Maak van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN)
een Federatie van Boeddhistische Tradities (FBT).
Dit voorstel staat in een brief die ik (tegelijk met het plaatsen van deze blog) heb gestuurd aan het bestuur en aan de 'werkgroep ongebonden boeddhisten' van de BUN.
De BUN verkeert al lange tijd in moeilijk vaarwater. De representativiteit en daarmee het gezag is gering in de totale boeddhistische gemeenschap. Als er binnen een boeddhistische organisatie een probleem of conflict is, zal niemand op het idee komen, de BUN te vragen mee te helpen bij de oplossing. De wisseling van bestuursleden van de BUN is hoog, deze zomer is er weer een nieuwe voorzitter gekomen, iemand van de in ogen van niet-Tibetaans-boeddhisten ongemakkelijke organisatie omdat de leraar daarvan (Sogyal R.) berucht is vanwege zijn niet van vrouwelijke leerlingen af kunnen blijven. Zie m'n blogje over deze nieuwe voorzitter.
En zie de Special van *OpenBoeddhisme* over deze leraar.
De BUN tobt al jaren met het verschijnsel van wat zij noemen 'ongebonden boeddhisten', maar wat beter genoemd kan worden 'ongeorganiseerde boeddhisten', of - nog beter -
'niet bij een fysieke sangha aangesloten boeddhisten'.
Om dat probleem (welk probleem?) op te lossen is verleden jaar opnieuw een werkgroep in het leven geroepen die met een aantal (zover ik weet: 3) 'ongebondenen' gesprekken heeft gevoerd; met mij alleen in de vorm van een email-uitwisseling.
Zie mijn blog van april 2014 , getiteld
' Waarom de ongeorganiseerde boeddhist niet 'ongebonden' genoemd moeten worden;
en waarom de BUN eerst weg moet voor er iets anders kan komen '.
Op de Agenda van de Ledenvergadering d.d. 7 juni 2014 van de BUN stond over dit onderwerp vermeld:
"10. Stand van zaken werkgroep ongebonden boeddhisten
a. De werkgroep heeft 30 mei 2014 een tussentijdse rapportage aan het
bestuur gezonden. Bespreking verdere procedure. "
De rapportage was niet bijgevoegd en is nog steeds niet openbaar gemaakt; ook de 'verdere procedure' is niet bekend.
Van andere orde en minstens even groot is het probleem dat HET boeddhisme niet bestaat.
De verschillen tussen de tradities (afkomstig uit verschillende Aziatische landen en een enkele die zich een Westerse traditie noemt) zijn groot. Groter dan de overeenkomsten al worden concepten als 'Vier Edele Waarheden' en 'De Drie Karakteristieken' (welke drie, daarover zijn ze het ook niet eens?). De één heeft het bij voortduring over de 'BoeddhaNatuur', terwijl de ander daarvan kortweg zegt dat die niet bestaat.
Maar ook over de meest elementaire vraag: wat is het doel van de boeddhistische beoefening, wat is 'verlichting'('ontwaken') zijn ze het niet eens; dit is trouwens lastig te constateren want men spreekt daar nauwelijks over.
Daarnaast is de cultuur van de diverse sangha's nogal verschillend. Bijvoorbeeld de discussiecultuur, bij de een is discussie (zeker met de leraar) not done, bij de ander is dit juist onderdeel van het leerproces.
Nu de meer technische kanten van m'n voorstel:
De BUN wordt van een vereniging van sangha's een federatie van een aantal 'tradities' die zichzelf op een wijze zoals zij dat willen, organiseren. Sommige 'tradities' zullen de voorkeur geven aan de stichting- of verenigingsvorm, andere kunnen een meer informele vorm kiezen, als ze maar kans zien afgevaardigden voor de federatieraad aan te wijzen.
Welke 'tradities'? Gebruikelijk is in Nederland de drieslag:
* Theravada (inclusief vipassana);
* Zen en Chan, inclusief het Vietnamese boeddhisme en 'Leven in Aandacht';
* Tibetaans boeddhisme;
Daarnaast zijn er in Nederland:
* Triratna en het daarmee te vergelijken BC Haaglanden;
* Bij het Tibetaans boeddhisme zijn er ook de op Dorje Shugden gerichte groepen waar
anderen het moeilijk mee hebben en zo weinig mogelijk mee te maken willen hebben;
* Nichiren en mogelijk daarmee te vergelijken scholen;
* En tenslotte de niet bij een fysieke sangha aangeslotenen: seculiere en niet-seculiere
boeddhisten, inclusief (maar niet als kern) de Vrienden van het boeddhisme.
Zeven zijn dat er en veel meer leden van de nieuwe Federatie (formeel ook een vereniging al zou strikt genomen een stichting ook kunnen, maar dat is minder wenselijk) kan ik mij niet voorstellen.
Mogelijk andere vormen van Chinees boeddhisme (naast Chan)?
PS De BOS is nu ook lid van de BUN, dat zal in 2016 echt afgelopen moeten zijn,
dit was toch altijd al een weeffout.
Een voordeel van het federatiemodel is dat de tradities elkaar niet meer de maat hoeven te nemen (wat moet een Theravadin bv nu met de in zijn/haar ogen bizarre discussie over Shugden? Wat moet een Tibetaan met de discussie of mindfulness of samatha of metta wel of niet een vorm van vipassana is?)
Verder groeit alles vanzelf in dit model: de leden van de Federatie (de tradities dus) bepalen wat de bevoegdheid is van het bestuur van de federatie.
Ik denk eigenlijk dat dit federatiebestuur geen andere taak heeft dan het organiseren van de bijeenkomsten (halfjaarlijks?) van de Federatieraad.
De overeenkomsten die de BUN over boeddhistisch geestelijke verzorging heeft gesloten met het ministerie van Veiligheid en Justitie en met de Vrije Universiteit zullen in ieder geval onderwerp van bespreking en waarschijnlijk aanpassing moeten zijn.
Tenslotte moet het eerste nieuwe bestuur van de Federatie (ik denk: per 1-1-2016) niet bestaan uit leden van het huidige BUN-bestuur.
Eenvoudiger kan het toch allemaal niet?
========================================================================
Update 27 augustus
Uit de wijze van aankondigen zal duidelijk zijn dat onderstaande tekst niet van mij is. Op twee punten wil ik expliciet een andere mening geven:
* Ik zie onvoldoende bewijs voor wat genoemd wordt 'de seksuele escapades van Sangharakshita'
* Ik reken boeddhistische organisaties in mindere mate dan Rob Hogendoorn af op de escapades van hun leraren omdat het leraar zijn van een persoon sowieso niet zo'n indruk op mij maakt.
Verder heb ik vertegenwoordigers van twee van de zeven door mij (niet persé uitputtend) onderscheiden 'partners' van een toekomstige Federatie nog eens apart op dit voorstel gewezen. Namelijk die partners waar ik het meeste affiniteit mee heb: de eerste (Theravada) en de zevende (Hen zonder fysieke sangha en de 'Vrienden')
Update 25 augustus
Een per mail ontvangen commentaar van Rob Hogendoorn dat om technische redenen niet via het reactieformulier geplaatst kon worden. Om deze reden plaats ik (Joop R) het hier, cursief.
"Eén van de 'ongebonden' met wie deze BUN-commissie (leden: Aad Verboom, Olivier Provily, Henk Dofling, Stijn Bunschoten) sprak was ik.
De term 'ongebonden' is feitelijk onjuist, en naar mijn mening zelfs opzettelijk misleidend. Ik geef daarom de voorkeur aan 'individuele, niet-georganiseerde boeddhisten' en doel daarmee op personen die zich niet aansluiten bij een Nederlandse boeddhistische organisatie.
Daarvoor hebben zij vaak heel goede redenen. Het betekent per se níet dat ze geen deel zouden kunnen uitmaken van een (internationale) sangha of gemeenschap. De term 'ongebonden' suggereert onwil die voortkomt uit vrijblijvendheid. Ik denk dat die suggestie bewust wordt gewekt: het georganiseerd-zijn geeft sommigen een streepje voor.
