Posts tonen met het label leraar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leraar. Alle posts tonen

vrijdag 3 oktober 2014

Met pensioen gaan als boeddhist, ook voor leraren ?

Deze zomer kwam ik - na reflectie op ruim tien jaar vipassana-meditatie - tot ontdekking dat ik niet meer hoef te veranderen, transformeren of hoe het doel van mediteren ook genoemd wordt. Het is goed zoals ik nu ben. Even (?) geen formele meditatie of retraites meer.
Bij vipassana gaat het om het bereiken van inzicht(en); en mijn heldere plotselinge inzicht deze zomer was: ik ben onvolmaakt, maar klaar, in spirituele zin.

Dit is het, dit is mijn pad geweest. Ik hoef niets meer te bereiken, geen Bodhisattva, 'Stroombetreder' of 'Arhat' worden. Niet meer  Nana's  proberen te bereiken, geen verdere  Zuiveringen ; niet meer  Banden (fetters, samyojana)  proberen los te krijgen.

Niet nog verder proberen 'de dingen te zien zoals ze werkelijk zijn', zoals ik het zelf het liefste formuleerde. Over dit 'doel' heeft Jayarava - één van de beste boeddhistische en boeddhologische schrijvers die ik ken - verleden week behartenswaardige dingen gezegd in z'n blog  'The Nature of Reality? ' . Dit gaat over een variant van mijn formulering, over de zogeheten 'ultieme werkelijkheid'. Opvallend, zegt hij: we verkopen het Boeddhisme in termen van absoluutheden; we vertellen mensen dat als zij de ultieme aard van de werkelijkheid willen ontdekken, wij ze kunnen helpen. Vervolgens gaat hij na wat ervaren meditatoren en wat boeddhistische teksten hierover zeggen. Het blijkt dat het dan helemaal niet gaat om de ultieme aard van de werkelijkheid. Zie z'n samenvatting hieronder.

Anders gezegd: ik ga als boeddhist met pensioen, ik werk niet meer aan mezelf, ik ben klaar voor de dood, al mag die wat mij betreft nog wel even wegblijven, daar gaat het niet om.

====================================================================

Deze week verbaasde ik me weer eens over de leeftijd van de boeddhistische leraren in Nederland. Sommige van hen zijn nog ouder dan ik (75+)
Waarom stoppen ze er niet mee en laten jongeren als leraar optreden?
Los van hun onmisbaarheid is er waarschijnlijk het argument dat wijsheid groeit met de leeftijd. Een Aziatische gerontocratie van het boeddhisme dus. Nu heb ik veel respect voor de ouderdom (ook uit eigenbelang om me een grapje te permitteren) maar hoort een facet van het Westerse boeddhisme ook niet te zijn, dat Westerlingen het fenomeen 'pensioen' kennen?
Je hoeft toch niet persé tot je dood door te gaan met je functie van leraar? Je kan je op een gegeven moment toch terugtrekken en hoogstens nog sporadisch belangeloze wijze adviezen te geven (belangeloos kan bijvoorbeeld betekenen: hef de organisatie waar ik m'n leraarsleven lang aan heb gewerkt, maar op)?

Jotika Hermsen, Ton Lathouwers, Nico Tydeman en nog een paar zijn al heel, heel lang leraar.
Moeten ze ook niet gaan proberen, hun leerlingen los te laten?
Een dan heb ik nog niet eens over de buitenlandse 'bekende boeddhisten' die regelmatig naar Nederland komen om nog eens hun boodschap te brengen, vooral de Tibetaanse leraren dus, hun leeftijden ken ik niet, ze schijnen allemaal tulku te zijn.
Dat brengt me bij Han de Wit (en die is met z'n 70e nog maar een jongentje). Zie m'n blog van 15 juni . Hem schreef ik "Verder zou ik zeggen: gefeliciteerd Han. Je kan nu eindelijk volwassen worden. Loskomen bijvoorbeeld van je eerste leraar Chögyam Trungpa (die van de 'crazy wisdom' waar je weinig van hebt, en die niet van de drank en de vrouwen af kon blijven);
en vrij van je tweede leraar Sakyong Mipham (de zoon van, hoe toevallig), die je bracht tot uitspraken over de 'verlichte samenleving' (al weer voorbij, mag ik hopen, die uitspraken dan).
Laat Shambhala achter je en wordt ook ongeorganiseerd boeddhist, je bent er aan toe !
"

Een dominee gaat toch ook met pensioen, dat heet - net als bij een hoogleraar - met emeritaat. En een oude generaal noemt zichzelf 'buiten dienst'; 'leraar b.d.' lijkt me een mooie titel.

En in het algemeen zou ik tegen oudere leerlingen willen zeggen: word je eigen leraar.
En laat vervolgens de leraar in jezelf en de leerling in jezelf los.


====================================================================

Ben ik dan geen boeddhist meer, is me al gevraagd?
De tijd dat ik met trots zei "Ik ben boeddhist !", is wel voorbij.
Maar feitelijk meer dan ooit.

Mediteer ik dan niet meer?
Soms, als ik er zin in heb, zonder doel.
En misschien wel in het nieuwe groepje van Ron Sinnige , dat Zen is maar ook Geen Zen.
Als daar Zen-onzin wordt verkocht, negeer ik dat gewoon. Want ik blijf ook lezen, nu staat op mijn lijst: 'Thoughts Are Not the Enemy: An Innovative Approach to Meditation Practice '  door Jason Siff (zie Amazon.com )
Denken mag weer, ook in de meditatie; dat is goed nieuws!

====================================================================

Conclusion  (uit Jayarava's Raves )
...
"Teneinde de stelling
   'Het doel van meditatie is om de geest te cultiveren als
    een geschikt instrument om de ultieme aard van de werkelijkheid te ontdekken
'
in overeenstemming te brengen met ervaringen van meditatoren en van teksten uit het vroege boeddhisme, moet deze stelling geherformuleerd worden in:
   Het doel van de meditatie is om een geest te cultiveren als
    een geschikt instrument om de aard van de ervaring te ontdekken.
"
(Vertaling, vet en onderstreping van mij, Joop R.;
verder onvertaald:)

"Discovering the ultimate nature of reality is not the purpose of meditation, or at least it wasn't traditionally. It is not what meditation is good for in practice, in the sense that meditators don't report knowledge of the nature of reality. What's worse is that when Buddhists do start to talk about the nature of reality they very often have obviously naive views that are rooted in reading certain types of books, rather than being grounded in experience. Or they expound the nature of reality in one breath and then tell us that reality is ineffable in the next (which is simple confusion). There are more interesting discussions of how the doctrine of pratītyasamutpāda might describe reality, but it's been a few years since I found this kind of discussion compelling. The resultant reality is far too vaguely defined, ambiguous and poorly understood to be of much use to anyone. It's better to refrain from treating pratītyasamutpāda as a Theory of Everything and apply it in the domain of experience where it makes most sense.

Reality is not something that meditation is going to help with. Meditation is ways about exploring experience and/or cultivating experiences. So often the Buddha is supposed to have said: I teach suffering, the cause of suffering, the end of suffering, and the way to end suffering. That's it.

While I've explored the drift of Buddhist thought into the realms of ontology - of reality, what exists etc - in various essays now, I'm confident that, over the course of Buddhist thought, the methods and what they were capable of hardly changed at all (except for once when tantric practice emerged - but event that can be understood in terms of older paradigms with some thought). Of course Buddhist narratives did get caught up with ontological thinking and I expect that a closer examination would show that ideas about 'reality' emerged only once the concept of reality was admitted. This is certainly the drift of the changes wrought in response to the problem of Action at a Temporal Distance. And what happened was the doctrine decohered from practice for a time.

Probably the horrendous fudge of the Two Truths helped to bring the idea of a paramatha-dhātu or -loka into being. When you combine ontological thinking with notions of parama it's probably inevitable. It's one of the reasons I disparage the Two Truths doctrine - it facilitates wrong views. I don't think it had any significance in the first 1000 years of Buddhism, but of course that still leaves it with a long history.

What we look for in the long term is a strong coherence between Buddhist practice and doctrine; in fact we look for doctrine yoked to and driven by practice. When that is missing we are due for reform.
"


maandag 8 september 2014

Conflicten onder ogen durven zien, ook bij vipassana-organisaties – Analyse, vragen en aanbevelingen

Op 27 augustus verschenen er op de website van *OpenBoeddhisme* (OB) twee artikelen over een lang lopend conflict tussen het Bestuur van de SIM plus een aantal van de 'groep van Veertien' vipassana-leraren ( info ) enerzijds en leraar Guus Went anderzijds.
In onderstaande beschouwing heb ik naast kritiek op de actoren in dit conflict ook wel wat te zeggen over de OB-artikelen zelf.
Dat laatste neemt niet weg dat ik zeer blij ben dat het nu naar buiten is gekomen.
Te lang heeft het conflict onzichtbaar voor de buitenwereld (maar ook voor meditatoren !) voortgewoekerd.
Of deze openbaarheid de oplossing versnelt, weet ik niet, maar dat is de vraag niet.
De vraag is: durven we, met al onze metta-gevoelens, conflicten onder ogen zien?

Ik noem het 'een conflict' maar de gebeurtenissen van de afgelopen anderhalf jaar kunnen ook beschreven worden als 'een verzameling van pijnlijke processen.'
Het beste kunnen de artikelen zelf gelezen worden:  [de link http://openboeddhisme.nl/geen-wijsheid-zonder-ethiek-en-concentratie/ - artikel Guus Went -   en de link http://openboeddhisme.nl/stichting-inzichts-meditatie-handelt-in-strijd-met-eigen-ethisch-drieluik/ - artikel redactie OB - werken momenteel niet) .
Het is mogelijk dat er na het verschijnen van deze blog van mij nog nieuwe artikelen op de website van openboeddhisme.nl over deze processen verschijnen. Eventueel geef ik een update.

========================================================================

Wat is er feitelijk aan de hand?

Er is een lijst van 'SIM-leraren ', d.w.z. die leraren die (regelmatig) voorkomen in de 'Agenda', op zowel de website als de papieren (drie maal per jaar verschijnend) versie genaamd 'Simsara'.
Service voor degenen die mogelijk naar een retraite willen, zo heb ik steeds duidelijk als 'gebruiker' ervaren.
En dus niet primair service, of meer, voor de leraar die naamsbekendheid nodig heeft.

Er staan op de 'Agenda' van de SIM twee soorten retraites:
* Door de SIM georganiseerd;
Hiervoor gelden de 'Algemene voorwaarden en informatie' ; dat is niet het geval bij:
* Niet door de SIM georganiseerd
De retraites van Guus Went behoorden tot de tweede categorie; ik heb van hem vijf aankondigingen van vijfdaagse retraites gevonden, van begin 2012 tot zomer 2013.

De vraag is wie het recht heeft te bepalen of een retraite in de 'Agenda' wordt opgenomen? En wie in het verlengde daarvan bepaalt of een leraar die met enige regelmaat meditatoren van zulke retraites begeleidt, in de lerarenlijst wordt opgenomen? Statutair is dat - voorzover ik weet - niet specifiek geregeld, dus geldt de algemene statutenregel: dan beslist het bestuur.

En het bestuur van de SIM heeft zomer 2013 besloten, al dan niet voldoende gemotiveerd,
Guus Went en de door hem zelf georganiseerde retraites niet langer in de agenda op te nemen, en van de lijst te verwijderen.
En dat pikte hij niet.   Dat is er aan de hand.


========================================================================

Hoe vind je een retraite, en hoe geef je bekendheid aan een retraite?

Omdat het niet in de artikelen van Guus Went of de redactie van OB staat en ook verder nauwelijks beschreven is (daarvoor is het voor de insiders te evident) een poging om te beschrijven hoe het er met het gaan naar een retraite aan toe gaat.
Ik heb de nodige ervaring met het me inschrijven en bezoeken van retraites (wel en niet die van de SIM, in het binnenland en elders in Europa) en éénmalig ook met het organiseren van een retraite.

Vanuit de 'gebruiker', degene die naar een retraite wil: die zoekt op de diverse agenda's: die van de BUN ( http://boeddhisme.nl/agenda/retraites.html ), die van het BoeddhistischDagblad (http://boeddhistischdagblad.nl/agenda/ ), die van Bodhitv (http://www.bodhitv.nl/agenda/ ) en die van BoeddhaMagazine (http://boeddhamagazine.nl/agenda/ ). Of hij/zij gaat naar de website van organisaties die vaak retraites organiseren zoals de SIM (http://www.simsara.nl/agenda/ ) of SanghaMetta (http://sanghametta.nl/programma-en-activiteiten ) en nog een paar andere met Theravada-grondslag, want daar hebben we het over ('Mindfulness' laat ik dus buiten beschouwing).
Uiteraard is er een overlap tussen deze agenda's, maar dat weet je pas als individuele bezoeker als je er geweest ben.

