De paus en de dalai lama (2): De confrontatie
De ontmoetingen van de 14e dalai lama met paus Paulus VI en Johannes Paulus II voorkomen niet dat in 1994 een dispuut ontstaat over de inhoud en strekking van de boeddhistische leer. Verdedigers van de rooms-katholieke leer tonen begrip voor boeddhistische critici, maar drukken zich omzichtig uit.
Aanleiding tot deze confrontatie is de verschijning van het boek Over de drempel van de hoop (1994) van paus Johannes Paulus II.
Boeddhisten vinden het beeld dat de paus daarin van het boeddhisme geeft, gedateerd, foutief en zelfs beledigend. Zij verweren zich fel.
Verdedigers van de paus vragen begrip. Zij menen dat boeddhisten de woorden van Johannes Paulus II verkeerd verstaan omdat zij de context ervan niet kennen.
Het dispuut vindt plaats tegen de achtergrond van de komst van het boeddhisme naar het Westen, leerstellige discussies binnen de rooms-katholieke kerk, en spanningen tussen religieuze gemeenschappen in Azië.
Vijf keer
Voor het verschijnen van Over de drempel van de hoop hebben Johannes Paulus II en de dalai lama elkaar vijf keer gesproken.
‘Ik heb hem een paar keer ontmoet. Hij brengt het boeddhisme naar mensen in het christelijke Westen, en wakkert belangstelling aan voor zowel de boeddhistische spiritualiteit als de wijze waarop boeddhisten bidden’, schrijft de paus.
Er is dan ook sprake van een ‘zekere verbreiding van het boeddhisme in het Westen’.
‘Boeddha’
Niet alleen hierom voelen met name Tibetaans boeddhisten zich aangesproken.
In het hoofdstuk ‘Boeddha’ noemt de paus de 14e dalai lama bij naam. Tegelijk wekt hij een beeld van boeddhisme dat Tibetaans boeddhisten associëren met een stroming waartoe de dalai lama niet behoort: de theravada.
Het Tibetaans boeddhisme maakt deel uit van de mahayana stroming. Historisch gezien is deze van latere datum. Mahayana boeddhisten beroepen zich ook op andere canonieke teksten dan theravada boeddhisten.
Opnieuw ‘Nostra Eatate’
Net als paus Paulus VI verwijst Johannes Paulus II in zijn uitspraken over boeddhisme expliciet naar het Vaticaans document Nostra Aetate dat de relatie van het katholieke geloof tot niet-christelijke religies bepaalt.
De paus noemt het boeddhisme, net als het christendom, een verlossingsleer, maar hij benadrukt dat boeddhisten en christenen een tegenovergestelde visie op het leerstuk verlossing hebben.
‘Negatieve soteriologie’
Voor boeddhisten vormt verlossing volgens de paus een ‘centraal, zoniet het enige punt’.
Volgens hem kenmerken de boeddhistische tradities en leerwijzen zich vrijwel geheel door een ‘negatieve soteriologie’ (verlossingsleer).
‘De ‘verlichting’ die Boeddha ervaart, komt neer op de overtuiging dat het wereldse slecht is, de bron is van kwaad en van menselijk lijden’, aldus Johannes Paulus II.
Om ons te verlossen moeten we ons van de knellende banden ontdoen die onze vrijheid beperken: ‘Banden die in onze menselijke aard, in onze psyche, in ons lichaam bestaan’.
Onverschillig
Naarmate men daarin beter slaagt, ‘wordt men onverschilliger tegenover de wereld en, naarmate men zich meer van lijden bevrijdt, tegenover het kwaad dat uit het wereldse voortkomt,’ schrijft de paus.
Dat die ‘verlichting’ ons dichter bij God brengt, zegt de Boeddha niet. Johannes Paulus II beschouwt het boeddhisme daarom als een ‘grotendeels’ atheïstisch stelsel.
