Oud-voorzitter Verboom miskent aard BUN-beleid
Oud-voorzitter Aad Verboom gaat met zijn betoog over de inbreng van individuele, ‘ongeorganiseerde’ boeddhisten voorbij aan het arbitraire karakter van het BUN-toelatingsbeleid. Hem ontgaat dat daarover buiten de BUN, bijvoorbeeld bij het nieuw op te richten Nederlandse Boeddhisten Netwerk (NBN), wezenlijk andere, minder dwingende opvattingen leven.
Verboom komt in het Boeddhistisch Dagblad (BD, 13 juni 2013) tot de conclusie dat mensen een verkeerd beeld van de BUN hebben. ‘Sommigen hebben een beeld van de BUN dat het een kasteel is met een ophaalbrug. Waarmee we mensen, zoals ongeorganiseerde boeddhisten, buiten willen houden. Dat idee hebben ze zelf ook,’ aldus Verboom.
De redactie van • open boeddhisme • zet de feiten op een rij, en komt tot de vaststelling dat het door Verboom bestreden beeld niet zo ongerijmd is als hij denkt. De boeddhistische koepel geeft zich wel degelijk over aan primaire reflexen van in- en uitsluiting. Daarbij is bovendien sprake van willekeur.
Daarnaast is het Verboom kennelijk niet duidelijk dat in discussies over het Nederlands Boeddhisten Netwerk i.o. (NBN), een principieel ander, meer inclusief samenwerkingsmodel wordt uitgedragen.
Verboom heeft zijn sporen in de BUN ruim verdiend. Hij was de eerste voorzitter van de koepelorganisatie (1990-1998) en fungeerde daarnaast 13 jaar als bestuurslid van de Europese Boeddhistische Unie (EBU). Verboom is sinds 2010 voorzitter van de stichting Dhammadipa, die naast de BUN tevens is aangesloten bij Stichting Inzichts Meditatie (SIM, sinds 1999 BUN-lid).
Werkgroep Lotus Bloem
Ook maakte Verboom deel uit van de zogeheten werkgroep Lotus Bloem. Deze werkgroep onderzocht de oorzaken van de continue bestuurscrises die de BUN sinds 2010 doormaakt.
Het eindverslag van deze werkgroep verscheen op 9 mei 2012, en omvat de volgende aanbeveling: ‘Onderzoek hoe een platform gecreëerd kan worden voor personen die zich niet willen laten vertegenwoordigen door een van de aangesloten leken-sangha’s maar wel gehoord willen worden door BUN-bestuur en ALV.’
‘Spagaat’
Volgens Verboom bevindt de BUN zich nu in een ‘spagaat’. De BUN sluit individuele boeddhisten uit van het lidmaatschap. Tegelijk leeft binnen de koepel de wens dat zij in een ‘bepaalde vorm en mate toegelaten kunnen worden tot de koepel’.
Waar deze wens ‘binnen de koepel’ vandaan komt maakt Verboom niet duidelijk. Hij verklaart evenmin op welke grond deze boeddhisten nu worden uitgesloten. Verboom meldt dat een BUN-werkgroep het lidmaatschap van ongebondenen gaat onderzoeken. Onduidelijk blijft wie dit onderzoek uitvoeren, en wanneer het moet zijn afgerond.
Eenzelfde voornemen werd eerder verkondigd door BUN-voorzitter André Kalden: najaar 2011, voorjaar 2012, najaar 2012. De uitvoering ervan wordt steeds uitgesteld.
‘Vrijdenkers’
In het BD zegt Verboom veel sympathie voor ongeorganiseerden te hebben: ‘er zitten vrijdenkers onder en die kunnen we als organisatie goed gebruiken.’ Volgens hem kan hun inbreng voor de BUN belangrijk zijn, ‘zij staan ook midden in de maatschappij’. Ook zegt hij geen redenen te kunnen bedenken waarom iedereen die zich binnen een organisatie wil uiten ‘georganiseerd’ moet zijn.
