Posts tonen met het label meditatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label meditatie. Alle posts tonen

vrijdag 18 december 2015

Een soort Boeddhistisch Maandblad. De BOS foetsie, het B.Mag ter ziele. Nu het sufferdje (BD) nog. Theses Batchelor. Gaat de vipassana zich opnieuw uitvinden? Wat moeten we toch met religie en een prijsvraag.


Een leraar-arm en een boeddhistisch-media-loos 2016 toegewenst

"Van gezond dualisme is nog nooit iemand slechter geworden"
Van der Staaij (SGP) in het Kamerdebat over de Teevendeal

Een maandblad ?                                                                                                             Detail uit
'Levensboom' van Jantien Jongsma
In  Mei 2015  schreef ik, er mee te stoppen.
Dat gaat ook gebeuren, maar geen cold turkey .
En bovendien kreeg ik van allerlei mensen te horen dat ze m'n teksten zo waardeerden, dat is ook weer zo wat.
De laatste maanden was de productie al steeds beperkter. Soms wel heel lange stukken, niet altijd strak geredigeerd. Maar wel prachtstukken, niet snel verouderend.
Nu nog af en toe wat, eens per maand bijvoorbeeld.
Een soort maandblad met diverse artikelen. Als er hier tenminste nog wat gebeurt, of er Engelstalig een ook voor ons interessante tekst verschijnt. Anders niet. Een proeve.

En anderen dan?

Hier heb ik het alleen over schrijvers of platforms van serieuze artikelen, niet over gebabbel of gebrabbel (BD bv), of de eigen leraar verheerlijkende websites (Zen.nl bv)
* Katinka Hesselink schrijft nog bijna uitsluitend over mindfulness, goeie stukken, daar niet
   van, maar geen boeddhisme. Haar meest recente tekst . En hier  haar andere blog ;
* Hopelijk komt OpenBoeddhisme weer op stoom, over seksueel misbruik, over boeddhisme
   en geld, maar ook over de meer subtiele onwenselijke verering (devotie) voor de leraar;
* Ron Sinnige schrijft nog maar heel weinig, helaas;
* Jules Prast neem ik niet meer serieus, voor mij is hij niet agendasetting ;
* Op de LinkedIn groep 'Boeddhisme in Nederland' gebeurt niets interessants meer;
* SIMsara (drie keer per jaar) is te braaf;
* In Facebook wordt kennelijk soms over boeddhisme geschreven, maar daar wil ik niet op;
* De kwartaalsite van de VvB (nu Varamitra) bevat mengsel van ouwe koek en aardige artikelen;
* De blog van Edel Maex is dan nog een van de aardigste overblijvers; wel erg Zen-nig
   soms, inclusief de ontkenning dat het onderscheid Mahayana-Theravada relevant is.
Ben ik nog iemand vergeten?
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Weg met de BOS ! Lang leve Bodhitv ?

Zal Bodhitv dan toch nog, zoals ik voorgesteld heb, uit zijn (haar) as herrijzen? Maar dan los van de bevoogding door de BOS-directrice; en los van het B.D., mag ik hopen.
Waar ik niet gelukkig mee ben is dat het merk 'Bodhitv ' nu op twee manieren gebruikt gaat worden:
* De 'boeddhistische' programma's die KRO-NCRV gaat maken krijgen niet het logo 'BOS'
   (dat wilden de christenen niet) maar 'Bodhitv'.
* En de private website (met geld van de vrienden van de voormalige BOS) Bodhitv 2.0 ook,
   als dat door gaat tenminste, want er is nu pas een werkgroep over aan het nadenken.
Dat is verwarrend en onwenselijk, dat zal KRO-NCRV ook wel vinden. Trouwens, per jaar 23 uur 'boeddhistische' tv voor minder dan een miljoen (7% van € 12 m.), daar geloof ik niets van.

Voor de BOS-Radio eindigt het jaar en dus het leven vrij roemloos.
De redactie van de BOS (en dus niet Bettine Vriesekoop, die wist van niets) verwijderde uit het interview van Bettine met Frank Uyttebroeck diens verwijzing naar Nico Tydeman als leraar die ook grensoverschrijdend gedrag als leraar met een leerlinge heeft gehad. Dit werd ontdekt door Rob Hogendoorn die dat meldde op een Facebook-pagina. De oorspronkelijke versie is hier te horen (en zien) en de gekuiste versie hier .
Het BD meldde het incident ook maar gaat niet kritisch in op de verdediging van de BOS voor deze ingreep: het verwijderen van drie seconden (zolang duurt het uitspreken van de naam 'Nico Tydeman') wordt gebracht als het naar het juiste aantal zendminuten terugbrengen van het interview. En "... de quote [is] eruit gehaald omdat die tot verwarring zou leiden. Onze taak is het om zaken helder uit te leggen, dat was in het interview niet gebeurd. En dat kwam later tot uiting. Tydeman had een relatie met een volwassen vrouw en is in dat opzicht niet te vergelijken met Mettavihari" is m.i. al te doorzichtig Nico Tydeman uit de wind houden net zoals VVD-ers elkaar in de Teevendeal uit de wind probeerden te houden. De BOS heeft immers de afgelopen maanden geen enkele keer aandacht besteed aan 'de zaak Tydeman': te pijnlijk voor hun held.

Overigens werd in deze uitzending van 15 december wel gemeld dat 'boeddhistische' televisie voortaan door KRO-NCRV wordt gemaakt en de Bodhitv wellicht buiten het bestel een herstart krijgt, maar over de BOS-radio geen woord. Geen podcasts dus?

=======================================================================

Over leraren en andere inzichts-mediterenden

Onder 'leraar-arm' versta ik: eerste twee jaar heeft een beginnend beoefenaar een leraar nodig die inleidt in de Dhamma en de techniek van de meditatie. Daarna zijn spirituele vrienden nuttig.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De wijze waarop de vipassana-gemeenschap
uit haar crises kan komen, gaat op
de wijze van de Baron von Münchhausen


“Een andere keer wilde ik over een moeras heen, dat me aanvankelijk niet zo heel breed bleek. Maar tijdens de sprong ging ik daar anders over denken. Zwevend in de lucht keerde ik weer om, naar waar ik zonet vandaan gekomen was, om een grotere aanloop te nemen.

Niettemin was mijn sprong ook de tweede keer te kort en verdween ik niet ver van de andere oever tot aan de hals in het moeras. Hier had ik onafwendbaar moeten omkomen als ik niet door de kracht van mijn eigen arm mijzelf aan mijn haren, samen met mijn paard, dat ik tussen mijn knieën geklemd hield, er weer uitgetrokken had."

Laat ik maar definitief spreken over 'inzichtsmeditatie' en niet over 'vipassana'.
'De veertien' bestaat niet meer, 'de 6', 'de 7' of 'de 11' ook niet, er zijn mensen die groepen en soms ook retraites begeleiden. Wat mij opviel was hoe sterk de dynamiek in de voormalige groep van 14 invloed heeft gehad op wat (te) makkelijk 'de zwijgcultuur' is genoemd. Een verlammende invloed ook, waarna niemand meer de regie had. Het effect was kwalijk, tragisch en genant.
De gevolgen van het demasqué van Mettavihari worden langzaam zichtbaar; te langzaam naar mijn zin, maar dat is een goede oefening in geduld.
Ik noem er drie, deze (en nog veel meer zaken) zijn aan de orde gekomen in een bijeenkomst van ruim vijftig beoefenaren op 13 december.

Het eerste is dat de gevoeligheid voor (seksueel) misbruik aanmerkelijk is toegenomen en er procedures aan het komen zijn om de kans daarop te verkleinen, voor de kans op het lang doorgaan ervan.
Een aantal sangha's heeft nu ook, na de SIM, een ethische code, bv SanghaMetta
Ik wil aan de code t.a.v. seksueel ongeoorloofd gedrag (de derde van de 'leefregels') een code toevoegen over 'onjuist' zwijgen bij de 4e van de leefregels, het vermijden van onjuist spreken. Niet zwijgen als men ziet dat er in de sangha een (seksuele) relatie leraar-leerling ontstaat.
Beide overigens met als sluitstuk: het externe 'Meldpunt '

Het tweede is dat steeds breder wordt onderkend dat de 'transmissie' als leraar van Mettavihari aan 14 van zijn leerlingen in feite ongeldig is, of dat de huidige leraren zich er niet meer op willen beroepen. De steen waarop het gebouw rustte, is weggetrokken. Mij bevalt dit gebrek aan houvast, deze existentiële leegte wel, al is het wel lastig in een organisatie. Toch biedt het mogelijkheden. Er moet een nieuwe benoemingsprocedure komen, formeel of tamelijk informeel, daar was men nog niet uit (ik ben voorstander van formeel). Rol van de SIM daarin? Ook moet explicieter worden wat de Westerse leraar is: geen 'verlichte' monnik, maar een 'spirituele vriend'.

Hoe Westers moet trouwens de inhoud van de beoefening worden waarvoor ik nu (in mijn fantasie) een organisatie over aan het optuigen ben? Strikte vipassana à la Mahasi (en/of à la Mettavihari hoewel dat volgens Guus Went niet hetzelfde is) of meer inzichtsmeditatie zoals bv in Spirit Rock, IMS en Gaia House gegeven wordt. Ook weer met mijn mening: het laatste.

Het derde is de plaats van de leraar in de organisatie van de sangha. Mogelijk is het model beter (in ieder geval is dat mijn opvatting) dat de leraar niet in het bestuur van de sangha zit maar dat er een overkomst leraar-bestuur wordt gesloten: het Groningse model. Nu zit de leraar nog in een aantal besturen, soms zelfs als voorzitter.

Er komt een volgende bijeenkomst, met een aangevulde voorbereidingsgroep; tijd en vorm is nog niet bekend. Ik heb aangeboden de suggesties in mijn schrijfsels van het afgelopen jaar in de vorm van concrete voorstellen te vertalen. Wat hierboven staat is een samenvatting er van.
Maar mogelijk deelt niet iedereen mijn motto: vertrouwen is goed maar procedures zijn beter.

=======================================================================

In oktober kondigde ik het nieuwe boek van Stephen Batchelor aan, titel After Buddhism

Daarin schreef ik o.a.: Interessant vind ik zijn 'Ten Theses of Secular Dharma ' op pag 321-322.
Een - ik durf de term bijna niet te gebruiken - soort geloofsbelijdenis.

Deze 'theses' zijn nu ook digitaal te vinden op de Website Secular Buddhism . Met de nodige discussie erover, 41 comments inmiddels.
Eén van de meest recente daarvan, om de betekenis aan te geven: 'One big difference between these principles and Luther’s theses is that Luther was mainly concerned with belief, whereas Batchelor is mainly concerned with practice. '

Ik doe een poging, ze te vertalen. Dat viel nog niet mee, Batchelor heeft de eerste versie ervan jaren geleden geschreven en er steeds verder aan geschaafd. Dus elk woord telt.


Tien stellingen van Seculiere Dharma

1. Een seculier boeddhist is iemand die toegewijd is aan de beoefening van de dharma in het belang van uitsluitend deze wereld.

2. De beoefening van de dharma bestaat uit vier taken: het lijden te omarmen, de reactiviteit te laten gaan, tot het staken van de reactiviteit te observeren, en een eenheidvormende manier van leven te cultiveren.

3. Alle mensen, ongeacht geslacht, ras, seksuele geaardheid, handicap, nationaliteit en religie, kunnen deze vier taken beoefenen. Elke persoon, op elk moment, heeft de potentie meer wakker, responsief, en vrij te zijn.

4. De beoefening van de dharma is evenveel gericht op hoe men spreekt, handelt, en werkt in de publieke ruimte áls met hoe men privé spirituele oefeningen doet.