Onthechting
Volgens boeddhisten bevrijdt dus niet de goedheid van God, maar wereldse onthechting de mens van het kwaad, stelt de paus vast.
Wie volledig onthecht raakt, wordt ook niet één met God, maar bereikt nirvana: ‘Een toestand van volkomen onverschilligheid ten opzichte van de wereld.’
Wie zichzelf redt, bevrijdt zichzelf van kwaad door onverschilligheid tegenover de wereld, de bron van kwaad: dit is voor boeddhisten de hoogst bereikbare geestelijke ontwikkeling, aldus Johannes Paulus II.
Christelijke mystiek
De vergelijking van boeddhistische ascese met bijvoorbeeld de christelijke mystiek van de karmeliet Johannes van het Kruis (1542-1591) wijst de paus uitdrukkelijk af.
In tegenstelling tot wat sommigen beweren, schrijft hij, leveren de teksten van deze katholieke heilige geen bevestiging van de juistheid van de oosterse ascese.
‘De karmelitische mystiek begint op het punt waar de overdenkingen van de Boeddha eindigen,’ oordeelt de paus.
Christelijke mystiek komt dan ook niet voort uit een ‘zuiver negatieve’ verlichting, schrijft hij, maar uit de ‘Openbaring van de levende God’.
Massaal te hoop
Tibetaans boeddhisten en Tibetologen lopen massaal te hoop tegen de lezing die de paus in zijn boek van het boeddhisme geeft.
In Tricycle: The Buddhist Review (Summer 1995) stelt Tibetoloog en historicus Donald Lopez dat de paus zijn karakterisering van het boeddhisme rechtstreeks aan gedateerd werk van 19e-eeuwse missionarissen ontleent.
In 1997 uit de 14e dalai lama tegenover de katholieke monnik Wayne Teasdale (1945-2004) zijn ongenoegen over de wijze waarop het boeddhisme in Over de drempel van de hoop wordt neergezet.
Dit interview verschijnt in John Paul II and Interreligious Dialogue (2000). Daarin staat ook een beschouwing van de gezaghebbende Tibetoloog José Cabezón.
Cabezón verwijt de paus onder meer dat hij zich laat leiden door zijn zorg over het toenemend aantal christenen dat zich aan de beoefening van boeddhistische meditatie wijdt.
Scherp
Van alle critici drukt de Tibetaans boeddhistische geestelijke Thinley Norbu (1931-2011) zich het scherpst uit.
Norbu is de oudste zoon van Dudjom Rinpoche (1904-1987), het voormalige hoofd van de Tibetaanse nyingma traditie.
In zijn boek Welcoming Flowers from across the Cleansed Threshold of Hope (2001) gaat Norbu uitvoerig in op ‘de kritiek van de paus op het boeddhisme’.
Daarover merkt Norbu op: ‘Het is alsof de paus plotseling schaamteloos en onbeheerst begon over te geven in een kathedraal, zodat ik het snel moest opruimen.’
‘Daad van agressie’
Niet alleen tot de mahayana stroming behorende boeddhisten maken zich boos, ook theravada monniken verheffen hun stem.
Bij hen roept met name het gebruik van woorden als ‘negatief’ en ‘onverschilligheid’ wrevel op.
In Sri Lanka eisen boeddhistische monniken op 30 december 1994 dat Johannes Paulus II zijn beweringen over het boeddhisme intrekt en zijn verontschuldigingen aanbiedt.
Zo niet, dan zullen de monniken het bezoek van de paus aan Sri Lanka (20-21 januari 1995) als een ‘daad van agressie’ beschouwen.
Misverstand
Bisschop Malcolm Ranjith (1947) die het bezoek van de paus aan Sri Lanka organiseert, zegt te betreuren dat boeddhisten aanstoot aan de woorden van Johannes Paulus II nemen.
Volgens Ranjith gebruikt de paus ‘technische uitdrukkingen’ die aanleiding tot misverstand kunnen geven.
