• onafhankelijk • onderzoekend • opiniërend •

Eén procent gevangenen is boeddhist

Een onderzoeksrapport van UMC St Radboud toont aan dat de zorg aan gedetineerde boeddhisten een marginaal karakter heeft. Eén procent van de gevangenen noemt zichzelf boeddhist.

In 2010 verscheen het onderzoeksrapport Geestelijke Verzorging in detentie:visie van ingeslotenen op behoefte en aanbod.

UMC St Radboud

Het onderzoek werd uitgevoerd door het Onderzoekscentrum Maatschappelijke Zorg (Omz) van het Universitair Medisch Centrum St Radboud in Nijmegen. Dit gebeurde in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie.

Zorgbereik

Het WODC verstrekte die opdracht omdat de Dienst Geestelijke Verzorging (DGV) van de Dienst Justitiële Inrichtingen de effectiviteit van de geestelijke verzorging in justitiële inrichtingen en forensisch psychiatrische instellingen verder wilde onderzoeken.

Het Omz wilde drie doelen bereiken. Het ging om  inzicht te krijgen in de behoefte aan zorg van ingeslotenen, de aansluiting van het aanbod aan geestelijke verzorging daarop, en de belemmerende en bevorderende factoren in het gebruik daarvan.

Vragenlijst

Het onderzoekscentrum verspreidde in oktober 2009 een vragenlijst onder bijna 3.900 ingeslotenen. De gehele vragenlijst werd door ruim 1600 van hen (43%) ingevuld. Ze werden  daarvoor beloond met een Mars-reep.

Samen maakten deze respondenten 13% deel uit van alle gedetineerden in ons land. Deze groep omvatte significant meer vrouwen en autochtonen, maar werd door het Omz verder als representatief voor alle justitiële inrichtingen aangemerkt.

Geloof

De ingeslotenen werd onder meer gevraagd in welke godsdienst of levensovertuiging zij zijn opgevoed. Daarnaast vroegen de Nijmeegse onderzoekers hen tot welke godsdienst of levensovertuiging zij zich nu rekenen, en of zij actief gelovig zijn.

Volgens een tabel in het rapport noemde één procent van de respondenten uit het gevangeniswezen zichzelf boeddhist. Van de ruim duizend gevangenen die zichzelf als actief gelovige beschouwen gaf twee procent aan het boeddhisme te praktiseren.

Percentages

Daarmee komt het totaal aantal boeddhisten onder de respondenten op hooguit 22, ofwel net iets meer dan één procent.

Binnen de forensische zorg bedroegen de percentages respectievelijk drie (zeggen dat ze boeddhist zijn) en drie (zeggen dat ze boeddhisme praktiseren) op een totaal van bijna 70 personen.

Binnen de Justitiële Jeugdinrichtingen was de uitkomst twee (zeggen dat ze boeddhist zijn) en vier (zeggen dat ze boeddhisme praktiseren) procent op honderd gedetineerden.

Marginaal

Dit beeld komt overeen met het door • open boeddhisme • op basis van eigen onderzoek vastgestelde marginale karakter van de zorg aan gedetineerde boeddhisten.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek kwam het totaal aantal gedetineerden in 2010 uit op 13.295, van wie 940 uit Azië.

Ander onderzoek van • open boeddhisme • wijst uit dat de huidige organisatie van de boeddhistische geestelijke zorg binnen de DGV in het nadeel werkt van juist deze laatste groep.

Lees ook

> Actueel: Geestelijke zorg boeddhisten marginaal
> Reconstructie: BUN-bestuur verzweeg cruciale feiten
> UMC St Radboud – Geestelijke Verzorging in detentie (2010, pdf)

 

5 Responses to “Eén procent gevangenen is boeddhist”

  1. Robert Keurntjes

    Eén procent noemt zich boeddhist, maar wat zegt dat over de boeddhistisch geestelijke zorg?

    Eric Soyeux bericht op • open boeddhisme • dat de man die in 2001 een kort geding aanspande van Turkse komaf was.