5. De dharma is dienstbaar aan de behoeften van mensen op bepaalde tijden en plaatsen. Elke vorm die de dharma aanneemt is een voorbijgaande menselijke schepping, afhankelijk van de historische, culturele, sociale en economische omstandigheden die het bepaalt.

6. De beoefenaar eert de vormen van dharma-leer die in verschillende tradities zijn doorgegeven, tegelijk zoekend naar een creatieve manier om ze op te voeren op een manier die past bij de wereld zoals die nu is.

7. De gemeenschap van beoefenaren wordt gevormd door autonome personen die elkaar wederzijds ondersteunen in het cultiveren van hun paden.
In dit netwerk van gelijkgezinde individuen, respecteren de leden de gelijkheid van alle leden, tegelijkertijd de specifieke kennis en expertise honorerend die iedere persoon met zich mee brengt.

8. Een beoefenaar streeft naar een ethiek van zorgzaamheid, gebaseerd op empathie, compassie en liefde voor alle wezens die ontstaan zijn op deze aarde.

9. Beoefenaren proberen het structurele geweld van samenlevingen en instellingen te begrijpen en verminderen, alsmede de wortels van het geweld dat zich in zichzelf bevinden.

10. Een beoefenaar van de dharma streeft naar het ontwikkelen van een cultuur van het ontwaken dat zijn inspiratie zowel in boeddhistische als in niet-boeddhistische, religieuze en seculiere bronnen vindt.

=======================================================================

Wat moeten we toch met religie ?

Omdat het een kerstnummer lijkt te worden, lijkt dat me wel een aardige vraag.
Eerst terug naar het artikel van Koert van der Velde als soort samenvatting van z'n boek, in m'n vorige blog behandeld.
Een reactie Edel Maex in de digitale krant op dit artikel, duidelijk geval van distantie nemen: "De Amerikaanse zenleraar Norman Fischer merkte ooit op: 'Religion is evolving under our noses, but we are not noticing it because we are stuck on old forms and old terminologies'. De analyse van Koert van der Velde probeert een nieuw fenomeen als mindfulness op te sluiten in een kooi van oude vormen en terminologieën. Het resultaat is dat hij er compleet naast grijpt en alleen maar een visie op religie zichtbaar maakt waar veel mensen zich zoeken van te emanciperen."

Daar heeft Maex gelijk in en ik begrijp heel goed dat hij de indruk heeft dat iemand hem voor zijn kar wil spannen. Moderne varianten op het Christendom (à la van der Velde die zich niet in deze omschrijving zal herkennen) zijn niet zo zinvol om te construeren. 'Religion is evolving under our noses', dat kan best zo zijn, maar er gebeurt van alles onder onze neus, ook niet-religieuze processen, zonder dat we ons dat realiseren.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Update 20 dec.   Maex heeft z'n kommentaar op van der Velde uitgewerkt in z'n blog,
ook opgenomen in NieuwWij .
Zie voor het vervolg m'n Update 21 dec. bij m'n vorige blog.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Eerlijk gezegd krijg ik steeds een atheïstische reflex als ik hoor dat religie overal is. Maar een ander moment krijg ik een religieuze reflex als ik hoor dat het boeddhisme geen religie is (maar een filosofie, een manier van leven). Voor mij is (het beoefenen van) het boeddhisme, vanuit m'n optiek van ultieme zinloosheid, religieus: een irrationele poging tot zingeving aan het zinloze. Alleen lijkt het me beter de term 'religieus' niet te gebruiken, maar ik kom als alternatief niet veel verder als: het hebben van een zingevings-intentie.
Zie de Bijlage voor een korte beschouwing van Batchelor over het woord 'religious'.

Mijn positie is die van Albert Camus: [Het boek] " 'De mythe van Sisyphus' ... Sisyphus is de sterveling die in opstand kwam tegen de goden en daarvoor de meest ernstige straf denkbaar opgelegd kreeg: zinloosheid. Hij is gedoemd eeuwig een rots de berg op te duwen, te zien hoe deze weer naar beneden rolt en opnieuw te beginnen. Voor Camus is Sisyphus de ultieme absurde held. Hoewel zijn arbeid zwaar, nutteloos en oneindig is, vraagt Camus ons in te beelden dat Sisyphus rustig de berg afloopt, zijn steen achterna. Naar beneden wandelend, wordt hij zich bewust van het absurde van zijn situatie. Precies dit moment van helderheid en inzicht is tragisch en kwellend, maar tegelijkertijd Sisyphus' overwinning. 'We moeten ons Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen,' schrijft Camus". Bron: hier

Die atheïstische reflex krijg ik ook, als ik het interview in NieuwWij   “Voedingsbodem voor antireligieuze sentimenten is steeds vruchtbaarder geworden” met Taede Smedes lees.
De (grotendeels door Smedes overgenomen) stelling van de interviewster is dat 'we' steeds vaker antireligieuze geluiden horen. "Het publieke debat lijkt gedomineerd te worden door atheïstische opiniemakers, die religie maar wat graag door het slijk halen – zonder gehinderd te worden door enige kennis van zaken. Waar komt dit vandaan? En moeten religieuze mensen zich zorgen maken? "
Smedes ziet de verharding in de wetenschap/religie discussie als één van de oorzaken voor de toename van antireligieuze sentimenten in onze maatschappij. En die antireligieuze sentimenten betreffen dan islam plus christendom: slachtofferschap van christenen over de rug van moslims vind ik dat. Ik zou wel eens harde onderzoeksfeiten willen zien hoeveel mensen met ongenuanceerde kritiek op de islam tegelijk kritiek op het christendom hebben: een klein percentage denk ik. Het christendom is grotendeel irrelevant in Nederland (in de VS is het wat anders); en wetenschappers doen gewoon hun wetenschaps-ding (of hun therapie-ding zoals mindfulness). Wetenschappers kunnen over zaken buiten hun vakgebied domme dingen zeggen, meer is er niet aan de hand. En wie interesseert zich nu in het creationisme? Helaas is zelfs de interesse van veel mensen (boeddhisten en niet-boeddhisten) in de evolutie-theorie heel klein.

Even was ik van plan het betoog om te draaien en me in atheïstisch slachtofferschap te wentelen zoals soms de door Smedes zo verfoeide Dawkins doet. Maar zover identificeer ik me toch net niet met het atheïsme; en bovendien heb ik geen talent voor slachtofferschap.
Maar als denkoefening dan: misschien wel erger dan antireligiositeit is de anti-atheïsticiteit (een draak van een woord, maar dat is mijn schuld niet). Het atheïsten-bashen vindt voortdurend plaats, ook als ze met heel andere zaken bezig zijn.

Smedes geeft in het interview nog een leuk voorbeeld “Het zijn uitingen van onderbuikgevoelens richting alles wat naar religie riekt. Je ziet het nu ook gebeuren met de discussie rond mindfulness. Koert van der Velde heeft in zijn recente boekje laten zien hoe religieus mindfulness eigenlijk is en ineens wordt mindfulness door menigeen afgeschoten."
Ik heb kritiek op van der Velde's niet-wetenschappelijk onderbouwde stelling dat mindfulness religieus zou zijn. En in Trouw hebben reaguurders zoals altijd veel kritiek op van alles, ook op mindfulness. Wat is het verband, toch niet antireligiositeit?

Smedes sluit als volgt af: "Ik zou hoe dan ook graag zien dat elke religieuze man of vrouw het als zijn of haar taak ziet om zich in het publieke debat te mengen en discussies te nuanceren, vooral om te laten zien dat de heersende stereotypen van geloven niet bestaan. Niet alle gelovigen zijn religieuze fundamentalisten of irrationele creationisten. Daarbij denk ik dat gelovigen zich niet moeten gaan opsluiten in eigen organisaties of eigen politieke partijen. Dan plaats je jezelf in een hokje. Vind je het dan gek dat anderen jou daar vervolgens graag in opsluiten?”
Nog steeds in m'n gedachte-oefening draai ik een paar woorden om:
Ik zou hoe dan ook graag zien dat elke a-religieuze man of vrouw het als zijn of haar taak ziet om zich in het publieke debat te mengen en discussies te nuanceren, vooral om te laten zien dat de heersende stereotypen van niet-geloven niet bestaan. Niet alle niet-gelovigen zijn a-religieuze fundamentalisten ... Daarbij denk ik dat niet-gelovigen ... etc.

Het is mijn discussie niet, ik probeer alleen als boeddhist een beetje in dit mijnenveld tussen religieus en atheïstisch te laveren. Me realiserend dat het overgrote deel van de (Aziatische) boeddhisten zo religieus en zo theïstisch is als de pest.

=======================================================================

Prijsvraag

Wie heeft in 2015 over de boeddhisten gezegd :
" Er is geen gezaghebbend iemand in Nederland
  die er nationaal uitspringt als een boegbeeld.
  Soms zou dat niet verkeerd zijn.
"

Inzenden voor 1 februari naar jwromeijn@hotmail.com, het enige jurylid.
Prijs is een boek naar keuze uit mijn boekenkast.
Bonus voor een antwoord op de subvraag: zou spreker iemand op het oog hebben?


=======================================================================

Bijlage

Het woord 'religious', zoals benaderd door Stephen Batchelor in 'After Buddhism '

" The wordt 'religious' is notoriously difficult to define. The term has a long and confusing history, and its meaning has shifted and changed over time [Noot: Nongbri]. Here I will use it in two related but distinct senses.
In the first sense, I understand 'religious' to denote our wish to come to terms with or reconcile ourselves to our own birth and death. For many people, religious thoughts and acts are those that engage their deepest, core relationship to the totality of their life and what it means for them. This is what the theologian Paul Tillich called one's "ultimate concern". For Tillich, ultimate concern is the definition of faith, and that about which one is ultimately concerned the definition of God.
In the second sense, I take 'religious' to denote whatever formal means are employed - adherence to sacred texts, submission to the authority of monastics and priests, performance of rites and rituals, participation in spiritual retreats - to articulate, frame, and enact ultimate concerns. Secular critics commonly dismiss religious institutions and beliefs as outdated, dogmatic, repressive, and so on, forgetting about the deep human concerns that they were originally created to address.

