Posts tonen met het label ethiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ethiek. Alle posts tonen

zaterdag 20 juni 2015

Joop Hoek misbruikt hoofdredacteurschap BoeddhistischDagblad

Over kritiek, ook op personen, wordt in boeddhistisch Nederland soms te moeilijk gedaan. Stevig uitdelen mag, mits met open vizier gedaan.
Maar de karaktermoord   op Frank Uyttebroeck gaat alle perken te buiten.
Dan heb ik het over het artikel 'Het ik en het opbiechten van de zonden ' in het BoeddhistischDagblad door Joop Hoek, hoofdredacteur. Zie het BD van 19 juni.

Zelf noemt hij het een column, dan kan hij zich meer vrijheden permitteren, heeft hij wel eens uit proberen te leggen. Maar hij is gewoon de schrijver van en verantwoordelijk voor dit stuk. Een boosaardig stuk, geheel ten onrechte afgesloten door de wens 'moge iedereen gelukkig zijn '.

Bovendien acht Joop Hoek zich competent, te beoordelen of iemand geschikt is als contactpersoon van seksueel misbruikten. Dat betwijfel ik zeer.

Het laatste restje goodwill voor het BD is bij mij wel verdwenen.
Hij heeft zijn hoofdredacteurschap misbruikt voor een aanval op iemand waar hij het kennelijk moeilijk mee heeft.
En hij heeft - dat neem ik hem het meest kwalijk - het thema 'seksueel misbruik door leraren' in troebel water gebracht.



zondag 12 april 2015

Het boeddhisme is makkelijk uit te leggen: het Achtvoudige Pad beoefenen - Wel alle acht dan - En 'Het juiste spreken' betekent niet 'Het onjuiste zwijgen'


De paus, ..., verdedigde zijn uitspraak door te zeggen
dat het zijn plicht was om niet te zwijgen.
'Het verzwijgen of ontkennen van het kwaad is als het toestaan dat
een
wond blijft bloeden zonder dat je die verbindt', sprak Franciscus.
De Volkskrant over uitspraak Paus t.a.v. genocide op Armeniërs


Het is helemaal niet zo moeilijk om aan een Nederlander uit te leggen wat het boeddhisme is. Om te beginnen moet duidelijk gemaakt worden dat 'HET' op zich niet interessant is, het gaat om het beoefenen van het boeddhisme.
En dat beoefenen is helder benoemd in het Achtvoudige Pad.
De meest gezaghebbende beschrijving van dit Pad is het essay 'The Noble Eightfold Path -
The Way to the End of Suffering
' door Bhikkhu Bodhi.
Korter, in het Nederland, is het overzicht van de website 'Sleuteltotinzicht ':

DE GROEP VAN WIJSHEID  (panna)
  1. Juist begrip
  2. Juiste gedachten
DE GROEP VAN MORALITEIT  (sila)
  3. Juiste spraak
   * Onthouding van het vertellen van leugens
   * Onthouding van het spreken van lasterende taal
   * Onthouding van het spreken van harde woorden
   * Onthouding van onzinnig gepraat
  4. Juist handelen
   * Onthouding van doden
   * Onthouding van nemen wat niet gegeven is
   * Onthouding van seksueel wangedrag
  5. Juiste wijze van levensonderhoud
DE GROEP VAN CONCENTRATIE  (samadhi)
  6. Juiste inspanning
  7. Juiste indachtigheid
   * Indachtigheid van het lichaam
   * Indachtigheid van gevoelens
   * Indachtigheid van de geest
   * Indachtigheid van mentale objecten
  8. Juiste concentratie
"

In mijn opvatting (die niet door iedereen wordt gedeeld) is de volgorde willekeurig. Het is een cyclisch pad waarvan de onderdelen steeds opnieuw (als het kan steeds iets hoger) worden beoefend.

Alle acht
Het benadrukken van de combinatie van deze acht is ook belangrijk omdat het duidelijk maakt dat niet één aspect beoefenen alleenzaligmakend is.
Daarom heb ik het 'alleen vipassana' ('indachtigheid', de 7e padfactor) van sommige leraren in de Mettavihari / Mahasi-methode af en toe kritisch 'Het Nobele Eénvoudige Pad' genoemd.

En omdat ook ethiek (hier 'moraliteit' genoemd) een onontbeerlijke factor is; dit lijkt misschien een overbodige toevoeging maar ik maak hem toch omdat ik de indruk heb dat sommige beoefenaren denken dat ze al verlicht zijn en daarom de 'gewone' ethiek niet meer nodig hebben. Een denkfout die ik niet alleen bij Theravadins opmerk maar ook bij sommige beoefenaren (leraren bv) van Zen en Tibetaans boeddhisme.

Juiste spraak
Eerst een opmerking over een eenzijdige toepassing van 'juiste spraak', ook wel genoemd 'zuivere spraak'.
Sommige boeddhisten gebruiken het derde punt van 'harde taal' graag naar anderen die stevig kritiek formuleren. Ze begrijpen m.i. het verschil tussen 'op de bal' en 'op de man' spelen niet.
Wat men zich daarbij dan kennelijk niet realiseert is er veel meer een loopje wordt genomen met het vierde punt, dat van 'onzinnig gepraat' oftewel gebabbel. Daar wordt niets aan gedaan (door moderatoren van discussies).

Hier wil ik inzoomen op een aspect van 'zuiver spreken' dat weinig aan de orde komt. Ik citeer Bhikkhu Bodhi:
" (1) Abstaining from false speech
Herein someone avoids false speech and abstains from it. He speaks the truth, is devoted to truth, reliable, worthy of confidence, not a deceiver of people. Being at a meeting, or amongst people, or in the midst of his relatives, or in a society, or in the king’s court, and called upon and asked as witness to tell what he knows, he answers, if he knows nothing: “I know nothing,” and if he knows, he answers: “I know”; if he has seen nothing, he answers: “I have seen nothing,” and if he has seen, he answers: “I have seen.” Thus he never knowingly speaks a lie, either for the sake of his own advantage, or for the sake of another person’ advantage, or for the sake of any advantage whatsoever.
This statement of the Buddha discloses both the negative and the positive sides to the precept.
The negative side is abstaining from lying, the positive side speaking the truth
."
(Onderstreping door mij.)

Dit voorschrift heeft dus twee aspecten, meestal wordt alleen het aspect 'niet liegen' genoemd, waarschijnlijk omdat voorschriften bijna altijd negatief ('iets niet doen') geformuleerd zijn. Het tweede aspecten - de waarheid spreken - is positief.
Het is: spreken ook als dat je niet populair maakt (bij bepaalde mensen, soms zelfs bij mensen die je waardeert).

Vandaar dat ik onder 'Zuiver spreken' ook versta:
Onthouding van zwijgen als er gesproken dient te worden;
vanuit de intentie dat de waarheid spreken zuiverend zal werken.
Zwijgen kan ook on-edel zijn, is niet altijd goud maar soms roest
.

Ook nu en ook in Nederland en ook door boeddhisten wordt er gezwegen terwijl er gesproken dient te worden.
Bijvoorbeeld over seksueel wangedrag van boeddhistische leraren.
Daar horen we ongetwijfeld de komende tijd meer van.
'Ongetwijfeld'? Beter kan ik zeggen: hopelijk. Want om te spreken over taboes, over onethisch gedrag van een op een voetstuk gezette leraar, is moed nodig. Extra moeilijk omdat men (de insiders) zo lang heeft gezwegen en dus steeds groeiende schaamte daarover heeft.
En moed is toch al een schaars goed in boeddhistisch Nederland.

zondag 8 maart 2015

Mindful America, en waarschijnlijk ook Nederland, of ik het leuk vind of niet – Bespreking van een recent verschenen boek over wat meer dan alleen maar een techniek is in de Amerikaanse (spirituele) cultuur

Ten opzichte van de seculiere mindfulness heb ik steeds een ambivalente houding gehad. Enerzijds vond ik het een soort 'diefstal van de Dharma' (en hier speciaal de vipassana-meditatie als onderdeel van het boeddhistische pad) voor een wereldlijk doel; anderzijds zag ik wel het positieve effect er van op mensen die bv een achtweekse cursus hebben gevolgd. Zie vroegere blogs van me,  hier  en  hier
Al weer drie jaar geleden, daarna heb ik me er niet zo gericht mee bezig gehouden.
Eerlijk gezegd dacht (en hoopte) ik ook een beetje dat 'mindfulness' als hype al weer over haar hoogtepunt heen was, en opgevolgd is (bv in het programma van Frits Koster in Nederland) door 'heartfulness', de seculiere methode gebaseerd op de eerste twee van de Brahmavihara's: liefdevolle vriendelijkheid en compassie.
Wellicht moet ik m'n oordeel wat wijzigen, of althans milder maken, na het lezen van een nieuw boek.

Verleden jaar verscheen bij de OUP van Jef Wilson het boek 'Mindful America: The Mutual Transformation of Buddhist Meditation and American Culture '
Om eerlijk te zijn, ik heb het nog niet gelezen, alleen een uitgebreide en overwegend positieve review er van door de bekende boeddholoog Franz A. Metcalf in H-Net Reviews.
Zie  deze link  of  als pdf 
Maar ik wil niet met het rustig gelezen hebben van dit bijna 300 pagina's bevattende boek wachten, voor ik in deze blog er aandach aan wil besteden.
Daarom hier een vertaalde selectie uit de bespreking door Metcalf, d.w.z. hier en daar licht geparafraseerd en hier en daar een paar alinea's (m.n. citaten van Wilson) onvertaald latend.

" In 'Mindful America' neemt Wilson ons echt mee op een rondleiding door de mindfulness-beweging in Amerika. We kunnen dit verwachten in een onderzoek van een nieuw veld, maar wat me het meest stimuleerde was toen ik merkte dat Wilson meer dan dit heeft gedaan. In deze review zal ik onevenredige aandacht te besteden aan 'the books beyond' vooral het nawoord.

Direct al in de inleiding zet Wilson zet het Amerikaanse binnenhalen en de aanpassing van mindfulness in context: 'An important guiding thesis for 'Mindful America' is that this is actually how Buddhism moves into new cultures and becomes domesticated: in each case, members of the new culture take from Buddhism what they believe will relieve their culture-specific distresses and concerns, in the process spawning new Buddhisms (sometimes, crypto-Buddhisms) that better fit their needs (p. 3) '.
Wilson behandelt de geschiedenis van het Boeddhisme als een geschiedenis van aanpassing en verandering in reactie op wereldlijke behoeften.
De structuur van het boek is gebaseerd op deze visie, omdat in elk hoofdstuk wordt ingegaan op een aspect van het proces van aanpassing van mindfulness (en van het Boeddhisme).

Een verdere commentaar op de inleiding: Wilson zegt onomwonden: 'At no point in this book do I address or attempt to tackle the issue of whether mindfulness actually works–that is to say whether it delivers any of the benefits suggested herein by my subjects, from nirvana to weight loss. I have no idea whether it works, and it is not a question I am interested in answering (pp. 10-11) '.
Hoewel ik sympathiseer met Wilson's wens om de misschien onbeantwoordbare vraag van de werkzaamheid van mindfulness te omzeilen, zet ik vraagtekens bij zijn desinteresse erin. Hij schrijft dat hij ontelbare uren mindfulness heeft beoefend, maar beweert niet over een persoonlijke mindfulness-praktijk te beschikken, net zo min als die uren die hij aan onnoemelijke aantallen christelijke gebeden heeft besteed een rol hebben gespeeld in ander onderzoek van hem': 'for my purposes here, it simply doesn't matter whether mindfulness works (p. 11)'. Ik geloof niet dat een belijdend boeddhist kan beweren dat deze acties parallel zijn of dat de vragen van de werkzaamheid van mindfulness niet belangrijk voor hem is. Hier zit, in mijn ogen, is een façade van objectiviteit, een façade die endemisch is in religieuze studies en een objectiviteit die, zo beweer ik, niet bestaat en niet kan bestaan.