Je schrijft je in (als er nog plaats is) en betaalt de gevraagde bijdrage. In de meeste gevallen is dat voor voeding, huisvesting en andere organisatiekosten zoals reiskosten voor de leraar. De 'beloning' voor de Dhamma de leraar in de retraite heeft geschonken is in de meeste gevallen (en zo is het ook het sterkst overeenkomstig de intenties bij de Theravada) in de vorm van te geven 'dana' achteraf, een gift zonder een bepaalde hoogte. De meeste leraren hebben ook een baan (of ZZP-constructie) als inkomstenbron, als echte inkomstenbron in de meeste gevallen.
Sommige leraren behouden de dana zelf, andere schenken het weg, bijvoorbeeld aan hun klooster/sangha.   Daarnaast is er soms voor de uit vrijwilligers bestaande staf ook dana.

Van de kant van degenen die een retraite organiseren is de beschrijving min of meer het spiegelbeeld van het bovenstaande: of de leraar zelf of een organiserende groep om de leraar heen meldt de retraite aan, marketing is tegenwoordig belangrijk, meestal wordt in zoveel mogelijk media aangemeld. En op de eigen website die de meeste leraren tegenwoordig ook hebben. En tijdens andere bijeenkomsten of retraites worden flyers uitgedeeld en vaak gaat er een mailing uit. Kortom: het vergt inspanning, behalve bij beroemde leraren.

Nog een aparte opmerking over de lijst van leraren van de SIM: ik heb in de loop der jaren heel wat mensen gesproken (soms ook geadviseerd) over een retraite-gang; maar naar die lijst werd nooit verwezen, zelf kijk ik er alleen met een professionele blik wel eens naar. Die speelt dus geen rol in de 'marketing' van een retraite.

Internet-jargon: ik spreek van de website van de SIM, de SIM doet dat ook. Het artikel van OB heeft het echter over 'webportal', een niet op feiten gebaseerde opwaardering. Een 'Portal '  is  "een webpagina die dienst doet als "toegangspoort" tot een reeks andere websites, die over hetzelfde onderwerp gaan. Soms dus synoniem van start- of hoofdpagina, maar meestal ook als vertrekpunt en overzichtstabel voor verdere navigatie binnen een onderwerp."  Is simsara.nl niet

========================================================================

Een begin van een analyse van 'het conflict'

Ik heb niet gehoord wat de visie van het bestuur van de SIM op de gang van zaken is, maar uit het verslag van Guus Went plus de informatie gebracht door de redactie van OB krijg ik de indruk dat dit procedureel gezien slordig en menselijk gezien bot is gegaan. Maar wellicht zijn er allerlei subtiliteiten die ik (nog) niet ken en mijn (voorlopige) oordeel zouden beïnvloeden.

Dit is de tweede ervaring met het wel of niet op de lijst houden van een leraar. Beide keren was het problematisch. Januari 2011 heeft Adi Ichsan (ook een van de 'veertien') geprobeerd Stephen Batchelor van de lijst verwijderd te krijgen; de toenmalige SIM-voorzitter Dingeman Boot heeft die aanval afgeslagen. (Vanuit m'n waardering voor Batchelor als inspirerend seculier boeddhist heb ik me toen ook zeer actief opgesteld; de email-uitwisseling hierover bewaar ik zuinig, had ik ook wel een blog van kunnen maken.)
Er is dus alle reden toe, in de statuten van de SIM een duidelijke regeling te treffen. Want linksom of rechtsom moet er een mogelijkheid zijn dat de SIM aan de bezoekers van haar website en lezers van haar blad duidelijk maakt of een bepaalde leraar aanbevelenswaardig is.

Er speelt nog een ander thema. De laatste jaren ontstaan er op steeds meer plaatsen in het georganiseerde boeddhisme adviesraden van leraren naast (of boven) de besturen. Bij de BUN is er een gekomen, de stichting Vipassana Centrum Nederland kent er een; en in feite blijkt nu ook het SIM-bestuur een of meer leraar-adviseurs te hebben. Ik vind dat een ongewenste ontwikkeling. De SIM bv is een seculiere organisatie (een service-organisatie), geen sangha; een raad van leraren erboven/naast is ongewenst, de besluitvorming wordt er troebel door. Op z'n minst moet die besluitvorming precies worden geregeld maar dan nog vind ik het overbodig: bestuursleden van een stichting als de SIM zijn toch ook wel Dhamma-fähig?

Inhoudelijk maar ook beleidsmatig speelt er nog meer: de spirituele erfenis van Bhikkhu Mettavihari:
• Sinds 2006 werken ’De Veertien’ aan richtlijnen die afwisselend met Handleiding leraar Vipassana in de Tipitaka-traditie, Handleiding voor Vipassana leraren in de Nederlandse Mahasi Sayadaw traditie en Samenvatting Handleiding Leraren Vipassana Meditatie worden aangeduid.
...
• ‘Indien iemand zonder goedkeuring van een gekwalificeerde leraar zelf als Vipassana leraar aan de slag gaat, kan hij/zij niet melden dat hij/zij binnen onze Nederlandse Vipassana gemeenschap gekwalificeerd is,’ aldus de Samenvatting (19 september 2010).
Bron: 'Samenvatting '

In plaats van de quasi-diagnostische en te persoonlijke term 'psychisch labiel', àls die echt als etiket is gebruikt, had beter een meer functionele term als 'ongekwalificeerd' gebruikt kunnen worden, omdat daarna een kwalificatie-traject denkbaar is. Bijvoorbeeld door gedurende een bepaalde periode retraites te geven samen met een ervaren leraar; want een uitstekende meditator zijn (met hoge niveaus van realisatie / nana's) is wat anders dan een goed leraar zijn.

Ik krijg de indruk, maar mogelijk klopt dat feitelijk niet, dat Guus Went als 'ongekwalificeerd' werd beschouwd in bovenbedoelde zin.   Het probleem is:
  Uit wie bestaat in bovenstaand citaat 'de Nederlandse vipassana gemeenschap' ?
En is er vipassana (of andere vormen van Theravada-boeddhisme beoefenen) buiten die 'gemeenschap' waarmee die 'gemeenschap' wel kan samenwerken?

Aan de andere kant vind ik het (niet positief bedoeld) nogal reïficerend als de redactie van OB als schijnbaar objectieve informatie stelt "Boersma ... behoort tot de Raad van Acht die aan het hoofd van de Mettavahari Heritage Sangha staan ". Dit zijn entiteiten die alleen in de hoofden van sommige mensen bestaan. Dit is taal die meer bij het Tibetaans boeddhisme past.

Maar voor het geval dat het die kant uitgaat (ik denk het niet, daarvoor zijn de verschillen tussen 'de Veertien' te groot), dan herinner ik aan (het laatste deel van) m'n blog van een paar weken geleden, met als vraag:  Is dit mijn sangha? .

======================================================================

Nog meer vragen

Wat er de afgelopen jaar - vanaf maar ook voor de bestuursvergadering van 2 juni 2013 - precies gebeurd is, blijft voor mij onduidelijk, ook omdat het SIM-bestuur tot nu tot geen beschrijving van de feitelijke gebeurtenissen (vertrouwelijk houdend wat vertrouwelijk moet blijven) heeft gegeven.
Was er op die vergadering een besluit of een 'voorlopig besluit' genomen waarvoor nog een apart 'uitvoeringsbesluit' nodig was zoals de redactie van OB schrijft? Was Paul Boersma adviseur en is dus het SIM-bestuur verantwoordelijk voor zijn activiteiten richting Went of was hij als leraar relatief autonoom in bv het gesprek dat hij kennelijk met Guus Went heeft gehad en de mail die hij aan z'n collega-veertieners heeft verstuurd? Was Paul Boersma op de bestuursvergadering van 2 juni 2013 aanwezig zoals OB stelt maar Guus Went niet? Is de functie 'bestuursadviseur' nieuw, want ik had er nooit eerder van gehoord en hij staat niet in Simsara/Organisatie ?

Overigens: ik begrijp ook niet waarom Paul Boersma het besluit van het SIM-bestuur (om Guus Went van de lijst te verwijderen) aan de andere leraren van de 14 heeft doorgegeven; was hij adviseur namens de 14 of op persoonlijke titel? En ik begrijp niet dat hij dit zonder afschrift aan Guus Went heeft gedaan. Alleen betwijfel ik het effect hiervan op 'reputatieschade' het afgelopen jaar: er is buitengewoon vaardig gezwegen.
Ik beweeg me toch ook intensief in het vipassana-wereldje en had tot voor een paar weken geleden geen vermoeden dat er een conflict tussen het SIM-bestuur en Guus Went was. Mijn schatting is dat van de paar honderd tot duizend mensen (er zijn elke maand wel een paar retraites ergens in Nederland en op elke retraite komen gemiddeld een stuk of twintig mensen; en wie overweegt, gaat niet altijd echt) die het afgelopen jaar overwogen naar een retraite te gaan, hoogstens een paar procent er weet van heeft gehad.

Met name over de mediatie vind ik het verslag van Guus Went (en de aanvulling daarop van de redactie van OB, op basis van informatie van Guus Went of uit andere bronnen) onduidelijk. Wat is er noodzakelijk geheim en wat mag best openbaar zijn? Mogen bv de thema's die beide partijen als mediatie-onderwerpen hebben aangedragen, niet openbaar zijn? Was het de bedoeling dat een lid van de Ethische Commissie als deelnemer van de partij SIM aan de mediatie mee zou doen, of zou zij als een soort derde partij moeten deelnemen; en wie heeft de suggestie (van de EC in die richting) afgewezen? Wanneer heeft Guus Went - wat hij kennelijk heeft gedaan - een advocaat ingeschakeld en wanneer heeft die in een brief aan de SIM voor het eerst van zich laten horen, was dat tijdens het mediatie-proces? Is zo'n interventie toegestaan gedurende het mediatie-proces? Valt alles wat Guus Went heeft geschreven buiten de geheim-verklaring van de mediatie, of is die vervallen na het mislukken (is er formeel van mislukken sprake?) van de mediatie? Waarom had Guus Went eenvoudig niet kunnen zeggen: de opinie als dat ik 'psychisch labiel' zou zijn wens ik niet op de lijst van mediatie-thema's, en zou het er daardoor ook niet op gekomen zijn? Heeft de mediator hem niet gezegd: bij 'onderhandelingen' (mijn term) zoals een mediatie op een bepaalde manier is, hoeft een partij niet bij voorbaat iets 'weg te geven', en dus mogen ze proberen dit aan de orde te stellen; dat (een punt laten vallen) kan tijdens het proces?

Hoort een deel van de mededelingen van Guus Went in zijn essay niet tot de vertrouwelijkheid van de mediatie? Wat was nu eigenlijk het gebied van de mediatie: zakelijk (het economische gevolg van niet meer op de lijst staan etc) of psychologisch-relationeel (in de zin van: hoe mensen met elkaar, en m.n. met hem, omgaan)? Een economisch conflict of een vecht-scheiding? En wie heeft die twee door elkaar gehusseld?
Het verslag dat de redactie van OB van dit mediatie-proces geeft, suggereert dat de mediator het proces niet goed in handen had. Vindt Guus Went dit ook en heeft hij (of zijn advocaat) dat ook aan de mediator of aan de instantie die daar over gaat, gemeld?

======================================================================

Een persoonlijke, een juridisch/economische en een ideologische kant van 'het conflict'

Het begon heel persoonlijk, over verliefd worden als ik het goed begrepen heb uit het essay van Guus Went; maar dat zit dicht bij 'dit wil ik niet weten'.
Na het concept-besluit van het SIM-bestuur verdween dit naar de achtergrond.
Het conflict heeft naast de juridische/economische kant waar OB vooral op in gaat en de relationele en psychologische kant dat zo ongeveer de helft van het essay van Guus Went vormt ook een ideologische kant.
Ik doel met 'juridisch/economisch' bijvoorbeeld de zin “De belangen van de … en de …en ... zijn nauw met elkaar verweven: persoonlijk, bestuurlijk, institutioneel, financieel en commercieel” in het OB-artikel. 'Persoonlijk, bestuurlijk, institutioneel'; daar kan ik me - het wereldje een beetje kennend - iets bij voorstellen, maar van 'financieel en commercieel' (verweven zijn) wordt geen schijn van bewijs geleverd.

