Tenzij een verkeersongeluk of een ziekte me eerder te pakken heeft, zou ik wel eens dement kunnen sterven. ('Dementie' is geen ziekte trouwens, vind ik, daarover later meer)
Alzheimer was het eind van een aantal van mijn familieleden aan vaders kant, (aan moeders kant waren het meer hartstilstanden). Weliswaar nog niet helemaal op de leeftijd die ik nu heb, maar veel scheelt het niet. Het was in ieder geval hun staat van zijn aan het eind van hun leven, of ze er aan dood zijn gegaan, was voor mij niet helemaal duidelijk, maar veel deed dat er niet toe.
Ik zie er niet tegen op, daarvoor is het te abstract en heb ik te weinig fantasie om me goed voor te stellen hoe het leven dan zal zijn. Wel wil ik weten of er - als ik behoorlijk diep dement ben - nog iets van m'n boeddhistische houding en beoefening over zal zijn?
Nu benader ik dit thema maar zoals de meeste thema's die m'n interesse krijgen: door er literatuur over te verzamelen en te proberen er een samenhangende tekst over te schrijven.
De meeste literatuur gaat over een ander onderwerp, de mantelzorger: hoe gaat je (als boeddhist bv) om met een dementerende partner of vader/moeder? Ook van belang, maar ik ben nu op de dementerende zelf gericht.
Toch geef ik wel wat van mijn bevindingen hierover weer, wellicht hebben anderen er wat aan en ik indirect (als mogelijk toekomstige dementerende) ook.
En bovendien kunnen de rollen wel eens omgedraaid zijn. Ik ben op dit moment samen met m'n vrouw aan het oud worden. Hoewel ik denk (hoop?) van niet kan het wel eens zo zijn dat ik niet de dementerende wordt maar de mantelzorger.
De vragen zijn opvallend genoeg min of meer de zelfde:
Heb ik straks (bij het dementeringsproces en het leven dat ik dan leidt) iets aan m'n boeddhistische verworvenheden: m'n inzichten en m'n meditatie-methoden?
Vooralsnog denk ik: niet zo gek veel. Ja, als ik arahat zou zijn, 'ontwaakt' oftewel 'verlicht', dan zouden de effecten me niet meer raken, maar de kans dat dat me de komende jaren overkomt lijkt me klein.
Het lastige is dat ik niet echt weet wat het in gaat houden, al heb ik het (nabij) bij anderen meegemaakt en er over gelezen: m'n inlevingsvermogen is nogal beperkt.
Ook zijn er nogal diverse vormen, met verschillende symptomen.
Uit een recente omschrijving van het ministerie van VWS ontleen ik het volgende:
"Dementie is een complex van symptomen (syndroom), waaraan verschillende oorzaken ten grondslag kunnen liggen, waarvan verreweg de meeste gelokaliseerd zijn in de hersenen.
Er zijn in het kader van dementie 5 belangrijke uitgangspunten om te onthouden:
1. Dementie is geen gewone veroudering en komt voor vanaf het 30e levensjaar.
2. Er zijn vele vormen van dementie en elke vorm is verschillend in presentatie,
beloop, zorgbehoefte en zorgzwaarte.
3. Dementie betreft veel meer dan alleen het geheugen
4. Dementie heeft een lange, vaak aspecifieke, aanloop.
5. Er is geen genezing, wel behandeling. ".
Voor de hele tekst: zie 'Beschrijving Dementie ' - Bijlage bij een 'Kamerbrief ' d.d. 7-7-2015
Ondanks al deze onvoorspelbaarheden over mijn toekomst richt ik me toch maar op m'n gedachte: misschien krijg ik over een jaar of wat (tien?) wel dezelfde Alzheimer als m'n vader.
=======================================================================
Is dementie een ziekte; en is 'anatta' een bruikbaar concept? Filosofische vragen
Er blijkt al een tijd een discussie te woeden tussen dementie-deskundigen over wat het nu eigenlijk - in existentiële zin - is. Dat merkte ik uit twee recente artikelen in de Volkskrant: Waarom zou alzheimer onoplosbaar zijn? van 19 september en Hoe willen we omgaan met dementen? van 28 sept. 2015.
Merkwaardig genoeg is de vorm van de discussie een schijnbaar semantische vraag:
Is dementie een 'ziekte'? Kan Alzheimer de wereld uit (met o.a. een medicijn)?
Een strijd tussen de 'alarmisten' die spreken van een alzheimerepidemie, een nationale ramp; en de 'sceptici' die dementie niet als een ziekte zien maar als het gevolg van veroudering.
Uit het tweede artikel van Boenink, Cuijpers en van der Laan: "Fundamenteler is de vraag of het Alzheimeronderzoek zich niet te veel vernauwt door Alzheimer te benaderen als een pathologisch probleem dat in principe langs medisch-technische weg oplosbaar is. De grens tussen wat nog als normaal en wat als afwijkend beschouwd moet worden, is niet zo helder als de aanduiding 'ziekte' doet vermoeden. Hoe de klachten worden ervaren, hangt minstens deels af van wat iemand belangrijk vindt in het leven. Verschijnselen die voor de een lastig te verteren zijn, worden door een ander nauwelijks als problematisch ervaren. Ook de omgeving speelt daarbij een belangrijke rol. ...
De vraag of Alzheimer als een ziekte moet worden gezien, wordt dus mede bepaald door opvattingen over wat een goed leven is. Opvattingen daarover verschillen, tussen mensen met klachten, maar ook tussen onderzoekers. Daarom tellen de uiteenlopende benaderingen van Alzheimer niet op tot een harmonieus geheel. De waarden die aan verschillende benaderingen ten grondslag liggen, kunnen zelfs direct conflicteren. Degenen die Alzheimer als een biomedisch, in principe oplosbaar probleem zien, benadrukken doorgaans ook het afschuwelijke karakter ervan. Maar die associatie van onvermijdelijke negativiteit willen degenen die zich tegen het ziektelabel verzetten nu juist vermijden. Omgekeerd zijn de 'biomedici' bang dat teveel nadruk op acceptatie van dementieklachten kan leiden tot onwenselijk fatalisme.
De controverses rond Alzheimer gaan dus niet alleen over de vraag of er binnen afzienbare tijd een medicijn te verwachten valt. De belangrijkste onderliggende kwestie is hoe we als samenleving willen omgaan met mensen met dementieklachten, als groep en als persoon. Dat is geen vraag die zich laat beslechten met wetenschappelijke middelen. Het debat moet dan ook niet tot wetenschappelijke experts beperkt blijven."
Dat vind ik ook, al kan ik hier niet echt een zinvolle bijdrage leveren: ik weet het gewoon niet.
Een andere vraag die me bezig heeft gehouden: anatta (niet-zelf) is één van de karakteristieken van het bestaan in het boeddhisme, naast anicca (het impermanent zijn van alle fenomenen) en dukkha (lijden, onbevredigendheid).
Oppervlakkig gezien lijken het gewenste leven zonder het concept 'zelf' (dit ben ik) en de gedesoriënteerdheid van de dementerende op elkaar. Maar volgens mij klopt dat niet, al kan ik dat niet goed beargumenteren: de concepten uit het medisch-psychologische model om dementie te beschrijven en de concepten uit het soteriologische boeddhistische model zijn zo fundamenteel verschillend (dienen een volstrekt verschillend doel) dat elke vergelijking mank gaat. (Wat trouwens wel overeind blijft, bij beide, is het concept dukkha)
In haar boek 'Do you remember me?' citeert Judith Levine de
"... Buddhist scholar Andrew Olendzki: It's hard for many of us to ge to anatta, because of our insecurity and neurosis, which is our dukkha; which, somewhat tautologically is caused by our inability to let go. 'Before you can be no one', he noted, 'you have to be someone'. ".
En dat 'someone' zijn ontbreekt nu juist bij de dementie, wordt ieder geval minder en minder.
Zie voor de context van deze passage de bijlage onderaan deze blog. Levine gaat daarin ook in op de laatste fase van het leven van Ajahn Chah en de lichtere Thaise cultuur t.a.v. het fenomeen dementie; al heb ik twijfel of deze beschrijving helemaal correct is.
Twee citaten uit 'Accesstoinsight' van Thanissaro Bhikkhu om het concept 'anatta' in het vroege boeddhisme te verduidelijken:
"Is the central Buddhist teaching of anatta (not-self) a statement of metaphysical truth, or is it a strategy for gaining release from suffering? Through a careful study of the key passages from the Pali canon on the subject of anatta, the author here demonstrates the latter to be the case."
"... the anatta teaching is not a doctrine of no-self, but a not-self strategy for shedding suffering by letting go of its cause, leading to the highest, undying happiness. At that point, questions of self, no-self, and not-self fall aside. Once there's the experience of such total freedom, where would there be any concern about what's experiencing it, or whether or not it's a self?"
Bron: hier en hier . Kortom 'anatta' is niet een (gelukzalige) toestand waarin je kan verkeren maar het loslaten van het (voordurend) construeren van een zelf, van een ego. En het loslaten van trots (op wie je bent of was), dat is dan wel weer een verband tussen anatta en dementie.
=======================================================================
Als boeddhist een dementerende verzorgen
Er wordt de laatste jaren enorm veel geschreven over het verzorgen van een dementerende partner of vader/moeder. Een zware taak, dat is duidelijk; en ook de langzame. (ik zou haast zeggen: geniepige) groei ervan. Ik noem twee boeken waarin de verzorger een (Westerse) boeddhist is, en de verzorgde soms ook maar dat is niet steeds duidelijk. En een boek van een deskundige boeddhist over het verzorgen.
Do You Remember Me? A Father, a Daughter, and a Search for the Self
(door) Judith Levine
Hierboven al genoemd; een deel (bv hfst 11) is te lezen via Google books en bijlage.
Uit de Review in Amazon:
"The book is both the memoir of a daughter coming to terms with a difficult father who is sinking into dementia and an insightful exploration of the ways we think about disability, aging, and the self as it resides in the body and the world.
In prose that is unsentimental yet moving, serious yet darkly funny, complex in emotion and ideas yet spare in diction, Levine reassembles her father's personal and professional history even as he is losing track of it. She unpeels the layers of his complicated personality and uncovers information that surprises even her mother, to whom her father has been married for more than sixty years. ...
While Levine chronicles these developments, she looks outside her family for the sources of their perceptions and expectations, deftly weaving politics, science, history, and philosophy into their personal story. A memoir opens up to become a critique of our culture's attitudes toward the old and demented. A claustrophobic account of Alzheimer's is transformed into a complex lesson about love, duty, and community.
What creates a self and keeps it whole? Levine insists that only the collaboration of others can safeguard her father's self against the riddling of his brain. Embracing interdependence and vulnerability, not autonomy and productivity, as the seminal elements of our humanity, Levine challenges herself and her readers to find new meaning, even hope, in one man's mortality and our own."
The Present Heart: A Memoir of Love, Loss, and Discovery door Polly Young-Eisendrath
Zie informatie en lees passages bij Amazon
Polly Young Eisendraht is een bekend boeddhiste (leerling van Phillip Kapleau Roshi and Shinzen Young; schrijft o.a. in Tricycle) en psychotherapeute. In dit boek beschrijft ze de dementering van haar man Ed Epstein. En de ontwikkeling (verandering) van de relatie tussen hen.
Boeiend (zover ik het heb gelezen) maar niet goed samen te vatten.
In samenwerking met de Universiteit van California heeft Marguerite Manteau-Rao (haar website ) een op de MBSR gebaseerde methode van mindfulness-training voor mantelzorgers ontwikkeld. Daarover verschijnt begin 2016 haar boek
Caring for a Loved One with Dementia: A Mindfulness-Based Guide for Reducing Stress and Making the Best of Your Journey Together
Zie de aankondiging in Amazon . Hieruit, al is het een marketing-tekst:
"Caring for a Loved One with Dementia is a unique and compassionate guide that offers an effective mindfulness-based dementia care (MBDC) program to help you meet your own needs and lower stress levels while caring for your loved one.
Caring for a loved one with dementia can be extremely stressful. This essential guide provides skills for dealing with the accompanying emotional and physical stress, and offers tools to help you manage your own needs, in addition to the needs of your loved one. Dementia is a cruel disease that can leave both the sufferer—and those who care about them—reeling. But in the midst of the pain, the mindfulness practices in this book will help you find strength and meaning in each moment you spend with your loved one.
The unique program in this book addresses two of the most important needs caregivers face: stress reduction and greater ease in providing care. In addition, you will learn to approach your care with a calm, centered presence, respond to your loved one instead of reacting, and learn to connect with your loved one beyond their words. Perhaps most importantly, you will learn to effectively manage the grief, anger, depression, and other emotions that are often associated with dementia care."
=======================================================================
De seniel wordende boeddhist
Hier gebruik ik voor de afwisseling maar eens de ouderwetse term 'seniel', de nadruk leggend op mijn dementie als oudersdomsverschijnsel.
Ik heb nauwelijks teksten gevonden van of over boeddhisten die zelf dementeerden. Weliswaar heb ik gelezen over een op het eind van zijn leven demente Ajahn Chah die z'n waardigheid en vermogen om anderen te helpen op hun pad behield; maar volgens mij had hij een ander syndroom.
Verder verhalen over kinderlijk-vriendelijke dementen, maar dat waren die mensen mogelijk van karakter, ik kan eerder een eigenwijze nihilist worden. Toch nog maar oefenen dus.
Er zijn veel (langzamerhand: zeer veel) teksten, verhalen, gedichten enz. van mensen die aan het dementeren waren Vaak ontroerend, soms inzichtgevend en een enkele keer inspirerend (zo kan het ook). Bijvoorbeeld twee boeken, één uit de beginfase en één uit de middenfase van de dementerende Thomas DeBaggio.
In het artikel How Meditation May Help Against Alzheimer’s ( hier ) worden de positieve resultaten beschreven van een onderzoek van mindfulness gegeven aan mensen met Alzheimer:
"... researchers looked at 40 older adults ranging in age from 55 to 85. Half were taught mindfulness meditation, a type of Buddhist meditation that promotes being mindful of the present moment and letting go off worries relating to the past or future. The meditators attended weekly two-hour meetings in which they learned the techniques of mindfulness, including awareness and breathing techniques. They also practiced mindfulness meditation for 30 minutes each day at home and attended a single, daylong retreat. The other half did not meditate.
The researchers found that practicing mindfulness meditation reduced feelings of loneliness in seniors. Many elderly people are prone to loneliness, which has been linked to poor health and an increased risk of heart disease, depression and Alzheimer’s.
Meditation also reduced levels of inflammatory proteins. “Our work presents the first evidence showing that a psychological intervention that decreases loneliness also reduces” markers for inflammation, said Dr. Steve Cole, professor of medicine at UCLA. “If this is borne out by further research, mindfulness-based stress reduction could be a valuable tool to improve the quality of life for many elderly people,” including those caring for a loved one with Alzheimer’s disease."
Hoewel ik er geen onderzoeksgegevens of casuïstische beschrijving van ken, denk ook dat ook de beoefening van de brahmaviharas behulpzaam zijn voor mensen met Alzheimer. De meditatie met 'liefdevolle vriendelijkheid' (metta) als 'compassie' (karuna) acht ik bekend. Maar meer specifiek is - voor mij - de beoefening van 'gelijkmoedigheid' (upekkha).
Zie bv deze informatie en een 'guided meditation' door Joseph Goldstein.
Kan inzichtsmeditatie ('vipassana', de superieure vorm van 'mindfulness') helpen?
In essentie niet, meen ik; daarvoor is het dictaat van de materie, van de niet meer functionerende hersenen te sterk.
Een mindfulness-cursus helpt (een beetje, aan de symptomen) staat in het hierboven geciteerde onderzoek. We moeten echter wel beseffen dat het Pali-woord 'sati' - de centrale term bij de meditatie - niet alleen 'mindfulness' betekent maar ook 'geheugen'. Zie Wikipedia-lemma . En juist het geheugen functioneert steeds minder tot vrijwel helemaal niet meer bij Alzheimer.
Een voorzichtiger formulering is: kan het gemediteerd hebben (en dan denk ik vooral aan 'inzichtsmeditatie') helpen om, als men eenmaal Alzheimer heeft, minder 'last' te hebben van de desoriëntatie? Ik sluit het niet helemaal uit. Een zekere relativering van mentale en sociale constructies heeft al eerder plaatsgevonden; de paniek van iemand als gevolg van mentale, ruimtelijke en temporele desoriëntatie kan minder zijn; ik ben wel een beetje vertrouwd met desoriëntatie. En al langer is mijn motto: 'Wees blij dat het leven geen zin heeft'.
Tenslotte: zou contemplatie op anatta (niet-zelf) behulpzaam zijn voor iemand met Alzheimer (ik bijvoorbeeld)? Misschien, ik weet het niet; zie de 'filosofische' paragraaf hierboven.
=======================================================================
De gedachte aan zelfmoord of euthanasie - Ingewikkelde boeddhistische ethiek maar ook een eenvoudig principe: compassie met de nabestaanden
Wil ik dit leven van een gedementeerde? In een lichte of zware permanente paniek, zonder greep op het leven, eenzaam omdat ik mensen niet meer herken en ook fysiek steeds verder beperkt?
Dat weet ik niet. Het gaat langzaam en misschien wen ik er ook langzaam aan.
Dat roept de vraag op naar het eventueel plegen van zelfmoord of het laten verrichten van euthanasie.
Euthanasie vragen kan alleen aan het begin van het dementeringsproces, zo is het beleid op dit moment, maar dat doe ik denk ik niet. Mijn levensvreugde is nu nog zo groot, vermoedelijk neemt die niet zo snel af.
En later heb ik mogelijk niet meer de wilskracht, de planningskracht om zelfmoord te plegen. Als ik dat al wil.
De afgelopen maand is er in Nederland een discussie geweest in het BoeddhistischDagblad ( hier ) over boeddhisme en zelfmoord. Naast begrip voor de ondraaglijkheid van het leven van iemand die dat doet waren er argumenten tegen: het voorschrift van niet doden, en dus ook niet mezelf doden; dat is wel een punt.
En het leerstuk van karma, wat er op neer komt: het helpt niet echt als je zelfmoord pleegt, het veroorzaakt zelfs negatief karma en dat krijg je een volgend leven terug; dat maakt niet zo'n indruk op me: ik geloof niet in wedergeboorte en in de werking van karma over meer dan één leven.
Ik zit met een tamelijk andere twijfel, een tegenargument waarover ik niet heb gelezen: compassie met degenen die me vinden en met m'n nabestaanden
Zie bv de 'Brief aan een wanhopige ' op de site van 'NieuwWij'.
Ik heb iemand met opzet onder de trein zien lopen, onder m'n coupé-raampje en ik heb het van anderen gehoord. En ik heb het verdriet, de boosheid, de schuldgevoelens en het onbegrip – jaren lang – meegemaakt van nabestaanden. Wil ik ze dat aandoen? Dat is wat ik bedoel met compassie.
Maar mag ik dan niet één keer aan mezelf denken? En aan de andere kant: als ik blijf leven, blijven ze met me opgescheept zitten, met m'n afhankelijkheid, m'n slechte humeur, m'n gevaarlijke handelingen, m'n dwalen, m'n geld weggeven en weet ik wat nog meer.
Een andere mogelijkheid waaraan ik soms denk: verdwijnen, uit Nederland, ergens in een ravijn springen, en dan zo dat niemand me ziet of gaat zoeken. Maar de onzekerheid als gevolg daarvan is ook niet leuk voor m'n nabestaanden. Toch denk ik wel eens, als ik in de bergen een afgrond zie: dat is wel een goede plek, daar beneden komt niemand. Maar ik kan helemaal zo'n reis niet maken als ik zo ver heen ben. Dus ook niet?
=======================================================================
Het zijn allemaal voorbarige beschouwingen.
Ik ben - zover ik weet – nog helemaal niet aan het dementeren en ik vind het leven leuk.
Dus: we zien wel. Misschien ga ik wel zonder lang proces aan iets anders dood.
=======================================================================
Bijlage (Klikken om te kunnen lezen)
Posts tonen met het label ervaring. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ervaring. Alle posts tonen
dinsdag 29 september 2015
woensdag 15 juli 2015
Laat die oude man toch sterven - Thich Nhat Hanh naar de VS gebracht voor 'revalidatie'; bedelactie voor de kosten van tonnen. En over een Varamitra-citaat
Thich Nhat Hanh, door z'n bewonderaars Thay genoemd, is zeker één van m'n voorbeelden en inspiratiebronnen. Voorbeeld door z'n geëngageerde boeddhisme dat ik ruim tien jaar geleden in Nederland probeerde te herintroduceren; en inspiratiebron door z'n geschriften, bv over de Hartsutra, de Anapanasati en suggesties over het zelf starten van een sangha.
En door z'n voorleven van wat mindfulness is, en compassie.
Vandaar dat het bericht van z'n hersenbloeding en in coma raken verleden jaar ook mij behoorlijk raakte.
Het bericht van z'n gedeeltelijke herstel ook, maar dat zijn toch gemengde gevoelens.
