Posts tonen met het label meditatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label meditatie. Alle posts tonen

vrijdag 15 november 2013

Een eigen klooster (ook een voor nonnen) en een eigen meditatiecentrum en zendende instantie; eindelijk een boeddhist die het over macht durft te hebben

De publikatie van de mail van Adi Ichsan aan de vipassana-leraren waarover *OpenBoeddhisme* eerder deze week heeft gepubliceerd, heeft mij behoorlijk geschokt. (Zie Mail Ichsan )
Ik heb er behoefte aan daarover een duidelijk standpunt in te nemen, niet als buitenstaander maar als betrokkene.
Niet-Theravadins begrijpen hier waarschijnlijk weinig van en moeten het maar niet lezen, ik ga niet alles uitleggen (maar misschien willen ze toch wel weten hoe macht werkt in het boeddhisme).

Eerst een aanloop.
Het bestuur van de stichting Vipassana Meditatiecentrum had een bijeenkomst belegd voor haar 'vrienden' (dat zijn haar donateurs en aspirant-donateurs) op 26 oktober. Over deze uitnodiging heb ik eerder geschreven, op 2 oktober .

Ik was er aanwezig, niet als bloggend toeschouwer/ journalist maar als Theravadin die het mooi zou vinden als er een eigen meditatiecentrum zou komen (voor vipassana- maar ook voor andere methoden zoals samatha- en Brahmnavihara-meditatie).
Van hetgeen besproken is de 26e maak ik me af door te verwijzen naar de verslagen in het Boeddhistisch Dagblad: BD 27 oktober en BD 28 oktober .

Combineren van de functies 'meditatiecentrum' en 'woonvoorziening' in één organisatie ongewenst
Eén punt dat ik daar aan de orde heb gesteld, wil ik hier nog eens herhalen.
De relatie tussen een meditatiecentrum en een klooster/woonvoorziening-8+ is in de voorstellen niet goed doordacht, het gaat om verschillende functies.
Eerst de code 'woonvoorziening 8+' ; ik bedoel hiermee een leefgemeenschap van Theravadins die 8 (of meer) voorschriften hebben aangenomen en in sterke mate contemplatief wensen te leven. Geen echt klooster voor monniken en nonnen met ruim 200 c.q. 300 voorschriften van de Vinaya.
'In sterke mate', want ik ga er wel van uit dat deze mannen en vrouwen zelf de koop of huur van woonruimte in deze voorziening kunnen betalen. En ook verder in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien; of dat geheel kan uit dana voor het geven van meditatielessen en retraites, betwijfel ik.
             Juist om verwarring tussen beide functies te voorkomen pleitte ik voor
             twee afzonderlijke stichtingen:
             één voor het Vipassana Meditatiecentrum  en één voor de Woonvoorziening.

Omdat het nog jaren duurt (denk ik) voordat de stichting Vipassana Meditatiecentrum voldoende geld bij elkaar heeft gespaard zo'n centrum te kopen of bouwen; en omdat het nog jaren duurt eer de gemeente Epe het bestemmingsplan voor het voormalige Maitreya-terrein in Emst heeft gewijzigd, was dit alles nog vrij theoretisch.
Echter ...


Een nieuw feit diende zich aan
De mail van Adi Ichsan van eind oktober aan o.a. de vipassana-leraren, zoals *OpenBoeddhisme* die heeft weergegeven en die ik ook al uit andere bronnen had begrepen. Door het bestuur van het Thaise (monniken-)klooster in Landsmeer wordt waarschijnlijk een gebouw in Purmerend gekocht waar ook een klooster voor vrouwen kan komen en een meditatiecentrum voor 40 personen met overnachtingsmogelijkheid. Deze tempel kan zich dan ook gaan presenteren als zendende instantie (dhamma duta, een woordcombinatie die ik nog niet eerder ben tegengekomen) voor het Theravada boeddhisme. Er wordt aan het eind van de mail een beroep gedaan op de andere vipassana-leraren, dit project moreel en financieel te steunen.

Het lijkt me heel goed dat er een andere behuizing komt voor (het klooster) Wat Buddhavihara, nu nog gevestigd in Landsmeer. En ook dat daar ook een klooster voor nonnen (bhikkhuni's of is dat al te progressief gedacht?) aan gekoppeld wordt.
Op één politiek gevoelig punt na: de mededeling in de mail over sponsoring door de Thaise Ambassade, dus door de regering van Thailand. Daar wordt in ons land – met de scheiding van kerk en staat – kritisch naar gekeken als het een moskee betreft en dus ook als het een boeddhistisch klooster betreft. Ik heb er m'n bedenkingen bij, in ieder geval moet de hoogte van de donatie bekend worden en moet de preciese bestemming en de voorwaarden openbaar worden gemaakt.


Een eigen Theravada-meditatie-centrum?
Dan de suggestie dat hier in hetzelfde gebouw of op het zelfde terrein, ook een meditatie-centrum kan komen. Een aanval in de rug van de initiatiefnemers van (de stichting) Meditatie Centrum Vipassana Nederland en 'vrienden', zoals die 26 oktober bij elkaar zijn geweest.
En bovendien vrees ik dat de regie van dit centrum in Purmerend in orthodoxe Theravada-handen komt; lang niet alle leraren die nu (in bijvoorbeeld SIM-retraites) in Nederland komen, zullen daar welkom zijn. Een paar jaar geleden heeft bijvoorbeeld Adi Ichsan (vergeefs) een poging gedaan Stephen Batchelor te laten schrappen van de lijst van SIM-leraren. Maar ook mindfulness zal er vermoedelijk ook niet welkom zijn.
Laat ik het dus maar duidelijk zeggen: hier ben ik zeer ongelukkig over.

Ik blijf het initiatief van de stichting Meditatiecentrum Vipassana Nederland steunen, temeer daar ik er een (in mijn ogen) ideale locatie voor heb gevonden: aan de noordoostkant van Almere; vlak bij de (Vietnamees-boeddhistische) Van Hanh Pagode, bij een NS-station en bij de Oostvaardersplassen. Zie overzicht de Evenaar .
Mocht het bestuur van de stichting het bijltje er bij neergooien, dan zeg ik – met tegenzin en alleen dan – dat een meditatiecentrum in Purmerend alleen acceptabel is, als deze een eigen organisatie met eigen bestuur vormt, en dus formeel niet onder bestuur en monniken (en adviseurs !) van de Thaise tempel valt.


Een Theravada Zendende Instantie?
Dat in dit (andere) initiatief voorgesteld wordt, een eigen Theravada Zendende Instantie in te stellen, voor boeddhistisch geestelijk verzorgers, is nog mijn minste zorg. Het sluit wel aan bij de – voorzichtig geformuleerde – kritische opmerking van de Dharma Advies Groep, te vinden bij de stukken voor de BUN-ALV van 15 oktober. Citaat: “... de(on)wenselijkheid van uitbreiding van de centralistische rol van de BUN in relatie tot de overheid. ”. Zie daarvoor mijn blog van 19 okt.
Een TZI (ik kort maar af) ondermijnt de BZI, zowel naar de BUN als naar de VU toe, want dit impliceert ook een Zen.nl-zendende instantie, een Kanzeon-zendende instantie etc voor alle grotere tradities.
Van mij mogen ze (ik ben voor aansluiting van geestelijk verzorgers bij de
'Raad voor onafhankelijke spiritualiteit', zoals ik 19 oktober beschreef) maar het ministerie van Veiligheid en Justitie zal dit niet accepteren.

Overigens: het klooster in Landmeer is geen BUN-lid, 'Dhammadipa' (Pieterspoortsteeg) in Amsterdam wel. Het lijkt er op dat Adi soms een fusie tussen die twee aan het regelen is. Eventueel het (kapitaalkrachtige) 'Sangha Metta' er ook nog bij; hoewel die juist een paar jaar geleden (toen Jotika stopte bij de Pieterspoortsteeg) uit elkaar zijn gegaan?


Kortom: Adi heeft een steen in meerdere vijvers tegelijk weten te werpen. Hoeveel zullen er afketsen en hoeveel zullen diepe rimpels veroorzaken? Want ik voorzie nog wel wat bestemmingsplan-problemen in Purmerend en de Stichting Meditatiecentrum Vipassana Nederland zal toch wel gaan reageren op deze zet?
Maar de vrede is hoe dan ook verstoord.

dinsdag 8 oktober 2013

Een avond over Ayya Khema, 31 oktober in Rotterdam

In de week van 28 oktober is Leigh Brasington, een leerling van Ayya Khema, in ons land om een miniretraite over samatha-meditatie te geven. De retraite is volgeboekt.
Samen met Gerolf 't Hooft (Asoka, Boeddhamagazine) organiseren we nog een avond met Leigh Brasington over Ayya Khema. Deze is voor iedereen toegankelijk, aanmelden is niet nodig.

Thema:   De huidige betekenis van Ayya Khema voor het boeddhisme en de meditatie
Plaats:    De Hub, Heemraadsingel 219 in Rotterdam (meer informatie)
Tijd:        Donderdag 31 oktober van 19.30 tot 22.00 uur

Het wordt een tamelijk informeel samenzijn over deze bijzondere vrouw, leraar van zowel Leigh als Gerolf en vele anderen in het Westen. De avond is op dana-basis.
Haar vertaalde boeken, zie Bol

Opzet van de avond
*  Inleiding (in het Nederlands) door Gerolf 't Hooft over haar leven, als leek en non
*  Inleiding door Leigh Brasington over haar beoefening en verspreiding van de Dhamma
*  Bekijken van een aantal video's met dhamma-talks van haar (in het Engels, evt. ook Duits)
*  Vragen en antwoorden
*  Begeleide metta-meditatie (met audio-instructies door Ayya Khema)

                                              Ayya Khema en Leigh Brasington
                                              Marin County, Calif, USA - July '96

===================================================================

Een aantal teksten van en over Ayya Khema:


WE ZITTEN GEVANGEN OMDAT WE ALLES LEUK EN MOOI WILLEN HEBBEN

Er is een bekende gelijkenis over een apenval
--een houten koker met een kleine opening--
zoals die in Azië wordt gebruikt.
In de koker ligt snoepgoed.
De aap wordt aangetrokken door het snoepgoed,
steekt zijn poot door de opening en pakt het snoepgoed beet.
Wanneer hij zijn poot wil terugtrekken,
kan hij zijn vuist met daarin het snoepgoed
niet door de kleine opening heen krijgen.
Hij zit gevangen tot de jager hem komt ophalen.
Hij beseft niet dat hij alleen maar het snoepgoed hoeft los te laten
om zijn vrijheid terug te krijgen.
Zo leiden wij ons leven.
We zitten gevangen
omdat we alles leuk en mooi willen hebben.
We zijn niet in staat dit los te laten
en blijven gevangen in de eindeloze kringloop
van geluk en ongeluk,
van hoop en wanhoop.

Uit “Wees een eiland voor jezelf”

====================================================================

Kom en zie!
Boeddha's aanwijzingen voor een gelukkig leven

Asoka, 2000

Uit de boekbeschrijving :

“Ayya Khema doet in dit boek verslag van haar ervaringen op het boeddhistische pad van bevrijding. Aan de hand van wat de Boeddha de 'vier stadia van geluk' noemde, schetst zij een gedetailleerd overzicht van het doel en de praktische toepassing van boeddhistische meditatie.
Dit boek bevat dan ook niet alleen de 2500 jaar oude aanwijzingen van de Boeddha zelf, maar is vooral een praktisch handboek dat allen die dat wensen in staat stelt de voorgestelde methoden toe te passen en werkelijk te verinnerlijken.
Met treffende gelijkenissen, heldere en op concrete beoefening gerichte verklaringen leidt zij de lezer vanaf het geluk dat verkregen wordt door de zintuigen, over het geluk van een gelouterd hart en het geluk dat ontstaat door geconcentreerde meditatie tot het onwankelbare geluk dat voortkomt uit het juiste inzicht in de werkelijkheid.
Geleide meditaties en contemplaties met bijbehorende verklaringen geven het geheel een dimensie die de kracht en de werkzaamheid van meditatie zo nabij brengen dat zelfs 'beginners' dit boek zullen kunnen gebruiken als basis voor de eerste stappen op dit bevijdende pad. Maar ook zij die op deze weg reeds enige ervaring hebben opgedaan zullen met Ayya Khema's aanwijzingen hun praktijk kunnen verdiepen en verder weten door te dringen in de mogelijkheden van een meditatief geschoolde geest.
Dukkha bestaat, daar is geen ontkomen aan, maar we hoeven er niet aan te lijden. Zelfs niet als we het 'ik' nog niet hebben afgelegd. Er is een uitspraak van de Boeddha die nog eens duidelijk maakt waar het hier om gaat:

Er is leed, maar niemand die lijdt.
Er is de daad, maar niemand die handelt.
Er is het pad, maar niemand die het betreedt.
Er is nibbana, maar niemand wordt bevrijd.

Dit wil niet zeggen dat bevrijding niet mogelijk is, maar we moeten er het touw dat aan de tak van de ik-gebondenheid vastzit voor loslaten. “

===================================================================

Dhammatalks audio zijn te vinden via http://ayyakhematalks.org/Ayya_Khema_Lectures.html
Dhammatalks video via http://www.youtube.com/results?search_query=ayya+khema&aq=0
===================================================================

Ven. Ayya Khema
by Leigh Brasington
Uit zijn website


Ayya Khema was born in Berlin in 1923 of Jewish parents. In 1938 she escaped from Germany with a transport of two hundred other children and was taken to Scotland. Her parents went to China and, two years later, Ayya Khema joined them in Shanghai. In 1944, however, the family was put into a Japanese concentration camp and it was here that her father died.

Four years after the American liberation of the camp, Ayya Khema was able to emigrate to America, where she married and had a son and daughter. Between 1960 and 1964 she traveled with her husband and son throughout Asia, including the Himalayan countries, and it was at this time that she learned meditation. Ten years later she began to teach meditation herself throughout Europe, America, and Australia. Her experiences led her to become ordained as a Buddhist nun in Sri Lanka in 1979, when she was given the name of "Khema", meaning safety and security ("Ayya" means "Sister").