Hoofdstuk 1, 'Mediating Mindfulness ', onderzoekt de middelen en vormen waarin mindfulness naar Amerika is gekomen. Uiteraard, dit is het meest historisch georiënteerd hoofdstuk, het verplaatsen van de vertaling van Sati om mindfulness in premoderne boeddhistische culturen naar twintigste eeuwse vormen. Het richt zich vooral op de Insight Meditation Society, Thich Nhat Hanh, en Jon Kabat-Zinn, de meest vooraanstaande pioniers van de Amerikaanse mindfulness (afgezien van mogelijke allochtone vormen). Het hoofdstuk brengt ons op de hoogte van de expansie van de mindfulness in door niet-monniken geleide vormen, voorbij zelfs door lekenboeddhisten geleide vormen, in de zelfhulp beweging en journalistieke reportage.

Hoofdstuk 2, 'Mystifying Mindfulness ', begint met Wilson's onderzoek van Amerika's consumptie van mindfulness. De titel is eigenlijk het antwoord op de vraag uit de subtitel:
'How Is Mindfulness Made Available for Appropriation? '
'Americans alter, diminish, obscure, eliminate, or simply ignore the historic connection between Buddhism and mindfulness (p. 44) '.
Kosmologie wordt metafoor, de monastieke context wordt verwijderd, en Aziaten worden vervangen door blanken. In de negentiende en vroege twintigste eeuw wordt mindfulness gebruikt om het boeddhisme te verkopen. In de late twintigste eeuw is het boeddhisme van mindfulness verwijderd om mindfulness te verkopen. In het begin eenentwintigste eeuw is 'opmerkzaamheid zo aantrekkelijk en gedenatureerd dat het kan worden gebruikt om andere producten te verkopen (blz. 73)'.

Hoofdstuk 3, 'Medicalising Mindfulness ', 'continues the theme of mystification of Buddhist mindfulness … by examining a very specific type of mystification and reapplication: the recontextualization of mindfulness as a psychological technique (p. 76) ' . Hier ligt de focus op het werk van Kabat-Zinn. …
Kabat-Zinn en de mindfulness-beweging in het algemeen houden er aan vast dat het boeddhisme fundamenteel de Dharma is, en dat de Dharma fundamenteel mindfulness is; dat mindfulness fundamenteel universeel is , en dat het dus een upaya is om mindfulness brengen aan de massa door welke middelen dan ook als ze maar werken. Maar tegelijkertijd is dit programma zo succesvol, dat het het Boeddhisme naar eigen beeld heeft herschapen. Is Wilson nu wel of niet kritisch over deze modificatie? Dit is een van de momenten van verwarring waar ik
[Metcalf dus] van sprak.

Van de zes hoofdstukken richt hoofdstuk 4, 'Mainstreaming Mindfulness ', zich het duidelijkst op wereldse voordelen. Belangrijk is dat Wilson hier niet denigrerend over doet. Integendeel, ziet hij een fascinerende ommekeer in dit proces van mainstreaming: 'In the American context, this means that mindfulness – historically associated with the transcendent, renouncing side of Buddhism, as well as in a more minor way with attainment of monastically-desired superpowers – is assimilated instead to an alternate but equally venerable strand of Buddhist tradition: the quest for practical, worldly benefits by lay Buddhists (p. 109) ' .
Let op twee belangrijke elementen in de observatie van Wilson. Ten eerste, de omkering: mindfulness, oorspronkelijk ingebed in de kloostercontext en en transcenderende kant van het boeddhisme, wordt opnieuw geworteld in haar wereldlijke en praktische kant. Ten tweede is er Wilson's aanvaarding hiervan: hij oordeelt niet het eerstgenoemde aan 'echte' of 'goede' boeddhisme. Elke zijde is gelijk om zijn woord te gebruiken 'eerbiedwaardige'. Hoewel ik lichtjes Wilson's tegenzin heb bekritiseerd om vormen van mindfulness te evalueren, waardeer ik hier een vrucht van zijn positie: een vrijheid van hypostasizing of reïficering van een bepaald geliefd aspect van het boeddhisme als de essentie.
Dus wat zijn de (vermeende) wereldse voordelen van mindfulness? Wilson besteedt aandacht aan haar aspect van een 'geest genezen', om zijn hulp bij de bestrijding van eetverslaving en accepteren van het lichaam....
De mindfulness beweging is niet de onthulling van het oorspronkelijke Boeddhisme, voordat culturele aanwassen het hebben bedorven en vervormd. Veeleer is het gewoon een andere culturele aanpassing aan de wereldse voordelen. 'Thus the immense popularity of mindfulness does not represent, as its proponents sometimes allege, a universal noncultural Buddhism', but 'another creative reinterpretation to meet local needs and anxieties (p. 131) '.

Voor degenen onder ons die zich de zestiger jaren herinneren of die zelf verschijnen in Wilson's bibliografie in een niet-wetenschappelijke vermomming, zal hoofdstuk 5, 'Marketing Mindfulness ', waarschijnlijk een beetje verontrustend zijn. De pijler is de scherpe observatie dat 'the promoters of mindfulness in America … know mindfulness is highly valuable and they know that they cannot actually sell the thing itself. Given this conundrum, peddlers of mindfulness must take two indirect approaches: they must either sell auxiliary products designed to introduce or augment mindfulness, or sell their expertise at teaching mindfulness and delivering the benefits of mindfulness (p. 136)'.

Wilson's zorg is hier, net als elders, niet om het aanbod zelf te evalueren; in plaats daarvan evalueert hij de marketing zelf van de aangeboden producten.
Wilson beschrijft (een beetje te uitgebreid) de uiteenlopende marketing van drie boeken voor vrouwen en citeert voorstellen van Kozo Hattori's om mindfulness (ook) voor mannen interessanter te maken, waaronder het doen van mindfulness in het leger en in gevangenissen.

Na de grondige bespreking van commercialiteit in hoofdstuk 5, bespreekt het laatste hoofdstuk (6) , 'Moralising Mindfulness ', de ethische aspecten, zowel voor individueel gedrag en politieke veranderingen. De sectie 'Amerikaanse boeddhistische klaagzangen', citeert Wilson veel fragmenten, sommige rijkelijk lang.
In de rubriek "Mindfulness, Human Nature, en Values ', krijgt de lezer een glimp van wat volgens mij Wilson's diepgewortelde opvatting is: dat mindfulness is niet verrassend stevig in lijn met de boeddhistische opvattingen en waarden is. Bijvoorbeeld over het werk van Jan Chozen Bays op bewust eten, schrijft Wilson: ' This emphasis on strict self-discipline is partially a trace of the monastic origins of these practices –seemingly, rigorously applied mindfulness during eating and other daily activities develops into a sort of lay, fully secularized neomonasticism in the American context (p. 174) ' .

Wilson merkt nadrukkelijk op dat 'in mindfulness movement writings the present moment becomes both savior and heaven: the vehicle for salvation and salvation itself (p. 174)'. Dit proces kan volgens mindfulness-enthousiastelingen leiden tot het aanbreken van een nieuwe beschaving, getransformeerd door de opmerkzaamheid van individuen en geleidelijk leiden tot fundamentele verandering in alle dimensies van de samenleving. Dit zijn grote claims en ook typisch Amerikaanse.

Na 175 pagina's van beschrijvende aard wordt Wilson analytisch in een tien pagina's lang nawoord (postscript). Hoewel tien pagina's alleen maar diepe analyse vluchtig kunnen aanraken, bevatten ze wel zeer stimulerende hints.
Wilson begint met het aansluiten van mindfulness op drie categorieën in de Amerikaanse religieuze geschiedenis: metafysische religie, spiritualiteit, en liberale religie, krachtig mindfulness aan elk ervan koppelend.
Ten eerste, de Amerikaanse religieuze geschiedenis. Wilson beweert dat mindfulness voldoet aan alle vier kenmerken van metafysische religie...
[Dit begrijp ik misschien als ik het boek zelf lees, hier niet, Joop]

Ten tweede beweert Wilson dat de Amerikaanse spiritualiteit, in ieder geval sinds het begin van de negentiende eeuw, meditatie verwelkomt. In eerste instantie als een verbinding met de kosmische; dan als een onderbreking van de moderniteit. Dit leidt tot een opvallende claim:
'The genius of mindfulness is that it takes this trajectory all the way to the end-point…. The goal is no longer detachment but thorough inhabitation of the moment, the better to enliven the activity and spiritualize it. The distance between the spiritual and the everyday, between the religious act and the mundane, has been completely collapsed and erased (p. 192). '
Ik geloof Wilson gelijk heeft en ik wou dat hij ons zijn evaluatie gegeven zou hebben van deze prestatie, omdat ik geloof dat dit baanbrekend is in de geschiedenis van de Amerikaanse religie. Maar nogmaals, hij begint gewoon het gesprek, de evaluatie overlatend aan anderen.

Ten derde, …. Hetzelfde proces lijkt in het spel als liberale boeddhisten werken om de Amerikaanse samenleving meer mindful te maken. Als ze slagen, 'Buddhism not only loses control over mindfulness but potentially comes to be extraneous, lacking any meaningful role in mindfulness and failing to shape the further trajectories that mindfulness takes in American culture (p. 193)'.
Wilson benadrukt nog eens dat 'All Things to All People,” and that this is not a pretense but an expression of the adaptability of the technique (pp. 194-195). Voor Wilson dit 'demonstrates the central Buddhist insight that all things are empty of self-nature (p. 195).'
Misschien verklaart dit zijn weigering om mindfulness of haar legitimiteit als boeddhisme te beoordelen. Wat immers is dat?

Tenslotte stelt Wilson over mensen die weerstand hebben tegen het gebruiken en veranderen van mindfulness door niet-boeddhisten, de scherpe vraag: 'What about the perspectives of Buddhists who attempt to resist these processes–how and why do they do so?' (p. 197).”


Hieronder de eerste vier plus de laatste pagina's van Wilson's 'Postscript ', er op klikken maakt ze leesbaar.



Of ik (hier spreekt Joop weer) het er helemaal mee eens bent, weet ik niet. Ik reken me de laatste vraag van bovenstaand citaat ook aan. Mindfulness heeft ook zo kunnen groeien in Amerika omdat het de religieuze Boeddhistische veren heeft afgeworpen en daarmee niet langer een concurrent van het Christendom als dominante religie in de V.S. was en daarmee ruimte kreeg.
Bovendien is mindfulness voor de consumptiemaatschappij ongevaarlijk geworden omdat de ethische dimensie en de voorgeschreven sobere leefwijze (ik heb het uiteraard vooral over de Theravada, want daaruit is mindfulness afkomstig) uit deze boeddhistische religie is gestript.
Maar misschien behandelt Wilson deze aspecten ook wel.
Ik heb het boek inmiddels besteld en kom er misschien nog wel een keer op terug.

zondag 23 november 2014

Symposium over een retraite-centrum maar wat is een retraite? Bijdrage over de verhouding tussen functies, organisaties en verklaringen - Plus een 'Abstract'

De Stichting Vipassana Centrum Nederland (voluit: Meditatie en Studiecentrum Vipassana Nederland) organiseert een symposium dat plaats vindt op zaterdag 13 december van 10.30 tot 17 uur in Deventer.
Voor programma en wijze van opgeven: zie  'Symposium '   Ik citeer:
"Het Symposium wordt gehouden om een visie en intentie bekend te maken en nader uit te werken ten aanzien van een te realiseren Vipassana Centrum Nederland: een vaste locatie doorlopend geschikt voor de beoefening van Vipassana meditatie."
Speciale gast is de bekende Engelse lerares Christina Feldman, die een begeleide meditatie geeft en een talk over het onderwerp: "Vision of/towards a Vipassana Center based on experience with other centers."