Dit naar aanleiding van de 'Update van 14 Juli ' over zijn gezondheidstoestand door z'n medewerkers in Plum Village. Trouwhartig overgenomen in het 'BoeddhistischDagblad '
"Thay has been able to communicate more clearly a very strong wish to intensify his recovery program. Thay is very determined to do everything possible to recover both his physical movement and speech." (onderstreping door mij)
"Thay heeft aangegeven in de VS te willen worden behandeld in een programma dat specifiek gericht is op zijn medische klachten. ... een team van verzorgers dat ook in San Francisco bij hem zal blijven. De feitelijke behandeling wordt gedaan door een team van neurologen.
De artsen adviseren dat Thay een intensief therapieprogramma zal volgen voor een periode van vijf tot zes maanden, met inbegrip van ziekenhuisbezoeken waar hij kennis maakt met de nieuwste innovaties op het gebied van revalidatietechnieken. ...
Naar verwachting zal zijn behandeling enkele honderdduizenden dollars kosten. Zijn volgelingen zijn een bedelactie begonnen om dat geld bij elkaar te sprokkelen."
Zo kan het natuurlijk gegaan zijn. Maar ik heb m'n twijfels, vind het niet helemaal passen bij de manier waarop hij in het leven en tegenover de dood stond.
'Alles wil doen om beter te worden ': is dat niet veel meer de wens van z'n volgelingen dan van Thich Nhat Hanh zelf?
Is het niet meer hun gehechtheid aan hem dan zijn gehechtheid aan het leven?
Wil hij echt een bedelactie om tonnen bij elkaar te brengen voor zijn 'revalidatie'? Ik zet dat woord tussen aanhalingstekens, in hoeverre revalideert een 89-jarige nog na deze ziektegeschiedenis? En is het heilzaam, al die dure apparaten en artsen om hem heen?
Vandaar m'n voorzichtige (ik ken hem tenslotte niet) suggestie: laat die oude man toch sterven.
Oud worden we allemaal, of we gaan dood voordat we naar de huidige maatstaven oud kunnen worden.
Dus dit thema raakt mij ook. Dat doet me denken aan het interview 'Boeddhist, kom van je kussen ' met de bekende beroepsboeddhist Varamitra in NieuwWij van 12 juli juli
Daarin antwoordt hij op de vraag "Als het blijft zoals het nu is, zal het boeddhisme dan verdwijnen?" met: “Grote kans, ja. Dat heeft ook te maken met de vergrijzing: veel van de mensen die hier gepionierd hebben zijn al ver in de zeventig/tachtig. Dat zijn echte sleutelfiguren die nog heel belangrijk zijn. De grote vraag is: wat komt hierna? "
Nu hoor ik met m'n 76 jaar ook tot die vergrijsden en mogelijk rekent Varamitra me ook tot de sleutelfiguren; maar ik wil wel zeggen dat men - als ik over tien jaar nog leef - geen bedelactie voor mijn 'revalidatie' hoeft te starten.
Overigens is de slogan 'boeddhist, kom van je kussen' zeker al tien jaar oud, een artikel in het tijdschrift 'Kwartaalblad Boeddhisme' (of heette het toen 'Vorm en Leegte' ?) had die titel al. Het is dus een behoorlijk cliché van de in de openbaarheid terugkomende (aspirant-voorzitter van de 'Vrienden van het Boeddhisme') Varamitra.
En ondertussen hoop ik dat Thich Nhat Hanh in vrede mag leven, en sterven.
Update 16 juli ... 'Suddenly discovered '
Op de website van Jules Prast staat (sinds kort, denk ik) een Engelse hervertaling door Thich Nhat Hanh van de Hart Sutra: Heart_Sutra_TNH_2014
Even poëtisch als alle teksten van hem, wat het voor een nuchterling als ik soms lastig maakt het mooie van het ware (de Dharma) te onderscheiden.
De vertaling is op veel plaatsen anders dan de Nederlandse die ik al langer kende en die Jules ook op zijn site heeft: HartSutra-Thich-Nhat-Hanh .
Wat me frappeert is dat TNH nu spreekt over "Suddenly discovered (that all of the five Skandhas are equally empty ...) ". 'Plotseling' dus: het ene moment wist Avalokiteshvara nog niet dat alle Khandha's leeg zijn en het volgende moment wel.
Interessante verandering van 'die oude man'.
Er is dus toch nog hoop.
En door z'n voorleven van wat mindfulness is, en compassie.
Vandaar dat het bericht van z'n hersenbloeding en in coma raken verleden jaar ook mij behoorlijk raakte.
Het bericht van z'n gedeeltelijke herstel ook, maar dat zijn toch gemengde gevoelens.
Dit naar aanleiding van de 'Update van 14 Juli ' over zijn gezondheidstoestand door z'n medewerkers in Plum Village. Trouwhartig overgenomen in het 'BoeddhistischDagblad '
"Thay has been able to communicate more clearly a very strong wish to intensify his recovery program. Thay is very determined to do everything possible to recover both his physical movement and speech." (onderstreping door mij)
"Thay heeft aangegeven in de VS te willen worden behandeld in een programma dat specifiek gericht is op zijn medische klachten. ... een team van verzorgers dat ook in San Francisco bij hem zal blijven. De feitelijke behandeling wordt gedaan door een team van neurologen.
De artsen adviseren dat Thay een intensief therapieprogramma zal volgen voor een periode van vijf tot zes maanden, met inbegrip van ziekenhuisbezoeken waar hij kennis maakt met de nieuwste innovaties op het gebied van revalidatietechnieken. ...
Naar verwachting zal zijn behandeling enkele honderdduizenden dollars kosten. Zijn volgelingen zijn een bedelactie begonnen om dat geld bij elkaar te sprokkelen."
Zo kan het natuurlijk gegaan zijn. Maar ik heb m'n twijfels, vind het niet helemaal passen bij de manier waarop hij in het leven en tegenover de dood stond.
'Alles wil doen om beter te worden ': is dat niet veel meer de wens van z'n volgelingen dan van Thich Nhat Hanh zelf?
Is het niet meer hun gehechtheid aan hem dan zijn gehechtheid aan het leven?
Wil hij echt een bedelactie om tonnen bij elkaar te brengen voor zijn 'revalidatie'? Ik zet dat woord tussen aanhalingstekens, in hoeverre revalideert een 89-jarige nog na deze ziektegeschiedenis? En is het heilzaam, al die dure apparaten en artsen om hem heen?
Vandaar m'n voorzichtige (ik ken hem tenslotte niet) suggestie: laat die oude man toch sterven.
Oud worden we allemaal, of we gaan dood voordat we naar de huidige maatstaven oud kunnen worden.
Dus dit thema raakt mij ook. Dat doet me denken aan het interview 'Boeddhist, kom van je kussen ' met de bekende beroepsboeddhist Varamitra in NieuwWij van 12 juli juli
Daarin antwoordt hij op de vraag "Als het blijft zoals het nu is, zal het boeddhisme dan verdwijnen?" met: “Grote kans, ja. Dat heeft ook te maken met de vergrijzing: veel van de mensen die hier gepionierd hebben zijn al ver in de zeventig/tachtig. Dat zijn echte sleutelfiguren die nog heel belangrijk zijn. De grote vraag is: wat komt hierna? "
Nu hoor ik met m'n 76 jaar ook tot die vergrijsden en mogelijk rekent Varamitra me ook tot de sleutelfiguren; maar ik wil wel zeggen dat men - als ik over tien jaar nog leef - geen bedelactie voor mijn 'revalidatie' hoeft te starten.
Overigens is de slogan 'boeddhist, kom van je kussen' zeker al tien jaar oud, een artikel in het tijdschrift 'Kwartaalblad Boeddhisme' (of heette het toen 'Vorm en Leegte' ?) had die titel al. Het is dus een behoorlijk cliché van de in de openbaarheid terugkomende (aspirant-voorzitter van de 'Vrienden van het Boeddhisme') Varamitra.
En ondertussen hoop ik dat Thich Nhat Hanh in vrede mag leven, en sterven.
Update 16 juli ... 'Suddenly discovered '
Op de website van Jules Prast staat (sinds kort, denk ik) een Engelse hervertaling door Thich Nhat Hanh van de Hart Sutra: Heart_Sutra_TNH_2014
Even poëtisch als alle teksten van hem, wat het voor een nuchterling als ik soms lastig maakt het mooie van het ware (de Dharma) te onderscheiden.
De vertaling is op veel plaatsen anders dan de Nederlandse die ik al langer kende en die Jules ook op zijn site heeft: HartSutra-Thich-Nhat-Hanh .
Wat me frappeert is dat TNH nu spreekt over "Suddenly discovered (that all of the five Skandhas are equally empty ...) ". 'Plotseling' dus: het ene moment wist Avalokiteshvara nog niet dat alle Khandha's leeg zijn en het volgende moment wel.
Interessante verandering van 'die oude man'.
Er is dus toch nog hoop.
Labels:
boeken,
ervaring,
geëngageerd boeddhisme,
leraar,
Mahayana
vrijdag 3 juli 2015
Hoe gaat een boeddhist met de Islam om ? Niet dus - Of toch ? Een poging houvast te zoeken in de literatuur over de verhouding Islam-Boeddhisme
Update 7 juli
Een ingekorte versie van dit artikel is opgenomen op de website van 'NieuwWij ', een groep mensen, gericht op 'een samenleving waarin alle Nederlanders zich thuis kunnen voelen': www.nieuwwij.nl/verdieping/hoe-gaat-een-boeddhist-met-de-islam-om-niet-dus-of-toch/
Ik heb niet met erg veel moslims gesproken in m'n leven. Wel over ditjes en datjes en in een werkgroep over gemeentebeleid. Maar niet over de Islam. En nog minder met een moslim over het Boeddhisme (ik schrijf dit van de weeromstuit ook maar met een hoofdletter).
Wel een paar keer min of meer de gelegenheid toe gehad en toen ook wel een beetje meegepraat; maar ik weet eerlijk gezegd niet hoe, en waarover dat gesprek dan zou moeten gaan.
Mogelijk over de ramadan, het vasten, over ruimhartig kunnen geven, over compassie en dat type ongevaarlijke onderwerpen.
In feite heb ik dat wel met alle theïstische religies, de Abrahamitische worden ze wel genoemd: het Christendom, het Joodse geloof en de Islam. Maar met een aanhanger van Joodse geloof of Christen (Katholiek zowel als Protestant) heb ik minder moeite: ik ken de gevoeligheden en heb minder moeite daarover te zeggen: we agree to disagree. Maar ze echt serieus nemen over de (voor hen) essentiële geloofszaken doe ik eerlijk gezegd niet.
Zo'n gesprek met een moslim kan ook gaan over overeenkomsten en verschillen - en vooral van de verschillen - tussen beide religies.
Een lijstje daarvan heb ik opgenomen in Bijlage 5, van m'n blog van 1 juli .
Zoals bijvoorbeeld:
Maar de daar genoemde kenmerken van de twee religies zijn niet de enige, er is nogal wat variatie per religie. En bovendien: het zijn 'opvattingen', aspecten van gestold geloof
Vergelijk een (door mij vertaalde) tekst van Dale Wright over het concept 'geloof ':
"De Anglo-Amerikaanse neiging om religie te definiëren als een geloofssysteem is misleidend, en heel modern. Geloof komt alleen in het spel in de religie als de gedeelde mythische of verhalende basis van cultuur gebroken is, ... Pas dan merken de deelnemers dat ze in het bezit zijn van dergelijke overtuigingen en beginnen om ze die te onderzoeken of zich aan vast te klampen. 'Geloof' is ... een vertraagd topje van de religieuze ijsberg. "
=======================================================================
Laat ik het thema dan eerst maar via een omweg benaderen: de verhouding tussen de Islam en het Boeddhisme in studieuze en reflecterende teksten; met name over de situatie in Azië, vroeger en nu. Bepaald geen makkelijke relatie en ook gecompliceerd, veelvormig.
In het onderstaande zal ik een aantal maal verwijzen naar 'Bijlagen' in een eerdere blog opgenomen, deze zijn hier te vinden.
Ik moet de lezer waarschuwen: ondanks dat ik veel lange lappen tekst heb geplaatst in de BIJLAGEN komen ook hieronder lange Engelstalige citaten voor. Het is nu eenmaal geen makkelijk onderwerp !
Opvallend is dat er nauwelijks door boeddhisten over dit onderwerp geschreven, maar overwegend door moslim-geleerden.
Eén uitzondering, dat is de veel, maar deskundig, schrijvende Duitse Tibetaans-boeddhist Alexander Berzin, die zich - duidelijk aangemoedigd door de Dalai Lama - hier grondig in heeft verdiept. Zie ook Bijlage 1 met daarin opgenomen een overzicht van zijn artikelen.
Dit geldt zowel het historische deel als wat betreft de actuele situatie.
Ik denk dat bv Theravada-boeddhisten de Islam gewoon een oninteressante religie vonden en misschien nog wel vinden (Let wel: dit is slechts mijn opinie, niet op echte bronnen gebaseerd)
A. De geschiedenis van de verhouding tussen het Boeddhisme en de Islam
Om te beginnen is er de vraag: hoe komt het dat tussen ruwweg de 8e en de 12e eeuw geleidelijk het Boeddhisme vrijwel is verdwenen uit India, de bakermat? Er is een tijd geweest dat daar het oprukkende Islam de schuld van kreeg met als dieptepunt de verovering en vernietiging van het reusachtige kloostercomplex in Nalanda.
Steeds meer blijkt dat toch genuanceerder te liggen. Zie bv het Wikipedia-artikel 'Decline of Buddhism in India'. Daaruit blijkt dat de vernietiging van de kloosters van Nalanda een soort eindpunt was: het boeddhisme was al eeuwen verzwakt, de patronage door wereldlijke heersers verminderde; de monniken hielden zich op de kloosters; voor de bevolking bestond het nauwelijks; het brahmanisme (wat nu bekend is onder 'Hindoeisme') kwam op en ook de Islam probeerde te bekeren.
In BIJLAGE 1 B geeft ik uitgebreid de beschrijving van Alexander Berzin weer van de Kalachakra-literatuur ontstaan na invasies van moslims in India en delen van Tibet. Het is één van de weinige bronnen waarin boeddhisten proberen de Islam te begrijpen.
Ook geeft hij pogingen van moslim-geleerden (en wereldlijke regeerders) weer die na hun verovering relatief mild t.a.v. het boeddhisme staan omdat ze deze religie ook die van 'het boek' noemen, van teksten geschonken aan de profeten, zoals in de eerste plaats Mohammed, maar ook Jezus en Boeddha. Een boeddhist was in deze denkwijze een 'dhimmi ': "Dhimmi (Arabisch: ذمة) is de traditionele aanduiding voor bepaalde niet-moslims onder islamitisch bestuur die onder voorwaarden de eigen religie mogen blijven aanhangen. Aanvankelijk verstond men onder dhimmi's de zogeheten 'mensen van het Boek' (joden en christenen) maar later werden ook andere niet-moslims ertoe gerekend ".
Zijn tekst in de paragraaf The Historical Buddhist Approach toward Islam is veel langer dan het citaat dat in in Bijlage 1B heb opgenomen; voor fijnproevers op het gebied van de Kalachakra: zie de bron
Hij noemt ook twee problematische thema's die de kalachakra-teksten onderkennen in de Islam:
* Het offeren van dieren (Sacrificial Slaughter of Animals)
Dit hoort bij de beoefening van de Islam, terwijl de Boeddha het (in de teksten) streng afwijst, omdat het 'nemen van leven' is en omdat de wedergeboorte ook het dierenrijk betreft.
* Het leven na de dood (The Afterlife) waar boeddhisten heel andere opvattingen over hebben: wedergeboorte en (eeuwig) leven na de dood zijn fundamenteel verschillende opvattingen. En de Islamitische opvatting over 'de Dag des Oordeels' is vrijwel niet met de boeddhistische leer te verenigen.
Berzin concludeert droogjes: "As was the case concerning animal sacrifice, the problematic area of the nature of the afterlife and of an eternal Heaven or Hell is not limited to a difference of assertion between Buddhism and Islam. It is an issue between both Buddhists and Hindus on the one side, and Muslims and Christians on the other."
Naast de positieve functie die Berzin toeschrijft aan de Kalachakra-teksten op het begrip tussen boeddhisten en moslims in Tibet is er ook een andere interpretatie, door sommige moslims althans. Vergelijk: Boeddhisme en Islam door Elisabeth Martens:
"Op 6 juli 2014 meldt AFP dat "De Dalaï Lama de boeddhisten oproept om het geweld tegen moslims te stoppen". Dat zijn mooie woorden. In de hoop dat hij consequent zal zijn en dus ook de analyse maakt van het Tibetaanse boeddhisme en zijn - niet zo vreedzame - relaties met de Islam vroeger en nu, maken wij die analyse reeds hier.
Historische context van de rivaliteit tussen moslims en boeddhisten
De rivaliteit tussen moslims en boeddhisten is een lang verhaal. Hier de beknopte versie ...
De Kalachakra voorspelt eveneens dat de soldaten van Boeddha in de vijfentwintigste eeuw een immens leger zullen vormen onder aanvoering van de vijfentwintigste Kali, de koning van Shambala. Deze koning, de reïncarnatie van Maitreia, de Boeddha van de toekomst, is voorbestemd om de krachten van het kwaad te overwinnen. Een laatste oorlog zal plaatsvinden, zo zegt de tekst, waar de niet-moslims in opstand komen tegen de moslims en ons tijdperk naar een apocalyptisch einde brengt. Een deel van de tekst is een expliciete oproep tot een heilige oorlog tegen de Islam, met een zeer gedetailleerde beschrijving van de verschrikkelijke wapens die daarbij gebruikt worden. De Kalachakra, ’ontdekt’ in een tijdperk waar de moslimlegers ravage aanrichtten in Punjab en op de zijderoute, wordt gekenmerkt door een bijzonder hevige haat tegenover de ’onmensen uit Mekka’.
... "
(Opmerking: ik kan de schrijfster van dit artikel niet plaatsen, dit is het enige Nederlandstalige artikel in een voor de rest Franstalige - Belgische - website. Ik krijg de indruk dat de auteurs ervan meer anti de Dalai Lama dan pro de Islam zijn; Joop R.)
Een berucht voorbeeld van de negatieve kijk van moslims op het boeddhisme is het vernietigen van Boeddha-beelden in Afghanistan. Echter:
Buddhism and Islam on the Silk Road by Johan Elverskog (boekbespreking )
In the contemporary world the meeting of Buddhism and Islam is most often imagined as one of violent confrontation. Indeed, the Taliban's destruction of the Bamiyan Buddhas in 2001 seemed not only to reenact the infamous Muslim destruction of Nalanda monastery in the thirteenth century but also to reaffirm the stereotypes of Buddhism as a peaceful, rational philosophy and Islam as an inherently violent and irrational religion. But if Buddhist-Muslim history was simply repeated instances of Muslim militants attacking representations of the Buddha, how had the Bamiyan Buddha statues survived thirteen hundred years of Muslim rule?
Buddhism and Islam on the Silk Road demonstrates that the history of Buddhist-Muslim interaction is much richer and more complex than many assume. This groundbreaking book covers Inner Asia from the eighth century through the Mongol empire and to the end of the Qing dynasty in the late nineteenth century. By exploring the meetings between Buddhists and Muslims along the Silk Road from Iran to China over more than a millennium, Johan Elverskog reveals that this long encounter was actually one of profound cross-cultural exchange in which two religious traditions were not only enriched but transformed in many ways."
B. Regio's in de wereld met veel moslims en boeddhisten,
en pogingen tot vermindering van de spanningen daar
In Bijlage 1 A citeer ik Berzins overzicht 'Current Buddhist-Islamic Interaction '
Als reflectie daarop schrijft hij:
"Through education about other cultures, we may hopefully avoid the disastrous effects of any possible future 'clash of civilizations.'
Two such civilizations are the Buddhist and Islamic worlds. Over history, the two civilizations have interacted in both constructive and problematic ways. When they have clashed, religious doctrine may have been used to rally the troops. But deeper analysis shows that the motives behind the conflicts have centered primarily on economical, political, and strategic military issues.
At present, there are very few areas in the world where traditional Buddhist and Islamic groups are living together. In some of those regions where they do intermix – such as Tibet, Ladakh, and southern Thailand – the interaction is so strongly affected by the actions of other cultural and national groups that one cannot meaningfully isolate specific Buddhist-Muslim issues outside of their wider context. In others, such as Malaysia and Indonesia, the Buddhist population consists of overseas Chinese, and the interaction between them and the native Muslims is primarily dictated by economic factors. In short, religious doctrinal differences seem to play little role in present-day Buddhist-Islamic relations. ...." (onderstreping door mij)
De spanningen tussen moslims en boeddhisten zijn in diverse regio's aanleiding geweest bijeenkomsten over vrede en harmonie te organiseren, en voorstellen daarover te doen.
Vergelijk de publicaties in Bijlage 2 The Premises and Promises of the Buddhist-Muslim Dialogue door Mohammad Selim; en Bijlage 4 The Buddhist Face of Peace: Buddhist Peace Initiatives in Times of Religious Intolerance.
Ook het boek 'Common Grounds' (zie hieronder) is het gevolg van een vergelijkbaar initiatief van de Dalai Lama en een aantal vooraanstaande Moslim-geleerden.
