Posts tonen met het label overheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label overheid. Alle posts tonen

donderdag 11 december 2014

Rapport van de BUN-werkgroep ongeorganiseerden - En een persoonlijk bericht

Een persoonlijk bericht en het verslag van de BUN-werkgroep over de wijze van betrekken van ongeorganiseerde boeddhisten bij de BUN

Eerst dat persoonlijke bericht
Omdat ik links en rechts heb meegedeeld dat ik afgelopen maandag werd geopereerd, nu het nieuws dat die operatie gelukt lijkt te zijn. Ik ben weer terug, m'n fysieke conditie is nog niet honderd procent maar m'n mentale, m'n scherpte dus, al wel.

========================================================================

Dan het BUN-rapport

Gezien m'n grote betrokkenheid, al een jaar of zes, bij dit thema, heb ik het BUN-bestuur om een exemplaar gevraagd, zowel voor de ledenvergadering van 22 november als er na.
Ik kreeg het 8 december van BUN-voorzitter Michael Ritman, op zich al een hele vooruitgang na het spastische zwijgen de afgelopen jaren.

Het probleem begint meteen al met de titel van de werkgroep, hun opdracht die de werkgroep van het bestuur had gehad en de samenstelling van de werkgroep.
1. De titel van de werkgroep was aanvankelijk 'Werkgronden ongebonden boeddhisten'. Nu heeft hij geen naam meer ("Werkgroep die zich bezig houdt met de vraag naar de betrokkenheid bij de BUN van individuele boeddhisten)".

2. De opdracht staat in paragraaf 1 van het rapport, de gewijzigde opdracht in paragraaf 5.
In de brainstormdiscussie bleef hier niets van over, ik citeer uit het verslag:
"H3a Wat wil en kan de BUN betekenen voor individuele boeddhisten?
* Als individuele Boeddhisten zich willen organiseren, dan is dat een mogelijkheid voor deelname.
* Geïnteresseerden de weg naar de sangha’s bieden (bv ook na mindfulness-cursus)
* De opleiding aan de VU/ BZI
* Informatie op website is voor iedereen
* De kennis/ boodschap van het boeddhisme overbrengen
* Wat betreft de vraag naar individuele boeddhisten, vallen we toch weer terug op de term
‘ongeorganiseerden’. Het gaat hier om mensen, die al boeddhist zijn (wat die term ook moge
betekenen). Ze weten dus de weg.
* Veel belangrijker vinden we echter de groep die interesse heeft in het boeddhisme en zich wil
aansluiten bij een van de bestaande sangha’s. "

De ongeorganiseerde boeddhist - de oorspronkelijke opdracht - is dus volledig weggeschreven! Vooral de laatste twee punten zijn denigrerend.

3. Dan de samenstelling. Eerst zaten er vier mensen in, voortgekomen uit de ledenvergadering van de BUN uit 2013. Uit het eindrapport blijkt dat er later twee bestuursleden bij zijn gekomen. Het is misschien voor boeddhisten de gewoonste zaak van de wereld maar deze uitbreiding van een werkgroep die aan het bestuur moet adviseren vind ik op basis van mijn bestuurservaringen onjuist. Correct zou zijn geweest dat het rapport van de (oorspronkelijke) werkgroep met commentaar van het bestuur aan de Ledenvergadering was voorgelegd.

Ritman schrijft in z'n aanbiedingsmail aan mij dat het een intern document betreft maar zeker geen geheim stuk is. Ook dat is een vooruitgang. Ik heb op basis van m'n eigen morele afweging besloten dat ik het mag, ja moet publiceren. Transparantie en openheid (tenzij ...) moet de regel zijn.

De ledenvergadering heeft de middag van de 22e gebrainstormd over de voorstellen van de werkgroep. De gesprekken waren open, levendig en constructief. Er bestaat veel animo om de BUN te vernieuwen en meer naar buiten te richten. Daar gaan we gericht mee aan de slag. (let wel dit is een iets ingekort citaat).

Tenslotte vroeg hij me dat, als ik nog vragen of ideeen had, dat hem te melden.
Dat ga ik doen.
Vooralsnog heb ik er twee
  • Ik adviseer het BUN-bestuur om mijn voorstel over de toekomst van de BUN, opgenomen in mijn blog van 25 augustus , over te nemen.
  • Ik adviseer het BUN-bestuur om alsnog excuses aan te bieden aan het CvdM (Commissariaat voor de Media) voor het feit dat de BUN in 2009 mee is gegaan met de claim van de BOS als zouden er 900.000 boeddhisten in Nederland zijn. En eerst te onderkennen dat de BUN daar destijds en bij he bezwaarschrift in 2010 echt in mee is gegaan. Dit los van de huidige rechtszaak, maar als morele zaak.

Update
In een mail aan Michael noemde ik er nog een paar:
•  Ontwikkel, gericht op de ongeorganiseerde boeddhist, twee vormen van digitale sangha's:
- Bestaande of te starten huiskamergroepen worden op afstand (licht) begeleid door een lid van een sangha (wel meerdere, zodat er keus is).
- 'Echte' digitale sangha's waarbij er niet of nauwelijks sprake is van bij elkaar komen
Over beide vormen is er wel wat (Amerikaanse) literatuur. Zie, voeg ik weer aan die mail toe, het zeer recent verschenen 'Buddhism, the Internet and Digital Media: The Pixel in the Lotus' van Grieve en Veidlinger, ontdekt via Bodhitv. (Ik heb het nog niet gelezen en de BUN kan het zich niet veroorloven, zelfs de Kindle-versie van Amazon kost 100 euro.)

•  Nog steeds is bij de BUN het model van betrekken van ongeorganiseerden mogelijk zoals dat wordt gehanteerd in Duitsland (een platform dat zichzelf binnen randvoorwaarden organiseert en recht heeft op een of twee zetels in de ALV)
Maar dit is wellicht inmiddels een lapmiddel, de identiteitscrisis van de BUN is te ver gevorderd om hier nog heil van te verwachten.

•  Dat breng me tenslotte bij m'n ultieme advies aan de BUN dat ik al herhaaldelijk heb geuit:
hef je op en wacht met een open mind af of er leven is na deze dood.
Einde update


Ik voeg hieronder het rapport toe. Zonder verder commentaar.
Wel erachter als curiositeit uit de oude doos een notitie van de voormalige BUN-voorzitter (een voormalige, na hem zijn er nog vier anderen geweest) Jan Willem Houthoff uit Herfst 2007.

Er is overigens ook een verslag van de brainstorm door de BUN-leden op 22 november gevoerd. Daar heeft het Boeddhistisch Dagblad al over geschreven; ik heb me hier tot het citeren van één passage beperkt.

===============================================================

Een kwestie van betrokkenheid
 
Verslag van de bevindingen van de werkgroep die zich bezig houdt met de vraag naar de
betrokkenheid bij de BUN van individuele boeddhisten.
Amsterdam, 8 oktober 2014

Inhoud
1. Opdracht 3
2. Probleemanalyse 3
3. Bevindingen van de werkgroep 6
4. Omgaan met kritiek 8
5. Aanbeveling 8
6. Voorstel werkgroep 9
7. Vraagstelling 9
Bijlage 1: Schema maatschappelijke omgeving BUN 10
 
Leden van de werkgroep:
Stijn Bunschoten (European Zen Center).
Henk Dolfing (Jewel Heart).
Olivier Provily (European Zen Center).
Michael Ritman (Rigpa)
Aad Verboom (Dhammadipa).
Paula de Wijs (Maitreya Instituut)
 
1. Opdracht
Het bestuur van de Boeddhistische Unie Nederland heeft de werkgroep de volgende opdracht
gegeven:
Moeten ongebonden boeddhisten in de Boeddhistische Unie vertegenwoordigd worden en
zo ja, waarom en op welke organisatorische manier?
Deze vraagstelling is geformuleerd aan de hand van één van de aanbevelingen van het rapport
Lotusbloem uit 2012:
Onderzoek hoe een platform gecreëerd kan worden voor personen die zich niet willen
laten vertegenwoordigen door één van de aangesloten leken-sangha’s, maar wel gehoord
willen worden door BUN-bestuur en ALV.
Het instellen van de werkgroep is daarom een logisch gevolg van de uitkomsten van het rapport
Lotusbloem.
 
2. Probleemanalyse
De werkgroep heeft geprobeerd de hiernavolgende vragen te beantwoorden ten aanzien van het
eventuele lidmaatschap van zogenaamde ongebonden boeddhisten.
1. Wat is de definitie van ‘ongebonden boeddhisten’?
- De werkgroep is er na gesprekken met individuele boeddhisten achter gekomen dat
niemand zich in de term ‘ongebonden boeddhisten’ herkent. Beter is het om te
spreken van ‘individuele boeddhisten’.
- Er zijn in het verleden al veel discussies geweest over de vraag ‘wat is een
boeddhist’. In het kader van de onderzoeksopdracht hanteert de werkgroep deze
brede definitie: ‘iemand die zichzelf als boeddhist ziet’ (noot 1). Dit kan dus iemand zijn die
zich bij een leraar en een organisatie heeft aangesloten, maar ook iemand die dat niet
gedaan heeft.
 
(noot 1) Dit sluit aan bij de definitie in het CBS-rapport van december 2013 ‘Het belang van religie voor sociale
samenhang’: ‘een persoon [die] zich rekent tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke
groepering’. Volgens dit rapport rekent 0,5% van de bevolking zich tot het boeddhisme. Dit komt overeen met 65.000 Nederlanders van 18 jaar en ouder in 2012.

 
2. Wat zeggen de statuten over het lidmaatschap van individuele boeddhisten?
- De statuten voorzien niet in het lidmaatschap van individuele leden. Alleen
groeperingen of organisaties komen onder voorwaarden in aanmerking voor het
lidmaatschap.
 
3. Waarom is dit statutair zo bepaald?
- De BUN is opgericht door de eerste leden van de BUN. Dat waren bestaande
boeddhistische organisaties. In de geschiedenis van de BUN zijn er wel discussies
geweest over een individueel lidmaatschap, maar dat heeft niet geleid tot het instellen
daarvan. De werkgroep erkent dat individuele boeddhisten zich hierdoor mogelijk
buitengesloten voelen.
 
4. Wat zijn de argumenten, voor én tegen, indien individueel lidmaatschap wordt mogelijk
gemaakt?
a. Voor de leden van de BUN:
voor:
- Toegankelijkheid: BUN-leden komen sneller en makkelijker in contact met
individuele boeddhisten.
- Inspiratie: BUN-leden kunnen zich laten inspireren door individuele
boeddhisten met originele visies, maatschappelijke ervaring en specifieke
capaciteiten.
tegen:
- Verwarring: individuele boeddhisten die wél bij een organisatie zijn
aangesloten kunnen binnen de BUN beleidsmatig andere ideeën uiten dan
de vertegenwoordigers van de organisatie waarbij ze aangesloten zijn.
- Evenwichtigheid: wat is het gewicht van een individueel lid ten opzichte
van een organisatie die lid is.
b. Voor de individuele boeddhisten:
voor:
- Zichtbaarheid: Individuele boeddhisten zijn dan officieel vertegenwoordigd
in boeddhistische aangelegenheden in Nederland.
- Betrokkenheid: Individuele boeddhisten kunnen als lid hun betrokkenheid
tonen en zich betrokken voelen.
tegen:
- Individualiteit: Het kan zijn dat individuele boeddhisten zich niet door de
BUN willen laten vertegenwoordigen.
- Onafhankelijkheid: Individuele boeddhisten kunnen los van de BUN
makkelijker een individuele mening verkondigen en een onafhankelijk
geluid laten horen.
c. Voor de maatschappelijke partners:
voor:
- Representativiteit: De maatschappelijke partners overleggen dan met de
BUN als een bredere vertegenwoordiging van het boeddhisme in
Nederland.
tegen:
- Stabiliteit: de BUN is in een nieuwe opzet mogelijk minder stabiel, en
daardoor minder betrouwbaar als gesprekspartner voor maatschappelijke
partners.
d. Voor de BUN als bestuurlijke organisatie:
voor:
- Scherpte: meer kritische reflectie binnen de eigen organisatie.
- Betrokkenheid: de BUN kan profiteren van de betrokkenheid van
individuele boeddhisten.
- Dynamiek: de BUN kan als organisatie aan dynamiek winnen door de
inbreng van individuele leden.
tegen:
- Stabiliteit: te veel dynamiek kan ontwrichtend werken
- Overzichtelijkheid: de organisatie wordt complexer
 
5. Bij wie leeft de vraag of een lidmaatschap voor individuele boeddhisten mogelijk moet
worden gemaakt?
a. Bij de leden van de BUN:
- zie hoofdstuk 1: Opdracht. Deze vraag leeft bij de leden van de BUN, op
basis van de aanbeveling uit het rapport Lotusbloem, onder de noemer van
verbetering van representativiteit en imago.
b. Bij de individuele boeddhisten:
- Er zijn enkele individuele boeddhisten die zich in het verleden
buitengesloten en niet gehoord voelden door de BUN. Dit heeft geleid tot
veel kritiek van hun kant, wat niet bevorderlijk was voor het imago van de
BUN en aan de BUN gerelateerde organisaties (BOS en BZI).
- Er is verder niet onderzocht of de BUN iets kan betekenen voor individuele
boeddhisten. Later in dit rapport komen we in dit verband wel met een
aanbeveling.
c. Bij de maatschappelijke partners:
- De maatschappelijke partners hechten vooral aan stabiliteit, continuïteit en
rust. In dit verband ligt het niet voor de hand om aan de opzet van de BUN
te sleutelen.
d. Bij de BUN als bestuurlijke organisatie:
- Die behoefte is er in beperkte mate, maar wordt wel serieus onderzocht.
 
