Posts tonen met het label meditatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label meditatie. Alle posts tonen

woensdag 20 februari 2013

Apollinisch of dionysisch boeddhisme ? Een soort oefening in verbazing en een poging tot dialoog

Een tekst geschreven vanuit verbazing.
In een blog, later opgenomen in het ‘ BoeddhistischDagblad’ , schreef Edel Maex:

Er is een verschil tussen poëzie en filosofie. Thich Nhat Hanh benadrukt vaak dat we moeten beseffen dat de mensen die de Bijbel of de Mahayana Sutra’s geschreven hebben dichters waren en geen wetenschappers of filosofen. Daarom is het voor sommige teksten misschien maar best ze te zingen.

Niet alleen worden hiermee ‘filosofie’ en ‘wetenschap’ niet echt positief bejegend, ook wordt gesuggereerd dat het boeddhisme (de Dhamma of Dharma) niet wetenschappelijk of filosofisch van aard is maar poëtisch van aard. Niet primair of zelfs helemaal niet.

Mijn tweede vraag is of dit ook de Sutta’s geldt, als onderdeel van de Pali Canon dus? Oppervlakkig gezien zeker niet, de meeste Sutta’s bevatten vooral opsommingen; slechts af en toe afgewisseld door meer poëtische teksten die het prozaïsche herhalen. Wat historisch (in deze orale traditie, dat moet benadrukt worden) het eerste kwam, de proza of de poëzie, weet ik niet, zeker niet van alle teksten.

M’n eerste vraag of het een goede tegenstelling is? Ik denk van niet.
Op een strenge manier zou ik zeggen: het gaat noch om wetenschap (wat daar ook onder verstaan wordt) noch om filosofie (idem) noch om poëzie maar om soteriologie , een term uit het Christendom maar in het Boeddhisme te verstaan als: hoe het lijden te beeindigen ?

Dat vind ik. Maar het brengt een discussie tussen boeddhistische tradities niet veel verder, want daar gaat het me hier om. Ik heb namelijk de indruk dat sommige Zen-boeddhisten en iemand als Thich Nhat Hanh de concepten dukkha en samsara niet erg centraal stellen in hun uitingen, om het voorzichtig te zeggen
Ik ben niet te beroerd om het stelliger te zeggen: die de concepten dukkha en samsara hebben verdonkeremaand in hun Dharma.
Een helder statement, een diepe overtuiging, die helaas toch de meeste lezers niet zal overtuigen.

Daarom wil ik als denkoefening gebruik maken van een andere tegenstelling, zeer filosofisch en ook poëtisch èn wetenschappelijk (want als reflectie op kunstwerken): Apollinisch versus dionysisch
Mijn vraag is of dit ook van toepassing is op vormen van boeddhisme, op diverse tradities als geheel, met elkaar vergeleken of of diverse vormen van beoefenen van het boeddhisme op persoonlijk niveau?
Ik denk van wel, anders zou ik niet verder geschreven en gepubliceerd hebben.

Eerst korte definities (uit Wikipedia)
Dionysisch betekent extatisch (ondoordacht, geestesvervoering, onrustig, dronkenschap en onbeheerst); deze term is ontleend aan de Griekse god Dionysus.
Het tegenovergestelde wordt meestal aangeduid met
Apollinisch betekent rustig (doordacht, overdacht en beheerst); deze term is ontleend aan de Griekse god Apollon.
Deze termen worden vaak gebruikt om een geestesgesteldheid aan te duiden bij een benadering van een uiting (beeld of geluid).

Meestal wordt de tegenstelling – of beter gezegd het spanningsveld – tussen deze twee gesteldheden’ oorspronkelijk toegeschreven aan Nietzsche maar ze blijkt eerder door Schelling gebruikt te zijn.
Wat me heeft geïnspireerd is een essay van Simon Vestdijk (dan moet je wel oud zijn, wie leest er nu nog Vestdijk?) H. Marsman als Apollinische persoonlijkheid (wie leest er nu nog Marsman?)
In een bijlage neem ik een paar fragmenten uit dit essay over, passages over het werk van Marsman overslaand.

Het wat vrij interpreterend (en voorzover ik het heb begrepen), zou ik willen zeggen:
A. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Dionysische richting bevorderen. ´Zen´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Apollinisch gerichte Zen-beoefenaren zijn.

B. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Apollinische richting bevorderen. 'Theravada´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Dionysisch gerichte Theravadins zijn.


Ik hoop met dit begrippenpaar een soort neutrale taal te hebben kunnen introduceren waarin de discussie tussen beoefenaren gevoerd kan worden, zoals in het Boeddhistisch Dagblad bv Edel Maex, Dick Verstegen en Jules Prast bepleit hebben.
Zie hier en hier .
Mijn probleem met hun bijdragen was dat ze zelf ´poëtisch´ en ´Dionysisch´ van aard waren en dus niet perfect een gezamenlijk gedragen taal inhielden.

Want: hoe discussieer je in godsnaam met een dichter ?

Omgekeerd zouden zij mogelijk van mij kunnen zeggen:
Hoe kan je in godsnaam met een wetenschapper/filosoof komen tot een dialoog, je laten verbazen, van elkaar leren ?


HET antwoord op die vragen heb ik niet. Zelf denk ik aan de stekelvarken-benadering: heel voorzichtig.
Misschien moet een tot het dionysische geneigde boeddhist juist zoeken naar apollinische elementen in zijn/haar eigen boeddhistische traditie.
En moet omgekeerd een tot het apollinische geneigde boeddhist juist zoeken naar dionysische elementen in zijn/haar eigen boeddhistische traditie.

Laat ik twee voorbeelden geven vanuit mijn vrijzinnige (ik ben dus een slecht model) Theravada perspectief:
- De Pali Canon bevat ook prachtige poëtische – maar tegelijk spirituele – teksten.
Bijvoorbeeld de ´Verzen van de Nonnen´ ( Therigatha ) en de ´Verzen van Monikken´ ( Theragatha .)

- Het beoefenen bevat allerlei elementen. Strenge tekst (Dhamma-)studie tot en met diverse meditatie-vormen. De hier meest bekende vorm vipassana wordt wel analytisch genoemd en kan ik ook apollinisch noemen.
De metta -meditatie en de richting absorptie (jhana) gaande samatha wordt door veel meer innerlijke (want we doen het wel in stilte !) ' uitbundigheid ' gekenmerkt.
Gezongen, gechant, wordt er in Theravada-kloosters soms ook; daarbij wordt er echter in het geheel niet naar gestreefd esthetisch aangename geluiden voort te brengen; ik ken althans weinig mensen die daar lyrisch van worden.



Een paar fragmenten uit het essay ´ Marsman als Apollinische persoonlijkheid ´ door Simon Vestdijk

Niet voor niets hadden in Delphi de beide goden, Apollo en Dionysos, het jaar onder elkaar verdeeld, zij het ook in ongelijke delen! Bij een mythologische plaatsbepaling als hier beproefd, beschouwe men de god van boog en lier niet onverbrekelijk gebonden aan de negatieve schim van zijn turbulente tegenspeler, en vergete men het beroemde Nietzscheaanse schema, dat trouwens zulke twijfelachtige Apollinische figuren als de wijsgeer Socrates binnensmokkelt...
Apollinisch noemen wij datgene wat zich aandient als een tweeeenheid van maximale beheersing en maximale fijnbesnaardheid. Deze fijnbesnaardheid moet niet verward worden met fijngevoeligheid zonder meer, en zeker niet met ontvankelijkheid en impressionabiliteit. Misschien is ‘kieskeurigheid’ een betere term; hier ligt het accent meer op de kritische functie dan op de emotionele. Men kan zelfs aannemen, dat een meer op de voorgrond tredende ontvankelijkheid, hetzij voor emoties, hetzij voor zintuigelijke indrukken, met de drang tot heersen en beheersen, deze belangrijkste wezenstrek van het Apollinische, niet te verenigen is.
....
(Die) eigenschap is de distantie, het afstand nemen, in letterlijke en figuurlijke betekenis. De Apollinische mens stelt zich op een afstand van de wereld op, nog niet zozeer om haar te overzien of te beoordelen als wel om zijn verantwoordelijkheid voor de wereld te kunnen dragen, en haar de wetten te kunnen stellen, die zij behoeft. Dit afstand nemen is een onvermijdelijk gevolg van de noodzakelijkheid om een ‘archimedisch punt’ bezet te houden, van waaruit zoveel mogelijk gegevens synthetisch te beheersen zijn, zonder dat men gedwongen is tot de dingen zelve af te dalen. Hiermee hangen enkele andere eigenschappen samen. Een veelal slecht ontwikkelde zintuigelijkheid, een zekere onwil om zich met aardse complicaties, levensbeelden en natuurgetrouwe portretten in te laten, een nauw verholen minachting voor het realistische detail, dit alles karakteriseert de Apollinische kunstenaar al evenzeer als de priesterlijke agressiviteit, waarmee hij zich, mocht het dan eindelijk eens nodig zijn, onder het gewoel mengt, zich openbaart, en zijn woord spreekt, - méér doet hij gewoonlijk niet.
....
Iedere Apollinische kunstenaar is eenzaam, - hij begint ermee het te zijn, en hij behoort het te zijn in zijn begin. De uitwaaierende krachtvelden, waarover hij synthetisch heersend beschikt, plaatsen hem in een brandpunt, dat al haast in het oneindige schijnt te liggen, zodat het meest volledige, want alzijdige contact gelijkstaat met gemis aan contact, te meer omdat de dingen zelden antwoorden met een Apollinische weerklank en zich te vaak gedragen als werden zij niet beheerst. Zodra nu echter de Apollinische persoonlijkheid bespeurt, dat de ijzerdeeltjes, waaruit de wereld is samengesteld, zich niet naar hem richten en hem niet als hun magneet aanvaarden, zal hij bepaalde normen opstellen die een zuivering van de chaos beogen, een scheiding in geladen en ongeladen, door hem beheerste en niet beheerste onderdelen, en deze drang tot zuivering, of katharsis, zal dan tot het einde van zijn ontwikkeling beslissend voor hem blijven. Naar de wijze, waarop de zuivering wordt nagestreefd, zou ik drie stadia willen onderscheiden. In het eerste stadium vergenoegt de magneet er zich mee de door hem aangetrokken en hem reeds aanklevende ijzerdeeltjes alleen maar zo goed mogelijk te rangschikken; in het tweede wordt een klein segment der werkelijkheid uitgezocht om er de magnetische krachten op te beproeven; terwijl het derde gekenmerkt wordt door pogingen tot contact met àl het bestaande, met de wereld in haar geheel.
...
Apollo is cultuurgod bij uitnemendheid; hij is geen individuele god, zoals Dionysos. Daar staat echter tegenover, dat, waar Dionysos een gemeente als het ware pleegt aan te waaien (een ‘thiasos’ van faunen en hysterische vrouwen volstaat!), Apollo de kandidaat-volgelingen eerder van zich afstoot door zijn kieskeurigheid. Dionysos is altijd onmiddellijk bij de hand, haast al vóórdat hij aangeroepen wordt; hij dringt zich zelfs op, slaat met zijn vloek degene die hem durft weerstaan.
Apollo daarentegen bewaart de distantie, en wil alleen maar vereerd worden als ‘voorbeeld’, niet ter identificatie, zoals dat in de Dionysosdienst geschiedt, althans in de latere mysteriëns De vulgaire mens mag geen Apollo wòrden, hij mag slechts zorgen voor de ‘weerklank’, en waar deze weerklank ontbreekt, zoals de Apollinische persoonlijkheid Marsman dit voor zijn geval meende te moeten vaststellen, daar trekt de god zich al spoedig in strenge afzondering terug, om nog slechts in adviezen aan gelijkgezinden, ... zijn wetgevende werkzaamheid voort te zetten.



woensdag 6 februari 2013

Wat heeft de Boeddha nu echt gezegd over vipassana-meditatie? Een boekbespreking

SIMSARA is de ‘Nieuwsbrief’voor belangstellenden in Vipassana-meditatie. Ik noem het ook wel het tijdschrift van de SIM (Stichting Inzicht Meditatie) die zich – gelukkig – ook wel buiten de strikte vipassana-meditatie begeeft. Zie hun website .
Voor de SIMSARA, uitgekomen januari 2013 heb ik een boekbespreking geschreven, die ik hier overneem:


We weten, als SIM-gemeenschap en Simsara-lezers, dat vipassana-meditatie voortkomt uit het Theravada Boeddhisme.
Maar waar precies uit? Meer concreet: op welke sutta’s is deze meditatie gebaseerd?
Op deze vraag is de (Nederlandse maar hier in het Engels schrijvende) meditator René van Oosterwijk ingegaan. In zijn studie heeft hij dit thema op twee manieren bekeken.