Het is de vraag of dit soort bijeenkomsten in Nederland zinvol is. Wat er hier ook voor een conflicten zijn, niet tussen boeddhisten en moslims (al was het maar door het ontbreken van boeddhisten). Wel zijn er hier (terechte) opmerkingen over het helemaal niet zo vredelievende gedrag van boeddhisten in landen als Myanmar, waar wij (Nederlandse boeddhisten) ons ook door aangesproken moeten voelen.
Ik ken een aankondiging van een 'Buddhist-Muslim Dialogue' (met o.a. Bhikkhu Bodhi) in New York, maar helaas niet een verslag daarvan.
Verder wil ik wijzen op een voorstel van René Cuperus in de Volkskrant van 15 juni voor een 'Nederlandse Islam Conferentie ' om te voorkomen dat de tweedeling in Nederland tussen moslims en niet-moslims steeds gevaarlijker vormen aanneemt. Een tweedeling waarbij beide partijen elkaar stigmaliseren, met alle vooroordelen en intolerantie van dien. Hij neemt een voorbeeld aan de Duitse Islam Konferenz, een permanent overlegorgaan.
C. Zoektocht naar een gemeenschappelijke grondslag van Islam en Boeddhisme
In BIJLAGE 3 zijn uitgebreide citaten uit het boek 'Common Ground ' te vinden; nog een korte aanvulling:
"Moreover, the book shows beyond any reasonable doubt some very important similarities and parallels between Islam and Buddhism, and in particular the following:
(1) The belief in the Ultimate Truth who is also Absolutely One, and who is Absolute Reality, and the Source of Grace and Guidance to human beings.
(2) The belief that each soul is accountable to a principle of justice in the Hereafter, and that this principle is rooted in the very nature of Absolute Reality.
(3) The belief in the categorical moral imperative of exercising compassion and mercy to all, if not in the central cosmogonic and eschatological functions of mercy ...
(4) The belief that human beings are capable of supra-rational knowledge, the source both of salvation in the Hereafter and enlightenment in the here-below.
(5) The belief in the possibility of a sanctified state for human beings, and the conviction that all should aspire to this state of sanctity.
(6) The belief in the efficacy and necessity of spiritual practice: whether this take the form of fervent prayer, contemplative meditation, or methodic invocation.
(7) The belief in the necessity of detachment from the world, from the ego and its passional desires.
As regards the Buddha’s not mentioning of God as Creator, this is definitely an absolute difference between Muslims and Buddhists but if it is understood that the One is God, and that the Buddha’s silence on the One as Creator is not a denial as such, then it is possible to say that the points above certainly make for substantial ‘Common Ground’ between Islam and Buddhism, despite the many unbridgeable differences between them. "
Mijn commentaar: wat hiervan te zeggen? Ik herken het boeddhisme zoals ik dat ervaar en wens te beoefenen maar gedeeltelijk (sommige punten wel, hoor)in deze tekst. Het is best fijn dat anderen zo'n grote overeenkomst zien tussen Boeddhisme en Islam, maar dan heeft men wel eerst een bepaalde vorm van 'Boeddhisme' daartoe geselecteerd.
Ook omdat het een van de weinige Nederlandstalige teksten is, noem ik vervolgens:
'OverIslam - Boeddhisme' . Bron: www.overislam.nl/religies/boeddhisme.html
Een feitelijke samenvatting, voor de moslim en vanuit de Islam-gezichtspunt van wat het Boeddhisme in houdt. Af en toe kritisch zoals de paragraaf 'De filosofie van het Boeddhisme is tegenstrijdig'. Interessant - voor een boeddhist om te begrijpen hoe een moslim denkt - is ook de paragraaf 'Mohammed in de boeddhistische geschriften '; een voorzichtige en door mij niet helemaal begrepen discussie over de overeenstemming tussen de profeet Mohammed en de in de boeddhistische geschriften voorstelde komst van Maitreya.
Een tegengeluid voordat het allemaal te harmonisch wordt tussen moslims en boeddhisten:
'Islam and Buddhism '. Door Harun Yahya, een Turkse moslim die niets van het boeddhisme moet hebben:
"Throughout the world, but especially in America and Europe, some individuals have been intrigued by Buddhism, spurred on mostly by the superstitious, secret, and awesome qualities they perceive in this religion. Generally, those who adopt Buddhism do so not because they believe in the logic of its philosophy, but because they're attracted by its "mystical" atmosphere, drawn to this superstition because it is presented to them as far more different and awesome than any other philosophy they encounter in their normal lives. Books and films about Buddhism depict Buddha as the source of a great mystery. Likewise, Buddhist priests are presented as possessors of secret, arcane knowledge. They fascinate Westerners with their exotic robes, shaved heads, style of worship, elaborate ceremonies, dwelling places, meditation, yoga and other such strange practices.
This book examines Buddhism's superstitious character in the light of the Qur'an and lets you see clearly this superstitious religion's more perverse aspects. When we consider Buddhism's appearance, its scriptures, general beliefs, style of worship in the light of the Qur'an, we begin to see that its basic philosophy is founded on very deviant doctrines. Indeed, its worship contains strange practices leading its devotees to worship idols of stone and clay. "
Interessant hierbij is dat het motief dat Aziatische moslims schijnen te hebben gehad om contact met boeddhisme en andere Aziatische religies te zoeken (samen tegen de Westerse dominantie, zie bv Bijlage 2) hier wordt omgedraaid. Yahya ziet juist het gevaar van Westerse boeddhisten die de Islam dreigen te verzwakken.
Uit een andere tekst van Alexander Berzin:
"For example, the primarily Muslim state of Indonesia officially permits five religions—Islam, Catholicism, Protestantism, Hinduism and Buddhism—on the grounds that they all accept a creator God. In this regard, Indonesian Buddhists posit Adibuddha, the primordial Buddha of the Kalachakra Tantra, as the “creator.” I had several interesting discussions with Buddhist monks in Indonesia about the issue of God in Buddhism. Since Adibuddha can be interpreted as the clear light primordial consciousness, and since all appearances of samsara and nirvana are the play or “creation” of that mind, we concluded that it could be said that Buddhism accepts a “creator God.” The fact that Buddhism asserts Adibuddha not to be an individual, separate being who created the universe, but something present in each sentient being, can be seen as a theological difference concerning the nature of God. That is, Buddhism does accept a “creator God” but with its own unique interpretation. As the Muslims say, “Allah has many names,” and many Christian, Islamic, Hindu, and Jewish thinkers assert that God is abstract and present in all beings. Establishing this allowed for a comfortable dialogue with Islamic theologians to ensue. "
Bron: ThubtenChodron
Eigenlijk vind ik dit helemaal niet zo positief: boeddhisten in een islamitische cultuur voelen zich verplicht te doen alsof hun religie ook theïstisch is; en ze geloven het zelf ook nog.
Doet me denken aan het proces van onderwerping, beschreven in het boek 'Onderworpen' (Frans: 'Soumission') door Houellebecq.
Er zijn uitzonderingen. Er zijn vormen van Islam beoefenen die veel makkelijker (hoogstens op een andere manier moeilijk) zijn voor een boeddhist als ik. Bijvoorbeeld de Soefi .
Bij die term moet wel gelijk twee inhouden onderscheiden worden:
* Het soefisme als (mystieke) islamitische traditie. "Als religieuze beweging kenmerkt het soefisme zich als een wisselwerking van religieuze en spirituele invloeden. Soefi's geloven dat de Koran en de strikte regels van de sharia uiterlijke regels zijn en dat er diverse stadia van (innerlijke) nabijheid tot God bestaan. Een van de symbolen die dit symboliseert is de roos. De doornen van de roos, die de roos beschermen, staan voor de regels van de sharia. De stam van de roos symboliseert het innerlijke pad, ook wel tariqa genoemd. De bladeren van de roos staan symbool voor marefa waarbij de soefi innerlijke kennis van God ervaart. De geur van de roos staat voor het ervaren van de werkelijkheid (haqiqa) zoals deze is.
Bekend zijn ook de dansende derwisjen uit de Turkse stad Konya. Door in het rond te tollen bereiken zij een bepaalde extase en zo proberen zij tot God te komen. Deze zogeheten Mevlevi-soefi-orde werd gesticht door de volgelingen van de Perzische soefidichter Jalal ad-Din Rumi uit de 13e eeuw. " Rumi, die wordt nog steeds veel geciteerd, ook door boeddhisten. Een gesprek hierover (met soefi's) vergt wel enige studie maar lijkt me voor een boeddhist niet moeilijk.
* "Universeel Soefisme zoals dit door Hazrat Inayat Khan naar Europa en Amerika gebracht werd. Zijn boodschap van harmonie, liefde en schoonheid beperkt zich niet tot één religie, maar omarmt alle wereldreligies. Tijdens erediensten, zoals deze bijvoorbeeld in de soefitempel in Katwijk aan Zee worden gehouden, worden zeven kaarsen ontstoken, één voor het hindoeïsme, één voor het boeddhisme, één voor het zoroastrisme, één voor het jodendom, één voor het christendom, één voor de islam en één voor allen die het licht van de waarheid in de duisternis van menselijke onwetendheid hebben hoog gehouden. Deze vorm van soefisme beoogt geen nieuwe religie te zijn of nieuwe dogma's te vormen, maar beoogt eenheid tussen alle mensen evenals respect voor eenieders religie en cultuur."
Bron: Wikipedia. Over dat kaarsen-gedoe heb ik al een keer geschreven. Verschillen moeten juist niet verdoezeld worden.
Een andere groep moslims waarmee een gesprek voor een boeddhist (zoals ik, voor sommige Tibetanen ligt dat mogelijk anders) makkelijk is, zijn de atheïstische moslims. Als je ze kan vinden natuurlijk, want ze moeten voorzichtig over hun opvattingen - in moslim-landen - praten. Dat blijkt uit het artikel 'Dappere goddelozen' in de Volkskrant van 23 mei
D. Een mogelijke gemeenschappelijke grondslag: de Boeddha was ook een Profeet
Eén van de uitspraken van Islam-geleerden die ik heb gelezen, is: de historische Boeddha (Siddarta Gautama aka Sakyamuni) was een profeet, net zo als Mohammed dat was.
Dat is interessant, en waarschijnlijk getuigend van goede bedoelingen van moslims richting boeddhisten.
Een voorbeeld: "... Maar wellicht was Boeddha ook een profeet van Allah de Verhevene, maar zijn diens leringen na zijn dood verandert. Dat Boeddha niet in de Koran genoemd wordt, betekend niet dat hij geen profeet was. De Koran geeft een (Nederlandstalige interpretatie): 'En (Wij zonden) boodschappers over wie Wij jou voorheen verteld hebben (in de Koran) en boodschappers over wie Wij jou niet verteld hebben ...' ” Bron: hier
Twijfel over dat profeet zijn van de Boeddha: hier en hier, pag 25
Uit de website van ' Moslims die tot de Lahore Ahmadiyya Beweging in de Islam behoren ': "Boeddha voorspelt de komst van de profeet Mohammed ...
Er wordt in duidelijke woorden gesteld:
'En Wij hebben boodschappers gestuurd die Wij u voorheen hebben vermeld, en boodschappers die Wij u niet hebben vermeld.' ... Een opsomming nu van onze argumenten om aan te tonen dat Boeddha een geïnspireerde persoon was.
1. De Heilige Koran zegt herhaaldelijk: 'En voor elk volk is er een boodschapper geweest, dus wanneer hun boodschapper komt, wordt de zaak tussen hen met rechtvaardigheid beslist.'
De volkeren van het Verre Oosten, China, Japan en Tibet vormen een grote meerderheid van de wereldbevolking. Hun aantal is vandaag de dag drie- tot vierhonderd miljoen. Hoe kan men redelijkerwijze aannemen dat er tot zo’n groot aantal mensen geen waarschuwer of boodschapper was gezonden, en dat zij toch een godsdienst hebben gesticht die meer aanhangers telt dan enig andere godsdienst?
2. Als er op de Dag des Oordeels, wanneer de Goddelijke wet der vergelding zal oordelen tussen de mensen volgens hun geopenbaarde boeken, geen boek of wet ooit is geopenbaard aan een bepaald volk door haar boodschapper, op welke grond zal zij dan worden beoordeeld? Het zij opgemerkt dat de Boeddhisten geen wilden zijn, maar een beschaafd volk.
3, 4, en 5 ...
6. In de Heilige Koran staat: “En er is geen volk, of een waarschuwer is onder hen geweest.”
De reden die gegeven wordt, is: “Zodat mensen geen pleidooi tegen Allah kunnen hebben na de komst van de boodschappers.” – Als er geen waarschuwer ooit is geweest onder het Indische volk, dan zal hun pleidooi op de Dag des Oordeels tegen God zijn, dat Hij geen boodschapper gezonden had, zodat ze zouden geloven in Zijn boodschapper en zouden geloven in Hem .
7. Is het redelijkerwijze aan te nemen dat zo'n grote gemeenschap werd afgehouden van ‘De genade voor alle volken’ (vrede zij met hem), dat noch hij Boeddha of 'het licht van Azië’ verifieerde, noch Boeddha ‘de wens van alle volken’ voorspelde? "
Een interessante manier van denken. Twee opmerkingen erbij:
* 'Profeet' roept wel de vraag op: profeet waarvan? Voor moslims: van God (Allah); maar voor de boeddhist?
* Terwille van mijn symmetrie-wens: is er ook een boeddhist of boeddhistische geleerde (geweest) die stelt dat Mohammed een Boeddha, dat is een volledig verlichte, was? Ik denk het niet, ben zo'n uitspraak in ieder geval nergens tegengekomen. Wellicht dat een moslim deze vraagstelling alleen al ongepast zou vinden en een boeddhist een teken van onwetendheid.
=======================================================================
Terug naar m'n oorspronkelijke vraagstelling:
Hoe met de Islam om te gaan?
En meer persoonlijk:
Waarover en hoe een zinnig gesprek te voeren met een moslim?
Ik ken één interessant voorbeeld van zo'n gesprek: Een gesprek op de BOS-Radio van Marlous Lazal met islamoloog en bekeerd moslima Anne Dijk in februari dit jaar. Beluister de uitzending . Of de langere versie
Uit de aankondiging: "Hoe inspireert de Islam haar in haar dagelijks leven? En wat gebeurt er precies in een workshop Mindful Islam? Hebben boeddhisme en Islam misschien meer raakvlakken dan we denken?"
Het thema 'Mindful Islam' werd niet uitgewerkt. Ik zou wel van een moslim willen weten of (sommige) moslims ook mediteren in de zin zoals dat in het boeddhisme, en dan met name bij Theravada en Zen gebeurt? De google-zoekopdracht Islam AND meditation geeft een paar miljoen hits.
Op de webpagina van islamicvoice volgt genuanceerd antwoord op die vraag. Ik weet dat er ook een Turkse organisatie is die vipassana à la Goenka geeft. Het Wikipedia-lemma 'meditation' geeft bij paragraaf 'Islam' veel informatie. Maar dit thema kan eigenlijk in een gesprek met een deskundige begrepen worden, alleen maar internet-teksten geven onvoldoende diepgang.
Ik weet het, na deze excursie door de wetenschap, nog steeds niet.
Ik zou zeggen: net zo als met een Christen, die andere monotheïst, alleen iets voorzichtiger. Hoogstens resulterend in een 'we agree to disagree'. Altijd weer proberend die discussie symmetrisch te houden: niet alleen de moslim legt uit en ik probeer te begrijpen maar ook andersom; maar toch steeds weer bekeringsbeoefte of superioriteitsgevoelens bij de ander bemerkend.
Wel heb ik na m'n excursie door de wetenschap (dat is door teksten met een vrij hoog abstractieniveau) me - opnieuw - gerealiseerd dat ook de Islam oneindig veel complexer en veelvormiger is dan ik impliciet dacht.
Een recente Nederlands artikel door Gemme Burger was wat dat betreft in ieder geval voor mij zeer leerzaam:
“Berichtgeving sharia in kranten veel te eenzijdig”. In NieuwWij van 9 juni
"Wat betekent sharia? Wie een Nederlandse krant openslaat heeft al snel een duidelijk vermoeden: sharia is een rechtssysteem dat steniging en handen afhakken oplegt. De meeste Nederlandse imams denken echter heel anders over sharia. In een onderzoek van Gemme Burger wordt duidelijk dat het woord sharia in de Nederlandse media geframed wordt. Er is geen plaats voor andere betekenissen.
...; in al deze kranten wordt sharia grotendeels voorgesteld als een rechtssysteem dat geassocieerd kan worden met terrorisme en lijfstraffen.
Dat staat haaks op het feit dat imams de sharia in veel gevallen eerder bezien als een levenswijze en dus geen rechtspraak in juridische zin. ... De sharia wordt door deze imams gezien als het pad op weg naar Gods wil. Met andere woorden: je leven zo inrichten dat het gericht is op het vinden van god en het onderhouden van de waarden van de islam."
Het is nog steeds mijn ding niet, maar wel een andere betekenis dan ik in mijn vooroordeel dacht.
Over veel kan ik goed met een moslim van gedachten wisselen en het mogelijk in grote mate eens zijn.
Over de ramadan bv, over compassie en gastvrijheid.
M'n vraag aan die denkbeeldige moslim: kan je er mee leven dat ik niet geloof in een schepper God of welke naam aan deze theïstische gedachte ook wordt gegeven.
En als logische subvraag: kan je er mee leven dat ik niet in hemel en hel geloof?
En toch ethisch denk te kunnen leven?
Van mijn kant zal ik, en andere boeddhisten die een vergelijkbare interesse hebben, mij opnieuw de Aziatische religieuze wortels van het boeddhisme moeten realiseren; waarbij rituelen niet als onbelangrijk en afschafbaar terzijde moeten worden gelegd. De thema's van het boek 'Buddhism is a Religion- You Can Believe it ' van David Brazier.
Want, zoals gezegd, ik wil wel graag symmetrie in mijn/onze gesprekken met moslims;
niet alleen informatie vragen c.q. geven; niet alleen verwijten uitspreken c.q. pareren;
ons beperken tot een hanteerbare kleine hoeveelheid schuldgevoelens en slachtofferschap.
Met nieuwsgierigheid als basis, eigenlijk meer nog dan compassie.
Een ingekorte versie van dit artikel is opgenomen op de website van 'NieuwWij ', een groep mensen, gericht op 'een samenleving waarin alle Nederlanders zich thuis kunnen voelen': www.nieuwwij.nl/verdieping/hoe-gaat-een-boeddhist-met-de-islam-om-niet-dus-of-toch/
Ik heb niet met erg veel moslims gesproken in m'n leven. Wel over ditjes en datjes en in een werkgroep over gemeentebeleid. Maar niet over de Islam. En nog minder met een moslim over het Boeddhisme (ik schrijf dit van de weeromstuit ook maar met een hoofdletter).
Wel een paar keer min of meer de gelegenheid toe gehad en toen ook wel een beetje meegepraat; maar ik weet eerlijk gezegd niet hoe, en waarover dat gesprek dan zou moeten gaan.
Mogelijk over de ramadan, het vasten, over ruimhartig kunnen geven, over compassie en dat type ongevaarlijke onderwerpen.
In feite heb ik dat wel met alle theïstische religies, de Abrahamitische worden ze wel genoemd: het Christendom, het Joodse geloof en de Islam. Maar met een aanhanger van Joodse geloof of Christen (Katholiek zowel als Protestant) heb ik minder moeite: ik ken de gevoeligheden en heb minder moeite daarover te zeggen: we agree to disagree. Maar ze echt serieus nemen over de (voor hen) essentiële geloofszaken doe ik eerlijk gezegd niet.
Zo'n gesprek met een moslim kan ook gaan over overeenkomsten en verschillen - en vooral van de verschillen - tussen beide religies.
Een lijstje daarvan heb ik opgenomen in Bijlage 5, van m'n blog van 1 juli .
Zoals bijvoorbeeld:
Maar de daar genoemde kenmerken van de twee religies zijn niet de enige, er is nogal wat variatie per religie. En bovendien: het zijn 'opvattingen', aspecten van gestold geloof
Vergelijk een (door mij vertaalde) tekst van Dale Wright over het concept 'geloof ':
"De Anglo-Amerikaanse neiging om religie te definiëren als een geloofssysteem is misleidend, en heel modern. Geloof komt alleen in het spel in de religie als de gedeelde mythische of verhalende basis van cultuur gebroken is, ... Pas dan merken de deelnemers dat ze in het bezit zijn van dergelijke overtuigingen en beginnen om ze die te onderzoeken of zich aan vast te klampen. 'Geloof' is ... een vertraagd topje van de religieuze ijsberg. "
=======================================================================
Laat ik het thema dan eerst maar via een omweg benaderen: de verhouding tussen de Islam en het Boeddhisme in studieuze en reflecterende teksten; met name over de situatie in Azië, vroeger en nu. Bepaald geen makkelijke relatie en ook gecompliceerd, veelvormig.
In het onderstaande zal ik een aantal maal verwijzen naar 'Bijlagen' in een eerdere blog opgenomen, deze zijn hier te vinden.
Ik moet de lezer waarschuwen: ondanks dat ik veel lange lappen tekst heb geplaatst in de BIJLAGEN komen ook hieronder lange Engelstalige citaten voor. Het is nu eenmaal geen makkelijk onderwerp !