======================================================================

Is een kort geding on-boeddhistisch?

Nog een opmerking over de juridische kant van het essay van Guus Went. Na z'n beschrijving van het mediation-proces (dat ik op talloze punten procedureel en inhoudelijk niet begrijp) komt het bij het thema 'kort geding'. Hij zegt: "Het SIM-bestuur stelt een eventueel kort geding te beschouwen als 'niet passend binnen de beginselen van de boeddhistische traditie'... "
Of het SIM-bestuur dit echt heeft gesteld, weet ik niet. Maar hoe te bepalen of dit correct is? Dat kan op twee manieren:
- Hoe ging en gaat het er aan toe in het hart van de Theravada-traditie, in de klooster, bij conflicten tussen monniken? Dat wordt minutieus in de Vinaya geregeld. Volgens mij kan er daarbij wel een punt komen, bij bepaalde misdrijven dat het klooster een monnik aangeeft bij de wereldlijke heerser. Dus pertinent tegen juridische procedures is de traditie in dit opzicht niet. Maar dat een monnik een kort geding aanspant tegen z'n abt, is ondenkbaar.
- De meer softe moderne benadering van het lekenboeddhisme dat men onderling de zaken met metta en respect voor elkaar bespreekt (dus niet van 'een conflict' spreken), zuiver sprekend en onthecht van eigenbelang met elkaar omgaat; en alleen in het uiterste geval een wijze boeddhistische leraar als scheidsrechter inschakelt. Of dat laatste wenselijk is, is de vraag.

======================================================================

Ideologie, d.w.z. opvattingen over vipassana en andere aspecten van het Achtvoudige Pad

Dan de ideologische kant: de strijd tussen 'alleen vipassana' en 'Theravada is meer dan vipassana' (ik simplificeer een beetje)
Hierop gaat Guus Went zelf uitgebreid in; z'n betoog hierover vormt de andere helft van z'n essay. Ook al omdat hij mij als getuige (a charge of a decharge, weet ik eigenlijk niet, ik ben geen jurist) citeert, wil ik dat ook doen.
(Guus Went noemt trouwens ook Adi Ichsan als een soort getuige, of verwante; dat vind ik interessant, met Adi in één rijtje te staan, al kan ik het me wel voorstellen: Adi heeft ook een fundamentele opvatting over 'de zuivere leer')
Het is de vraag of de andere partij het ooit als een ideologische strijd heeft gezien. Vermoedelijk heeft men (SIM of sommige van 'De veertien') zijn opmerkingen als symptoom van onterechte superioriteit gezien. Of, nog erger, men kreeg het gevoel dat hier de geest van voorheen Dhammawiranatha sprak. Ik speculeer hier, het zijn 'wilde duidingen', dat realiseer ik me.
Hoe dan ook: ik vind het leuk op zijn essay te reageren.

De drieslag ethiek – concentratie – wijsheid die hij gebruikt, vind ik nooit zo gelukkig. Het is een vereenvoudiging van de acht aspecten van het Edele Achtvoudige Pad ( zie Wikipedia ).
Maar bovenal: deze driedeling is niet bruikbaar om het spanningsveld vipassana (toepassen van 'juiste sati') versus concentratie (toepassen van 'juiste samadhi') weer te geven: die vallen beide onder 'concentratie'.
En dan nog: wijsheid kan je niet beoefenen, het is een resultaat, althans het aspect 'juiste inzicht' er van. Het aspect 'juiste gedachten' (samma sankappa, juiste intenties) is trouwens ook behoorlijk ethisch van aard, ook al is het formeel geen 'sila'.
Wordt de ethiek verwaarloosd in de vipassana? Verre van dat; vaak worden twee niveaus onderscheiden:
*  het beginnersniveau, het wereldse: bij elke toevluchtname worden ook
   de 'vijf leefregels' voorgenomen.
*  in het meer gevorderde stadium gaat het om inzicht in heilzame en onheilzame
   fenomenen: ethiek via de achtzaamheid dus.
“Alleen uit concentratie komt wijsheid voort “, stelt Guus Went. Ik realiseer me dat ik nu los van de kontekst citeer maar dit is m.i. niet correct. Precieser: het is incompleet; als er zou staan:
“Ook concentratie is nodig voor wijsheid ”, dan zou ik wel akkoord gaan, van harte zelfs.

Guus Went is voorstander van de 'echte vipassana a la Mahasi Sayadaw'. Ik vind het prima als er ook dit soort retraites in Nederland komt, maar bepaald niet alleen. Mijn voorkeur gaat uit naar het meer pluriforme model van Spirit Rock, waarover Jack Kornfield een paar jaar geleden zo bevlogen heeft gesproken. Ik heb het al eens geciteerd maar doe het hieronder nog eens. Uit  'TheBuddhadharma '

Toen ik dit verleden jaar tijdens de 'Vriendenmiddag' in Deventer benadrukte, zei het bestuur (Ansink en Gijsen) het daarin met mij eens te zijn. Nu nog steeds, neem ik aan.
Die middag ging over het initiatief een Vipassana Meditatie- en Studiecentrum ergens in Nederland te realiseren. Een idee dat al een paar jaar leefde.
In zijn beschouwing beschrijft hij ook zijn initiatief (een verband dat ik niet eerder heb gelegd gezien), een bepaalde in Birma woonachtige Duitse monnik uit te nodigen regelmatig naar Nederland te komen "als mentor (althans één van de mentoren) van een in Nederland op te richten Dhamma-centrum."  De term 'mentor' komt mij hier merkwaardig voor, het lijkt meer op een soort 'patroon'. Ook de timing (al een zwaar ideologisch stempel drukken nog voordat de discussie over wat voor een soort meditatie-centrum-gebouw we willen, op gang gekomen is) lijkt me niet zo gelukkig gekozen.

======================================================================

Terug naar het pijnlijke conflict met Guus Went
Drie vragen:

Kunnen we helpen?


Met 'we' bedoel ik hier degenen om wie het gaat: de mediterenden, de retraite-bezoekers.
De geschiedenis terugdraaien naar de situatie voor juni 2013 of oktober 2013 bijvoorbeeld lijkt me niet mogelijk.
Kunnen we, als niet-leraar, doen wat Guus Went juni 2014 aan de leraren heeft gevraagd: “Ik doe een beroep op de leraren om hun vermogens aan te wenden om de bestuurders van de SIM terug bij de les — namelijk het Ethisch Drieluik — te brengen“  ? Waar is dat, bij de mediatie?

We kunnen wel het bestuur adviseren, toe te geven dat er enige 'onhandigheden' (een eufemisme) zijn geweest zoals het uit teveel uit de eigen kring samenstellen van de Ethische Commissie, waardoor Guus Went (naast het kennelijk onvermijdelijke verwijderen van de lijst) onnodig leed is berokkend. En toegeven dat er leermomenten zijn (zie onder).

Mediterenden kunnen zelf de website van Guus Went bestuderen en zelf beslissen of ze naar een van zijn retraites gaan.
Het zou goed zijn als hij op deze website ook over dit conflict schrijft,
net zo als het goed zou zijn als de SIM er op haar website over schrijft!

Moet er op korte termijn iets gebeuren?

Moet dit personele consequenties voor het SIM-bestuur hebben?
Aftreden van Hans Gijsen is voor mij niet nodig. Wel moet men haast maken met de opvolging van de bestuursleden waarvan de maximale termijn verstreken is (of de statuten wijzigen): niet zozeer met goede meditatoren of goede organisatoren maar met goede bestuurder(s).
En wel lijkt het me beter dat Hans Gijsen per direct stopt met het secretarisschap van de stichting Vipassana Centrum Nederland, deze tweepettigheid is niet langer wenselijk.

Heb ik ook een advies voor Guus Went? Ik denk dat hij moet kiezen:
- Of denken: laat ze allemaal de ... (ik denk: de tering) krijgen, ik wil niets meer
   met ze te maken hebben, heb m'n eigen website en organiseer m'n eigen retraites,
   net zo als een aantal andere leraren dat doen. Liefst samen met anderen,
   want collegiale toetsing is nooit weg
- Of een kort geding aanspannen tegen het bestuur van de SIM en eisen:
   (a) weer opgenomen te worden in de lijst van leraren; en
   (b) weer vermeld worden van z'n retraites in de agenda van Simsara.

Kunnen we hier van leren?

Hierboven heb ik al een paar suggesties voor meer precies regelen van een aantal zaken in de SIM-statuten gedaan (besluitvorming wie op 'de lijst' van Simsara komt, rol van bestuursadviseur)

Veel fundamenteler is het probleem hoe te checken of iemand een goede leraar is; en wel in combinatie met een ander thema: de SIM moet geen monocultuur (niet slechts Mettavihari-leraren, of slechts Mahasi-leraren of slechts ... wie dan ook) hebben?
De methode van de 'Mettavihari Heritage Sangha' is te beperkt, betreft alleen de eigen groep. Er moet een breder kader komen. De werkwijze van de 'Handleiding', ook genoemd 'Samenvatting' is onvolledig, omdat hij niet op alle leraren betrekking kan hebben.
Mijn voorstel: laten we de werkwijze van Spirit Rock (California) bestuderen en op Nederlandse schaal toepassen, zie Teacher Training at Spirit Rock

Tenslotte moet m.i., zo snel mogelijk, de huidige lijst van leraren (van de website) verwijderd worden. Er kan in de komende jaren een nieuwe worden opgebouwd, als daar behoefte aan is, met duidelijke criteria en procedures.

======================================================================

Voor de formele duidelijkheid: ik heb vele jaren bij Paul Boersma gemediteerd. Deze tekst heb ik zonder enig overleg met hem geschreven. En ik blijf hem, ondanks enige twijfel over zijn bestuurlijke rol, als mijn kalyana mitta beschouwen.

======================================================================

BIJLAGE

Uit ‘ This fantastic, unfolding experiment. Establishing the Insight Meditation Society and Spirit Rock ’ door Jack Kornfield ; een paar zinsdelen door mij vet gemaakt.

“ When we started IMS, it was primarily a Mahasi-oriented center. I brought in the flavor of Ajahn Chah as well. But because Joseph (Goldstein) and Sharon (Salzberg) had done most of their practice through the Burmese lineages of Mahasi Sayadaw and of U Ba Khin, and we shared this training, this is mainly what we taught. From the very beginning we offered the practices of both Mahasi Sayadaw and U Ba Khin, with Ruth Denison and John Coleman leading retreats.
...
When we started, the first principle that we got right —partly out of necessity (or out of desperation)— was that we would do collective teachings . One can see that the centers that have had the most difficulty have invested all the power in just one teacher. Often that person gets terribly isolated, and, as you know, many dharma centers in the West have suffered in some fashion or another due to the misconduct of their primary teacher.
...
The second principle that we got right —and I was a passionate advocate for this— was having multiple lineages . Even though there was a Mahasi lineage through Munindra, Mahasi Sayadaw, Dipa Ma, and Asabha Sayadaw that we shared at IMS, it was very important from the beginning that we invite other lineages and teachers. So early on we invited Christopher Titmuss and Christina Feldman—people who had studied with Ajahn Buddhadasa, Ajahn Dhammadoro, Ajahn Chah, and other teachers. From my own experience, it was healthier for both students and teachers alike to have access to a range of dharma teachings and perspectives. This is an underlying principle at Spirit Rock as well.
The Buddha is often described as the master of many skillful means. Gradual and sudden, outer and inner, form and emptiness were all aspects of his teaching. A wise teacher, and a wise center, needs to offer a whole range of skillful practices, because people come along at different stages of their inner development, with different temperaments, and with different sets of problems. If we limit ourselves to one technique, it will only serve certain people and it won’t be helpful to others. Diversity of practices is an underlying vision at IMS that has also been carried through to Spirit Rock. On our retreats, though we use the basic instructions from Mahasi Sayadaw, we also draw from the teachings and perspectives of Ajahn Chah, Buddhadasa, U Ba Khin, and many others.
....
To preserve the strength of our tradition, the majority of our retreats teach vipassana and the four foundations of mindfulness. Many of our other retreats focus on the brahmavihara (the divine abodes of loving-kindness, compassion, sympathetic joy, and equanimity). Those are our two central streams of dharma practice. The third stream offers an integration of mindfulness practice with other aspects of our dharma vision. These retreats combine mindfulness and yoga, or mindfulness and the creative process, or mindfulness and loving-kindness and psychotherapy. In addition, we have hundreds of daylongs, which along with retreats provide the aspect of our mandala that has to do with integration and how we live. This would also include our Diversity Program, which is committed to offering the dharma to as diverse a population as possible; our Program for Socially Engaged Buddhists; our Family Program, for children and their parents; our Teen and Young Adult Program; and our Program for Yoga Teachers.
To keep Spirit Rock connected to the core of our Buddhist tradition, we made a rule that when people outside our lineage come here to teach retreats, they would always be joined by one of our teachers in order to connect their teachings to our practice. In this way our core practices of generosity, virtue, mindfulness, and loving-kindness are complemented by other lineages and skillful means. ...
So we have had wonderful retreats with Tsoknyi Rinpoche and both Ajahn Amaro and Guy Armstrong on different occasions.
While we are dedicated to preserving and sustaining the core teachings of our lineage, we are also willing to be innovators, as indicated by our willingness to learn from many lineages.
“

maandag 25 augustus 2014

Maak van de BUN een Federatie van Boeddhistische Tradities

Maak van de  Boeddhistische Unie Nederland (BUN)
     een      Federatie van Boeddhistische Tradities (FBT).
Dit voorstel staat in een brief die ik (tegelijk met het plaatsen van deze blog) heb gestuurd aan het bestuur en aan de 'werkgroep ongebonden boeddhisten' van de BUN.