Dit terzijde: ik heb de BUN-commissie (14 augustus 2014) laten weten dat ik niet langer beschikbaar ben voor gesprekken over de eventuele inbreng van individuele, niet-georganiseerde boeddhisten in de BUN.
Dat ik niet geloof dat deze commissie binnen de BUN enige verandering teweeg gaat brengen — de huidige BUN-leden piekeren er niet over hun 'macht' met anderen te delen — is daarbij van ondergeschikt belang.
De reden is simpel: ik wil persoonlijk helemaal niets te maken hebben met een organisatie die aanhangers van Sogyal Lakar en Rigpa (voorzitter Michael Ritman, bestuurslid Daan Meerburg) de ruimte geeft het voorzitterschap en bestuurslidmaatschap te bekleden en te domineren.
Bij mijn kennismaking vroeg ik de commissieleden of al bekend was wie de nieuwe BUN-voorzitter zou worden. Hoewel de kandidaat bekend was (Henk Dofling was lid van de sollicitatiecommissie), is me toen niet verteld wie hij was. Zou me toen zijn verteld dat de keuze op een Rigpa-kandidaat was gevallen, dan zou ik me onmiddellijk hebben teruggetrokken.
Al zou het BUN-lidmaatschap mogelijk zijn, van zo'n organisatie wíl ik geen lid zijn. Andere individuele, niet-georganiseerde boeddhisten raad ik af zo'n — volstrekt hypothetisch — lidmaatschap zelfs maar te overwegen. De commissieleden adviseerde ik hun eigen inzet nog eens goed te overdenken.
Om kort te gaan: ik wil de BUN geen moment met mijn aanwezigheid of inbreng legitimeren, zelfs niet als gesprekspartner van een (vrijblijvende) commissie. Wie zich afvraagt waarom ik dit standpunt inneem kan het best zelf op onderzoek uit gaan. Ik gaf de commissieleden daarvoor wat aanknopingspunten. Maak bijvoorbeeld een grondige studie van de seksuele escapades van:
• Sogyal Lakar (ook wel: Sogyal Rinpoche) van Rigpa;
• Chögyam Trungpa († 1987) en Ösel Tenzin († 1990) van Shambhala;
• Kalu Rinpoche († 1989) en zijn huidige tulku van het Naropa Instituut;
• Ole Nydahl van Diamantweg Boeddhisme;
• Dennis Genpo Merzel van Kanzeon, Zen Spirit, Zen River;
• Namkha Rinpoche van Rigdzin Community Nederland;
• Sangharakshita van Triratna (voorheen: Vrienden van de Westerse Boeddhisten Orde).
Dat hierover in Nederland zo goed als niets bekend is zegt eigenlijk alleen dat de meeste journalisten (boeddhistisch of niet) die over boeddhisme schrijven tot nu toe hun werk niet goed doen. In het Engels taalgebied is over deze leraren een enorm aantal publicaties en informatieve websites te vinden. Lees voor een uitzondering in Nederland het artikel 'De meester staat zijn leerlingen zeer na' van Marije van Beek in Trouw (26 juni 2014).
De hierboven genoemde organisaties zijn (of in het geval van het Naropa Instituut: was) alle BUN-lid. Dit brengt het totaal aantal BUN-leden dat rechtstreeks door deze seksuele escapades wordt geraakt op minstens negen. Dat die organisaties een moeizame, getroubleerde relatie hebben met het onderwerp seksueel grensoverschrijdend gedrag / seksueel wangedrag / seksueel misbruik is zacht uitgedrukt. Het maakt het onderwerp binnen de BUN feitelijk onbespreekbaar.
Samen met anderen streef ik inmiddels naar het op- en inrichten van een onafhankelijk meldpunt voor seksueel grensoverschrijdend gedrag in boeddhistische kring. Met 'onafhankelijk' bedoel ik in ieder geval 'onafhankelijk van de BUN'. Als ik één organisatie dit onderwerp niet toevertrouw is het de BUN, namelijk. Zoals ik de commissieleden in overweging gaf: hoe kan het zijn dat seksueel verkeer met leerlingen binnen organisaties zoals Rigpa en de BUN níet taboe is, maar een discussie over seksueel misbruik wel?
Ik gaf de commissieleden uitdrukkelijk te kennen dat ik van hen verwacht dat zij de bestuursleden en leden van de BUN niet alleen informeren over het feit dat ik me terugtrek, maar ook over de redenen die daarvoor heb gegeven. Om die reden voel ik me vrij om mijn bezwaren hier te herhalen. Als journalist en wetenschapper zal ik de BUN vanzelfsprekend kritisch blijven volgen en in voorkomend geval, net als voorheen, gelegenheid tot wederhoor blijven bieden. Wie meer over het bovenstaande wil weten kan me via mijn eigen website benaderen: http://robhogendoorn.nl. "
Posts tonen met het label brieven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brieven. Alle posts tonen
maandag 25 augustus 2014
vrijdag 16 mei 2014
De BUN heeft weer een nieuwe voorzitter, M Ritman; nu de boeddhisten nog
Nieuw ?
De Boeddhistische Unie Nederland (BUN) heeft een nieuwe voorzitter gekregen.
Michael Ritman heet hij, hij is verbonden aan Rigpa, de organisatie rond de omstreden (zie m'n blog over de leraar ) Tibetaan Sogyal Rinpoche.
Dat wil zeggen: de ledenvergadering moet dit besluit op 7 juni nemen, maar met dat soort besluiten gaat meestal weinig mis. Zie de Nieuwsbrief van de BUN
Sommigen zijn verbaasd of maken zich zorgen over het feit dat het BUN-bestuur nu vrijwel geheel in handen is van Tibetaans boeddhisten, maar volgens mij is dat irrelevant.
Ik heb geprobeerd door hem geschreven teksten over het boeddhisme (in Nederland) te vinden; maar niets. Misschien heeft hij wel Rigpa-teksten vertaald, maar heeft hij zich ook verdiept in andere boeddhistische tradities?
Zelf is Michael zeer bescheiden: "Ik zal graag in goede samenwerking met de ALV en de andere bestuursleden verantwoordelijkheid nemen om te borgen wat er in de laatste jaren bereikt is, en dit waar mogelijk met beleid uit te bouwen. "
'Borgen ', dat is een term die ik de ex-voorzitter André Kalden ook wel zie gebruiken. Twee moeren op één bout draaien, en de laatste slag tegen elkaar in; ik doe dat ook wel eens.
Maar wat valt er te 'borgen' ?
* De relatie met de BOS?
Is een aflopende zaak wegens het schrappen uit de Mediawet van de levensbeschouwelijke 2.42-omroepen per 1-1-2016. En als er een opvolger komt, wordt dat niet een stichting die een delegatie-overeenkomst met de BUN nodig heeft.
Wat dat betreft moet de BUN en dus voorzitter Michael Ritman hopen dat het beroep bij de rechtbank over de boete die het Commissariaat voor de Media heeft opgelegd (samen met een terugvorderings-eis € 52.500 plus nog eens duizenden (?) euro's aan advocatenkosten) snel tot een uitspraak raakt. Want nu moet de BOS zich nog houden aan de toezegging om dit bedrag in plaats van de BUN te betalen, maar dat hoeft na 31 december 2015 niet meer.
De eerste moedige beslissing van de BUN-voorzitter zou kunnen zijn, het beroep in te trekken.
* De interreligieuze samenwerking?
Betekent toch niet meer dan eens in de zoveel tijd een plechtige bijeenkomst?
* De opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger?
Het weinige werk daarvoor (de VU doet het liever zelf, en die hebben een eigen agenda) is uitbesteed aan de BZI, en die heeft het weer uitbesteed aan de Justitie-ambtenaar Varamitra.
En het beroepsperspectief is zeer ongewis met de wijziging van het zorgstelsel.
* De 'Dharma Advies Raad '?