One can be religious in the sense of being motivated by ultimate concerns, without ever engaging in any overtly religious behavior, just as one can be religious in the conventional sense merely out of habit or custom, without being driven by an ultimate concern. Those who describe themselves as 'devout atheists' are not entirely joking."    pagina 15

maandag 7 december 2015

Mindfulness, van vipassana. 'Geen gezweef', wel werking. Ook met ethiek en (verborgen) religiositeit? Nieuw boek van Koert v. d. Velde en andere teksten En hoe het verder met de inzichtsmeditatie +7 gaat

Update 15 dec.
  Vandaag verscheen in Trouw een door Koert van der Velde geschreven artikel onder de titel 'Eigenlijk is mindfulness hartstikke religieus'. M'n kommentaar is hetzelfde als dat op z'n boek.
  Afgelopen zondag zijn ruim vijftig vipassana-beoefenaren (begeleiders, lokale mediteerders, (assistent)leraren) bij elkaar geweest. Thema: 'de zaak Mettavihari': wat is er het afgelopen jaar (en daarvoor) zo al gebeurt en een begin maken met de vraag: hoe nu verder? Goed, later meer.
=========================================================================

Update 21 dec.
Onbedoeld blijkt ik een ruzietje tussen Edel Maex en Koert van der Velde te hebben veroorzaakt.
Edel was namelijk not amused toen ik in onderstaande recensie schreef dat 'Geen Gezweef' heel sterk op interview met hem leunde; iemand probeert mij voor zijn karretje te spannen, schreef hij mij. Zie deze bijdrage van Koert n.a.v. een ingezonden brief en artikel van Edel:
"Koert van der Velde zegt: 20 december 2015 om 22:08
Beste Edel,
Wat waren we het toch eens met elkaar, anderhalf jaar geleden toen ik je interviewde: dat mindfulness op zijn best religieus is, maar dat je maar beter niet kunt geloven in religieuze beelden, en evenmin in autoriteiten. Voor mij is religie het je aangesproken voelen door iets wat achter de grens van je begrip ligt, vertelde ik, een definitie die ook jou zeer aansprak, zei je.
In de anderhalf jaar erna heb ik Geen Gezweef geschreven – de passages waarin jij voorkwam – en dat zijn er nogal wat – had je met enkele kleine wijzigingsvoorstellen goedgekeurd. Ik hoopte op een mooie recensie van jouw hand en zorgde er dan ook voor dat de uitgever jou als eerste een exemplaar van het verse boek toestuurde.
Ik schreef een stukje in Trouw over een aspect van het boek, namelijk dat mindfulness vaak veel religieuzer is dan veel trainers willen toegeven.
Toen er een ‘reaguurderige’ reactie op de Trouw-site verscheen onder de naam Edel Maex, heb ik je gelijk gemaild: of iemand je naam misbruikt heeft?
Je bleek het zelf geschreven te hebben. Je las het als ‘een complottheorie’. Uit het stuk distilleerde je dat ik met een ‘duistere bril’ naar religie kijk. ,,Religie komt uit zijn tekst naar voren als grimmig, leerstellig, moralistisch, autoritair en hypocriet,’’ stel je.
Nou breekt m’n klomp dacht ik. Niks in het artikel waaruit dat blijkt, volgens mij. En in het boek houd ik juist een warm pleidooi voor een religieuze vorm van mindfulness – precies Edel, die vorm die we alle twee zo sympathiek vinden.
Ik heb je gebeld. Je beperkte je tot het je beroepen op je recht te schrijven wat je maar wilt naar aanleiding van een krantenstuk. En mijn boek? Je bent een druk mens en hebt geen tijd het te lezen, zei je.
Edel, je velt wel een hard oordeel. Daarom roep ik je nogmaals op: lees dan ook dat boek!
Met hartelijke groet,
Koert
"
=========================================================================

Voor degenen die niet meer gewend zijn, lange teksten te lezen, begin ik met mijn
Conclusie ,  waarmee ik deze blog (afgezien van de bijlagen) ook afsluit :

'Geen Gezweef ' is boeiend en informatief maar vertoont ook een gepreoccupeerdheid van de auteur met de vermeende verborgen religiositeit van mindfulness-trainers. En meer gericht is op zen à la Maex dan op vipassana à la Mahasi.
Mijn vermoeden is dat de hype-kant van mindfulness haar langste tijd heeft gehad en dat mindfulness één van de methoden blijft die een GGZ-hulpverlener soms, met een specifiek indicatie-gebied zal blijven hanteren, naast andere methoden, als maatwerk.
Mindfulness als een soort religie voor agelovigen: dat zie ik niet gebeuren. Van der Velde wil een discussie over deze pamfletkant van z'n boek: ik heb hierbij een kleine bijdrage daaraan geleverd en hoop op voortzetting van deze discussie. En er meer onbevangen onderzoek komt.

De toekomst van de inzichtsmeditatie in Nederland, voorheen bekend als vipassana, blijft ongewis. De kans dat die verder marginaliseert neemt toe naarmate de smaakmakers van deze beweging langer nalaten met een echt antwoord op de Mettavihari-crisis  te komen.
De hamvraag is of van loutering - bij de Mettavihari-leerlingen - sprake is? En dat er duidelijkheid komt over de moreel en spiritueel ongeldige 'transmissie ' van het leraarschap door Mettavihari in 2006. Mogelijk biedt een bijeenkomst volgende week duidelijkheid en kans op verandering.

=======================================================================

Een 'belangenverklaring': Het boek 'Geen Gezweef' heb ik als recensie-exemplaar gekregen.
Ik heb nooit een cursus mindfulness gevolgd. En heb ook nooit (wereldse) mindfulness gegeven; ik heb pensioen met AOW en daarvoor het beperkte ZZP-inkomen niet nodig. Noch ben ik ooit GGZ-professional geweest, die mindfulness als psycho-therapeutische interventie hanteert.

Toch bemoei ik me met de mindfulness, omdat de mindfulness zich met mij bemoeit.
Ik beoefenen namelijk vipassana-meditatie als onderdeel van het Achtvoudige Pad , dat ik als boeddhist probeer te gaan.
En 'mindfulness' is een gestripte versie, een op wereldse doelen gerichte methode, genomen van (onder andere) de vipassana, een Theravada-meditatievorm. Dat bedenk ik niet, dat zegt Kabat-Zinn, de ontwikkelaar van de mindfulness (dwz de MBSR).

Ik ben wat losser komen te staan van de vipassana, maar vind nog steeds wel dat de mindfulness-beweging schatplichtig is aan de vipassana en ik het dom vind dat ze zich dat niet beseffen of proberen te bagatelliseren. Of ik echt milder ben geworden, weet ik niet, wel heb ik de gunstige effecten om me heen van een achtweekse cursus gezien.
Verder realiseer ik me dat m'n aandachtigheid in het dagelijks leven in feite ook mindfulness is, al is die dan niet systematisch in een cursus getraind. Hier kom ik straks nog op terug.

Een paar inhoudelijke opmerkingen bij de verhouding mindfulness-vipassana: bij mindfulness-leraren lees ik wel eens dat 'mindfulness' een soort vertaling is van de Pali-term sati, dat de methode het beoefenen daarvan is. Ten onrechte; nog afgezien van de andere aspecten van het Achtvoudige Pad, bij vipassana gaat het om de combinatie van sati en Sampajañña ('clear comprehension, clear knowing, fully alert, attention, consideration, ... '). En bovendien is ook (toegangs)concentratie nodig, samatha dus. Het is een samengaan van deze mentale activiteiten. Daarom spreek ik in de titel van deze blog over vipassana + 7 = het 8-voudige pad.

Een ander aspect (dat me eerlijk gezegd niet zo verbaast) is het ontbreken van de ethische dimensie in de teksten. En dan heb ik het niet over de ethiek van de trainer maar die van de trainee, dus over de vraag of een deel van de beoefening in de acht wekelijkse sessies (en huiswerk) ook niet ethische contemplaties etc zouden moeten zijn?
Wat niet ontbreekt maar wel vaak kwaliteit (bv 'dubbelblind ') en vooral onafhankelijkheid ontbeert, is onderzoek naar de effecten van mindfulness; een voorbeeld daarvan in Bijlage 1.

Hierboven heb ik al een paar aspecten genoemd van het 'smalle' karakter van de mindfulness t.a.v. de vipassana in de aspecten van het Achtvoudige Pad. (Er zijn ook sterke punten, met name de systematiek)
Een ander punt wil geen aspect noemen maar een overstijgende zaak: het is al de vraag (bij sommigen) of vipassana een religie is (meer precies: of het beoefenen van vipassana het onderdeel is van het beoefenen van een religie - boeddhisme - door een individu, al dan niet in groepsverband). Dan is ook de vraag denkbaar: is misschien de mindfulness-beweging in het Westen langzamerhand een beetje een religie geworden? Een soort zingevingssysteem?

=======================================================================

Deze beschouwing kan het vooroordeel over mindfulness van een Theravada-vipassana beoefenaar, tevens scepticus, genoemd worden. Deze toets ik nu aan recente literatuur.
Allereerst een nieuw en zowaar Nederlands boek over mindfulness. Ik had er zin in, het leest lekker; m'n recensie is lang geworden, maar zeker niet leesvervangend.

Geen gezweef!
Mindfulness zonder dat het mindfoolness wordt

Door Koert van der Velde,     godsdienstwetenschapper en journalist
Uitgever Damon, november 2015              Te koop bij bv  Bol.com
Samenvatting door de auteur/uitgever:

"  Mindfulness is populair. Op universiteiten, in ziekenhuizen en zelfs in het leger wordt het beoefend. Deze neutrale techniek werkt, is wetenschappelijk bewezen en is helemaal niet religieus, kortom: 'Geen gezweef!'
   In 'Geen gezweef! ' ... gaat de auteur op onderzoek uit naar de werking, de oorsprong en de toekomst van mindfulness. Wat gebeurt er precies wanneer je aan mindfulness doet? Wat kun je ervan verwachten en wat niet? Wat is het belang van de religieuze oorsprong van mindfulness?
   Het zou zo mooi kunnen zijn: mindfulness als voorbeeld van een nieuwe technologie die het beste van een traditionele religie op een wetenschappelijke manier opnieuw beschikbaar stelt, aangepast aan de moderne geseculariseerde maatschappij. Maar, stelt de auteur, het gebruik van deze van oorsprong religieuze techniek vraagt om beleid en niet om naïviteit. Anders verwordt mindfulness tot 'mindfoolness'.
"

Het kostte me aanvankelijk wat moeite dit boek serieus te lezen, omdat de auteur met grote regelmaat leuk doet, met woordspelingen en zo. Maar toen dat eenmaal overwonnen was, verscheen er een interessant boek, op lichte toon, met veel kennis van zaken - door eigen beoefening, studie en gesprekken - geschreven.
Af en toe wint de journalist het van de wetenschapper van der Velde, als een interview met één persoon als maatgevend wordt gebracht bijvoorbeeld. Af en toe wint juist weer de in godsdienst geïnteresseerde als hij het religioserende van mindfulness mooier ziet dan er objectief in zit. 'Flirten met God ' was de titel van zijn vorige boek, tevens proefschrift; hij gaat er iets te makkelijk van uit dat dit ook bij mindfulness een bruikbaar concept is.
Ook de titel 'Geen gezweef ' vond ik aanvankelijk overdreven, tot ik merkte dat nogal wat websites van particuliere mindfulness-aanbieders dat niet-zwevende karakter benadrukken.

Het boek telt acht hoofdstukken met ieder vier à zes paragrafen; elke paragraaf heeft een kleine cliffhanger met een vraag of thema dat in het volgende wordt uitgewerkt; en elk hoofdstuk heeft een grote cliffhanger. Het lijkt zo een systematisch boek, is het ten dele ook maar het is tegelijk een pamflet met een boodschap, namelijk: voor een groot deel van de mindfulness-trainers heeft mindfulness wel degelijk een religieus karakter, voor henzelf, maar ze vertellen dat niet aan hun cursisten en dat is een taboe, of iets stiekems want met de met de mindfulness sluipt ook een mindfulness-religiositeit binnen. Bv "Want het zou toch op zijn minst merkwaardig zijn als religie via de achterdeur onze samenleving weer binnenkomt terwijl veel mensen er om verschillende goede redenen juist afstand van hebben genomen? ... [T]oegang zou in principe alleen mogelijk moeten zijn via de voordeur – bewust, weloverwogen, uit vrije wil. Maar als wetenschap vermomde religie toelaten, dát zou taboe moeten zijn" (blz 61). Ook een zinnetje als "Pioniers zoals Kabat-Zinn hebben volgens een uitgekiende strategie gewerkt aan het introduceren van mindfulnesscentra op universiteiten" (blz 87, onderstrepingen van mij. Joop R) midden in een tamelijk objectieve beschrijving à la Wilson van de verspreiding van mindfulness in Amerika vind ik pamflettistisch. Dat mag van mij hoor, maar de vermenging vind ik een beetje te verborgen.