3. Bevindingen van de werkgroep
De werkgroep heeft diverse relevante stukken bestudeerd en veel onderlinge discussies gevoerd
over het onderwerp. Ook heeft de werkgroep zich laten informeren door relevante betrokkenen,
met als doel een compleet beeld te verkrijgen van de reikwijdte en complexiteit van de
probleemstelling. De werkgroep heeft zich ook laten informeren door het bestuur van de Duitse
Boeddhistische Unie.
 
1. De eerste vraag die de werkgroep zichzelf stelde was of het onderzoek zou gaan over de
vraag of en hoe individuele mensen lid kunnen worden van de BUN. In dat geval zou kunnen worden
gesproken van een technische en organisatorische kwestie, die technisch en organisatorisch
opgelost kan worden, via wijziging van de statuten. De tweede vraag die zich aandiende was of
de kwestie misschien toch complexer was dan gedacht. Dit heeft ook te maken met de
maatschappelijke omgeving van de BUN die steeds complexer wordt. (Zie Bijlage 1, voor een
vereenvoudigde, schematische weergave).
 
2. Naar aanleiding van het rapport Lotusbloem (2012) heeft de BUN een aantal veranderingen
doorgevoerd in haar eigen organisatie. Daardoor gaat veel nu relatief goed, maar er zijn ook
dingen die de BUN nog laat liggen en een voorbeeld daarvan is dat er nog niet goed en helder
gecommuniceerd wordt met mensen buiten de BUN die zichzelf als boeddhist zien, zonder dat ze
lid zijn van een boeddhistische organisatie.
 
3. De werkgroep is tot de constatering gekomen dat ‘ongebonden boeddhisten’ in werkelijkheid
niet bestaan. In de woorden van één van de werkgroepleden: ‘We hebben gezocht naar
ongebonden boeddhisten, maar we hebben ze niet kunnen vinden’. Er is wel sprake van een klein
aantal individuen dat zich kritisch opstelt ten opzichte van de BUN, maar die kritiek is niet altijd opbouwend en wordt in ieder geval vaak niet als zodanig ervaren. Bovendien is die kritiek deelsgericht op het verleden. De werkgroep is tot de conclusie gekomen dat het niet nuttig zou zijn nieuw beleid te formuleren om al dan niet aan deze kritiek een platform te bieden.
Wel bestaan er een heleboel – en steeds meer – mensen die zich aangetrokken voelen tot het
boeddhisme en daar ‘iets mee willen’. De BUN heeft, als vertegenwoordiger van boeddhistische
organisaties in Nederland een grote kans in te spelen op deze toegenomen belangstelling voor
het boeddhisme. Het zou jammer zijn als deze kans bleef liggen.
Er zijn veel mensen te vinden die (uitgesproken) ideeën hebben over de manier waarop het
boeddhisme zich in Nederland zou kunnen profileren en organiseren. De BUN zou meer gebruik
kunnen maken van deze vrij aangeboden kennis en ondersteuning. De vraag of mensen wel of
geen lid zijn van de BUN of van een sangha zou minder een rol hoeven te spelen.
 
4. Er is een geringe en enigszins obligate betrokkenheid van de eigen leden bij bestuurlijke
aangelegenheden te constateren. Bij de achterban van de leden lijkt de interesse in de BUN zo
mogelijk nog minder groot. Volgens de werkgroep zou de ALV zich deze geringe betrokkenheid
moeten aantrekken en haar kunnen beschouwen als een aanleiding om het eigen functioneren
tegen een continu kritisch daglicht te houden. Transparantie en de relatie met de buitenwereld zou
in een degelijke zelfanalyse ook een rol kunnen (en moeten) spelen. Uit diverse nota’s en notulen
blijkt wel dat zowel het bestuur als de leden van de BUN zich van deze problemen bewust zijn.
Maar hoe een en ander kan leiden tot constructieve verbetering van de communicatie van de
BUN is nog onduidelijk.
 
5. De werkgroep heeft zich vanuit diverse perspectieven over de opdracht gebogen en is dus
uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat de inhoud van de opdracht niet goed correspondeert met
de actuele, veranderlijke en levendige diversiteit van boeddhistisch Nederland anno 2014. De
BUN lijkt enigszins in zichzelf gekeerd en beperkt haar werkzaamheden tot bepaalde (enigszins
verzuilde) activiteiten, terwijl de samenleving zich in zeer snel tempo ontwikkelt in een
multireligieuze samenleving, waarin crossovers, onderlinge beïnvloeding en het ontstaan van
nieuwe grenzen en identiteiten aan de orde van de dag zijn. De werkgroep mist een betrokkenheid
en visie van de BUN op deze ontwikkelingen en op maatschappelijke kwesties in het algemeen.
Ze roept de ALV op over deze maatschappelijke betrokkenheid grondig van gedachten te
wisselen.
 
4. Omgaan met kritiek
Een tijd lang liep de relatie tussen de BUN en enkele kritische individuele boeddhisten bijzonder
moeizaam en in het verleden is het meermaals mis gegaan in de communicatie tussen deze
kritische volgers en de BUN. Er zijn volgens de werkgroep te weinig lessen getrokken uit deze
onvruchtbare relatie tussen de BUN en sommige critici. Dit heeft voor een belangrijk deel te
maken met het feit dat de communicatie van deze critici niet altijd opbouwend was, of in ieder
geval niet als zodanig ervaren werd. Toch toont volgens de werkgroep de moeizame relatie met
kritische niet-leden aan dat daar voor de BUN winst te halen valt; de BUN zou meer open en
transparant kunnen functioneren. De ALV heeft in 2009 bepaald dat er ‘geen reactie meer wordt
gegeven op vragen, stellingen, etc. van ongebonden boeddhisten die het beleid en/of de strategie
van de BUN aangaan, niet door het bestuur en niet door de leden’. De werkgroep zou graag zien
dat deze bepaling wordt ingetrokken. Wanneer de BUN op de relevante punten haar visie
verheldert kan er uit eigen kracht gecommuniceerd worden. Ze stelt ook vast dat er behalve deze
bepaling, momenteel geen duidelijkheid is over de manier hoe er wél met individuele boeddhisten
gecommuniceerd kan worden.
 
5. Aanbeveling
De oorspronkelijke onderzoeksvraag is volgens de werkgroep te eng. Volgens de werkgroep is
het nuttiger om de onderzoeksvraag en de probleemstelling te verbreden. Niet alleen moet niet
gekeken worden naar het creëren van een platform voor zogenaamde ongebonden boeddhisten,
maar vooral moet wel gekeken worden naar wat de BUN kan betekenen voor individuele
boeddhisten. Op deze manier wordt niet naar het verleden gekeken, maar naar de toekomst. De
onderzoeksvraag van de werkgroep luidt vanwege voortschrijdend inzicht als volgt:
Wat wil en kan de BUN betekenen voor individuen die zich boeddhist voelen?
 
6. Voorstel van de werkgroep
Gezien de reikwijdte en complexiteit van het onderwerp – die ook te maken heeft met een focus
op het verleden dan wel de toekomst en tevens met de mate van constructiviteit/positiviteit dan
wel destructiviteit/negativiteit – stelt de werkgroep voor om, op basis van de bevindingen van
haar onderzoek, een gedegen collectieve brainstorm te houden in de ALV. Beantwoording van
wezenlijke vragen aangaande de toekomst van de BUN kunnen alleen beantwoord worden door
de leden en niet door een werkgroep met een beperkte onderzoeksopdracht.
Door ideeën te genereren op basis van een aantal gerichte vragen kan een begin worden gemaakt
met het ontwikkelen van een toekomstvisie die wordt gedragen door een actieve ALV. Aan het
eind van dit verslag worden een aantal open vragen geformuleerd die in een dergelijke brainstorm
bestudeerd en beantwoord kunnen worden. Deze vragen zijn slechts richtinggevend; in een
brainstorm moet juist veel ruimte zijn voor relevante eigen inbreng van de leden. Alleen een
collectief gedragen visie binnen een democratisch kader biedt constructieve mogelijkheden en
perspectieven voor wat betreft de toekomst van de BUN.
 
7. Vraagstelling
De werkgroep stelt voor dat naar aanleiding van dit rapport de volgende vragen worden
voorgelegd aan de ALV, in de vorm van een brainstormsessie:
Vraag 1: Wat wil en kan de BUN betekenen, als samenwerkingsverband van
boeddhistische organisaties, voor haar leden?
Vraag 2: Wat wil en kan de BUN betekenen, als samenwerkingsverband van
boeddhistische organisaties, voor de samenleving?
Vraag 3: Wat wil en kan de BUN betekenen, voor individuen die zichzelf als boeddhist
zien en wat kunnen zij voor de BUN betekenen?
De manier waarop de brainstorm wordt ingevuld laten we graag over aan bestuur en ALV.
Uiteraard zijn we beschikbaar voor nadere toelichting en overleg.
 
Bijlage 1: Schema maatschappelijke omgeving BUN (hier niet bijgevoegd)

==================================================================

"OMZIEN IN VERWONDERING - terugblik op vier jaar BUN – Jan Willem Houthoff
 
Ruim een maand geleden heb ik toegezegd om een stukje te schrijven over mijn vier jaar als voorzitter van de BUN. Het leek me boeiend om uit de losse pols te vertellen hoe ik die vier jaar ervaren had. Maar op de een of andere manier kwam het er niet van om het op papier te krijgen. Ik ben er een paar keer aan begonnen, maar het wilde niet. Waarom niet? Omdat ik me niet wilde laten afleiden van mijn beoefening en mijn huidige activiteiten? Ik weet het niet precies. Zoveel werk is het per slot niet om een stukje te schrijven. Tenslotte heb ik mezelf de afgelopen dagen toegesproken en alsnog het stukje geschreven wat nu volgt.
 