Eerst heeft hij in teksten van leraren (bv de Eerwaarde Mettavihari, en nog twintig anderen, monniken en leken, van Ajahn Chah tot Jack Kornfield) èn van geleerde monniken zoals Bhikkhu Bodhi nagegaan welke sutta’s zij citeren en waarop ze hun meditatie-instructies baseren.
Daarna is hij in indexen van de Pali Canon het voorkomen nagegaan van de term ‘vipassana’ en de zeer dicht daarbij zittende term ‘pannavimutti’, letterlijk ‘bevrijding door wijsheid’.

Wat is ‘vipassana’ ?
Het gaat steeds om inzicht in de zin van ervaren en begrijpen. De letterlijke betekenis van vipassana is: innerlijke visie, inzicht, intuitie en introspectie. ‘Vipassana’ is daarbij het streven, het doel van de meditatie en van de beoefening in bredere zin. Niet de methode, hoewel we dat soms gemakzuchtig wel zo zeggen. De methode wordt bijna altijd gekenmerkt door ‘ sati ’, te vertalen als opmerkzaamheid of aandachtigheid en in het Engels als mindfulness.

Hoe kan het bereikt worden ?
Niet alleen sati ! De leraren en de geleerde monniken noemen ook, gebaseerd op de sutta’s, sila (ethisch handelen) en het al hebben van een notie van wat onbestendigheid, lijden en niet-zelf is en wat de aspecten van het Achtvoudige Pad zijn.
Maar ook – en dat vind ik het meest significante in Oosterwijks objectiverende onderzoek – concentratie: niet alleen toegangs- en momentane concentratie, maar ook absorptie, minstens de eerste jhana. Niet alle sutta’s stellen deze eis en ook niet alle leraren (Mettavihari zoals bekend bv niet) maar wel veel. Inclusief de meeste geraadpleegde geleerde monniken.
Aspecten van de vipassana waarvan de basis niet in een sutta terug te vinden zijn, zijn onder andere de ‘body-sweep’ bij de methode van Goenka en het systeem van nana’s als stadia van verkregen inzichten.

De meeste vipassana-leraren en geleerde monniken baseren zich op de Satipatthana Sutta zoals die voorkomt in de Middellange Leerredes (Majjhima-Nikaya): MN 10 en de Lange Leerredes (Digha-Nikaya): DN 22.
Maar ook – en dat vind ik heel opvallend – op de Anapanasati Sutta (MN 118).
Andere genoemde sutta’s zijn vooral die uit de MN 4, MN 28, MN 62, MN 119, MN141 en DN 2.

Een paar andere punten
Kort krijgt ook de metta-meditatie en de beoefening van de andere Brahmavihara’s aandacht in het verkrijgen van inzicht en wijsheid. Soms zijn ze een versterking van de op sati gerichte methode. Maar soms ook (bv in MN 7 en DN 13) lijkt deze meditatie-vorm een eigen, een aparte, methode waarmee het hoogste inzicht kan worden bereikt. Dit is echter mijn opinie, van Oosterwijk blijft voorzichtig over dit thema omdat slechts een enkele sutta het erover heeft. Hij geeft, gebaseerd op Sutta-studie, trouwens wat betreft metta de voorkeur aan de uitdrukking ‘mentale cultivering’ boven ‘meditatie-beoefening’.

Van Oosterwijk wijdt nog een apart hoofdstuk aan de Chinese Agama Sutra’s. Die vertonen veel overeenkomsten met die uit de Pali Canon over ‘vipassana’, maar ook een paar verschillen. Om er een te noemen, gaat in de bestudeerde Agama’s – in tegenstelling tot in de Sutta’s - zelden over het (bereiken van het) inzicht ‘dit is niet het zelf’.

Het bestuderen van het hele boek is wellicht voor de meeste lezers wat veel gevraagd.
Maar hoofdstuk 6, de ‘Summary and Conclusions’ is meditatoren aan te bevelen. Het verheldert het beeld dat zowel het doel als de methode van vipassana niet helemaal éénduidig in de Sutta’s voorkomt. Een variatie die we het beste maar kunnen accepteren, lijkt mij.


Doctrinal backgrounds of Vipassana-meditation
Insight in current methods and according to canonical sources

door R.C. (René) van Oosterwijk
Uitgeverij Barkhuis, Groningen, 2012
ISBN 9789491431098
Tot zover deze boekbespreking in SIMSARA
Oudere nummers van dit tijdschrift zijn te vinden in hun archief
Over de concentratie-meditatie, eventueel tot en met de ‘absorptie’ (jhana) zal ik binnenkort wel meer schrijven.
Dit in verband met de komst van de bekende leraar Leigh Brasington (leerling van Ayya Khema) eind oktober van dit jaar naar Nederland.
We zijn daarvoor nog een programma aan het maken, dat ook via de SIM aangekondigd zal worden.

vrijdag 4 januari 2013

Vriend zijn van het ‘Vipassana Meditatie- en Studiecentrum’

Passages uit een brief van het bestuur van de ‘ stichting Vipassana Meditatie- en studiecentrum ', die ik met instemming (en wat kommentaar) citeer.


“ Goed nieuws!
We verheugen ons te kunnen melden dat een landelijk Vipassana Meditatie en Studiecentrum in Nederland de komende jaren gerealiseerd zou kunnen worden. Een centrum dat vergelijkbaar is met bekende Aziatische meditatiecentra en Westerse centra zoals Gaia House in Engeland of Insight Meditation Society en Spirit Rock in de VS.

Aanleiding: een lang gekoesterde wens in vervulling laten gaan
Verschillende meditatie-leraren hadden en hebben de wens om te komen tot een ‘ Vipassana en Dhamma Centrum ’ waar het hele jaar door retraites gehouden kunnen worden.
....

Alleen haalbaar vanuit een breed gedragen commitment vanuit de verschillende sangha’s
Er zijn het afgelopen jaar veel besprekingen geweest in verschillende samenstellingen over het opzetten van een Vipassana Meditatie- en Studiecentrum in Nederland. Conclusie was steeds dat het alleen haalbaar is als de wens onder ‘Vipassana Nederland’ breed gedragen is. In de loop der jaren zijn er immers veel organisaties ontstaan: Stiching Jonge Boeddhisten Nederland, Sangha Metta, Stichting Inzichts Meditatie, Retraite Centrum Ezinge, Stichting Inzicht & Bevrijding, Tegen de Stroom in, etc. Hoewel zelfstandige organisaties bestaat er tussen deze personen en organisaties een zekere mate van ‘familiaire verwantschap’ als het om de Vipassana en Dhamma gaat.
Er zijn nu mogelijkheden om zo’n centrum te realiseren. Er ligt nu een concreet plan voor, met als (mogelijke) locatie Huize Loreto in Lievelde. De financiële haalbaarheid komt dichterbij, maar het centrum is alleen realiseerbaar met uw hulp. De verschillende Vipassana sangha’s en leraren moeten het centrum daadwerkelijk gaan gebruiken en zonder financiële steun van de sanghaleden blijft het een niet te realiseren droom.
....

Er zijn twee stichtingen opgericht, een eigendomsstichting die het centrum aankoopt en een beheerstichting (zie bijlage 2. voor visie en missie van de beheerstichting). die het centrum gaat beheren. De eigendomsstichting verhuurt het centrum aan de beheerstichting. De beheerstichting verhuurt in eerste instantie het centrum aan de Sangha’s voor vipassanaretraites en dhammastudie en aanverwante activiteiten. Op termijn kan de beheerstichting ook zelf activiteiten gaan organiseren. Voor de momenten waarop de vipassana sangha’s het centrum niet gebruiken, wordt het centrum verhuurd aan andere meditatie- en studiegroepen die passen in de sfeer van stilte en contemplatie. ...

De beheerstichting zal een aantal commissies samenstellen.
 Een spiritueel inhoudelijke commissie zal voornamelijk bestaan uit vipassana-leraren. Deze zal het bestuur adviseren over de inhoudelijke koers die het centrum gaat varen en over aanverwante dhamma-onderwerpen.
 Een commissie voor fundraising die tot taak heeft inkomsten te genereren voor het centrum.
 Een huishoudelijk commissie die het centrum gaat beheren (denk aan het runnen van de keuken en de huishouding).
 Een commissie administratie en verhuur die het centrum gaat verhuren aan de sangha’s en de administratie beheert.
 Een technische commissie voor het onderhoud en beheer van het gebouw en het landgoed.

Naast deze commissies zal het bestuur een Adviesraad samenstellen die meer op afstand staat en het bestuur ten alle tijden van advies kan voorzien.

…en een geschikte locatie!
Het bestuur van de eigendomsstichting is momenteel in onderhandeling met de paters van Huize Loreto. Deze locatie is zeer geschikt voor een Vipassana Meditatie- en Studiecentrum. Het centrum heeft een rijke historie, mooie energie, twee meditatieruimtes, zo’n 50 individuele kamertjes, 7 “appartementen” voor bewoners van een vaste kerngroep, een moderne keuken, 10 hectare grond en een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer. De afgelopen jaren hebben verschillende vipassana retraites plaats gevonden in Huize Loreto, en wel met veel genoegen. Op dit moment heeft Loreto dan ook de voorkeur van het bestuur maar er is nog geen zekerheid over deze locatie. Wij zijn dan ook nog op zoek naar andere locaties. Mocht je locaties weten, geef het dan aan ons door!

Wij hebben jullie hulp voor dit mooie project nodig: wat kun jij betekenen?
Zodra de plannen concreter worden en er een geschikte locatie gevonden is, zullen we vrijwilligers nodig hebben. Dat zullen we tegen die tijd kenbaar maken. Indien er een contemplatieve woongemeenschap gevormd wordt, zullen daar ook mogelijkheden zijn voor personen die dat ambiëren. En uiteraard is er geld nodig. Geld voor de aankoop, een verbouwing, onderhoud, de aanschaf van nieuwe spullen, het runnen van het centrum et cetera. Een project van dergelijke omvang kost veel geld en we zijn letterlijk met nul euro begonnen.

Daarom zijn we nu druk op zoek naar sanghaleden die dit project financieel willen ondersteunen. Als bestuur hebben wij hiervoor de mogelijkheid in het leven geroepen om middels een financiële bijdrage – klein of groot - VRIEND te worden van het meditatiecentrum. Als vriend blijf je gegarandeerd op de hoogte van wat er rond en in het centrum gebeurt, bijvoorbeeld via mailings en vriendendagen.



Het bestuur van de beheerstchting bestaat uit:
Harry Rijken, . . . . . . . . . voorzitter 031-8430037 harry@ryken.nl
Anca Ansink, . . . . . . . . . . . . . . .lid 010-4230606 a.ansink@planet.nl
Hans Gijsen, . . . . . . . . . . secretaris 010-4672952 hansgijsen@msn.com
Gerben Hieminga, penningmeester 06-83640072 gerbenvenwoude@hotmail.com


In een bijlage wordt beschreven op welke wijze men ‘ vriend ’ kan worden
Men kan vriend worden door een gift te storten op
bankrekeningnummer 620.33.73
te name van Meditatie en Studie Centrum Vipassana Nederland
in Amsterdam onder vermelding van naam en adres.

De diverse mogelijkheden worden beschreven, in het kort:
Een eenmalige bijdrage of een maandelijkse bijdrage aan de beheersstichting: kan direct; en
diverse vormen van leningen en schenkingen en opnemen van het centrum in het testament: kan in overleg.


In een tweede bijlage wordt visie, missie en doel van de beheerstichting beschreven
Hier wordt duidelijk dat het niet alleen om vipassana-meditatie gaat, maar ook om andere aspecten van het beoefenen van de Dhamma.
Weer een citaat uit de ‘vrienden-brief’:

De stichting handelt vanuit de volgende visie .
Er is een groeiend aantal mensen in Nederland die vipassanameditatie beoefenen. Ook bestaat er een groeiende behoefte aan het leiden van een (al dan niet parttime) monastiek leven. Dat betekent dat er reden en ruimte is om een centrum op te richten dat retraites voor vipassanameditatie, eventuele andere vormen van beoefening, maar ook de mogelijkheid tot het leiden van een monastiek leven aanbiedt. Een dergelijk centrum komt tegemoet aan de behoefte aan een plek waar overwegend in stilte beoefening plaatsvindt.