Hoofdstuk I, Mindfulness voor dummies  opent van der Velde meteen de discussie: "Staat de westerse wereld op levensbeschouwelijk gebied op de drempel van een nieuw tijdvak? Met de opkomst van mindfulnessmeditatie ...
... Mindfulness is volgens de ambassadeurs ervan als een medicijn tegen allerlei ziektes en een probaat middel tegen stress, die voor onze cultuur zo typerend en desastreus is. Mindfulness helpt arbeidsprestaties te verhogen, maakt gelukkiger, geeft ons een langer leven en is een krachtig instrument om de wereld te verbeteren. Volgens de ambassadeurs moet mindfulness daarom maatschappij-breed worden ingevoerd. In allerlei sectoren – zoals gezondheidszorg, bedrijfsleven en overheid – zijn mindfulnessadepten hiermee bezig. Met hoegenaamd verrassend resultaat.
" (pag 9)
"De claim dat mindfulness neutraal, wetenschappelijk en niet-religieus is, klopt echter niet." (p 10) Maar is die claim er dan? Mij was die nooit zo opgevallen. Het antwoord daarop is heel slim: "Discussie over het bestaan van religieuze kanten is voor de meeste beoefenaars echter taboe." (pag 10) Door het taboe-karakter zie ik (en velen met mij) het religieuze in de mindfulness niet. En sociaal-wetenschappelijk is het lastig te bewijzen dat iets niet een taboe is: de stelling falsifiëren bewijst het gelijk van de stelling. Maar wel een boeiend beginpunt van een discussie.

Hoofdstuk II, De reli-erfenis  gaat over de claim van het 'niet zweverig zijn van de mindfulness, een claim waardoor het religieuze karakter ook ontkend wordt.
Hierin gaat hij dieper in op de aard van het boeddhisme. Helaas te weinig de verschillen tussen de diverse boeddhistische tradities en scholen van een traditie onderscheidend. Op pagina 21 en verder beschrijft van der Velde de (Aziatische) vipassana, maar alleen de Goenka-vorm daarvan die hij zelf ervaren heeft; dat de Mahasi-style nogal anders is, vermeldt hij in het geheel niet.
Op pagina 26 staat: "Er leeft een breed geloof in boddhisattva’s, in het idee dat er mensen zijn die bijna verlicht zijn, maar niet de allerlaatste stap zetten en terugkeren in onze wereld om anderen te helpen zich uit het lijden te bevrijden, en uiteindelijk ook verlicht te worden." We hadden het toch over vipassana, als onderdeel van de Theravada? Daarin speelt het boddhisattva-ideaal nauwelijks een rol: wel graag tradities helder onderscheiden.

Een beauty staat op pagina 30: "Waarom je gelukkig wilt zijn? In geen enkel boek over mindfulness vind je reflectie hierover terug. Geen discussie over het zo diepzinnige boeddhistische lijdensbegrip, geen filosofisch pleidooi voor het streven naar geluk. Geen discussie over een typisch boeddhistische uitspraak zoals: 'Er zijn geen ketenen voor hen, bij wie niets geliefd of ongeliefd is.' Diepere vragen over acceptatie, lijden en geluk zijn voor veel mindfulnessbeoefenaars kennelijk irrelevant, blijkt uit een rondgang door een grote stapel mindfulnessboeken. Sterker nog, zulke belangrijke vragen worden systematisch vermeden."

Hoofdstuk III, Waarom mediteren?  beschrijft op welke gebieden mindfulness zoal werkt. Dat zijn er veel, blijkt ook uit effectonderzoek.
Hij relativeert m.i. terecht dat het aanwijzen van veranderingen in de hersenen die het gevolg zijn van meditatie; want dat bewijst niet veel: elke herhaalde activiteit leidt tot veranderingen in de structuur van de hersenen.
Ook zegt hij: "Veel onderzoekers zijn uitermate optimistisch over het resultaat. Mindfulness is ‘evidence based’, stelt Anne Speckens, een Nijmeegse hoogleraar psychiatrie die mindfulness inzet tegen depressie en angststoornissen. De effectiviteit is gemeten en wordt groot bevonden, en dat is volgens haar een keihard criterium voor de legitimiteit ervan. De bewijzen staan alleen niet zo vast als voorstanders claimen. " (pag 49) Deze relativering krijgt de nodige onderbouwing.

"In een artikel over de werking van de meditatie waarbij je in gedachten liefdevolle intenties uitspreekt, ontbreekt de (voor de hand liggende) verwijzing naar gebed – waar al heel veel onderzoek naar is gedaan. Waarschijnlijk omdat die associatie als een smet wordt gezien." (pag 50/51). Koert heeft het hier kennelijk over metta-meditatie. Ik vind de relatie helemaal niet voor de hand liggend, de bewijslast dat dit wel zo zou zijn ligt niet bij de ontkenner maar bij de steller van deze overeenkomst. Bovendien is metta-meditatie wezenlijk iets anders dan mindfulness!

Van der Velde overschat hier en daar de mogelijkheden van wetenschappelijk onderzoek: op pagina 52 maakt hij bijvoorbeeld twee opmerkingen over gewenst onderzoek:
"Er zou empirisch onderzoek moeten gebeuren naar vragen zoals of mindfulness gedachten onderdrukt of wil leren juist dit onderdrukken op te geven, en of het objectiveren van vervelende gevoelens – er is boosheid – goed is of juist niet voor het verwerken ervan. Hoe gaan deze processen precies in zijn werk? Zulk onderzoek gebeurt bijna niet."
En:  "De Jong over het niet onderzoeken van de boeddhistische achtergrond van mindfulness: 'Jammer dat ze dat niet als een te onderzoeken uitdaging zien.' " (Onderstreping door mij, JR)
Deze uitdagingen spreken me aan, ik heb me veel met onderzoek en vooral met het formuleren van onderzoeksvoorstellen beziggehouden (lang geleden). Maar bij geen van beide suggesties kan ik me, na lang nadenken, welk type onderzoek dan ook voorstellen.

Hoofdstuk IV, Geen gezweef, hoor! gaat over de bezwering (zo brengt de auteur het) van mindfulness-trainers en ambassadeurs dat mindfulness echt 'geen gezweef' is.
Hij gaat in op het taboe-karakter daarvan: "Maar dat heeft iets krampachtigs: de religieuze kant verzwijgen, roepen dat ‘er niks zweverigs aan is’, en een discussie over de wenselijkheid of onwenselijkheid van religieuze elementen in mindfulness uit de weg gaan. Dit omdat er een maatschappelijk taboe op rust. " (pag 60)
Ik krijg de indruk dat hier een probleem van christenen geprojecteerd wordt op het boeddhisme. Heeft van der Velde wel in de gaten dat veel boeddhisten het boeddhisme 'geen religie' noemen, maar een filosofie? En dat nog meer beoefenaren van de vipassana en zen dat doen?
Het concept 'religie' zelf is een Westers-christelijk begrip; zelf noemt men wat men beoefent eenvoudig 'de Dharma' (of 'Dhamma'in het Pali). Met (bij velen) transcendente aspecten, dat wel.

"Er zijn niveaus bij meditatie die in het algemeen en bij mindfulness in het bijzonder opgaan. De eerste is het opbouwen van concentratie, meestal door je aandacht te richten op de ademhaling. Er wordt ten tweede geprobeerd het bewustzijn te verruimen door aandacht te krijgen voor kleine zaken waar je normaliter aan voorbij gaat. Dit kan ten derde leiden tot zelfinzicht.
Tot hier toe hebben we het vooral over niveau een, twee en drie gehad. Je kunt, zoals veel propagandisten van mindfulness, doen alsof mindfulness slechts de eerstetwee omvat, en voor gevorderden wellicht ook zelfinzicht in het vooruitzicht stellen, maar binnenskamers gaat men veel verder. Daar gaat het ook om niveaus die we traditioneel religieus noemen. Zonder daar echter open en eerlijk over te zijn.
" (pag 64)
Dit lijkt me nogal een sleutelpassage in het boek, en ik begrijp hem niet. De nummering, één, twee en drie niet en ook het (bijna geheime, esoterisch) vierde religieuze niveau niet.

Waar ik stevig tegen aan moet is: "Volgens Maex, die zich zenboeddhist noemt, is er geen wezenlijk verschil tussen de methodes van mindfulness, vipassana en zenboeddhisme. 'Is dat verschil er wel, dan is dat een aberratie' " (pag 68). Tegen Maex en tegen van der Velde. Want ik zie het verschil tussen vipassana en zen juist wel; de instructies die de mediterende krijgt, zijn fundamenteel verschillend; wat 'Verlicht' zijn in kan houden, wordt heel verschillend ingeschat; en 'niet-weten' c.q. 'onwetendheid' wordt heel ander gewaardeerd. Ben ik dan een aberratie?

Van der Velde probeert zijn gelijk t.a.v. de verborgen religiositeit van de mindfulness te bewijzen door Kabat-Zinnte te citeren: "Hij stelt dat je door te mediteren een zodanig zicht kunt krijgen op de werkelijkheid dat je haar tot in de essentie doorziet. De essentie is haar ‘heelheid’. Over wat heelheid precies inhoudt, is Kabat-Zinn vaag – kan hij niet anders dan vaag zijn. Heelheid duidt namelijk op een veronderstelde uiteindelijke dimensie van de werkelijkheid die in wezen transcendent is – het begrip schiet tekort. " (pag 75)
Dit is een nogal romantische invulling van boeddhisme. Ik raad iedereen deze analyse aan: Thanissaro - Buddhist Romanticism . En ook Chapman - Mindfulness crisis

In hoofdstuk V, De mindfulness-golf  geeft van der Velde nuttige informatie over de omvang van 'de golf': groot en snel gestegen, zowel in de gezondheidszorg als het bedrijfsleven.
Het is een korte versie van 'Mindful Netherlands' naast het 'Mindful America ' van Jef Wilson.
Een interessante uitspraak: "Door meditatie kun je het innemen van een metaperspectief oefenen en verstevigen. Het sluit goed aan bij de manier waarop velen tegenwoordig ook buiten meditatie naar de werkelijkheid kijken.3) Vanuit een metaperspectief kijken ze naar zichzelf en constateren bijvoorbeeld dat ze zinzoekers zijn. In plaats van een antwoord te zoeken op zinvragen zien ze zichzelf worstelen als zinzoekende wezens." (pag. 90)
Verder aandacht voor het boek 'Mindfulness in the Marketplace ': gaat m.i. beetje over randfiguren binnen de mindfulness, die de wereld willen verbeteren: Ritskes-typen.

Hoofdstuk VI, Mindfulstress, komt minder geïnspireerd over, zowel de geïnvolveerd in de mindfulness als de boosheid over de mindfulness-beweging is weg, over blijft de ironie.
Ik kan dit hoofdstuk samenvatten door de titels van de paragrafen op te sommen: Jij moet rechtop zitten; Archaïsche moraal; De armoede van het hier en nu; Weg met afdwalen; Gij zult niet multitasken. Volgens mij is de rode draad hier het bezwaar tegen mindfulness als onderdeel van de zelfhulp-bedrijfstak. Terecht, maar als ik dit lees, denk ik: nou en?

In hoofdstuk VII, Gewapende mindfulness, is de auteur weer beter op dreef. Hier met bezorgdheid over het gebruik van mindfulness(trainingen) voor niet verheven en soms ongewenste doelen. Zeker als zulke trainingen (met hun onvermijdelijke ingebouwde religieuze dimensie) aan werknemers en militairen. Ook hier leunt hij hier weer sterk op Edel Maex, die hij met instemming citeert: "Een bedrijf dat mindfulness inzet om de productie te verhogen en vervolgens op personeelskosten bezuinigt, is onethisch bezig. Het handelt tegen de kern van mindfulness in – compassie met de medemens." (pag 131, onderstreping door mij, Joop R.) 'Kern'? Je moet al een beetje compassie hebben als je begint te mediteren en ook wel een beetje proberen dat te versterken; en wat meer compassie kan een resultaat van zo'n meditatie-sessie zijn; maar 'compassie' is niet de hoofdvoorwaarde, niet het hoofddoel, laat staan de kern.