Ik heb de secretaris laten weten, verhinderd te zijn omdat ik een paar dagen eerder geopereerd  wordt en heb daarbij een paar kritische punten schriftelijk ingebracht.
Naast onduidelijkheid over het vertrek van de penningmeester (zie hieronder),
de al te sterke accentuering van het verschil tussen leraar en leerling (hier yogi genoemd),
en de al te grote stilte in  de zaak SIM-Went  heb ik een beleidsmatig probleem.
Namelijk dat nog steeds (hoewel ik dat verleden jaar al had geproblematiseerd) vrij achteloos en ondoordacht in de uitnodiging over het centrum voor vipassana meditatie wordt gezegd : "Sommige meditatoren zullen er [in een te bouwen/kopen centrum] wellicht willen wonen."

Waar ik de voorkeur aan geef (en wat het meest betaalbaar is):
Een 'kaal' en niet te groot retraitegebouw, zoals bv dat van Mettavihara (Triratna) ; alleen voor meditatie en dhamma-studie met inwonenden voor korte tijd (een paar dagen tot een paar weken, een enkele keer een paar maanden).
En los daarvan - zeker in economische en juridische zin - een woonvoorziening voor boeddhisten die permanent (een jaar of langer) samen met anderen in een kloosterachtige ambiance willen wonen en mediteren. En die hun 'woning' van de accommodatie zelf huren of liever kopen, tegen marktconforme prijs.
Op deze wijze hoeven degenen die graag voor het retraite-centrum willen doneren, niet tegelijk het wonen van een aantal individuen te financieren; we hebben het hier niet over bhikkhu's of nonnen/bhikkhuni's volgens de Theravada-traditie, maar over min of meer koopkrachtige leken.

Op een paar van deze punten kom ik hieronder terug, eerst een beschouwing over wat het 'naar een retraite gaan' in onze huidige Westerse samenleving is: in zekere zin een gekunstelde vorm.

========================================================================

Op 9 november stond in het dagblad Trouw een artikel geschreven door Olaf Storm, genaamd     ' Stilteretraite is groot onderhoud voor de psyche '.  Link:  Trouw, 9 nov 2014

Ik vind het een helder verslag, met vertrouwde thema's, bekend van het lezen in bv Simsara of Bodhitv.
Olaf Stom ken ik niet, weet ook niet of hij (in een groep) mediteert de rest van het jaar. Hij spreekt over een negendaagse boeddhistische stilteretraite in Duitsland; in welke traditie is me niet duidelijk geworden: inzichtmeditatie, vipassana à la Goenka of in het Thich Nhat Hanh centrum?
Lees dit verslag, zou ik zeggen, zeker tegen degenen die er niet zo veel van weten.
En goed dat dit in Trouw is opgenomen. Het is toch nog steeds een Christelijk dagblad; en veel traditionele Christenen vinden het boeddhisme toch maar niks. Nog steeds.

Waar ik verder op in wil gaan, zijn de reacties op dit artikel (in de digitale vorm), dertig inmiddels. Natuurlijk is een deel er van beroepsschrijvers, 'reaguurders', en een deel daarvan weet niet waar ze het over hebben. Of wijzen het boeddhisme af vanuit een Christelijke opvatting. Maar zelfs die reacties vind ik interessant, want hier is er geen behoefte politiek correct te doen en respect te hebben van een andere religie, meditatie wordt kennelijk als iets seculiers gezien dat men vrijelijk mag bekritiseren. Overigens: een aantal van de reagerenden is ronduit positief over het artikel.
Een schrijver "vindt het bizar dat je 9 dagen per jaar gaat zitten stilzwijgen en dan hoopt dat het de rest van het jaar allemaal goed komt. ...". Anderen begrijpen niet waarom een wandeling in het bos ook niet kan, waarom zich isoleren ergens ver weg? Waarom los van de familie, is dat niet egocentrisch?

Die laatste opmerking is interessant gezien de reacties die dit bij mij opriep. Wat ik er van maak is: naar een retraite gaan, als westerling, is een tijdje monnik/non zijn: familieverlater en wereldverzaker. Terwijl je dat eigenlijk niet bent, je spéélt in zekere zin voor monnik/non. Het contemplatieve leven wordt in tien dagen gepropt.

Het is een bijzondere culturele uitvinding, een retraite; vergelijkbaar met grote technologische uitvindingen zoals de auto of de computer. Het is een vorm van vrijetijdsbesteding (werkenden moeten er vakantiedagen voor opnemen) èn tegelijk hard werken. Dat het 'groot onderhoud voor de psyche' zou zijn, zoals de auteur van het Trouw-artikel het formuleert, is een soort rechtvaardiging: naar zijn familie, naar zijn vrienden en naar zichzelf. Grappig omdat het boeddhisme nu juist van het begrip psyche (ziel) af wil; dat de reageerders de gebruikte term 'psyche' vervangen 'ego', vind ik in het licht daarvan begrijpelijk.
Kortom: ik vind het verschijnsel retraite heel nuttig (je komt er dieper mee dan met reeks dagelijks kort zitten); maar het is ook een gekunstelde beoefening. Dat blijkt bv uit het feit dat je het tegelijk wèl samen en nìèt samen met anderen doet. Het is tegelijk een verre reis en dichtbij blijven.

Organiseer je eigen retraite
Een van de gemaakte opmerkingen was, dat je toch niet persé naar een (tamelijk dure) retraite hoeft om intensief te mediteren. Dit sluit aan bij wat ik al een paar keer heb gedaan en nog meer wil doen: een privé-retraite organiseren; alleen een paar dagen in een huis(je); zelf - in stilte, want alleen - voor m'n eten zorgen. En een schema als disciplinerend hulpmiddel op papier zetten en me daar min of meer aan houdend. En dat een week of zo.
Het enige dat ik mis, zijn de Dhamma-talks, maar daarvoor ga ik niet mediteren, bovendien zijn er genoeg op internet te vinden. En de interviews met de leraar, maar ik heb - vind ik zelf - nu lang genoeg gemediteerd om het zonder leraar af te kunnen. Net zo als het (dagelijks als het kan maar minstens wekelijks) thuis op m'n kussentje zitten.

Wellicht kan het ook samen met anderen (being alone together) maar de verleiding om tussendoor te gaan praten is - in mijn ervaring - groot.
Update 26 november  De Duitsers hebben er trouwens een (Engels) woord voor:  Peer-Retreat

Misschien dat ik over een jaar of zo wel weer naar een retraite wil, maar de vanzelfsprekendheid van een jaarlijks 'groot onderhoud voor de psyche' hoef ik niet meer zo nodig.
Eerlijk gezegd vind ik dat in de vipassana (en zover ik weet ook wel andere vormen van boeddhisme beoefenen) nogal lang een spirituele onvolwassenheid wordt geaccepteerd in de leraar-leerling verhouding. Mijn opvatting is dat je na een jaar of vijf moet kunnen ophouden met het leerling zijn; en van de leraar: moet kunnen ophouden leraar te zijn van deze man of vrouw.

Wat dat betreft ben ik zeer benieuwd naar het bij Asoka uitkomen van het boek Boeddha@home,  Op retraite in je eigen huis, geschreven door Renate Seifarth.
Hierin "... neemt een ervaren meditatielerares je mee op een retraite in je eigen vertrouwde omgeving; dit in combinatie met je alledaagse werkzaamheden, of in een periode die volledig gewijd kan worden aan oefening en verdieping ....".   Als voorproefje  de Duitse versie

Iets anders is (voor mij) het naar een retraite gaan om een nieuwe (of aanvullende) vorm van beoefening te leren, met een leraar die daarin deskundig is; bijvoorbeeld  'samatha' .  Een retraite is dan in zekere zin een cursus, maatschappelijk en psychologisch een ander fenomeen.

========================================================================

Twee onverenigbare verklaringen van één penningmeester

Begin augustus dit jaar konden de in boeddhistisch nieuws geïnteresseerde lezers vernemen dat Gerben Hieminga, penningmeester van de stichting SanghaMetta alsmede penningmeester van de stichting Vipassana Nederland, met onmiddellijke ingang was opgestapt.
Dit nieuws kwam ook voor de nauw betrokkenen als een volledige verrassing. Ruim een maand voor dit vertrek had er in het blad 'Simsara' van de Stichting Inzichts Meditatie (SIM) een uitgebreid interview gestaan met Gerben en andere bestuursleden van Vipassana Nederland (Bron : SIMsara mei 2014 ) Daarin kwam geen enkel van de hieronder genoemde argumenten aan de orde.

Na de toelichting op zijn vertrek door Gerben aan de journalisten van *OpenBoeddhisme* is er nu ook een door hem aan de secretaris van de 'Stichting Meditatie en Studiecentrum Vipassana Nederland' doorgegeven verklaring. Beide staan hieronder in een Bijlage

Omdat deze twee verklaringen (naast het andere argument van tijdgebrek) onverenigbaar ver uit elkaar liggen, heb ik de redactie van *OpenBoeddhisme* gevraagd hoe die uit begin augustus tot stand is gekomen.
Zij verzekeren me dat deze laatste tekst, en zelfs het hele artikel, door Gerben Hieminga woord voor woord is geaccordeerd.

Ik weet echt niet wat ik hiervan moet vinden. Een theoretische verklaring waarmee de tegenstrijdigheid kan worden opgeheven, is dat zijn opmerkingen in *OpenBoeddhisme* (vooral) op het financiële beleid van SanghaMetta betrekking hebben, daar gaat het ook om veel meer geld dan bij Vipassana Centrum Nederland. Maar weten doen we het niet echt. Dat blijft wringen.

========================================================================

De andere stichting voor vipassana in retraite-vorm - SanghaMetta

Gerben Hieminga was tot juli 2014 ook penningmeester van de stichting SanghaMetta. Deze functie heeft hij tegelijk met die van de stichting Vipassana Centrum Nederland beëindigd, met dezelfde argumenten in *OpenBoeddhisme* geuit. De stichting zelf heeft het vertrek niet toegelicht.
Hoewel het formeel geen samenwerkingsverband is, kan in zekere zin gezegd worden dat de Stichting Inzichts Meditatie (SIM) en de stichting SanghaMetta samen de dragende partijen zijn van de nieuwe stichting Vipassana Centrum Nederland; beide organiseren retraites, naast elkaar en soms enigszins in concurrentie met elkaar (wat uiteraard - typisch boeddhistisch - wordt ontkend). De derde 'partij' (of non-partij, want het is een los verband) die een rol speelt bij het Vipassana Centrum Nederland is de groep vipassanaleraren.

SanghaMetta en een eigen permanent woon en/of meditatiecentrum   &  Een OPROEP
Op de website van SanghaMetta is de volgende doelstelling te vinden:
"Daarnaast richt Sangha Metta zich op het vinden van een goede plek voor langdurige beoefening, in het bijzonder voor vrouwen. Dat betekent niet dat mannen worden uitgesloten, maar er is speciale aandacht voor het creëren van een omgeving die ondersteunend en veilig is voor de beoefening door vrouwen.
Sangha Metta heeft sinds haar oprichting de wens om een permanent meditatiecentrum op te richten. In 2000 is Sangha Metta haar retraites op de locatie van het Internationaal Theosofisch Centrum in Naarden gaan geven. Deze locatie voldoet zo goed dat sinds 2000 minder intensief gezocht is naar een eigen locatie. Desalniettemin zijn de voordelen van een permanent centrum groot waardoor de wens actueel blijft.
"
Bron: 'Beleidsplan 2014-2019 '

Op de website van SanghaMetta is ook de Jaarrekening over 2013 te vinden. Uit deze  'Jaarrekening ' blijkt dat de stichting per 31 december 2013 een vermogen had van ruim  € 395.000, (eind 2012 was het ruim € 374.000)  Dat is me nog al een bedrag!

In het 'Beleidsplan' staat hierover: "Het vermogen wordt ingezet om de doelstellingen van de stichting uit te kunnen voeren. En wordt specifiek ook achter de hand gehouden om een permanent meditatiecentrum te kunnen financieren als die gelegenheid zich voordoet."

