Posts tonen met het label brieven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brieven. Alle posts tonen

zondag 24 februari 2013

De Boeddhistische Omroep zoekt hoofdredacteur radio; de advertentie met wat commentaar

De afdeling Radio van de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS ) zoekt een hoofdredacteur .
Zie hun website .
Ze zoeken deze hoofdredacteur met onmiddellijke ingang maar vermelden niet waarom de kennelijk vertrokken hoofdredacteur ermee gestopt is.
Nu lijkt afscheid nemen van collega's toch al niet het sterkste onderdeel in het personeelsbeleid van de BOS (en dan denk ik niet alleen aan het vertrek met stille trom van directeur Gertjan Mulder) maar het lijkt me dat de nieuweling wel recht heeft op deze informatie, net zo als de luisteraars naar de BOS-Radio dat hebben.

Hieronder citeer ik de wervende tekst van de BOS website. Mijn commentaar erop had ik erop kunnen laten volgen maar omdat ik daar toch al mee begonnen ben, is het logischer dat eerst te doen.
Daarom een paar suggesties voor aanvullende 'eisen' te stellen aan de nieuwe man of vrouw.

- De hoofdredacteur moet niet zich niet teveel door BOS Televisie laten inspireren want die heeft nauwelijks 'boeddhisme' (de Dharma) in haar programma's; de BOS-Radio heeft dat meestal wel

- Alleen moeten ze wat minder aandacht aan Zen besteden, de verhoudingen zijn nu wat scheef;

- Bij de informatie ontbreekt dat de BOS na 2015 zo goed als zeker geen zendtijd meer heeft . Een mogelijke taak van de nieuwe hoofdredacteur kan ook zijn zich op het tijdperk na 2015 voor te bereiden, samen met andere media zoals blogs; bijvoorbeeld ontwikkelen van podcasts. Zoals buddhistgeeks en secularbuddhism.org/the-secular-buddhist-podcasts/ .
Deze suggestie heb ik onlangs ook gedaan aan de redacteur van BodhiTv ; tot m'n verbazing kreeg ik toen de indruk dat men bij de BOS echt denkt wat ex-directeur Gertjan Mulder laatst nog in de Volkskrant van 14 februari liet schrijven, namelijk dat de 'publieke omroep' ook na 2015 aandacht zal blijven besteden aan levensbeschouwelijke programma's voor bijvoorbeeld het boeddhisme. Hij zei: Ik neem aan dat de zendtijd bij dezelfde gemeenschappen blijft '. Bij de BUN dus; een grote illusie;

- Verder zou het geen kwaad kunnen als de journalistieke functie van de BOS-Radio meer aandacht krijgt, ook in kritische zin (is er ooit één kritisch programma over de BUN geweest?) en ook als het over de BOS zelf gaat;

- Hij of zij moet ook zelf programma's maken, interviews doen; niet alleen bureauwerk doen; de taakomschrijving lijkt me wat eenzijdig op managementtaken (aansturen en zo) gericht;

- 'Affiniteit met boeddhisme' is beladen woord, dat moet hij/zij zich goed realiseren. Het is met deze term, en dan nog in een vederlichte en in mijn ogen zeer vrijblijvende) operationalisering ervan dat de BOS dacht in een onderzoek tot het aantal van 900.000 boeddhisten te komen. Een resultaat dat veel ongeloof opriep maar bovendien als onderzoek ten onrechte door de BOS uit omroepmiddelen gefinancieerd blijkt te zijn, wat de BUN een boete van het Commissariaat voor de Media op lijkt te gaan leveren

- Kennis van de boeddhistische gemeenschap in Nederland met hun onderlinge gevoeligheden strekt tot aanbeveling. Het zou goed zijn als de nieuwe man of vrouw snel af is van de idee (die buitenstaanders vaak hebben) dat boeddhisten alleen maar vriendelijke en nette mensen zijn;

- Tenslotte: wellicht kan de nieuwe hoofdredacteur nieuw elan geven aan wat vroeger de 'BOS-Achterbandag' heette; in ieder geval zou het contact met de luisteraar geïntensiveerd kunnen worden.


Ik blijf de BOS-Radio volgen


====================================================================

Uit de tekst van de BOS-website - Vacature: hoofdredacteur radio


Voor het radioprogramma Hemelsbreed dat wekelijks op zaterdagmiddag van 15:00 tot 16:30 wordt uitgezonden op Radio 5 zijn wij per direct op zoek naar een
Hoofdredacteur radio m/v
(3 dagen per week, freelance)

Deze mooie opdracht heeft als hoofddoel het tot stand brengen van het radio-aanbod dat verband houdt met de boeddhistische identiteit. De BOS interpreteert deze opdracht als een heldere, duidelijke publiek-maatschappelijke oriëntatie, gebaseerd op en geïnspireerd door het boeddhistische gedachte- en cultuurgoed.

Als hoofdredacteur radio voer je de dagelijkse leiding over de afdeling radio. Je initieert, stimuleert en ontwikkelt in samenwerking met medewerkers en programmamakers een vooruitstrevend en toekomstbestendig radiobeleid, waarbij crossmediale mogelijkheden optimaal worden benut en wordt bijgedragen aan en aangesloten bij het inhoudelijk en strategisch beleid van de BOS.

Je draagt zorg voor een effectieve en efficiënte inzet van programmamakers radio, voert functioneringsgesprekken en zorgt samen met de overige hoofdredacteuren voor een optimale inzet van de programma’s binnen de BOS.

Takenpakket
•het coördineren van de werkzaamheden van het platform radio;
•het waarborgen van de samenhang van de programmering daarbinnen;
•het operationeel leidinggeven aan een team van programmamakers en medewerkers, het scouten van nieuw talent en het begeleiden hiervan;
•het actief meedenken over de inhoudelijke ontwikkeling van programmavoorstellen en formats.

Werkomschrijving
De hoofdredacteur:
•ontwikkelt in opdracht van en ter besluitvorming door de directeur het programmabeleid voor het platform radio;
•stelt een meerjarenplanning samen voor het platform radio;
•bevordert en bewaakt de kwaliteit van de radioprogramma’s;
•neemt deel aan vergaderingen waar het programmabeleid en programmazaken worden besproken waaronder de Algemene Redactie Vergadering;
•stelt programma samen en deelt de programmamakers in;
•geeft operationeel leiding aan het proces van voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden binnen het team en aan de programmatische medewerker(s);
•doet de eindredactie van het radioprogramma;
•werkt samen met de zakelijk leider met betrekking tot het opstellen van de afdelings- en programmabegroting en het beheer van het programmabudget, draagt bij aan het opstellen van het financieel jaarverslag van de afdeling alsmede het aangaan van verplichtingen met derden;
•werkt samen met de productieleider radio in het realiseren van uitzending van de programma’s;
•is verantwoordelijk voor de webcontent van het radioprogramma.
•fungeert als aanspreekpunt van strategische partners en neemt actief deel aan relevante bijeenkomsten en platforms;
•draagt er zorg voor en ziet erop toe, dat de richtlijnen worden gevolgd bij het maken van zakelijke afspraken met derden;
•sluit in overleg met directeur overeenkomsten met medewerkers.

Wij zoeken
HBO/WO werk- en denkniveau; een professionele achtergrond in een journalistieke of media-organisatie met radio-ervaring is een pré.
Affiniteit met radio, kennis van en gevoel voor crossmediale mogelijkheden is belangrijk, evenals ervaring in het leiding geven aan hoog opgeleide professionals en het sturen van veranderingsprocessen. Van nature werk je gestructureerd en ben je gewend procesmatig te denken. Je bent sociaal en communicatief zeer vaardig en bent iemand wiens levenshouding geworteld is in het boeddhisme of je hebt een zeer grote aantoonbare affiniteit hiermee. Je leeft en werkt conform de uitgangspunten en waarden zoals die ook in het boeddhisme centraal staan.

Wij bieden
Een freelance overeenkomst voor 12 maanden, gemiddeld 3 dagen per week, welke in overleg kunnen worden gewerkt. Het uurloon is afhankelijk van leeftijd werkervaring.
Interesse?

Reacties ontvangen we graag
voor 10 maart 2013 en kunnen worden gericht aan de BOS, bos@bosrtv.nl.

Wil je meer weten over de functie? Neem dan contact op met onze hoofdredacteur radio ad interim Dorothee Forma:
d.forma@bosrtv.nl
035 – 6771611.

Over de BOS
De Boeddhistische Omroep Stichting is een omroep op levensbeschouwelijke grondslag die voor een breed publiek toegevoegde waarde wil bieden door op een niet-dogmatische manier te inspireren en informeren over boeddhistische thema’s en inzichten. De BOS zendt programma’s uit via radio, televisie en internet (www.bosrtv.nl) en maakt onderdeel uit van de Publieke Omroep. De BOS is een kleine, informele en flexibele organisatie waarin de kwaliteit van de programma’s voorop staat.

vrijdag 4 januari 2013

Vriend zijn van het ‘Vipassana Meditatie- en Studiecentrum’

Passages uit een brief van het bestuur van de ‘ stichting Vipassana Meditatie- en studiecentrum ', die ik met instemming (en wat kommentaar) citeer.


“ Goed nieuws!
We verheugen ons te kunnen melden dat een landelijk Vipassana Meditatie en Studiecentrum in Nederland de komende jaren gerealiseerd zou kunnen worden. Een centrum dat vergelijkbaar is met bekende Aziatische meditatiecentra en Westerse centra zoals Gaia House in Engeland of Insight Meditation Society en Spirit Rock in de VS.

Aanleiding: een lang gekoesterde wens in vervulling laten gaan
Verschillende meditatie-leraren hadden en hebben de wens om te komen tot een ‘ Vipassana en Dhamma Centrum ’ waar het hele jaar door retraites gehouden kunnen worden.
....

Alleen haalbaar vanuit een breed gedragen commitment vanuit de verschillende sangha’s
Er zijn het afgelopen jaar veel besprekingen geweest in verschillende samenstellingen over het opzetten van een Vipassana Meditatie- en Studiecentrum in Nederland. Conclusie was steeds dat het alleen haalbaar is als de wens onder ‘Vipassana Nederland’ breed gedragen is. In de loop der jaren zijn er immers veel organisaties ontstaan: Stiching Jonge Boeddhisten Nederland, Sangha Metta, Stichting Inzichts Meditatie, Retraite Centrum Ezinge, Stichting Inzicht & Bevrijding, Tegen de Stroom in, etc. Hoewel zelfstandige organisaties bestaat er tussen deze personen en organisaties een zekere mate van ‘familiaire verwantschap’ als het om de Vipassana en Dhamma gaat.
Er zijn nu mogelijkheden om zo’n centrum te realiseren. Er ligt nu een concreet plan voor, met als (mogelijke) locatie Huize Loreto in Lievelde. De financiële haalbaarheid komt dichterbij, maar het centrum is alleen realiseerbaar met uw hulp. De verschillende Vipassana sangha’s en leraren moeten het centrum daadwerkelijk gaan gebruiken en zonder financiële steun van de sanghaleden blijft het een niet te realiseren droom.
....