She established Wat Buddha Dhamma, a forest monastery in the Theravada tradition, near Sydney, Australia, in 1978. In Colombo she set up the International Buddhist Women"s Center as a training center for Sri Lankan nuns, and Parappuduwa Nuns" Island for women who want to practice intensively and/or ordain as nuns. She was the spiritual director of Buddha-Haus in Germany, established in 1989 under her auspices. (Photos) In 1997 she also founded Metta Vihara, a thriving monastery not far from Buddha Haus. (Photos)

In 1987 she co-ordinated the first international conference of Buddhist nuns in the history of Buddhism, which resulted in the creation of Sakyadhita, a world-wide Buddhist women"s organization. H.H. the Dalai Lama was the keynote speaker at the conference. In May 1987, as an invited lecturer, she was the first Buddhist ever to have addressed the United Nations in New York.

She wrote over two dozen books on meditation and the Buddha's teaching in English and German. In 1988, her book Being Nobody, Going Nowhere, received the Christmas Humphreys Memorial Award. Her other English language books include When the Iron Eagle Flies, Who is My-Self, Be an Island, Visible Here and Now and Come and See for Yourself: The Buddhist Path to Happiness. Some of her writings are available on-line at Access to Insight and her book All of Us, consisting of 12 dhamma talks, is available at Allspirit. Some of her writings are available as eBooks for the Kindle, Nook, etc: All of Us, Meditating on No-Self and To Be Seen Here and Now. Also available on-line is A Dhamma Talk on Metta by her. Over 400 High Quality English Language MP3s of Dhamma Talks by Ven. Ayya Khema are now on-line for free download, as is the streaming audio of a talk on the 1st and 2nd Jhanas. Her autobiography, I Give You My Life, is a wonderful adventure story sprinkled with nuggets of spiritual wisdom.

Ayya Khema passed away on 2 November, 1997, at home at Buddha-Haus, in Germany. Buddha-Haus continues to teach retreats in German in Ayya Khema's tradition. Please visit their website at http://www.buddha-haus.de/. You can e-mail Buddha Haus at info@buddha-haus.de.

===============================================================


       Bij het Buddha Haus in Zuid-Duitsland
===============================================================

What Love Is
Ayya Khema
Uit Tricycle


Born in Berlin of Jewish parents in 1923, Ayya Khema escaped Nazi Germany in 1938 with a transport of 200 children to Glasgow. She joined her parents two years later in Shanghai, where, with the outbreak of war, the family was put into a Japanese POW camp, in which her father died. Four years after her camp was liberated, Ayya Khema emigrated to the United States, where she married and had two children. While traveling in Asia from 1960 to 1964, she learned meditation and in 1975, began to teach. Three years later she established Wat Buddha Dhamma, a forest monastery in the Theravada tradition near Sydney, Australia. In 1979 she was ordained as a Buddhist nun in Sri Lanka. She is currently the spiritual director of BuddhaHaus in Oy-Mittleberg, Germany, which she established. She has written numerous books in English and German, including Being Nobody, Going Nowhere (Wisdom Publications) and When the Iron Eagle Flies (Penguin Books).

Most people are under the impression that they can think out their lives. But that's a misconception. We are subject to our emotions and think in ways based on our emotions. So it's extremely important to do something about our emotions. In the same way as the Buddha gave us the Four Supreme Efforts for the mind, he also outlined the Four Emotions for the heart. The Four Supreme Efforts for the mind are (1) not to let an unwholesome thought arise which has not yet arisen, (2) not to let an unwholesome thought continue which has already arisen, (3) to make a wholesome thought arise which has not yet arisen, (4) to make a wholesome thought continue which has already arisen. The Four Emotions—lovingkindness (metta), compassion (karuna), joy with others (mudita), and equanimity (upekkha)—are called the "divine abodes." When we have perfected these four, we have heaven on earth, paradise in our own heart.

I think everybody knows that above us is the sky and not heaven. We have heaven and hell within us and can experience this quite easily. So even without having complete concentration in meditation and profound insights, the Four Divine Abidings, or Supreme Emotions, enable us to live on a level of truth and lovingness, security, and certainty, which gives life a totally different quality. When we are able to arouse love in our hearts without any cause, just because love is the heart's quality, we feel secure. It is impossible to buy security, even though many people would like to do so. Insurance companies have the largest buildings because people try to buy security. But when we create certainty within, through a loving heart, we feel assured that our reactions and feelings are not going to be detrimental to our own or other people's happiness. Many fears will vanish.

Metta—the first of the Supreme Emotions—is usually translated as "loving kindness." But loving-kindness doesn't have the same impact in English that the word love has, which carries a lot of meaning for us. We have many ideas about love. The most profound thought we have about love, which is propagated in novels, movies, and billboards, is the idea that love exists between two people who are utterly compatible, usually young and pretty, and who for some odd reason have a chemical attraction toward each other—none of which can last. Most people find out during the course of their lifetime that this is a myth, that it doesn't work that way. Most people then think it's their own fault or the other person's fault or the fault of both, and they try a new relationship. After the third, fourth, or fifth try, they might know better; but a lot of people are still trying. That's usually what's called love in our society.

In reality, love is a quality of our heart. The heart has no other function. If we were aware that we all contain love within us, and that we can foster and develop it, we would certainly give that far more attention than we do. In all developed societies there are institutions to foster the expansion of the mind, from the age of three until death. But we don't have any institutions to develop the heart, so we have to do it ourselves. Most people are either waiting for or relating to the one person who makes it possible for them to feel love at last. But that kind of love is beset with fear, and fear is part of hate. What we hate is the idea that this special person may die, walk away, have other feelings and thoughts—in other words, the fear that love may end, because we believe that love is situated strictly in that one person. Since there are six billion people on this planet, this is rather absurd. Yet most people think that our love-ability is dependent upon one person and having that one person near us. That creates the fear of loss, and love beset by fear cannot be pure. We create a dependency upon that person, and on his or her ideas and emotions. There is no freedom in that, no freedom to love.

If we see quite clearly that love is a quality that we all have, then we can start developing that ability. Any skill that we have, we have developed through practice. If we've learned to type, we've had to practice. We can practice love and eventually we'll have that skill. Love has nothing to do with finding somebody who is worth loving, or checking out people to see whether they are truly lovable. If we investigate ourselves honestly enough, we find that we're not all that lovable either, so why do we expect somebody else to be totally lovable? It has nothing to do with the qualities of the other person, or whether he or she wants to be loved, is going to love us back, or needs love. Everyone needs love. Because we know our own faults, when somebody loves us we think, Oh, that's great, this person loves me and doesn't even know I have all these problems. We're looking for somebody to love us to support a certain image of ourselves. If we can't find anybody, we feel bereft. People even get depressed or search for escape routes. These are wrong ways of going at it.

On the spiritual path, there's nothing to get, and everything to get rid of. Obviously, the first thing to let go of is trying to "get" love, and instead to give it. That's the secret of the spiritual path. One has to give oneself wholeheartedly. Whatever we do half heartedly, brings halfhearted results. How can we give ourselves? By not holding back. By not wanting for ourselves. If we want to be loved, we are looking for a support system. If we want to love, we are looking for spiritual growth. Disliking others is far too easy. Anybody can do it and justify it because, of course, people are often not very bright and don't act the way we'd like them to act. Disliking makes grooves in the heart, and it becomes easier and easier to fall into these grooves. We not only dislike others, but also ourselves. If one likes or loves oneself, it's easier to love others, which is why we always start loving-kindness meditations with the focus on ourselves. That's not egocentricity. If we don't like ourselves because we have faults, or have made mistakes, we will transfer that dislike to others and judge them accordingly. We are not here to be judge and jury. First of all, we don't even have the qualifications. It's also a very unsatisfactory job, doesn't pay, and just makes people unhappy.

People often feel that it's necessary to be that way to protect themselves. But what do we need to protect ourselves from? We have to protect our bodies from injury. Do we have to protect ourselves from love? We are all in this together, living on this planet at the same time, breathing the same air. We all have the same limbs, thoughts, and emotions. The idea that we are separate beings is an illusion. If we practice meditation diligently with perseverance, then one day we'll get over this illusion of separation. Meditation makes it possible to see the totality of all manifestation. There is one creation and we are all part of it. What can we be afraid of? We are afraid to love ourselves, afraid to love creation, afraid to love others because we know negative things about ourselves. Knowing that we do things wrong, that we have unhappy or unwholesome thoughts, is no reason not to love. A mother who loves her children doesn't stop loving them when they act silly or unpleasant. Small children have hundreds of unwholesome thoughts a day and give voice to them quite loudly. We have them too, but we do not express them all.

So, if a mother can love a child who is making difficulties for her, why can't we love ourselves? Loving oneself and knowing oneself are not the same thing. Love is the warmth of the heart, the connectedness, the protection, the caring, the concern, the embrace that comes from acceptance and understanding for oneself. Having practiced that, we are in a much better position to practice love toward others. They are just as unlovable as we are, and they have just as many unwholesome thoughts. But that doesn't matter. We are not judge and jury. When we realize that we can actually love ourselves, there is a feeling of being at ease. We don't constantly have to become or pretend, or strive to be somebody. We can just be. It's nice to just be, and not be "somebody." Love makes that possible. By the same token, when we relate to other people, we can let them just be and love them. We all have daily opportunities to practice this. It's a skill, like any other.

woensdag 2 oktober 2013

Naar een vipassana- en samatha-meditatiecentrum Oftewel: hoe onderhandelen vrienden ?

Het journalistieke blog *Openboeddhisme* plaatste op 30 september een eerste artikel in een serie 'Boeddhisme in vastgoed' . Het artikel gaat over een aantal onderwerpen maar ik ben vooral geïnteresseerd naar de effecten op de plannen voor een mogelijk Vipassana Centrum (Over die naam - hoewel nog maar een werktitel - valt nog wel iets te zeggen, zie onder)
Ik beschouw mezelf als vriend van dat centrum, en heb er al eerder over geschreven, zie m'n blog van 4 januari .
De vrienden van zo'n mogelijk te kopen/huren/bouwen centrum komen eind oktober bij elkaar, op uitnodiging van het bestuur van de Stichting Meditatie en Studie centrum 'Vipassana Nederland', roepnaam: 'Stichting Vipassana Centrum Nederland' .

Doel van deze middag is, mee te denken over dit project. Dat ga ik doen en doe ik nu al vast een beetje.
Niet iedereen zal het bestaan en op internet staan van dit OpenBoeddhisme-artikel mogelijk waarderen, sommige feiten zijn wellicht wat ongemakkelijk.
Ik vind het echter heel bruikbaar, het kan ons denken aanscherpen over (a) wat we eigenlijk willen en (b) hoe te onderhandelen. Op die twee punten ga ik nader in. De bruikbaarheid zit in het feit dat niet het aanbod van een gebouw of een kavel moet bepalen hoe het centrum moet worden maar dat daarentegen de vraag (welke functies willen we er in hebben) het zoeken naar gebouw of kavel moet bepalen. Vraaggericht gestuurd dus en niet aanbodgericht.
Het risico is groot dat, gezien de feiten beschreven in het OpenBoeddhisme-artikel, het proces wel aanbodgestuurd gaat plaatsvinden.
Het aanbod is het te 'herontwikkelen' - een projectonwikkelaarswoord - oude terrein van Maitreya in Emst (gemeente Epe), die nu zelf in Loenen gevestigd zijn maar belang hebben bij de verkoop van het Emst-terrein.
Dat terrein zou bijna 6 hectare groot zijn en volgens Harry Rijken mag daarvan 1700 m2, twee verdiepingen hoog, bebouwd worden.
Het nieuwe bestemmingsplan van de gemeente Epe is daar minder stellig over; zie hier en hier . Daarnaast spreekt *OpenBoeddhisme* over een totaaloppervlak van 4,8 ha (opgave kadaster).

Ad a      Welke functies willen we eigenlijk in het centrum ?
Ik bespeur er drie.
Allereerst een meditatiecentrum en een studiecentrum, twee functies die makkelijk in dezelfde ruimte te realiseren zijn (stoelen in plaats van matjes); dit spreekt voor zich.
De derde functie, een contemplatieve woongemeenschap, de mogelijkheid tot het leiden van een (al dan niet parttime) monastiek leven, vergt meer beschouwing. In het verleden is wel over een 'klooster' gesproken, een Theravada-klooster, twee kloosters dus: strikt gescheiden klooster voor vrouwen en klooster voor mannen. Er is een groot aantal vrijwilligers nodig, leken in Theravada-termen, die zorgdragen voor de monniken en nonnen (bhikkhunis en bhikkhus) die zich aan een groot aantal Vanaya-regels dienen te houden. Ook de woonruimte zelf moet de monniken en nonnen om niet, als dana, worden aangeboden. Om het kort te houden: dat zie ik niet gebeuren. Minder vergaand is wat semi-monastiek wordt genoemd, een woongemeenschap van leken die de acht voorschriften aangenomen hebben (voor langer dan een paar weken); plus eventueel logiesruimte voor echte monniken en nonnen. Dat is realistischer, mìts de belangstellenden zelf het geld voor deze woningen inbrengen.

Maar de grote vraag is: zijn de nadelen of complicaties van het in één gebouwencomplex plaatsen van enerzijds de functie meditatie/studie en anderzijds de functie leefgemeenschap niet groter dan de voordelen ?
Mijn mening: die nadelen zijn veel groter, dat moeten we niet doen.

Misschien moet er zelfs een aparte stichting voor z'n woongemeenschap gaan komen!
Ik realiseer me best de complicatie hiervan: namelijk de toebedeling van de (voorgenomen) donaties over de twee functies, en dus straks de twee stichtingen.