Opvallend is dat er nauwelijks door boeddhisten over dit onderwerp geschreven, maar overwegend door moslim-geleerden.
Eén uitzondering, dat is de veel, maar deskundig, schrijvende Duitse Tibetaans-boeddhist Alexander Berzin, die zich - duidelijk aangemoedigd door de Dalai Lama - hier grondig in heeft verdiept. Zie ook Bijlage 1 met daarin opgenomen een overzicht van zijn artikelen.
Dit geldt zowel het historische deel als wat betreft de actuele situatie.
Ik denk dat bv Theravada-boeddhisten de Islam gewoon een oninteressante religie vonden en misschien nog wel vinden (Let wel: dit is slechts mijn opinie, niet op echte bronnen gebaseerd)
A. De geschiedenis van de verhouding tussen het Boeddhisme en de Islam
Om te beginnen is er de vraag: hoe komt het dat tussen ruwweg de 8e en de 12e eeuw geleidelijk het Boeddhisme vrijwel is verdwenen uit India, de bakermat? Er is een tijd geweest dat daar het oprukkende Islam de schuld van kreeg met als dieptepunt de verovering en vernietiging van het reusachtige kloostercomplex in Nalanda.
Steeds meer blijkt dat toch genuanceerder te liggen. Zie bv het Wikipedia-artikel 'Decline of Buddhism in India'. Daaruit blijkt dat de vernietiging van de kloosters van Nalanda een soort eindpunt was: het boeddhisme was al eeuwen verzwakt, de patronage door wereldlijke heersers verminderde; de monniken hielden zich op de kloosters; voor de bevolking bestond het nauwelijks; het brahmanisme (wat nu bekend is onder 'Hindoeisme') kwam op en ook de Islam probeerde te bekeren.
In BIJLAGE 1 B geeft ik uitgebreid de beschrijving van Alexander Berzin weer van de Kalachakra-literatuur ontstaan na invasies van moslims in India en delen van Tibet. Het is één van de weinige bronnen waarin boeddhisten proberen de Islam te begrijpen.
Ook geeft hij pogingen van moslim-geleerden (en wereldlijke regeerders) weer die na hun verovering relatief mild t.a.v. het boeddhisme staan omdat ze deze religie ook die van 'het boek' noemen, van teksten geschonken aan de profeten, zoals in de eerste plaats Mohammed, maar ook Jezus en Boeddha. Een boeddhist was in deze denkwijze een 'dhimmi ': "Dhimmi (Arabisch: ذمة) is de traditionele aanduiding voor bepaalde niet-moslims onder islamitisch bestuur die onder voorwaarden de eigen religie mogen blijven aanhangen. Aanvankelijk verstond men onder dhimmi's de zogeheten 'mensen van het Boek' (joden en christenen) maar later werden ook andere niet-moslims ertoe gerekend ".
Zijn tekst in de paragraaf The Historical Buddhist Approach toward Islam is veel langer dan het citaat dat in in Bijlage 1B heb opgenomen; voor fijnproevers op het gebied van de Kalachakra: zie de bron
Hij noemt ook twee problematische thema's die de kalachakra-teksten onderkennen in de Islam:
* Het offeren van dieren (Sacrificial Slaughter of Animals)
Dit hoort bij de beoefening van de Islam, terwijl de Boeddha het (in de teksten) streng afwijst, omdat het 'nemen van leven' is en omdat de wedergeboorte ook het dierenrijk betreft.
* Het leven na de dood (The Afterlife) waar boeddhisten heel andere opvattingen over hebben: wedergeboorte en (eeuwig) leven na de dood zijn fundamenteel verschillende opvattingen. En de Islamitische opvatting over 'de Dag des Oordeels' is vrijwel niet met de boeddhistische leer te verenigen.
Berzin concludeert droogjes: "As was the case concerning animal sacrifice, the problematic area of the nature of the afterlife and of an eternal Heaven or Hell is not limited to a difference of assertion between Buddhism and Islam. It is an issue between both Buddhists and Hindus on the one side, and Muslims and Christians on the other."
Naast de positieve functie die Berzin toeschrijft aan de Kalachakra-teksten op het begrip tussen boeddhisten en moslims in Tibet is er ook een andere interpretatie, door sommige moslims althans. Vergelijk: Boeddhisme en Islam door Elisabeth Martens:
"Op 6 juli 2014 meldt AFP dat "De Dalaï Lama de boeddhisten oproept om het geweld tegen moslims te stoppen". Dat zijn mooie woorden. In de hoop dat hij consequent zal zijn en dus ook de analyse maakt van het Tibetaanse boeddhisme en zijn - niet zo vreedzame - relaties met de Islam vroeger en nu, maken wij die analyse reeds hier.
Historische context van de rivaliteit tussen moslims en boeddhisten
De rivaliteit tussen moslims en boeddhisten is een lang verhaal. Hier de beknopte versie ...
De Kalachakra voorspelt eveneens dat de soldaten van Boeddha in de vijfentwintigste eeuw een immens leger zullen vormen onder aanvoering van de vijfentwintigste Kali, de koning van Shambala. Deze koning, de reïncarnatie van Maitreia, de Boeddha van de toekomst, is voorbestemd om de krachten van het kwaad te overwinnen. Een laatste oorlog zal plaatsvinden, zo zegt de tekst, waar de niet-moslims in opstand komen tegen de moslims en ons tijdperk naar een apocalyptisch einde brengt. Een deel van de tekst is een expliciete oproep tot een heilige oorlog tegen de Islam, met een zeer gedetailleerde beschrijving van de verschrikkelijke wapens die daarbij gebruikt worden. De Kalachakra, ’ontdekt’ in een tijdperk waar de moslimlegers ravage aanrichtten in Punjab en op de zijderoute, wordt gekenmerkt door een bijzonder hevige haat tegenover de ’onmensen uit Mekka’.
... "
(Opmerking: ik kan de schrijfster van dit artikel niet plaatsen, dit is het enige Nederlandstalige artikel in een voor de rest Franstalige - Belgische - website. Ik krijg de indruk dat de auteurs ervan meer anti de Dalai Lama dan pro de Islam zijn; Joop R.)
Een berucht voorbeeld van de negatieve kijk van moslims op het boeddhisme is het vernietigen van Boeddha-beelden in Afghanistan. Echter:
Buddhism and Islam on the Silk Road by Johan Elverskog (boekbespreking )
In the contemporary world the meeting of Buddhism and Islam is most often imagined as one of violent confrontation. Indeed, the Taliban's destruction of the Bamiyan Buddhas in 2001 seemed not only to reenact the infamous Muslim destruction of Nalanda monastery in the thirteenth century but also to reaffirm the stereotypes of Buddhism as a peaceful, rational philosophy and Islam as an inherently violent and irrational religion. But if Buddhist-Muslim history was simply repeated instances of Muslim militants attacking representations of the Buddha, how had the Bamiyan Buddha statues survived thirteen hundred years of Muslim rule?
Buddhism and Islam on the Silk Road demonstrates that the history of Buddhist-Muslim interaction is much richer and more complex than many assume. This groundbreaking book covers Inner Asia from the eighth century through the Mongol empire and to the end of the Qing dynasty in the late nineteenth century. By exploring the meetings between Buddhists and Muslims along the Silk Road from Iran to China over more than a millennium, Johan Elverskog reveals that this long encounter was actually one of profound cross-cultural exchange in which two religious traditions were not only enriched but transformed in many ways."
B. Regio's in de wereld met veel moslims en boeddhisten,
en pogingen tot vermindering van de spanningen daar
In Bijlage 1 A citeer ik Berzins overzicht 'Current Buddhist-Islamic Interaction '
Als reflectie daarop schrijft hij:
"Through education about other cultures, we may hopefully avoid the disastrous effects of any possible future 'clash of civilizations.'
Two such civilizations are the Buddhist and Islamic worlds. Over history, the two civilizations have interacted in both constructive and problematic ways. When they have clashed, religious doctrine may have been used to rally the troops. But deeper analysis shows that the motives behind the conflicts have centered primarily on economical, political, and strategic military issues.
At present, there are very few areas in the world where traditional Buddhist and Islamic groups are living together. In some of those regions where they do intermix – such as Tibet, Ladakh, and southern Thailand – the interaction is so strongly affected by the actions of other cultural and national groups that one cannot meaningfully isolate specific Buddhist-Muslim issues outside of their wider context. In others, such as Malaysia and Indonesia, the Buddhist population consists of overseas Chinese, and the interaction between them and the native Muslims is primarily dictated by economic factors. In short, religious doctrinal differences seem to play little role in present-day Buddhist-Islamic relations. ...." (onderstreping door mij)
De spanningen tussen moslims en boeddhisten zijn in diverse regio's aanleiding geweest bijeenkomsten over vrede en harmonie te organiseren, en voorstellen daarover te doen.
Vergelijk de publicaties in Bijlage 2 The Premises and Promises of the Buddhist-Muslim Dialogue door Mohammad Selim; en Bijlage 4 The Buddhist Face of Peace: Buddhist Peace Initiatives in Times of Religious Intolerance.
Ook het boek 'Common Grounds' (zie hieronder) is het gevolg van een vergelijkbaar initiatief van de Dalai Lama en een aantal vooraanstaande Moslim-geleerden.
Het is de vraag of dit soort bijeenkomsten in Nederland zinvol is. Wat er hier ook voor een conflicten zijn, niet tussen boeddhisten en moslims (al was het maar door het ontbreken van boeddhisten). Wel zijn er hier (terechte) opmerkingen over het helemaal niet zo vredelievende gedrag van boeddhisten in landen als Myanmar, waar wij (Nederlandse boeddhisten) ons ook door aangesproken moeten voelen.
Ik ken een aankondiging van een 'Buddhist-Muslim Dialogue' (met o.a. Bhikkhu Bodhi) in New York, maar helaas niet een verslag daarvan.
Verder wil ik wijzen op een voorstel van René Cuperus in de Volkskrant van 15 juni voor een 'Nederlandse Islam Conferentie ' om te voorkomen dat de tweedeling in Nederland tussen moslims en niet-moslims steeds gevaarlijker vormen aanneemt. Een tweedeling waarbij beide partijen elkaar stigmaliseren, met alle vooroordelen en intolerantie van dien. Hij neemt een voorbeeld aan de Duitse Islam Konferenz, een permanent overlegorgaan.
C. Zoektocht naar een gemeenschappelijke grondslag van Islam en Boeddhisme
In BIJLAGE 3 zijn uitgebreide citaten uit het boek 'Common Ground ' te vinden; nog een korte aanvulling:
"Moreover, the book shows beyond any reasonable doubt some very important similarities and parallels between Islam and Buddhism, and in particular the following:
(1) The belief in the Ultimate Truth who is also Absolutely One, and who is Absolute Reality, and the Source of Grace and Guidance to human beings.
(2) The belief that each soul is accountable to a principle of justice in the Hereafter, and that this principle is rooted in the very nature of Absolute Reality.
(3) The belief in the categorical moral imperative of exercising compassion and mercy to all, if not in the central cosmogonic and eschatological functions of mercy ...
(4) The belief that human beings are capable of supra-rational knowledge, the source both of salvation in the Hereafter and enlightenment in the here-below.
(5) The belief in the possibility of a sanctified state for human beings, and the conviction that all should aspire to this state of sanctity.
(6) The belief in the efficacy and necessity of spiritual practice: whether this take the form of fervent prayer, contemplative meditation, or methodic invocation.
(7) The belief in the necessity of detachment from the world, from the ego and its passional desires.
As regards the Buddha’s not mentioning of God as Creator, this is definitely an absolute difference between Muslims and Buddhists but if it is understood that the One is God, and that the Buddha’s silence on the One as Creator is not a denial as such, then it is possible to say that the points above certainly make for substantial ‘Common Ground’ between Islam and Buddhism, despite the many unbridgeable differences between them. "
Mijn commentaar: wat hiervan te zeggen? Ik herken het boeddhisme zoals ik dat ervaar en wens te beoefenen maar gedeeltelijk (sommige punten wel, hoor)in deze tekst. Het is best fijn dat anderen zo'n grote overeenkomst zien tussen Boeddhisme en Islam, maar dan heeft men wel eerst een bepaalde vorm van 'Boeddhisme' daartoe geselecteerd.
Ook omdat het een van de weinige Nederlandstalige teksten is, noem ik vervolgens:
'OverIslam - Boeddhisme' . Bron: www.overislam.nl/religies/boeddhisme.html
Een feitelijke samenvatting, voor de moslim en vanuit de Islam-gezichtspunt van wat het Boeddhisme in houdt. Af en toe kritisch zoals de paragraaf 'De filosofie van het Boeddhisme is tegenstrijdig'. Interessant - voor een boeddhist om te begrijpen hoe een moslim denkt - is ook de paragraaf 'Mohammed in de boeddhistische geschriften '; een voorzichtige en door mij niet helemaal begrepen discussie over de overeenstemming tussen de profeet Mohammed en de in de boeddhistische geschriften voorstelde komst van Maitreya.
Een tegengeluid voordat het allemaal te harmonisch wordt tussen moslims en boeddhisten:
'Islam and Buddhism '. Door Harun Yahya, een Turkse moslim die niets van het boeddhisme moet hebben:
"Throughout the world, but especially in America and Europe, some individuals have been intrigued by Buddhism, spurred on mostly by the superstitious, secret, and awesome qualities they perceive in this religion. Generally, those who adopt Buddhism do so not because they believe in the logic of its philosophy, but because they're attracted by its "mystical" atmosphere, drawn to this superstition because it is presented to them as far more different and awesome than any other philosophy they encounter in their normal lives. Books and films about Buddhism depict Buddha as the source of a great mystery. Likewise, Buddhist priests are presented as possessors of secret, arcane knowledge. They fascinate Westerners with their exotic robes, shaved heads, style of worship, elaborate ceremonies, dwelling places, meditation, yoga and other such strange practices.
This book examines Buddhism's superstitious character in the light of the Qur'an and lets you see clearly this superstitious religion's more perverse aspects. When we consider Buddhism's appearance, its scriptures, general beliefs, style of worship in the light of the Qur'an, we begin to see that its basic philosophy is founded on very deviant doctrines. Indeed, its worship contains strange practices leading its devotees to worship idols of stone and clay. "
Interessant hierbij is dat het motief dat Aziatische moslims schijnen te hebben gehad om contact met boeddhisme en andere Aziatische religies te zoeken (samen tegen de Westerse dominantie, zie bv Bijlage 2) hier wordt omgedraaid. Yahya ziet juist het gevaar van Westerse boeddhisten die de Islam dreigen te verzwakken.
Uit een andere tekst van Alexander Berzin:
"For example, the primarily Muslim state of Indonesia officially permits five religions—Islam, Catholicism, Protestantism, Hinduism and Buddhism—on the grounds that they all accept a creator God. In this regard, Indonesian Buddhists posit Adibuddha, the primordial Buddha of the Kalachakra Tantra, as the “creator.” I had several interesting discussions with Buddhist monks in Indonesia about the issue of God in Buddhism. Since Adibuddha can be interpreted as the clear light primordial consciousness, and since all appearances of samsara and nirvana are the play or “creation” of that mind, we concluded that it could be said that Buddhism accepts a “creator God.” The fact that Buddhism asserts Adibuddha not to be an individual, separate being who created the universe, but something present in each sentient being, can be seen as a theological difference concerning the nature of God. That is, Buddhism does accept a “creator God” but with its own unique interpretation. As the Muslims say, “Allah has many names,” and many Christian, Islamic, Hindu, and Jewish thinkers assert that God is abstract and present in all beings. Establishing this allowed for a comfortable dialogue with Islamic theologians to ensue. "
Bron: ThubtenChodron
Eigenlijk vind ik dit helemaal niet zo positief: boeddhisten in een islamitische cultuur voelen zich verplicht te doen alsof hun religie ook theïstisch is; en ze geloven het zelf ook nog.
Doet me denken aan het proces van onderwerping, beschreven in het boek 'Onderworpen' (Frans: 'Soumission') door Houellebecq.
Er zijn uitzonderingen. Er zijn vormen van Islam beoefenen die veel makkelijker (hoogstens op een andere manier moeilijk) zijn voor een boeddhist als ik. Bijvoorbeeld de Soefi .
Bij die term moet wel gelijk twee inhouden onderscheiden worden:
* Het soefisme als (mystieke) islamitische traditie. "Als religieuze beweging kenmerkt het soefisme zich als een wisselwerking van religieuze en spirituele invloeden. Soefi's geloven dat de Koran en de strikte regels van de sharia uiterlijke regels zijn en dat er diverse stadia van (innerlijke) nabijheid tot God bestaan. Een van de symbolen die dit symboliseert is de roos. De doornen van de roos, die de roos beschermen, staan voor de regels van de sharia. De stam van de roos symboliseert het innerlijke pad, ook wel tariqa genoemd. De bladeren van de roos staan symbool voor marefa waarbij de soefi innerlijke kennis van God ervaart. De geur van de roos staat voor het ervaren van de werkelijkheid (haqiqa) zoals deze is.
Bekend zijn ook de dansende derwisjen uit de Turkse stad Konya. Door in het rond te tollen bereiken zij een bepaalde extase en zo proberen zij tot God te komen. Deze zogeheten Mevlevi-soefi-orde werd gesticht door de volgelingen van de Perzische soefidichter Jalal ad-Din Rumi uit de 13e eeuw. " Rumi, die wordt nog steeds veel geciteerd, ook door boeddhisten. Een gesprek hierover (met soefi's) vergt wel enige studie maar lijkt me voor een boeddhist niet moeilijk.
* "Universeel Soefisme zoals dit door Hazrat Inayat Khan naar Europa en Amerika gebracht werd. Zijn boodschap van harmonie, liefde en schoonheid beperkt zich niet tot één religie, maar omarmt alle wereldreligies. Tijdens erediensten, zoals deze bijvoorbeeld in de soefitempel in Katwijk aan Zee worden gehouden, worden zeven kaarsen ontstoken, één voor het hindoeïsme, één voor het boeddhisme, één voor het zoroastrisme, één voor het jodendom, één voor het christendom, één voor de islam en één voor allen die het licht van de waarheid in de duisternis van menselijke onwetendheid hebben hoog gehouden. Deze vorm van soefisme beoogt geen nieuwe religie te zijn of nieuwe dogma's te vormen, maar beoogt eenheid tussen alle mensen evenals respect voor eenieders religie en cultuur."
Bron: Wikipedia. Over dat kaarsen-gedoe heb ik al een keer geschreven. Verschillen moeten juist niet verdoezeld worden.
Een andere groep moslims waarmee een gesprek voor een boeddhist (zoals ik, voor sommige Tibetanen ligt dat mogelijk anders) makkelijk is, zijn de atheïstische moslims. Als je ze kan vinden natuurlijk, want ze moeten voorzichtig over hun opvattingen - in moslim-landen - praten. Dat blijkt uit het artikel 'Dappere goddelozen' in de Volkskrant van 23 mei
D. Een mogelijke gemeenschappelijke grondslag: de Boeddha was ook een Profeet
Eén van de uitspraken van Islam-geleerden die ik heb gelezen, is: de historische Boeddha (Siddarta Gautama aka Sakyamuni) was een profeet, net zo als Mohammed dat was.
Dat is interessant, en waarschijnlijk getuigend van goede bedoelingen van moslims richting boeddhisten.
Een voorbeeld: "... Maar wellicht was Boeddha ook een profeet van Allah de Verhevene, maar zijn diens leringen na zijn dood verandert. Dat Boeddha niet in de Koran genoemd wordt, betekend niet dat hij geen profeet was. De Koran geeft een (Nederlandstalige interpretatie): 'En (Wij zonden) boodschappers over wie Wij jou voorheen verteld hebben (in de Koran) en boodschappers over wie Wij jou niet verteld hebben ...' ” Bron: hier
Twijfel over dat profeet zijn van de Boeddha: hier en hier, pag 25
Uit de website van ' Moslims die tot de Lahore Ahmadiyya Beweging in de Islam behoren ': "Boeddha voorspelt de komst van de profeet Mohammed ...
Er wordt in duidelijke woorden gesteld:
'En Wij hebben boodschappers gestuurd die Wij u voorheen hebben vermeld, en boodschappers die Wij u niet hebben vermeld.' ... Een opsomming nu van onze argumenten om aan te tonen dat Boeddha een geïnspireerde persoon was.
1. De Heilige Koran zegt herhaaldelijk: 'En voor elk volk is er een boodschapper geweest, dus wanneer hun boodschapper komt, wordt de zaak tussen hen met rechtvaardigheid beslist.'
De volkeren van het Verre Oosten, China, Japan en Tibet vormen een grote meerderheid van de wereldbevolking. Hun aantal is vandaag de dag drie- tot vierhonderd miljoen. Hoe kan men redelijkerwijze aannemen dat er tot zo’n groot aantal mensen geen waarschuwer of boodschapper was gezonden, en dat zij toch een godsdienst hebben gesticht die meer aanhangers telt dan enig andere godsdienst?