De Srilankese monniken laten zich door de geruststellende woorden van bisschop Ranjith niet overtuigen, en boycotten het pausbezoek toch.
Compliment
Op de site Monastic Interreligious Dialogue (januari 1995) schrijft de Amerikaan Donald Mitchell dat boeddhisten die niet vertrouwd zijn met de christelijke filosofie, theologie en tradities, de ‘nogal technische taal’ van de paus gemakkelijk verkeerd kunnen begrijpen.
Mitchell zelf doceert vergelijkende en oosterse filosofie en godsdienstwijsbegeerte. Volgens hem bedoelt de paus juist het boeddhisme een compliment te geven.
‘In feite wijst hij op de vergevorderde staat van het boeddhistisch geestelijk leven, en laat tegelijk de overeenkomsten en verschillen daarvan met het christelijk geestelijk leven zien’, aldus Mitchell.
Stoïcijnen
Hij herleidt de term ‘onverschillig’ tot de begintijd van het christendom, in het bijzonder de geschriften van christelijke tijdgenoten van de Griekse stoïcijnen (3e eeuw v. Chr.).
‘Voor christelijke auteurs betekent onverschilligheid een positieve staat van innerlijke vrede, een onverstoorbaarheid tegenover het wereldse. Zoals de paus echter duidelijk maakt, cultiveert men deze houding in de christelijke spiritualiteit om zich te verenigen met wat buiten het wereldse staat: de God van liefde, die personen met de levende vlam van Zijn Liefde doordringt’, aldus Mitchell.
Pinksterbeweging
In 2011 stelt aartsbisschop Ranjith dat boeddhisten en katholieken samen moeten optrekken tegen de pinksterbeweging in Sri Lanka.
Aanleiding is de grootschalige, agressieve evangelisatiecampagne van tot deze wereldwijde beweging behorende groepen.
Om de daardoor ontstane religieuze spanningen weg te nemen, stelt aartsbisschop Ranjith voor, moet de regering van Sri Lanka een nieuw, interreligieus orgaan oprichten dat op deze bekeringen toeziet.
Voor Ranjith en de rooms-katholieke minderheid is de steun van de boeddhistische meerderheid in Sri Lanka -de Vatican Insider spreekt van een ‘boeddhistisch-katholieke as’- van evident belang.
Volgens de volkstelling van 2011 hangt ruim 70% van de Srilankese bevolking het theravada boeddhisme aan, en 7,5% het christendom.
Bevreemding
Toch wekt de hartstochtelijkheid waarmee Ranjith zijn initiatief bepleit, bij menig waarnemer bevreemding, schrijft Gianni Valente in de Vatican Insider.
Volgens hem greep de aartsbisschop tot dan toe iedere gelegenheid aan om zichzelf als voorvechter van de katholieke identiteit te presenteren.
Valente wijst erop dat rooms-katholieke ‘traditionalisten’ de grens tussen religieuze openheid en religieus syncretisme (samengroeiing of versmelting) nauwlettend bewaken.
‘Niet-syncretisch’
De neiging syncretisme te vermijden verklaart volgens Valente in Vatican Insider de omzichtigheid waarmee kardinaal Ranjith uit.
Net als Paulus VI en Johannes Paulus II toont kardinaal Ranjith zijn waardering voor het boeddhisme op een ‘niet-syncretistische’ manier.
Zo zorgt hij ervoor dat hij binnen de grenzen blijft die de leerstellige katholieke orthodoxie dicteert.
‘Inclusivistische’ theologie
Donald Mitchell probeert in zijn bespreking van John Paul II and Interreligious Dialogue zowel de belangstelling van Johannes Paulus II voor de interreligieuze dialoog als zijn inzet voor vrede en gerechtigheid te verklaren.
Volgens hem moeten deze in de context van zijn ‘inclusivistische’ theologie van de religie worden gezien.