M'n tussenconclusie is intussen wel: voor de meditatie-en studiefunctie is lang niet de hele 1700 m2 nodig, een zesde daarvan lijkt me genoeg (en duur genoeg om te kopen/bouwen en onderhouden!) En dat op hoogstens één ha grond.

Een relativering van het bovenstaande: mits er aparte eigendomsverhoudingen komen, is het voorstelbaar dat het meditatiecentrum en de leefgemeenschap wel op hetzelfde terrein staan, met een grote tuin er tussen. Ook kan ik me voorstellen dat de 'vrienden van het meditatiecentrum' een financiële bijdrage leveren aan de ruimte voor logerende monniken/nonnen in het gebouw van de woongemeenschap.

Ad b       Hoe te onderhandelen ?
Boeddhisten, ook de niet zo zweverige Theravadins, gebruiken de term 'onderhandelen' niet zo graag en zo vaak. We spreken liever van constructieve gesprekken op basis van vertrouwen, in elkaar en op de goede afloop.
Bij een onroerendgoed-onderwerp als waar we nu voor staan, moet dat wel, het gaat om vele tonnen, misschien wel (over het hele ex-Maitreya-terrein in Emst) miljoenen.
De ene onderhandelingspartij is m.i. de Stichting Meditatie en Studie centrum 'Vipassana Nederland'. Uit het OpenBoeddhisme-artikel hebben we begrepen dat Harry Rijken uit dit bestuur is gestapt begin september van dit jaar. Dat is heel verstandig want hij is de andere onderhandingspartij (met zijn zoon en met Maitreya die financieel belang heeft bij de verkoop)
Ik vind dat het bestuur van het Vipassana Centrum Nederland, eventueel samen met het bestuur van een nog op te richten Stichting Theravada Leefgemeenschap, pas moet gaan onderhandelen als hun vraag (programma van eisen) duidelijk is. En dat ze zich moeten realiseren dat Harry Rijken, een buitengewoon aardig man is, maar toch iemand die aan de andere kant van de onderhandelingstafel zit, met andere belangen. En 'belangen' is niet een vies woord, het is het ontkennen daarvan dat problemen gaat geven.
Het is wijs dat Harry Rijken niet aanwezig is tijdens de vriendendag op 26 oktober. Ik zou het anders lastig vinden om als vriend het bestuur advies te geven over hoe te onderhandelen. Want de tegenpartij (de eigenaar tevens projectontwikkelaar) zou anders meeluisteren.

======================================================================

Nog drie losse punten

Een voorbeeld dat minstens als vergelijkingsmateriaal goed gebruikt kan worden in het stilte- en meditatie centrum 'Metta Vihara' in Zeeuws-Vlaanderen, onderdeel van de Triratna.
Het is geschikt voor groepen tot 22 personen; misschien iets te klein voor sommige retraites van bv SIM en SanghaMetta. Maar iets groter, 32 plaatsen bv, is ruim voldoende; en (kleren) kopen op de groei zoals ouders tot vijftig jaar geleden nog wel deden, is echt niet meer zinnig.
Zeeuws-Vlaanderen is mooi en ruim, en goed bereikbaar vanuit België, maar niet vanuit de meeste Nederlandse steden waar de meditatoren grotendeels vandaan komen.
Maar verder lijkt de formule van 'Metta Vihara' (een interessante naam trouwens voor de vipassana-gemeenschap) me uitstekend.

Het gaat over de Stichting Meditatie en Studie centrum 'Vipassana Nederland'.
Dat is al een lange naam maar ik wil toch een toevoeging aan deze werktitel voorstellen.
Steeds meer groeit in de vipassana-gemeenschap in Nederland de overtuiging dat het gaat om de 'twee vleugels' van het mediteren: vipassana èn samatha. In feite is dit, ook in Nederland, niets nieuws: metta-meditatie wordt al jaren gegeven en dat is geen vipassana, het is of een vorm van samatha of een eigen vorm.
Vandaar mijn voorstel: wijzig de naam in Vipassana / Samatha Centrum .

Dan nog wat lichters. De term 'vrienden' is langzamerhand behoorlijk aan inflatie onderhevig. We hadden de 'Vrienden van de Westerse Boeddhisten Orde (nu Triratna); en hebben de stichtingen 'Vrienden van het Boeddhisme' en 'Vrienden van de BOS'. Juridisch makkelijk: combineren van de voordelen van een stichting met de doelstelling van een vereniging, maar ook wel eens verwarrend als vrienden/donateurs denken dat ze 'lid' zijn en formeel invloed op het beleid van het bestuur kunnen uitoefenen.
Spirituele vriend (kalyana mitra) vind ik een zeer belangrijk concept om de relatie van een niet-meer-helemaal-beginner met een andere (een senior) boeddhist aan te duiden; veel beter dan met het woord 'leraar'.
Nu dreigt de term echter tot Facebook-niveau (en dus iets onnozels) te verworden. We moeten misschien gewoon maar van 'donateurs en aspirant-donateurs' spreken.

vrijdag 6 september 2013

Dood gaan voor beginners; vervolg

Veel is er niet gebeurd sinds ik op 5 Mei m'n blog 'Dood gaan voor beginners ' plaatste.
Of eigenlijk wel: ik ben sinds die dag weer (op 6 september) 124 dagen dichter bij mijn dood gekomen, wanneer die dan ook is.
En ik heb me verdiept in de contemplaties op de dood (Maranassati), en op Vijf contemplaties voor iedereen en het boek dat Rosenberg daarover heeft geschreven.

Contempleren - te begrijpen als 'diep denken ' - elke dag op:
  • ’Ik weet zeker dat ik ouder word. Ik kan ouder worden niet vermijden.’

  • ’Ik weet zeker dat ik ziek word. Ik kan ziekte niet vermijden.’

  • ’Ik weet zeker dat ik doodga. Ik kan de dood niet vermijden.’

  • ’In alle dierbare en geliefde dingen zal verandering optreden en er zal scheiding van zijn.’

  • ’Ik ben de eigenaar van mijn handelingen (kamma), de erfgenaam van mijn handelingen, handelingen zijn de schoot (waaruit ik ontstaan ben), handelingen zijn mijn verwanten, handelingen zijn mijn bescherming. Welke handeling, goed of slecht, ik zal er de erfgenaam van zijn.'


Over deze tekst (volledige sutta-versie: zie onderaan), en meer gedetailleerde contemplaties, heeft Larry Rosenberg geschreven:
  Living In The Light Of Death ;
  On The Art Of Being Truly Alive

Shambhala Publications Inc, september 2001, 192 pagina's
Te koop via boekhandel of Bol.com of Amazon.com (met een aantal bladzijden in te zien.)

Samenvatting
This book presents the Buddhist approach to facing the inevitable facts of growing older, getting sick, and dying. These tough realities are not given much attention by many people until midlife, when they become harder to avoid. Using a Buddhist text known as the Five Subjects for Frequent Recollection, Larry Rosenberg shows how intimacy with the realities of aging can actually be used as a means to liberation. When we become intimate with these inevitable aspects of life, he writes, we also become intimate with ourselves, with others, with the world--indeed with all things.

======================================================================

Een vervolg op m'n blog van 5 mei dus.
Maar ook weer niet. In die periode was ik intensief met mijn dood bezig, zonder concrete aanleiding (geen ziekte, geen voorjaarsmoeheid of zo); zo maar, van binnen uit.
Nu ben ik dat nauwelijks. Dat komt wel weer; zoals ik een paar dagen geleden aan iemand schreef: als er iets is waar ik me geen zorgen over hoef te maken, is dat het feit dat ik dood ga.
Maar juist omdat ik er niet - vanuit mezelf - mee bezig ben, moet ik er mee bezig zijn.

Dicht bij de tekst blijvend, zal ik hier passages uit hoofdstuk 3 van dit boek (pagina 78-121)samenvattend vertalen:
' (CHAPTER 3)- THE THIRD MESSENGER – DEATH IS UNAVOIDABLE '.
Vrijblijvend met dit thema zijn kan niet, werkt niet: we moeten 'standvastig en stevig' naar het feit van de dood kijken. We kunnen er niet 'kort en achteloos een blik op werpen.
Eigenlijk is de hele beoefenen van de Dharma van mij tot nu toe een voorbereiding, om me sterk genoeg te maken om te kijken naar mijn doodsangst. Er is ook aandachtigheid en concentratie voor nodig. Geen rigide concentratie maar een tedere gemoedstoestand.

Voor een formele beoefening maakt Rosenberg gebruik van een negendelige meditatie, gebaseerd op een tekst van de Indiase boeddhist Atisha (980-1055).
Drie thema's die steeds ook uit drie contemplaties bestaan.
Het is aan te bevelen een contemplatie steeds te beginnen met aandacht voor de ademhaling (anapanasati), totdat er een zekere kalmte bereikt is; want deze contemplaties vereisen een geconcentreerde geest. Met zo'n serene geest kan men scherp en soepel denken.
De woorden waarop gecontempleerd wordt, lijken simpel, maar na verloop van tijd komt hun diepere betekenis naar voren.

DE ONVERMIJDELIJKHEID VAN DE DOOD

1. Iedereen moet sterven;
2. Het aantal dagen dat we nog leven, vermindert continu;
3. De dood komt, of we nu wel of niet de tijd hebben genomen de Dharma te beoefenen.


DE ONZEKERHEID OVER HET TIJDSTIP VAN DE DOOD

4. De menselijke levensverwachting is onzeker;
5. Er zijn veel oorzaken van de dood;
6. Het menselijk lichaam is heel fragiel en kwetsbaar.


ALLEEN DE BEOEFENING VAN DE DHARMA KAN ONS HELPEN ALS WE GAAN STERVEN

7. Onze bezittingen kunnen ons niet helpen;
8. Degenen die van ons houden kunnen ons niet helpen;
9. Ons lichaam kan ons niet helpen.


Dat zijn ze, ga er maar aan staan; of liever: ik moet er nu echt aan beginnen.
Vooral de achtste vind ik moeilijk, dat realiseert ook Rosenberg zich.
"We denken dat onze menselijke relaties niet – zoals bezittingen – een ego bevatten. Onze relatie tot onze partner. Onze ouders. Onze kinderen. Broers en zussen. Nabije vrienden. Onze spirituele leraren. We geloven dat we een aantal relaties hebben die een zekere zuiverheid bevatten.
Dat mag waar zijn. Maar het is ook waar dat onze vrienden ons niet kunnen helpen als we sterven. Mogelijk zijn ze in de buurt (of niet, we weten niet hoe het gaat). Ze kunnen ons geruststellen. Maar op het eind, uiteindelijk, moeten we 'dag' tegen ze zeggen en ze niet meer terug zien. We moeten alleen sterven.
" (pagina 101)


======================================================================

" Vijf contemplaties voor iedereen

Er zijn vijf onderwerpen, monniken, waarop vaak gecontempleerd zou moeten worden door mannen en vrouwen, lekevolgelingen en monniken. Wat zijn deze vijf onderwerpen?

’Ik weet zeker dat ik ouder word. Ik kan ouder worden niet vermijden.’
’Ik weet zeker dat ik ziek word. Ik kan ziekte niet vermijden.’
’Ik weet zeker dat ik doodga. Ik kan de dood niet vermijden.’
’In alle dierbare en geliefde dingen zal verandering optreden en er zal scheiding van zijn.’
’Ik ben de eigenaar van mijn handelingen (kamma), de erfgenaam van mijn handelingen, handelingen zijn de schoot (waaruit ik ontstaan ben), handelingen zijn mijn verwanten, handelingen zijn mijn bescherming. Welke handeling, goed of slecht, ik zal er de erfgenaam van zijn.

Om welke goede reden nu, moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik, dikwijls contempleren op het feit dat ze ’er zeker van zijn ouder te worden en ouder worden niet kunnen vermijden’? Wezens zijn als ze jong zijn, trots op hun jeugdigheid; en verblind door die trots leiden ze een slecht leven in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die vaak
contempleert op dat feit (van de zekerheid van ouder worden), zal de trots op de jeugdigheid ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze goede reden zou het feit (van ouder worden) dikwijls overdacht moeten worden.

Om welke goede reden nu, moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik, dikwijls contempleren op het feit dat ze 'er zeker van zijn ziek te worden en het niet kunnen vermijden'? Wezens zijn als ze gezond zijn, trots op hun gezondheid; en verblind door die trots leiden ze een slecht leven in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die vaak contempleert op dat feit (van de zekerheid van ziekte), zal de trots op de jeugdigheid ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze goede reden zou het feit (van ziekte) dikwijls overdacht moeten worden.

Om welke goede reden nu, moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik, dikwijls contempleren op het feit dat ze ’er zeker van zijn dood te gaan en de dood niet kunnen vermijden’? Wezens zijn als ze in leven zijn, trots op het levend zijn; en verblind door die trots leiden ze een slecht leven in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die vaak contempleert op dat feit (van de zekerheid van de dood), zal de trots op de jeugdigheid ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze goede reden zou het feit (van de dood) dikwijls overdacht moeten worden.

Om welke goede reden nu, moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik, dikwijls contempleren op het feit dat ’in alle dingen, dierbaar en geliefd, verandering zal optreden en dat er scheiding van zal zijn’? Wezens hebben een wellustig verlangen naar dat wat dierbaar en geliefd is; en brandend door wellustig verlangen naar wat dierbaar en geliefd is leiden ze een slecht leven in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die dikwijls contempleert (op verandering in en scheiding van dierbare en geliefde dingen), zal het wellustig verlangen naar wat dierbaar en geliefd is ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze goede reden zou het feit (van verandering en scheiding in wat geliefd is) dikwijls overdacht moeten worden.

Om welke goede reden moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik dikwijls contempleren op het feit dat zij de ‘de eigenaren van hun handelingen zijn, de erfgenamen van hun handelingen, dat hun handelingen hun schoot zijn, handelingen hun verwanten zijn, handelingen hun bescherming zijn en dat welke handeling ze ook verrichten, goed of slecht, zij er de erfgenamen van zullen zijn'? Er zijn wezens die een slecht leven leiden in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die dikwijls contempleert op het feit (van bezit van zijn eigen handelingen)zal dat slechte gedrag ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze reden zou het feit dikwijls overdacht moeten worden.