Ik ben benieuwd naar het eerste advies van deze adviesraad, want die zijn toch zeker wel openbaar?
* Internationale zaken?
Welke zaken?
* De toekomst samen met de ongeorganiseerde boeddhisten tenslotte?
De commissie die daarover in opdracht van de ledenvergadering een rapport aan het voorbereiden is, heeft wel het 'gevoel van urgentie' over de noodzaak van een echte beleidswijziging in de patstelling in dit dossier (zie m'n blog uit april ); maar de ledenvergadering? De ALV van juni dit jaar zal nog geen duidelijkheid gaan bieden.
Vandaar mijn uitroep (vraagteken eigenlijk): 'nu de boeddhisten nog ' ! ?
'Weer een nieuwe voorzitter', zette ik in de kop.
In de ruim elf jaar die ik me - meestal op afstand - met de BUN bezighoud, heb ik al zes BUN-voorzitters meegemaakt; en nu de zevende dus:
Johan Niezing tot juni 2003
Jan-Willem Houthoff van juni 2003 tot april 2007; zie zijn fameuze 'Omzien in verwondering '
Varamitra van april 2007 tot april 2009 (eigenlijk tot december 2008)
Francisca Boel van april 2009 tot januari 2011
Richard de Jongh van januari tot augustus 2011
André Kalden van januari 2011 tot juni 2014
en nu Michael Ritman van juni 2014 tot ???
(Trouwens wat betreft het totale aantal bestuursleden is de BUN helemaal een duiventil, zoals *OpenBoeddhisme* twee jaar geleden analyseerde, zie OB maart 2012 ; en sindsdien is er niet echt van een stabilisering sprake. Het lijkt wel een 'zwart gat', zie video)
Wat zouden we Michael toe moeten wensen bij z'n benoeming zaterdag 7 juni in Amsterdam?
'STERKTE' lijkt me nog het meest realistisch en compassievol.
De Boeddhistische Unie Nederland (BUN) heeft een nieuwe voorzitter gekregen.
Michael Ritman heet hij, hij is verbonden aan Rigpa, de organisatie rond de omstreden (zie m'n blog over de leraar ) Tibetaan Sogyal Rinpoche.
Dat wil zeggen: de ledenvergadering moet dit besluit op 7 juni nemen, maar met dat soort besluiten gaat meestal weinig mis. Zie de Nieuwsbrief van de BUN
Sommigen zijn verbaasd of maken zich zorgen over het feit dat het BUN-bestuur nu vrijwel geheel in handen is van Tibetaans boeddhisten, maar volgens mij is dat irrelevant.
Ik heb geprobeerd door hem geschreven teksten over het boeddhisme (in Nederland) te vinden; maar niets. Misschien heeft hij wel Rigpa-teksten vertaald, maar heeft hij zich ook verdiept in andere boeddhistische tradities?
Zelf is Michael zeer bescheiden: "Ik zal graag in goede samenwerking met de ALV en de andere bestuursleden verantwoordelijkheid nemen om te borgen wat er in de laatste jaren bereikt is, en dit waar mogelijk met beleid uit te bouwen. "
'Borgen ', dat is een term die ik de ex-voorzitter André Kalden ook wel zie gebruiken. Twee moeren op één bout draaien, en de laatste slag tegen elkaar in; ik doe dat ook wel eens.
Maar wat valt er te 'borgen' ?
* De relatie met de BOS?
Is een aflopende zaak wegens het schrappen uit de Mediawet van de levensbeschouwelijke 2.42-omroepen per 1-1-2016. En als er een opvolger komt, wordt dat niet een stichting die een delegatie-overeenkomst met de BUN nodig heeft.
Wat dat betreft moet de BUN en dus voorzitter Michael Ritman hopen dat het beroep bij de rechtbank over de boete die het Commissariaat voor de Media heeft opgelegd (samen met een terugvorderings-eis € 52.500 plus nog eens duizenden (?) euro's aan advocatenkosten) snel tot een uitspraak raakt. Want nu moet de BOS zich nog houden aan de toezegging om dit bedrag in plaats van de BUN te betalen, maar dat hoeft na 31 december 2015 niet meer.
De eerste moedige beslissing van de BUN-voorzitter zou kunnen zijn, het beroep in te trekken.
* De interreligieuze samenwerking?
Betekent toch niet meer dan eens in de zoveel tijd een plechtige bijeenkomst?
* De opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger?
Het weinige werk daarvoor (de VU doet het liever zelf, en die hebben een eigen agenda) is uitbesteed aan de BZI, en die heeft het weer uitbesteed aan de Justitie-ambtenaar Varamitra.
En het beroepsperspectief is zeer ongewis met de wijziging van het zorgstelsel.
* De 'Dharma Advies Raad '?
Ik ben benieuwd naar het eerste advies van deze adviesraad, want die zijn toch zeker wel openbaar?
* Internationale zaken?
Welke zaken?
* De toekomst samen met de ongeorganiseerde boeddhisten tenslotte?
De commissie die daarover in opdracht van de ledenvergadering een rapport aan het voorbereiden is, heeft wel het 'gevoel van urgentie' over de noodzaak van een echte beleidswijziging in de patstelling in dit dossier (zie m'n blog uit april ); maar de ledenvergadering? De ALV van juni dit jaar zal nog geen duidelijkheid gaan bieden.
Vandaar mijn uitroep (vraagteken eigenlijk): 'nu de boeddhisten nog ' ! ?
'Weer een nieuwe voorzitter', zette ik in de kop.
In de ruim elf jaar die ik me - meestal op afstand - met de BUN bezighoud, heb ik al zes BUN-voorzitters meegemaakt; en nu de zevende dus:
Johan Niezing tot juni 2003
Jan-Willem Houthoff van juni 2003 tot april 2007; zie zijn fameuze 'Omzien in verwondering '
Varamitra van april 2007 tot april 2009 (eigenlijk tot december 2008)
Francisca Boel van april 2009 tot januari 2011
Richard de Jongh van januari tot augustus 2011
André Kalden van januari 2011 tot juni 2014
en nu Michael Ritman van juni 2014 tot ???
(Trouwens wat betreft het totale aantal bestuursleden is de BUN helemaal een duiventil, zoals *OpenBoeddhisme* twee jaar geleden analyseerde, zie OB maart 2012 ; en sindsdien is er niet echt van een stabilisering sprake. Het lijkt wel een 'zwart gat', zie video)
Wat zouden we Michael toe moeten wensen bij z'n benoeming zaterdag 7 juni in Amsterdam?
'STERKTE' lijkt me nog het meest realistisch en compassievol.
dinsdag 1 april 2014
Waarom de ongeorganiseerde boeddhist niet 'ongebonden' genoemd moeten worden; en waarom de BUN eerst weg moet voor er iets anders kan komen
De trouwe lezers van mijn blog, van *OpenBoeddhisme* , van het 'BoeddhistischDagblad' en (leden van) de LinkedIn groep 'Boeddhisme in Nederland' weten het misschien nog wel:
zomer 2013 kwam het thema 'de BUN en de ongeorganiseerde boeddhist' opnieuw aan de orde.
Het begon met de mededeling dat op de ledenvergadering (ALV) van de BUN het onderwerp 'Besluit tot instelling werkgroep participatie ongeorganiseerde boeddhisten ' op de agenda stond. Een toelichting hierop ontbrak.
Ook werd naderhand geen verslag of berichtje van de kant van de BUN gepubliceerd.