Er zijn twee stichtingen opgericht, een eigendomsstichting die het centrum aankoopt en een beheerstichting (zie bijlage 2. voor visie en missie van de beheerstichting). die het centrum gaat beheren. De eigendomsstichting verhuurt het centrum aan de beheerstichting. De beheerstichting verhuurt in eerste instantie het centrum aan de Sangha’s voor vipassanaretraites en dhammastudie en aanverwante activiteiten. Op termijn kan de beheerstichting ook zelf activiteiten gaan organiseren. Voor de momenten waarop de vipassana sangha’s het centrum niet gebruiken, wordt het centrum verhuurd aan andere meditatie- en studiegroepen die passen in de sfeer van stilte en contemplatie. ...

De beheerstichting zal een aantal commissies samenstellen.
 Een spiritueel inhoudelijke commissie zal voornamelijk bestaan uit vipassana-leraren. Deze zal het bestuur adviseren over de inhoudelijke koers die het centrum gaat varen en over aanverwante dhamma-onderwerpen.
 Een commissie voor fundraising die tot taak heeft inkomsten te genereren voor het centrum.
 Een huishoudelijk commissie die het centrum gaat beheren (denk aan het runnen van de keuken en de huishouding).
 Een commissie administratie en verhuur die het centrum gaat verhuren aan de sangha’s en de administratie beheert.
 Een technische commissie voor het onderhoud en beheer van het gebouw en het landgoed.

Naast deze commissies zal het bestuur een Adviesraad samenstellen die meer op afstand staat en het bestuur ten alle tijden van advies kan voorzien.

…en een geschikte locatie!
Het bestuur van de eigendomsstichting is momenteel in onderhandeling met de paters van Huize Loreto. Deze locatie is zeer geschikt voor een Vipassana Meditatie- en Studiecentrum. Het centrum heeft een rijke historie, mooie energie, twee meditatieruimtes, zo’n 50 individuele kamertjes, 7 “appartementen” voor bewoners van een vaste kerngroep, een moderne keuken, 10 hectare grond en een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer. De afgelopen jaren hebben verschillende vipassana retraites plaats gevonden in Huize Loreto, en wel met veel genoegen. Op dit moment heeft Loreto dan ook de voorkeur van het bestuur maar er is nog geen zekerheid over deze locatie. Wij zijn dan ook nog op zoek naar andere locaties. Mocht je locaties weten, geef het dan aan ons door!

Wij hebben jullie hulp voor dit mooie project nodig: wat kun jij betekenen?
Zodra de plannen concreter worden en er een geschikte locatie gevonden is, zullen we vrijwilligers nodig hebben. Dat zullen we tegen die tijd kenbaar maken. Indien er een contemplatieve woongemeenschap gevormd wordt, zullen daar ook mogelijkheden zijn voor personen die dat ambiëren. En uiteraard is er geld nodig. Geld voor de aankoop, een verbouwing, onderhoud, de aanschaf van nieuwe spullen, het runnen van het centrum et cetera. Een project van dergelijke omvang kost veel geld en we zijn letterlijk met nul euro begonnen.

Daarom zijn we nu druk op zoek naar sanghaleden die dit project financieel willen ondersteunen. Als bestuur hebben wij hiervoor de mogelijkheid in het leven geroepen om middels een financiële bijdrage – klein of groot - VRIEND te worden van het meditatiecentrum. Als vriend blijf je gegarandeerd op de hoogte van wat er rond en in het centrum gebeurt, bijvoorbeeld via mailings en vriendendagen.



Het bestuur van de beheerstchting bestaat uit:
Harry Rijken, . . . . . . . . . voorzitter 031-8430037 harry@ryken.nl
Anca Ansink, . . . . . . . . . . . . . . .lid 010-4230606 a.ansink@planet.nl
Hans Gijsen, . . . . . . . . . . secretaris 010-4672952 hansgijsen@msn.com
Gerben Hieminga, penningmeester 06-83640072 gerbenvenwoude@hotmail.com


In een bijlage wordt beschreven op welke wijze men ‘ vriend ’ kan worden
Men kan vriend worden door een gift te storten op
bankrekeningnummer 620.33.73
te name van Meditatie en Studie Centrum Vipassana Nederland
in Amsterdam onder vermelding van naam en adres.

De diverse mogelijkheden worden beschreven, in het kort:
Een eenmalige bijdrage of een maandelijkse bijdrage aan de beheersstichting: kan direct; en
diverse vormen van leningen en schenkingen en opnemen van het centrum in het testament: kan in overleg.


In een tweede bijlage wordt visie, missie en doel van de beheerstichting beschreven
Hier wordt duidelijk dat het niet alleen om vipassana-meditatie gaat, maar ook om andere aspecten van het beoefenen van de Dhamma.
Weer een citaat uit de ‘vrienden-brief’:

De stichting handelt vanuit de volgende visie .
Er is een groeiend aantal mensen in Nederland die vipassanameditatie beoefenen. Ook bestaat er een groeiende behoefte aan het leiden van een (al dan niet parttime) monastiek leven. Dat betekent dat er reden en ruimte is om een centrum op te richten dat retraites voor vipassanameditatie, eventuele andere vormen van beoefening, maar ook de mogelijkheid tot het leiden van een monastiek leven aanbiedt. Een dergelijk centrum komt tegemoet aan de behoefte aan een plek waar overwegend in stilte beoefening plaatsvindt.

De missie van Vipassana Nederland is het initiëren en ondersteunen van activiteiten die de Boeddhistische leer, de beoefening van vipassana-meditatie en het sanghaleven bevorderen. Deze activiteiten zijn open omdat iedereen welkom is, ongeacht religieuze of maatschappelijke achtergrond.
Criterium voor deze open Sangha is niet het toevlucht genomen hebben in de Boeddha, Dhamma en Sangha, maar de bereidheid zich te verdiepen in de Boeddhistische leer en de praktijk van de vipassana-meditatie.

Het doel van de Stichting is in de statuten als volgt omschreven (artikel 2):
a) Het bevorderen van mogelijkheden tot monastiek/contemplatief leven in de Boeddhistische traditie en in het bijzonder door middel van meditatie op grond van de vipassana-methode, dhammastudie en andere methoden;
b) het aanbieden van meditatieretraites en studies in de boeddhistische psychologie;
c) meditatie en studie voor iedereen toegankelijk maken, ongeacht religieuze of maatschappelijke achtergrond;
d) het beheren van een centrum voor meditatie en studie;
e) alsmede het creëren van voorzieningen hiervoor, van welke aard dan ook;
f) het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk zijn.


==================================================================

Tot zover deze informatie
Een tweetal opmerkingen erbij, een praktisch en een principieel

Praktisch begrijp ik niet helemaal hoe ver het ‘monastieke leven’ gaat dat ook in het centrum mogelijk moet gaan worden
Konkreet: Theravada-monniken (bhikkhu’s en bhikkhuni’s) mogen ze van de vinaya dat soort werkzaamheden niet doen en ook geen geld bezitten. Ze krijgen eten en verdere verzorging; in boeddhistische landen: door in de buurt van het klooster wonende vrijwilligers die zoiets min of meer bij toerbeurt doen. Dat lijkt me in een ver van de steden liggend centrum in Nederland onmogelijk. Het alternatief is dat er twee soorten mensen (semi-)permanent in het centrum komen te wonen: degenen die verzorgen en degenen die verzorgt worden. Met alle respect: is dat wenselijk?

Principieel vind ik de nadruk op ‘vipassana’ als vorm van beoefening te beperkt.
Wel wordt gelukkig in de statutaire doelstelling ook gesproken over ‘ andere methoden ’ , maar de invulling daarvan lijkt mager.
‘Metta-meditatie’ bijvoorbeeld is geen vipassana, ook wel genoemd inzicht-meditatie;
het is òf een vorm van samatha òf een eigen, een derde vorm van bhavana; beide opvattingen kunnen op basis van sutta-studie verdedigd worden. Datzelfde geldt voor karuna- en (nog weinig toegepast) mudita-meditatie.
Ik zou de initiatiefnemers willen vragen nog eens te kijken naar wat er in de door hen zelf genoemde voorbeelden gebeurt, in Westerse centra zoals Gaia House in Engeland of Insight Meditation Society en Spirit Rock in de VS.
Concreet betekent dit: laat de mogelijkheid open ook andere dan vipassana-leraren een meditatie te doen geven, zoals nu ook bij de SIM gebeurt.

Een paar citaten uit ‘ This fantastic, unfolding experiment. Establishing the Insight Meditation Society and Spirit Rock ’ door Jack Kornfield ; een paar zinsdelen door mij vet gemaakt.

“ When we started IMS, it was primarily a Mahasi-oriented center. I brought in the flavor of Ajahn Chah as well. But because Joseph (Goldstein) and Sharon (Salzberg) had done most of their practice through the Burmese lineages of Mahasi Sayadaw and of U Ba Khin, and we shared this training, this is mainly what we taught. From the very beginning we offered the practices of both Mahasi Sayadaw and U Ba Khin, with Ruth Denison and John Coleman leading retreats.
...
When we started, the first principle that we got right —partly out of necessity (or out of desperation)— was that we would do collective teachings . One can see that the centers that have had the most difficulty have invested all the power in just one teacher. Often that person gets terribly isolated, and, as you know, many dharma centers in the West have suffered in some fashion or another due to the misconduct of their primary teacher.
...
The second principle that we got right —and I was a passionate advocate for this— was having multiple lineages . Even though there was a Mahasi lineage through Munindra, Mahasi Sayadaw, Dipa Ma, and Asabha Sayadaw that we shared at IMS, it was very important from the beginning that we invite other lineages and teachers. So early on we invited Christopher Titmuss and Christina Feldman—people who had studied with Ajahn Buddhadasa, Ajahn Dhammadoro, Ajahn Chah, and other teachers. From my own experience, it was healthier for both students and teachers alike to have access to a range of dharma teachings and perspectives. This is an underlying principle at Spirit Rock as well.
The Buddha is often described as the master of many skillful means. Gradual and sudden, outer and inner, form and emptiness were all aspects of his teaching. A wise teacher, and a wise center, needs to offer a whole range of skillful practices, because people come along at different stages of their inner development, with different temperaments, and with different sets of problems. If we limit ourselves to one technique, it will only serve certain people and it won’t be helpful to others. Diversity of practices is an underlying vision at IMS that has also been carried through to Spirit Rock. On our retreats, though we use the basic instructions from Mahasi Sayadaw, we also draw from the teachings and perspectives of Ajahn Chah, Buddhadasa, U Ba Khin, and many others.
....
To preserve the strength of our tradition, the majority of our retreats teach vipassana and the four foundations of mindfulness. Many of our other retreats focus on the brahmavihara (the divine abodes of loving-kindness, compassion, sympathetic joy, and equanimity). Those are our two central streams of dharma practice. The third stream offers an integration of mindfulness practice with other aspects of our dharma vision. These retreats combine mindfulness and yoga, or mindfulness and the creative process, or mindfulness and loving-kindness and psychotherapy. In addition, we have hundreds of daylongs, which along with retreats provide the aspect of our mandala that has to do with integration and how we live. This would also include our Diversity Program, which is committed to offering the dharma to as diverse a population as possible; our Program for Socially Engaged Buddhists; our Family Program, for children and their parents; our Teen and Young Adult Program; and our Program for Yoga Teachers.
To keep Spirit Rock connected to the core of our Buddhist tradition, we made a rule that when people outside our lineage come here to teach retreats, they would always be joined by one of our teachers in order to connect their teachings to our practice. In this way our core practices of generosity, virtue, mindfulness, and loving-kindness are complemented by other lineages and skillful means. ...
So we have had wonderful retreats with Tsoknyi Rinpoche and both Ajahn Amaro and Guy Armstrong on different occasions.
While we are dedicated to preserving and sustaining the core teachings of our lineage, we are also willing to be innovators, as indicated by our willingness to learn from many lineages.
“


Het hele artikel is verschenen in een 2007-nummer van het (electronische) tijdschrift Buddhadharma en is tevens hoofdstuk 18 van het boek Bringing Home the Dharma door Jack Kornfield (Uitg. Shambala, 2011)
Zie het hele artikel hier . Afgezien van soms over-enthousiast Amerikaans taalgebruik het lezen zeer waard !


