Als ik Flanagan goed begrijp gaat hij verder dan de redactie meent en zegt hij gewoon dat een seculier boeddhisme wenselijk en haalbaar is. Sommige mensen kunnen zonder in cognitieve dissonantie te vallen (of zonder dat te merken) een seculier boeddhisme, als een practische levensfilosofie voor zichzelf construeren: zonder ‘hocus pocus’ zoals de redactie samenvat.


Hoewel Flanagan de term religie niet gebruikt, ook niet in z’n boek The Bodhisattva’s Brain, kan zijn boeddhisme beslist geen religie genoemd worden. 
Dat mag. Toch is de vraag interessant of een religie zoals boeddhisme wel mogelijk is zonder hocus pocus? En, omgekeerd, is het zinnig een filosofie zonder religieuze dimensie nog ‘boeddhisme’ te noemen?


Waarom vind ik dit nu juist in • open boeddhisme • zo interessant? 
Om twee redenen.


De eerste is het een paar dagen eerder verschenen bericht ‘VU start bachelor en master boeddhisme’ waarin Jonathan Silk wordt geciteerd over de weigering van velen het boeddhisme als religie te beschouwen. Volgens Silk noemen zij het boeddhisme ten onrechte een filosofie of levensstijl. Ik vrees dat Flanagan deze Silk-route niet heeft genomen.

De tweede reden is dat definities van ‘religie’ bijna altijd is opgenomen dat (het beoefenen van een) ‘religie’ ook een groepsgebeuren is De benadering van Flanagan past wel in de geïndividualiseerde cultuur die op dit moment domineert, maar creëert in mijn ogen niet de beste van alle mogelijke werelden. 
Deze schaduwkant lijkt me het vermelden waard.

Samenvattend: het is interessant of een boeddhisme denkbaar is zonder ‘hocus pocus’ maar met een sociale en metafysische, transcendente dimensie.

Flanagan zegt in zijn essay dat een genaturaliseerd boeddhisme, mocht dit bestaanbaar zijn, verenigbaar is met de neodarwinistische evolutietheorie en het wetenschappelijk materialisme. 
Dat vind ik niet zo’n verdienste, dat zou het pas zijn als een niet-(volledig-)genaturaliseerd boeddhisme – zoals ik dat zelf voorsta – dat ook is.