Over de zaak Mettavihari, d.w.z. zijn misbruik plus het zwijgen daarover. Hij vervolgt daarover met : "Dit komt neer op ‘het vermoorden van de boeddha’, stellen sommigen met lede ogen vast. Volgens een oud gezegde moet je de boeddha doden als je hem tegenkomt. Dit wordt op allerlei manieren uitgelegd, zoals dat als je denkt verlicht te zijn, je dat idee onmiddellijk moet ontmaskeren. " De uitdrukking 'vermoord de Boeddha' is typisch Zen, het zou niet in het hoofd van een Theravada/vipassana-beoefenaar op komen, zo iets te zeggen.

In de slotparagraaf 'Krompassie ' (ik houd niet van woordspelingen) van dit hoofdstuk komt Maex ook weer uitgebreid aan het woord. "Aan goede mindfulness is volgens Maex liefde inherent. Lukt het niet dit op te roepen, dan heb je niet goed gemediteerd ... Volgens Maex is het mededogen dat we in ons hebben een natuurlijk gegeven. Dat zou mooi zijn, maar het is enigszins naïef omdat het uitgaat van een door veel mensen, inclusief mijzelf, beleden ideaal." (p 135)
'Naïef' dat vind ik ook, maar meer dan dat: ik vind het onjuist. Vipassana en in mijn opvatting dus ook mindfulness is er niet alleen voor positief ingestelde romantische mensen, maar ook voor nerds, ergens in het autistisch spectrum; en er hoeft niet alleen gestreefd te worden naar het cultiveren van mooie gevoelens zoals 'liefde'; in de meditatie mogen alle gevoelens (en fysieke pijnen en andere zaken) naar boven komen maar ook lelijke zaken, daar probeer je onbevooroordeeld tegenover te staan.
In de volgende pagina's noemt van der Velde steeds meer de nadelen en gevaren van het naïeve standpunt, ook als hij het mindful (?) zwaardvechten van Aris analyseert. (En terecht, vind ik)
Als dit stapsgewijs een heel andere inschatting maken dan Maex opzet is van van der Velde, dan zou ik het dialectisch noemen. In ieder geval lijkt hier de nuchtere Hollander met achtergrond dat de mens tot het kwade geneigd is het te winnen van de Vlaming die vanuit een vriendelijke katholieke cultuur liefde en de natuurlijke goedheid van de mens stelt.

Hoofdstuk VIII tenslotte, Flirten met Mindfullness  bevat in mijn beleving het eigenlijke doel van het boek, dat is van Koert van der Velde: "Mindfulness is dus onderdeel van een grotere culturele verandering, die het religieuze vacuüm dat in het Westen na de teloorgang van het christendom is ontstaan, toch weer min of meer religieus weet op te vullen. " (pag. 151). Mij niet gezien. Wat nou vacuüm?
Z'n methode lijkt dezelfde als in vorige hoofdstuk: hij citeert Edel Maex uitgebreid, lijkt met hem mee te gaan maar neemt uiteindelijk afstand: "Hier zien we helaas toch weer de drang tot voor waar houden van een religieus beeld. Je moet toch weer iets geloven, namelijk dat de beleving van ‘heelheid’ de uiteindelijke waarheid over het leven is. Dat geloof is impliciet, want Maex zegt te hebben afgerekend met geloof en vindt dat iedereen, in ieder geval alle mindfulness-beoefenaars, dat ook zouden moeten doen. En daarmee impliceert hij – weliswaar vast ongewild – dat andere mogelijke religieuze invullingen minder waard zijn. Hij neemt één scenario als het enige, terwijl er veel meer visies mogelijk zijn. " (pag. 144)
De strekking van z'n vorige boek 'Flirten met God ' wordt hier toegepast op de (gevorderde) beoefenaar van mindfulness, d.w.z. die zou dat moeten doen.

Over elke zin van dit hoofdstuk zou ik wel met de auteur in discussie kunnen gaan, maar dat doe ik niet. Niet alleen vanwege de noodzakelijke lengte of vanwege mijn luiheid. Maar vooral omdat centraal de term 'agelovige ' staat, en net als bij atheïst is dat een negatieve definitie, een definitie , een frame bedacht door een ander (gelovige?, theïst?). Ik definieer mezelf liever zelf, in m'n eigen termen. En dan kom ik dicht bij wat Stephen Batchelor schrijft in zijn recente boek 'After Buddhism'. Het laatste hoofdstuk daaruit, dat ik nog aan het bestuderen ben, heet 'A Culture of Awakening '. En de laatste van de 'Ten Theses of Secular Dharma ' ( bron hier ) luidt:
"10.  A practitioner of the dharma aspires to nurture a culture of awakening that finds its
       inspiration in Buddhist and non-Buddhist, religious and secular sources alike. ".
Is dat religieus? Ik ben niet zo van die term, niet vanwege een of ander jeugdtrauma maar omdat 'religie' voor mij ook zingeving betekent, en ik steeds weer ontdek dat mijn gevel en mening is: wijs blij dat het leven geen zin heeft.
Maar de beoefenaar van mindfulness (a la Kabat-Zinn) moet na lezing van dit boek zelf maar bepalen of hij of zij religieus door het leven wil gaan.

=======================================================================

Een aantal van de punten uit deze boekbespreking werk ik hieronder verder uit, nog subjectiever dan de bespreking (uiteraard) toch al was.

Als eerste thema: het benadrukken van verschillen, het kunnen onderscheiden.

(1) Over welk boeddhisme hebben we het eigenlijk ?

De mindfulness waar we het hier over hebben is de set methoden ontwikkeld door in de eerste plaats Kabat-Zinn. Het heeft meerdere wortels, één van de meest belangrijkste daarvan bij hem en bij anderen die die methoden werden hebben ontwikkeld, is de vipassana.
Een, eigenlijk twee meditatie-methoden ontwikkeld in het begin c.q. in het midden in de 20e eeuw in Birma; de eerste - die door Mahasi Sayadav - nadrukkelijk als onderdeel van (de religie) Theravada-boeddhisme; de tweede - die door Goenka - wat verhuld.
In dit licht is het vreemd dat van der Velde de Zen-boeddhist (tevens mindfulness-trainer) Edel Maex zoveel aan het woord laat, en vipassana-leraren zoals Jotika niet. Ook niet de Amerikaanse leraren insight meditation zoals Sharon Salzberg, Jack Kornfield en Joseph Goldstein. Van de vipassana gaat hij (het onderscheid niet makend) alleen op de Goenka-vorm in.
In Bijlage 2 geef ik de resultaat van de telling hoeveel keer namen van centrale begrippen en personen uit de vipassana/mindfulness in 'Geen Gezweef' voor komen, ook de ontbrekende!
Ook is het in dit licht vreemd dat van der Velde nogal wat aandacht besteed aan de martial arts van ene Aris. Ongetwijfeld moet men mindful met zwaarden omgaan, maar dit heeft toch niets met mindfulness, de methode, te maken?

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
(2) Boeddhisme ←→ Mindfulness; oorzaak ←→ gevolg

Hoewel de mindfulness-beweging maar een klein beetje met de farmaceutische industrie vergeleken kan worden, toch de metafoor van 'het werkzame deel ': van planten waarvan al eeuwen de helende werking bekend is, wordt het 'werkzame deel' gezocht en chemisch geanalyseerd. Vervolgens wordt dit molecuul gesynthetiseerd en als medicijn in de handel gebracht. 'Veel beter als het originele plantenextract want gestandaardiseerd en zuiverder' (en veel duurder). De plant wordt als zijnde oninteressant terzijde gegooid.

Een vraag die mij wel eens bezig houdt: Wat blijft er over van de vipassana (meer en meer te noemen 'inzichstmeditatie') als onderdeel van de beoefening van het Achtvoudige Pad, nadat de mindfulness over 10 à 25 jaar de interesse niet langer meer heeft?
Of dit ook degenen actief in de mindfulness-beweging bezig houdt, mogelijk niet; of als ze er wel iets over zeggen, is het vanuit een (volgens mij) bij mindfulness horend 'positief denken': dat het een verrijking blijkt te zijn. Van der Velde spreekt in dit verband - niet vanuit de invalshoek vipassana maar vanuit de invalshoek mindfulness - over een 'religioserende tendens' van (gevorderde) mindfulness-beoefening; zie pagina's 70 en 118 van zijn boek. Of ik daar zo blij mee ben? Ik ben niet zo van een positieve religie.

=======================================================================

Mindfulness, ethiek en religiositeit: twee thema's

(1)  Hoe zit het met de relatie tussen mindfulness en ethiek ?

Is mindfulness puur een seculiere techniek, gericht op het cognitieve functioneren van de mens? Is met de transformatie vipassana --> mindfulness de ethische dimensie losgelaten? Kan dat eigenlijk wel, is de ethiek niet ingebouwd in de vipassana, 'embodied' zoals Grossman (zie Bijlage 3) het beschrijft?
Voor mij wat lastig te beantwoorden omdat in mijn opvatting de vipassana zelf, de Westerse inzichtsmeditatie dan, zelf niet veel ethiek meer in zich heeft, zoals ik een hier en hier schreef.

Daarin merkte ik o.a. opdat twee typen ethiek onderscheiden worden (door bv leraren):
a.  De (traditionele, discipline-gerichte) vijf gedragsvoorschriften in het dagelijks leven;
    (of acht in vipassana retraites): Niet doden, niet stelen, geen seksueel wangedrag,
    niet liegen/kwaadspreken, geen alcoholische dranken of verdovende middelen.
b.  De zachte positieve ethische attitudes zoals liefdevolle vriendelijkheid, mildheid,
    compassie, mededogen. Ook 'wijsheid' wordt hier soms toe gerekend, maar
    dat is m.i. geen trainbare attitude maar een resultaat, een geschenk.

Het is verbazingwekkend dat Mahayana-auteurs automatisch en alleen aan de zachte, de lieve attitudes, met name compassie, denken als het over ethiek gaat. Die attitude wordt de mediterende dan geacht al te hebben (een soort Boeddha-Natuur, al wordt die term in de mindfulness natuurlijk vermeden). Edel Maex is hiervan voor mij een duidelijk voorbeeld.
Daar staat tegenover dat Theravadins automatisch primair aan de discipline-gerichte ethiek denken, de laatste jaren steeds meer gecombineerd met de Brahmavihara liefdevolle vriendelijkheid (metta) en compassie (karuna): géén voorschriften, géén attitudes, maar geestestoestanden die men probeert te bereiken in en door de meditatie.

Voor wie zich meer in het thema 'mindfulness en ethiek' wil begeven: in Bijlage 4 geef ik een aantal belangrijke maar moeilijke artikelen weer; de discussie wordt stevig gevoerd (in Amerika).

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

(2)   Is mindfulness toch wel een religie? ; oftewel:
     Heeft de mindfulness-beweging religieuze trekken?

Wat is 'religie'? Zie bv Wikpedia , ik prefereer de benaderinng van Mircea Eliade, 'die de nadruk legt op het hunkeren naar perfectie die niet van deze wereld is, de zoektocht naar zin en betekenis en het zoeken naar patronen in de mythologie ...')
Nee, zeggen de hardcore mindfulness-trainers, met name die in de reguliere gezondheidszorg.
Toch wel, stiekum zegt van der Velde. Nog explicieter dan in z'n boek zegt hij dit in 'NieuwWij'
 "Voor hele volksstammen is mindfulness eigenlijk wetenschappelijk bewezen religie. Ze zijn diep
  gelovig, maar hebben dat niet door".  Een heel onwetenschappelijke ongefundeerde opmerking.
Ja, is het antwoord van Wilson, niet een Aziatische, maar een Westerse, althans Amerikaanse !
  Zie mijn bespreking van 8 maart van zijn boek.