En afsluitend met het onderwerp van het begin:
Draag financieel bij aan het ‘Vipassana Meditatie- en Studiecentrum’; ik doe het ook

woensdag 12 december 2012

Is er nog hoop (voor de BOS) ?

Afgelopen maandag kondigde ik het Kamer(commissie)debat over het mediabeleid van de staatssecretaris Dekker aan, eigenlijk: van de invulling van een deel van de bezuinigingen van het kabinet Rutte II. Zie blog .

Veel goed heeft het niet opgeleverd voor de 2.42-omroepen, waaronder de BOS.
Het Nederlands Dagblad meldde vandaag:
" Dekker houdt vast aan plannen kleine omroepen
DEN HAAG - Sander Dekker (staatssecretaris Media, VVD) houdt vast aan het stopzetten van de financiering van de kleine levensbeschouwelijke omroepen als IKON/Zendtijd voor Kerken en RKK.

Hij gaat ervan uit dat deze omroepen daarmee ook zullen verdwijnen, zei hij maandag in een debat over de mediabegroting met de Tweede Kamer. Wel wil hij in gesprek met de publieke omroep over de aandacht voor levensbeschouwing, want dat blijft volgens Dekker een van hun wettelijke taken.
"
Bron: Nederlands Dagblad

De katholieke collega’s van de BOS, de RKK hebben de hoop nog niet laten varen, ze ontlenen hun optimisme aan de mogelijkheid dat naast CDA en CU ook de EersteKamer-fracties van D66 en PVV tegen de media-bezuinigings-plannen van dit kabinet zijn, terwijl in het recente verleden de PVV extreem negatief t.o.v. de .2.42-omroepen en vooral de IKON van Paul Rosenmöller was.

Twee moties zijn relevant: 33 400 VIII Nr. 32 en Nr. 47
Deze gaan over het toch geld beschikking blijven stellen, weliswaar minder dan nu maar wel een soort ‘zachte landing’ zoals dat in de Kamer werd genoemd. Dinsdag 18 december zal hier waarschijnlijk over gestemd worden; ik denk dat ze het niet halen.

Een derde moties gaat niet primair over geld (hoewel ...), Nr. 46
“... overwegende dat het wenselijk is dat er een eigentijdse regeling komt voor de kleine levensbeschouwelijke omroepen (2.42-omroepen);
van mening dat de lopende fusieprocessen van de 2.42-omroepen niet onnodig moeten worden geremd;
verzoekt de regering, in overleg met de NPO voor de zomer van 2013 de contouren van een eigentijdse regeling voor levensbeschouwelijke programmering bekend te maken en de NPO te vragen om bij de uitwerking in overleg te treden met de bestaande 2.42-omroepen, vertegenwoordigers van levensbeschouwelijke stromingen in Nederland, de beoogde fusiepartners en andere omroepen die mede kunnen voorzien in media-aanbod op levensbeschouwelijk gebied voor de gehele Nederlandse bevolking,
en gaat over tot de orde van de dag.
”

Dit betekent dat zowel de BOS als de BUN hieraan mee moeten doen.
Wellicht komt dan ook weer aan de orde wat de mogelijke rol wordt van een door het vorige kabinet vereist gestelde onafhankelijke programmaraad bij fusies met 2.42-omroepen, bij het boeddhisme bv de opvolger van de huidige Participatieraad (PAR) van de BOS. Zie m’n oude voorstel .
Ik heb daar de laatste tijd niets mee over gehoord.

De staatssecretaris heeft al als z’n mening gegeven dat het de taak van de publieke omroep blijft, ook levensbeschouwelijke programma’s aan te bieden, al zouden er geen levensbeschouwelijke omroepen meer zijn.

Dus ook boeddhistische programma’s; door bv de VPRO te maken en uit te zenden
Er is (naast het probleem dat dit niet past in de VPRO-identiteit) een groot probleem: er is helemaal geen traditie van boeddhistische televisie-programma’s , afgezien van sommige licht boeddhistische documentaires is de afgelopen jaren de Dharma nauwelijks bij de BOS aan de orde gekomen.
Wel bij de BOS-Radio, ik zeg het er nog maar eens bij.

zaterdag 1 december 2012

Boete BUN van Commissariaat voor de Media

Het Commissariaat voor de Media (CvdM) heeft een hoorzitting georganiseerd, te houden in Hilversum op 13 december, over gemaakte bezwaren tegen hun aan de BUN opgelegde straf.
Aan te nemen is dat de BUN, eventueel samen met de BOS, bezwaar heeft gemaakt. Ik heb dat bezwaar nog niet gezien, heb er wel om gevraagd. Het moet wat mij betreft worden gepubliceerd, want de BOS (en daarmee de BUN) is van ons allemaal. Ik denk dat ik naar deze openbare hoorzitting ga.

Al maanden staat op de website van de BUN de mededeling (het fout schrijven van de naam van het CvdM is van het bestuur):

“ Boete BUN van Commissariaat van de media .
Zoals op de ALV van 9 juni jl. bekend is gemaakt en het Boeddhistisch Dagblad op 11 juni heeft gepubliceerd, heeft het Commisariaat van de Media de BUN een boete van 2.500 Euro opgelegd. Ook stelt het CvM dat de BUN € 50.000 moet terugbetalen van de € 81.749 die de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) in 2009 heeft uitgegeven aan een onderzoek naar de omvang van de achterban.
BUN en BOS hebben het Boeddhistisch Dagblad in een gezamenlijke reactie op vragen op 11 juni een verklaring gezonden:

De BUN en BOS hebben inderdaad een sanctiebeschikking ontvangen van het Commissariaat voor de Media. In deze sanctiebeschikking stelt het CvdM zich op het standpunt dat een door de BOS in 2009 uitgevoerd marktonderzoek deels onrechtmatig gefinancierd is. Dit besluit heeft de BUN en BOS zeer verrast: zij kunnen zich niet vinden in de onderbouwing van de beschikking, zullen deze verder juridisch toetsen en onderzoeken en formeel bezwaar aantekenen tegen de beschikking. Gedurende dit proces doen BUN en BOS hieromtrent geen verdere uitspraken anders dan dat conform de delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS de eerste gevrijwaard is van iedere aansprakelijkheid.
“

De 'verrassing ' is eigenlijk niet te plaatsen voor wie de geschiedenis van deze sanctie op de website van het CvdM leest (zie hier )
In twaalf punten worden ‘Het verloop van de procedure’ en de ‘Feiten’ op een rijtje gezet.
In totaal telt de ‘Sanctiebeschikking’ 36 punten. De conclusie ervan:

“ E. Besluit

Het Commissariaat:
I. legt de BUN een bestuurlijke boete van € 2.500,- op wegens overtreding van het
bepaalde in artikel 2.153, tweede lid, van de Mediawet 2008;
II. vordert, op grond van artikel 2.177, eerste lid, van de Mediawet 2008, het bedrag
van € 50.000,-, verantwoord als indirecte kosten, terug van de BUN.

Hilversum, 5 juni 2012
COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA
”

Ik denk dat BUN en BOS niet zozeer verrast zijn maar zich in een houdgreep voelen zitten.
Toegeven dat niet de BUN maar de BOS de licensie-aanvraag heeft gedaan kan deze alsnog ongeldig maken.
En meespelen dat de BUN de aanvraag (formeel) heeft gedaan zal het onbegrip waarom de BOS dan het bijbehorende onderzoek uit omroepmiddelen heeft betaald, vergroten: de BUN had het onderzoek, net zo als een aantal andere levensbeschouwelijke organisaties zelf moeten laten doen en betalen.
Voor de rapportage van het onderzoek, uitgevoerd door NIPO/TNS, zie hier .
(De bron is de BOS zelf, men is daar kennelijk vergeten het woord ‘vertrouwelijk’ te verwijderen.)

Interessant is het punt van de ‘vrijwaring’ uit de Delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS.
Dat lijkt me alleen te gelden tussen deze twee, en zal niet derden, zoals het Commissariaat, binden.
De BUN zal de boete van € 2.500 nog wel kunnen betalen, maar de teruggevorderde € 50.000 niet.
Dat geld uit de omroepmiddelen is besteed aan onderzoek om te bepalen hoewel boeddhisten er in Nederland zijn; zo’n 900.000 (inclusief degenen met met duidelijke affiniteit tot het boeddhisme) kwam er uit, een door de BOS gewenst aantal.
Het accepteren van dit getal zal in de geschiedenis van de BUN achteraf de grootste fout blijken te zijn geweest. Denk ik, want voor mij is hiermee de ontwikkeling van het boeddhisme in Nederland veel schade toegebracht, daarom ben ik er – nog steeds – zo mee bezig.

Tragisch is de overbodigheid van het onderzoek; het Commissariaat heeft het aantal van 900 duizend vrij makkelijk terzijde geschoven en aangenomen dat het aantal boeddhisten zich ergens tussen de 100 duizend en de 400 duizend bevindt. Volgens mij nog een te hoge schatting.

Mag de BOS die € 50.000 betalen omdat ze de BUN moeten ‘vrijwaren’? Als ik een boete krijg wegens te hard rijden, mag iemand anders dat best betalen (in plaats van mij in de cel gaan zitten mag trouwens niet).
Maar uit welk potje moet de BOS dat dan eigenlijk betalen? Niet uit de omroepmiddelen die ze krijgt, want dan begin het circus weer opnieuw.

Ik ben benieuwd, naar het verloop van de hoorzitting, naar de uitspraak (ergens begin 2013 denk ik) en naar de manier waarop betaald gaat worden.

zaterdag 21 januari 2012

Gaat de BUN zichzelf opnieuw uitvinden ?

