Even me niet met van alles bemoeien. Ik kan weer gaan wandelen in de bergen, over een paar dagen.
Makkelijker om 'het geluid van de stilte' te horen, hoewel dat volgens Ajahn Sumedho overal kan.
Deze monnik, Brit van Amerikaanse komaf heeft jarenlang bij Ajahn Chah in Thailand geleefd en vooral gemediteerd.
Een van z'n verzamelingen Dhamma-talks is in het Nederlands vertaald door Fred Pelon van der Velden: 'Intuïtief gewaarzijn ' (legaal gratis te downloaden)
Z'n essay 'Het Geluid van Stilte ' neem ik hier over (pagina 77-85). Ogenschijnlijk een simpele tekst over een simpele vorm van mediteren, maar zo makkelijk is het niet.
Let ook op een subtiele passage: “Dit 'kosmische' geluid, het geluid van stilte, is echt een natuurlijk geluid. Daarom kun je leren erop te vertrouwen, omdat het er altijd is; het is niet door jou gemaakt. Het is dus niet alsof je een verfijnde staat creeert die afhankelijk is van allerlei voorwaarden. ” Sumedho lijkt hier een fenomeen te beschrijven dat niet opkomt en weer verdwijnt maar er permanent (?) is, ongebruikelijk in de Theravada, en komt daarmee dicht in de buurt van het aanduiden van de Boeddha-Natuur in ons. En die 'Natuur' wordt meestal als kenmerkend bedenksel van het Mahayana-boeddhisme gezien, vooral voor hen met een 'horror vacui ' (angst voor de Leegte). De oplettende lezer kan uit m'n taalgebruik wellicht opmaken dat ik twijfel aan het bestaan aan zoiets als Boeddha-Natuur, het staat immers op gespannen voet met de karakteristiek 'Anatta ' (niet-zelf). Maar toch ...
==================================================
Het Geluid van Stilte
Iemand vergeleek het geluid van stilte eens met een kosmisch zoemen, een sprankelend bijna elektronisch aandoend achtergrondgeluid. Hoewel het altijd te horen is merken we het meestal niet op. Maar wanneer je geest ontspannen is en je ervoor openstaat, begin je het te horen. Mijzelf kwam dit zeer goed van pas; namelijk dat je in een ontspannen staat van gewaarzijn moet verkeren om het op te merken. Mensen proberen het te vinden zoals je naar een definitie van iets zoekt. Ze gaan naar een tiendaagse meditatieretraite om het geluid van stilte te vinden en dan komen ze met zoiets als:“Ik kan het niet horen, wat doe ik fout?”
Ze proberen iets te vinden. Maar er is niet iets wat je kunt vinden — het is meer iets waarvoor je je kunt openstellen: de mogelijkheid om te luisteren, om met hart en geest te ontvangen.
Daarmee wordt het mogelijk om het geluid van stilte te horen.
Je probeert niet iets op te lossen maar je gaat luisteren. Je breng je geest in een staat van open gewaarzijn. Dat is gewaarzijn dat bereid is om te ontvangen wat er zich ook aandient, zonder onderscheid. Een van die dingen die je dan tegenkomt is het geluid van stilte.
Er zijn mensen die een afkeer ontwikkelen tegen het geluid van stilte. Er was een vrouw die het opmerkte en het wilde laten stoppen, dus ze verzette zich ertegen. Ze zei:“Ik was vreedzame meditaties gewend. Nu zit ik met die herrie en probeer ik het te stoppen. Voordien hoorde ik het helemaal niet, maar zodra ik ga zitten hoor ik bzzzzzzzz.” Ze ontwikkelde een afkeer tegen dat wat er is; 'ik wil dat niet'!
Zij creeerde lijden rondom het geluid van stilte. Maar in plaats van lijden te creeren kan het geluid van stilte ons helpen om de geest helder te krijgen, omdat wanneer we het waarnemen, de geest zich in een zeer open staat bevindt. Een geestestoestand die verwelkomt, wat er zich ook aandient in het bewustzijn; niet een geestestoestand die uitsluit. Het geluid van stilte is als de oneindige ruimte omdat het al het andere geluid in zich meedraagt, alles.
Het geeft een gevoel van uitgestrektheid, onbegrensdheid, oneindigheid.
Andere geluiden komen en gaan en veranderen en bewegen zoals het hun aard is, maar dit is een continue stroom. Ik gaf eens een retraite in Chiang Mai in Noord Thailand, in een prachtige omgeving met een waterval en een beekje. De meditatieruimte lag naast dat beekje en het geluid ervan was luid en constant te horen. Iemand op deze retraite ontwikkelde een heftige afkeer tegen dat geluid. “Hier kan ik niet mediteren, er is teveel herrie; dat geluid van dat riviertje is mij teveel, ik kan er niet tegen”. Je kunt er of naar gaan luisteren en je geest ervoor open stellen, of je er tegen verzetten met als gevolg dat je moet vechten en verzetten; en dat veroorzaakt lijden.
Ik merkte het geluid van de waterval en het beekje op. Het geluid van stilte was er ook, op de achtergrond. Uiteindelijk was het zelfs zo dat het geluid van stilte sterker, duidelijker werd zonder het geluid van het beekje uit te wissen, ze werkten samen. Het geluid van het beekje verving niet het geluid van stilte. Dus het is een beetje als een radar. De geest bevindt zich in een alsmaar groeiende staat van gewaarzijn: omvattend, open en ontvankelijk; niet benauwd, gesloten en star. Merk dit op, observeer deze ervaring en bundel je aandacht op het geluid van stilte. Wanneer je er aan denkt, doe dat dan in de zin van iets wat iets goeds brengt, een
zegen of een prachtig gevoel van openheid, in plaats van als een zoemtoon in je oor zodat je denkt dat het een verstopping is of een of andere ziekte. Wanneer je het opvat als het geluid van engelen, een kosmisch of oer-geluid dat elk moment zegent zodra we ons er voor open stellen, dan voelen we ons ook gezegend. Op deze manier reflecteren, met een positieve houding, helpt ons er een interesse voor te ontwikkelen en ons er goed van te gaan voelen. Wanneer je zo naar het geluid van stilte luistert kun je een begin maken met het observeren van het zonder-gedachten-zijn, want als je alleen maar naar het kosmische geluid luistert, er geen denken is, het is zoals het is, namelijk; leegte en zelf-loosheid. Ben je alleen met het kosmische geluid dan is er pure aandacht, dan is er geen persoon of persoonlijkheid, dan is er geen 'mij' en 'mijn'. Dit verwijst naar anattā (niet-zelf of zelf-loosheid). Ontspan je in het geluid, probeer je aandacht ervoor niet te forceren. Wees gewoon ontspannen, berust in vreedzaamheid. Probeer eens te tellen, bijvoorbeeld tot tien en luister naar het geluid van stilte: 'Een, twee, drie ...negen, tien'. De geest is het niet gewend om zolang rustig te zijn, het is gewend aan denken en aan onrustige mentale bewegingen.
Het duurt even om te kalmeren, te ontspannen en rust te vinden in het geluid van stilte. In de stilte kun je ook opkomende emoties waarnemen. Het is geen alles vernietigende leegte, het is geen steriele niets-heid, het is vol en omarmend. Je kunt je gewaarzijn van de veranderingen van emoties, twijfels, herinneringen of gevoelens die aan de oppervlakte komen. De stilte omarmt ze, het veroordeelt ze niet, het verzet zich niet, het is er zelfs niet door gefascineerd. Het merkt slechts op en stelt vast wat er is.
We hebben de neiging om het woord 'geluid' te gebruiken zoals we dat gewend zijn. We verbinden geluid met horen. Daarom wordt het geluid van stilte gehoord als een zoemtoon in de oren, omdat de indruk van geluid altijd verbonden is met de oren. Maar je kunt je oren dicht stoppen en je hoort het nog steeds. Wanneer je onder water zwemt hoor je het nog steeds. Dus wat is het? Vervolgens ga je je realiseren dat het overal is en niet alleen maar in je oren.
Die opvatting dat het geluid van stilte gehoord wordt met de oren is namelijk dezelfde misvatting als denken dat de geest in onze hersenen huist. Wat er vervolgens gebeurt is dat je verandert van die geconditioneerde manier van leven — afkomstig uit het idee van een 'zelf' en uit de door cultuur gevormd gedrag waar we ons aan vastklampen — naar een veel breder en open begrijpen van de dingen zoals ze zijn. Zoals wanneer we de geest — het denken en voelen — in het lichaam waarnemen. Door intuitief gewaar te zijn gaan we zien dat het lichaam in de geest aanwezig is. Op dit moment zijn jullie in mijn geest; iedereen hier in deze ruimte, jullie zijn aanwezig in mijn geest.
Op het conventionele vlak is het zo dat onze geest zich in ons hoofd bevindt — jullie zitten daar met de geest in je hoofd — al die verschillende hoofden met de geest erin. Maar in de zin van geest; ik zit hier op de hoge zetel, ik kan jullie zien met mijn ogen, en jullie zijn in de geest; niet in mijn hoofd. Ik kan niet zeggen dat jullie allemaal in mijn hersenen zitten. De geest heeft geen beperkingen.
Dus op deze manier kun je gaan inzien dat het lichaam meer weg heeft van een radio: een afzonderlijke levensvorm met bewustzijn, die ontvangt. Eenmaal geboren als een individueel wezen in het universum zijn we als een licht, we zijn een bewuste en afzonderlijke levensvorm. We gaan er meestal van uit dat we een vast-staande persoonlijkheid zijn, een solide fysieke verschijning.
Maar we zijn wel iets meer dan dat – niet zo beperkt, zwaar en bestendig als onze culturele conditioneringen het ons laten voorkomen, of zoals we die begrijpen.
Het geluid van stilte is niet van mij en zit ook niet in mijn hoofd, maar dit lichaam is in staat om het te herkennen, om dingen te kennen zoals ze zijn. Dit kennen is niet een cultureel bepaald kennen, is niet het interpreteren vanuit mijn culturele conditionering; het is het zien van de dingen zoals ze zijn, op een directe manier, onafhankelijk van door cultuur gevormde gedragingen. Op deze manier gaan we anattā, niet-zelf, werkelijk begrijpen, waar-door we vervolgens gaan zien dat we allemaal verbonden zijn met elkaar, dat we een-zijn. We zijn niet, zoals het op het eerste gezicht lijkt, een verzameling van afgescheiden wezens. Wanneer je op deze manier gaat denken, ontwikkel je een omvattend gewaarzijn in plaats van vanalles uit te sluiten.
Wat betreft meditatie betekent dit dat we gewaarzijn realiseren in het hier-en-nu. Met het tot rust laten komen van het denken, het voor de geest brengen van de gedachten en het observeren van een-punts-gerichtheid in het hier-en-nu , het lichaam, de ademhaling, het geluid van stilte. Vervolgens kunnen we er mettā (onbegrensde liefdevolle vriendelijkheid) bij betrekken. Dit is een manier om welwillend met de dingen om te gaan in plaats van er over te oordelen. Zonder mettā neigen we naar waardeoordelen vanuit de persoonlijke ervaring. De een ervaart vrede, de ander ervaart onrust, de een is geinspireerd, de ander verveelt zich, de een is vrolijk, de ander gedeprimeerd; of je hebt goede of slechte gedachten, stomme of bruikbare gedachten, wat oordelen zijn over de kwaliteiten van onze ervaringen. In termen van weten: we weten dat een gedachte een geconditioneerd proces van opkomen en verdwijnen is. Zelfs slechte of vreselijke gedachten komen op en verdwijnen weer, net zoals goede gedachten dat doen. Het gaat er niet om te oordelen over hoe slecht je bent omdat je slechte gedachten hebt; het gaat om het vermogen de gedachte te herkennen, en te zien dat de aard van denken niet blijvend maar veranderlijk is, 'niet-zelf'. Gebruik die kosmische zoem dus maar, die zachte stroom van zwevend sprankelend geluid. Maak je er vertrouwd mee.
Bij een emotionele ervaring kunnen we opgewonden raken over iets en sterke emotionele reacties krijgen zoals verontwaardiging of van streek zijn. “Ik pik dit niet, ik heb er genoeg van.” Wanneer zoiets gebeurt, ga dan naar het geluid van stilte en tel tot vijf, tot tien, en kijk naar wat er gebeurt. Experimenteer ermee, nu op dit moment. “Ik ben het zat, genoeg zo, basta!”, en ga vervolgens in de stilte. Ik deed dat zelf ook zo wanneer ik weer eens ten prooi viel aan verontwaardiging, ergernis of wanneer ik het helemaal zat was.
Ik hou wel van dat woord 'zat', je kunt er zo veel overtuiging inleggen.
Dit 'kosmische' geluid, het geluid van stilte, is echt een natuurlijk geluid. Daarom kun je leren erop te vertrouwen, omdat het er altijd is; het is niet door jou gemaakt. Het is dus niet alsof je een verfijnde staat creeert die afhankelijk is van allerlei voorwaarden. Om zo'n verfijnde mentale staat vol te houden ben je afhankelijk van verfijnde omstandigheden. Je kunt niet allerlei grove, lawaaierige, ruwe, rauwe en vervelende zaken om je heen hebben en tegelijkertijd een soort verfijnde staat volhouden. Om in een subtiele mentale staat te verkeren heb je stilte nodig, een rustige omgeving, geen herrie, geen afleiding, geen ruzie, geen oorlog, geen explosies; alleen maar een liefelijke omgeving waar alles dierbaar en onder controle is. Als we in zo'n staat terecht komen, kunnen we heel voorkomend worden. Iedereen fluistert tegen elkaar in zachte tonen. Als iemand dan even iets luids roept zijn we meteen van slag omdat we zo gevoelig zijn geworden.
Het geluid van stilte kun je horen waar je ook maar bent: in het centrum van Amsterdam, in een file in Bangkok, tijdens een heftige discussie met iemand, wanneer er een kettingzaag aan staat, wanneer de drilboor en de grasmaaier en de kettingzaag tegelijkertijd aan staan, zelfs wanneer er muziek is! Het leren ontdekken, er op afstemmen, dat is de uitdaging. Mensen zeggen soms: “Ik kan het niet horen, er is teveel herrie.” Als je je verzet tegen de herrie kun je het geluid van stilte niet horen, maar als je jezelf er voor open stelt ga je de subtiele sprankelende zoem oren, zelfs terwijl de drilboor tekeer gaat. Luisteren naar het geluid van stilte stelt ons in staat om aandacht en meditatie te integreren in onze activiteiten. Wanneer je de afwas doet, onderweg bent naar je kamer of auto rijdt, kun je op hetzelfde moment naar het geluid van stilte luisteren.
Je wordt er niet onbehoedzaam van. Je kunt volledig aanwezig zijn bij wat je doet. Het leidt je niet af, het versterkt juist de opmerkzaamheid. Het helpt je de afwas goed te doen, in volledige aanwezigheid in plaats van met je gedachten overal en nergens te zijn. Wanneer je van hier naar je kamer terugloopt kun je aan van alles en nog wat lopen te denken, maar in het geluid van stilte blijf je bij het lopen, blijf je opmerkzaam bij dat wat er gebeurt van moment tot moment.
Soms is het geluid van stilte hard en nogal onplezierig maar dat blijft niet zo. Ik herinner me hoe het bij mij eens erg luid was, oorverdovend zelfs. Ik dacht bij mezelf: “Dit gaat helemaal fout”.
Maar toen veranderde het en toen ik vervolgens probeerde om het weer net zo luid te krijgen lukte dat niet. Maar het kan geen kwaad.
Het ligt eraan hoe je je opstelt. Verzet je je ertegen of neem je een afwijzende houding aan dan creeer je er negativiteit omheen.
Ontspan je jezelf en stel je je er voor open, dan voel je dat sprankelende achtergrondgeluid, dat wat vreedzaam, kalmerend en rustgevend is. Je begint leegte te herkennen en dat is niet een of ander vaag idee, dat je misschien ooit eens leegte mag ervaren wanneer je mediteert. Het is niet iets vaags, het is heel direct.
En dan, in die leegte, observeer wat 'zelf' is. Wanneer je een persoonlijkheid wordt, wat gebeurt er dan? Je begint te denken, je grijpt je vast aan gevoelens, vervolgens word je een monnik of non, man of vrouw, een persoonlijkheid, Boogschutter of Tweeling, een Aziaat of een Europeaan, een Amerikaan, een oude man, jonge man, of wat dan ook. Het komt door het denken, het vasthouden aan de khandhas dat we er hierin verstrikt raken en dan worden we iets. Maar in deze leegte bestaat geen nationaliteit. Het is een pure intelligentie, het behoort niets en niemand toe. Het is hier dat je begint te herkennen wanneer je iemand of niemand wordt, dat je herkent wanneer er attā (zelf) en anattā (niet-zelf) is.
In de leegte is er geen zelf, is er op dit moment geen Ajahn Sumedho.”Maar ik zal jullie mijn persoonlijke geschiedenis vertellen, over mijn kwalificaties en vorderingen in het monniken leven van de afgelopen dertig jaar. Ik ben abt van het klooster, wordt gezien als een 'VIB', Very Important Bhikkhu (Zeer Belangrijke Monnik) en ik wil dat jullie mij met respect behandelen, correct met mij omgaan. Je ontvangt immers een hoop verdiensten wanneer je aardig bent voor oude mensen! Zo is Ajahn Sumedho!!”
Of: “Je hoeft mij helemaal niet te respecteren, dat maakt mij helemaal niets uit, of je mij nu onaardig vindt of mij bekritiseert en op fouten betrapt, het is goed, ik ben best bereid dat allemaal te verdragen omdat ik mij al zoveel voor jullie heb opgeofferd,” maar dat is Ajahn Sumedho weer! Herboren en verdwenen! — Leeg.