Wat je ook doet in je leven, je loopt altijd tegen jezelf aan. Dat is precies wat er ook de afgelopen vier jaar is gebeurd. Ik heb de neiging om plannen te maken en mezelf doelen te stellen. Dat heb ik ook gedaan toen ik voorzitter van de BUN werd. Vier jaar geleden heb ik een soort bedrijfsplan opgesteld, een visie op ontwikkelingsmogelijk-heden van de BUN, op de beperkingen, en op ... (Hier is vermoelijk een zinsdeel weggevallen)
 
Ik heb dat op papier gezet toen ik een week op de Noorderpoort in Wapserveen verbleef.
En wat is er van dat plan terecht gekomen? Niet veel! De klip waar ik tegenaan liep is de klip waar al mijn voorgangers ook tegenaan zijn gelopen: het gebrek aan participatie. Als je plannen maakt heb je mensen en middelen nodig om die plannen uit te voeren, anders kunnen die plannen beter meteen de prullenbak in. De afgelopen jaren heb ik gemerkt dat het voor een koepelorganisatie vrijwel onmogelijk is om aan financiële middelen te komen. Het idee van Jean Karel om een boeddhistische ziektekostenver-zekering op te zetten leek nog het meest haalbaar. Maar we weten inmiddels dat ook dat project maar een matig succes is vanwege ... gebrek aan participatie.
Aan mensen kom je alleen als mensen bereid zijn zich in te zetten. Omdat ik ook wel besefte dat de deelname aan het werk van de BUN - de participatiegraad - verhoogd moest worden is in het bestuur besloten om een rondgang langs alle sangha’s te maken. Dat was om een betere band tussen de BUN en haar leden te leggen, om te inventariseren waar de leden behoefte aan hadden, en tenslotte ook en eigenlijk vooral om na te gaan of de leden bereid waren zich betrokkener op te stellen en een bijdrage aan de BUN te leveren. Als we bij dat laatste gesprekspunt aankwamen (welke bijdrage kunnen jullie als sangha aan de BUN leveren?) werd het meestal stil. En dan kwamen de argumenten: ‘We zijn zelf nog in opbouw, we kunnen zelf iedere steun goed gebruiken, we zoeken zelf ook naar mensen die bereid zijn de handen uit de mouwen te steken’. En als je die mensen dan vindt, dan sta je ze natuurlijk niet af aan een verre koepelorganisatie. Het hemd is nader dan de rok. Het is volstrekt logisch en ook geheel begrijpelijk. Maar als ieder het eigen belang laat prevaleren boven het gezamenlijke belang is er geen basis voor onderlinge samenwerking (BUN-doelstelling nr. 1) of behartiging van de gezamenlijke belangen van de leden (BUN-doelstelling nr. 2). Als het eigen belang voorop staat, is er in wezen geen basis voor een vereniging als de BUN. Hoe kun je een vereniging zijn als mensen zich niet willen verenigen? Wat is dan nog het bestaansrecht van een vereniging?
Dat gebrek aan participatie was natuurlijk niet zo verrassend. Mijn voorganger, Johan Niezing, had me gewaarschuwd. Ik zag het meer als een uitdaging om te slagen waar
mijn voorgangers gefaald hadden. En natuurlijk had ik na een jaar ook wel door dat het mij evenmin zou lukken om met onwillige honden hazen te vangen. Als het daarbij was gebleven, dan zou het voorzitterschap van de BUN niet veel om het lijf hebben gehad. Dan was ik er wellicht zo’n 5 uur per week aan kwijt geweest en had ik het fluitend naast mijn dagelijkse – nogal drukke - baan kunnen doen. Maar het liep anders.
 
Na een jaar gebeurde er iets, waardoor de volgende drie jaren een hectisch gebeuren werden: Theo van Gogh werd vermoord. Vrijwel van de ene dag op de andere ontwaakte Nederland uit een mooie droom. Nederland werd zich bewust van de polariserende krachten die al jarenlang onder de oppervlakte aan het wroeten waren en bezig waren zich tot vrij onverzoenlijke tegen-stellingen uit te bouwen. En die bewust-wording leidde ertoe dat allerlei groeperingen iets wilden doen om te voorkomen dat ons land aan die tegenstellingen kapot zou gaan. De politiek kwam met de leus: ‘Binding in de samenleving’ en allerlei groeperingen en religies werden naar Den Haag ontboden om er samen over te praten. De religies wilden nu ook onderling met elkaar praten. De inter-religieuze dialoog werd een hot item.
Natuurlijk werden de boeddhisten bij die dialoog betrokken. Dat lag ook voor de hand. Want wie er ook tot haat aanzette, geweld en agressie preekte, en voeding gaf aan religieuze frustratie, de boeddhisten niet. Die waren van onbesproken gedrag, daar wilde iedereen wel mee praten, daar kon je je nooit een buil aan vallen. Boeddhisten zijn immers van die mensen die op hun kussentje zitten en mediteren, die naar binnen gericht zijn, die van nature tolerant zijn en open staan voor andere religieuze opvattingen, die spreken over liefde en mededogen en 100% ongevaarlijk zijn. Ideale gesprekspartners dus, als je je op het niet ongevaarlijke terrein van de interreligieuze dialoog wilt begeven. Het enige probleem is: Hoe krijg je ze van die kussens af, hoe krijg je boeddhisten maatschappelijk betrokken? Hoe zorg je dat ze participeren?
De vragen om deelname aan velerlei vormen van interreligieuze dialoog stroomden bij de BUN binnen. Ook in deze situatie werd door de BUN een beroep gedaan op de leden. Maar slechts van een enkeling kwam er respons. Het gevolg was, dat tenslotte het bestuur zelf zich met de interreligieuze contacten ging bezighouden. Aanvankelijk heb ik me in het circuit begeven, daarin later krachtig en effectief bijgestaan door Varamitra. Allengs ging ik me minder bezighouden met de vrij uitzichtloze taak om de boeddhisten tot samenwerking te bewegen. Mijn aandacht ging steeds meer uit naar de onderlinge samenwerking tussen de religies. Er ontstond al snel een nauw onderling contact tussen een aantal bevlogen mensen van uiteenlopende religieuze en levensbeschouwelijke achtergrond die zich ten doel hadden gesteld om ‘de boel bij elkaar te houden’, mensen die de eenheid in de verscheidenheid zochten. De laatste twee jaar van mijn voorzitterschap hebben met name in het teken gestaan van deze interreligieuze dialoog.
Als ik terugkijk op mijn vier jaar dan is dat met verwondering. Ik had me tot taak gesteld om de onderlinge band tussen de sangha’s en tussen BUN, BOS en Vrienden van het Boeddhisme te versterken. Mijn inspanningen op dat vlak hebben maar weinig effect gehad, zijn stukgelopen op het gebrek aan participatie dan wel op het gebrek aan bereidheid tot samenwerking. Ik had bij mijn aantreden in de verste verte niet kunnen dromen, dat mijn bijdrage niet zozeer zou liggen binnen het boeddhisme, maar daarbuiten, te weten op het interreligieuze vlak. Maar juist op dat vlak is er de laatste jaren veel tot stand gekomen.
Als ik omzie dan denk ik vooral aan die inter-religieuze dialoog. Maar ik zie ook een eindeloze rij afspraken, onrust, mailtjes, telefoontjes, etc. Eigenlijk is het een pak van
mijn hart, dat ik na mijn afscheid weer meer aan mijn eigen beoefening toekom. De afgelopen vier jaar heb ik het vaak betreurd dat ik daarvoor zo weinig tijd had. Er waren zo veel verplichtingen… Ik voelde me verantwoordelijk voor de samenwerking tussen de leden van de BUN, voor de goede band tussen boeddhisme en andere religies, en voor het welslagen van de interreligieuze dialoog.
Als ik terugkijk dan begrijp ik dat men de eigen beoefening voorop stelt. De vrede in de wereld begint bij de vrede in jezelf. Zolang er geen vrede in jezelf is zal je bijdrage aan de vrede in de wereld ook niet erg effectief zijn. Het boeddhisme is in Nederland nog zo’n nieuw fenomeen. Het heeft nog niet de tijd gehad om zich te zetten. Vrijwel iedereen is bezig de vrede in zichzelf te zoeken. De beoefening is nog geheel gericht op innerlijke rust en eigen ontwikkeling. Aan de vrede in de wereld is men nog niet toe. Van een juiste balans tussen vrede in zichzelf en vrede in de wereld is nog geen sprake. Zolang die balans er niet is zal het boeddhisme in Nederland een weinig opvallend maatschappelijk fenomeen zijn. We doen onze beoefeningen mede voor het welzijn van alle levende wezens. Maar voorlopig komen de andere wezens er maar bekaaid vanaf. Is dat erg?
Als ik terugkijk zie ik het bestuur, de gezelligheid en de goede sfeer, de vele bijzondere mensen die ik ontmoet heb tijdens de rondgang en bij mijn interreligieuze contacten. Vaak bijzondere en mooie mensen. Het is omzien in verwondering, maar ook met dankbaarheid voor alle vriendschap en warmte.
 
Jan Willem Houthoff "

Bron:    NIEUWSBRIEF
             Boeddhistische Unie Nederland
             Herfst 2007

dinsdag 18 november 2014

Vijf jaar geleden: toen niemand nog twijfelde aan het feit dat het NPO-onderzoek bedoeld was om aan te tonen dat er 900000 boeddhisten zijn

Een kleine bijdrage aan de geschiedschrijving van het georganiseerde Nederlandse boeddhisme.
Ruim vijf jaar geleden diende de BOS "mede namens de BUN" een aanvraag in voor zendtijd voor de periode 2010-2015.
Belangrijk onderdeel van de aanvraag, die een verhoging van de gewenste zendtijd betekende omdat de BOS claimde dat er veel meer dan 500.000 boeddhisten in Nederland zijn, was een rapport van de NPO waaruit zou blijken dat er 900.000 zijn
Die aanvraag rammelde ernstig, meende ik toen, en uit liefde voor de waarheid heb ik dat destijds het Commissariaat voor de Media laten weten.
Hieronder een brief van mij van nu vijf jaar geleden, toen niemand nog twijfelde aan het feit dat het NPO-onderzoek bedoeld was om de claim van zendtijd t.b.v. 900.000 boeddhisten te onderbouwen.
Opnieuw relevant omdat in de zitting van de rechtbank verleden week (zie mijn blogtekst van gisteren daarover) BUN en BOS beweerden dat dat onderzoek een ander doel diende: om adequater voor de doelgroep van de BOS te kunnen programmeren.

===============================================================

Betreft: Kommentaar op de
Aanvraag voor Aanwijzing Zendtijd 2010-2015
door de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS)

Amersfoort, 19 oktober 2009

Geacht Commissariaat voor de Media


Hierbij mijn kommentaar op bovengenoemde aanvraag.
Ik doe dit op persoonlijke titel, als boeddhist die bezorgd is over de ontwikkelingen binnen het georganiseerde boeddhisme in Nederland.

Wie heeft de aanvraag ingediend? Alleen de BOS
“Mede namens de BUN” staat in de Aanbiedingsbrief van 30 september, dat betekent echter niets. De BUN-leden kennen de aanvraag noch een concept ervan: die is geheim gehouden.
Er is ook geen openbare brief of besluit van het BUN-bestuur over deze aanvraag.
“De aanvrager is de Vereniging Boeddhistische Unie Nederland (BUN)" staat er bovenaan pagina 3, nogal onverwacht en in strijd met de aanbiedingsbrief van de BOS-directeur. Geen enkele passage van de verdere tekst van de aanvraag (bv die over representativiteit) wijst daar op.
Deze passage is alleen te begrijpen als men weet dat die precies zo in de Aanvraag van 2004 (toen wel van de BUN) stond, hij is gedachtenloos overgenomen.

Was de BOS gerechtigd deze aanvraag in te dienen? Volgens mij niet.
De BOS baseert zich impliciet op de delegatieovereenkomst BUN-BOS van 4 oktober 2008
Deze is echter m.i. in strijd met de Mediawet en de Beleidsregels van het Commissariaat:
Niet een omroep, een “organisatie die het media-aanbod verzorgt” maar een “geestelijke genootschap” in uw termen had de aanvraag in moeten dienen. Niet de BOS maar bv de BUN.

Mijn conclusie: de indienende organisatie van deze aanvraag was daar niet toe bevoegd, dus moet de aanvraag niet behandeling worden genomen.
Daarmee zou ik m’n bijdrage kunnen afronden, toch nog wat kanttekeningen bij de inhoud.