In november gaf ik een groot deel van het rapport weer van de werkgroep die zichzelf de naam heeft gegeven van de Lotus Bloem. Oorspronkelijk heette ze B3 omdat ze de spanningen tussen drie van de landelijke boeddhistische organisaties moest proberen te beschrijven en er oplossingen voor moest formuleren: BUN, BOS en BZI. dit op verzoek van de ledenvergadering van de BUN.
Ik voorzag deze rapportage van mijn kommentaar en gaf het de titel ‘monsterverbond’, een term die in het rapport werd gebruikt om (de samenwerking tussen) een aantal kritische boeddhisten, waaronder ik, te typeren.

De rapportage bleek een interimrapportage te zijn (dat had ik in november niet begrepen, de ledenvergaderingen van de BUN zijn niet openbaar en ook achteraf gaf de website van de BUN geen informatie). De leden vonden het nuttig maar ook noodzakelijk het plaatje compleet te maken.
In ieder geval hebben de onafhankelijke leden van de werkgroep (er zitten ook bestuursleden BUN, BOS en BZI in, en van de laatste twee ook – in zekere zin - beroepskrachten) het gewenst gevonden ook de kriticasters te interviewen die met de onjuiste naam ‘ongebonden boeddhisten’ werden aangeduid.

Uit deze verbreding van de opdracht en de kring van geïnterviewden leid ik af dat het de Werkgroep nu om meer gaat dan herstel van de verstoorde relaties tussen BUN, BOS en BZI, het wordt nu ook nuttig gevonden de relatie met de wereld buiten dit cluster onder de loep te nemen.
Met andere woorden: het gaat ook om de identiteit van de BUN.
Wil de BUN alleen een vereniging zijn van een stuk of veertig (overwegend lokale) boeddhistische groepen? Of wil ze een ‘religieus genootschap’ zijn (die term bedenk ik niet maar staat in de Mediawet, waarop het bestaan van de BOS gebaseerd is) die alle boeddhisten en mensen met duidelijke affiniteit tot het boeddhisme verbindt ?

Ik geef toe, ik interpreteer wellicht een beetje als ik die identiteitsvraag zo centraal stel, maar het is toch ook wel de indruk die ik heb gekregen van het gesprek dat ik eerder deze week met twee leden van de werkgroep ‘De Lotus Bloem’ heb gevoerd.
Hieronder geef ik twee mails weer die ik aan de Werkgroep heb gestuurd, één als reactie op de uitnodiging en één na afloop van het gesprek. Ik heb de teksten enigszins aangepast: hier en daar uitgebreid, dat geef ik cursief aan; geschrapte passages geef ik met puntjes aan.

Wat zal het resultaat zijn van dit gesprek en de andere die de Werkgroep gaat voeren?
De volgende ledenvergadering van de BUN is op 21 april a.s.; ik neem aan dat dan de eindrapportage wordt besproken.
Tegen de tijd zal zo ongeveer ook wel een besluit zijn genomen door het ministerie van Veiligheid en Justitie n.a.v. de evaluatie van de ‘Erkenningsovereenkomst’ tussen BUN en Justitie; dat wordt spannend volgens mij.

Dan weten we of de BUN ook de noodzaak ziet zichzelf opnieuw uit te vinden. (Net als de FNV bijvoorbeeld nu aan het doen is).


Eerste mail aan de Werkgroep
Beste ... (onafhankelijke leden van de Werkgroep B3),
Hartelijk dank voor de uitnodiging voor een gesprek. Ik ben daar blij om en neem aan dat het met mij en anderen (... ) individuele gesprekken zijn; onze situaties en onze opvattingen zijn in een aantal opzichten nogal verschillend.
...
Dan heb ik wat onduidelijkheden over de procedure, ik ben immers niet bij de ALV van 5 november aanwezig geweest. Is het rapport door Bestuur en ALV van de BUN als besluit aangenomen of slechts ter kennisneming; is het een concept dat niet alleen aangevuld maar ook gewijzigd kan. En is het deel dat gereed was al vanaf 5 november van kracht? Geldt dat ook àlle aanbevelingen? Ik heb bv ... begrepen dat het BOS-bestuur geen haast zal maken met het uitvoeren van aanbeveling 11 (bv de daarvoor noodzakelijke BOS-statuten wijzigen); of zelfs ronduit niet zal uitvoeren.
Graag heb ik het ook over mijn suggesties ter verbetering van het functioneren van de PAR, zie bv mijn blog

Dan wat betreft mijn positie ten opzichte van de BUN; hier ... de mail die ik 24 november 2011 aan Andre Kalden als BUN-voorzitter heb gestuurd, na z´n derde telefoontje aan mij over activiteiten van mij waar hij wat verdrietig over was.
Concreet betekent dit o.a. dat ik het in het gesprek niet alleen over toekomstige samenwerking tussen BUN, BOS en BZI wil hebben, ...; maar ook de suggestie wil bespreken waarom het voor de ontwikkeling van het boeddhisme in Nederland beter zou zijn als de BUN zichzelf opheft (benevens suggesties hoe de BOS dan gecontinueerd kan worden).

De vraag hoe ik m’n eigen betrokkenheid bij het boeddhisme in Nederland zie heb ik deels in m’n mail aan André aangestipt. Die is groot, vanaf m’n aanzet tot de oprichting van de Werkgroep Geëngageerd Boeddhisme zo’n acht jaar geleden en m’n initiatief ‘Dharma-vrienden’, hieronder genoemd.
M’n betrokkenheid als kritisch boeddhist (...) wordt bepaald door bezorgdheid over van wat ‘spiritualiteit in de uitverkoop’ is genoemd, de commercialisering, de vermarkting van het boeddhisme. Daardoor werd ik ook steeds kritischer op de BUN die daar aan mee heeft gedaan (een heel lang verhaal om uit te leggen hoe); en die gretig inging op de verleiding van de overheid om een boeddhistische zuil in te richten. ...
Ook de steun van de BUN bij het oprichten van de Mandalaschool had niets met betrokkenheid op kinderen te maken maar op verzuilingsfantasieën.
Het is inmiddels duidelijk geworden dat vrijwel niemand (behalve misschien ...) aan het boeddhisme meer dan een droge boterham kan verdienen.
...
Dat jullie het over het thema´ongebonden boeddhisten´ willen hebben, vind ik schattig. Immers ik heb (met twee anderen) daarover het BUN-bestuur in het verleden al concrete suggesties gedaan, die zijn nog steeds uitstekend, hoewel voor mij tegenwoordig een stuk minder interessant. Kort samengevat: het Duitse model, zie »Buddhistische Gemeinschaft«. En door ons in 2008 aan het bestuur gestuurd stuk; en een uit 2009 aan de leden, dat over meerdere onderwerpen ging (...). Het BUN-bestuur heeft een door ons aangevraagd gesprek daarover afgehouden en geen van de leden liet iets van zich horen. Negativiteit? (Zo luidde het kopje van de paragraaf uit de rapportage die o.a. over het zogeheten monsterverbond ging; ten onrechte vind ik dus)

Drie aanvullende opmerkingen daarbij:
(1) Het is afgezaagd het weer te moeten zeggen, maar ik ben geen ongebonden boeddhist, ik ben verbonden aan een sangha (een m.i. door velen slordig gebruikte term), tevens BUN-lid. Wel heb ik me meestal op persoonlijke titel met BUN-zaken bemoeid . En heb ik geprobeerd, belangeloos, de situatie van ongebonden boeddhisten te verbeteren.

(2) Belangrijker om de situatie van ongebonden boeddhisten te verbeteren dan te kunnen participeren aan het BUN-beleid is het bevorderen dat ze samen het boeddhisme beoefenen. Daarover heb ik in het verleden (in 2008) al wat suggesties gedaan (zie blog); ook aan bestuur en BUN-leden.
Dit voorstel is sterk gebaseerd op ervaringen met de Spirit Rock organisatie in de V.S. (Zie hun website) en geïnspireerd door Stephen Batchelor.

(3) De afgelopen jaren heeft zich het merkwaardige verschijnsel voorgedaan dat het aantal boeddhisten direct verbonden met de BUN (via BUN-leden) niet is toegenomen en misschien wel afgenomen; terwijl de schattingen van het totaal aantal boeddhisten in Nederland exponenteel groeide; daardoor zakte de representatativiteit van de BUN steeds verder. De BUN kan die representativiteit verhogen niet alleen door de ongebondenen te binden maar ook door die schattingen realistischer te maken (bv naar de grootte-orde van 50.000 à 100.000)

Wat dat laatste betreft moet me, en dan heb ik het direct over de relatie BUN-BOS, van het hart dat de BUN alsnog excuses aan moet bieden aan bv het Commissariaat voor de Media voor het klakkeloos meegaan in die onbehoorlijke claims van aantal beroepsboeddhisten. Kunnen we het daar ook over hebben?

Nog een opmerking over de BZI (en de gewenste relatie BUN-BZI) Veel interessanter dan bestuurlijke constructies is de beantwoording van de vraag: heeft het boeddhisme (en dus vooral: de boeddhisten) in Nederland in het algemeen behoefte aan geestelijke verzorging? Als pastorale functie dus zoals (in het verleden) door christelijke kerken werd verricht? Pas als die vraag is beantwoord, is het interessant of boeddhistische geestelijke verzorging ook aan personen in ‘totale instituties’ zoals gevangenissen, verpleeghuizen etc moet worden gegeven. Dat is allemaal overgeslagen en dat wreekt zich nu.

Tenslotte verwijs ik graag naar nog wat andere teksten uit mijn blog van de afgelopen jaren, alle onderdeel van het publieke domein. ...


Tweede mail aan de Werkgroep
Beste ... (onafhankelijke leden van de Werkgroep B3),
Tamelijk aan het eind van ons – in mijn ogen prettig verlopen – gesprek vroegen jullie me naar criteria.
Dat betrof het thema hoe het zou moeten met de BUN na de opheffing van de BUN, van een zichzelf opnieuw uitvindende BUN. Een poging daartoe

Vanmorgen beschreef ik een scenario van: eerst moet de crisis verdiepen, de BUN heft zich op, dan een jaar of wat niets en dan opnieuw iets gaan doen.
Wellicht vinden sommigen dat te heavy en is een milder scenario denkbaar; die heeft wel gevaren in zich net zo als iemand na een half uitgeziekte griep weer voluit gaat werken waardoor de ziekte terugkomt.

Allereerst kunnen jullie als Werkgroep een stap verder zetten in de rol van ‘Verzoeningscommissie’ (als destijds in Zuid Afrika): de strijders worden bij elkaar gebracht en sparen elkaar niet. Op menig punt zal dit een agree-to-disagree conclusie hebben, maar dat geeft niet, boeddhisten hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn, onenigheid is niet hetzelfde als ‘negativiteit’.