Ja, is ook het antwoord van Jessie Sun, maar impliciet. Haar overigens neutrale overzichtsartikel over ('Mindfulness in Context ') heeft als conclusie o.a. dat de populariteit van het concept mindfulness het resultaat is van 'strategische oversimplificatie' en het her-framen van mindfulness als een geseculariseerde en instrumentele techniek. Ze rondt haar conclusie af met:
" Het mainstream worden van mindfulness heeft op zijn beurt een meer kritische en reflecterende discussies op gang gebracht over de vraag of dit een aanpassing van het boeddhisme zelf betekent, met de zorgen en beloften die dit met zich mee kan brengen ... Alleen de tijd zal leren of de seculiere mindfulness haar transformatieve potentieel zal realiseren, maar de deur staat weer wijd open, klaar om de mogelijkheid van veelbelovende ontwikkelingen te verwelkomen.
Daarom ben ik dolblij om te zien hoe deze voorzichtige nieuwe discours blijft evolueren, en om te zien hoe het proces mogelijk meer wijsheid, mededogen en bewustzijn in de wereld bevordert.
"
Welhaast messianistisch, zou ik zeggen.

=======================================================================

Een klokkenluidersregeling ten aanzien van  seksueel misbruik

Het adoreren van de leraar en (ik zie een verband tussen die twee) het seksueel misbruik door een leraar komt in 'Geen Gezweef' kort aan de orde.
Ik neem aan dat het ook in de seculiere mindfulness gebeurt of in ieder geval kan gebeuren.

Het is goed dat een toenemend aantal sangha's een 'Ethische Code' heeft, zoals nu ook SanghaMetta
Maar ontbreekt nog iets aan. Het thema van het misbruik komt hierin aan de orde maar het thema van het zwijgen niet.
SanghaMetta koppelt de code aan de derde van de vijf leefregels:   '3. Afzien van seksueel ongeoorloofd gedrag.  Dit geldt voor iedereen.'

In het verlengde daarvan stel ik voor het thema van de zwijgcultuur aan de orde te stellen door aan te haken bij de vierde van de vijf leefregels:   '4. Het vermijden van onjuist spreken. '
De strekking daarvan: Het is gewenst dat voor iemand die weet heeft van een seksuele relatie tussen leraar en leerling verschillende wegen open staan om het 'juiste spreken' daarop toe te passen. Zo iemand is, als hij/zij integer met de kennis oom gaat, in feite een klokkenluider. Allereerst dient er een mogelijkheid te komen, dit (vertrouwelijk) in de eigen sangha aan de orde te stellen. Maar daarachter dient er daarvoor een 'klokkenluidersregeling ' gemaakt te worden. Niet op sangha-niveau, maar landelijk; misbruik komt in alle vormen van boeddhisme voor!
Naast 'het juiste spreken' en het 'onjuiste spreken' en 'het juiste zwijgen' is er immers ook het 'onjuiste zwijgen '. Wellicht kan ik degenen die twijfelen aan de noodzaak van het kunnen 'klokkenluiden' hiermee overtuigen: bij het ontbreken ervan is de kans groot dat er geroddeld wordt over het misbruik; en 'roddelen' is evident onjuist spreken en evident onheilzaam. En er is jarenlang geroddeld, zowel in de zaak Mettavihari als in de zaak van Zen Amsterdam etc.

Verder lijkt het me mogelijk niet alleen seksueel misbruik maar ook financieel wangedrag van een leraar of een bestuurslid aan de orde te stellen, alsmede ontstane financiële afhankelijkheid tussen leraar en leerling. Wellicht kan dit in dezelfde regeling.

Update 9 december
"In Katlijk en Oudehorne, gemeente Heerenveen, vindt jaarlijks in de periode van 21 t/m 31 december een bijzonder oud volksgebruik plaats, het zogenaamde ‘Sint Thomasluiden’.
U kunt  HIER  even luisteren hoe dat klinkt."

=======================================================================

Conclusie

'Geen Gezweef ' is boeiend en informatief maar vertoont ook een gepreoccupeerdheid van de auteur met de vermeende verborgen religiositeit van mindfulness-trainers. En meer gericht is op zen à la Maex dan op vipassana à la Mahasi.
Mijn vermoeden is dat de hype-kant van mindfulness haar langste tijd heeft gehad en dat mindfulness één van de methoden blijft die een GGZ-hulpverlener soms, met een specifiek indicatie-gebied zal blijven hanteren, naast andere methoden, als maatwerk.
Mindfulness als een soort religie voor agelovigen: dat zie ik niet gebeuren. Van der Velde wil een discussie over deze pamfletkant van z'n boek: ik heb hierbij een kleine bijdrage daaraan geleverd en hoop op voortzetting van deze discussie. En er meer onbevangen onderzoek komt.

De toekomst van de inzichtsmeditatie in Nederland, voorheen bekend als vipassana, blijft ongewis. De kans dat die verder marginaliseert neemt toe naarmate de smaakmakers van deze beweging langer nalaten met een echt antwoord op de Mettavihari-crisis  te komen.
De hamvraag is of van loutering - bij de Mettavihari-leerlingen - sprake is? En dat er duidelijkheid komt over de moreel en spiritueel ongeldige 'transmissie ' van het leraarschap door Mettavihari in 2006. Mogelijk biedt een bijeenkomst volgende week duidelijkheid en kans op verandering.

=======================================================================
Bijlagen       Alle vertalingen Engels → Nederlands zijn van mij; Joop R.
=======================================================================

BIJLAGE 1

Een 'Onderzoek naar de effectiviteit van Mindfulness '
Een uitgave (uit 2010) van het 'PLATFORM AANDACHTTRAINING'.  Bron:  hier
Wat ik bedenkelijk vind is dat er in dit overzicht geen enkele negatief resultaat voorkomt, geen thema waarin mindfulness niet werkt of zelfs negatief werkt, geen contra-indicaties.
Dit is niet geloofwaardig.

" Rachel van der Meulen (Universiteit van Amsterdam), Rob Brandsma (Centrum voor Mindfulness Amsterdam)

Er zijn honderden studies gepubliceerd over de effecten van mindfulness. Hieronder vind je een overzicht, onderverdeeld naar thema.
Het effect van Mindfulness is de afgelopen 25 jaar veelvuldig wetenschappelijk onderzocht. Inmiddels zijn er honderden studies gepubliceerd over de effecten van mindfulnessinterventies. Onderzochte mindfulnesstrainingen zijn onder andere de mindfulness-based stress reduction (MBSR), de mindfulness-based cognitive therapy (MBCT) en de dialectical behaviour therapy (DBT). Hieronder worden de resultaten van de belangrijkste studies en overzichtstudies weergegeven.

Samenvatting
Onderzoek laat zien dat mindfulness effectief is zowel in een “normale” populatie als bij groepen in een therapeutische setting. Mindfulness zorgt voor een hogere kwaliteit van leven en brengt positieve veranderingen teweeg in cognitief en neurobiologisch functioneren. Tevens transformeert mindfulness de manier waarop iemand naar zichzelf en naar de wereld kijkt en daar vervolgens op reageert. Deze brede werkzaamheid zorgt ervoor, dat mindfulness toepasbaar is bij een grote verscheidenheid aan problematiek. Verschillende onderzoeken tonen aan dat mindfulness positieve veranderingen teweeg brengt bij een grote hoeveelheid verschillende psychische stoornissen en medische condities. Mindfulness is bij de behandeling van bepaalde problematiek zelfs superieur aan andere behandelmethoden.
"

=======================================================================

BIJLAGE 2

Aantal malen dat een woord voor komt in 'Geen Gezweef!'

Religie/religieuze 259 x
(Edel) Maex         50 x
Kabat-Zinn           38 x
vipassana             36 x
ademhaling          23 x
compassie            23 x
mededogen          19 x
liefde                    15 x
zen                       14 x
Thich Nhat Hanh 10 x
Goenka                 9 x
concentratie          8 x
ethisch                  7 x
ethiek                    4 x
moraal                  4 x
religioserende       3 x
Barendrecht          3 x
registreren            3 x
5 voorschriften      2 x
Theravada            1 x
bewonderen          1 x (Thich N.H)
Goldstein              1 x
Kornfield               0 x
Mahasi                  0 x
label                      0 x
benoemen             0 x
Jotika                    0 x
Pandita                 0 x
Gunaratana          0 x
Frits Koster           0 x
Salzberg               0 x
JohanTinge          0 x
Chris Grijns          0 x

=======================================================================

BIJLAGE 3

Mindfulness: Awareness Informed by an Embodied Ethic
door Paul Grossman
Hier te vinden

"Samenvatting

De westerse psychologie, psychotherapie en geneeskunde hebben onlangs praktijken omarmd, die gericht zijn op het kweken van een bepaald soort aandachtigheid (Engels: 'awareness'), genoemd mindfulness. Uit de context gehaald van zijn boeddhistische psychologische, filosofische en religieuze oorsprong, hebben de definities van mindfulness in de westerse wetenschap louter verschijnselen van aandachtigheid en cognitie benadrukt.
Hier wordt (echter) mindfulness beschreven als een daad van belichaamde ethiek, diep zittend in het weefsel van het boeddhistische epistemologische en ethische systeem, een systeem gericht op het begrijpen van het ervaren en het verlichten van lijden. Het type van moment tot moment bewust zijn van de waargenomen ervaring, karakteristiek voor mindfulness, vereist het bevorderen van attitude-kwaliteiten van goedheid, geduld, tolerantie, vrijgevigheid, compassie en moed: anders raakt men verloren in analyse, oordelen en/of herkauwen. Samen vormen deze en soortgelijke welwillende attituden een systeem van ethische waarden, volledig congruent met boeddhistische ethiek. Het bereiken van een dergelijke houding tijdens mindfulness-beoefening wordt vaak geassocieerd met een ervaren gevoel van mentaal en fysiek welbevinden (d.w.z. belichaming, Engels: 'embodiment'), mogelijk zelfs onder onaangename omstandigheden.
Op deze wijze is mindfulness zelf een beoefenen van het voeden en ontwikkelen van openhartige, gulle, ethische waarden; en, daarmee verbonden, het begrijpen van het ervarene.
Binnen dit kader kan mindfulness worden gedefinieerd als een daad van onbevooroordeelde, openhartige, gelijkmoedige ervaring van alle waarneembare gebeurtenissen en processen zoals ze zich ontvouwen van moment tot moment.
"

Opmerking: als ik Grossman goed begrijp, zou ik 'Embodied Ethic', letterlijk 'belichaamde ethiek', naar zijn intentie vertalen als 'Ingebouwde Ethiek '.    Zoals Grossman in de conclusie van z'n artikel zegt: "It is embodied because it is no abstraction: we feel it in our bodies and our minds.
A spectrum of integrally related ethical qualities—kindness, compassion, equanimity, tolerance, generosity, courage, just to name a few—becomes associated with the physical and mental perception of a special state of eudemonia
(Ned.: staat van gelukzaligheid), which for many people may have never or only rarely experienced before."   Onderstreping door mij; Joop R

=======================================================================

BIJLAGE 4

Boeddhisme, mindfulness en ethiek: een in 2015 in Amerika gevoerde discussie

Traditional and Contemporary Mindfulness: Finding the Middle Path in the Tangle of Concerns
Lynette M. Monteiro, R.F. Musten, Jane Compson

Hier, eerste pagina's , en  Hier, inloggen op 'Academia' te vinden;  Reflectie op het artikel