Verboom vindt dan ook dat de uitkomst van het onderzoek moet zijn dat niet-georganiseerde boeddhisten ‘een plek in de organisatie’ krijgen: ‘ik verheug me daar op’.
Individuele boeddhisten
Intern discussieert de BUN al meer dan zeven jaar over het lidmaatschap van individuele boeddhisten. Die discussie is niet vrijblijvend, omdat deze groep onbetwist de overgrote meerderheid van alle boeddhisten in Nederland vormt. Bovendien wordt de BUN geacht de gehele boeddhistische gemeenschap te vertegenwoordigen.
De houding die de leden sinds 2006 aannemen is steeds dezelfde, net als de uitkomst van hun discussie: zij verzetten zich tegen het toetreden van boeddhisten die zich niet organiseren zoals zij het willen. De reden: de ‘mankracht’ ontbreekt, ze zorgen voor ‘complicaties’, maken dingen ‘complex’, vormen een ‘Paard van Troje’.
Afgeschoten
Op 14 februari 2006 lanceert aspirant-bestuurslid Rob Lindeman (BUN) het voorstel individuele boeddhisten onder te brengen bij Stichting Vrienden van het Boeddhisme (SVB). Het voorstel wordt afgeschoten door huidig SVB-voorzitter Rob Janssen.
Janssen weerspreekt dat de SVB ‘ongebonden boeddhisten’ iets te bieden zou hebben, of zou kunnen vertegenwoordigen in de BUN-ledenvergadering. ‘Irrationeel is ook de gedachte dat wij als SVB in staat zouden zijn toestromende nieuwe BUN-leden een ‘onderdak’ te bieden. Daar hebben wij eenvoudig de mankracht niet voor’, aldus Janssen.
Tijdens de BUN-ledenvergadering van 17 november 2007 komt het onderwerp ‘ongebonden boeddhisten’ opnieuw ter sprake. Janssen verklaart zich tegen een individueel lidmaatschap: ‘geeft veel complicaties’. Volgens BOS-programmadirecteur Babeth van Loo zou het ‘heel complex worden als individuen toegelaten worden’.
Beren op de weg
Ook huidig BUN-bestuurslid Paula de Wys-Koolkin (Maitreya Instituut) ziet beren op de weg: ‘als vertegenwoordiger van een organisatie met tientallen of honderden leden heb je één stem, volkomen correct. Maar iemand die zijn eigen mening uit ook één stem, dat is niet correct.’ Volgens haar kunnen individuele boeddhisten ‘hun stem’ beter bij de SVB uitbrengen.
Jan van der Veer (Naropa Instituut) concludeert: ‘ongebonden leden als een soort Paard van Troje’. Hij vraagt of het toelaten van individuele leden aanpassing van de statuten vereist. Toenmalig voorzitter Varamitra (Theo Alkemade) beaamt: ‘Ja, momenteel is de BUN een vereniging van boeddhistische organisaties. Die alleen kunnen lid worden en moeten aan een aantal criteria voldoen.’
‘Paradox’
Op 4 november 2008 schrijft voorzitter Varamitra: ‘De ledenvergadering heeft er voor gekozen om een koepelorganisatie te zijn van groeperingen en niet van individuen. Het klinkt bijna als een paradox. Maar wellicht dienen ongebonden boeddhisten zoals jij zich toch maar te gaan organiseren in een vereniging of stichting en dan kan je een verzoek indienen om toegelaten te worden tot de BUN volgens de daarvoor geldende procedures.’
Hij neemt daarmee een standpunt in dat nergens binnen de boeddhistische traditie steun vindt: Varamitra denkt dat de BUN boeddhisten dwingend kan voorschrijven dát en hóe zij zich dienen te organiseren.
‘Boeddhistische groepering’
Sindsdien heeft de BUN steeds in deze opvatting volhard: alleen boeddhisten die tot een door de BUN als ‘boeddhistische groepering’ aangemerkte Nederlandse organisatie behoren zijn welkom.