Een onderdeel van die ‘Verzoening’ is dat de BUN excuses aanbiedt aan het Commissariaat voor de Media, Justitie en anderen over de claim (in 2009 door de BOS mede namens de BUN gedaan) dat er 900.000 boeddhisten zouden zijn. Dit omdat men best wist dat het aantal ver onder de 250.000 zat, (misschien zelfs in de buurt van de 100.000, denk ik, maar daarover zitten we nog in een ontkenningsfase.)

Voordat de BUN zichzelf deconstrueert en opnieuw uit gaat vinden, moet een borging voor het voortbestaan van de BOS gezorgd worden. Mijn voorstel: de PAR wordt (met statutenwijziging BOS zoals ik voorstelde) verzwaard; met het Commissariaat voor de Media wordt overlegd of de PAR tijdelijk (tot maximaal 2015) ‘religieus genootschap’ als bedoeld in de Mediawet kan zijn.

Vervolgens zijn een aantal verdere (in mijn ogen noodzakelijke) ontwikkelingen:

De VU ontwikkelt opleidingen zoals ze zich voornemen, maar zonder de druk dat dit moet omdat anders de ‘Erkenning’ van de BUN door Justitie beeindigd wordt.
Het ministerie van Justitie wordt gemeld dat geen waarde meer wordt gehecht aan erkenning van de BUN door Justitie maar wel van erkenning van het boeddhisme voor Nederland. Als Justitie echt geestelijke verzorging van gedetineerden, ook in boeddhistische zin, zo belangrijk vindt, bedenken ze wel een oplossing.

Op een aantal plaatsen (dus op lokaal niveau) en tijdstippen vinden discussies plaats met als behulpzame tekst passages uit het rapport ‘boeddhisme als richting’ van de Onderwijsraad. (zie m’n blog daarover)
Dus niet over structuren maar over de inhoud.

Pas dan – we zijn inmiddels zo’n anderhalf jaar verder - gaan we nadenken over nieuwe structuren:
Ik zie drie mogelijkheden:
(1) Een opgetuigde BUN, d.w.z. met rol ongeorganiseerden, het Duitse model
(2) Een minimale BUN, lichte service en formeel t.b.v. de BOS
(3) Echt iets nieuws, een vereniging waarvan boeddhisten rechtstreeks en als individu lid kunnen worden

Ik geef sterk de voorkeur aan het derde model waarbij natuurlijk nog het nodige duidelijk moet worden over de (eventueel getrapte) besluitvorming in een club met meer dan tienduizend leden.
Maar het lijkt me niet verstandig ons nu te fixeren om die problemen, dan wordt het niets.
Ook de manier waarop deze vereniging tot stand moet komen en hoe de eerste honderden leden geworven moet worden, kan later. Geef elkaar de ruimte, de eerste jaren is de eis van representativiteit geen thema, we laten ons niet meer door de overheid (die dat graag wil) onder druk zetten.

Met name bij dit derde model lijkt me een variant op de door de Werkgroep B3 voorgestelde ‘Raad van leraren’ zeer nuttig. Namelijk een ´ethische commissie´ die op verzoek van leden of bestuur maar ook op eigen initiatief adviezen aan de BUN-Nieuwe Stijl uit kan brengen. Daarin kunnen leraren zitten, maar ook ethici, rechtsgeleerden en andere boeddhisten (leken). Maar niet nu dus, eerst zal de BUN zich opnieuw moeten uitvinden!

Vriendelijke groet

Joop Romeijn

donderdag 8 december 2011

Een nieuwe VU hoogleraar boeddhistische filosofie

Gisteren meldde de website van Ad Valvas dat de VU een bijzonder hoogleraar
'Boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities’ krijgt.
In de persoon van André van der Braak, in boeddhistisch Nederland wel bekend.
Zie hier; en ook op de website van de Faculteit Godgeleerdheid

Prima natuurlijk, die functie-omschrijving, al vind ik wel dat de boeddhisten met die dialoog eerst maar eens moeten oefenen; in dialoog namelijk met elkaar, tussen de diverse boeddhistische tradities, want die ontbreekt grotendeels.
Verder interesseert de boeddhistische filosofie me zeer, daarom heb ik dan ook een paar keer een lezingencyclus van deskundigen zoals Richard Hayes daarover gevolgd. Geïnteresseerden zouden eens het boek Buddhist Philosophy: Essential Readings van Edelglass en Garfield (eds) door kunnen bladeren. (Zie amazon.com en books.google)
Men is immers nooit te oud om te leren; ik in ieder geval niet, al hoef ik geen (boeddhistische) baan meer te hebben.

Het bericht was reden voor mij hem een felicitatie-mailtje te sturen:

Beste André

Een uurtje nadat ik je vanmorgen mailde, las ik op ' Advalvas.vu' van je benoeming tot bijzonder hoogleraar.
Gefeliciteerd daarmee. (En ook Annewieke en de rest van de VU daarmee gefeliciteerd)

De zaken die je, blijkens dit bericht, aan de orde wil gaan stellen, komen me als zeer relevant voor
...
Uiteraard gaan je activiteiten alle boeddhismen betreffen, dus niet alleen Zen, zoals we al eerder hebben besproken. Ik denk dat het 'vroege boeddhisme' aka Theravada niet zo moeilijk voor jou zal zijn om dieper te bestuderen (hoewel ik je laatst op de BOS-radio wat al te makkelijk de term 'BoeddhaNatuur' hoorde gebruiken alsof alle boeddhisten daarin geloven; en verder beveel ik je het werk van David Kalupahana aan) maar het Tibetaans boeddhisme is wellicht wat lastiger om met gezag iets over te zeggen, dat zou het althans voor mij zijn.

"Het boeddhisme wordt steeds populairder in Nederland" zeg je in Ad Valvas. Dat is een cliché; ik denk eigenlijk dat het als hype voorbij is en dat afgezien van geseculariseerde producten als 'mindfulness' weer een serieuzer en dus kleiner aantal beoefenaren gaat krijgen de komende jaren. (Okay, laat ik eerlijk zijn: dat hoop ik)

Wat je zegt over de boeddhistische omroep, is me uit het hart gegrepen, daarom betwijfel ik ook of de fusie VPRO-BOS zo gelukkig is: kan wel eens 'grachtengordelboeddhisme' opleveren.

Goed dat je aandacht gaat besteden aan maatschappelijk-ethische zaken, al lijkt "het oplossen van maatschappelijke vraagstukken" me wat hoog gegrepen.

Het valt me op dat in Ad Valvas niet wordt gesproken over een opleiding geestelijk verzorger c.q. boeddhistische ambtopleidingen (ik denk dat meervoudsvorm op z'n plaats is) door de VU in de nabije toekomst. Ik weet niet of de aanvraag al aan Onderwijs gestuurd is; dat zou eind november gebeuren, schreef Artho Jansen maar dat hoeft nog niet zo gebeurd te zijn.
Je weet dat ik over zo'n 'beroepsopleiding' altijd twijfel over heb gehad en nog heb, o.a. doordat het statusproject van een paar beroepsboeddhisten was (die fantasieën over een boeddhistische zuil hadden) en door het gebrek aan transparantie over de procedure, mede doordat de druk van Justitie een grote rol speelt. Maar vooral doordat het niet een organisch gegroeide stap was, daar in Nederland nauwelijk Dharma-studie plaatsvindt. Wat je er hier van breder (en belangeloos) bestuderen van de Dharma door Nederlandse boeddhisten zegt, klinkt veel beter.
Ik hoop dat je vanaf september veel studenten krijgt. En dat je veel gaat schrijven, over boeddhismen.

Tenslotte nog twee lijstjes met onderzoekssuggesties zoals ik die de afgelopen tijd heb opgesteld. Deze en vooral. Wellicht kan je er wat mee, als studieobjecten, voor jezelf of mogelijk voor je studenten.

Je zal het nog druk krijgen die ene dag per week. Mijn voorspelling is dat het je wel meer tijd gaat kosten.

Vriendelijke groet

Joop


De eerdere mail aan hem waarnaar ik verwijs, betrof o.a. zijn boek ‘Nietzsche and Zen’, met name het zich toeeigenen van Nagarjuna door de Zen-traditie. En verder over plannen met mijn blog.
Onder andere schreef ik: “Een andere tekst die ik van plan ben te schrijven op m'n blog gaat (ook) over de dialoog tussen de boeddhistische tradities waarvan jij met mij vindt dat daar - ook op de VU - meer aandacht voor moet komen. Namelijk een samenvatting en misschien stukjes vertaling van David Chapman.
Daarnaast zal ik in m'n blog ook nog wel kritische stukken over het georganiseerde boeddhisme in Nederland moeten schrijven, zolang de BUN nog bestaat in ieder geval; in mijn logika niet zo lang meer
.”


André heeft me inmiddels vriendelijk bedankt voor m’n felicitaties en verteld over college-series die hij begin 2012 gaat geven.
Op m’n meer ‘lastige’ opmerkingen heeft hij (nog) niet gereageerd, maar dat zijn thema’s die best wel weer terugkomen, ook in 2012

vrijdag 2 december 2011

BUN, BOS, de plaats van het boeddhisme bij de VPRO (en een bemoeial)

Twee weken geleden stuurde ik – op persoonlijke titel - een brief aan het Commissariaat van de Media, en een afschrift daarvan aan de directeur van de VPRO. Dit naar aanleiding van berichten in de pers over het samengaan van BOS en VPRO die ik deels niet begreep en deels mij ongewenst voorkwam. Zie mijn blog van 18 november.
Zoals ik daar in een ‘comment’ over schreef, kreeg ik naar aanleiding daarvan een telefoontje van de voorzitter van de BUN.
Daar reageerde ik de volgende dag op:

Verstuurd 24 november 2011
Beste André

Ik heb nog eens nagedacht over je telefoontje van gisteren.
Geen probleem dat je me belt, ik houd van gesprekken met betrokken en intelligentie mensen en vind discussie, met name over de verschillen tussen de boeddhistische tradities, broodnodig.
Maar misschien is het goed te weten dat ik nu nadrukkelijk buiten de BUN sta.
Dat is in het verleden anders geweest, daarom zeg ik het maar expliciet.


In afgelopen acht (!) jaar ben ik bij de BUN betrokken geweest, de eerste periode erbinnen, met de mede door mij opgerichte werkgroep geëengageerd boeddhisme, in de tweede in voortdurende pogingen de BUN tegen een m.i. foute ontwikkeling te beinvloeden. De lengte van die periode geven me in eigen ogen mede het recht me minstens evenveel met de BUN te bemoeien als nogal wat bestuurlijke passanten.

Aan rijtje van zaken waar ik niet in geloof (God, reïncarnatie) heb ik nu de BUN toegevoegd
Feitelijk was dat eind december verleden jaar al het geval toen Francisca en jij er abrupt mee stopten, maar nadat jij en nog iemand met Richard op de proppen kwamen, heb ik mijn ongeloof weer onderdrukt. Nu is dat over, de (interim)rapportage van B3 met de term ´monsterverbond´ maakten dat makkelijker.