Ik begrijp wel de voorzichtigheid van Sanghametta maar begrijp niet hun redenering dat het realiseren van hun doel niet zo'n haast heeft omdat het Theosofisch Centrum in Naarden prima voldoet.
Het voldoet prima, en die opinie deel ik, als retraitecentrum. Maar niet als 'plek voor langdurige beoefening' (ik citeer hun 'Beleidsplan'), ook wel genoemd een (semi-)monastieke voorziening, een klooster in iets gewonere woorden. Een woonfunctie in nog gewonere woorden die ik hierboven hanteerde.

Oproep tot samenwerking
Gezien m'n hier beschreven opvatting over de verhouding wonen en tijdelijk-mediteren zou ik zeggen:
  (Besturen van)   SanghaMetta en Vipassana-Centrum:
  sla de handen ineen en zorg voor een retraitecentrum en een

  wooncentrum, juridisch los van elkaar maar wel in elkaars nabijheid.
  En heb het dan ook openlijk over geld(beleids)zaken.

Overigens hoop ik dat veel mensen 13 december naar het symposium gaan. En daar een levendige discussie voeren. Wellicht is deze tekst ook een bijdrage daaraan.

========================================================================

Omdat een deel van die discussie in het Engels gevoerd zal worden, een samenvatting ('abstract') van het bovenstaande.

Abstract

In a symposium about the realisation of a retreat centre for insight meditation (=vipassana) in the nearby future five topics deserve special attention:

* It had to be clear what kind of meditation and Dhamma/Dharma-study are belonging to the nucleus of the activities: only insight meditation (vipassana) plus the practice of the Brahmaviharas or also samatha-meditation; Dhamma-study or also Dharma based on other Buddhist traditions, including 'secular Buddhism' etc?  I prefer the latter;

* Detachment can also be applied on being dependent on a meditation-teacher too long; there should be a policy about doing meditation (retreats) without a teacher, for experienced yogi's;

* The financial responsibilities had to be transparent; now there are still some questions about the leaving of the treasurer of Vipassana Nederland who also was the treasurer of SanghaMetta;

* It had to be clear what are the functions of the centre (the builings): just facilitating retreats for some weeks òr also a semi-monastic (permanent) living situation for laypeople; these two functions should not been mixed, spatial and financial, especially for fundraising reasons. In in my opinion they are mixed now;

* It had to be clear that the organization who prepares the realisation of the centre is either an independent group or a coalition of existing organisations; also the relations between the existing groups had to be clear; in the Dutch situation that's not the case with 'SanghaMetta'. I call 'Sangha Metta' and 'Vipassana Centrum Nedferland' to do a coordinated effort for realising both centres, for both functions.

========================================================================

Bijlage

Twee verklaringen van Gerben Hieminga, zoek de verschillen


Ten aanzien van zijn vertrek bij het Vipassana Centrum, gepubliceerd begin november:
Uit  Vipassana Centrum, Nieuwsbrief 4 :
"... Ik ben nu anderhalf jaar vader en in die tijd heb ik gemerkt dat de combinatie van het vaderschap en een drukke baan steeds moeilijker te combineren zijn met het intensieve vrijwilligerswerk. Ik heb daarom besloten meer tijd voor mijn gezin vrij te maken in deze drukke jaren van het vaderschap. Ook ben ik in deze fase van het ontwikkelproces niet de juiste persoon op de juiste plaats. Mijn kwaliteiten liggen vooral in het praktisch realiseren van een meditatiecentrum. Het initiatief is echter nog niet in deze fase en er moet nog veel werk verricht worden om draagvlak te creëren en partijen inhoudelijk en financieel aan elkaar te binden. ...”

Ten aanzien van zijn vertrek bij het Vipassana Centrum èn SanghaMetta :
Uit  *OpenBoeddhisme* 2 aug 2014 :
" De andere reden is een verschil van inzicht over het resultaat dat van boeddhistische beoefening verwacht mag worden: ‘Het boeddhistische pad kan volledig begrip bieden van veranderlijkheid, de illusie van ego en het onbevredigende karakter van alles wat geconditioneerd is. Dat wil echter niet zeggen dat gedrag dat maatschappelijk als onjuist beoordeeld kan worden niet of zelfs nooit meer optreedt. (…) Hieminga maakt daarbij echter een kanttekening: ‘Ook mensen die de dhamma voor een groot deel of zelfs geheel gezien hebben, zijn naast goede ook nog steeds tot domme dingen in staat.’ Hij stelt vast dat veel mediterenden tegelijk verlangen ‘naar een einddoel van perfect menselijk gedrag, altijd en overal.’ Zo worden zij van twee kanten uiteen getrokken. Volgens Hieminga besteden boeddhistische leraren en bestuurders aan deze twee aspecten te weinig, of te eenzijdig aandacht. Hieminga legt uit dat hij ‘transparantie en congruentie’ belangrijk vindt. Dit betekent: iemands overtuiging, houding en gedrag moeten met elkaar in overeenstemming zijn, inzichtelijk en passend bij het nagestreefde doel. Het afgelopen half jaar kwam Hieminga geleidelijk tot het inzicht dat het hieraan binnen beide stichtingen op belangrijke onderdelen schort.
‘Ik ben als bestuurder te vaak geconfronteerd met in mijn ogen onjuist gedrag, waarbij ik niet inhoudelijk reageer op specifieke kwesties.’ Omdat de overschreden grenzen in zijn ogen wezenlijk zijn, wilde Hieminga over deze observaties niet ‘onderhandelen’. Wie denkt voor verandering te kunnen zorgen moet op zijn post blijven, vindt hij. Maar binnen de ‘gegeven structuren en bestuurlijke context’ ziet Hieminga daartoe geen mogelijkheid. ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik hiervoor als bestuurder niet langer verantwoordelijkheid kan en wil nemen.’
"



maandag 20 oktober 2014

Nederlands boeddhisme en bescheidenheid, een lastige combinatie - vooral voor sommige BUNners - En nieuws over de rechtszaak BUN versus CvdM

"In Nederland wonen ongeveer 50.000 volwassenen die zeggen boeddhist te zijn. Dat blijkt uit cijfers van de in september 2014 gepubliceerde Religieuze kaart van Nederland van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)." Aldus het Boeddhistisch Dagblad op 17 oktober .
In welk absoluut aantal het door het CBS vermeldde percentage van viertiende procent precies omgezet moet worden, is wat lastig, maar die 50.000 lijkt me heel waarschijnlijk; mijn rekensom verleden week kwam op 65.000 uit maar had ook de 0- 18 jarigen meegerekend.

De discussie over het aantal boeddhisten in Nederland is oud, èn verhit.
Omdat het om belangen gaat
.
Met name de BOS (en de BUN als volgeling van de BOS) heeft het aantal steeds veel te hoog voorgesteld, omdat dat meer zendtijd voor radio en t.v. op zou leveren. In 2009 werd het hoogtepunt bereikt met een zogenaamd resultaat van 900.000 boeddhisten. Dat werd toen door geen zinnig persoon serieus genomen en sindsdien ook niet meer door BOSsers en BUNners.

Het gewraakte onderzoeksrapport is lange tijd formeel vertrouwelijk geweest, maar was meteen in 2009 bekend geworden; uiteindelijk heeft de BOS het gepubliceerd: zie hier en hier
Het rapport was een bijlage bij de licentie-aanvraag zelf, hieronder de beslissende pagina van deze aanvraag waaruit duidelijk wordt dat het onderzoek bedoeld was de aanvraag te onderbouwen. (Klikken om te vergroten)

Het is dit onderzoek geweest waar dit zogenaamde resultaat uit kwam, dat al een paar jaar de BUN achtervolgt, omdat het Commissariaat voor de Media (CvdM) vond dat de BOS dit onderzoek niet uit omroepmiddelen had mogen betalen. Logisch was geweest dat de BUN, die de omroeplicentie had aangevraagd, dit net als andere aanvragers uit eigen middelen had betaald.
Formeel is de BUN hiervoor aansprakelijk want die heeft de omroeplicentie gevraagd en begin 2010 gekregen, de BOS is een soort minderjarig kind van de BUN.
Het CvdM heeft de BUN aangeslagen voor terugbetalen van € 50.0000 omroepgeld plus een boete van € 2.500 opgelegd.
Sindsdien is daar veel over geschreven, in mijn blog (bv 15 juni 2012 ) en *OpenBoeddhisme* .
(PS: sommige links naar de CvdM-website werken niet meer, daarom hier een nieuwe over hun besluit van 13 december 2012 waarin ook de geschiedenis ervan beschreven wordt: 'Beslissing op bezwaar'
Update 27 oktober: het besluit is niet dec 2012 maar maart 2013 gedateerd)

De website van de BUN bevat al ruim twee jaar lang dezelfde informatie op de nieuwspagina:
"Boete BUN van Commissariaat van de media
Zoals op de ALV van 9 juni jl. 2012 bekend is gemaakt en het Boeddhistisch Dagblad twee dagen later heeft gepubliceerd, heeft het Commissariaat van de Media de BUN een boete van 2.500 Euro opgelegd. Ook stelt het CvdM dat de BUN € 50.000 moet terugbetalen van de € 81.749 die de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) in 2009 heeft uitgegeven aan een onderzoek naar de omvang van de achterban.
BUN en BOS hebben het Boeddhistisch Dagblad in een gezamenlijke reactie op vragen op 11 juni [2012] een verklaring gezonden:
De BUN en BOS hebben inderdaad een sanctiebeschikking ontvangen van het Commissariaat voor de Media. In deze sanctiebeschikking stelt het CvdM zich op het standpunt dat een door de BOS in 2009 uitgevoerd marktonderzoek deels onrechtmatig gefinancierd is. Dit besluit heeft de BUN en BOS zeer verrast: zij kunnen zich niet vinden in de onderbouwing van de beschikking, zullen deze verder juridisch toetsen en onderzoeken en formeel bezwaar aantekenen tegen de beschikking. Gedurende dit proces doen BUN en BOS hieromtrent geen verdere uitspraken anders dan dat conform de delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS de eerste gevrijwaard is van iedere aansprakelijkheid.
" Bron: hier .

Die laatste zin betekent: als de BUN al zou moeten (terug)betalen, dan gaat de BOS dat voor hen doen.
BUN en BOS gaan er daar dan bij van uit dat de BOS dat mag doen van het CvdM (de BOS zou dat dan uit omroepmiddelen, dus publiek geld, doen)
En of de BOS dat wel kan doen. Want als de rechtszaak nog langer dan de afgelopen twee jaar wordt getraineerd, dan is de BOS - per 31 december 2015 - opgeheven en kunnen ze niet meer betalen.
Tenzij ze de opbrengst van de huidige actie om 'Vriend van de BOS' te worden, hiervoor gaan gebruiken (die actie met die lelijke kleuren waar het Bardo-begrip onjuist in gebruikt wordt en de bestemming van het geld onduidelijk blijft).

Misschien kiest de BUN toch eieren voor haar geld, want de rechtszaak gaat binnenkort eindelijk plaatsvinden. Nieuws dat ik heb van de redactie van *OpenBoeddhisme*.
Namelijk op woensdag 12 november om 10.00 uur bij de Meervoudige Kamer van de Rechtbank Amsterdam
.
Het zou mooi zijn - ook voor de BUN-leden die misschien wel mee moeten gaan betalen - als de uitspraak nog voor de Algemene Ledenvergadering van 22 november bekend wordt. Want als het erna komt, blijft het vast onzichtbaar; het nieuws van de zittingsdatum hebben BUN of BOS ook niet zelf bekend gemaakt.


Dit als achtergrond voor een koddige discussie deze week in het BoeddhistischDagblad.
Tussen ene Budasa Samsara die ik niet ken en Ujukarin, die ik maar al te goed ken, omdat hij al jaren iedereen die kritiek heeft op de BUN verwijt 'onzuiver te spreken', daarmee voorschriften van de Boeddha overtredend. Ujukarin maakte en maakt elke discussie over het georganiseerde boeddhisme al jaren onmogelijk.