De BUN verkeert al lange tijd in moeilijk vaarwater. De representativiteit en daarmee het gezag is gering in de totale boeddhistische gemeenschap. Als er binnen een boeddhistische organisatie een probleem of conflict is, zal niemand op het idee komen, de BUN te vragen mee te helpen bij de oplossing. De wisseling van bestuursleden van de BUN is hoog, deze zomer is er weer een nieuwe voorzitter gekomen, iemand van de in ogen van niet-Tibetaans-boeddhisten ongemakkelijke organisatie omdat de leraar daarvan (Sogyal R.) berucht is vanwege zijn niet van vrouwelijke leerlingen af kunnen blijven. Zie m'n blogje over deze nieuwe voorzitter.
En zie de Special van *OpenBoeddhisme* over deze leraar.

De BUN tobt al jaren met het verschijnsel van wat zij noemen 'ongebonden boeddhisten', maar wat beter genoemd kan worden 'ongeorganiseerde boeddhisten', of - nog beter -
'niet bij een fysieke sangha aangesloten boeddhisten'.
Om dat probleem (welk probleem?) op te lossen is verleden jaar opnieuw een werkgroep in het leven geroepen die met een aantal (zover ik weet: 3) 'ongebondenen' gesprekken heeft gevoerd; met mij alleen in de vorm van een email-uitwisseling.
Zie mijn blog van april 2014 , getiteld
' Waarom de ongeorganiseerde boeddhist niet 'ongebonden' genoemd moeten worden;
  en waarom de BUN eerst weg moet voor er iets anders kan komen '.

Op de Agenda van de Ledenvergadering d.d. 7 juni 2014 van de BUN stond over dit onderwerp vermeld:
"10. Stand van zaken werkgroep ongebonden boeddhisten
     a. De werkgroep heeft 30 mei 2014 een tussentijdse rapportage aan het
         bestuur gezonden. Bespreking verdere procedure.
"
De rapportage was niet bijgevoegd en is nog steeds niet openbaar gemaakt; ook de 'verdere procedure' is niet bekend.

Van andere orde en minstens even groot is het probleem dat HET boeddhisme niet bestaat.
De verschillen tussen de tradities (afkomstig uit verschillende Aziatische landen en een enkele die zich een Westerse traditie noemt) zijn groot. Groter dan de overeenkomsten al worden concepten als 'Vier Edele Waarheden' en 'De Drie Karakteristieken' (welke drie, daarover zijn ze het ook niet eens?). De één heeft het bij voortduring over de 'BoeddhaNatuur', terwijl de ander daarvan kortweg zegt dat die niet bestaat.
Maar ook over de meest elementaire vraag: wat is het doel van de boeddhistische beoefening, wat is 'verlichting'('ontwaken') zijn ze het niet eens; dit is trouwens lastig te constateren want men spreekt daar nauwelijks over.
Daarnaast is de cultuur van de diverse sangha's nogal verschillend. Bijvoorbeeld de discussiecultuur, bij de een is discussie (zeker met de leraar) not done, bij de ander is dit juist onderdeel van het leerproces.


Nu de meer technische kanten van m'n voorstel:
De BUN wordt van een vereniging van sangha's een federatie van een aantal 'tradities' die zichzelf op een wijze zoals zij dat willen, organiseren. Sommige 'tradities' zullen de voorkeur geven aan de stichting- of verenigingsvorm, andere kunnen een meer informele vorm kiezen, als ze maar kans zien afgevaardigden voor de federatieraad aan te wijzen.

Welke 'tradities'? Gebruikelijk is in Nederland de drieslag:
* Theravada (inclusief vipassana);
* Zen en Chan, inclusief het Vietnamese boeddhisme en 'Leven in Aandacht';
* Tibetaans boeddhisme;
Daarnaast zijn er in Nederland:
* Triratna en het daarmee te vergelijken BC Haaglanden;
* Bij het Tibetaans boeddhisme zijn er ook de op Dorje Shugden gerichte groepen waar
   anderen het moeilijk mee hebben en zo weinig mogelijk mee te maken willen hebben;
* Nichiren en mogelijk daarmee te vergelijken scholen;
* En tenslotte de niet bij een fysieke sangha aangeslotenen: seculiere en niet-seculiere
   boeddhisten, inclusief (maar niet als kern) de Vrienden van het boeddhisme.

Zeven zijn dat er en veel meer leden van de nieuwe Federatie (formeel ook een vereniging al zou strikt genomen een stichting ook kunnen, maar dat is minder wenselijk) kan ik mij niet voorstellen.
Mogelijk andere vormen van Chinees boeddhisme (naast Chan)?

PS   De BOS is nu ook lid van de BUN, dat zal in 2016 echt afgelopen moeten zijn,
       dit was toch altijd al een weeffout.

Een voordeel van het federatiemodel is dat de tradities elkaar niet meer de maat hoeven te nemen (wat moet een Theravadin bv nu met de in zijn/haar ogen bizarre discussie over Shugden? Wat moet een Tibetaan met de discussie of mindfulness of samatha of metta wel of niet een vorm van vipassana is?)

Verder groeit alles vanzelf in dit model: de leden van de Federatie (de tradities dus) bepalen wat de bevoegdheid is van het bestuur van de federatie.
Ik denk eigenlijk dat dit federatiebestuur geen andere taak heeft dan het organiseren van de bijeenkomsten (halfjaarlijks?) van de Federatieraad.

De overeenkomsten die de BUN over boeddhistisch geestelijke verzorging heeft gesloten met het ministerie van Veiligheid en Justitie en met de Vrije Universiteit zullen in ieder geval onderwerp van bespreking en waarschijnlijk aanpassing moeten zijn.
Tenslotte moet het eerste nieuwe bestuur van de Federatie (ik denk: per 1-1-2016) niet bestaan uit leden van het huidige BUN-bestuur.

Eenvoudiger kan het toch allemaal niet?

========================================================================

Update 27 augustus

Uit de wijze van aankondigen zal duidelijk zijn dat onderstaande tekst niet van mij is. Op twee punten wil ik expliciet een andere mening geven:
* Ik zie onvoldoende bewijs voor wat genoemd wordt 'de seksuele escapades van Sangharakshita'
* Ik reken boeddhistische organisaties in mindere mate dan Rob Hogendoorn af op de escapades van hun leraren omdat het leraar zijn van een persoon sowieso niet zo'n indruk op mij maakt.

Verder heb ik vertegenwoordigers van twee van de zeven door mij (niet persé uitputtend) onderscheiden 'partners' van een toekomstige Federatie nog eens apart op dit voorstel gewezen. Namelijk die partners waar ik het meeste affiniteit mee heb: de eerste (Theravada) en de zevende (Hen zonder fysieke sangha en de 'Vrienden')


Update 25 augustus

Een per mail ontvangen commentaar van Rob Hogendoorn dat om technische redenen niet via het reactieformulier geplaatst kon worden. Om deze reden plaats ik (Joop R) het hier, cursief.

"Eén van de 'ongebonden' met wie deze BUN-commissie (leden: Aad Verboom, Olivier Provily, Henk Dofling, Stijn Bunschoten) sprak was ik.

De term 'ongebonden' is feitelijk onjuist, en naar mijn mening zelfs opzettelijk misleidend. Ik geef daarom de voorkeur aan 'individuele, niet-georganiseerde boeddhisten' en doel daarmee op personen die zich niet aansluiten bij een Nederlandse boeddhistische organisatie.

Daarvoor hebben zij vaak heel goede redenen. Het betekent per se níet dat ze geen deel zouden kunnen uitmaken van een (internationale) sangha of gemeenschap. De term 'ongebonden' suggereert onwil die voortkomt uit vrijblijvendheid. Ik denk dat die suggestie bewust wordt gewekt: het georganiseerd-zijn geeft sommigen een streepje voor.

Dit terzijde: ik heb de BUN-commissie (14 augustus 2014) laten weten dat ik niet langer beschikbaar ben voor gesprekken over de eventuele inbreng van individuele, niet-georganiseerde boeddhisten in de BUN.

Dat ik niet geloof dat deze commissie binnen de BUN enige verandering teweeg gaat brengen — de huidige BUN-leden piekeren er niet over hun 'macht' met anderen te delen — is daarbij van ondergeschikt belang.

De reden is simpel: ik wil persoonlijk helemaal niets te maken hebben met een organisatie die aanhangers van Sogyal Lakar en Rigpa (voorzitter Michael Ritman, bestuurslid Daan Meerburg) de ruimte geeft het voorzitterschap en bestuurslidmaatschap te bekleden en te domineren.

Bij mijn kennismaking vroeg ik de commissieleden of al bekend was wie de nieuwe BUN-voorzitter zou worden. Hoewel de kandidaat bekend was (Henk Dofling was lid van de sollicitatiecommissie), is me toen niet verteld wie hij was. Zou me toen zijn verteld dat de keuze op een Rigpa-kandidaat was gevallen, dan zou ik me onmiddellijk hebben teruggetrokken.

Al zou het BUN-lidmaatschap mogelijk zijn, van zo'n organisatie wíl ik geen lid zijn. Andere individuele, niet-georganiseerde boeddhisten raad ik af zo'n — volstrekt hypothetisch — lidmaatschap zelfs maar te overwegen. De commissieleden adviseerde ik hun eigen inzet nog eens goed te overdenken.

Om kort te gaan: ik wil de BUN geen moment met mijn aanwezigheid of inbreng legitimeren, zelfs niet als gesprekspartner van een (vrijblijvende) commissie. Wie zich afvraagt waarom ik dit standpunt inneem kan het best zelf op onderzoek uit gaan. Ik gaf de commissieleden daarvoor wat aanknopingspunten. Maak bijvoorbeeld een grondige studie van de seksuele escapades van:

• Sogyal Lakar (ook wel: Sogyal Rinpoche) van Rigpa;
• Chögyam Trungpa († 1987) en Ösel Tenzin († 1990) van Shambhala;
• Kalu Rinpoche († 1989) en zijn huidige tulku van het Naropa Instituut;
• Ole Nydahl van Diamantweg Boeddhisme;
• Dennis Genpo Merzel van Kanzeon, Zen Spirit, Zen River;
• Namkha Rinpoche van Rigdzin Community Nederland;
• Sangharakshita van Triratna (voorheen: Vrienden van de Westerse Boeddhisten Orde).

Dat hierover in Nederland zo goed als niets bekend is zegt eigenlijk alleen dat de meeste journalisten (boeddhistisch of niet) die over boeddhisme schrijven tot nu toe hun werk niet goed doen. In het Engels taalgebied is over deze leraren een enorm aantal publicaties en informatieve websites te vinden. Lees voor een uitzondering in Nederland het artikel 'De meester staat zijn leerlingen zeer na' van Marije van Beek in Trouw (26 juni 2014).

De hierboven genoemde organisaties zijn (of in het geval van het Naropa Instituut: was) alle BUN-lid. Dit brengt het totaal aantal BUN-leden dat rechtstreeks door deze seksuele escapades wordt geraakt op minstens negen. Dat die organisaties een moeizame, getroubleerde relatie hebben met het onderwerp seksueel grensoverschrijdend gedrag / seksueel wangedrag / seksueel misbruik is zacht uitgedrukt. Het maakt het onderwerp binnen de BUN feitelijk onbespreekbaar.