Ik volg daarbij uw Toelichting op uw beleidsregels en de ‘inrichtingseisen’ zoals u die in uw brief van 3 april 2009 aan onder andere de BUN heeft geformuleerd.

ii. korte omschrijving van de hoofdstroming waarvoor zendtijd wordt gevraagd; en
iii. eventueel aanduiding van de substromingen waarvoor de hoofdstroming als representatief kan worden beschouwd;

Het lijkt me hier niet de plaats daar uitgebreid op in te gaan, maar de tekst van de Aanvraag schiet op veel punten ernstig tekort. Laat ik het zo zeggen: slechts enkele duizenden van de 900.000 boeddhisten die de BOS claimt te representeren, zullen zich in deze tekst herkennen.


iv. gemotiveerde opgave waarmee ten genoegen van het Commissariaat de kwantitatieve aanhang van de hoofdstroming kan worden vastgesteld;
Het meest concrete wat hierover is de Aanvraag staat, is gebaseerd op de onderzoeks-resultaten van de afdeling MediaOnderzoek & -Advies van de NPO. Bijlage 2 (op blz 28 e.v.) begint met een vertrouwelijke brief van de onderzoeker aan de BOS. Het rapport is zo voorlopig en zo onvolledig dat er nu nog geen enkele conclusie uit getrokken mag worden; elke discussie over de methodologische onderbouwing ervan is op dit moment onmogelijk. Dit is door de onderzoeker op de Achterbandag van de BOS op 3 oktober j.l. ook toegegeven.
De vertaling van uw (van de Raad van State afkomstige) begrip “daadwerkelijke affiniteit” in
de vraag “welke stroming biedt u het meeste inspiratie en richting”
plus (volgens mij helemáál niet overeenkomstig uw affiniteitscriterium !):
de vraag welke stroming daarbij de tweede keus is (bij een deel van de steekproef),
is onjuist. Ik zou de adviezen van de op pag 10 genoemde geleerden wel eens willen zien.
De resultaten van 370.000 voor de eerste vraag plus de 462.000 voor de tweede vraag zijn boterzacht. En dan nog is onduidelijk of de percentages wegens onbekendheid over hoe de steekproef getrokken is, vertaald mogen worden naar de geclaimde 830.000 van de hele Nederlandse bevolking.

Dan de stelling op pagina 10 dat er “per 1 januari 2007 ten minste 113.000 niet van oorspronkelijk Nederlandse afkomst zijnde boeddhisten in Nederland aanwezig waren ”. In de tabel ‘Omvang allochtone aanhang boeddhisme in Nederland’ zoals die in Bijlage 3 opgenomen is, zijn de percentages in de kolom “Invloed Boeddhisme op cultuur land van herkomst” wetenschappelijk volstrekt niet onderbouwd en veel te hoog. Bv de percentages van 100% voor Vietnam en 80% voor China en Japan slaan nergens op, ditzelfde geldt de 10% voor Indonesië.
Het geclaimde aantal van 113.000 is vele malen, misschien wel meer dan vijf maal te hoog geschat.
Van de 113.000 trekt de Aanvraag er zomaar 45.000 af, om te komen op een totaal van 900.000. “Rekening houdend met een zekere overlap tussen onderzoek en telling allochtone achterban”, wordt beweerd; maar waarom die ‘overlap’ 45.000 zou moeten zijn, weet niemand.

Mijn conclusie: ik kan me niet voorstellen dat u, Commissariaat, zelfs in uw meest welwillende interpretatie van deze resultaten kan vinden dat er meer dan 500.000 mensen zijn met een daadwerkelijke affiniteit met het boeddhisme. Het is genant dat de BOS dit claimt.
Veel waarschijnlijker ligt dat aantal ergens tussen de 20.000 en de 170.000


v. bewijsvoering ten genoegen van het Commissariaat terzake van de representativiteit
van het aanvragend genootschap;
Omdat het de BOS is die de aanvraag heeft ingediend, is het de vraag (eigenlijk irrelevant want de BOS is geen ‘genootschap’) hoe groot de representativiteit van de BOS is. Behalve een onbekend aantal (± 1000) donateurs van de Stichting Vrienden van de BOS is die er niet.

De BOS beweert op pag. 4 van de Zendtijdaanvraag:
“... de boeddhistische centra [worden] gestimuleerd om zitting te nemen in de Participatieraad
van de BOS. Deze participatieraad staat ook open voor niet-BUN aangesloten
boeddhistische centra en bovendien kunnen niet-georganiseerde individuen op uitnodiging
zitting nemen in dit adviserende orgaan. Concreet betekent dit dat, op basis van de delegatie-overeenkomst tussen BUN en BOS en de autonomie en bestuurlijke inrichting van de BOS, de inclusiviteit én representativiteit van de BOS de facto nog breder is dan die van de BUN”
Nog los van het feit dat de Participatieraad een vederlicht adviesorgaan is, zonder enige echte invloed op het beleid of de programmering, heb ik twee punten van kritiek op deze uitspraak:
(1) Dat ook niet-georganiseerde individuen zitting kunnen nemen in de PAR staat niet in de BOS-statuten (dat zou in art 16 hebben moeten staan), er is ook nooit bekendheid aan gegeven, ook niet op de website. Misschien zit er nu wel een ongeorganiseerde in deze raad (wij kennen de samenstelling niet, die staat ook niet in de Aanvraag), maar in z’n algemeenheid is deze bewering gewoon niet waar en zegt ook niets over reprentativiteit.
(2) Er wordt nu gedaan of de representativiteit van de BUN en de representativiteit van de BOS bij elkaar opgeteld mogen worden. Volstrekt onterecht.

Toch lijkt het me verstandig kommentaar te leveren op die twee zogeheten representativiteiten:
(a) Omdat de Zendtijdaanvraag niets zegt over de representativiteitsclaim van de BUN, is het lastig daarop te reageren. Wij hebben u echter al eerder dit jaar onze opvatting kenbaar gemaakt (in een bijlage hierachter neem ik deze – ingekort op)
Samenvattend is die: de BUN heeft expliciet de ongeorganiseerden buitengesloten; en een vrij informele claim van het BUN-bestuur van een achterban van 20.000 boeddhisten is aan de hoge kant maar mag wat ons betreft de benefit of the doubt krijgen.
In onze berekening is die achterban kleiner dan 10.000 individuen.

(b) De BOS beweert in deze aanvraag dat zij het onwaarschijnlijke aantal van 900.000 representeert en dat deze allen ook zouden moeten meetellen. Ik citeer pagina 10 van de Aanvraag waarmee de uitspraak van de Raad van State en de samenvatting daarvan van uw Commissariaat m.i. opzettellijk volstrekt onjuist wordt geïnterpreteerd:
"Als het Commissariaat voor de Media bij de beoordeling van de zendtijdaanvragen voor de
periode 2010 - 2015 haar beleid uit het verleden continueert en zij aan het tweede deel
van de definitie van de Raad van State voor de bepaling van de omvang van de aanhang
van een religie of levensbeschouwelijke stroming (' ... , maar meer dan incidenteel.. .... '),
dezelfde betekenis hecht als in het verleden gedaan is voor de islam, het protestantisme
en het katholicisme, dan toont dit onderzoek aan dat het boeddhisme een
achterbangrootte heeft van 832.895 (dat deel van de Nederlandse bevolking van 18 jaar en
ouder voor wie het boeddhisme op de eerste of tweede plaats de meeste inspiratie en
richting biedt, zie bijlage 3), de allochtone boeddhisten daarbij niet meetellend."
Ik zeg: dit is niet alleen een onjuiste interpretatie, hier maakt de BOS ook nog eens een denkfout door de omvang van de ‘achterban’ samen te laten vallen met het deel daarvan dat zij beargumenteerd kan claimen te representeren.

Mijn conclusie is:
het representativiteit-percentage van de BUN (van de 900.000) is hoogstens 2%
het representativiteit-percentage van de BOS (van de 900.000) is niet te bepalen en irrelevant. Dus al helemaal niet de 100% die de Aanvraag impliciet claimt, eerder 0,1%.

Ik zou dit kunnen samenvatten met een paradox, een stijlvorm waar sommige boeddhisten nogal van houden: DE boeddhist bestaat niet en de BOS representeert hem.


vi. omschrijving van het kerkelijk media-aanbod dan wel van het media-aanbod op
geestelijk terrein dat het aanvragend genootschap zich voorneemt te gaan verzorgen
De Aanvraag schiet hierin ernstig tekort.
Hfst VII ‘Positionering boeddhistische omroep’ van de aanvraag, volgens de Inhoudsopgave beginnend op pag. 16, in de versie die wij kennen, staat het hoofdstuk op pagina 21 en 22.
We citeren, en commentariëren:
“Omdat niemand de oorzaak wil zijn van crisis en ellende maar wel van geluk, is de
mensheid niet alleen nu, maar al eeuwen op zoek naar de inspiratie en het houvast om uit
dat irrationele handelen verlost te worden. De BOS kan die inspiratie bieden.”
Als boeddhist moeten we ernstig onze wenkbrauwen fronsen bij deze intentie.

Ik citeer weer: “De BOS produceert en verspreidt een breed scala aan mediaprogramma's vanuit de kernbegrippen wijsheid en compassie, zoals die in het boeddhistisch gedachtegoed zijn uitgewerkt.”
Er had wel iets gezegd mogen worden wat dat brede scala dan is. En bovendien, in het boeddhistische gedachtengoed bevinden zich wel meer kernbegrippen dan deze twee die op deze manier geformuleerd nogal New Age, nogal Happinez-achtig klinken; we missen bv de waarheid van het lijden en het beëindigen van het lijden.

Er wordt niet tot nauwelijks aangegeven welk media-aanbod op boeddhistisch terrein de BOS gaat uitzenden in de periode 2010-2015.
Tijdens de ‘Achterbandag’ van de BOS deed de bestuursvoorzitter nogal honend over de typering van minister Plasterk van 39f-omroepen, die het mogelijk moeten maken dat mensen die slecht ter been zijn, toch kerkdiensten te volgen.
Natuurlijk, de BOS-programma’s moeten niet proberen de kijkers/luisteraars te bekeren, maar de Dharma komt nu nauwelijks aan de orde. Gaat de BOS (af en toe) het beoefenen van het boeddhisme door sangha’s uitzenden, worden er Dharma-toespraken uitgezonden? We krijgen niet de indruk.
We krijgen ook geen indruk wat dan wel. Op dezelfde Achterbandag werd vooral gesproken over documentaires en films, estethiek en exotisch boeddhisme derhalve, nauwelijks aandacht voor het reeel bestaande Nederlandse boeddhisme.


vii. nauwkeurige beschrijving van de governance-structuur en van de administratieve
organisatie van de instelling die het media-aanbod verzorgt en uitzendt;
Wat dat betreft een reactie op wat het Commissariaat in de toelichting op art. 4, vierde lid van de Beleidsregels zegt:" 6. Omgang met belanghebbenden
... In dit beleid wordt voorts aandacht geschonken aan een klachtenregeling,
klanttevredenheid, dienstbaarheid (servicegerichtheid), correcte bejegening (respect)
en kwaliteitszorg ten aanzien van de dienstverlening.”
De BOS hanteert niet het principe van ‘hoor en wederhoor’, noch ingebouwd in een programma noch n.a.v. een reaktie op een programma.
Ik ken een aantal voorbeelden waar dit soort reakties niet of respectloos zijn bejegend.
Volgens mij heeft de BOS ook geen klachtenregeling of door mij voorgestelde ombudsfunctie.


Tot slot nog dit:
“De positie van de BUN is in deze onomstreden binnen boeddhistisch Nederland “, zegt de Aanvraag op pagina 4.
Het spijt me dat ik het zeggen moet: de positie van de BUN is wel omstreden en is dat steeds meer geworden de laatste twee jaar. Met name de rol van het BUN-bestuur in haar geheel en van een aantal invididuele BUN-bestuursleden in het proces van commercialisering van het Nederlandse boeddhisme is – in mijn opvatting – bepaald niet integer te noemen.
Met deze aanvraag en met de reklame die de BOS recentelijk (in radio-uitzendingen) voor bedrijven van BUN-bestuursleden heeft gemaakt, is deze positie er niet sterker op geworden.


Hoogachtend,

(was getekend)

J.W. Romeijn
...
Amersfoort

maandag 17 november 2014

Laatste kans voor de BUN om eervol het conflict met het Commissariaat voor de Media te beëindigen - Lopen belangen BUN en BOS nog wel parallel?

Update d.d. 20 november
Aanstaande zaterdag, 22 november, houdt de Boeddhistische Unie Nederland haar ledenvergadering. Waarschijnlijk komt ook de rechtszaak aan de orde tussen de BUN en het Commissariaat voor de Media, die haar heeft beboet. Een aantal boeddhisten vindt dat de BUN zichzelf en het boeddhisme schaadt met deze rechtszaak en heeft de ledenvergadering een 'Open brief' geschreven.
Deze heb ik onderaan deze blogtekst integraal weergegeven.
Het verschil tussen de oproep in deze brief (die ik medeondertekend heb) en mijn oproep in deze blog van eerder deze week is dat ik optimistisch rekening houd met de mogelijkheid dat het Commissariaat wil onderhandelen, zoals door de rechtbank geopperd; de open brief is realistischer.