"Budasa Samsara zegt:
19 oktober 2014 om 14:03

België: 11.000.000 inwoners > 29.500 “boeddhisten”
Nederland: 17.000.00 inwoners > 50.000 “boeddhisten”
De bevolking van NL gesteld op 154% Belgische bevolking, laat zien dat de uitkomst van het CBS vrij accuraat is (had ong. 45.500 moeten zijn).

Laat ons gewoon eerlijk zijn: de dharma leeft niet echt in Nederland. En dat hoeft ook niet. Tenminste, niet voor de dharma.
Natuurlijk zijn er allerlei “belanghebbenden”: BUN, BOS, BZI die nood hebben aan krankzinnig en onrealistisch opgeschroefde getallen . Hun geloofwaardigheid en bestaansrecht hangen daarvan af.
Nu heeft de BZI (plus de uit de lucht gegrepen ambtsopleiding bgv) al helemaal geen geloofwaardigheid. Dat komt echter door geheel andere oorzaken dan enkel demografie.
BUN en BOS zouden er goed aan doen om eens eerlijk in de spiegel te kijken. Wellicht zien zij dan in dat zij vrijwel geen bestaansrecht/geloofwaardigheid hebben. De groep “boeddhisten” in Nederland is verwaarloosbaar. Echter, zulk inzicht vergt eerlijke introspectie en het loslaten van hebzucht-aversie-versluiering. Deze drie zijn juist de oorzaak van het ontstaan en bestaan van BUN, BOS en BZI.

Er is voor de beoefening van de dharma -voor het pad leidend tot ontwaken- geen centraal gezag nodig, anders dan de dharma zelf.
Lees even de laatste woorden die de Boeddha sprak voordat hij overleed. Het lijkt mij goed in te zien dat hij -op zo’n belangrijk moment in zijn leven- een aantal andere aspecten belangrijker had kunnen achten. Hij deed dat echter niet.

Geachte Bunners, Bossers en Bézètiërs en andere “boeddhistische” voor-zichzelf-zorgers: ga terug naar de dharma en schaam je: jullie pretentie en opgeblazen ego staat in geen enkele verhouding tot de werkelijke grootte van de groep mensen die jullie ‘bedienen’. Zie dat in en hef jezelf vervolgens op. Zo snel mogelijk, graag. Grote dank.


Ujukarin zegt:
19 oktober 2014 om 20:50

Hmmm…. ik kan je slechts aanraden om eens goed naar de Spraakvoorschriften te kijken, zoals bijvoorbeeld in de Abhaya Soetra. Als je DAAR nu eens een voorbeeld aan zou nemen inplaats van een niet onaanzienlijk stuk toch wel lichtelijk beschamende negativiteit te ventileren dan liet je misschien enige ruimte voor discussie :-(

With folded palms,
"                                     Bron: BD 18 en 19 oktober

=======================================================================

Inmiddels heb ik van twee BUN-leden een reactie gekregen op mijn voorstel 'Maak van de BUN een Federatie van Boeddhistische Tradities'  van  25 augustus
Eén reactie was positief, een ander vond het 'niet erg realistisch'.
Het bestuur van de BUN meldde me, het op hun bestuursvergadering te hebben besproken en schreven verder dat het rapport van de werkgroep Verboom hierover op de agenda van de ALV van 22 november staat.
In feite is het huidige gebakkelei over Dorje Shugden (zie, alweer, Ujukarin ) ook een ondersteuning voor mijn voorstel: ik zet de voor- en tegenstanders op gepaste afstand van elkaar.

maandag 8 september 2014

Conflicten onder ogen durven zien, ook bij vipassana-organisaties – Analyse, vragen en aanbevelingen

Op 27 augustus verschenen er op de website van *OpenBoeddhisme* (OB) twee artikelen over een lang lopend conflict tussen het Bestuur van de SIM plus een aantal van de 'groep van Veertien' vipassana-leraren ( info ) enerzijds en leraar Guus Went anderzijds.
In onderstaande beschouwing heb ik naast kritiek op de actoren in dit conflict ook wel wat te zeggen over de OB-artikelen zelf.
Dat laatste neemt niet weg dat ik zeer blij ben dat het nu naar buiten is gekomen.
Te lang heeft het conflict onzichtbaar voor de buitenwereld (maar ook voor meditatoren !) voortgewoekerd.
Of deze openbaarheid de oplossing versnelt, weet ik niet, maar dat is de vraag niet.
De vraag is: durven we, met al onze metta-gevoelens, conflicten onder ogen zien?

Ik noem het 'een conflict' maar de gebeurtenissen van de afgelopen anderhalf jaar kunnen ook beschreven worden als 'een verzameling van pijnlijke processen.'
Het beste kunnen de artikelen zelf gelezen worden:  [de link http://openboeddhisme.nl/geen-wijsheid-zonder-ethiek-en-concentratie/ - artikel Guus Went -   en de link http://openboeddhisme.nl/stichting-inzichts-meditatie-handelt-in-strijd-met-eigen-ethisch-drieluik/ - artikel redactie OB - werken momenteel niet) .
Het is mogelijk dat er na het verschijnen van deze blog van mij nog nieuwe artikelen op de website van openboeddhisme.nl over deze processen verschijnen. Eventueel geef ik een update.

========================================================================

Wat is er feitelijk aan de hand?

Er is een lijst van 'SIM-leraren ', d.w.z. die leraren die (regelmatig) voorkomen in de 'Agenda', op zowel de website als de papieren (drie maal per jaar verschijnend) versie genaamd 'Simsara'.
Service voor degenen die mogelijk naar een retraite willen, zo heb ik steeds duidelijk als 'gebruiker' ervaren.
En dus niet primair service, of meer, voor de leraar die naamsbekendheid nodig heeft.

Er staan op de 'Agenda' van de SIM twee soorten retraites:
* Door de SIM georganiseerd;
Hiervoor gelden de 'Algemene voorwaarden en informatie' ; dat is niet het geval bij:
* Niet door de SIM georganiseerd
De retraites van Guus Went behoorden tot de tweede categorie; ik heb van hem vijf aankondigingen van vijfdaagse retraites gevonden, van begin 2012 tot zomer 2013.

De vraag is wie het recht heeft te bepalen of een retraite in de 'Agenda' wordt opgenomen? En wie in het verlengde daarvan bepaalt of een leraar die met enige regelmaat meditatoren van zulke retraites begeleidt, in de lerarenlijst wordt opgenomen? Statutair is dat - voorzover ik weet - niet specifiek geregeld, dus geldt de algemene statutenregel: dan beslist het bestuur.

En het bestuur van de SIM heeft zomer 2013 besloten, al dan niet voldoende gemotiveerd,
Guus Went en de door hem zelf georganiseerde retraites niet langer in de agenda op te nemen, en van de lijst te verwijderen.
En dat pikte hij niet.   Dat is er aan de hand.


========================================================================

Hoe vind je een retraite, en hoe geef je bekendheid aan een retraite?

Omdat het niet in de artikelen van Guus Went of de redactie van OB staat en ook verder nauwelijks beschreven is (daarvoor is het voor de insiders te evident) een poging om te beschrijven hoe het er met het gaan naar een retraite aan toe gaat.
Ik heb de nodige ervaring met het me inschrijven en bezoeken van retraites (wel en niet die van de SIM, in het binnenland en elders in Europa) en éénmalig ook met het organiseren van een retraite.

Vanuit de 'gebruiker', degene die naar een retraite wil: die zoekt op de diverse agenda's: die van de BUN ( http://boeddhisme.nl/agenda/retraites.html ), die van het BoeddhistischDagblad (http://boeddhistischdagblad.nl/agenda/ ), die van Bodhitv (http://www.bodhitv.nl/agenda/ ) en die van BoeddhaMagazine (http://boeddhamagazine.nl/agenda/ ). Of hij/zij gaat naar de website van organisaties die vaak retraites organiseren zoals de SIM (http://www.simsara.nl/agenda/ ) of SanghaMetta (http://sanghametta.nl/programma-en-activiteiten ) en nog een paar andere met Theravada-grondslag, want daar hebben we het over ('Mindfulness' laat ik dus buiten beschouwing).
Uiteraard is er een overlap tussen deze agenda's, maar dat weet je pas als individuele bezoeker als je er geweest ben.

Je schrijft je in (als er nog plaats is) en betaalt de gevraagde bijdrage. In de meeste gevallen is dat voor voeding, huisvesting en andere organisatiekosten zoals reiskosten voor de leraar. De 'beloning' voor de Dhamma de leraar in de retraite heeft geschonken is in de meeste gevallen (en zo is het ook het sterkst overeenkomstig de intenties bij de Theravada) in de vorm van te geven 'dana' achteraf, een gift zonder een bepaalde hoogte. De meeste leraren hebben ook een baan (of ZZP-constructie) als inkomstenbron, als echte inkomstenbron in de meeste gevallen.
Sommige leraren behouden de dana zelf, andere schenken het weg, bijvoorbeeld aan hun klooster/sangha.   Daarnaast is er soms voor de uit vrijwilligers bestaande staf ook dana.

Van de kant van degenen die een retraite organiseren is de beschrijving min of meer het spiegelbeeld van het bovenstaande: of de leraar zelf of een organiserende groep om de leraar heen meldt de retraite aan, marketing is tegenwoordig belangrijk, meestal wordt in zoveel mogelijk media aangemeld. En op de eigen website die de meeste leraren tegenwoordig ook hebben. En tijdens andere bijeenkomsten of retraites worden flyers uitgedeeld en vaak gaat er een mailing uit. Kortom: het vergt inspanning, behalve bij beroemde leraren.

Nog een aparte opmerking over de lijst van leraren van de SIM: ik heb in de loop der jaren heel wat mensen gesproken (soms ook geadviseerd) over een retraite-gang; maar naar die lijst werd nooit verwezen, zelf kijk ik er alleen met een professionele blik wel eens naar. Die speelt dus geen rol in de 'marketing' van een retraite.

Internet-jargon: ik spreek van de website van de SIM, de SIM doet dat ook. Het artikel van OB heeft het echter over 'webportal', een niet op feiten gebaseerde opwaardering. Een 'Portal '  is  "een webpagina die dienst doet als "toegangspoort" tot een reeks andere websites, die over hetzelfde onderwerp gaan. Soms dus synoniem van start- of hoofdpagina, maar meestal ook als vertrekpunt en overzichtstabel voor verdere navigatie binnen een onderwerp."  Is simsara.nl niet

========================================================================

Een begin van een analyse van 'het conflict'

Ik heb niet gehoord wat de visie van het bestuur van de SIM op de gang van zaken is, maar uit het verslag van Guus Went plus de informatie gebracht door de redactie van OB krijg ik de indruk dat dit procedureel gezien slordig en menselijk gezien bot is gegaan. Maar wellicht zijn er allerlei subtiliteiten die ik (nog) niet ken en mijn (voorlopige) oordeel zouden beïnvloeden.

Dit is de tweede ervaring met het wel of niet op de lijst houden van een leraar. Beide keren was het problematisch. Januari 2011 heeft Adi Ichsan (ook een van de 'veertien') geprobeerd Stephen Batchelor van de lijst verwijderd te krijgen; de toenmalige SIM-voorzitter Dingeman Boot heeft die aanval afgeslagen. (Vanuit m'n waardering voor Batchelor als inspirerend seculier boeddhist heb ik me toen ook zeer actief opgesteld; de email-uitwisseling hierover bewaar ik zuinig, had ik ook wel een blog van kunnen maken.)
Er is dus alle reden toe, in de statuten van de SIM een duidelijke regeling te treffen. Want linksom of rechtsom moet er een mogelijkheid zijn dat de SIM aan de bezoekers van haar website en lezers van haar blad duidelijk maakt of een bepaalde leraar aanbevelenswaardig is.