Samen met anderen streef ik inmiddels naar het op- en inrichten van een onafhankelijk meldpunt voor seksueel grensoverschrijdend gedrag in boeddhistische kring. Met 'onafhankelijk' bedoel ik in ieder geval 'onafhankelijk van de BUN'. Als ik één organisatie dit onderwerp niet toevertrouw is het de BUN, namelijk. Zoals ik de commissieleden in overweging gaf: hoe kan het zijn dat seksueel verkeer met leerlingen binnen organisaties zoals Rigpa en de BUN níet taboe is, maar een discussie over seksueel misbruik wel?

Ik gaf de commissieleden uitdrukkelijk te kennen dat ik van hen verwacht dat zij de bestuursleden en leden van de BUN niet alleen informeren over het feit dat ik me terugtrek, maar ook over de redenen die daarvoor heb gegeven. Om die reden voel ik me vrij om mijn bezwaren hier te herhalen. Als journalist en wetenschapper zal ik de BUN vanzelfsprekend kritisch blijven volgen en in voorkomend geval, net als voorheen, gelegenheid tot wederhoor blijven bieden. Wie meer over het bovenstaande wil weten kan me via mijn eigen website benaderen: http://robhogendoorn.nl.
"

zondag 15 juni 2014

Een feestje voor Han de Wit; en waarom leraren Tibetaans boeddhisme steeds Tibetaans blijven

Vandaag wordt Han de Wit zeventig jaar.  Zie  Shambhala .
Minstens even relevant: ik ben donderdag vijfenzeventig geworden (dank u).
Ik heb laatst al iets gevierd, maar voor Han een feestje, samen met Edel, Frits en Nico: drie andere aardige jongens  (vrij naar Titaantjes van Nescio ( * ) ).   En met een bitchy meisje.
En mogelijk met publiek. Ik ga niet, € 75 is mij veel te duur, zelfs al krijg je er een borrel voor.

Het gaat over boeddhisme als bron van levenskunst.
Mijn bijdrage kan kort zijn, Multatuli's 'Woutertje Pieterse ' (* *)  indachtig zou ik zeggen:
Boeddhistische levenskunst is een schone zaak en geeft het mensdom veel vermaak.

Een kleine inhoudelijke kanttekening
Deze middag valt wel weer Han's vaste uitdrukking  'De kracht van fundamentele goedheid '
Laat ik dan maar duidelijk maken dat ik daar niet in geloof. Ook niet in fundamentele slechtheid trouwens: Er bestaat niet iets als een fundament; er is geen fundamentele ietsheid.
We worden geboren zonder gebruiksaanwijzing, zelfs zonder aanduiding van welke functie(s) we hebben. We moeten die zelf maar bedenken; niet 'ontdekken', dat woord suggereert dat die 'eigenlijk' bestaan.

Verder zou ik zeggen: gefeliciteerd Han. Je kan nu eindelijk volwassen worden.
Loskomen bijvoorbeeld van je eerste leraar Chögyam Trungpa (die van de 'crazy wisdom' waar je weinig van hebt, en die niet van de drank en de vrouwen af kon blijven)
en vrij van je tweede leraar Sakyong Mipham (de zoon van, hoe toevallig), die je bracht tot uitspraken over de 'verlichte samenleving' (al weer voorbij, mag ik hopen, die uitspraken dan).
Laat Shambhala achter je en wordt ook ongeorganiseerd boeddhist, je bent er aan toe !


Dat brengt me bij een breder thema:
waarom zijn de leraren in het Tibetaans boeddhisme toch nog steeds Tibetanen?
Zowel bij Zen als bij Theravada-vipassana is de huidige generatie leraren overwegend Westers, nadat het in het verleden (in de VS en hier) eerst Aziatische leraren waren. Bij het Tibetaans boeddhisme vindt deze wisseling van de wacht niet plaats.
Nu zijn er natuurlijk veel Tibetanen, in India, die niet terugkunnen naar Tibet. Maar los daarvan, is mijn indruk, blijven ze ook Westerlingen als spiritueel minder begaafd zien.
Vreemder is dan nog dat de gevorderde Westerse leerlingen dit accepteren. Het lijkt mij een teken van stagnatie.

=======================================================================

( * )  Opgave:
Wie van de vier jongens Han, Edel, Nico en Frits past respectievelijk het meest bij de aardige jongens van Titaantjes (Bavink, Hoyer, Van Bekker, Kees Ploeger, Koekebakker)?
En welke niet-uitgenodigde boeddhist past het best bij de vijfde van deze Titaantjes?
Een extra prijs voor wie ook nog Japi uit 'De Uitvreter ' in het boeddhistisch spectrum kan plaatsen.


(* *)  Zie pagina 6 van dit Bulkboek.
Trouwens, als Annemiek Schrijver mij ooit zou vragen om m'n 'Heilige tekst ' (weinig kans),
zou deze van pagina 5 wel in aanmerking komen (hint: een meester is een soort leraar):

  Slachterskeesje: Lofdicht op de meester

  Mijn vader heeft menige os de doodsteek gegeven
  Maar meester Pennewip is nog in leven
  Soms waren zij mager, soms waren zij vet
  En hij heeft zijn pruik opzij gezet

vrijdag 13 juni 2014

Ik ben oranje, merk ik (in Teeven z'n systeem dan)

Gevangenen zijn een proces aangegaan tegen staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie.
De reden is een vergaande verkilling en versobering van de bejegening. Ook gedetineerden die zich goed gedragen, moeten in hun cel blijven.
Ook het gevangenispersoneel is ongelukkig met het nieuwe regime. De cipiers hadden net geleerd dat ze de gevangenen tegemoet moesten treden met een 'motiverende bejegening'. Nu worden we weer sleutelbewaarders, klinkt het morrend.
Bron: De Volkskrant van woensdag 11 juni 2014.

Een gevangene zit in een van de drie volgende categorieën:
- groen gedrag,  wordt beloond
- oranje gedrag  levert na twee keer straf op
- rood gedrag  betekent onmiddellijke straf
'Straf' houdt in: nog minder (groeps)activiteiten en nog meer in een gesloten cel verblijven.

'Oranje' gedrag, dat tot straf leidt, is het meest interessant, de Volkskrant noemt:
* Rondhangen
* Mild protesteren tegen het personeel
* Een woordenwisseling aangaan
* Gesloten, oneerlijk of onbetrouwbaar zijn
* Niet of weinig wassen, scheren, tandenpoetsen of schone kleding aantrekken

Allemaal gedrag dat mij ook tamelijk kenmerkt; behalve dan dat oneerlijk of onbetrouwbaar zijn. Maar al die andere zaken wel, op z'n tijd. 'Veel lezen' zal ook wel bij het 'oranje gedrag' van Teeven horen, vermoed ik.
Daarom dat ik moet constateren: ' Ik ben oranje '.
Niet 'voor Oranje' ( over voetbal heb ik verleden week al geschreven ), maar 'oranje gedrag' dus. Van gezonde autonomie getuigend gedrag, lijkt mij.

Wordt het niet tijd dat de (boeddhistisch) geestelijk verzorgers bij Justitie zich solidair gaan verklaren met de gevangenen? Met hun leerlingen en/of cliënten dus?
Jullie zijn toch zeker ook 'oranje'?   Kom op, Varamitra, toon dat je een boeddhistisch leider bent.


zondag 1 juni 2014

Evalueren van het recente bezoek van de Dalai Lama; en twijfel aan de zin van Nederland langskomende boeddhistische celebrities in het algemeen

In een blog van 14 februari schreef ik 'Waarom ik niet naar de dalai Lama ga, denk ik '
Deze mededeling plaatste ik ook op een boeddhistisch discussieforum van LinkedIn, waar het de nodige reacties op riep: van degenen die wel en van degenen die niet zouden gaan.
Uiteindelijk ging ik niet; en daar heb ik geen spijt van, de aanblik van Erica Terpstra is me bijvoorbeeld nu bespaard gebleven.

Een paar dagen na het weekend dat de Dalai Lama in Nederland was, stelde ik in hetzelfde discussieforum in LinkedIn voor, dit bezoek te evalueren.
Omdat het formeel een besloten groep is, beperk ik me tot twee eigen bijdragen:
de 1e (van 14 mei) en de 31e (van 27 mei) van de reacties.
Waarbij wel gezegd moet worden dat een groot deel van de reacties zoals gebruikelijk off-topic was (over de BUN en zo), maar er ook reacties waren die een positief effect van het bezoek van HHDL constateerden. Ik ben subjectief, dat realiseer ik me goed.

" Nu de Dalai Lama weer Nederland heeft verlaten, is het wellicht goed dat de bij dit bezoek betrokkenen deze dagen te evalueren. Ieder vanuit zijn of haar doelstelling en rol uiteraard:

* Voor de historische waarheid (als die ook mee mag doen): of het beeld van de altijd

   vredelievende Dalai Lama nu adequater genuanceerd is?
* De bezoekers of ze gelukkiger zijn geworden?
* De boeddhistische vleugel van het organiserend comité naast de winst- (of verlies-)

   rekening de vraag of de centrale boodschap van de Dalai Lama (het gaat om ethiek
   van compassie, de religie voorbij) verdere aanhang heeft gekregen?
* De ICT-vleugel van dit comité of de Nederlandse politiek meer begrip voor

   de Tibetaanse problematiek heeft gekregen; en het aantal getekende petities?
* De Shugden-aanhangers of hun visie vruchtbaar aandacht heeft gekregen?
* Voor mij is het meest relevant of de Dharma en de kennis daarvan in Nederland er mee

   gediend is?  Zie daarvoor m'n blog
  http://joopromeijn.blogspot.nl/2014/05/wedergeboorte-en-reincarnatie-toch-al.html  ".


Reactie van 27 mei:

"Het is nu 15 dagen geleden dat de Dalai Lama Nederland weer heeft verlaten.
Ik heb niet de indruk dat hij een diep spoor heeft getrokken. Bij de sociale media lees ik er niets meer over, maar ook de website van Maitreya heeft het er niet over, kennelijk geen nieuwe aanwas gekregen. Het laatste artikel over het bezoek in het Boeddhistisch Dagblad dateert al weer van 15 mei, vier dagen na z'n vertrek dus: zo snel is de belangstelling verdwenen.
Kortom: dit bezoek was een strovuur.

Begrijpelijk ook wel, behalve de sensatie hem live te hebben meegemaakt was er inhoudelijk niet veel, eerdere YouTube video's bekijken of zijn boeken lezen is wel zo effectief om te weten wat zijn interpretatie van het Boeddhisme is.
Het beste verslag was dat van Geertje Couwenbergh op de site van Bodhitv: De Dalai Lama als Tuinkabouter .

In het algemeen zijn dit soort korte bezoeken van internationale boeddhistische celebrities aan Nederland tamelijk zinloos en ook wel bedenkelijk omdat er erg veel organisatorische energie van lokale mensen in gaat zitten die beter aan de Dharma besteed had kunnen worden. Ze genereren publiciteit maar dat is dan ook alles.

Straks komt Joan Halifax naar Nederland. Met een retraite die mij prima voorkomt.
Maar ook met een door de BOS gekaapt (je moet verplicht 'Vriend van de BOS worden' om binnen te kunnen komen) symposium dat een nogal oppervlakkige en ook weinig geëngageerde indruk maakt. Ik zie bv geen van de Nederlandse sprekers een "open letter" publiceren zoals Halifax deed in www.upaya.org/2011/01/open-letter-from-roshi-regarding-eido-shimano/

En dan komt al weer - de evenementen overlappen elkaar deels - Sogyal Rinpoche (beroemd maar ook een womanizer) even aangevlogen voor een weekend, maar ook voor een door 'Awake' georganiseerde avond onder de titel 'Timeless wisdom for a new generation': een lezing door Sogyal Rinpoche, met muzikale omlijsting door DJ Isis.

Het is de manier van omgaan van en met popsterren; ik geloof er niets van dat de meerderheid van de nieuwe generatie boeddhisten dit soort oppervlakkige ervaringen prefereert boven slow buddhism met diepgang.
"

Deze reactie is ook al weer van een kleine week geleden. Er kwam een reactie van iemand die het min of meer met me eens was, en ik had een gedachtewisseling met iemand die het met me oneens was. Mijn slotvraag daar was:
nam de DL zelf zijn bezoekers van de middagbijeenkomst (van 11 mei) wel serieus?


Hoeveel mensen zullen het de 11e mei aan iedereen uitgedeelde boek 'Vrij van religie' inmiddels gelezen hebben?
Ik heb er twee recente besprekingen van gelezen: die van Katinka Hesselink .
En die van Robert Keurntjes . Beide zijn de moeite waard.
Dat geldt ook voor de beschouwing van Jules Prast - ook direct na 11 mei geschreven - in zijn site.boeddhaweg.nl/2014/05/13/het-verdunde-boeddhisme-van-de-dalai-lama/ , met een interessante reactie door Rob Hogendoorn.