Mailtjes als verleden week naar de VPRO stuur ik alleen als ultimum remedium, nadat pogingen er rechtstreeks iets aan te doen,op niets zijn uitgelopen. Dat is het geval, vgl mijn mail aan de Werkgroep B3 van begin september (het was toch de bedoeling die werkgroep informatie te verschaffen?) met suggesties over o.a. een onafhankelijke programmaraad, ik kreeg zelfs geen ontvangstbevestiging.
Dus maak je geen zorgen, als de BUN transparant is, is er voor mij geen reden anderen te bestoken.

Overigens vind ik het jammer dat je over deze actie van mij druk maakt en niet over m´n blog over het advies van de Onderwijsraad van een jaar geleden.
Het is toch betreurenswaardig dat niemand in boeddhistisch Nederland publiekelijk op dat advies heeft gereageerd ?

Vriendelijke groet

Joop

PS
Ik heb geen bezwaar tegen verspreiding van bovenstaande tekst




Een dag later krijg ik een reactie van Gertjan Mulder, directeur van de BOS, die mij op verzoek van zijn VPRO-collega antwoordt. Zij interpreteren de brief van de minister zo dat er geen verplichte fusie tussen (bijvoorbeeld) de BOS en de VPRO nodig is. Verder wordt mij verteld dat dit al tijdens de ledenvergadering van de BUN op 5 november is uitgelegd en dat ik dat van de vertegenwoordiger van het BUN-lid waarmee ik me verbonden voel, had kunnen horen.
Mijn antwoord daarop:


Verstuurd 25 november 2011
Beste Gertjan

Dank voor je reactie, die was vriendelijker dan ik had durven hopen.
Zoals je aan de adressering kan zien, val ik de VPRO niet verder lastig. Maar goed, Lennart had (in het aan hem toegeschreven citaat in www.nu.nl) de missie van het boeddhisme - want van de BOS - in mijn ogen afgeserveerd en daar moest iets van gezegd worden, dat is nu gebeurd. Dat hij verder de BUN afserveerde, is mijn probleem niet, daar hebben vast anderen iets van gezegd.
Wel stuur ik een CC naar een vertegenwoordiger van de stichting SIM

In mijn mail stelde ik, verwijzend naar mijn blog, twee thema’s aan de orde:
 de eis dat het aantal omroepen moet worden teruggebracht tot acht, en dus niet acht plus de 2.42 omroepen. Ik ben het dus niet met jullie interpretatie eens dat fusie niet onvermijdelijk is. Dat de ALV jullie interpretatatie deelde, zegt niet zoveel. Ik denk dat zeer weinigen daar de brief van de minister (het kabinet) hebben gelezen en het Kamerdebat daarover eind juni hebben gevolgd, zoals ik. Hoe zou zonder die fusie de ingeboekte bezuiniging, met name aan overheadkosten, ooit worden gehaald? Wie er gelijk heeft wordt vast het komende halfjaar wel duidelijk.

 De eis van de minister van een onafhankelijke programmaraad. Ik heb daarbij twee stellingen:
a. Die eis is reeds nu ingegaan, de minister spreeks immers over een overgangsmaatregel totdat de nieuwe wetgeving is gerealiseerd.
b. De huidige PAR is een goed begin maar voldoet niet geheel aan die eis, daarvoor heb ik vier aanvullingen voorgesteld (zie hieronder). Of ik daarin gelijk heb moet het CvdM maar zeggen, immers, zo schrijft de minister: "... Het is aan de betrokken partijen om in samenspraak met het Commissariaat voor de Media aan deze verplichting invulling te geven. "


Als toetje van deze mail nog een puntje dat als het een boek was, de titel kreeg van "Wat gebeurde er met de bruidschat van de 2.42-omroepen?"

32 827 Toekomst mediabeleid
Nr. 14 MOTIE VAN HET LID VOORDEWIND
Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 27 juni 2011
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
Constaterende, dat het kabinet een bezuiniging doorvoert op 2.42-omroepen;
van mening, dat het onwenselijk is dat het bezuinigde geld ten goede komt aan alle omroepverenigingen;
verzoekt de regering om het geld van de bezuiniging op 2.42-omroepen te koppelen aan 2.42-fusieomroepen en niet over alle omroepen te verdelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Voordewind


Onze Joël spreekt van fusieomroepen, wat dom van hem, of zou ik dan toch gelijk hebben? Want de VPRO zelf is geen fusieomroep
De motie is op 30 juni aangehouden, terwijl de minister er positief over was. Ik heb niets gelezen over de reden daarvoor. Mijn duiding: VVD en vooral PVV waren er mordicus tegen. Hoe lang zal dit ´aanhouden´ duren?

Vriendelijke groet

Joop

 
Bijlage
Voorgestelde aanvullingen op artikel 16 van de BOS-Statuten

A. De onderwerpen waarover het BOS-bestuur verplicht advies moet vragen, moeten worden benoemd (zo is de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 niet ter advisering aan de PAR voorgelegd).
De PAR in de functie van onafhankelijke programmaraad zal moeten kunnen bewaken dat de omroep zich wat betreft de BOS-uren aan zendtijd beperkt tot de specifiek levensbeschouwelijke (in ons geval dus boeddhistische) taken, zoals het kabinet voorschijft op pag 18 van de brief van de minister.

B. Verder moet worden geregeld op welke wijze het bestuur met de adviezen omgaat: schriftelijk en beargumenteerd.

C. Ook moet de invloed van de "leden van het uitvoerend bestuur " (lees: de directeur) in de PAR aan banden worden gelegd. Dit om de eis van de minister van onafhankelijkheid te waarborgen.

D. Tenslotte moet geregeld worden op welke wijze (met trots gemeld op pag. 4 in de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 aan het Commissariaat voor de Media maar verder altijd ongenoemd gelaten gehouden) ongeorganiseerde boeddhisten tot de PAR kunnen toetreden. Ik citeer: "...Deze participatieraad staat ook open voor niet-BUN aangesloten boeddhistische centra en bovendien kunnen niet-georganiseerde individuen op uitnodiging zitting nemen in dit adviserende orgaan ."

vrijdag 18 november 2011

Een uit boeddhisten bestaande programmaraad voor de BOS als imprint van de VPRO

De afgelopen week konden we berichten lezen van de samenwerking tussen de BOS en de VPRO, die – volgens de wens van de minister - bedoeld moet zijn uit te monden in een fusie, of beter gezegd: overname.
Een beetje vreemd daarbij is de opmerking van VPRO-directeur Lennart van der Meulen in www.nu.nl van 14 november: ''We vinden de missie van de BOS te ver weg staan van de VPRO. Het gaat ons een stap te ver om vertegenwoordigers van de Boeddhistische Unie Nederland op te nemen in het VPRO-bestuur.''
Hoe dan ‘de missie van de BOS’, of liever gezegd: de Dharma herkenbaar in de programma’s, gegarandeerd gaat worden, is mij onduidelijk. Reden voor mij daarover – op persoonlijke titel - een brief te schrijven aan de instantie die daarover gaat: het Commissariaat voor de Media.
Hierbij een afschrift.


Amersfoort, 17 november 2011

Geachte dames en heren van het Commissariaat

Deze brief schrijf ik, zoals meer brieven in het verleden aan u, op persoonlijke titel als betrokken boeddhist.
De vraag die ik u hierbij wil stellen is: voldoet de Participatieraad van de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) op dit moment - van samenwerking die vermoedelijk overgaat in fusie met de VPRO - aan de eisen die daaraan gesteld moeten worden als ´onafhankelijke programmaraad´ ?
Een eventuele vervolgvraag is hoe en wanneer het het juiste moment is deze eisen op te leggen?

ToelichtingIn haar brief `Uitwerking regeerakkoord onderdeel media´ van juni 2011 schijft minister Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart op pagina 19:
Het kabinet treft voor de 2.42-omroepen de volgende overgangsregeling. De genootschappen brengen in de huidige erkenningsperiode (2010-2016) hun omroepactiviteiten onder bij een aanverwante omroepvereniging. Voor degene die
geen natuurlijke partner hebben, geldt dat aansluiting bij de NTR verplicht is. Dit betekent dat de omroepactiviteiten opgenomen worden in de organisatie van de omroep of de NTR. De genootschappen houden hun redactionele onafhankelijkheid. Deze kan bijvoorbeeld geborgd worden door een onafhankelijke programmaraad en een redactiestatuut. Het is aan de betrokken partijen om in samenspraak met het Commissariaat voor de Media aan deze verplichting invulling te geven
. (vet door mij aangebracht, J.R.)

Hieruit begrijp ik dat reeds nu, bij de huidige vorm van samenwerking tussen BOS en VPRO er zo´n programmaraad dient te zijn die aan uw eisen dient te voldoen. De BUN, het (kerk)genootschap in de zin van art 2.42 Mediawet is geen partij in deze samenwerking, zo lijkt het.
Naar mijn mening voldoet de huidige Participatieraad (PAR) nog niet aan deze eisen.
Hieronder mijn suggesties, uitgaand van het (nog) bestaan van de BOS als rechtspersoon.

In de Statuten van de BOS staat hierover:
Participatie Raad.
Artikel 16
.
1. Er is een Participatie Raad. De functie van de Participatie Raad is om, ten behoeve van het directe contact met de stichting, een platform te vormen voor alle boeddhisten in Nederland. De Participatie Raad streeft ernaar een afspiegeling te zijn van de variëteit van de Boeddhistische stromingen en tradities in Nederland.
2. De Participatie Raad adviseert het bestuur gevraagd en ongevraagd.
3. De Participatie Raad heeft tenminste tien en ten hoogste vijfentwintig leden.
4. De Participatie Raad bestaat uit representanten van Boeddhistische stromingen en tradities in Nederland. Deze personen dienen aan de volgende criteria te voldoen: onderschrijving van deze statuten; representatief zijn voor hun stroming/traditie, goed contact hebben met hun stroming/traditie en bereid zijn om dit contact tweezijdig actief vorm te geven; kennis van zaken hebben betreffende hun eigen stroming/traditie.
5. De leden van de Participatie Raad worden, rekeninghoudend met de in dit artikel genoemde criteria, benoemd en ontslagen door de Participatie Raad.
6. De leden van het uitvoerend bestuur zijn aanwezig bij de vergaderingen van de Participatie Raad.


Deze regels dienen te worden aangescherpt, ze zijn in de praktijk veel te vrijblijvend.
A. De onderwerpen waarover het BOS-bestuur verplicht advies moet vragen, moeten worden benoemd (zo is de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 niet ter advisering aan de PAR voorgelegd).
De PAR in de functie van onafhankelijke programmaraad zal moeten kunnen bewaken dat de omroep zich wat betreft de BOS-uren aan zendtijd beperkt tot de specifiek levensbeschouwelijke (in ons geval dus boeddhistische) taken, zoals het kabinet voorschijft op pag 18 van de brief van de minister.

B. Verder moet worden geregeld op welke wijze het bestuur met de adviezen omgaat: schriftelijk en beargumenteerd.

C. Ook moet de invloed van de “leden van het uitvoerend bestuur “ (lees: de directeur) in de PAR aan banden worden gelegd.