Wel verscheen in het BoeddhistischDagblad een interview met Aad Verboom (vertegenwoordiger in de BUN van het BUN-lid 'Dhammadipa') over de ongebonden boeddhist en hoe positief hij daar tegenover stond (zie BD van 13 juni 2013 http://boeddhistischdagblad.nl/aad-verboom-bun-is-geen-kasteel-met-een-ophaalbrug/ )
Niet alleen ik schreef hierover, in in *OpenBoeddhisme*, BoeddhistischDagblad en LinkedIn-groep verschenen in die periode reacties. Van iedereen, maar niet van de BUN, op één uitzondering na:
Ik citeer een blog van mezelf hierover:
' Ook is niet bekend of dit besluit nog door discussie vooraf is gegaan en of
het besluit met algemene stemmen is genomen. Ik vermoed van niet, omdat Ujukarin,
vertegenwoordiger van een ander BUN-lid, daartoe door mij geprovoceerd als reactie
in het BD schreef: “Maar slechts for the record: NIET alle BUN-leden stemden
voor het instemmen van deze commissie ”. ' Bron: BD reactie d.d. 22 juni
We konden vermoeden dat Aad lid, misschien zelfs voorzitter was van die werkgroep (beurtelings is in deze tekst sprake van dan weer 'werkgroep', dan weer 'commissie'; het is het inconsistente woordgebruik van de BUN dat ik daarmee weergeef), maar dat stond nergens.
Toen werd het weer ruim een half jaar stil.
Tot begin maart dit jaar ik een brief kreeg van iemand die me meedeelde, lid te zijn van de commissie, en namens deze commissie (inclusief Aad dus) mij als 'ongebonden boeddhist' voor een gesprek uitnodigde.
Een uitnodiging, out of the blue.
Vandaar dat ik de uitnodiger op 3 maart 2014 schreef: “Daarom zou ik het eerst op prijs
stellen iets de door de ALV van de BUN vastgestelde formele taakomschrijving
van de commissie te willen lezen, voordat ik besluit aan zo'n gesprek deel te nemen.“
Die omschrijving kreeg ik nog dezelfde dag. Ik heb hem hieronder (als Bijlage 2 ) integraal opgenomen. Vreemd alleen dat bij de 'Eigenschappen ' van dit Word-document staat:
' gemaakt op: 03-03-2014, 20:45:00, Reinier Tilanus ', terwijl het toch een document van zomer 2013 zou moeten zijn. Dit versterkt mijn vermoeden dat de opdracht voor de werkgroep/commissie helemaal niet in de ledenvergadering van juni 2013 aan de orde is geweest, dat er van een in het luchtledige plaatsvindend project sprake is.
De volgende dag (4 maart dus) schreef ik het gesprek met de commissie best te willen voeren, meldde geen 'ongebonden boeddhist', zelfs geen 'ongeorganiseerde boeddhist' te zijn (maar deelnemer van een reguliere vipassana-groep) en gaf hen wat stukken van mijn kant die wellicht bruikbaar zouden zijn als achtergrondinformatie. En waarin ik mijn visie over een en ander gaf. Zie voor de inhoud van deze mail van mij Bijlage 1, hieronder.
Of er ook andere mensen zijn uitgenodigd (naast Rob Hogendoorn waarvan ik het gehoord heb), weet ik niet.
Twee weken geleden meldde de commissie mij dat een gesprek met mij op dit moment (mogelijk later wel) niet nodig was omdat mijn mail duidelijk genoeg was en onze perspectieven fundamenteel verschilden.
Ik schreef terug, daar volledig begrip voor te hebben en altijd alsnog tot een gesprek bereid te zijn.
Wel moest ik nog een misverstand benoemen: mijn standpunt is niet - zo schreef ik - exact "het oprichten van een nieuw netwerk en opheffing van de BUN" maar in volgorde andersom: eerst opheffing van de BUN, dan een jaartje niets en dan iets nieuws oprichten.
[ Laat ik m'n argument daarvoor expliciet noemen: het ministerie van Veiligheid
en Justitie moet in de gelegenheid worden gesteld te constateren dat de door hen
als vertegenwoordiger van de boeddhisten bestempelde BUN niet meer bestaat en
dat dus die erkenning - en tevens die van de BZI - ingetrokken moet worden.]
Verder heb ik tegelijk deze blog aangekondigd èn bij hen ook op openbaarheid aangedrongen.
Daarmee voel ik me nu vrij mijn informatieve mail aan de commissie hier te publiceren.
Eén bron nog, dat is de met deze mail meegestuurde notitie van mij en een paar boeddhistische vrienden 'ONGEORGANISEERDE BOEDDHISTEN BIJ DE BUN ? ' uit november 2008 ; deze is bijvoorbeeld aan te treffen in de website van *OpenBoeddhisme* http://openboeddhisme.nl/wp-content/uploads/Gijsen-Hogendoorn-Romeijn-Ongeorganiseerde-boeddhisten-bij-de-BUN-9-11-2008.pdf
Ik ben zeer benieuwd of het de commissie lukt of op tijd voor de ledenvergadering van de BUN op 7 juni 2014 een rapport te publiceren; met concrete adviezen uiteraard. En vervolgens of de ledenvergadering (die die dag afscheid neemt van voorzitter André Kalden) die met algemene stemmen of in meerderheid over gaat nemen.
==============================================================
Bijlage 1
(Verzonden 4 maart 2014) Beste ....
Dank voor het toezenden van de notitie/vraagstelling van het BUN-bestuur; ik neem aan dat het - tenzij ik tegenbericht krijg - een openbaar stuk is.
Niet dat ik onmiddellijk van plan ben over dit onderwerp te publiceren in m'n blog. Eigenlijk was ik wel uitgepraat over het onderwerp.
Het onderwerp moet trouwens zijn: de ongeorganiseerde boeddhist (in de relatie tot de BUN) en niet 'de ongebonden boeddhist' , dat is een scheldwoord net zo als 'hinayana' dat is.
Eerst voor de duidelijkheid: ik heb me veel met de thematiek van de ongeorganiseerd boeddhist beziggehouden, maar ben dat zelf niet, laat staan ongebonden. Ik participeer in een wekelijkse vipassana-groep die verbonden is met de SIM.
Er staat o.a. in dat de werkgroep de ALV van 16 november 2013 een discussiestuk aan moest bieden; is dat er niet van gekomen ?
Verder ben ik benieuwd wie jullie verder gaan uitnodigen; bijvoorbeeld ook Rob Hogendoorn nu van *OpenBoeddhisme* die ook veel over dit onderwerp heeft geschreven? Zie bv http://openboeddhisme.nl/oud-voorzitter-verboom-miskent-aard-bun-beleid/
Dit punt kan breder gesteld worden: waarom binnenskamers op individuele basis? Waarom niet een publiek debat over dit onderwerp?
De vragen en deelvragen zijn niet de mijne. Ik heb een ander perspectief
Namelijk het volgende: al jaren zit de BUN in een spagaat.
Enerzijds bestaat de BUN uit een veertigtal zogeheten sangha's (niet alle leden zijn trouwens een sangha) met in totaal hoogstens tienduizend deelnemers van de activiteiten van die sangha's.
Anderzijds pretendeert de BUN bv richting overheid namens HET boeddhisme te spreken en alle boeddhisten daarin te representeren; en noemt (niet altijd even hard onderbouwde) aantallen van vele honderduizenden boeddhisten.
Dat kan niet . De BUN moet kiezen: of echt proberen alle boeddhisten te gaan representeren of alleen een vereniging van sangha's zijn en de banden met overheid en instanties aan de VU (t.a.v. de ambtsopleiding) verbreken omdat die op representativiteit-illusie gebaseerd zijn.
De BUN moet ook helderder voor zichzelf krijgen waarom ze eigenlijk alle boeddhisten en HET boeddhisme zou willen representeren. Ik denk dat dat is omdat in het verleden de BUN graag een boeddhistische zuil wilde hebben, met eigen omroep, eigen geestelijke verzorging, eigen basisschool etc. Die zuil-fantasie zou de BUN moeten loslaten.
Mooi dat jullie nieuw in de BUN zijn en onbevooroordeeld. Dat betekent wel dat de ouwe hap jullie de kastanjes uit het vuur laten halen. Om één voorbeeld te noemen: ik heb uit een uitspraak van Ujukarin (Triratna Amsterdam) begrepen dat deze tegen de werkgroep was omdat hij vindt dat alleen een in een sangha actieve boeddhist een echte boeddhist is. Dit principiele punt moeten jullie ook becommentarieren.