‘Johannes Paulus is noch een “exclusivist”, die gelooft dat het christendom de enige weg naar verlossing is, noch een “pluralist” die gelooft dat de God in Christus maar een van meerdere manieren is waarop God de mensheid verlost’, aldus Mitchell.
‘Nee, Johannes Paulus II gelooft weliswaar dat de verlossing alleen door Jezus Christus kan worden bereikt, maar ook dat de verlossende genade van God door Christus werkzaam is in het leven van ieder mens, én in hun culturen en religies.’
Vertrouweling
Malcolm Ranjith wordt als een vertrouweling van paus emeritus Benedictus XVI beschouwd.
Tijdens het pontificaat van Johannes Paulus II is Ranjith officiaal van de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren (voorheen bekend als Propaganda Fide, 2001-2004).
Paus Benedictus XVI benoemt Ranjith tot secretaris van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten (2005-2009).
‘Werktuig van de duivel’
In 2007 zorgt Ranjith voor ophef.
Tijdens een bijeenkomst van de (Nederlandse) Vereniging voor Latijnse Liturgie stelt hij dat bisschoppen die zich tegen Summorum Pontificum (Benedictus’ apostolische brief over de liturgie) verzetten, zich tot ‘werktuig van de duivel’ maken.
In 2009 benoemt Benedictus XVI zijn vertrouweling Ranjith tot aartsbisschop van Colombo, en in 2010 tot kardinaal.
Franciscus
Voor het conclaaf van 12 en 13 maart rekende NBC News (12 maart 2013) kardinaal Ranjith tot de twintig papabili die mogelijk tot paus zouden worden gekozen.
Ook Vaticaankenner Stijn Fens zag in Ranjith een serieuze kandidaat: ‘Ik ga voor de zekerheid toch maar eens oefenen op zijn naam’, schreef Fens in Dagblad Trouw (12 maart 2013).
De kardinalen beslisten anders, en kozen de Argentijnse aartsbisschop van Bueonos Aires, Jorge Mario Bergoglio (1936).
Bergoglio wordt op 19 maart 2013 geïnstalleerd, en schrijft geschiedenis als de eerste paus die de naam van Franciscus van Assisi aanneemt.
Symboliek
Wie de geschiedenis van de paus en de dalai lama kent, kan de symboliek nauwelijks ontgaan.
Bijna 300 jaar na het langdurige verblijf van de jezuïet Ippolito Desideri in Lhasa, en ruim 25 jaar na zijn gebed voor de vrede met Johannes Paulus II in Assisi, rijst een actuele vraag.
Wanneer maakt de 14e dalai lama in Vaticaanstad kennis met de meest gezaghebbende jezuïet van onze tijd, paus Franciscus, en wat hebben zij te bespreken?
______________________________________________________________________________________
Dit is deel 2 uit een serie artikelen over ‘De paus en de dalai lama’.
• Deel 2: De confrontatie
______________________________________________________________________________________
Lees ook
> NYT – Buddhist Monks Demand Apology by the Pope (30-12-1994)
> Donald Mitchel – Remarks of Pope on Buddhism Cause Reactions (01-1995)
> Cokky van Limpt – Boeddhisten willen weer een groot debat, en nu met de paus (18-1-1995)
> Henk Muller – ‘Paus begrijpt weinig van boeddhisme’ (20-1-1995)
> Koert van der Velde – Simonis heeft het te druk voor boeddhisme (9-10-1997)
> Vatican Insider – Sri Lanka’s Cardinal and the Buddhist-Catholic axis (11-11-2011)
> NBC News – Van Rome to Africa: Meet the 20 men who could be pope (12-3-2013)
> Stijn Fens – Niet wachten op een hint van boven, een conclaaf blijft mensenwerk (12-3-2012)
> His Holiness the Dalai Lama Congratulates the New Pope (14-3-2013)
Geef een reactie