Het komende Wereldkampioenschap voetballen van 12 juni tot 13 juli is goede aanleiding te zoeken naar het verband tussen voetbal en boeddhisme.
Wat gedachten.
Messi lijkt me een echte Zennie: grillig, creatief en plotseling verlicht.
Theravadins zitten meer in de achterhoede
En Tibetaans boeddhisten? Moet ik eigenlijk meer aan trainers denken, met al hun systemen; aan van Gaal bijvoorbeeld, met z'n notitieboekje.
Algemeen: voetballen met compassie? Of moet de wedstrijd worden voorafgegaan door een kwartiertje beoefenen van liefdevolle vriendelijkheid voor zichzelf en de tegenpartij?
Maar mindfulness is ook nodig. Daar zijn vast wel cursussen voor: mindfulness voor voetballers, je kan het niet zo gek bedenken of er is wel een mindfulness-cursus voor (er is zelfs 'mindfulness voor boeddhisten'). Zie bijvoorbeeld het boek 'SportMindfulness '.
Ook het supplement van vipassana, de samatha zeker ook: concentratie, bij sporters steeds meer 'focussen' genoemd.
Maar het kan ook anders: boeddhistisch voetballen.
De regels blijven dezelfde, er wordt ook niet van andere (mentale) inzet uitgegaan; ook niet van het altruïstische (zoals ik soms met m'n kleinkinderen) de ander graag willen laten winnen. Dat mag ook en is wenselijk maar daar gaat het even niet over.
Kenmerkend is dat uit wordt gegaan van een ander doel; het resultaat wordt anders bepaald.
Bij 'boeddhistisch voetballen' moet de bal zoveel mogelijk in eigen doel worden geschoten. Doelpunten door de tegenpartij gemaakt worden door de scheids ongeldig verklaard.
Dat lijkt makkelijk maar uiteraard moet tegelijk voorkomen worden dat de tegenpartij nog meer doelpunten in eigen doel maakt.
Daarbij wordt opnieuw, net als bij 'gewoon voetbal', het grote en complicerende belang van de buitenspelregel duidelijk. Want als een speler dicht bij het vijandelijke doel komt om te voorkomen dat de tegenpartij de bal achteruit speelt richting eigen doel, dan staat hij (of zij) heel makkelijk buitenspel.
Ik zou zeggen: probeer dit nieuwe spel te visualiseren.
Of probeer er varianten op te bedenken. Bijvoorbeeld dat een doelpunt in het eigen goal voor twee geldt, en dat in het doel van de tegenpartij voor één punt; tenslotte zijn er bij het basketbal ook tweepunters en driepunters.
Posts tonen met het label ervaring. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ervaring. Alle posts tonen
zaterdag 7 juni 2014
zondag 1 juni 2014
Evalueren van het recente bezoek van de Dalai Lama; en twijfel aan de zin van Nederland langskomende boeddhistische celebrities in het algemeen
In een blog van 14 februari schreef ik 'Waarom ik niet naar de dalai Lama ga, denk ik '
Deze mededeling plaatste ik ook op een boeddhistisch discussieforum van LinkedIn, waar het de nodige reacties op riep: van degenen die wel en van degenen die niet zouden gaan.
Uiteindelijk ging ik niet; en daar heb ik geen spijt van, de aanblik van Erica Terpstra is me bijvoorbeeld nu bespaard gebleven.
Een paar dagen na het weekend dat de Dalai Lama in Nederland was, stelde ik in hetzelfde discussieforum in LinkedIn voor, dit bezoek te evalueren.
Omdat het formeel een besloten groep is, beperk ik me tot twee eigen bijdragen:
de 1e (van 14 mei) en de 31e (van 27 mei) van de reacties.
Waarbij wel gezegd moet worden dat een groot deel van de reacties zoals gebruikelijk off-topic was (over de BUN en zo), maar er ook reacties waren die een positief effect van het bezoek van HHDL constateerden. Ik ben subjectief, dat realiseer ik me goed.
" Nu de Dalai Lama weer Nederland heeft verlaten, is het wellicht goed dat de bij dit bezoek betrokkenen deze dagen te evalueren. Ieder vanuit zijn of haar doelstelling en rol uiteraard:
* Voor de historische waarheid (als die ook mee mag doen): of het beeld van de altijd
vredelievende Dalai Lama nu adequater genuanceerd is?
* De bezoekers of ze gelukkiger zijn geworden?
* De boeddhistische vleugel van het organiserend comité naast de winst- (of verlies-)
rekening de vraag of de centrale boodschap van de Dalai Lama (het gaat om ethiek
van compassie, de religie voorbij) verdere aanhang heeft gekregen?
* De ICT-vleugel van dit comité of de Nederlandse politiek meer begrip voor
de Tibetaanse problematiek heeft gekregen; en het aantal getekende petities?
* De Shugden-aanhangers of hun visie vruchtbaar aandacht heeft gekregen?
* Voor mij is het meest relevant of de Dharma en de kennis daarvan in Nederland er mee
gediend is? Zie daarvoor m'n blog
http://joopromeijn.blogspot.nl/2014/05/wedergeboorte-en-reincarnatie-toch-al.html ".
Reactie van 27 mei:
"Het is nu 15 dagen geleden dat de Dalai Lama Nederland weer heeft verlaten.
Ik heb niet de indruk dat hij een diep spoor heeft getrokken. Bij de sociale media lees ik er niets meer over, maar ook de website van Maitreya heeft het er niet over, kennelijk geen nieuwe aanwas gekregen. Het laatste artikel over het bezoek in het Boeddhistisch Dagblad dateert al weer van 15 mei, vier dagen na z'n vertrek dus: zo snel is de belangstelling verdwenen.
Kortom: dit bezoek was een strovuur.
Begrijpelijk ook wel, behalve de sensatie hem live te hebben meegemaakt was er inhoudelijk niet veel, eerdere YouTube video's bekijken of zijn boeken lezen is wel zo effectief om te weten wat zijn interpretatie van het Boeddhisme is.
Het beste verslag was dat van Geertje Couwenbergh op de site van Bodhitv: De Dalai Lama als Tuinkabouter .
In het algemeen zijn dit soort korte bezoeken van internationale boeddhistische celebrities aan Nederland tamelijk zinloos en ook wel bedenkelijk omdat er erg veel organisatorische energie van lokale mensen in gaat zitten die beter aan de Dharma besteed had kunnen worden. Ze genereren publiciteit maar dat is dan ook alles.
Straks komt Joan Halifax naar Nederland. Met een retraite die mij prima voorkomt.
Maar ook met een door de BOS gekaapt (je moet verplicht 'Vriend van de BOS worden' om binnen te kunnen komen) symposium dat een nogal oppervlakkige en ook weinig geëngageerde indruk maakt. Ik zie bv geen van de Nederlandse sprekers een "open letter" publiceren zoals Halifax deed in www.upaya.org/2011/01/open-letter-from-roshi-regarding-eido-shimano/
En dan komt al weer - de evenementen overlappen elkaar deels - Sogyal Rinpoche (beroemd maar ook een womanizer) even aangevlogen voor een weekend, maar ook voor een door 'Awake' georganiseerde avond onder de titel 'Timeless wisdom for a new generation': een lezing door Sogyal Rinpoche, met muzikale omlijsting door DJ Isis.
Het is de manier van omgaan van en met popsterren; ik geloof er niets van dat de meerderheid van de nieuwe generatie boeddhisten dit soort oppervlakkige ervaringen prefereert boven slow buddhism met diepgang. "
Deze reactie is ook al weer van een kleine week geleden. Er kwam een reactie van iemand die het min of meer met me eens was, en ik had een gedachtewisseling met iemand die het met me oneens was. Mijn slotvraag daar was:
nam de DL zelf zijn bezoekers van de middagbijeenkomst (van 11 mei) wel serieus?
Hoeveel mensen zullen het de 11e mei aan iedereen uitgedeelde boek 'Vrij van religie' inmiddels gelezen hebben?
Ik heb er twee recente besprekingen van gelezen: die van Katinka Hesselink .
En die van Robert Keurntjes . Beide zijn de moeite waard.
Dat geldt ook voor de beschouwing van Jules Prast - ook direct na 11 mei geschreven - in zijn site.boeddhaweg.nl/2014/05/13/het-verdunde-boeddhisme-van-de-dalai-lama/ , met een interessante reactie door Rob Hogendoorn.
Maar goed, het is alweer drie weken geleden gebeurd; bijna niemand heeft het verder meer over dit bezoek.
Misschien vergis ik me en kunnen we over tien jaar lezen dat iemand getuigt, in mei 2014 geraakt en geïnspireerd te zijn door de woorden van de Dalai Lama en dat dat nog steeds bij haar doorwerkt.
Maar mijn indruk is dat deze man met z'n clowneske gedrag een tragisch figuur is geworden die nergens meer in gelooft: noch in een (bevrijdend) Tibetaans boeddhisme noch in (een vrij) Tibet.
Update
Mij werd in LinkedIn voor de voeten geworpen: "Wat betreft de compassie: Mensen ontlenen veel steun aan een figuur als de Dalai lama, ook als ze helemaal geen boeddhist zijn, belichaamd hij voor hen het goede en wijsheid. Voor anderen is dat de Paus of vul maar in wie of wat. Als mensen dat nu nodig hebben, omdat ze zelf nog niet zo ver zijn om tot inzichten en ervaringen te komen, dan is dat beter als niets. Mensen projecteren er een heleboel op, is dat onnozel? Is zo een oordeel begripvol voor de behoeften aan een voorbeeld?"
Als reactie geldt wat mij betreft een artikel over 'De dwepende mens' van Wilma de Rek: www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3664346/2014/05/31/De-dwepende-mens.dhtml
Sub-Update
De link werkt alleen voor abonnees van de Volkskrant. Belangstellenden kan ik het artikel in pdf-vorm mailen.
Deze mededeling plaatste ik ook op een boeddhistisch discussieforum van LinkedIn, waar het de nodige reacties op riep: van degenen die wel en van degenen die niet zouden gaan.
Uiteindelijk ging ik niet; en daar heb ik geen spijt van, de aanblik van Erica Terpstra is me bijvoorbeeld nu bespaard gebleven.
Een paar dagen na het weekend dat de Dalai Lama in Nederland was, stelde ik in hetzelfde discussieforum in LinkedIn voor, dit bezoek te evalueren.
Omdat het formeel een besloten groep is, beperk ik me tot twee eigen bijdragen:
de 1e (van 14 mei) en de 31e (van 27 mei) van de reacties.
Waarbij wel gezegd moet worden dat een groot deel van de reacties zoals gebruikelijk off-topic was (over de BUN en zo), maar er ook reacties waren die een positief effect van het bezoek van HHDL constateerden. Ik ben subjectief, dat realiseer ik me goed.
" Nu de Dalai Lama weer Nederland heeft verlaten, is het wellicht goed dat de bij dit bezoek betrokkenen deze dagen te evalueren. Ieder vanuit zijn of haar doelstelling en rol uiteraard:
* Voor de historische waarheid (als die ook mee mag doen): of het beeld van de altijd
vredelievende Dalai Lama nu adequater genuanceerd is?
* De bezoekers of ze gelukkiger zijn geworden?
* De boeddhistische vleugel van het organiserend comité naast de winst- (of verlies-)
rekening de vraag of de centrale boodschap van de Dalai Lama (het gaat om ethiek
van compassie, de religie voorbij) verdere aanhang heeft gekregen?
* De ICT-vleugel van dit comité of de Nederlandse politiek meer begrip voor
de Tibetaanse problematiek heeft gekregen; en het aantal getekende petities?
* De Shugden-aanhangers of hun visie vruchtbaar aandacht heeft gekregen?
* Voor mij is het meest relevant of de Dharma en de kennis daarvan in Nederland er mee
gediend is? Zie daarvoor m'n blog
http://joopromeijn.blogspot.nl/2014/05/wedergeboorte-en-reincarnatie-toch-al.html ".
Reactie van 27 mei:
"Het is nu 15 dagen geleden dat de Dalai Lama Nederland weer heeft verlaten.
Ik heb niet de indruk dat hij een diep spoor heeft getrokken. Bij de sociale media lees ik er niets meer over, maar ook de website van Maitreya heeft het er niet over, kennelijk geen nieuwe aanwas gekregen. Het laatste artikel over het bezoek in het Boeddhistisch Dagblad dateert al weer van 15 mei, vier dagen na z'n vertrek dus: zo snel is de belangstelling verdwenen.
Kortom: dit bezoek was een strovuur.
Begrijpelijk ook wel, behalve de sensatie hem live te hebben meegemaakt was er inhoudelijk niet veel, eerdere YouTube video's bekijken of zijn boeken lezen is wel zo effectief om te weten wat zijn interpretatie van het Boeddhisme is.
Het beste verslag was dat van Geertje Couwenbergh op de site van Bodhitv: De Dalai Lama als Tuinkabouter .
In het algemeen zijn dit soort korte bezoeken van internationale boeddhistische celebrities aan Nederland tamelijk zinloos en ook wel bedenkelijk omdat er erg veel organisatorische energie van lokale mensen in gaat zitten die beter aan de Dharma besteed had kunnen worden. Ze genereren publiciteit maar dat is dan ook alles.
Straks komt Joan Halifax naar Nederland. Met een retraite die mij prima voorkomt.
Maar ook met een door de BOS gekaapt (je moet verplicht 'Vriend van de BOS worden' om binnen te kunnen komen) symposium dat een nogal oppervlakkige en ook weinig geëngageerde indruk maakt. Ik zie bv geen van de Nederlandse sprekers een "open letter" publiceren zoals Halifax deed in www.upaya.org/2011/01/open-letter-from-roshi-regarding-eido-shimano/
En dan komt al weer - de evenementen overlappen elkaar deels - Sogyal Rinpoche (beroemd maar ook een womanizer) even aangevlogen voor een weekend, maar ook voor een door 'Awake' georganiseerde avond onder de titel 'Timeless wisdom for a new generation': een lezing door Sogyal Rinpoche, met muzikale omlijsting door DJ Isis.
Het is de manier van omgaan van en met popsterren; ik geloof er niets van dat de meerderheid van de nieuwe generatie boeddhisten dit soort oppervlakkige ervaringen prefereert boven slow buddhism met diepgang. "
Deze reactie is ook al weer van een kleine week geleden. Er kwam een reactie van iemand die het min of meer met me eens was, en ik had een gedachtewisseling met iemand die het met me oneens was. Mijn slotvraag daar was:
nam de DL zelf zijn bezoekers van de middagbijeenkomst (van 11 mei) wel serieus?
Hoeveel mensen zullen het de 11e mei aan iedereen uitgedeelde boek 'Vrij van religie' inmiddels gelezen hebben?
Ik heb er twee recente besprekingen van gelezen: die van Katinka Hesselink .
En die van Robert Keurntjes . Beide zijn de moeite waard.
Dat geldt ook voor de beschouwing van Jules Prast - ook direct na 11 mei geschreven - in zijn site.boeddhaweg.nl/2014/05/13/het-verdunde-boeddhisme-van-de-dalai-lama/ , met een interessante reactie door Rob Hogendoorn.
Maar goed, het is alweer drie weken geleden gebeurd; bijna niemand heeft het verder meer over dit bezoek.
Misschien vergis ik me en kunnen we over tien jaar lezen dat iemand getuigt, in mei 2014 geraakt en geïnspireerd te zijn door de woorden van de Dalai Lama en dat dat nog steeds bij haar doorwerkt.
Maar mijn indruk is dat deze man met z'n clowneske gedrag een tragisch figuur is geworden die nergens meer in gelooft: noch in een (bevrijdend) Tibetaans boeddhisme noch in (een vrij) Tibet.
Update
Mij werd in LinkedIn voor de voeten geworpen: "Wat betreft de compassie: Mensen ontlenen veel steun aan een figuur als de Dalai lama, ook als ze helemaal geen boeddhist zijn, belichaamd hij voor hen het goede en wijsheid. Voor anderen is dat de Paus of vul maar in wie of wat. Als mensen dat nu nodig hebben, omdat ze zelf nog niet zo ver zijn om tot inzichten en ervaringen te komen, dan is dat beter als niets. Mensen projecteren er een heleboel op, is dat onnozel? Is zo een oordeel begripvol voor de behoeften aan een voorbeeld?"
Als reactie geldt wat mij betreft een artikel over 'De dwepende mens' van Wilma de Rek: www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3664346/2014/05/31/De-dwepende-mens.dhtml
Sub-Update
De link werkt alleen voor abonnees van de Volkskrant. Belangstellenden kan ik het artikel in pdf-vorm mailen.
maandag 14 april 2014
Thuisloos leven in de bekendheid
Het thuisloos leven krijgt nogal wat aandacht de laatste tijd.
Zeker als er publiciteit bij komt, speelt altijd het element van 'het voorbeeld zijn' mee.
Daardoor ben ik me af gaan vragen: hoe zou het zijn, een geheel thuisloze samenleving?
Om te beginnen zouden steeds meer mensen en op het laatst iedereen zijn of haar huis wegdoen. Of dat proberen, want wie koopt er nu nog een huis als ie binnenkort zelf ook thuisloos wil zijn? De huizenprijs stort in en daarmee smelten de spaarcenten van de aanstaande thuisloze weg.
Er gebeuren nog andere erge dingen:
Niemand lijkt meer bereid dingen te doen op één plaats, niet-zwervende dingen zoals in een ziekenhuis werken, of in een bakkerij.
Als iedereen (die er toe doet) thuisloos is, dan besteed de publiciteit er ook geen aandacht aan. Dan wordt het echt afzien: geen thuis en geen publiciteit.
En dan de spirituele kant er van.
De droom, het verhaal, dat de moderne spirituele thuisloze voortstuwt is niet de Westerse van een soort Swiebertje die met een knapzak als deugniet van de ene keuken naar de andere trekt. De droom is die van de (Oosterse) Cherubinischer Wandersman, de ultieme wijze die vrij is van alle banden.
Nu heb ik (weliswaar kort, tijdens mijn burgerlijke vakanties) veel backpackers meegemaakt die die levenswijze maanden of jaren lang hadden. En verheven was het niet. De gespreksonderwerpen waren bijna altijd: waar moet je (toeristisch) zijn in dat en dat land, hoe kom je daar het makkelijkst, waar zijn de goedkope slaapplekken, waar zijn de leuke winkeltjes en kroegen, waar de spectaculaire gebeurtenissen. Filosofische of spirituele onderwerpen kwamen weinig aan de orde.
Ik ben al jaren stevig en hevig met het boeddhisme bezig, probeer zogezegd boeddhist te zijn, waarbij ik me dan toevallig vooral door de Theravada aangesproken voel. De voorbeelden van de (Aziatische) monniken spreken me wel aan. Of 'voorbeelden'? Verhalen, fantasieën zijn het grotendeels. Theravada-monniken trekken weliswaar soms van klooster naar klooster maar leven in feite toch behoorlijk op één plaats.
Ik heb wel serieus overwogen, monnik te worden, maar naast de problemen die ik voorzag met de discipline (de vinaya), betwijfelde ik of ik daar sneller zou 'Ontwaken' dan als pensionado hier. En geëngageerd kan ik ook zijn met een huis, en familie.
Want er is nog iets anders dat me doet aarzelen of een thuisloze samenleving kans maakt, naast de economische vraagtekens en het verpauperingsrisico: mensen (veel tenminste) hebben de neiging met z'n tweeën samen te zijn en zelfs om een gezin te stichten. Thuisloze kinderen: het is voorstelbaar maar volgens mij gaat dat niet. Gaat het niet dus.
Is dit betoog een pleidooi ergens voor?
Misschien vooral voor de saaiheid.
=================================================================
Update 16 april
Voor de geschiedschrijving; ik doel met bovengenoemde 'aandacht' op radio- en televisieprogramma's van de BOS over een thuisloze, tevens 'Bekend Boeddhist':
http://bosrtv.nl/uitzending.aspx?lIntEntityId=1718&lIntType=1&lIntYear=2014 en
http://bosrtv.nl/uitzending.aspx?lIntEntityId=1700&lIntType=0&lIntYear=2014
Zeker als er publiciteit bij komt, speelt altijd het element van 'het voorbeeld zijn' mee.
Daardoor ben ik me af gaan vragen: hoe zou het zijn, een geheel thuisloze samenleving?
Om te beginnen zouden steeds meer mensen en op het laatst iedereen zijn of haar huis wegdoen. Of dat proberen, want wie koopt er nu nog een huis als ie binnenkort zelf ook thuisloos wil zijn? De huizenprijs stort in en daarmee smelten de spaarcenten van de aanstaande thuisloze weg.
Er gebeuren nog andere erge dingen:
Niemand lijkt meer bereid dingen te doen op één plaats, niet-zwervende dingen zoals in een ziekenhuis werken, of in een bakkerij.
Als iedereen (die er toe doet) thuisloos is, dan besteed de publiciteit er ook geen aandacht aan. Dan wordt het echt afzien: geen thuis en geen publiciteit.
En dan de spirituele kant er van.
De droom, het verhaal, dat de moderne spirituele thuisloze voortstuwt is niet de Westerse van een soort Swiebertje die met een knapzak als deugniet van de ene keuken naar de andere trekt. De droom is die van de (Oosterse) Cherubinischer Wandersman, de ultieme wijze die vrij is van alle banden.
Nu heb ik (weliswaar kort, tijdens mijn burgerlijke vakanties) veel backpackers meegemaakt die die levenswijze maanden of jaren lang hadden. En verheven was het niet. De gespreksonderwerpen waren bijna altijd: waar moet je (toeristisch) zijn in dat en dat land, hoe kom je daar het makkelijkst, waar zijn de goedkope slaapplekken, waar zijn de leuke winkeltjes en kroegen, waar de spectaculaire gebeurtenissen. Filosofische of spirituele onderwerpen kwamen weinig aan de orde.
Ik ben al jaren stevig en hevig met het boeddhisme bezig, probeer zogezegd boeddhist te zijn, waarbij ik me dan toevallig vooral door de Theravada aangesproken voel. De voorbeelden van de (Aziatische) monniken spreken me wel aan. Of 'voorbeelden'? Verhalen, fantasieën zijn het grotendeels. Theravada-monniken trekken weliswaar soms van klooster naar klooster maar leven in feite toch behoorlijk op één plaats.
Ik heb wel serieus overwogen, monnik te worden, maar naast de problemen die ik voorzag met de discipline (de vinaya), betwijfelde ik of ik daar sneller zou 'Ontwaken' dan als pensionado hier. En geëngageerd kan ik ook zijn met een huis, en familie.
Want er is nog iets anders dat me doet aarzelen of een thuisloze samenleving kans maakt, naast de economische vraagtekens en het verpauperingsrisico: mensen (veel tenminste) hebben de neiging met z'n tweeën samen te zijn en zelfs om een gezin te stichten. Thuisloze kinderen: het is voorstelbaar maar volgens mij gaat dat niet. Gaat het niet dus.
Is dit betoog een pleidooi ergens voor?
Misschien vooral voor de saaiheid.
=================================================================
Update 16 april
Voor de geschiedschrijving; ik doel met bovengenoemde 'aandacht' op radio- en televisieprogramma's van de BOS over een thuisloze, tevens 'Bekend Boeddhist':
http://bosrtv.nl/uitzending.aspx?lIntEntityId=1718&lIntType=1&lIntYear=2014 en
http://bosrtv.nl/uitzending.aspx?lIntEntityId=1700&lIntType=0&lIntYear=2014
zondag 1 december 2013
Weer een stapje gezet richting VU-opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger. De vragen blijven
De website van de faculteit Godgeleerdheid van de VU vertoont nieuws. Met meer stelligheid dan voorheen wordt meegedeeld dat in september 2014 de 'ambtsopleiding' tot 'buddhist chaplain' gaat starten: Zie 'Postacademisch' .
Er wordt in verwezen naar een nieuwe versie van het document
' Academische opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger (door) André van der Braak ' dat een fractie veranderd is ten opzichte van de versie van februari.
Eerder in deze blog had ik twijfel aan het starten van deze opleiding in 2014 geuit:
zie een VU-blog-overzicht .
Het heet postacademisch maar dat is eerlijk gezegd nogal overdreven, het is eigenlijk gewoon het tweede jaar na een éénjarige master (die meer een beroepsopleiding dan academisch van aard is).
Twee problemen zijn er nog steeds en zijn levensgroot:
– Nog steeds heeft de VU geen docent die zelf boeddhistisch geestelijk verzorger is (geweest); iets dat voor mij de waarde van deze opleiding ernstig vermindert.
Er wordt naar het door mij aanbevolen boek van Giles en Miller (graag gedaan) verwezen maar de student moet zelf maar uitzoeken wat en hoe. Ik vind dit echt genant. Zelfs als zo'n docent er nog komt, dan nog heeft deze geen rol kunnen spelen in de nu lopende (eerste) jaar van de master en bij het opstellen van het curriculum voor het tweede jaar, de ambtsopleiding. Ook de bestuursleden van de BZI, inclusief de informele secretaris, zijn zelf geen BGV-er !
Hier een ander boek , van Danny Fisher, titel: 'Benefit Beings!: The Buddhist Guide to Professional Chaplaincy', waaruit een van de huidige VU docenten zich wellicht zelf de professie BGV-er enigszins aan kan leren.
– Nog steeds wordt beweerd “Wie na afronding van de ambtsopleiding een zendingsbrief van de BZI wenst te ontvangen, wordt daarom aangeraden om voor de start van de opleiding een valideringsgesprek aan te vragen bij de BZI ” terwijl de BZI volstrekt onbereikbaar is (en – ik blijf het zeggen – incompetent is).
Overigens: de term 'valideringsgesprek' is nieuw, in februari stond er nog 'toetsingsgesprek': een stuk minder gewichtig.
Helaas wordt niet genoemd dat een 'zendingsbrief' voor een boeddhist niet alleen door de BZI kan worden afgegeven. Een ongeorganiseerde/ongebonden boeddhist kan ook erkend worden als geestelijk verzorger door de op te richten 'Raad voor Onafhankelijke Spiritualiteit ' zoals ik op 19 oktober aangaf.
Er wordt in verwezen naar een nieuwe versie van het document
' Academische opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger (door) André van der Braak ' dat een fractie veranderd is ten opzichte van de versie van februari.
Eerder in deze blog had ik twijfel aan het starten van deze opleiding in 2014 geuit:
zie een VU-blog-overzicht .
Het heet postacademisch maar dat is eerlijk gezegd nogal overdreven, het is eigenlijk gewoon het tweede jaar na een éénjarige master (die meer een beroepsopleiding dan academisch van aard is).
Twee problemen zijn er nog steeds en zijn levensgroot:
– Nog steeds heeft de VU geen docent die zelf boeddhistisch geestelijk verzorger is (geweest); iets dat voor mij de waarde van deze opleiding ernstig vermindert.
Er wordt naar het door mij aanbevolen boek van Giles en Miller (graag gedaan) verwezen maar de student moet zelf maar uitzoeken wat en hoe. Ik vind dit echt genant. Zelfs als zo'n docent er nog komt, dan nog heeft deze geen rol kunnen spelen in de nu lopende (eerste) jaar van de master en bij het opstellen van het curriculum voor het tweede jaar, de ambtsopleiding. Ook de bestuursleden van de BZI, inclusief de informele secretaris, zijn zelf geen BGV-er !
Hier een ander boek , van Danny Fisher, titel: 'Benefit Beings!: The Buddhist Guide to Professional Chaplaincy', waaruit een van de huidige VU docenten zich wellicht zelf de professie BGV-er enigszins aan kan leren.
– Nog steeds wordt beweerd “Wie na afronding van de ambtsopleiding een zendingsbrief van de BZI wenst te ontvangen, wordt daarom aangeraden om voor de start van de opleiding een valideringsgesprek aan te vragen bij de BZI ” terwijl de BZI volstrekt onbereikbaar is (en – ik blijf het zeggen – incompetent is).
Overigens: de term 'valideringsgesprek' is nieuw, in februari stond er nog 'toetsingsgesprek': een stuk minder gewichtig.
Helaas wordt niet genoemd dat een 'zendingsbrief' voor een boeddhist niet alleen door de BZI kan worden afgegeven. Een ongeorganiseerde/ongebonden boeddhist kan ook erkend worden als geestelijk verzorger door de op te richten 'Raad voor Onafhankelijke Spiritualiteit ' zoals ik op 19 oktober aangaf.
Labels:
boeddhologie,
BZI,
ervaring,
geestelijk verzorger,
VU
woensdag 27 november 2013
Boeddhistische boeken op een onbewoond eiland
Het is een al lang bestaande vorm van lijstjes. De gedachten-oefening:
Stel dat ik naar een onbewoond eiland ga, welke boeken zou ik dan willen meenenen ?
Helemaal realistisch is deze fantasie natuurlijk niet. Misschien zou ik beter een boek over overleven mee kunnen nemen en nog beter gebruiksvoorwerpen daarvoor.
Maar goed, ik zie van het realisme af en beperk me tot wat ik nu thuis graag doe: boeddhistische en boeddhologische (niet hetzelfde maar weer wel een beetje) boeken lezen.
Het probleem is dat ik wel een boek per week kan verorberen; een e-reader meenemen heeft geen zin omdat er geen oplaadmogelijkheid op dat eiland is. Daarom ouderwets papieren boeken en omdat ik toch een keus moet maken, slechts zes. Boeken die ik niet in één keer uit heb, die steeds weer opnieuw gelezen kunnen worden.
Met een prioriteitsvolgorde.
1. Mindfulness with breathing
door Buddhadasa Bhikkhu
Vertaald uit het Thai en van een conlusie voorzien door Santikaro Bhikkhu
Wisdom Publications, 1997
Het enige Theravada-boek in deze lijst. Maar wat voor één.
Het is voor mij het boek dat alle andere boeken overbodig maakt.
Van regel tot regel, van paragraaf tot paragraaf inzichtgevend. En inspirerend tot beoefening: van anapanasati-meditatie . Ik ga geen voorbeelden geven of proberen samen te vatten: lezen en doen! Samatha en vipassana in hun logische volgorde en samenhang.
Niet om mee te nemen naar dat eiland, maar voor nu: Er is ook een electronische versie van dit boek, gemaakt van een iets minder uitgebreide eerdere druk.
De titel bevat een subtiliteit (heeft Leigh Brasington me op gewezen): meestal wordt gesproken van 'mindfulness of breathing ' maar hier
van '… with … '. Een verschil om over na te denken.
Ik ken ook een ander boek over de Anapanasati Sutta (nr. 117 van de Majjhima Nikaya):
'Adem is bewustzijn ' door Thich Nhat Hanh .
Ook inspirend maar met wat veel glimlachen en minder specifiek over de meditatie-methode.
2. Verzen uit het midden (de door Batchelor gegeven titel) door Nagarjuna
Andere titels van vertalingen van dit werk: 'Grondregels van de filosofie van het midden' (Erik Hoogcarspel; 'The Fundamental Wisdom of the Middle Way' (Garfield), 'Nagarjuna: The philosophy of the Middle Way' (Kalupahana) en
'Nagarjuna's Middle Way: Mulamadhyamakakarika' (Siderits & Katsura)
Alleen de laatste vertaling ken ik niet maar noem ik toch, omdat het de meest recente is en goede recensies gekregen heeft.
Er zijn er nog meer, en de verschillen zijn groot, in vertaling en in interpretatie.
Iedereen zijn eigen Nagarjuna !
Ik ook want het gebruik van 'leegte' (sunyata) is voor mij de kern van het boeddhisme, niet compassie en zo.
Dat wordt herlezen. Ik kies voor het meenemen van:
The Fundamental Wisdom of the Middle Way – Nagarjuna's Mulamadhyamakakarika
Translation and commentary by Jay L. Garfield
Oxford University Press, USA, 1995. Zie in Amazon
Soms wat meer Tibetaans boeddhisme dan Madhyamaka maar Garfield zegt dat er op die plaatsen dan wel bij.
3. A Few Good Man – The Bodhisattva Path according to The Inquiry of Ugra
door Jan Nattier
University of Hawaii Press, 2005
Dit is boeddhologie in optima forma. Over het boeiendste van alle processen: het ontstaan van Mahayana, of liever 'Bodhisattvayana' zoals Nattier het noemt, losgekomen van het vroege boeddhisme met haar Arhat-ideaal.