=======================================================================

Update d.d. 18 november
Hieronder schrijf ik dat ik me al jaren met deze zaak heb beziggehouden. Ik ging er van uit dat een brief die ik hierover vijf jaar geleden aan het Commissariaat voor de Media had gestuurd, ook in mijn blog stond en dus openbaar was. Dat was niet het geval, daarom heb ik deze nog alsnog in m'n blog opgenomen.

=======================================================================

Verleden week ben ik naar de zitting van de rechtbank in de zaak Commissariaat voor de Media tegen de BUN. Op de publieke tribune, o.a. samen met mensen van *OpenBoeddhisme* ( hier een opiniërend verslag ) en iemand van de VvB
Het gaat nog steeds (zie hier en hier en hier) om de € 50.000 aan omroepmiddelen die (volgens het CvdM) ten onrechte aan een onderzoek zijn besteed om te bepalen hoeveel boeddhisten Nederland telt; plus € 2.500 aan boete omdat de BUN deze daad heeft verricht.
Het probleem is dat het destijds de BOS is geweest die dit heeft gedaan en dat de BUN, zonder de feiten te kennen, daarin achteraf meegegaan is.

De zitting is geschorst nadat beide partijen gebruik hebben gemaakt van de aangeboden mogelijkheid, nog eens met elkaar te overleggen of oplossing buiten de rechtbank mogelijk is.
De BUN heeft er geluk bij gehad dat deze mogelijkheid is geopperd en het CvdM die niet meteen heeft afgewezen; in de jaren dat ik me met deze zaak heb beziggehouden ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt dat het CvdM gelijk heeft, of ik dat nu leuk vind of niet.

Van de zaken die me daar in Amsterdam opvielen, wil ik er eerst twee noemen:
* De voorzitter van de BUN (dhr. Ritman) benadrukte dat wat de BUN vooral zo pijnlijk treft, is dat ze als organisatie die onrechtmatig heeft gehandeld, wordt beschouwd; hij benadrukte de goede trouw van de BUN.
* De advocaat van het CvdM die duidelijk maakte dat het Commissariaat moet handhaven, en dan dus niet een béétje kan handhaven.  Dat betrof met name de terugvordering, in de bepaling van de boete (nu € 2.500) is het CvdM relatief vrij.

Deze twee zaken combinerend komt ik tot de volgende suggestie:
   De onderhandelingen BUN-CvdM moet zo gaan dat uiteindelijk:
* Enerzijds de BUN zich neerlegt bij de terugbetaling van ten onrechte

   uitgegeven omroepmiddelen;
* Anderzijds het Commissariaat de aan de BUN opgelegde boete wegens

   de overtreding van de Mediawet van € 2.500 naar € 0 (nul Euro) verlaagt,
   waarmee aan het probleem van de BUN-voorzitter tegemoet wordt gekomen.


Wat me verder op viel was - voor het eerst - de advocaat van de BUN (formeel dan, feitelijk was en is hij aangestuurd door de BOS, met name dhr. Mulder) zei dat het ‘zeer de vraag is of de terugvordering en boete onder de vrijwaring vallen'; een in de delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS genoemde garantie. De BOS heeft in het verleden steeds verklaart dat zij i.p.v. de BUN gaat betalen, mocht de BUN onverhoopt (en niet verwacht) de zaak gaan verliezen. En de BUN is daar ook steeds van uit gegaan. Maar dat is nu onzekerder geworden: mag de BOS dat wel en wil ze het wel, nu BUN en BOS eind 2015 sowieso uit elkaar gaan?
Nog een signaal dat ik kreeg over de koelere relatie tussen BUN en BOS: het schijnt dat in het recente verleden het bestuur van de BUN een andere organisatie heeft gepolst, of die de omroeplicentie wilde uitvoeren in plaats van de BOS die steeds minder boeddhistisch programmeerde.

Hoe het ook zij: de ledenvergadering van de BUN aanstaande zaterdag 22 november heeft de BUN zo ongeveer de laatste kans de eigen verantwoordelijkheid te nemen in dit langslepende conflict, waarin de BUN door de BOS is meegesleept.

De ledenvergadering heeft nog een ander interessant punt op de agenda. Het kan - eindelijk - een beslissing gaan nemen om alsnog echt representatief voor het boeddhisme, dat is alle boeddhisten, te worden. Namelijk door beleid te gaan maken, de ongeorganiseerde (helaas soms genoemd 'ongebonden') boeddhist bij de BUN te betrekken.

Helaas kennen we de agenda niet en is de vergadering nog steeds niet openbaar; iets dat niet meer van deze tijd is.

=======================================================================

Update 20 november

OPEN BRIEF AAN DE LEDENVERGADERING VAN DE BOEDDHISTISCHE UNIE NEDERLAND, TE HOUDEN OP 22 NOVEMBER 2014 IN LOENEN

19 november 2014

Beste lezers,

Het bestuur van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) is in conflict met het Commissariaat voor de Media. Dit loopt uit de hand: de rechter komt eraan te pas. Het aanspannen van rechtszaken tegen overheidsinstanties en toezichthouders is niet iets waarmee het bestuur van een boeddhistische koepelorganisatie bezig moet zijn. De beeldvorming over het boeddhisme in Nederland loopt daardoor grote schade op.
Omdat de BUN het contactorgaan is voor de hele boeddhistische gemeenschap dienen bestuurders en leden steeds opnieuw bij zichzelf te rade te gaan. Ook nu: welk aandeel hebben zij in dit conflict? De afgelopen vijf jaar is de bestuurders en leden immers herhaaldelijk een spiegel voorgehouden.
In 2010 confronteerde de Belastingdienst de BUN met de ongewenste consequenties van de provisieregeling inzake de zogeheten ‘boeddhistenpolis’. In 2011 sloeg toenmalig BUN-voorzitter Richard de Jongh alarm over de gevolgen van het losweken van de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) van de BUN. In 2012 maakte het Commissariaat voor de Media duidelijk dat onrechtmatig handelen door de BOS de BUN wordt aangerekend. Het wordt steeds duidelijker welke consequentie dit heeft: de BOS betaalde een (kwantitatief) achterbanonderzoek dat zij niet mocht betalen, de leden van de BUN krijgen daarvan de rekening gepresenteerd.
Eerdere signalen gaven het BUN-bestuur geen aanleiding de koers te wijzigen. Men ging door op ingeslagen weg en de negatieve gevolgen daarvan worden steeds groter.
Bij de Rechtbank Amsterdam voert de BUN nu een rechtszaak tegen het Commissariaat voor de Media. Tegenover de meervoudige kamer verkondigden voorzitter Michael Ritman (BUN), directeur Laetitia Schoofs (BOS), oud-directeur Gertjan Mulder (BOS) en advocaat mr. Van Werven op 12 november 2014 namens de leden van de BUN opvattingen die feitelijk neerkomen op het tegenovergestelde van opvattingen die BUN- en BOSvertegenwoordigers in deze kwestie eerder verkondigden.

Hoe kan dit gebeuren? Hoe kan een boeddhistische organisatie zo in de problemen komen? Hoe kan de waarheid voor de BUN een bedreiging vormen? De huidige rechtszaak legt de kern van het probleem bloot: het bestuur en de leden van de BUN weigeren nog steeds verantwoordelijkheid te nemen voor instellingen die zij zelf hebben opgericht en waarvoor zij zelf aansprakelijk zijn.
Om de BOS te kunnen verwezenlijken definieerden het bestuur en de leden van de BUN hun aanhang vijftien jaar geleden zo dat het Commissariaat voor de Media deze als achterban zou accepteren. Hiermee heeft de BUN, juist omdat zij in daarin slaagde, de indruk gewekt waaraan zij nu wordt gehouden—ook door de rechter.

Er kan geen twijfel over bestaan: het gewraakte achterbanonderzoek richtte zich van meet af aan op het opnieuw vaststellen van de omvang van deze achterban, opdat het Commissariaat voor de Media de BUN meer zendtijd zou toewijzen.
De leden hebben zich door opeenvolgende BUN- en BOS-bestuurders ten onrechte wijs laten maken dat zij zichzelf door het sluiten van een overeenkomst van elke wettelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de BOS zouden kunnen ontslaan, en zichzelf zouden kunnen vrijwaren van elk financieel risico. Dat is een mythe waarvoor de leden uiteindelijk de rekening zullen moeten betalen.

Een van de betekenissen van het boeddhistische begrip dhamma of dharma is: de feiten zien zoals ze zijn. De negatieve beeldvorming waartoe de rechtszaak tussen de BUN en het Commissariaat voor de Media aanleiding geeft raakt ook boeddhisten die daaraan part noch deel hebben. Daarom roepen wij de leden op tijdens de algemene ledenvergadering van 22 november 2014 de feiten onder ogen te zien en het volgende te besluiten:

Staak de rechtszaak;
geef de gemaakte fouten openlijk toe; en
accepteer de consequenties.

De leden van de BUN kunnen tijdens deze ledenvergadering hun verantwoordelijkheid nemen en ingrijpen. Zij kunnen voorkomen dat de boeddhistische gemeenschap als geheel verder en blijvend beschadigd wordt en in de ogen van niet-boeddhisten haar geloofwaardigheid en aanzien verliest.

Met vriendelijke groet,

prof. Henk Barendregt
Mirjam Bosman
Rob van Eijk
prof. Joest ’t Hart, oud-bestuurslid BUN
Rob Hogendoorn
Richard de Jongh, oud-voorzitter BUN
prof. Ton van der Laaken
Marijke Lassche, oud-bestuurslid BUN
prof. Johan Niezing, oud-voorzitter BUN, oud-bestuurslid BOS
Joop Romeijn, oud-bestuurslid SVB, oud-lid BUN werkgroep geëngageerd boeddhisme
Eric Stols
Louwrien Wijers, oud-lid Participatieraad BOS
John Willemsens, voorzitter Advayavada Stichting

maandag 20 oktober 2014

Nederlands boeddhisme en bescheidenheid, een lastige combinatie - vooral voor sommige BUNners - En nieuws over de rechtszaak BUN versus CvdM

"In Nederland wonen ongeveer 50.000 volwassenen die zeggen boeddhist te zijn. Dat blijkt uit cijfers van de in september 2014 gepubliceerde Religieuze kaart van Nederland van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)." Aldus het Boeddhistisch Dagblad op 17 oktober .
In welk absoluut aantal het door het CBS vermeldde percentage van viertiende procent precies omgezet moet worden, is wat lastig, maar die 50.000 lijkt me heel waarschijnlijk; mijn rekensom verleden week kwam op 65.000 uit maar had ook de 0- 18 jarigen meegerekend.

De discussie over het aantal boeddhisten in Nederland is oud, èn verhit.
Omdat het om belangen gaat
.
Met name de BOS (en de BUN als volgeling van de BOS) heeft het aantal steeds veel te hoog voorgesteld, omdat dat meer zendtijd voor radio en t.v. op zou leveren. In 2009 werd het hoogtepunt bereikt met een zogenaamd resultaat van 900.000 boeddhisten. Dat werd toen door geen zinnig persoon serieus genomen en sindsdien ook niet meer door BOSsers en BUNners.