Er speelt nog een ander thema. De laatste jaren ontstaan er op steeds meer plaatsen in het georganiseerde boeddhisme adviesraden van leraren naast (of boven) de besturen. Bij de BUN is er een gekomen, de stichting Vipassana Centrum Nederland kent er een; en in feite blijkt nu ook het SIM-bestuur een of meer leraar-adviseurs te hebben. Ik vind dat een ongewenste ontwikkeling. De SIM bv is een seculiere organisatie (een service-organisatie), geen sangha; een raad van leraren erboven/naast is ongewenst, de besluitvorming wordt er troebel door. Op z'n minst moet die besluitvorming precies worden geregeld maar dan nog vind ik het overbodig: bestuursleden van een stichting als de SIM zijn toch ook wel Dhamma-fähig?

Inhoudelijk maar ook beleidsmatig speelt er nog meer: de spirituele erfenis van Bhikkhu Mettavihari:
• Sinds 2006 werken ’De Veertien’ aan richtlijnen die afwisselend met Handleiding leraar Vipassana in de Tipitaka-traditie, Handleiding voor Vipassana leraren in de Nederlandse Mahasi Sayadaw traditie en Samenvatting Handleiding Leraren Vipassana Meditatie worden aangeduid.
...
• ‘Indien iemand zonder goedkeuring van een gekwalificeerde leraar zelf als Vipassana leraar aan de slag gaat, kan hij/zij niet melden dat hij/zij binnen onze Nederlandse Vipassana gemeenschap gekwalificeerd is,’ aldus de Samenvatting (19 september 2010).
Bron: 'Samenvatting '

In plaats van de quasi-diagnostische en te persoonlijke term 'psychisch labiel', àls die echt als etiket is gebruikt, had beter een meer functionele term als 'ongekwalificeerd' gebruikt kunnen worden, omdat daarna een kwalificatie-traject denkbaar is. Bijvoorbeeld door gedurende een bepaalde periode retraites te geven samen met een ervaren leraar; want een uitstekende meditator zijn (met hoge niveaus van realisatie / nana's) is wat anders dan een goed leraar zijn.

Ik krijg de indruk, maar mogelijk klopt dat feitelijk niet, dat Guus Went als 'ongekwalificeerd' werd beschouwd in bovenbedoelde zin.   Het probleem is:
  Uit wie bestaat in bovenstaand citaat 'de Nederlandse vipassana gemeenschap' ?
En is er vipassana (of andere vormen van Theravada-boeddhisme beoefenen) buiten die 'gemeenschap' waarmee die 'gemeenschap' wel kan samenwerken?

Aan de andere kant vind ik het (niet positief bedoeld) nogal reïficerend als de redactie van OB als schijnbaar objectieve informatie stelt "Boersma ... behoort tot de Raad van Acht die aan het hoofd van de Mettavahari Heritage Sangha staan ". Dit zijn entiteiten die alleen in de hoofden van sommige mensen bestaan. Dit is taal die meer bij het Tibetaans boeddhisme past.

Maar voor het geval dat het die kant uitgaat (ik denk het niet, daarvoor zijn de verschillen tussen 'de Veertien' te groot), dan herinner ik aan (het laatste deel van) m'n blog van een paar weken geleden, met als vraag:  Is dit mijn sangha? .

======================================================================

Nog meer vragen

Wat er de afgelopen jaar - vanaf maar ook voor de bestuursvergadering van 2 juni 2013 - precies gebeurd is, blijft voor mij onduidelijk, ook omdat het SIM-bestuur tot nu tot geen beschrijving van de feitelijke gebeurtenissen (vertrouwelijk houdend wat vertrouwelijk moet blijven) heeft gegeven.
Was er op die vergadering een besluit of een 'voorlopig besluit' genomen waarvoor nog een apart 'uitvoeringsbesluit' nodig was zoals de redactie van OB schrijft? Was Paul Boersma adviseur en is dus het SIM-bestuur verantwoordelijk voor zijn activiteiten richting Went of was hij als leraar relatief autonoom in bv het gesprek dat hij kennelijk met Guus Went heeft gehad en de mail die hij aan z'n collega-veertieners heeft verstuurd? Was Paul Boersma op de bestuursvergadering van 2 juni 2013 aanwezig zoals OB stelt maar Guus Went niet? Is de functie 'bestuursadviseur' nieuw, want ik had er nooit eerder van gehoord en hij staat niet in Simsara/Organisatie ?

Overigens: ik begrijp ook niet waarom Paul Boersma het besluit van het SIM-bestuur (om Guus Went van de lijst te verwijderen) aan de andere leraren van de 14 heeft doorgegeven; was hij adviseur namens de 14 of op persoonlijke titel? En ik begrijp niet dat hij dit zonder afschrift aan Guus Went heeft gedaan. Alleen betwijfel ik het effect hiervan op 'reputatieschade' het afgelopen jaar: er is buitengewoon vaardig gezwegen.
Ik beweeg me toch ook intensief in het vipassana-wereldje en had tot voor een paar weken geleden geen vermoeden dat er een conflict tussen het SIM-bestuur en Guus Went was. Mijn schatting is dat van de paar honderd tot duizend mensen (er zijn elke maand wel een paar retraites ergens in Nederland en op elke retraite komen gemiddeld een stuk of twintig mensen; en wie overweegt, gaat niet altijd echt) die het afgelopen jaar overwogen naar een retraite te gaan, hoogstens een paar procent er weet van heeft gehad.

Met name over de mediatie vind ik het verslag van Guus Went (en de aanvulling daarop van de redactie van OB, op basis van informatie van Guus Went of uit andere bronnen) onduidelijk. Wat is er noodzakelijk geheim en wat mag best openbaar zijn? Mogen bv de thema's die beide partijen als mediatie-onderwerpen hebben aangedragen, niet openbaar zijn? Was het de bedoeling dat een lid van de Ethische Commissie als deelnemer van de partij SIM aan de mediatie mee zou doen, of zou zij als een soort derde partij moeten deelnemen; en wie heeft de suggestie (van de EC in die richting) afgewezen? Wanneer heeft Guus Went - wat hij kennelijk heeft gedaan - een advocaat ingeschakeld en wanneer heeft die in een brief aan de SIM voor het eerst van zich laten horen, was dat tijdens het mediatie-proces? Is zo'n interventie toegestaan gedurende het mediatie-proces? Valt alles wat Guus Went heeft geschreven buiten de geheim-verklaring van de mediatie, of is die vervallen na het mislukken (is er formeel van mislukken sprake?) van de mediatie? Waarom had Guus Went eenvoudig niet kunnen zeggen: de opinie als dat ik 'psychisch labiel' zou zijn wens ik niet op de lijst van mediatie-thema's, en zou het er daardoor ook niet op gekomen zijn? Heeft de mediator hem niet gezegd: bij 'onderhandelingen' (mijn term) zoals een mediatie op een bepaalde manier is, hoeft een partij niet bij voorbaat iets 'weg te geven', en dus mogen ze proberen dit aan de orde te stellen; dat (een punt laten vallen) kan tijdens het proces?

Hoort een deel van de mededelingen van Guus Went in zijn essay niet tot de vertrouwelijkheid van de mediatie? Wat was nu eigenlijk het gebied van de mediatie: zakelijk (het economische gevolg van niet meer op de lijst staan etc) of psychologisch-relationeel (in de zin van: hoe mensen met elkaar, en m.n. met hem, omgaan)? Een economisch conflict of een vecht-scheiding? En wie heeft die twee door elkaar gehusseld?
Het verslag dat de redactie van OB van dit mediatie-proces geeft, suggereert dat de mediator het proces niet goed in handen had. Vindt Guus Went dit ook en heeft hij (of zijn advocaat) dat ook aan de mediator of aan de instantie die daar over gaat, gemeld?

======================================================================

Een persoonlijke, een juridisch/economische en een ideologische kant van 'het conflict'

Het begon heel persoonlijk, over verliefd worden als ik het goed begrepen heb uit het essay van Guus Went; maar dat zit dicht bij 'dit wil ik niet weten'.
Na het concept-besluit van het SIM-bestuur verdween dit naar de achtergrond.
Het conflict heeft naast de juridische/economische kant waar OB vooral op in gaat en de relationele en psychologische kant dat zo ongeveer de helft van het essay van Guus Went vormt ook een ideologische kant.
Ik doel met 'juridisch/economisch' bijvoorbeeld de zin “De belangen van de … en de …en ... zijn nauw met elkaar verweven: persoonlijk, bestuurlijk, institutioneel, financieel en commercieel” in het OB-artikel. 'Persoonlijk, bestuurlijk, institutioneel'; daar kan ik me - het wereldje een beetje kennend - iets bij voorstellen, maar van 'financieel en commercieel' (verweven zijn) wordt geen schijn van bewijs geleverd.

======================================================================

Is een kort geding on-boeddhistisch?

Nog een opmerking over de juridische kant van het essay van Guus Went. Na z'n beschrijving van het mediation-proces (dat ik op talloze punten procedureel en inhoudelijk niet begrijp) komt het bij het thema 'kort geding'. Hij zegt: "Het SIM-bestuur stelt een eventueel kort geding te beschouwen als 'niet passend binnen de beginselen van de boeddhistische traditie'... "
Of het SIM-bestuur dit echt heeft gesteld, weet ik niet. Maar hoe te bepalen of dit correct is? Dat kan op twee manieren:
- Hoe ging en gaat het er aan toe in het hart van de Theravada-traditie, in de klooster, bij conflicten tussen monniken? Dat wordt minutieus in de Vinaya geregeld. Volgens mij kan er daarbij wel een punt komen, bij bepaalde misdrijven dat het klooster een monnik aangeeft bij de wereldlijke heerser. Dus pertinent tegen juridische procedures is de traditie in dit opzicht niet. Maar dat een monnik een kort geding aanspant tegen z'n abt, is ondenkbaar.
- De meer softe moderne benadering van het lekenboeddhisme dat men onderling de zaken met metta en respect voor elkaar bespreekt (dus niet van 'een conflict' spreken), zuiver sprekend en onthecht van eigenbelang met elkaar omgaat; en alleen in het uiterste geval een wijze boeddhistische leraar als scheidsrechter inschakelt. Of dat laatste wenselijk is, is de vraag.

======================================================================

Ideologie, d.w.z. opvattingen over vipassana en andere aspecten van het Achtvoudige Pad

Dan de ideologische kant: de strijd tussen 'alleen vipassana' en 'Theravada is meer dan vipassana' (ik simplificeer een beetje)
Hierop gaat Guus Went zelf uitgebreid in; z'n betoog hierover vormt de andere helft van z'n essay. Ook al omdat hij mij als getuige (a charge of a decharge, weet ik eigenlijk niet, ik ben geen jurist) citeert, wil ik dat ook doen.
(Guus Went noemt trouwens ook Adi Ichsan als een soort getuige, of verwante; dat vind ik interessant, met Adi in één rijtje te staan, al kan ik het me wel voorstellen: Adi heeft ook een fundamentele opvatting over 'de zuivere leer')
Het is de vraag of de andere partij het ooit als een ideologische strijd heeft gezien. Vermoedelijk heeft men (SIM of sommige van 'De veertien') zijn opmerkingen als symptoom van onterechte superioriteit gezien. Of, nog erger, men kreeg het gevoel dat hier de geest van voorheen Dhammawiranatha sprak. Ik speculeer hier, het zijn 'wilde duidingen', dat realiseer ik me.
Hoe dan ook: ik vind het leuk op zijn essay te reageren.