Nederlandse boeddhisten die lid zijn van een buitenlandse of internationale sangha, of van een virtuele ofwel cyber-sangha worden uitgesloten. Binnen de BUN is ook geen plaats voor boeddhisten die lid zijn van een Nederlandse sangha zonder rechtspersoonlijkheid of een sangha zonder aangewezen geestelijk leider of vertegenwoordiger.
Als laatste worden individuele boeddhisten zonder formele band met enige specifieke sangha uitgesloten. Dat oordeel is categorisch: deze boeddhisten worden geen lid en krijgen geen inbreng omdat zij zich niet organiseren zoals de BUN van hen verlangt. Zij worden binnen de BUN afwisselend aangeduid met termen als ‘ongebonden’, ‘ongeorganiseerd’, ‘niet-georganiseerd’, en ‘niet aan een sangha verbonden‘.
Die laatste aanduiding, gebruikt door huidig BUN-voorzitter André Kalden, verraadt het normatieve karakter van de BUN-terminologie. Volgens de BUN is de ‘ongeorganiseerde boeddhist’ ipso facto niet aan een sangha verbonden. Voor een andere, minder dwingende uitleg van sangha bestaat binnen de BUN geen ruimte: alleen ‘niet-individuele’ boeddhisten zijn welkom.
Volgens de eigen statuten oefent de BUN geen centraal leergezag uit. Met dit arbitraire criterium introduceert de koepel wel een novum binnen de boeddhistische traditie. De BUN maakt nergens duidelijk waarom alle leden van de boeddhistische gemeenschap aan haar ‘organisatiedwang’ zouden moeten voldoen.
Weggedefinieerd
Dat de BUN individuele boeddhisten uit de sangha wegdefinieert wordt ook duidelijk uit het toelatingsbeleid. De samenstelling van het ledenbestand toont aan: de BUN toetst noch de organisatiegraad, noch de rechtsvorm, noch het verdienmodel, noch de samenstelling van de achterban, noch de verhouding tot de boeddhistische traditie van (aspirant-)leden.
Als gevolg daarvan bestaat de BUN uit organisaties mét en zónder rechtsvorm, mét en zónder winstoogmerk. Behalve stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen zijn ook een vennootschap onder firma, een maatschap, minstens drie eenmanszaken en ‘een soort franchise-organisatie’ BUN-lid.
Dat de achterban van sommige leden (SIM, Zen.nl) grotendeels uit niet-boeddhisten bestaat speelt bij het toelatingsbeleid geen rol. Dat sommige boeddhisten hun eigen ‘kerk’ of ‘franchise’ beginnen, zonder daartoe vanuit een bestaande traditie te zijn gemachtigd (Boeddhistisch Centrum Haaglanden, Zen.nl) telt binnen de BUN niet mee.
Willekeur
In feite komt het BUN-toelatingsbeleid neer op willekeur ten nadele van de overgrote meerderheid van alle boeddhisten. Bij het aanmerken van een aspirant-lid als boeddhistische ‘groepering’ of ‘organisatie’ geven niet de formele eisen, de feiten of de inhoud de doorslag, maar het gewekte beeld.
Wie zich tegenover de BUN presenteert als ‘individueel boeddhist’ wordt onder verwijzing naar de statuten onmiddellijk de deur gewezen. Wie zich voordoet als ‘niet-individueel’ -dat wil zeggen, ‘georganiseerd’- boeddhist wordt door gewuifd, ook al drijft hij of zij een eenmanszaak, sticht hij of zij een eigen kerk of telt zijn of haar achterban nauwelijks boeddhisten.
Formeel vastgelegd
Op 18 april 2009 wordt dit toelatingsbeleid formeel vastgelegd in de BUN-statuten. De ledenvergadering sluit de inbreng van individuele boeddhisten vanaf dat moment categorisch uit. Het artikel dat hen als donateur spreekrecht -géén stemrecht- tijdens de ledenvergadering kon geven wordt geschrapt.