" Samenvatting

De hedendaagse mindfulness is uitgegroeid naar talloze seculiere en klinische programma's. Deze snelle groei heeft twee zware zorgen veroorzaakt bij de Boeddhistische gemeenschap: de juistheid van de basisteksten en de gevolgen van de niet expliciet opnemen van de ethiek als onderdeel van de leer. Specifieke problemen omvatten een mogelijke verzwakking van het concept van de juiste aandachtigheid en, daarmee samenhangend, het misverstaan van de bedoeling van mindfulness als een techniek voor de verlichting van de symptomen. Met betrekking tot de afwezigheid van expliciete ethiek in de teksten is de bezorgdheid geuit dat deze nalatigheid het risico van verkeerd begrijpen van de beoefening van mindfulness bevat, zodat ze meer kwaad dan goed doet.
Dit artikel onderzoekt de belangrijkste punten van kritiek door de Traditionele Mindfulness
[de auteurs bedoelen de traditionele boeddhistische meditatie; Joop R] gemeenschap geuit en beoordeelt de geldigheid van deze kritiek. De dialoog tussen de traditionele en hedendaagse mindfulness beoefenaars is een kans om de conceptuele integriteit van mindfulness-gebaseerde interventies (MBI's) met betrekking tot 'juiste aandacht' te onderzoeken, te beoordelen of MBI's de factoren bevat die verder reiken dan symptoom-behandeling, en nadenken over de kwesties met betrekking tot het onderwijzen van ethiek als onderdeel van een MBI-programma. Omdat ethiek in de Traditionele Mindfulness als een basis voor een meditatieve praktijk wordt gezien, wordt dit in detail onderzocht voor zijn potentiële bijdrage aan de MBI's. "


Dit artikel riep de nodige reacties op. Ik vermeld er een paar

' Clearing the Muddled Path of Traditional and Contemporary Mindfulness:
  a Response to Monteiro, Musten, and Compson
'
door Ronald E. Purser
Bronnen: hier  en  hier

' What's Ethics Got to Do with It?
  The misguided debate about mindfulness and morality
'
door Richard K. Payne      
Bron: hier

Met vervolgartikel van Payne, inclusief een discussie met ethiek-deskundige Justin Whitaker:
'Narratives and trajectories: morality and meditation '
Bron: hier

Een stevig artikel ook van  Ronald Purser :
' Clearing the Muddled Path of Traditional and Contemporary
  Mindfulness: a Response to Monteiro, Musten, and Compson
'
Bron: hier

Een weerwoord tenslotte van  Compson en Monteiro :
' Still Exploring the Middle Path: a Response to Commentaries '
Bron: hier  of  hier

zondag 1 november 2015

Nog meer boeddhistische ethiek, of juist minder. Boeddhisme (beoefenen) kan niet zonder ethiek, wel zonder leraar. En Chapman had ons aardig te pakken

Een vervolg en uitbreiding op m'n blog van 27 aug  dat over ethiek specifiek bij vipassana/inzichtsmeditatie ging.
Ethiek krijgt plotseling weer de aandacht van Westerse boeddhisten, na jarenlang wat minachtend genegeerd te zijn.
'Aandacht' in Nederland vooral door schade en schande; vergelijk de zaak van de Mettavihari-leraren/leerlingen en nu weer de zaak Nico Tydeman .
De verschillen tussen deze twee cases zijn aanzienlijk, maar hebben een gezamelijke conclusie:
laten we nu het boeddhisme verder zonder leraar beoefenen.

Update 3 november
Om misverstand te voorkomen: ik heb het hier niet over het misbruik door Mettavihari, zijn gedrag was immoreel.
Hier heb het over het jarenlange zwijgen van de leerlingen van Mettavihari en over de zaak Tydeman waarin de manier van redeneren amoreel is. (Wiki: "Iets is immoreel als het ingaat tegen de wetten van de ethiek. Iets is amoreel als het niets met goed of kwaad te maken heeft")
Einde update

Als Nico Tydeman zegt  "Ik ben een leerling en volgeling van de Boeddha en ik geef krachtens de lijn van opvolging waarin ik sta, in zijn naam onderricht ", dan zeg ik: dit is niet de Dharma, deze mythe van een lineage, dit is gebaseerd op Oostaziatische voorouderverering.
Er is geen 'lijn van opvolging' !  Vgl Bijlage 1 hieronder over de inzichten van John McRae.

En als Dick Verstegen in het BD van 31 okt zegt "Het staat de leraar als belichaming van de Dharma niet vrij om bij fouten het bijltje erbij neer te gooien", dan vind ik dat misbruik maken van het Dharma-begrip. De implicatie is dat een leraar nooit hoeft af te treden, wat hij (of 'zij', maar het gaat hier bijna altijd om mannen) ook doet: afkeurenswaardige onzin.
Overigens: ik ben geen zennie; of Nico feitelijk als leraar aftreedt of niet gaat mij niet aan, alleen z'n motivering om te blijven (en de verdediging daarvan door anderen) gaat mij aan.

========================================================================

De lol om in deze Hollandse grauwheid nog over ethiek te schrijven, is er bij mij nu wel af. M'n voornemen uitgebreid op het betoog van Chapman in te gaan, was toch al verminderd omdat ik z'n latere artikelen een stuk minder interessant vond dan z'n eerste.

Daarom low-profile een overzicht van recente Engelstalige teksten; met name van bloggers. Ook al interessant om die te noemen, omdat er in het Nederlandse taalgebied zo weinig en steeds minder belangwekkends verschijnt.

=======================================================================

Niet zozeer als de verdergenoemden inspelend op de actuele discussie binnen het westers boeddhisme noem ik een recente publikatie van de boeddholoog (o.a. vertaler van Nagarjuna) Jay L. Garfield: 'Mindfulness and Ethics - Attention, virtue and perfection ' .

De inhoud: "I will first talk briefly about why mindfulness is so important in Buddhist ethics. I will then shift gears and discuss the importance of spontaneity, first in the Aristotelian and then in the Zen tradition. I will close by showing why that spontaneity can only be understood as desirable if infused by the kind of mindfulness philosophers such as Śāntideva recommend, and why that mindfulness can only be morally efficacious if it suffuses our perception and action so as to render them spontaneous. "

=======================================================================

Blogteksten van Richard Payne zijn altijd de moeite waard. Twee over ethiek:

Eentje uit juni 2015 begint aldus: " Narratives and trajectories: morality and meditation

Last month a post of mine appeared on the Tricycle website. That post is titled “What’s Ethics Got to Do with It?: The Misguided Debate about Mindfulness and Morality.”
Since a superficial reading of the post might lead the incautious to conclude that I was discounting any role for ethics in Buddhist practice, I would like to expand on the conceptual basis of the claims involved. Justin Whitaker made his reservations publicly and examining some of these provide specific points requiring clarification.
"

Dit is een uitwerking van een eerder stuk in Tricycle:  What's Ethics Got to Do with It? 
Dit artikel, ondertitel 'The misguided debate about mindfulness and morality', heb ik (deels) als Bijlage 2 opgenomen.

=======================================================================

Dan Justin Whitaker en zijn blog 'American Buddhist Perspectives '

Schrijft veel over ethiek, bijvoorbeeld: 'Buddhist mindfulness, morality, and Protestant presumptions' in mei 2015

"... But yesterday Tricycle published an article by Richard K. Payne somewhat dismissively subtitled 'The misguided debate about mindfulness and morality.' That could, of course, be a misguided choice of words by an editor, but what follows in the article seems to bear out the sense that Dr. Payne really does think the whole discussion is missing the point ..."

Zie ook zijn zeer uitgesproken reactie op Chapman hieronder.

=======================================================================

Een andere blogger die ik beslist wil noemen, is Jayarava, lid van de Triratna maar ook een autonoom denker.
Schrijft al jarenlang wekelijk een degelijke en soms moeilijke (filologische) blogtekst in Jayarava's Raves

=======================================================================

Te beginnen met het artikel ' “Buddhist ethics” is a fraud ' is David Chapman een paar weken geleden een ijzersterke serie blogteksten over boeddhistische ethiek.
Zie ook de aankondiging in m'n blog van 16 okt , bijlage 3.

Ik geef de links in de volgorde waarin ze gepubliceerd zijn en dus gelezen moeten worden:
* 'buddhist-ethics'-is-a-fraud
* 'buddhist-ethics'-is-not-buddhist-ethics
* traditional-buddhism-has-no-ethical-system
* buddhist-morality-is-medieval
* how-asian-buddhism-imported-western-ethics
* why-westerners-rebranded-secular-ethics-as-'buddhist'-and-banned-tantra
* ftfy-buddhist-ethics
* 'buddhist-ethics'-is-advertising
* the-mindfulness-crisis-and-the-end-of-consensus-buddhism
* 'buddhist-ethics'-a-tantric-critique
* developing-ethical-social-and-cognitive-competence
* better-buddhisms-a-developmental-approach
* consensus-buddhism-whats-left

In z'n eerste artikel geeft hij een overzicht; de titels heeft hij soms een beetje gewijzigd en de laatste twee zijn vervangen door 'whats left', dat is jammer en voor mij een beetje een anticlimax.
Want z'n betoog was niet dat er te weinig ethiek is in het 'Westers boeddhisme', door hem 'Consensus buddhism' genoemd, maar dat de inhoud niet veel voorstelt. Dat 'buddhist ethics' van westerse boeddhisten nauwelijks iets anders is dan die van de 'linkse' Californische cultuur in het algemeen. En dat de ethiek van het Aziatische boeddhisme middeleeuws te noemen is.
Dit alles met een uitermate (voor boeddhisten uitzonderlijk) helder taalgebruik.
Z'n overzicht, opgenomen in 'Buddhist ethics' is a fraud:

" 'Buddhist ethics' is not Buddhist ethics: It is indistinguishable from contemporary American leftish public morality. It is not based on the moral teachings of traditional Buddhist authorities. It is also not a valuable, unique innovation; it simply re-labels mainstream secular ethics “Buddhist.”

Traditional Buddhism has no ethical system: It does have lists of good and bad things, but they have no structure or explanations. Karma and compassion are not, and cannot be, foundational principles (despite claims). The various codes of conduct (lay precepts, vinaya, bodhisattva paramitas, samaya) are training disciplines, not ethical systems. None of them contains anything that would come as useful news to Westerners. Traditional Buddhist moral teachings that are correct are all found in other religions, including Christianity.

Traditional Buddhist morality is Medieval: Much of the specific moral content of traditional Buddhism is abhorrent to liberal Western values. I discuss traditional Buddhist sexual morality, the absence of any concept of human rights, and Buddhism’s support for slavery, patriarchy, and wars of conquest.

How Asian Buddhism imported Western ethics: Buddhist modernizers replaced traditional Buddhist morality with Western ethics in three stages, beginning in the 1850s.

How Westerners rebranded secular ethics as “Buddhist” and banned Tantra: Current “Buddhist ethics” dates back only to the late 1980s, when Consensus leaders declared then-current secular morality to be “Buddhist” by fiat. This page discusses their motivations, the history, and one consequence: the banning of modern Buddhist Tantra.

FTFY Buddhist ethics: The rhetorical strategies that explain away traditional Buddhist moral teachings, and disguise Western secular ones as Buddhist.
[ “FTFY” is 2015 internet slang for “fixed that for you.”]

What is “Buddhist ethics” for? It is a pledge of allegiance to left side of the American culture-war split; it is a claim of piety; it is a strategy for gaining higher class status; and it signifies particular personality traits such as openness and agreeableness. This “Buddhist ethics” no longer fools anyone, so it is dying and taking Consensus Buddhism with it. We can do better: better at Buddhism, better at ethics, and better even at claiming personal superiority.