Minitieus maar ook levendig.Je bent bij wijze van spreken in het klooster waar volgelingen van beide idealen samen-leven.
Zie voor de eerste 48 bladzijden Booklens
4. Buddhist Phenomenology; A Philosophical Investigation of Yogacara Buddhism
door Dan Lusthaus
Routledge, 2003
Bijna meer een naslagwerk dan een monografie. Iets minder aardig gezegd: een omgevallen boekenkast.
Maar zeer rijk aan informatie, over Yogacara en de verspreiding ervan naar China.
Een aantal pagina's er van om een indruk te krijgen bij Amazon
5. Tao Te King ook wel geschreven als Tao Te King
Door Lao Tzu , ook wel geschreven Lao Tse
Geen boeddhistisch boek, maar taoistisch.
Toch wil ik een vertaling (er zijn er vele, ik heb oude maar er zijn ook nieuwe) daarvan meenemen omdat ooit mijn spirituele 'carrière' als adolescent met deze tekst begonnen is. Lang niet meer gelezen.
Mee dus omdat ik aanneem op dat eiland mijn leven af te sluiten.
6. Mijn eigen verzameld werk
Is dat niet nogal narcistisch en weinig onthecht, m'n eigen teksten meenemen? De blogteksten vooral die ik de afgelopen zes jaar heb geschreven?
In zekere zin wel. Maar de teksten bevatten ook heel veel informatie en bovendien lijkt het me goed me op zo'n eiland te bezinnen op wie ik ben. Ook om al die opvattingen van me en de gewichtigheid daarvan wat te kunnen relativeren.
Het lijkt me onwaarschijnlijk dat daar ook een boek van gemaakt wordt, dan alles maar uitprinten?
Eénzijdig, kan ik de achterkant gebruiken om verder te schrijven.
De lezer kan die teksten ook wel vinden: in deze blog dus.
Andere boeken?
Ik had me voorgenomen me beperken tot zes boeddhistische boeken; en eigenlijk zijn het er maar vier geworden, nr 5 is niet-boeddhistisch en nr 6 is geen boek.
Als ruimte en gewicht geen probleem zijn, zou ik
als nonfictie een boek over astrofysica willen meenemen: hoe moeilijker hoe beter; bv
'Time Reborn: From the Crisis in Physics to the Future of the Universe' door Lee Smolin;
en als fictie ' De man zonder eigenschappen ' van Robert Musil . Meer dan dertienhonderd pagina's, meer dan anderhalf kilo; en dan is ook nog langzaam lezen noodzakelijk.
Update 29 november:
Nu ik er nog eens over nadenk:
dat onbewoonde eiland kan ook een kamer in een verpleeghuis worden.
Stel dat ik naar een onbewoond eiland ga, welke boeken zou ik dan willen meenenen ?
Helemaal realistisch is deze fantasie natuurlijk niet. Misschien zou ik beter een boek over overleven mee kunnen nemen en nog beter gebruiksvoorwerpen daarvoor.
Maar goed, ik zie van het realisme af en beperk me tot wat ik nu thuis graag doe: boeddhistische en boeddhologische (niet hetzelfde maar weer wel een beetje) boeken lezen.
Het probleem is dat ik wel een boek per week kan verorberen; een e-reader meenemen heeft geen zin omdat er geen oplaadmogelijkheid op dat eiland is. Daarom ouderwets papieren boeken en omdat ik toch een keus moet maken, slechts zes. Boeken die ik niet in één keer uit heb, die steeds weer opnieuw gelezen kunnen worden.
Met een prioriteitsvolgorde.
1. Mindfulness with breathing
door Buddhadasa Bhikkhu
Vertaald uit het Thai en van een conlusie voorzien door Santikaro Bhikkhu
Wisdom Publications, 1997
Het enige Theravada-boek in deze lijst. Maar wat voor één.
Het is voor mij het boek dat alle andere boeken overbodig maakt.
Van regel tot regel, van paragraaf tot paragraaf inzichtgevend. En inspirerend tot beoefening: van anapanasati-meditatie . Ik ga geen voorbeelden geven of proberen samen te vatten: lezen en doen! Samatha en vipassana in hun logische volgorde en samenhang.
Niet om mee te nemen naar dat eiland, maar voor nu: Er is ook een electronische versie van dit boek, gemaakt van een iets minder uitgebreide eerdere druk.
De titel bevat een subtiliteit (heeft Leigh Brasington me op gewezen): meestal wordt gesproken van 'mindfulness of breathing ' maar hier
van '… with … '. Een verschil om over na te denken.
Ik ken ook een ander boek over de Anapanasati Sutta (nr. 117 van de Majjhima Nikaya):
'Adem is bewustzijn ' door Thich Nhat Hanh .
Ook inspirend maar met wat veel glimlachen en minder specifiek over de meditatie-methode.
2. Verzen uit het midden (de door Batchelor gegeven titel) door Nagarjuna
Andere titels van vertalingen van dit werk: 'Grondregels van de filosofie van het midden' (Erik Hoogcarspel; 'The Fundamental Wisdom of the Middle Way' (Garfield), 'Nagarjuna: The philosophy of the Middle Way' (Kalupahana) en
'Nagarjuna's Middle Way: Mulamadhyamakakarika' (Siderits & Katsura)
Alleen de laatste vertaling ken ik niet maar noem ik toch, omdat het de meest recente is en goede recensies gekregen heeft.
Er zijn er nog meer, en de verschillen zijn groot, in vertaling en in interpretatie.
Iedereen zijn eigen Nagarjuna !
Ik ook want het gebruik van 'leegte' (sunyata) is voor mij de kern van het boeddhisme, niet compassie en zo.
Dat wordt herlezen. Ik kies voor het meenemen van:
The Fundamental Wisdom of the Middle Way – Nagarjuna's Mulamadhyamakakarika
Translation and commentary by Jay L. Garfield
Oxford University Press, USA, 1995. Zie in Amazon
Soms wat meer Tibetaans boeddhisme dan Madhyamaka maar Garfield zegt dat er op die plaatsen dan wel bij.
3. A Few Good Man – The Bodhisattva Path according to The Inquiry of Ugra
door Jan Nattier
University of Hawaii Press, 2005
Dit is boeddhologie in optima forma. Over het boeiendste van alle processen: het ontstaan van Mahayana, of liever 'Bodhisattvayana' zoals Nattier het noemt, losgekomen van het vroege boeddhisme met haar Arhat-ideaal.
Minitieus maar ook levendig.Je bent bij wijze van spreken in het klooster waar volgelingen van beide idealen samen-leven.
Zie voor de eerste 48 bladzijden Booklens
4. Buddhist Phenomenology; A Philosophical Investigation of Yogacara Buddhism
door Dan Lusthaus
Routledge, 2003
Bijna meer een naslagwerk dan een monografie. Iets minder aardig gezegd: een omgevallen boekenkast.
Maar zeer rijk aan informatie, over Yogacara en de verspreiding ervan naar China.
Een aantal pagina's er van om een indruk te krijgen bij Amazon
5. Tao Te King ook wel geschreven als Tao Te King
Door Lao Tzu , ook wel geschreven Lao Tse
Geen boeddhistisch boek, maar taoistisch.
Toch wil ik een vertaling (er zijn er vele, ik heb oude maar er zijn ook nieuwe) daarvan meenemen omdat ooit mijn spirituele 'carrière' als adolescent met deze tekst begonnen is. Lang niet meer gelezen.
Mee dus omdat ik aanneem op dat eiland mijn leven af te sluiten.
6. Mijn eigen verzameld werk
Is dat niet nogal narcistisch en weinig onthecht, m'n eigen teksten meenemen? De blogteksten vooral die ik de afgelopen zes jaar heb geschreven?
In zekere zin wel. Maar de teksten bevatten ook heel veel informatie en bovendien lijkt het me goed me op zo'n eiland te bezinnen op wie ik ben. Ook om al die opvattingen van me en de gewichtigheid daarvan wat te kunnen relativeren.
Het lijkt me onwaarschijnlijk dat daar ook een boek van gemaakt wordt, dan alles maar uitprinten?
Eénzijdig, kan ik de achterkant gebruiken om verder te schrijven.
De lezer kan die teksten ook wel vinden: in deze blog dus.
Andere boeken?
Ik had me voorgenomen me beperken tot zes boeddhistische boeken; en eigenlijk zijn het er maar vier geworden, nr 5 is niet-boeddhistisch en nr 6 is geen boek.
Als ruimte en gewicht geen probleem zijn, zou ik
als nonfictie een boek over astrofysica willen meenemen: hoe moeilijker hoe beter; bv
'Time Reborn: From the Crisis in Physics to the Future of the Universe' door Lee Smolin;
en als fictie ' De man zonder eigenschappen ' van Robert Musil . Meer dan dertienhonderd pagina's, meer dan anderhalf kilo; en dan is ook nog langzaam lezen noodzakelijk.
Update 29 november:
Nu ik er nog eens over nadenk:
dat onbewoonde eiland kan ook een kamer in een verpleeghuis worden.
dinsdag 8 oktober 2013
Een avond over Ayya Khema, 31 oktober in Rotterdam
In de week van 28 oktober is Leigh Brasington, een leerling van Ayya Khema, in ons land om een miniretraite over samatha-meditatie te geven. De retraite is volgeboekt.
Samen met Gerolf 't Hooft (Asoka, Boeddhamagazine) organiseren we nog een avond met Leigh Brasington over Ayya Khema. Deze is voor iedereen toegankelijk, aanmelden is niet nodig.
Thema: De huidige betekenis van Ayya Khema voor het boeddhisme en de meditatie
Plaats: De Hub, Heemraadsingel 219 in Rotterdam (meer informatie)
Tijd: Donderdag 31 oktober van 19.30 tot 22.00 uur
Het wordt een tamelijk informeel samenzijn over deze bijzondere vrouw, leraar van zowel Leigh als Gerolf en vele anderen in het Westen. De avond is op dana-basis.
Haar vertaalde boeken, zie Bol
Opzet van de avond
* Inleiding (in het Nederlands) door Gerolf 't Hooft over haar leven, als leek en non
* Inleiding door Leigh Brasington over haar beoefening en verspreiding van de Dhamma
* Bekijken van een aantal video's met dhamma-talks van haar (in het Engels, evt. ook Duits)
* Vragen en antwoorden
* Begeleide metta-meditatie (met audio-instructies door Ayya Khema)
Ayya Khema en Leigh Brasington
Marin County, Calif, USA - July '96
===================================================================
Een aantal teksten van en over Ayya Khema:
WE ZITTEN GEVANGEN OMDAT WE ALLES LEUK EN MOOI WILLEN HEBBEN
Er is een bekende gelijkenis over een apenval
--een houten koker met een kleine opening--
zoals die in Azië wordt gebruikt.
In de koker ligt snoepgoed.
De aap wordt aangetrokken door het snoepgoed,
steekt zijn poot door de opening en pakt het snoepgoed beet.
Wanneer hij zijn poot wil terugtrekken,
kan hij zijn vuist met daarin het snoepgoed
niet door de kleine opening heen krijgen.
Hij zit gevangen tot de jager hem komt ophalen.
Hij beseft niet dat hij alleen maar het snoepgoed hoeft los te laten
om zijn vrijheid terug te krijgen.
Zo leiden wij ons leven.
We zitten gevangen
omdat we alles leuk en mooi willen hebben.
We zijn niet in staat dit los te laten
en blijven gevangen in de eindeloze kringloop
van geluk en ongeluk,
van hoop en wanhoop.
Uit “Wees een eiland voor jezelf”
====================================================================
Kom en zie!
Boeddha's aanwijzingen voor een gelukkig leven
Asoka, 2000
Uit de boekbeschrijving :
“Ayya Khema doet in dit boek verslag van haar ervaringen op het boeddhistische pad van bevrijding. Aan de hand van wat de Boeddha de 'vier stadia van geluk' noemde, schetst zij een gedetailleerd overzicht van het doel en de praktische toepassing van boeddhistische meditatie.
Dit boek bevat dan ook niet alleen de 2500 jaar oude aanwijzingen van de Boeddha zelf, maar is vooral een praktisch handboek dat allen die dat wensen in staat stelt de voorgestelde methoden toe te passen en werkelijk te verinnerlijken.
Met treffende gelijkenissen, heldere en op concrete beoefening gerichte verklaringen leidt zij de lezer vanaf het geluk dat verkregen wordt door de zintuigen, over het geluk van een gelouterd hart en het geluk dat ontstaat door geconcentreerde meditatie tot het onwankelbare geluk dat voortkomt uit het juiste inzicht in de werkelijkheid.
Geleide meditaties en contemplaties met bijbehorende verklaringen geven het geheel een dimensie die de kracht en de werkzaamheid van meditatie zo nabij brengen dat zelfs 'beginners' dit boek zullen kunnen gebruiken als basis voor de eerste stappen op dit bevijdende pad. Maar ook zij die op deze weg reeds enige ervaring hebben opgedaan zullen met Ayya Khema's aanwijzingen hun praktijk kunnen verdiepen en verder weten door te dringen in de mogelijkheden van een meditatief geschoolde geest.
Dukkha bestaat, daar is geen ontkomen aan, maar we hoeven er niet aan te lijden. Zelfs niet als we het 'ik' nog niet hebben afgelegd. Er is een uitspraak van de Boeddha die nog eens duidelijk maakt waar het hier om gaat:
Er is leed, maar niemand die lijdt.
Er is de daad, maar niemand die handelt.
Er is het pad, maar niemand die het betreedt.
Er is nibbana, maar niemand wordt bevrijd.
Dit wil niet zeggen dat bevrijding niet mogelijk is, maar we moeten er het touw dat aan de tak van de ik-gebondenheid vastzit voor loslaten. “
===================================================================
Dhammatalks audio zijn te vinden via http://ayyakhematalks.org/Ayya_Khema_Lectures.html
Dhammatalks video via http://www.youtube.com/results?search_query=ayya+khema&aq=0
===================================================================
Ven. Ayya Khema
by Leigh Brasington
Uit zijn website
Ayya Khema was born in Berlin in 1923 of Jewish parents. In 1938 she escaped from Germany with a transport of two hundred other children and was taken to Scotland. Her parents went to China and, two years later, Ayya Khema joined them in Shanghai. In 1944, however, the family was put into a Japanese concentration camp and it was here that her father died.
Four years after the American liberation of the camp, Ayya Khema was able to emigrate to America, where she married and had a son and daughter. Between 1960 and 1964 she traveled with her husband and son throughout Asia, including the Himalayan countries, and it was at this time that she learned meditation. Ten years later she began to teach meditation herself throughout Europe, America, and Australia. Her experiences led her to become ordained as a Buddhist nun in Sri Lanka in 1979, when she was given the name of "Khema", meaning safety and security ("Ayya" means "Sister").
She established Wat Buddha Dhamma, a forest monastery in the Theravada tradition, near Sydney, Australia, in 1978. In Colombo she set up the International Buddhist Women"s Center as a training center for Sri Lankan nuns, and Parappuduwa Nuns" Island for women who want to practice intensively and/or ordain as nuns. She was the spiritual director of Buddha-Haus in Germany, established in 1989 under her auspices. (Photos) In 1997 she also founded Metta Vihara, a thriving monastery not far from Buddha Haus. (Photos)
In 1987 she co-ordinated the first international conference of Buddhist nuns in the history of Buddhism, which resulted in the creation of Sakyadhita, a world-wide Buddhist women"s organization. H.H. the Dalai Lama was the keynote speaker at the conference. In May 1987, as an invited lecturer, she was the first Buddhist ever to have addressed the United Nations in New York.
She wrote over two dozen books on meditation and the Buddha's teaching in English and German. In 1988, her book Being Nobody, Going Nowhere, received the Christmas Humphreys Memorial Award. Her other English language books include When the Iron Eagle Flies, Who is My-Self, Be an Island, Visible Here and Now and Come and See for Yourself: The Buddhist Path to Happiness. Some of her writings are available on-line at Access to Insight and her book All of Us, consisting of 12 dhamma talks, is available at Allspirit. Some of her writings are available as eBooks for the Kindle, Nook, etc: All of Us, Meditating on No-Self and To Be Seen Here and Now. Also available on-line is A Dhamma Talk on Metta by her. Over 400 High Quality English Language MP3s of Dhamma Talks by Ven. Ayya Khema are now on-line for free download, as is the streaming audio of a talk on the 1st and 2nd Jhanas. Her autobiography, I Give You My Life, is a wonderful adventure story sprinkled with nuggets of spiritual wisdom.
Ayya Khema passed away on 2 November, 1997, at home at Buddha-Haus, in Germany. Buddha-Haus continues to teach retreats in German in Ayya Khema's tradition. Please visit their website at http://www.buddha-haus.de/. You can e-mail Buddha Haus at info@buddha-haus.de.
===============================================================

Bij het Buddha Haus in Zuid-Duitsland
===============================================================
What Love Is
Ayya Khema
Uit Tricycle
Born in Berlin of Jewish parents in 1923, Ayya Khema escaped Nazi Germany in 1938 with a transport of 200 children to Glasgow. She joined her parents two years later in Shanghai, where, with the outbreak of war, the family was put into a Japanese POW camp, in which her father died. Four years after her camp was liberated, Ayya Khema emigrated to the United States, where she married and had two children. While traveling in Asia from 1960 to 1964, she learned meditation and in 1975, began to teach. Three years later she established Wat Buddha Dhamma, a forest monastery in the Theravada tradition near Sydney, Australia. In 1979 she was ordained as a Buddhist nun in Sri Lanka. She is currently the spiritual director of BuddhaHaus in Oy-Mittleberg, Germany, which she established. She has written numerous books in English and German, including Being Nobody, Going Nowhere (Wisdom Publications) and When the Iron Eagle Flies (Penguin Books).
Most people are under the impression that they can think out their lives. But that's a misconception. We are subject to our emotions and think in ways based on our emotions. So it's extremely important to do something about our emotions. In the same way as the Buddha gave us the Four Supreme Efforts for the mind, he also outlined the Four Emotions for the heart. The Four Supreme Efforts for the mind are (1) not to let an unwholesome thought arise which has not yet arisen, (2) not to let an unwholesome thought continue which has already arisen, (3) to make a wholesome thought arise which has not yet arisen, (4) to make a wholesome thought continue which has already arisen. The Four Emotions—lovingkindness (metta), compassion (karuna), joy with others (mudita), and equanimity (upekkha)—are called the "divine abodes." When we have perfected these four, we have heaven on earth, paradise in our own heart.
I think everybody knows that above us is the sky and not heaven. We have heaven and hell within us and can experience this quite easily. So even without having complete concentration in meditation and profound insights, the Four Divine Abidings, or Supreme Emotions, enable us to live on a level of truth and lovingness, security, and certainty, which gives life a totally different quality. When we are able to arouse love in our hearts without any cause, just because love is the heart's quality, we feel secure. It is impossible to buy security, even though many people would like to do so. Insurance companies have the largest buildings because people try to buy security. But when we create certainty within, through a loving heart, we feel assured that our reactions and feelings are not going to be detrimental to our own or other people's happiness. Many fears will vanish.
Metta—the first of the Supreme Emotions—is usually translated as "loving kindness." But loving-kindness doesn't have the same impact in English that the word love has, which carries a lot of meaning for us. We have many ideas about love. The most profound thought we have about love, which is propagated in novels, movies, and billboards, is the idea that love exists between two people who are utterly compatible, usually young and pretty, and who for some odd reason have a chemical attraction toward each other—none of which can last. Most people find out during the course of their lifetime that this is a myth, that it doesn't work that way. Most people then think it's their own fault or the other person's fault or the fault of both, and they try a new relationship. After the third, fourth, or fifth try, they might know better; but a lot of people are still trying. That's usually what's called love in our society.
In reality, love is a quality of our heart. The heart has no other function. If we were aware that we all contain love within us, and that we can foster and develop it, we would certainly give that far more attention than we do. In all developed societies there are institutions to foster the expansion of the mind, from the age of three until death. But we don't have any institutions to develop the heart, so we have to do it ourselves. Most people are either waiting for or relating to the one person who makes it possible for them to feel love at last. But that kind of love is beset with fear, and fear is part of hate. What we hate is the idea that this special person may die, walk away, have other feelings and thoughts—in other words, the fear that love may end, because we believe that love is situated strictly in that one person. Since there are six billion people on this planet, this is rather absurd. Yet most people think that our love-ability is dependent upon one person and having that one person near us. That creates the fear of loss, and love beset by fear cannot be pure. We create a dependency upon that person, and on his or her ideas and emotions. There is no freedom in that, no freedom to love.
If we see quite clearly that love is a quality that we all have, then we can start developing that ability. Any skill that we have, we have developed through practice. If we've learned to type, we've had to practice. We can practice love and eventually we'll have that skill. Love has nothing to do with finding somebody who is worth loving, or checking out people to see whether they are truly lovable. If we investigate ourselves honestly enough, we find that we're not all that lovable either, so why do we expect somebody else to be totally lovable? It has nothing to do with the qualities of the other person, or whether he or she wants to be loved, is going to love us back, or needs love. Everyone needs love. Because we know our own faults, when somebody loves us we think, Oh, that's great, this person loves me and doesn't even know I have all these problems. We're looking for somebody to love us to support a certain image of ourselves. If we can't find anybody, we feel bereft. People even get depressed or search for escape routes. These are wrong ways of going at it.
On the spiritual path, there's nothing to get, and everything to get rid of. Obviously, the first thing to let go of is trying to "get" love, and instead to give it. That's the secret of the spiritual path. One has to give oneself wholeheartedly. Whatever we do half heartedly, brings halfhearted results. How can we give ourselves? By not holding back. By not wanting for ourselves. If we want to be loved, we are looking for a support system. If we want to love, we are looking for spiritual growth. Disliking others is far too easy. Anybody can do it and justify it because, of course, people are often not very bright and don't act the way we'd like them to act. Disliking makes grooves in the heart, and it becomes easier and easier to fall into these grooves. We not only dislike others, but also ourselves. If one likes or loves oneself, it's easier to love others, which is why we always start loving-kindness meditations with the focus on ourselves. That's not egocentricity. If we don't like ourselves because we have faults, or have made mistakes, we will transfer that dislike to others and judge them accordingly. We are not here to be judge and jury. First of all, we don't even have the qualifications. It's also a very unsatisfactory job, doesn't pay, and just makes people unhappy.
People often feel that it's necessary to be that way to protect themselves. But what do we need to protect ourselves from? We have to protect our bodies from injury. Do we have to protect ourselves from love? We are all in this together, living on this planet at the same time, breathing the same air. We all have the same limbs, thoughts, and emotions. The idea that we are separate beings is an illusion. If we practice meditation diligently with perseverance, then one day we'll get over this illusion of separation. Meditation makes it possible to see the totality of all manifestation. There is one creation and we are all part of it. What can we be afraid of? We are afraid to love ourselves, afraid to love creation, afraid to love others because we know negative things about ourselves. Knowing that we do things wrong, that we have unhappy or unwholesome thoughts, is no reason not to love. A mother who loves her children doesn't stop loving them when they act silly or unpleasant. Small children have hundreds of unwholesome thoughts a day and give voice to them quite loudly. We have them too, but we do not express them all.
So, if a mother can love a child who is making difficulties for her, why can't we love ourselves? Loving oneself and knowing oneself are not the same thing. Love is the warmth of the heart, the connectedness, the protection, the caring, the concern, the embrace that comes from acceptance and understanding for oneself. Having practiced that, we are in a much better position to practice love toward others. They are just as unlovable as we are, and they have just as many unwholesome thoughts. But that doesn't matter. We are not judge and jury. When we realize that we can actually love ourselves, there is a feeling of being at ease. We don't constantly have to become or pretend, or strive to be somebody. We can just be. It's nice to just be, and not be "somebody." Love makes that possible. By the same token, when we relate to other people, we can let them just be and love them. We all have daily opportunities to practice this. It's a skill, like any other.
Samen met Gerolf 't Hooft (Asoka, Boeddhamagazine) organiseren we nog een avond met Leigh Brasington over Ayya Khema. Deze is voor iedereen toegankelijk, aanmelden is niet nodig.
Thema: De huidige betekenis van Ayya Khema voor het boeddhisme en de meditatie
Plaats: De Hub, Heemraadsingel 219 in Rotterdam (meer informatie)
Tijd: Donderdag 31 oktober van 19.30 tot 22.00 uur
Het wordt een tamelijk informeel samenzijn over deze bijzondere vrouw, leraar van zowel Leigh als Gerolf en vele anderen in het Westen. De avond is op dana-basis.
Haar vertaalde boeken, zie Bol
Opzet van de avond
* Inleiding (in het Nederlands) door Gerolf 't Hooft over haar leven, als leek en non
* Inleiding door Leigh Brasington over haar beoefening en verspreiding van de Dhamma
* Bekijken van een aantal video's met dhamma-talks van haar (in het Engels, evt. ook Duits)
* Vragen en antwoorden
* Begeleide metta-meditatie (met audio-instructies door Ayya Khema)
Ayya Khema en Leigh Brasington
Marin County, Calif, USA - July '96
===================================================================
Een aantal teksten van en over Ayya Khema:
WE ZITTEN GEVANGEN OMDAT WE ALLES LEUK EN MOOI WILLEN HEBBEN
Er is een bekende gelijkenis over een apenval
--een houten koker met een kleine opening--
zoals die in Azië wordt gebruikt.
In de koker ligt snoepgoed.
De aap wordt aangetrokken door het snoepgoed,
steekt zijn poot door de opening en pakt het snoepgoed beet.
Wanneer hij zijn poot wil terugtrekken,
kan hij zijn vuist met daarin het snoepgoed
niet door de kleine opening heen krijgen.
Hij zit gevangen tot de jager hem komt ophalen.
Hij beseft niet dat hij alleen maar het snoepgoed hoeft los te laten
om zijn vrijheid terug te krijgen.
Zo leiden wij ons leven.
We zitten gevangen
omdat we alles leuk en mooi willen hebben.
We zijn niet in staat dit los te laten
en blijven gevangen in de eindeloze kringloop
van geluk en ongeluk,
van hoop en wanhoop.
Uit “Wees een eiland voor jezelf”
====================================================================
Kom en zie!
Boeddha's aanwijzingen voor een gelukkig leven
Asoka, 2000
Uit de boekbeschrijving :
“Ayya Khema doet in dit boek verslag van haar ervaringen op het boeddhistische pad van bevrijding. Aan de hand van wat de Boeddha de 'vier stadia van geluk' noemde, schetst zij een gedetailleerd overzicht van het doel en de praktische toepassing van boeddhistische meditatie.
Dit boek bevat dan ook niet alleen de 2500 jaar oude aanwijzingen van de Boeddha zelf, maar is vooral een praktisch handboek dat allen die dat wensen in staat stelt de voorgestelde methoden toe te passen en werkelijk te verinnerlijken.
Met treffende gelijkenissen, heldere en op concrete beoefening gerichte verklaringen leidt zij de lezer vanaf het geluk dat verkregen wordt door de zintuigen, over het geluk van een gelouterd hart en het geluk dat ontstaat door geconcentreerde meditatie tot het onwankelbare geluk dat voortkomt uit het juiste inzicht in de werkelijkheid.
Geleide meditaties en contemplaties met bijbehorende verklaringen geven het geheel een dimensie die de kracht en de werkzaamheid van meditatie zo nabij brengen dat zelfs 'beginners' dit boek zullen kunnen gebruiken als basis voor de eerste stappen op dit bevijdende pad. Maar ook zij die op deze weg reeds enige ervaring hebben opgedaan zullen met Ayya Khema's aanwijzingen hun praktijk kunnen verdiepen en verder weten door te dringen in de mogelijkheden van een meditatief geschoolde geest.
Dukkha bestaat, daar is geen ontkomen aan, maar we hoeven er niet aan te lijden. Zelfs niet als we het 'ik' nog niet hebben afgelegd. Er is een uitspraak van de Boeddha die nog eens duidelijk maakt waar het hier om gaat:
Er is leed, maar niemand die lijdt.
Er is de daad, maar niemand die handelt.
Er is het pad, maar niemand die het betreedt.
Er is nibbana, maar niemand wordt bevrijd.
Dit wil niet zeggen dat bevrijding niet mogelijk is, maar we moeten er het touw dat aan de tak van de ik-gebondenheid vastzit voor loslaten. “
===================================================================
Dhammatalks audio zijn te vinden via http://ayyakhematalks.org/Ayya_Khema_Lectures.html
Dhammatalks video via http://www.youtube.com/results?search_query=ayya+khema&aq=0
===================================================================
Ven. Ayya Khema
by Leigh Brasington
Uit zijn website
Ayya Khema was born in Berlin in 1923 of Jewish parents. In 1938 she escaped from Germany with a transport of two hundred other children and was taken to Scotland. Her parents went to China and, two years later, Ayya Khema joined them in Shanghai. In 1944, however, the family was put into a Japanese concentration camp and it was here that her father died.
Four years after the American liberation of the camp, Ayya Khema was able to emigrate to America, where she married and had a son and daughter. Between 1960 and 1964 she traveled with her husband and son throughout Asia, including the Himalayan countries, and it was at this time that she learned meditation. Ten years later she began to teach meditation herself throughout Europe, America, and Australia. Her experiences led her to become ordained as a Buddhist nun in Sri Lanka in 1979, when she was given the name of "Khema", meaning safety and security ("Ayya" means "Sister").
She established Wat Buddha Dhamma, a forest monastery in the Theravada tradition, near Sydney, Australia, in 1978. In Colombo she set up the International Buddhist Women"s Center as a training center for Sri Lankan nuns, and Parappuduwa Nuns" Island for women who want to practice intensively and/or ordain as nuns. She was the spiritual director of Buddha-Haus in Germany, established in 1989 under her auspices. (Photos) In 1997 she also founded Metta Vihara, a thriving monastery not far from Buddha Haus. (Photos)
In 1987 she co-ordinated the first international conference of Buddhist nuns in the history of Buddhism, which resulted in the creation of Sakyadhita, a world-wide Buddhist women"s organization. H.H. the Dalai Lama was the keynote speaker at the conference. In May 1987, as an invited lecturer, she was the first Buddhist ever to have addressed the United Nations in New York.
She wrote over two dozen books on meditation and the Buddha's teaching in English and German. In 1988, her book Being Nobody, Going Nowhere, received the Christmas Humphreys Memorial Award. Her other English language books include When the Iron Eagle Flies, Who is My-Self, Be an Island, Visible Here and Now and Come and See for Yourself: The Buddhist Path to Happiness. Some of her writings are available on-line at Access to Insight and her book All of Us, consisting of 12 dhamma talks, is available at Allspirit. Some of her writings are available as eBooks for the Kindle, Nook, etc: All of Us, Meditating on No-Self and To Be Seen Here and Now. Also available on-line is A Dhamma Talk on Metta by her. Over 400 High Quality English Language MP3s of Dhamma Talks by Ven. Ayya Khema are now on-line for free download, as is the streaming audio of a talk on the 1st and 2nd Jhanas. Her autobiography, I Give You My Life, is a wonderful adventure story sprinkled with nuggets of spiritual wisdom.
Ayya Khema passed away on 2 November, 1997, at home at Buddha-Haus, in Germany. Buddha-Haus continues to teach retreats in German in Ayya Khema's tradition. Please visit their website at http://www.buddha-haus.de/. You can e-mail Buddha Haus at info@buddha-haus.de.
===============================================================

Bij het Buddha Haus in Zuid-Duitsland
===============================================================
What Love Is
Ayya Khema
Uit Tricycle
Born in Berlin of Jewish parents in 1923, Ayya Khema escaped Nazi Germany in 1938 with a transport of 200 children to Glasgow. She joined her parents two years later in Shanghai, where, with the outbreak of war, the family was put into a Japanese POW camp, in which her father died. Four years after her camp was liberated, Ayya Khema emigrated to the United States, where she married and had two children. While traveling in Asia from 1960 to 1964, she learned meditation and in 1975, began to teach. Three years later she established Wat Buddha Dhamma, a forest monastery in the Theravada tradition near Sydney, Australia. In 1979 she was ordained as a Buddhist nun in Sri Lanka. She is currently the spiritual director of BuddhaHaus in Oy-Mittleberg, Germany, which she established. She has written numerous books in English and German, including Being Nobody, Going Nowhere (Wisdom Publications) and When the Iron Eagle Flies (Penguin Books).