Op 14 november 2009 besluit de ledenvergadering bovendien dat het bestuur en de leden-organisaties met ‘ongebonden boeddhisten’ geen contact mogen hebben over het BUN-beleid.
Spreekverbod
Toenmalig BUN-voorzitter en advocaat Fransisca Boel (2009-2011) attendeert enkelen van hen per e-mail (16 december 2009) op dit spreekverbod.
‘Verder is er door de ALV besloten dat er geen reactie meer gegeven wordt op vragen, stellingen etc. van ongebonden boeddhisten die het beleid en/of de strategie van de BUN aangaan. Niet door het bestuur én niet door de leden’, aldus Boel.
Dat ALV-besluit is nooit ingetrokken. Dit betekent dat Aad Verboom en de ingestelde BUN-werkgroep hun eventuele toelating niet met ‘ongeorganiseerde boeddhisten’ zelf mogen bespreken.
Nederlandse Boeddhisten Netwerk
Dat het ook anders kan bewijst de discussie over de grondslagen van een nieuw op te richten Nederlandse Boeddhisten Netwerk (NBN). De initiatiefnemers organiseren op 29 juni 2013 een eerste kennismakingsbijeenkomst.
De discussie over het toelatingsbeleid wordt in alle openheid gevoerd, via websites als FaceBook en LinkedIn.
In de bijdragen wordt onder meer betoogd dat iedere persoon die zichzelf bekend maakt als boeddhist of een daadwerkelijke affiniteit met boeddhisme heeft welkom is bij het NBN, ongeacht zijn lidmaatschap van een specifieke sangha, groepering of organisatie.
Radicaal anders
Maakt het NBN daadwerkelijk deze keuze, dan levert dit platform boeddhisten een radicaal andere grondslag voor samenwerking en dialoog.
In dat geval onderscheidt het NBN -anders dan de BUN- niet tussen ‘individuele’ en ‘niet-individuele’, ‘georganiseerde’ en ‘niet-georganiseerde’ of ‘wel aan een sangha verbonden’ en ‘niet aan een sangha verbonden’ boeddhisten.
Dit voorkomt dat via arbitraire criteria en interpretaties aangewezen ‘georganiseerde boeddhisten’ alleen daarom een streepje voor hebben op andere boeddhisten.
Heterogeniteit
Zo’n benadering doet de heterogeniteit van de boeddhistische gemeenschap -die nu eenmaal grotendeels uit individuele, niet-georganiseerde boeddhisten bestaat- meer recht dan het alternatief dat de BUN biedt.
Een dergelijke grondslag laat onverlet dat individuele leden van het netwerk ook gezamenlijk, als groep of organisatie, een standpunt kunnen bepalen, en als groep of organisatie gezamenlijk een meerderheid kunnen nastreven.
Hieruit komt nog een ander verschil met het BUN-model naar voren: in dat geval is het gewicht van de stem van individuele boeddhisten níet met het lidmaatschap van een organisatie of groep gegeven, maar moet steeds opnieuw door henzelf worden gemobiliseerd. Dat komt neer op het volgende: wie participeert heeft meer invloed dan wie niet participeert.
Lees ook
> BD – Aad Verboom: ‘BUN is geen kasteel met een ophaalbrug’ (13-6-2013)
> Notulen BUN 2005-2012 (pdf)
> Francisca Boel – Bericht van BUN-bestuur (16-12-2009, pdf)
> Nederlandse Boeddhisten Netwerk – FaceBook
> Nederlandse Boeddhisten Netwerk – LinkedIn
> Stichting Dhammadipa
> Stichting Inzichts Meditatie
> Actueel – BUN inconsequent tegenover ongeorganiseerden
> Actueel – Gedrag voorzitter SVB roept vragen op
> Analyse – Georganiseerd boeddhisme (4): Het Contactorgaan
> Data – Presentielijst ledenvergadering BUN 2005-2012
Geef een reactie