De drieslag ethiek – concentratie – wijsheid die hij gebruikt, vind ik nooit zo gelukkig. Het is een vereenvoudiging van de acht aspecten van het Edele Achtvoudige Pad ( zie Wikipedia ).
Maar bovenal: deze driedeling is niet bruikbaar om het spanningsveld vipassana (toepassen van 'juiste sati') versus concentratie (toepassen van 'juiste samadhi') weer te geven: die vallen beide onder 'concentratie'.
En dan nog: wijsheid kan je niet beoefenen, het is een resultaat, althans het aspect 'juiste inzicht' er van. Het aspect 'juiste gedachten' (samma sankappa, juiste intenties) is trouwens ook behoorlijk ethisch van aard, ook al is het formeel geen 'sila'.
Wordt de ethiek verwaarloosd in de vipassana? Verre van dat; vaak worden twee niveaus onderscheiden:
*  het beginnersniveau, het wereldse: bij elke toevluchtname worden ook
   de 'vijf leefregels' voorgenomen.
*  in het meer gevorderde stadium gaat het om inzicht in heilzame en onheilzame
   fenomenen: ethiek via de achtzaamheid dus.
“Alleen uit concentratie komt wijsheid voort “, stelt Guus Went. Ik realiseer me dat ik nu los van de kontekst citeer maar dit is m.i. niet correct. Precieser: het is incompleet; als er zou staan:
“Ook concentratie is nodig voor wijsheid ”, dan zou ik wel akkoord gaan, van harte zelfs.

Guus Went is voorstander van de 'echte vipassana a la Mahasi Sayadaw'. Ik vind het prima als er ook dit soort retraites in Nederland komt, maar bepaald niet alleen. Mijn voorkeur gaat uit naar het meer pluriforme model van Spirit Rock, waarover Jack Kornfield een paar jaar geleden zo bevlogen heeft gesproken. Ik heb het al eens geciteerd maar doe het hieronder nog eens. Uit  'TheBuddhadharma '

Toen ik dit verleden jaar tijdens de 'Vriendenmiddag' in Deventer benadrukte, zei het bestuur (Ansink en Gijsen) het daarin met mij eens te zijn. Nu nog steeds, neem ik aan.
Die middag ging over het initiatief een Vipassana Meditatie- en Studiecentrum ergens in Nederland te realiseren. Een idee dat al een paar jaar leefde.
In zijn beschouwing beschrijft hij ook zijn initiatief (een verband dat ik niet eerder heb gelegd gezien), een bepaalde in Birma woonachtige Duitse monnik uit te nodigen regelmatig naar Nederland te komen "als mentor (althans één van de mentoren) van een in Nederland op te richten Dhamma-centrum."  De term 'mentor' komt mij hier merkwaardig voor, het lijkt meer op een soort 'patroon'. Ook de timing (al een zwaar ideologisch stempel drukken nog voordat de discussie over wat voor een soort meditatie-centrum-gebouw we willen, op gang gekomen is) lijkt me niet zo gelukkig gekozen.

======================================================================

Terug naar het pijnlijke conflict met Guus Went
Drie vragen:

Kunnen we helpen?


Met 'we' bedoel ik hier degenen om wie het gaat: de mediterenden, de retraite-bezoekers.
De geschiedenis terugdraaien naar de situatie voor juni 2013 of oktober 2013 bijvoorbeeld lijkt me niet mogelijk.
Kunnen we, als niet-leraar, doen wat Guus Went juni 2014 aan de leraren heeft gevraagd: “Ik doe een beroep op de leraren om hun vermogens aan te wenden om de bestuurders van de SIM terug bij de les — namelijk het Ethisch Drieluik — te brengen“  ? Waar is dat, bij de mediatie?

We kunnen wel het bestuur adviseren, toe te geven dat er enige 'onhandigheden' (een eufemisme) zijn geweest zoals het uit teveel uit de eigen kring samenstellen van de Ethische Commissie, waardoor Guus Went (naast het kennelijk onvermijdelijke verwijderen van de lijst) onnodig leed is berokkend. En toegeven dat er leermomenten zijn (zie onder).

Mediterenden kunnen zelf de website van Guus Went bestuderen en zelf beslissen of ze naar een van zijn retraites gaan.
Het zou goed zijn als hij op deze website ook over dit conflict schrijft,
net zo als het goed zou zijn als de SIM er op haar website over schrijft!

Moet er op korte termijn iets gebeuren?

Moet dit personele consequenties voor het SIM-bestuur hebben?
Aftreden van Hans Gijsen is voor mij niet nodig. Wel moet men haast maken met de opvolging van de bestuursleden waarvan de maximale termijn verstreken is (of de statuten wijzigen): niet zozeer met goede meditatoren of goede organisatoren maar met goede bestuurder(s).
En wel lijkt het me beter dat Hans Gijsen per direct stopt met het secretarisschap van de stichting Vipassana Centrum Nederland, deze tweepettigheid is niet langer wenselijk.

Heb ik ook een advies voor Guus Went? Ik denk dat hij moet kiezen:
- Of denken: laat ze allemaal de ... (ik denk: de tering) krijgen, ik wil niets meer
   met ze te maken hebben, heb m'n eigen website en organiseer m'n eigen retraites,
   net zo als een aantal andere leraren dat doen. Liefst samen met anderen,
   want collegiale toetsing is nooit weg
- Of een kort geding aanspannen tegen het bestuur van de SIM en eisen:
   (a) weer opgenomen te worden in de lijst van leraren; en
   (b) weer vermeld worden van z'n retraites in de agenda van Simsara.

Kunnen we hier van leren?

Hierboven heb ik al een paar suggesties voor meer precies regelen van een aantal zaken in de SIM-statuten gedaan (besluitvorming wie op 'de lijst' van Simsara komt, rol van bestuursadviseur)

Veel fundamenteler is het probleem hoe te checken of iemand een goede leraar is; en wel in combinatie met een ander thema: de SIM moet geen monocultuur (niet slechts Mettavihari-leraren, of slechts Mahasi-leraren of slechts ... wie dan ook) hebben?
De methode van de 'Mettavihari Heritage Sangha' is te beperkt, betreft alleen de eigen groep. Er moet een breder kader komen. De werkwijze van de 'Handleiding', ook genoemd 'Samenvatting' is onvolledig, omdat hij niet op alle leraren betrekking kan hebben.
Mijn voorstel: laten we de werkwijze van Spirit Rock (California) bestuderen en op Nederlandse schaal toepassen, zie Teacher Training at Spirit Rock

Tenslotte moet m.i., zo snel mogelijk, de huidige lijst van leraren (van de website) verwijderd worden. Er kan in de komende jaren een nieuwe worden opgebouwd, als daar behoefte aan is, met duidelijke criteria en procedures.

======================================================================

Voor de formele duidelijkheid: ik heb vele jaren bij Paul Boersma gemediteerd. Deze tekst heb ik zonder enig overleg met hem geschreven. En ik blijf hem, ondanks enige twijfel over zijn bestuurlijke rol, als mijn kalyana mitta beschouwen.

======================================================================

BIJLAGE

Uit ‘ This fantastic, unfolding experiment. Establishing the Insight Meditation Society and Spirit Rock ’ door Jack Kornfield ; een paar zinsdelen door mij vet gemaakt.

“ When we started IMS, it was primarily a Mahasi-oriented center. I brought in the flavor of Ajahn Chah as well. But because Joseph (Goldstein) and Sharon (Salzberg) had done most of their practice through the Burmese lineages of Mahasi Sayadaw and of U Ba Khin, and we shared this training, this is mainly what we taught. From the very beginning we offered the practices of both Mahasi Sayadaw and U Ba Khin, with Ruth Denison and John Coleman leading retreats.
...
When we started, the first principle that we got right —partly out of necessity (or out of desperation)— was that we would do collective teachings . One can see that the centers that have had the most difficulty have invested all the power in just one teacher. Often that person gets terribly isolated, and, as you know, many dharma centers in the West have suffered in some fashion or another due to the misconduct of their primary teacher.
...
The second principle that we got right —and I was a passionate advocate for this— was having multiple lineages . Even though there was a Mahasi lineage through Munindra, Mahasi Sayadaw, Dipa Ma, and Asabha Sayadaw that we shared at IMS, it was very important from the beginning that we invite other lineages and teachers. So early on we invited Christopher Titmuss and Christina Feldman—people who had studied with Ajahn Buddhadasa, Ajahn Dhammadoro, Ajahn Chah, and other teachers. From my own experience, it was healthier for both students and teachers alike to have access to a range of dharma teachings and perspectives. This is an underlying principle at Spirit Rock as well.
The Buddha is often described as the master of many skillful means. Gradual and sudden, outer and inner, form and emptiness were all aspects of his teaching. A wise teacher, and a wise center, needs to offer a whole range of skillful practices, because people come along at different stages of their inner development, with different temperaments, and with different sets of problems. If we limit ourselves to one technique, it will only serve certain people and it won’t be helpful to others. Diversity of practices is an underlying vision at IMS that has also been carried through to Spirit Rock. On our retreats, though we use the basic instructions from Mahasi Sayadaw, we also draw from the teachings and perspectives of Ajahn Chah, Buddhadasa, U Ba Khin, and many others.
....
To preserve the strength of our tradition, the majority of our retreats teach vipassana and the four foundations of mindfulness. Many of our other retreats focus on the brahmavihara (the divine abodes of loving-kindness, compassion, sympathetic joy, and equanimity). Those are our two central streams of dharma practice. The third stream offers an integration of mindfulness practice with other aspects of our dharma vision. These retreats combine mindfulness and yoga, or mindfulness and the creative process, or mindfulness and loving-kindness and psychotherapy. In addition, we have hundreds of daylongs, which along with retreats provide the aspect of our mandala that has to do with integration and how we live. This would also include our Diversity Program, which is committed to offering the dharma to as diverse a population as possible; our Program for Socially Engaged Buddhists; our Family Program, for children and their parents; our Teen and Young Adult Program; and our Program for Yoga Teachers.
To keep Spirit Rock connected to the core of our Buddhist tradition, we made a rule that when people outside our lineage come here to teach retreats, they would always be joined by one of our teachers in order to connect their teachings to our practice. In this way our core practices of generosity, virtue, mindfulness, and loving-kindness are complemented by other lineages and skillful means. ...
So we have had wonderful retreats with Tsoknyi Rinpoche and both Ajahn Amaro and Guy Armstrong on different occasions.
While we are dedicated to preserving and sustaining the core teachings of our lineage, we are also willing to be innovators, as indicated by our willingness to learn from many lineages.
“

maandag 4 augustus 2014

Accent op compassie door de Dalai Lama ook voor binnenlands (Tibetaans) politiek gebruik - Wat anders: beoefenen van 'karuna' en boeddhistische democratie

Een paar jaar lang heb ik gedacht dat de Dalai Lama het hebben van 'compassie ' vooral benadrukte naar Westerlingen toe, om pedagogische en tactische redenen. Omdat het echte Tibetaanse boeddhisme te moeilijk (bv de Madhyamaka) of te bedreigend (tantrisch boeddhisme) voor ze is. En om andere religieuze leiders gerust te stellen dat hij echt niet deze Westerlingen tot het boeddhisme probeert te bekeren. En misschien ook wel richting inwoners c.q. religieuze leiders in India, want daar ligt het thema 'bekeren' gevoelig.
Zie bv m'n blogs van februari en van  juni  van dit jaar. En recent over  'spirituele intelligentie'


Maar het blijkt toch ingewikkelder te liggen. Dit ontdekte ik bij het lezen van het recente artikel
"The Politics of 'Compassion' of the Fourteenth Dalai Lama: Between 'Religion' and 'Secularism' " van de boeddholoog Masahide Tsujimura in het  Journal of Buddhist Ethics .