Maar goed is in ieder geval dat jullie (in meerderheid) neutraal staan t.o,v. sommige vertolkers van het standpunt van de ongeorganiseerde boeddhist in het verleden, met name hun taalgebruik.
De geschiedenis zoals ik die actief heb beleefd met de BUN over de ongeorganiseerden dateert al van 2008 waarin ik samen met een paar anderen een helder voorstel heb voorgesteld, te noemen 'het Duitse model'. Bijgevoegd.
Na 2012, onder andere door de evaluatie van de BUN op verzoek van Justitie door het KASKI en de crisis in de BUN (o.a. het wegjagen voorzitter de Jong), is mijn standpunt geevolueerd; sinsdien ben ik van mening:
het is het beste voor de ontwikkeling van het boeddhisme
in Nederland als de BUN zichzelf opheft.
Het liefst wat mij betreft met onmiddellijke ingang maar om de BOS nog in de lucht te houden uiterlijk per 1 januari 2016.
Mogelijk kan ik jullie overtuigen van de juistheid van die stelling, maar het is dit stellige standpunt die mij gisteren bracht tot m'n opmerking over jullie mogelijk gaan teleurstellen.
Anders gezegd, mijn antwoorden op de vragen van het BUN-bestuur zijn: voor mij hoeft het niet meer.
Als de vraag zou zijn: wat dan wel? Mogelijk dat na het zich opheffen van de BUN individuele boeddhisten zich verenigen in een vereniging als religieus genootschap; maar dat is iets dat pas over een paar jaar kan gaan groeien; niet nu.
Maar ik vertegenwoordig niemand anders dan mezelf in dit standpunt.
Hieronder een paar van mij bijdragen over de thematiek de afgelopen jaren.
Ik wacht een concrete uitnodiging voor 20 maart of 3 april af; het liefst uiterlijk vroeg in de avond want ik ga graag een uur of tien naar bed. Misschien is inmiddels 20 maart gezien de vragen en informatie aan jullie in deze mail te kort dag.
Vriendelijke groet
Joop Romeijn
http://joopromeijn.blogspot.nl/2008/12/de-bun-en-de-minister-verstuurd-26.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2008/12/wat-moeik-ik-met-de-bun.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2011/10/joop-vertelt-de-bun-nog-een-keer-hoe.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2011/11/monsterverbond.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2012/01/gaat-de-bun-zichzelf-opnieuw-uitvinden.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2012/02/de-vertaling-van-de-evaluatie-van-de.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2012/04/een-enkeltje-bun-bijdrage-aan-de.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2012/06/boeddhisme-is-niet-voor-bange-mensen.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2012/07/een-aangevuld-verslag-van-het-gesprek.html
http://boeddhistischdagblad.nl/waarom-ongebonden-boeddhisten-lid-zouden-worden-van-de-bun/; met 44 reacties waaronder een paar van mij
===============================================================
Bijlage 2
Inleiding
Al vele jaren speelt de vraag binnen de BUN of en zo ja op welke manier ongebonden Boeddhisten in de BUN vertegenwoordigd zouden moeten worden. In de BUN ALV van 08 Juni 2013 is besloten een werkgroep op te richten die advies kan uitbrengen aan de BUN ALV.
Dit stuk is bedoeld als richtlijn voor de taakstelling van de werkgroep.
Procedure
De werkgroep is ingesteld door het BUN bestuur met als doel een gemotiveerd advies te formuleren voor de BUN ALV. Vanuit het bestuur zal Humphrey Versloot deelnemen aan de werkgroep.
De werkgroep zal zelf uit haar midden een voorzitter kiezen en een plan van aanpak opstellen.
Doelstelling is dat de werkgroep op de BUN ALV van 16 November 2013 een discussiestuk met advies aan de ALV kan aanbieden.
Er is geen formele tussentijdse rapportage aan het BUN bestuur.
Taakstelling van de werkgroep
De kernvraag is waarover de werkgroep een gemotiveerd advies dan wel discussiestuk aan de BUN ALV gevraagd wordt uit te brengen is:
Deelvragen die aan de orde zouden moeten komen
1. Wat zijn de argumenten voor en tegen het creëren van het lidmaatschap voor ongebonden Boeddhisten
a. voor de BUN (leden)
b. voor henzelf
c. voor andere maatschappelijke partners
d. voor de BUN als bestuurlijke organisatie
2. Hoe definieer je een ongebonden Boeddhist en wel met name het Boeddhistische gedeelte ervan.
3. Welke criteria leg je aan om voor lidmaatschap van de BUN door ongebondenen in aanmerking te komen:
a. zouden individuen lid moeten kunnen worden
b. zouden ongebondenen zich moeten organiseren om lid te kunnen worden
c. welke criteria zouden dan voor zo’n organisatie gelden
4. Hoe moet dat lidmaatschap eruit zien
a. wat zijn de criteria
b. wel/geen stemrecht
c. moet er een aparte lidmaatschapsvorm geschapen worden
en wellicht nog:
5. welke financiële bijdrage is realistisch te vragen en wat krijgen ze daarvoor
6. op welke manier stelt de BUN organisatorisch zeker dat ook de belangen van de aangesloten organisaties voldoende aan bod blijven komen
7. op wat voor manier geef je de ongebondenen invloed en hoe organiseer je dat (vergadering, aparte vergadering, klankbordgroep etc.?), zijn er alternatieven
8. welke statutaire veranderingen zijn er nodig voor het invoeren van ongebonden leden
zomer 2013 kwam het thema 'de BUN en de ongeorganiseerde boeddhist' opnieuw aan de orde.
Het begon met de mededeling dat op de ledenvergadering (ALV) van de BUN het onderwerp 'Besluit tot instelling werkgroep participatie ongeorganiseerde boeddhisten ' op de agenda stond. Een toelichting hierop ontbrak.
Ook werd naderhand geen verslag of berichtje van de kant van de BUN gepubliceerd.
Neergelaten ophaalbrug?
Wel verscheen in het BoeddhistischDagblad een interview met Aad Verboom (vertegenwoordiger in de BUN van het BUN-lid 'Dhammadipa') over de ongebonden boeddhist en hoe positief hij daar tegenover stond (zie BD van 13 juni 2013 http://boeddhistischdagblad.nl/aad-verboom-bun-is-geen-kasteel-met-een-ophaalbrug/ )
Niet alleen ik schreef hierover, in in *OpenBoeddhisme*, BoeddhistischDagblad en LinkedIn-groep verschenen in die periode reacties. Van iedereen, maar niet van de BUN, op één uitzondering na:
Ik citeer een blog van mezelf hierover:
' Ook is niet bekend of dit besluit nog door discussie vooraf is gegaan en of
het besluit met algemene stemmen is genomen. Ik vermoed van niet, omdat Ujukarin,
vertegenwoordiger van een ander BUN-lid, daartoe door mij geprovoceerd als reactie
in het BD schreef: “Maar slechts for the record: NIET alle BUN-leden stemden
voor het instemmen van deze commissie ”. ' Bron: BD reactie d.d. 22 juni
We konden vermoeden dat Aad lid, misschien zelfs voorzitter was van die werkgroep (beurtelings is in deze tekst sprake van dan weer 'werkgroep', dan weer 'commissie'; het is het inconsistente woordgebruik van de BUN dat ik daarmee weergeef), maar dat stond nergens.
Toen werd het weer ruim een half jaar stil.
Een gesprek
Tot begin maart dit jaar ik een brief kreeg van iemand die me meedeelde, lid te zijn van de commissie, en namens deze commissie (inclusief Aad dus) mij als 'ongebonden boeddhist' voor een gesprek uitnodigde.
Een uitnodiging, out of the blue.