D. Tenslotte moet geregeld worden op welke wijze (met trots gemeld op pag. 4 in de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 aan het Commissariaat voor de Media maar verder altijd ongenoemd gelaten gehouden) ongeorganiseerde boeddhisten tot de PAR kunnen toetreden. Ik citeer: “...Deze participatieraad staat ook open voor niet-BUN aangesloten boeddhistische centra en bovendien kunnen niet-georganiseerde individuen op uitnodiging zitting nemen in dit adviserende orgaan."


Graag uw mening over deze suggesties

Hoogachtend,

J.W. Romeijn
... (adres)


PS
Ter informatie stuur ik de antwoorden die ik van het ministerie heb gekregen op een tweetal vragen van mij; het antwoord op m'n eerste vraag is eigenlijk een beetje genant; het antwoord op de tweede vraag begrijp ik niet omdat de minister in haar brief aan de Kamer spreekt over een 'overgangsregeling' die dus nu reeds zou moeten gelden.

Uw vragen over Kamerbrief media - kenmerk 329230‏
Dienstposbus Burgervragen 3-10-2011

Geachte heer Romeijn,

In uw e-mail van 8 september jongstleden, gericht aan de directie Media, geeft u aan dat u in verwarring bent gebracht door een bepaalde passage in de Kamerbrief 'Uitwerking regeerakkoord onderdeel media'. Daarin leest u dat (kerkelijke) genootschappen zelfstandig blijven, maar dat ze wel overeenkomsten met één van de acht toekomstige omroepen moeten sluiten. U vraagt of u deze passage daarmee mee goed hebt geinterpreteerd, want het gaat volgens u niet om een (kerk)genootschap, maar om de door zo'n genootschap gestichte omroep die ondergebracht moet worden.
Daarnaast wilt u weten of de directie van een 2.42-omroep danwel het bestuur van het genootschap in de toekomst de onafhankelijke programmaraad mag invullen.
Om met uw eerste vraag te beginnen; u hebt gelijk. Ik kan mij uw verwarring voorstellen, want de bewuste passage is enigszins ongelukkig geformuleerd. U hebt het dus goed gecorrigeerd, het gaat om de omroepactiviteiten, niet het genootschap zelf..
Uw tweede vraag kan ik helaas nog niet beantwoorden. Op dit moment is de directie Media de Kamerbrief aan het uitwerken in een wetsvoorstel. Die bevat de praktische uitwerking van de grote lijnen in de mediabrief. Het wetsvoorstel zal naar verwachting rond het zomerreces van 2012 naar de Tweede Kamer gestuurd worden. Tegen die tijd zal er dus ook meer duidelijkheid zijn over de invulling van de programmaraden.
Ik hoop dat ik u hiermee voldoende geïnformeerd heb.

Met vriendelijke groet,
Rivka Staudt
afdeling Bestuur en Burger
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

zondag 16 oktober 2011

De BOS krijgt een hoofd televisie

De BOS krijgt een hoofd televisie, Laetitia Schoofs. Ze introduceerde zichzelf in een brief aan de kijkers. De inhoud daarvan stelde me niet helemaal gerust, ze zou wel eens precies het soort programma's kunnen gaan produceren waarvan ik denk dat ze niet boeddhistisch zijn, en ook niet bedoeld zijn als 2.42-programm's door de wetgever. Daarom heb ik haar een welkomstbriefje gestuurd. Voorlopig resultaat: een vriendelijk bedankbriefje.


Amersfoort, 22 september 2011

Beste Laetitia,

Van Gertjan Mulder hoorde ik dat je per 1 januari Hoofd Televisie van de BOS wordt.
Gefeliciteerd daarmee. Het lijkt me een uitdagende functie, in een BOS die de komende drie jaren het niet makkelijk zal hebben.
Ik reageer snel, omdat dit mogelijk niet het soort geluid is wat je op de Achterbandag volgende week te horen zal krijgen.

Graag wil ik me ook aan je voorstellen (Gertjan kan dat eventueel verder toelichten en je sommige van mijn brieven aan hem laten lezen): ik ben ben critisch boeddhist; één van de meest regelmatige kijkers naar en luisteraars van BOS-programma’s, en iemand die daar ook graag op reageert op BOS-website. En bijna altijd op persoonlijke titel.
Ik zal je niet kunnen ontmoeten bij het Nederlands Filmfestival, het BFFE of het IDFA, want ik ben geinteresseerd in het boeddhisme, en nauwelijks in film, met name niet in esthetica. Die koppeling tussen BOS en film moet juist wat minder worden

Je schrijft in je introductiebrief dat je “mooie programma’s” wil gaan maken. Tja, niet te mooi, hoop ik; want de BOS moet toch ook (opnieuw) aandacht gaan schenken aan de kern van de boodschap van de Boeddha: lijden en het einde van het lijden. Naast “compassie”, ook door de Boeddha en in soetra’s genoemd; en “respect”, hoewel daar nooit in genoemd.
Je achtergrond is wel erg Amsterdams, hopenlijk ga je ook de stad uit op zoek naar inspirerende mensen, kijkers en thema’s.

Eind verleden jaar hebben een aantal mensen zoals ik onafhankelijk van elkaar gescored hoeveel procent van de televisieprogramma’s van de BOS boeddhistisch genoemd kunnen worden. Mijn gevoel dat het steeds minder was geworden, bleek te kloppen: in 2001 was dat 83% en de jaren daarna daalde het via 75% van 67% en 45% naar 34% van de voor 2011 aangekondigde programma’s. Waarschijnlijk heb je van het bestuur van de BOS ook wel te horen gekregen dat dat echt niet kan.
(Natuurlijk, er zit enige subjectiviteit in de criteria wat wel en wat niet boeddhistisch genoemd kan worden; maar het feit dat door meerdere mensen onafhankelijk van elkaar is gescored en het feit dat jaren met elkaar vergeleken zijn, maken van inter-subjectiviteit een behoorlijke objectiviteit, vraag dat maar aan een sociaal wetenschapper.)

Wat mij vooral een uitdaging lijkt is het voor televisie vormgeven van het beoefenen van het boeddhisme anno nu in Nederland (en in mindere mate in de VS of Azië). Lijkt me moeilijk, drie kwartier naar een bewegingloos zittende meditator kijken zal voor veel televisie-kijkers wat saai vinden. Maar jij bent de professional en kan daar vast wel iets van maken om de kijker duidelijk te maken wat er qua ervaring gebeurt bij iemand die op deze of een andere manier het boeddhisme boeoefent.
Ook zou het goed zijn als je naar vormen zoekt om de Dharma (of Dhamma zoals het bij Theravada heet) in programma’s te brengen, niet zozeer in verhaalvorm maar gewoon de leer zelf, bijvoorbeeld door een acteur voorgedragen.
Of discussie tussen (Nederlandse) boeddhisten, ook een thema dat zeer weinig aandacht heeft gekregen de afgelopen jaren.
Tenslotte hoop ik dat je na wilt gaan of de BOS-televisie, als onderdeel van de publieke omroep, ook niet een journalistieke functie heeft; enige aandacht voor wat er in boeddhistisch Nederland gebeurt, zou m.i. wel op z’n plaats zijn.

Kortom: genoeg te doen tot eind 2015; en hopenlijk daarna, met een gewijzigde Mediawet.

Vriendelijke groet

Joop Romeijn


Bijgevoegd artikel 2.49, lid 2 van de Mediawet:
“ Kerkgenootschappen respectievelijk genootschappen op geestelijke grondslag verzorgen media-aanbod dat geheel ligt op kerkelijk respectievelijk geestelijk terrein en dat verband houdt met de kerkelijke of geestelijke identiteit."

dinsdag 6 september 2011

Joop vertelt de BUN nog een keer hoe hij over de zaken denkt

De Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) en de Boeddhistische Zendende Instantie (BZI) zijn de afgelopen jaren opgericht door de Boeddhistische Unie Nederland (BUN).
De professionals van BOS en BZI zijn zich steeds minder aan gaan trekken van de vrijwilligers/amateurs van de BUN en hun eigen beleid gaan bepalen. De BUN heeft dat lang laten gebeuren, tot het bestuur dat in 2011 is aangetreden, een poging tot herstel deed. Er ontstond een conflict, met name de voorzitter van de BUN liep (in de ogen van een deel van de leden van de BUN) te ver voor de troep uit.
Om de problemen op te lossen is in juni een werkgroep BUN/BOS/BZI gestart, ook wel genaamd B3. Die werkgroep zal in oktober voorstellen doen, die in de ledenvergadering van de BUN van begin november moeten worden behandeld.
Wat die voorstellen worden en hoe het deze zomer in den werkgroep toe is gegaan, is me (nog) niet bekend.
Wel heb ik - ongevraagd - een bijdrage aan hun werk gedaan in bijgaande brief van begin september.
Een reactie heb ik niet ontvangen; wel heb ik begrepen dat mijn opmerking dat het denkbaar moet zijn dat de BUN zichzelf opheft, niet juichend is begroet.


Beste leden van de Werkgroep B3

Omdat ik me vele jaren (ongevraagd en op persoonlijke titel) met de beleidsmatige kanten van de BOS (en BZI) heb beziggehouden, is er informatie die ik met u wil delen, wellicht ten overvloede.

1. In juni van dit jaar heeft minister van Bijsterveldt-Vliegenthart een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, met als titel “Uitwerking regeerakkoord onderdeel media”. Zie het voor de BOS relevante citaat hieronder.
Concreet komt het erop neer dat na 2015 de zendtijd van 2.42-omroepen zoals de BOS wordt gehalveerd en dat ze in een andere omroep op dienen te gaan.
De Tweede Kamer is akkoord gegaan met deze beleidsvoornemens die in het komende jaar omgezet zullen worden in een gewijzigde Mediawet; een motie van dhr. Voordewind om de 2.42-bezuiniging te verzachten, is aangehouden en zal m.i. niet kunnen rekenen op steun van de VVD en PVV.

Als ik de voorstellen goed begrijp is de BOS niet vrij straks te fuseren met een ledenomroep naar keuze zoals de VPRO, omdat die niet aanverwant (want niet boeddhistisch) is. Dus zal de BOS bij de NTR moeten aansluiten, met een onafhankelijke (uit boeddhisten bestaande) programmaraad en een redactiestatuut.

2. Uiteraard heeft de directie van de BOS zich verzet tegen deze voornemens en waarschijnlijk hoopt men nog steeds dat het niet doorgaat. Tevergeefs, is mijn inschatting. Het is, denk ik, ook wel heilzaam voor de BOS. Immers: op dit moment gaat slechts ongeveer een derde deel van de televisieprogramma’s over het boeddhisme en haar beoefening. Na de halvering is uitsluitend boeddhistische programma’s maken nog altijd vooruitgang.