Eerst de samenvatting van de auteur (vertaald van het Japans naar het Engels, en door mij naar het Nederlands):
" Vanaf 1959 heeft de Veertiende Dalai Lama de opvatting uitgedragen dat democratische hervormingen in het Tibetaanse politieke systeem in stappen uitgevoerd moeten worden.
Hij deed dit door de betekenis en gevoelswaarde (connatation) van het traditionele Tibetaanse concept chos srid zung ‘brel (eenheid van dharma en beleid) te verbreden.
Dit artikel gaat na hoe de Dalai Lama er in slaagde, de traditione betekenis van het concept chos srid zung ‘brel te handhaven in een moderne Tibetaanse democratie door gebruik te maken van de idee 'compassie', teneinde 'religie' en 'secularism' te verbinden. 
"   (pagina 5/6 van de pdf)

'Eenheid van dharma en beleid ' komt – zo blijkt uit het artikel – neer op het ongescheiden zijn van kerk (de kloosters etc) en staat; en op de eenheid van wereldlijk leider en geestelijk leider zijn. Dat waren eeuwen lang de Dalai Lama's; de huidige (14e) heeft z'n wereldlijke leiderschap in 2011 neergelegd, tegen de zin in van veel van zijn volgelingen.
De centrale vraag is wat chos betekent; de betekenissen lijken te variëren en te zijn verschoven. Tot voor kort was dat: 'het Boeddhisme' (soms ook: één van de Tibetaans-boeddhistische scholen).

De door de Dalai Lama ingezette democratisering (in ballingschap, dat gegeven komt wel als een feitelijke maar geen principiële bijzonderheid aan de orde) had drie belangrijke momenten: in 1960, in 1990 en in 2011. Het waren juridische stappen (het neerleggen van het wereldlijk leiderschap in 2011 bijvoorbeeld) maar gingen gepaard aan het verschuiven/verbreden van de betekenis van 'chos .
Daarbij wordt er op gewezen dat de Vinaya zelf al democratische regels heeft.

Tussenconclusie: "Het proces van democratisering, geïnitieerd door de Dalai Lama was dus niet alleen het resultaat van modernisering maar ook van Boeddhistische logica "   (pagina 15)
[ Een voor mij als niet-Tibetaans-boeddhist raadselachtige conclusie, maar ik
  accepteer het bestaan van meerdere soorten logica. Trouwens: Vinaya en
  democratie zijn voor mij toch wel zaken van verschillende orde; Joop R. ]

Vervolgens herdefinieerde de Dalai Lama in een artikel uit 1992 het principe chos: het betekende in het vervolg niet specifiek 'boeddhisme' maar 'geestelijke waarden (spiritual values) ' In wezen alle religies zoals Christendom, Islam, etc vallen hieronder.
Vervolgens verstaat de Dalai Lama hier ook 'secularisme onder, op de wijze in India (volgens hem) gebruikt. Een betekenis als niet-sektarisch en dus niet als anti-religie zoals in het Westen (volgens hem) het geval is.

" Conclusie
Volgens de Dalai Lama, betekent geweldloosheid niet alleen maar het niet-gebruik van fysiek geweld. Geweldloosheid betekent niet de afwezigheid van geweld. Het is iets positievers en zinvollers. Ik denk dat de meer volle expressie van geweldloosheid mededogen is.
"  (pagina 20/21)
Vervolgens verklaart de Dalai Lama dat 'geweldloosheid ' en 'compassie ' synoniemen zijn.

De onderzoeker (Tsujimura) legt vervolgens uit:
" Zeker, mededogen (compassion, snying rje) is één van de belangrijkste concepten van het boeddhisme als een 'religie'. Echter, de Dalai Lama beschouwt mededogen als gemeenschappelijk in alle religies, en dat iedereen meelevend kan zijn, want niemand wil lijden. Vanuit het perspectief van de Dalai Lama is mededogen ook een 'seculier' concept dat wederzijdse tolerantie en respect voor alle geloven impliceert, maar ook voor zonder geloof. Door het gebruik van het begrip 'compassie' als een brug tussen 'religie' en 'secularisme', loste de Dalai Lama het probleem op van de chos srid zung 'brel principe in de democratische hervorming van de Tibetaanse politieke systeem. Zijn politiek is in sterke mate dat van 'compassie'."    (pagina 22)


Mijn conclusie is dat de Dalai Lama in een serie stappen - in de tijd en in de (boeddhistische) logica conceptueel het traditionele Tibetaanse ongescheiden zijn van kerk en staat heeft omgebouwd; en tegelijk ook de 'kerk' (d.w.z. het boeddhisme) ten behoeve van deze politieke reconstructie heeft vervangen door het brede ethische principe 'compassie'.
Politiek-strategisch een knappe prestatie, van hoog niveau: wel zo hoog dat het feit dat Tibet door China bezet is, buiten beschouwing is gebleven.

==============================================================

Tot zover m'n begrip

  Ik blijf het echter problematisch vinden dat compassie gebruikt wordt als een principe;
dat is het niet. Het is iets dat je moet (kan) beoefenen, anders heb je er niets aan.
Het is trouwens ook niet een 'gevoel' zoals veel Nederlandse boeddhisten lijken te denken.

  Twijfel heb ik ook over de wijze waarop de Dalai Lama (met behulp van het
compassie-principe) de boeddhistische democratie denkt vorm te kunnen geven.

==============================================================

Een andere lijn,   1     Compassie beoefenen

Twee vormen van 'beoefenen' van compassie (de term in het Pali is 'karuna') zijn meditatie (niet-denken) en contemplatie (wel vertaald als 'diep denken')

De compassie-meditatie is in Nederland vooral uitgewerkt door de (te vroeg overleden) Khanti Nouwen en wordt nu bijvoorbeeld 'onderwezen' door Frits Koster c.s.   Zie  zijn website
Veel heb ik ook gehad aan 'Liefdevolle Vriendelijkheid ' door Sharon Salzberg ( Asoka-uitgave )

Wat betreft contemplatie waardeer ik nog steeds een oude - en in wat ouderwetse taal geschreven - tekst over het beoefenen van 'karuna ' door Nyanaponika Thera. Lees langzaam zijn  'The Four Sublime States - Contemplations on Love, Compassion, Sympathetic Joy and Equanimity ' :

" Hier, monniken, doordringt een leerling een eerste richting met zijn hart vol mededogen, ook de tweede, de derde en de vierde richting; eveneens naar boven, naar beneden en rondom; hij doordringt de hele wereld overal en gelijkmatig met zijn hart vol mededogen, overvloedig, groot geworden, mateloos, vrij van vijandigheid en vrij van nood. "   (Digha Nikaya 13)

" Contemplations on the Four Sublime States
  ....
  Compassion (Karuna)

The world suffers. But most men have their eyes and ears closed. They do not see the unbroken stream of tears flowing through life; they do not hear the cry of distress continually pervading the world. Their own little grief or joy bars their sight, deafens their ears. Bound by selfishness, their hearts turn stiff and narrow. Being stiff and narrow, how should they be able to strive for any higher goal, to realize that only release from selfish craving will effect their own freedom from suffering?
It is compassion that removes the heavy bar, opens the door to freedom, makes the narrow heart as wide as the world. Compassion takes away from the heart the inert weight, the paralyzing heaviness; it gives wings to those who cling to the lowlands of self.
Through compassion the fact of suffering remains vividly present to our mind, even at times when we personally are free from it. It gives us the rich experience of suffering, thus strengthening us to meet it prepared, when it does befall us.
Compassion reconciles us to our own destiny by showing us the life of others, often much harder than ours.
Behold the endless caravan of beings, men and beasts, burdened with sorrow and pain! The burden of every one of them, we also have carried in bygone times during the unfathomable sequence of repeated births. Behold this, and open your heart to compassion!
And this misery may well be our own destiny again! He who is without compassion now, will one day cry for it. If sympathy with others is lacking, it will have to be acquired through one's own long and painful experience. This is the great law of life. Knowing this, keep guard over yourself!
Beings, sunk in ignorance, lost in delusion, hasten from one state of suffering to another, not knowing the real cause, not knowing the escape from it. This insight into the general law of suffering is the real foundation of our compassion, not any isolated fact of suffering.
Hence our compassion will also include those who at the moment may be happy, but act with an evil and deluded mind. In their present deeds we shall foresee their future state of distress, and compassion will arise.
The compassion of the wise man does not render him a victim of suffering. His thoughts, words and deeds are full of pity. But his heart does not waver; unchanged it remains, serene and calm. How else should he be able to help?
May such compassion arise in our hearts! Compassion that is sublime nobility of heart and intellect which knows, understands and is ready to help.
Compassion that is strength and gives strength: this is highest compassion.
And what is the highest manifestation of compassion? To show to the world the path leading to the end of suffering, the path pointed out, trodden and realized to perfection by Him, the Exalted One, the Buddha.
"

==============================================================

Een andere lijn,   2     Boeddhistische democratie

Hierboven uit ik m'n twijfel of de Dalai Lama gelijk heeft met z'n bewering "In contrast to general democratic constitution, if we arranged our constitution based on good ideas of nonviolence and peace, it can reach ... " (Tsujimura, pag. 20)
'Democratie' kan m.i. trouwens nooit gebaseerd zijn op één principe; het moet altijd gaan om (een balans van) meerdere principes, al houden idealisten daar niet van.
Verder past de boeddhisten bescheidenheid, ook gezien de behandeling van (religieuze) minderheden door 'boeddhistische' regimes in Aziatische landen zoals Birma, Bhutan en Sri Lanka.

De Boeddha heeft het uiteindelijk over niet-wereldlijke zaken gehad, maar de m.i. meest duidelijke uitspraak over (wereldlijke, want een sangha is per definitie niet democratisch) democratie komt uit de Maha Parinibbana Sutta, paragraaf 1.4, Zeven voorwaarden voor welvaart . Uit de tekst wordt duidelijk dat het over meer gaat dan over 'welvaart' :

" Nu stond Eerwaarde Ananda achter de Heer om hem koelte toe te wuiven, en de Heer zei:
"Ananda, heb jij gehoord dat de Vajji's geregeld en veelvuldig bijeenkomsten houden?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat zo doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's geregeld en veelvuldig bijeenkomsten houden, dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

"Ananda, heb jij gehoord dat de Vajji's op harmonieuze wijze bijeenkomen, op harmonieuze wijze van elkaar scheiden en hun zaken op harmonieuze wijze voortzetten?" -- "Heer, ik heb gehoord dat dat zo is." -- "Ananda, zolang de Vajji's op harmonieuze wijze bijeen komen, op harmonieuze wijze van elkaar scheiden en hun zaken op harmonieuze wijze voortzetten, dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

"Ananda, heb jij gehoord dat de Vajji's niet bekrachtigen wat nog niet bekrachtigd is, en niet afschaffen wat reeds bekrachtigd is, maar verder gaan overeenkomstig hetgeen dat door hun oude traditie wordt bekrachtigd?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

"Ananda, heb jij gehoord, dat zij de ouderen onder hen eren, respecteren, eerbiedigen en begroeten, en dat zij hen waardig achten door naar hen te luisteren?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat zo doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

"Ananda, heb jij gehoord, dat zij zich ervan onthouden met geweld de vrouwen en dochters van anderen te ontvoeren en hen te dwingen met hen te leven?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij zich daarvan onthouden." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

"Ananda, heb jij gehoord, dat de Vajji's heiligdommen eren, respecteren, eerbiedigen en begroeten -- thuis en over de grens -- en de al eerder verleende passende ondersteuning niet intrekken?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat zo doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

"Ananda, heb jij gehoord, dat een passende voorziening is getroffen voor de veiligheid van de Arahats, zodat zulke Arahats in de toekomst naar hen toe zullen komen om er te leven, en dat zij, die er reeds leven, comfortabel zullen leven?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat zo doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."

Toen zei de Heer tegen de brahmaan Vassakara: "Eens, brahmaan, toen ik bij het Sarandada Heiligdom te Vesali was, onderwees ik de Vajji's deze zeven principes om het ten gronde gaan te kunnen voorkomen, en zolang zij zich aan deze zeven principes houden, zolang deze principes van kracht blijven, mag van de Vajji's worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan. ... "


Bron: http://sleuteltotinzicht.nl/d16.htm#Zeven voorwaarden voor welvaart