Maar goed, het is alweer drie weken geleden gebeurd; bijna niemand heeft het verder meer over dit bezoek.
Misschien vergis ik me en kunnen we over tien jaar lezen dat iemand getuigt, in mei 2014 geraakt en geïnspireerd te zijn door de woorden van de Dalai Lama en dat dat nog steeds bij haar doorwerkt.
Maar mijn indruk is dat deze man met z'n clowneske gedrag een tragisch figuur is geworden die nergens meer in gelooft: noch in een (bevrijdend) Tibetaans boeddhisme noch in (een vrij) Tibet.


Update
Mij werd in LinkedIn voor de voeten geworpen: "Wat betreft de compassie: Mensen ontlenen veel steun aan een figuur als de Dalai lama, ook als ze helemaal geen boeddhist zijn, belichaamd hij voor hen het goede en wijsheid. Voor anderen is dat de Paus of vul maar in wie of wat. Als mensen dat nu nodig hebben, omdat ze zelf nog niet zo ver zijn om tot inzichten en ervaringen te komen, dan is dat beter als niets. Mensen projecteren er een heleboel op, is dat onnozel? Is zo een oordeel begripvol voor de behoeften aan een voorbeeld?"
Als reactie geldt wat mij betreft een artikel over 'De dwepende mens' van Wilma de Rek: www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3664346/2014/05/31/De-dwepende-mens.dhtml
Sub-Update
De link werkt alleen voor abonnees van de Volkskrant. Belangstellenden kan ik het artikel in pdf-vorm mailen.

zaterdag 10 mei 2014

De boeddhistische leraar, noodzakelijk, maar ook tussen leerling en Dharma; en schaduwkanten

Onderstaande tekst heb ik voor een deel uitgesproken tijdens het symposium op 8 mei over de leraar-leerling verhouding, georganiseerd door Milinda.
Waarom ik slechts een deel uitgesproken heb en over de ambiance die avond schrijf ik onderaan nog wat.

=====================================================================

De werktitel die ik zelf de afgelopen weken aan dit praatje van heb gegeven, is:
transport, tranen en transcendentie .
Met een knipoog naar de titel van het boek van Nico, toch de aanleiding tot dit symposium (dit woord betekent: geleerd gesprek; daaraan probeer ik me te houden, evenals aan het kwartier spreektijd.)

– Die 'transcendentie' van Nico deel ik: boeddhisme is meer dan een levensfilosofie; niet alleen omdat het ook over de dood gaat, maar vooral ook over zingeving, in laatste instantie een niet-rationeel gebeuren.
Devotie is ook een aspect van de beoefening, zelfs al is men zich er niet van bewust (alleen, vooruitlopend op de rest van mijn verhaal: niet zozeer devotie richting leraar)
– Het 'transport' heeft betrekking op het Edele Achtvoudige Pad dat de beoefenaar gaat; 'traject' is wellicht een nog betere term.
– En 'tranen' gaat over de schaduwzijden van de leerling-leraar verhouding; daarover gaat het tweede deel van m'n praatje. Eigenlijk: over de manifeste schaduwzijden, over de latente heb ik al al eerder.

Leerling en leraar lijkt me een betere titel dan omgekeerd; het gaat toch om de leerling, de leraar is middel.
Men kan zeggen een leraar heeft een leerling nodig om leraar te zijn.
Andersom heeft een leerling géén leraar nodig om leerling te zijn, 'leerling' als reiziger op het Pad .
Dit sluit aan bij een definitie die Stephen Batchelor ooit gegeven heeft: een leraar is iemand die leerlingen heeft, punt.
Het leraar is middel, zei ik: het doel is de bevrijding, het Ontwaken, de Verlichting, het Bodhisattva-schap, van de individu die men aan het begin van zijn of haar spirituele carrière 'leerling' noemt.

'Bij zen is de verhouding leraar-leerling een heel bijzondere', wordt in de aankondiging gezegd; ik houd echter een breder boeddhistisch verhaal, niet alleen over Zen en niet alleen het (positief) bijzondere, ook de schaduwkanten van het leraar zijn.
Eerst echter stel ik de vraag of Zen ook boeddhisme is n.a.v. een recent artikel van Edel Maex, dat eigenlijk de vraag inhield of Zen een religie is.
Antwoord van mij en waarschijnlijk ook door Nico op beide vragen: ja
Gelukkig maar, want als Zen of een Zen-beoefenaar zicht niet als boeddhistisch beschouwt, dan is een discussie over de leraar, zoals ik me die voorstel, niet mogelijk. Want dan zou men over mijn 'boeddhistische meetlat' kunnen zeggen: bemoei je met je eigen zaken.
We moeten er dus vanavond van uit gaan dat Zen, Theravada en Tibetaans boeddhisme iets gemeenschappelijks hebben; bv ten aanzien van de leerling-leraar-verhouding,

Een leraar is zeker nodig, voor nieuwe Westerse boeddhisten. Voor een jaar of zo.
Later ook nog wel kalyana mitta (Pali vorm) of mitra (Sanskriet) nuttig.
Naast de vraag hoe lang een leerling de leraar nodig heeft, is er de vraag: hoe diep?
Hoe persoonlijk ook?

Waarom moet die relatie DIEP zijn, persoonlijk, vergelijkbaar met die van de therapeut-client (de ouderwetse, psychoanalytisch angehauchte therapeut dan, bij gedragstherapeut ligt het anders) ?
Vanuit de leerling gezien is de vraag: wanneer gaat het 'bewonderen' van de leraar over in het 'vereren'?
Het 'bewonderen' zie ik daarbij als noodzakelijk in het groeiproces, als heilzaam dus. Het 'vereren', het 'verheerlijken' echter is in mijn benadering onheilzaam; want het betekent stagnatie, er gebeurt niets meer in het spirituele proces.

Het gaat vandaag eigenlijk niet om de leraar. Het gaat om de leerling. Of zou daar om moeten gaan.
Om de vraag: hoe moet je starten op je boeddhistische pad, bv hoe kies je een leraar (if any)?
En om de vraag: waarom blijf je alsmaar bij je leraar, ben je nou nog steeds niet volwassen?
Verleden jaar heb ik een zeer nuttige Duitse notitie hierover vertaald:
Heilzame en onheilzame structuren van groepen. (Zie hier )
Het wordt door de Deutsche Buddhistische Union een leidraad genoemd, die als doel heeft om de mensen hulp en ondersteuning te geven die hun lidmaatschap van boeddhistische of andere groeperingen nog eens kritisch willen overwegen.
Jammer dat de BUN dit niet van haar Duitse zusterorganisatie heeft overgenomen; maar ja ….

Een paar van de vragen die een beoefenaar (leerling dus) zichzelf kan stellen:
* Heb ik de indruk dat ik de groep net zo makkelijk kan verlaten als toen ik er binnenkwam?
* Heb ik de vrije keuze om contacten binnen en buiten de groep te onderhouden?
* Kan ik bekritiseren zonder te worden gediscrimineerd of veroordeeld?
* Zijn er contacten en uitwisselingen met andere groepen en leraren?
* Is er een bevestiging door andere erkende leraren?
* Ontstaat er afhankelijkheden in de relatie tussen leraar en leerling?
* Is er financiële transparantie in de organisatie?
* Heb ik mijn financiële onafhankelijkheid weggegeven?
* Geef ik meer uit (aan de groep) dan in mijn omstandigheden verstandig is?
* Worden optredende schuldgevoelens gebruikt of zelfs versterkt; of wordt
   er hulp geboden in het overwinnen ervan?
* Is er sprake van laster, verkeerde informatie of minachting voor critici,

   andersdenkenden of andere groepen, leraren of tradities?


De conclusie luidt, ik citeer nog steeds:
“Heilzame structuren worden gekenmerkt door openheid, ook voor vragen en kritiek.
Leerlingen hebben in zulke structuren ruimte om eigen en ook afwijkende meningen te uiten.
Zij kunnen het geleerde door eigen studie toetsen.
Het staat hen vrij de groep of de leraar op elk door hen gekozen moment te verlaten.
”


Wat zeggen de oude geschriften, bv de Maha Parinibbana Sutta over de laatste weken uit het leven van de Boeddha, die tegen een verdrietige Ananda spreekt:

"En zij, Ananda, die nu leven of zij die leven wanneer ik ben heengegaan, als zij als een eiland voor zichzelf zijn, als zij een toevlucht voor zichzelf zijn, en geen andere toevlucht zoeken; diegenen die de Dhamma als hun eiland en toevlucht hebben en geen andere toevlucht zoeken; zij zijn het die het hoogste zullen bereiken indien zij verlangend zijn om te leren."
en
"En de Heer zei tegen de Eerwaarde Ananda: "Het kan zijn, Ananda, dat in sommigen van jullie de gedachte opkomt: 'De instructies van de Meester zijn er niet meer; wij hebben geen Leraar meer.' Maar zo, Ananda, moet dat niet worden gezien. Want, Ananda, dat wat ik verkondigd heb en bekend gemaakt heb als de Dhamma en de Discipline, dat zal jullie Leraar zijn nadat ik ben heengegaan."

In feite ondermijnt deze sutta-tekst de lineage-mythe, de 'transmissie' dus waar Nico het over heeft.


En dan de Drievoudige Toevlucht; een ander wezenlijk onderdeel van het 'Boeddhist zijn', ook van de zen-beoefenaar neem ik aan: in de Boeddha, de Dharma/Dhamma en in de Sangha.
Mijn stellige indruk is dat in het Mahayana in de loop der eeuwen de toevlucht in Dharma en Sangha is verschoven naar toevlucht tot (in) de leraar.
Bij het Tibetaanse (tantrische) boeddhisme is het toevlucht nemen tot de leraar met de 'guru-devotie' helemaal in de plaats gekomen van de drievoudige toevlucht .

Vergelijking van de leerling-leraar verhouding naar andere niet-symmetrische relaties; bv
* cliënt/patiënt met therapeut in de psychotherapie
* de route leerling – gezel – meester in het gilde-model
* leerling en leraar in de zin van onderwijzer
* vroedvrouw, of vroedman zoals een Zennie schreef, maar dan zonder claim op jaren nazorg
* de tomtom en de reiziger (transport, weet u wel: het achtvoudige pad van de leerling)

Het psychotherapie-model – ik heb het net al gezegd en herhaal het graag – is bruikbaar ten behoeve van de vraag: hoe 'diep' moet de relatie leerling-leraar in het boeddhisme zijn?
Hoe 'persoonlijk' moet de involvering in elkaar zijn? Het niveau van de psychoanalyse of het niveau van gedragstherapie bv?
Wat is bij het antwoord op die vraag bepalend: het argument van de traditie of het argument van de effectiviteit van de methode?
Merkwaardig genoeg lees ik dit soort vragen nooit, terwijl veel boeddhisten toch de mond vol hebben van het verenigbaar zijn van boeddhisme en wetenschap. En dit is dus sociale wetenschap.
Ter verkoming van misverstand: ik maak alleen een vergelijking, therapie is wat anders!


Eigenlijk ben ik voor het gilde-model:
Er is de meester, er is de gezel en er is de leerling
Je begint als leerling, na een paar jaar ben je gezel; en weer na een paar jaar ben je meester, d.w.z. kan en mag je zelfstandig werken.
Een paar jaar, langer niet.
Natuurlijk ben je dan (in de meeste gevallen) nog niet 'ontwaakt', nog niet 'verlicht', iets wat trouwens in de diverse boeddhistische tradities heel verschillende betekenissen wordt gegeven. Maar je moet het verder zelf doen. Collegiaal overleg met anderen, kalyana mitta's, blijft daarbij zeer nuttig, ook met de ex-leraren, dan wel in een horizontale relatie waarbij het helemaal niet moeilijk is te onderkennen dat die ander mogelijk verder is op het boeddhistische pad.