De nobele discipel nu, contempleert aldus: ’Ik ben niet de enige die er zeker van is ouder te worden, ziek te worden en dood te gaan. Maar waar dan ook wezens komen en gaan, vertrekken en weer tevoorschijn komen, ze zijn allen onderhevig aan ouder worden, ziekte en dood. In degene die dikwijls op deze feiten contempleert, komt het Pad van de stadia van heiligheid op.
Hij begeeft zich nu regelmatig op het Pad, onderhoudt het en versterkt het.

Terwijl hij dit doet, zullen de bindingen geheel verdwijnen en zullen slechte neigingen ophouden te bestaan.
Verder contempleert de nobele discipel als volgt: ’Ik ben niet de enige voor wie er verandering optreedt in wat dierbaar en geliefd is; ik ben niet de enige die de eigenaar en erfgenaam van zijn handelen is. Maar waar dan ook wezens komen en gaan, vertrekken en weer tevoorschijn komen, voor hen allen is er verandering in wat dierbaar en geliefd is; en zij allen zijn de eigenaar en de erfgenaam van hun handelingen. In degene die dikwijls op deze feiten contempleert, komt het Pad op. Hij begeeft zich nu regelmatig op dat Pad. Hij begeeft zich nu regelmatig op dat Pad, onderhoudt het en versterkt het. Terwijl hij dat doet, zullen de bindingen geheel verdwijnen en zullen de slechte neigingen ophouden te bestaan.

Onderworpen aan ouderdom, ziekte en dood, wezens in deze toestand worden verafschuwd door de wereldling. Maar hij zou beter kunnen denken: ’Als ik weerzin zou voelen voor wezens van een dergelijke soort, zou dit niet juist zijn voor mij, die evenzeer een dergelijk lot beschoren is.
Terwijl ik in dergelijke gedachten verblijf en weet heb van (Nibbāna’s) zorgeloze staat, zal ik de drievoudige trots verslaan, van gezondheid, jeugdigheid en uitbundigheid van leven, omdat ik zie dat de zekere vrede in verzaking ligt.
Turend naar Nibbāna, ontstaat er geestdrift in mij:
Nu kan ik nooit meer zwichten voor zintuiglijk verlangen!
Iemand die nooit meer terugkeert, zal ik worden.
Het verheven leven is nu mijn hoogste doel.’
"


Uit: Anguttara Nikaya V, 57. De Verzameling Predikingen met Numerieke Rangschikking.-
Een selectie door Nyanaponika Mahathera.
Bron: buddhistmahavihara.com/admin/uploads/why_buddhism_(dutch).pdf
Dr. K. Sri Dhammananda
Vertaling: Arjan Schrier


PS
De 3-september-versie van deze blog was onvolledig.
Excuses voor het bestaan van twee versies

zondag 11 augustus 2013

Teksten en discussiethema's over samatha-meditatie

Vooraf
Deze blogtekst hoort in een serie van de afgelopen en komende maanden.
Ze zijn – voor mezelf en misschien voor de lezers – een voorbereiding op het seminar/miniretraite in Amersfoort van 29 en 30 oktober te geven door Leigh Brasington
Zie de aankondiging en uitnodiging op de website van de SIM, www.simsara.nl

Er is nog een tiental plaatsen voor elk van beide dagen beschikbaar.

Zie voor eerdere teksten hier en hier .
In september en oktober wil ik nog meer teksten plaatsen, bv het interview met Leigh in het boek van Shankman en een samenvatting van een artikel van Quli (voor beide: zie onder)
Ook wil ik een (Nederlandse) samenvatting geven van een artikel van de bekende monnik-geleerde-meditatieleraar Henepola Gunaratana, met de uitdagende titel: Should we come out of Jhåna to practice Vipassanå ? Ik zal het antwoord vast verklappen: nee .

Dit keer een overzicht van interviews met Leigh, twee berichten en twee wat langere teksten.

==================================================================

A . Een paar interviews met Leigh en artikelen n.a.v. interviews

Als kennismaking met Leigh Brasington en zijn benadering van samatha meditatie en de jhana's, en als voorbereiding op het seminar/minitraite 29 en 30 oktober

Een Video Interview with Willoughby Britton of the Cheetah House
' Leigh Brasington on the Dark Night '   7 Jan 2013 → Hier te beluisteren en bekijken '

' What are Jhanas ?' Een video-interview uit 2011, door Stephanie Nash, hier

' Practical Jhānas: Right Concentration and the Suttas ' door Leigh Brasington
Secular Buddhism Conference – Barre Center for Buddhist Studies 26 March, 2013
Zie hier

Een uitgebreid interview met Leigh in het boek 'The experience of Samadhi', door Richard Shankman, hieronder verder genoemd. Ik overweeg deze tekst in een volgende blog op te nemen of samen te vatten.

' Multiple Buddhist Modernisms: Jhāna in Convert Theravāda ' door Natalie Quli
Zie Quli-Jhana . Zoals hierboven aangekondigd, wil ik dit – deels op interviews gebaseerde - artikel in september samenvatten.

==================================================================

B . Nog een retraite over en met samatha (en vipassana)

Dan nog meer goed nieuws voor wie al langer vermoedt dat er meer is dan alleen vipassana-meditatie.
Naast de bijeenkomst met Brasington eind oktober is er ook – door de stichting Sanghametta – een retraite georganiseerd van 3 tot 24 september (kan ook deels) a.s. in Vught met de dhammalerares Christina Garbe. Over een paar weken al, dus snel nagaan of er nog plaats is.
Zie de aankondiging ervan:

“Best of both worlds
Het onderricht van Christina Garbe is een combinatie van concentratiemeditatie (samatha) en inzichtsmeditatie (vipassana), een samengaan van het beste van de Mahasi en de Pa Auk methode. Door deze combinatie van opmerkzaamheid/mindfulness en concentratie ontstaat een krachtige geest die zuiver wordt en tot diepere inzichten kan komen.
Opbouw retraite
We beginnen met anderhalve dag oefenen, theorie en uitwisseling om bekend te worden met de concentratiemeditatie. Vervolgens wordt de overige 19 dagen in stilte gemediteerd.
”

Ik heb dit voorjaar een korte retraite bij haar gedaan en zie een verschil tussen haar benadering (en van haar Burmese leraren) en die van Brasington als Ayya Khema –leerling. Deels, en in ieder geval volgens mij komt dit verschil neer op het werken met het Jhana-begrip uit de Sutta's en dat volgens de Visuddhimagga.
Over het verschil daartussen: zie onderstaande tekst van Richard Shankman. D.w.z. de eerste ervan; de tweede tekst is een interview van Shankman met Leigh Brasington, die m.i. De Sutta-lijn volgt.
Van Christina Garbe (die de retraite in het Engels geeft!) heb ik alleen een Duitse tekst beschikbaar over samadhi, aan het eind van deze blog citeer ik een deel daarvan.

==================================================================

C . Twee artikelen van Gerolf 't Hooft over Concentratie en Jhana in BoeddhaMagazine

Nog een bewijs voor de toenemende belangstelling voor de concentratie-meditatie (met name dan in de Theravada-gemeenschap) is een tweetal artikelen geschreven door Gerolf 't Hooft (oprichter van uitgever Asoka) in het tijdschrift BoeddhaMagazine in de eerste helft van 2013.
Zie de website Boeddhamagazine Online en website Uitgever
Bij beide artikelen – die ook online te raadplegen zijn – een paar opmerkingen. Verder: in hun geheel lezen!

' Concentratie (of het openen van de deur van de geest)' door Gerolf T'Hooft
Zie de link http://boeddhamagazine.nl/concentratie/
Dicht bij het vroege boeddhisme blijvend wordt een overzicht gegeven van de verschillende vormen (niveaus) van concentratie-meditatie; en bij de verhouding vipassana-samatha.
'Concentratie' omschrijft 't Hooft als: 'de strijd tegen hindernissen '.
De 'vijf factoren van concentratie ' (vitakka, vicara, piti, sukha, ekagatta) zijn een soort tegengif (een term die hij niet gebruikt) tegen de vijf respectievelijke hindernissen.
Of dat één-op-één klopt, weet ik niet zeker, ook vermoed ik dat Brasington vitakka en vicara niet vertaalt als 'initiële' c.q. 'aanhoudende gerichtheid' en of hij ekagatta (éénpuntigheid) als factor bij de eerste jhana beschouwt.

' Jhāna (of het afdalen in de diepten van de geest) ' door Gerolf T'Hooft
Zie de link http://boeddhamagazine.nl/jhana/
In dit tweede artikel gaat de auteur door op het bereiken van 'Jhana' als tevolg van concentratie-meditatie. Zeer verhelderend, ook terminonolgisch.
De vier jhana's worden steeds met één woord getypeerd:
'Verrukking' (eerste jhana);
'Vreugde' (tweede jhana);
'Rust' (derde jhana);
'Gelijkmoedigheid' (vierde jhana);
De afsluitende paragraaf heeft als kopje 'Inzicht '; ik citeer:
"Deze vier meditatiestadia zijn uiterst aangename ervaringen en het geluk dat ermee gepaard gaat overtreft alles wat we via de gebruikelijke zintuigen kunnen beleven. Het zijn en blijven echter geconditioneerde fenomenen. De jhāna’s hebben weliswaar de kracht om blijvend de illusie te doorbreken dat we voor ons geluk afhankelijk zijn van de buitenwereld, toch is er nog steeds de afhankelijkheid van concentratie. In combinatie met een retrospectieve analyse van de jhāna’s als veranderlijke verschijnselen (anicca) vormen ze volgens de Boeddha echter de noodzakelijke maar ideale springplank naar transformerend inzicht in de drie kenmerken van het persoonlijk bestaan: dukkha, anicca en anattā, de drie deuren naar bevrijding, de drie vensters op nibbāna. Alleen een geest die d.m.v. de jhāna’s is voorbereid, soepel, open en tevreden is, kan de sprong wagen naar een totaal ander soort inzicht. Een inzicht dat zo diep en onomkeerbaar ingrijpt in onze gebruikelijke manier van ervaren, dat we volgens de Boeddha vanaf dat moment feitelijk een ander soort mens worden ..."

==================================================================

D . Citaat hfst 4 van Shankman: Controversies Surrounding Samadhi

Belangrijk – met name in de Theravada-vipassana-gemeenschap is het verschijnen in 2008 geweest van het boek
'The Experience of SAMADHI
An In-depth Exploration of Buddhist Meditation

door Richard Shankman , zelf boeddhistisch meditatie-leraar.
In dit boek gaat hij na hoe 'Samadhi' en 'Jhana' in de Pali-teksten voorkomt, eerst in de Sutta's en vervolgens in de Visuddhimagga van Buddhagghosa (zie mijn blog van 14 juni hierover)
Hier neem ik een deel over van het hoofdstuk dat de (oude en nieuwe) controversen over deze begrippen beschrijft. In een volgende blog neem ik het interview op van Shankman met Brasington.

Chapter 4 - - - Controversies Surrounding Samadhi

Having released knots, a sage here in the world does not follow any faction when disputes arise.
Calmed among those who are not calm, equanimous, he does not take up opinions, saying “Let others take them up. ”

                                                                                                     The Buddha, Sutta Nipata, 912

It is easy to see why there is a range of viewa about samadhi and the nature of jhana, and easy to understand why later commentators were eager to clarify the meaning of the Pali suttas according to their own understandings. Many of the meditative states and techniques for attaining them are described very concisely in the suttas, using compressed formulas with little or incomplete explanatory detail, and so are only partially adequate as practical meditation guides. Sutta passages often rely on standard prescribed phrases, which served to assist in memorization for their oral transmission in the early centuries before they were finally codified in written form. A few of them sketch out a full map for the practice, but none of them fill in all the details. Although perhaps the details would has been enough for a practitioner during the time when the suttas were composed, the - original meanings of some words, as intended within a sutta’s context, may not be clearly understood by modern Pali scholars (it is also quite possible that greater detail was provided orally, outside the formulaic pattern o f the suttas). There is reason to suspect that certain passages were inserted at later dates. Unless we want to pick and choose the portions of the suttas we are inclined to accept as original, leaving the rest, we must accept the suttas as they exist today. We can find either inconsistency or congruency amongthe wide range of practices in the canonical and commentarial texts, depending on our viewpoint.

There is disagreement about what jhana is, and the term is used to describe a range of experiences by various teachers. Jhana is always defined by the standard formula, in which the presence or absence of five jhana factors and other supplemental elements characterize the various levels ofjhana. Because these factors are present, to varying degrees, throughout a wide range oflevels and types of samadhi, various meditation teachers, each presenting a different idea ofwhatjhana is, can legitimately claim to be teaching the “real” jhana. There is no consensus onwhether or not jhana is necessary to realize the deeper stages ofinsight, and scriptural evidence can be found to support either view.

The scriptural sources can be conflicting. The Buddha of the early Pali suttas taught contextually, varying his advice depending on his audience and the immediate circumstances. The suttas, therefore, are not entirely consistent, presenting an array of styles and approaches to practice that vary to suit the range ofhuman temperaments, and lending themselves to various interpretations regarding the path of meditation.

Now that we have examined the range of ways samadhi and jhana are described in the suttas and the Visuddhimagga, some of the controversyand disagreement surrounding samadhi and how it is taught can be discussed.
The approach taken here is to remain open and receptive to reconciling the suttas and the Visuddhimagga, without having to do so, recognizing that there may be points of tension and incompatibility between the two. If the beginning premise is that the Visuddhimagga is the authority for understanding the suttas correctly, then the two sources must agree, and one
will be predisposed to interpret the suttas in light of the Visuddhimagga.
One will be disposed to construe the words and phrases of the suttas in the light of the explanations given by the Visuddhimagga. In the preceding chapters each has been viewed on its own terms, and they can now be compared in order to highlight their similarities and differences, convergences and inconsistencies. Various teachers and methods can then be surveyed without passingjudgment on their interpretations.