The mindfulness crisis and the end of Consensus Buddhism: Consensus Buddhism recently fought the secular mindfulness movement over “ethics in teaching meditation.” It lost. This suggests that the Consensus’ political domination has ended. The Consensus has done great harm to Western Buddhism by obscuring most of Asian Buddhism. Its loss of power allows alternatives, both traditional and contemporary.
[hieruit heb ik 16 okt in Bijlage 3  een deel geciteerd; Joop R]

“Buddhist ethics”: a Tantric critique: This describes contradictions between contemporary leftish secular morality (a/k/a “Buddhist ethics”) and Buddhist Tantra. It sketches reasons to accept the Tantric view. It points, vaguely and tentatively, at the possibility of a future distinctively Buddhist ethics.

Developing ethical, social, and cognitive competence: I summarize Robert Kegan’s constructive-developmental model, which I consider the best available ethical theory.

Better Buddhisms: a developmental approach: Here I analyze Buddhism in terms of Kegan’s framework, summarized in the previous post. I suggest that “Buddhist ethics” and Consensus Buddhism operate at a merely adolescent level. They are psychologically regressive, hindering personal development. I contrast them with some genuinely adult modern Buddhisms. I sketch possible futures for better Buddhisms that might draw from Kegan’s model.

Emptiness, form, and ethics: The Buddhist idea that form and emptiness are inseparable may help resolve the Western crisis of postmodernity, the impasse between ethical eternalism and ethical nihilism, and the uselessness of contemporary moral philosophy.

Learning how to be kind: Most Buddhists do not lack compassion. What some of us lack are practical skills of kindness: how to actually benefit people. I suggest this is what we most want from “Buddhist ethics.” It cannot deliver—but that doesn’t mean nothing can. I think it’s possible to learn to be kinder; so it may also be possible to teach kindness. I make tentative suggestions for what might be included in such a curriculum.
"


Uiteraard riepen de sweeping statements van Chapman veel kommentaar op. In zijn blog zelf, maar ook daar buiten, bv in http://loveofallwisdom.com/blog/2015/10/is-buddhist-ethics-buddhist/

De krachtigste die ik ben tegengekomen is van Justin Whitaker:
"Again, I don’t want to get mired in a kind of point-by-point discussion. I’ll offer a few observations, but really I would prefer others to look closely at the categories and claims in your posts to see how they hold up.
For me, claims such as “Traditional Buddhist morality is obviously wrong,” or that it is “medieval” simply paint with way too broad a brush, as some commenters have kind of picked up on, and when using a term like “medieval” it helps immensely to define just what you mean by it (to art historians it refers to one period of time, to Catholic theologians it means another, and it’s hard to know just what it would mean in the context of Buddhism). “Traditional” is also a term that should be carefully wielded.

You write of the Sigalovada sutta: “It’s an odd document; I’m not sure what to make of it. The central point seems to be “to get to heaven, you need to be rich; here’s how to be rich.”” Then you say it has been ignored by Consensus Buddhism. Who exactly IS Consensus Buddhism? :) I suppose since it’s “Consensus” it should be a large group of teachers or at least many prominent ones, right?
I suppose if I had at least a rough list I could then look up a couple instances where it is not ignored.

It’s actually a really good example of the Buddha introducing his practice, beginning with 4 harmful actions (the first 4 precepts) and then giving a deeper level of justification as to what makes them harmful (acting from desire, anger, ignorance, and fear) and a detailed exposition of the evils of breaking the 5th precept, expanded out to include sauntering in the streets at unseemly hours, gambling, excessive theatre, having evil friends, and idleness… This is all expounded upon at length before a somewhat basic moral sermon on caring for people around you (in the six directions). It really is a beautiful – and relatively simple – sutta.

The idea that tantra was banned is one of the more dubious claims. First, nobody has or had the power to “ban” tantra. Second, the precepts are not commandments, so encouraging that they be taken does not ban or somehow prohibit their being violated. Third, to my knowledge, tantra doesn’t work on the same level of logic or morality as the sutras, so taking the precepts at one level does not mean one cannot engage in practices at another level that might be interpreted as breaking those precepts. Fourth, if there was such a ban, it was a failure, as tantra continued on in the years after 1993.
...
There’s more, but most of it falls along the lines of me not really getting on board with your categories like Consensus Buddhism and lefty secular ethics; they seem too loosely defined. So when you say that Consensus Buddhist ethics *IS* lefty secular ethics, I find myself very much lost and admittedly a bit baffled by those who – at least in their silence – accept this equation.
"


Mijn kritiek (naast m'n waardering voor z'n onbevangen tekst) is:
a. Dat hij het vooral lijkt te hebben over opvattingen over ethiek en veel minder over ethisch gedrag; ik wil niet zeggen dat consensus-boeddhisten' zich beter gedragen van Californische lefties (en Nederlandse geestverwanten); maar de nadruk op het oefenen, het proberen ethisch te zijn ontbreekt.
b. Dat hij niet duidelijk maakt want in het boeddhisme de functie van ethisch gedrag is. Niet om (goddelijke) straf te voorkomen of (hemelse) beloning te krijgen maar als middel om wijsheid en inzicht te verkrijgen: een soteriologisch doel dus.

(Daarnaast staat z'n hele betoog tegelijk in het teken van het opwaarderen van tantra, en daar heb ik niets mee, dat is me veel te dionysisch. Vergelijk m'n blog apollinisch-of-dionysisch-boeddhisme )

========================================================================

Bijlage 1   De mythe van de leraar en de 'lijn van opvolging'

Kritiek op de historische betrouwbaarheid van het lineage-denken in het algemeen is mooi beschreven door John R. McRae in 'Seeing through Zen: Encounter, Transformation, and Genealogy in Chinese Chan Buddhism ', Berkeley: University of California Press, 2003. Zie als klikbaar plaatje zijn 'Rules of Zen studies .

In het vroege boeddhisme, in de Pali Canon en in Theravada speelt de leraar ook een rol. Vooral de Boeddha zelf als leraar dan; maar ook wel de senior-monnik.
Maar vooral toch is de leer de leraar
Duidelijk wordt dat verwoord in twee citaten uit de Maha Parinibbana Sutta (Digha Nikaya 16):
“ 2.26. Wees daarom, Ananda, als een eiland voor jullie zelf, een toevlucht voor jullie zelf, zoek geen externe toevlucht. Met de Dhamma als jullie eiland, met de Dhamma als jullie toevlucht, zoek geen andere toevlucht.
en
6.1. En de Heer zei tegen de Eerwaarde Ananda: "Het kan zijn, Ananda, dat in sommigen van jullie de gedachte opkomt: 'De instructies van de Meester zijn er niet meer; wij hebben geen Leraar meer.' Maar zo, Ananda, moet dat niet worden gezien. Want, Ananda, dat wat ik verkondigd heb en bekend gemaakt heb als de Dhamma en de Discipline, dat zal jullie Leraar zijn nadat ik ben heengegaan."   Bron:   hier

Eerder opgenomen in m'n blogtekst uit april 2013

========================================================================

Bijlage 2   'What's Ethics Got to Do with It?  door  Richard Payne

The misguided debate about mindfulness and morality

As mindfuness has made greater inroads into public life—from hospitals, to schools, to the workplace—its growing distance from Buddhist thought and practice has become a hotly contested issue. Is mindfulness somehow deficient because it lacks Buddhist ethics, and should Buddhist ethics be replicated in mindfulness programs and workshops?
Psychologist Lynette Monteiro, founder of the Ottawa Mindfulness Clinic, points out that the “seeming absence of the explicit teaching of ethics in the MBI [Mindfulness-based Intervention] curriculum” is the “thorniest” basis for criticism. Underlying the discussion of ethics in mindfulness, however, is the presumption that there exists an inherent relation between religion and morality. Yet this focus on morality—thought to define the practice as religious rather than secular, Buddhist rather than non-Buddhist—is based on Western presumptions about religion inherited from Christianity, not Buddhism.

Views on morality and mindfulness tend to fall into three categories: inherent, integral, and modular.
  The argument for an inherent relation claims that mindfulness training by itself, without any instruction in morality, leads people to higher moral standing. This is the claim made, for example, by David DeSteno, who says that an eight-week instructional program in meditation—without any accompanying instruction in morality—increased compassionate responses to the suffering of others threefold.
  An integral relation, on the other hand, is one in which mindfulness and morality are understood to be inseparable, and the specific morality of the Buddhist tradition is thought to already form a part of mindfulness training. In this view, the success of mindfulness tradition requires practitioners to change their moral orientation to the world in specific—that is, Buddhist—ways.
  Finally, a modular relation views mindfulness training and morality as distinct and separate, existing independently of one another. Separate modules like mindfulness training and training in morality can be linked together like Legos to create different structures. Under this conception, the kind of morality attached could just as well be Christian or humanist as Buddhist.

Mindfulness researchers and proponents alike have become entrenched in well-defined and increasingly institutionalized positions regarding ethics. But the fundamental ground of each of these positions—the way in which Western culture conceives of religion—has been ignored. That conception is built on a basic narrative trajectory that leads from primal, blissful harmony in Paradise, through sinful disobedience and ejection from Paradise, to a final atonement and reconciliation. This biblical narrative is fundamentally ethical in nature, hinging as it does on sinful action as the cause for the fall from grace. Many in the Western Buddhist communities have absorbed this cultural identification of religion with morality uncritically and perhaps unconsciously. It is, after all, an assumption so well established as to be invisible to us.

Yet if we look at the Buddhist narrative structure, we find it follows quite a different trajectory. Humanity’s original condition is not one of blissful harmony but rather of ignorance repeatedly leading to suffering. Recognizing this sets one on the path to awakening.

This fundamental difference between the two traditions suggests that the emphasis on morality in present discussions of mindfulness is rooted not in the Buddhist tradition itself but in the cultural preconceptions of Euro-American society.
This is not, of course, to say that the Buddhist tradition does not value morality, only that morality does not play the salvifically central role that it does in Christianity. Rather than being the key to attaining redemption for one’s original sinful failing, morality constitutes a condition for effective practice in Buddhism. After all, in the Buddhist tradition, while morality is conducive to awakening, it is not considered sufficient. Instead, it is a necessary preliminary. ...

These values and presumptions also inform the self-improvement culture of our society within which mindfulness training—in both secular and Buddhist forms—exists. The strong moral imperative to improve oneself has its origins in Protestant religious culture, which promoted the exercise of self-control to overcome one’s inherently sinful nature.
The moral imperative toward self-improvement is evident in the negative views held toward people who are not running, dieting, learning a foreign language, meditating, doing yoga, or any of the several dozen other ways society offers for you to improve yourself. Certainly, anyone not involved in such activities is thought to be lazy, stupid, indolent, and—studies surely suggest—will die younger and suffer more than all of those pursuing self-improvement.

One of the strongest motivators for individuals to pursue mindfulness is this imperative toward self-betterment. But such a moral imperative is not wholly consistent with Buddhist thought. Unlike Protestantism, the Buddhist path does not involve a moral control being exerted over the self and its natural animalistic tendencies, but rather the development of greater insight into the conditioned nature of existence. Indeed, the dualism of a self controlling the self feeds the illusion of a separate, independently existing self.

It is this modern moral imperative toward self-improvement that has transformed Buddhist practices from the activities of a relatively small number of monastic specialists into mass-marketed lay workshops, trainings, books, online courses, and so on. Just as the monastic values of late medieval Christian Europe became generalized as appropriate for everyone, so now the monastic values of Buddhism are being propagated and marketed as part of how one can improve oneself. ...

Instead, highlighting the contradictions between the cultural presumptions that regard morality as the key to salvation and morality’s role within the Buddhist framework might challenge participants in the debate to question why it has become such a hot-button issue. After all, unless the debate changes the ground of shared presumptions, the existing impasse will only become more deeply entrenched.


Bron: Tricycle mei 2015