2. Als er op de Dag des Oordeels, wanneer de Goddelijke wet der vergelding zal oordelen tussen de mensen volgens hun geopenbaarde boeken, geen boek of wet ooit is geopenbaard aan een bepaald volk door haar boodschapper, op welke grond zal zij dan worden beoordeeld? Het zij opgemerkt dat de Boeddhisten geen wilden zijn, maar een beschaafd volk.
3, 4, en 5 ...
6. In de Heilige Koran staat: “En er is geen volk, of een waarschuwer is onder hen geweest.”
De reden die gegeven wordt, is: “Zodat mensen geen pleidooi tegen Allah kunnen hebben na de komst van de boodschappers.” – Als er geen waarschuwer ooit is geweest onder het Indische volk, dan zal hun pleidooi op de Dag des Oordeels tegen God zijn, dat Hij geen boodschapper gezonden had, zodat ze zouden geloven in Zijn boodschapper en zouden geloven in Hem .
7. Is het redelijkerwijze aan te nemen dat zo'n grote gemeenschap werd afgehouden van ‘De genade voor alle volken’ (vrede zij met hem), dat noch hij Boeddha of 'het licht van Azië’ verifieerde, noch Boeddha ‘de wens van alle volken’ voorspelde? "
Een interessante manier van denken. Twee opmerkingen erbij:
* 'Profeet' roept wel de vraag op: profeet waarvan? Voor moslims: van God (Allah); maar voor de boeddhist?
* Terwille van mijn symmetrie-wens: is er ook een boeddhist of boeddhistische geleerde (geweest) die stelt dat Mohammed een Boeddha, dat is een volledig verlichte, was? Ik denk het niet, ben zo'n uitspraak in ieder geval nergens tegengekomen. Wellicht dat een moslim deze vraagstelling alleen al ongepast zou vinden en een boeddhist een teken van onwetendheid.
=======================================================================
Terug naar m'n oorspronkelijke vraagstelling:
Hoe met de Islam om te gaan?
En meer persoonlijk:
Waarover en hoe een zinnig gesprek te voeren met een moslim?
Ik ken één interessant voorbeeld van zo'n gesprek: Een gesprek op de BOS-Radio van Marlous Lazal met islamoloog en bekeerd moslima Anne Dijk in februari dit jaar. Beluister de uitzending . Of de langere versie
Uit de aankondiging: "Hoe inspireert de Islam haar in haar dagelijks leven? En wat gebeurt er precies in een workshop Mindful Islam? Hebben boeddhisme en Islam misschien meer raakvlakken dan we denken?"
Het thema 'Mindful Islam' werd niet uitgewerkt. Ik zou wel van een moslim willen weten of (sommige) moslims ook mediteren in de zin zoals dat in het boeddhisme, en dan met name bij Theravada en Zen gebeurt? De google-zoekopdracht Islam AND meditation geeft een paar miljoen hits.
Op de webpagina van islamicvoice volgt genuanceerd antwoord op die vraag. Ik weet dat er ook een Turkse organisatie is die vipassana à la Goenka geeft. Het Wikipedia-lemma 'meditation' geeft bij paragraaf 'Islam' veel informatie. Maar dit thema kan eigenlijk in een gesprek met een deskundige begrepen worden, alleen maar internet-teksten geven onvoldoende diepgang.
Ik weet het, na deze excursie door de wetenschap, nog steeds niet.
Ik zou zeggen: net zo als met een Christen, die andere monotheïst, alleen iets voorzichtiger. Hoogstens resulterend in een 'we agree to disagree'. Altijd weer proberend die discussie symmetrisch te houden: niet alleen de moslim legt uit en ik probeer te begrijpen maar ook andersom; maar toch steeds weer bekeringsbeoefte of superioriteitsgevoelens bij de ander bemerkend.
Wel heb ik na m'n excursie door de wetenschap (dat is door teksten met een vrij hoog abstractieniveau) me - opnieuw - gerealiseerd dat ook de Islam oneindig veel complexer en veelvormiger is dan ik impliciet dacht.
Een recente Nederlands artikel door Gemme Burger was wat dat betreft in ieder geval voor mij zeer leerzaam:
“Berichtgeving sharia in kranten veel te eenzijdig”. In NieuwWij van 9 juni
"Wat betekent sharia? Wie een Nederlandse krant openslaat heeft al snel een duidelijk vermoeden: sharia is een rechtssysteem dat steniging en handen afhakken oplegt. De meeste Nederlandse imams denken echter heel anders over sharia. In een onderzoek van Gemme Burger wordt duidelijk dat het woord sharia in de Nederlandse media geframed wordt. Er is geen plaats voor andere betekenissen.
...; in al deze kranten wordt sharia grotendeels voorgesteld als een rechtssysteem dat geassocieerd kan worden met terrorisme en lijfstraffen.
Dat staat haaks op het feit dat imams de sharia in veel gevallen eerder bezien als een levenswijze en dus geen rechtspraak in juridische zin. ... De sharia wordt door deze imams gezien als het pad op weg naar Gods wil. Met andere woorden: je leven zo inrichten dat het gericht is op het vinden van god en het onderhouden van de waarden van de islam."
Het is nog steeds mijn ding niet, maar wel een andere betekenis dan ik in mijn vooroordeel dacht.
Over veel kan ik goed met een moslim van gedachten wisselen en het mogelijk in grote mate eens zijn.
Over de ramadan bv, over compassie en gastvrijheid.
M'n vraag aan die denkbeeldige moslim: kan je er mee leven dat ik niet geloof in een schepper God of welke naam aan deze theïstische gedachte ook wordt gegeven.
En als logische subvraag: kan je er mee leven dat ik niet in hemel en hel geloof?
En toch ethisch denk te kunnen leven?
Van mijn kant zal ik, en andere boeddhisten die een vergelijkbare interesse hebben, mij opnieuw de Aziatische religieuze wortels van het boeddhisme moeten realiseren; waarbij rituelen niet als onbelangrijk en afschafbaar terzijde moeten worden gelegd. De thema's van het boek 'Buddhism is a Religion- You Can Believe it ' van David Brazier.
Want, zoals gezegd, ik wil wel graag symmetrie in mijn/onze gesprekken met moslims;
niet alleen informatie vragen c.q. geven; niet alleen verwijten uitspreken c.q. pareren;
ons beperken tot een hanteerbare kleine hoeveelheid schuldgevoelens en slachtofferschap.
Met nieuwsgierigheid als basis, eigenlijk meer nog dan compassie.
dinsdag 12 mei 2015
Wees je eigen leraar - Organiseer je eigen retraites - En creëer je eigen sangha, als je dat wil tenminste
In deze onzekere tijden is het goed om te mediteren, en zich verder in de Dhamma te verdiepen.
En mediteren is zitten op je kussentje of krukje, met de ogen dicht en handen ontspannen op de benen.
Dat kan je samen met anderen doen en samen met een leraar, maar het meditatieproces zelf vindt in essentie plaats in de individu.
Sommigen houden wellicht niet zo van deze vergelijking: net zo als je alleen sterft.
En ik denk dat er in deze onzekere tijden nog meer aanleiding is om zonder leraar te mediteren.
Misschien is het goed om er nog eens aan te herinneren dat men (Theravada) boeddhist is door toevlucht te nemen op de Boeddha, op de Dhamma en op de Sangha. En dus niet op de leraar (guru) zoals in sommige Mahayana-vormen.
Ik heb het dus over het leraar-loos het boeddhisme beoefenen.
Natuurlijk, ik ken en erken het belang van een bekwame leraar die de meditatie goed kan onderwijzen aan een beginnend beoefenaar. Eerst één methode, om verwarring te voorkomen, niet omdat er maar één methode is, en later ook andere methoden.
Ik erken het belang van een leraar vooral voor de eerste paar jaar van een beginnend boeddhist. Daarna moet je het alleen kunnen, ook al ben je niet volleerd. Je voormalige leraar kan dan één van je spirituele vrienden zijn, als het hem of haar lukt echt uit de leraar-modus te stappen.
Het is toch eigenlijk onbegrijpelijk in de Westerse verhoudingen, dat iemand zo lang leerling blijft. Zelfs een chirurg is sneller klaar met zijn of haar opleiding dan een mediterende (soms yogi genoemd).
Dat 'zonder leraar' bedoel ik niet alleen voor dagelijkse of wekelijkse sessies maar ook voor retraites.
Na drie à vier jaar traditioneel met een leraar mediteren en na twee à drie traditionele meerdaagse retraites met interviews en Dhammatalks te hebben gevolgd kan een boeddhist toch zeker wel op eigen benen staan?
Echt alleen of samen met (spirituele) vrienden. In een zelf gecreëerde sangha .
Waar ik voor pleit, is:
* Organiseer je eigen privé-retraite.
Thuis, op zolder, in een schuur of een vakantiehuisje. Zonder met eventueel
toch nog aanwezige huisgenoten te spreken en je eigen kostje kokend
(zelfs zwijgend inkopen doen in een supermarkt is geen probleem).
* Organiseer samen met een paar anderen een 'Peer-Retreat'.
Als Sanghametta of de SIM dat niet organiseren (Sanghametta
heeft dat in het verleden wel eens gedaan), doe het dan zelf. Huur in een
centrum met éénpersoonskamers, of kom dag weer bij elkaar, met thuis
overnachten; ik kan me elke groepsgrootte tussen de 4 en de 10 voorstellen.
In de blog van de groep 'Säkularer Buddhismus ' brengen een paar Oostenrijkers verslag uit van zo'n retraite: 'Peer-Retreat, geht das? Wie geht das? ' Zie hier hun verslag
Hierboven sprak ik over 'deze onzekere tijden'. Dat is natuurlijk een cliché, de tijden zijn altijd onzeker; of precieser: mensen zijn altijd onzeker (geweest).
Maar nu doel ik specifiek op het komende halfjaar (of langer), waarin mediterenden - in vipassana, inzichtsmeditatie of andere aan de Theravada verbonden methoden - niet weten wat ze met hun Mettavihari-gerelateerde leraar aan moeten.
En waarin organisaties van retraites (de SIM en VCN ); en organisaties van
leraren ('de zes' en 'de zeven', voorheen 'de veertien' aka VN / Mettavihari Heritage Sangha)
in verwarring zijn.
Jammer dat het boek 'Boeddha@home - Op retraite in je eigen huis ' van Renate Seifarth nog steeds niet uit is in de Nederlandse vertaling. Nu moeten we het doen met het Duitse origineel .
De beschrijving door Asoka (nu met verwachting 18 september a.s. maar dat zegt niet alles):
"In Boeddha@home neemt een ervaren meditatielerares je mee op een retraite in je eigen vertrouwde omgeving; dit in combinatie met je alledaagse werkzaamheden, of in een periode die volledig gewijd kan worden aan oefening en verdieping. ... "
Update 13 mei
Ook deze week heeft Edel Maex in z'n blog LEVEN IN DE MAALSTROOM een tekst geplaatst onder de titel 'Moet ik een leraar hebben ? ' (overgenomen in het BD )
Hij vat z'n inleiding samen in vier algemene aandachtspunten voor de leerling:
"1 Wees er van bewust dat religie/spiritualiteit een bijzonder kwetsbare materie is.
2 Het is het verlangen van de leerling dat de leraar maakt en niet omgekeerd.
3 Overschat de leraar niet, maar laat je ook niet tegenhouden om te leren van iemand die niet perfect is.
4 Hou ten allen tijde de verantwoordelijkheid voor je eigen autonomie en integriteit "
Deze punten, hoe waardevol op zich, stelt hij min of meer in de plaats van een éthische code voor leraren'. Ik ga hierover niet hier met hem in discussie omdat hij op zijn beurt reageert op de brief van 'de 7', en daarover wil ik hier en nu niet in discussie.
Update 14 mei
Naar aanleiding van de aandachtspunten van Edel wil ik nog eens verwijzen naar 'Leidraad om groepen en leraren te waarderen ', opgenomen in een blog van me uit 2013.
Zie ook mijn reactie op hem, hieronder.
Update 15 mei
De afgelopen week heb ik de websites van de (14) Mettavihari-leeerlingen/leraren af en toe gecheckt op het eventueel verwijzen naar het nieuws.
De enige tot nu toe is de site van 'Vipassana Groningen '
Eergisteren verscheen bovenstaande blog in het BoeddhistischDagblad , deels geciteerd, deels geparafraseerd.
Omdat de reacties, met name die van ene Henk, mogelijk op misverstanden berusten, heb ik ook een reactie geplaatst:
'Henk, je zou het kunnen begrijpen als je m’n tekst in haar geheel leest. In mijn blog, dat levert ook de juiste context. Namelijk een Theravada-context; mijn blog is gericht op beoefenaren van ‘inzichtsmeditatie’ en heeft als aanleiding het nieuws over Mettavihari zover dat tot nu bekend is (nog lang niet alles).
En verder waarschuw ik niet maar geef feitelijke informatie over de betekenis van het toevlucht nemen in de Theravada, dat is een gansch andere traditie dan het Tibetaanse boeddhisme waar jij kennelijk van bent. Of de beoefenaren van deze traditie hun hele leven een leraar/guru/lama nodig hebben, daar ga ik niet over, dat is hun zaak. '
Update 17 mei
Uit een mail van mij aan de redactie van het Boeddhistisch Dagblad
"Ik wil terugkomen op het artikel in het BD http://boeddhistischdagblad.nl/50299-wees-je-eigen-leraar-organiseer-je-eigen-retraites-en-je-eigen-sangha/
Toen ik het zag staan op 13 mei was ik nogal verrast dat je me niet gevraagd had mijn blogtekst (gedeeltelijk) over te nemen. Maar ik dacht ook, dat het wel ook gedeeltelijk een nieuwsartikel was en liet het dus lopen. Bovendien heb ik zelf een dag later een reactie proberen te plaatsen wat me - tot m'n verbazing - zomaar lukte.
Dat is niet goed, vind ik nu achteraf en niet voor herhaling vatbaar.
Het BD heeft mij gebanned gezien jullie interpretatie (m.i. onjuist) van de tweede en derde vorm van 'onjuist spreken';
en ik wil ook niet schrijven in het BD omdat ik vind dat de vierde vorm ('gebabbel') er te veel in voor komt.
Dat was een soort deal en zo moeten we het maar houden. "
Overigens heeft die reactie van mij (over 'de juiste context') in het BD ook niet geholpen, dat is m'n indruk tenminste bij het lezen van vervolgreacties op de mijne.
En mediteren is zitten op je kussentje of krukje, met de ogen dicht en handen ontspannen op de benen.
Dat kan je samen met anderen doen en samen met een leraar, maar het meditatieproces zelf vindt in essentie plaats in de individu.
Sommigen houden wellicht niet zo van deze vergelijking: net zo als je alleen sterft.
En ik denk dat er in deze onzekere tijden nog meer aanleiding is om zonder leraar te mediteren.
Misschien is het goed om er nog eens aan te herinneren dat men (Theravada) boeddhist is door toevlucht te nemen op de Boeddha, op de Dhamma en op de Sangha. En dus niet op de leraar (guru) zoals in sommige Mahayana-vormen.
Ik heb het dus over het leraar-loos het boeddhisme beoefenen.
Natuurlijk, ik ken en erken het belang van een bekwame leraar die de meditatie goed kan onderwijzen aan een beginnend beoefenaar. Eerst één methode, om verwarring te voorkomen, niet omdat er maar één methode is, en later ook andere methoden.
Ik erken het belang van een leraar vooral voor de eerste paar jaar van een beginnend boeddhist. Daarna moet je het alleen kunnen, ook al ben je niet volleerd. Je voormalige leraar kan dan één van je spirituele vrienden zijn, als het hem of haar lukt echt uit de leraar-modus te stappen.
Het is toch eigenlijk onbegrijpelijk in de Westerse verhoudingen, dat iemand zo lang leerling blijft. Zelfs een chirurg is sneller klaar met zijn of haar opleiding dan een mediterende (soms yogi genoemd).
Dat 'zonder leraar' bedoel ik niet alleen voor dagelijkse of wekelijkse sessies maar ook voor retraites.
Na drie à vier jaar traditioneel met een leraar mediteren en na twee à drie traditionele meerdaagse retraites met interviews en Dhammatalks te hebben gevolgd kan een boeddhist toch zeker wel op eigen benen staan?
Echt alleen of samen met (spirituele) vrienden. In een zelf gecreëerde sangha .
Waar ik voor pleit, is:
* Organiseer je eigen privé-retraite.
Thuis, op zolder, in een schuur of een vakantiehuisje. Zonder met eventueel
toch nog aanwezige huisgenoten te spreken en je eigen kostje kokend
(zelfs zwijgend inkopen doen in een supermarkt is geen probleem).
* Organiseer samen met een paar anderen een 'Peer-Retreat'.
Als Sanghametta of de SIM dat niet organiseren (Sanghametta
heeft dat in het verleden wel eens gedaan), doe het dan zelf. Huur in een
centrum met éénpersoonskamers, of kom dag weer bij elkaar, met thuis
overnachten; ik kan me elke groepsgrootte tussen de 4 en de 10 voorstellen.
In de blog van de groep 'Säkularer Buddhismus ' brengen een paar Oostenrijkers verslag uit van zo'n retraite: 'Peer-Retreat, geht das? Wie geht das? ' Zie hier hun verslag
Hierboven sprak ik over 'deze onzekere tijden'. Dat is natuurlijk een cliché, de tijden zijn altijd onzeker; of precieser: mensen zijn altijd onzeker (geweest).
Maar nu doel ik specifiek op het komende halfjaar (of langer), waarin mediterenden - in vipassana, inzichtsmeditatie of andere aan de Theravada verbonden methoden - niet weten wat ze met hun Mettavihari-gerelateerde leraar aan moeten.
En waarin organisaties van retraites (de SIM en VCN ); en organisaties van
leraren ('de zes' en 'de zeven', voorheen 'de veertien' aka VN / Mettavihari Heritage Sangha)
in verwarring zijn.
Jammer dat het boek 'Boeddha@home - Op retraite in je eigen huis ' van Renate Seifarth nog steeds niet uit is in de Nederlandse vertaling. Nu moeten we het doen met het Duitse origineel .
De beschrijving door Asoka (nu met verwachting 18 september a.s. maar dat zegt niet alles):
"In Boeddha@home neemt een ervaren meditatielerares je mee op een retraite in je eigen vertrouwde omgeving; dit in combinatie met je alledaagse werkzaamheden, of in een periode die volledig gewijd kan worden aan oefening en verdieping. ... "
Update 13 mei
Ook deze week heeft Edel Maex in z'n blog LEVEN IN DE MAALSTROOM een tekst geplaatst onder de titel 'Moet ik een leraar hebben ? ' (overgenomen in het BD )
Hij vat z'n inleiding samen in vier algemene aandachtspunten voor de leerling:
"1 Wees er van bewust dat religie/spiritualiteit een bijzonder kwetsbare materie is.
2 Het is het verlangen van de leerling dat de leraar maakt en niet omgekeerd.
3 Overschat de leraar niet, maar laat je ook niet tegenhouden om te leren van iemand die niet perfect is.
4 Hou ten allen tijde de verantwoordelijkheid voor je eigen autonomie en integriteit "
Deze punten, hoe waardevol op zich, stelt hij min of meer in de plaats van een éthische code voor leraren'. Ik ga hierover niet hier met hem in discussie omdat hij op zijn beurt reageert op de brief van 'de 7', en daarover wil ik hier en nu niet in discussie.
Update 14 mei
Naar aanleiding van de aandachtspunten van Edel wil ik nog eens verwijzen naar 'Leidraad om groepen en leraren te waarderen ', opgenomen in een blog van me uit 2013.
Zie ook mijn reactie op hem, hieronder.
Update 15 mei
De afgelopen week heb ik de websites van de (14) Mettavihari-leeerlingen/leraren af en toe gecheckt op het eventueel verwijzen naar het nieuws.
De enige tot nu toe is de site van 'Vipassana Groningen '
Eergisteren verscheen bovenstaande blog in het BoeddhistischDagblad , deels geciteerd, deels geparafraseerd.
Omdat de reacties, met name die van ene Henk, mogelijk op misverstanden berusten, heb ik ook een reactie geplaatst:
'Henk, je zou het kunnen begrijpen als je m’n tekst in haar geheel leest. In mijn blog, dat levert ook de juiste context. Namelijk een Theravada-context; mijn blog is gericht op beoefenaren van ‘inzichtsmeditatie’ en heeft als aanleiding het nieuws over Mettavihari zover dat tot nu bekend is (nog lang niet alles).
En verder waarschuw ik niet maar geef feitelijke informatie over de betekenis van het toevlucht nemen in de Theravada, dat is een gansch andere traditie dan het Tibetaanse boeddhisme waar jij kennelijk van bent. Of de beoefenaren van deze traditie hun hele leven een leraar/guru/lama nodig hebben, daar ga ik niet over, dat is hun zaak. '
Update 17 mei
Uit een mail van mij aan de redactie van het Boeddhistisch Dagblad
"Ik wil terugkomen op het artikel in het BD http://boeddhistischdagblad.nl/50299-wees-je-eigen-leraar-organiseer-je-eigen-retraites-en-je-eigen-sangha/
Toen ik het zag staan op 13 mei was ik nogal verrast dat je me niet gevraagd had mijn blogtekst (gedeeltelijk) over te nemen. Maar ik dacht ook, dat het wel ook gedeeltelijk een nieuwsartikel was en liet het dus lopen. Bovendien heb ik zelf een dag later een reactie proberen te plaatsen wat me - tot m'n verbazing - zomaar lukte.