De missie van Vipassana Nederland is het initiëren en ondersteunen van activiteiten die de Boeddhistische leer, de beoefening van vipassana-meditatie en het sanghaleven bevorderen. Deze activiteiten zijn open omdat iedereen welkom is, ongeacht religieuze of maatschappelijke achtergrond.
Criterium voor deze open Sangha is niet het toevlucht genomen hebben in de Boeddha, Dhamma en Sangha, maar de bereidheid zich te verdiepen in de Boeddhistische leer en de praktijk van de vipassana-meditatie.

Het doel van de Stichting is in de statuten als volgt omschreven (artikel 2):
a) Het bevorderen van mogelijkheden tot monastiek/contemplatief leven in de Boeddhistische traditie en in het bijzonder door middel van meditatie op grond van de vipassana-methode, dhammastudie en andere methoden;
b) het aanbieden van meditatieretraites en studies in de boeddhistische psychologie;
c) meditatie en studie voor iedereen toegankelijk maken, ongeacht religieuze of maatschappelijke achtergrond;
d) het beheren van een centrum voor meditatie en studie;
e) alsmede het creëren van voorzieningen hiervoor, van welke aard dan ook;
f) het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk zijn.


==================================================================

Tot zover deze informatie
Een tweetal opmerkingen erbij, een praktisch en een principieel

Praktisch begrijp ik niet helemaal hoe ver het ‘monastieke leven’ gaat dat ook in het centrum mogelijk moet gaan worden
Konkreet: Theravada-monniken (bhikkhu’s en bhikkhuni’s) mogen ze van de vinaya dat soort werkzaamheden niet doen en ook geen geld bezitten. Ze krijgen eten en verdere verzorging; in boeddhistische landen: door in de buurt van het klooster wonende vrijwilligers die zoiets min of meer bij toerbeurt doen. Dat lijkt me in een ver van de steden liggend centrum in Nederland onmogelijk. Het alternatief is dat er twee soorten mensen (semi-)permanent in het centrum komen te wonen: degenen die verzorgen en degenen die verzorgt worden. Met alle respect: is dat wenselijk?

Principieel vind ik de nadruk op ‘vipassana’ als vorm van beoefening te beperkt.
Wel wordt gelukkig in de statutaire doelstelling ook gesproken over ‘ andere methoden ’ , maar de invulling daarvan lijkt mager.
‘Metta-meditatie’ bijvoorbeeld is geen vipassana, ook wel genoemd inzicht-meditatie;
het is òf een vorm van samatha òf een eigen, een derde vorm van bhavana; beide opvattingen kunnen op basis van sutta-studie verdedigd worden. Datzelfde geldt voor karuna- en (nog weinig toegepast) mudita-meditatie.
Ik zou de initiatiefnemers willen vragen nog eens te kijken naar wat er in de door hen zelf genoemde voorbeelden gebeurt, in Westerse centra zoals Gaia House in Engeland of Insight Meditation Society en Spirit Rock in de VS.
Concreet betekent dit: laat de mogelijkheid open ook andere dan vipassana-leraren een meditatie te doen geven, zoals nu ook bij de SIM gebeurt.

Een paar citaten uit ‘ This fantastic, unfolding experiment. Establishing the Insight Meditation Society and Spirit Rock ’ door Jack Kornfield ; een paar zinsdelen door mij vet gemaakt.

“ When we started IMS, it was primarily a Mahasi-oriented center. I brought in the flavor of Ajahn Chah as well. But because Joseph (Goldstein) and Sharon (Salzberg) had done most of their practice through the Burmese lineages of Mahasi Sayadaw and of U Ba Khin, and we shared this training, this is mainly what we taught. From the very beginning we offered the practices of both Mahasi Sayadaw and U Ba Khin, with Ruth Denison and John Coleman leading retreats.
...
When we started, the first principle that we got right —partly out of necessity (or out of desperation)— was that we would do collective teachings . One can see that the centers that have had the most difficulty have invested all the power in just one teacher. Often that person gets terribly isolated, and, as you know, many dharma centers in the West have suffered in some fashion or another due to the misconduct of their primary teacher.
...
The second principle that we got right —and I was a passionate advocate for this— was having multiple lineages . Even though there was a Mahasi lineage through Munindra, Mahasi Sayadaw, Dipa Ma, and Asabha Sayadaw that we shared at IMS, it was very important from the beginning that we invite other lineages and teachers. So early on we invited Christopher Titmuss and Christina Feldman—people who had studied with Ajahn Buddhadasa, Ajahn Dhammadoro, Ajahn Chah, and other teachers. From my own experience, it was healthier for both students and teachers alike to have access to a range of dharma teachings and perspectives. This is an underlying principle at Spirit Rock as well.
The Buddha is often described as the master of many skillful means. Gradual and sudden, outer and inner, form and emptiness were all aspects of his teaching. A wise teacher, and a wise center, needs to offer a whole range of skillful practices, because people come along at different stages of their inner development, with different temperaments, and with different sets of problems. If we limit ourselves to one technique, it will only serve certain people and it won’t be helpful to others. Diversity of practices is an underlying vision at IMS that has also been carried through to Spirit Rock. On our retreats, though we use the basic instructions from Mahasi Sayadaw, we also draw from the teachings and perspectives of Ajahn Chah, Buddhadasa, U Ba Khin, and many others.
....
To preserve the strength of our tradition, the majority of our retreats teach vipassana and the four foundations of mindfulness. Many of our other retreats focus on the brahmavihara (the divine abodes of loving-kindness, compassion, sympathetic joy, and equanimity). Those are our two central streams of dharma practice. The third stream offers an integration of mindfulness practice with other aspects of our dharma vision. These retreats combine mindfulness and yoga, or mindfulness and the creative process, or mindfulness and loving-kindness and psychotherapy. In addition, we have hundreds of daylongs, which along with retreats provide the aspect of our mandala that has to do with integration and how we live. This would also include our Diversity Program, which is committed to offering the dharma to as diverse a population as possible; our Program for Socially Engaged Buddhists; our Family Program, for children and their parents; our Teen and Young Adult Program; and our Program for Yoga Teachers.
To keep Spirit Rock connected to the core of our Buddhist tradition, we made a rule that when people outside our lineage come here to teach retreats, they would always be joined by one of our teachers in order to connect their teachings to our practice. In this way our core practices of generosity, virtue, mindfulness, and loving-kindness are complemented by other lineages and skillful means. ...
So we have had wonderful retreats with Tsoknyi Rinpoche and both Ajahn Amaro and Guy Armstrong on different occasions.
While we are dedicated to preserving and sustaining the core teachings of our lineage, we are also willing to be innovators, as indicated by our willingness to learn from many lineages.
“


Het hele artikel is verschenen in een 2007-nummer van het (electronische) tijdschrift Buddhadharma en is tevens hoofdstuk 18 van het boek Bringing Home the Dharma door Jack Kornfield (Uitg. Shambala, 2011)
Zie het hele artikel hier . Afgezien van soms over-enthousiast Amerikaans taalgebruik het lezen zeer waard !


En afsluitend met het onderwerp van het begin:
Draag financieel bij aan het ‘Vipassana Meditatie- en Studiecentrum’; ik doe het ook

vrijdag 6 april 2012

Medevreugde (mudita), een minder bekende Brahmavihara meditatie

Veel is geschreven over de vier Brahmavihara’s, verheven toestanden letterlijk, maar ook methoden in de verdere beoefening van het boeddhistische pad.
In het Pali worden ze respectievelijk metta, karuna, mudita en upekkha genoemd, in het
Nederlands meestal liefdevolle vriendelijkheid, compassie, medevreugde en gelijkmoedigheid.
In november schreef ik over (boeken over) de eerste twee en dan met name over metta:

Nu dan medevreugde een onbegrijpelijk (hoewel u het na het lezen van deze tekst misschien wel wat beter begrijpt: het is moeilijkier dan ik dacht) weinig genoemde en beoefende Brahmavihara.
Het meest bijzondere van mudita is dat het de gemoedstoestand ‘vreugde’ betreft; het boeddhisme, en zeker de Theravada waar de Brahmavihara’s in beoefend worden, staat niet als frivool bekend, eerder als ernstig, als het lijden benadrukkend.
Toch gaat het nadrukkelijk wel om ‘vreugde’; in het Pali zijn daar (minstens) twee woorden voor:
‘Sukha’ is een aangenaam gevoel: plezierig, vreugdevol (inderdaad, het pendant van ‘dukkha’); en:
‘Piti’: is niet een gevoel of gewaarwording , maar kan beschreven worden als 'vreugdevolle interesse' (zie hier) ‘Piti’ is ook één van de zeven factoren van Ontwaken (evenals trouwens ‘upekkha’, de vierde Brahmavihara).
Overigens wordt in veel Engelstalige literatuur de termen happy of happiness in dit verband gebruikt, ‘geluk’ dus in het Nederlands. Die term wil ik liever vermijden omdat het makkelijk iets permanents suggereert, zoals ik heb benadrukt in een eerdere blog.

‘Medevreugde’ wordt algemeen als adekwate vertaling van ´mudita´ beschouwt. In het Engels is het kennelijk iets lastiger. Leigh Brasington geeft de voorkeur aan "appreciative joy" dus “waarderende vreugde” boven de meestal gebruikte vertalingen van het Pali-woord als sympathetic joy, empathetic joy of joy at the good fortune of others. Zijn toelichting hierop: “The later commentaries indicate that one always feels mudita for others - but the suttas indicate that one does all 4 Brahma Vihara practices for oneself as well as others. Thus ‘appreciative joy’ more closely captures this emotion.”
Voor de achtergrond van deze opmerking (waar ook Salzberg aan refereert): zie het citaat uit de Visuddhimagga aan het eind van deze blog.

‘Vreugde’ dus. Het merkwaardige en m.i. jammere is alleen dat in een aantal van de teksten over mudita helemaal niet zoveel vreugde te merken is.
Laat ik beginnen met een van de weinige in het Nederlands vertaalde boeken die er over gaan:
In Liefdevolle vriendelijkheid - Een ander perspectief op geluk door Sharon Salzberg gaat hoofdstuk 8 over medevreugde

Bij dit boek vallen mij nog een paar andere zaken op:
- Salzberg zegt (op pagina 30) dat de andere drie verheven verblijfplaatsen – mededogen, medevreugde en gelijkmoedigheid - voort komen uit metta, dat deze gemoedstoestanden ondersteunt en uitbreidt. Dit lijkt mij onjuist, er is in de Pali Canon ook geen aanwijzing voor deze stelling. Er is zeker enige overeenkomst en verband tussen de vier, maar het gaat om afzonderlijk te beoefenen Brahamavihara’s, in de volgorde waarin ze steeds genoemd worden.
Overigens: op pagina 145 relativeert ze zelf wel deze eenzijdige kijk .

- Als het gaat om formele meditatie dan komt de vreugde van de ander (en ook die van mezelf) helemaal niet aan de orde. In feite zijn de teksten die men tijdens de meditatie voortdurend uit kan spreken kleine variaties op die van de veel meer beoefende metta-meditatie: moge ...gelukkig zijn etc.

Iets vergelijkbaars valt te zeggen van Het hart van de revolutie door Noah Levine waarvan het 11e hoofdstuk over medevreugde gaat. Hij differentieert de uit te spreken meditatie-zinnen meer dan Salzberg doet.
Hoewel m’n eigen ervaring met mudita-meditatie zeer beperkt is, vind ik de voorgestelde zinnen in deze teksten zeer waardevol en bruikbaar.
Over achtereenvolgens iemand waarmee ik een goede relatie (een vriend of - in de klassieke terminologie - een weldoener), een neutraal persoon, een vijand, en alle levende wezens (in alle richtingen van de wereld) wordt bij herhaling de wens geformuleerd:
Moge deze vreugde die je hebt, doorgaan en groeien.
Moge je succesvol zijn en gewaardeerd worden.