Most people are under the impression that they can think out their lives. But that's a misconception. We are subject to our emotions and think in ways based on our emotions. So it's extremely important to do something about our emotions. In the same way as the Buddha gave us the Four Supreme Efforts for the mind, he also outlined the Four Emotions for the heart. The Four Supreme Efforts for the mind are (1) not to let an unwholesome thought arise which has not yet arisen, (2) not to let an unwholesome thought continue which has already arisen, (3) to make a wholesome thought arise which has not yet arisen, (4) to make a wholesome thought continue which has already arisen. The Four Emotions—lovingkindness (metta), compassion (karuna), joy with others (mudita), and equanimity (upekkha)—are called the "divine abodes." When we have perfected these four, we have heaven on earth, paradise in our own heart.
I think everybody knows that above us is the sky and not heaven. We have heaven and hell within us and can experience this quite easily. So even without having complete concentration in meditation and profound insights, the Four Divine Abidings, or Supreme Emotions, enable us to live on a level of truth and lovingness, security, and certainty, which gives life a totally different quality. When we are able to arouse love in our hearts without any cause, just because love is the heart's quality, we feel secure. It is impossible to buy security, even though many people would like to do so. Insurance companies have the largest buildings because people try to buy security. But when we create certainty within, through a loving heart, we feel assured that our reactions and feelings are not going to be detrimental to our own or other people's happiness. Many fears will vanish.
Metta—the first of the Supreme Emotions—is usually translated as "loving kindness." But loving-kindness doesn't have the same impact in English that the word love has, which carries a lot of meaning for us. We have many ideas about love. The most profound thought we have about love, which is propagated in novels, movies, and billboards, is the idea that love exists between two people who are utterly compatible, usually young and pretty, and who for some odd reason have a chemical attraction toward each other—none of which can last. Most people find out during the course of their lifetime that this is a myth, that it doesn't work that way. Most people then think it's their own fault or the other person's fault or the fault of both, and they try a new relationship. After the third, fourth, or fifth try, they might know better; but a lot of people are still trying. That's usually what's called love in our society.
In reality, love is a quality of our heart. The heart has no other function. If we were aware that we all contain love within us, and that we can foster and develop it, we would certainly give that far more attention than we do. In all developed societies there are institutions to foster the expansion of the mind, from the age of three until death. But we don't have any institutions to develop the heart, so we have to do it ourselves. Most people are either waiting for or relating to the one person who makes it possible for them to feel love at last. But that kind of love is beset with fear, and fear is part of hate. What we hate is the idea that this special person may die, walk away, have other feelings and thoughts—in other words, the fear that love may end, because we believe that love is situated strictly in that one person. Since there are six billion people on this planet, this is rather absurd. Yet most people think that our love-ability is dependent upon one person and having that one person near us. That creates the fear of loss, and love beset by fear cannot be pure. We create a dependency upon that person, and on his or her ideas and emotions. There is no freedom in that, no freedom to love.
If we see quite clearly that love is a quality that we all have, then we can start developing that ability. Any skill that we have, we have developed through practice. If we've learned to type, we've had to practice. We can practice love and eventually we'll have that skill. Love has nothing to do with finding somebody who is worth loving, or checking out people to see whether they are truly lovable. If we investigate ourselves honestly enough, we find that we're not all that lovable either, so why do we expect somebody else to be totally lovable? It has nothing to do with the qualities of the other person, or whether he or she wants to be loved, is going to love us back, or needs love. Everyone needs love. Because we know our own faults, when somebody loves us we think, Oh, that's great, this person loves me and doesn't even know I have all these problems. We're looking for somebody to love us to support a certain image of ourselves. If we can't find anybody, we feel bereft. People even get depressed or search for escape routes. These are wrong ways of going at it.
On the spiritual path, there's nothing to get, and everything to get rid of. Obviously, the first thing to let go of is trying to "get" love, and instead to give it. That's the secret of the spiritual path. One has to give oneself wholeheartedly. Whatever we do half heartedly, brings halfhearted results. How can we give ourselves? By not holding back. By not wanting for ourselves. If we want to be loved, we are looking for a support system. If we want to love, we are looking for spiritual growth. Disliking others is far too easy. Anybody can do it and justify it because, of course, people are often not very bright and don't act the way we'd like them to act. Disliking makes grooves in the heart, and it becomes easier and easier to fall into these grooves. We not only dislike others, but also ourselves. If one likes or loves oneself, it's easier to love others, which is why we always start loving-kindness meditations with the focus on ourselves. That's not egocentricity. If we don't like ourselves because we have faults, or have made mistakes, we will transfer that dislike to others and judge them accordingly. We are not here to be judge and jury. First of all, we don't even have the qualifications. It's also a very unsatisfactory job, doesn't pay, and just makes people unhappy.
People often feel that it's necessary to be that way to protect themselves. But what do we need to protect ourselves from? We have to protect our bodies from injury. Do we have to protect ourselves from love? We are all in this together, living on this planet at the same time, breathing the same air. We all have the same limbs, thoughts, and emotions. The idea that we are separate beings is an illusion. If we practice meditation diligently with perseverance, then one day we'll get over this illusion of separation. Meditation makes it possible to see the totality of all manifestation. There is one creation and we are all part of it. What can we be afraid of? We are afraid to love ourselves, afraid to love creation, afraid to love others because we know negative things about ourselves. Knowing that we do things wrong, that we have unhappy or unwholesome thoughts, is no reason not to love. A mother who loves her children doesn't stop loving them when they act silly or unpleasant. Small children have hundreds of unwholesome thoughts a day and give voice to them quite loudly. We have them too, but we do not express them all.
So, if a mother can love a child who is making difficulties for her, why can't we love ourselves? Loving oneself and knowing oneself are not the same thing. Love is the warmth of the heart, the connectedness, the protection, the caring, the concern, the embrace that comes from acceptance and understanding for oneself. Having practiced that, we are in a much better position to practice love toward others. They are just as unlovable as we are, and they have just as many unwholesome thoughts. But that doesn't matter. We are not judge and jury. When we realize that we can actually love ourselves, there is a feeling of being at ease. We don't constantly have to become or pretend, or strive to be somebody. We can just be. It's nice to just be, and not be "somebody." Love makes that possible. By the same token, when we relate to other people, we can let them just be and love them. We all have daily opportunities to practice this. It's a skill, like any other.
dinsdag 17 september 2013
Boeddhisme voor autisten
Verleden week las ik dat er een eigen voetbalcompetitie komt voor autisten. In de voor- en nadelen daarvan heb ik me niet zo verdiept (zie het Volkskrant-artikel hieronder) maar interessant is het wel.
Nu wordt de term 'autist' te pas en vooral te onpas gebruikt, en worden er allerlei betekenissen in geprojecteerd. Soms is het een scheldwoord en betekent zowat 'asociaal'; en soms is het een ziektebeeld, een handicap die extra aandacht verdient, soms een vorm van zielig vinden.
Nu heb ik – in een steeds langer verleden – in m'n professionele leven wel met 'echte' (volwassen) autisten en vormen van 'early infantile autism' te maken gehad en heb ik geen behoefte, daar ironisch over te doen.
Wie het echt wil weten, leze over 'autisme in DSM5' .
Een artikel dat het betoog van deze blog nog verder relativeert, is 'Spinoza-blog' , waarin de auteur gehakt maakt van de mening (van ene Fitzgerald) als zou Spinoza een autist zijn, net zo als veel beroemde geniale onaangepaste historische figuren. Het zou kunnen maar we weten het eenvoudig niet.
Hier heb ik het onwetenschappelijk over autistiform gedrag, nerd-achtig. Bijvoorbeeld zoals in televisieserie 'The Big Bang Theory'. Over mezelf dus. Een bèta; vroeger (ouwe lul) werd er gesproken over alfa's die goed waren in talen en geesteswetenschappen en bèta's die vooral wis- en natuurkunde (en soms techniek) fijn vonden. De gamma's van de gedragswetenschappen zijn daar pas later bijgekomen.
De bèta's dus.
En ik heb het niet alleen over 'boeddhisme voor autisten', uiteraard is de Dhamma/Dharma voor iedereen, maar ook over het autistisch beoefenen van het boeddhisme, misschien wel één van de werkelijk bedoelde vormen (extreem maar niet onjuist gezegd: zonder menselijke bindingen; 'in de wereld maar niet van de wereld').
Mensen zijn verschillend, allemaal binnen de marges van wat 'normaal' is.
Sommigen zijn gevoelig voor het lot van hun medemens, hun wereld is een netwerk van relaties, hun overtuiging dat er een grote stroom van liefdevolle energie is en dat de mens van nature goed is.
Anderen zien hun wereld meer als een netwerk van afspraken en hebben niet zo'n uitgesproken mening over de aard van de mens en van menselijke relaties.
Natuurlijk overdrijf ik hier de verschillen, ik geef de uitersten van de marges van normaliteit aan. In werkelijkheid zitten de mensen ergens tussen die uitersten, de een wat meer naar rechts, de ander wat meer naar links.
In het boeddhisme worden de verschillen tussen mensen ook onderkend en erkend
Mijn liefde voor alle levende wezens is beperkt. Insecten bijvoorbeeld 'mogen er ook zijn', ik ga ze niet doden maar hun lot interesseert me eerlijk gezegd niets.
Mij stelling is nu: het boeddhisme is uitermate geschikt voor autisten, eigenlijk is het boeddhisme een vorm van autisme. Op z'n minst mag een autistiforme vorm van boeddhisme beoefenen er ook zijn.
In ieder geval is het de moeite waard als er een stroming is 'boeddhisme voor autisten '.
Waarom geen boek?
Waarom wel 'Boeddhisme voor Moeders' en niet 'Boeddhisme voor Autisten' ?
Waarom wel 'Buddhism for Kids' en niet 'Buddhism for Nerds' ?
Waarom wel 'Boeddhisme voor Dummies' en niet 'Boeddhisme voor Slimmerikken' ?
want autisten (die vorm althans waar ik het over heb), zijn slim, houden van het gebruik van hun intelligentie vooral. En veel troetelboeddhisten houden daar niet van, soms denk ik: uit jalouzie.
De (journalistieke) blog 'BoeddhistischDagblad' is vooral verblijfplaats voor de anti-autisten, wetenschap is niets voor de meeste lezers, ze onderkennen heel veel zielige levende (en stervende) wezens. Er schrijven mij daar wat veel 'troetelboeddhisten , wellicht een aardiger woord dan 'anti-autisten'.
Ik ben bij deze hele beschouwing gekomen omdat ik me weer eens afvroeg: waar ik me nu mee bezig houd en wat ik om me heen hoor, is dat waarom ik ooit ontdekte dat ik eigenlijk boeddhist was? Dat waren en zijn thema's als anatta, anicca en sunyata , ook wel eens vertaald als 'grondeloosheid'. Daar herkende ik me ooit in hoewel ik het niet goed begreep en daar herken ik me nog in, terwijl ik het een stukje beter begrijp.
Veel meer dan nu populaire begrippen als boeddhanatuur en compassie.
Wat, heb je niet zoveel met compassie? Dan kan je geen boeddhist zijn! Ik hoor dat stemmetje al.
Dat valt wel mee, denk ik. Ik ben alleen wat pessimistisch over de vraag of men überhaupt andere levende wezens wel kan helpen (de bevrijding te bereiken). En ik denk dat de mens, ondanks al zijn of haar spiegelneuronen, wezenlijk alleen is, alleen geboren is en alleen sterft, en de ander slechts in beperkte zin kan bereiken.
Wat ik wel heb proberen te perfectioneren en nog steeds - met kleine stapjes - probeer, is steeds ietsje meer mildheid te verwerven, over en met de andere tobbers op deze aarde.
That's all there is.
En hoe zit het met de BoeddhaNatuur, zie je dan niet dat je die ook al hebt? Deze vraag maakt een uitstapje naar de boeddhologie nodig. In haar artikel 'The Doctrine of Buddha-Nature I Impeccably Buddhist' (in 'Pruning the Bodhi Tree ') verdedigt Sallie King het boeddhistische karakter van het begrip 'BoeddhaNatuur' door op de herkomst ervan te wijzen, het is namelijk ontwikkeld ten behoeve van degenen die het begrip 'leegte' (sunyata, emptiness) nihilistisch vonden omdat ze dat – als beginnelingen op het pad – niet goed doorgronden. (zie een langer citaat hieronder).
'Sunyata' is vooral een begrip voor autistische boeddhisten terwijl 'boeddhanatuur' meer hoort bij troetelboeddhisten.
Eigenlijk denk ik dat een autistisch boeddhist psychologisch ook niet met upaya's uit de voeten kan, daarvoor is hij (en soms 'zij') te rechtlijnig.
Bijlage
Uit 'The Doctrine of Buddha-Nature Is Impeccably Buddhist '
“Probably the single most important motivation for the author of the Buddha-Nature Treatise (and, I surmise, others in the Buddha-nature camp) is his concern over the negative language prevailing among exponents of šðnyavada. The author states many times that an important part of his audience is neophyte bodhisattvas who misunderstand the language of emptiness as nihilistic. Mind you, the author himself does not make this mistake, and indeed incorporates the idea of emptiness in a fundamental way into his own work. He is aware, however, that there are some among his contemporaries who, by virtue of the doctrine of emptiness, regard the Buddha as having expounded a nihilistic view and are themselves engaged in spreading this interpretation. Others seem to have responded to emptiness language with fear and perhaps left the Buddhist fold altogether. Still others apparently found that the relentless negativity of šðnya dialectics simply sapped them. To all such persons, the author of the Buddha-Nature Treatise was very much concerned to demonstrate that Buddhism is not nihilistic but, much to the contrary, holds a promise of something of great value that can be discovered through Buddhist practice. Since emptiness language has these negative effects, and since, after all, šðnyavada is not the Truth but simply an upaya, why not experiment with other ways to communicate the Dharma? And since šðnyavada had pretty well exhausted the via negativa , and language, being dualistic, basically offers only negative and positive options, why not experiment with articulating the Dharma in positive language?
Our author wants to attract people to the Buddha-dharma; in particular, he wants very much to encourage them to practice so that they will realize in their own lives that to which the words of scripture point. In his view, negative language has had its day; it is time to give positive language a try. His dilemma, of course, is a classic one for a Buddhist: how to speak positively of that which the Buddha himself refused to elucidate; how to speak of what is found at the end of the Path without betraying fundamental Buddhist philosophical or soteriological principles. I am convinced that our author is consciously walking a tightrope between the unacceptable negativity of šðnyavada on the one hand, and, on the other, language that violates Buddhist principles (in particular, essentialist or entitative language). What kind of language can he construct that will overcome the negativity of emptiness language without itself becoming entitative? Readers may judge for themselves whether our author succeeds in this very difficult undertaking, but I urge you to understand his effort in the context of this motivation and this objective. "
(Pruning the Bodhi Tree, pag.175/176)
Nu wordt de term 'autist' te pas en vooral te onpas gebruikt, en worden er allerlei betekenissen in geprojecteerd. Soms is het een scheldwoord en betekent zowat 'asociaal'; en soms is het een ziektebeeld, een handicap die extra aandacht verdient, soms een vorm van zielig vinden.
Nu heb ik – in een steeds langer verleden – in m'n professionele leven wel met 'echte' (volwassen) autisten en vormen van 'early infantile autism' te maken gehad en heb ik geen behoefte, daar ironisch over te doen.
Wie het echt wil weten, leze over 'autisme in DSM5' .
Een artikel dat het betoog van deze blog nog verder relativeert, is 'Spinoza-blog' , waarin de auteur gehakt maakt van de mening (van ene Fitzgerald) als zou Spinoza een autist zijn, net zo als veel beroemde geniale onaangepaste historische figuren. Het zou kunnen maar we weten het eenvoudig niet.
Hier heb ik het onwetenschappelijk over autistiform gedrag, nerd-achtig. Bijvoorbeeld zoals in televisieserie 'The Big Bang Theory'. Over mezelf dus. Een bèta; vroeger (ouwe lul) werd er gesproken over alfa's die goed waren in talen en geesteswetenschappen en bèta's die vooral wis- en natuurkunde (en soms techniek) fijn vonden. De gamma's van de gedragswetenschappen zijn daar pas later bijgekomen.
De bèta's dus.
En ik heb het niet alleen over 'boeddhisme voor autisten', uiteraard is de Dhamma/Dharma voor iedereen, maar ook over het autistisch beoefenen van het boeddhisme, misschien wel één van de werkelijk bedoelde vormen (extreem maar niet onjuist gezegd: zonder menselijke bindingen; 'in de wereld maar niet van de wereld').
Mensen zijn verschillend, allemaal binnen de marges van wat 'normaal' is.
Sommigen zijn gevoelig voor het lot van hun medemens, hun wereld is een netwerk van relaties, hun overtuiging dat er een grote stroom van liefdevolle energie is en dat de mens van nature goed is.
Anderen zien hun wereld meer als een netwerk van afspraken en hebben niet zo'n uitgesproken mening over de aard van de mens en van menselijke relaties.
Natuurlijk overdrijf ik hier de verschillen, ik geef de uitersten van de marges van normaliteit aan. In werkelijkheid zitten de mensen ergens tussen die uitersten, de een wat meer naar rechts, de ander wat meer naar links.
In het boeddhisme worden de verschillen tussen mensen ook onderkend en erkend
Mijn liefde voor alle levende wezens is beperkt. Insecten bijvoorbeeld 'mogen er ook zijn', ik ga ze niet doden maar hun lot interesseert me eerlijk gezegd niets.
Mij stelling is nu: het boeddhisme is uitermate geschikt voor autisten, eigenlijk is het boeddhisme een vorm van autisme. Op z'n minst mag een autistiforme vorm van boeddhisme beoefenen er ook zijn.
In ieder geval is het de moeite waard als er een stroming is 'boeddhisme voor autisten '.
Waarom geen boek?
Waarom wel 'Boeddhisme voor Moeders' en niet 'Boeddhisme voor Autisten' ?
Waarom wel 'Buddhism for Kids' en niet 'Buddhism for Nerds' ?
Waarom wel 'Boeddhisme voor Dummies' en niet 'Boeddhisme voor Slimmerikken' ?
want autisten (die vorm althans waar ik het over heb), zijn slim, houden van het gebruik van hun intelligentie vooral. En veel troetelboeddhisten houden daar niet van, soms denk ik: uit jalouzie.
De (journalistieke) blog 'BoeddhistischDagblad' is vooral verblijfplaats voor de anti-autisten, wetenschap is niets voor de meeste lezers, ze onderkennen heel veel zielige levende (en stervende) wezens. Er schrijven mij daar wat veel 'troetelboeddhisten , wellicht een aardiger woord dan 'anti-autisten'.
Ik ben bij deze hele beschouwing gekomen omdat ik me weer eens afvroeg: waar ik me nu mee bezig houd en wat ik om me heen hoor, is dat waarom ik ooit ontdekte dat ik eigenlijk boeddhist was? Dat waren en zijn thema's als anatta, anicca en sunyata , ook wel eens vertaald als 'grondeloosheid'. Daar herkende ik me ooit in hoewel ik het niet goed begreep en daar herken ik me nog in, terwijl ik het een stukje beter begrijp.
Veel meer dan nu populaire begrippen als boeddhanatuur en compassie.
Wat, heb je niet zoveel met compassie? Dan kan je geen boeddhist zijn! Ik hoor dat stemmetje al.
Dat valt wel mee, denk ik. Ik ben alleen wat pessimistisch over de vraag of men überhaupt andere levende wezens wel kan helpen (de bevrijding te bereiken). En ik denk dat de mens, ondanks al zijn of haar spiegelneuronen, wezenlijk alleen is, alleen geboren is en alleen sterft, en de ander slechts in beperkte zin kan bereiken.
Wat ik wel heb proberen te perfectioneren en nog steeds - met kleine stapjes - probeer, is steeds ietsje meer mildheid te verwerven, over en met de andere tobbers op deze aarde.
That's all there is.
En hoe zit het met de BoeddhaNatuur, zie je dan niet dat je die ook al hebt? Deze vraag maakt een uitstapje naar de boeddhologie nodig. In haar artikel 'The Doctrine of Buddha-Nature I Impeccably Buddhist' (in 'Pruning the Bodhi Tree ') verdedigt Sallie King het boeddhistische karakter van het begrip 'BoeddhaNatuur' door op de herkomst ervan te wijzen, het is namelijk ontwikkeld ten behoeve van degenen die het begrip 'leegte' (sunyata, emptiness) nihilistisch vonden omdat ze dat – als beginnelingen op het pad – niet goed doorgronden. (zie een langer citaat hieronder).
'Sunyata' is vooral een begrip voor autistische boeddhisten terwijl 'boeddhanatuur' meer hoort bij troetelboeddhisten.
Eigenlijk denk ik dat een autistisch boeddhist psychologisch ook niet met upaya's uit de voeten kan, daarvoor is hij (en soms 'zij') te rechtlijnig.
Bijlage
Uit 'The Doctrine of Buddha-Nature Is Impeccably Buddhist '
“Probably the single most important motivation for the author of the Buddha-Nature Treatise (and, I surmise, others in the Buddha-nature camp) is his concern over the negative language prevailing among exponents of šðnyavada. The author states many times that an important part of his audience is neophyte bodhisattvas who misunderstand the language of emptiness as nihilistic. Mind you, the author himself does not make this mistake, and indeed incorporates the idea of emptiness in a fundamental way into his own work. He is aware, however, that there are some among his contemporaries who, by virtue of the doctrine of emptiness, regard the Buddha as having expounded a nihilistic view and are themselves engaged in spreading this interpretation. Others seem to have responded to emptiness language with fear and perhaps left the Buddhist fold altogether. Still others apparently found that the relentless negativity of šðnya dialectics simply sapped them. To all such persons, the author of the Buddha-Nature Treatise was very much concerned to demonstrate that Buddhism is not nihilistic but, much to the contrary, holds a promise of something of great value that can be discovered through Buddhist practice. Since emptiness language has these negative effects, and since, after all, šðnyavada is not the Truth but simply an upaya, why not experiment with other ways to communicate the Dharma? And since šðnyavada had pretty well exhausted the via negativa , and language, being dualistic, basically offers only negative and positive options, why not experiment with articulating the Dharma in positive language?
Our author wants to attract people to the Buddha-dharma; in particular, he wants very much to encourage them to practice so that they will realize in their own lives that to which the words of scripture point. In his view, negative language has had its day; it is time to give positive language a try. His dilemma, of course, is a classic one for a Buddhist: how to speak positively of that which the Buddha himself refused to elucidate; how to speak of what is found at the end of the Path without betraying fundamental Buddhist philosophical or soteriological principles. I am convinced that our author is consciously walking a tightrope between the unacceptable negativity of šðnyavada on the one hand, and, on the other, language that violates Buddhist principles (in particular, essentialist or entitative language). What kind of language can he construct that will overcome the negativity of emptiness language without itself becoming entitative? Readers may judge for themselves whether our author succeeds in this very difficult undertaking, but I urge you to understand his effort in the context of this motivation and this objective. "
(Pruning the Bodhi Tree, pag.175/176)
Labels:
boeddhisme in Nederland,
ervaring,
Nagarjuna,
Pali-Canon
vrijdag 6 september 2013
Dood gaan voor beginners; vervolg
Veel is er niet gebeurd sinds ik op 5 Mei m'n blog 'Dood gaan voor beginners ' plaatste.
Of eigenlijk wel: ik ben sinds die dag weer (op 6 september) 124 dagen dichter bij mijn dood gekomen, wanneer die dan ook is.
En ik heb me verdiept in de contemplaties op de dood (Maranassati), en op Vijf contemplaties voor iedereen en het boek dat Rosenberg daarover heeft geschreven.
Contempleren - te begrijpen als 'diep denken ' - elke dag op:
Over deze tekst (volledige sutta-versie: zie onderaan), en meer gedetailleerde contemplaties, heeft Larry Rosenberg geschreven:
Living In The Light Of Death ;
On The Art Of Being Truly Alive
Shambhala Publications Inc, september 2001, 192 pagina's
Te koop via boekhandel of Bol.com of Amazon.com (met een aantal bladzijden in te zien.)
Samenvatting
This book presents the Buddhist approach to facing the inevitable facts of growing older, getting sick, and dying. These tough realities are not given much attention by many people until midlife, when they become harder to avoid. Using a Buddhist text known as the Five Subjects for Frequent Recollection, Larry Rosenberg shows how intimacy with the realities of aging can actually be used as a means to liberation. When we become intimate with these inevitable aspects of life, he writes, we also become intimate with ourselves, with others, with the world--indeed with all things.
======================================================================
Een vervolg op m'n blog van 5 mei dus.
Maar ook weer niet. In die periode was ik intensief met mijn dood bezig, zonder concrete aanleiding (geen ziekte, geen voorjaarsmoeheid of zo); zo maar, van binnen uit.
Nu ben ik dat nauwelijks. Dat komt wel weer; zoals ik een paar dagen geleden aan iemand schreef: als er iets is waar ik me geen zorgen over hoef te maken, is dat het feit dat ik dood ga.
Maar juist omdat ik er niet - vanuit mezelf - mee bezig ben, moet ik er mee bezig zijn.
Dicht bij de tekst blijvend, zal ik hier passages uit hoofdstuk 3 van dit boek (pagina 78-121)samenvattend vertalen:
' (CHAPTER 3)- THE THIRD MESSENGER – DEATH IS UNAVOIDABLE '.
Vrijblijvend met dit thema zijn kan niet, werkt niet: we moeten 'standvastig en stevig' naar het feit van de dood kijken. We kunnen er niet 'kort en achteloos een blik op werpen.
Eigenlijk is de hele beoefenen van de Dharma van mij tot nu toe een voorbereiding, om me sterk genoeg te maken om te kijken naar mijn doodsangst. Er is ook aandachtigheid en concentratie voor nodig. Geen rigide concentratie maar een tedere gemoedstoestand.
Voor een formele beoefening maakt Rosenberg gebruik van een negendelige meditatie, gebaseerd op een tekst van de Indiase boeddhist Atisha (980-1055).
Drie thema's die steeds ook uit drie contemplaties bestaan.
Het is aan te bevelen een contemplatie steeds te beginnen met aandacht voor de ademhaling (anapanasati), totdat er een zekere kalmte bereikt is; want deze contemplaties vereisen een geconcentreerde geest. Met zo'n serene geest kan men scherp en soepel denken.
De woorden waarop gecontempleerd wordt, lijken simpel, maar na verloop van tijd komt hun diepere betekenis naar voren.
DE ONVERMIJDELIJKHEID VAN DE DOOD
1. Iedereen moet sterven;
2. Het aantal dagen dat we nog leven, vermindert continu;
3. De dood komt, of we nu wel of niet de tijd hebben genomen de Dharma te beoefenen.
DE ONZEKERHEID OVER HET TIJDSTIP VAN DE DOOD
4. De menselijke levensverwachting is onzeker;
5. Er zijn veel oorzaken van de dood;
6. Het menselijk lichaam is heel fragiel en kwetsbaar.
ALLEEN DE BEOEFENING VAN DE DHARMA KAN ONS HELPEN ALS WE GAAN STERVEN
7. Onze bezittingen kunnen ons niet helpen;
8. Degenen die van ons houden kunnen ons niet helpen;
9. Ons lichaam kan ons niet helpen.
Dat zijn ze, ga er maar aan staan; of liever: ik moet er nu echt aan beginnen.
Vooral de achtste vind ik moeilijk, dat realiseert ook Rosenberg zich.
"We denken dat onze menselijke relaties niet – zoals bezittingen – een ego bevatten. Onze relatie tot onze partner. Onze ouders. Onze kinderen. Broers en zussen. Nabije vrienden. Onze spirituele leraren. We geloven dat we een aantal relaties hebben die een zekere zuiverheid bevatten.
Dat mag waar zijn. Maar het is ook waar dat onze vrienden ons niet kunnen helpen als we sterven. Mogelijk zijn ze in de buurt (of niet, we weten niet hoe het gaat). Ze kunnen ons geruststellen. Maar op het eind, uiteindelijk, moeten we 'dag' tegen ze zeggen en ze niet meer terug zien. We moeten alleen sterven. " (pagina 101)
======================================================================
Er zijn vijf onderwerpen, monniken, waarop vaak gecontempleerd zou moeten worden door mannen en vrouwen, lekevolgelingen en monniken. Wat zijn deze vijf onderwerpen?
’Ik weet zeker dat ik ouder word. Ik kan ouder worden niet vermijden.’
’Ik weet zeker dat ik ziek word. Ik kan ziekte niet vermijden.’
’Ik weet zeker dat ik doodga. Ik kan de dood niet vermijden.’
’In alle dierbare en geliefde dingen zal verandering optreden en er zal scheiding van zijn.’
’Ik ben de eigenaar van mijn handelingen (kamma), de erfgenaam van mijn handelingen, handelingen zijn de schoot (waaruit ik ontstaan ben), handelingen zijn mijn verwanten, handelingen zijn mijn bescherming. Welke handeling, goed of slecht, ik zal er de erfgenaam van zijn.
Om welke goede reden nu, moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik, dikwijls contempleren op het feit dat ze ’er zeker van zijn ouder te worden en ouder worden niet kunnen vermijden’? Wezens zijn als ze jong zijn, trots op hun jeugdigheid; en verblind door die trots leiden ze een slecht leven in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die vaak
contempleert op dat feit (van de zekerheid van ouder worden), zal de trots op de jeugdigheid ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze goede reden zou het feit (van ouder worden) dikwijls overdacht moeten worden.
Om welke goede reden nu, moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik, dikwijls contempleren op het feit dat ze 'er zeker van zijn ziek te worden en het niet kunnen vermijden'? Wezens zijn als ze gezond zijn, trots op hun gezondheid; en verblind door die trots leiden ze een slecht leven in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die vaak contempleert op dat feit (van de zekerheid van ziekte), zal de trots op de jeugdigheid ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze goede reden zou het feit (van ziekte) dikwijls overdacht moeten worden.
Om welke goede reden nu, moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik, dikwijls contempleren op het feit dat ze ’er zeker van zijn dood te gaan en de dood niet kunnen vermijden’? Wezens zijn als ze in leven zijn, trots op het levend zijn; en verblind door die trots leiden ze een slecht leven in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die vaak contempleert op dat feit (van de zekerheid van de dood), zal de trots op de jeugdigheid ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze goede reden zou het feit (van de dood) dikwijls overdacht moeten worden.
Om welke goede reden nu, moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik, dikwijls contempleren op het feit dat ’in alle dingen, dierbaar en geliefd, verandering zal optreden en dat er scheiding van zal zijn’? Wezens hebben een wellustig verlangen naar dat wat dierbaar en geliefd is; en brandend door wellustig verlangen naar wat dierbaar en geliefd is leiden ze een slecht leven in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die dikwijls contempleert (op verandering in en scheiding van dierbare en geliefde dingen), zal het wellustig verlangen naar wat dierbaar en geliefd is ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze goede reden zou het feit (van verandering en scheiding in wat geliefd is) dikwijls overdacht moeten worden.
Om welke goede reden moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik dikwijls contempleren op het feit dat zij de ‘de eigenaren van hun handelingen zijn, de erfgenamen van hun handelingen, dat hun handelingen hun schoot zijn, handelingen hun verwanten zijn, handelingen hun bescherming zijn en dat welke handeling ze ook verrichten, goed of slecht, zij er de erfgenamen van zullen zijn'? Er zijn wezens die een slecht leven leiden in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die dikwijls contempleert op het feit (van bezit van zijn eigen handelingen)zal dat slechte gedrag ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze reden zou het feit dikwijls overdacht moeten worden.
De nobele discipel nu, contempleert aldus: ’Ik ben niet de enige die er zeker van is ouder te worden, ziek te worden en dood te gaan. Maar waar dan ook wezens komen en gaan, vertrekken en weer tevoorschijn komen, ze zijn allen onderhevig aan ouder worden, ziekte en dood. In degene die dikwijls op deze feiten contempleert, komt het Pad van de stadia van heiligheid op.