Dat is niet goed, vind ik nu achteraf en niet voor herhaling vatbaar.
Het BD heeft mij gebanned gezien jullie interpretatie (m.i. onjuist) van de tweede en derde vorm van 'onjuist spreken';
en ik wil ook niet schrijven in het BD omdat ik vind dat de vierde vorm ('gebabbel') er te veel in voor komt.
Dat was een soort deal en zo moeten we het maar houden. "
Overigens heeft die reactie van mij (over 'de juiste context') in het BD ook niet geholpen, dat is m'n indruk tenminste bij het lezen van vervolgreacties op de mijne.
woensdag 6 mei 2015
Vipassana-leraren: ‘Mettavihari pleegde seksueel wangedrag met leerlingen ’. Vandaag in het BoeddhistischDagblad
Update 7 mei
Als update slechts de constatering dat de redactie van het BoeddhistischDagblad de kop van het betreffende artikel, door mij letterlijk overgenomen, heeft gewijzigd. Het heet nu:
"Vipassana-leraren: ‘Mettavihari pleegde grensoverschrijdend seksueel gedrag met leerlingen’".
Ik denk dat 'de acht' leraren die de verklaring niet hebben willen ondertekenen, nu toch van zich hebben laten horen, namelijk door de redactie te vragen er een meer milde kop boven te zetten.
Echter: 'grensoverschrijdend seksueel gedrag' is m.i. verslechtering van 'seksueel wangedrag'
Update 8 mei
De hoofdredacteur van het BD heeft me geschreven nog geen reactie van 'de andere acht' vipassana-leraren te hebben ontvangen. De wijzigingen in de kop en de eerste alinea's van het artikel betroffen zijn interpretatie van de tekst van 'de zes', die begint met een aanhalingsteken.
Dat was een eigen interpretatie van de redactie op basis van de tekst, die begint na de twee eerste alinea’s met een enkel aanhalingsteken- van de zes leraren. Zelf zou ik het onderscheid tussen feiten (en citaten zijn ook feiten) en interpretatie scherper gemaakt hebben.
Ondertussen blijven we hopen dat ook 'de andere acht' leraren van zich laten horen, ik denk dat ze zich langzaam wel gaan realiseren dat de geest nu eenmaal uit de fles is, hoe moeilijk het ook is dat te zien over hun bewonderde leraar Mettavihari. En dat ze zich gaan realiseren dat de slachtoffers van het seksueel wangedrag van Mettavihari niet geholpen zijn met verder zwijgen.
Update 10 mei
Inmiddels hebben de andere zeven leraren (zonder Adi) een reactie gegeven: zie BD van 9 mei
In afwachting van meer informatie over wat er de afgelopen dertig jaar gebeurd is, wil ik er nu alleen van zeggen: volstrekt inadequaat. Deze zeven zijn niet de eerstgeroepenen om met oplossingen te komen, hun rol in het probleem is daarvoor te onduidelijk. Die van de Thaise ambassade (die Mettavihari naar Nederland heeft gehaald) trouwens ook
=====================================================================
"Zes Nederlandse vipassana-leraren verwijten hun in 2007 overleden Thaise meditatieleraar Mettavihari van grensoverschrijdend seksueel gedrag met mannelijke leerlingen. Het wangedrag kwam volgens deze leraren al in het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw aan het licht, maar een onderzoek in het najaar van 2014 door twee van de zes leraren wees uit dat de omvang groter is dan werd gedacht en dat mensen hier schade van ondervinden. Daarop is besloten het gedrag van Mettavihari in de openbaarheid te brengen.
Met deze bekendmaking zeggen de vipassana-leraren- Ank Schravendeel, Frits Koster, Johan Tinge, Marije Geurts, Dingeman Boot en Joost van den Heuvel Rijnders, dat ze dit gedrag verwerpen en achter de slachtoffers van Mettavihari staan."
Bron: BoeddhistischDagblad van 6 mei, waarin verder een nadere toelichting wordt gegeven en telefoonnummers opgenomen zijn.
Zodra er meer nieuws is over deze verklaring - en dat er meer komt, is zeker - geef ik een update in deze blog.
Nu wil ik alleen verklaren, blij te zijn dat deze zes openlijk hebben gesproken. Ik hoop dat naast het SIM-bestuur vooral ook de andere (acht) leraren - ook Mettavihari-leerling - van zich laten horen. Dit betreft Jotika Hermsen, Henk van Voorst, Peter Baert, Henk Barendrecht, Paul Boersma, Marjo Oosterhoff, Aad Verboom en Adi Ichsan.
Dat er in steeds bredere kring over het seksuele wangedrag van Mettavihari werd gesproken, maar nog steeds niet in de echte openbaarheid, was me al langer duidelijk. Ze bv m'n blog van 12 april over (onder andere) het 'onjuiste zwijgen' . Het eerste begin van het doorbreken van die stilte is nu gemaakt.
Als update slechts de constatering dat de redactie van het BoeddhistischDagblad de kop van het betreffende artikel, door mij letterlijk overgenomen, heeft gewijzigd. Het heet nu:
"Vipassana-leraren: ‘Mettavihari pleegde grensoverschrijdend seksueel gedrag met leerlingen’".
Ik denk dat 'de acht' leraren die de verklaring niet hebben willen ondertekenen, nu toch van zich hebben laten horen, namelijk door de redactie te vragen er een meer milde kop boven te zetten.
Echter: 'grensoverschrijdend seksueel gedrag' is m.i. verslechtering van 'seksueel wangedrag'
Update 8 mei
De hoofdredacteur van het BD heeft me geschreven nog geen reactie van 'de andere acht' vipassana-leraren te hebben ontvangen. De wijzigingen in de kop en de eerste alinea's van het artikel betroffen zijn interpretatie van de tekst van 'de zes', die begint met een aanhalingsteken.
Dat was een eigen interpretatie van de redactie op basis van de tekst, die begint na de twee eerste alinea’s met een enkel aanhalingsteken- van de zes leraren. Zelf zou ik het onderscheid tussen feiten (en citaten zijn ook feiten) en interpretatie scherper gemaakt hebben.
Ondertussen blijven we hopen dat ook 'de andere acht' leraren van zich laten horen, ik denk dat ze zich langzaam wel gaan realiseren dat de geest nu eenmaal uit de fles is, hoe moeilijk het ook is dat te zien over hun bewonderde leraar Mettavihari. En dat ze zich gaan realiseren dat de slachtoffers van het seksueel wangedrag van Mettavihari niet geholpen zijn met verder zwijgen.
Update 10 mei
Inmiddels hebben de andere zeven leraren (zonder Adi) een reactie gegeven: zie BD van 9 mei
In afwachting van meer informatie over wat er de afgelopen dertig jaar gebeurd is, wil ik er nu alleen van zeggen: volstrekt inadequaat. Deze zeven zijn niet de eerstgeroepenen om met oplossingen te komen, hun rol in het probleem is daarvoor te onduidelijk. Die van de Thaise ambassade (die Mettavihari naar Nederland heeft gehaald) trouwens ook
=====================================================================
"Zes Nederlandse vipassana-leraren verwijten hun in 2007 overleden Thaise meditatieleraar Mettavihari van grensoverschrijdend seksueel gedrag met mannelijke leerlingen. Het wangedrag kwam volgens deze leraren al in het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw aan het licht, maar een onderzoek in het najaar van 2014 door twee van de zes leraren wees uit dat de omvang groter is dan werd gedacht en dat mensen hier schade van ondervinden. Daarop is besloten het gedrag van Mettavihari in de openbaarheid te brengen.
Met deze bekendmaking zeggen de vipassana-leraren- Ank Schravendeel, Frits Koster, Johan Tinge, Marije Geurts, Dingeman Boot en Joost van den Heuvel Rijnders, dat ze dit gedrag verwerpen en achter de slachtoffers van Mettavihari staan."
Bron: BoeddhistischDagblad van 6 mei, waarin verder een nadere toelichting wordt gegeven en telefoonnummers opgenomen zijn.
Zodra er meer nieuws is over deze verklaring - en dat er meer komt, is zeker - geef ik een update in deze blog.
Nu wil ik alleen verklaren, blij te zijn dat deze zes openlijk hebben gesproken. Ik hoop dat naast het SIM-bestuur vooral ook de andere (acht) leraren - ook Mettavihari-leerling - van zich laten horen. Dit betreft Jotika Hermsen, Henk van Voorst, Peter Baert, Henk Barendrecht, Paul Boersma, Marjo Oosterhoff, Aad Verboom en Adi Ichsan.
Dat er in steeds bredere kring over het seksuele wangedrag van Mettavihari werd gesproken, maar nog steeds niet in de echte openbaarheid, was me al langer duidelijk. Ze bv m'n blog van 12 april over (onder andere) het 'onjuiste zwijgen' . Het eerste begin van het doorbreken van die stilte is nu gemaakt.
dinsdag 23 december 2014
De boeddhistische elite in Nederland is nogal beperkt maar ik hoor er wel bij - Over ongelijkheid, elites en bescheidenheid; naar aanleiding van SCR 2014
Vooraf hulde aan de drie PvdA Eerste Kamerleden Guusje ter Horst, Marijke Linthorst en Adri Duivesteijn die mede de nieuwe Zorgwet van minister Schippers hebben weggestemd.
Het gaat niet alleen om vrije artsen keuze. Het gaat om beperken van de macht van de zorgverzekeraars, met hun trawanten zoals Roger van Boxtel (D66 tevens Menzis) en Frank Kalshoven (die in de Volkskrant de verzekeraars als belangeloze tegenmacht ziet)
Die verzekeraars met hun ordinaire reclamecampagnes deze weken. Noodzakelijk misschien maar wel een noodzakelijk kwaad. Dan toch liever de overheid als tegenmacht. Zie ook de NRC
Ook vooraf: mijn adviezen aan de BUN, zoals verwoord in m'n vorige twee blogs, zijn niet door hen overgenomen. Sterker nog: ze zijn me niet in dank afgenomen. So be it.
========================================================================
Dan die elite. Laat ik maar met de conclusie van deze beschouwing beginnen.
DE elite bestaat niet (meer), net zo als HET boeddhisme niet bestaat.
Ik heb geen zin mee te doen aan de bescheidenheid - die in veel gevallen onwaarachtig is - van 'ik ben ook maar een eenvoudige ...'
Nee, ik behoor tot elites, tot de boeddhistische elite en tot de intellectuele elite (ik lees bv graag moeilijke boeken); en mindere mate, tot m'n pensioen, tot de politiek-bestuurlijke elite. En daar schaam ik me niet voor.
In zekere zin is dit een 'uit de kast komen' van een elitair mens.
Maar niet echt een kerstboodschap.
Maar wat is de (een) elite? En wat is in godsnaam 'de boeddhistische elite'?
Dit naar aanleiding van het uitkomen van 'Verschil in Nederland - Sociaal en Cultureel Rapport 2014' en de publiciteit daarover de afgelopen weken. M'n intellectuele principes getrouw ben ik begonnen met het lezen van het SCP-rapport zelf, en me dus niet beperkt tot meningen in de media.
Het hele rapport (353 pagina's) lezen hoefde niet, het blijkt vooral te gaan om de hoofdstukken 1, 2, 6 en 7 .
Joep de Hart, de auteur van hfst 7 (De eenzame elite), heeft dit voor NieuwWij in een korter artikel samengevat, dat ik aan het eind van deze blog citeer (BIJLAGE).
In het Sociaal en Cultureel Rapport gaat het - naast het onderscheid tussen de machtselite en 'de bevolking - ook over verschillen, tussen hogeropgeleiden en laagopgeleiden, tussen autochtonen en migrantengroepen, (tussen gezonden en ongezonden), tussen arm en rijk, (tussen stad en platteland) en tussen mannen en vrouwen.
Sommige van de verschillen zijn dualistisch (je bent of behoort of tot de een of tot de ander), andere gradueel. Het zijn ook politieke thema's: het boek 'Kapitaal in de 21ste eeuw' van Piketty speelt ook een rol in het rapport.
Het zijn daarmee ook morele thema's: zijn de verschillen (in kansen) te rechtvaardigen? Het feit dat de rijken steeds rijker worden en de armen steeds armer duidelijk niet. Aan het 'karma'-concept heb ik wat dit thema betreft niets.
========================================================================
Hebben wij daar ook iets van ?
Verschillen in opleidingsniveau, in bezit, in werkzekerheid, in gezondheidstoestand, maar ook verschillen tussen jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen; en verschillen in opvattingen tussen Nederlanders die groter lijken te zijn geworden.
Allemaal verschillen die er tussen boeddhisten onderling ook bestaan, en waar 'we' het in het algemeen liever niet over hebben; misschien wel omdat we denken geestelijk autonoom te zijn en miskennen dat sociologische krachten ook op ons inwerken.
Persoonlijk: het feit dat ik blank en welvarend en man ben, beïnvloed me meer dan ik altijd wil toegeven.
En meer algemeen: zeker de (blanke) zelfbekeerders van de Nederlandse boeddhisten behoren in meerderheid tot het welvarende, gezonde, goedopgeleide en goed gehuisveste deel van de bevolking. (Natuurlijk zijn er uitzonderingen maar ik heb het over de trend)
Globaal laat ik die thema's (behalve degene die ik tussen haakjes heb geplaatst) de revue passeren.
Daarbij gebruik ik met opzet de term 'tegenover' of 'versus' - een term die boeddhisten liever niet gebruiken - om extra het mogelijk bestaan van taboe's zichtbaar te maken.
Voor boeddhisten voeg ik er nog één verschil aan toe: beginner versus gevorderde op het pad ; een beladen thema waar ik straks subtiel op in probeer te gaan.
* hogeropgeleide tegenover laagopgeleide boeddhisten
Meestal gaat het dan over schoolopleiding.
Maar specifiek interessant is het onderscheid: degenen die zich verdiepen in de Dhamma/Dharma, (hier bedoeld als schriftelijke teksten) versus degenen die dat niet doen, wat vaak betekent: degenen die minachtend doen over Dharma-studie.
* autochtone versus allochtone boeddhisten (het SCP spreekt van 'migrantengroepen')
De kloof tussen de beoefening door allochtone boeddhisten (afkomstig uit bv Thailand, Vietnam, China etc) en zelfbekeerders uit het Westen wordt eerder groter dan kleiner. Waarbij soms genant is dat de Westerlingen stellen dat hun boeddhisme het 'echte' boeddhisme is, mindful en liefdevol, mediterend zonder bijgeloof en zonder agressie richting andere religies zoals in Birma of Sri Lanka plaatsvindt.
* arme tegenover rijke boeddhisten
Eén aspect slechts: de prijzen van cursussen en retraites stijgen snel, onder andere omdat ze meer door professionele organisaties worden aangeboden, zonder vrijwilligers. Voor sommigen onbetaalbaar, ondanks hardheidsclausules.
* mannelijke tegenover vrouwelijke boeddhisten
Daar wordt met regelmaat over geschreven, zelfs in Nederland, maar een echt gezaghebbend artikel of boek zou ik niet kunnen noemen.
* beginnende versus gevorderde boeddhisten
Soms krijg ik de indruk dat er alleen maar beginners zijn, gezien het percentage aandacht voor hen in cursussen etc. Verdwijnen ze daarna? Of moet iedereen zich permanent beginner noemen. In ieder geval in ik het jammer dat er niet meer bijeenkomsten zijn die leraar-arm zijn en de eerste beginselen van het boeddhisme als bekend worden verondersteld.
* tot 'de elite' tegenover niet tot 'de elite' behorende boeddhisten
Er zijn wellicht een paar boeddhisten die ook behoren tot wat het SCP de machts-elite noemt. Maar dat is niet zo relevant als zodanig. Wel is dat het geval bij de vraag of er een boeddhistische elite in de zin van een hecht netwerk van elkaar informatie en functie toespelende groep personen die als zodanig onderdeel is van de machtselite van een land.
Zo'n vijftig jaar geleden was er nog wel een katholieke elite (bisschoppen, bankiers, politici etc) en was er een protestante elite die deel uitmaakten van de bredere machtselite. In sommige landen is dat nog wel zo.
Niet meer in ons land, in Nederland wachten bestuurders niet in spanning af wat een hoge katholiek of protestant leider (wat dat dan ook is) van een politiek-maatschappelijk thema vindt; laat staan wat een 'top-boeddhist' (let op de aanhalingstekens) daarvan vindt. In Thailand, Burma, Sri Lanka en (misschien in het verleden) Tibet wel.
David Loy kan wel graag willen dat het anders is, (zie Diana Vernooij in BD ), maar maatschappijkritiek hebben is toch nog aan de kant staan, toeschouwerssolidariteit wordt dat wel genoemd. Meer zie ik in Nederland niet gebeuren (en dat geeft niet, want zoveel vertrouwen in het vernuft en democratische vermogen van mijn boeddhistische Nederlandse medemens heb ik niet; een boeddhistische politieke partij is dan ook niet gewenst).
========================================================================
De diverse betekenissen van 'boeddhistische elite'
De vraag is natuurlijk: moeten we dat willen? Het politiek en spiritueel correcte antwoord is: nee. Maar wat doen we dan met degenen die dat toch willen?
Boeddhistische 'leiders' zoals Jean Karel Hylkema en Varamitra hebben in het verleden diverse pogingen ondernomen om een boeddhistische zuil op te tuigen met bv eigen omroep, eigen school, eigen instituut voor geestelijk verzorgers etc. En het kenmerk van een zuil in Nederland is nu juist dat deze een top, een elite dus, heeft die overlegt met de elites van andere zuilen. Dat deze verzuiling achterhaald is, is helaas wat langzaam tot deze ex-bestuurders doorgedrongen.
Er is ook nog een andere verschijnsel die beetje in de richting gaat van elite-denken: 'de boeddhistische leider '. De VU probeert de studenten postdoctorale ambtsopleiding boeddhistisch chaplain dat ook bij te brengen; volgens mij is dit geen goede route, als er al een route voor deze kwadratuur van de cirkel (boeddhistisch leiderschap) is.
Een aspect daarvan: het zijn van 'Bekende Boeddhist', zoals er de Bekende Nederlander is. Degene die steeds weer in de media opduikt, gevraagd wordt zijn of haar mening te geven 'als boeddhist' over een verschijnsel of nieuwtje. Daar zijn er niet zoveel van; Varamitra lijkt het een tijdje te zijn geweest (vaste rubriek in Trouw etc), maar dat is voorbij; Han de Wit wordt nogal eens opgetrommeld, of die andere aardige jongens zoals ik ze laatste noemde (zie m'n blog van 15 juni )
Of een BUN-voorzitter die, met nadruk op persoonlijke titel, met een minister mag praten.
Nog een ander aspect hiervan: 'de deskundige', de boeddholoog bv of deskundige van een boeddhistisch land, bijvoorbeeld Tibet.
Tenslotte: opinie beïnvloeder ('opinion leader' is wat ouderwets woord), in sociale media bv.
Een andere term die in de literatuur over het boeddhisme ook voorkomt, is elitisme, een attitude van superioriteit.
Eén van de boeddhistische tradities die het sterkst het kenmerk 'elitistisch' krijgt, is Nichiren. Andere tradities worden door hen (in sommige geschriften) ronduit inferieur genoemd, niet alleen Theravada aka hinayana, maar ook Zen. Het zal duidelijk zijn dat ik daar niets van moet hebben (en niet begrijp dat de BUN dat niet is nagegaan toen ze Soka Gakkai als lid accepteerden).
========================================================================
Het omgekeerde elite-begrip
Getrouw aan mijn Theravada-wortels ben ik natuurlijk nagegaan wat over het elite-verschijnsel in het vroege boeddhisme (de Pali Canon) geschreven is. Twee lijnen:
1. De Boeddha en de machtselite van zijn tijd
Uit The Sociology of Early Buddhism door Greg Bailey & Ian Mabbett; pag. 47/48
"It is necessary tot say something about the meaning of the word 'elite' in the context of early Buddhist literature. Most of the secondary literature dealing with ancient Indan society uses notions of an 'elite' or 'elite status' implicitly, without defining in any precise sense what is meant by either term. Gokhale, in a much cited article, defines the the Buddhist elite using two criteria:
'In the first instance the person's intellectual attainments and/or organizational skills would be the most obvious qualifications for his inclusion among the elite. Such is the case with Sariputta and Moggallana, Ananda … The other is the attribution of an elite status to the person either by the Buddha himself or some of his eminent disciples or the redactors of the Pali Canon who thought it fit tot include information on them or their utterances in parts of the Pali Canon.'
(B.G. Gokhale, 'The early Buddhist elite', Journal of Indian History 42, p. 392 )
This is sarcely adequate as an evaluation of elite status as it includes only the sangha. This in itself makes it too narrow to enompass elite gropups in the wider society. …
The social categories pertaining to the religious, political and economic spheres, even if they overlap constantly, strike us continually when reading the early Buddhist texts. Reflections on the interactions between representatives of the groups defined within these categories and monks form a large part of the content of this book. Statistical analysis of the vanna ranking status of all the named individuals, populating the Sutta and Vinaya Pitakas … suggest that the Buddha interacts mostly with members of three particular groups: brahmins, prominent politicans (i.e., kings) and the wealthy. We cannot be certain how much he interacted with other groups, even though the lower raking groups would have formed the majority of the society. Here too, once more, the texts are limiting in their focus on the Buddha himself, who originally anme from a noble background.