The debates surrounding samadhi can roughly be summarized by three broad questions:
(i ) What is jhana?
(2) Are concentration and insight two distinct paths of meditation practice or one?
(3) Is jhana necessary for insight?
The answers to all of these questions depend upon whether the Visuddhimagga is taken to be the authoritative interpretation of the suttas, and upon which interpretation of the suttas one adopts.
(pagina 77-79)

............

CONCLUSION

The Visuddhimagga presents a path of meditation and the states within it that is new and distinct from the Pali suttas. During the centuries between the composition of the suttas and Buddhaghosa’s great work, the understanding of jhana evolved from being a state of undistracted awareness and profound insight into the ' nature of changing phenomena to states of extreme
tranquillityin which the mind is utterly engrossed in the mental qualities of the jhana itself. Whether the path of meditation developed to adapt to that change or the new understanding arose from a change in the way meditation was practiced we cannot know. In any case, insight meditation and the path of concentration and tranquillity were necessarily separated because, in the fixed concentration of the Visuddhimagga, insight could arise onlyupon leaving jhana.

The basis for separatingmeditation into two paths and the controversy surrounding whether jhana is necessary at all for the deepest levels of awakening, is the notion that jhana is ancillary to insight meditation.Jhana may be developed, or not, prior to insight meditation, according to one’s own predispositions. In the Visuddhimagga, the entire reason for developing tranquillity is to attain jhana in order to then turn to other practices for cultivating insight.

The suttas, however, do not make such a clear distinction. The suttas never clearly articulate a dry path of pure insight in which jhana plays no role. One could separate insight meditation from samatha meditation, though both are part of the same path. The practice of right samadhi seems
to integrate tranquillity and insight into a single meditative path. Mindfulness meditation is a concentration practice leading toward jhana; insight meditation is not a separate practice. Although achieving tranquillity is not the ultimate goal of concentration meditation, the suttas regard tranquillity as important. Tranquillity is a supporting condition for insight to arise.
Tranquillity and insight are two inseparable facets of mental cultivation, mutually supportive and necessary. They can be cultivated independently, but ultimately must be brought together in a balanced way.

The two jhanas are equivalent in terms of the strength of concentration, but dissimilar in terms of the type of concentration. In both cases the mind has reached the peak of stillness.Jhana in the suttas is a state of heightened mindfulness and awareness of an ever-changing stream of experiences, in which the mind is unmoving. Jhana in the Visuddhimagga is a state of fixed concentration, where there is no experience of changing phenomena whatsoever, because the objects of the mind are unmoving.

The jhana factors vitakka-vicara, which can be understood in' the suttas in at least two possible ways, as applying and maintaining the mind on the object of meditation or as other mental activity, such as volition, thought, and mental evaluation, are strictly confined in meaning
in the Visuddhimagga to connecting and sustaining. Ekaggata, most properly understood in the suttas as unification of mind inclusive of all changing experiences, is a one-pointed, fixed concentration in the Visuddhimagga.
The prominent role of physical-body awareness in the sutta jhana definition, which is underscored in the jhana similes and the Mindfulness of the Body Sutta, is understood purely as the “mental” body in the Visuddhimagga.

The Visuddhimagga introduces several other concepts and terms that are not found in the suttas. Preparatory, access, and attainment concentration, as well as the signs (nimittas) accompanying these stages, are not found in the suttas. The word nimitta does appear in the suttas in connection with right concentration, but there it simply means “theme” or “basis” of concentration, and is equated with the four foundations of mindfulness. The forty meditation subjects can be found in the suttas, but many are only mentioned peripherally, often with little or no explanatory detail. There are certainly not the extensive and meticulous descriptions
found in the Visuddhimagga. In particular, kasil).a practice, which is central to the Visuddhimagga understanding ofjhana, is never explained in detail in the suttas at all.

The suttas and the Visuddhimagga are in agreement that a state of strong concentration totally divorced from any awareness of the body is not necessary for awakening. They differ simply in that the suttas do not define such a state as constituting the fourjhanas, whereas the Visuddhimagga does.


Jhana is clearly not required for any of the stages of enlightenment in the Visuddhimagga. The suttas are ambiguous about the necessity ofjhana for stream-entry, and the case becomes increasingly strong with each successive stage of enlightenment. The controversies over what is the “real” jhana resolve when we realize that there are two distinct jhanas in the Pali literature, each one true and correct within its own system: “sutta jhana” and “Visuddhimagga jhana.” These two jhana systems are not the same. They comprise different meditative states, sharing some features in common, but with their own unique characteristics, potentials, and methods for realizing them. Each can be properly understood only within the overall context of the texts within which, it appears.
(pagina 101-104)

====================================================================

Het hele boek van Shankman (236 pagina's) kan als pdf op verzoek bij mij verkregen worden, evenals het hele artikel van Garbe.

====================================================================

E . Openingsparagraaf uit de pdf: 'Samādhi '
(door) Christina Garbe

Samatha bhāvanā - Konzentrationsmeditation


Der gewöhnliche Geist ist abgelenkt und unkontrolliert. Buddhistische Meditation ist eine
Methode der geistigen Entwicklung, um den Geist zu beruhigen, zu reinigen, zu Erkenntnis
zu gelangen und Leiden endgültig zu überkommen, ein Weg der Befreiung. Um Befreiung
von Leiden, was bedeutet, von Problemen, Schwierigkeiten jeglicher Art, zu erreichen, ist
Meditation von grundlegender Bedeutung. Die Meditationsarten in der theravādabuddhistischen
Tradition basieren auf den eigenen Erfahrungen des letzten Buddha Gotama,
der vor ca. 2500 Jahren in Indien lebte und diesen Weg praktiziert hat. Es ist der Weg, um
vollkommene Erleuchtung zu erfahren.
In den überlieferten Schriften, im buddhistischen Pāḷikanon, werden zwei Arten von
Meditation beschrieben:
Samatha-bhāvanā, Ruhe- oder Konzentrationsmeditation und Vipassanā-bhāvanā,
Einsichtsmeditation.
Ruhe/Konzentrationsmeditation gibt es auch in anderen Religionen, Einsichtsmeditation gibt
es nur in der buddhistischen Lehre. Der Buddha hat am Anfang seines Meditationsweges
auch schon Konzentrationsmeditation bei zwei Lehrern praktiziert. Er hat sich damit auf
seiner Suche nach endgültiger Befreiung von jeglichem Leiden jedoch nicht zufrieden
gegeben. Er ist allein den Weg weiter gegangen und hat dann die Einsichtsmeditation
(vipassanā), basierend auf Konzentrationsmeditation, wiederentdeckt.
Für die Einsichtsmeditation gibt es zwei Zugänge, den über die geistigen Absorptionen
(Jhānā), entwickelt durch Konzentrationsmeditation, und den über die Entwicklung von
Konzentration durch Achtsamkeit auf verschiedene Objekte in Körper und Geist. Die erste
Annäherung, ist auch für die zweite, die Entwicklung der allgemeinen korrekten Achtsamkeit,
sehr förderlich. Gleichzeitig ist die allgemeine Achtsamkeit notwendig, um Konzentration
entsprechend der Samatha-Meditation zu entwickeln. Um Einsichtsmeditation zu praktizieren
mit dem Ziel des Erleuchtungsbewußtseins, muß man nicht die geistigen Absorptionen
(Jhānā) erreichen können. Es ist jedoch ein sehr viel komfortablerer und einfacherer Weg,
wenn man geschickt ist im Erreichen der Absorptionen (Jhānā). Auch die Einsichten sind
klarer und stabiler. Das erlangte Wissen aus direktem Sehen ist umfassender, je
umfassender das Wissen, je besser und einfacher kann man mit dem Dharma (der Lehre)
leben. Man könnte die Einsichtsmeditation mit dem Anschauen des Körpers im Spiegel
vergleichen. Der Spiegel ist dabei das Werkzeug, um sich anschauen zu können, wie in der
Meditation die Konzentration das Werkzeug ist. Wenn wir den Spiegel die ganze Zeit der
Betrachtung mit den Händen festhalten müssen, wird es sehr anstrengend und wir können
uns nicht von allen Seiten ungehindert betrachten. Hängen wir den Spiegel jedoch an einen
festen Haken an die Wand, können wir uns in Ruhe und von allen Seiten betrachten. So ist
es auch mit einer gut gefestigten Konzentration, je tiefer und stabiler die Konzentration, je
besser können wir das Dasein ohne Anstrengung von allen Seiten betrachten.
Einsichtsmeditation oder Achtsamkeitspraxis ohne ausreichende Konzentration bleibt
oberflächlich und führt nicht zur letztendlichen Befreiung vom Leiden. Durch Konzentration
entwickelt man einen gesammelten, friedlichen, ruhigen Geist als Voraussetzung für die
Entwicklung von Weisheit in der Einsichtsmeditation.
Die Samatha-Meditation allein birgt in sich dieselben Gefahren, wie alle existierenden
Phänomene, des Anhaftens und des Wunsches nach Existenz, nach besserer Existenz als
der, die man gerade lebt, jedoch als Grundlage für die Vipassanā-Meditation und das dann
aus Einsicht geführte spirituelle Leben, eine entschiedene Erleichterung. Samatha-
Meditation, erfolgreich praktiziert mit Zugangs- oder Jhānakonzentration, beruht auf sehr
heilsamen Geisteszuständen, die lange Zeit aufrechterhalten werden können und damit zu
einer sehr effektiven Reinigung des Geistes von Verunreinigungen führen. Sie ermöglichen
dem/der Meditierenden für lange Zeit im Hier und Jetzt ununterbrochen in glücklichen
Geisteszuständen zu verweilen. Diese glücklichen Geisteszustände sind eine ideale Basis für
tiefgründige Einsicht in die Natur aller Phänomene. Der Buddha hat in sehr vielen Lehrreden
seine Schüler dazu angewiesen, die geistigen Absorptionen (Jhānā) zu entwickeln und hat
ihnen die Voraussetzungen, ein ethisch reines Verhalten, dazu erklärt.
Ruhemeditation ist das geistige Training, um rechte Konzentration entsprechend dem edlen
achtfachen Pfad zu entwickeln. Im Mahāsatipaṭṭhāna Sutta (DN 22) der Lehrrede von den Grundlagen der Achtsamkeit, nennt der Buddha die Praxis der vier geistigen Absorptionen
(Jhānā) rechte Konzentration im Sinne des edlen achtfachen Pfades. Unser gewöhnliches
Denken, Reflektieren, Kontemplieren und Sehen geschieht auf konzeptueller Ebene, d. h. wir
sehen Frauen, Männer, Kinder, Autos, Kleider usw. und denken über diese Konzepte nach.
Die wirkliche Natur der Dinge kann nur durch das Sehen und Erfahren von ultimativen,
letztendlichen Realitäten (paramattho), die jenseits von Konzepten liegen, erkannt werden.
Für dieses Erkennen ist eine tiefe, anhaltende Konzentration, wie sie in der Samatha-
Meditation geübt wird, notwendig. Von dem Buddha wurden vierzig Objekte1 gegeben, die
sich für diese Ruhemeditation eignen. Man kann entsprechend des Charakters des
Meditierenden das entsprechende auswählen.
Konzentration bedeutet ‚zusammen zum Mittelpunkt‘, das heißt, daß das Bewußtsein und die
Geistesfaktoren gesammelt zum Mittelpunkt, zum Objekt der Betrachtung, gehen. Samādhi
setzt sich aus den drei Wörtern ‚sam‘ - zusammen, ‚ā‘ auf etwas zu, gegenüber, ‚dhā‘ halten,
tragen, zusammen. So kann man sagen, etwas zusammen zu etwas tragen oder halten. Der
Sinn ist derselbe, wie der des lateinischen Wortes Konzentration. Samādhi ist ein Zustand
tiefer geistiger und körperlicher Entspannung durch Einsgerichtetheit, das diskursive,
assoziierende Denken hört völlig auf. Der Geist geht völlig auf in dem Objekt der
Konzentration. Geist und Objekt werden eins. Der Geist ist in einem vollkommen klaren und
wachen Zustand. Dadurch findet eine tiefgehende Reinigung des Geistes statt, die
Vernebelung durch Verblendung wird gesäubert, so daß Weisheit entfaltet werden kann.
Der edle achtfache Pfad wurde vom Buddha gelehrt, um Leiden zu überwinden und
anhaltendes Glück zu erlangen. Das Training der Konzentration umfaßt drei Glieder des
edlen achtfachen Pfades, nämlich das Aufbringen von Energie für heilsame Geisteszustände,
eine sinnvoll ausgerichtete Achtsamkeit (sati), um die Natur der Dinge zu erkennen und eine
einsgerichtete, ungestörte Konzentration.
Die anderen beiden Trainings des edlen achtfachen Pfads sind Ethik, die man vor der
Konzentrationsübung praktizieren muß, und Weisheit, die aufbauend auf Konzentration
durch Einsichtsmeditation erlangt wird. Man kann die Ruhemeditation deshalb auch
Reinigung des Geistes nennen, weil sie Voraussetzung ist, um Weisheit zu entwickeln. Der
Geist wird durch Konzentration vorbereitet und in einen Zustand versetzt, um Weisheit zu
erlangen. Durch Konzentration entsteht ein Geisteszustand, welcher nicht dem gewöhnlichen
assoziativen Denken entspricht, sondern welcher die Dinge klar und unbeeinflußt durch die
Vergangenheit, aus dem gegenwärtigen Moment, sieht.

…..

donderdag 1 augustus 2013

Boeddhistische onzichtbaarheid of exhibitionisme ?