Hij begeeft zich nu regelmatig op het Pad, onderhoudt het en versterkt het.
Terwijl hij dit doet, zullen de bindingen geheel verdwijnen en zullen slechte neigingen ophouden te bestaan.
Verder contempleert de nobele discipel als volgt: ’Ik ben niet de enige voor wie er verandering optreedt in wat dierbaar en geliefd is; ik ben niet de enige die de eigenaar en erfgenaam van zijn handelen is. Maar waar dan ook wezens komen en gaan, vertrekken en weer tevoorschijn komen, voor hen allen is er verandering in wat dierbaar en geliefd is; en zij allen zijn de eigenaar en de erfgenaam van hun handelingen. In degene die dikwijls op deze feiten contempleert, komt het Pad op. Hij begeeft zich nu regelmatig op dat Pad. Hij begeeft zich nu regelmatig op dat Pad, onderhoudt het en versterkt het. Terwijl hij dat doet, zullen de bindingen geheel verdwijnen en zullen de slechte neigingen ophouden te bestaan.
Onderworpen aan ouderdom, ziekte en dood, wezens in deze toestand worden verafschuwd door de wereldling. Maar hij zou beter kunnen denken: ’Als ik weerzin zou voelen voor wezens van een dergelijke soort, zou dit niet juist zijn voor mij, die evenzeer een dergelijk lot beschoren is.
Terwijl ik in dergelijke gedachten verblijf en weet heb van (Nibbāna’s) zorgeloze staat, zal ik de drievoudige trots verslaan, van gezondheid, jeugdigheid en uitbundigheid van leven, omdat ik zie dat de zekere vrede in verzaking ligt.
Turend naar Nibbāna, ontstaat er geestdrift in mij:
Nu kan ik nooit meer zwichten voor zintuiglijk verlangen!
Iemand die nooit meer terugkeert, zal ik worden.
Het verheven leven is nu mijn hoogste doel.’ "
Uit: Anguttara Nikaya V, 57. De Verzameling Predikingen met Numerieke Rangschikking.-
Een selectie door Nyanaponika Mahathera.
Bron: buddhistmahavihara.com/admin/uploads/why_buddhism_(dutch).pdf
Dr. K. Sri Dhammananda
Vertaling: Arjan Schrier
PS
De 3-september-versie van deze blog was onvolledig.
Excuses voor het bestaan van twee versies
Of eigenlijk wel: ik ben sinds die dag weer (op 6 september) 124 dagen dichter bij mijn dood gekomen, wanneer die dan ook is.
En ik heb me verdiept in de contemplaties op de dood (Maranassati), en op Vijf contemplaties voor iedereen en het boek dat Rosenberg daarover heeft geschreven.
Contempleren - te begrijpen als 'diep denken ' - elke dag op:
’Ik weet zeker dat ik ouder word. Ik kan ouder worden niet vermijden.’
’Ik weet zeker dat ik ziek word. Ik kan ziekte niet vermijden.’
’Ik weet zeker dat ik doodga. Ik kan de dood niet vermijden.’
’In alle dierbare en geliefde dingen zal verandering optreden en er zal scheiding van zijn.’
’Ik ben de eigenaar van mijn handelingen (kamma), de erfgenaam van mijn handelingen, handelingen zijn de schoot (waaruit ik ontstaan ben), handelingen zijn mijn verwanten, handelingen zijn mijn bescherming. Welke handeling, goed of slecht, ik zal er de erfgenaam van zijn.'
Over deze tekst (volledige sutta-versie: zie onderaan), en meer gedetailleerde contemplaties, heeft Larry Rosenberg geschreven:
Living In The Light Of Death ;
On The Art Of Being Truly Alive
Shambhala Publications Inc, september 2001, 192 pagina's
Te koop via boekhandel of Bol.com of Amazon.com (met een aantal bladzijden in te zien.)
Samenvatting
This book presents the Buddhist approach to facing the inevitable facts of growing older, getting sick, and dying. These tough realities are not given much attention by many people until midlife, when they become harder to avoid. Using a Buddhist text known as the Five Subjects for Frequent Recollection, Larry Rosenberg shows how intimacy with the realities of aging can actually be used as a means to liberation. When we become intimate with these inevitable aspects of life, he writes, we also become intimate with ourselves, with others, with the world--indeed with all things.
======================================================================
Een vervolg op m'n blog van 5 mei dus.
Maar ook weer niet. In die periode was ik intensief met mijn dood bezig, zonder concrete aanleiding (geen ziekte, geen voorjaarsmoeheid of zo); zo maar, van binnen uit.
Nu ben ik dat nauwelijks. Dat komt wel weer; zoals ik een paar dagen geleden aan iemand schreef: als er iets is waar ik me geen zorgen over hoef te maken, is dat het feit dat ik dood ga.
Maar juist omdat ik er niet - vanuit mezelf - mee bezig ben, moet ik er mee bezig zijn.
Dicht bij de tekst blijvend, zal ik hier passages uit hoofdstuk 3 van dit boek (pagina 78-121)samenvattend vertalen:
' (CHAPTER 3)- THE THIRD MESSENGER – DEATH IS UNAVOIDABLE '.
Vrijblijvend met dit thema zijn kan niet, werkt niet: we moeten 'standvastig en stevig' naar het feit van de dood kijken. We kunnen er niet 'kort en achteloos een blik op werpen.
Eigenlijk is de hele beoefenen van de Dharma van mij tot nu toe een voorbereiding, om me sterk genoeg te maken om te kijken naar mijn doodsangst. Er is ook aandachtigheid en concentratie voor nodig. Geen rigide concentratie maar een tedere gemoedstoestand.
Voor een formele beoefening maakt Rosenberg gebruik van een negendelige meditatie, gebaseerd op een tekst van de Indiase boeddhist Atisha (980-1055).
Drie thema's die steeds ook uit drie contemplaties bestaan.
Het is aan te bevelen een contemplatie steeds te beginnen met aandacht voor de ademhaling (anapanasati), totdat er een zekere kalmte bereikt is; want deze contemplaties vereisen een geconcentreerde geest. Met zo'n serene geest kan men scherp en soepel denken.
De woorden waarop gecontempleerd wordt, lijken simpel, maar na verloop van tijd komt hun diepere betekenis naar voren.
DE ONVERMIJDELIJKHEID VAN DE DOOD
1. Iedereen moet sterven;
2. Het aantal dagen dat we nog leven, vermindert continu;
3. De dood komt, of we nu wel of niet de tijd hebben genomen de Dharma te beoefenen.
DE ONZEKERHEID OVER HET TIJDSTIP VAN DE DOOD
4. De menselijke levensverwachting is onzeker;
5. Er zijn veel oorzaken van de dood;
6. Het menselijk lichaam is heel fragiel en kwetsbaar.
ALLEEN DE BEOEFENING VAN DE DHARMA KAN ONS HELPEN ALS WE GAAN STERVEN
7. Onze bezittingen kunnen ons niet helpen;
8. Degenen die van ons houden kunnen ons niet helpen;
9. Ons lichaam kan ons niet helpen.
Dat zijn ze, ga er maar aan staan; of liever: ik moet er nu echt aan beginnen.
Vooral de achtste vind ik moeilijk, dat realiseert ook Rosenberg zich.
"We denken dat onze menselijke relaties niet – zoals bezittingen – een ego bevatten. Onze relatie tot onze partner. Onze ouders. Onze kinderen. Broers en zussen. Nabije vrienden. Onze spirituele leraren. We geloven dat we een aantal relaties hebben die een zekere zuiverheid bevatten.
Dat mag waar zijn. Maar het is ook waar dat onze vrienden ons niet kunnen helpen als we sterven. Mogelijk zijn ze in de buurt (of niet, we weten niet hoe het gaat). Ze kunnen ons geruststellen. Maar op het eind, uiteindelijk, moeten we 'dag' tegen ze zeggen en ze niet meer terug zien. We moeten alleen sterven. " (pagina 101)
======================================================================
" Vijf contemplaties voor iedereen
Er zijn vijf onderwerpen, monniken, waarop vaak gecontempleerd zou moeten worden door mannen en vrouwen, lekevolgelingen en monniken. Wat zijn deze vijf onderwerpen?
’Ik weet zeker dat ik ouder word. Ik kan ouder worden niet vermijden.’
’Ik weet zeker dat ik ziek word. Ik kan ziekte niet vermijden.’
’Ik weet zeker dat ik doodga. Ik kan de dood niet vermijden.’
’In alle dierbare en geliefde dingen zal verandering optreden en er zal scheiding van zijn.’
’Ik ben de eigenaar van mijn handelingen (kamma), de erfgenaam van mijn handelingen, handelingen zijn de schoot (waaruit ik ontstaan ben), handelingen zijn mijn verwanten, handelingen zijn mijn bescherming. Welke handeling, goed of slecht, ik zal er de erfgenaam van zijn.
Om welke goede reden nu, moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik, dikwijls contempleren op het feit dat ze ’er zeker van zijn ouder te worden en ouder worden niet kunnen vermijden’? Wezens zijn als ze jong zijn, trots op hun jeugdigheid; en verblind door die trots leiden ze een slecht leven in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die vaak
contempleert op dat feit (van de zekerheid van ouder worden), zal de trots op de jeugdigheid ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze goede reden zou het feit (van ouder worden) dikwijls overdacht moeten worden.
Om welke goede reden nu, moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik, dikwijls contempleren op het feit dat ze 'er zeker van zijn ziek te worden en het niet kunnen vermijden'? Wezens zijn als ze gezond zijn, trots op hun gezondheid; en verblind door die trots leiden ze een slecht leven in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die vaak contempleert op dat feit (van de zekerheid van ziekte), zal de trots op de jeugdigheid ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze goede reden zou het feit (van ziekte) dikwijls overdacht moeten worden.
Om welke goede reden nu, moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik, dikwijls contempleren op het feit dat ze ’er zeker van zijn dood te gaan en de dood niet kunnen vermijden’? Wezens zijn als ze in leven zijn, trots op het levend zijn; en verblind door die trots leiden ze een slecht leven in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die vaak contempleert op dat feit (van de zekerheid van de dood), zal de trots op de jeugdigheid ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze goede reden zou het feit (van de dood) dikwijls overdacht moeten worden.
Om welke goede reden nu, moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik, dikwijls contempleren op het feit dat ’in alle dingen, dierbaar en geliefd, verandering zal optreden en dat er scheiding van zal zijn’? Wezens hebben een wellustig verlangen naar dat wat dierbaar en geliefd is; en brandend door wellustig verlangen naar wat dierbaar en geliefd is leiden ze een slecht leven in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die dikwijls contempleert (op verandering in en scheiding van dierbare en geliefde dingen), zal het wellustig verlangen naar wat dierbaar en geliefd is ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze goede reden zou het feit (van verandering en scheiding in wat geliefd is) dikwijls overdacht moeten worden.
Om welke goede reden moet een man of vrouw, lekenvolgeling of monnik dikwijls contempleren op het feit dat zij de ‘de eigenaren van hun handelingen zijn, de erfgenamen van hun handelingen, dat hun handelingen hun schoot zijn, handelingen hun verwanten zijn, handelingen hun bescherming zijn en dat welke handeling ze ook verrichten, goed of slecht, zij er de erfgenamen van zullen zijn'? Er zijn wezens die een slecht leven leiden in handelingen, woorden en gedachten. Maar in degene die dikwijls contempleert op het feit (van bezit van zijn eigen handelingen)zal dat slechte gedrag ofwel geheel verdwijnen of afzwakken. Om deze reden zou het feit dikwijls overdacht moeten worden.
De nobele discipel nu, contempleert aldus: ’Ik ben niet de enige die er zeker van is ouder te worden, ziek te worden en dood te gaan. Maar waar dan ook wezens komen en gaan, vertrekken en weer tevoorschijn komen, ze zijn allen onderhevig aan ouder worden, ziekte en dood. In degene die dikwijls op deze feiten contempleert, komt het Pad van de stadia van heiligheid op.
Hij begeeft zich nu regelmatig op het Pad, onderhoudt het en versterkt het.
Terwijl hij dit doet, zullen de bindingen geheel verdwijnen en zullen slechte neigingen ophouden te bestaan.
Verder contempleert de nobele discipel als volgt: ’Ik ben niet de enige voor wie er verandering optreedt in wat dierbaar en geliefd is; ik ben niet de enige die de eigenaar en erfgenaam van zijn handelen is. Maar waar dan ook wezens komen en gaan, vertrekken en weer tevoorschijn komen, voor hen allen is er verandering in wat dierbaar en geliefd is; en zij allen zijn de eigenaar en de erfgenaam van hun handelingen. In degene die dikwijls op deze feiten contempleert, komt het Pad op. Hij begeeft zich nu regelmatig op dat Pad. Hij begeeft zich nu regelmatig op dat Pad, onderhoudt het en versterkt het. Terwijl hij dat doet, zullen de bindingen geheel verdwijnen en zullen de slechte neigingen ophouden te bestaan.
Onderworpen aan ouderdom, ziekte en dood, wezens in deze toestand worden verafschuwd door de wereldling. Maar hij zou beter kunnen denken: ’Als ik weerzin zou voelen voor wezens van een dergelijke soort, zou dit niet juist zijn voor mij, die evenzeer een dergelijk lot beschoren is.
Terwijl ik in dergelijke gedachten verblijf en weet heb van (Nibbāna’s) zorgeloze staat, zal ik de drievoudige trots verslaan, van gezondheid, jeugdigheid en uitbundigheid van leven, omdat ik zie dat de zekere vrede in verzaking ligt.
Turend naar Nibbāna, ontstaat er geestdrift in mij:
Nu kan ik nooit meer zwichten voor zintuiglijk verlangen!
Iemand die nooit meer terugkeert, zal ik worden.
Het verheven leven is nu mijn hoogste doel.’ "
Uit: Anguttara Nikaya V, 57. De Verzameling Predikingen met Numerieke Rangschikking.-
Een selectie door Nyanaponika Mahathera.
Bron: buddhistmahavihara.com/admin/uploads/why_buddhism_(dutch).pdf
Dr. K. Sri Dhammananda
Vertaling: Arjan Schrier
PS
De 3-september-versie van deze blog was onvolledig.
Excuses voor het bestaan van twee versies
Labels:
boeken,
ervaring,
Mahayana,
meditatie,
Pali-Canon
zaterdag 1 juni 2013
Al weer vijftig blog-teksten; en enkele voornemens
Begin november vorig jaar vierde ik m'n honderdste blog-tekst. Zie hier .
En nu – zeven maanden later – m'n honderdvijftigste.
Op zichzelf niet zo iets heel bijzonders; wel een aanleiding dat te doen waarvan ik vind dat andere (journalistieke) blogs dat ook zouden moeten doen: van thema's die daar aanleiding toegeven, nagaan hoe het er nu mee staat.
Eerst de statistiek
Het grootste aantal pageviews, plus reacties, kregen achtereenvolgens:
* Asjemenou - Zenleraar Rients Ritskes neemt afstand van Japanse Zenmeester
* Zen punt Nl, Franchise maar ook Kartel ?
* De vreemde wereld van Zen
* Heilzame en onheilzame structuren van groepen Leidraad om groepen en leraren te waarderen
* De kracht van negatief denken - Waarheid, melancholie en een tragisch levensgevoel
* De VU opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger
Veel Zen dus; met name veel Zen.Nl-onderwerpen trokken de belangstelling.
Ik heb er niet alleen hier over geschreven, ook in reacties in het Boeddhistisch Dagblad; en in zekere mate zijn ook m'n blogs over 'Boeddhistische helden' en 'Je leraar teleurstellen' er door beinvloed. M'n vertaling van en commentaar op het oorspronkelijk Duitse artikel 'Heilzame en onheilzame structuren' duidelijk ook; deze handleiding riep veel respons op.
Ook een commentaar elders van mij ging er over, meer precies: over de Dharma à la Zen.Nl:
" 'De filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen' heeft een filosoof een keer gezegd.
En terecht, het is een uitspraak die ook over de boeddhisten gedaan zou kunnen worden. Want die munten ook vooral uit in beschouwingen en niet in willen veranderen.
De vraag zou dus niet moeten zijn wat er werkelijk van de affaire Ritskes over blijft wanneer de stofwolken van de publieke verontwaardiging zijn opgetrokken; maar of er werkelijk iets is veranderd, of de affaire Ritskes tot aftreden als hoofdopleider heeft gebracht bijvoorbeeld; of de boekhouding nu openbaar is. Het is nog niet te laat om een uitspraak te doen over bv de stelling:
"Zen is
- beter slapen
- betere concentratie
- meer energie
- grotere creativiteit
- denken wat je wilt denken
- voelen wat je wilt voelen "
Uit http://www.zen.nl/nijmegen/
Het is dat de Boeddha niet in een graf ligt, anders zou hij zich hebben omgedraaid.'
De filosoof die ik citeerde, was trouwens Karl Marx, niet meer zo in de mode tegenwoordig.
Wat betreft de VU opleiding. Nog steeds – al maanden ongewijzigd – staat op de VU-website
“Ambtsopleiding
Voor wie de opleiding tot boeddhistisch of hindoeïstisch geestelijk verzorger volgt, wordt deze eenjarige master gevolgd door een eenjarige postdoctorale ambtsopleiding (deze gaat waarschijnlijk van start in september 2014). Deze postdoctorale ambtsopleiding in boeddhistische of hindoeïstische geestelijke verzorging zal erkend worden door de zendende instanties. Naar verwachting komt er ook een postdoctorale ambtsopleiding voor islamitische geestelijke verzorging. Als je door een zendende instantie wilt worden geaccepteerd is het nodig dat je aan hun (aanvullende) eisen voldoet. Het is aan te raden de eisen van de betreffende zendende instantie vooraf goed uit te zoeken.”
En nog steeds geven BZI of BUN geen enkel houvast wat betreft (aanvullende) eisen.
Nog steeds dus reden voor mij, dit thema de komende maanden te volgen.
En dan het thema BUN. Niet alleen in relatie tot de BOS (en de onbetaalbare boete), of in relatie tot de BZI (zie boven); maar ook op zich.
Alleen is er niets nieuws over te melden. De BUN-voorzitter vergaloppeert zich een paar maal, zoals uit de blog van Ron Sinnige blijkt , maar de BUN-leden geven geen sjoege.
Het verleden jaar door dezelfde voorzitter aangekondigde voorstel om ongeorganiseerde boeddhisten bij de BUN blijft achterwege: stilte.
Mijn mening blijft ongewijzigd: de BUN moet weg, met al haar claims: opheffen die zaak.
Misschien heeft dan een nieuw 'Platform' - zie 'Statuten (z.g.a.n.)' - echt kans.
Maar gelukkig is er nog de Dharma, door mij bij voorkeur – in Pali – als 'Dhamma' aangeduid.
Diverse artikelen het afgelopen jaar gaan daar over. Misschien moet ik me daar wel nog meer mee bezig gaan houden, niet alleen in beoefening maar ook in het schrijven erover.
Dat brengt me tot de vraag: wat zit er nog in het vat?
Mogelijk een lagere productie dan het afgelopen jaar (één tekst per week is ruim genoeg).
Een paar thema's waaraan ik denk, naast mogelijk het terugkomen op de hier genoemde:
– Ik las opnieuw over de mythe van Bodhidharma, in Zen belangrijk.
Veel over het leven van de (historische) Boeddha is mythisch van aard, vinden sommigen, en ik.
Mijn vraag: zijn er ook hedendaagse (Westerse) boeddhistische mythen?
– De boeddhologie is een onuitputtelijke bron. Moet ik weer eens uit gaan putten.
– Concentratie-meditatie, de relatie samatha-vipassana en het bereiken van jhana
houden me bezig, ter voorbereiding van het seminar eind oktober, en voor mijn eigen beoefening.
– De term 'beoefening' gebruik ik zo vaak en zo makkelijk; wat is dat eigenlijk?
– De gang van zaken in de BUN is nog steeds reden tot bezorgdheid; ik dacht zo:
daar moet ik staatssecretaris Teeven van Justitie maar eens een brief over schrijven
('weet u wel wat u in december 2012 erkend hebt ?'). Een afschrift daarvan zal ik hier spoedig, nog ruim voor de BUN-ledenvergadering van 8 juni dus, plaatsen. Ik maak het ze makkelijk.
– M'n blog 'Dood gaan voor beginners' krijgt een daarin aangekondigd vervolg. Op dit moment ben ik vooral bezig met de vijf contemplaties, genoemd in de Upajjhatthana Sutta (AN 5:57).
Overzicht van blogtekst 101 t/m 150
(Het openen ervan kan via het 'Blogarchief', zie de rechterkolom hiernaast)
▼ mei (7)
* Statuten (zo goed als nieuw) van een stichting 'Platform Boeddhisten Nederland'
* Een jaar Boeddhistisch Dagblad
* Heilzame en onheilzame structuren van groepen Leidraad om groepen en leraren te waarderen
* Een twee dagen durend seminar eind oktober over en met concentratie meditatie
* Problemen bij Zen.Nl blijken ook de BUN te raken
* Je leraar teleurstellen
* Dood gaan voor beginners
▼ april (10)
* Kan ik de droom voor ons land over fundamentele goedheid wel steunen? Toch niet !
* Kunnen boeddhisten leren ?
* André van der Braak nu gewoon hoogleraar boeddhistische filosofie
* De vreemde wereld van Zen
* Hoe moet het nu met de boete van de BUN ?
* Asjemenou - Zenleraar Rients Ritskes neemt afstand van Japanse Zenmeester
* Boeddhistische helden
* Vragen over de uitvoering door BUN en/of BOS van het besluit van het Commissariaat
* Een boeddhist maalt niet om erkenning
* Een aantal reacties van mij opgenomen in het Boeddhistisch Dagblad
▼ maart (7)
* De betekenis van de BUN voor de Boeddhistisch Zendende Instantie
* Boeddhistisch scheiden, kan dat? De gevolgen van het CvdM-besluit
* Onwetendheid en niet-weten, een wereld van verschil Maar waar tussen?
* De VU opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger...UPDATE
* De VU opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger komt naderbij
* Waarom lezen boeddhisten eigenlijk, en waarom ik ?
* Bestaat de BUN dan nog ?
▼ februari (6)
* De Boeddhistische Omroep zoekt hoofdredacteur radio
* Apollinisch of dionysisch boeddhisme ? Een soort oefening in verbazing
* Waarom een boeddhistische ambtsopleiding als een master voldoet
* Wat heeft de Boeddha nu echt gezegd over vipassana-meditatie?
* Zen punt Nl, Franchise maar ook Kartel ?
* De bezwaren van de BOS (en misschien van de BUN) en de rekkelijkheid van de werkelijkheid
▼ januari 2013 (5)
* Kom op, brave boeddhisten, doe eens wat polemisch
* De BUN lijkt aan het betalen van een boete niet te kunnen ontkomen
* Weer een paar van mijn reacties gestuurd naar het BD
* Hoe zal het met uitgeverij ASOKA in 2013 gaan ?
* Vriend zijn van het ‘Vipassana Meditatie- en Studiecentrum
▼ december 2012 (8)
* De laatste BoeddhaMagazine? Of alleen de laatste bestemd voor boeddhisten
* De kracht van negatief denken - Waarheid, melancholie en een tragisch levensgevoel
* Is er nog hoop (voor de BOS) ?
* Justitie overruled advies KASKI en erkent BUN toch
* Wat kommentaren en reacties van mij in het BD
* Is er ruimte in de mediabegroting om 2.42 omroepen ?
* Levensbeschouwelijke omroepen zoals de BOS na 2015
* Boete BUN van Commissariaat voor de Media
▼ november (8)
* Waar gaat de Diamant Sutra over ?
* Aanvulling op Hebben boeddhisten een vrije wil?
* Hebben boeddhisten een vrije wil ?
* Advies: even geen Asoka-boeken en Boeddhamagazine
* Nu twee journalistieke boeddhistische bladen
* Asoka en vele nog niet vertaalde Dharma-boeken
* (nr 101) Een overzicht van honderd blogs
* (nr 100) Het handboek boeddhistisch geestelijke verzorging
En nu – zeven maanden later – m'n honderdvijftigste.
Op zichzelf niet zo iets heel bijzonders; wel een aanleiding dat te doen waarvan ik vind dat andere (journalistieke) blogs dat ook zouden moeten doen: van thema's die daar aanleiding toegeven, nagaan hoe het er nu mee staat.
Eerst de statistiek
Het grootste aantal pageviews, plus reacties, kregen achtereenvolgens:
* Asjemenou - Zenleraar Rients Ritskes neemt afstand van Japanse Zenmeester
* Zen punt Nl, Franchise maar ook Kartel ?
* De vreemde wereld van Zen
* Heilzame en onheilzame structuren van groepen Leidraad om groepen en leraren te waarderen
* De kracht van negatief denken - Waarheid, melancholie en een tragisch levensgevoel
* De VU opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger
Veel Zen dus; met name veel Zen.Nl-onderwerpen trokken de belangstelling.
Ik heb er niet alleen hier over geschreven, ook in reacties in het Boeddhistisch Dagblad; en in zekere mate zijn ook m'n blogs over 'Boeddhistische helden' en 'Je leraar teleurstellen' er door beinvloed. M'n vertaling van en commentaar op het oorspronkelijk Duitse artikel 'Heilzame en onheilzame structuren' duidelijk ook; deze handleiding riep veel respons op.
Ook een commentaar elders van mij ging er over, meer precies: over de Dharma à la Zen.Nl:
" 'De filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen' heeft een filosoof een keer gezegd.
En terecht, het is een uitspraak die ook over de boeddhisten gedaan zou kunnen worden. Want die munten ook vooral uit in beschouwingen en niet in willen veranderen.
De vraag zou dus niet moeten zijn wat er werkelijk van de affaire Ritskes over blijft wanneer de stofwolken van de publieke verontwaardiging zijn opgetrokken; maar of er werkelijk iets is veranderd, of de affaire Ritskes tot aftreden als hoofdopleider heeft gebracht bijvoorbeeld; of de boekhouding nu openbaar is. Het is nog niet te laat om een uitspraak te doen over bv de stelling:
"Zen is
- beter slapen
- betere concentratie
- meer energie
- grotere creativiteit
- denken wat je wilt denken
- voelen wat je wilt voelen "
Uit http://www.zen.nl/nijmegen/
Het is dat de Boeddha niet in een graf ligt, anders zou hij zich hebben omgedraaid.'
De filosoof die ik citeerde, was trouwens Karl Marx, niet meer zo in de mode tegenwoordig.
Wat betreft de VU opleiding. Nog steeds – al maanden ongewijzigd – staat op de VU-website
“Ambtsopleiding
Voor wie de opleiding tot boeddhistisch of hindoeïstisch geestelijk verzorger volgt, wordt deze eenjarige master gevolgd door een eenjarige postdoctorale ambtsopleiding (deze gaat waarschijnlijk van start in september 2014). Deze postdoctorale ambtsopleiding in boeddhistische of hindoeïstische geestelijke verzorging zal erkend worden door de zendende instanties. Naar verwachting komt er ook een postdoctorale ambtsopleiding voor islamitische geestelijke verzorging. Als je door een zendende instantie wilt worden geaccepteerd is het nodig dat je aan hun (aanvullende) eisen voldoet. Het is aan te raden de eisen van de betreffende zendende instantie vooraf goed uit te zoeken.”
En nog steeds geven BZI of BUN geen enkel houvast wat betreft (aanvullende) eisen.
Nog steeds dus reden voor mij, dit thema de komende maanden te volgen.
En dan het thema BUN. Niet alleen in relatie tot de BOS (en de onbetaalbare boete), of in relatie tot de BZI (zie boven); maar ook op zich.
Alleen is er niets nieuws over te melden. De BUN-voorzitter vergaloppeert zich een paar maal, zoals uit de blog van Ron Sinnige blijkt , maar de BUN-leden geven geen sjoege.
Het verleden jaar door dezelfde voorzitter aangekondigde voorstel om ongeorganiseerde boeddhisten bij de BUN blijft achterwege: stilte.
Mijn mening blijft ongewijzigd: de BUN moet weg, met al haar claims: opheffen die zaak.
Misschien heeft dan een nieuw 'Platform' - zie 'Statuten (z.g.a.n.)' - echt kans.
Maar gelukkig is er nog de Dharma, door mij bij voorkeur – in Pali – als 'Dhamma' aangeduid.
Diverse artikelen het afgelopen jaar gaan daar over. Misschien moet ik me daar wel nog meer mee bezig gaan houden, niet alleen in beoefening maar ook in het schrijven erover.
Dat brengt me tot de vraag: wat zit er nog in het vat?
Mogelijk een lagere productie dan het afgelopen jaar (één tekst per week is ruim genoeg).
Een paar thema's waaraan ik denk, naast mogelijk het terugkomen op de hier genoemde:
– Ik las opnieuw over de mythe van Bodhidharma, in Zen belangrijk.
Veel over het leven van de (historische) Boeddha is mythisch van aard, vinden sommigen, en ik.
Mijn vraag: zijn er ook hedendaagse (Westerse) boeddhistische mythen?
– De boeddhologie is een onuitputtelijke bron. Moet ik weer eens uit gaan putten.
– Concentratie-meditatie, de relatie samatha-vipassana en het bereiken van jhana
houden me bezig, ter voorbereiding van het seminar eind oktober, en voor mijn eigen beoefening.
– De term 'beoefening' gebruik ik zo vaak en zo makkelijk; wat is dat eigenlijk?
– De gang van zaken in de BUN is nog steeds reden tot bezorgdheid; ik dacht zo:
daar moet ik staatssecretaris Teeven van Justitie maar eens een brief over schrijven
('weet u wel wat u in december 2012 erkend hebt ?'). Een afschrift daarvan zal ik hier spoedig, nog ruim voor de BUN-ledenvergadering van 8 juni dus, plaatsen. Ik maak het ze makkelijk.
– M'n blog 'Dood gaan voor beginners' krijgt een daarin aangekondigd vervolg. Op dit moment ben ik vooral bezig met de vijf contemplaties, genoemd in de Upajjhatthana Sutta (AN 5:57).
Overzicht van blogtekst 101 t/m 150
(Het openen ervan kan via het 'Blogarchief', zie de rechterkolom hiernaast)
▼ mei (7)
* Statuten (zo goed als nieuw) van een stichting 'Platform Boeddhisten Nederland'
* Een jaar Boeddhistisch Dagblad
* Heilzame en onheilzame structuren van groepen Leidraad om groepen en leraren te waarderen
* Een twee dagen durend seminar eind oktober over en met concentratie meditatie
* Problemen bij Zen.Nl blijken ook de BUN te raken
* Je leraar teleurstellen
* Dood gaan voor beginners
▼ april (10)
* Kan ik de droom voor ons land over fundamentele goedheid wel steunen? Toch niet !
* Kunnen boeddhisten leren ?
* André van der Braak nu gewoon hoogleraar boeddhistische filosofie
* De vreemde wereld van Zen
* Hoe moet het nu met de boete van de BUN ?
* Asjemenou - Zenleraar Rients Ritskes neemt afstand van Japanse Zenmeester
* Boeddhistische helden
* Vragen over de uitvoering door BUN en/of BOS van het besluit van het Commissariaat
* Een boeddhist maalt niet om erkenning
* Een aantal reacties van mij opgenomen in het Boeddhistisch Dagblad
▼ maart (7)
* De betekenis van de BUN voor de Boeddhistisch Zendende Instantie
* Boeddhistisch scheiden, kan dat? De gevolgen van het CvdM-besluit
* Onwetendheid en niet-weten, een wereld van verschil Maar waar tussen?
* De VU opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger...UPDATE
* De VU opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger komt naderbij
* Waarom lezen boeddhisten eigenlijk, en waarom ik ?
* Bestaat de BUN dan nog ?
▼ februari (6)
* De Boeddhistische Omroep zoekt hoofdredacteur radio
* Apollinisch of dionysisch boeddhisme ? Een soort oefening in verbazing
* Waarom een boeddhistische ambtsopleiding als een master voldoet
* Wat heeft de Boeddha nu echt gezegd over vipassana-meditatie?