Het gewraakte onderzoeksrapport is lange tijd formeel vertrouwelijk geweest, maar was meteen in 2009 bekend geworden; uiteindelijk heeft de BOS het gepubliceerd: zie hier en hier
Het rapport was een bijlage bij de licentie-aanvraag zelf, hieronder de beslissende pagina van deze aanvraag waaruit duidelijk wordt dat het onderzoek bedoeld was de aanvraag te onderbouwen. (Klikken om te vergroten)

Het is dit onderzoek geweest waar dit zogenaamde resultaat uit kwam, dat al een paar jaar de BUN achtervolgt, omdat het Commissariaat voor de Media (CvdM) vond dat de BOS dit onderzoek niet uit omroepmiddelen had mogen betalen. Logisch was geweest dat de BUN, die de omroeplicentie had aangevraagd, dit net als andere aanvragers uit eigen middelen had betaald.
Formeel is de BUN hiervoor aansprakelijk want die heeft de omroeplicentie gevraagd en begin 2010 gekregen, de BOS is een soort minderjarig kind van de BUN.
Het CvdM heeft de BUN aangeslagen voor terugbetalen van € 50.0000 omroepgeld plus een boete van € 2.500 opgelegd.
Sindsdien is daar veel over geschreven, in mijn blog (bv 15 juni 2012 ) en *OpenBoeddhisme* .
(PS: sommige links naar de CvdM-website werken niet meer, daarom hier een nieuwe over hun besluit van 13 december 2012 waarin ook de geschiedenis ervan beschreven wordt: 'Beslissing op bezwaar'
Update 27 oktober: het besluit is niet dec 2012 maar maart 2013 gedateerd)

De website van de BUN bevat al ruim twee jaar lang dezelfde informatie op de nieuwspagina:
"Boete BUN van Commissariaat van de media
Zoals op de ALV van 9 juni jl. 2012 bekend is gemaakt en het Boeddhistisch Dagblad twee dagen later heeft gepubliceerd, heeft het Commissariaat van de Media de BUN een boete van 2.500 Euro opgelegd. Ook stelt het CvdM dat de BUN € 50.000 moet terugbetalen van de € 81.749 die de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) in 2009 heeft uitgegeven aan een onderzoek naar de omvang van de achterban.
BUN en BOS hebben het Boeddhistisch Dagblad in een gezamenlijke reactie op vragen op 11 juni [2012] een verklaring gezonden:
De BUN en BOS hebben inderdaad een sanctiebeschikking ontvangen van het Commissariaat voor de Media. In deze sanctiebeschikking stelt het CvdM zich op het standpunt dat een door de BOS in 2009 uitgevoerd marktonderzoek deels onrechtmatig gefinancierd is. Dit besluit heeft de BUN en BOS zeer verrast: zij kunnen zich niet vinden in de onderbouwing van de beschikking, zullen deze verder juridisch toetsen en onderzoeken en formeel bezwaar aantekenen tegen de beschikking. Gedurende dit proces doen BUN en BOS hieromtrent geen verdere uitspraken anders dan dat conform de delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS de eerste gevrijwaard is van iedere aansprakelijkheid.
" Bron: hier .

Die laatste zin betekent: als de BUN al zou moeten (terug)betalen, dan gaat de BOS dat voor hen doen.
BUN en BOS gaan er daar dan bij van uit dat de BOS dat mag doen van het CvdM (de BOS zou dat dan uit omroepmiddelen, dus publiek geld, doen)
En of de BOS dat wel kan doen. Want als de rechtszaak nog langer dan de afgelopen twee jaar wordt getraineerd, dan is de BOS - per 31 december 2015 - opgeheven en kunnen ze niet meer betalen.
Tenzij ze de opbrengst van de huidige actie om 'Vriend van de BOS' te worden, hiervoor gaan gebruiken (die actie met die lelijke kleuren waar het Bardo-begrip onjuist in gebruikt wordt en de bestemming van het geld onduidelijk blijft).

Misschien kiest de BUN toch eieren voor haar geld, want de rechtszaak gaat binnenkort eindelijk plaatsvinden. Nieuws dat ik heb van de redactie van *OpenBoeddhisme*.
Namelijk op woensdag 12 november om 10.00 uur bij de Meervoudige Kamer van de Rechtbank Amsterdam
.
Het zou mooi zijn - ook voor de BUN-leden die misschien wel mee moeten gaan betalen - als de uitspraak nog voor de Algemene Ledenvergadering van 22 november bekend wordt. Want als het erna komt, blijft het vast onzichtbaar; het nieuws van de zittingsdatum hebben BUN of BOS ook niet zelf bekend gemaakt.


Dit als achtergrond voor een koddige discussie deze week in het BoeddhistischDagblad.
Tussen ene Budasa Samsara die ik niet ken en Ujukarin, die ik maar al te goed ken, omdat hij al jaren iedereen die kritiek heeft op de BUN verwijt 'onzuiver te spreken', daarmee voorschriften van de Boeddha overtredend. Ujukarin maakte en maakt elke discussie over het georganiseerde boeddhisme al jaren onmogelijk.

"Budasa Samsara zegt:
19 oktober 2014 om 14:03

België: 11.000.000 inwoners > 29.500 “boeddhisten”
Nederland: 17.000.00 inwoners > 50.000 “boeddhisten”
De bevolking van NL gesteld op 154% Belgische bevolking, laat zien dat de uitkomst van het CBS vrij accuraat is (had ong. 45.500 moeten zijn).

Laat ons gewoon eerlijk zijn: de dharma leeft niet echt in Nederland. En dat hoeft ook niet. Tenminste, niet voor de dharma.
Natuurlijk zijn er allerlei “belanghebbenden”: BUN, BOS, BZI die nood hebben aan krankzinnig en onrealistisch opgeschroefde getallen . Hun geloofwaardigheid en bestaansrecht hangen daarvan af.
Nu heeft de BZI (plus de uit de lucht gegrepen ambtsopleiding bgv) al helemaal geen geloofwaardigheid. Dat komt echter door geheel andere oorzaken dan enkel demografie.
BUN en BOS zouden er goed aan doen om eens eerlijk in de spiegel te kijken. Wellicht zien zij dan in dat zij vrijwel geen bestaansrecht/geloofwaardigheid hebben. De groep “boeddhisten” in Nederland is verwaarloosbaar. Echter, zulk inzicht vergt eerlijke introspectie en het loslaten van hebzucht-aversie-versluiering. Deze drie zijn juist de oorzaak van het ontstaan en bestaan van BUN, BOS en BZI.

Er is voor de beoefening van de dharma -voor het pad leidend tot ontwaken- geen centraal gezag nodig, anders dan de dharma zelf.
Lees even de laatste woorden die de Boeddha sprak voordat hij overleed. Het lijkt mij goed in te zien dat hij -op zo’n belangrijk moment in zijn leven- een aantal andere aspecten belangrijker had kunnen achten. Hij deed dat echter niet.

Geachte Bunners, Bossers en Bézètiërs en andere “boeddhistische” voor-zichzelf-zorgers: ga terug naar de dharma en schaam je: jullie pretentie en opgeblazen ego staat in geen enkele verhouding tot de werkelijke grootte van de groep mensen die jullie ‘bedienen’. Zie dat in en hef jezelf vervolgens op. Zo snel mogelijk, graag. Grote dank.


Ujukarin zegt:
19 oktober 2014 om 20:50

Hmmm…. ik kan je slechts aanraden om eens goed naar de Spraakvoorschriften te kijken, zoals bijvoorbeeld in de Abhaya Soetra. Als je DAAR nu eens een voorbeeld aan zou nemen inplaats van een niet onaanzienlijk stuk toch wel lichtelijk beschamende negativiteit te ventileren dan liet je misschien enige ruimte voor discussie :-(

With folded palms,
"                                     Bron: BD 18 en 19 oktober

=======================================================================

Inmiddels heb ik van twee BUN-leden een reactie gekregen op mijn voorstel 'Maak van de BUN een Federatie van Boeddhistische Tradities'  van  25 augustus
Eén reactie was positief, een ander vond het 'niet erg realistisch'.
Het bestuur van de BUN meldde me, het op hun bestuursvergadering te hebben besproken en schreven verder dat het rapport van de werkgroep Verboom hierover op de agenda van de ALV van 22 november staat.
In feite is het huidige gebakkelei over Dorje Shugden (zie, alweer, Ujukarin ) ook een ondersteuning voor mijn voorstel: ik zet de voor- en tegenstanders op gepaste afstand van elkaar.

maandag 4 augustus 2014

Accent op compassie door de Dalai Lama ook voor binnenlands (Tibetaans) politiek gebruik - Wat anders: beoefenen van 'karuna' en boeddhistische democratie

Een paar jaar lang heb ik gedacht dat de Dalai Lama het hebben van 'compassie ' vooral benadrukte naar Westerlingen toe, om pedagogische en tactische redenen. Omdat het echte Tibetaanse boeddhisme te moeilijk (bv de Madhyamaka) of te bedreigend (tantrisch boeddhisme) voor ze is. En om andere religieuze leiders gerust te stellen dat hij echt niet deze Westerlingen tot het boeddhisme probeert te bekeren. En misschien ook wel richting inwoners c.q. religieuze leiders in India, want daar ligt het thema 'bekeren' gevoelig.
Zie bv m'n blogs van februari en van  juni  van dit jaar. En recent over  'spirituele intelligentie'


Maar het blijkt toch ingewikkelder te liggen. Dit ontdekte ik bij het lezen van het recente artikel
"The Politics of 'Compassion' of the Fourteenth Dalai Lama: Between 'Religion' and 'Secularism' " van de boeddholoog Masahide Tsujimura in het  Journal of Buddhist Ethics .

Eerst de samenvatting van de auteur (vertaald van het Japans naar het Engels, en door mij naar het Nederlands):
" Vanaf 1959 heeft de Veertiende Dalai Lama de opvatting uitgedragen dat democratische hervormingen in het Tibetaanse politieke systeem in stappen uitgevoerd moeten worden.
Hij deed dit door de betekenis en gevoelswaarde (connatation) van het traditionele Tibetaanse concept chos srid zung ‘brel (eenheid van dharma en beleid) te verbreden.
Dit artikel gaat na hoe de Dalai Lama er in slaagde, de traditione betekenis van het concept chos srid zung ‘brel te handhaven in een moderne Tibetaanse democratie door gebruik te maken van de idee 'compassie', teneinde 'religie' en 'secularism' te verbinden. 
"   (pagina 5/6 van de pdf)

'Eenheid van dharma en beleid ' komt – zo blijkt uit het artikel – neer op het ongescheiden zijn van kerk (de kloosters etc) en staat; en op de eenheid van wereldlijk leider en geestelijk leider zijn. Dat waren eeuwen lang de Dalai Lama's; de huidige (14e) heeft z'n wereldlijke leiderschap in 2011 neergelegd, tegen de zin in van veel van zijn volgelingen.
De centrale vraag is wat chos betekent; de betekenissen lijken te variëren en te zijn verschoven. Tot voor kort was dat: 'het Boeddhisme' (soms ook: één van de Tibetaans-boeddhistische scholen).

De door de Dalai Lama ingezette democratisering (in ballingschap, dat gegeven komt wel als een feitelijke maar geen principiële bijzonderheid aan de orde) had drie belangrijke momenten: in 1960, in 1990 en in 2011. Het waren juridische stappen (het neerleggen van het wereldlijk leiderschap in 2011 bijvoorbeeld) maar gingen gepaard aan het verschuiven/verbreden van de betekenis van 'chos .
Daarbij wordt er op gewezen dat de Vinaya zelf al democratische regels heeft.

Tussenconclusie: "Het proces van democratisering, geïnitieerd door de Dalai Lama was dus niet alleen het resultaat van modernisering maar ook van Boeddhistische logica "   (pagina 15)
[ Een voor mij als niet-Tibetaans-boeddhist raadselachtige conclusie, maar ik
  accepteer het bestaan van meerdere soorten logica. Trouwens: Vinaya en
  democratie zijn voor mij toch wel zaken van verschillende orde; Joop R. ]

Vervolgens herdefinieerde de Dalai Lama in een artikel uit 1992 het principe chos: het betekende in het vervolg niet specifiek 'boeddhisme' maar 'geestelijke waarden (spiritual values) ' In wezen alle religies zoals Christendom, Islam, etc vallen hieronder.
Vervolgens verstaat de Dalai Lama hier ook 'secularisme onder, op de wijze in India (volgens hem) gebruikt. Een betekenis als niet-sektarisch en dus niet als anti-religie zoals in het Westen (volgens hem) het geval is.

" Conclusie
Volgens de Dalai Lama, betekent geweldloosheid niet alleen maar het niet-gebruik van fysiek geweld. Geweldloosheid betekent niet de afwezigheid van geweld. Het is iets positievers en zinvollers. Ik denk dat de meer volle expressie van geweldloosheid mededogen is.
"  (pagina 20/21)
Vervolgens verklaart de Dalai Lama dat 'geweldloosheid ' en 'compassie ' synoniemen zijn.