Onderstaande foto is (dubbelepaginagroot) uit de Volkskrant van 31 juli.
Uit de begeleidende tekst blijkt dat het gaat het over Ritskes en Nijmegen; ik noem het dus maar gratis reclame voor Zen.Nl
Maar daar gaat het mij nu niet om, we leven tenslotte in een kapitalistische samenleving en de schoorsteen in huize Ritskes moet ook roken (of anders de airco wel).


Waar het mij hier om gaat is dat het ook een duidelijke 'kijk mij eens '- foto is.
De foto is duidelijk geënsceneerd, de omstanders kijken bijvoorbeeld niet naar het toch nog wel opvallende beeld.
Ik denk dan ook dat de man niet echt mediteert, hij poseert, hij beeldt 'de mediterende' uit.
Daar heb ik dan al weer wat meer moeite mee.

Aanleiding voor een korte beschouwing over: Wat is beter: boeddhistische onzichtbaarheid of exhibitionisme ?
Want het is een vorm van exhibitionisme, wat deze Zen.Nl-student doet.

Tot een jaar of vijftien geleden hadden degenen die zichzelf 'boeddhist' vonden of (op boeddhistische basis) mediteerden, nogal wat aarzelingen dat aan iedereen te melden. En begrijpelijk want vrienden en familie vonden het soms ronduit vreemd en op het werk werd het soms zelfs niet altijd gewaardeerd; ik heb daar de nodige voorbeelden van. Uitgelachen worden was nog het minste.
Het als boeddhist uit de kast komen vergde enige moed, nog tot tien jaar geleden.
Dat is nu voorbij.
Nu zitten we eerder met het omgekeerde: met het boeddhist en mediterende zijn kan gepronkt worden. Dat is winst, maar heeft haar eigen (kleinere) nadelen.
Daar is het exhibitionistische gedrag er één van.

We zijn nu vrij om er voor te kiezen, in stilte boeddhist te zijn.
In uiterlijke kenmerken (kapsel, boeddhistische naam, speciale kleding, speciale sieraden etc) kan men het laten zien. Of in het citeren van teksten kan men het laten merken.
Maar het hoeft niet. Een Boeddhabeeld in woonkamer of tuin kan of kan achterwege blijven.

Zelf geef ik de voorkeur aan het – voor anderen – onzichtbaar boeddhist zijn. Misschien mis ik dan een enkele keer de mogelijkheid ook een andere op het boeddhistische pad te krijgen, maar als die ander er (bijna) aan toe is, gebeurt dat toch wel.
Wel heb ik dit boeddhistisch blog, dus zo onzichtbaar probeer ik ook weer niet te zijn.


vrijdag 14 juni 2013

De onontkoombare VisuddhiMagga (voor welke Theravadin dan ook)

Vooraf: delen van deze tekst horen in een serie ten behoeve van het door Leigh Brasington gegeven seminar op 29 en 30 oktober over concentratie-meditatie. Als eerste hiervan m'n aankondiging en uitnodiging van 10 mei j.l.
Het seminar is op dit moment ongeveer voor de helft volgeboekt. Zie ook de informatie op de SIM-website .


Al veel jaren neem ik met enige regelmaat de ' VisuddhiMagga ' ter hand, eerst als boek uit de U.B. en later overdrachtelijk in de electronische versie. En leg het na het lezen van een paar flarden weer weg. Denkend: een encyclopedie lees je ook niet van band tot band.
'Path of Purification ' (het Pad van de Zuivering, of 'Zuiveringen') is de vertaling, uit het Pali in het Engels door Bhikkhu Nanamoli www.accesstoinsight.org/lib/authors/nanamoli/PathofPurification2011.pdf
De eerste druk is uit 1956.

Deze vertaling telt ruim 800 pagina's; alleen al de inhoudsopgave van 14 pagina's is lastig te doorgronden (de korte versie ervan is bijlage 3 hieronder).
Dit boek van de uit India afkomstige monnik Buddhaghosa , geschreven in Sri Lanka in de 5e eeuw van onze jaartelling kreeg als ondertitel (van de vertaler):
' The Classic Manual of Buddhist Doctrine and Meditation '; en zo is het.
Geen pretje om te lezen of om in te bladeren. Maar toch: het is onontkoombaar voor wie zich maar een beetje (zoals ik) Theravadin voelt. Geen bladzij van de vertalingen van Sutta's (die van Bhikkhu Bodhi en volgens mij ook van de Breet en Janssen) of er wordt wel verwezen naar de VM of naar andere 'kommentaren' van Buddhaghosa die in zekere zin een uitwerking van de VM zijn.

De gecompliceerde structuur van het boek kan deels worden verklaard doordat het een stapeling van indelingen bevat. De meest algemene is die in
- sila (virtue, ethische regels : chapter I en II),
- samadhi (concentration, concentratie : chapter III t/m XIII) en
- panna (understanding, wijsheid : chapter XIV t/m XXIII). In dit laatste deel komen ook de (zeven) zuiveringen aan de orde.
Toch is het niet de complexe structuur van het boek die mij vaak ergerde; dat is meer (naast de pedante stijl en soms rare logica) dat hiermee de Theravada, duizend jaar na het leven van de Boeddha, definitief een systeem, een orthodoxie, is geworden.
De VisuddhiMagga is de voltooiing van de Theravada-scholastiek , daarna zijn er alleen nog details uitgewerkt. Een systeem waar ik behoorlijk wat vertrouwen in heb maar dat ik hier en daar persé niet volg en dat af en toe knelt.
Ik blijf de voorkeur geven aan de rommelige Sutta's zelf, iets neutraler genoemd 'het vroege boeddhisme'.

Opvallend is dat deze Engelse uitgave ook een 'Message', uit 2000, bevat van de Dalai Lama , nog een 'bewijs' van de betekenis die in brede kring onder boeddhisten aan dit werk wordt gegeven. Ik heb deze boodschap in bijlage 1 opgenomen.

Geen meditatiemethode of het komt er wel in aan de orde.
Eerlijk gezegd de vipassana volgens de Mahasi methode nog het minst (wel de resultaten in de vorm van 'inzichten' die er mee te bereiken zijn, maar niet de methode).

[UPDATE van 17 juni: ook een belangrijk facet van deze vipassana-methode wordt één keer genoemd, namelijk dat van 'momentary concentration" ,voor mij onduidelijk in welk verband; ook nog een paar keer in voetnoten maar die zijn van de vertaler.]

Over de metta-meditatie en verdere Brahmavihara's gaat hoofdstuk IX (pagina 291 e.v.in het boek, pagina 350 e.v. in de pdf) In feite baseren alle hedendaagse instructies over metta-meditatie zich nog steeds op deze tekst (en op de Metta Sutta).
Datzelfde geldt voor de contemplaties op de dood hoofdtuk VIII, par.7: Mindfulness of death (pag 225-236 in het boek en pag 283-294 in de pdf).
Een groot deel van het boek gaat over samadhi (concentratie ): over de jhana's en hoe die te bereiken, zie hieronder.

De uitsdrukking 'en nog veel meer' is in zeer sterke mate op dit boek van toepassing; in deze blog heb ik nog maar een fractie van de inhoud benoemd.
En een groot deel is nog steeds relevant, ook voor wie het niet met alles eens is.
Als Jan de Breet en Rob Janssen in 2014 de vertaling van de Samyutta Nikaya hebben voltooid en ze niet (meteen) met de vertaling van de Anguttara Nikaya willen beginnen, is de VM wellicht een uitdaging voor hen en voor hun uitgever.

======================================================
Drie voorbeelden van de rijkdom van de VisuddhiMagga :
======================================================

De eerste betreft de concentratie-meditatie (samatha)
In feite gaat heel Part II (pagina 81-430) er over, alleen de laatste twee hoofdstukken van dit deel – over de bovennatuurlijke effecten – negeer ik liever.

Ik citeer uit Sleutel tot inzicht ; een deel van de Pali-woorden weglatend:
"Vis. 3-6 geeft volledige aanwijzingen over hoe volledige concentratie en de meditatieve verdiepingen (jhana's) verkregen kunnen worden door middel van de volgende 40 meditatieonderwerpen:
* 10 kasina-oefeningen. Deze brengen de 4 verdiepingen (jhana's) voort.
De 10 kasina's die in de sutta's worden bedoeld, zijn: het aarde-kasina; het water-kasina; het vuur-kasina; het wind-kasina; het blauw-kasina; het geel-kasina; het rood-kasina; het wit-kasina; het ruimte-kasina; en het bewustzijn-kasina.

* 10 walgelijke onderwerpen. Deze brengen de 1e verdieping voort.

* 10 herinneringen aan: de Boeddha; de Leer; de boeddhistische gemeenschap (sanghanussati); moraliteit; vrijheid; de hemelse wezens; de dood (maranasati); het lichaam; de in- en uitademing (anapana sati) en vrede.

Onder deze, kan de bespiegeling (of indachtigheid) van de in- en uitademing, alle 4 de meditatieve verdiepingen voortbrengen: die van het lichaam de 1e verdieping, en de rest alleen nabijheid-concentratie (upacara samadhi).

* 4 verheven verblijven (brahma vihara): liefdevolle vriendelijkheid (metta), mededogen (karuna), sympathische vreugde (mudita) en gelijkmoedigheid (upekkha). Van deze, brengen alleen de eerste 3 oefeningen, 3 verdiepingen voort; de laatste (gelijkmoedigheid) alleen de 4e verdieping (jhana).

* 4 onstoffelijke sferen van: onbegrensde ruimte, onbegrensd bewustzijn, niets-heid en noch waarnemen noch niet waarnemen. Deze hebben betrekking op de 4e meditatieve verdieping, want de 4 verdiepingen van de onstoffelijke sfeer, behoren, strikt gesproken, nog steeds tot de 4e jhana, omdat zij dezelfde twee factoren bevatten.

* 1 aanschouwing van de walgelijkheid van voedsel, wat nabijheid-concentratie kan voortbrengen.
* 1 analyse van de 4 elementen, wat eveneens nabijheid-concentratie kan voortbrengen.
"

Een aantal van deze fenomenen worden nog steeds als meditatie-object gebruikt, de 'walgelijke' onderwerpen waarschijnlijk alleen door monniken.
In een 'Sangha Metta' retraite afgelopen voorjaar met Christina Garbe (en Jotika Hermsen) werd bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de anapanasati, de metta, de vier elementen en een aantal kleur-kasina's (in de vorm van cirkels) als meditatie-object ten behoeve van het bereiken van de (eerste) jhana.
Leigh Brasington zal het in oktober vermoedelijk vooral hebben over de anapanasati

======================================================

Als tweede voorbeeld een opsomming in hoofdstuk IV (dat gaat over The Earth Kasina) van de 'achttien fouten van een klooster', de negatieve formulering van de eisen waaraan een klooster moet voldoen:

[THE EIGHTEEN FAULTS OF A MONASTERY]
Herein, one that is unfavourable has anyone of eighteen faults. These are:
( 1) GROOT (largeness),
( 2) NIEUW (newness),
( 3) BOUWVALLIG (dilapidatedness),
( 4) NABIJ EEN WEG (a nearby road),
( 5) VIJVER (a pond),
( 6) EETBARE BLADEREN ([edible] leaves),
( 7) BLOEMEN (flowers),
( 8) VRUCHTEN (fruits),
( 9) BEROEMD (famousness),
(10) NABIJ EEN STAD (a nearby city),
(11) NABIJ KAPBAAR BOS (nearby timber trees),
(12) NABIJ BEBOUWBAAR LAND (nearby arable fields),
(13) AANWEZIGHEID VAN ONVERENIGBARE MENSEN (presence of incompatible persons),
(14) NABIJ EEN HAVEN OF TOEGANGSWEG (a nearby port of entry),
(15) NABIJ GRENZEN TUSSEN LANDEN (nearness to the border countries),
(16) NABIJ DE GRENS VAN EEN KONINKRIJK (nearness to the frontier of a kingdom),
(17) ONGESCHIKTHEID (unsuitability),
(18) ONTBREKEN VAN GOEDE (SPIRITUELE) VRIENDEN (lack of good friends).
One with any of these faults is not favourable. He should not live there.
(Pagina 113 in de nummering van het boek, en 171 in de pdf )

Waarom deze 18 omstandigheden onwenselijk zijn (voor een monnik) om naar een bepaald klooster te gaan wordt in dit toch spiritueel veronderstelde boek door Buddhaghosa zeer konkreet beschreven. Zie bijlage 2

Wellicht kunnen de initiatiefnemers van het te starten Vipassana Meditatie- en StudieCentrum (ergens in Nederland) er gebruik van maken. Zie de nieuwe website van dit centrum (in oprichting)

Hoewel: een groot deel van deze 'fouten' in de ogen van Buddhaghosa is dat er vrouwen zijn of op af kunnen komen; de andere sexe, die de monniken afleiden. Ik laat me er liever niet over uit of dit (of het omgekeerde: de gevaarlijke aanwezigheid van mannen) in Nederland ook speelt vanwege het gevaar als sexist aangeduid te worden.

======================================================

Het derde voorbeeld is de wijze waarop het leerstuk (of: de causale theorie) van de paticca samuppada (dependent origination, afhankelijk ontstaan) een plaats heeft gekregen in het Theravada-systeem.
Op zich komt dit model van twaalf ketenen in alle boeddhistische tradities voor, hoewel de plaats ervan, de visualisatie (prachtige of gruwelijke plaatjes) en de betekenis als causaliteit verschillen.
In het Mahayana-boeddhisme wordt (in het Sanskriet) van 'Pratītyasamutpāda gesproken ', een woord met nogal diverse Engelse vertalingen; bijvoorbeeld soms als 'interdependent co-arising ', m.i. een onjuiste want holistische verschuiving van de betekenis.

Bij de Theravada is kenmerkend dat het gekoppeld is aan de reincarnatie, en wel op een zeer specifieke wijze, genoemd het 'drie levens model '.
Zie 'CH. XVII THE SOIL OF UNDERSTANDING—CONCLUSION: DEPENDENT ORIGINATION'
Pagina 533-608 in het boek en pagina 591-666 van de pdf.
En met name daarvan 'Section C THE WHEEL OF BECOMING ', pagina 598 e.v. c.q. 656 e.v.