* Zen punt Nl, Franchise maar ook Kartel ?
* De bezwaren van de BOS (en misschien van de BUN) en de rekkelijkheid van de werkelijkheid
▼ januari 2013 (5)
* Kom op, brave boeddhisten, doe eens wat polemisch
* De BUN lijkt aan het betalen van een boete niet te kunnen ontkomen
* Weer een paar van mijn reacties gestuurd naar het BD
* Hoe zal het met uitgeverij ASOKA in 2013 gaan ?
* Vriend zijn van het ‘Vipassana Meditatie- en Studiecentrum
▼ december 2012 (8)
* De laatste BoeddhaMagazine? Of alleen de laatste bestemd voor boeddhisten
* De kracht van negatief denken - Waarheid, melancholie en een tragisch levensgevoel
* Is er nog hoop (voor de BOS) ?
* Justitie overruled advies KASKI en erkent BUN toch
* Wat kommentaren en reacties van mij in het BD
* Is er ruimte in de mediabegroting om 2.42 omroepen ?
* Levensbeschouwelijke omroepen zoals de BOS na 2015
* Boete BUN van Commissariaat voor de Media
▼ november (8)
* Waar gaat de Diamant Sutra over ?
* Aanvulling op Hebben boeddhisten een vrije wil?
* Hebben boeddhisten een vrije wil ?
* Advies: even geen Asoka-boeken en Boeddhamagazine
* Nu twee journalistieke boeddhistische bladen
* Asoka en vele nog niet vertaalde Dharma-boeken
* (nr 101) Een overzicht van honderd blogs
* (nr 100) Het handboek boeddhistisch geestelijke verzorging
Labels:
boeddhisme in Nederland,
brieven,
BUN,
ervaring,
geestelijk verzorger,
overheid,
redactioneel,
VU,
Zen
maandag 13 mei 2013
Heilzame en onheilzame structuren van groepen Leidraad om groepen en leraren te waarderen
Het bestuur van de Deutschen Buddhistischen Union (DBU) heeft een leidraad geformuleerd om de mensen hulp en ondersteuning te geven die hun lidmaatschap van boeddhistische of andere groeperingen nog eens kritisch willen overwegen.
De DBU is de Duitse BUN, maar dan aanmerkelijk beter georganiseerd, ze hebben bijvoorbeeld al jaren een vorm om 'ongeorganiseerde boeddhisten' toch een rol in hun organisatie te kunnen laten spelen.
Hieronder vertaal ik deze leidraad, die volgens mij ook voor de situatie in Nederland (en dan denk ik niet alleen aan Zen.Nl maar breder) bruikbaar is.
Wel valt me op dat hier voor ons (Nederlandse) doen vanzelfsprekend van deelname aan expliciet boeddhistische groepen sprake is. In Nederland is dat juist niet altijd duidelijk. Vandaar dat ik in een nawoord twee vragen ten behoeve van het zoeken en de zelfreflectie toevoeg.
Voor het Duitse origineel, zie hier . De oorspronkelijke titel luidt: 'Heilsame und unheilsame Strukturen in Gruppen ' en is in 2007 door de DBU vastgesteld. Al is het maar twee pagina's, het is - ook in de ogen van de DBU-mensen zelf - een 'zwaar' stuk, er zit veel ervaring in verwerkt !
======================================================================
Update 15 mei
Ik had de DBU toestemming gevraagd, zo'n groot (vertaald) citaat uit hun 'handreiking' te mogen gebruiken.
Hun prachtige reactie (mooier dan mijn Duits): " das ist doch wunderbar, wenn unsere Handreichung auch zum Nutzen von Wesen ist, die in den Niederlanden leben. ;-)
Van alle teksten die ik de afgelopen jaren op deze blog heb gezet, heeft deze de meeste reacties opgeleverd, hier en op andere blogs/sites.
======================================================================
" Deze leidraad is bedoeld voor al diegenen die zich bezighouden met de leer van de Boeddha en op hun 'pad' in een groep ('sangha') door een leraar worden begeleid.
Onze motivatie voor het formuleren van deze leidraad is de behoefte aan bescherming en het voorkomen van problemen voor onszelf, voor onze (boeddhistische) groep en voor al degenen die aan het begin van hun 'pad' staan.
Duidelijkheid over de eigen motivatie biedt bescherming en steun om het heilzame tot stand te brengen en het onheilzame te vermijden.
De maatschappij waarin wij leven, is gebaseerd op de mensenrechten en de grondrechten die worden gegarandeerd door de grondwet. De 2500 jaar geleden door de Boeddha onderwezen ethiek is in overeenstemming met deze principes - ze moeten ook worden weerspiegeld in de structuren van de boeddhistische groepen.
De Boeddha zegt dat alle levende wezens de potentie hebben tot het volledige ontwaken. Op weg om dit potentieel te bereiken, echter, komen we veel obstakels tegen. Daar kunnen ook ongezonde groeps-structuren onder vallen die we hier willen beschrijven.
In elke vermeende aberratie is ook een positieve ontwikkeling verborgen, zolang we onszelf toestaan om onze situatie te spiegelen en om fouten te corrigeren. De persoonlijke keuzevrijheid kan steeds opnieuw worden veroverd.
In deze zin willen we aansporingen tot nadenken geven en de mensen aanmoedigen om de eigen perceptie en intuïtie te vertrouwen en zich een eigen oordeel te vormen.
De volgende vragen zijn bedoeld als een gids voor beginners, en tegelijkertijd een aansporing tot zelfreflectie van degenen al langer in een groep zitten.
Voor alle zoekenden is het behulpzaam om eerst de eigen verwachtingen te toetsen met vragen als:
* Wat zoek ik bij het boeddhisme?
* Wat verwacht ik van een groep?
* Was hoop ik bij een 'leraar' te verkrijgen?
* Zijn mijn verwachtingen realistisch?
Verder kunnen de volgende vragen ook nog behulpzaam zijn:
* Wat is mijn motivatie voor het begaan van het 'boeddhistische pad' ?
* Wat fascineert me in het boeddhisme?
* Ben ik gevoelig voor heilsgeschiedenissen of heilsverwachtingen?
* Welke rol spelen mijn behoeften voor de zekerheid, veiligheid, bevestiging en erkenning in m'n deelname aan een groep?
* Heb ik de indruk dat ik de groep net zo makkelijk kan verlaten als toen ik er binnenkwam?
* Heb ik de vrije keuze om contacten binnen en buiten de groep te onderhouden?
* Kan ik bekritiseren zonder te worden gediscrimineerd of veroordeeld?
* Staat in de groep de leer van Boeddha centraal of de leraren?
* Zijn de leraren gekwalificeerd door een grondige kennis van de boeddhistische leer en door hun eigen ervaring?
* Proberen de leraren zelf te leven volgens de leer van de Boeddha?
* Zijn de leraren en de desbetreffende groep ingebed in de eigen traditie?
* Zijn er contacten en uitwisselingen met andere groepen en leraren?
* Is er een bevestiging door andere erkende leraren?
* Ontstaat er afhankelijkheden in de relatie tussen leraar en leerling?
* Wat is de rol van titels, machtigingen en "carrièremogelijkheden" voor mij?
* Is er financiële transparantie in de organisatie?
* Is er in de groep sprake van 'vrijgevigheid'?
* Heb ik mijn financiële onafhankelijkheid weggegeven?
* Geef ik meer uit (aan de groep) dan in mijn omstandigheden verstandig is? Ben ik in schulden geraakt? Is dat bij anderen in de groep het geval?
* Wordt bij het werven van nieuwe leerlingen of bij oproepen tot vrijgevigheid agressieve methoden gehanteerd?
* Word ik in het (vrijwilligers)werk dat ik doe, uitgebuit?
* Worden er seksuele relaties aangemoedigd, die onheilzame gevolgen hebben?
* Wordt er druk of geweld uitgeoefend op mij of op andere leden van de groep?
* Worden optredende schuldgevoelens gebruikt of zelfs versterkt; of wordt er hulp geboden in het overwinnen ervan?
* Is er sprake van laster, verkeerde informatie of minachting voor critici, andersdenkenden of andere groepen, leraren of tradities?
* Worden andere leraren en andere vormen van beoefening op een de waarde ervan aanduidende manier genoemd of aanbevolen?
* Word ik gemotiveerd in het nemen van m'n eigen verantwoordelijkheid en in m'n zelfrespect?
CONCLUSIE
Heilzame structuren worden gekenmerkt door openheid, ook voor vragen en kritiek.
Leerlingen hebben in zulke structuren ruimte om eigen en ook afwijkende meningen te uiten.
Zij kunnen het geleerde door eigen studie toetsen.
Het staat hen vrij de groep of de leraar op elk door hen gekozen moment te verlaten.
======================================================================
Tot zover deze vertaling.
De handleiding vervolgt met het citeren van een deel van de toespraak van de Boeddha aan de Kalama's die de eigen verantwoordelijkheid van de individuele spirituele zoekende benadrukt.
Anguttara Nikaya, 3-66, zie voor Nederlandse vertaling bijvoorbeeld hier . Ik neem dit citaat uit de Pali Canon niet over omdat de Kalama Sutta, hoe waar het ook is wat er in staat, nog al eens misbruikt is om te argumenteren als zou iedereen zelf zou mogen bepalen wat de inhoud van de Dharma, van het boeddhisme, is.
Ik zou er twee vragen aan willen toevoegen waarbij wederom niet alleen aan Zen.Nl gedacht moet worden:
! * Als een groep zich 'Zen ' noemt maar elke verwijzing naar 'boeddhisme' ontbreekt,
! waarom wordt dan eigenlijk het woord 'Zen' in de aanduiding gebruikt ?
! * Als een groep als doel van de beoefening 'meditatie ' noemt en elke verwijzing
! naar het boeddhisme ontbreekt, op welke filosofie of levensbeschouwing
! baseert (de leraar van) deze groep zich dan eigenlijk?
======================================================================
Eigenlijk was ik opzoek naar een procedure of instantie bij de Deutsche Buddhistische Union (DBU) die ingeschakeld kan worden bij laakbaar gedrag van een boeddhistische leraar en/of groep.
Naast de hierboven vertaalde leidraad vond ik zoiets niet.
Wat er nog het dichtste bij kwam, is de website www.buddhistische-sekten.de/ van een (individuele) boeddhistische monnik.
Hier vond ik wel de resultaten van zijn pogingen, de DBU de activiteiten aan te zetten t.a.v. boeddhistische sekten en misbruik. Genoemde leidraad is een van de resultaten ervan.
Verder dit citaat over de meest actuele stand van zaken, dat ik onvertaald laat:
" Auf Initiative Franz Johannes Litschs gab es zur Mitgliederversammlung der DBU am 25. April 2011 einen Workshop zum Thema »Missbrauch«. Dem Workshop waren mehrere Ereignisse in buddhistischen Gemeinschaften in Deutschland vorausgegangen. Von den ca. 50 Teilnehmern des Workshops wurde einstimmig beschlossen, qualifizierte Ansprechpartner und Strukturen innerhalb der DBU zu schaffen, die zweifelnden, irritierten oder aktuell betroffenen Menschen die nötige Unterstützung und Informationen geben. Auch wurde die schon lange von Franz Johannes Litsch vorgeschlagene Idee der Einrichtung eines »Ethik-Rates« und das Aufstellen eines Lehrer-Verhaltenskodex aufgegriffen. Zur Umsetzung dieser Anliegen wurde eine Arbeitsgruppe »Ethikrat« gegründet, die ihr erstes Treffen vom 26.08.–28.08.2011 im Shambala Zentrum in Marburg hatte. Das 2. Treffen dieser Arbeitsgruppe fand vom 16.03.–18.03.2012 in Fulda statt; dabei wurde sich vor allem auf die Erarbeitung einer »Ethik Charta« konzentriert. "
Zie bron .
Conclusie:
Er zit dus iets – in de richting van een ' Ethische Commissie ' - aan te komen, maar er is geen kant en klaar model waarvan in Nederland gebruik kan worden gemaakt.
De DBU is de Duitse BUN, maar dan aanmerkelijk beter georganiseerd, ze hebben bijvoorbeeld al jaren een vorm om 'ongeorganiseerde boeddhisten' toch een rol in hun organisatie te kunnen laten spelen.
Hieronder vertaal ik deze leidraad, die volgens mij ook voor de situatie in Nederland (en dan denk ik niet alleen aan Zen.Nl maar breder) bruikbaar is.
Wel valt me op dat hier voor ons (Nederlandse) doen vanzelfsprekend van deelname aan expliciet boeddhistische groepen sprake is. In Nederland is dat juist niet altijd duidelijk. Vandaar dat ik in een nawoord twee vragen ten behoeve van het zoeken en de zelfreflectie toevoeg.
Voor het Duitse origineel, zie hier . De oorspronkelijke titel luidt: 'Heilsame und unheilsame Strukturen in Gruppen ' en is in 2007 door de DBU vastgesteld. Al is het maar twee pagina's, het is - ook in de ogen van de DBU-mensen zelf - een 'zwaar' stuk, er zit veel ervaring in verwerkt !
======================================================================
Update 15 mei
Ik had de DBU toestemming gevraagd, zo'n groot (vertaald) citaat uit hun 'handreiking' te mogen gebruiken.
Hun prachtige reactie (mooier dan mijn Duits): " das ist doch wunderbar, wenn unsere Handreichung auch zum Nutzen von Wesen ist, die in den Niederlanden leben. ;-)
Van alle teksten die ik de afgelopen jaren op deze blog heb gezet, heeft deze de meeste reacties opgeleverd, hier en op andere blogs/sites.
======================================================================
" Deze leidraad is bedoeld voor al diegenen die zich bezighouden met de leer van de Boeddha en op hun 'pad' in een groep ('sangha') door een leraar worden begeleid.
Onze motivatie voor het formuleren van deze leidraad is de behoefte aan bescherming en het voorkomen van problemen voor onszelf, voor onze (boeddhistische) groep en voor al degenen die aan het begin van hun 'pad' staan.
Duidelijkheid over de eigen motivatie biedt bescherming en steun om het heilzame tot stand te brengen en het onheilzame te vermijden.
De maatschappij waarin wij leven, is gebaseerd op de mensenrechten en de grondrechten die worden gegarandeerd door de grondwet. De 2500 jaar geleden door de Boeddha onderwezen ethiek is in overeenstemming met deze principes - ze moeten ook worden weerspiegeld in de structuren van de boeddhistische groepen.
De Boeddha zegt dat alle levende wezens de potentie hebben tot het volledige ontwaken. Op weg om dit potentieel te bereiken, echter, komen we veel obstakels tegen. Daar kunnen ook ongezonde groeps-structuren onder vallen die we hier willen beschrijven.
In elke vermeende aberratie is ook een positieve ontwikkeling verborgen, zolang we onszelf toestaan om onze situatie te spiegelen en om fouten te corrigeren. De persoonlijke keuzevrijheid kan steeds opnieuw worden veroverd.
In deze zin willen we aansporingen tot nadenken geven en de mensen aanmoedigen om de eigen perceptie en intuïtie te vertrouwen en zich een eigen oordeel te vormen.
De volgende vragen zijn bedoeld als een gids voor beginners, en tegelijkertijd een aansporing tot zelfreflectie van degenen al langer in een groep zitten.
Voor alle zoekenden is het behulpzaam om eerst de eigen verwachtingen te toetsen met vragen als:
* Wat zoek ik bij het boeddhisme?
* Wat verwacht ik van een groep?
* Was hoop ik bij een 'leraar' te verkrijgen?
* Zijn mijn verwachtingen realistisch?
Verder kunnen de volgende vragen ook nog behulpzaam zijn:
* Wat is mijn motivatie voor het begaan van het 'boeddhistische pad' ?
* Wat fascineert me in het boeddhisme?
* Ben ik gevoelig voor heilsgeschiedenissen of heilsverwachtingen?
* Welke rol spelen mijn behoeften voor de zekerheid, veiligheid, bevestiging en erkenning in m'n deelname aan een groep?
* Heb ik de indruk dat ik de groep net zo makkelijk kan verlaten als toen ik er binnenkwam?
* Heb ik de vrije keuze om contacten binnen en buiten de groep te onderhouden?
* Kan ik bekritiseren zonder te worden gediscrimineerd of veroordeeld?
* Staat in de groep de leer van Boeddha centraal of de leraren?
* Zijn de leraren gekwalificeerd door een grondige kennis van de boeddhistische leer en door hun eigen ervaring?
* Proberen de leraren zelf te leven volgens de leer van de Boeddha?
* Zijn de leraren en de desbetreffende groep ingebed in de eigen traditie?
* Zijn er contacten en uitwisselingen met andere groepen en leraren?
* Is er een bevestiging door andere erkende leraren?
* Ontstaat er afhankelijkheden in de relatie tussen leraar en leerling?
* Wat is de rol van titels, machtigingen en "carrièremogelijkheden" voor mij?
* Is er financiële transparantie in de organisatie?
* Is er in de groep sprake van 'vrijgevigheid'?
* Heb ik mijn financiële onafhankelijkheid weggegeven?
* Geef ik meer uit (aan de groep) dan in mijn omstandigheden verstandig is? Ben ik in schulden geraakt? Is dat bij anderen in de groep het geval?
* Wordt bij het werven van nieuwe leerlingen of bij oproepen tot vrijgevigheid agressieve methoden gehanteerd?
* Word ik in het (vrijwilligers)werk dat ik doe, uitgebuit?
* Worden er seksuele relaties aangemoedigd, die onheilzame gevolgen hebben?
* Wordt er druk of geweld uitgeoefend op mij of op andere leden van de groep?
* Worden optredende schuldgevoelens gebruikt of zelfs versterkt; of wordt er hulp geboden in het overwinnen ervan?
* Is er sprake van laster, verkeerde informatie of minachting voor critici, andersdenkenden of andere groepen, leraren of tradities?
* Worden andere leraren en andere vormen van beoefening op een de waarde ervan aanduidende manier genoemd of aanbevolen?
* Word ik gemotiveerd in het nemen van m'n eigen verantwoordelijkheid en in m'n zelfrespect?
CONCLUSIE
Heilzame structuren worden gekenmerkt door openheid, ook voor vragen en kritiek.
Leerlingen hebben in zulke structuren ruimte om eigen en ook afwijkende meningen te uiten.
Zij kunnen het geleerde door eigen studie toetsen.
Het staat hen vrij de groep of de leraar op elk door hen gekozen moment te verlaten.
======================================================================
Tot zover deze vertaling.
De handleiding vervolgt met het citeren van een deel van de toespraak van de Boeddha aan de Kalama's die de eigen verantwoordelijkheid van de individuele spirituele zoekende benadrukt.
Anguttara Nikaya, 3-66, zie voor Nederlandse vertaling bijvoorbeeld hier . Ik neem dit citaat uit de Pali Canon niet over omdat de Kalama Sutta, hoe waar het ook is wat er in staat, nog al eens misbruikt is om te argumenteren als zou iedereen zelf zou mogen bepalen wat de inhoud van de Dharma, van het boeddhisme, is.
Ik zou er twee vragen aan willen toevoegen waarbij wederom niet alleen aan Zen.Nl gedacht moet worden:
! * Als een groep zich 'Zen ' noemt maar elke verwijzing naar 'boeddhisme' ontbreekt,
! waarom wordt dan eigenlijk het woord 'Zen' in de aanduiding gebruikt ?
! * Als een groep als doel van de beoefening 'meditatie ' noemt en elke verwijzing
! naar het boeddhisme ontbreekt, op welke filosofie of levensbeschouwing
! baseert (de leraar van) deze groep zich dan eigenlijk?
======================================================================
Eigenlijk was ik opzoek naar een procedure of instantie bij de Deutsche Buddhistische Union (DBU) die ingeschakeld kan worden bij laakbaar gedrag van een boeddhistische leraar en/of groep.
Naast de hierboven vertaalde leidraad vond ik zoiets niet.
Wat er nog het dichtste bij kwam, is de website www.buddhistische-sekten.de/ van een (individuele) boeddhistische monnik.
Hier vond ik wel de resultaten van zijn pogingen, de DBU de activiteiten aan te zetten t.a.v. boeddhistische sekten en misbruik. Genoemde leidraad is een van de resultaten ervan.
Verder dit citaat over de meest actuele stand van zaken, dat ik onvertaald laat:
" Auf Initiative Franz Johannes Litschs gab es zur Mitgliederversammlung der DBU am 25. April 2011 einen Workshop zum Thema »Missbrauch«. Dem Workshop waren mehrere Ereignisse in buddhistischen Gemeinschaften in Deutschland vorausgegangen. Von den ca. 50 Teilnehmern des Workshops wurde einstimmig beschlossen, qualifizierte Ansprechpartner und Strukturen innerhalb der DBU zu schaffen, die zweifelnden, irritierten oder aktuell betroffenen Menschen die nötige Unterstützung und Informationen geben. Auch wurde die schon lange von Franz Johannes Litsch vorgeschlagene Idee der Einrichtung eines »Ethik-Rates« und das Aufstellen eines Lehrer-Verhaltenskodex aufgegriffen. Zur Umsetzung dieser Anliegen wurde eine Arbeitsgruppe »Ethikrat« gegründet, die ihr erstes Treffen vom 26.08.–28.08.2011 im Shambala Zentrum in Marburg hatte. Das 2. Treffen dieser Arbeitsgruppe fand vom 16.03.–18.03.2012 in Fulda statt; dabei wurde sich vor allem auf die Erarbeitung einer »Ethik Charta« konzentriert. "
Zie bron .
Conclusie:
Er zit dus iets – in de richting van een ' Ethische Commissie ' - aan te komen, maar er is geen kant en klaar model waarvan in Nederland gebruik kan worden gemaakt.
dinsdag 7 mei 2013
Je leraar teleurstellen
Een paar weken geleden was ik op een retraite. Dat moest ik denken aan een 'interview' (een kort gesprek tijdens een retraite) dat ik eens had met Martine Batchelor in een retraite van Stephen en haar.
Ik vertelde over de herhaling van een proces: toen ik een jaar of 17 was moest ik m'n ouders teleurstellen door hen duidelijk te maken dat ik geen Christen was of zou worden, ik deed dat meer indirect in m'n gedrag, door niet meer naar de kerk te gaan en boeken over andere religies te lezen.
En nu ervaar ik bij het boeddhisme soms hetzelfde. Dat ik m'n leraren teleur moet stellen, in ieder geval denk dat ik ze teleurstel.
De reden ervoor is de afgelopen jaren divers geweest.
Waar ik met Martine destijds over praatte was behoorlijk massief, dat ging erover dat ik met geen mogelijkheid in iets als reïncarnatie kon geloven, ik had het wel geprobeerd (probeerde een compleet Theravadin te zijn) maar het lukte niet, ook al stokten daardoor gesprekken over de Dhamma.
Een andere vorm is (tijdelijk) naar een andere leraar gaan, of naar een retraite met een andere boeddhistische school of een andere meditatie-methode; een soort ' spiritueel vreemdgaan '.
Ook hier weer het idee van de leraar teleurstellen, zonder dat dat altijd onder woorden wordt gebracht (bijna nooit eigenlijk).
En dan heb ik het niet over het teleurgesteld afhaken, of gewoon afhaken om de aangeboden methode niet 'mijn ding' lijkt te zijn. Dat heb ik ook wel gehad toen ik nog aan het shoppen was
Vreemd eigenlijk, ik weet dat ik m'n beoefening voor mezelf doe (okee, ook voor de mensheid , voorzover ik bodhisattva probeer te zijn), maar het lijkt er soms op dat ik haar voor m'n leraar doe, om de ander een plezier te doen.
Een andere, en subtiele vorm daarvan, ervaarde ik ook verleden week weer.
Bij sommige meditatie-vormen kan er plotseling een nieuwe fase ingaan, een doorbraak plaatsvinden.
Dat schijnt ook bij Zen het geval te zijn maar daar heb ik niet zo'n verstand van.
Wat ik deed was het beoefenen van concentratie-meditatie (samatha, de vorm die naast vipassana staat) waarin op een gegeven moment het bereiken van 'jhana ' (ook wel genoemd 'absorptie'). In de dagelijkse interviews vertelde ik hoe het er mee stond. Opnieuw merkte ik dat ik graag m'n leraar (van dat moment) een plezier wilde doen en fundamentele vooruitgang rapporteren en dacht ik haar te teleurstellen dat dat niet kon.
Gelukkig heb ik dan weer wel voldoende 'aandachtigheid' om die tendensen bij mezelf op te merken. Maar raar blijft het. Want waarom zou je je leraar een plezier willen doen wat betreft je beoefening? Dat helpt toch niemand?
Er is natuurlijk ook het verschijnsel dat een leraar de leerling teleurstelt, door kinderachtig (bv geldbelust), door bepaalde leerlingen als lievelingetje te behandelen (in de beleving van de leerling uiteraard) of onethisch gedrag. Kortom door de Dhamma/Dharma op een ongeloofwaardige manier te brengen.
Als het je lukt, je van zo'n leraar los te maken, zal je hem of haar teleurstellen.
Daar zou ik me dan maar geen zorgen over maken.
De ideale leraar is (voor mij) degene die je teleurstelt door hem of haar niet teleur te stellen.
Of, zoals Martine Batchelor destijds tegen me zei: er zijn leraren die niet zo aan hun leerlingen gehecht zijn , die ze moeiteloos naar een andere leraar kunnen laten gaan.
Ik vertelde over de herhaling van een proces: toen ik een jaar of 17 was moest ik m'n ouders teleurstellen door hen duidelijk te maken dat ik geen Christen was of zou worden, ik deed dat meer indirect in m'n gedrag, door niet meer naar de kerk te gaan en boeken over andere religies te lezen.
En nu ervaar ik bij het boeddhisme soms hetzelfde. Dat ik m'n leraren teleur moet stellen, in ieder geval denk dat ik ze teleurstel.
De reden ervoor is de afgelopen jaren divers geweest.
Waar ik met Martine destijds over praatte was behoorlijk massief, dat ging erover dat ik met geen mogelijkheid in iets als reïncarnatie kon geloven, ik had het wel geprobeerd (probeerde een compleet Theravadin te zijn) maar het lukte niet, ook al stokten daardoor gesprekken over de Dhamma.
Een andere vorm is (tijdelijk) naar een andere leraar gaan, of naar een retraite met een andere boeddhistische school of een andere meditatie-methode; een soort ' spiritueel vreemdgaan '.
Ook hier weer het idee van de leraar teleurstellen, zonder dat dat altijd onder woorden wordt gebracht (bijna nooit eigenlijk).
En dan heb ik het niet over het teleurgesteld afhaken, of gewoon afhaken om de aangeboden methode niet 'mijn ding' lijkt te zijn. Dat heb ik ook wel gehad toen ik nog aan het shoppen was
Vreemd eigenlijk, ik weet dat ik m'n beoefening voor mezelf doe (okee, ook voor de mensheid , voorzover ik bodhisattva probeer te zijn), maar het lijkt er soms op dat ik haar voor m'n leraar doe, om de ander een plezier te doen.
Een andere, en subtiele vorm daarvan, ervaarde ik ook verleden week weer.
Bij sommige meditatie-vormen kan er plotseling een nieuwe fase ingaan, een doorbraak plaatsvinden.
Dat schijnt ook bij Zen het geval te zijn maar daar heb ik niet zo'n verstand van.
Wat ik deed was het beoefenen van concentratie-meditatie (samatha, de vorm die naast vipassana staat) waarin op een gegeven moment het bereiken van 'jhana ' (ook wel genoemd 'absorptie'). In de dagelijkse interviews vertelde ik hoe het er mee stond. Opnieuw merkte ik dat ik graag m'n leraar (van dat moment) een plezier wilde doen en fundamentele vooruitgang rapporteren en dacht ik haar te teleurstellen dat dat niet kon.
Gelukkig heb ik dan weer wel voldoende 'aandachtigheid' om die tendensen bij mezelf op te merken. Maar raar blijft het. Want waarom zou je je leraar een plezier willen doen wat betreft je beoefening? Dat helpt toch niemand?
Er is natuurlijk ook het verschijnsel dat een leraar de leerling teleurstelt, door kinderachtig (bv geldbelust), door bepaalde leerlingen als lievelingetje te behandelen (in de beleving van de leerling uiteraard) of onethisch gedrag. Kortom door de Dhamma/Dharma op een ongeloofwaardige manier te brengen.
Als het je lukt, je van zo'n leraar los te maken, zal je hem of haar teleurstellen.
Daar zou ik me dan maar geen zorgen over maken.
De ideale leraar is (voor mij) degene die je teleurstelt door hem of haar niet teleur te stellen.
Of, zoals Martine Batchelor destijds tegen me zei: er zijn leraren die niet zo aan hun leerlingen gehecht zijn , die ze moeiteloos naar een andere leraar kunnen laten gaan.
zondag 5 mei 2013
Dood gaan voor beginners
" Le silence eternel des ces espaces infinis m effraie"
Blaise Pascal
Er zijn mensen die geloven in reïncarnatie of in wedergeboorte.
En er zijn mensen die zich vorige levens (zeggen te) herinneren; die 'geloven' niet, die weten.
En die herinneren zich dus ook hoe het is, dood te gaan, dat hebben ze op diverse manier ondergaan ('gedaan' lijkt me te actief uitgedrukt)
Ik hoor daar niet bij, ik heb het nog nooit gedaan - dood gaan - ik weet het niet.
Ik ben een absoluut beginner op het gebied van het (zelf) sterven.
(Volgens mij is iedereen dat maar daar wil ik het dit keer niet over hebben.)
Is daar niets aan te doen?
Okay, door dood te gaan natuurlijk maar daar heb ik niet veel aan.
Het gaat me om het me voorbereiden op m'n sterven, m'n dood gaan en m'n dood zijn.
Het 'memento mori' , 'gedenk te sterven', dus.
Een manier is, vaker zelf in de nabijheid van (andere) stervenden te zijn. Want behalve bij een beperkt aantal familieleden ben ik er niet zo veel bijgeweest.
Ik heb een poging ondernomen als vrijwilliger actief te zijn in een hospice in mijn woonplaats. Mooi werk, voor mensen van alle gezindten, bij de stervenden dan, niet bij de vrijwilligers. Die moeten positief-christelijk zijn, en dat kon en wilde ik niet invullen.
Erover lezen is voor mij een logische stap. Als ik iets wil begrijpen (wat ik niet kan ervaren), ga ik er literatuur over zoeken: wetenschappelijke en ervarings-literatuur.
En er over contempleren is een andere stap.
De meeste teksten die ik gevonden heb, gaan over stervensbegeleiding of over het rouwen van nabestaanden over de dood van geliefden, zoals twee recente boeken van Christa Anbeek.
Ik zoch echter over m'n eigen dood, van binnen uit zogezegd, over de fenomenologie van het doodgaan.
Een onmogelijke opgave, maar toch de moeite waard (net als het leven zelf).
Een facet uit het inhoudsrijke boek ' Being with Dying - Cultivating Compassion and Fearlessness in the Presence of Death ' van Joan Halifax dat me frappeerde en als een soort waarschuwing werkt. Namelijk om me niet een ideale dood, een mooi sterfbed voor te stellen met al degenen waar ik van houd om me heen en zachtjes en helder van geest alles los latend.
Geen verwachtingen hebben, het gaat zoals het gaat, dood-gaan ook al .
Misschien wordt het een fatale hartaanval, of kreperend van de pijn door een kanker, of verdwijnend in Alzheimer, of de plotselinge dood van een verkeersongeluk.
En dan dat citaat uit de 'Pensées' van Blaise Pascal, wat is daar mee?
" Le silence eternel des ces espaces infinis m'effraie"
Vrij vertaald: ' de eeuwige stilte van de oneindige ruimten maakt me bang '.
Ben ik bang, heb ik doodsangst, angst voor de leegte na de dood of juist voor wat er wel is?
Ik dacht het niet, maar ben er ook niet helemaal zeker van.
Ik ben tenslotte nog niet aan het dood gaan, in zekere zin dan;
in andere zin ben ik daar al vanaf m'n geboorte mee bezig.
We zien wel.