Guy Armstrong (zie onder) gebruikt de woorden: ‘May your happiness and good fortune continue and increase'.
Gil Fronsdal (zie onder) benadrukt dat het gaat om delen (sharing, zegt hij) van vreugde. Je bent vrij woorden en vreugdevolle situaties te kiezen: wat maar werkt, gebruik je imagination. Begin je meditatie om in te zoomen op het verschijnsel ‘vreugde’, ga niet gelijk (‘formeel’) mediteren. Kies daarna frasen in vorm van intentie en wens, kies welke in je op komt bij deze persoon, zoals ‘may your joy continue' of ‘may your success continue'.
Ajahn Viradhammo (zie onder) benadrukt niet te sterk aan allerlei eigenschappen van een concrete persoon te denken maar aan je gevoel bij (de vreugde van) die persoon. En dan een frase als ‘may your joy continue'; en probeer je positieve empathie voor die persoon voor te stellen.

Opvallend vind ik de mededeling van Salzberg (die ik ook elders heb gelezen): “Traditioneel wordt medevreugde beoefend door het meeleven met anderen en niet ten opzichte van onzelf”; gelukkig vervolgt ze met “Wat essentieel is om ten opzichte van onzelf te ontwikkelen, is het vermogen om zich te verheugen en dankbaar te zijn.”(pagina 14) Goed gezegd, vind ik.

Levine laat de meditatie wel met de meditator zelf beginnen:
Moge ik de vreugde gaan waarderen die ik ervaar, zonder er aan te hechten.
Moge de vreugde die ik ervaar, continueren en groeien.
Moge ik vervuld zijn van dankbaarheid.


Gezien de diverse (Engelstalige) teksten die ik over mudita gelezen heb, zijn dit min of meer de standaard-teksten uit de Theravada-traditie, maar het merkwaardige is dat steeds de dubbele vreugde (van de persoon waaraan ik denk èn van mezelf) in de zinnetjes ontbreekt.
Verder moet ik zeggen dat ik daar iets vrijblijvends in vind zitten. Medevreugde beoefenen is voor mij pas echt van waarde, zeker als het gaat om de zo makkelijk optredende steken van jalouzie onder ogen te zien, als ik me echt de vreugde van een ander probeer voor te stellen; het succes, de welvarendheid, de vele (internet)volgers, het geslaagde gezin, de gepubliceerde boeken etc. In abstracte zin hopen dat alle levende wezens hun geluk en voorspoed mogen continueren is vergeleken daarmee tamelijk makkelijk. Daarentegen lees ik in diverse bronnen: ze werken wel, deze muditatie-meditatie maakt wel dat echte medevreugde ontstaat.
Omdat bovendien voor de meditatie wel concentratie vereist is (minstens wat meestal genoemd wordt ´toegangsconcentratie´), en denken en meditatieve concentratie maar beperkt samengaan, is volgens mij een meervoudige beoefening gewenst.

(1) Medevreugde beoefenen in het dagelijks leven is steeds mogelijk,
de moeilijkheid (voor mij) is dat het zo makkelijk door oordelen
wordt vertroebeld over over het geringe spirituele karakter van
de vreugde waarvoor dan medevreugde gevraagd wordt.

(2) Beoefening in de vorm van formele meditatie, waarvoor dan
gestandaardiseerde teksten als die van Salzberg, Levine en
anderen (zie verdere bronnen hieronder) gehanteerd kunnen worden.

(3) Contemplatie op de medevreugde, waarbij het woord ´contemplatie´
- los van de katholieke kontekst - omschreven kan worden als
´diep denken' over een samenhangende betrekkelijk korte tekst.
Een mooie contemplatie vind ik die van de monnik Nyanaponika (zie hieronder).

Wat betreft het in de eerste vorm genoemde probleem van het oordelen. Natuurlijk zijn er allerlei vormen van uiten van vreugde of redenen tot vreugde die niet mijn morele toets doorstaan, bijvoorbeeld als het om materiële of andere niet-spirituele vreugde gaat of er ordinair uiting aan wordt gegeven. Als extreme vorm wordt wel genoemd: sadistische vreugde, daar kan je toch geen mudita bij hebben, daar past eerder karuna (compassie)? Deze combinatie en balans tussen mudita en karuna lijkt me een goed onderwerp voor contemplatie maar de twijfel of de vreugde wel spiritueel genoeg is, moet me niet weerhouden, medevreugde te beoefenen. Zie hiervoor ook het citaat uit Nyanaponika hieronder.

De huidige mudita-meditatie wordt nog sterk beinvloed door de opvattingen van de vormgever van het Theravada-boeddhisme, Buddhaghosa. Wat ik vooral problematisch vind is zijn opvatting over de ‘nabije vijand’ van medevreugde (dat is een soort schijnbare vriend in deze orthodoxie). “Wanneer we uitbundig blij zijn om de materiële welvaart van een ander, dan is dat de naaste vijand van medelevende vreugde. Bijvoorbeeld als een vriend een prijs in de lotto heeft gewonnen of hij heeft een nieuwe stereo-installatie gekocht, dan delen we vaak in die vreugde. Maar dit is geen medelevende vreugde, omdat we in feite delen in de bevrediging van hebzucht of gehechtheid." (Manjuvajra, pagina 15). Letterlijk noemt Buddhaghosa ‘home life’ als de ‘near enemy’; zie het citaat uit zijn Visuddhimagga onderaan deze blog.
Ik vind daarvan: ik weet ook wel dat dit soort aanleidingen van vreugde onheilzaam zijn, en natuurlijk is al het (niet-spiritueel) succes betekenisloos; maar concentreer je nu een keer op medevreugde als je eigen gemoedstoestand, en niet op ethische opvattingen ten aanzien van anderen (dat komt wel weer aan de beurt).

Nog iets anders valt mij in het hoofdstuk 8 van Sharon Salzberg’s boek op:
Er komt zo weinig vreugde in voor!
Bijna alle tussenkopjes zijn tobberig van aard: beoordeling, vergelijken, vooringenomenheid, kleineren, afgunst, hebzucht, verveling.
Het psychologische proces van hoe vreugde bij de ander (bv een glimlach) zien vreugde op kan roepen komt niet aan de orde.

Wat in geen van de teksten voorkomt is een verwijzing naar bevindingen in recente neurowetenschap over het bestaan en functioneren van ‘spiegel neuronen'.
Medevreugde kan deels ontstaan omdat ik wil dat het ontstaat, maar deels is het ook een proces van empathie, ontstaan door het nog niet goed begrepen functioneren van deze neuronen. Datzelfde geldt trouwens compassie, de tweede van de Brahmavihara’s: ik lijd omdat (en doordat) jij lijdt.
Over spiegelneuronen zie de Nederlandse en de meer uitgebreide Engelse wikipedia.

========================================================================

Vindplaatsen van de Brahmavihara in de oude teksten.
Hoewel ze ook in het Mahayana worden beoefend, is de bron van de beoefening te vinden in de Pali Canon. In diverse sutta´s worden de Brahmavihara´s genoemd, meestal als viertal, soms alleen de metta zoals in de bekende Metta Sutta.
Wat betreft de verhouding Mahayana - Theravada: ik las onlangs de stelling van een boeddholoog dat in de Theravada vooral de metta (liefdevolle vriendelijkheid) wordt beoefend en in Mahayana vooral de karuna (compassie). Ik weet niet of dat echt zo is en hoe dat geïnterpreteerd moet worden (laten we dat ook maar niet proberen); maar: al is het niet waar, het is mooi gevonden.

Het meest uitgebreid komen de vier Brahmavihara’s aan de orde in het Tevijja-Sutta, de 13e van de Digha-Nikaya (Nederlands: De verzameling van lange leerredes).
Over mudita, in de vertaling van de Breet en Janssen:
“Met een geest vervuld van medevreugde doordringt hij zo lang als mogelijk één winstreek, evenzo de tweede, de derde en de vierde. Aldus doordringt hij zo lang als mogelijk de hele wereld overal, alom, naar boven, naar beneden en horizontaal met een geest vervuld van medevreugde, wijds, groots, onmetelijk, vrij van haat en vrij van boosaardigheid.”

Wat hier opvalt dat de medevreugde niet concreet gericht wordt op een persoon of personen
Wat ook opvalt als men de sutta’s vergelijkt waarin de Brahamavihara’s genoemd worden, dat het ultieme resultaat van (langdurig) in een verheven staat zoals ‘medevreugde’ verblijven, niet steeds dezelfde is. Soms is complete verlichting (‘ontwaken’ is een betere term) het resultaat en soms een van de grote stappen in dit pad. Duidelijk is wel dat het de bedoeling dat ze alle vier beoefend worden en dat het bepaald om meer gaat dan alleen maar een goed gevoel krijgen: het gaat om transformaties.

Andere plaatsen in de Pali Canon waarin ze voorkomen (met dank aan m’n vrienden van de Leidse leesgroep boeddhistische teksten):
Majjhima-Nikaya (De verzameling van middellange leerredes): MN 7, MN 40, MN 62, MN 99.
Digha-Nikaya 19.
Anguttara-Nikaya 10 208 Brahmavihara Sutta: The Sublime Attitudes (geen Nederlandse vertaling)


Internet-bronnen
Talks en guided meditations
(alles Engelstalig)
In volgorde van veel naar weinig enthousiasme (vreugde) bij mij oproepend:

http://www.audiodharma.org/talks/audio_player/1665.html
Dharma talk door Anushka Fernandopulle

http://www.dharmaseed.org/teacher/86/talk/9580/James Baraz's Dharma Talks

http://www.dharmaseed.org/teacher/79/talk/3841/
Mudita Guided Meditation, Guy Armstrong

http://www.audiodharma.org/series/1/talk/2822/
Serie guided meditations door Gil Fronsdal.
Vooral daarvan de weergave van Day 2: Part 1; de andere delen zijn overwegend talks.

http://diydharma.org/audio/by/title/mudita_intro_and_guided_meditation
Ajahn Viradhammo

http://www.youtube.com/watch?v=JPIIWNfUSPs
Deel 1 van guided medition door Bhante Buddharakita
De delen 2 t/m 5 zijn via de pagina van deel 1 op te roepen.


Teksten over mudita

Naast de betreffende hoofdstukken uit de boeken van Salzberg en Levine ken ik nog één andere Nederlandse tekst: De 4 Brahma Vihara's, door Manjuvajra, uitgegeven door ‘De drie Juwelen’, onderdeel van de Triratna-beweging (zie hier).



Verder een paar Engelstalige teksten die ik het interessantst vind:

http://vipassana.com/meditation/four_sublime_states_part2.php
Deel 3 van deze ‘Contemplation’ van Nyanaponika Thera over mudita

http://charlottebellyoga.com/mudita.html van Charlotte Belly

www.buddhanet.net/brahmaviharas/bvd087.htm van Mahasi Sayadaw (die van de vipassana-meditatie)

http://www.leighb.com/jhnbrmvhr.htm van Lloyd Burton en Leigh Brasington


http://vipassana.com/meditation/four_sublime_states_part2.php
In de laatste paragraaf van deze tekst geeft Nyanaponika Thera een beschouwing over de relaties tussen de vier Brahmavihara metta (love), karuna (compassion), mudita (sympathetic joy) en upekha (equanimity)
Ik citeer daaruit die passages waarin ‘sympathetic joy’ genoemd wordt. Interessant is dat Nyanaponika benadrukt dat de vier Brahaviharas elkaar niet alleen aanvullen maar soms ook (moeten) corrigeren.
Weliswaar is er sprake van een oplopende reeks (van een hierarchie) tussen de vier, met gelijkmoedigheid als culminatie, maar ook moet gezorgd worden voor het verkrijgen van een balans tussen de vier verheven ‘staten’.