Door dit te verkennen krijg je werkelijk begrip van wat attā (zelf) is, hoe je een persoonlijkheid wordt. En kun je ook zien dat bij afwezigheid van de persoon er nog steeds gewaarzijn is. Het is een intelligent gewaarzijn; geen staat van onbewuste, afgestompte dommigheid; het is een lichte, heldere, intelligente leegte. Wanneer je een persoonlijkheid wordt door zelfmedelijden, zienswijzen en meningen, zelfkritiek en dergelijke, en je kunt die gedachten stoppen, dan is daar de stilte. Maar deze stilte is nog steeds licht, helder en intelligent. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan deze stilte boven dat oeverloze, alsmaar toenemende gebabbel in de geest.
Ik had vroeger, zoals ik dat noem, een 'innerlijke tiran', een nare gewoonte ergens opgedaan om mijzelf, wanneer het maar even kon, te bekritiseren. Het is waarlijk een tiran – niemand was ooit zo tiranniek, kritisch en gemeen tegen mij als ikzelf kon zijn. Zelfs de meest kritische persoon, hoezeer die mij ook kwaad deed of mij waardeloos deed voelen, heeft mij zo waardeloos kunnen doen voelen als ikzelf. Zelfs als iedereen zei:”Ajahn Sumedho, je hebt zo'n mooie desanā (voordracht) gegeven”, dan kwam de innerlijke tiran met: “Dit had je niet moeten zeggen, dat zei je verkeerd.”
En dat gaat zo maar door, in een eindeloze, onafgebroken tirade van kritiek en zoeken naar fouten. Toch is het slechts een gewoonte.
Ik heb mijn denken en voelen bevrijd van deze gewoonte en het heeft nu geen houvast meer. Ik weet precies wat het is, ik geloof er niet meer in en probeer er ook niet meer van af te komen. Ik weet gewoon dat je het niet moet volgen maar dat je het moet laten oplossen in de stilte.
Dat is een manier om uit die emotionele gewoontes te breken die ons belagen en onze gedachten zo bezighouden. Je kunt je geest trainen, niet doormiddel van afwijzing of ontkenning, maar door het ontwikkelen en begrijpen van deze stilte. Gebruik deze stilte dus niet als een vorm van vernietiging of afwenteling van wat je ervaart, maar als een manier om je denken en voelen te bevrijden van de obsessieve gedachten en negatieve opvattingen die onze bewuste ervaring eindeloos kunnen belasten.
Posts tonen met het label meditatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label meditatie. Alle posts tonen
zondag 9 juni 2013
vrijdag 10 mei 2013
Een twee dagen durend seminar eind oktober over en met concentratie meditatie
Op 29 en 30 oktober 2013 vindt er in Amersfoort een seminar plaats onder de titel
' Maak kennis met de vruchtbare wisselwerking tussen samatha en vipassana;
en het bereiken van jhana '.
Omdat ik een van de organisatoren ben, in SIM-verband, wil ik er hier aandacht op vestigen.
SIM, dat is de Stichting Inzichts Meditatie, zie de website www.simsara.nl/
De leraar die we hebben kunnen uitnodigen, is Leigh Brasington.
Hieronder de Uitnodiging zoals die ook op de website van de SIM staat.

Beschrijving
Leigh Brasington, een leerling van Ayya Khema, geeft al vele jaren retraites in Amerika (o.a. de Insight Meditation Society) en Europa. Hij heeft zelf ook vele op jhana gerichte retraites gevolgd en heeft een helder zicht op de misverstanden om dit begrip. Zie zijn website http://leighb.com
Eind oktober komt hij naar Nederland en geeft dan een tweedaags seminar, gericht op de beoefening van samatha (kalmte), waarbij hoge concentratie ontwikkeld wordt tot uiteindelijk het niveau van de jhana’s (absorptietoestanden) bereikt zijn.
De twee dagen kunnen afzonderlijk worden bezocht; ze vullen elkaar aan, dus beide bezoeken is geen herhaling. De spreektaal is Engels zijn en de dagen worden overwegend in stilte gehouden.
Hoeveel concentratie is nodig om goed de vipassana-meditatie in te kunnen gaan?
Is dat 'momentane concentratie' of is de zogeheten 'toegangsconcentratie' gewenst?
Is het bereiken van (eerste of hogere) jhana essentieel om 'inzicht' te bereiken?
Leraren en geleerde monniken uit de Theravada-traditie denken daar verschillend over
De laatste jaren is de belangstelling voor de samatha-meditatie in Nederland gegroeid. We realiseren ons de relevantie van de achtste factor van het Edele Achtvoudige Pad: " de juiste concentratie (samma-samadhi) " = de vier jhana's, voor onze beoefening.
Deze seminar is – beide dagen – een combinatie van talks en mediteren. 'Jhana ' komt veel en in detail aan de orde in de Sutta's; daarom zal Leigh ook de kenmerken ('factoren') van de jhana's bespreken, zodat men deze ook bij zichzelf in de meditatie kan herkennen indien ze voorkomen.
Op de 29e spreekt Leigh over 'de betekenis en het resultaat van het spirituele leven'.
De diverse soorten meditatie (vipassana in de zin van het voortdurend toepassen van sati, metta, samatha) en de relatie ertussen komen aan de orde en worden ook ervaren. Ook de combinatie ervan in de anapanasati (zoals beschreven door Buddhadasa Bhikkhu) zal uiteengezet worden.
Op de 30e gaat het over de jhana's: wat ze zijn en hoe ze te bereiken zijn. Duidelijk zal worden dat er verschillende jhana's zijn. Oefeningen worden gedaan die dit meer duidelijk maken, specifiek zal Leigh aandacht schenken aan de vraag: ' hoe concentratie – al dan niet met het bereiken van jhana – te gebruiken in m'n vipassana-meditatie? '
Een aantal malen biedt Leigh ruimte tot het stellen van vragen. Hij zegt over die vragen: 'I like critical – it makes for very interesting questions and answers '.
Praktische informatie
Tijden: Zowel dinsdag 29 als woensdag 30 oktober: van 10.00 uur tot 17.15 uur
Zaal open 9.30 uur. Er wordt een lunch aangeboden. Zonder overnachting
Kostenbijdrage: € 30 per dag; € 60 voor beide dagen, plus dana voor de leraar
(De twee dagen kunnen afzonderlijk worden bezocht; ze vullen elkaar aan dus beide bezoeken is geen herhaling)
Voor meer informatie / more information:
Joop Romeijn
033 4632869 of jwromeijn@hotmail.com
Website Brasington
Inschrijving vindt plaats door overschrijving van het inschrijfbedrag op giro 8122006
t.n.v. Stichting Inzichts Meditatie te Ezinge onder vermelding: sem. 29-10 en/of 30-10
Daarnaast wordt je verzocht het (Engelse) inschrijfformulier, te vinden op www.simsara.nl/agenda, ingevuld te zenden naar Joop Romeijn.
Op beide plaatsen vermelden om welke dag(en) het gaat.
Als aanvulling op deze aankondiging:
- Informatie over het gebouw van De Oude Viltfabriek te Amersfoort en hoe daar te komen, zie hier
- Meer informatie over Leigh Brasington, over Ayya Khema en over jhana is te vinden op en via zijn website
- Wie een volledige op jhana gerichte retraite bij Leigh wil volgen, kan dit doen van 15 tot 29 november in het Buddhahaus in Kempten, Zuid-Duitsland, zie voor nadere informatie .
- Leigh is ook op 31 oktober en (deels) 1 november nog in Nederland. Mogelijk volgt nog een informeel programma-onderdeel. Suggesties zijn welkom.
Abstract
Invation to participate in a two days seminar oktober 29 and 30, 2013
With or without samatha-meditation: make your own judgement
Samatha in relation to vipassana and jhana.
A seminar given by Leigh Brasington, student of Ayya Khema.
Given on Tuesday, oktober 29 and Wednesday oktober 30 from 10.00 AM till 17.15 (5.15 PM)
in 'De Oude Viltfabriek', Arnhemseweg 47, Amersfoort (website www.deoudeviltfabriek.nl/ )
Welcome at 9.30 The seminar is given in English. There is no overnight facility
Tuesday 29 oktober
Starting with a talk about the fruits of the spiritual life. Overview of different kinds of meditation (vipassana, metta, samatha) and the relation between them. The position of the 'Anapanasati' (as explained by Buddhadasa Bhikkhu) in this spectre. Guided & silent meditation, questions and answers.
Wednesday 30 oktober
More about samatha-meditation, talks and practicing. Details about jhana's and jhana factors.
'Answer' to the question many will have: 'how to use concentration (with or without really achieving jhana) in my vipassana-meditation '. Guided & silent meditation, questions and answers.
========================================================================
Tot zover de in SIMsara geplaatste uitnodiging.
NOG WAT AANVULLENDE INFORMATIE:
In april werd Leigh Brasington geinterviewd door Ted Meissner van de Secular Buddhist Association . Als introductie tot de seminar-dagen is dit een kleine veertig minuten durende gesprek zeer bruikbaar: zie en hoor hier .
Over een in 2008 door mij gevolgde retraite gegeven door Leigh Brasington beschreef ik mijn ervaringen hier
Zie ook een (boekbespreking van) René van Oosterwijk
Doctrinal backgrounds of Vipassana-meditation
Insight in current methods and according to canonical sources
In SIMsara; en hier
Hierin komen een aantal passages voor over de relatie samatha - vipassana.
BOEKEN EN ANDERE TEKSTEN OVER SAMATHA-MEDITATIE,
EN OVER DE RELATIE VIPASSANA-SAMATHA:
Verdiep je mindfulness - Een stap verder op de weg van meditatie
door Henepola Gunaratana
Uitgeverij Altamira/Becht | november 2011
Een vertaling van Beyond Mindfulness in Plain English; An Introductory Guide To Deeper States Of Meditation
De Engelse titel geeft de inhoud beter weer dan de Nederlandse, verder is er niet zo veelop de vertaling aan te merken, geloof ik.
Mindfulness With Breathing
A Manual for Serious Beginners
door Ajahn Buddhadasa Bhikkhu
Translated from the Thai by Santikaro Bhikkhu
Wisdom Publications, 1988, 1996
M'n favoriete boek over de Anapanasati , helaas nog steeds niet vertaald
Helder inzicht, diepe verstilling;
Handboek boeddhistische meditatie
door Ajahn Brahm
Asoka, 2009
Af en toe wat 'over the top', maar inspirerend
Richard Shankman
The Experience of Samadhi ;
An In-Depth Exploration Of Buddhist Meditation
Als pdf: hier
Als boek: Shambhala Publications Inc, 2008
A Swift Pair of Messengers
Calm with insight in the Buddha’s words
door Bhikkhu Sujato , 2001 & 2012
Hier te downloaden
En hier .
' Maak kennis met de vruchtbare wisselwerking tussen samatha en vipassana;
en het bereiken van jhana '.
Omdat ik een van de organisatoren ben, in SIM-verband, wil ik er hier aandacht op vestigen.
SIM, dat is de Stichting Inzichts Meditatie, zie de website www.simsara.nl/
De leraar die we hebben kunnen uitnodigen, is Leigh Brasington.
Hieronder de Uitnodiging zoals die ook op de website van de SIM staat.

Beschrijving
Leigh Brasington, een leerling van Ayya Khema, geeft al vele jaren retraites in Amerika (o.a. de Insight Meditation Society) en Europa. Hij heeft zelf ook vele op jhana gerichte retraites gevolgd en heeft een helder zicht op de misverstanden om dit begrip. Zie zijn website http://leighb.com
Eind oktober komt hij naar Nederland en geeft dan een tweedaags seminar, gericht op de beoefening van samatha (kalmte), waarbij hoge concentratie ontwikkeld wordt tot uiteindelijk het niveau van de jhana’s (absorptietoestanden) bereikt zijn.
De twee dagen kunnen afzonderlijk worden bezocht; ze vullen elkaar aan, dus beide bezoeken is geen herhaling. De spreektaal is Engels zijn en de dagen worden overwegend in stilte gehouden.
Hoeveel concentratie is nodig om goed de vipassana-meditatie in te kunnen gaan?
Is dat 'momentane concentratie' of is de zogeheten 'toegangsconcentratie' gewenst?
Is het bereiken van (eerste of hogere) jhana essentieel om 'inzicht' te bereiken?
Leraren en geleerde monniken uit de Theravada-traditie denken daar verschillend over
De laatste jaren is de belangstelling voor de samatha-meditatie in Nederland gegroeid. We realiseren ons de relevantie van de achtste factor van het Edele Achtvoudige Pad: " de juiste concentratie (samma-samadhi) " = de vier jhana's, voor onze beoefening.
Deze seminar is – beide dagen – een combinatie van talks en mediteren. 'Jhana ' komt veel en in detail aan de orde in de Sutta's; daarom zal Leigh ook de kenmerken ('factoren') van de jhana's bespreken, zodat men deze ook bij zichzelf in de meditatie kan herkennen indien ze voorkomen.
Op de 29e spreekt Leigh over 'de betekenis en het resultaat van het spirituele leven'.
De diverse soorten meditatie (vipassana in de zin van het voortdurend toepassen van sati, metta, samatha) en de relatie ertussen komen aan de orde en worden ook ervaren. Ook de combinatie ervan in de anapanasati (zoals beschreven door Buddhadasa Bhikkhu) zal uiteengezet worden.
Op de 30e gaat het over de jhana's: wat ze zijn en hoe ze te bereiken zijn. Duidelijk zal worden dat er verschillende jhana's zijn. Oefeningen worden gedaan die dit meer duidelijk maken, specifiek zal Leigh aandacht schenken aan de vraag: ' hoe concentratie – al dan niet met het bereiken van jhana – te gebruiken in m'n vipassana-meditatie? '
Een aantal malen biedt Leigh ruimte tot het stellen van vragen. Hij zegt over die vragen: 'I like critical – it makes for very interesting questions and answers '.
Praktische informatie
Tijden: Zowel dinsdag 29 als woensdag 30 oktober: van 10.00 uur tot 17.15 uur
Zaal open 9.30 uur. Er wordt een lunch aangeboden. Zonder overnachting
Kostenbijdrage: € 30 per dag; € 60 voor beide dagen, plus dana voor de leraar
(De twee dagen kunnen afzonderlijk worden bezocht; ze vullen elkaar aan dus beide bezoeken is geen herhaling)
Voor meer informatie / more information:
Joop Romeijn
033 4632869 of jwromeijn@hotmail.com
Website Brasington
Inschrijving vindt plaats door overschrijving van het inschrijfbedrag op giro 8122006
t.n.v. Stichting Inzichts Meditatie te Ezinge onder vermelding: sem. 29-10 en/of 30-10
Daarnaast wordt je verzocht het (Engelse) inschrijfformulier, te vinden op www.simsara.nl/agenda, ingevuld te zenden naar Joop Romeijn.
Op beide plaatsen vermelden om welke dag(en) het gaat.
Als aanvulling op deze aankondiging:
- Informatie over het gebouw van De Oude Viltfabriek te Amersfoort en hoe daar te komen, zie hier
- Meer informatie over Leigh Brasington, over Ayya Khema en over jhana is te vinden op en via zijn website
- Wie een volledige op jhana gerichte retraite bij Leigh wil volgen, kan dit doen van 15 tot 29 november in het Buddhahaus in Kempten, Zuid-Duitsland, zie voor nadere informatie .
- Leigh is ook op 31 oktober en (deels) 1 november nog in Nederland. Mogelijk volgt nog een informeel programma-onderdeel. Suggesties zijn welkom.
Abstract
Invation to participate in a two days seminar oktober 29 and 30, 2013
With or without samatha-meditation: make your own judgement
Samatha in relation to vipassana and jhana.
A seminar given by Leigh Brasington, student of Ayya Khema.
Given on Tuesday, oktober 29 and Wednesday oktober 30 from 10.00 AM till 17.15 (5.15 PM)
in 'De Oude Viltfabriek', Arnhemseweg 47, Amersfoort (website www.deoudeviltfabriek.nl/ )
Welcome at 9.30 The seminar is given in English. There is no overnight facility
Tuesday 29 oktober
Starting with a talk about the fruits of the spiritual life. Overview of different kinds of meditation (vipassana, metta, samatha) and the relation between them. The position of the 'Anapanasati' (as explained by Buddhadasa Bhikkhu) in this spectre. Guided & silent meditation, questions and answers.
Wednesday 30 oktober
More about samatha-meditation, talks and practicing. Details about jhana's and jhana factors.
'Answer' to the question many will have: 'how to use concentration (with or without really achieving jhana) in my vipassana-meditation '. Guided & silent meditation, questions and answers.
========================================================================
Tot zover de in SIMsara geplaatste uitnodiging.
NOG WAT AANVULLENDE INFORMATIE:
In april werd Leigh Brasington geinterviewd door Ted Meissner van de Secular Buddhist Association . Als introductie tot de seminar-dagen is dit een kleine veertig minuten durende gesprek zeer bruikbaar: zie en hoor hier .
Over een in 2008 door mij gevolgde retraite gegeven door Leigh Brasington beschreef ik mijn ervaringen hier
Zie ook een (boekbespreking van) René van Oosterwijk
Doctrinal backgrounds of Vipassana-meditation
Insight in current methods and according to canonical sources
In SIMsara; en hier
Hierin komen een aantal passages voor over de relatie samatha - vipassana.
BOEKEN EN ANDERE TEKSTEN OVER SAMATHA-MEDITATIE,
EN OVER DE RELATIE VIPASSANA-SAMATHA:
Verdiep je mindfulness - Een stap verder op de weg van meditatie
door Henepola Gunaratana
Uitgeverij Altamira/Becht | november 2011
Een vertaling van Beyond Mindfulness in Plain English; An Introductory Guide To Deeper States Of Meditation
De Engelse titel geeft de inhoud beter weer dan de Nederlandse, verder is er niet zo veelop de vertaling aan te merken, geloof ik.