2. De ware Brahmaan zoals de Boeddha die beschreef
De historische Boeddha ging dus veel met de elite van zijn tij om: met koningen, rijken en Brahmanen. Hij bekritiseerde hen tegelijk wel, hoewel hij met koningen voorzichtig omging en graag giften van rijken ontving. (Vergelijk bv passages uit Batchelor's 'Confession of a Buddhist Atheist')
Veel Sutta-teksten hebben als boodschap: de ware Brahmaan is niet degene die de rituelen precies juist uitvoert en uit de juiste familie/kaste afkomstig is; nee, de ware Brahmaan is degene die alles heeft weten los te laten. Bijvoorbeeld heel hfst 26 van de Dhammapada (Brāhmaṇavagga) heeft die strekking:
396
Ik noem niet iemand een Brahmaan
Door geboorte of afkomst uit een moeder.
Hij wordt een hooghartig man genoemd,
Indien hij nog iets in bezit heeft.
Maar wie niets heeft, en nergens aan hecht:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
We zijn nu wel ver van het Sociaal Cultureel Rapport afgedwaald, maar kunnen dit toch sociologisch plaatsen. Dan gaat het over 'religieuze virtuosi ' zoals de beroemde socioloog Max Weber sommige beoefenaren van een religie heeft genoemd:
Het is niet persé de boeddhistische leraar, laat staan de boeddhistische leider, die de meest uitgesproken virtuoso hoeft te zijn; misschien is de functie leraar of leider juist wel een belemmering daarvoor.
========================================================================
Zelf elitair zijn: de middenweg
De Dalai Lama zegt vaak van zichzelf I'm just a simple monk. Iets te vaak, zodat het een gimmick is geworden, niet langer meer een uitspraak die een glimlach oproept. Want hij is dat niet, hij is een 'geshe' (Tibetaans boeddhistisch geleerde) en spiritueel leider.
Ook in andere boeddhistische tradities, bv bij het Zuivere Land, staat het goed, jezelf een 'sukkel' te noemen. Mooi als het gemeend is, maar ik proef nogal eens valse bescheidenheid en spirituele correctheid in deze zelfomschrijving.
Meer algemeen is het ongebruikelijk jezelf als behorend bij de boeddhistische elite te typeren, of van welke elite dan ook.
Dit past trouwens ook wel goed bij de instelling van de (echte) Nederlandse machtelite zoals die in hfst 7 van SCR2014 beschreven is: ontkennen of relativeren er deel van uit te maken en benadrukken in zijn eentje nauwelijks iets te kunnen bewerkstelligen.
Toegevend dat ik bepaald niet volledig ontwaakt ben en niet altijd 'zuiver spreek', wil ik toch wel stellen tot de kleine Nederlandse boeddhistische elite te behoren. Ik weet er het een en ander van (veel gelezen), ben een klein beetje een virtuoso (behoorlijk veel gemediteerd) en ben een beetje (in dit kleine wereldje) met mijn blog een opinion leader met enige nuisance value
(met excuses voor het vele Engels in deze tekst).
Ik kies de middenweg tussen superieur voelend elitisme en valse bescheidenheid ergens de positie: ik behoor toch wel minstens een beetje tot de Nederlandse boeddhistische elite.
Maar veel heb ik daar niet aan.
========================================================================
BIJLAGE
DE EENZAME ELITE door Joep de Hart
Samenvatting van hoofdstuk 7 van het Sociaal en Cultureel Rapport 2014
Geciteerd uit NieuwWij 14 dec
Samen met Pepijn van Houwelingen schreef ik een hoofdstuk over de Nederlandse elite voor het Sociaal en Cultureel Rapport 2014 , dat dinsdag 9 december j.l. verscheen. Het begrip elite verwijst doorgaans naar een groep die op een gebied domineert of excelleert en over naar verhouding veel invloed of macht beschikt. In ons hoofdstuk hebben we ons geconcentreerd op wat de Amerikaanse socioloog C. Wright Mills ooit heeft aangeduid als The power elite (1956). Dat wil zeggen: de mensen die aan de touwtjes trekken in de politiek, het bestuur en de economie, omdat ze belangrijke institutionele posities bekleden. Het gaat om mensen met topfuncties in het openbaar bestuur en captains of industry. Dat sluit aan bij de opvatting van de bevolking, zoals blijkt uit een enquête die speciaal voor dit SCR is gehouden onder de Nederlandse bevolking. Bij ‘elite’ denken Nederlanders vooral aan de economische, de politiek-bestuurlijke en de wetenschappelijke top, en daarnaast aan de adel. Topsporters bijvoorbeeld, of toonaangevende mensen in de sfeer van cultuur en de media, rekenen ze er doorgaans niet toe. Hoe men verder ook over de elite denkt, haar rol wordt niet onderschat. Van de Nederlanders die vinden dat het met ons land de verkeerde kant op gaat (65%), vindt 85% dat de elite daarvoor verantwoordelijk is. Anderzijds schrijft ook driekwart van hen die juist optimistisch zijn over Nederland (35%) de vooruitgang aan de elite toe.
De politiek-bestuurlijke en economisch elite telt naar verhouding veel autochtone mannen van 50 jaar of ouder met een academische opleiding die vooral woonachtig zijn in de Randstad (en dan vooral de vier grote steden, Wassenaar, Aerdenhout en het Gooi). Voor een hoge politiek-bestuurlijke functie komt daar bij dat je doorgaans lid moet zijn van een politieke partij die bestuursverantwoordelijkheid heeft gedragen; bij de economische elite is de adel duidelijk oververtegenwoordigd. Dit alles zal niet als een verrassing komen. Toch is het bepaald niet zo dat maatschappelijke veranderingen aan de elite voorbij gaan.
Deel uitmaken van een traditioneel old boys netwerk bijvoorbeeld, helpt als je tot de economische elite wilt doordringen, maar dat netwerk lijkt wel aan het verzwakken te zijn. Onder andere doordat er steeds vaker via headhunters wordt gezocht naar externe en buitenlandse kandidaten en doordat het aandeel vrouwen in raden van commissarissen en raden van bestuur groeit (het gaat daarbij trouwens in de helft van de gevallen om nieuwe topvrouwen uit het buitenland). Ook de invloed van studentendisputen neemt af: ze zijn minder elitair geworden (hbo’ers en vrouwen treden eveneens toe) en in de nieuwe sectoren van de economie – zoals internetbedrijven – doen die disputen er nauwelijks toe. De elite vertoont tekenen van meer openheid, ze is meritocratischer geworden – dat vinden althans de door ons geïnterviewde experts. Langdurig disfunctioneren is volgens hen moeilijker geworden. De media spelen daar zeker een rol in; de pers zit tegenwoordig veel dichter op de elite. Vergelijk bijvoorbeeld de wijze waarop PowNed politici ondervraagt met de wijze waarop dat ten tijde van bijvoorbeeld Joseph Luns gebeurde. En vergeet de invloed van de social media niet: berichten van schandalen verspreiden zich veel sneller en breder dan vroeger onder de bevolking. Van hun kant zijn ook de burgers kritischer en assertiever geworden.
Tot op zekere hoogte maken deze dingen deel uit van een bredere ontwikkeling die je informalisering zou kunnen noemen. De omgangsvormen zijn veranderd, ze zijn veel minder hiërarchisch geworden. Tegenwoordig moet een politicus ‘benaderbaar’ zijn; eigenlijk moet het iemand zijn waarmee je wel eens een avondje bij zou willen praten. Maar die trend naar informelere omgangsvormen zie je niet alleen in de politiek. Kinderen tutoyeren hun ouders, een onderwijzer heet meester Kees, je baas is vooral een aanstuurder van je activiteiten en in de kerk is de dominee meer een organisator en manusje van alles geworden dan een man die spreekt met het onfeilbare gezag van de Bijbel.
De boze burger
Aan ons hoofdstuk gaven als titel mee: De eenzame elite. Dat is een knipoog naar ‘de eenzame massa’ waarover David Riesman in 1950 schreef, maar we willen er ook mee uitdrukken dat er tekenen zijn dat de elite – in elk geval in de beleving van veel Nederlanders – het contact met de gewone bevolking steeds meer lijkt te zijn kwijt geraakt. In zijn studie richtte Riesman zich destijds op de bakens die gewone burgers hanteren als ze hun koers in het leven uitstippelen: eerst was dat vanuit de macht der gewoonte en de traditie, vervolgens vanuit het innerlijke kompas dat ze in hun opvoeding hadden meegekregen, tenslotte vanuit hun omgeving en wat daar in tel is. Het zelfbeeld van moderne Amerikanen werd volgens Riesman steeds meer bepaald door hoe anderen leefden en dachten. Valt iets dergelijks ook voor de Nederlandse elite waar te nemen?
Het vertrouwen onder de bevolking in de Nederlandse machtselite is gering. Vooral de politiek-bestuurlijke elite is het mikpunt van onvrede. Uit onze kwalitatieve gegevens blijkt dat veel Nederlanders het woord ‘elite’ associëren met arrogantie, bekaktheid, verwaandheid. Er vallen kwalificaties als ‘egoïstisch’, ‘graaiers’, ‘klaplopers’, ja zelfs: ‘schurken’. Meer dan de helft van de door ons ondervraagden vindt dat de elite vooral oog heeft voor haar eigen belangen; slechts 13% vindt dat de elite haar bijzondere positie zelf eerlijk heeft verdiend. Meer dan vier op de tien Nederlanders vindt dat het verschil tussen de elite en de bevolking de laatste jaren is gegroeid. Onze gegevens geven geen uitsluitsel over de vraag of dat laatste ook werkelijk het geval is; mogelijk valt de kloof, die al langer aanwezig was, tegenwoordig meer op. Maar hoe dan ook: in de beleving van een fors deel van de bevolking is de kloof in elk geval wel verbreed. De genoemde opvattingen leven bij bijna alle bevolkingsgroepen (zij het wat minder scherp onder hoogopgeleiden, hoge inkomens en vrouwen).
Kortom: de machtselite worstelt met een legitimiteitprobleem. Zij is duidelijk in het defensief. Volgens de door ons geinterviewde experts hebben ze dat voor een deel ook over zichzelf afgeroepen. Zij verwijzen dan naar onder andere de zelfverrijking in de private en publieke sector, schandalen bij banken en woningcorporaties, gebrek aan verantwoordelijkheidszin voor het algemeen belang, het breken van politieke beloften. ‘We hebben de plank op allerlei fronten reusachtig misgeslagen’, zegt oud-Rabobank-topman en voormalig SER-voorzitter Herman Wijffels in het onderzoek. Hij noemt de 1000 euro die de VVD iedereen in de laatste campagne beloofde, ‘belazerij van het allerslechtste soort’, en een vorm van ‘zedenverwildering’. Volgens Hans Clevers, de president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), leggen wetenschappers het af tegen ‘een bestuurslaag van generalisten’. ‘Spinozawetenschappers worden nooit geraadpleegd in Den Haag.’ De besluitvorming in Nederland is volgens Clevers stroperig en behoudend geworden. ‘Alles middelt uit in Nederland. Grote beslissingen worden niet meer en in ieder geval niet snel genomen.’ CDA-senator en oud-minister Elco Brinkman merkt op dat mensen zich niet meer willen verdiepen in de argumenten van de elite. ‘Ik moet nu veel meer uitleggen dan twintig jaar geleden.’ Het falen van de elite is maar één kant van de medaille. Wat ook meespeelt is dat de burgers mondiger en veeleisender zijn geworden, de media kritischer. Gezag spreekt veel minder vanzelfsprekend dan vroeger en is ook veel minder automatisch gegeven met iemands maatschappelijke positie.
Plus ça change?
Trappen we hier de tijdsgeest op zijn staart of hebben we met iets te maken dat helemaal niet nieuw is? Dat hebben we niet uitgezocht. De gegevens die we hebben verzameld bieden een momentopname, via een eenmalige enquête. Als je kijkt naar de literatuur en historische bronnen, dan gaat het bij de elite in elk geval om een universeel verschijnsel. Elites hebben er altijd bestaan – van de dagen van het oude Athene en Rome tot het hedendaagse Den Haag. Elke samenleving kent nu eenmaal mensen die er bovenuit steken – qua talent, qua rijkdom, qua macht. Een feest als Carnaval of figuren als de hofnar of de cabaretier spelen met dit gegeven: de machtigen worden voor even op hun nummer gezet, even worden de rollen omgekeerd. Tot zover niets nieuws. Wat wel erg van deze tijd lijkt is de zure toon waarmee er massaal over de elite wordt gesproken. Om niet te zeggen: de regelrechte verbittering, de boosheid. Vooral de politieke en de bestuurlijke elite is daarvan het mikpunt.
Waar komt die afkeer, waar komt die kloof vandaan? Het lijkt te gaan om een samenspel van ontwikkelingen. Daartoe behoren onder andere de volgende. Om te beginnen de ontzuiling en ook wat vaak wordt aangeduid als individualisering: veel traditionele verbanden die ons vroeger in het gareel hielden zijn weggevallen. Een van de gevolgen daarvan is ook geweest dat de elites niet meer op een vanzelfsprekende manier vanuit dezelfde waarden en normen als hun achterban handelen (zoals in de tijd van de verzuiling doorgaans nog wel het geval was). Individualisering betekent dat burgers het vandaag de dag veel meer zelf moeten uitzoeken en dat doen ze dan ook. Minder dan ooit accepteren ze op een vanzelfsprekende wijze wat hen door de elite wordt voorgehouden of houden ze hun mond als de elite aan het woord is. Daarnaast is er de ontwikkeling in de richting van een ‘diplomademocratie’ of ‘meritocratie’. Dat jij iets in je mars hebt, moet nog maar blijken: waar is je getuigschrift, wat zijn je prestaties, hoe ziet jouw staat van dienst er precies uit? Verder leven wij meer dan ooit in een tijd met internationale netwerken en informatiestromen. Wat betekent dat de elite vaak zijn lokale en nationale wortels heeft verloren. In menig opzicht heeft zij zich te conformeren aan wat er vanuit het buitenland op ons afkomt. Ook niet onderschat mag worden dat de media zich anders zijn gaan opstellen, veel minder dan vroeger als een doorgeefluik van de visie van de elite. Zeker de sociale media spelen daarin een rol. Internet is veel meer van onderop georganiseerd dan de traditionele nieuwsrubrieken. Zo zijn er nog wel een paar verklaringen te verzinnen. In de media heeft het onderwerp de afgelopen jaren snel aan populariteit gewonnen, maar empirisch onderzoek naar de elite(s) is dun gezaaid in ons land. Hopelijk komt daar snel verandering in.
Het gaat niet alleen om vrije artsen keuze. Het gaat om beperken van de macht van de zorgverzekeraars, met hun trawanten zoals Roger van Boxtel (D66 tevens Menzis) en Frank Kalshoven (die in de Volkskrant de verzekeraars als belangeloze tegenmacht ziet)
Die verzekeraars met hun ordinaire reclamecampagnes deze weken. Noodzakelijk misschien maar wel een noodzakelijk kwaad. Dan toch liever de overheid als tegenmacht. Zie ook de NRC
Ook vooraf: mijn adviezen aan de BUN, zoals verwoord in m'n vorige twee blogs, zijn niet door hen overgenomen. Sterker nog: ze zijn me niet in dank afgenomen. So be it.
========================================================================
Dan die elite. Laat ik maar met de conclusie van deze beschouwing beginnen.
DE elite bestaat niet (meer), net zo als HET boeddhisme niet bestaat.
Ik heb geen zin mee te doen aan de bescheidenheid - die in veel gevallen onwaarachtig is - van 'ik ben ook maar een eenvoudige ...'
Nee, ik behoor tot elites, tot de boeddhistische elite en tot de intellectuele elite (ik lees bv graag moeilijke boeken); en mindere mate, tot m'n pensioen, tot de politiek-bestuurlijke elite. En daar schaam ik me niet voor.
In zekere zin is dit een 'uit de kast komen' van een elitair mens.
Maar niet echt een kerstboodschap.
Maar wat is de (een) elite? En wat is in godsnaam 'de boeddhistische elite'?
Dit naar aanleiding van het uitkomen van 'Verschil in Nederland - Sociaal en Cultureel Rapport 2014' en de publiciteit daarover de afgelopen weken. M'n intellectuele principes getrouw ben ik begonnen met het lezen van het SCP-rapport zelf, en me dus niet beperkt tot meningen in de media.
Het hele rapport (353 pagina's) lezen hoefde niet, het blijkt vooral te gaan om de hoofdstukken 1, 2, 6 en 7 .
Joep de Hart, de auteur van hfst 7 (De eenzame elite), heeft dit voor NieuwWij in een korter artikel samengevat, dat ik aan het eind van deze blog citeer (BIJLAGE).
In het Sociaal en Cultureel Rapport gaat het - naast het onderscheid tussen de machtselite en 'de bevolking - ook over verschillen, tussen hogeropgeleiden en laagopgeleiden, tussen autochtonen en migrantengroepen, (tussen gezonden en ongezonden), tussen arm en rijk, (tussen stad en platteland) en tussen mannen en vrouwen.
Sommige van de verschillen zijn dualistisch (je bent of behoort of tot de een of tot de ander), andere gradueel. Het zijn ook politieke thema's: het boek 'Kapitaal in de 21ste eeuw' van Piketty speelt ook een rol in het rapport.
Het zijn daarmee ook morele thema's: zijn de verschillen (in kansen) te rechtvaardigen? Het feit dat de rijken steeds rijker worden en de armen steeds armer duidelijk niet. Aan het 'karma'-concept heb ik wat dit thema betreft niets.
========================================================================
Hebben wij daar ook iets van ?
Verschillen in opleidingsniveau, in bezit, in werkzekerheid, in gezondheidstoestand, maar ook verschillen tussen jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen; en verschillen in opvattingen tussen Nederlanders die groter lijken te zijn geworden.
Allemaal verschillen die er tussen boeddhisten onderling ook bestaan, en waar 'we' het in het algemeen liever niet over hebben; misschien wel omdat we denken geestelijk autonoom te zijn en miskennen dat sociologische krachten ook op ons inwerken.
Persoonlijk: het feit dat ik blank en welvarend en man ben, beïnvloed me meer dan ik altijd wil toegeven.
En meer algemeen: zeker de (blanke) zelfbekeerders van de Nederlandse boeddhisten behoren in meerderheid tot het welvarende, gezonde, goedopgeleide en goed gehuisveste deel van de bevolking. (Natuurlijk zijn er uitzonderingen maar ik heb het over de trend)
Globaal laat ik die thema's (behalve degene die ik tussen haakjes heb geplaatst) de revue passeren.
Daarbij gebruik ik met opzet de term 'tegenover' of 'versus' - een term die boeddhisten liever niet gebruiken - om extra het mogelijk bestaan van taboe's zichtbaar te maken.
Voor boeddhisten voeg ik er nog één verschil aan toe: beginner versus gevorderde op het pad ; een beladen thema waar ik straks subtiel op in probeer te gaan.
* hogeropgeleide tegenover laagopgeleide boeddhisten
Meestal gaat het dan over schoolopleiding.
Maar specifiek interessant is het onderscheid: degenen die zich verdiepen in de Dhamma/Dharma, (hier bedoeld als schriftelijke teksten) versus degenen die dat niet doen, wat vaak betekent: degenen die minachtend doen over Dharma-studie.
* autochtone versus allochtone boeddhisten (het SCP spreekt van 'migrantengroepen')
De kloof tussen de beoefening door allochtone boeddhisten (afkomstig uit bv Thailand, Vietnam, China etc) en zelfbekeerders uit het Westen wordt eerder groter dan kleiner. Waarbij soms genant is dat de Westerlingen stellen dat hun boeddhisme het 'echte' boeddhisme is, mindful en liefdevol, mediterend zonder bijgeloof en zonder agressie richting andere religies zoals in Birma of Sri Lanka plaatsvindt.
* arme tegenover rijke boeddhisten
Eén aspect slechts: de prijzen van cursussen en retraites stijgen snel, onder andere omdat ze meer door professionele organisaties worden aangeboden, zonder vrijwilligers. Voor sommigen onbetaalbaar, ondanks hardheidsclausules.
* mannelijke tegenover vrouwelijke boeddhisten
Daar wordt met regelmaat over geschreven, zelfs in Nederland, maar een echt gezaghebbend artikel of boek zou ik niet kunnen noemen.
* beginnende versus gevorderde boeddhisten
Soms krijg ik de indruk dat er alleen maar beginners zijn, gezien het percentage aandacht voor hen in cursussen etc. Verdwijnen ze daarna? Of moet iedereen zich permanent beginner noemen. In ieder geval in ik het jammer dat er niet meer bijeenkomsten zijn die leraar-arm zijn en de eerste beginselen van het boeddhisme als bekend worden verondersteld.