The Inter-relations of the Four Sublime States
How, then, do these four sublime states pervade and suffuse each other?
...
Compassion prevents love and sympathetic joy from forgetting that, while both are enjoying or giving temporary and limited happiness, there still exist at that time most dreadful states of suffering in the world. It reminds them that their happiness coexists with measureless misery, perhaps at the next doorstep. It is a reminder to love and sympathetic joy that there is more suffering in the world than they are able to mitigate; that, after the effect of such mitigation has vanished, sorrow and pain are sure to arise anew until suffering is uprooted entirely at the attainment of Nibbana. Compassion does not allow that love and sympathetic joy shut themselves up against the wide world by confining themselves to a narrow sector of it. Compassion prevents love and sympathetic joy from turning into states of self-satisfied complacency within a jealously-guarded petty happiness. Compassion stirs and urges love to widen its sphere; it stirs and urges sympathetic joy to search for fresh nourishment. Thus it helps both of them to grow into truly boundless states (appamanna).
Compassion guards equanimity from falling into a cold indifference, and keeps it from indolent or selfish isolation. Until equanimity has reached perfection, compassion urges it to enter again and again the battle of the world, in order to be able to stand the test, by hardening and strengthening itself.
Sympathetic joy holds compassion back from becoming overwhelmed by the sight of the world's suffering, from being absorbed by it to the exclusion of everything else. Sympathetic joy relieves the tension of mind, soothes the painful burning of the compassionate heart. It keeps compassion away from melancholic brooding without purpose, from a futile sentimentality that merely weakens and consumes the strength of mind and heart. Sympathetic joy develops compassion into active sympathy.
Sympathetic joy gives to equanimity the mild serenity that softens its stern appearance. It is the divine smile on the face of the Enlightened One, a smile that persists in spite of his deep knowledge of the world's suffering, a smile that gives solace and hope, fearlessness and confidence: "Wide open are the doors to deliverance," thus it speaks.
Equanimity rooted in insight is the guiding and restraining power for the other three sublime states. It points out to them the direction they have to take, and sees to it that this direction is followed. Equanimity guards love and compassion from being dissipated in vain quests and from going astray in the labyrinths of uncontrolled emotion. Equanimity, being a vigilant self-control for the sake of the final goal, does not allow sympathetic joy to rest content with humble results, forgetting the real aims we have to strive for.

.....

========================================================================

Passages over ‘mudita’ in de Path of Purification (Visuddhimagga) door Ven. Buddhaghosa

Deze tekst uit de 5e of 6 eeuw is grondleggend voor het Theravada-boeddhismen en dus ook voor beoefeningen zoals de Brahmavihara-meditaties.
Nog veel van deze klassieke tekst is terug te vinden in opvattingen van hedendaagse leraren.
Niet ten onrechte, vind ik, maar wel moet bedacht worden dat het hier gaat om aanbevelingen aan celibatair moeten levende (jonge) monniken in een andere tijd en andere cultuur dan de onze.

[(3) GLADNESS]
84. One who begins the development of gladness (10) should not start with the dear person and the rest; for a dear person is not the proximate cause of gladness merely in virtue of dearness, how much less the neutral and the hostile person.
One of the opposite sex and one who is dead are also not the field for it.
85. However, the very dear companion can be the proximate cause for it—one who in the commentaries is called a “boon companion,” for he is constantly glad: he laughs first and speaks afterwards. So he should be the first to be pervaded with gladness. Or on seeing or hearing about a dear person being happy, cheerful and glad, gladness can be aroused thus: “This being is indeed glad. How good, how excellent!” For this is what is referred to in the Vibhaòga:
“And how does a bhikkhu dwell pervading one direction with his heart endued with gladness? Just as he would be glad on seeing a dear and beloved person, so he pervades all beings with gladness” (Vibh 274).
86. But if his boon companion or the dear person was happy in the past but is now unlucky and unfortunate, then gladness can still be aroused by remembering his past happiness and apprehending the glad aspect in this way: “In the past he had great wealth, a great following and he was always glad.” Or gladness can be aroused by apprehending the future glad aspect in him in this way: “In the future he will again enjoy similar success and will go about in gold palanquins, on the backs of elephants or on horseback, and so on.”
Having thus aroused gladness with respect to a dear person, he can then direct it successively towards a neutral one, and after that towards a hostile one.
87. But if resentment towards the hostile one arises in him in the way already described, he should make it subside in the same way as described under lovingkindness (§§14–39). .
He should break down the barriers by means of mental impartiality towards the four, that is, towards these three and himself. And by cultivating that sign, developing and repeatedly practicing it, he should increase the absorption to triple and quadruple jhána in the way already stated under loving-kindness.
Next, the versatility consisting in unspecified pervasion in five ways, specified pervasion in seven ways, and directional pervasion in ten ways, and also the advantages described as “He sleeps in comfort,” etc., should be understood in the same way as stated under loving-kindness.
This is the detailed explanation of the development of gladness.

Note 10. Muditá—“gladness” as one of the divine abidings is always in the sense of gladness at others’ success. Sometimes rendered as “altruistic joy” and “sympathetic gladness.”
.....

“100. Gladness has joy based on the home life as its near enemy, since both share in seeing success. Such joy has been described in the way beginning, “When a man either regards as gain the obtaining of visible objects cognizable by the eye that are sought … and associated with worldliness, or recalls those formerly obtained that are past, ceased, and changed, then joy arises in him. Such joy as this is called joy based on the home life” (M III 217). And aversion (boredom), which is dissimilar to the similar joy, is its far enemy. So gladness should be practiced free from fear of that; for it is not possible to practice gladness and be discontented with remote abodes and things connected with the higher profitableness simultaneously.”


Voor de echte diehards:
De hele Visuddhimagga (ruim 800 pagina’s) is hier in Engelse vertaling te lezen.

woensdag 21 maart 2012

Mindfulness en het Boeddhisme, een dialoog

Een paar weken geleden ontdekte ik de blog van Dorle Lommatzsch, ‘Op zoek naar jezelf’ (hier), onderdeel van haar koppel websites www.opzoeknaarjezelf.nu en www.openbewustzijn.nl/
Daar stonden een aantal teksten over over mindfulness, in relatie tot het boeddhisme: een uit september 2011 en een aantal uit mei van dat jaar.
Heldere teksten, maar ook een mooie aanleiding voor mij wat critische kanttekeningen te maken over die relatie.
Het lukte me niet die reactie op die blog te krijgen, daarom mailde ik het haar, en kreeg een reactie. We spraken af onze dialoog te bloggen.
Hieronder het begin van de september-blog van Dorle
Vervolgens mijn reactie, per passage afgewisseld door een repliek door Dorle.
Tenslotte een nawoord van ieder van ons.
In mijn samenvatting: we zijn het nog steeds oneens maar op een hoger niveau.


Mindfulness: een geschenk van het Boeddhisme aan het Westen
by Dorle Lommatzsch , 15 september 2011

Sinds honderden jaren zijn wetenschap en religie gescheiden werelden. Of nog sterker: werelden die elkaar uitsloten of bevochten. Nu blijkt er door de huidige toepassing van mindfulness ( die zijn oorsprong kent in de vipassana, een meditatie-training uit het boeddhisme) een combinatie mogelijk te zijn tussen westerse psychologie en boeddhistische psychologie.

Lees meer van dit artikel
Lees meer over Boeddhisme en mindfulness


Reactie op ‘Mindfulness een geschenk van het Boeddhisme aan het Westen ‘, en antwoord

Joop
Hallo Dorle, graag reageer ik op het thema van de relatie tussen ‘mindfulness’ en ‘Boeddhisme als religie’ (de relatie tussen elk van deze twee en ‘wetenschap’ laat ik buiten beschouwing)
Ik ben blij dat je de relatie met het boeddhisme in ieder geval noemt, in veel teksten over mindfulness wordt deze bron verdonkeremaand. Ik weet het, men zegt desgevraagd daar goede bedoelingen mee te hebben, namelijk dat het noemen ervan een drempel opwerpt, maar voor mij is dit verzwijgen een vorm van onzuiver spreken en dus ethisch onjuist.

Ook ben ik het met je eens als je afsluit met "Toch vertoont de huidige toepassing van mindfulness een ernstig gebrek: zij dreigt haar boeddhistische wortels uit het oog te verliezen en daarmee de grond die nodig is om de rijkdom van de eeuwenoude mindfulness verder te ontginnen en te ontvouwen. Deze grond heb je mijns inziens nodig, wil je de volle vruchten kunnen plukken in de kruisbestuiving van boeddhistische en westerse psychologie."

Maar ik ben het ook op een aantal punten met je oneens.
Om te beginnen: je noemt mindfulness een geschenk van het Boeddhisme aan het Westen.
O Ja? Wie heeft dat dan geschonken? ‘Het Westen’ heeft genomen en niet gekregen; om met de Susima Sutta te spreken: gestolen van de Dhamma.

Dorle
Geschenk zie ik hier in een wijder perspectief. Er zijn macro-ontwikkelingen in de wereld die we op korte termijn misschien als nadeel, ongeluk of lijden beschouwen (zoals b.v. de gedwongen verhuizing van de Dalai Lama en vele ander boeddhistishe leraren uit Tibet) maar op lange termijn misschien als zegen. Zo beschouw ik het gebruik van mindfulness binnen de MBSR (Mindfulness Based Stress Reduction) en de MBCT (Mindfulness Based Cognitive Therapy) ook vanuit een ruimter perspectief. Op korte termijn en vanuit een sangha perspectief zou je misschien kunnen zeggen dat de Dharma hier gestolen wordt. Maar misschien is dat wel precies dé stap die nodig is om grote groepen mensen weer in contact te brengen met hun oorspronkelijke spirituele wezen? Misschien kunnen we over twintig jaar zeggen dat door de ontwikkelingen rond de huidige toepassing van mindfulness het respect en de waardering voor bewustzijnstraining en contemplatie - die ooit in her verdomhoekje van ‘zweverige religie’ zaten - in ere werd hersteld? En leidt een bewustzijnstraining op boeddhistische grondslag niet altijd op den duur naar spirituele bewustwording? Hoe beperkt het MBSR programma ook is, ik ervaar het als een veelbelovend begin met een enorme potentie tot verdieping en ontvouwing voor ons spirituele wezen. Ik ben laatst op een netwerkdag geweest van mindfulness-trainers. Ik kreeg daar een echt sangha-gevoel (als je weet wat ik bedoel): ik ontmoette daar allemaal mensen die geraakt en blij waren met de diepte en echtheid die het werken met mindfulness teweeg brengt, bij hunzelf en bij hun cursisten en cliënten. Er zijn misschien meer overeenkomsten tussen MBSR/MBCT trainers en boeddhistische sangha’s dan we denken. Misschien valt dit me op omdat ik me in beide ‘kringen’ beweeg.

Joop
In je blog van 21 mei zeg je: "De aandachts- en stress-reductie training MBSR van Jon Kabat-Zinn is gebaseerd op een meditatie-training uit het boeddhisme maar ontdaan van boeddhistische culture uitingen"
Nu wordt het lastig want dat komt erop neer dat je een onderscheid maakt tussen:
- het Boeddhisme als religie
- Boeddhistische culturele uitingen
- Boeddhistische psychologie

Dorle
Wat vind je daaraan lastig? Ik heb zelf - na veel pogingen om me aan te passen aan Tibetaanse religieuze rituelen, die ik trouwens zeer waardeer – vooral baat bij de vlijmscherpe boeddhistische psychologie. De satipatthana soetra is voor mij een goudmijn, die ik steeds weer opzoek en waarin ik telkens weer nieuwe schatten mag delven ( en uitdelen).

Joop
Je begint je tekst met het positieve nieuws (hoewel met een sprong van ‘religie’ naar ‘psychologie’) dat met de komst van mindfulness religie en wetenschap niet langer meer gescheiden werelden hoeven te zijn.
Mijn probleem is dat het Boeddhisme niet gereduceerd kan worden tot Boeddhistische psychologie (en al helemaal niet tot cultuur).
Het Boeddhisme zoals het ontstaan en nog steeds beoefend wordt in Azië, is een religie. Het doel ervan wordt meestal verlichting, of beter: ontwaken, genoemd. Uiteindelijk is dat een niet-werelds doel. De psychologie is slechts één van de middelen tot dat doel.

Dorle
Ja, in Azië is het een religie. Maar hier? Wat zijn voor jou de meest kostbare lessen? Heb jij traditionele rituelen nodig om als westerse mens de rijkdom van het boeddhisme te ontginnen? Jij schrijft zelf dat vooral het ‘zitten’ voor jou betekenis heeft. Bovendien heeft het woordje ‘psychologie’ hier in het westen een andere betekenis dan in het boeddhisme. Onze westerse psychologie stopt haar onderzoek zodra de mens weer ‘normaal’ en aangepast is. De boeddhistische psychologie legt onze fundamentele neurotische structuur bloot en kent dan nog een groot gebied ( misschien het grootste) waarin we leren onze oorspronkelijke goedheid in als zijn vormen (karuna, mudita, metta etc) te cultiveren en te leven. In deze zin is de boeddhistische psychologie voor mij als westerling volstrekt voldoende om mijn spirituele pad te gaan. Dat vind ik ook het meest prachtige: diep onderzoek is alles wat ik nodig heb - net als Boeddha Shakyiamuni - om wakker te worden uit mijn aannames en denkbeelden en om een vrij mens te worden.

