters eigenlijk een enquête moeten houden om een belangstellingspercentage te peilen.

‘Maar als wij dat zouden willen doen in Amsterdam en omstreken, dan zouden wij misschien wel 200.000 huishoudens moeten aanschrijven om het gewenste percentage te krijgen. Die middelen hebben we niet.’

‘Zonder meer’ afwijzen

Sussenbach zegt ermee rekening te houden dat de gemeente de aanvraag ‘zonder meer’ zal afwijzen, omdat de Mandalaschool niet aan deze wettelijke eis kan voldoen.

’Dan zouden we in beroep kunnen gaan bij de minister. Die kan dan de Onderwijsraad vragen of het boeddhisme voldoende draagvlak heeft in de samenleving,’ aldus Sussenbach.

Hij ziet die beroepsprocedure met vertrouwen tegemoet.

‘Er is al een Boeddhistische Omroep Stichting. Dat zijn ontwikkelingen die hoopvol stemmen, waardoor de Onderwijsraad best een positief advies zou kunnen geven. En dan ben je er ook,’ zegt Sussenbach.

Onvoldoende ouderverklaringen

Een intensieve wervings- en publiciteitscampagne ten spijt kunnen de oprichters bij het indienen van de aanvraag in 2010 niet de beoogde 350 ouderverklaringen overleggen.

In totaal beschikt de Mandalaschool over ouderverklaringen voor 223 kinderen.

Volgens de ministeriële stichtingsnorm zou de Mandalaschool aan het eind van het vijfde operationele jaar 322 leerlingen in huis moeten hebben, en dit in alle daaropvolgende 15 jaren volhouden.

Dit kan met de 223 ouderverklaringen alleen niet worden aangetoond.

Leerlingenprognose

De Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) van de gemeente Amsterdam stelt in mei 2010 formeel vast dat de oprichters hun aanvraag tijdig -dat wil zeggen, vóór 1 februari 2010- hebben ingediend.

Op de ‘niet-reguliere’ herkomst van het belangstellingspercentage na voldoet de aanvraag volgens DMO aan alle wettelijke vormvereisten.

‘De stichting Mandalaschool heeft haar leerling-prognoses gebaseerd op een brede en gedegen enquête van TNS-NIPO in 2009. Die geeft te zien dat gemiddeld in Nederland 6,6% van de bevolking ‘affiniteit’ heeft met boeddhisme. Affiniteit wordt daarbij gedefinieerd als daadwerkelijk richtinggevend en inspirerend voor het betrokken individu, daarmee aansluitend bij eerdere uitspraken van de Raad van State over nieuwe richtingen’, aldus DMO.

Plan van Scholen

Volgens de daarop gebaseerde berekeningen van DMO kon de gemeenteraad de boeddhistische basisschool opnemen in het Plan van Scholen 2011-2014.

‘Als wordt uitgegaan van de omvang van de basisgeneratie in de voormalige stadsdelen Zuid en Centrum, de deelname van 95% en de belangstelling van 6,6% zou de school na vijf jaar de stichtings- norm van 322 leerlingen ruimschoots bereiken en de school zou dat in de daarop volgende 15 jaar ruimschoots volhouden’, schrijft  de Dienst.

‘Vertrouwelijk’ en ‘geheim’

Het Plan van Scholen 2011-2014 toont aan dat de oprichters van de Mandalaschool ruim vóór 1 februari 2010 over een concept van het NPO-rapport moeten hebben beschikt.

Het is door hen toen in een formele aanvraagprocedure gebruikt: Het rapport Boeddhisme in Nederland vormt immers de ‘niet-reguliere’ cijfermatige onderbouwing van het belangstellingspercentage voor boeddhistisch onderwijs.

Volgens het huidige BUN-bezwaarschrift wordt het rapport op 2 april 2010 definitief afgerond.

De BOS maakt het kwantitatieve deel van het NPO-rapport pas op 6 augustus 2010 openbaar, toen duidelijk werd dat het verkrijgbaar was via het webarchief van de gemeenteraad Amsterdam.

Tot die tijd ging het rapport door voor ‘vertrouwelijk’ of ‘geheim’.

Mandalaschool

Hoe, waar, wanneer, waarom en door wie het rapport Boeddhisme in Nederland aan de oprichters van de Mandalaschool ter beschikking is gesteld, is niet duidelijk.

Ook is niet duidelijk wie toestemming gaf voor het gebruik ervan in een formele procedure van de gemeenteraad Amsterdam.

Jean Karel Hylkema

Eén van de initiatiefnemers van de Mandalaschool, Jean Karel Hylkema, is oud-bestuurslid van zendmachtigingshouder BUN en oud-directeur en voorzitter van de BOS.

Hylkema maakte van 23 april 2010 tot en met 1 februari 2012, met toenmalig BOS-directeur Gertjan Mulder, deel uit van het bestuur van de Stichting Boeddhistische Zendende Instantie.

Achterbanproject

Hylkema en Mulder frequenteren de ledenvergaderingen van de BUN.

Hylkema brengt tijdens de BUN-ledenvergaderingen van 24 april en 30 oktober 2010 verslag uit van de bezigheden van de Stichting Mandalaschool.

Op 30 oktober besluiten de BUN-leden de Mandalaschool voortaan aan te duiden als een ‘Achterbanproject’.

Lees ook

> Actueel – Beweringen BUN-advocaat strijdig met eerdere uitlatingen
> Reconstructie – Mandalaschool ontrafeld
> DMO – Plan van scholen 2011-2014 met bijlagen (mei 2010, pdf)
> Gemeenteraad Amsterdam: Raadscommissieverslag 30 juni 2010 (pdf)
> Gemeenteraad Amsterdam: Raadsnotulen 8 juli 2010 (pdf)

Kijk ook

> Gemeenteraad Amsterdam: Toelichting Mandalaschool (30-6-2010)

Luister ook

Geef een reactie