.jpg)
Drie teksten wil ik citeren, teksten die mij behulpzaam zijn in mijn (onsystematische) contemplaties; plus een aankondiging:
' Ons ware thuis ' door Ajahn Chah .
Geen troost maar helderheid biedend
' Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn? ' door Henk Blezer .
Ik citeer alleen passages uit het begin van dit artikel, de feitelijke delen, niet de er op volgende (in mijn ogen) speculatieve passages.
' Tegen de zon in kijken; doodsangst en hoe die te overwinnen ' door Irving D. Yalom
Een mooi beeld: het 'gedenk te sterven' is een soort 'tegen de zon inkijken', dat kan dus niet.
Gaat (gelukkig) niet alleen of doodsangst, ook wel over iets minder enge gevoelens.
' Living in the Light of Death; On the Art of Being Truly Alive ' door Larry Rosenberg .
Aan dit boek ben ik net begonnen. Lijkt me zeer nuttig voor mijn contemplaties.
Of de lezer hier ook iets aan heeft?
Dat weet ik natuurlijk niet. Mijn dood is hun dood niet en hun dood is mijn dood niet
Maar wie weet.
Ons ware thuis
door Ajahn Chah
"( Lezing voor een vrouw op haar sterfbed )
Neem nu het besluit om met respect te luisteren naar de Dhamma. Probeer zo aandachtig te zijn op mijn woorden, als was het de Boeddha zelf die hier voor je zit. Sluit je ogen en maak het jezelf gemakkelijk, concentreer je geest en ontwikkel eenpuntigheid van geest. Sta nederig toe dat het drievoudige juweel van wijsheid, waarheid en zuiverheid zich nestelen in je hart, als een manier om je respect te tonen aan de Verlichte.
Ik heb vandaag niets materieels om je te geven meegebracht, slechts Dhamma: leringen van de Boeddha. Luister goed naar me, je moet begrijpen dat zelfs de Boeddha, ondanks zijn enorme verworvenheden, toch de fysieke dood moest ondergaan. Hij was op hoge leeftijd wanneer hij afstand deed van de zware last van het lichaam. Nu moet ook jij leren om tevreden te zijn met de vele jaren dat je vertrouwd hebt op je lichaam. Je zou het gevoel moeten hebben dat het genoeg is.
Je kunt het vergelijken met huishoudelijke artikelen die je al een lange tijd in je bezit hebt. - kopjes, borden, pannen etc. Op het moment dat je ze aanschaft blinken ze en zijn ze schoon, maar na ze al zolang gebruikt te hebben, beginnen ze te verweren. Het vertoont barsten of is intussen al gebroken of verdwenen, en wat niet verdwenen is, is verweerd of heeft geen stabiele vorm meer, en het is volkomen natuurlijk dat het zo gaat. Jouw lichaam is van dezelfde aard - het is voortdurend in verandering geweest vanaf het moment van je geboorte, door je kindertijd en door je latere jeugd, totdat je nu een hoge leeftijd hebt bereikt. Accepteer het. De Boeddha zei dat alle geconditioneerde samengestelde dingen (sankharas) - of ze nu inwendig zijn, lichamelijk of uitwendig, ze zijn allemaal zonder zelf, het is in hun natuur om te veranderen. Contempleer op deze waarheid tot het duidelijk je wordt.
Deze homp vlees in verval is waarheid, saccadhamma. De ware natuur van dit lichaam is saccadhamma, en het is wat de Boeddha ons voortdurend leert. De Boeddha leerde ons om naar het lichaam te kijken, te contempleren op het lichaam en om te ontdekken wat haar werkelijke natuur is. We moeten in alle rust bij het lichaam kunnen verwijlen, ongeacht de staat waarin het verkeert. De Boeddha leerde ons dat we ons moesten overtuigen dat het slechts het lichaam is dat opgesloten is in een gevangenis, en dat je je geest daarbij niet ook gevangen zet. Nu je lichaam op deze leeftijd begint af te takelen; verzet je er niet tegen, maar zorg dat je geest niet meegetrokken wordt in deze aftakeling, hou je geest daarvan gescheiden. Geef energie aan de geest door te beseffen hoe de dingen werkelijk zijn. De Boeddha leerde ons dat dit de natuur is van het lichaam, het is niet anders. Dat je geboren bent betekent automatisch dat het oud en ziek wordt en uiteindelijk volgt de dood. Dit is de grote waarheid waar je nu mee geconfronteerd wordt. Kijk met wijsheid naar het lichaam en je zult het begrijpen.
Zelfs als je huis overstroomt is met water of tot de grond toe afbrandt, wat het gevaar ook is wat het bedreigt, laat het niet op mr betrekking hebben dan alleen het huis. Als het overstroomt, laat dan niet ook je geest overstromen. Als er brand is, laat niet ook je hart in vlammen opgaan, laat het beperkt blijven tot het huis. Het huis dat overstroomt of verbrand, is buiten je, is niet je geest. Sta je geest toe je gehechtheden los te laten. Het is nu de tijd.
Je hebt al heel lang geleefd. Je ogen hebben een ontelbare hoeveelheid kleuren en vormen gezien, je oren hebben veel geluiden gehoord, en je hebt vele ervaringen ondergaan. En het was ook niet meer dan dat - slechts ervaringen. Je hebt heerlijke maaltijden gegeten, en al die fijne smaken waren alleen maar goede smaken, niets meer dan dat. Een vieze smaak is alleen maar een vieze smaak, niet meer dan dat. Als het oog een mooie vorm ziet, dan is dat alles wat er is, alleen maar een mooie vorm. Een lelijke vorm is alleen maar een lelijke vorm. Het oor hoort een meeslepend, melodieus geluid en ook dat is niet meer dan dat. En hetzelfde geldt voor een ruw en disharmonisch geluid.
De Boeddha zei dat rijk of arm, jong of oud, mens of dier, geen enkel wezen in deze wereld voor langere tijd in een bepaalde staat kan blijven; in alles ervaar je verandering en vervreemding. Dit is een feit in het leven wat we niet kunnen veranderen. Maar wat we volgens de Boeddha wel kunnen doen is contempleren op het lichaam en op de geest zodat je het onpersoonlijke herkent, zodat je ziet dat niets hierin "ik" is of "mijn". Alles is voorlopige werkelijkheid. Het is hetzelfde als met dit huis. Alleen in naam is het van jou, je kunt het nergens mee naar toe nemen. Hetzelfde wat betreft je bezittingen en je familie - zogezegd, formeel zijn ze van jou, ze behoren je niet werkelijk toe, ze behoren tot de natuur. Dit is geen waarheid die alleen jou aanspreekt, iedereen zit in dezelfde positie, zelfs de Boeddha en zijn verlichte leerlingen. Zij verschilden echter van ons in een enkel aspect en dat was hun acceptatie van de dingen zoals ze werkelijk zijn. Ze zagen dat het niet anders kan zijn.
De Boeddha leerde ons dus om het lichaam te observeren, van de zolen van de voet omhoogbewegend naar de kruin op je hoofd en dan weer terug naar de voetzolen. Kijk gewoon eens goed naar het lichaam. Wat zie je dan allemaal? Kun je iets vinden wat vrij is van onzuiverheden? Kun je ergens iets vinden wat onveranderlijk is of blijvend? Dit lichaam is voortdurend in verval, en de Boeddha leerde ons om te zien dat het ons niet toebehoort. Het is de natuur van het lichaam om zo te zijn omdat alle geconditioneerde dingen onderhevig zijn aan verandering. Hoe zou je willen dat het anders was? In feite is er niets mis met het lichaam zoals het is. Het is niet het lichaam dat je lijden veroorzaakt maar het verkeerde denken. Als je wat juist is als fout ziet, dan kan er alleen maar verwarring bestaan.
Het is als het water in een rivier. Op een natuurlijke manier srtroomt het stroomafwaarts, het stroomt nooit omhoog, dat is de natuur van water. Als iemand aan de oever van een rivier staat te kijken hoe het water langzaam stroomafwaarts gaat, en hij krijgt het in z'n hoofd om te denken dat het water de andere kant op zou moeten stromen, betekent dat hij moet lijden. Zijn verkeerde manier van denken ontneemt hem zijn rust. Zijn verkeerde zienswijze, denken dat de stroom de andere kant op zou moeten gaan, maakt hem ongelukkig. Als hij de juiste zienswijze had gehad, dan had hij gezien dat het onoverkomelijk is dat het water stroomafwaarts beweegt, en zolang hij dat feit niet kan accepteren, raakt hij geagiteerd en van streek.
De rivier die stroomafwaarts moet bewegen is als je lichaam. Jong geweest is je lichaam nu oud, en meandert nu naar zijn einde, de dood. Ga niet wensen dat het anders was, het is iets waar je geen invloed op hebt. De Boeddha zei ons te kijken naar hoe de dingen zijn om dan onze gehechtheid hieraan los te laten. Neem dit gevoel van laten gaan als je toevlucht. Blijf zelfs mediteren als je moe en uitgeput bent. Blijf met je aandacht bij de ademhaling. Neem een paar diepe ademhalingen, en vestig je aandacht op de ademhaling, waarbij je de mantra "Boeddho" gebruikt. Maak van deze oefening een gewoonte. Naarmate je uitputting erger wordt, moet je concentratie subtieler en gerichter worden zodat je kunt omgaan met de pijnlijke sensaties die opkomen. Als je vermoeidheid voelt, laat alle denken gaan, laat de geest zich verzamelen, en ga dan naar het weten van de ademhaling. Hou je bij de innerlijke recitatie "Boed-dho, Boed-dho" Laat alles wat buiten je is gaan. Hou niet vast aan de gedachten over je kinderen en familieleden, hou je nergens aan vast. Laat gaan.
Maak de geest eenpuntig en richt hem op de adem. Maak van je adem het enige object voor je aandacht. Concentreer je totdat je geest meer en meer verfijnd wordt, totdat gevoelens onbelangrijk worden en er een grote innerlijke helderheid is ontstaan. Pijnlijke gevoelens die ontstaan zullen dan als vanzelf weer verdwijnen. Uiteindelijk zul je naar de adem kijken als naar een goede bekende die je op is komen zoeken. Als de bezoeker vertrekt, brengen we hem naar de deur en zwaaien hem uit. We wachten totdat hij uit het zicht verdwenen is waarna we weer naar binnen gaan. Zo ook kijken we naar de ademhaling.
Als de ademhaling diep is, dan weten we dat hij diep is. Is de ademhaling zwak, dan weten we dat hij zwak is. Als het steeds zwakker wordt blijven we het volgen, terwijl we tegelijkertijd onze geest waakzaam houden. Uiteindelijk verdwijnt de ademhaling helemaal, en wat overblijft is waakzaamheid. Dit wordt genoemd: het ontmoeten van de Boeddha. Het heldere gewaarzijn dat Boeddho genoemd wordt, de Wetende, de Wakkere, de Stralende. Het is een ontmoeten en verblijven bij de Boeddha, met een heldere en wetende geest. Het was de Boeddha van vlees en bloed die het Parinibbana inging. De werkelijke Boeddha, de Boeddha die - helder en stralend - weet, kunnen we ook vandaag de dag nog ervaren en bereiken, en als we dat doen, dan zijn we n in ons hart.
Laat dus alles los, zet alles naast je neer, alles behalve 'weten'. Laat je niet afleiden door beelden en geluiden die in je meditatie opduiken. Zet ze naast je neer. Hecht je nergens aan. Blijf bij dit non-dualistische gewaarzijn. Maak je geen zorgen om het verleden of de toekomst. Ben alleen maar stil, en je zult in de toestand komen dat er geen vooruitgang meer is, geen achteruitgang, en ook geen stilstand, waar niets is waar je je aan kunt oriënteren of waar je houvast aan hebt. Waarom? Omdat er geen 'zelf' is, geen 'mijn' of (van) 'mij', dat is allemaal verdwenen.
De Boeddha leerde ons om ons op deze wijze vrij te maken van alles, op te houden om alles met ons mee te dragen. Om te weten, en om het na het te hebben geweten te laten gaan.
Het verwerkelijken van de Dhamma, het pad dat leidt naar vrijheid van de kringloop van leven en dood, is een taak die we helemaal alleen moeten doen. Probeer dus voortdurend los te laten, probeer de leringen van de Boeddha te begrijpen. Probeer je werkelijk in te zetten in je contemplatie. Maak je geen zorgen om je familie. Op het moment zijn ze zoals ze zijn, en eens zullen ze zijn zoals jij. Er is niemand op deze wereld die dat lot kan ontsnappen. De Boeddha zei ons om alles los te laten wat geen blijvend karakter heeft. Wanneer je alles hebt losgelaten openbaart zich waarheid, loslaten is een absolute voorwaarde. Dat is hoe het werkt, en het werkt zo voor iedereen in deze wereld. Maak je dus geen zorgen, en probeer nergens houvast in te zoeken.
Zelfs als je jezelf terugvindt, verzeild in gedachten, ook dat is prima, zolang er wijsheid is in je denken. Denk geen domme gedachten. Als je aan je kinderen denkt, denk dan aan ze met wijsheid. Waar de geest zich ook op richt, denk en weet dat dan met wijsheid, bewust van de aard van de geestelijke activiteit die plaatsvindt. Denk je aan iets met wijsheid, dan kun je het laten gaan, en dat betekent dat lijden tot een einde komt. De geest is helder, verheugd en vreedzaam, en omdat het niet gericht is op afleiding is het onverdeeld. Op dit moment is het je adem die je hierin kan ondersteunen en helpen.
Dit is jouw werk, van niemand anders. Laat het aan anderen om hun werk te doen. Jij hebt je eigen plichten en verantwoordelijkheden en je hoeft die van je familie niet op je te nemen. Neem niets anders op dan wat van jou is, laat het allemaal gaan. Het loslaten zal je geest kalmeren. Je enige verantwoordelijkheid is nu om je geest te concentreren en het tot rust te brengen. Laat alles achter, en bekommer je om je eigen werk, bekommer je om je eigen verantwoordelijkheid. Wat er ook opkomt in je geest, of het nu angst is of pijn, de angst voor de dood, bezorgdheid om anderen of wat dan ook, zeg dan: "Val me niet lastig, dit is mijn zorg niet meer." Blijf dit tegen jezelf zeggen als je de dhammas ziet opkomen.
Waar verwijst het woord dhamma naar? Alles is dhamma. Er is niets wat geen dhamma is. En wat wat betreft 'wereld'? De wereld is de mentale toestand die je prikkelt op dit moment. "Wat zal deze persoon gaan doen? Wat zal die persoon gaan doen? Wie zal voor ze zorgen als ik dood ben? Zullen ze het wel redden?" Dit is allemaal slechts 'werelds'. Zelfs het opkomen van de gedachte van angst voor de dood is de wereld. Gooi de wereld weg. De wereld is zoals hij is. Je geest wordt verduisterd en kan zichzelf niet meer zien als je de wereld toestaat op te komen in je geest en je bewustzijn laat domineren. Dus wat er ook opkomt in je geest, zeg gewoon: "Dit gaat me niet aan, deze dingen zijn tijdelijk, onbevredigend en niet-zelf".
Denken dat je nog een hele tijd zo moet leven maakt dat je lijdt. Maar denken dat je liever nu meteen zou willen sterven, is ook niet goed, dat is ook lijden. Alle dingen zijn voorwaardelijk, en behoren ons niet toe, ze volgen hun eigen natuurlijke wetten. Je kunt niets veranderen aan hoe het lichaam is. Je kunt het een beetje verfraaien, het aantrekkelijker maken, en het schoon houden, zoals jonge meisjes doen die hun lippen verven en hun nagels laten groeien, maar als we ouder worden zitten we allemaal in dezelfde boot. Dat is hoe het lichaam is, je kunt er niets aan veranderen. Wel kun je je geest verbeteren en mooier maken.
Iedereen kan een huis bouwen van hout en stenen, maar de Boeddha leerde ons dat zo'n huis niet ons werkelijke (t)huis is. Het is slechts in naam van ons. Het is een werelds huis, wat aan wereldse wetten gebonden is. Ons ware (t)huis is innerlijke vrede. Een huis kan heel mooi zijn, maar is niet erg vredig. Je maakt je er zorgen over, dan weer dit en dan weer dat, je maakt je er angstig over. Daarom zeggen we: 'het is niet ons ware (t)huis', het is iets wat buiten ons is, er komt een tijd dat we het op moeten geven. Het is geen plek waar we permanent in zullen wonen omdat het ons niet echt toebehoort, het behoort de wereld toe.
En ook met ons lichaam is het zo. We zien het als ons zelf, zien het als 'ik' of 'mijn', maar in werkelijkheid is het helemaal niet zo, is het ook 'n werelds huis. Je lichaam heeft zijn natuurlijke verloop gevolgd van geboorte tot nu, nu het oud is en ziek, en je kunt het niet verbieden om zo te doen omdat het lichaam nu eenmaal zo is. Als je zou willen dat het anders zou zijn, zou net zo belachelijk zijn als wanneer je zou willen dat een eend zich als een kip zou gaan gedragen. Als je ziet dat dat onmogelijk is, dat een eend zich dient te gedragen als een eend, dat een kip een kip moet zijn, en dat lichamen oud moeten worden en sterven, dan zul je hierin kracht en energie vinden. Hoe je ook zou willen dat het lichaam altijd maar door zal gaan, en heel lang zal leven, het zal toch niet gebeuren.
The Boeddha zei:
Annicca vata sankhara - Uppadavayadhammino - Upajjhitva nirujjhanti - Tesam vupasamo sukho.
Het woord 'sankhara' heeft betrekking op dit lichaam en deze geest. Sankharas zijn tijdelijk en veranderlijk. Ze komen en gaan. Ze ontstaan en verdwijnen, worden geboren en sterven, en toch wil iedereen dat ze onvergankelijk zijn. Dit is dwaasheid. Kijk slechts naar de adem. Als je in hebt geademd, adem je weer uit. Dat is de natuur van ademen, dat is hoe het moet zijn. Inademen en uitademen moeten elkaar afwisselen, deze verandering moet er voortdurend zijn. Sankharas bestaan door verandering, je kunt dat niet verhinderen. Denk eens: kun je uitademen zonder inademen? Zou dat goed voelen? Of alleen maar inademen? We willen dat dingen blijvend zijn, maar dat kan niet, dat is onmogelijk. Als je ingeademd heb, moet je ook weer uitademen, en als je uitgeademd hebt moet je ook weer inademen en dat is de natuur, of niet soms? Als je geboren bent worden we ook oud en ziek, en dat is volkomen natuurlijk en normaal. Omdat de sankharas hun werk doen, alleen omdat de inademing en de uitademing elkaar voortdurend afwisselen is het mogelijk voor de mens om te bestaan.
Op het moment dat we geboren zijn zijn we ook dood. Onze geboorte en onze dood zijn slechts n ding. Het is als met een boom: Als er wortels zijn, dan moeten er ook takken zijn. Als er takken zijn, dan moeten er ook wortels zijn. Je kunt niet het een hebben zonder het ander. Het is enigszins grappig om te zien hoe mensen bij een overlijden zo bedroefd zijn en in verwarring, en zo blij en verrukt bij een geboorte. Het is allemaal vanwege onze verblinding; niemand neemt de moeite om het eens goed te bekijken. Ik denk als je werkelijk wilt huilen, huil dan liever wanneer iemand geboren wordt. Want in feite is geboorte dood, en dood is geboorte - de wortel is de tak, de tak is de wortel. Als je moet huilen, huil dan bij de wortels, huil dan bij de geboorte. Bekijk het eens goed: Als er geen geboorte was, was er ook geen sterven. Kun je dit begrijpen?
Denk niet te veel na. Denk alleen maar "Dit is hoe de dingen nu eenmaal zijn". Dat is je werk, jouw taak. Op dit moment kan niemand je helpen. Er is niets dat je familie of je bezittingen voor je kunnen doen. Het enige wat je nu kan helpen is het juiste gewaarzijn.
Dwaal niet af. Laat het gaan. Gooi alles overboord. Of je nu kunt laten gaan of niet, de tijd begint te komen dat alles je toch gaat verlaten. Zie je hoe alle delen van je lichaam proberen weg te glippen? Neem bijvoorbeeld je haar. Toen je jong was waren ze dik en zwart. Nu vallen ze langzaam uit, het is je aan het verlaten. Je ogen waren scherp, en nu zijn ze zwak en onhelder. Als je organen op zijn vertrekken ze, dit is niet hun thuis. Als kind had je sterke stevige tanden terwijl ze nu loszitten of misschien heb je zelfs valse tanden. Je ogen, oren, je neus en je tong, alles probeert van je weg te komen omdat dit niet hun thuis is. Je kunt je geen permanent thuis maken in een sankhara. Je kunt er voor een tijdje verblijven, maar dan moet je gaan. Het is als een huurder die zijn kleine huisje bekijkt met ogen die niet meer al te goed zien, Zijn tanden en ook zijn oren zijn niet meer zo al te best. Zijn lichaam gaat over de jaren sterk achteruit, en alles is bezig om te vertrekken.
Je hoeft je dus ook nergens zorgen om te maken omdat dit niet je echte thuis is. Het is slechts een tijdelijke verblijf waar je hebt geschuild. Je bent in deze wereld gekomen en daarom moet je contempleren op haar natuur. Alles wat er is bereidt zich voor om te verdwijnen. Kijk naar je lichaam: is er iets in je lichaam wat nog dezelfde vorm had als voorheen? Is je huid zoals het geweest is? Je haren, die zijn ook niet meer hetzelfde, nietwaar? Waar is het allemaal gebleven? Dit is de natuur van de dingen. Als hun tijd voorbij is, gaan de voorwaardelijke dingen hun eigen weg. Er is niets in deze wereld waar je steun bij kunt vinden. - het is een eindeloze kringloop van opwinding en problemen, plezier en pijn. Er is geen vrede.
Als we geen echt thuis hebben zijn we als een doelloze reiziger, ergens onderweg, een tijdje die richting en dan weer een andere richting, een tijdje blijven en dan weer vertrekken. Tot we ons echte thuis gevonden hebben, zullen we ons ongemakkelijk voelen bij alles wat we doen. Het is als iemand die net zijn dorp verlaten heeft voor een lange reis. Pas wanneer hij weer thuis komt voelt hij zich weer op z'n gemak en kan hij weer ontspannen.
Echte vrede kan nergens op deze wereld gevonden worden. De armen kennen geen vrede, en evenzo de rijken. Volwassenen hebben geen vrede, kinderen hebben geen vrede. De laag-opgeleiden hebben geen vrede, en ook de hoog-opgeleiden niet. Er is nergens vrede te vinden. Dat is karakteristiek aan deze wereld.
Degenen die weinig bezittingen hebben lijden, en evenzo lijden zij die veel bezitten. Kinderen, volwassenen, oude mensen, iedereen lijdt. Het lijden omdat je oud bent, lijden omdat je jong bent, het lijden veroorzaakt door je armoe, het lijden veroorzaakt door weelde, overal vind je lijden.
Wanneer je de dingen op deze wijze nauwkeurig contempleert, zie je annicam, de tijdelijkheid van de dingen. En ook dukkham, de onbevredigendheid van alle dingen. En waarom zijn ze nooit blijvend, en altijd onbevredigend? Dat is omdat ze annatta zijn: niet-zelf.
Zowel je lichaam, nu ziek en pijnlijk, en je geest die de ziekte en de pijn gewaarwordt, beide zijn dhammas. Dat wat geen vorm heeft, de gedachten, de gevoelens, het waarnemen wordt nama-dhamma genoemd. Het stoffelijk lichaam wordt rupa-dhamma genoemd. Het stoffelijke is dhamma en ook het onstoffelijke is dhamma. We leven met dhammas, in dhammas, we zijn in feite dhammas. In feite is er nergens zoiets als een 'ik' of 'zelf' te vinden, het enige wat je vindt zijn dhammas, voortdurend verschijnend en weer verdwijnend, geheel volgens hun natuur. Iedere seconde ondergaan we leven en dood. Dit is hoe de dingen in wezen zijn.
Als we aan de Boeddha denken, aan de wijsheid die hij ons gegeven heeft voelen we verering, toewijding en respect. Zelfs zonder de Dhamma in praktijk te brengen zien we soms de waarheid van zijn leer. Maar ook al hebben we kennis van zijn leer, als we ze goed bestudeerd hebben, en in praktijk gebracht, maar niet de waarheid ervan gezien, dan zijn we nog altijd thuisloos.
Probeer dus begrip te krijgen voor het feit dat alle mensen, alle wezens, uiteindelijk moeten vertrekken. Als een wezen zijn tijd geleefd heeft, gaat hij zijn natuurlijke weg. De rijken, de armen, de jongeren, de ouderen, alle wezens moeten deze verandering ondergaan.
Als je je realiseert dat de wereld zo in elkaar zit, begint de wereld je als het ware te vervelen. Het is een ontluisterende ervaring om te zien dat er in deze wereld niets is wat blijvend, stabiel is, niets blijvends om aan vast te houden. Dat je ontsteld bent, wil niet zeggen dat je aversie hebt. De geest is helder. De geest ziet dat er weinig te verbeteren valt, dat het allemaal gewoon is zoals de wereld in wezen is. Als je op deze wijze de wereld beziet kun je je gehechtheden loslaten. Laat het gaan met een geest die noch blij is noch bedroefd, maar in vrede met de sankharas door met wijsheid hun veranderende natuur te zien. Anicca vata sankharam - alle sankharas zijn vergankelijk.
Om het eenvoudig te zeggen: vergankelijkheid is de Boeddha. Als we een vergankelijk, tijdelijk fenomeen helder waarnemen zien we dat er wel iets onvergankelijks, iets wat altijd blijvend is aan zit. Blijvend is dat het altijd en eeuwig onderhavig is aan verandering. Dat is het enige houvast dat we als mensen hebben. Er is een voortdurende transformatie gaande, van kind-zijn naar jeugd, en later de ouderdom, en die vergankelijkheid, de karakteristiek van verandering, is het enige wat vaststaat in ons leven. Als je er op die manier naar kunt kijken, komt je geest tot rust. Je bent niet de enige die hier doorheen moet, dit geldt voor iedereen.
Als je dingen op deze wijze beschouwt, zul je ze als vervelend zien, en teleurstelling zal opkomen. De verrukking die je ervaart in de wereldlijke genoegens zal verdwijnen. Je zult zien dat wanneer je veel hebt, je veel achter zult moeten laten, dat als je weinig hebt, je weinig achter hoeft te laten. Weelde is niet mr dan weelde. Een lang leven is gewoon lang leven, en daar is niets speciaals aan.
Belangrijk is dat we doen zoals de Boeddha ons leerde en ons eigen huis bouwen op de manier die ik je heb uitgelegd. Bouw je huis door te laten gaan. Laat alles gaan tot de geest vrede vindt, vrij van vooruitgang, vrij van achteruitgang, vrij van stilstand. Blijdschap is niet ons huis, pijn is niet ons huis. Blijdschap en pijn zullen allebei weer verdwijnen.
De Boeddha zag dat alle sankharas vergankelijk zijn, en daarom leerde hij ons om al onze gehechtheden te laten gaan. Als we op het einde van ons leven zijn hebben we zowiezo geen keuze, we kunnen niets met ons meenemen. Zou het dan niet beter zijn om al eerder alles naast je neer te zetten. Het is een zware last om er mee rond te lopen. Waarom niet nu meteen die zware last van je afgegooid? Waarom loop je ermee te zeulen? Laat het gaan, ontspan je, en laat je familie voor je zorgen.
Diegenen die de zieken verzorgen groeien in hun deugd. Iemand die ziek is moet anderen de gelegenheid daartoe geven, en ze niet te veel in de weg leggen. Als er pijn is of een ander probleem, laat ze dat dan weten zonder de goede staat van je geest kwijt te raken.
Iemand die zijn ouders verzorgt, moet zijn geest vullen met warmte en vriendelijkheid, en niet gevangen raken in aversie. Dit is een uitstekende gelegenheid om je schuld af te betalen. Vanaf je geboorte tot je volwassenzijn ben je afhankelijk geweest van je ouders. We zijn vandaag hier omdat onze vaders en onze moeders ons op allerlei wijzen geholpen hebben. We zijn ze een ongelooflijke hoeveelheid dankbaarheid verschuldigd.
Vandaag dus, nu alle kinderen en verwanten hier bijeen zijn, zie hoe je ouders je kinderen geworden zijn zoals eerst jij hun kind was. Ze worden ouder en ouder tot ze weer kind geworden zijn. Hun herinneringen verdwijnen, hun ogen zien niet meer zo goed en hun oren horen niet meer, soms verdraaien ze hun woorden. Laat het je niet verontrusten of opwinden. Ieder van jullie die hier helpen bij hun verzorging moeten weten hoe ze los kunnen laten. Hou je niet vast aan dingen, laat gaan, laat de dingen hun eigen weg volgen. Als een klein kind ongehoorzaam is laten de ouders het kind gewoon z'n gang gaan, alleen maar om de vrede te bewaren en om het gelukkig te maken. Nu zijn je ouders als die kinderen. Hun herinneringen en hun indrukken zijn verward. Soms halen ze jullie namen door elkaar, of je vraagt ze om een kopje te geven en ze geven een bord. Dat is normaal, laat je daardoor niet verontrusten of wind je daarover niet op.
Laat de zieke zich de vriendelijkheid herinneren van degene die hen verpleegt en geduldig de pijn verdragen. Span je geestelijk in om je geest niet onrustig en verward te te laten worden, en maak het de mensen die je verzorgen niet moeilijk. Laat degenen die de zieken verzorgen hun geest vullen met deugdzaamheid en vriendelijkheid. Probeer geen aversie te hebben tegen de onaantrekkelijke zijde van het werk, om braaksel op te ruimen of speeksel, of urine of uitwerpselen. Doe je best, zodat iedereen in de familie zijn steentje bijdraagt.
Dit zijn de enige ouders die je hebt. Zij gaven je het leven, waren je leraren, je verplegers, ze zijn alles voor je geweest. Dat ze je grootgebracht heben, je onderwezen, hun rijkdom met je gedeeld hebben, en je tot hun erfgenaam hebben gemaakt is de grote verdienste van je ouders. Daarmee verbonden leerde de Boeddha ons de deugden katannu en katavedi, besef hebben van onze diepe dankbaarheid, en proberen om het terug te geven. Deze twee dhammas vullen elkaar aan. Als onze ouders in de problemen zijn of ziek, dan doen we ons best om ze te helpen. Dit is Katannukatavedi, de deugd waardoor de wereld voortgang vindt. Het voorkomt dat families uit elkaar vallen en maakt ze stabiel en harmonieus.
Vandaag heb ik je de Dhamma als een gift in deze sombere tijd van ziekte gegeven. Ik heb geen materiële giften om je te geven, dat is ook al voldoende aanwezig is in dit huis, en daarom geef ik je de Dhamma. Iets van blijvende waarde, iets waar je voor altijd uit kunt putten. Je hebt het nu van mij gekregen. Je kunt het aan zoveel mensen doorgeven als je wilt, zonder dat het zijn waarde verliest. Dat is de natuur van deze waarheid. Ik ben blij dat ik je deze Dhamma-gift heb kunnen geven en hoop dat het je de kracht zal geven om om te gaan met je pijn. "
Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn? '
door Henk Blezer
Ik citeer alleen uit het eerste, het meest feitelijke deel van dit artikel en sla Tibetaanse woorden zoveel mogelijk over.
" Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn?
Ik doel nu niet zozeer op die kant en klare voorstellingen—voorgesneden, gedroogd en in zakjes verpakt—die we via deze of gene cultuur hebben meekregen: al die mozaïekjes van hoop en vrees, inzicht en verbeelding, en zo meer, die we als een soort van hebbedingetjes verwachtingsvol in ons kleine koffertje voor het lange reisje gestopt hebben (want … je weet maar nooit …).
Nee, de vraag is directer, is ‘dood-zijn’ iets dat ervaarbaar is, en, ‘Hoe is dat dan’? Het punt is dus niet, welke voorstellingen heeft u hier al over, maar hoe zou u zich dit nu, vers van het mes zogezeid, als een ervaringsfeit voorstellen.