Mindfulness With Breathing
A Manual for Serious Beginners
door Ajahn Buddhadasa Bhikkhu
Translated from the Thai by Santikaro Bhikkhu
Wisdom Publications, 1988, 1996
M'n favoriete boek over de Anapanasati , helaas nog steeds niet vertaald
Helder inzicht, diepe verstilling;
Handboek boeddhistische meditatie
door Ajahn Brahm
Asoka, 2009
Af en toe wat 'over the top', maar inspirerend
Richard Shankman
The Experience of Samadhi ;
An In-Depth Exploration Of Buddhist Meditation
Als pdf: hier
Als boek: Shambhala Publications Inc, 2008
A Swift Pair of Messengers
Calm with insight in the Buddha’s words
door Bhikkhu Sujato , 2001 & 2012
Hier te downloaden
En hier .
dinsdag 7 mei 2013
Je leraar teleurstellen
Een paar weken geleden was ik op een retraite. Dat moest ik denken aan een 'interview' (een kort gesprek tijdens een retraite) dat ik eens had met Martine Batchelor in een retraite van Stephen en haar.
Ik vertelde over de herhaling van een proces: toen ik een jaar of 17 was moest ik m'n ouders teleurstellen door hen duidelijk te maken dat ik geen Christen was of zou worden, ik deed dat meer indirect in m'n gedrag, door niet meer naar de kerk te gaan en boeken over andere religies te lezen.
En nu ervaar ik bij het boeddhisme soms hetzelfde. Dat ik m'n leraren teleur moet stellen, in ieder geval denk dat ik ze teleurstel.
De reden ervoor is de afgelopen jaren divers geweest.
Waar ik met Martine destijds over praatte was behoorlijk massief, dat ging erover dat ik met geen mogelijkheid in iets als reïncarnatie kon geloven, ik had het wel geprobeerd (probeerde een compleet Theravadin te zijn) maar het lukte niet, ook al stokten daardoor gesprekken over de Dhamma.
Een andere vorm is (tijdelijk) naar een andere leraar gaan, of naar een retraite met een andere boeddhistische school of een andere meditatie-methode; een soort ' spiritueel vreemdgaan '.
Ook hier weer het idee van de leraar teleurstellen, zonder dat dat altijd onder woorden wordt gebracht (bijna nooit eigenlijk).
En dan heb ik het niet over het teleurgesteld afhaken, of gewoon afhaken om de aangeboden methode niet 'mijn ding' lijkt te zijn. Dat heb ik ook wel gehad toen ik nog aan het shoppen was
Vreemd eigenlijk, ik weet dat ik m'n beoefening voor mezelf doe (okee, ook voor de mensheid , voorzover ik bodhisattva probeer te zijn), maar het lijkt er soms op dat ik haar voor m'n leraar doe, om de ander een plezier te doen.
Een andere, en subtiele vorm daarvan, ervaarde ik ook verleden week weer.
Bij sommige meditatie-vormen kan er plotseling een nieuwe fase ingaan, een doorbraak plaatsvinden.
Dat schijnt ook bij Zen het geval te zijn maar daar heb ik niet zo'n verstand van.
Wat ik deed was het beoefenen van concentratie-meditatie (samatha, de vorm die naast vipassana staat) waarin op een gegeven moment het bereiken van 'jhana ' (ook wel genoemd 'absorptie'). In de dagelijkse interviews vertelde ik hoe het er mee stond. Opnieuw merkte ik dat ik graag m'n leraar (van dat moment) een plezier wilde doen en fundamentele vooruitgang rapporteren en dacht ik haar te teleurstellen dat dat niet kon.
Gelukkig heb ik dan weer wel voldoende 'aandachtigheid' om die tendensen bij mezelf op te merken. Maar raar blijft het. Want waarom zou je je leraar een plezier willen doen wat betreft je beoefening? Dat helpt toch niemand?
Er is natuurlijk ook het verschijnsel dat een leraar de leerling teleurstelt, door kinderachtig (bv geldbelust), door bepaalde leerlingen als lievelingetje te behandelen (in de beleving van de leerling uiteraard) of onethisch gedrag. Kortom door de Dhamma/Dharma op een ongeloofwaardige manier te brengen.
Als het je lukt, je van zo'n leraar los te maken, zal je hem of haar teleurstellen.
Daar zou ik me dan maar geen zorgen over maken.
De ideale leraar is (voor mij) degene die je teleurstelt door hem of haar niet teleur te stellen.
Of, zoals Martine Batchelor destijds tegen me zei: er zijn leraren die niet zo aan hun leerlingen gehecht zijn , die ze moeiteloos naar een andere leraar kunnen laten gaan.
Ik vertelde over de herhaling van een proces: toen ik een jaar of 17 was moest ik m'n ouders teleurstellen door hen duidelijk te maken dat ik geen Christen was of zou worden, ik deed dat meer indirect in m'n gedrag, door niet meer naar de kerk te gaan en boeken over andere religies te lezen.
En nu ervaar ik bij het boeddhisme soms hetzelfde. Dat ik m'n leraren teleur moet stellen, in ieder geval denk dat ik ze teleurstel.
De reden ervoor is de afgelopen jaren divers geweest.
Waar ik met Martine destijds over praatte was behoorlijk massief, dat ging erover dat ik met geen mogelijkheid in iets als reïncarnatie kon geloven, ik had het wel geprobeerd (probeerde een compleet Theravadin te zijn) maar het lukte niet, ook al stokten daardoor gesprekken over de Dhamma.
Een andere vorm is (tijdelijk) naar een andere leraar gaan, of naar een retraite met een andere boeddhistische school of een andere meditatie-methode; een soort ' spiritueel vreemdgaan '.
Ook hier weer het idee van de leraar teleurstellen, zonder dat dat altijd onder woorden wordt gebracht (bijna nooit eigenlijk).
En dan heb ik het niet over het teleurgesteld afhaken, of gewoon afhaken om de aangeboden methode niet 'mijn ding' lijkt te zijn. Dat heb ik ook wel gehad toen ik nog aan het shoppen was
Vreemd eigenlijk, ik weet dat ik m'n beoefening voor mezelf doe (okee, ook voor de mensheid , voorzover ik bodhisattva probeer te zijn), maar het lijkt er soms op dat ik haar voor m'n leraar doe, om de ander een plezier te doen.
Een andere, en subtiele vorm daarvan, ervaarde ik ook verleden week weer.
Bij sommige meditatie-vormen kan er plotseling een nieuwe fase ingaan, een doorbraak plaatsvinden.
Dat schijnt ook bij Zen het geval te zijn maar daar heb ik niet zo'n verstand van.
Wat ik deed was het beoefenen van concentratie-meditatie (samatha, de vorm die naast vipassana staat) waarin op een gegeven moment het bereiken van 'jhana ' (ook wel genoemd 'absorptie'). In de dagelijkse interviews vertelde ik hoe het er mee stond. Opnieuw merkte ik dat ik graag m'n leraar (van dat moment) een plezier wilde doen en fundamentele vooruitgang rapporteren en dacht ik haar te teleurstellen dat dat niet kon.
Gelukkig heb ik dan weer wel voldoende 'aandachtigheid' om die tendensen bij mezelf op te merken. Maar raar blijft het. Want waarom zou je je leraar een plezier willen doen wat betreft je beoefening? Dat helpt toch niemand?
Er is natuurlijk ook het verschijnsel dat een leraar de leerling teleurstelt, door kinderachtig (bv geldbelust), door bepaalde leerlingen als lievelingetje te behandelen (in de beleving van de leerling uiteraard) of onethisch gedrag. Kortom door de Dhamma/Dharma op een ongeloofwaardige manier te brengen.
Als het je lukt, je van zo'n leraar los te maken, zal je hem of haar teleurstellen.
Daar zou ik me dan maar geen zorgen over maken.
De ideale leraar is (voor mij) degene die je teleurstelt door hem of haar niet teleur te stellen.
Of, zoals Martine Batchelor destijds tegen me zei: er zijn leraren die niet zo aan hun leerlingen gehecht zijn , die ze moeiteloos naar een andere leraar kunnen laten gaan.
zondag 5 mei 2013
Dood gaan voor beginners
" Le silence eternel des ces espaces infinis m effraie"
Blaise Pascal
Er zijn mensen die geloven in reïncarnatie of in wedergeboorte.
En er zijn mensen die zich vorige levens (zeggen te) herinneren; die 'geloven' niet, die weten.
En die herinneren zich dus ook hoe het is, dood te gaan, dat hebben ze op diverse manier ondergaan ('gedaan' lijkt me te actief uitgedrukt)
Ik hoor daar niet bij, ik heb het nog nooit gedaan - dood gaan - ik weet het niet.
Ik ben een absoluut beginner op het gebied van het (zelf) sterven.
(Volgens mij is iedereen dat maar daar wil ik het dit keer niet over hebben.)
Is daar niets aan te doen?
Okay, door dood te gaan natuurlijk maar daar heb ik niet veel aan.
Het gaat me om het me voorbereiden op m'n sterven, m'n dood gaan en m'n dood zijn.
Het 'memento mori' , 'gedenk te sterven', dus.
Een manier is, vaker zelf in de nabijheid van (andere) stervenden te zijn. Want behalve bij een beperkt aantal familieleden ben ik er niet zo veel bijgeweest.
Ik heb een poging ondernomen als vrijwilliger actief te zijn in een hospice in mijn woonplaats. Mooi werk, voor mensen van alle gezindten, bij de stervenden dan, niet bij de vrijwilligers. Die moeten positief-christelijk zijn, en dat kon en wilde ik niet invullen.
Erover lezen is voor mij een logische stap. Als ik iets wil begrijpen (wat ik niet kan ervaren), ga ik er literatuur over zoeken: wetenschappelijke en ervarings-literatuur.
En er over contempleren is een andere stap.
De meeste teksten die ik gevonden heb, gaan over stervensbegeleiding of over het rouwen van nabestaanden over de dood van geliefden, zoals twee recente boeken van Christa Anbeek.
Ik zoch echter over m'n eigen dood, van binnen uit zogezegd, over de fenomenologie van het doodgaan.
Een onmogelijke opgave, maar toch de moeite waard (net als het leven zelf).
Een facet uit het inhoudsrijke boek ' Being with Dying - Cultivating Compassion and Fearlessness in the Presence of Death ' van Joan Halifax dat me frappeerde en als een soort waarschuwing werkt. Namelijk om me niet een ideale dood, een mooi sterfbed voor te stellen met al degenen waar ik van houd om me heen en zachtjes en helder van geest alles los latend.
Geen verwachtingen hebben, het gaat zoals het gaat, dood-gaan ook al .
Misschien wordt het een fatale hartaanval, of kreperend van de pijn door een kanker, of verdwijnend in Alzheimer, of de plotselinge dood van een verkeersongeluk.
En dan dat citaat uit de 'Pensées' van Blaise Pascal, wat is daar mee?
" Le silence eternel des ces espaces infinis m'effraie"
Vrij vertaald: ' de eeuwige stilte van de oneindige ruimten maakt me bang '.
Ben ik bang, heb ik doodsangst, angst voor de leegte na de dood of juist voor wat er wel is?
Ik dacht het niet, maar ben er ook niet helemaal zeker van.
Ik ben tenslotte nog niet aan het dood gaan, in zekere zin dan;
in andere zin ben ik daar al vanaf m'n geboorte mee bezig.
We zien wel.
.jpg)
Drie teksten wil ik citeren, teksten die mij behulpzaam zijn in mijn (onsystematische) contemplaties; plus een aankondiging:
' Ons ware thuis ' door Ajahn Chah .
Geen troost maar helderheid biedend
' Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn? ' door Henk Blezer .
Ik citeer alleen passages uit het begin van dit artikel, de feitelijke delen, niet de er op volgende (in mijn ogen) speculatieve passages.
' Tegen de zon in kijken; doodsangst en hoe die te overwinnen ' door Irving D. Yalom
Een mooi beeld: het 'gedenk te sterven' is een soort 'tegen de zon inkijken', dat kan dus niet.
Gaat (gelukkig) niet alleen of doodsangst, ook wel over iets minder enge gevoelens.
' Living in the Light of Death; On the Art of Being Truly Alive ' door Larry Rosenberg .
Aan dit boek ben ik net begonnen. Lijkt me zeer nuttig voor mijn contemplaties.
Of de lezer hier ook iets aan heeft?
Dat weet ik natuurlijk niet. Mijn dood is hun dood niet en hun dood is mijn dood niet
Maar wie weet.
Ons ware thuis
door Ajahn Chah
"( Lezing voor een vrouw op haar sterfbed )
Neem nu het besluit om met respect te luisteren naar de Dhamma. Probeer zo aandachtig te zijn op mijn woorden, als was het de Boeddha zelf die hier voor je zit. Sluit je ogen en maak het jezelf gemakkelijk, concentreer je geest en ontwikkel eenpuntigheid van geest. Sta nederig toe dat het drievoudige juweel van wijsheid, waarheid en zuiverheid zich nestelen in je hart, als een manier om je respect te tonen aan de Verlichte.
Ik heb vandaag niets materieels om je te geven meegebracht, slechts Dhamma: leringen van de Boeddha. Luister goed naar me, je moet begrijpen dat zelfs de Boeddha, ondanks zijn enorme verworvenheden, toch de fysieke dood moest ondergaan. Hij was op hoge leeftijd wanneer hij afstand deed van de zware last van het lichaam. Nu moet ook jij leren om tevreden te zijn met de vele jaren dat je vertrouwd hebt op je lichaam. Je zou het gevoel moeten hebben dat het genoeg is.
Je kunt het vergelijken met huishoudelijke artikelen die je al een lange tijd in je bezit hebt. - kopjes, borden, pannen etc. Op het moment dat je ze aanschaft blinken ze en zijn ze schoon, maar na ze al zolang gebruikt te hebben, beginnen ze te verweren. Het vertoont barsten of is intussen al gebroken of verdwenen, en wat niet verdwenen is, is verweerd of heeft geen stabiele vorm meer, en het is volkomen natuurlijk dat het zo gaat. Jouw lichaam is van dezelfde aard - het is voortdurend in verandering geweest vanaf het moment van je geboorte, door je kindertijd en door je latere jeugd, totdat je nu een hoge leeftijd hebt bereikt. Accepteer het. De Boeddha zei dat alle geconditioneerde samengestelde dingen (sankharas) - of ze nu inwendig zijn, lichamelijk of uitwendig, ze zijn allemaal zonder zelf, het is in hun natuur om te veranderen. Contempleer op deze waarheid tot het duidelijk je wordt.
Deze homp vlees in verval is waarheid, saccadhamma. De ware natuur van dit lichaam is saccadhamma, en het is wat de Boeddha ons voortdurend leert. De Boeddha leerde ons om naar het lichaam te kijken, te contempleren op het lichaam en om te ontdekken wat haar werkelijke natuur is. We moeten in alle rust bij het lichaam kunnen verwijlen, ongeacht de staat waarin het verkeert. De Boeddha leerde ons dat we ons moesten overtuigen dat het slechts het lichaam is dat opgesloten is in een gevangenis, en dat je je geest daarbij niet ook gevangen zet. Nu je lichaam op deze leeftijd begint af te takelen; verzet je er niet tegen, maar zorg dat je geest niet meegetrokken wordt in deze aftakeling, hou je geest daarvan gescheiden. Geef energie aan de geest door te beseffen hoe de dingen werkelijk zijn. De Boeddha leerde ons dat dit de natuur is van het lichaam, het is niet anders. Dat je geboren bent betekent automatisch dat het oud en ziek wordt en uiteindelijk volgt de dood. Dit is de grote waarheid waar je nu mee geconfronteerd wordt. Kijk met wijsheid naar het lichaam en je zult het begrijpen.
Zelfs als je huis overstroomt is met water of tot de grond toe afbrandt, wat het gevaar ook is wat het bedreigt, laat het niet op mr betrekking hebben dan alleen het huis. Als het overstroomt, laat dan niet ook je geest overstromen. Als er brand is, laat niet ook je hart in vlammen opgaan, laat het beperkt blijven tot het huis. Het huis dat overstroomt of verbrand, is buiten je, is niet je geest. Sta je geest toe je gehechtheden los te laten. Het is nu de tijd.
Je hebt al heel lang geleefd. Je ogen hebben een ontelbare hoeveelheid kleuren en vormen gezien, je oren hebben veel geluiden gehoord, en je hebt vele ervaringen ondergaan. En het was ook niet meer dan dat - slechts ervaringen. Je hebt heerlijke maaltijden gegeten, en al die fijne smaken waren alleen maar goede smaken, niets meer dan dat. Een vieze smaak is alleen maar een vieze smaak, niet meer dan dat. Als het oog een mooie vorm ziet, dan is dat alles wat er is, alleen maar een mooie vorm. Een lelijke vorm is alleen maar een lelijke vorm. Het oor hoort een meeslepend, melodieus geluid en ook dat is niet meer dan dat. En hetzelfde geldt voor een ruw en disharmonisch geluid.
De Boeddha zei dat rijk of arm, jong of oud, mens of dier, geen enkel wezen in deze wereld voor langere tijd in een bepaalde staat kan blijven; in alles ervaar je verandering en vervreemding. Dit is een feit in het leven wat we niet kunnen veranderen. Maar wat we volgens de Boeddha wel kunnen doen is contempleren op het lichaam en op de geest zodat je het onpersoonlijke herkent, zodat je ziet dat niets hierin "ik" is of "mijn". Alles is voorlopige werkelijkheid. Het is hetzelfde als met dit huis. Alleen in naam is het van jou, je kunt het nergens mee naar toe nemen. Hetzelfde wat betreft je bezittingen en je familie - zogezegd, formeel zijn ze van jou, ze behoren je niet werkelijk toe, ze behoren tot de natuur. Dit is geen waarheid die alleen jou aanspreekt, iedereen zit in dezelfde positie, zelfs de Boeddha en zijn verlichte leerlingen. Zij verschilden echter van ons in een enkel aspect en dat was hun acceptatie van de dingen zoals ze werkelijk zijn. Ze zagen dat het niet anders kan zijn.