Over de term 'kalyana mitta/mitra', 'de spirituele vriend' .
Daarover heb ik me, toen ik me op vandaag voorbereidde, een heel interessant artikel gelezen van de Italiaanse boeddholoog Francesco Sferra over The Role of the kalyanamitra .
Sferra gaat in dit artikel per boeddhistische traditie na wat er over deze functie wordt gezegd.
In de vroege boeddhistische teksten komt de term kalyanamitta regelmatig voor. Met een vrij losse, wat variërende betekenis. Soms algemeen 'goed mens' of 'goede vriend', soms specifieker: meditatie-instructeur, senior-monnik die meer weet en wijzer is. Het is een functie die in principe iedereen in de sangha kan vervullen, op zijn beurt (of haar beurt).
In de Mahayana bleef dit deels nog zo, maar er ontstond in de loop van de eeuwen steeds meer het accent op de functie door één persoon, de leraar dus. Sferra benadrukt dat in deze teksten dat kalyanamitra als schaars iemand wordt beschreven: weinigen kunnen het. De functie is dan geëvalueerd naar de spirituele gids.
In het Tibetaanse, het Tantrische boeddhisme, komt de term weinig voor, af en toe als synoniem van guru, voortgekomen uit het Hindoeistische Tantrisme.


Ik kan me het best vinden in een uitspraak van Buddhadasa Bhikkhu, de Thaise monnik die niet steeds gewaardeerd werd door het boeddhistische establisment van zijn land. Ik citeer ( door mij vertaald ):
" En dan is er wat ze noemen de "acariya (leraar, de meester)".
Maar in werkelijkheid spreken ze zelfs in de oude trainingssystemen niet vaak over de “acariya”.
Zij noemen zo'n persoon de “goede vriend (kalayana-mitta)”. Een “vriend” is een adviseur,
die met bepaalde dingen kan helpen.
We moeten echter niet het principe vergeten dat niemand in directe zin iemand kan helpen.
Vandaag de dag wil iedereen een leraar hebben om hem of haar te supersviseren!.
Een “goede vriend” is iemand met intensieve persoonlijke ervaring en kennis over de
meditatie-praktijk. Alhoewel hij in staat is om vragen te beantwoorden en moeilijkheden
te bespreken is het niet nodig dat hij steeds naast ons zit en elke ademhaling superviseert
.”


Als samenvatting van het eerste deel van m'n inleiding
- een jaar een leraar is nodig;
- een paar jaar is nuttig;
- daarna kan beoefenen met spirituele vriend of in leraarloze groep prima;
  levenslange afhankelijkheid echter van de leraar is ongewenst en onvolwassen.

Natuurlijk ben je na een jaar niet 'klaar'; dat zou naïef zijn zoals iemand mij in de voorbereiding op dit symposium verweet. Maar wel ver genoeg om op eigen benen te staan, met steun van en samen met wat vrienden. Kalyana mitta's waarmee ik het ook oneens kan zijn; wat bij Aziatische leraren ondenkbaar is.
Zo ben ik het niet eens met degenen bij wie ik mediteer over het belang van de samatha-meditatie en het bereiken van jhana's (u weet wel, de term waar het woord 'Zen' vandaan komt); ik acht dat van groot belang, zij vinden de beoefening van alleen vipassana de beste weg.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

Tweede deel: de schaduwkant van het boeddhistisch leraarschap

Die schaduwkanten zijn er ook; de latente problemen in de leerling-leraar relatie kunnen manifest worden.
Gevaar van leraar:
- de grote afhankelijkheid, zoals al in eerste deel genoemd; psychologische afhankelijkheid
   dus, die de groei van de beoefenaar bemoeilijkt
- misbruik (seksueel, financieel)
Het eerste gebeurt min of meer regelmatig;
het tweede gebeurt in klein percentage maar als het gebeurt, is het ernstig.
In Nederland is er geen zelfreinigend vermogen van fout boeddhisme. Men durft niets van elkaar te zeggen, niets van Rients Ritskes bijvoorbeeld of van Genpo, van Dhammawiranatha, van Mattioli, en ook niet van Sogyal Rinpoche.

Een paar maanden geleden kreeg ik een mail van een in Birma wonende monnik (Bhante Dhammaka) ; één van zijn boeken was van het Engels naar het Nederlands vertaald door de uitgeverij van Dhammawiranata (titel: '365 Uitspraken van de Boeddha') . Nadat hij toestemming had gegeven voor die vertaling had hij nooit meer iets gehoord, alleen vage geruchten. Ik heb hem geschreven wat ik wist, heel voorzichtig.
Tja, was de reactie vanuit Birma: als er met een monnik iets mis is, gaat het bijna altijd om seks of om geld, en bij deze heer betreft het kennelijk beide zaken.

Het gaat kennelijk in alle tradities wel mis; meer dan men wil weten,
Zeker in Nederland is de mantel der liefde heel breed:
* In Theravada zoals boven blijkt, met Dhammawiranatha
* En bij Zen (Genpo, bij de hier aanwezigen ook bekend) en in VS wonende Japanners Eido Shimano en Josju Sasaki.
* En in Tibetaans boeddhisme (Trungpa, van de crazy wisdom) en ook de binnenkort weer naar Nederland komende Sogyal Rinpoche. In de pers en op Youtube zijn diverse getuigenissen van door hem misbruikte vrouwen te vinden; maar in Nederland is daarover niets te vinden, behalve een blog van Ron Sinnige van een paar jaar geleden. Afgelopen week heeft de site van *OpenBoeddhisme* in een serie over de Dalai Lama een aantal nooit aan hem gestelde vragen geformuleerd.

En in de sector geld (d.w.z. veel geld durven vragen voor nepcursussen) en gedoe met titels noem ik nog maar eens Rients Ritskes.
Of om de Thaise organisatie Dhammakaya die ook in Europa tempels heeft; die in Nederland heeft maar kort bestaan; ik ben een paar dagen in de tempel van ze in België geweest en kon ervaren hoe sterk ze de leken die de tempel bezochten, probeerden geld af te troggelen.

Als het om geld gaat, ben ik geneigd om te denken: kwalijk maar ook dom om zo makkelijk te geven; maar bij seks, ontucht dus, ligt anders.
Algemene morele regel (van mij) :
Overal waar sprake is van afhankelijkheid, van een afhankelijkheidsrelatie, daar is seks niet toegestaan.
Niet bij de psychotherapeut, niet bij de leraar, niet met kinderen, niet bij de geestelijk verzorger etc.
Lees maar eens wat Irving Yalom, schrijver van onder andere Nietzsches Tranen, over seks in de therapeutische relatie schrijft; hij keurt het onverkort af.

Wat is tegen fout gedrag van een leraar, of risico's daarop, te doen?
Afdoende is niets, er is menselijk tekort, er is naast een Boeddha-Natuur die mensen kennelijk hebben ook een Mara-Natuur (onze geneigdheid tot het kwaad zoals ik in m'n jeugd leerde en nog steeds niet ben afgeleerd). Maar wel iets, ik noem vier punten:
* Meer moed in de boeddhistische gemeenschap, daar ontbreekt het nu aan. Eén van de
   weinigen die die moed wel heeft gehad, is Joanne Halifax geweest, met haar open brief.
* Het voor boeddhistische leraren, geestelijk verzorgers en vrijwilligers die werken
   met financiën, een 'Verklaring Omtrent het Gedrag' (afgekort als VOG) verplicht stellen.
  Dit geïnspireerd door het besluit van de R.K. Kerk, dit per 1 januari 2014 voor priesters,
  diakens, pastoraal werkers, religieuzen en bepaalde vrijwilligers verplicht te stellen.
  De aanleiding lijkt me duidelijk. We mogen niet aannemen dat boeddhisten moreel
  superieur t.o.v. katholieken zijn. (Zie hier )
* Een soort consumentenorganisatie van boeddhisten, algemener:
  consumentenfunctie van een op te richten vereniging van boeddhisten,
  nadat de BUN zich heeft afgeheven; met die 'Leidraad'
* En boeddhistische journalistiek, door de BOS-televisie altijd verwaarloosd;
  misschien moet BoeddhaMagazine toch maar blijven?

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

Ik had vooraf de andere inleiders een paar vragen gesteld. Die ga ik hier niet herhalen. Eentje wel, aan André geadresseerd; in iets andere bewoordingen, een onderzoeksvoorstel als samenvatting.
  Er is de theorie (in bv Zen maar nog heftiger in Vajrayana met hun guru-devotie) dat een diepe intensieve relatie leraar-leerling noodzakelijk is;
  En er is de theorie die ik een beetje Theravada-achtig noem van minder diep, minder persoonlijk, uitwisselbaar. (Ik denk dat mijn model effectiever omdat er één gehechtheid minder is waarvan de beoefenaar zich los moet maken, voordat verlichting mogelijk is: de gehechtheid aan de leraar. )
Er zou onderzoek gedaan kunnen worden op gedragswetenschappelijke manier; welk van de twee methoden het beste werkt, bv het hoogste percentage bodhisattva's of arhats of grote verlichtingservaringen oplevert; bijvoorbeeld na één, na drie en na vijf jaar.
Kan dat? Minstens als gedachtenexperiment? Rare gedachte, zo'n onderzoek?
Waarom? We zijn toch voor upaya, voor skilful means? Voor wat werkt?


Tot slot een citaat van Mu Soeng, voormalig directeur van de Insight Meditation Society en ex monnik in de Koreaanse Zen. Ik citeer uit de vertaling van de St. Vrienden van het Boeddhisme:
“... in de VS lijkt het wel of iedereen zo snel mogelijk leraar wil worden.
Vervolgens begint de strijd om de student – centra, boeken, mediabereik –
en dit gaat ten koste van de zuiverheid van de motivatie.
Vroeger werd je monnik en bleef je vijftig jaar monnik zonder te talen naar
leraarschap. Van de 10.000 monniken werd er misschien één leraar.
Tegenwoordig wordt één op de tien studenten leraar
.”
Ik moest toen ik dat las, wel aan al die leraren van Zen.Nl denken.

======================================================================

Dit heb ik maar deels uit kunnen spreken, omdat de gespreksleidster (Annemiek Schrijver, een Sogyal-adept) me weinig subtiel afhamerde voor ik aan het tweede deel kon beginnen.
Dat was een beetje mijn schuld omdat m'n inleiding te lang was.
Maar ook omdat zij duidelijk (bleek later in de discussie) niets van de schaduwkant van het leraar-zijn wilde weten.

Bevorderlijk voor m'n concentratie was ook niet dat de spreekster voor me de lachers op haar hand had met het verhaal over haar seksuele gevoelens voor haar guru destijds; met de slotvraag op hilarische toon van de gespreksleidster: 'En, ben je met nou hem naar bed geweest?'

Verder ben ik waarschijnlijk ook niet zo'n goed spreker in het openbaar en schrijf ik liever.
Eén voorbeeld van de ambiance die avond: het ging over devotie; dat is iets waar ik ook mee bezig ben, maar bijna iedereen bleek devotie richting leraar te bedoelen; en ik dus niet.

Maar goed, het boek van Nico ga ik wel alsnog lezen: 'Transmissie en transcendentie; Bespiegelingen over inwijding, leraar en leerling '

zaterdag 19 april 2014

Ook naar het 8 mei symposium over leerling en leraar Zen, leraarschap en boeddhisme; en een artikel over geloof, identiteit, macht : allemaal lastige combinaties

BoeddhaMagazine (Asoka/Milinda) heeft een symposium georganiseerd over
de 'verhouding leraar - leerling' . Met name over die verhouding binnen de Zen-traditie.
Het vindt plaats op donderdag 8 mei van 17.00 tot 20.00 uur in De Roos te Amsterdam.

Inleidingen:
* 'Transmissie en transcendentie. Bespiegelingen over inwijding, leraar en leerling'
  door Nico Tydeman (dit is ook de titel van het boek dat aanleiding is voor dit symposium)
* 'Leraar en leiderschap' door Brigitte van Baren
* 'Hoe belangrijk is de rol van een leraar?' door André van der Braak
* 'Mijn ervaring met een guru' door Lisette Thooft
Annemiek Schrijvers is gespreksleider.
Ik mag ook - laat toegevoegd - het woord voeren. Over wat ik hieronder in deze blog schrijf.
En over wat de Boeddha zelf heeft gezegd over de leraar (niet helemaal Zen).
Maar ook over de schaduwkanten van de leerling-leraar-verhouding: het latente gevaar van de afhankelijkheid van de leraar die manifest kan worden; en ook wel ìs geworden.
Zie verder het programma  in 'BoeddhaMagazine'.

Toen organisator Nina Nannini (van uitgever Milinda) het thema van dit symposium aan de orde stelde in een discussiegroep van LinkedIn, heb ik daar hartstochtelijk aan meegedaan.
Zo vrolijk dat Nina en ik het eens werden over de suggestie dat ik op dit symposium ook een inleiding ga geven, gelardeerd met kritische vragen. Als aanvulling op de bestaande agenda dus.
Werktitel: traject, tranen en transcendentie ; verwijzend naar het doel van het boek van Nico, naar het (Achtvoudige) Pad dat de leerling gaat, en naar de gevaren van die verhouding.

