Boeddhisme zonder hocus pocus
Een boeddhisme zonder wedergeboorte, godheden, hemelse en helse sferen, orakels, en lama’s die zelf weer de reïncarnatie van lama’s zijn . Dit vooruitzicht schetst de Amerikaanse filosoof Owen Flanagan op • open boeddhisme • in zijn essay Brengt boeddhisme geluk? En waar?
In zijn bijdrage aan • open boeddhisme • vat Flanagan zijn kritiek op simplistische ideeën over onderzoek naar meditatie én zijn stelling dat een ‘boeddhisme zonder hocus pocus’ het overwegen waard is, bondig in een essay samen.
Een verkorte versie hiervan verscheen onlangs in The Chronicle of Higher Education. Deze Nederlandstalige versie (Brengt boeddhisme geluk? En waar?) is speciaal met het oog op de lezers van • open boeddhisme • bewerkt.
Mind & Life
Met een publicatie als Consciousness Reconsidered (1993) had Flanagan, hoogleraar filosofie aan Duke University in de Verenigde Staten, zijn sporen in de bewustzijnsfilosofie reeds verdiend toen hij werd uitgenodigd deel te nemen aan één van de zogenaamde ‘Mind & Life’ dialogen met de veertiende Dalai Lama.
Als deelnemer aan deze discussie verbaast hij zich over het gemak waarmee naïeve westerlingen aannemen dat hersenscans zonder meer het gelijk van de Boeddha kunnen aantonen.
Tijdens een verblijf in Dharamsala, India ging Flanagan in maart 2000 in de residentie van de Dalai Lama met experts als Daniel Goleman, Francisco Varela, Richard Davidson, Paul Ekman, Matthieu Ricard en de Dalai Lama een week lang in discussie over destructieve of verstorende emoties.
Sinds die ontmoeting heeft het onderzoek naar boeddhistische meditatie een hoge vlucht genomen. De zorgvuldigheid en terughoudendheid van veel betrokken wetenschappers ten spijt lieten media en westerse boeddhisten alle scepsis varen toen de eerste resultaten van onderzoek naar het effect van meditatie op het brein bekend werden gemaakt.
Joy Detectives
Tot zijn schrik kreeg Flanagan zijn eigen ‘fifteen minutes of fame’ dankzij media-uitingen zoals ‘Buddhists Lead Scientists to Seat of Happiness’. Zijn gesprekspartners Davidson en Ekman kwamen er niet veel beter van af toen zij als ‘Joy Detectives’ werden aangeduid. Matthieu Ricard, een van de eerste onderzoekssubjecten, ging voor hij het wist door voor de ‘happiest man on earth’ en ‘Mr. Happy’.
Sindsdien heeft Flanagan zich erop gericht de ontwikkelingen op dit nieuwe, grotendeels onontgonnen onderzoeksgebied als nuchtere, deskundige (neuro-)filosoof met de vereiste kritische distantie te volgen.
Commentaar Dalai Lama
In The Really Hard Problem: Meaning in a Material World (2007) onderwierp Flanagan de belangstelling van de Dalai Lama voor wetenschap aan nader onderzoek, en voorzag een veel door hem gemaakt, maar zelden kritisch besproken voorbehoud van commentaar.
Daarna liet hij zich zowel in wetenschappelijke artikelen als interviews en opiniërende bijdragen kritisch uit over het gemak waarmee journalisten, westerse boeddhisten én sommige wetenschappers aannemen dat het causale verband tussen meditatie, geluk en het brein in een simpele uitdraai van de fMRI-scanner vervat zou kunnen zijn. Flanagan toont zijn waardering voor dit veld van onderzoek, maar hen verwijt hij filosofische naïviteit.
Meditatie in context
In 2011 verscheen van zijn hand The Bodhisattva’s Brain: Buddhism Naturalized. Daarin stelde Flanagan zichzelf onder meer tot taak enkele tot dan toe in wetenschappelijk onderzoek naar boeddhistische meditatie bereikte resultaten te duiden en van context te voorzien.
Daarnaast onderzocht hij de voorstelbaarheid en haalbaarheid van een seculiere vorm van boeddhisme – door Flanagan aangeduid als ‘genaturaliseerd boeddhisme’ – ontdaan van ‘hocus pocus’ als wedergeboorte, godheden, hemelse en helse sferen, orakels, en lama’s die zelf weer de reïncarnatie van lama’s zijn.
In deze bijdrage aan • open boeddhisme • vat Owen Flanagan deze kritiek bondig samen, en schetst hij zijn perspectief op de haalbaarheid en wenselijkheid van een seculier, genaturaliseerd boeddhisme.
Lees ook
> Essay: Brengt boeddhisme geluk? En waar?
> Profiel: Owen Flanagan
> Christian Coseru: The Bodhisattva’s Brain
> Cokky van Limpt: Geluk nog niet meetbaar in hersenen
> Daniel Dennett: The Really Hard Problem: Meaning in a Material World (pdf)
> Robert Chalmers: Matthieu Ricard: Meet Mr. Happy
> Mind & Life VIII: Destructive Emotions (2000)
Kijk
> TED: Matthieu Ricard over The habits of happiness
Luister
> Publiekslezing Flanagan Wolfson Theatre London
> Interview met Owen Flanagan over The Bodhisattva’s Brain
> Interview Marlous Lazal met Owen Flanagan
One Response to “Boeddhisme zonder hocus pocus”
Als ik Flanagan goed begrijp gaat hij verder dan de redactie meent en zegt hij gewoon dat een seculier boeddhisme wenselijk en haalbaar is. Sommige mensen kunnen zonder in cognitieve dissonantie te vallen (of zonder dat te merken) een seculier boeddhisme, als een practische levensfilosofie voor zichzelf construeren: zonder ‘hocus pocus’ zoals de redactie samenvat.
Hoewel Flanagan de term religie niet gebruikt, ook niet in z’n boek The Bodhisattva’s Brain, kan zijn boeddhisme beslist geen religie genoemd worden. Dat mag. Toch is de vraag interessant of een religie zoals boeddhisme wel mogelijk is zonder hocus pocus? En, omgekeerd, is het zinnig een filosofie zonder religieuze dimensie nog ‘boeddhisme’ te noemen?
Waarom vind ik dit nu juist in • open boeddhisme • zo interessant? Om twee redenen.
De eerste is het een paar dagen eerder verschenen bericht ‘VU start bachelor en master boeddhisme’ waarin Jonathan Silk wordt geciteerd over de weigering van velen het boeddhisme als religie te beschouwen. Volgens Silk noemen zij het boeddhisme ten onrechte een filosofie of levensstijl. Ik vrees dat Flanagan deze Silk-route niet heeft genomen.
De tweede reden is dat definities van ‘religie’ bijna altijd is opgenomen dat (het beoefenen van een) ‘religie’ ook een groepsgebeuren is De benadering van Flanagan past wel in de geïndividualiseerde cultuur die op dit moment domineert, maar creëert in mijn ogen niet de beste van alle mogelijke werelden. Deze schaduwkant lijkt me het vermelden waard.
Samenvattend: het is interessant of een boeddhisme denkbaar is zonder ‘hocus pocus’ maar met een sociale en metafysische, transcendente dimensie.
Flanagan zegt in zijn essay dat een genaturaliseerd boeddhisme, mocht dit bestaanbaar zijn, verenigbaar is met de neodarwinistische evolutietheorie en het wetenschappelijk materialisme. Dat vind ik niet zo’n verdienste, dat zou het pas zijn als een niet-(volledig-)genaturaliseerd boeddhisme – zoals ik dat zelf voorsta – dat ook is.