De onderzoeker (Tsujimura) legt vervolgens uit:
" Zeker, mededogen (compassion, snying rje) is één van de belangrijkste concepten van het boeddhisme als een 'religie'. Echter, de Dalai Lama beschouwt mededogen als gemeenschappelijk in alle religies, en dat iedereen meelevend kan zijn, want niemand wil lijden. Vanuit het perspectief van de Dalai Lama is mededogen ook een 'seculier' concept dat wederzijdse tolerantie en respect voor alle geloven impliceert, maar ook voor zonder geloof. Door het gebruik van het begrip 'compassie' als een brug tussen 'religie' en 'secularisme', loste de Dalai Lama het probleem op van de chos srid zung 'brel principe in de democratische hervorming van de Tibetaanse politieke systeem. Zijn politiek is in sterke mate dat van 'compassie'."    (pagina 22)


Mijn conclusie is dat de Dalai Lama in een serie stappen - in de tijd en in de (boeddhistische) logica conceptueel het traditionele Tibetaanse ongescheiden zijn van kerk en staat heeft omgebouwd; en tegelijk ook de 'kerk' (d.w.z. het boeddhisme) ten behoeve van deze politieke reconstructie heeft vervangen door het brede ethische principe 'compassie'.
Politiek-strategisch een knappe prestatie, van hoog niveau: wel zo hoog dat het feit dat Tibet door China bezet is, buiten beschouwing is gebleven.

==============================================================

Tot zover m'n begrip

  Ik blijf het echter problematisch vinden dat compassie gebruikt wordt als een principe;
dat is het niet. Het is iets dat je moet (kan) beoefenen, anders heb je er niets aan.
Het is trouwens ook niet een 'gevoel' zoals veel Nederlandse boeddhisten lijken te denken.

  Twijfel heb ik ook over de wijze waarop de Dalai Lama (met behulp van het
compassie-principe) de boeddhistische democratie denkt vorm te kunnen geven.

==============================================================

Een andere lijn,   1     Compassie beoefenen

Twee vormen van 'beoefenen' van compassie (de term in het Pali is 'karuna') zijn meditatie (niet-denken) en contemplatie (wel vertaald als 'diep denken')

De compassie-meditatie is in Nederland vooral uitgewerkt door de (te vroeg overleden) Khanti Nouwen en wordt nu bijvoorbeeld 'onderwezen' door Frits Koster c.s.   Zie  zijn website
Veel heb ik ook gehad aan 'Liefdevolle Vriendelijkheid ' door Sharon Salzberg ( Asoka-uitgave )

Wat betreft contemplatie waardeer ik nog steeds een oude - en in wat ouderwetse taal geschreven - tekst over het beoefenen van 'karuna ' door Nyanaponika Thera. Lees langzaam zijn  'The Four Sublime States - Contemplations on Love, Compassion, Sympathetic Joy and Equanimity ' :

" Hier, monniken, doordringt een leerling een eerste richting met zijn hart vol mededogen, ook de tweede, de derde en de vierde richting; eveneens naar boven, naar beneden en rondom; hij doordringt de hele wereld overal en gelijkmatig met zijn hart vol mededogen, overvloedig, groot geworden, mateloos, vrij van vijandigheid en vrij van nood. "   (Digha Nikaya 13)

" Contemplations on the Four Sublime States
  ....
  Compassion (Karuna)

The world suffers. But most men have their eyes and ears closed. They do not see the unbroken stream of tears flowing through life; they do not hear the cry of distress continually pervading the world. Their own little grief or joy bars their sight, deafens their ears. Bound by selfishness, their hearts turn stiff and narrow. Being stiff and narrow, how should they be able to strive for any higher goal, to realize that only release from selfish craving will effect their own freedom from suffering?
It is compassion that removes the heavy bar, opens the door to freedom, makes the narrow heart as wide as the world. Compassion takes away from the heart the inert weight, the paralyzing heaviness; it gives wings to those who cling to the lowlands of self.
Through compassion the fact of suffering remains vividly present to our mind, even at times when we personally are free from it. It gives us the rich experience of suffering, thus strengthening us to meet it prepared, when it does befall us.
Compassion reconciles us to our own destiny by showing us the life of others, often much harder than ours.
Behold the endless caravan of beings, men and beasts, burdened with sorrow and pain! The burden of every one of them, we also have carried in bygone times during the unfathomable sequence of repeated births. Behold this, and open your heart to compassion!
And this misery may well be our own destiny again! He who is without compassion now, will one day cry for it. If sympathy with others is lacking, it will have to be acquired through one's own long and painful experience. This is the great law of life. Knowing this, keep guard over yourself!
Beings, sunk in ignorance, lost in delusion, hasten from one state of suffering to another, not knowing the real cause, not knowing the escape from it. This insight into the general law of suffering is the real foundation of our compassion, not any isolated fact of suffering.
Hence our compassion will also include those who at the moment may be happy, but act with an evil and deluded mind. In their present deeds we shall foresee their future state of distress, and compassion will arise.
The compassion of the wise man does not render him a victim of suffering. His thoughts, words and deeds are full of pity. But his heart does not waver; unchanged it remains, serene and calm. How else should he be able to help?
May such compassion arise in our hearts! Compassion that is sublime nobility of heart and intellect which knows, understands and is ready to help.
Compassion that is strength and gives strength: this is highest compassion.
And what is the highest manifestation of compassion? To show to the world the path leading to the end of suffering, the path pointed out, trodden and realized to perfection by Him, the Exalted One, the Buddha.
"

==============================================================

Een andere lijn,   2     Boeddhistische democratie

Hierboven uit ik m'n twijfel of de Dalai Lama gelijk heeft met z'n bewering "In contrast to general democratic constitution, if we arranged our constitution based on good ideas of nonviolence and peace, it can reach ... " (Tsujimura, pag. 20)
'Democratie' kan m.i. trouwens nooit gebaseerd zijn op één principe; het moet altijd gaan om (een balans van) meerdere principes, al houden idealisten daar niet van.
Verder past de boeddhisten bescheidenheid, ook gezien de behandeling van (religieuze) minderheden door 'boeddhistische' regimes in Aziatische landen zoals Birma, Bhutan en Sri Lanka.

De Boeddha heeft het uiteindelijk over niet-wereldlijke zaken gehad, maar de m.i. meest duidelijke uitspraak over (wereldlijke, want een sangha is per definitie niet democratisch) democratie komt uit de Maha Parinibbana Sutta, paragraaf 1.4, Zeven voorwaarden voor welvaart . Uit de tekst wordt duidelijk dat het over meer gaat dan over 'welvaart' :

" Nu stond Eerwaarde Ananda achter de Heer om hem koelte toe te wuiven, en de Heer zei:
"Ananda, heb jij gehoord dat de Vajji's geregeld en veelvuldig bijeenkomsten houden?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat zo doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's geregeld en veelvuldig bijeenkomsten houden, dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

"Ananda, heb jij gehoord dat de Vajji's op harmonieuze wijze bijeenkomen, op harmonieuze wijze van elkaar scheiden en hun zaken op harmonieuze wijze voortzetten?" -- "Heer, ik heb gehoord dat dat zo is." -- "Ananda, zolang de Vajji's op harmonieuze wijze bijeen komen, op harmonieuze wijze van elkaar scheiden en hun zaken op harmonieuze wijze voortzetten, dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

"Ananda, heb jij gehoord dat de Vajji's niet bekrachtigen wat nog niet bekrachtigd is, en niet afschaffen wat reeds bekrachtigd is, maar verder gaan overeenkomstig hetgeen dat door hun oude traditie wordt bekrachtigd?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

"Ananda, heb jij gehoord, dat zij de ouderen onder hen eren, respecteren, eerbiedigen en begroeten, en dat zij hen waardig achten door naar hen te luisteren?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat zo doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

"Ananda, heb jij gehoord, dat zij zich ervan onthouden met geweld de vrouwen en dochters van anderen te ontvoeren en hen te dwingen met hen te leven?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij zich daarvan onthouden." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

"Ananda, heb jij gehoord, dat de Vajji's heiligdommen eren, respecteren, eerbiedigen en begroeten -- thuis en over de grens -- en de al eerder verleende passende ondersteuning niet intrekken?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat zo doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

"Ananda, heb jij gehoord, dat een passende voorziening is getroffen voor de veiligheid van de Arahats, zodat zulke Arahats in de toekomst naar hen toe zullen komen om er te leven, en dat zij, die er reeds leven, comfortabel zullen leven?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat zo doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

Toen zei de Heer tegen de brahmaan Vassakara: "Eens, brahmaan, toen ik bij het Sarandada Heiligdom te Vesali was, onderwees ik de Vajji's deze zeven principes om het ten gronde gaan te kunnen voorkomen, en zolang zij zich aan deze zeven principes houden, zolang deze principes van kracht blijven, mag van de Vajji's worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan. ... "


Bron: http://sleuteltotinzicht.nl/d16.htm#Zeven voorwaarden voor welvaart


dinsdag 24 juni 2014

Ik ben oranje (in Teeven z'n systeem dan) Followup

Op 13 juni plaatste ik de blog 'Ik ben oranje, merk ik (in Teeven z'n systeem dan) '
Er is nieuws van dit front
De NRC van vandaag meldt dat de rechter uitspraak heeft gedaan en dat Teeven meteen in beroep gaat.
Ik citeer: "Staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) gaat in hoger beroep tegen het vonnis over zijn nieuwe detentieregime, zo schrijft persbureau Novum vanmiddag. Vanochtend bepaalde de rechter in Den Haag dat dit regime in strijd is met de wet.
De rechter deed vandaag uitspraak in een kort geding dat zestig gedetineerden tegen de staat hadden aangespannen naar aanleiding van het nieuwe stelsel dat Teeven wil invoeren. De wettelijke basis om gevangenen tussen de activiteiten door in hun cel te stoppen ontbreekt hierin, zo luidt het oordeel.

..."

Helaas heb ik nog geen reactie vernomen op mijn oproep van verleden week die ik hier herhaal:
Wordt het niet tijd dat de (boeddhistisch) geestelijk verzorgers bij Justitie zich solidair gaan verklaren met de gevangenen? Met hun leerlingen en/of cliënten dus?
Jullie zijn toch zeker ook 'oranje'? Kom op, Varamitra, toon dat je een boeddhistisch leider bent.

vrijdag 13 juni 2014

Ik ben oranje, merk ik (in Teeven z'n systeem dan)

Gevangenen zijn een proces aangegaan tegen staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie.
De reden is een vergaande verkilling en versobering van de bejegening. Ook gedetineerden die zich goed gedragen, moeten in hun cel blijven.
Ook het gevangenispersoneel is ongelukkig met het nieuwe regime. De cipiers hadden net geleerd dat ze de gevangenen tegemoet moesten treden met een 'motiverende bejegening'. Nu worden we weer sleutelbewaarders, klinkt het morrend.
Bron: De Volkskrant van woensdag 11 juni 2014.

Een gevangene zit in een van de drie volgende categorieën:
- groen gedrag,  wordt beloond
- oranje gedrag  levert na twee keer straf op
- rood gedrag  betekent onmiddellijke straf
'Straf' houdt in: nog minder (groeps)activiteiten en nog meer in een gesloten cel verblijven.

'Oranje' gedrag, dat tot straf leidt, is het meest interessant, de Volkskrant noemt:
* Rondhangen
* Mild protesteren tegen het personeel
* Een woordenwisseling aangaan
* Gesloten, oneerlijk of onbetrouwbaar zijn
* Niet of weinig wassen, scheren, tandenpoetsen of schone kleding aantrekken

Allemaal gedrag dat mij ook tamelijk kenmerkt; behalve dan dat oneerlijk of onbetrouwbaar zijn. Maar al die andere zaken wel, op z'n tijd. 'Veel lezen' zal ook wel bij het 'oranje gedrag' van Teeven horen, vermoed ik.
Daarom dat ik moet constateren: ' Ik ben oranje '.
Niet 'voor Oranje' ( over voetbal heb ik verleden week al geschreven ), maar 'oranje gedrag' dus. Van gezonde autonomie getuigend gedrag, lijkt mij.