Vandaar dat ik de uitnodiger op 3 maart 2014 schreef: “Daarom zou ik het eerst op prijs
stellen iets de door de ALV van de BUN vastgestelde formele taakomschrijving
van de commissie te willen lezen, voordat ik besluit aan zo'n gesprek deel te nemen.“
Die omschrijving kreeg ik nog dezelfde dag. Ik heb hem hieronder (als Bijlage 2 ) integraal opgenomen. Vreemd alleen dat bij de 'Eigenschappen ' van dit Word-document staat:
' gemaakt op: 03-03-2014, 20:45:00, Reinier Tilanus ', terwijl het toch een document van zomer 2013 zou moeten zijn. Dit versterkt mijn vermoeden dat de opdracht voor de werkgroep/commissie helemaal niet in de ledenvergadering van juni 2013 aan de orde is geweest, dat er van een in het luchtledige plaatsvindend project sprake is.
De volgende dag (4 maart dus) schreef ik het gesprek met de commissie best te willen voeren, meldde geen 'ongebonden boeddhist', zelfs geen 'ongeorganiseerde boeddhist' te zijn (maar deelnemer van een reguliere vipassana-groep) en gaf hen wat stukken van mijn kant die wellicht bruikbaar zouden zijn als achtergrondinformatie. En waarin ik mijn visie over een en ander gaf. Zie voor de inhoud van deze mail van mij Bijlage 1, hieronder.
Of er ook andere mensen zijn uitgenodigd (naast Rob Hogendoorn waarvan ik het gehoord heb), weet ik niet.
Geen gesprek
Twee weken geleden meldde de commissie mij dat een gesprek met mij op dit moment (mogelijk later wel) niet nodig was omdat mijn mail duidelijk genoeg was en onze perspectieven fundamenteel verschilden.
Ik schreef terug, daar volledig begrip voor te hebben en altijd alsnog tot een gesprek bereid te zijn.
Wel moest ik nog een misverstand benoemen: mijn standpunt is niet - zo schreef ik - exact "het oprichten van een nieuw netwerk en opheffing van de BUN" maar in volgorde andersom: eerst opheffing van de BUN, dan een jaartje niets en dan iets nieuws oprichten.
[ Laat ik m'n argument daarvoor expliciet noemen: het ministerie van Veiligheid
en Justitie moet in de gelegenheid worden gesteld te constateren dat de door hen
als vertegenwoordiger van de boeddhisten bestempelde BUN niet meer bestaat en
dat dus die erkenning - en tevens die van de BZI - ingetrokken moet worden.]
Verder heb ik tegelijk deze blog aangekondigd èn bij hen ook op openbaarheid aangedrongen.
Daarmee voel ik me nu vrij mijn informatieve mail aan de commissie hier te publiceren.
Een oud, nog steeds voortreffelijk maar niet meer relevant voorstel
Eén bron nog, dat is de met deze mail meegestuurde notitie van mij en een paar boeddhistische vrienden 'ONGEORGANISEERDE BOEDDHISTEN BIJ DE BUN ? ' uit november 2008 ; deze is bijvoorbeeld aan te treffen in de website van *OpenBoeddhisme* http://openboeddhisme.nl/wp-content/uploads/Gijsen-Hogendoorn-Romeijn-Ongeorganiseerde-boeddhisten-bij-de-BUN-9-11-2008.pdf
Ik ben zeer benieuwd of het de commissie lukt of op tijd voor de ledenvergadering van de BUN op 7 juni 2014 een rapport te publiceren; met concrete adviezen uiteraard. En vervolgens of de ledenvergadering (die die dag afscheid neemt van voorzitter André Kalden) die met algemene stemmen of in meerderheid over gaat nemen.
==============================================================
Bijlage 1
(Verzonden 4 maart 2014) Beste ....
Dank voor het toezenden van de notitie/vraagstelling van het BUN-bestuur; ik neem aan dat het - tenzij ik tegenbericht krijg - een openbaar stuk is.
Niet dat ik onmiddellijk van plan ben over dit onderwerp te publiceren in m'n blog. Eigenlijk was ik wel uitgepraat over het onderwerp.
Het onderwerp moet trouwens zijn: de ongeorganiseerde boeddhist (in de relatie tot de BUN) en niet 'de ongebonden boeddhist' , dat is een scheldwoord net zo als 'hinayana' dat is.
Eerst voor de duidelijkheid: ik heb me veel met de thematiek van de ongeorganiseerd boeddhist beziggehouden, maar ben dat zelf niet, laat staan ongebonden. Ik participeer in een wekelijkse vipassana-groep die verbonden is met de SIM.
Er staat o.a. in dat de werkgroep de ALV van 16 november 2013 een discussiestuk aan moest bieden; is dat er niet van gekomen ?
Verder ben ik benieuwd wie jullie verder gaan uitnodigen; bijvoorbeeld ook Rob Hogendoorn nu van *OpenBoeddhisme* die ook veel over dit onderwerp heeft geschreven? Zie bv http://openboeddhisme.nl/oud-voorzitter-verboom-miskent-aard-bun-beleid/
Dit punt kan breder gesteld worden: waarom binnenskamers op individuele basis? Waarom niet een publiek debat over dit onderwerp?
De vragen en deelvragen zijn niet de mijne. Ik heb een ander perspectief
Namelijk het volgende: al jaren zit de BUN in een spagaat.
Enerzijds bestaat de BUN uit een veertigtal zogeheten sangha's (niet alle leden zijn trouwens een sangha) met in totaal hoogstens tienduizend deelnemers van de activiteiten van die sangha's.
Anderzijds pretendeert de BUN bv richting overheid namens HET boeddhisme te spreken en alle boeddhisten daarin te representeren; en noemt (niet altijd even hard onderbouwde) aantallen van vele honderduizenden boeddhisten.
Dat kan niet . De BUN moet kiezen: of echt proberen alle boeddhisten te gaan representeren of alleen een vereniging van sangha's zijn en de banden met overheid en instanties aan de VU (t.a.v. de ambtsopleiding) verbreken omdat die op representativiteit-illusie gebaseerd zijn.
De BUN moet ook helderder voor zichzelf krijgen waarom ze eigenlijk alle boeddhisten en HET boeddhisme zou willen representeren. Ik denk dat dat is omdat in het verleden de BUN graag een boeddhistische zuil wilde hebben, met eigen omroep, eigen geestelijke verzorging, eigen basisschool etc. Die zuil-fantasie zou de BUN moeten loslaten.
Mooi dat jullie nieuw in de BUN zijn en onbevooroordeeld. Dat betekent wel dat de ouwe hap jullie de kastanjes uit het vuur laten halen. Om één voorbeeld te noemen: ik heb uit een uitspraak van Ujukarin (Triratna Amsterdam) begrepen dat deze tegen de werkgroep was omdat hij vindt dat alleen een in een sangha actieve boeddhist een echte boeddhist is. Dit principiele punt moeten jullie ook becommentarieren.
Maar goed is in ieder geval dat jullie (in meerderheid) neutraal staan t.o,v. sommige vertolkers van het standpunt van de ongeorganiseerde boeddhist in het verleden, met name hun taalgebruik.
De geschiedenis zoals ik die actief heb beleefd met de BUN over de ongeorganiseerden dateert al van 2008 waarin ik samen met een paar anderen een helder voorstel heb voorgesteld, te noemen 'het Duitse model'. Bijgevoegd.
Na 2012, onder andere door de evaluatie van de BUN op verzoek van Justitie door het KASKI en de crisis in de BUN (o.a. het wegjagen voorzitter de Jong), is mijn standpunt geevolueerd; sinsdien ben ik van mening:
het is het beste voor de ontwikkeling van het boeddhisme
in Nederland als de BUN zichzelf opheft.
Het liefst wat mij betreft met onmiddellijke ingang maar om de BOS nog in de lucht te houden uiterlijk per 1 januari 2016.
Mogelijk kan ik jullie overtuigen van de juistheid van die stelling, maar het is dit stellige standpunt die mij gisteren bracht tot m'n opmerking over jullie mogelijk gaan teleurstellen.
Anders gezegd, mijn antwoorden op de vragen van het BUN-bestuur zijn: voor mij hoeft het niet meer.