    Nu associeer ik iemand van Turkse komaf niet met boeddhisme. Wellicht onterecht, maar het zou goed kunnen dat deze man zichzelf niet aangemerkt zou hebben als boeddhist. De eerste die gevraagd heeft om een boeddhistisch geestelijk verzorger viel dus mogelijk buiten die 1 procent.

    Wat ik zou willen weten is hoeveel gedetineerde er behoefte hebben aan geestelijke verzorging en hoeveel daarvan er, bij de keuze die er nu is, zouden kiezen voor een boeddhistische geestelijke verzorger.

    Het lijkt mij immers niet zo te zijn dat een geestelijk verzorger er alleen kan zijn voor diegenen die zich als lid van de ‘religie’ beschouwen waar die geestelijk verzorger voor staat.

    Die 1 procent vind is derhalve weinig informatief.

    Beantwoorden
  2. Eric Soyeux

    Klopt inderdaad Robert!

    Van al de gedetineerden die ik in die zeven jaar dat ik werkzaam was geholpen heb, was er één die zichzelf als boeddhist zag. Een minderheid heeft die keuze later ook gemaakt.

    Het punt is dat alle geestelijke verzorgers echte mensen-mensen zijn met het hart op de goede plaats. En dat is wat men nodig heeft. Daarnaast heeft iedere denominatie natuurlijk een eigen benadering, en die spreekt aan of niet.

    Voor het boeddhisme is dat vooral de meditatieve benadering, die je samen met de boeddhistische filosofie en psychologie kan leren hoe je met je eigen geest om kan gaan.

    De boeddhist beweegt zich daarmee tussen de humanisten, die vooral mensen met een aversie tegen religie aantrekken, en de overige denominaties die een meer religieus etiket hebben.

    Men zou beter kunnen vragen: Wanneer je de keuze hebt, kies je dan voor een boeddhist, humanist, pastoor, dominee, pandit of rabbi?

    Ik ben ervan overtuigd dat het percentage dan een stuk hoger uit zou vallen.

    In de praktijk zijn gedetineerden wat denominatie betreft behoorlijk zwevend en pragmatisch.

    Als ze goed kunnen opschieten met een geestelijke verzorger maakt het hen vaak niet zo veel uit van welke denominatie hij of zij is, vooral wanneer de geestelijke verzorger een open en informele houding aanneemt.

    Het is voor gedetineerden aantrekkelijk dat ze in de geestelijke verzorger een vertrouwenspersoon hebben.

    Vanwege de zwijgplicht biedt de geestelijke verzorging een vrijplaats binnen de justitiële inrichting. Dit geldt in nog grotere mate voor TBS-inrichtingen.

    Het onderzoek sluit dus helemaal niet aan op de dagelijks werkelijkheid in de justitiële inrichtingen.

    Beantwoorden
  3. Joop Romeijn

    Een helder betoog, Eric.

    Je besluit met: ‘Het onderzoek sluit dus helemaal niet aan op de dagelijks werkelijkheid in de justitiële inrichtingen.’

    Maar het sluit wel aan op de beleidswerkelijkheid en de bureaucratisch logica van de Dienst Geestelijke Verzorging van de DJI en de directie daarvan. Positief gezegd: het rechtvaardig verdelen van de beschikbare middelen (=geestelijk verzorgers) over de denominaties; negatief gezegd: ambtenaren-trots op een winkel waarin alle denominaties voorhanden zijn.

    Ik begrijp hieruit dat je het eigenlijk niet eens bent met die logica en dus met de ontwikkeling van de boeddhistische geestelijke verzorging de laatste jaren (en dan heb ik het over de beleidsmatige ontwikkeling, niet over de inzet van de boeddhistisch geestelijk verzorgers).

    Waar ik benieuwd naar ben is wat je vindt van de eis van Justitie dat er een academische (master plus ambtsopleiding) boeddhistische geestelijke verzorging had moeten zijn; gezien het profiel dat jij schetst is dat niet nodig, misschien zelfs ongewenst?