Joop
Je sluit af met "De boeddhistische psychologie heeft namelijk nog meer cadeaus in petto"
Afgezien van het woord ´cadeaus´ ben ik het met je eens.
Alleen zou ik het anders zeggen: het beoefenen van het Boeddhistische pad is niet alleen het beoefenen van mindfulness. Het is het Achtvoudige Pad, en mindfulness is slechts één van de onderdelen daarvan. ´Wijsheid´ bijvoorbeeld, en dat is geen psychologisch begrip. En ethisch gedrag, een nogal verwaarloosd aspect in Westerse toepassingen van het Boeddhisme.

Dorle
Ja, zo is het vanuit boeddhistisch perspectief preciezer geformuleerd. Maar ik had in mijn blog geen boeddhistische publiek voor ogen, maar meer een gemiddelde Nederlander. In zo’n artikel vermijd ik dan ‘vaktermen’.

Joop
Waarom zit dit mij zo dwars?
Vanwege het ´nemen zonder het gegeven is´
Maar ook omdat ik vrees dat dit het Boeddhisme op lange termijn schade doet. ´Mindfulness´ als therapeutische coachings-methode is een hype; over bijvoorbeeld twintig jaar is die hype over. En is dan het Boeddhisme niet leeggeroofd? In de zin dat niemand het als religie meer wil beoefenen?

Dorle
Wat bedoel je met ‘ als religie beoefenen’? Is zitten mediteren met als achtergrond de vier grondslagen van aandacht ( want hierop is het MBSR programma gebaseerd) geen spirituele beoefening? Voor mij is dat juist de kern. Bovendien geloof ik in macro-ontwikkelingen die wij niet kunnen overzien. Een traditie van meer dan 2000 jaar heeft haar eigen leven en dynamiek. Dat is niet zomaar ‘leeg te roven’.
En dan nog dit: Ik voel me dankbaar dat ik het boeddhisme heb leren kennen met al zijn rijkdommen. Ik heb jarenlang ingewikkelde tibetaanse rituelen uitgevoerd en besefte: de meeste mensen zullen dit nooit doen. Toch is er zoveel lijden. Wat kan ik uit het boeddhisme aanreiken zodat de gewone lijdende oftewel gestreste mens het waardevol vindt om zich ermee in te laten? Dat werd iets anders dan tibetaanse gebeden, mantra’s en ingewikkelde visualisaties. Dat werd in mijn praktijk als meditatieleraar ‘leren mediteren’ en later ‘mindfulness’. Gewoon omdat dat woord deuren opent zodat ik mijn missie kan uitdragen: de geschenken uit het boeddhisme zo vertalen dat mensen het als geschenk kunnen herkennen. De hele trend mindfulness kun je verfoeien, maar je kunt hem ook gebruiken door te zorgen dat de diepte en rijkwijde daarvan niet uit het oog wordt verloren. Ik heb dat trouwens in mijn boeken proberen te doen: geen boeddhistische terminologie, maar eigentijds taalgebruik waarin de gestreste mens stap voor stap haar lijden leert omarmen om zo naar een echte basis van geluk en welzijn toe te groeien. De satipatthana soetra was mijn leidraad en mijn gids. De manier waarop ik het aanbied is een eigentijdse en creatieve vorm geboren uit compassie en gevoed door mijn passie voor het boeddhisme. In die zin voel ik me verwand aan Jon Kabat-Zinn.

Joop
Want dan kom ik bij een ander probleem bij je onjuiste gebruikte termen als ´geschenk´ en ´cadeau´: het zijn prettige woorden, ze vertegenwoordigen een soort feelgood-boeddhisme waarin een waarheid als lijden (dukkha) ook in verdonkeremaand is.
Nogmaals: ik waardeer veel van wat je schrijft, net zo als ik de wereldse betekenis van mindfulness best waardeer maar zou graag hebben men ook de nadelen van en ethische bezwaren tegen deze reductie van het Boeddhisme ziet.

Dorle
Nou, lieve Joop, ik hoop dat deze antwoorden je prikkelen en aanzetten tot een reactie. Vast wel. Hoop dat ze ergens in je blog een plek kunnen vinden. Hartelijke groet
Dorle


Nawoord, door Joop
Dank zij je oprechte poging je in mijn probleem te verdiepen ben ik jou en de mindfulness-beweging beter gaan begrijpen. Maar mijn probleem met het overhevelen van inhoud van het sacrale naar het practische is gebleven. Laat ik je een denkoefening voorleggen om dat probleem te verduidelijken: stel de (psycho)farmaceutische industrie brengt een pil op de markt met als bewezen claim dat die hetzelfd effect heeft als een lange mindfulness-cursus, daarna is slechts een maandelijkse onderhoudsdosis nodig, oefeningen zijn niet meer nodig: wat zouden je argumenten zijn bij deze ontwikkeling?
In ieder geval, Dorle, heb je me gestimuleerd gericht te gaan nadenken en schrijven aan m’n blog over ‘boeddhisme als religie’ zoals ik in m´n blog van 18 maart heb aangekondigd. Niet om anderen te overtuigen maar om het voor mezelf helder te krijgen.
Wat ik niet begrijp is dat je zelf wel put uit de bron van het boeddhisme maar Kabat-Zinn en jij daar niet over vertellen, dan weet de volgende generatie docenten/trainers/leraren - of de generatie daarna - toch helemaal niets meer van die bron en droogt ie op ?
Je maakt ook een aantal inhoudelijke opmerkingen over de Dharma waarop ik kort wil reageren. Een eerste betreft wat je zegt over het Tibetaans boeddhisme (gebeden, mantra’s, visualisaties): met die religie voel ik ook geen verwantschap, wel met de meer ingetogen (apollinische) vormen van boeddhisme. Maar misschien heb je de sprong naar Theravada (waar de satipatthana sutta onderdeel van uitmaakt) al gemaakt? Inderdaad: ik noem een verschil een verschil.
Een tweede opmerking waarop ik iets wil zeggen, is je uitspraak "... mensen weer in contact te brengen met hun oorspronkelijke spirituele wezen? " Voor mij wordt hiermee het begrip ‘anatta’ (niet-zelf, geen ziel) ondergraven. Mijn vraag: hebben (of zijn) wij een oorspronkelijk spiritueel wezen? Hebben we misschien juist in essentie geen gebruiksaanwijzing, geen doel, geen wezen?
Volgens mij zijn we nog lang niet uitgepraat.

Nawoord, door Dorle
Wat is het verschil tussen het sacrale en het praktische? Heeft het achtvoudige pad niet ook een onderdeel waarin je jezelf traint om heel praktisch je inzichten en meditatietraining in je spreken, handelen en levensonderhoud uit te drukken? De ethische training maakt onze spirituele beoefening pas rond. Ik ben juist gefascineerd door de mogelijkheid het sacrale in het praktische te leven. En het praktische dagelijkse handelen uitdrukking te laten zijn van het heilige (in de zin van: dat, wat heel is). Verlichting betekent voor mij dat er geen onderscheid meer is tussen het midden in de wereld staan vanuit mijn diepste heelheid.
Wat de denkoefening betreft: Ten eerste geloof ik niet dat een pilletje een bewustzijnstraining kan vervangen. En daarnaast zou ik – als er zo’n bewering door de farmaceutische industrie zou worden gemaakt – met openheid en zonder vooringenomenheid de mogelijkheid onderzoeken.
Vertelt Jon Kabat-Zin niet over zijn bronnen? Dan ben je slecht geïnformeerd. Dat doet hij wel. Ik heb hem zelfs de satipatthana-soetra horen reciteren. En ik vertel zeker over mijn bronnen. Dat is juist mijn missie. In mijn boek heb ik het in de inleiding genoemd en vele malen ook in de tekst (maar dan zonder boeddhistische termen). In mijn opleiding tot Mindful Coach staat het boeddhisme juist centraal. Ik heb verschillende MBCT-trainers onder mijn studenten die juist om die reden deelnemen: ze krijgen gedegen informatie over de boeddhistische bronnen en leren van daaruit zekerder met de boeddhistische psychologie en de MBCT te werken.
Wat het Tibetaanse boeddhisme betreft: ikzelf heb juist veel affiniteit met mantra’s moedra’s en visualisaties. Het heeft mij veel goeds gebracht. Ik heb het heilzame effect ervan ondervonden. Maar het Theravada sluit zoveel dichter aan bij onze westerse geest, die het mystieke onzin vindt - of minstens verdacht- en zelf wil onderzoeken. Dat heb ik natuurlijk ook in me. Tot mijn verbazing kwam ik door nuchter zelfonderzoek in het gebied van het mystieke. En om je vraag naar anatta te beantwoorden: Door gericht zelfonderzoek kom ik uit op ervaringen waarin niet-zelf, leegte of non-dualiteit de diepste grond blijken te zijn. Als ik mijn beleving van een zelf serieus neem en open en onbevooroordeeld onderzoek kom ik vanzelf uit op egoloosheid. De meeste mensen zoeken naar zichzelf. Welnu, laten we daarmee beginnen, om het niet-zelf als diepste grond te leren kennen. Mijn reden om over ‘een oorspronkelijk spiritueel wezen’ te spreken is daarom van praktische aard: Ik wil met mijn taalgebruik graag mensen bereiken en niet afstoten.
Mijn vraag aan mezelf en ook aan jou is nu: als ik door nuchter onderzoek het mystieke kan ontdekken, wat is dan mystiek? Misschien beleefde kwantumfysica? En zitten we dan niet dicht bij het gegeven dat mystieke en religieuze ervaringen en grond hebben in dezelfde werkelijkheid die ook de wetenschap onderzoekt? Misschien een thema voor een volgende bloguitwisseling.
Hartelijke groet
Dorle

zondag 18 maart 2012

Voorgenomen teksten van een niet-netwerker - Over mindfulness, religie, mudita, leegte, BUN en dood

Als ik reflecteer op de serie blogs vanaf oktober, toen ik opnieuw actief met schrijven begonnen ben, dan zijn ze bijna allemaal impulsief ontstaan. Ik had geen plan voor een serie teksten, alleen een idee dat er variatie in moest blijven.
Af en toe dacht ik wel: ik schrijf wel veel, gaat dit niet opdrogen? Maar dan kwam er weer een onderwerp op, en lukte het me, erover te schrijven.
Nu is er in de loop van de laatste maanden een serie onderwerpen opgekomen en lukt het schrijven wat minder. Geen writers block of zo, denk ik, maar het gevolg van m’n streven meer persoonlijk te gaan schrijven, tot nu toe heb ik mezelf behoorlijk weten te verstoppen in deze blogs, behalve dan m’n boosheid over het landelijk georganiseerde boeddhisme en het ‘boeddhisme in de uitverkoop’.

Aankondigingen is een te stellig woord, misschien komt er een blog, misschien niet, maar ik heb wel een serie schrijf-voornemens voor deze lente.

Mindfulness
Samen met een vriendin probeer ik in dialoogvorm te schrijven over de verhouding tussen mindfulness (à la Kabat-Zinn) en het boeddhistische pad.
Daarover heb ik al meer geschreven, meestal critisch, afwijzend, maar nu gaan we daar meer opbouwend mee om.

Religie
Met enige regelmaat neem ik stelling in de discussie over de vraag: is het boeddhisme een religie of is het een levensfilosofie? Meestal kies ik dan voor ‘religie’ uit afkeer van de vaagheid en vrijblijvendheid van het als filosofie benoemde alternatief.
Maar ook kies ik vaak stelling in de discussie over ‘boeddhisme zonder geloof’, zoals Stephen Batchelor dat heeft genoemd.ook wel agnostisch boeddhisme, seculier boeddhisme etc. Dit boeddhisme staat dan tegenover het ‘religieuze boeddhisme’ al noemt niemand dat zo, bedoeld wordt het traditionele Aziatische boeddhisme. Eén van de centrale discussiepunten is dan het geloof in reincarnatie, en hoewel ik dat wel geprobeerd heb, blijk ik daar niet in te geloven.
Hoe deze twee stellingsnamen te verenigen? Want ook zonder reincarnatie zijn er genoeg transcendente aspecten in de beoefening en de doelen van het boeddhisme., niet het reeel bestaande maar het boeddhisme in m’n hoofd.
Stof voor een tekst, ook als ik er nog niet uit ben.