De Boeddha leerde ons dus om het lichaam te observeren, van de zolen van de voet omhoogbewegend naar de kruin op je hoofd en dan weer terug naar de voetzolen. Kijk gewoon eens goed naar het lichaam. Wat zie je dan allemaal? Kun je iets vinden wat vrij is van onzuiverheden? Kun je ergens iets vinden wat onveranderlijk is of blijvend? Dit lichaam is voortdurend in verval, en de Boeddha leerde ons om te zien dat het ons niet toebehoort. Het is de natuur van het lichaam om zo te zijn omdat alle geconditioneerde dingen onderhevig zijn aan verandering. Hoe zou je willen dat het anders was? In feite is er niets mis met het lichaam zoals het is. Het is niet het lichaam dat je lijden veroorzaakt maar het verkeerde denken. Als je wat juist is als fout ziet, dan kan er alleen maar verwarring bestaan.
Het is als het water in een rivier. Op een natuurlijke manier srtroomt het stroomafwaarts, het stroomt nooit omhoog, dat is de natuur van water. Als iemand aan de oever van een rivier staat te kijken hoe het water langzaam stroomafwaarts gaat, en hij krijgt het in z'n hoofd om te denken dat het water de andere kant op zou moeten stromen, betekent dat hij moet lijden. Zijn verkeerde manier van denken ontneemt hem zijn rust. Zijn verkeerde zienswijze, denken dat de stroom de andere kant op zou moeten gaan, maakt hem ongelukkig. Als hij de juiste zienswijze had gehad, dan had hij gezien dat het onoverkomelijk is dat het water stroomafwaarts beweegt, en zolang hij dat feit niet kan accepteren, raakt hij geagiteerd en van streek.
De rivier die stroomafwaarts moet bewegen is als je lichaam. Jong geweest is je lichaam nu oud, en meandert nu naar zijn einde, de dood. Ga niet wensen dat het anders was, het is iets waar je geen invloed op hebt. De Boeddha zei ons te kijken naar hoe de dingen zijn om dan onze gehechtheid hieraan los te laten. Neem dit gevoel van laten gaan als je toevlucht. Blijf zelfs mediteren als je moe en uitgeput bent. Blijf met je aandacht bij de ademhaling. Neem een paar diepe ademhalingen, en vestig je aandacht op de ademhaling, waarbij je de mantra "Boeddho" gebruikt. Maak van deze oefening een gewoonte. Naarmate je uitputting erger wordt, moet je concentratie subtieler en gerichter worden zodat je kunt omgaan met de pijnlijke sensaties die opkomen. Als je vermoeidheid voelt, laat alle denken gaan, laat de geest zich verzamelen, en ga dan naar het weten van de ademhaling. Hou je bij de innerlijke recitatie "Boed-dho, Boed-dho" Laat alles wat buiten je is gaan. Hou niet vast aan de gedachten over je kinderen en familieleden, hou je nergens aan vast. Laat gaan.
Maak de geest eenpuntig en richt hem op de adem. Maak van je adem het enige object voor je aandacht. Concentreer je totdat je geest meer en meer verfijnd wordt, totdat gevoelens onbelangrijk worden en er een grote innerlijke helderheid is ontstaan. Pijnlijke gevoelens die ontstaan zullen dan als vanzelf weer verdwijnen. Uiteindelijk zul je naar de adem kijken als naar een goede bekende die je op is komen zoeken. Als de bezoeker vertrekt, brengen we hem naar de deur en zwaaien hem uit. We wachten totdat hij uit het zicht verdwenen is waarna we weer naar binnen gaan. Zo ook kijken we naar de ademhaling.
Als de ademhaling diep is, dan weten we dat hij diep is. Is de ademhaling zwak, dan weten we dat hij zwak is. Als het steeds zwakker wordt blijven we het volgen, terwijl we tegelijkertijd onze geest waakzaam houden. Uiteindelijk verdwijnt de ademhaling helemaal, en wat overblijft is waakzaamheid. Dit wordt genoemd: het ontmoeten van de Boeddha. Het heldere gewaarzijn dat Boeddho genoemd wordt, de Wetende, de Wakkere, de Stralende. Het is een ontmoeten en verblijven bij de Boeddha, met een heldere en wetende geest. Het was de Boeddha van vlees en bloed die het Parinibbana inging. De werkelijke Boeddha, de Boeddha die - helder en stralend - weet, kunnen we ook vandaag de dag nog ervaren en bereiken, en als we dat doen, dan zijn we n in ons hart.
Laat dus alles los, zet alles naast je neer, alles behalve 'weten'. Laat je niet afleiden door beelden en geluiden die in je meditatie opduiken. Zet ze naast je neer. Hecht je nergens aan. Blijf bij dit non-dualistische gewaarzijn. Maak je geen zorgen om het verleden of de toekomst. Ben alleen maar stil, en je zult in de toestand komen dat er geen vooruitgang meer is, geen achteruitgang, en ook geen stilstand, waar niets is waar je je aan kunt oriënteren of waar je houvast aan hebt. Waarom? Omdat er geen 'zelf' is, geen 'mijn' of (van) 'mij', dat is allemaal verdwenen.
De Boeddha leerde ons om ons op deze wijze vrij te maken van alles, op te houden om alles met ons mee te dragen. Om te weten, en om het na het te hebben geweten te laten gaan.
Het verwerkelijken van de Dhamma, het pad dat leidt naar vrijheid van de kringloop van leven en dood, is een taak die we helemaal alleen moeten doen. Probeer dus voortdurend los te laten, probeer de leringen van de Boeddha te begrijpen. Probeer je werkelijk in te zetten in je contemplatie. Maak je geen zorgen om je familie. Op het moment zijn ze zoals ze zijn, en eens zullen ze zijn zoals jij. Er is niemand op deze wereld die dat lot kan ontsnappen. De Boeddha zei ons om alles los te laten wat geen blijvend karakter heeft. Wanneer je alles hebt losgelaten openbaart zich waarheid, loslaten is een absolute voorwaarde. Dat is hoe het werkt, en het werkt zo voor iedereen in deze wereld. Maak je dus geen zorgen, en probeer nergens houvast in te zoeken.
Zelfs als je jezelf terugvindt, verzeild in gedachten, ook dat is prima, zolang er wijsheid is in je denken. Denk geen domme gedachten. Als je aan je kinderen denkt, denk dan aan ze met wijsheid. Waar de geest zich ook op richt, denk en weet dat dan met wijsheid, bewust van de aard van de geestelijke activiteit die plaatsvindt. Denk je aan iets met wijsheid, dan kun je het laten gaan, en dat betekent dat lijden tot een einde komt. De geest is helder, verheugd en vreedzaam, en omdat het niet gericht is op afleiding is het onverdeeld. Op dit moment is het je adem die je hierin kan ondersteunen en helpen.
Dit is jouw werk, van niemand anders. Laat het aan anderen om hun werk te doen. Jij hebt je eigen plichten en verantwoordelijkheden en je hoeft die van je familie niet op je te nemen. Neem niets anders op dan wat van jou is, laat het allemaal gaan. Het loslaten zal je geest kalmeren. Je enige verantwoordelijkheid is nu om je geest te concentreren en het tot rust te brengen. Laat alles achter, en bekommer je om je eigen werk, bekommer je om je eigen verantwoordelijkheid. Wat er ook opkomt in je geest, of het nu angst is of pijn, de angst voor de dood, bezorgdheid om anderen of wat dan ook, zeg dan: "Val me niet lastig, dit is mijn zorg niet meer." Blijf dit tegen jezelf zeggen als je de dhammas ziet opkomen.
Waar verwijst het woord dhamma naar? Alles is dhamma. Er is niets wat geen dhamma is. En wat wat betreft 'wereld'? De wereld is de mentale toestand die je prikkelt op dit moment. "Wat zal deze persoon gaan doen? Wat zal die persoon gaan doen? Wie zal voor ze zorgen als ik dood ben? Zullen ze het wel redden?" Dit is allemaal slechts 'werelds'. Zelfs het opkomen van de gedachte van angst voor de dood is de wereld. Gooi de wereld weg. De wereld is zoals hij is. Je geest wordt verduisterd en kan zichzelf niet meer zien als je de wereld toestaat op te komen in je geest en je bewustzijn laat domineren. Dus wat er ook opkomt in je geest, zeg gewoon: "Dit gaat me niet aan, deze dingen zijn tijdelijk, onbevredigend en niet-zelf".
Denken dat je nog een hele tijd zo moet leven maakt dat je lijdt. Maar denken dat je liever nu meteen zou willen sterven, is ook niet goed, dat is ook lijden. Alle dingen zijn voorwaardelijk, en behoren ons niet toe, ze volgen hun eigen natuurlijke wetten. Je kunt niets veranderen aan hoe het lichaam is. Je kunt het een beetje verfraaien, het aantrekkelijker maken, en het schoon houden, zoals jonge meisjes doen die hun lippen verven en hun nagels laten groeien, maar als we ouder worden zitten we allemaal in dezelfde boot. Dat is hoe het lichaam is, je kunt er niets aan veranderen. Wel kun je je geest verbeteren en mooier maken.
Iedereen kan een huis bouwen van hout en stenen, maar de Boeddha leerde ons dat zo'n huis niet ons werkelijke (t)huis is. Het is slechts in naam van ons. Het is een werelds huis, wat aan wereldse wetten gebonden is. Ons ware (t)huis is innerlijke vrede. Een huis kan heel mooi zijn, maar is niet erg vredig. Je maakt je er zorgen over, dan weer dit en dan weer dat, je maakt je er angstig over. Daarom zeggen we: 'het is niet ons ware (t)huis', het is iets wat buiten ons is, er komt een tijd dat we het op moeten geven. Het is geen plek waar we permanent in zullen wonen omdat het ons niet echt toebehoort, het behoort de wereld toe.
En ook met ons lichaam is het zo. We zien het als ons zelf, zien het als 'ik' of 'mijn', maar in werkelijkheid is het helemaal niet zo, is het ook 'n werelds huis. Je lichaam heeft zijn natuurlijke verloop gevolgd van geboorte tot nu, nu het oud is en ziek, en je kunt het niet verbieden om zo te doen omdat het lichaam nu eenmaal zo is. Als je zou willen dat het anders zou zijn, zou net zo belachelijk zijn als wanneer je zou willen dat een eend zich als een kip zou gaan gedragen. Als je ziet dat dat onmogelijk is, dat een eend zich dient te gedragen als een eend, dat een kip een kip moet zijn, en dat lichamen oud moeten worden en sterven, dan zul je hierin kracht en energie vinden. Hoe je ook zou willen dat het lichaam altijd maar door zal gaan, en heel lang zal leven, het zal toch niet gebeuren.
The Boeddha zei:
Annicca vata sankhara - Uppadavayadhammino - Upajjhitva nirujjhanti - Tesam vupasamo sukho.
Het woord 'sankhara' heeft betrekking op dit lichaam en deze geest. Sankharas zijn tijdelijk en veranderlijk. Ze komen en gaan. Ze ontstaan en verdwijnen, worden geboren en sterven, en toch wil iedereen dat ze onvergankelijk zijn. Dit is dwaasheid. Kijk slechts naar de adem. Als je in hebt geademd, adem je weer uit. Dat is de natuur van ademen, dat is hoe het moet zijn. Inademen en uitademen moeten elkaar afwisselen, deze verandering moet er voortdurend zijn. Sankharas bestaan door verandering, je kunt dat niet verhinderen. Denk eens: kun je uitademen zonder inademen? Zou dat goed voelen? Of alleen maar inademen? We willen dat dingen blijvend zijn, maar dat kan niet, dat is onmogelijk. Als je ingeademd heb, moet je ook weer uitademen, en als je uitgeademd hebt moet je ook weer inademen en dat is de natuur, of niet soms? Als je geboren bent worden we ook oud en ziek, en dat is volkomen natuurlijk en normaal. Omdat de sankharas hun werk doen, alleen omdat de inademing en de uitademing elkaar voortdurend afwisselen is het mogelijk voor de mens om te bestaan.
Op het moment dat we geboren zijn zijn we ook dood. Onze geboorte en onze dood zijn slechts n ding. Het is als met een boom: Als er wortels zijn, dan moeten er ook takken zijn. Als er takken zijn, dan moeten er ook wortels zijn. Je kunt niet het een hebben zonder het ander. Het is enigszins grappig om te zien hoe mensen bij een overlijden zo bedroefd zijn en in verwarring, en zo blij en verrukt bij een geboorte. Het is allemaal vanwege onze verblinding; niemand neemt de moeite om het eens goed te bekijken. Ik denk als je werkelijk wilt huilen, huil dan liever wanneer iemand geboren wordt. Want in feite is geboorte dood, en dood is geboorte - de wortel is de tak, de tak is de wortel. Als je moet huilen, huil dan bij de wortels, huil dan bij de geboorte. Bekijk het eens goed: Als er geen geboorte was, was er ook geen sterven. Kun je dit begrijpen?
Denk niet te veel na. Denk alleen maar "Dit is hoe de dingen nu eenmaal zijn". Dat is je werk, jouw taak. Op dit moment kan niemand je helpen. Er is niets dat je familie of je bezittingen voor je kunnen doen. Het enige wat je nu kan helpen is het juiste gewaarzijn.
Dwaal niet af. Laat het gaan. Gooi alles overboord. Of je nu kunt laten gaan of niet, de tijd begint te komen dat alles je toch gaat verlaten. Zie je hoe alle delen van je lichaam proberen weg te glippen? Neem bijvoorbeeld je haar. Toen je jong was waren ze dik en zwart. Nu vallen ze langzaam uit, het is je aan het verlaten. Je ogen waren scherp, en nu zijn ze zwak en onhelder. Als je organen op zijn vertrekken ze, dit is niet hun thuis. Als kind had je sterke stevige tanden terwijl ze nu loszitten of misschien heb je zelfs valse tanden. Je ogen, oren, je neus en je tong, alles probeert van je weg te komen omdat dit niet hun thuis is. Je kunt je geen permanent thuis maken in een sankhara. Je kunt er voor een tijdje verblijven, maar dan moet je gaan. Het is als een huurder die zijn kleine huisje bekijkt met ogen die niet meer al te goed zien, Zijn tanden en ook zijn oren zijn niet meer zo al te best. Zijn lichaam gaat over de jaren sterk achteruit, en alles is bezig om te vertrekken.
Je hoeft je dus ook nergens zorgen om te maken omdat dit niet je echte thuis is. Het is slechts een tijdelijke verblijf waar je hebt geschuild. Je bent in deze wereld gekomen en daarom moet je contempleren op haar natuur. Alles wat er is bereidt zich voor om te verdwijnen. Kijk naar je lichaam: is er iets in je lichaam wat nog dezelfde vorm had als voorheen? Is je huid zoals het geweest is? Je haren, die zijn ook niet meer hetzelfde, nietwaar? Waar is het allemaal gebleven? Dit is de natuur van de dingen. Als hun tijd voorbij is, gaan de voorwaardelijke dingen hun eigen weg. Er is niets in deze wereld waar je steun bij kunt vinden. - het is een eindeloze kringloop van opwinding en problemen, plezier en pijn. Er is geen vrede.
Als we geen echt thuis hebben zijn we als een doelloze reiziger, ergens onderweg, een tijdje die richting en dan weer een andere richting, een tijdje blijven en dan weer vertrekken. Tot we ons echte thuis gevonden hebben, zullen we ons ongemakkelijk voelen bij alles wat we doen. Het is als iemand die net zijn dorp verlaten heeft voor een lange reis. Pas wanneer hij weer thuis komt voelt hij zich weer op z'n gemak en kan hij weer ontspannen.
Echte vrede kan nergens op deze wereld gevonden worden. De armen kennen geen vrede, en evenzo de rijken. Volwassenen hebben geen vrede, kinderen hebben geen vrede. De laag-opgeleiden hebben geen vrede, en ook de hoog-opgeleiden niet. Er is nergens vrede te vinden. Dat is karakteristiek aan deze wereld.
Degenen die weinig bezittingen hebben lijden, en evenzo lijden zij die veel bezitten. Kinderen, volwassenen, oude mensen, iedereen lijdt. Het lijden omdat je oud bent, lijden omdat je jong bent, het lijden veroorzaakt door je armoe, het lijden veroorzaakt door weelde, overal vind je lijden.
Wanneer je de dingen op deze wijze nauwkeurig contempleert, zie je annicam, de tijdelijkheid van de dingen. En ook dukkham, de onbevredigendheid van alle dingen. En waarom zijn ze nooit blijvend, en altijd onbevredigend? Dat is omdat ze annatta zijn: niet-zelf.
Zowel je lichaam, nu ziek en pijnlijk, en je geest die de ziekte en de pijn gewaarwordt, beide zijn dhammas. Dat wat geen vorm heeft, de gedachten, de gevoelens, het waarnemen wordt nama-dhamma genoemd. Het stoffelijk lichaam wordt rupa-dhamma genoemd. Het stoffelijke is dhamma en ook het onstoffelijke is dhamma. We leven met dhammas, in dhammas, we zijn in feite dhammas. In feite is er nergens zoiets als een 'ik' of 'zelf' te vinden, het enige wat je vindt zijn dhammas, voortdurend verschijnend en weer verdwijnend, geheel volgens hun natuur. Iedere seconde ondergaan we leven en dood. Dit is hoe de dingen in wezen zijn.
Als we aan de Boeddha denken, aan de wijsheid die hij ons gegeven heeft voelen we verering, toewijding en respect. Zelfs zonder de Dhamma in praktijk te brengen zien we soms de waarheid van zijn leer. Maar ook al hebben we kennis van zijn leer, als we ze goed bestudeerd hebben, en in praktijk gebracht, maar niet de waarheid ervan gezien, dan zijn we nog altijd thuisloos.
Probeer dus begrip te krijgen voor het feit dat alle mensen, alle wezens, uiteindelijk moeten vertrekken. Als een wezen zijn tijd geleefd heeft, gaat hij zijn natuurlijke weg. De rijken, de armen, de jongeren, de ouderen, alle wezens moeten deze verandering ondergaan.
