• onafhankelijk • onderzoekend • opiniërend •

Bescherming kind-monniken Bhutan

Bhutanese novieten

De 450 kind-monniken in het van de buitenwereld afgesloten Dechen Phodrang klooster bij de Bhutanese hoofdstad Thimphu kunnen sinds kort geweld, verwaarlozing en misbruik melden.

Unicef Bhutan is eind vorig jaar in dat klooster een test voor deze aanpak van kinderbescherming gestart. Alle leraren, volwassenen en leerlingen hebben workshops over kinderrechten gevolgd. In het klooster woont om die reden permanent een zogeheten ‘child protection officer’ van Unicef Bhutan.

Deze moet een brug slaan tussen het klooster met de kind-monniken en de overheidsdiensten op het vlak van het welzijn van kinderen. Het project moet worden uitgerold over alle kloosters in dit Aziatische koninkrijk. Hier leven naar schatting 4.000 kind-monniken. Dit meldt de Engelse krant The Guardian.

Armste kinderen

Eeuwenlang voorzien de duizenden kloosters in een thuis voor en opvoeding van de meest arme kinderen in Bhutan. Hun ouders hebben hen daarheen gestuurd omdat ze hen in de grote gezinnen niet kunnen onderhouden.

Bovendien hebben ze geen geld voor de aanschaf van uniformen en lesmateriaal om de overheidsscholen te bezoeken.

Officieel nemen de kloosters alleen kinderen van zeven jaar en ouder op. Echter, de praktijk laat zien dat ook vijfjarigen worden opgenomen als de ouders hen nergens anders kunnen onderbrengen.

Deplorabel

Volgens Kencho Tshering, hoofd van de kloosterschool, arriveren de meeste kinderen vanuit deplorabele huiselijke omstandigheden.

Hij zegt verder dat de kinderen hun familie soms in geen maanden of jaren zien omdat ze zich volledig toewijden aan de ‘spirituele kennis’. De ouders hebben veelal geen geld voor de reis.

Echter, Tshering vindt dat de wereld is veranderd. Wij moeten meeveranderen en ervoor zorgen dat ale kinderen op dezelfde manier worden behandeld als buiten de orde, zegt hij.

Luizen en schurft

De meeste kind-monniken die het Dechen Phodrang klooster sinds 1971 huisvesting en opleiding biedt, komen uit de bergdorpen. De leefomstandigheden in het klooster zijn minimaal: ze slapen op matjes op de vloer, ze hebben ademhalingsprobemen, luizen en schurft.

De kloosters hebben verder problemen om de kinderen goed sanitair en voedsel te geven.

Ze waren tot de start van het Unicef-project bovendien afgesloten van welke overheidsinmenging dan ook. De kloosters kennen hun eigen rechtbanken die los van het strafsysteem van het koninkrijk opereren.

Grondrechten

Dorji Wangdi, de ‘child protection officer’ van Unicef Bhutan, noemt tegenover The Guardian de aanpak in het klooster een ‘nieuw concept’ voor de grondrechten van de kinderen.

De monniken zijn voor het merendeel alleen gericht op het volgen van de kloosteropleiding. ‘De nadruk daarin ligt op strenge discipline en totale overgave aan het geestelijk leven’.

Ook hij benadrukt dat de aanpak ervoor moet zorgen dat een kind-monnik niet anders wordt behandeld dan alle andere kinderen in Bhutan.

Lijfstraffen gestopt

De eerste resultaten laten volgens Wangdi verbeteringen zien. Lijfstraffen zijn verboden in alle scholen behalve die in kloosters. In de kloosterschool van Dechen Phodrang worden ze dankzij de gegeven workshops aan leraren en monniken niet meer gegeven.

De grootste uitdaging voor Unicef is de test in dit klooster in alle andere kloosterordes in het land te introduceren. Probleem is daarbij dat Bhutan bergachtig is en veel kleinere geïsoleerd gelegen  kloosterscholen kent die in de winter moeilijk te bereiken zijn.

Sera Je

In 2004 verrichtte de Nederlandse antropologie-student Monique van Lochem (Universiteit Leiden) onderzoek naar het leven van kind-monniken in het Tibetaans boeddhistische klooster Sera Je in Zuid-India. Veel van deze kinderen zijn vluchtelingen, afkomstig uit Tibet.

Van Lochem concentreerde zich niet alleen op het leven dat de kinderen in dit klooster leiden, maar ook op hun mening over het kloosterleven. Eén van haar conclusies is dat ofschoon de meeste kinderen niet uit vrije wil voor een bestaan als monnik kiezen, ze hun ouders en familie wel begrijpen en hun lot accepteren.

Twijfel

Dat wil niet zeggen dat de kinderen geen twijfel kennen, schrijft Van Lochem. Zo vragen zij zich vaak af hoe lang zij nog monnik zullen blijven.

Voor velen is dat een academische kwestie: hun levensomstandigheden -zeker wanneer hun ouders en verdere familie in Tibet leven- maken het moeilijk in India een bestaan als leek op te bouwen.

‘Vanuit hun culturele achtergrond realiseren de kinderen zich bovendien dat een bestaan als monnik een van de beste manieren van leven is – en niet eens zo’n moeilijk leven. Het klooster voorziet in al hun behoeften. Het eten is gratis, ze hoeven geen zwaar werk te verrichten, ze worden goed opgeleid, mogen soms spelen en krijgen zelfs wat geld. Ze hebben een shagen ['sponsor' of mentor] die de plaats inneemt van hun ouders, en een hoop ‘broertjes’ met wie ze kunnen spelen. Wat komen ze eigenlijk tekort? Er wordt natuurlijk wel geslagen, en daar heeft iedereen een hekel aan, maar ze geloven allemaal dat als hun leraar dat nodig vindt het wel voor hun eigen bestwil moet zijn’, aldus Van Lochem.

Lees ook

> Kelly – Bhutan brings children’s rights to monastic schools (The Guardian, 20-2-2013)
> Van Lochem – Children of Sera Je (2004, pdf)
> Unicef Bhutan

Geef een reactie