Nu is het natuurlijk zo, dat ons voorstellingsvermogen op dit moment in grote mate bepaald wordt door al die koffertjes die we al dan niet bewust met ons meesjouwen. En bovendien willen dat soort meer directe beelden vaak pas naar boven komen, als de mogelijkheid van sterven en dood in onze ervaringswereld actueel geworden is en eerst en vooral natuurlijk, überhaupt daarin toegelaten wordt.
Wellicht zijn er een aantal onder de lezers dezes, die in mindere of meerdere mate indringende ervaringen op dit gebied hebben opgedaan. Volgens een Gallup poll van 1982, zou zelfs één op de twintig Amerikanen minstens één zogenaamde ‘bijna-dood-ervaring’ gehad hebben. Ik wil nu even in het midden laten of een ‘bijna-dood-ervaring’ op het gebied van het sterven ligt of behoort tot een ‘toestand van dood-zijn’. In ieder geval zal er bij de meesten van u op de een of andere manier ook een meer ervaringsmatig referentiekader aanwezig zijn.
Ik ga u nu uitnodigen om, vanuit uw eigen ervaringen en denkbeelden omtrent sterven en dood, met mij mee te kijken naar wat er in Tibetaans buddhistische literatuur hierover terug te vinden is.
Ik noem deze vrij diverse verzameling van teksten en delen daarvan voor het gemak maar ‘bar do-literatuur’ of ‘bar do-teksten’, hiermee verwijs ik dan naar die teksten die zich met de zogenaamde bar do’s, overgangsfasen of tussenstaten in leven en dood, bezig houden. Ik beperk me hier overigens tot de Tibetaans buddhistische traditie en laat de Tibetaanse bon-traditie buiten beschouwing.
In bar do-teksten blijkt die meer ‘ervaringsmatige kant’, waar we het zonet over hadden, nu juist sterk op de voorgrond te treden. De ervaringen van sterven en dood worden beschreven als veranderingen in bewustzijnstoestand (wat dat dan ook precies moge zijn). En als zodanig beschouwt men ze in deze tradities als intensieve varianten van de ervaringen die men opdoet bij inslapen en bij de toestand van de slaap danwel droomslaap en andere veranderingen in bewustzijnstoestand zoals die plaatsvinden bij een flauwte, trance en extase, al dan niet sexueel, of gewoon bij een flinke niesbui; een verband overigens, waar in India al in de laat-vedische literatuur op gewezen is. Ik zal hier later nog op terugkomen.
Om er in te komen zal ik eerst een korte beschrijving van het proces van sterven geven. Ik baseer me hierbij op een vertaling van een tekst van de hand van de zeventiende-eeuwse [tekst]; door Eric Hein Schmit of Padma kun bzaṅ vertaald als ‘The Mirror of Mindfulness’.
Deze beschrijving is hier en daar aangevuld met die van de huidige rDzogs chen meester bSod rgyal Rin po che zoals die te lezen is in zijn onvolprezen boek ‘The Tibetan Book of Living and Dying’. Op enkele punten wijkt zijn opsomming enigszins af van die van rTse le Rin po che.
Een andere uiteenzetting van de stadia van het sterven vinden we in een tekst van de achtiende-eeuwse [tekst]; door Lati Rinbochay en Jeffrey Hopkins vertaald als ‘Death, Intermediate State and Rebirth in Tibetan Buddhism’ of letterlijker als ‘Lamp thoroughly Illuminating the Presentation of the Three Basic Bodies’. Deze presentatie wijkt sterk af van de eerder genoemde versies; deze zal dan ook grotendeels buiten beschouwing gelaten worden.
We kunnen op basis van deze twee of eventueel drie uiteenzettingen twee fasen van telkens vier stadia onderscheiden. rTse le Rin po che en bSod rgyal Rin po che beschrijven bovendien bepaalde voortekenen van de op handen zijnde ontbinding. In het algemeen verloopt de ontbinding van grof naar subtiel, van het lichamelijke—hetgeen uiteraard ook zijn mentale gevolgen heeft—naar het mentale. Ik zal u de meer technische details besparen. (Volgens rTse le Rin po che nemen eerst de vitale energieën in het algemeen af: voortekenen)
I DE VOORTEKENEN VAN ONTBINDING
IA (DE VOORTEKENEN VAN) HET VERVAL VAN DE VIJF PRIMAIRE VITALE ENERGIEËN
1 EQUAL-ABIDING WIND =FIRE-DWELLING WIND (SAMĀNA)
De spijsvertering wordt geremd. De lichaamswarmte van de stervende neemt af, zijn handen en voeten worden koud.
2 LIFE-UPHOLDING WIND (PRĀṆA)
De geest van de stervende is niet meer helder, hij raakt in de war.
3 DOWNWARD-CLEARING WIND (APĀNA)
De spieren in zijn onderbuik met name darmen en blaas onttrekken zich aan zijn wil.
4 UPWARD-MOVING WIND (UDĀNA)
Hij kan niet meer slikken en is kortademig.
5 PERVADING WIND (VYĀNA)
Hij kan zijn ledematen niet meer goed bewegen en de aderen in zijn lichaam beginnen enigszins in te zakken.
IB (DE VOORTEKENEN VAN) HET VERVAL VAN DE VIJF SECUNDAIRE VITALE ENERGIEËN DIE MET DE ZINTUIGLIJKE FUNKTIES GEASSOCIEERD WORDEN.
Volgens bSod rgyal Rin po che zullen nu ook de zintuigen ophouden te functioneren, de stervende vangt nog slechts vage impressies uit zijn omgeving op. Dit nu geeft aan dat de stadia van ontbinding hun aanvang genomen hebben. (Volgens rTse le Rin po che vindt dit pas later, en dan ook meer radicaal plaats. Bij dByaṅs can dga’ ba’i blo gros vallen de eerste vijf zintuiglijke functies tijdens de volgende vier, hierna te bespreken, stadia weg (en wel twee in het vierde stadium), en desintegreert het laatste, volgens buddhistische classificatie, zesde ‘zintuig’, het denkvermogen (Skt. manas, Tib. yid) in de daaropvolgende fase van vier stadia.)
II DE STADIA VAN ONTBINDING.
IIA DE STADIA VAN HET OPLOSSEN VAN DE UITERLIJK ZICHTBARE FACTOREN: HET VERVAL VAN DE CAKRA’S (‘KHOR LO’S) EN HET ACHTEREENVOLGENS OPLOSSEN VAN DE HIERMEE EN MET DE OVEREENKOMSTIGE VIJF SKANDHA’S (PHUṄ PO LṄA) EN ELEMENTEN GEASSOCIEERDE VITALE ENERGIEËN.
1 HET VERVAL VAN HET NIRMĀṆACAKRA (SPRUL PA’I ‘KHOR LO) EN DE RŪPASKANDHA, DE VITALE ENERGIE DIE MET HET AARDE ELEMENT VERBONDEN WORDT NEEMT AF TEN GUNSTE VAN DIE DIE MET HET WATER ELEMENT GEASSOCIEERD WORDT.
Het volgende dat men merkt is dat de lichaamskracht van de stervende verdwijnt, hij kan zijn hoofd niet meer rechtovereind houden, zijn armen en benen worden slap, hij voelt zich zwaar en ongemakkelijk alsof hij door een immens gewicht verpletterd wordt. Zijn gelaatskleur verdwijnt en hij wordt bleek, zijn wangen vallen in, en er verschijnt een (zwarte) aanslag op zijn tanden. Hij zou graag willen dat iemand hem op zou tillen en overeind zou houden. Volgens bSod rgyal Rin po che wordt het steeds moeilijker voor de stervende om zijn ogen nog te openen en te sluiten.
Hij voelt zich zwak en kwetsbaar, aanvankelijk is hij opgewonden en koortsachtig maar hij zakt dan al gauw weg in een suffe en gedeprimeerde toestand. Hij krijgt een visioen van een luchtspiegeling zoals die boven heet woestijnzand te zien zou zijn. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros valt het gezichtsvermogen nu pas weg.)
2 HET VERVAL VAN HET JÑĀNACAKRA (YE ŚES KYI ‘KHOR LO OFWEL THUGS KYI ‘KHOR LO) EN DE VEDANĀSKANDHA, WATER-VUUR.
Hij kan het speeksel en neusslijm niet meer binnen houden (dit vindt volgens rTse le Rin po che al in het vóórgaande stadium plaats). Er kunnen ook uitscheidingen uit de ogen plaatsvinden; mogelijk kan hij ook de ontlasting niet meer ophouden. Zijn ogen liggen droog en stroef in hun kassen. Zijn lippen zijn samengetrokken en bloedeloos en zijn luchtwegen drogen uit en voelen slijmerig en enigszins verstopt aan, de neusvleugels vallen in, de tong droogt uit en voelt verkrampt en stijf. Hij voelt zich erg dorstig. Hij beeft en heeft stuiptrekkingen. Er hangt een doodslucht om hem heen.
Lichamelijke gewaarwordingen verdwijnen, hij wordt heen en weer geslingerd tussen pijn en gemak, overhitting en onderkoeling. Hij voelt zich beneveld, nerveus en prikkelbaar. Hij heeft een visioen van mist en rookslierten. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros valt nu ook de gehoorzin weg.)
3 HET VERVAL VAN HET SAṂBHOGACAKRA (LOS SPYOD KYI ‘KHOR LO) EN DE SAṂJÑĀSKANDHA, VUUR-LUCHT.
De mond en neus van de stervende drogen geheel uit en de adem voelt koud aan. De lichaamswarmte trekt zich terug, meestal vanuit de handen en voeten naar het hart toe, mogelijk wordt hij een hitte als van stoom gewaar die uit zijn kruin lijkt te ontsnappen. Hij kan niets meer drinken of verteren. Hij is nu eens helder en dan weer verward, en hij kan zich niets of niemand meer herinneren. Hij heeft een visioen van glimmerende rode vonken zoals die boven een vuur dansen, een beetje zoals vuurvliegjes. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros valt nu ook de reukzin weg.)
4 HET VERVAL VAN HET SUKHAPĀLACAKRA (BDE SKYOṄ GI ‘KHOR LO) EN DE SAṂSKĀRASKANDHA, LUCHT-BEWUSTZIJN, ALLE VITALE ENERGIEËN LOSSEN OP IN DE LIFE-UPHOLDING WIND (PRĀṆA).
Het wordt steeds moeilijker om adem te halen, het lijkt wel alsof de lucht uit zijn keel ontsnapt. Hij ademt zwaar en rochelt, hapt kort en moeizaam naar adem terwijl zijn uitademingen steeds langer worden. Zijn ogen draaien naar boven en staren.
Hij is totaal de kluts kwijt en verliest het contact met de omgeving. Hij begint te hallucineren en afhankelijk van zijn staat van geest heeft hij angstaanjagende schrikbeelden en herleeft hij verschrikkelijke momenten uit zijn leven of heeft hij hemelse en gelukzalige ervaringen en ontmoet hij vrienden en beminden of verlichte wezens. Hij heeft een visioen van een rood-vlammende toorts of lamp. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros vallen nu ook de smaak- en tastzin weg.) (Volgens rTse le Rin po che houden de zintuigen pas op dit punt op te functioneren. In zijn beschrijving lost nu ook de vitale energie verbonden met bewustzijn op en domineert die die met de lege ruimte geassocieerd wordt, zowaarschijnlijk moeten we dit echter pas aan het eind van de volgende vier stadia plaatsen).
De (uitwendige) ademhaling is nu opgehouden, alle lichaamsfuncties zijn gestopt, het lichaam heeft een lijkkleur aangenomen en is koud geworden, enkel rond het hart is nog enige lichaamswarmte waarneembaar. Hij is nu klinisch dood. Volgens de heersende medische opvattingen was dit het dan.
Volgens Tibetaanse bar do-teksten is de stervende echter nog niet echt dood. Er wordt inderdaad gezegd, dat, in het algemeen, dit het punt is waarna men niet meer kan herstellen van het sterven. Maar er is nog een subtiele innerlijke respiratie gaande die nog een korte wijl stand zal houden (traditioneel gelijkgesteld met de periode die nodig is om een maaltijd te nuttigen, dat wil zeggen zo’n vijftien à twintig minuten). Hij is nu weliswaar klinisch dood, maar nu begint het pas echt interessant te worden.
IIB DE STADIA VAN HET OPLOSSEN VAN DE SLECHTS INNERLIJK WAARNEEMBARE FACTOREN: HET VERVAL VAN DE GROVE EN SUBTIELE VOORSTELLINGEN EN EMOTIES
…..."
Bron: Boeddhistisch Dagblad
Tegen de zon in kijken; doodsangst en hoe die te overwinnen
door Irving D. Yalom
Ik beperk me tot het weergeven van de samenvatting zoals die staat op de Bol.com-pagina over dit boek.
Dit omdat m'n subjectieve ervaring bij het lezen van dit boek lastig onder woorden te brengen is.
“ Hoe kunnen we iets wat voor ons allen even finaal als raadselachtig is als de dood leren begrijpen en accepteren? Yalom laat zien hoe een droom, een verlies, een traumatische ervaring, de dood of ziekte van een dierbare of gewoon de naderende ouderdom keerpunten kunnen zijn op weg naar een zinvoller leven, als wij er tenminste de inspiratie aan kunnen ontlenen om onze prioriteiten te verleggen en meer risico’s te nemen voor een bevredigender en liefdevoller leven. Zo leren we oprechter te communiceren met de mensen van wie we houden, te stoppen met dingen die we niet willen doen en de schoonheid van het leven bewuster te ervaren.
De mens vreest meestal de dood en is ook vaak bang om erover te denken en te spreken. Zelfs in de psychotherapeutische praktijk komt het onderwerp daardoor minder vaak voldoende openlijk naar voren dan gewenst en zinvol is. De ervaring van de auteur, de beroemde Amerikaanse existentiële psychotherapeut en schrijver van enkele romans en toegankelijke boeken over zijn vak, geeft in dit boek aan hoe belangrijk het is voor onze levenskwaliteit om - wanneer het nodig is - bewust stil te staan bij zoals de dood in ons leven zich manifesteert. Een - plotseling - sterven van een medemens of een eigen ervaring van er bijna geweest te zijn, raakt ons gevoel zelf sterfelijk te zijn. Negeren hiervan - of niet-herkennen - kan leiden tot geestelijk lijden. De auteur geeft in eenvoudige woorden ook een handreiking aan therapeuten en is kritisch naar moderne oppervlakkige therapievormen. De auteur vertelt over zijn therapiewerk, zijn - filosofische en therapeutische - inspiratiebronnen en leermeesters (onder anderen Rollo May) en zijn eigen biografie. "
Bron: Bol
Blaise Pascal
Er zijn mensen die geloven in reïncarnatie of in wedergeboorte.
En er zijn mensen die zich vorige levens (zeggen te) herinneren; die 'geloven' niet, die weten.
En die herinneren zich dus ook hoe het is, dood te gaan, dat hebben ze op diverse manier ondergaan ('gedaan' lijkt me te actief uitgedrukt)
Ik hoor daar niet bij, ik heb het nog nooit gedaan - dood gaan - ik weet het niet.
Ik ben een absoluut beginner op het gebied van het (zelf) sterven.
(Volgens mij is iedereen dat maar daar wil ik het dit keer niet over hebben.)
Is daar niets aan te doen?
Okay, door dood te gaan natuurlijk maar daar heb ik niet veel aan.
Het gaat me om het me voorbereiden op m'n sterven, m'n dood gaan en m'n dood zijn.
Het 'memento mori' , 'gedenk te sterven', dus.
Een manier is, vaker zelf in de nabijheid van (andere) stervenden te zijn. Want behalve bij een beperkt aantal familieleden ben ik er niet zo veel bijgeweest.
Ik heb een poging ondernomen als vrijwilliger actief te zijn in een hospice in mijn woonplaats. Mooi werk, voor mensen van alle gezindten, bij de stervenden dan, niet bij de vrijwilligers. Die moeten positief-christelijk zijn, en dat kon en wilde ik niet invullen.
Erover lezen is voor mij een logische stap. Als ik iets wil begrijpen (wat ik niet kan ervaren), ga ik er literatuur over zoeken: wetenschappelijke en ervarings-literatuur.
En er over contempleren is een andere stap.
De meeste teksten die ik gevonden heb, gaan over stervensbegeleiding of over het rouwen van nabestaanden over de dood van geliefden, zoals twee recente boeken van Christa Anbeek.
Ik zoch echter over m'n eigen dood, van binnen uit zogezegd, over de fenomenologie van het doodgaan.
Een onmogelijke opgave, maar toch de moeite waard (net als het leven zelf).
Een facet uit het inhoudsrijke boek ' Being with Dying - Cultivating Compassion and Fearlessness in the Presence of Death ' van Joan Halifax dat me frappeerde en als een soort waarschuwing werkt. Namelijk om me niet een ideale dood, een mooi sterfbed voor te stellen met al degenen waar ik van houd om me heen en zachtjes en helder van geest alles los latend.
Geen verwachtingen hebben, het gaat zoals het gaat, dood-gaan ook al .
Misschien wordt het een fatale hartaanval, of kreperend van de pijn door een kanker, of verdwijnend in Alzheimer, of de plotselinge dood van een verkeersongeluk.
En dan dat citaat uit de 'Pensées' van Blaise Pascal, wat is daar mee?
" Le silence eternel des ces espaces infinis m'effraie"
Vrij vertaald: ' de eeuwige stilte van de oneindige ruimten maakt me bang '.
Ben ik bang, heb ik doodsangst, angst voor de leegte na de dood of juist voor wat er wel is?
Ik dacht het niet, maar ben er ook niet helemaal zeker van.
Ik ben tenslotte nog niet aan het dood gaan, in zekere zin dan;
in andere zin ben ik daar al vanaf m'n geboorte mee bezig.
We zien wel.
.jpg)
Drie teksten wil ik citeren, teksten die mij behulpzaam zijn in mijn (onsystematische) contemplaties; plus een aankondiging:
' Ons ware thuis ' door Ajahn Chah .
Geen troost maar helderheid biedend
' Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn? ' door Henk Blezer .
Ik citeer alleen passages uit het begin van dit artikel, de feitelijke delen, niet de er op volgende (in mijn ogen) speculatieve passages.
' Tegen de zon in kijken; doodsangst en hoe die te overwinnen ' door Irving D. Yalom
Een mooi beeld: het 'gedenk te sterven' is een soort 'tegen de zon inkijken', dat kan dus niet.
Gaat (gelukkig) niet alleen of doodsangst, ook wel over iets minder enge gevoelens.
' Living in the Light of Death; On the Art of Being Truly Alive ' door Larry Rosenberg .
Aan dit boek ben ik net begonnen. Lijkt me zeer nuttig voor mijn contemplaties.
Of de lezer hier ook iets aan heeft?
Dat weet ik natuurlijk niet. Mijn dood is hun dood niet en hun dood is mijn dood niet
Maar wie weet.
Ons ware thuis
door Ajahn Chah
"( Lezing voor een vrouw op haar sterfbed )
Neem nu het besluit om met respect te luisteren naar de Dhamma. Probeer zo aandachtig te zijn op mijn woorden, als was het de Boeddha zelf die hier voor je zit. Sluit je ogen en maak het jezelf gemakkelijk, concentreer je geest en ontwikkel eenpuntigheid van geest. Sta nederig toe dat het drievoudige juweel van wijsheid, waarheid en zuiverheid zich nestelen in je hart, als een manier om je respect te tonen aan de Verlichte.
Ik heb vandaag niets materieels om je te geven meegebracht, slechts Dhamma: leringen van de Boeddha. Luister goed naar me, je moet begrijpen dat zelfs de Boeddha, ondanks zijn enorme verworvenheden, toch de fysieke dood moest ondergaan. Hij was op hoge leeftijd wanneer hij afstand deed van de zware last van het lichaam. Nu moet ook jij leren om tevreden te zijn met de vele jaren dat je vertrouwd hebt op je lichaam. Je zou het gevoel moeten hebben dat het genoeg is.
Je kunt het vergelijken met huishoudelijke artikelen die je al een lange tijd in je bezit hebt. - kopjes, borden, pannen etc. Op het moment dat je ze aanschaft blinken ze en zijn ze schoon, maar na ze al zolang gebruikt te hebben, beginnen ze te verweren. Het vertoont barsten of is intussen al gebroken of verdwenen, en wat niet verdwenen is, is verweerd of heeft geen stabiele vorm meer, en het is volkomen natuurlijk dat het zo gaat. Jouw lichaam is van dezelfde aard - het is voortdurend in verandering geweest vanaf het moment van je geboorte, door je kindertijd en door je latere jeugd, totdat je nu een hoge leeftijd hebt bereikt. Accepteer het. De Boeddha zei dat alle geconditioneerde samengestelde dingen (sankharas) - of ze nu inwendig zijn, lichamelijk of uitwendig, ze zijn allemaal zonder zelf, het is in hun natuur om te veranderen. Contempleer op deze waarheid tot het duidelijk je wordt.
Deze homp vlees in verval is waarheid, saccadhamma. De ware natuur van dit lichaam is saccadhamma, en het is wat de Boeddha ons voortdurend leert. De Boeddha leerde ons om naar het lichaam te kijken, te contempleren op het lichaam en om te ontdekken wat haar werkelijke natuur is. We moeten in alle rust bij het lichaam kunnen verwijlen, ongeacht de staat waarin het verkeert. De Boeddha leerde ons dat we ons moesten overtuigen dat het slechts het lichaam is dat opgesloten is in een gevangenis, en dat je je geest daarbij niet ook gevangen zet. Nu je lichaam op deze leeftijd begint af te takelen; verzet je er niet tegen, maar zorg dat je geest niet meegetrokken wordt in deze aftakeling, hou je geest daarvan gescheiden. Geef energie aan de geest door te beseffen hoe de dingen werkelijk zijn. De Boeddha leerde ons dat dit de natuur is van het lichaam, het is niet anders. Dat je geboren bent betekent automatisch dat het oud en ziek wordt en uiteindelijk volgt de dood. Dit is de grote waarheid waar je nu mee geconfronteerd wordt. Kijk met wijsheid naar het lichaam en je zult het begrijpen.
Zelfs als je huis overstroomt is met water of tot de grond toe afbrandt, wat het gevaar ook is wat het bedreigt, laat het niet op mr betrekking hebben dan alleen het huis. Als het overstroomt, laat dan niet ook je geest overstromen. Als er brand is, laat niet ook je hart in vlammen opgaan, laat het beperkt blijven tot het huis. Het huis dat overstroomt of verbrand, is buiten je, is niet je geest. Sta je geest toe je gehechtheden los te laten. Het is nu de tijd.
Je hebt al heel lang geleefd. Je ogen hebben een ontelbare hoeveelheid kleuren en vormen gezien, je oren hebben veel geluiden gehoord, en je hebt vele ervaringen ondergaan. En het was ook niet meer dan dat - slechts ervaringen. Je hebt heerlijke maaltijden gegeten, en al die fijne smaken waren alleen maar goede smaken, niets meer dan dat. Een vieze smaak is alleen maar een vieze smaak, niet meer dan dat. Als het oog een mooie vorm ziet, dan is dat alles wat er is, alleen maar een mooie vorm. Een lelijke vorm is alleen maar een lelijke vorm. Het oor hoort een meeslepend, melodieus geluid en ook dat is niet meer dan dat. En hetzelfde geldt voor een ruw en disharmonisch geluid.
De Boeddha zei dat rijk of arm, jong of oud, mens of dier, geen enkel wezen in deze wereld voor langere tijd in een bepaalde staat kan blijven; in alles ervaar je verandering en vervreemding. Dit is een feit in het leven wat we niet kunnen veranderen. Maar wat we volgens de Boeddha wel kunnen doen is contempleren op het lichaam en op de geest zodat je het onpersoonlijke herkent, zodat je ziet dat niets hierin "ik" is of "mijn". Alles is voorlopige werkelijkheid. Het is hetzelfde als met dit huis. Alleen in naam is het van jou, je kunt het nergens mee naar toe nemen. Hetzelfde wat betreft je bezittingen en je familie - zogezegd, formeel zijn ze van jou, ze behoren je niet werkelijk toe, ze behoren tot de natuur. Dit is geen waarheid die alleen jou aanspreekt, iedereen zit in dezelfde positie, zelfs de Boeddha en zijn verlichte leerlingen. Zij verschilden echter van ons in een enkel aspect en dat was hun acceptatie van de dingen zoals ze werkelijk zijn. Ze zagen dat het niet anders kan zijn.
De Boeddha leerde ons dus om het lichaam te observeren, van de zolen van de voet omhoogbewegend naar de kruin op je hoofd en dan weer terug naar de voetzolen. Kijk gewoon eens goed naar het lichaam. Wat zie je dan allemaal? Kun je iets vinden wat vrij is van onzuiverheden? Kun je ergens iets vinden wat onveranderlijk is of blijvend? Dit lichaam is voortdurend in verval, en de Boeddha leerde ons om te zien dat het ons niet toebehoort. Het is de natuur van het lichaam om zo te zijn omdat alle geconditioneerde dingen onderhevig zijn aan verandering. Hoe zou je willen dat het anders was? In feite is er niets mis met het lichaam zoals het is. Het is niet het lichaam dat je lijden veroorzaakt maar het verkeerde denken. Als je wat juist is als fout ziet, dan kan er alleen maar verwarring bestaan.
Het is als het water in een rivier. Op een natuurlijke manier srtroomt het stroomafwaarts, het stroomt nooit omhoog, dat is de natuur van water. Als iemand aan de oever van een rivier staat te kijken hoe het water langzaam stroomafwaarts gaat, en hij krijgt het in z'n hoofd om te denken dat het water de andere kant op zou moeten stromen, betekent dat hij moet lijden. Zijn verkeerde manier van denken ontneemt hem zijn rust. Zijn verkeerde zienswijze, denken dat de stroom de andere kant op zou moeten gaan, maakt hem ongelukkig. Als hij de juiste zienswijze had gehad, dan had hij gezien dat het onoverkomelijk is dat het water stroomafwaarts beweegt, en zolang hij dat feit niet kan accepteren, raakt hij geagiteerd en van streek.
De rivier die stroomafwaarts moet bewegen is als je lichaam. Jong geweest is je lichaam nu oud, en meandert nu naar zijn einde, de dood. Ga niet wensen dat het anders was, het is iets waar je geen invloed op hebt. De Boeddha zei ons te kijken naar hoe de dingen zijn om dan onze gehechtheid hieraan los te laten. Neem dit gevoel van laten gaan als je toevlucht. Blijf zelfs mediteren als je moe en uitgeput bent. Blijf met je aandacht bij de ademhaling. Neem een paar diepe ademhalingen, en vestig je aandacht op de ademhaling, waarbij je de mantra "Boeddho" gebruikt. Maak van deze oefening een gewoonte. Naarmate je uitputting erger wordt, moet je concentratie subtieler en gerichter worden zodat je kunt omgaan met de pijnlijke sensaties die opkomen. Als je vermoeidheid voelt, laat alle denken gaan, laat de geest zich verzamelen, en ga dan naar het weten van de ademhaling. Hou je bij de innerlijke recitatie "Boed-dho, Boed-dho" Laat alles wat buiten je is gaan. Hou niet vast aan de gedachten over je kinderen en familieleden, hou je nergens aan vast. Laat gaan.
Maak de geest eenpuntig en richt hem op de adem. Maak van je adem het enige object voor je aandacht. Concentreer je totdat je geest meer en meer verfijnd wordt, totdat gevoelens onbelangrijk worden en er een grote innerlijke helderheid is ontstaan. Pijnlijke gevoelens die ontstaan zullen dan als vanzelf weer verdwijnen. Uiteindelijk zul je naar de adem kijken als naar een goede bekende die je op is komen zoeken. Als de bezoeker vertrekt, brengen we hem naar de deur en zwaaien hem uit. We wachten totdat hij uit het zicht verdwenen is waarna we weer naar binnen gaan. Zo ook kijken we naar de ademhaling.
Als de ademhaling diep is, dan weten we dat hij diep is. Is de ademhaling zwak, dan weten we dat hij zwak is. Als het steeds zwakker wordt blijven we het volgen, terwijl we tegelijkertijd onze geest waakzaam houden. Uiteindelijk verdwijnt de ademhaling helemaal, en wat overblijft is waakzaamheid. Dit wordt genoemd: het ontmoeten van de Boeddha. Het heldere gewaarzijn dat Boeddho genoemd wordt, de Wetende, de Wakkere, de Stralende. Het is een ontmoeten en verblijven bij de Boeddha, met een heldere en wetende geest. Het was de Boeddha van vlees en bloed die het Parinibbana inging. De werkelijke Boeddha, de Boeddha die - helder en stralend - weet, kunnen we ook vandaag de dag nog ervaren en bereiken, en als we dat doen, dan zijn we n in ons hart.
Laat dus alles los, zet alles naast je neer, alles behalve 'weten'. Laat je niet afleiden door beelden en geluiden die in je meditatie opduiken. Zet ze naast je neer. Hecht je nergens aan. Blijf bij dit non-dualistische gewaarzijn. Maak je geen zorgen om het verleden of de toekomst. Ben alleen maar stil, en je zult in de toestand komen dat er geen vooruitgang meer is, geen achteruitgang, en ook geen stilstand, waar niets is waar je je aan kunt oriënteren of waar je houvast aan hebt. Waarom? Omdat er geen 'zelf' is, geen 'mijn' of (van) 'mij', dat is allemaal verdwenen.
De Boeddha leerde ons om ons op deze wijze vrij te maken van alles, op te houden om alles met ons mee te dragen. Om te weten, en om het na het te hebben geweten te laten gaan.
Het verwerkelijken van de Dhamma, het pad dat leidt naar vrijheid van de kringloop van leven en dood, is een taak die we helemaal alleen moeten doen. Probeer dus voortdurend los te laten, probeer de leringen van de Boeddha te begrijpen. Probeer je werkelijk in te zetten in je contemplatie. Maak je geen zorgen om je familie. Op het moment zijn ze zoals ze zijn, en eens zullen ze zijn zoals jij. Er is niemand op deze wereld die dat lot kan ontsnappen. De Boeddha zei ons om alles los te laten wat geen blijvend karakter heeft. Wanneer je alles hebt losgelaten openbaart zich waarheid, loslaten is een absolute voorwaarde. Dat is hoe het werkt, en het werkt zo voor iedereen in deze wereld. Maak je dus geen zorgen, en probeer nergens houvast in te zoeken.
Zelfs als je jezelf terugvindt, verzeild in gedachten, ook dat is prima, zolang er wijsheid is in je denken. Denk geen domme gedachten. Als je aan je kinderen denkt, denk dan aan ze met wijsheid. Waar de geest zich ook op richt, denk en weet dat dan met wijsheid, bewust van de aard van de geestelijke activiteit die plaatsvindt. Denk je aan iets met wijsheid, dan kun je het laten gaan, en dat betekent dat lijden tot een einde komt. De geest is helder, verheugd en vreedzaam, en omdat het niet gericht is op afleiding is het onverdeeld. Op dit moment is het je adem die je hierin kan ondersteunen en helpen.
Dit is jouw werk, van niemand anders. Laat het aan anderen om hun werk te doen. Jij hebt je eigen plichten en verantwoordelijkheden en je hoeft die van je familie niet op je te nemen. Neem niets anders op dan wat van jou is, laat het allemaal gaan. Het loslaten zal je geest kalmeren. Je enige verantwoordelijkheid is nu om je geest te concentreren en het tot rust te brengen. Laat alles achter, en bekommer je om je eigen werk, bekommer je om je eigen verantwoordelijkheid. Wat er ook opkomt in je geest, of het nu angst is of pijn, de angst voor de dood, bezorgdheid om anderen of wat dan ook, zeg dan: "Val me niet lastig, dit is mijn zorg niet meer." Blijf dit tegen jezelf zeggen als je de dhammas ziet opkomen.
Waar verwijst het woord dhamma naar? Alles is dhamma. Er is niets wat geen dhamma is. En wat wat betreft 'wereld'? De wereld is de mentale toestand die je prikkelt op dit moment. "Wat zal deze persoon gaan doen? Wat zal die persoon gaan doen? Wie zal voor ze zorgen als ik dood ben? Zullen ze het wel redden?" Dit is allemaal slechts 'werelds'. Zelfs het opkomen van de gedachte van angst voor de dood is de wereld. Gooi de wereld weg. De wereld is zoals hij is. Je geest wordt verduisterd en kan zichzelf niet meer zien als je de wereld toestaat op te komen in je geest en je bewustzijn laat domineren. Dus wat er ook opkomt in je geest, zeg gewoon: "Dit gaat me niet aan, deze dingen zijn tijdelijk, onbevredigend en niet-zelf".