Als je je realiseert dat de wereld zo in elkaar zit, begint de wereld je als het ware te vervelen. Het is een ontluisterende ervaring om te zien dat er in deze wereld niets is wat blijvend, stabiel is, niets blijvends om aan vast te houden. Dat je ontsteld bent, wil niet zeggen dat je aversie hebt. De geest is helder. De geest ziet dat er weinig te verbeteren valt, dat het allemaal gewoon is zoals de wereld in wezen is. Als je op deze wijze de wereld beziet kun je je gehechtheden loslaten. Laat het gaan met een geest die noch blij is noch bedroefd, maar in vrede met de sankharas door met wijsheid hun veranderende natuur te zien. Anicca vata sankharam - alle sankharas zijn vergankelijk.
Om het eenvoudig te zeggen: vergankelijkheid is de Boeddha. Als we een vergankelijk, tijdelijk fenomeen helder waarnemen zien we dat er wel iets onvergankelijks, iets wat altijd blijvend is aan zit. Blijvend is dat het altijd en eeuwig onderhavig is aan verandering. Dat is het enige houvast dat we als mensen hebben. Er is een voortdurende transformatie gaande, van kind-zijn naar jeugd, en later de ouderdom, en die vergankelijkheid, de karakteristiek van verandering, is het enige wat vaststaat in ons leven. Als je er op die manier naar kunt kijken, komt je geest tot rust. Je bent niet de enige die hier doorheen moet, dit geldt voor iedereen.
Als je dingen op deze wijze beschouwt, zul je ze als vervelend zien, en teleurstelling zal opkomen. De verrukking die je ervaart in de wereldlijke genoegens zal verdwijnen. Je zult zien dat wanneer je veel hebt, je veel achter zult moeten laten, dat als je weinig hebt, je weinig achter hoeft te laten. Weelde is niet mr dan weelde. Een lang leven is gewoon lang leven, en daar is niets speciaals aan.
Belangrijk is dat we doen zoals de Boeddha ons leerde en ons eigen huis bouwen op de manier die ik je heb uitgelegd. Bouw je huis door te laten gaan. Laat alles gaan tot de geest vrede vindt, vrij van vooruitgang, vrij van achteruitgang, vrij van stilstand. Blijdschap is niet ons huis, pijn is niet ons huis. Blijdschap en pijn zullen allebei weer verdwijnen.
De Boeddha zag dat alle sankharas vergankelijk zijn, en daarom leerde hij ons om al onze gehechtheden te laten gaan. Als we op het einde van ons leven zijn hebben we zowiezo geen keuze, we kunnen niets met ons meenemen. Zou het dan niet beter zijn om al eerder alles naast je neer te zetten. Het is een zware last om er mee rond te lopen. Waarom niet nu meteen die zware last van je afgegooid? Waarom loop je ermee te zeulen? Laat het gaan, ontspan je, en laat je familie voor je zorgen.
Diegenen die de zieken verzorgen groeien in hun deugd. Iemand die ziek is moet anderen de gelegenheid daartoe geven, en ze niet te veel in de weg leggen. Als er pijn is of een ander probleem, laat ze dat dan weten zonder de goede staat van je geest kwijt te raken.
Iemand die zijn ouders verzorgt, moet zijn geest vullen met warmte en vriendelijkheid, en niet gevangen raken in aversie. Dit is een uitstekende gelegenheid om je schuld af te betalen. Vanaf je geboorte tot je volwassenzijn ben je afhankelijk geweest van je ouders. We zijn vandaag hier omdat onze vaders en onze moeders ons op allerlei wijzen geholpen hebben. We zijn ze een ongelooflijke hoeveelheid dankbaarheid verschuldigd.
Vandaag dus, nu alle kinderen en verwanten hier bijeen zijn, zie hoe je ouders je kinderen geworden zijn zoals eerst jij hun kind was. Ze worden ouder en ouder tot ze weer kind geworden zijn. Hun herinneringen verdwijnen, hun ogen zien niet meer zo goed en hun oren horen niet meer, soms verdraaien ze hun woorden. Laat het je niet verontrusten of opwinden. Ieder van jullie die hier helpen bij hun verzorging moeten weten hoe ze los kunnen laten. Hou je niet vast aan dingen, laat gaan, laat de dingen hun eigen weg volgen. Als een klein kind ongehoorzaam is laten de ouders het kind gewoon z'n gang gaan, alleen maar om de vrede te bewaren en om het gelukkig te maken. Nu zijn je ouders als die kinderen. Hun herinneringen en hun indrukken zijn verward. Soms halen ze jullie namen door elkaar, of je vraagt ze om een kopje te geven en ze geven een bord. Dat is normaal, laat je daardoor niet verontrusten of wind je daarover niet op.
Laat de zieke zich de vriendelijkheid herinneren van degene die hen verpleegt en geduldig de pijn verdragen. Span je geestelijk in om je geest niet onrustig en verward te te laten worden, en maak het de mensen die je verzorgen niet moeilijk. Laat degenen die de zieken verzorgen hun geest vullen met deugdzaamheid en vriendelijkheid. Probeer geen aversie te hebben tegen de onaantrekkelijke zijde van het werk, om braaksel op te ruimen of speeksel, of urine of uitwerpselen. Doe je best, zodat iedereen in de familie zijn steentje bijdraagt.
Dit zijn de enige ouders die je hebt. Zij gaven je het leven, waren je leraren, je verplegers, ze zijn alles voor je geweest. Dat ze je grootgebracht heben, je onderwezen, hun rijkdom met je gedeeld hebben, en je tot hun erfgenaam hebben gemaakt is de grote verdienste van je ouders. Daarmee verbonden leerde de Boeddha ons de deugden katannu en katavedi, besef hebben van onze diepe dankbaarheid, en proberen om het terug te geven. Deze twee dhammas vullen elkaar aan. Als onze ouders in de problemen zijn of ziek, dan doen we ons best om ze te helpen. Dit is Katannukatavedi, de deugd waardoor de wereld voortgang vindt. Het voorkomt dat families uit elkaar vallen en maakt ze stabiel en harmonieus.
Vandaag heb ik je de Dhamma als een gift in deze sombere tijd van ziekte gegeven. Ik heb geen materiële giften om je te geven, dat is ook al voldoende aanwezig is in dit huis, en daarom geef ik je de Dhamma. Iets van blijvende waarde, iets waar je voor altijd uit kunt putten. Je hebt het nu van mij gekregen. Je kunt het aan zoveel mensen doorgeven als je wilt, zonder dat het zijn waarde verliest. Dat is de natuur van deze waarheid. Ik ben blij dat ik je deze Dhamma-gift heb kunnen geven en hoop dat het je de kracht zal geven om om te gaan met je pijn. "
Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn? '
door Henk Blezer
Ik citeer alleen uit het eerste, het meest feitelijke deel van dit artikel en sla Tibetaanse woorden zoveel mogelijk over.
" Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn?
Ik doel nu niet zozeer op die kant en klare voorstellingen—voorgesneden, gedroogd en in zakjes verpakt—die we via deze of gene cultuur hebben meekregen: al die mozaïekjes van hoop en vrees, inzicht en verbeelding, en zo meer, die we als een soort van hebbedingetjes verwachtingsvol in ons kleine koffertje voor het lange reisje gestopt hebben (want … je weet maar nooit …).
Nee, de vraag is directer, is ‘dood-zijn’ iets dat ervaarbaar is, en, ‘Hoe is dat dan’? Het punt is dus niet, welke voorstellingen heeft u hier al over, maar hoe zou u zich dit nu, vers van het mes zogezeid, als een ervaringsfeit voorstellen.
Nu is het natuurlijk zo, dat ons voorstellingsvermogen op dit moment in grote mate bepaald wordt door al die koffertjes die we al dan niet bewust met ons meesjouwen. En bovendien willen dat soort meer directe beelden vaak pas naar boven komen, als de mogelijkheid van sterven en dood in onze ervaringswereld actueel geworden is en eerst en vooral natuurlijk, überhaupt daarin toegelaten wordt.
Wellicht zijn er een aantal onder de lezers dezes, die in mindere of meerdere mate indringende ervaringen op dit gebied hebben opgedaan. Volgens een Gallup poll van 1982, zou zelfs één op de twintig Amerikanen minstens één zogenaamde ‘bijna-dood-ervaring’ gehad hebben. Ik wil nu even in het midden laten of een ‘bijna-dood-ervaring’ op het gebied van het sterven ligt of behoort tot een ‘toestand van dood-zijn’. In ieder geval zal er bij de meesten van u op de een of andere manier ook een meer ervaringsmatig referentiekader aanwezig zijn.
Ik ga u nu uitnodigen om, vanuit uw eigen ervaringen en denkbeelden omtrent sterven en dood, met mij mee te kijken naar wat er in Tibetaans buddhistische literatuur hierover terug te vinden is.
Ik noem deze vrij diverse verzameling van teksten en delen daarvan voor het gemak maar ‘bar do-literatuur’ of ‘bar do-teksten’, hiermee verwijs ik dan naar die teksten die zich met de zogenaamde bar do’s, overgangsfasen of tussenstaten in leven en dood, bezig houden. Ik beperk me hier overigens tot de Tibetaans buddhistische traditie en laat de Tibetaanse bon-traditie buiten beschouwing.
In bar do-teksten blijkt die meer ‘ervaringsmatige kant’, waar we het zonet over hadden, nu juist sterk op de voorgrond te treden. De ervaringen van sterven en dood worden beschreven als veranderingen in bewustzijnstoestand (wat dat dan ook precies moge zijn). En als zodanig beschouwt men ze in deze tradities als intensieve varianten van de ervaringen die men opdoet bij inslapen en bij de toestand van de slaap danwel droomslaap en andere veranderingen in bewustzijnstoestand zoals die plaatsvinden bij een flauwte, trance en extase, al dan niet sexueel, of gewoon bij een flinke niesbui; een verband overigens, waar in India al in de laat-vedische literatuur op gewezen is. Ik zal hier later nog op terugkomen.
Om er in te komen zal ik eerst een korte beschrijving van het proces van sterven geven. Ik baseer me hierbij op een vertaling van een tekst van de hand van de zeventiende-eeuwse [tekst]; door Eric Hein Schmit of Padma kun bzaṅ vertaald als ‘The Mirror of Mindfulness’.
Deze beschrijving is hier en daar aangevuld met die van de huidige rDzogs chen meester bSod rgyal Rin po che zoals die te lezen is in zijn onvolprezen boek ‘The Tibetan Book of Living and Dying’. Op enkele punten wijkt zijn opsomming enigszins af van die van rTse le Rin po che.
Een andere uiteenzetting van de stadia van het sterven vinden we in een tekst van de achtiende-eeuwse [tekst]; door Lati Rinbochay en Jeffrey Hopkins vertaald als ‘Death, Intermediate State and Rebirth in Tibetan Buddhism’ of letterlijker als ‘Lamp thoroughly Illuminating the Presentation of the Three Basic Bodies’. Deze presentatie wijkt sterk af van de eerder genoemde versies; deze zal dan ook grotendeels buiten beschouwing gelaten worden.
We kunnen op basis van deze twee of eventueel drie uiteenzettingen twee fasen van telkens vier stadia onderscheiden. rTse le Rin po che en bSod rgyal Rin po che beschrijven bovendien bepaalde voortekenen van de op handen zijnde ontbinding. In het algemeen verloopt de ontbinding van grof naar subtiel, van het lichamelijke—hetgeen uiteraard ook zijn mentale gevolgen heeft—naar het mentale. Ik zal u de meer technische details besparen. (Volgens rTse le Rin po che nemen eerst de vitale energieën in het algemeen af: voortekenen)
I DE VOORTEKENEN VAN ONTBINDING
IA (DE VOORTEKENEN VAN) HET VERVAL VAN DE VIJF PRIMAIRE VITALE ENERGIEËN
1 EQUAL-ABIDING WIND =FIRE-DWELLING WIND (SAMĀNA)
De spijsvertering wordt geremd. De lichaamswarmte van de stervende neemt af, zijn handen en voeten worden koud.
2 LIFE-UPHOLDING WIND (PRĀṆA)
De geest van de stervende is niet meer helder, hij raakt in de war.
3 DOWNWARD-CLEARING WIND (APĀNA)
De spieren in zijn onderbuik met name darmen en blaas onttrekken zich aan zijn wil.
4 UPWARD-MOVING WIND (UDĀNA)
Hij kan niet meer slikken en is kortademig.
5 PERVADING WIND (VYĀNA)
Hij kan zijn ledematen niet meer goed bewegen en de aderen in zijn lichaam beginnen enigszins in te zakken.
IB (DE VOORTEKENEN VAN) HET VERVAL VAN DE VIJF SECUNDAIRE VITALE ENERGIEËN DIE MET DE ZINTUIGLIJKE FUNKTIES GEASSOCIEERD WORDEN.
Volgens bSod rgyal Rin po che zullen nu ook de zintuigen ophouden te functioneren, de stervende vangt nog slechts vage impressies uit zijn omgeving op. Dit nu geeft aan dat de stadia van ontbinding hun aanvang genomen hebben. (Volgens rTse le Rin po che vindt dit pas later, en dan ook meer radicaal plaats. Bij dByaṅs can dga’ ba’i blo gros vallen de eerste vijf zintuiglijke functies tijdens de volgende vier, hierna te bespreken, stadia weg (en wel twee in het vierde stadium), en desintegreert het laatste, volgens buddhistische classificatie, zesde ‘zintuig’, het denkvermogen (Skt. manas, Tib. yid) in de daaropvolgende fase van vier stadia.)
II DE STADIA VAN ONTBINDING.
IIA DE STADIA VAN HET OPLOSSEN VAN DE UITERLIJK ZICHTBARE FACTOREN: HET VERVAL VAN DE CAKRA’S (‘KHOR LO’S) EN HET ACHTEREENVOLGENS OPLOSSEN VAN DE HIERMEE EN MET DE OVEREENKOMSTIGE VIJF SKANDHA’S (PHUṄ PO LṄA) EN ELEMENTEN GEASSOCIEERDE VITALE ENERGIEËN.
1 HET VERVAL VAN HET NIRMĀṆACAKRA (SPRUL PA’I ‘KHOR LO) EN DE RŪPASKANDHA, DE VITALE ENERGIE DIE MET HET AARDE ELEMENT VERBONDEN WORDT NEEMT AF TEN GUNSTE VAN DIE DIE MET HET WATER ELEMENT GEASSOCIEERD WORDT.
Het volgende dat men merkt is dat de lichaamskracht van de stervende verdwijnt, hij kan zijn hoofd niet meer rechtovereind houden, zijn armen en benen worden slap, hij voelt zich zwaar en ongemakkelijk alsof hij door een immens gewicht verpletterd wordt. Zijn gelaatskleur verdwijnt en hij wordt bleek, zijn wangen vallen in, en er verschijnt een (zwarte) aanslag op zijn tanden. Hij zou graag willen dat iemand hem op zou tillen en overeind zou houden. Volgens bSod rgyal Rin po che wordt het steeds moeilijker voor de stervende om zijn ogen nog te openen en te sluiten.
Hij voelt zich zwak en kwetsbaar, aanvankelijk is hij opgewonden en koortsachtig maar hij zakt dan al gauw weg in een suffe en gedeprimeerde toestand. Hij krijgt een visioen van een luchtspiegeling zoals die boven heet woestijnzand te zien zou zijn. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros valt het gezichtsvermogen nu pas weg.)
2 HET VERVAL VAN HET JÑĀNACAKRA (YE ŚES KYI ‘KHOR LO OFWEL THUGS KYI ‘KHOR LO) EN DE VEDANĀSKANDHA, WATER-VUUR.
Hij kan het speeksel en neusslijm niet meer binnen houden (dit vindt volgens rTse le Rin po che al in het vóórgaande stadium plaats). Er kunnen ook uitscheidingen uit de ogen plaatsvinden; mogelijk kan hij ook de ontlasting niet meer ophouden. Zijn ogen liggen droog en stroef in hun kassen. Zijn lippen zijn samengetrokken en bloedeloos en zijn luchtwegen drogen uit en voelen slijmerig en enigszins verstopt aan, de neusvleugels vallen in, de tong droogt uit en voelt verkrampt en stijf. Hij voelt zich erg dorstig. Hij beeft en heeft stuiptrekkingen. Er hangt een doodslucht om hem heen.
Lichamelijke gewaarwordingen verdwijnen, hij wordt heen en weer geslingerd tussen pijn en gemak, overhitting en onderkoeling. Hij voelt zich beneveld, nerveus en prikkelbaar. Hij heeft een visioen van mist en rookslierten. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros valt nu ook de gehoorzin weg.)
3 HET VERVAL VAN HET SAṂBHOGACAKRA (LOS SPYOD KYI ‘KHOR LO) EN DE SAṂJÑĀSKANDHA, VUUR-LUCHT.
De mond en neus van de stervende drogen geheel uit en de adem voelt koud aan. De lichaamswarmte trekt zich terug, meestal vanuit de handen en voeten naar het hart toe, mogelijk wordt hij een hitte als van stoom gewaar die uit zijn kruin lijkt te ontsnappen. Hij kan niets meer drinken of verteren. Hij is nu eens helder en dan weer verward, en hij kan zich niets of niemand meer herinneren. Hij heeft een visioen van glimmerende rode vonken zoals die boven een vuur dansen, een beetje zoals vuurvliegjes. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros valt nu ook de reukzin weg.)
4 HET VERVAL VAN HET SUKHAPĀLACAKRA (BDE SKYOṄ GI ‘KHOR LO) EN DE SAṂSKĀRASKANDHA, LUCHT-BEWUSTZIJN, ALLE VITALE ENERGIEËN LOSSEN OP IN DE LIFE-UPHOLDING WIND (PRĀṆA).
Het wordt steeds moeilijker om adem te halen, het lijkt wel alsof de lucht uit zijn keel ontsnapt. Hij ademt zwaar en rochelt, hapt kort en moeizaam naar adem terwijl zijn uitademingen steeds langer worden. Zijn ogen draaien naar boven en staren.