Als de vraag zou zijn: wat dan wel? Mogelijk dat na het zich opheffen van de BUN individuele boeddhisten zich verenigen in een vereniging als religieus genootschap; maar dat is iets dat pas over een paar jaar kan gaan groeien; niet nu.
Maar ik vertegenwoordig niemand anders dan mezelf in dit standpunt.
Hieronder een paar van mij bijdragen over de thematiek de afgelopen jaren.
Ik wacht een concrete uitnodiging voor 20 maart of 3 april af; het liefst uiterlijk vroeg in de avond want ik ga graag een uur of tien naar bed. Misschien is inmiddels 20 maart gezien de vragen en informatie aan jullie in deze mail te kort dag.
Vriendelijke groet
Joop Romeijn
http://joopromeijn.blogspot.nl/2008/12/de-bun-en-de-minister-verstuurd-26.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2008/12/wat-moeik-ik-met-de-bun.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2011/10/joop-vertelt-de-bun-nog-een-keer-hoe.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2011/11/monsterverbond.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2012/01/gaat-de-bun-zichzelf-opnieuw-uitvinden.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2012/02/de-vertaling-van-de-evaluatie-van-de.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2012/04/een-enkeltje-bun-bijdrage-aan-de.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2012/06/boeddhisme-is-niet-voor-bange-mensen.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2012/07/een-aangevuld-verslag-van-het-gesprek.html
http://boeddhistischdagblad.nl/waarom-ongebonden-boeddhisten-lid-zouden-worden-van-de-bun/; met 44 reacties waaronder een paar van mij
===============================================================
Bijlage 2
Vraagstelling vanuit het BUN bestuur aan de ‘Werkgroep ongebonden Boeddhisten’
Inleiding
Al vele jaren speelt de vraag binnen de BUN of en zo ja op welke manier ongebonden Boeddhisten in de BUN vertegenwoordigd zouden moeten worden. In de BUN ALV van 08 Juni 2013 is besloten een werkgroep op te richten die advies kan uitbrengen aan de BUN ALV.
Dit stuk is bedoeld als richtlijn voor de taakstelling van de werkgroep.
Procedure
De werkgroep is ingesteld door het BUN bestuur met als doel een gemotiveerd advies te formuleren voor de BUN ALV. Vanuit het bestuur zal Humphrey Versloot deelnemen aan de werkgroep.
De werkgroep zal zelf uit haar midden een voorzitter kiezen en een plan van aanpak opstellen.
Doelstelling is dat de werkgroep op de BUN ALV van 16 November 2013 een discussiestuk met advies aan de ALV kan aanbieden.
Er is geen formele tussentijdse rapportage aan het BUN bestuur.
Taakstelling van de werkgroep
De kernvraag is waarover de werkgroep een gemotiveerd advies dan wel discussiestuk aan de BUN ALV gevraagd wordt uit te brengen is:
Moeten ongebonden Boeddhisten in de BUN vertegenwoordigd worden
en zo ja, waarom en op welke organisatorische manier?
en zo ja, waarom en op welke organisatorische manier?
Deelvragen die aan de orde zouden moeten komen
1. Wat zijn de argumenten voor en tegen het creëren van het lidmaatschap voor ongebonden Boeddhisten
a. voor de BUN (leden)
b. voor henzelf
c. voor andere maatschappelijke partners
d. voor de BUN als bestuurlijke organisatie
2. Hoe definieer je een ongebonden Boeddhist en wel met name het Boeddhistische gedeelte ervan.
3. Welke criteria leg je aan om voor lidmaatschap van de BUN door ongebondenen in aanmerking te komen:
a. zouden individuen lid moeten kunnen worden
b. zouden ongebondenen zich moeten organiseren om lid te kunnen worden
c. welke criteria zouden dan voor zo’n organisatie gelden
4. Hoe moet dat lidmaatschap eruit zien
a. wat zijn de criteria
b. wel/geen stemrecht
c. moet er een aparte lidmaatschapsvorm geschapen worden
en wellicht nog:
5. welke financiële bijdrage is realistisch te vragen en wat krijgen ze daarvoor
6. op welke manier stelt de BUN organisatorisch zeker dat ook de belangen van de aangesloten organisaties voldoende aan bod blijven komen
7. op wat voor manier geef je de ongebondenen invloed en hoe organiseer je dat (vergadering, aparte vergadering, klankbordgroep etc.?), zijn er alternatieven
8. welke statutaire veranderingen zijn er nodig voor het invoeren van ongebonden leden
dinsdag 17 december 2013
BOS, VU en andere nieuwsfeiten en updates
Diverse zaken; misschien de laatste tekst van dit jaar. Er kan altijd nog wat komen. Ik ben al een tijd aan het worstelen met een tekst over devotie, over mijn eigen devotionele tendensen; maar m'n opvattingen wisselen nog teveel om daar een helder verhaal van te maken. We zien wel.
1. Geassocieerd adviseur bij de BOS worden ? Nee toch
Op 22 november schreef ik gereageerd te hebben op de oproep van het BOS-bestuur dat 'geassocieerde adviseurs ' zocht.
Een week later heb ik een vervolgmail gestuurd met een specificatie hoe ik me formeel de rol van adviseur voorstelde:
Het lijkt me het beste dat het bestuur twee commissies instelt als bedoeld in
artikel 27, lid 3 van de Statuten. In beide commissies komen de door jullie selectie
gekomen geassocieerde adviseurs, aangevuld met een bestuurs/directielid;
- de ene met als taak te adviseren over lange termijn beleid Radio en
websites (waaronder die van Bodhitv)
- de andere met als taak te adviseren over het lange termijn beleid m.b.t. Televisie
In een ontvangstbevestiging schreef de BOS namens het bestuur dat ik half december een reactie van hen mocht verwachten.
Vandaag berichtte de voorzitter van de BOS mij dat de keus van het bestuur niet op mij maar op drie andere kandidaten is gevallen; hoeveel er daarvan overblijven, weet ik niet. Verder ben ik benieuwd of die anderen ook in de openbaarheid durven te treden; want dat hoort toch als je met boeddhistische media bezig wil zijn?
Hier en hieronder heb ik het vooral over de structurele kant van media-aandacht voor het boeddhisme. Het gaat uiteraard om de inhoudelijke kant; daarom herhaal ik wat ik hierover op 15 oktober heb geschreven. Ik denk aan drie functies, vooral te realiseren via radio en internet:
* de inhoudelijke functie (de Dharma / Dhamma brengen)
* de journalistieke functie (informeren over de wijze waarop het boeddhisme
in Nederland beoefend wordt)
* de maatschappelijke functie (boeddhisme staat 'in de wereld'; er spelen
commerciële krachten en belangen, hoe gaan we daar geëngageerd mee om?)
Wat de BOS-televisie de afgelopen jaren vooral heeft gebracht, noem ik de esthetische functie; die heeft voor mij veel minder prioriteit.
Zie verder over de BOS hieronder (punt 2).
2. De opleiding tot BGV-er ('Buddhist Chaplain') en andere VU-activiteiten
Hierover meldde ik het nieuws dat de ambtsopleiding er (september 2014) echt lijkt te gaan komen.
Verder nieuws is er niet. André van der Braak reageerde niet op een mail van me hierover.
Naast m'n twee vraagtekens in deze blogtekst ben ik verder benieuwd hoeveel studenten belangstelling voor deze opleiding hebben.
Nog een nieuwtje, ook relevant voor het thema 'BOS '. Op 15 januari vindt er in het VU-gebouw een debat plaats onder de titel ' Is er toekomst voor religie in de media ? '
De vraagstelling voor dit gebeuren na het intrekken van artikel 2.42 uit de Mediawet: "Betekent dit dat religie zal verdwijnen uit de media? Of komt religie in andere vormen en op andere kanalen terug in de media? En gloort er toch een toekomstperspectief aan het media firmament voor afgestudeerde jonge theologen en religiewetenschappers?"
'Toekomstperspectief ' zonder duidelijk verdienmodel dan toch.