Denken dat je nog een hele tijd zo moet leven maakt dat je lijdt. Maar denken dat je liever nu meteen zou willen sterven, is ook niet goed, dat is ook lijden. Alle dingen zijn voorwaardelijk, en behoren ons niet toe, ze volgen hun eigen natuurlijke wetten. Je kunt niets veranderen aan hoe het lichaam is. Je kunt het een beetje verfraaien, het aantrekkelijker maken, en het schoon houden, zoals jonge meisjes doen die hun lippen verven en hun nagels laten groeien, maar als we ouder worden zitten we allemaal in dezelfde boot. Dat is hoe het lichaam is, je kunt er niets aan veranderen. Wel kun je je geest verbeteren en mooier maken.
Iedereen kan een huis bouwen van hout en stenen, maar de Boeddha leerde ons dat zo'n huis niet ons werkelijke (t)huis is. Het is slechts in naam van ons. Het is een werelds huis, wat aan wereldse wetten gebonden is. Ons ware (t)huis is innerlijke vrede. Een huis kan heel mooi zijn, maar is niet erg vredig. Je maakt je er zorgen over, dan weer dit en dan weer dat, je maakt je er angstig over. Daarom zeggen we: 'het is niet ons ware (t)huis', het is iets wat buiten ons is, er komt een tijd dat we het op moeten geven. Het is geen plek waar we permanent in zullen wonen omdat het ons niet echt toebehoort, het behoort de wereld toe.
En ook met ons lichaam is het zo. We zien het als ons zelf, zien het als 'ik' of 'mijn', maar in werkelijkheid is het helemaal niet zo, is het ook 'n werelds huis. Je lichaam heeft zijn natuurlijke verloop gevolgd van geboorte tot nu, nu het oud is en ziek, en je kunt het niet verbieden om zo te doen omdat het lichaam nu eenmaal zo is. Als je zou willen dat het anders zou zijn, zou net zo belachelijk zijn als wanneer je zou willen dat een eend zich als een kip zou gaan gedragen. Als je ziet dat dat onmogelijk is, dat een eend zich dient te gedragen als een eend, dat een kip een kip moet zijn, en dat lichamen oud moeten worden en sterven, dan zul je hierin kracht en energie vinden. Hoe je ook zou willen dat het lichaam altijd maar door zal gaan, en heel lang zal leven, het zal toch niet gebeuren.
The Boeddha zei:
Annicca vata sankhara - Uppadavayadhammino - Upajjhitva nirujjhanti - Tesam vupasamo sukho.
Het woord 'sankhara' heeft betrekking op dit lichaam en deze geest. Sankharas zijn tijdelijk en veranderlijk. Ze komen en gaan. Ze ontstaan en verdwijnen, worden geboren en sterven, en toch wil iedereen dat ze onvergankelijk zijn. Dit is dwaasheid. Kijk slechts naar de adem. Als je in hebt geademd, adem je weer uit. Dat is de natuur van ademen, dat is hoe het moet zijn. Inademen en uitademen moeten elkaar afwisselen, deze verandering moet er voortdurend zijn. Sankharas bestaan door verandering, je kunt dat niet verhinderen. Denk eens: kun je uitademen zonder inademen? Zou dat goed voelen? Of alleen maar inademen? We willen dat dingen blijvend zijn, maar dat kan niet, dat is onmogelijk. Als je ingeademd heb, moet je ook weer uitademen, en als je uitgeademd hebt moet je ook weer inademen en dat is de natuur, of niet soms? Als je geboren bent worden we ook oud en ziek, en dat is volkomen natuurlijk en normaal. Omdat de sankharas hun werk doen, alleen omdat de inademing en de uitademing elkaar voortdurend afwisselen is het mogelijk voor de mens om te bestaan.
Op het moment dat we geboren zijn zijn we ook dood. Onze geboorte en onze dood zijn slechts n ding. Het is als met een boom: Als er wortels zijn, dan moeten er ook takken zijn. Als er takken zijn, dan moeten er ook wortels zijn. Je kunt niet het een hebben zonder het ander. Het is enigszins grappig om te zien hoe mensen bij een overlijden zo bedroefd zijn en in verwarring, en zo blij en verrukt bij een geboorte. Het is allemaal vanwege onze verblinding; niemand neemt de moeite om het eens goed te bekijken. Ik denk als je werkelijk wilt huilen, huil dan liever wanneer iemand geboren wordt. Want in feite is geboorte dood, en dood is geboorte - de wortel is de tak, de tak is de wortel. Als je moet huilen, huil dan bij de wortels, huil dan bij de geboorte. Bekijk het eens goed: Als er geen geboorte was, was er ook geen sterven. Kun je dit begrijpen?
Denk niet te veel na. Denk alleen maar "Dit is hoe de dingen nu eenmaal zijn". Dat is je werk, jouw taak. Op dit moment kan niemand je helpen. Er is niets dat je familie of je bezittingen voor je kunnen doen. Het enige wat je nu kan helpen is het juiste gewaarzijn.
Dwaal niet af. Laat het gaan. Gooi alles overboord. Of je nu kunt laten gaan of niet, de tijd begint te komen dat alles je toch gaat verlaten. Zie je hoe alle delen van je lichaam proberen weg te glippen? Neem bijvoorbeeld je haar. Toen je jong was waren ze dik en zwart. Nu vallen ze langzaam uit, het is je aan het verlaten. Je ogen waren scherp, en nu zijn ze zwak en onhelder. Als je organen op zijn vertrekken ze, dit is niet hun thuis. Als kind had je sterke stevige tanden terwijl ze nu loszitten of misschien heb je zelfs valse tanden. Je ogen, oren, je neus en je tong, alles probeert van je weg te komen omdat dit niet hun thuis is. Je kunt je geen permanent thuis maken in een sankhara. Je kunt er voor een tijdje verblijven, maar dan moet je gaan. Het is als een huurder die zijn kleine huisje bekijkt met ogen die niet meer al te goed zien, Zijn tanden en ook zijn oren zijn niet meer zo al te best. Zijn lichaam gaat over de jaren sterk achteruit, en alles is bezig om te vertrekken.
Je hoeft je dus ook nergens zorgen om te maken omdat dit niet je echte thuis is. Het is slechts een tijdelijke verblijf waar je hebt geschuild. Je bent in deze wereld gekomen en daarom moet je contempleren op haar natuur. Alles wat er is bereidt zich voor om te verdwijnen. Kijk naar je lichaam: is er iets in je lichaam wat nog dezelfde vorm had als voorheen? Is je huid zoals het geweest is? Je haren, die zijn ook niet meer hetzelfde, nietwaar? Waar is het allemaal gebleven? Dit is de natuur van de dingen. Als hun tijd voorbij is, gaan de voorwaardelijke dingen hun eigen weg. Er is niets in deze wereld waar je steun bij kunt vinden. - het is een eindeloze kringloop van opwinding en problemen, plezier en pijn. Er is geen vrede.
Als we geen echt thuis hebben zijn we als een doelloze reiziger, ergens onderweg, een tijdje die richting en dan weer een andere richting, een tijdje blijven en dan weer vertrekken. Tot we ons echte thuis gevonden hebben, zullen we ons ongemakkelijk voelen bij alles wat we doen. Het is als iemand die net zijn dorp verlaten heeft voor een lange reis. Pas wanneer hij weer thuis komt voelt hij zich weer op z'n gemak en kan hij weer ontspannen.
Echte vrede kan nergens op deze wereld gevonden worden. De armen kennen geen vrede, en evenzo de rijken. Volwassenen hebben geen vrede, kinderen hebben geen vrede. De laag-opgeleiden hebben geen vrede, en ook de hoog-opgeleiden niet. Er is nergens vrede te vinden. Dat is karakteristiek aan deze wereld.
Degenen die weinig bezittingen hebben lijden, en evenzo lijden zij die veel bezitten. Kinderen, volwassenen, oude mensen, iedereen lijdt. Het lijden omdat je oud bent, lijden omdat je jong bent, het lijden veroorzaakt door je armoe, het lijden veroorzaakt door weelde, overal vind je lijden.
Wanneer je de dingen op deze wijze nauwkeurig contempleert, zie je annicam, de tijdelijkheid van de dingen. En ook dukkham, de onbevredigendheid van alle dingen. En waarom zijn ze nooit blijvend, en altijd onbevredigend? Dat is omdat ze annatta zijn: niet-zelf.
Zowel je lichaam, nu ziek en pijnlijk, en je geest die de ziekte en de pijn gewaarwordt, beide zijn dhammas. Dat wat geen vorm heeft, de gedachten, de gevoelens, het waarnemen wordt nama-dhamma genoemd. Het stoffelijk lichaam wordt rupa-dhamma genoemd. Het stoffelijke is dhamma en ook het onstoffelijke is dhamma. We leven met dhammas, in dhammas, we zijn in feite dhammas. In feite is er nergens zoiets als een 'ik' of 'zelf' te vinden, het enige wat je vindt zijn dhammas, voortdurend verschijnend en weer verdwijnend, geheel volgens hun natuur. Iedere seconde ondergaan we leven en dood. Dit is hoe de dingen in wezen zijn.
Als we aan de Boeddha denken, aan de wijsheid die hij ons gegeven heeft voelen we verering, toewijding en respect. Zelfs zonder de Dhamma in praktijk te brengen zien we soms de waarheid van zijn leer. Maar ook al hebben we kennis van zijn leer, als we ze goed bestudeerd hebben, en in praktijk gebracht, maar niet de waarheid ervan gezien, dan zijn we nog altijd thuisloos.
Probeer dus begrip te krijgen voor het feit dat alle mensen, alle wezens, uiteindelijk moeten vertrekken. Als een wezen zijn tijd geleefd heeft, gaat hij zijn natuurlijke weg. De rijken, de armen, de jongeren, de ouderen, alle wezens moeten deze verandering ondergaan.
Als je je realiseert dat de wereld zo in elkaar zit, begint de wereld je als het ware te vervelen. Het is een ontluisterende ervaring om te zien dat er in deze wereld niets is wat blijvend, stabiel is, niets blijvends om aan vast te houden. Dat je ontsteld bent, wil niet zeggen dat je aversie hebt. De geest is helder. De geest ziet dat er weinig te verbeteren valt, dat het allemaal gewoon is zoals de wereld in wezen is. Als je op deze wijze de wereld beziet kun je je gehechtheden loslaten. Laat het gaan met een geest die noch blij is noch bedroefd, maar in vrede met de sankharas door met wijsheid hun veranderende natuur te zien. Anicca vata sankharam - alle sankharas zijn vergankelijk.
Om het eenvoudig te zeggen: vergankelijkheid is de Boeddha. Als we een vergankelijk, tijdelijk fenomeen helder waarnemen zien we dat er wel iets onvergankelijks, iets wat altijd blijvend is aan zit. Blijvend is dat het altijd en eeuwig onderhavig is aan verandering. Dat is het enige houvast dat we als mensen hebben. Er is een voortdurende transformatie gaande, van kind-zijn naar jeugd, en later de ouderdom, en die vergankelijkheid, de karakteristiek van verandering, is het enige wat vaststaat in ons leven. Als je er op die manier naar kunt kijken, komt je geest tot rust. Je bent niet de enige die hier doorheen moet, dit geldt voor iedereen.
Als je dingen op deze wijze beschouwt, zul je ze als vervelend zien, en teleurstelling zal opkomen. De verrukking die je ervaart in de wereldlijke genoegens zal verdwijnen. Je zult zien dat wanneer je veel hebt, je veel achter zult moeten laten, dat als je weinig hebt, je weinig achter hoeft te laten. Weelde is niet mr dan weelde. Een lang leven is gewoon lang leven, en daar is niets speciaals aan.
Belangrijk is dat we doen zoals de Boeddha ons leerde en ons eigen huis bouwen op de manier die ik je heb uitgelegd. Bouw je huis door te laten gaan. Laat alles gaan tot de geest vrede vindt, vrij van vooruitgang, vrij van achteruitgang, vrij van stilstand. Blijdschap is niet ons huis, pijn is niet ons huis. Blijdschap en pijn zullen allebei weer verdwijnen.
De Boeddha zag dat alle sankharas vergankelijk zijn, en daarom leerde hij ons om al onze gehechtheden te laten gaan. Als we op het einde van ons leven zijn hebben we zowiezo geen keuze, we kunnen niets met ons meenemen. Zou het dan niet beter zijn om al eerder alles naast je neer te zetten. Het is een zware last om er mee rond te lopen. Waarom niet nu meteen die zware last van je afgegooid? Waarom loop je ermee te zeulen? Laat het gaan, ontspan je, en laat je familie voor je zorgen.
Diegenen die de zieken verzorgen groeien in hun deugd. Iemand die ziek is moet anderen de gelegenheid daartoe geven, en ze niet te veel in de weg leggen. Als er pijn is of een ander probleem, laat ze dat dan weten zonder de goede staat van je geest kwijt te raken.
Iemand die zijn ouders verzorgt, moet zijn geest vullen met warmte en vriendelijkheid, en niet gevangen raken in aversie. Dit is een uitstekende gelegenheid om je schuld af te betalen. Vanaf je geboorte tot je volwassenzijn ben je afhankelijk geweest van je ouders. We zijn vandaag hier omdat onze vaders en onze moeders ons op allerlei wijzen geholpen hebben. We zijn ze een ongelooflijke hoeveelheid dankbaarheid verschuldigd.
Vandaag dus, nu alle kinderen en verwanten hier bijeen zijn, zie hoe je ouders je kinderen geworden zijn zoals eerst jij hun kind was. Ze worden ouder en ouder tot ze weer kind geworden zijn. Hun herinneringen verdwijnen, hun ogen zien niet meer zo goed en hun oren horen niet meer, soms verdraaien ze hun woorden. Laat het je niet verontrusten of opwinden. Ieder van jullie die hier helpen bij hun verzorging moeten weten hoe ze los kunnen laten. Hou je niet vast aan dingen, laat gaan, laat de dingen hun eigen weg volgen. Als een klein kind ongehoorzaam is laten de ouders het kind gewoon z'n gang gaan, alleen maar om de vrede te bewaren en om het gelukkig te maken. Nu zijn je ouders als die kinderen. Hun herinneringen en hun indrukken zijn verward. Soms halen ze jullie namen door elkaar, of je vraagt ze om een kopje te geven en ze geven een bord. Dat is normaal, laat je daardoor niet verontrusten of wind je daarover niet op.
Laat de zieke zich de vriendelijkheid herinneren van degene die hen verpleegt en geduldig de pijn verdragen. Span je geestelijk in om je geest niet onrustig en verward te te laten worden, en maak het de mensen die je verzorgen niet moeilijk. Laat degenen die de zieken verzorgen hun geest vullen met deugdzaamheid en vriendelijkheid. Probeer geen aversie te hebben tegen de onaantrekkelijke zijde van het werk, om braaksel op te ruimen of speeksel, of urine of uitwerpselen. Doe je best, zodat iedereen in de familie zijn steentje bijdraagt.
Dit zijn de enige ouders die je hebt. Zij gaven je het leven, waren je leraren, je verplegers, ze zijn alles voor je geweest. Dat ze je grootgebracht heben, je onderwezen, hun rijkdom met je gedeeld hebben, en je tot hun erfgenaam hebben gemaakt is de grote verdienste van je ouders. Daarmee verbonden leerde de Boeddha ons de deugden katannu en katavedi, besef hebben van onze diepe dankbaarheid, en proberen om het terug te geven. Deze twee dhammas vullen elkaar aan. Als onze ouders in de problemen zijn of ziek, dan doen we ons best om ze te helpen. Dit is Katannukatavedi, de deugd waardoor de wereld voortgang vindt. Het voorkomt dat families uit elkaar vallen en maakt ze stabiel en harmonieus.
Vandaag heb ik je de Dhamma als een gift in deze sombere tijd van ziekte gegeven. Ik heb geen materiële giften om je te geven, dat is ook al voldoende aanwezig is in dit huis, en daarom geef ik je de Dhamma. Iets van blijvende waarde, iets waar je voor altijd uit kunt putten. Je hebt het nu van mij gekregen. Je kunt het aan zoveel mensen doorgeven als je wilt, zonder dat het zijn waarde verliest. Dat is de natuur van deze waarheid. Ik ben blij dat ik je deze Dhamma-gift heb kunnen geven en hoop dat het je de kracht zal geven om om te gaan met je pijn. "
Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn? '
door Henk Blezer
Ik citeer alleen uit het eerste, het meest feitelijke deel van dit artikel en sla Tibetaanse woorden zoveel mogelijk over.
" Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn?
Ik doel nu niet zozeer op die kant en klare voorstellingen—voorgesneden, gedroogd en in zakjes verpakt—die we via deze of gene cultuur hebben meekregen: al die mozaïekjes van hoop en vrees, inzicht en verbeelding, en zo meer, die we als een soort van hebbedingetjes verwachtingsvol in ons kleine koffertje voor het lange reisje gestopt hebben (want … je weet maar nooit …).
Nee, de vraag is directer, is ‘dood-zijn’ iets dat ervaarbaar is, en, ‘Hoe is dat dan’? Het punt is dus niet, welke voorstellingen heeft u hier al over, maar hoe zou u zich dit nu, vers van het mes zogezeid, als een ervaringsfeit voorstellen.
Nu is het natuurlijk zo, dat ons voorstellingsvermogen op dit moment in grote mate bepaald wordt door al die koffertjes die we al dan niet bewust met ons meesjouwen. En bovendien willen dat soort meer directe beelden vaak pas naar boven komen, als de mogelijkheid van sterven en dood in onze ervaringswereld actueel geworden is en eerst en vooral natuurlijk, überhaupt daarin toegelaten wordt.
Wellicht zijn er een aantal onder de lezers dezes, die in mindere of meerdere mate indringende ervaringen op dit gebied hebben opgedaan. Volgens een Gallup poll van 1982, zou zelfs één op de twintig Amerikanen minstens één zogenaamde ‘bijna-dood-ervaring’ gehad hebben. Ik wil nu even in het midden laten of een ‘bijna-dood-ervaring’ op het gebied van het sterven ligt of behoort tot een ‘toestand van dood-zijn’. In ieder geval zal er bij de meesten van u op de een of andere manier ook een meer ervaringsmatig referentiekader aanwezig zijn.
Ik ga u nu uitnodigen om, vanuit uw eigen ervaringen en denkbeelden omtrent sterven en dood, met mij mee te kijken naar wat er in Tibetaans buddhistische literatuur hierover terug te vinden is.
Ik noem deze vrij diverse verzameling van teksten en delen daarvan voor het gemak maar ‘bar do-literatuur’ of ‘bar do-teksten’, hiermee verwijs ik dan naar die teksten die zich met de zogenaamde bar do’s, overgangsfasen of tussenstaten in leven en dood, bezig houden. Ik beperk me hier overigens tot de Tibetaans buddhistische traditie en laat de Tibetaanse bon-traditie buiten beschouwing.
In bar do-teksten blijkt die meer ‘ervaringsmatige kant’, waar we het zonet over hadden, nu juist sterk op de voorgrond te treden. De ervaringen van sterven en dood worden beschreven als veranderingen in bewustzijnstoestand (wat dat dan ook precies moge zijn). En als zodanig beschouwt men ze in deze tradities als intensieve varianten van de ervaringen die men opdoet bij inslapen en bij de toestand van de slaap danwel droomslaap en andere veranderingen in bewustzijnstoestand zoals die plaatsvinden bij een flauwte, trance en extase, al dan niet sexueel, of gewoon bij een flinke niesbui; een verband overigens, waar in India al in de laat-vedische literatuur op gewezen is. Ik zal hier later nog op terugkomen.
Om er in te komen zal ik eerst een korte beschrijving van het proces van sterven geven. Ik baseer me hierbij op een vertaling van een tekst van de hand van de zeventiende-eeuwse [tekst]; door Eric Hein Schmit of Padma kun bzaṅ vertaald als ‘The Mirror of Mindfulness’.
Deze beschrijving is hier en daar aangevuld met die van de huidige rDzogs chen meester bSod rgyal Rin po che zoals die te lezen is in zijn onvolprezen boek ‘The Tibetan Book of Living and Dying’. Op enkele punten wijkt zijn opsomming enigszins af van die van rTse le Rin po che.
Een andere uiteenzetting van de stadia van het sterven vinden we in een tekst van de achtiende-eeuwse [tekst]; door Lati Rinbochay en Jeffrey Hopkins vertaald als ‘Death, Intermediate State and Rebirth in Tibetan Buddhism’ of letterlijker als ‘Lamp thoroughly Illuminating the Presentation of the Three Basic Bodies’. Deze presentatie wijkt sterk af van de eerder genoemde versies; deze zal dan ook grotendeels buiten beschouwing gelaten worden.
We kunnen op basis van deze twee of eventueel drie uiteenzettingen twee fasen van telkens vier stadia onderscheiden. rTse le Rin po che en bSod rgyal Rin po che beschrijven bovendien bepaalde voortekenen van de op handen zijnde ontbinding. In het algemeen verloopt de ontbinding van grof naar subtiel, van het lichamelijke—hetgeen uiteraard ook zijn mentale gevolgen heeft—naar het mentale. Ik zal u de meer technische details besparen. (Volgens rTse le Rin po che nemen eerst de vitale energieën in het algemeen af: voortekenen)
I DE VOORTEKENEN VAN ONTBINDING
IA (DE VOORTEKENEN VAN) HET VERVAL VAN DE VIJF PRIMAIRE VITALE ENERGIEËN
1 EQUAL-ABIDING WIND =FIRE-DWELLING WIND (SAMĀNA)
De spijsvertering wordt geremd. De lichaamswarmte van de stervende neemt af, zijn handen en voeten worden koud.
2 LIFE-UPHOLDING WIND (PRĀṆA)
De geest van de stervende is niet meer helder, hij raakt in de war.
3 DOWNWARD-CLEARING WIND (APĀNA)
De spieren in zijn onderbuik met name darmen en blaas onttrekken zich aan zijn wil.
4 UPWARD-MOVING WIND (UDĀNA)
Hij kan niet meer slikken en is kortademig.
5 PERVADING WIND (VYĀNA)
Hij kan zijn ledematen niet meer goed bewegen en de aderen in zijn lichaam beginnen enigszins in te zakken.
IB (DE VOORTEKENEN VAN) HET VERVAL VAN DE VIJF SECUNDAIRE VITALE ENERGIEËN DIE MET DE ZINTUIGLIJKE FUNKTIES GEASSOCIEERD WORDEN.
Volgens bSod rgyal Rin po che zullen nu ook de zintuigen ophouden te functioneren, de stervende vangt nog slechts vage impressies uit zijn omgeving op. Dit nu geeft aan dat de stadia van ontbinding hun aanvang genomen hebben. (Volgens rTse le Rin po che vindt dit pas later, en dan ook meer radicaal plaats. Bij dByaṅs can dga’ ba’i blo gros vallen de eerste vijf zintuiglijke functies tijdens de volgende vier, hierna te bespreken, stadia weg (en wel twee in het vierde stadium), en desintegreert het laatste, volgens buddhistische classificatie, zesde ‘zintuig’, het denkvermogen (Skt. manas, Tib. yid) in de daaropvolgende fase van vier stadia.)
II DE STADIA VAN ONTBINDING.
IIA DE STADIA VAN HET OPLOSSEN VAN DE UITERLIJK ZICHTBARE FACTOREN: HET VERVAL VAN DE CAKRA’S (‘KHOR LO’S) EN HET ACHTEREENVOLGENS OPLOSSEN VAN DE HIERMEE EN MET DE OVEREENKOMSTIGE VIJF SKANDHA’S (PHUṄ PO LṄA) EN ELEMENTEN GEASSOCIEERDE VITALE ENERGIEËN.
1 HET VERVAL VAN HET NIRMĀṆACAKRA (SPRUL PA’I ‘KHOR LO) EN DE RŪPASKANDHA, DE VITALE ENERGIE DIE MET HET AARDE ELEMENT VERBONDEN WORDT NEEMT AF TEN GUNSTE VAN DIE DIE MET HET WATER ELEMENT GEASSOCIEERD WORDT.
Het volgende dat men merkt is dat de lichaamskracht van de stervende verdwijnt, hij kan zijn hoofd niet meer rechtovereind houden, zijn armen en benen worden slap, hij voelt zich zwaar en ongemakkelijk alsof hij door een immens gewicht verpletterd wordt. Zijn gelaatskleur verdwijnt en hij wordt bleek, zijn wangen vallen in, en er verschijnt een (zwarte) aanslag op zijn tanden. Hij zou graag willen dat iemand hem op zou tillen en overeind zou houden. Volgens bSod rgyal Rin po che wordt het steeds moeilijker voor de stervende om zijn ogen nog te openen en te sluiten.
Hij voelt zich zwak en kwetsbaar, aanvankelijk is hij opgewonden en koortsachtig maar hij zakt dan al gauw weg in een suffe en gedeprimeerde toestand. Hij krijgt een visioen van een luchtspiegeling zoals die boven heet woestijnzand te zien zou zijn. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros valt het gezichtsvermogen nu pas weg.)
2 HET VERVAL VAN HET JÑĀNACAKRA (YE ŚES KYI ‘KHOR LO OFWEL THUGS KYI ‘KHOR LO) EN DE VEDANĀSKANDHA, WATER-VUUR.
Hij kan het speeksel en neusslijm niet meer binnen houden (dit vindt volgens rTse le Rin po che al in het vóórgaande stadium plaats). Er kunnen ook uitscheidingen uit de ogen plaatsvinden; mogelijk kan hij ook de ontlasting niet meer ophouden. Zijn ogen liggen droog en stroef in hun kassen. Zijn lippen zijn samengetrokken en bloedeloos en zijn luchtwegen drogen uit en voelen slijmerig en enigszins verstopt aan, de neusvleugels vallen in, de tong droogt uit en voelt verkrampt en stijf. Hij voelt zich erg dorstig. Hij beeft en heeft stuiptrekkingen. Er hangt een doodslucht om hem heen.
Lichamelijke gewaarwordingen verdwijnen, hij wordt heen en weer geslingerd tussen pijn en gemak, overhitting en onderkoeling. Hij voelt zich beneveld, nerveus en prikkelbaar. Hij heeft een visioen van mist en rookslierten. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros valt nu ook de gehoorzin weg.)
3 HET VERVAL VAN HET SAṂBHOGACAKRA (LOS SPYOD KYI ‘KHOR LO) EN DE SAṂJÑĀSKANDHA, VUUR-LUCHT.
De mond en neus van de stervende drogen geheel uit en de adem voelt koud aan. De lichaamswarmte trekt zich terug, meestal vanuit de handen en voeten naar het hart toe, mogelijk wordt hij een hitte als van stoom gewaar die uit zijn kruin lijkt te ontsnappen. Hij kan niets meer drinken of verteren. Hij is nu eens helder en dan weer verward, en hij kan zich niets of niemand meer herinneren. Hij heeft een visioen van glimmerende rode vonken zoals die boven een vuur dansen, een beetje zoals vuurvliegjes. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros valt nu ook de reukzin weg.)
4 HET VERVAL VAN HET SUKHAPĀLACAKRA (BDE SKYOṄ GI ‘KHOR LO) EN DE SAṂSKĀRASKANDHA, LUCHT-BEWUSTZIJN, ALLE VITALE ENERGIEËN LOSSEN OP IN DE LIFE-UPHOLDING WIND (PRĀṆA).
Het wordt steeds moeilijker om adem te halen, het lijkt wel alsof de lucht uit zijn keel ontsnapt. Hij ademt zwaar en rochelt, hapt kort en moeizaam naar adem terwijl zijn uitademingen steeds langer worden. Zijn ogen draaien naar boven en staren.
Hij is totaal de kluts kwijt en verliest het contact met de omgeving. Hij begint te hallucineren en afhankelijk van zijn staat van geest heeft hij angstaanjagende schrikbeelden en herleeft hij verschrikkelijke momenten uit zijn leven of heeft hij hemelse en gelukzalige ervaringen en ontmoet hij vrienden en beminden of verlichte wezens. Hij heeft een visioen van een rood-vlammende toorts of lamp. (Volgens dByaṅs can dga’ ba’i blo gros vallen nu ook de smaak- en tastzin weg.) (Volgens rTse le Rin po che houden de zintuigen pas op dit punt op te functioneren. In zijn beschrijving lost nu ook de vitale energie verbonden met bewustzijn op en domineert die die met de lege ruimte geassocieerd wordt, zowaarschijnlijk moeten we dit echter pas aan het eind van de volgende vier stadia plaatsen).
De (uitwendige) ademhaling is nu opgehouden, alle lichaamsfuncties zijn gestopt, het lichaam heeft een lijkkleur aangenomen en is koud geworden, enkel rond het hart is nog enige lichaamswarmte waarneembaar. Hij is nu klinisch dood. Volgens de heersende medische opvattingen was dit het dan.
Volgens Tibetaanse bar do-teksten is de stervende echter nog niet echt dood. Er wordt inderdaad gezegd, dat, in het algemeen, dit het punt is waarna men niet meer kan herstellen van het sterven. Maar er is nog een subtiele innerlijke respiratie gaande die nog een korte wijl stand zal houden (traditioneel gelijkgesteld met de periode die nodig is om een maaltijd te nuttigen, dat wil zeggen zo’n vijftien à twintig minuten). Hij is nu weliswaar klinisch dood, maar nu begint het pas echt interessant te worden.
IIB DE STADIA VAN HET OPLOSSEN VAN DE SLECHTS INNERLIJK WAARNEEMBARE FACTOREN: HET VERVAL VAN DE GROVE EN SUBTIELE VOORSTELLINGEN EN EMOTIES
…..."
Bron: Boeddhistisch Dagblad
Tegen de zon in kijken; doodsangst en hoe die te overwinnen
door Irving D. Yalom
Ik beperk me tot het weergeven van de samenvatting zoals die staat op de Bol.com-pagina over dit boek.
Dit omdat m'n subjectieve ervaring bij het lezen van dit boek lastig onder woorden te brengen is.
“ Hoe kunnen we iets wat voor ons allen even finaal als raadselachtig is als de dood leren begrijpen en accepteren? Yalom laat zien hoe een droom, een verlies, een traumatische ervaring, de dood of ziekte van een dierbare of gewoon de naderende ouderdom keerpunten kunnen zijn op weg naar een zinvoller leven, als wij er tenminste de inspiratie aan kunnen ontlenen om onze prioriteiten te verleggen en meer risico’s te nemen voor een bevredigender en liefdevoller leven. Zo leren we oprechter te communiceren met de mensen van wie we houden, te stoppen met dingen die we niet willen doen en de schoonheid van het leven bewuster te ervaren.
De mens vreest meestal de dood en is ook vaak bang om erover te denken en te spreken. Zelfs in de psychotherapeutische praktijk komt het onderwerp daardoor minder vaak voldoende openlijk naar voren dan gewenst en zinvol is. De ervaring van de auteur, de beroemde Amerikaanse existentiële psychotherapeut en schrijver van enkele romans en toegankelijke boeken over zijn vak, geeft in dit boek aan hoe belangrijk het is voor onze levenskwaliteit om - wanneer het nodig is - bewust stil te staan bij zoals de dood in ons leven zich manifesteert. Een - plotseling - sterven van een medemens of een eigen ervaring van er bijna geweest te zijn, raakt ons gevoel zelf sterfelijk te zijn. Negeren hiervan - of niet-herkennen - kan leiden tot geestelijk lijden. De auteur geeft in eenvoudige woorden ook een handreiking aan therapeuten en is kritisch naar moderne oppervlakkige therapievormen. De auteur vertelt over zijn therapiewerk, zijn - filosofische en therapeutische - inspiratiebronnen en leermeesters (onder anderen Rollo May) en zijn eigen biografie. "
Bron: Bol
Abonneren op:
Posts (Atom)