Hij is totaal de kluts kwijt en verliest het contact met de omgeving. Hij begint te hallucineren en afhankelijk van zijn staat van geest heeft hij angstaanjagende schrikbeelden en herleeft hij verschrikkelijke momenten uit zijn leven of heeft hij hemelse en gelukzalige ervaringen en ontmoet hij vrienden en beminden of verlichte wezens. Hij heeft een visioen van een rood-vlammende toorts of lamp. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros vallen nu ook de smaak- en tastzin weg.) (Volgens rTse le Rin po che houden de zintuigen pas op dit punt op te functioneren. In zijn beschrijving lost nu ook de vitale energie verbonden met bewustzijn op en domineert die die met de lege ruimte geassocieerd wordt, zowaarschijnlijk moeten we dit echter pas aan het eind van de volgende vier stadia plaatsen).
De (uitwendige) ademhaling is nu opgehouden, alle lichaamsfuncties zijn gestopt, het lichaam heeft een lijkkleur aangenomen en is koud geworden, enkel rond het hart is nog enige lichaamswarmte waarneembaar. Hij is nu klinisch dood. Volgens de heersende medische opvattingen was dit het dan.
Volgens Tibetaanse bar do-teksten is de stervende echter nog niet echt dood. Er wordt inderdaad gezegd, dat, in het algemeen, dit het punt is waarna men niet meer kan herstellen van het sterven. Maar er is nog een subtiele innerlijke respiratie gaande die nog een korte wijl stand zal houden (traditioneel gelijkgesteld met de periode die nodig is om een maaltijd te nuttigen, dat wil zeggen zo’n vijftien à twintig minuten). Hij is nu weliswaar klinisch dood, maar nu begint het pas echt interessant te worden.
IIB DE STADIA VAN HET OPLOSSEN VAN DE SLECHTS INNERLIJK WAARNEEMBARE FACTOREN: HET VERVAL VAN DE GROVE EN SUBTIELE VOORSTELLINGEN EN EMOTIES
…..."
Bron: Boeddhistisch Dagblad
Tegen de zon in kijken; doodsangst en hoe die te overwinnen
door Irving D. Yalom
Ik beperk me tot het weergeven van de samenvatting zoals die staat op de Bol.com-pagina over dit boek.
Dit omdat m'n subjectieve ervaring bij het lezen van dit boek lastig onder woorden te brengen is.
“ Hoe kunnen we iets wat voor ons allen even finaal als raadselachtig is als de dood leren begrijpen en accepteren? Yalom laat zien hoe een droom, een verlies, een traumatische ervaring, de dood of ziekte van een dierbare of gewoon de naderende ouderdom keerpunten kunnen zijn op weg naar een zinvoller leven, als wij er tenminste de inspiratie aan kunnen ontlenen om onze prioriteiten te verleggen en meer risico’s te nemen voor een bevredigender en liefdevoller leven. Zo leren we oprechter te communiceren met de mensen van wie we houden, te stoppen met dingen die we niet willen doen en de schoonheid van het leven bewuster te ervaren.
De mens vreest meestal de dood en is ook vaak bang om erover te denken en te spreken. Zelfs in de psychotherapeutische praktijk komt het onderwerp daardoor minder vaak voldoende openlijk naar voren dan gewenst en zinvol is. De ervaring van de auteur, de beroemde Amerikaanse existentiële psychotherapeut en schrijver van enkele romans en toegankelijke boeken over zijn vak, geeft in dit boek aan hoe belangrijk het is voor onze levenskwaliteit om - wanneer het nodig is - bewust stil te staan bij zoals de dood in ons leven zich manifesteert. Een - plotseling - sterven van een medemens of een eigen ervaring van er bijna geweest te zijn, raakt ons gevoel zelf sterfelijk te zijn. Negeren hiervan - of niet-herkennen - kan leiden tot geestelijk lijden. De auteur geeft in eenvoudige woorden ook een handreiking aan therapeuten en is kritisch naar moderne oppervlakkige therapievormen. De auteur vertelt over zijn therapiewerk, zijn - filosofische en therapeutische - inspiratiebronnen en leermeesters (onder anderen Rollo May) en zijn eigen biografie. "
Bron: Bol
Blaise Pascal
Er zijn mensen die geloven in reïncarnatie of in wedergeboorte.
En er zijn mensen die zich vorige levens (zeggen te) herinneren; die 'geloven' niet, die weten.
En die herinneren zich dus ook hoe het is, dood te gaan, dat hebben ze op diverse manier ondergaan ('gedaan' lijkt me te actief uitgedrukt)
Ik hoor daar niet bij, ik heb het nog nooit gedaan - dood gaan - ik weet het niet.
Ik ben een absoluut beginner op het gebied van het (zelf) sterven.
(Volgens mij is iedereen dat maar daar wil ik het dit keer niet over hebben.)
Is daar niets aan te doen?
Okay, door dood te gaan natuurlijk maar daar heb ik niet veel aan.
Het gaat me om het me voorbereiden op m'n sterven, m'n dood gaan en m'n dood zijn.
Het 'memento mori' , 'gedenk te sterven', dus.
Een manier is, vaker zelf in de nabijheid van (andere) stervenden te zijn. Want behalve bij een beperkt aantal familieleden ben ik er niet zo veel bijgeweest.
Ik heb een poging ondernomen als vrijwilliger actief te zijn in een hospice in mijn woonplaats. Mooi werk, voor mensen van alle gezindten, bij de stervenden dan, niet bij de vrijwilligers. Die moeten positief-christelijk zijn, en dat kon en wilde ik niet invullen.
Erover lezen is voor mij een logische stap. Als ik iets wil begrijpen (wat ik niet kan ervaren), ga ik er literatuur over zoeken: wetenschappelijke en ervarings-literatuur.
En er over contempleren is een andere stap.
De meeste teksten die ik gevonden heb, gaan over stervensbegeleiding of over het rouwen van nabestaanden over de dood van geliefden, zoals twee recente boeken van Christa Anbeek.
Ik zoch echter over m'n eigen dood, van binnen uit zogezegd, over de fenomenologie van het doodgaan.
Een onmogelijke opgave, maar toch de moeite waard (net als het leven zelf).
Een facet uit het inhoudsrijke boek ' Being with Dying - Cultivating Compassion and Fearlessness in the Presence of Death ' van Joan Halifax dat me frappeerde en als een soort waarschuwing werkt. Namelijk om me niet een ideale dood, een mooi sterfbed voor te stellen met al degenen waar ik van houd om me heen en zachtjes en helder van geest alles los latend.
Geen verwachtingen hebben, het gaat zoals het gaat, dood-gaan ook al .
Misschien wordt het een fatale hartaanval, of kreperend van de pijn door een kanker, of verdwijnend in Alzheimer, of de plotselinge dood van een verkeersongeluk.
En dan dat citaat uit de 'Pensées' van Blaise Pascal, wat is daar mee?
" Le silence eternel des ces espaces infinis m'effraie"
Vrij vertaald: ' de eeuwige stilte van de oneindige ruimten maakt me bang '.
Ben ik bang, heb ik doodsangst, angst voor de leegte na de dood of juist voor wat er wel is?
Ik dacht het niet, maar ben er ook niet helemaal zeker van.
Ik ben tenslotte nog niet aan het dood gaan, in zekere zin dan;
in andere zin ben ik daar al vanaf m'n geboorte mee bezig.
We zien wel.
.jpg)
Drie teksten wil ik citeren, teksten die mij behulpzaam zijn in mijn (onsystematische) contemplaties; plus een aankondiging:
' Ons ware thuis ' door Ajahn Chah .
Geen troost maar helderheid biedend
' Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn? ' door Henk Blezer .
Ik citeer alleen passages uit het begin van dit artikel, de feitelijke delen, niet de er op volgende (in mijn ogen) speculatieve passages.
' Tegen de zon in kijken; doodsangst en hoe die te overwinnen ' door Irving D. Yalom
Een mooi beeld: het 'gedenk te sterven' is een soort 'tegen de zon inkijken', dat kan dus niet.
Gaat (gelukkig) niet alleen of doodsangst, ook wel over iets minder enge gevoelens.
' Living in the Light of Death; On the Art of Being Truly Alive ' door Larry Rosenberg .
Aan dit boek ben ik net begonnen. Lijkt me zeer nuttig voor mijn contemplaties.
Of de lezer hier ook iets aan heeft?
Dat weet ik natuurlijk niet. Mijn dood is hun dood niet en hun dood is mijn dood niet
Maar wie weet.
Ons ware thuis
door Ajahn Chah
"( Lezing voor een vrouw op haar sterfbed )
Neem nu het besluit om met respect te luisteren naar de Dhamma. Probeer zo aandachtig te zijn op mijn woorden, als was het de Boeddha zelf die hier voor je zit. Sluit je ogen en maak het jezelf gemakkelijk, concentreer je geest en ontwikkel eenpuntigheid van geest. Sta nederig toe dat het drievoudige juweel van wijsheid, waarheid en zuiverheid zich nestelen in je hart, als een manier om je respect te tonen aan de Verlichte.
Ik heb vandaag niets materieels om je te geven meegebracht, slechts Dhamma: leringen van de Boeddha. Luister goed naar me, je moet begrijpen dat zelfs de Boeddha, ondanks zijn enorme verworvenheden, toch de fysieke dood moest ondergaan. Hij was op hoge leeftijd wanneer hij afstand deed van de zware last van het lichaam. Nu moet ook jij leren om tevreden te zijn met de vele jaren dat je vertrouwd hebt op je lichaam. Je zou het gevoel moeten hebben dat het genoeg is.
Je kunt het vergelijken met huishoudelijke artikelen die je al een lange tijd in je bezit hebt. - kopjes, borden, pannen etc. Op het moment dat je ze aanschaft blinken ze en zijn ze schoon, maar na ze al zolang gebruikt te hebben, beginnen ze te verweren. Het vertoont barsten of is intussen al gebroken of verdwenen, en wat niet verdwenen is, is verweerd of heeft geen stabiele vorm meer, en het is volkomen natuurlijk dat het zo gaat. Jouw lichaam is van dezelfde aard - het is voortdurend in verandering geweest vanaf het moment van je geboorte, door je kindertijd en door je latere jeugd, totdat je nu een hoge leeftijd hebt bereikt. Accepteer het. De Boeddha zei dat alle geconditioneerde samengestelde dingen (sankharas) - of ze nu inwendig zijn, lichamelijk of uitwendig, ze zijn allemaal zonder zelf, het is in hun natuur om te veranderen. Contempleer op deze waarheid tot het duidelijk je wordt.
Deze homp vlees in verval is waarheid, saccadhamma. De ware natuur van dit lichaam is saccadhamma, en het is wat de Boeddha ons voortdurend leert. De Boeddha leerde ons om naar het lichaam te kijken, te contempleren op het lichaam en om te ontdekken wat haar werkelijke natuur is. We moeten in alle rust bij het lichaam kunnen verwijlen, ongeacht de staat waarin het verkeert. De Boeddha leerde ons dat we ons moesten overtuigen dat het slechts het lichaam is dat opgesloten is in een gevangenis, en dat je je geest daarbij niet ook gevangen zet. Nu je lichaam op deze leeftijd begint af te takelen; verzet je er niet tegen, maar zorg dat je geest niet meegetrokken wordt in deze aftakeling, hou je geest daarvan gescheiden. Geef energie aan de geest door te beseffen hoe de dingen werkelijk zijn. De Boeddha leerde ons dat dit de natuur is van het lichaam, het is niet anders. Dat je geboren bent betekent automatisch dat het oud en ziek wordt en uiteindelijk volgt de dood. Dit is de grote waarheid waar je nu mee geconfronteerd wordt. Kijk met wijsheid naar het lichaam en je zult het begrijpen.
Zelfs als je huis overstroomt is met water of tot de grond toe afbrandt, wat het gevaar ook is wat het bedreigt, laat het niet op mr betrekking hebben dan alleen het huis. Als het overstroomt, laat dan niet ook je geest overstromen. Als er brand is, laat niet ook je hart in vlammen opgaan, laat het beperkt blijven tot het huis. Het huis dat overstroomt of verbrand, is buiten je, is niet je geest. Sta je geest toe je gehechtheden los te laten. Het is nu de tijd.
Je hebt al heel lang geleefd. Je ogen hebben een ontelbare hoeveelheid kleuren en vormen gezien, je oren hebben veel geluiden gehoord, en je hebt vele ervaringen ondergaan. En het was ook niet meer dan dat - slechts ervaringen. Je hebt heerlijke maaltijden gegeten, en al die fijne smaken waren alleen maar goede smaken, niets meer dan dat. Een vieze smaak is alleen maar een vieze smaak, niet meer dan dat. Als het oog een mooie vorm ziet, dan is dat alles wat er is, alleen maar een mooie vorm. Een lelijke vorm is alleen maar een lelijke vorm. Het oor hoort een meeslepend, melodieus geluid en ook dat is niet meer dan dat. En hetzelfde geldt voor een ruw en disharmonisch geluid.
De Boeddha zei dat rijk of arm, jong of oud, mens of dier, geen enkel wezen in deze wereld voor langere tijd in een bepaalde staat kan blijven; in alles ervaar je verandering en vervreemding. Dit is een feit in het leven wat we niet kunnen veranderen. Maar wat we volgens de Boeddha wel kunnen doen is contempleren op het lichaam en op de geest zodat je het onpersoonlijke herkent, zodat je ziet dat niets hierin "ik" is of "mijn". Alles is voorlopige werkelijkheid. Het is hetzelfde als met dit huis. Alleen in naam is het van jou, je kunt het nergens mee naar toe nemen. Hetzelfde wat betreft je bezittingen en je familie - zogezegd, formeel zijn ze van jou, ze behoren je niet werkelijk toe, ze behoren tot de natuur. Dit is geen waarheid die alleen jou aanspreekt, iedereen zit in dezelfde positie, zelfs de Boeddha en zijn verlichte leerlingen. Zij verschilden echter van ons in een enkel aspect en dat was hun acceptatie van de dingen zoals ze werkelijk zijn. Ze zagen dat het niet anders kan zijn.
De Boeddha leerde ons dus om het lichaam te observeren, van de zolen van de voet omhoogbewegend naar de kruin op je hoofd en dan weer terug naar de voetzolen. Kijk gewoon eens goed naar het lichaam. Wat zie je dan allemaal? Kun je iets vinden wat vrij is van onzuiverheden? Kun je ergens iets vinden wat onveranderlijk is of blijvend? Dit lichaam is voortdurend in verval, en de Boeddha leerde ons om te zien dat het ons niet toebehoort. Het is de natuur van het lichaam om zo te zijn omdat alle geconditioneerde dingen onderhevig zijn aan verandering. Hoe zou je willen dat het anders was? In feite is er niets mis met het lichaam zoals het is. Het is niet het lichaam dat je lijden veroorzaakt maar het verkeerde denken. Als je wat juist is als fout ziet, dan kan er alleen maar verwarring bestaan.
Het is als het water in een rivier. Op een natuurlijke manier srtroomt het stroomafwaarts, het stroomt nooit omhoog, dat is de natuur van water. Als iemand aan de oever van een rivier staat te kijken hoe het water langzaam stroomafwaarts gaat, en hij krijgt het in z'n hoofd om te denken dat het water de andere kant op zou moeten stromen, betekent dat hij moet lijden. Zijn verkeerde manier van denken ontneemt hem zijn rust. Zijn verkeerde zienswijze, denken dat de stroom de andere kant op zou moeten gaan, maakt hem ongelukkig. Als hij de juiste zienswijze had gehad, dan had hij gezien dat het onoverkomelijk is dat het water stroomafwaarts beweegt, en zolang hij dat feit niet kan accepteren, raakt hij geagiteerd en van streek.
De rivier die stroomafwaarts moet bewegen is als je lichaam. Jong geweest is je lichaam nu oud, en meandert nu naar zijn einde, de dood. Ga niet wensen dat het anders was, het is iets waar je geen invloed op hebt. De Boeddha zei ons te kijken naar hoe de dingen zijn om dan onze gehechtheid hieraan los te laten. Neem dit gevoel van laten gaan als je toevlucht. Blijf zelfs mediteren als je moe en uitgeput bent. Blijf met je aandacht bij de ademhaling. Neem een paar diepe ademhalingen, en vestig je aandacht op de ademhaling, waarbij je de mantra "Boeddho" gebruikt. Maak van deze oefening een gewoonte. Naarmate je uitputting erger wordt, moet je concentratie subtieler en gerichter worden zodat je kunt omgaan met de pijnlijke sensaties die opkomen. Als je vermoeidheid voelt, laat alle denken gaan, laat de geest zich verzamelen, en ga dan naar het weten van de ademhaling. Hou je bij de innerlijke recitatie "Boed-dho, Boed-dho" Laat alles wat buiten je is gaan. Hou niet vast aan de gedachten over je kinderen en familieleden, hou je nergens aan vast. Laat gaan.
Maak de geest eenpuntig en richt hem op de adem. Maak van je adem het enige object voor je aandacht. Concentreer je totdat je geest meer en meer verfijnd wordt, totdat gevoelens onbelangrijk worden en er een grote innerlijke helderheid is ontstaan. Pijnlijke gevoelens die ontstaan zullen dan als vanzelf weer verdwijnen. Uiteindelijk zul je naar de adem kijken als naar een goede bekende die je op is komen zoeken. Als de bezoeker vertrekt, brengen we hem naar de deur en zwaaien hem uit. We wachten totdat hij uit het zicht verdwenen is waarna we weer naar binnen gaan. Zo ook kijken we naar de ademhaling.
Als de ademhaling diep is, dan weten we dat hij diep is. Is de ademhaling zwak, dan weten we dat hij zwak is. Als het steeds zwakker wordt blijven we het volgen, terwijl we tegelijkertijd onze geest waakzaam houden. Uiteindelijk verdwijnt de ademhaling helemaal, en wat overblijft is waakzaamheid. Dit wordt genoemd: het ontmoeten van de Boeddha. Het heldere gewaarzijn dat Boeddho genoemd wordt, de Wetende, de Wakkere, de Stralende. Het is een ontmoeten en verblijven bij de Boeddha, met een heldere en wetende geest. Het was de Boeddha van vlees en bloed die het Parinibbana inging. De werkelijke Boeddha, de Boeddha die - helder en stralend - weet, kunnen we ook vandaag de dag nog ervaren en bereiken, en als we dat doen, dan zijn we n in ons hart.