Ik schreef: "Als ik op 8 mei het woord zal mogen voeren ... zal ik het vanuit algemeen boeddhistisch kader doen. Ik ga er daarbij van uit dat Zen zichzelf als 'boeddhisme' beschouwt, anders houdt het op.
En ik zal het niet alleen over de noodzaak van de leraar (voor de beginneling) hebben maar ook over de schaduwkanten.
M'n centrale vraag zal zijn: hoe DIEP moe de relatie leraar-leerling, en de relatie leerling-leraar (want er is geen symmetrie) eigenlijk zijn? Misschien is niet zo diep en niet zo lang wel zo effectief.
"
Vragen heb ik ook aan de andere inleiders. Omdat ik de laatste ben, stel ik ze hier al.

Vragen aan Nico Tydeman:
* Je noemt je guru en kalyana mitta (spirituele vriend) en mystagoog;
  maar waarom niet ook 'pandit' (vgl Wilber): iemand die informatie
  over de dharma overdraagt en instructies geeft?
* Als ik leerlingen van je hoor die je nadrukkelijk bewonderen, ja zelfs verheerlijken,
  dan denk ik: dat is ook niet leuk voor Nico. Want dit soort bewondering
  streelt het ego en bemoeilijkt dus je bevrijding. Vraag: deel je die zorg?
  Wanneer gaat het heilzame bewonderen over in het onheilzame vereren?

Een vraag over leraar en leiderschap voor Brigitte van Baren:
* Is het, naast nadenken over leiderschap, niet minstens zo interessant ons te verdiepen
  in (spiritueel) volgelingschap? Bijvoorbeeld: hoe kiest een volgeling zijn of haar leider?
  Of hoort 'leiderschap' juist bij de leerling en niet primair bij de leraar?

* Een vraag voor de wetenschapper, en dat is André van der Braak (naast boeddhist,
  hoewel geen sociaal wetenschapper):
  Er is de theorie (in bv Zen maar nog heftiger in vajrayana met hun guru-devotie) dat een
  diepe intensieve relatie leraar-leerling noodzakelijk is; en er is mijn theorie die ik beetje
  Theravada-achtig noem van minder diep, minder persoonlijk, uitwisselbaar.
  Er zou onderzoek gedaan kunnen worden op gedragswetenschappelijke manier
  welk van de twee methoden het beste werkt, bv het hoogste percentage
  bodhisattva/arhats of grote verlichtingservaringen oplevert; bijvoorbeeld na
  één, na twee en na drie jaar. Kan dat? Minstens als gedachtenexperiment?

En een vraag voor Lisette Thooft, hoewel ik haar inleiding niet goed kan voorspellen:
* Stel dat je in contact met je guru het gevoel krijgt: dit is niet goed, hier is iets niet pluis; wat dan?
  Waarschuw je bijvoorbeeld dan ook andere leerlingen?

==================================================================

Na het symposium zal ik mijn inleiding en mogelijk ook delen van andere bijdragen en van de discussie in deze blog zetten
Nu wil ik ingaan op wat ik een soort voorwaarde noemde: "Ik ga er daarbij van uit dat Zen zichzelf als 'boeddhisme' beschouwt, anders houdt het op." Daarmee bedoelde ik: als een beoefenaar van Zen duidelijk stelt dat Zen geen boeddhisme is, dan is een discussie vanuit boeddhistische principes (en zo'n type discussie wens ik te voeren) over een Zen-aspect niet mogelijk.

Er heeft zich een mooie aanleiding aangediend, hierover verder te contempleren; en een wat typische.
Eerst die laatste: de Zen-leraar Brad Warner spreekt over 'That dirty word "Buddhism"'. Zie zijn artikel met die titel in Hardcorezen ; maar ik begrijp hem in het algemeen niet zo goed.
Wie wel? De Zen-leraar (en nog veel meer) Edel Maex heeft op zijn website een artikel geschreven onder de titel 'Geloof, identiteit, macht '; daar staan een aantal punten in waar ik het zeer mee eens ben, maar ook een aantal punten waar ik het zeer oneens ben. Over die laatste punten wil het vooral hebben.
Zie Leven in de Maalstroom door Edel Maex .
En voor divers commentaar (vooral uit Zen-kringen): BoeddhistischDagblad van 8 april e.v.
Hieronder passages uit deze tekst van Edel, met (in ander lettertype) commentaar van mij.

==================================================================

Geloof, identiteit, macht    door    Edel Maex

In onze zengroep kwam de vraag op: ‘zijn wij nu boeddhisten?’ Ik merkte bij de aanwezigen bijzonder weinig animo om daar met ja op te antwoorden, ook bij mezelf niet. Iemand merkte een beetje schamper op: ‘Ik wil liever geen boeddhist zijn want dan moet ik in reïncarnatie gaan geloven’.
  Deze mensen hebben kennelijk nooit iets gelezen van Stephen Batchelor,
  bv diens 'Boeddhsime zonder geloof'.

De vraag was: ‘Willen wij het etiket boeddhist op onszelf plakken?’ Er was een gedeeld aanvoelen dat de identiteit boeddhist ons niet lekker zat.
...
Ik wil hier drie woorden bespreken die wat mij betreft niets (meer) met religie te maken hebben: geloof, identiteit en macht
.

  Het tussen haakjes zetten van 'geloof' vind ik nogal afgezaagd; zie m'n
  opmerking hierboven over Batchelor en het herhaaldelijk door Westerse
  boeddhisten verwijzen naar de Kalama-Sutta.

Geloof wordt ook heel snel tot een identiteit. ‘Ik ben boeddhist, christen, moslim, atheïst …. ’ (vul in voor jezelf). Vragen naar iemands geloof is vragen naar iemands identiteit.
… ook voor de westerse visie op religie. Daarom spraken we over een strijd tussen protestanten en katholieken in Noord-Ierland en spreken we nu in Birma over een conflict tussen boeddhisten en moslims terwijl het in beide gevallen gaat over conflicten tussen bevolkingsgroepen.
...
Op reis in Azië is het mij altijd opgevallen dat mensen daar, wanneer het over religie gaat, veel minder in identiteiten denken. ... Je kunt dit ‘een goed mens willen zijn’ als je wil ook een identiteit noemen. Maar het is dan wel een identiteit die mensen over alle verschillen en grenzen heen verbindt terwijl geloof als identiteit al onnoemelijk veel onheil veroorzaakt heeft. Waarom zouden we ons dan boeddhist moeten noemen? Waarom een kloof veroorzaken die haaks staat op onze praktijk?

  Hier vliegt Edel Maex uit de bocht. Hij verwijst naar het streven naar
  'verdiensten verwerven' van veel Aziatische boeddhisten, en dat is niet
  alleen altruïstisch bedoeld door deze mensen (ze willen bv een betere wedergeboorte).
  Maar belangrijker is nog de onduidelijkheid die hij aan het begrip 'identiteit ' hecht.
  Kan een mens zonder identiteit? Nee, zegt Edel in feite, allerlei identiteiten zijn goed,
  maar die van 'boeddhist' niet, want dat is een religieuze identiteit en die veroorzaakt
  (burger)oorlog. Merkwaardig, is 'Zen-beoefenaar' dan zelf ook niet een identiteit?

Religie is nauw verweven met macht. Logisch als je van alles moet geloven en aan een identiteit moet beantwoorden. Die macht wordt waargenomen door instituten, priesters en leraren die zich beroepen op een hogere autoriteit. ‘De Boeddha, Christus, de Bijbel, Darwin zegt …’ (vul alweer in voor jezelf). Maar stel je voor dat iemand Einstein zou verguizen omdat hij Newton tegenspreekt. Een verworvenheid van de wetenschap is dat iedereen kan tegengesproken worden. Het is hoog tijd dat ook religie zich emancipeert.
  Darwin hoort niet in zijn rijtje: we spreken van (toetsbare) evolutietheorie, niet van evolutieleer
  Maar wat bedoelt Edel toch met 'Het is hoog tijd dat ook religie zich emancipeert ' ?
  Alleen (groepen) mensen kunnen zich emanciperen, abstracties als 'religie' niet.
  Bedoelt hij dan dat boeddhisten zich moeten emanciperen?

In zen wordt deze macht overgedragen van leraar op leraar. Bogend op een naadloze transmissie van hart tot hart die teruggaat tot de Boeddha noemt een zenleraar zich ‘iemand die leven-in-grondeloosheid belichaamt en van daaruit de blinde vlekken bij de leerling weet aan te wijzen’. De leraar erft de autoriteit van de Boeddha. (Een autoriteit die de oorspronkelijke Boeddha zichzelf niet eens toeschreef en dat expliciet ook niet wilde van zijn monniken.)
Niet verwonderlijk dat er in zen ongelofelijk krampachtig gedaan wordt over transmissie. Het is het meest begeerde bereiken. Al eeuwenlang leidt dit tot afgunst, lastercampagnes, bedrog, discussies over authenticiteit
.

  Kijk, hier kan ik het van harte mee eens zijn,
  dat ga ik 8 mei ook de Nederlandse Zennies voorleggen.

Zijn er dan geen leraren? En kunnen die leraren niet tot een bepaald traditie behoren? Natuurlijk wel, maar niets daarvan hoeft op macht gestoeld te zijn.
  Dit vind ik ongelofelijk naïef. Er spelen altijd in meerdere of mindere mate
  machtsprocessen in sangha's. Behalve in een sangha met louter arhats of
  volledige bodhisattva's, maar daar zijn er niet zo veel van in Nederland.

Kan de religie zich in de 21ste eeuw eindelijk emanciperen en de moderniteit binnentreden?
Als geloof, identiteit en macht in wezen niets met religie te maken hebben hoe zijn ze er dan zo mee verstrengeld geraakt? Religie speelt zich altijd af binnen een gemeenschap, binnen een cultuur. Geloof, identiteit en macht zijn geen kenmerken van religie maar van de gemeenschap waarbinnen ze beoefend werd. Ze maken als het ware deel uit van de interface tussen de cultuur en religie. Maar het is een interface die niet langer werkt.

  Geloof, identiteit en macht hebben, waar en wanneer dan ook, met religie te
  maken, of we dat leuk vinden of niet. Een religie construeren waarin dit niet
  het geval is, is onmogelijk.
  Stel dat Edel gelijk heeft en dat de interface tussen cultuur (hij bedoelt iets als de
  sociaal-economische werkelijkheid, het dagelijks leven) en religie niet langer
  werkt; moet er dan niet een nieuwe interface komen?
  Het lijkt me van wel, maar hoe dan? 'Andere woorden en vormen ', zegt Edel.
  Maar nogmaals: hoe bouw je met woorden en vormen een interface?

We hebben het een voor een onderuit gehaald, het moeten, de identiteit van boeddhist, de notie van geloven. Blijft er dan nog iets over? Wat overblijft is een open geest en een open hart en een onafdwingbaar en onweerlegbaar vertrouwen.
  't Is mij te lief. Eén vraag slechts: vertrouwen waar in?
  Toch niet in de goedheid van de mens, mag ik hopen?
  Mag ik een suggestie doen waarin mogelijk wel: vertrouwen in de
  correctheid van de drie karakteristieken (anicca, dukkha, anatta)
  en de vier edele waarheden?

==================================================================

Aan 'de leraar' heb ik al veel blogteksten gewijd, een aantal er van zal ik 8 mei hergebruiken, bijvoorbeeld mijn voorstel tot een verplichte 'Verklaring Omtrent het Gedrag' voor leraren.

http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/05/je-leraar-teleurstellen.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/05/heilzame-en-onheilzame-structuren-van.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/08/wat-doen-we-met-de-leraar.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/09/boeddhistisch-leiderschap-en.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/11/een-verklaring-omtrent-het-gedrag-voor.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/12/een-aantal-reacties-in-het.html  daarvan paragraaf A

==================================================================

Als uitsmijter een citaat uit een (vertaald, uit Tricycle afkomstig) interview met Mu Soeng:
"Maar in de VS lijkt het wel of iedereen zo snel mogelijk leraar wil worden. Vervolgens begint de strijd om de student - centra, boeken, mediabereik – en dit gaat ten koste van de zuiverheid van de motivatie. Vroeger werd je monnik en bleef je vijftig jaar monnik zonder te talen naar leraarschap. Van de 10.000 monniken werd er misschien één leraar. Tegenwoordig wordt één op de tien studenten leraar. "
Bron: Seizoensblad SVB .   'Niet talen ': dat spreekt me wel aan.