Mudita
De minst bekende van de Brahmavihara’s, de vier onmetelijkheden.
Metta (liefdevolle vriendelijkheid), karuna (compassie) en upekkha (gelijkmoedigheid) zijn bekend, ook als meditatievorm. Maar wie had in het ernstige boeddhisme, en zeker in Theravada, de vreugde en de medevreugde verwacht? Want daar gaat het om bij mudidatie (een grappige verschrijving: ik bedoel meditatie).
Als ik er nu over zou schrijven, en ik heb me er al behoorlijk in verdiept, dan zou ik schrijven: waarom is het zo moeilijk om over mudita te schrijven? Raar dat het meeste dat ik erover gelezen heb, helemaal geen vreugde uitstraalt.
Maar als er een onderwerp is waarvan ik durf te zeggen: wat in het vat zit, dan is het wel mudita.

Leegte in de Theravada
‘Sunyata’, het Sanskriet-woord meestsal vertaald met ‘leegte, wordt als een typisch Mahayana-woord gezien.
Toch komt het in Theravada, precieser: in het vroege boeddhisme, ook voor. Daarvoor heb ik al de nodige teksten verzameld, boeddhologische en oude teksten.
Al van het begin van mijn beloangstelling voor het boeddhisme fascineert sunyata me,
Erover schrijven heb ik al een paar keer uitgesteld. Voornamelijk omdat ik ook m’n eigen ervaringen ermee aan de orde wil stellen, en die zijn tamelijk diffuus.
Het komt wel een keer.

Hoe is het toch met de BUN?
Ik vergeet m’n oude object van aandacht niet. Alleen gebeurt er niet zoveel in en om de BUN.
M’n vrienden bij *openboeddhisme* schrijven voortreffelijke stukken maar oogsten stilte.
Misschien is m’n mening dat de BUN zichzelf beter kan opheffen, al werkelijkheid geworden en weet ik dat alleen niet? Er komt vast wel een aanleiding om te schrijven de komende maanden.
Dan wel vanuit het perspectief waarmee het allemaal begonnen is: de toekomst van het boeddhisme, in onverdunde vorm, in Nederland; een toekomst die door het opportunisme van BUN-bestuurders schade is toegebracht.

De dood
Ben ik toch steeds meer mee bezig, m’n eigen dood dan met name.
Iets origineels of boeddhistisch-origineels kan ik er niet over vertellen, hoeft gelukkig ook niet.
Kijken waar ik uit kom.
Christa Anbeek's 'Overlevingskunst' en Irvin Yalom’s ‘Tegen de zon inkijken; doodsangst en hoe die te overwinnen' komen er vast wel in aan de orde.



Zie hier haar website

donderdag 1 maart 2012

Geluk, de grote illusie

Onderstaande tekst is m’n vertaling van een artikel van Dana Nourie van de ‘Secular Buddhist Association’. Ik vond het in dezelfde week als waarin aandacht werd besteed aan de oprichting van de Partij voor Geluk door een aantal Zen-boeddhisten. Zie hier en hier en hier.

Dit artikel geeft mijn benadering van (het streven naar) geluk goed weer, die ik samen kan vatten met: men het gebruik van het woord ‘geluk’ beter vermijden.

Als ik m’n woordenboek volg, moet ‘happiness’ met ‘geluk’ worden vertaald en ‘happy’ met ‘gelukkig’.
Ik volg dat zoveel mogelijk maar wil wel benadrukken dat Nourie, als ze het over happiness (geluk) heeft, op het momènt van gelukkig zijn doelt. In het Nederlands worden de twee begrippen nogal eens door elkaar gebruikt en kan zowel ‘geluk’ als ‘gelukkig’ als zowel een momentane als een permanente staat betekenen. Dat de idee van permanentie een illusie is, daarover gaat haar artikel.

Ze stoelt haar betoog duidelijk op meditatie-ervaringen en dat kan de indruk wekken dat het egocentrisch is, gericht op het eigen wel of niet gelukkig zijn.
De lijn kan echter doorgetrokken worden bij het toewensen van geluk aan anderen, dan meestal ‘liefdevolle vriendelijkheid’ (metta) genoemd, vergelijk m’n blog uit november hierover. Ik wens dat een ander gelukkig is (maar weet tegelijk dat dat nooit perfect want niet permanent zal zijn).
Sterker nog: het betreft ook het kunnen constateren dat een ander niet gelukkig is (op dit moment) en daar compassie voor hebben, en iets aan doen (al zijn boeddhisten daar meestal niet zo goed in).

Ik herken me goed in wat Buddhadasa, de 20e eeuwse Thaise monnik over happiness (in Pali: sukha) zegt. Het is in de meeste talen een tweeslachtig woord waardoor het lang niet altijd duidelijk is wat mensen bedoelen als ze het gebruiken.
Buddhadasa maakt – net als bij een serie andere woorden - het onderscheid tussen ‘alledaagse taal’ en ‘Dhamma taal’. Naast ‘geluk’ zoals gebruikt in het alledaagse leven is er een ander soort geluk, het geluk dat ontstaat met het realiseren van het uiteindelijke doel van het leven (de verlichting, het ontwaken). Als je, bijvoorbeeld in een retraite, het eerste soort geluk verwacht en de leraar heeft het alleen maar over de tweede soort, dan kan je makkelijk teleurgesteld raken.
Het eerste soort geluk is er wanneer een bepaald soort honger of wens wordt bevredigd. In de Dhamma-zin van het woord echter is er helemaal geen honger of wens, daar ben je vrij van, spiritueel vrij, legt Buddhadasa uit.

Zelf werd ik (toen ik wist jong en dacht existentialist te zijn) aangesproken door wat de schrijver en filosoof Albert Camus zegt in z’n boek ‘De mythe van Sisyphus’. De straf die Sisyphus was opgelegd (door de Griekse goden) voor zijn hoogmoed, was dat hij eeuwig een zware steen de berg op moet duwen, te zien hoe deze weer naar beneden rolt en opnieuw te beginnen. Hoewel zijn arbeid zwaar en nutteloos is, vraagt Camus ons in te beelden dat Sisyphus rustig de berg afloopt, zijn steen achterna. Naar beneden wandelend, wordt hij zich bewust van het absurde van zijn situatie; maar juist dan, zegt Camus, “moeten we ons Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen.”
Misschien niet helemaal een boeddhistische benadering. Of toch wel: het lijkt wel mediteren ?

Dan maar ongelukkig? Dat zou een heel verkeerde conclusie zijn. De onvermijdelijkheid van het lijden (dukkha) betekent dat voor mij helemaal niet. Veel vormen en zeker de mate van ongelukkig zijn is vaak nodeloos en nutteloos. Dit ongelukkig zijn kan ik verminderen, bij mezelf en bij anderen; ook dat weer zonder – op werelds niveau – illusies te hebben dat het perfect gaat worden.
Overigens kan ik heel goed gelukkig zijn, en daar ook van genieten. Zowel een lange onderstroom van me realiseren dat ik - tot nu toe – geluk heb gehad in m’n leven met bv gezondheid, relaties, inkomen; als ook die korte momenten van intens ervaren, van een zonnestraal, van een glimlach, van een goed gecomponeerde tekst.

Ik heb me duidelijk niet gehouden aan m’n eigen advies, het gebruiken van het woord ‘geluk’ te vermijden. Dan nu maar Dana Nourie.


Geluk, de grote illusie - door Dana Nourie

De meesten van ons zijn opgegroeid met verhaaltjes die eindigen met “En toen leefden ze nog lang en gelukkig”. Onze media benadrukken voortdurend hoe belangrijk geluk is, alsof elke andere mentale staat verwerpelijk is. We trekken naar mensen toe die gelukkig lijken te zijn; en laten we het maar toegeven, we genieten van het gevoel van geluk.
Maar wat ik in de loop van de jaren steeds weer merkte was dat mensen naar het boeddhisme komen in de hoop om geluk te vinden. Zij denken dat ‘ontwaken’ een staat is van constant gelukkig zijn. En als ze ontdekken dat de beoefeninghen juist in het hart van de realioteit doet belanden, wat neerkomt op een heleboel verandering en lijden, raken ze ontgoocheld, teleurgesteld. Zij willen Geluk.

In een discussie onlangs op Facebook viel het me op dat de meeste mensen geluk als een verwachting hebben. In feite ging een vrouw zo ver dat ze zei dat naar geluk aan het “jagen” was, en dat dat het doel van haar in het leven was geworden. Ik heb grote compassie voor deze vrouw, omdat ik weet dat teleurstelling een verlammend metgezel voor haar blijft zolang als ze geluk ziet als een doel of verwachting.

Ja, ik weet het, we hebbenn allemaal een net iets andere definitie van wat ‘geluk’ is. En toch, afgezien van jouw definitie van geluk, is net zoals al het andere in het universum, geluk tijdelijk (impermanent).
En even belangrijk: geluk ontstaat, net als alle andere fenomenen, als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, interne condities en externe condities. Tenzij je de controle hebt over al deze condities en ze voortdurend kan vasthouden, komt geluk op en verdwijnt het weer net zoals alle andere zaken in het leven.
De opvatting van geluk die ons door onze samenleving wordt aangereikt, is er een van illusie. Het is de grote geluksillusie waar we onaandachtig in stappen. Geluk najagen is het najagen van een regenboog. Hoe dichter je er bij lijkt te komen des te meer het ontwijkt. Om een verwachting te vestigen op geluk kan neerkomen op het zetten van verwachtingen op andere mensen of relaties om jou gelukkig te maken. Dat is een scenario voor teleurstelling.

In het beoefenen van het boeddhisme zetten we niet onze verwachting op geluk, we maken van die verwachting een onderwerp van aandacht. Door het op die manier zien we de geluksverwachting voor wat het is en hoe het functioneert:
“Op voorwaarde van een contact die als ‘geluk’ ervaren wordt,
ontstaat het mentale vermogen van gelukkig zijn.
Wanneer men gelukkig is, onderkent men ‘Ik ben gelukkig’.
Als dat contact waardoor geluk wordt ervaren, wegvalt,
onderkent men ‘Wat was ervaren als geluksgevoel, houdt op en valt stil’.
“
De Katthopama Sutta (SN 48.39)

De volgende keer als je je gelukkig voelt, wat je definitie er ook van is, merk dan op welke voorwaarden het opkomen ervan veroorzaakten. Deed iemand iets aardigs voor je, of zei die iets aardigs? Ben je in een vredige stemming, waarvan je rustig en ontspannen kunt genieten? Deed je iemand een plezier en maakte dat dat je je goed van binnen voelt?
Overdenk de voorwaarden die nodig waren teneinde het gevoel van geluk te laten opkomen. Onderzoek (bij jezelf) hoe geluk voelt. Ontstaan gelukkige gedachten als gevolg van dat gevoel? Hoe reageert je lichaam op het gevoel van geluk? Ben je aan het hopen dat het geluk aanblijft?
Als het geluk vervaagt of helemaal verdwijnt, observeer dan wat er dan aan het bewegen is. Hoop je dat het gelukkig zijn terugkomt? Heb je je aandacht verschoven naar iets anders, zonder te hechten, zonder teleurstelling?
Bekijk gedurende één dag hoe vaak geluk opkomt en weer verdwijnt. En hoe vaak in een week? Is het gevoel van geluk iets dat je werkelijk nodig hebt om het dierbare te grijpen en vast te houden? Of kan je ervan genieten op het moment dat het er is en toelaten dat het weer wegsluipt, het te zien als iets dat komt en gaat?
Doe hetzelfde voor het omgekeerde van geluk, namelijk ongelukkig zijn. Onderzoek het aandachtig. Komt het op als gevolg van interne en externe voorwaarden? Wat zijn je reacties? Hoe voelt dat in je lichaam? Bied je er weerstand aan, wensend dat dat gevoel weggaat, of kan je er gewoon bij blijven en kijken naar wat er op een natuurlijke manier gebeurt?