Laat dus alles los, zet alles naast je neer, alles behalve 'weten'. Laat je niet afleiden door beelden en geluiden die in je meditatie opduiken. Zet ze naast je neer. Hecht je nergens aan. Blijf bij dit non-dualistische gewaarzijn. Maak je geen zorgen om het verleden of de toekomst. Ben alleen maar stil, en je zult in de toestand komen dat er geen vooruitgang meer is, geen achteruitgang, en ook geen stilstand, waar niets is waar je je aan kunt oriënteren of waar je houvast aan hebt. Waarom? Omdat er geen 'zelf' is, geen 'mijn' of (van) 'mij', dat is allemaal verdwenen.
De Boeddha leerde ons om ons op deze wijze vrij te maken van alles, op te houden om alles met ons mee te dragen. Om te weten, en om het na het te hebben geweten te laten gaan.
Het verwerkelijken van de Dhamma, het pad dat leidt naar vrijheid van de kringloop van leven en dood, is een taak die we helemaal alleen moeten doen. Probeer dus voortdurend los te laten, probeer de leringen van de Boeddha te begrijpen. Probeer je werkelijk in te zetten in je contemplatie. Maak je geen zorgen om je familie. Op het moment zijn ze zoals ze zijn, en eens zullen ze zijn zoals jij. Er is niemand op deze wereld die dat lot kan ontsnappen. De Boeddha zei ons om alles los te laten wat geen blijvend karakter heeft. Wanneer je alles hebt losgelaten openbaart zich waarheid, loslaten is een absolute voorwaarde. Dat is hoe het werkt, en het werkt zo voor iedereen in deze wereld. Maak je dus geen zorgen, en probeer nergens houvast in te zoeken.
Zelfs als je jezelf terugvindt, verzeild in gedachten, ook dat is prima, zolang er wijsheid is in je denken. Denk geen domme gedachten. Als je aan je kinderen denkt, denk dan aan ze met wijsheid. Waar de geest zich ook op richt, denk en weet dat dan met wijsheid, bewust van de aard van de geestelijke activiteit die plaatsvindt. Denk je aan iets met wijsheid, dan kun je het laten gaan, en dat betekent dat lijden tot een einde komt. De geest is helder, verheugd en vreedzaam, en omdat het niet gericht is op afleiding is het onverdeeld. Op dit moment is het je adem die je hierin kan ondersteunen en helpen.
Dit is jouw werk, van niemand anders. Laat het aan anderen om hun werk te doen. Jij hebt je eigen plichten en verantwoordelijkheden en je hoeft die van je familie niet op je te nemen. Neem niets anders op dan wat van jou is, laat het allemaal gaan. Het loslaten zal je geest kalmeren. Je enige verantwoordelijkheid is nu om je geest te concentreren en het tot rust te brengen. Laat alles achter, en bekommer je om je eigen werk, bekommer je om je eigen verantwoordelijkheid. Wat er ook opkomt in je geest, of het nu angst is of pijn, de angst voor de dood, bezorgdheid om anderen of wat dan ook, zeg dan: "Val me niet lastig, dit is mijn zorg niet meer." Blijf dit tegen jezelf zeggen als je de dhammas ziet opkomen.
Waar verwijst het woord dhamma naar? Alles is dhamma. Er is niets wat geen dhamma is. En wat wat betreft 'wereld'? De wereld is de mentale toestand die je prikkelt op dit moment. "Wat zal deze persoon gaan doen? Wat zal die persoon gaan doen? Wie zal voor ze zorgen als ik dood ben? Zullen ze het wel redden?" Dit is allemaal slechts 'werelds'. Zelfs het opkomen van de gedachte van angst voor de dood is de wereld. Gooi de wereld weg. De wereld is zoals hij is. Je geest wordt verduisterd en kan zichzelf niet meer zien als je de wereld toestaat op te komen in je geest en je bewustzijn laat domineren. Dus wat er ook opkomt in je geest, zeg gewoon: "Dit gaat me niet aan, deze dingen zijn tijdelijk, onbevredigend en niet-zelf".
Denken dat je nog een hele tijd zo moet leven maakt dat je lijdt. Maar denken dat je liever nu meteen zou willen sterven, is ook niet goed, dat is ook lijden. Alle dingen zijn voorwaardelijk, en behoren ons niet toe, ze volgen hun eigen natuurlijke wetten. Je kunt niets veranderen aan hoe het lichaam is. Je kunt het een beetje verfraaien, het aantrekkelijker maken, en het schoon houden, zoals jonge meisjes doen die hun lippen verven en hun nagels laten groeien, maar als we ouder worden zitten we allemaal in dezelfde boot. Dat is hoe het lichaam is, je kunt er niets aan veranderen. Wel kun je je geest verbeteren en mooier maken.
Iedereen kan een huis bouwen van hout en stenen, maar de Boeddha leerde ons dat zo'n huis niet ons werkelijke (t)huis is. Het is slechts in naam van ons. Het is een werelds huis, wat aan wereldse wetten gebonden is. Ons ware (t)huis is innerlijke vrede. Een huis kan heel mooi zijn, maar is niet erg vredig. Je maakt je er zorgen over, dan weer dit en dan weer dat, je maakt je er angstig over. Daarom zeggen we: 'het is niet ons ware (t)huis', het is iets wat buiten ons is, er komt een tijd dat we het op moeten geven. Het is geen plek waar we permanent in zullen wonen omdat het ons niet echt toebehoort, het behoort de wereld toe.
En ook met ons lichaam is het zo. We zien het als ons zelf, zien het als 'ik' of 'mijn', maar in werkelijkheid is het helemaal niet zo, is het ook 'n werelds huis. Je lichaam heeft zijn natuurlijke verloop gevolgd van geboorte tot nu, nu het oud is en ziek, en je kunt het niet verbieden om zo te doen omdat het lichaam nu eenmaal zo is. Als je zou willen dat het anders zou zijn, zou net zo belachelijk zijn als wanneer je zou willen dat een eend zich als een kip zou gaan gedragen. Als je ziet dat dat onmogelijk is, dat een eend zich dient te gedragen als een eend, dat een kip een kip moet zijn, en dat lichamen oud moeten worden en sterven, dan zul je hierin kracht en energie vinden. Hoe je ook zou willen dat het lichaam altijd maar door zal gaan, en heel lang zal leven, het zal toch niet gebeuren.
The Boeddha zei:
Annicca vata sankhara - Uppadavayadhammino - Upajjhitva nirujjhanti - Tesam vupasamo sukho.
Het woord 'sankhara' heeft betrekking op dit lichaam en deze geest. Sankharas zijn tijdelijk en veranderlijk. Ze komen en gaan. Ze ontstaan en verdwijnen, worden geboren en sterven, en toch wil iedereen dat ze onvergankelijk zijn. Dit is dwaasheid. Kijk slechts naar de adem. Als je in hebt geademd, adem je weer uit. Dat is de natuur van ademen, dat is hoe het moet zijn. Inademen en uitademen moeten elkaar afwisselen, deze verandering moet er voortdurend zijn. Sankharas bestaan door verandering, je kunt dat niet verhinderen. Denk eens: kun je uitademen zonder inademen? Zou dat goed voelen? Of alleen maar inademen? We willen dat dingen blijvend zijn, maar dat kan niet, dat is onmogelijk. Als je ingeademd heb, moet je ook weer uitademen, en als je uitgeademd hebt moet je ook weer inademen en dat is de natuur, of niet soms? Als je geboren bent worden we ook oud en ziek, en dat is volkomen natuurlijk en normaal. Omdat de sankharas hun werk doen, alleen omdat de inademing en de uitademing elkaar voortdurend afwisselen is het mogelijk voor de mens om te bestaan.
Op het moment dat we geboren zijn zijn we ook dood. Onze geboorte en onze dood zijn slechts n ding. Het is als met een boom: Als er wortels zijn, dan moeten er ook takken zijn. Als er takken zijn, dan moeten er ook wortels zijn. Je kunt niet het een hebben zonder het ander. Het is enigszins grappig om te zien hoe mensen bij een overlijden zo bedroefd zijn en in verwarring, en zo blij en verrukt bij een geboorte. Het is allemaal vanwege onze verblinding; niemand neemt de moeite om het eens goed te bekijken. Ik denk als je werkelijk wilt huilen, huil dan liever wanneer iemand geboren wordt. Want in feite is geboorte dood, en dood is geboorte - de wortel is de tak, de tak is de wortel. Als je moet huilen, huil dan bij de wortels, huil dan bij de geboorte. Bekijk het eens goed: Als er geen geboorte was, was er ook geen sterven. Kun je dit begrijpen?
Denk niet te veel na. Denk alleen maar "Dit is hoe de dingen nu eenmaal zijn". Dat is je werk, jouw taak. Op dit moment kan niemand je helpen. Er is niets dat je familie of je bezittingen voor je kunnen doen. Het enige wat je nu kan helpen is het juiste gewaarzijn.
Dwaal niet af. Laat het gaan. Gooi alles overboord. Of je nu kunt laten gaan of niet, de tijd begint te komen dat alles je toch gaat verlaten. Zie je hoe alle delen van je lichaam proberen weg te glippen? Neem bijvoorbeeld je haar. Toen je jong was waren ze dik en zwart. Nu vallen ze langzaam uit, het is je aan het verlaten. Je ogen waren scherp, en nu zijn ze zwak en onhelder. Als je organen op zijn vertrekken ze, dit is niet hun thuis. Als kind had je sterke stevige tanden terwijl ze nu loszitten of misschien heb je zelfs valse tanden. Je ogen, oren, je neus en je tong, alles probeert van je weg te komen omdat dit niet hun thuis is. Je kunt je geen permanent thuis maken in een sankhara. Je kunt er voor een tijdje verblijven, maar dan moet je gaan. Het is als een huurder die zijn kleine huisje bekijkt met ogen die niet meer al te goed zien, Zijn tanden en ook zijn oren zijn niet meer zo al te best. Zijn lichaam gaat over de jaren sterk achteruit, en alles is bezig om te vertrekken.
Je hoeft je dus ook nergens zorgen om te maken omdat dit niet je echte thuis is. Het is slechts een tijdelijke verblijf waar je hebt geschuild. Je bent in deze wereld gekomen en daarom moet je contempleren op haar natuur. Alles wat er is bereidt zich voor om te verdwijnen. Kijk naar je lichaam: is er iets in je lichaam wat nog dezelfde vorm had als voorheen? Is je huid zoals het geweest is? Je haren, die zijn ook niet meer hetzelfde, nietwaar? Waar is het allemaal gebleven? Dit is de natuur van de dingen. Als hun tijd voorbij is, gaan de voorwaardelijke dingen hun eigen weg. Er is niets in deze wereld waar je steun bij kunt vinden. - het is een eindeloze kringloop van opwinding en problemen, plezier en pijn. Er is geen vrede.
Als we geen echt thuis hebben zijn we als een doelloze reiziger, ergens onderweg, een tijdje die richting en dan weer een andere richting, een tijdje blijven en dan weer vertrekken. Tot we ons echte thuis gevonden hebben, zullen we ons ongemakkelijk voelen bij alles wat we doen. Het is als iemand die net zijn dorp verlaten heeft voor een lange reis. Pas wanneer hij weer thuis komt voelt hij zich weer op z'n gemak en kan hij weer ontspannen.
Echte vrede kan nergens op deze wereld gevonden worden. De armen kennen geen vrede, en evenzo de rijken. Volwassenen hebben geen vrede, kinderen hebben geen vrede. De laag-opgeleiden hebben geen vrede, en ook de hoog-opgeleiden niet. Er is nergens vrede te vinden. Dat is karakteristiek aan deze wereld.
Degenen die weinig bezittingen hebben lijden, en evenzo lijden zij die veel bezitten. Kinderen, volwassenen, oude mensen, iedereen lijdt. Het lijden omdat je oud bent, lijden omdat je jong bent, het lijden veroorzaakt door je armoe, het lijden veroorzaakt door weelde, overal vind je lijden.
Wanneer je de dingen op deze wijze nauwkeurig contempleert, zie je annicam, de tijdelijkheid van de dingen. En ook dukkham, de onbevredigendheid van alle dingen. En waarom zijn ze nooit blijvend, en altijd onbevredigend? Dat is omdat ze annatta zijn: niet-zelf.
Zowel je lichaam, nu ziek en pijnlijk, en je geest die de ziekte en de pijn gewaarwordt, beide zijn dhammas. Dat wat geen vorm heeft, de gedachten, de gevoelens, het waarnemen wordt nama-dhamma genoemd. Het stoffelijk lichaam wordt rupa-dhamma genoemd. Het stoffelijke is dhamma en ook het onstoffelijke is dhamma. We leven met dhammas, in dhammas, we zijn in feite dhammas. In feite is er nergens zoiets als een 'ik' of 'zelf' te vinden, het enige wat je vindt zijn dhammas, voortdurend verschijnend en weer verdwijnend, geheel volgens hun natuur. Iedere seconde ondergaan we leven en dood. Dit is hoe de dingen in wezen zijn.
Als we aan de Boeddha denken, aan de wijsheid die hij ons gegeven heeft voelen we verering, toewijding en respect. Zelfs zonder de Dhamma in praktijk te brengen zien we soms de waarheid van zijn leer. Maar ook al hebben we kennis van zijn leer, als we ze goed bestudeerd hebben, en in praktijk gebracht, maar niet de waarheid ervan gezien, dan zijn we nog altijd thuisloos.
Probeer dus begrip te krijgen voor het feit dat alle mensen, alle wezens, uiteindelijk moeten vertrekken. Als een wezen zijn tijd geleefd heeft, gaat hij zijn natuurlijke weg. De rijken, de armen, de jongeren, de ouderen, alle wezens moeten deze verandering ondergaan.
Als je je realiseert dat de wereld zo in elkaar zit, begint de wereld je als het ware te vervelen. Het is een ontluisterende ervaring om te zien dat er in deze wereld niets is wat blijvend, stabiel is, niets blijvends om aan vast te houden. Dat je ontsteld bent, wil niet zeggen dat je aversie hebt. De geest is helder. De geest ziet dat er weinig te verbeteren valt, dat het allemaal gewoon is zoals de wereld in wezen is. Als je op deze wijze de wereld beziet kun je je gehechtheden loslaten. Laat het gaan met een geest die noch blij is noch bedroefd, maar in vrede met de sankharas door met wijsheid hun veranderende natuur te zien. Anicca vata sankharam - alle sankharas zijn vergankelijk.
Om het eenvoudig te zeggen: vergankelijkheid is de Boeddha. Als we een vergankelijk, tijdelijk fenomeen helder waarnemen zien we dat er wel iets onvergankelijks, iets wat altijd blijvend is aan zit. Blijvend is dat het altijd en eeuwig onderhavig is aan verandering. Dat is het enige houvast dat we als mensen hebben. Er is een voortdurende transformatie gaande, van kind-zijn naar jeugd, en later de ouderdom, en die vergankelijkheid, de karakteristiek van verandering, is het enige wat vaststaat in ons leven. Als je er op die manier naar kunt kijken, komt je geest tot rust. Je bent niet de enige die hier doorheen moet, dit geldt voor iedereen.
Als je dingen op deze wijze beschouwt, zul je ze als vervelend zien, en teleurstelling zal opkomen. De verrukking die je ervaart in de wereldlijke genoegens zal verdwijnen. Je zult zien dat wanneer je veel hebt, je veel achter zult moeten laten, dat als je weinig hebt, je weinig achter hoeft te laten. Weelde is niet mr dan weelde. Een lang leven is gewoon lang leven, en daar is niets speciaals aan.
Belangrijk is dat we doen zoals de Boeddha ons leerde en ons eigen huis bouwen op de manier die ik je heb uitgelegd. Bouw je huis door te laten gaan. Laat alles gaan tot de geest vrede vindt, vrij van vooruitgang, vrij van achteruitgang, vrij van stilstand. Blijdschap is niet ons huis, pijn is niet ons huis. Blijdschap en pijn zullen allebei weer verdwijnen.
De Boeddha zag dat alle sankharas vergankelijk zijn, en daarom leerde hij ons om al onze gehechtheden te laten gaan. Als we op het einde van ons leven zijn hebben we zowiezo geen keuze, we kunnen niets met ons meenemen. Zou het dan niet beter zijn om al eerder alles naast je neer te zetten. Het is een zware last om er mee rond te lopen. Waarom niet nu meteen die zware last van je afgegooid? Waarom loop je ermee te zeulen? Laat het gaan, ontspan je, en laat je familie voor je zorgen.
Diegenen die de zieken verzorgen groeien in hun deugd. Iemand die ziek is moet anderen de gelegenheid daartoe geven, en ze niet te veel in de weg leggen. Als er pijn is of een ander probleem, laat ze dat dan weten zonder de goede staat van je geest kwijt te raken.
Iemand die zijn ouders verzorgt, moet zijn geest vullen met warmte en vriendelijkheid, en niet gevangen raken in aversie. Dit is een uitstekende gelegenheid om je schuld af te betalen. Vanaf je geboorte tot je volwassenzijn ben je afhankelijk geweest van je ouders. We zijn vandaag hier omdat onze vaders en onze moeders ons op allerlei wijzen geholpen hebben. We zijn ze een ongelooflijke hoeveelheid dankbaarheid verschuldigd.
Vandaag dus, nu alle kinderen en verwanten hier bijeen zijn, zie hoe je ouders je kinderen geworden zijn zoals eerst jij hun kind was. Ze worden ouder en ouder tot ze weer kind geworden zijn. Hun herinneringen verdwijnen, hun ogen zien niet meer zo goed en hun oren horen niet meer, soms verdraaien ze hun woorden. Laat het je niet verontrusten of opwinden. Ieder van jullie die hier helpen bij hun verzorging moeten weten hoe ze los kunnen laten. Hou je niet vast aan dingen, laat gaan, laat de dingen hun eigen weg volgen. Als een klein kind ongehoorzaam is laten de ouders het kind gewoon z'n gang gaan, alleen maar om de vrede te bewaren en om het gelukkig te maken. Nu zijn je ouders als die kinderen. Hun herinneringen en hun indrukken zijn verward. Soms halen ze jullie namen door elkaar, of je vraagt ze om een kopje te geven en ze geven een bord. Dat is normaal, laat je daardoor niet verontrusten of wind je daarover niet op.