Dit model komt niet voor in de Sutta's waarvan (in de Theravada) aangenomen wordt dat ze zo'n 2500 jaar geleden door de Boeddha zijn uitgesproken (waar wel iets op valt af te dingen).
Wel komt in de Sutta's de leer van het afhankelijk ontstaan voor, soms worden een paar schakels genoemd dan weer in een andere Sutta een paar andere schakels, en opgeteld kan men tot twaalf komen.
Ook de reincarnatie, of we het leuk vinden of niet (ik vind het niet leuk) komt daar als feit aan de orde.
Maar de koppeling daartussen en de hechtheid daarvan, is het werk van latere scholastici en is in de VM definitief DE LEER gemaakt.

Ik zie er van af deze verandering in de betekenis van paticca sammupada te beschrijven, ook omdat Buddhadasa Bhikkhu het oneindig veel beter heeft gedaan, zie zijn Practical Dependent Origination

En omdat het duidelijk is verwoord door Leigh Brasington (de leraar die eind oktober naar Nederland komt) in zijn essay ' Dependent Origination: The 3 Lives Model: NOT ! ' Ik zou haast zeggen: dit is verplichte kost.

======================================================

Bijlage 1

MESSAGE FROM HIS HOLINESS THE DALAI LAMA


The history of the development of Buddhist literature seems to be marked by periods
in which the received teachings and established scriptures are assimilated and
consolidated and periods of mature creativity when the essence of that transmission
is expressed afresh. Bhadantácariya Buddhaghosa’s Visuddhimagga is a classic
text of the latter type. It represents the epitome of Pali Buddhist literature, weaving
together its many strands to create this wonderful meditation manual, which even
today retains the clarity it revealed when it was written.
There are occasions when people like to make much of the supposed differences
in the various traditions of Buddhism that have evolved in different times and places.
What I find especially encouraging about a book such as this is that it shows so
clearly how much all schools of Buddhism have fundamentally in common. Within
a structure based on the traditional three trainings of ethical discipline, concentration
and wisdom are detailed instructions on how to take an ethical approach to life,
how to meditate and calm the mind, and on the basis of those how to develop a
correct understanding of reality. We find practical advice about creating an
appropriate environment for meditation, the importance of developing love and
compassion, and discussion of dependent origination that underlies the Buddhist
view of reality. The very title of the work, the Path of Purification, refers to the essential
Buddhist understanding of the basic nature of the mind as clear and aware,
unobstructed by disturbing emotions. This quality is possessed by all sentient beings
which all may realize if we pursue such a path.
Sometimes I am asked whether Buddhism is suitable for Westerners or not. I
believe that the essence of all religions deals with basic human problems and
Buddhism is no exception. As long as we continue to experience the basic human
sufferings of birth, disease, old age, and death, there is no question of whether it
is suitable or not as a remedy. Inner peace is the key. In that state of mind you can
face difficulties with calm and reason. The teachings of love, kindness and
tolerance, the conduct of non-violence, and especially the Buddhist theory that
all things are relative can be a source of that inner peace.
While the essence of Buddhism does not change, superficial cultural aspects
will change. But how they will change in a particular place, we cannot say. This
evolves over time. When Buddhism first came from India to countries like Sri Lanka
or Tibet, it gradually evolved, and in time a unique tradition arose. This is also
happening in the West, and gradually Buddhism may evolve with Western culture.
Of course, what distinguishes the contemporary situation from past
transmissions of Buddhism is that almost the entire array of traditions that
evolved elsewhere is now accessible to anyone who is interested. And it is in
such a context that I welcome this new edition of Bhikkhu Ñáóamoli’s celebrated
English translation of the Path of Purification. I offer my prayers that readers,
wherever they are, may find in it advice and inspiration to develop that inner
peace that will contribute to creating a happier and more peaceful world.

May 2000
(Bron: Pagina 25 van de pdf)

======================================================

Bijlage 2

Waarom niet in een klooster met een van de 18 fouten verblijven?



CHAPTER IV
THE EARTH KASINA
1. [118] Now, it was said earlier: After that he should avoid a monastery
unfavourable to the development of concentration and go to live in one that is
favourable (III.28). In the first place one who finds it convenient to live with the
teacher in the same monastery can live there while he is making certain of the
meditation subject. If it is inconvenient there, he can live in another monastery—
a suitable one—a quarter or a half or even a whole league distant. In that case,
when he finds he is in doubt about, or has forgotten, some passage in the
meditation subject, then he should do the duties in the monastery in good time
and set out afterwards, going for alms on the way and arriving at the teacher’s
dwelling place after his meal. He should make certain about the meditation
subject that day in the teacher’s presence. Next day, after paying homage to the
teacher, he should go for alms on his way back and so he can return to his own
dwelling place without fatigue. But one who finds no convenient place within
even a league should clarify all difficulties about the meditation subject and
make quite sure it has been properly attended to. Then he can even go far away
and, avoiding a monastery unfavourable to development of concentration, live in
one that is favourable.

[ THE EIGHTEEN FAULTS OF A MONASTERY]
2. Herein, one that is unfavourable has anyone of eighteen faults. These are: (1)
largeness, (2) newness, (3) dilapidatedness, (4) a nearby road, (5) a pond, (6)
[edible] leaves, (7) flowers, (8) fruits, (9) famousness, (10) a nearby city, (11) nearby
timber trees, (12) nearby arable fields, (13) presence of incompatible persons, (14)
a nearby port of entry, (15) nearness to the border countries, (16) nearness to the
frontier of a kingdom, (17) unsuitability, (18) lack of good friends. [119] One with
any of these faults is not favourable. He should not live there. Why?

1. Firstly, people with varying aims collect in a large monastery. They conflict
with each other and so neglect the duties. The Enlightenment-tree terrace, etc.,
remain unswept, the water for drinking and washing is not set out. So if he
thinks, “I shall go to the alms-resort village for alms” and takes his bowl and
robe and sets out, perhaps he sees that the duties have not been done or that a
drinking-water pot is empty, and so the duty has to be done by him unexpectedly.
Drinking water must be maintained. By not doing it he would commit a
wrongdoing in the breach of a duty. But if he does it, he loses time. He arrives too
late at the village and gets nothing because the alms giving is finished. Also,
when he goes into retreat, he is distracted by the loud noises of novices and
young bhikkhus, and by acts of the Community [being carried out]. However, he
can live in a large monastery where all the duties are done and where there are
none of the other disturbances.
2. In a new monastery there is much new building activity. People criticize
someone who takes no part in it. But he can live in such a monastery where the
bhikkhus say, “Let the venerable one do the ascetic’s duties as much as he likes.
We shall see to the building work.”
3. In a dilapidated monastery there is much that needs repair. People criticize
someone who does not see about the repairing of at least his own lodging.
When he sees to the repairs, his meditation subject suffers.
4. In a monastery with a nearby road, by a main street, visitors keep arriving
night and day. He has to give up his own lodging to those who come late, and he
has to go and live at the root of a tree or on top of a rock. And next day it is the
same. So there is no opportunity [to practice] his meditation subject. But he can
live in one where there is no such disturbance by visitors.
5. A pond is a rock pool. Numbers of people come there for drinking water.
Pupils of city-dwelling elders supported by the royal family come to do dyeing
work. When they ask for vessels, wood, tubs, etc., they must be shown
where these things are. So he is kept all the time on the alert.
6. If he goes with his meditation subject to sit by day where there are many
sorts of edible leaves, then women vegetable-gatherers, singing as they pick leaves
nearby, endanger his meditation subject by disturbing it with sounds of the opposite sex.
7. And where there are many sorts of flowering shrubs in bloom there is the same danger too.
8. Where there are many sorts of fruits such as mangoes, rose-apples and
jak-fruits, people who want fruits come and ask for them, and they get angry if
he does not give them any, or they take them by force. When walking in the
monastery in the evening he sees them and asks, “Why do you do so, lay
followers?” they abuse him as they please and even try to evict him.
9. When he lives in a monastery that is famous and renowned in the world,
like Dakkhióagiri1 Hatthikucchi, Cetiyagiri or Cittalapabbata, there are always
people coming who want to pay homage to him, supposing that he is an Arahant,
which inconveniences him. But if it suits him, he can live there at night and go
elsewhere by day.
10. In one with a nearby city objects of the opposite sex come into focus.
Women-pot carriers go by bumping into him with their jars and giving no room
to pass. Also important people spread out carpets in the middle of the monastery
and sit down.
11. One with nearby timber trees where there are timber trees and osiers
useful for making framework is inconvenient because of the wood-gatherers
there, like the gatherers of branches and fruits already mentioned. If there are
trees in a monastery, people come and cut them down to build houses with.
When he has come out of his meditation room in the evening and is walking up
and down in the monastery, if he sees them and asks, “Why do you do so, lay
followers?” they abuse him as they please and even try to evict him.
12. People make use of one with nearby arable fields, quite surrounded by
fields. They make a threshing floor in the middle of the monastery itself. They
thresh corn there, dry it in the forecourts,2 and cause great inconvenience. And
where there is extensive property belonging to the Community, the monastery
attendants impound cattle belonging to families and deny the water supply [to
their crops]. Then people bring an ear of paddy and show it to the
Community saying “Look at your monastery attendants’ work.” For one reason
or another he has to go to the portals of the king or the king’s ministers. This
[matter of property belonging to the Community] is included by [a monastery
that is] near arable fields.
13. Presence of incompatible persons: where there are bhikkhus living who
are incompatible and mutually hostile, when they clash and it is protested,
“Venerable sirs, do not do so,” they exclaim, “We no longer count now that this
refuse-rag wearer has come.”
14. One with a nearby water port of entry or land port of entry3 is made
inconvenient by people constantly arriving respectively by ship or by caravan
and crowding round, asking for space or for drinking water or salt.
15. In the case of one near the border countries, people have no trust in the
Buddha, etc., there.
16. In one near the frontier of a kingdom there is fear of kings. For perhaps one
king attacks that place, thinking, “It does not submit to my rule,” and the other
does likewise, thinking, “It does not submit to my rule.” A bhikkhu lives there
when it is conquered by one king and when it is conquered by the other. Then
they suspect him of spying, and they bring about his undoing.
17. Unsuitability is that due to the risk of encountering visible data, etc., of
the opposite sex as objects or to haunting by non-human beings. Here is a story.
An elder lived in a forest, it seems. Then an ogress stood in the door of his leaf
hut and sang. The elder came out and stood in the door. She went to the end of
the walk and sang. The elder went to the end of the walk. She stood in a chasm
a hundred fathoms deep and sang. The elder recoiled. Then she suddenly
grabbed him saying, “Venerable sir, it is not just one or two of the likes of you I have eaten.”
18. Lack of good friends: where it is not possible to find a good friend as a
teacher or the equivalent of a teacher or a preceptor or the equivalent of a preceptor,
the lack of good friends there is a serious fault.

One that has any of those eighteen faults should be understood as
unfavourable. And this is said in the commentaries:
A large abode, a new abode,
One tumbling down, one near a road,
One with a pond, or leaves, or flowers,
Or fruits, or one that people seek; [122]
In cities, among timber, fields,
Where people quarrel, in a port,
In border lands, on frontiers,
Unsuitableness, and no good friend—
These are the eighteen instances
A wise man needs to recognize
And give them full as wide a berth
As any footpad-hunted road.

(Pagina 113-116 in de nummering van het boek, en 171-174 in de pdf)

======================================================

Bijlage 3

CONTENTS

(GENERAL)
Bibliography ................................................................................................................. xix
Printed Editions of the Visuddhimagga ..................................................................... xix
List of Abbreviations for Texts Used .......................................................................... xxi
Message from his Holiness the Dalai Lama ............................................................. xxiii
Publisher’s Foreword to Third Edition .................................................................... xxiv
Publisher’s Foreword to Fourth Edition ................................................................... xxiv
Translator’s Preface ..................................................................................................... xxv
INTRODUCTION .............................................................................................................. XXVII
THE PATH OF PURIFICATION
Part I—Virtue (Sìla)
CH.I DESCRIPTION OF VIRTUE ................................................................................... 5
[I. Introductory] ............................................................................................ 5
[II. Virtue] .................................................................................................... 10
CH. II THE ASCETIC PRACTICES ................................................................................ 55