Ik zeg niet dat je geen voorwaarden moet koesteren die geluk helpen creëren. Als het je lukt als ze te identificeren en er aan werkt. Voortreffelijk. Maar wees voorzichtig met het hebben van de verwachting van geluk. Zie het onder ogen: ellende gebeurt nu eenmaal (shit happens), in allerlei soorten en maten. De oefening is dus om aandachtig te zijn op alles wat opkomt, en er niet op te reageren met hechting of aversie.
Ik zeg ook niet dat je niet moet proberen dingen voor anderen te doen die kunnen maken dat ze gelukkig zijn. Zeker, dat moet je proberen, en als je geluk als resultaat krijgt: schitterend. Let er alleen wel op als geluk opkomt, hoe het opkomt; en denk er steeds aan, alles is vergankelijk. Het vasthouden aan iets dat vergankelijk is, elk moment kan veranderen, is voor jezelf een scenario opstarten tot verder lijden.
Geluk is heerlijk om te ervaren; het is zelfs nog fascinerender om met een open geest en de bereidheid te laten gaan, los te laten, bij jezelf te onderzoeken wat er gebeurt. Je zult op een aangename manier verrast raken door de resultaten.


Bron van het Engelse origineel. Vertaling geplaatst met toestemming van de auteur.

vrijdag 10 februari 2012

Nederlandse boeken over boeddhisme

Een speciaal boekennummer. Met alleen Nederlandse boeken.
Dit is een belangrijke beperking omdat in m’n zoektocht (hieronder beschreven) het aantal Engelse boeken het tienvoudige van het aantal Nederlandse blijkt te zijn.
Maar toch: genoeg om te lezen.

Alleen kwantitatief
Een tweede beperking is dat ik hier alleen kwantitatief kijk, naar aantallen boeken, en in lichte mate met thematische onderverdeling.
Ergens in de komende weken/maanden zal ik meer kwalitatief zijn, informatie over de inhoud en een (subjectief) oordeel over de boeddhistische kwaliteit van een aantal boeken geven. Ik heb nog wat te lezen.
Een ¨paar besprekingen kondig ik vast aan, en geef een impressie van hoe ze kunnen uitpakken.

Een onderzoekje
Boeken kan je natuurlijk het best kopen bij een lokale boekwinkel.
Maar soms is bestellen via internet makkelijker. Ik doe dat soms bij Bol.com en soms bij de (Amerikaanse) Amazon.com. Soms zoek ik alleen op hun websites en ga dan naar m´n boekwinkel kopen/bestellen.
Onderstaand overzicht hebt ik via de uitgebreide zoekfuncties en verfijningen van Bol.com gemaakt
Verder alleen nieuwe boeken, de tweedehandse heb ik er uit gelaten; wel is er een toenemend aantal e-boeken.

Voor wie dit zelf ook wil doen: Voer tamelijk boven het resultaat van Bol links van het woord ZOEKEN een woord intypen; en vervolg in de rubrieken links met verdere verfijningen.

Er is één beperking. Er kan met de zoekfuncties geen onderscheid gemaakt worden tussen vertaalde en origineel in het Nederlands geschreven boeken.
Gelukkig kan ik, titel en namen van auteurs lezend, wel bijna altijd bepalen of een boek origineel Nederlands is of niet. Een groot deel van de honderden titels doorlopend denk ik dat
zeker driekwart van de ‘Nederlandse’ boeken vertaald is en dus alleen NederlandsTALIG; en grotendeels vertaald uit het Engels.
(Zelf heb ik de laatste jaren de tendens liever de originele Engelstalige versie te lezen, maar ik ben niet maatgevend)


Er zijn 153 nieuwe boeken verschenen met het woord ‘boeddhisme’ in de titel; per jaar:
2011(18) 2010(26) 2009(13) 2008(15) 2007(9) 2006(9) 2005(10)
2004( 6) 2003( 5) 2002 of eerder(42) Na 2000(134) Jaren '90(19)

En 86 met het woord ‘Boeddha’:
2011(17) 2010(16) 2009(7) 2008(8) 2007(8) 2006(10) 2005(3)
2004( 1) 2003( 3) 2002 of eerder(13) Na 2000(85) Jaren '90(2)

Met het woord “dharma” 13, opvallend genoeg weinig in de laatste jaren (met ´dhamma´ geen)

Zowel met het woord ‘meditatie’ als met het woord ‘zen’ in de (ondertitel) zijn vele honderden boeken verschenen, bij elkaar wel duizend:
met het woord ‘meditatie’is er een geleidelijke groei is het aantal in de loop der jaren;
met het woord ‘zen’ is er een zeer sterke (bijna exponentieel te noemen) groei in de jaren te zien.
Bij het precieser lezen van de titels blijkt een groot deel daarvan echt niets met het boeddhisme of de beoefening ervan te maken te hebben.
‘Meditatie’ kent een verfijning in categorieën. Eerst kies ik de beperking tot ‘Religie’, met als verdere onderverdeling: Bijbels(2) Esoterie(140) Filosofie(30) Religies(5) Theologie(21)
Veel boeken gaan over christelijke meditatie, eigenlijk krijgen alleen boeken in twee subcategorieën van mij het predikaat ‘(min of meer) boeddhistisch’:
30 bij ‘filosofie’, in een paar golven (o.a. in 2008) verschenen;
en 5 bij ‘religie’, opvallend genoeg wel gelijk verspreid over de jaren.

Ook met het zoekwoord ‘Zen’ kies ik de verfijning op het woord ‘Religie en esoterie’, dan blijven er 72 boeken over: Astrologie(1) Bijbels(2) Esoterie(26) Filosofie(22) Religies(13) Theologie(11).
Bij Zen in het algemeen is het moeilijk (voor mij !) om te bepalen of een tekst boeddhistisch is of niet; maar ik kan alleen boeken in de 22 nieuwe boeken in de subcategorie ‘Filosofie’ en de 13 in ‘Religie’ boeddhistisch noemen. De helft van deze 35 boeken is de laatste 4 jaar verschenen

De overlap tussen de zoektermen boeddhisme, Boeddha, dharma, zen en meditatie (als woord voorkomend in de titel van een boek) blijkt beperkt te zijn. Dus globaal mogen de aantallen worden opgeteld, met een aftrek in de grootteorde van 10%. In totaal komt het aantal op een kleine 300 boeken.

Er zijn echter ook boeken die (voor mij duidelijk) over het boeddhisme gaan maar geen van deze woorden in de titel hebben, uit welke overweging dan ook bij schrijver of uitgever (marketingredenen bijvoorbeeld)
Naast het zoeken op een woord in de titel kan ook in categorieën trefwoorden, gegeven door de uitgever gezocht worden. Bijna driehonderd nieuwe boeken zijn de laatste tien jaar verschenen met als trefwoord ‘religie’, 50 ervan met als sub-trefwoord ‘boeddhisme’, met een piek in 2010.
Tussen deze 50 en de kleine 300, hierboven genoemd, zit een behoorlijke overlap.

Samenvattend kan ik zeggen:
Er zijn in de laatste 10 à 15 jaar ruim 300 nieuwe Nederlandstalige boeken over het boeddhisme verschenen, waarvan bijna de helft in de laatste vier jaar.
Mijn indruk is dat de groei voorbij is, het is echter te vroeg daar stellig in te kunnen zijn.


°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°

Een volgende keer over wat er zoal in (sommige van) deze boeken te lezen staat.
Een paar wil ik vast aankondigen:

Verdiep je mindfulness - Een stap verder op de weg van meditatie
door Bhante Henepola Gunaratana
Uitgeverij Altamira/Becht | november 2011

Eindelijk weer een boek dat mede over samatha (concentratie-meditatie) gaat, naast de vele over vipassana aka mindfulness.
Beschrijving, door de uitgever:
”Twintig jaar geleden schreef de boeddhistische monnik Bhante Henepola Gunaratana (Sri Lanka, 1927) het boek Mindfulness in plain English, door Altamira later uitgegeven onder de titel Meditatie in alle eenvoud. Het was in de woorden van Jon Kabat-Zinn, de man die mindfulness in het Westen tot een begrip maakte, 'een onbetwist meesterwerk'. Er werden wereldwijd dan ook meer dan een kwart miljoen exemplaren van verkocht. Nu is het vervolg op dit veelgeprezen boek beschikbaar: Verdiep je mindfulness. Bhante Gunaratana laat de lezer aan de hand van de zogeheten jhana's – meditatiestadia die door de Boeddha zijn onderwezen – kennismaken met diepere lagen van concentratie en inzicht. Verdiep je mindfulness gaat bewust een stap verder dan andere mindfulnessboeken. In dit werkboek worden principes uit de vipassanameditatie (zelfobservatie) gecombineerd met metta-meditatie (liefdevolle vriendelijkheid). ”


Het pad van de Bodhisattva
door Santideva
Uitgeverij Dharma | maart 1993

Een wat ouder boek, maar ik noem het speciaal als eerbetoon aan de een paar jaar geleden overleden Ria Kloppenborg, hoogleraar (o.a. ) boeddhisme aan de Universiteit van Utrecht, die het vertaald heeft.
Uit de beschrijving, door de uitgever:
”De Bodhicaryavatara, het pad van de Bodhissattva, of letterlijk vertaald uit het Sanskrit: de inleiding in de weg tot inzicht, werd in het midden van de zevende eeuw geschreven door Santideva. Santideva onderwees in die tijd in Nalanda, het belangrijkste centrum van boeddhistische studie. Dit is zijn bekendste werk.
De tekst geeft een uitstekend overzicht van het Mahayana boeddhisme waarin het ideaal van de Bodhisattva – die streeft naar de verlichting van alle mensen en handelt vanuit compassie – voorop staat. Hoewel Santideva zich baseert op de filosofie van de 'leegte' zoals die door Nagarjuna werd ontwikkeld, maakt zijn eigen betrokkenheid bij het onderwerp het tot een zeer ontroerend en toegankelijk boek. Zijn beschrijving gaat vooral over de praktische en devotionele kant van het pad van de Bodhisattva naar de verlichting. Voor dit doel dient de Bodhisattva de zes volmaakte deugden, te weten: vrijgevigheid, moreel gedrag, verdraagzaamheid, inspanning, meditatieve concentratie en wijsheid te beoefenen en tot perfectie te brengen. Door dit na te streven kunnen zowel het handelen uit compassie als de volmaakte wijsheid tegelijkertijd ontwikkeld worden
.”


Eeuwig Jong En Tijdloos Oud - Boeddhisme In Transformatie
door Paul van der Velde
Asoka Uitgeverij | januari 2012

Nog een Nederlandse hoogleraar boeddhisme, het kan niet op.
Beschrijving, door de uitgever:
”Dit boek bundelt zes studies waarin wordt aangetoond hoe de leer van het boeddhisme zich door de geschiedenis heen telkens vernieuwt. De volgende thema"s komen aan bod:
• de geschiedenis van de grote boeddhistische stromingen, waarbij iedere stroming van zichzelf vindt de unieke vertolking te zijn van wat de Boeddha bedoelde;
• recente ontwikkelingen op het gebied van psychotherapie en meditatietechnieken;
• de verwevenheid van politiek en boeddhisme, in het bijzonder de situatie in Myanmar (Birma);
• de verschillende waarderingen van het Boeddhabeeld in Azië en het westen;
• oude boeddhistische biografieën in vergelijking met moderne media als de film Samsara van Pan Nalin;
• de gecompliceerde positie van de Dalai Lama tussen de traditionele cultuur van Tibet in verdrukking en de uitdagingen van de moderniteit.
De dharma vernieuwt zich, laat zich meeslepen, transformeert, maar blijft altijd zichzelf ...
”


Integrale Zen
door Maurice Knegtel
Uitgeverij Juwelenschip, voorjaar 2012 (dus moet nog verschijnen)

Of ik dit boek echt ga bespreken, weet ik nog niet. Zen is niet zo mijn ding, vaak begrijp ik Zen-teksten gewoon niet en soms begrijp ik ze wel min of meer maar vind het onzin of niets met het boeddhisme te maken hebben. Voor presentatie van dit boek, zie hier.
Uit de aankondiging door de uitgever:
” ‘De contemplatieve staat waarin alles een is, is te allen tijden niets anders dan ongekunstelde aanwezigheid, wat je ook doet.’
· Integrale zen sluit aan bij de grote belangstelling voor het non-dualisme, waarvan zen de meest populaire stroming vertegenwoordigt
· Integrale zen gaat ervan uit dat het leven, precies zoals iemand het leidt, spirituele oefening is.
”