3. Deze nieuwe realiteit maakt het belang en betekenis van de Participatieraad (PAR) in de BOS groter. In de Statuten van de BOS staat hierover:

Participatie Raad. Artikel 16
1. Er is een Participatie Raad. De functie van de Participatie Raad is om, ten behoeve van het directe contact met de stichting, een platform te vormen voor alle boeddhisten in Nederland. De Participatie Raad streeft ernaar een afspiegeling te zijn van de variëteit van de Boeddhistische stromingen en tradities in Nederland.
2. De Participatie Raad adviseert het bestuur gevraagd en ongevraagd.
3. De Participatie Raad heeft tenminste tien en ten hoogste vijfentwintig leden.
4. De Participatie Raad bestaat uit representanten van Boeddhistische stromingen en tradities in Nederland. Deze personen dienen aan de volgende criteria te voldoen: onderschrijving van deze statuten; representatief zijn voor hun stroming/traditie, goed contact hebben met hun stroming/traditie en bereid zijn om dit contact tweezijdig actief vorm te geven; kennis van zaken hebben betreffende hun eigen stroming/traditie.
5. De leden van de Participatie Raad worden, rekeninghoudend met de in dit artikel genoemde criteria, benoemd en ontslagen door de Participatie Raad.
6. De leden van het uitvoerend bestuur zijn aanwezig bij de vergaderingen van de Participatie Raad.


Deze regels dienen te worden aangescherpt, ze zijn in de praktijk veel te vrijblijvend.
- De onderwerpen waarover het BOS-bestuur verplicht advies moet vragen, moeten worden benoemd (zo is de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 niet ter advisering aan de PAR voorgelegd).
- Verder moet worden geregeld op welke wijze het bestuur met de adviezen omgaat.
- Ook moet de invloed van de “leden van het uitvoerend bestuur “ in de PAR aan banden worden gelegd.
- Tenslotte moet geregeld worden op welke wijze (met trots gemeld op pag. 4 in de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 aan het Commissariaat voor de Media maar verder altijd ongenoemd gelaten gehouden) ongeorganiseerde boeddhisten tot de PAR kunnen toetreden. Ik citeer: “...Deze participatieraad staat ook open voor niet-BUN aangesloten boeddhistische centra en bovendien kunnen niet-georganiseerde individuen op uitnodiging zitting nemen in dit adviserende orgaan."

Nog twee andere opmerkingen.
4. Het zou goed zijn als in de eindrapportage van uw Werkgroep ook als gedachteoefening wordt nagegaan hoe het met de BOS tot 2015 moet, als de BUN zichzelf opheft. Immers, hoewel het niet direct de opdracht is die de Werkgroep zichzelf heeft gegeven, moet ook de bestaansgrond van de BUN zelf in de rapportage aan de orde komen. De BUN is er toch niet louter om het bestaan van BOS en BZI mogelijk te maken ?
In deze gedachteoefening zal - ook in juridische zin - van een versterkte PAR gebruik moeten worden gemaakt.

5. Wat betreft de BZI neem ik aan dat binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie de evaluatie van de BUN, zoals bedoeld in de Erkenningsovereenkomst van november 2008, wel ter hand zal zijn genomen. We mogen dus aannemen dat wat betreft BZI en BGV her recht zijn loop zal hebben.
Het lijkt mij raadzaam dat (de onafhanlijke leden van) uw Werkgroep bij de faculteit Godgeleerdheid van de V.U. navraag doet of deze nog wel van plan is een aanvraag voor financiering van een boeddhistische ambtsopleiding van het ministerie van Onderwijs in te dienen. Mijn indruk is dat de twijfel hierover bij de VU (bijvoorbeeld prof W. Janse) gegroeid is, op inhoudelijke, juridische en praktische gronden.

Tot slot verzoek ik Rinus Laban om als BUN-secretaris, deze brief van mij ook door te sturen aan de (aanstaande) onafhankelijke voorzitter van uw Werkgroep; ik heb begrepen dat dit dhr. van van Roermund is.

Veel succes met de verdere werkzaamheden van uw Werkgroep,
en vriendelijke groet

Joop Romeijn

maandag 27 juni 2011

Vragen over een opleiding boeddhistisch leraar

In juni heb ik een brief aan het Ministerie van Onderwijs gestuurd met wat vragen over een eventuele opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorger c.q. een boeddhistische ambtsopleiding (een in BUN-krigen gebagatelliseerd onderscheid)
Het antwoord dat ik een maand later kreeg was voor mij een verrassing: er is nog helemaal geen aanvraag ingediend.


Aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Directie Hoger Onderwijs & Studiefinanciering

Betreft: Mogelijke aanvraag financiering ambtsopleiding boeddhisten
door de V.U. samen met de B.Z.I. (2)

Amersfoort, 20 juni 2011

Geachte dames en heren

Op 18 februari van dit jaar heb ik u – op persoonlijke titel, als maatschappelijk betrokken boeddhist - in een brief enige informatie gegeven over het krachtenveld om de opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger,
Helaas heb ik daar nog geen reactie op gekregen van u, al realiseer ik me dat ik ook geen concrete vragen had geformuleerd.
Hierbij enige aanvullende informatie en wat vragen.
Zowel de VU (de Faculteit der Godgeleerdheid) als de Boeddhistisch Zendende Instantie (BZI) willen dat deze opleiding door de VU wordt gegeven en hopen op financiering door uw ministerie, vermoedelijk op basis van de regeling genoemd in Kamerstuk 31821 nr. 80. ‘Vermoedelijk’ want ik ken de aanvraag niet; mogelijk is de aanvraag daartoe die de VU en de BZI (en de Hindoeraad) d.d. 17-11-2009 aan het ministerie van Justitie heeft verstuurd, door Justitie aan uw ministerie doorgeleid.
Mijn eerste vraag: heeft u een verzoek tot financiering van een opleiding tot boeddhistisch
geestelijk verzorger ontvangen, hetzij van de VU hetzij via het ministerie van Justitie ?
De tweede (voor deze en volgende vragen is mijn aanname dat een verzoek is gedaan):
meent u dat ‘de boeddhisten’ voldoen aan de criteria genoemd in Kamerstuk 31821 nr 80?
De derde: welk aantal boeddhisten is er volgens u in Nederland, in uw systematiek ?
(Ik vraag dit omdat ik met redenen vermoed dat de BZI een veel te hoog aantal opvoert)

Een aspect van mijn eerdere brief wil ik nog eens onder uw aandacht brengen: de term ‘ambtsopleiding’. Hierover is in boeddhistische kringen nogal wat verwarring ontstaan.
De term 'ambtsopleiding' zal de boeddhistische organisaties in Nederland (sangha's genaamd) zeer ongewenst voorkomen, want er worden toch geen leraren zoals sangha's die kennen, opgeleid, maar boeddhistisch geestelijk verzorgers?
In het boeddhisme zijn dat verschillende functies, bij andere religies mogelijk niet.
Zoals ik laatst aan een boeddhistisch leraar schreef: “Het gaat in de toekomstige opleiding
dus niet alleen om geestelijk verzorgers maar ook om wat in het boeddhisme heet, leraren. Daar weten de sangha's in Nederland niets van. Hebben de toekomstige docenten van de VU dan transmissie gekregen in allerlei boeddhistische scholen? En hoe wordt deze ambtsopleiding afgerond, met een kerkelijk examen net zo als bij de dominee-opleiding? Het lijkt er op dat de BZI wil gaan bepalen wie in de toekomst leraar wordt.”

Mijn vierde vraag: maakt uw ministerie een onderscheid tussen een opleiding tot ‘geestelijk verzorger’, bijvoorbeeld die geaccrediteerd door de Stichting Kwaliteitsregister Geestelijk Verzorgers enerzijds; en een opleiding voor ambtsdragers zoals een dominee of een boeddhistische leraar, anderzijds ?

Een ander aspect betreft de behoefte aan opgeleide boeddhistisch geestelijk verzorgers.
De hele opleidingsvraag is ontstaan door een formele eis van het ministerie van (Veiligheid en) Justitie, t.b.v. het gevangeniswezen. Daar zijn nu inmiddels voldoende geestelijk verzorgers aangesteld; er is geen reden aan te nemen dat daar meer boeddhistisch geestelijk verzorgers gevraagd zullen worden. In de krijgsmacht zal de behoefte ook niet aanwezig zijn. Blijft over de gezondheidszorg; uit geen enkele uitlating van de (mensen om de) BZI blijkt echter kennis van deze sector.
Mijn vijfde vraag: heeft u enig zicht op de mogelijkheid dat er voor opgeleide
boeddhistisch geestelijk verzorgers, al dan niet als ‘ambtsdrager’, werkgelegenheid is ?

Enkele nieuwe feiten wil ik u melden.
De eerste is dat hoogstwaarschijnlijk het bestuur van de Boeddhistisch Unie Nederland (BUN) nooit een ‘Delegatieovereenkomst’ met de BZI heeft getekend en dus geen bevoegdheden aan de BZI heeft gedelegeerd. Er is slechts een ongetekende versie met als datum 3 april 2009, ook het ministerie van Justitie heeft geen andere dan deze ongetekende versie. (‘Alleen al’ want bovendien blijkt in 2009 de BZI nog niet formeel te hebben bestaan; uit gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt als inschrijvingsdatum 26-04-2010). De subsidie-aanvraag mede getekend door de voorzitter van de BZI aan Justitie is alleen al daardoor niet rechtsgeldig.
Decaan prof. dr. W. Janse van de Faculteit Godgeleerdheid van de VU heeft tegen het bestuur van BUN beaamd dat hiermee de grond onder overeenkomsten met de BZI verdwenen is. (Uw vermoeden in antwoord op vraag 5 in Kamerstuk 31821 nr 82 is niet geheel juist: niet de BUN maar de BZI heeft een samenwerkingsovereenkomst met een universiteit. Een mogelijk ongeldig te verklaren overeenkomst, blijkt nu).

Het tweede feit is het bestaan van een conflict tussen het bestuur van de BUN en de BZI over de bevoegdheden van de – zich autonoom gedragende - BZI, al aanwezig voordat het bestuur van de BUN begon te vermoeden dat hun voorgangers de Delegatieovereenkomst niet hadden getekend, er is namelijk nogal wat verloop tussen bestuursleden geweest.
De ledenvergadering van de BUN had op 11 juni 2011 een besluit hierover moeten nemen maar dat is niet gebeurd omdat een (grote) groep leden een ruzieachtige sfeer creëerde.
Er is een commissie benoemd die zich over deze problematiek gaat buigen; het BUN-bestuur is m.i. feitelijk niet meer in staat beleid te voeren in deze onderzoeksfase, die vermoedelijk pas eind dit najaar afgerond gaat worden in een nieuwe ledenvergadering.

Mijn zesde vraag aan u: erkent u gezien deze achtergrondinformatie de aanvraag gedaan
door de BZI (en de VU) ?
Mijn zevende vraag: gaat u een aanvraag financieel honoreren, op basis van Kamer-
stuk 31821 nr. 80 of een andere regeling, en bijvoorbeeld ingaand 2012 ?

In afwachting van uw antwoord op deze wat mij betreft openbare brief,

Hoogachtend,

drs. J.W. Romeijn