Part II—Concentration (Samádhi)
CH. III TAKING A MEDITATION SUBJECT .................................................................... 81
[A. Development in Brief] ......................................................................... 86
[B. Development in Detail] ....................................................................... 87
[The Ten Impediments] ............................................................................ 87
CH. IV THE EARTH KASIÓA ..................................................................................... 113
[The Eighteen Faults of a Monastery] ................................................. 113
[The Five Factors of the Resting Place] ................................................ 116
[The Lesser Impediments] ..................................................................... 116
[Detailed Instructions for Development] ............................................ 117
[The Earth Kasióa]................................................................................... 117
[Making an Earth Kasióa] ..................................................................... 118
[Starting Contemplation] ....................................................................... 119
[The Counterpart Sign] .......................................................................... 120
[The Two Kinds of Concentration] ....................................................... 121
[Guarding the Sign] ................................................................................ 122
[The Ten Kinds of Skill in Absorption] ............................................... 124
[The Five Similes] ..................................................................................... 130
[Absorption in the Cognitive Series] ................................................... 131
[The First Jhána] ...................................................................................... 133
[Extension of the Sign] ........................................................................... 145
[The Second Jhána] ................................................................................. 148
[The Third Jhána] .................................................................................... 151
[The Fourth Jhána] .................................................................................. 156
[The Fivefold Reckoning of Jhána] ....................................................... 160
CH. V THE REMAINING KASIÓAS ...................................................................................... 162
[The Water Kasióa]....................................................................................... 162
[The Fire Kasióa] ...................................................................................... 163
[The Air Kasióa] ...................................................................................... 163
[The Blue Kasióa] ...................................................................................... 164
[The Yellow Kasióa] ...................................................................................... 164
[The Red Kasióa] ...................................................................................... 165
[The White Kasióa] ...................................................................................... 165
[The Light Kasióa]....................................................................................... 165
[The Limited-Space Kasióa] ................................................................... 166
[General] .................................................................................................... 166
CH. VI FOULNESS AS A MEDITATION SUBJECT .......................................................... 169
[General Definitions] .............................................................................. 169
[The Bloated]............................................................................................. 170
[The Livid] ................................................................................................ 179
[The Festering] ......................................................................................... 179
[The Cut Up] ............................................................................................. 179
[The Gnawed] ........................................................................................... 180
[The Scattered] .......................................................................................... 180
[The Hacked and Scattered] .................................................................. 180
[The Bleeding] .......................................................................................... 180
[The Worm-Infested] ................................................................................ 180
[A Skeleton] .............................................................................................. 180
[General] ................................................................................................... 182
CH. VII SIX RECOLLECTIONS ..................................................................................... 186
[(1) Recollection of the Enlightened One] .......................................... 188
[Accomplished] ................................................................................ 188
[Fully Enlightened] ......................................................................... 192
[Endowed With Clear Vision and Virtuous Conduct] ................. 193
[Sublime] ............................................................................................ 196
[Knower of Worlds] .......................................................................... 198
[Incomparable Leader of Men to be Tamed] ............................... 202
[Teacher of Gods and Men] ........................................................... 203
[Enlightened] .................................................................................... 204
[Blessed]............................................................................................. 204
[(2) Recollection of the Dhamma] ........................................................ 209
[Well Proclaimed] ............................................................................. 210
[Visible Here and Now] .................................................................. 212
[Not Delayed] .................................................................................... 213
[Inviting of Inspection] ................................................................... 213
[Onward-Leading] ........................................................................... 214
[Is Directly Experienceable by the Wise] ..................................... 214
[(3) Recollection of the Saògha] ........................................................... 215
[Entered on the Good, Straight, True, Proper Way] ................... 215
[Fit for Gifts] ...................................................................................... 216
[Fit for Hospitality] .......................................................................... 217
[Fit for Offering] ............................................................................... 217
[Fit for Salutation] ............................................................................ 217
[As an Incomparable Field of Merit for the World] ................... 217
[(4) Recollection of Virtue] .................................................................... 218
[(5) Recollection of Generosity] ............................................................ 220
[(6) Recollection of Deities] ................................................................... 221
[General] ............................................................................................ 222
CH. VIII OTHER RECOLLECTIONS AS MEDITATION SUBJECTS ...................................... 225
[(7) Mindfulness of Death] .................................................................... 225
[(8) Mindfulness Occupied with the Body] ....................................... 236
[(9) Mindfulness of Breathing] ............................................................. 259
[(10)Recollection of Peace] ..................................................................... 286
CH. IX THE DIVINE ABIDINGS .................................................................................. 291
[(1) Loving-Kindness] ............................................................................ 291
[(2) Compassion] ..................................................................................... 308
[(3) Gladness] .......................................................................................... 309
[(4) Equanimity] ...................................................................................... 310
CH. X THE IMMATERIAL STATES ............................................................................ 321
[(1) The Base Consisting of Boundless Space] .................................. 321
[(2) The Base Consisting of Boundless Consciousness] ................. 326
[(3) The Base Consisting of Nothingness] ......................................... 328
[(4) The Base Consisting of Neither Perception nor Non-Perception] 330
[General] ............................................................................................ 333
CH. XI CONCENTRATION—CONCLUSION:
NUTRIMENT AND THE ELEMENTS ................................................................. 337
[Perception of Repulsiveness in Nutriment] ...................................... 337
[Defining of The Elements: Word Definitions] .................................. 344
[Texts and Commentary in Brief] ......................................................... 345
[In Detail] .................................................................................................. 346
[Method of Development in Brief] ........................................................ 348
[Method of Development in Detail] ..................................................... 349
[(1) With Constituents in Brief] ..................................................... 349
[(2) With Constituents by Analysis] ............................................ 349
[(3) With Characteristics in Brief] ................................................. 357
[(4) With Characteristics by Analysis] ........................................ 358
[Additional Ways of Giving Attention] ............................................... 358
[Development of Concentration—Conclusion] ................................. 367
[The Benefits of Developing Concentration] ...................................... 367
CH. XII THE SUPERNORMAL POWERS ........................................................................ 369
[The Benefits of Concentration (Continued)] ..................................... 369
[(1) The Kinds of Supernormal Power] ......................................... 369
CH. XIII OTHER DIRECT-KNOWLEDGES ....................................................................... 400
[(2) The Divine Ear Element].......................................................... 400
[(3) Penetration of Minds]............................................................... 402
[(4) Recollection of Past Lives] ....................................................... 404
[(5) The Divine Eye—Knowledge of Passing Away and
Reappearance of Beings] ............................................................. 415
[General] ............................................................................................ 421

Part III—Understanding (Paññá)
CH. XIV THE AGGREGATES ........................................................................................ 431
[A. Understanding] ................................................................................. 431
[B. Description of the Five Aggregates] ............................................... 439
[The Materiality Aggregate] .......................................................... 439
[The Consciousness Aggregate] ................................................... 455
[The 89 Kinds of Consciousness—see Table III] ................................ 456
[The 14 Modes of Occurrence of Consciousness] ............................. 462
[The Feeling Aggregate] ................................................................. 466
[The Perception Aggregate] ........................................................... 468
[The Formations Aggregate—see Tables II & IV] .............................. 468
[According to Association with Consciousness] .............................. 469
[C. Classification of the Aggregates] ................................................... 481
[Materiality] ...................................................................................... 481
[Feeling] .................................................................................................... 484
[Perception, Formations and Consciousness] ............................ 486
[D. Classes of Knowledge of the Aggregates] .................................... 486
CH. XV THE BASES AND ELEMENTS .......................................................................... 492
[A. Description of the Bases] ................................................................. 492
[B. Description of the Elements] ............................................................ 496
CH. XVI THE FACULTIES AND TRUTHS ........................................................................ 503
[A. Description of the Faculties] ........................................................... 503
[B. Description of the Truths] ................................................................ 506
[The Truth of Suffering] ......................................................................... 510
[(i) Birth] ............................................................................................. 510
[(ii) Ageing] ....................................................................................... 514
[(iii) Death] ........................................................................................ 514
[(iv) Sorrow] ....................................................................................... 515
[(v) Lamentation] .............................................................................. 515
[(vi) Pain] ........................................................................................... 516
[(vii) Grief] ......................................................................................... 516
[(viii) Despair] ................................................................................... 516
[(ix) Association with the Unloved] .............................................. 517
[(x) Separation from the Loved] ..................................................... 517
[(xi) Not to Get What One Wants] ................................................. 517
[(xii) The Five Aggregates] ............................................................. 518
[The Truth of the Origin of Suffering] ................................................. 518
[The Truth of the Cessation of Suffering] ........................................... 519
[Discussion on Nibbána] ....................................................................... 520
[The Truth of the Way] ............................................................................ 524
[General] ................................................................................................... 526
CH. XVII THE SOIL OF UNDERSTANDING—CONCLUSION:
DEPENDENT ORIGINATION ............................................................................ 533
[Section A. Definition of Dependent Origination] ............................ 533
[Section B. Exposition] ............................................................................ 539
[I. Preamble] ....................................................................................... 539
[II. Brief Exposition]......................................................................... 540
[III. Detailed Exposition] ................................................................ 547
[(i) Ignorance] ................................................................................... 547
[(ii) Formations] ................................................................................ 548
[(iii) Consciousness] ........................................................................ 563
[(iv) Mentality-Materiality] ............................................................ 579
[(v) The Sixfold Base] ...................................................................... 583
[(vi) Contact] ..................................................................................... 586
[(vii) Feeling] ..................................................................................... 588
[(viii) Craving] .................................................................................. 589
[(ix) Clinging] ................................................................................... 590
[(x) Becoming]................................................................................... 593
[(xi)–(xii) Birth, Etc.] ........................................................................ 597
[Section C. The Wheel of Becoming] .................................................... 598
[(i) The Wheel] .................................................................................. 598
[(ii) The Three Times] ...................................................................... 600
[(iii) Cause and Fruit] ...................................................................... 600
[(iv) Various] ...................................................................................... 603
CH. XVIII PURIFICATION OF VIEW ................................................................................. 609
[Defining of Mentality-Materiality] ..................................................... 609
[(1) Definition Based on the Four Primaries] .............................. 609
[(2) Definition Based on the Eighteen Elements]....................... 612
[(3) Definition Based on the Twelve Bases] ................................. 612
[(4) Definition Based on the Five Aggregates] ............................ 613
[(5) Brief Definition Based on the Four Primaries] .................... 613
[If the Immaterial Fails to Become Evident] ........................................ 614
[How the Immaterial States Become Evident] ..................................... 614
[No Being Apart from Mentality-Materiality] ................................... 616
[Interdependence of Mentality and Materiality] .............................. 618
CH. XIX PURIFICATION BY OVERCOMING DOUBT ........................................................ 621
[Ways of Discerning Cause and Condition] ...................................... 621
[Neither Created by a Creator nor Causeless] .................................... 621
[Its Occurance is Always Due to Conditions] .................................... 622
[General and Particular Conditions] ................................................... 622
[Dependent Origination in Reverse Order] ........................................ 623
[Dependent Origination in Direct Order] ........................................... 623
[Kamma and Kamma-Result] ............................................................... 623
[No Doer Apart from Kamma and Result] ......................................... 627
[Full-Understanding of the Known] .................................................... 628
CH. XX PURIFICATION BY KNOWLEDGE AND VISION OF
WHAT IS THE PATH AND WHAT IS NOT THE PATH ............................................................... 631
[The Three Kinds of Full-Understanding] ......................................... 631
[Insight: Comprehension by Groups] ................................................. 633
[Comprehension by Groups—Application of Text] ......................... 635
[Strengthening of Comprehension in Forty Ways] ........................... 637
[Nine Ways of Sharpening the Faculties, Etc. .................................... 639
[Comprehension of the Material] ......................................................... 639
[(a) Kamma-Born Materiality] ....................................................... 640
[(b) Consciousness-Born Materiality] .......................................... 641
[(c) Nutriment-Born Materiality] ................................................... 642
[(d) Temperature-Born Materiality] .............................................. 643
[Comprehension of the Immaterial] ..................................................... 644
[The Material Septad] ............................................................................. 645
[The Immaterial Septad] ......................................................................... 652
[The Eighteen Principal Insights] ........................................................ 654
[Knowledge of Rise and Fall—I] ........................................................... 657
[The Ten Imperfections of Insight] ...................................................... 660
CH. XXI PURIFICATION BY KNOWLEDGE AND VISION OF THE WAY .................................. 666
[Insight: The Eight Knowledges] ......................................................... 667
[1. Knowledge of Rise and Fall—II] .............................................. 667
[2. Knowledge of Dissolution] ....................................................... 668
[3. Knowledge of Appearance as Terror] .................................... 673
[4. Knowledge of Danger] .............................................................. 675
[5. Knowledge of Dispassion] ....................................................... 678
[6. Knowledge of Desire for Deliverance] .................................... 679
[7. Knowledge of Reflection] .......................................................... 679
[Discerning Formations as Void] .......................................................... 681
[8. Knowledge of Equanimity about Formations] ...................... 684
[The Triple Gateway to Liberation] ...................................................... 685
[The Seven Kinds of Noble Persons] .................................................... 688
[The Last Three Knowledges are One] ................................................ 689
[Insight Leading to Emergence] ........................................................... 690
[The Twelve Similes] ............................................................................... 692
[The Difference in the Noble Path’s Factors, Etc.] .............................. 695
[9. Conformity Knowledge] ............................................................ 698
[Sutta References] .................................................................................... 699
CH. XXII PURIFICATION BY KNOWLEDGE AND VISION .................................................. 701
[I. Change-of-Lineage, Paths, and Fruits] ........................................... 701
[The First Path—First Noble Person] .................................................... 701
[The First Fruition—Second Noble Person] ........................................ 704
[The Second Path—Third Noble Person] ............................................ 705
[The Second Fruition—Fourth Noble Person] .................................... 706
[The Third Path—Fifth Noble Person] ................................................. 706
[The Third Fruition—Sixth Noble Person] ......................................... 706
[The Fourth Path—Seventh Noble Person] .......................................... 706
[The Fourth Fruition—Eighth Noble Person] .................................... 707
[II. The States Associated with the Path, Etc.] ..................................... 707
[The Four Functions] .............................................................................. 721
[The Four Functions in a Single Moment] ......................................... 721
[The Four Functions Described Separately] ....................................... 723
[Conclusion] ............................................................................................. 728
CH. XXIII THE BENEFITS IN DEVELOPING UNDERSTANDING ......................................... 730
[A. Removal of the Defilements] ............................................................ 730
[B. The Taste of the Noble Fruit] ............................................................ 730
[C. The Attainment of Cessation] .......................................................... 734
[D. Worthiness to Receive Gifts] ............................................................ 742
CONCLUSION .................................................................................................................. 745

Index of Subjects & Proper Names ........................................................... 749
Pali-English Glossary of Some Subjects and Technical Terms ............... 774
TABLE I THE MATERIALITY AGGREGATE ....................................................................... 788
TABLE II THE FORMATIONS AGGREGATE ........................................................................ 789
TABLE III THE CONSCIOUSNESS AGGREGATE .................................................................. 790
TABLE IV THE COMBINATION OF THE FORMATIONS AGGREGATE
AND CONSCIOUSNESS AGGREGATE ................................................................................... 792
TABLE V THE COGNITIVE SERIES IN THE OCCURRENCE OF CONSCIOUNESS AS PRESENTED IN
THE VISUDDHIMAGGA AND COMMENTARIES .............................................................. 793
TABLE VI DEPENDENT ORIGINATION .............................................................................. 794