* tot 'de elite' tegenover niet tot 'de elite' behorende boeddhisten
Er zijn wellicht een paar boeddhisten die ook behoren tot wat het SCP de machts-elite noemt. Maar dat is niet zo relevant als zodanig. Wel is dat het geval bij de vraag of er een boeddhistische elite in de zin van een hecht netwerk van elkaar informatie en functie toespelende groep personen die als zodanig onderdeel is van de machtselite van een land.
Zo'n vijftig jaar geleden was er nog wel een katholieke elite (bisschoppen, bankiers, politici etc) en was er een protestante elite die deel uitmaakten van de bredere machtselite. In sommige landen is dat nog wel zo.
Niet meer in ons land, in Nederland wachten bestuurders niet in spanning af wat een hoge katholiek of protestant leider (wat dat dan ook is) van een politiek-maatschappelijk thema vindt; laat staan wat een 'top-boeddhist' (let op de aanhalingstekens) daarvan vindt. In Thailand, Burma, Sri Lanka en (misschien in het verleden) Tibet wel.
David Loy kan wel graag willen dat het anders is, (zie Diana Vernooij in BD ), maar maatschappijkritiek hebben is toch nog aan de kant staan, toeschouwerssolidariteit wordt dat wel genoemd. Meer zie ik in Nederland niet gebeuren (en dat geeft niet, want zoveel vertrouwen in het vernuft en democratische vermogen van mijn boeddhistische Nederlandse medemens heb ik niet; een boeddhistische politieke partij is dan ook niet gewenst).
========================================================================
De diverse betekenissen van 'boeddhistische elite'
De vraag is natuurlijk: moeten we dat willen? Het politiek en spiritueel correcte antwoord is: nee. Maar wat doen we dan met degenen die dat toch willen?
Boeddhistische 'leiders' zoals Jean Karel Hylkema en Varamitra hebben in het verleden diverse pogingen ondernomen om een boeddhistische zuil op te tuigen met bv eigen omroep, eigen school, eigen instituut voor geestelijk verzorgers etc. En het kenmerk van een zuil in Nederland is nu juist dat deze een top, een elite dus, heeft die overlegt met de elites van andere zuilen. Dat deze verzuiling achterhaald is, is helaas wat langzaam tot deze ex-bestuurders doorgedrongen.
Er is ook nog een andere verschijnsel die beetje in de richting gaat van elite-denken: 'de boeddhistische leider '. De VU probeert de studenten postdoctorale ambtsopleiding boeddhistisch chaplain dat ook bij te brengen; volgens mij is dit geen goede route, als er al een route voor deze kwadratuur van de cirkel (boeddhistisch leiderschap) is.
Een aspect daarvan: het zijn van 'Bekende Boeddhist', zoals er de Bekende Nederlander is. Degene die steeds weer in de media opduikt, gevraagd wordt zijn of haar mening te geven 'als boeddhist' over een verschijnsel of nieuwtje. Daar zijn er niet zoveel van; Varamitra lijkt het een tijdje te zijn geweest (vaste rubriek in Trouw etc), maar dat is voorbij; Han de Wit wordt nogal eens opgetrommeld, of die andere aardige jongens zoals ik ze laatste noemde (zie m'n blog van 15 juni )
Of een BUN-voorzitter die, met nadruk op persoonlijke titel, met een minister mag praten.
Nog een ander aspect hiervan: 'de deskundige', de boeddholoog bv of deskundige van een boeddhistisch land, bijvoorbeeld Tibet.
Tenslotte: opinie beïnvloeder ('opinion leader' is wat ouderwets woord), in sociale media bv.
Een andere term die in de literatuur over het boeddhisme ook voorkomt, is elitisme, een attitude van superioriteit.
Eén van de boeddhistische tradities die het sterkst het kenmerk 'elitistisch' krijgt, is Nichiren. Andere tradities worden door hen (in sommige geschriften) ronduit inferieur genoemd, niet alleen Theravada aka hinayana, maar ook Zen. Het zal duidelijk zijn dat ik daar niets van moet hebben (en niet begrijp dat de BUN dat niet is nagegaan toen ze Soka Gakkai als lid accepteerden).
========================================================================
Het omgekeerde elite-begrip
Getrouw aan mijn Theravada-wortels ben ik natuurlijk nagegaan wat over het elite-verschijnsel in het vroege boeddhisme (de Pali Canon) geschreven is. Twee lijnen:
1. De Boeddha en de machtselite van zijn tijd
Uit The Sociology of Early Buddhism door Greg Bailey & Ian Mabbett; pag. 47/48
"It is necessary tot say something about the meaning of the word 'elite' in the context of early Buddhist literature. Most of the secondary literature dealing with ancient Indan society uses notions of an 'elite' or 'elite status' implicitly, without defining in any precise sense what is meant by either term. Gokhale, in a much cited article, defines the the Buddhist elite using two criteria:
'In the first instance the person's intellectual attainments and/or organizational skills would be the most obvious qualifications for his inclusion among the elite. Such is the case with Sariputta and Moggallana, Ananda … The other is the attribution of an elite status to the person either by the Buddha himself or some of his eminent disciples or the redactors of the Pali Canon who thought it fit tot include information on them or their utterances in parts of the Pali Canon.'
(B.G. Gokhale, 'The early Buddhist elite', Journal of Indian History 42, p. 392 )
This is sarcely adequate as an evaluation of elite status as it includes only the sangha. This in itself makes it too narrow to enompass elite gropups in the wider society. …
The social categories pertaining to the religious, political and economic spheres, even if they overlap constantly, strike us continually when reading the early Buddhist texts. Reflections on the interactions between representatives of the groups defined within these categories and monks form a large part of the content of this book. Statistical analysis of the vanna ranking status of all the named individuals, populating the Sutta and Vinaya Pitakas … suggest that the Buddha interacts mostly with members of three particular groups: brahmins, prominent politicans (i.e., kings) and the wealthy. We cannot be certain how much he interacted with other groups, even though the lower raking groups would have formed the majority of the society. Here too, once more, the texts are limiting in their focus on the Buddha himself, who originally anme from a noble background.
2. De ware Brahmaan zoals de Boeddha die beschreef
De historische Boeddha ging dus veel met de elite van zijn tij om: met koningen, rijken en Brahmanen. Hij bekritiseerde hen tegelijk wel, hoewel hij met koningen voorzichtig omging en graag giften van rijken ontving. (Vergelijk bv passages uit Batchelor's 'Confession of a Buddhist Atheist')
Veel Sutta-teksten hebben als boodschap: de ware Brahmaan is niet degene die de rituelen precies juist uitvoert en uit de juiste familie/kaste afkomstig is; nee, de ware Brahmaan is degene die alles heeft weten los te laten. Bijvoorbeeld heel hfst 26 van de Dhammapada (Brāhmaṇavagga) heeft die strekking:
396
Ik noem niet iemand een Brahmaan
Door geboorte of afkomst uit een moeder.
Hij wordt een hooghartig man genoemd,
Indien hij nog iets in bezit heeft.
Maar wie niets heeft, en nergens aan hecht:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
We zijn nu wel ver van het Sociaal Cultureel Rapport afgedwaald, maar kunnen dit toch sociologisch plaatsen. Dan gaat het over 'religieuze virtuosi ' zoals de beroemde socioloog Max Weber sommige beoefenaren van een religie heeft genoemd:
" Introduced in the work of Max Weber, the concept of the religious virtuoso is that of someone who strives for perfection within an existing religious tradition. The virtuoso strives to fulfill to the utmost the demands of his or her religion.De ware Brahmaan van de Boeddha is de virtuoso van Max Weber, ook degene van wat nederiger afkomst.
Strictly speaking, virtuoso religiosity is the polar opposite of charismatic religiosity, in that the charismatic introduces a "new thing" or a distinctive "gift," while the virtuoso is set on a course toward embodying the received traditions of a faith community.
In practice, the virtuoso may at times go to such extremes that she or he unwittingly becomes a charismatic leader, particularly if the constituted authorities of his or her tradition reject the virtuoso's claims to legitimacy." Bron: Weber
Het is niet persé de boeddhistische leraar, laat staan de boeddhistische leider, die de meest uitgesproken virtuoso hoeft te zijn; misschien is de functie leraar of leider juist wel een belemmering daarvoor.
========================================================================
Zelf elitair zijn: de middenweg
De Dalai Lama zegt vaak van zichzelf I'm just a simple monk. Iets te vaak, zodat het een gimmick is geworden, niet langer meer een uitspraak die een glimlach oproept. Want hij is dat niet, hij is een 'geshe' (Tibetaans boeddhistisch geleerde) en spiritueel leider.
Ook in andere boeddhistische tradities, bv bij het Zuivere Land, staat het goed, jezelf een 'sukkel' te noemen. Mooi als het gemeend is, maar ik proef nogal eens valse bescheidenheid en spirituele correctheid in deze zelfomschrijving.
Meer algemeen is het ongebruikelijk jezelf als behorend bij de boeddhistische elite te typeren, of van welke elite dan ook.
Dit past trouwens ook wel goed bij de instelling van de (echte) Nederlandse machtelite zoals die in hfst 7 van SCR2014 beschreven is: ontkennen of relativeren er deel van uit te maken en benadrukken in zijn eentje nauwelijks iets te kunnen bewerkstelligen.
Toegevend dat ik bepaald niet volledig ontwaakt ben en niet altijd 'zuiver spreek', wil ik toch wel stellen tot de kleine Nederlandse boeddhistische elite te behoren. Ik weet er het een en ander van (veel gelezen), ben een klein beetje een virtuoso (behoorlijk veel gemediteerd) en ben een beetje (in dit kleine wereldje) met mijn blog een opinion leader met enige nuisance value
(met excuses voor het vele Engels in deze tekst).
Ik kies de middenweg tussen superieur voelend elitisme en valse bescheidenheid ergens de positie: ik behoor toch wel minstens een beetje tot de Nederlandse boeddhistische elite.
Maar veel heb ik daar niet aan.
========================================================================
BIJLAGE
DE EENZAME ELITE door Joep de Hart
Samenvatting van hoofdstuk 7 van het Sociaal en Cultureel Rapport 2014
Geciteerd uit NieuwWij 14 dec
Samen met Pepijn van Houwelingen schreef ik een hoofdstuk over de Nederlandse elite voor het Sociaal en Cultureel Rapport 2014 , dat dinsdag 9 december j.l. verscheen. Het begrip elite verwijst doorgaans naar een groep die op een gebied domineert of excelleert en over naar verhouding veel invloed of macht beschikt. In ons hoofdstuk hebben we ons geconcentreerd op wat de Amerikaanse socioloog C. Wright Mills ooit heeft aangeduid als The power elite (1956). Dat wil zeggen: de mensen die aan de touwtjes trekken in de politiek, het bestuur en de economie, omdat ze belangrijke institutionele posities bekleden. Het gaat om mensen met topfuncties in het openbaar bestuur en captains of industry. Dat sluit aan bij de opvatting van de bevolking, zoals blijkt uit een enquête die speciaal voor dit SCR is gehouden onder de Nederlandse bevolking. Bij ‘elite’ denken Nederlanders vooral aan de economische, de politiek-bestuurlijke en de wetenschappelijke top, en daarnaast aan de adel. Topsporters bijvoorbeeld, of toonaangevende mensen in de sfeer van cultuur en de media, rekenen ze er doorgaans niet toe. Hoe men verder ook over de elite denkt, haar rol wordt niet onderschat. Van de Nederlanders die vinden dat het met ons land de verkeerde kant op gaat (65%), vindt 85% dat de elite daarvoor verantwoordelijk is. Anderzijds schrijft ook driekwart van hen die juist optimistisch zijn over Nederland (35%) de vooruitgang aan de elite toe.
De politiek-bestuurlijke en economisch elite telt naar verhouding veel autochtone mannen van 50 jaar of ouder met een academische opleiding die vooral woonachtig zijn in de Randstad (en dan vooral de vier grote steden, Wassenaar, Aerdenhout en het Gooi). Voor een hoge politiek-bestuurlijke functie komt daar bij dat je doorgaans lid moet zijn van een politieke partij die bestuursverantwoordelijkheid heeft gedragen; bij de economische elite is de adel duidelijk oververtegenwoordigd. Dit alles zal niet als een verrassing komen. Toch is het bepaald niet zo dat maatschappelijke veranderingen aan de elite voorbij gaan.
Deel uitmaken van een traditioneel old boys netwerk bijvoorbeeld, helpt als je tot de economische elite wilt doordringen, maar dat netwerk lijkt wel aan het verzwakken te zijn. Onder andere doordat er steeds vaker via headhunters wordt gezocht naar externe en buitenlandse kandidaten en doordat het aandeel vrouwen in raden van commissarissen en raden van bestuur groeit (het gaat daarbij trouwens in de helft van de gevallen om nieuwe topvrouwen uit het buitenland). Ook de invloed van studentendisputen neemt af: ze zijn minder elitair geworden (hbo’ers en vrouwen treden eveneens toe) en in de nieuwe sectoren van de economie – zoals internetbedrijven – doen die disputen er nauwelijks toe. De elite vertoont tekenen van meer openheid, ze is meritocratischer geworden – dat vinden althans de door ons geïnterviewde experts. Langdurig disfunctioneren is volgens hen moeilijker geworden. De media spelen daar zeker een rol in; de pers zit tegenwoordig veel dichter op de elite. Vergelijk bijvoorbeeld de wijze waarop PowNed politici ondervraagt met de wijze waarop dat ten tijde van bijvoorbeeld Joseph Luns gebeurde. En vergeet de invloed van de social media niet: berichten van schandalen verspreiden zich veel sneller en breder dan vroeger onder de bevolking. Van hun kant zijn ook de burgers kritischer en assertiever geworden.
Tot op zekere hoogte maken deze dingen deel uit van een bredere ontwikkeling die je informalisering zou kunnen noemen. De omgangsvormen zijn veranderd, ze zijn veel minder hiërarchisch geworden. Tegenwoordig moet een politicus ‘benaderbaar’ zijn; eigenlijk moet het iemand zijn waarmee je wel eens een avondje bij zou willen praten. Maar die trend naar informelere omgangsvormen zie je niet alleen in de politiek. Kinderen tutoyeren hun ouders, een onderwijzer heet meester Kees, je baas is vooral een aanstuurder van je activiteiten en in de kerk is de dominee meer een organisator en manusje van alles geworden dan een man die spreekt met het onfeilbare gezag van de Bijbel.
De boze burger
Aan ons hoofdstuk gaven als titel mee: De eenzame elite. Dat is een knipoog naar ‘de eenzame massa’ waarover David Riesman in 1950 schreef, maar we willen er ook mee uitdrukken dat er tekenen zijn dat de elite – in elk geval in de beleving van veel Nederlanders – het contact met de gewone bevolking steeds meer lijkt te zijn kwijt geraakt. In zijn studie richtte Riesman zich destijds op de bakens die gewone burgers hanteren als ze hun koers in het leven uitstippelen: eerst was dat vanuit de macht der gewoonte en de traditie, vervolgens vanuit het innerlijke kompas dat ze in hun opvoeding hadden meegekregen, tenslotte vanuit hun omgeving en wat daar in tel is. Het zelfbeeld van moderne Amerikanen werd volgens Riesman steeds meer bepaald door hoe anderen leefden en dachten. Valt iets dergelijks ook voor de Nederlandse elite waar te nemen?
Het vertrouwen onder de bevolking in de Nederlandse machtselite is gering. Vooral de politiek-bestuurlijke elite is het mikpunt van onvrede. Uit onze kwalitatieve gegevens blijkt dat veel Nederlanders het woord ‘elite’ associëren met arrogantie, bekaktheid, verwaandheid. Er vallen kwalificaties als ‘egoïstisch’, ‘graaiers’, ‘klaplopers’, ja zelfs: ‘schurken’. Meer dan de helft van de door ons ondervraagden vindt dat de elite vooral oog heeft voor haar eigen belangen; slechts 13% vindt dat de elite haar bijzondere positie zelf eerlijk heeft verdiend. Meer dan vier op de tien Nederlanders vindt dat het verschil tussen de elite en de bevolking de laatste jaren is gegroeid. Onze gegevens geven geen uitsluitsel over de vraag of dat laatste ook werkelijk het geval is; mogelijk valt de kloof, die al langer aanwezig was, tegenwoordig meer op. Maar hoe dan ook: in de beleving van een fors deel van de bevolking is de kloof in elk geval wel verbreed. De genoemde opvattingen leven bij bijna alle bevolkingsgroepen (zij het wat minder scherp onder hoogopgeleiden, hoge inkomens en vrouwen).
Kortom: de machtselite worstelt met een legitimiteitprobleem. Zij is duidelijk in het defensief. Volgens de door ons geinterviewde experts hebben ze dat voor een deel ook over zichzelf afgeroepen. Zij verwijzen dan naar onder andere de zelfverrijking in de private en publieke sector, schandalen bij banken en woningcorporaties, gebrek aan verantwoordelijkheidszin voor het algemeen belang, het breken van politieke beloften. ‘We hebben de plank op allerlei fronten reusachtig misgeslagen’, zegt oud-Rabobank-topman en voormalig SER-voorzitter Herman Wijffels in het onderzoek. Hij noemt de 1000 euro die de VVD iedereen in de laatste campagne beloofde, ‘belazerij van het allerslechtste soort’, en een vorm van ‘zedenverwildering’. Volgens Hans Clevers, de president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), leggen wetenschappers het af tegen ‘een bestuurslaag van generalisten’. ‘Spinozawetenschappers worden nooit geraadpleegd in Den Haag.’ De besluitvorming in Nederland is volgens Clevers stroperig en behoudend geworden. ‘Alles middelt uit in Nederland. Grote beslissingen worden niet meer en in ieder geval niet snel genomen.’ CDA-senator en oud-minister Elco Brinkman merkt op dat mensen zich niet meer willen verdiepen in de argumenten van de elite. ‘Ik moet nu veel meer uitleggen dan twintig jaar geleden.’ Het falen van de elite is maar één kant van de medaille. Wat ook meespeelt is dat de burgers mondiger en veeleisender zijn geworden, de media kritischer. Gezag spreekt veel minder vanzelfsprekend dan vroeger en is ook veel minder automatisch gegeven met iemands maatschappelijke positie.
Plus ça change?
Trappen we hier de tijdsgeest op zijn staart of hebben we met iets te maken dat helemaal niet nieuw is? Dat hebben we niet uitgezocht. De gegevens die we hebben verzameld bieden een momentopname, via een eenmalige enquête. Als je kijkt naar de literatuur en historische bronnen, dan gaat het bij de elite in elk geval om een universeel verschijnsel. Elites hebben er altijd bestaan – van de dagen van het oude Athene en Rome tot het hedendaagse Den Haag. Elke samenleving kent nu eenmaal mensen die er bovenuit steken – qua talent, qua rijkdom, qua macht. Een feest als Carnaval of figuren als de hofnar of de cabaretier spelen met dit gegeven: de machtigen worden voor even op hun nummer gezet, even worden de rollen omgekeerd. Tot zover niets nieuws. Wat wel erg van deze tijd lijkt is de zure toon waarmee er massaal over de elite wordt gesproken. Om niet te zeggen: de regelrechte verbittering, de boosheid. Vooral de politieke en de bestuurlijke elite is daarvan het mikpunt.
Waar komt die afkeer, waar komt die kloof vandaan? Het lijkt te gaan om een samenspel van ontwikkelingen. Daartoe behoren onder andere de volgende. Om te beginnen de ontzuiling en ook wat vaak wordt aangeduid als individualisering: veel traditionele verbanden die ons vroeger in het gareel hielden zijn weggevallen. Een van de gevolgen daarvan is ook geweest dat de elites niet meer op een vanzelfsprekende manier vanuit dezelfde waarden en normen als hun achterban handelen (zoals in de tijd van de verzuiling doorgaans nog wel het geval was). Individualisering betekent dat burgers het vandaag de dag veel meer zelf moeten uitzoeken en dat doen ze dan ook. Minder dan ooit accepteren ze op een vanzelfsprekende wijze wat hen door de elite wordt voorgehouden of houden ze hun mond als de elite aan het woord is. Daarnaast is er de ontwikkeling in de richting van een ‘diplomademocratie’ of ‘meritocratie’. Dat jij iets in je mars hebt, moet nog maar blijken: waar is je getuigschrift, wat zijn je prestaties, hoe ziet jouw staat van dienst er precies uit? Verder leven wij meer dan ooit in een tijd met internationale netwerken en informatiestromen. Wat betekent dat de elite vaak zijn lokale en nationale wortels heeft verloren. In menig opzicht heeft zij zich te conformeren aan wat er vanuit het buitenland op ons afkomt. Ook niet onderschat mag worden dat de media zich anders zijn gaan opstellen, veel minder dan vroeger als een doorgeefluik van de visie van de elite. Zeker de sociale media spelen daarin een rol. Internet is veel meer van onderop georganiseerd dan de traditionele nieuwsrubrieken. Zo zijn er nog wel een paar verklaringen te verzinnen. In de media heeft het onderwerp de afgelopen jaren snel aan populariteit gewonnen, maar empirisch onderzoek naar de elite(s) is dun gezaaid in ons land. Hopelijk komt daar snel verandering in.
Abonneren op:
Posts (Atom)