Laat de zieke zich de vriendelijkheid herinneren van degene die hen verpleegt en geduldig de pijn verdragen. Span je geestelijk in om je geest niet onrustig en verward te te laten worden, en maak het de mensen die je verzorgen niet moeilijk. Laat degenen die de zieken verzorgen hun geest vullen met deugdzaamheid en vriendelijkheid. Probeer geen aversie te hebben tegen de onaantrekkelijke zijde van het werk, om braaksel op te ruimen of speeksel, of urine of uitwerpselen. Doe je best, zodat iedereen in de familie zijn steentje bijdraagt.
Dit zijn de enige ouders die je hebt. Zij gaven je het leven, waren je leraren, je verplegers, ze zijn alles voor je geweest. Dat ze je grootgebracht heben, je onderwezen, hun rijkdom met je gedeeld hebben, en je tot hun erfgenaam hebben gemaakt is de grote verdienste van je ouders. Daarmee verbonden leerde de Boeddha ons de deugden katannu en katavedi, besef hebben van onze diepe dankbaarheid, en proberen om het terug te geven. Deze twee dhammas vullen elkaar aan. Als onze ouders in de problemen zijn of ziek, dan doen we ons best om ze te helpen. Dit is Katannukatavedi, de deugd waardoor de wereld voortgang vindt. Het voorkomt dat families uit elkaar vallen en maakt ze stabiel en harmonieus.
Vandaag heb ik je de Dhamma als een gift in deze sombere tijd van ziekte gegeven. Ik heb geen materiële giften om je te geven, dat is ook al voldoende aanwezig is in dit huis, en daarom geef ik je de Dhamma. Iets van blijvende waarde, iets waar je voor altijd uit kunt putten. Je hebt het nu van mij gekregen. Je kunt het aan zoveel mensen doorgeven als je wilt, zonder dat het zijn waarde verliest. Dat is de natuur van deze waarheid. Ik ben blij dat ik je deze Dhamma-gift heb kunnen geven en hoop dat het je de kracht zal geven om om te gaan met je pijn. "
Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn? '
door Henk Blezer
Ik citeer alleen uit het eerste, het meest feitelijke deel van dit artikel en sla Tibetaanse woorden zoveel mogelijk over.
" Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn?
Ik doel nu niet zozeer op die kant en klare voorstellingen—voorgesneden, gedroogd en in zakjes verpakt—die we via deze of gene cultuur hebben meekregen: al die mozaïekjes van hoop en vrees, inzicht en verbeelding, en zo meer, die we als een soort van hebbedingetjes verwachtingsvol in ons kleine koffertje voor het lange reisje gestopt hebben (want … je weet maar nooit …).
Nee, de vraag is directer, is ‘dood-zijn’ iets dat ervaarbaar is, en, ‘Hoe is dat dan’? Het punt is dus niet, welke voorstellingen heeft u hier al over, maar hoe zou u zich dit nu, vers van het mes zogezeid, als een ervaringsfeit voorstellen.
Nu is het natuurlijk zo, dat ons voorstellingsvermogen op dit moment in grote mate bepaald wordt door al die koffertjes die we al dan niet bewust met ons meesjouwen. En bovendien willen dat soort meer directe beelden vaak pas naar boven komen, als de mogelijkheid van sterven en dood in onze ervaringswereld actueel geworden is en eerst en vooral natuurlijk, überhaupt daarin toegelaten wordt.
Wellicht zijn er een aantal onder de lezers dezes, die in mindere of meerdere mate indringende ervaringen op dit gebied hebben opgedaan. Volgens een Gallup poll van 1982, zou zelfs één op de twintig Amerikanen minstens één zogenaamde ‘bijna-dood-ervaring’ gehad hebben. Ik wil nu even in het midden laten of een ‘bijna-dood-ervaring’ op het gebied van het sterven ligt of behoort tot een ‘toestand van dood-zijn’. In ieder geval zal er bij de meesten van u op de een of andere manier ook een meer ervaringsmatig referentiekader aanwezig zijn.
Ik ga u nu uitnodigen om, vanuit uw eigen ervaringen en denkbeelden omtrent sterven en dood, met mij mee te kijken naar wat er in Tibetaans buddhistische literatuur hierover terug te vinden is.
Ik noem deze vrij diverse verzameling van teksten en delen daarvan voor het gemak maar ‘bar do-literatuur’ of ‘bar do-teksten’, hiermee verwijs ik dan naar die teksten die zich met de zogenaamde bar do’s, overgangsfasen of tussenstaten in leven en dood, bezig houden. Ik beperk me hier overigens tot de Tibetaans buddhistische traditie en laat de Tibetaanse bon-traditie buiten beschouwing.
In bar do-teksten blijkt die meer ‘ervaringsmatige kant’, waar we het zonet over hadden, nu juist sterk op de voorgrond te treden. De ervaringen van sterven en dood worden beschreven als veranderingen in bewustzijnstoestand (wat dat dan ook precies moge zijn). En als zodanig beschouwt men ze in deze tradities als intensieve varianten van de ervaringen die men opdoet bij inslapen en bij de toestand van de slaap danwel droomslaap en andere veranderingen in bewustzijnstoestand zoals die plaatsvinden bij een flauwte, trance en extase, al dan niet sexueel, of gewoon bij een flinke niesbui; een verband overigens, waar in India al in de laat-vedische literatuur op gewezen is. Ik zal hier later nog op terugkomen.
Om er in te komen zal ik eerst een korte beschrijving van het proces van sterven geven. Ik baseer me hierbij op een vertaling van een tekst van de hand van de zeventiende-eeuwse [tekst]; door Eric Hein Schmit of Padma kun bzaṅ vertaald als ‘The Mirror of Mindfulness’.
Deze beschrijving is hier en daar aangevuld met die van de huidige rDzogs chen meester bSod rgyal Rin po che zoals die te lezen is in zijn onvolprezen boek ‘The Tibetan Book of Living and Dying’. Op enkele punten wijkt zijn opsomming enigszins af van die van rTse le Rin po che.
Een andere uiteenzetting van de stadia van het sterven vinden we in een tekst van de achtiende-eeuwse [tekst]; door Lati Rinbochay en Jeffrey Hopkins vertaald als ‘Death, Intermediate State and Rebirth in Tibetan Buddhism’ of letterlijker als ‘Lamp thoroughly Illuminating the Presentation of the Three Basic Bodies’. Deze presentatie wijkt sterk af van de eerder genoemde versies; deze zal dan ook grotendeels buiten beschouwing gelaten worden.
We kunnen op basis van deze twee of eventueel drie uiteenzettingen twee fasen van telkens vier stadia onderscheiden. rTse le Rin po che en bSod rgyal Rin po che beschrijven bovendien bepaalde voortekenen van de op handen zijnde ontbinding. In het algemeen verloopt de ontbinding van grof naar subtiel, van het lichamelijke—hetgeen uiteraard ook zijn mentale gevolgen heeft—naar het mentale. Ik zal u de meer technische details besparen. (Volgens rTse le Rin po che nemen eerst de vitale energieën in het algemeen af: voortekenen)
I DE VOORTEKENEN VAN ONTBINDING
IA (DE VOORTEKENEN VAN) HET VERVAL VAN DE VIJF PRIMAIRE VITALE ENERGIEËN
1 EQUAL-ABIDING WIND =FIRE-DWELLING WIND (SAMĀNA)
De spijsvertering wordt geremd. De lichaamswarmte van de stervende neemt af, zijn handen en voeten worden koud.
2 LIFE-UPHOLDING WIND (PRĀṆA)
De geest van de stervende is niet meer helder, hij raakt in de war.
3 DOWNWARD-CLEARING WIND (APĀNA)
De spieren in zijn onderbuik met name darmen en blaas onttrekken zich aan zijn wil.
4 UPWARD-MOVING WIND (UDĀNA)
Hij kan niet meer slikken en is kortademig.
5 PERVADING WIND (VYĀNA)
Hij kan zijn ledematen niet meer goed bewegen en de aderen in zijn lichaam beginnen enigszins in te zakken.
IB (DE VOORTEKENEN VAN) HET VERVAL VAN DE VIJF SECUNDAIRE VITALE ENERGIEËN DIE MET DE ZINTUIGLIJKE FUNKTIES GEASSOCIEERD WORDEN.
Volgens bSod rgyal Rin po che zullen nu ook de zintuigen ophouden te functioneren, de stervende vangt nog slechts vage impressies uit zijn omgeving op. Dit nu geeft aan dat de stadia van ontbinding hun aanvang genomen hebben. (Volgens rTse le Rin po che vindt dit pas later, en dan ook meer radicaal plaats. Bij dByaṅs can dga’ ba’i blo gros vallen de eerste vijf zintuiglijke functies tijdens de volgende vier, hierna te bespreken, stadia weg (en wel twee in het vierde stadium), en desintegreert het laatste, volgens buddhistische classificatie, zesde ‘zintuig’, het denkvermogen (Skt. manas, Tib. yid) in de daaropvolgende fase van vier stadia.)
II DE STADIA VAN ONTBINDING.
IIA DE STADIA VAN HET OPLOSSEN VAN DE UITERLIJK ZICHTBARE FACTOREN: HET VERVAL VAN DE CAKRA’S (‘KHOR LO’S) EN HET ACHTEREENVOLGENS OPLOSSEN VAN DE HIERMEE EN MET DE OVEREENKOMSTIGE VIJF SKANDHA’S (PHUṄ PO LṄA) EN ELEMENTEN GEASSOCIEERDE VITALE ENERGIEËN.
1 HET VERVAL VAN HET NIRMĀṆACAKRA (SPRUL PA’I ‘KHOR LO) EN DE RŪPASKANDHA, DE VITALE ENERGIE DIE MET HET AARDE ELEMENT VERBONDEN WORDT NEEMT AF TEN GUNSTE VAN DIE DIE MET HET WATER ELEMENT GEASSOCIEERD WORDT.
Het volgende dat men merkt is dat de lichaamskracht van de stervende verdwijnt, hij kan zijn hoofd niet meer rechtovereind houden, zijn armen en benen worden slap, hij voelt zich zwaar en ongemakkelijk alsof hij door een immens gewicht verpletterd wordt. Zijn gelaatskleur verdwijnt en hij wordt bleek, zijn wangen vallen in, en er verschijnt een (zwarte) aanslag op zijn tanden. Hij zou graag willen dat iemand hem op zou tillen en overeind zou houden. Volgens bSod rgyal Rin po che wordt het steeds moeilijker voor de stervende om zijn ogen nog te openen en te sluiten.
Hij voelt zich zwak en kwetsbaar, aanvankelijk is hij opgewonden en koortsachtig maar hij zakt dan al gauw weg in een suffe en gedeprimeerde toestand. Hij krijgt een visioen van een luchtspiegeling zoals die boven heet woestijnzand te zien zou zijn. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros valt het gezichtsvermogen nu pas weg.)
2 HET VERVAL VAN HET JÑĀNACAKRA (YE ŚES KYI ‘KHOR LO OFWEL THUGS KYI ‘KHOR LO) EN DE VEDANĀSKANDHA, WATER-VUUR.
Hij kan het speeksel en neusslijm niet meer binnen houden (dit vindt volgens rTse le Rin po che al in het vóórgaande stadium plaats). Er kunnen ook uitscheidingen uit de ogen plaatsvinden; mogelijk kan hij ook de ontlasting niet meer ophouden. Zijn ogen liggen droog en stroef in hun kassen. Zijn lippen zijn samengetrokken en bloedeloos en zijn luchtwegen drogen uit en voelen slijmerig en enigszins verstopt aan, de neusvleugels vallen in, de tong droogt uit en voelt verkrampt en stijf. Hij voelt zich erg dorstig. Hij beeft en heeft stuiptrekkingen. Er hangt een doodslucht om hem heen.
Lichamelijke gewaarwordingen verdwijnen, hij wordt heen en weer geslingerd tussen pijn en gemak, overhitting en onderkoeling. Hij voelt zich beneveld, nerveus en prikkelbaar. Hij heeft een visioen van mist en rookslierten. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros valt nu ook de gehoorzin weg.)
3 HET VERVAL VAN HET SAṂBHOGACAKRA (LOS SPYOD KYI ‘KHOR LO) EN DE SAṂJÑĀSKANDHA, VUUR-LUCHT.
De mond en neus van de stervende drogen geheel uit en de adem voelt koud aan. De lichaamswarmte trekt zich terug, meestal vanuit de handen en voeten naar het hart toe, mogelijk wordt hij een hitte als van stoom gewaar die uit zijn kruin lijkt te ontsnappen. Hij kan niets meer drinken of verteren. Hij is nu eens helder en dan weer verward, en hij kan zich niets of niemand meer herinneren. Hij heeft een visioen van glimmerende rode vonken zoals die boven een vuur dansen, een beetje zoals vuurvliegjes. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros valt nu ook de reukzin weg.)
4 HET VERVAL VAN HET SUKHAPĀLACAKRA (BDE SKYOṄ GI ‘KHOR LO) EN DE SAṂSKĀRASKANDHA, LUCHT-BEWUSTZIJN, ALLE VITALE ENERGIEËN LOSSEN OP IN DE LIFE-UPHOLDING WIND (PRĀṆA).
Het wordt steeds moeilijker om adem te halen, het lijkt wel alsof de lucht uit zijn keel ontsnapt. Hij ademt zwaar en rochelt, hapt kort en moeizaam naar adem terwijl zijn uitademingen steeds langer worden. Zijn ogen draaien naar boven en staren.
Hij is totaal de kluts kwijt en verliest het contact met de omgeving. Hij begint te hallucineren en afhankelijk van zijn staat van geest heeft hij angstaanjagende schrikbeelden en herleeft hij verschrikkelijke momenten uit zijn leven of heeft hij hemelse en gelukzalige ervaringen en ontmoet hij vrienden en beminden of verlichte wezens. Hij heeft een visioen van een rood-vlammende toorts of lamp. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros vallen nu ook de smaak- en tastzin weg.) (Volgens rTse le Rin po che houden de zintuigen pas op dit punt op te functioneren. In zijn beschrijving lost nu ook de vitale energie verbonden met bewustzijn op en domineert die die met de lege ruimte geassocieerd wordt, zowaarschijnlijk moeten we dit echter pas aan het eind van de volgende vier stadia plaatsen).
De (uitwendige) ademhaling is nu opgehouden, alle lichaamsfuncties zijn gestopt, het lichaam heeft een lijkkleur aangenomen en is koud geworden, enkel rond het hart is nog enige lichaamswarmte waarneembaar. Hij is nu klinisch dood. Volgens de heersende medische opvattingen was dit het dan.
Volgens Tibetaanse bar do-teksten is de stervende echter nog niet echt dood. Er wordt inderdaad gezegd, dat, in het algemeen, dit het punt is waarna men niet meer kan herstellen van het sterven. Maar er is nog een subtiele innerlijke respiratie gaande die nog een korte wijl stand zal houden (traditioneel gelijkgesteld met de periode die nodig is om een maaltijd te nuttigen, dat wil zeggen zo’n vijftien à twintig minuten). Hij is nu weliswaar klinisch dood, maar nu begint het pas echt interessant te worden.
IIB DE STADIA VAN HET OPLOSSEN VAN DE SLECHTS INNERLIJK WAARNEEMBARE FACTOREN: HET VERVAL VAN DE GROVE EN SUBTIELE VOORSTELLINGEN EN EMOTIES
…..."
Bron: Boeddhistisch Dagblad
Tegen de zon in kijken; doodsangst en hoe die te overwinnen
door Irving D. Yalom
Ik beperk me tot het weergeven van de samenvatting zoals die staat op de Bol.com-pagina over dit boek.
Dit omdat m'n subjectieve ervaring bij het lezen van dit boek lastig onder woorden te brengen is.
“ Hoe kunnen we iets wat voor ons allen even finaal als raadselachtig is als de dood leren begrijpen en accepteren? Yalom laat zien hoe een droom, een verlies, een traumatische ervaring, de dood of ziekte van een dierbare of gewoon de naderende ouderdom keerpunten kunnen zijn op weg naar een zinvoller leven, als wij er tenminste de inspiratie aan kunnen ontlenen om onze prioriteiten te verleggen en meer risico’s te nemen voor een bevredigender en liefdevoller leven. Zo leren we oprechter te communiceren met de mensen van wie we houden, te stoppen met dingen die we niet willen doen en de schoonheid van het leven bewuster te ervaren.
De mens vreest meestal de dood en is ook vaak bang om erover te denken en te spreken. Zelfs in de psychotherapeutische praktijk komt het onderwerp daardoor minder vaak voldoende openlijk naar voren dan gewenst en zinvol is. De ervaring van de auteur, de beroemde Amerikaanse existentiële psychotherapeut en schrijver van enkele romans en toegankelijke boeken over zijn vak, geeft in dit boek aan hoe belangrijk het is voor onze levenskwaliteit om - wanneer het nodig is - bewust stil te staan bij zoals de dood in ons leven zich manifesteert. Een - plotseling - sterven van een medemens of een eigen ervaring van er bijna geweest te zijn, raakt ons gevoel zelf sterfelijk te zijn. Negeren hiervan - of niet-herkennen - kan leiden tot geestelijk lijden. De auteur geeft in eenvoudige woorden ook een handreiking aan therapeuten en is kritisch naar moderne oppervlakkige therapievormen. De auteur vertelt over zijn therapiewerk, zijn - filosofische en therapeutische - inspiratiebronnen en leermeesters (onder anderen Rollo May) en zijn eigen biografie. "
Bron: Bol
Abonneren op:
Posts (Atom)