    Zelf ben ik daar ambivalent over, zoals ik van de week in mijn blog schreef:

    ‘Aan de ene kant vind ik het zijn van geestelijk verzorger een professie waarvoor een formele opleiding hoort met als onderdeel daarin niet alleen toetsing van kennis maar ook van bekwaamheden. Daarom is het goed dat er een beroepsvereniging van geestelijk verzorgers is (de VGVZ) en kwaliteitsregister geestelijk verzorgers en opleidingen. (…)

    Aan de andere kant heeft de keus van Justitie en de BUN ruim drie jaar geleden om een beperkt aantal BGV-ers aan te stellen grote nadelen. Lang niet alle boeddhistische tradities en subtradities hebben daarmee iemand van de eigen cultuur als BGV-er. Het maatwerk van de wettelijke regeling uit (…) 2007 had veel voordelen, met name het flexibele ervan, ook boeddhisten zonder universitaire opleiding kunnen daarmee voor bepaalde gedetineerden BGV-er zijn.’

    Beantwoorden
  4. Eric Soyeux

    Ik kan over de beleidswerkelijkheid en de bureaucratische logica van de dienst geestelijke verzorging eigenlijk niets aanmerken omdat ik niet begrijp hoe deze is ontstaan en hoe deze werkt. Ik vermoed dat er aspecten zijn waarvan ik niet de op hoogte ben en ik kan daarover geen oordeel over vellen.

    Dat er voor de islamitische gedetineerden jarenlang veel te weinig imams zijn geweest -en misschien nog zijn- geeft wel aan dat het beleid niet aansluit met de dagelijkse werkelijkheid in de inrichtingen.

    Het is natuurlijk ook zo dat het jaren duurt voordat relatief nieuwe geloven en levensbeschouwingen in het westen voldoende overkoepelend zijn georganiseerd om erkend te kunnen worden.

    Het heeft dus allemaal met geschiedenis te maken, en ook met culturele aspecten en samenwerken. Iedere religie en richting heeft zijn eigen dynamiek, politiek en traditie.

    Allemaal heel boeiend vind ik, maar het neemt vanwege de onvermijdelijke bureaucratie veel tijd in beslag voor het vorm krijgt. En dan blijkt het natuurlijk alweer achterhaald te zijn. Ik ben eigenlijk allang blij dat we het voor het boeddhisme redelijk voor elkaar hebben.

    De eis van een academische graad heeft denk ik te maken met het feit dat deze eis voor de andere denominaties al geldt. Aan boeddhisten kunnen natuurlijk geen lagere eisen worden gesteld dan aan anderen.

    Waarom in het verleden besloten is dat je om gv-er te kunnen zijn een academische graad nodig hebt weet ik niet. Misschien omdat het oorspronkelijk priesters waren?

    Er zal ongetwijfeld een goede reden voor zijn geweest zijn. Maar je kunt het nu moeilijk terug draaien.

    Beantwoorden
  5. Emma van den Berg-Mulder (geestelijk verzorger)

    Binnen de beroepsgroep van geestelijk verzorgers is al jaren een discussie aan de gang om het ambtelijke aspect van geestelijke verzorging te laten varen. Dit omdat het merendeel van de Nederlanders niet meer aangesloten is bij een levensbeschouwelijk genootschap. Levensbeschouwing is meer seculier en individualistisch geworden.

    Door sommige geestelijk verzorgers -niet door alle- wordt het ambt als een restant van de verzuiling gezien. Feit is dat er veel discussie is over het ambt, en dat er al vele geestelijk verzorgers aan het werk zijn zonder de ambtelijke binding (ongebonden geestelijke verzorging).

    Het is mijns inziens raar om aan die discussie helemaal voorbij te gaan en ervoor te kiezen een boeddhistisch ambt in te stellen, compleet met ambtelijke opleiding (hoewel die er nog niet helemaal is, geloof ik), terwijl de tendens is om het ambt meer en meer los te laten.

    Het is een heel pragmatische keuze (wat misschien te maken heeft met: je plekje zien te veroveren?): je invoegen in het ambtelijke systeem (met theoretisch strenge scheidslijnen) dat binnen Justitie nog steeds strikt wordt gehandhaafd. Kijk je verder dan Justitie dan zie je dat er al vele ongebonden geestelijk verzorgers aan het werk zijn.

    Beantwoorden

Laat een reactie achter bij Eric Soyeux Reactie annuleren