Wordt het niet tijd dat de (boeddhistisch) geestelijk verzorgers bij Justitie zich solidair gaan verklaren met de gevangenen? Met hun leerlingen en/of cliënten dus?
Jullie zijn toch zeker ook 'oranje'?   Kom op, Varamitra, toon dat je een boeddhistisch leider bent.


dinsdag 8 april 2014

Verbinden of de kunst van langs elkaar heen leven; tegelijk atheïst èn boeddhist zijn: dual belonging niet alleen voor christenen - Een artikel voor 'NieuwWij'

'Nieuwwij ' is een nu vijf jaar bestaande website die als missie heeft:
"Hoe ziet een samenleving eruit waarin alle Nederlanders zich thuis kunnen voelen, ongeacht hun verschil in afkomst en levensovertuiging? Welke ingrediënten horen in een nieuw W!J dat mensen met elkaar verbindt en onderlinge verschillen vruchtbaar maakt?
Op deze site vindt u geen kant en klaar recept voor een nieuw W!J, wel veel inspirerende ideeën, gesprekken, informatie en meningen over wat daarvoor nodig is. We vragen het aan mensen op straat, in buurten, aan jongeren, aan laag- en hooggeleerden, aan bekende en minder bekende Nederlanders. Mensen en hun initiatieven, waarvan je niet wist dat ze bestonden, komen in beeld. En ook diegenen die sceptisch tegenover een nieuw W!J staan, krijgen een stem
." (bron )

M'n artikel
Na overleg met de redactie van de site www.nieuwwij.nl/ heb ik een artikel geschreven met als titel 'Verbinden of stromen; wat gedachten van een boeddhist '.
De inhoud spreekt voor zichzelf, de aanleiding was lichte irritatie over de inhoud van deze site die me tegelijk wel fascineerde. Het is duidelijk protestant-christelijk angehaucht, met veel multiculti-thema's. En ook erg (te) positief denkend, over 'samen' en zo.
Het artikel is om onduidelijke redenen nog steeds niet geplaatst.

UPDATE van 10 april     Inmiddels is het op de website van 'Nieuwwij' geplaatst: www.nieuwwij.nl/verdieping/verbinden-stromen/

========================================================================

Verbinden of stromen; wat gedachten van een boeddhist        Door:   Joop Romeijn

Boeddhisten, een groep die in 'Nieuwwij' niet of nauwelijks aan het woord of in beeld gekomen is; dat is verder niet zo erg want zoveel boeddhisten zijn er nu ook weer niet en ze hebben of geven ook niet zoveel problemen, in Nederland.
Gedachten van een boeddhist. Maar wellicht geen boeddhistische gedachten, slechts de mijne.

Een voetgangersoversteekplaats met stoplichten (en mensen die zich daar aan houden). Soms stellen de voetgangers zich alleen op de rechterhelft van de oversteekplaats op het trottoir op, als waren zij voertuigen die rechts horen te rijden; maar meestal staat men over de volle breedte te wachten, aan beide zijden.
Als het stoplicht op groen springt komen de linies op elkaar af; maar de te verwachte clash blijft uit. Door flexibel te lopen (dan weer eens tien centimeter schuin naar links stappen, dan weer eens tien centimeter naar rechts) weet men elkaar te vermijden. Bijna altijd komt iedereen heelhuids aan zijn of haar overkant, zonder zelfs maar iemand aangeraakt te hebben. Het lijken wel vloeistoffen die langs elkaar stromen.
Problemen ontstaan alleen als twee of meer mensen (stelletjes of vrienden) persé direct naast elkaar willen blijven lopen, elkaar niet kunnen loslaten, en dus niet kunnen mengen. Dan ontstaan (bijna-)botsingen.

     Dit lijkt me wel een aardig beeld van m'n stelling:
     het is goed om te verbinden, zoals de centrale boodschap van 'Nieuwwij' is,
     maar minstens zo belangrijk is het, langs elkaar heen te kunnen leven.

Doel van 'Nieuwwij' is “het verbinden van verschillen tussen culturele en religieuze groepen”, zo lees ik. Als ik de diverse artikelen van de laatste maanden losjes de revue laat passeren in mijn gedachten, gaan ze bijna altijd over mogelijke verbindingen tussen christenen (protestanten) en andere groepen. Bijna nooit over verbinden van moslims en atheïsten, het verbinden van boeddhisten en hindoes. Trouwens ook niet tussen protestanten en katholieken.
Ook artikelen van dubbele/meervoudige religieuze bindingen (dual belongings schijnt de vakterm te zijn geworden) hebben meestal het kenmerk dat één van de twee geloven die van christen is.
'Christocentrisch denken' noem ik dat, vergelijk de begrippen 'ethnocentrisch' of 'antropocentrisch': de eigen groep als norm stellen waarmee anderen worden vergeleken. Maar het begrip 'christocentrisch' schijnt al zijn zijn ingepikt en een andere betekenis gegeven en wordt ook verder niet zo adekwaat gevonden.
Wellicht is 'christendomcentrisch ' exacter; het heeft ook te maken met het (19e eeuwse) model dat er wereldreligies bestaan, en dat het boeddhisme bv er – net zo als het christendom – één van is (vergelijk Payne).

Zowel boeddhist als atheïst zijn als vorm van dual belonging
Ik ken wel wat teksten over dual belonging die ook over boeddhisten gaan, maar dan zijn het steeds mensen die zoveel boeddhist als christen zijn of proberen te zijn; en dat interesseert me nu net toevallig niet (wel in wetenschappelijke zin maar niet persoonlijk). Ik ben veel meer geïnteresseerd in het tegelijk boeddhist als atheïst of agnost zijn of proberen te zin (de verschillen tussen agnostisch en atheïstisch laat ik even buiten beschouwing). Zou ook wat meer geproblematiseerd kunnen worden: tegelijk christen en agnost zijn is ook dual belonging maar wordt helaas meestal getypeerd als een half van z'n geloof afvallende of afgevallene.

Over het tegelijk boeddhist èn atheïst zijn (niet als keus maar als onvermijdelijke conclusie dat ik dat ben) ken ik niet zoveel heldere literatuur; daarom hier een aanzet.
Ook HET atheïsme bestaat natuurlijk niet; ik heb vooral interesse in de bescheiden variant waarin van sommige thema's wordt gezegd: we weten het niet; bv over wat 'bewustzijn' is.
In de V.S. wordt steeds meer de term '(religious) naturalism ' gebruikt, dit drukt beter uit wat ik bedoel maar in nog niet in Nederland in zwang; zie link naar een Wikipedia-artikel hieronder.
Het is te makkelijk om een naturalistische of geseculariseerde variant (zoals Stephen Batchelor doet) van het boeddhisme te formuleren waarin boeddhisme en atheïsme met elkaar verzoend zijn. Ik wil geen verzoening, geen verdwenen spanningsveld, want dat is juist (voor mij) de essentie van deze dual belonging. Devotie bij de beoefening en ethiek horen daarbij; denkbeelden over reïncarnatie of andere vormen van leven na de dood niet: daar ben ik (net zo als veel westerse boeddhisten) hoogstens agnostisch over.
Natuurlijk is het atheïsme geen religie; maar het is – voor mij – wel een zingevingssysteem; zij het met de inhoud dat het leven geen zin, geen vooropgezet doel, heeft. Maar dat vind ik als boeddhist eigenlijk ook.

De kunst van het langs elkaar heen leven
Goed, terug naar het boeddhisme en terug naar m'n pleidooi voor de kunst van het langs elkaar heen leven.
Ik wil de Aziatische landen met een hoog percentage boeddhisten maar ook tientallen procenten andere gelovigen (christen en moslims of hindoes bv) bepaald niet idealiseren. Maar m'n indruk is toch dat in die landen er vrede is omdat die groepen langs elkaar leven, ieder hun eigen ding doend.
Met meer stelligheid durf ik dat te beweren van de omgang tussen boeddhisten onderling. HET boeddhisme bestaat niet; voor zover het boeddhisme een religie is (dat woord zelf is al een Westerse constructie), is het een conglomeraat van diverse tradities die niet zoveel met elkaar gemeen hebben behalve dan het concept 'Boeddha'. Als die tradities in Nederland ieder hun eigen beoefening doen, gaat het goed, de problemen ontstaan als men probeert ze te verenigen (en die 'men' is dan vaak de overheid die graag met één vertegenwoordigend orgaan van DE boeddhisten (of DE hindoes of DE moslims) zaken willen doen.

Er zijn boeddhisten en boeddhisten (en boeddhisten)
Grote verschillen: sommige boeddhisten hebben als centrale boodschap 'compassie'. De Dalai Lama bijvoorbeeld (althans in de boodschap tegen Westerlingen, tegen z'n eigen Tibetaanse boeddhisten zegt hij wel wat meer gecompliceerde of minder softe zaken, heb ik begrepen.
Anderen hebben als boodschap: wees mindful, mediteer, lees de soetra's, doe je rituelen, etcetera.

Hoe word je boeddhist? Deze vraag alleen al wijst op een sterke tweedeling.
Er zijn blanke (meestal goed opgeleide vaak welgestelde) Westerlingen die zichzelf tot boeddhist hebben bekeerd; en er zijn uit Aziatische landen (bv Vietnam, Thailand, China) afkomstige boeddhisten die dat van generatie op generatie zijn.
Deze groepen beoefenen nogal verschillend: van studie en meditatie versus ritueel om het wat te simplificeren. En ze hebben niet veel contact met elkaar. Dat geeft toch ook niet?

Losjes verbonden
Een ander aspect van het thema 'boeddhisme en verbondenheid' is de vraag: moet een Westers boeddhist solidair zijn met andere boeddhisten; bijvoorbeeld met de door China onderdrukte Tibetanen? Meer dan solidair met andere levende wezens?
En moet een Westers boeddhist 'des broeders hoeder' zijn als andere boeddhisten (in Azië, in Sri Lanka en Birma hebben ze er wel aanleiding toe gegeven) zich verwerpelijk gedragen tegen andere bevolkingsgroepen?
Theoretisch is het antwoord: ja; maar in de praktijk komt daar niet zoveel van. Wel is het – ook voor hier – nuttig om te benadrukken dat het beeld dat boeddhisten altijd en overal zo vredelievend zijn, niet helemaal klopt.

Het betoogje hierboven roept ook nog eens de vraag op of ik me met atheïsten verbonden moet voelen, specifiek dus, meer als met alle levende wezens in het algemeen? Alleen een beetje met de Amerikaanse die soms onder druk worden gezet door agressieve Christenen (creationisten en zo). Verder niet.

Samen alleen zijn
De kunst van het langs elkaar heen leven. Een goeie oefening (niet in, maar wel ten behoeve van het dagelijks leven) zit in de 'sociale' kant van meditatie-retraites, althans in die van mijn boeddhistische traditie. Van een paar dagen tot een paar weken lang, in een gebouw met overnachtingsmogelijkheden. Inclusief wandelen en eten. Dat gebeurt – uit praktische overwegingen – in een groep maar toch ook weer alleen. Want een regel in zo'n retraite is dat de deelnemers geen contact met elkaar hebben: niet spreken (of schrijven), maar ook geen oogcontact. Vooral dat laatste is voor velen in het begin lastig: het even bemoedigend naar elkaar glimlachen is niet de bedoeling. Maar na een tijdje merk je dat het helpt om je meditatieve proces te verdiepen.

Ondanks deze iets andere benadering vind ik 'Nieuwwij' een boeiend concept en goede website.
Bij wijze van samenvatting de boeddhistische middenweg: soms is verbinden beter en soms langs elkaar heen leven.


Wat bronnen:
http://en.wikipedia.org/wiki/Religious_naturalism ; een helder informatief artikel over een betere term dan 'atheïsme', namelijk (religieus) naturalisme

http://openboeddhisme.nl/ ; een onafhankelijk journalistiek webmagazine;

Het artikel 'If Buddhism is a Religion, then what' door Richard Payne over nadelen van de constructie 'wereldreligie'; en hoe die nadelen voor het boeddhisme uitwerken. Zie hier


Joop Romeijn is gepensioneerd sociaal wetenschapper en hulpverlener. Hij noemt zichzelf vrijzinnig Theravada-boeddhist en zegt er voor de zekerheid bij dat dit een niet bestaande traditie is. Verder is hij kritisch boeddhist, o.a. ten aanzien van boeddhistisch instituties in Nederland.
Zie ook zijn blog http://joopromeijn.blogspot.nl/