Ik heb de organisatie van het debat twee stellingen voorgelegd:
( 1.) Het is waarschijnlijk niet toegestaan dat de huidige levensbeschouwelijke (2.42)
omroepen publieke middelen besteden voor het anticiperen op de situatie na 2015
wanneer ze geen oproepmiddelen meer krijgen. Mede daarom verdient het de voorkeur
dat daarvoor in de komende tijd nieuwe organisaties worden opgericht.
( 2.) Het zou onverstandig zijn als de levensbeschouwelijke omroepen c.q. bovengenoemde
nieuwe organisaties wat betreft de situatie na 2015 op twee paarden wedden.
Namelijk zowel op activiteiten zonder publieke middelen (bv via internet) àls op
programma's maken, gebruik makend van de € 9 à 12 miljoen budget dat aan de overblijvende
omroepen voor levensbeschouwelijke programma's ter beschikking zal worden gesteld.
3. Van kloosters en meditatiecentra
Een paar dagen eerder schreef ik over de functies van op te richten (concurrerende) meditatiecentra in de Theravada-traditie n.a.v. een mail van Adi Ichsan.
Op deze mail ben ik, in reacties in het 'BoeddhistischDagblad ', nog teruggekomen, met als stelling: 'zwijgen als men moet spreken is ook onzuiver spreken' . Zie onderaan blog van 15 dec.
Verder is het weer stil geworden op dit front; ik krijg de indruk dat de meeste leraren dit initiatief van Adi en/of de Thaise tempel in Landsmeer niet al te serieus nemen.
4. Waar ik niet over heb geschreven en ook nu geen nieuws over kan melden:
Hoe is het toch met de BUN ?
Op 16 november was er een Algemene Leden Vergadering met als agendapunten onder andere, naast vaste punten als BOS en BZI:
“9. Voortgang Bestuurlijke vertaling Rapport Lotusbloem - Aanpassing statuten ...
10. Werkgroep ongeorganiseerde boeddhisten
11. Instellen commissie benoeming nieuwe BUN-voorzitter v.a. April 2014. ”
Sindsdien hebben we niets meer gehoord of gelezen, niet in het BoeddhistischDagblad (menigmaal spreekbuis van BUN-bestuurders) en ook niet op de website van de BUN zelf (waarvan trouwens heel wat pagina's al jaren lang niet bijgewerkt zijn).
Vandaar mijn vraag: IS DE BUN AL VERDWENEN ? Dat zou nu nog te vroeg zijn, opheffen eind 2015 zou het beste zijn. Dan vervalt toch de omroeplicensie waar de BOS gebruik van heeft gemaakt en is de BZI niet meer nodig omdat de 'Raad voor Onafhankelijke Spiritualiteit' functioneert. Dus nog even volhouden.
5. Een nieuwe site met vertalingen naar het Nederlands; en een al langer bestaande
Er zijn al heel wat Nederlandstalige vertaalde boeddhistische teksten, maar nog steeds is dat een fractie van wat er in de oorspronkelijke talen, en in het Engels, is.
Daarom verdient een nieuw initiatief in deze richting waarderende aandacht.
Ik doel op de site http://site.anderkracht.nl/ van Jules Prast.
Update 26 december Helaas is Jules ook zelfgemaakte gedichten op deze site gaan zetten.
Mijn reactie op 'Vorm en Liefde' in het BoeddhistischDagblad waar het overgenomen is: "Volgens mij is God behoorlijk verdwaald in dit gedicht; en is compassie voor hem/haar op z’n plaats. Of is alleen compassie voor levende wezens zinvol en niet voor een concept (zoals God)? "
Al langer (sinds 2004) bestaat de site van Bhiksuni Ratana met veel vertalingen van Mahayana-Sutra's naar het Nederlands. Zie hier , bevat grote vertalingen.
6. *OpenBoeddhisme* over de nieuwe belastingregels voor (boeddhistische) ANBI's
Waar 'Anderkracht' zich met de bovenbouw van het boeddhisme bezighoudt, is de site *OpenBoeddhisme* op dit moment vooral op de onderbouw ervan gericht. Op onroerend-goed in teksten van de afgelopen maanden en op financiën in recente teksten: namelijk nieuwe-eisen-aan-boeddhistische-anbis en de-anbi-boeddhisme-check van 6 c.q. 11 december.
Een groot deel van de boeddhistische organisaties (sangha's) in Nederland heeft de status van 'Algemeen Nut Beogende Instellingen ' (ANBI), wat belastingvoordeel bij schenkingen betekent. Daar staan wel, en aangescherpt per 1 januari 2014, eisen van de belastingdienst tegenover, met name wat betreft transparantie, het openbaar informatie geven.
*OpenBoeddhisme* beschrijft deze eisen en geeft een overzicht van sangha's met een ANBI, inclusief hun al dan niet voldoen aan de nieuwe eisen (niet dus). Het onderzoek wordt vervolgd.
1. Geassocieerd adviseur bij de BOS worden ? Nee toch
Op 22 november schreef ik gereageerd te hebben op de oproep van het BOS-bestuur dat 'geassocieerde adviseurs ' zocht.
Een week later heb ik een vervolgmail gestuurd met een specificatie hoe ik me formeel de rol van adviseur voorstelde:
Het lijkt me het beste dat het bestuur twee commissies instelt als bedoeld in
artikel 27, lid 3 van de Statuten. In beide commissies komen de door jullie selectie
gekomen geassocieerde adviseurs, aangevuld met een bestuurs/directielid;
- de ene met als taak te adviseren over lange termijn beleid Radio en
websites (waaronder die van Bodhitv)
- de andere met als taak te adviseren over het lange termijn beleid m.b.t. Televisie
In een ontvangstbevestiging schreef de BOS namens het bestuur dat ik half december een reactie van hen mocht verwachten.
Vandaag berichtte de voorzitter van de BOS mij dat de keus van het bestuur niet op mij maar op drie andere kandidaten is gevallen; hoeveel er daarvan overblijven, weet ik niet. Verder ben ik benieuwd of die anderen ook in de openbaarheid durven te treden; want dat hoort toch als je met boeddhistische media bezig wil zijn?
Hier en hieronder heb ik het vooral over de structurele kant van media-aandacht voor het boeddhisme. Het gaat uiteraard om de inhoudelijke kant; daarom herhaal ik wat ik hierover op 15 oktober heb geschreven. Ik denk aan drie functies, vooral te realiseren via radio en internet:
* de inhoudelijke functie (de Dharma / Dhamma brengen)
* de journalistieke functie (informeren over de wijze waarop het boeddhisme
in Nederland beoefend wordt)
* de maatschappelijke functie (boeddhisme staat 'in de wereld'; er spelen
commerciële krachten en belangen, hoe gaan we daar geëngageerd mee om?)
Wat de BOS-televisie de afgelopen jaren vooral heeft gebracht, noem ik de esthetische functie; die heeft voor mij veel minder prioriteit.
Zie verder over de BOS hieronder (punt 2).
2. De opleiding tot BGV-er ('Buddhist Chaplain') en andere VU-activiteiten
Hierover meldde ik het nieuws dat de ambtsopleiding er (september 2014) echt lijkt te gaan komen.
Verder nieuws is er niet. André van der Braak reageerde niet op een mail van me hierover.
Naast m'n twee vraagtekens in deze blogtekst ben ik verder benieuwd hoeveel studenten belangstelling voor deze opleiding hebben.
Nog een nieuwtje, ook relevant voor het thema 'BOS '. Op 15 januari vindt er in het VU-gebouw een debat plaats onder de titel ' Is er toekomst voor religie in de media ? '
De vraagstelling voor dit gebeuren na het intrekken van artikel 2.42 uit de Mediawet: "Betekent dit dat religie zal verdwijnen uit de media? Of komt religie in andere vormen en op andere kanalen terug in de media? En gloort er toch een toekomstperspectief aan het media firmament voor afgestudeerde jonge theologen en religiewetenschappers?"
'Toekomstperspectief ' zonder duidelijk verdienmodel dan toch.
Ik heb de organisatie van het debat twee stellingen voorgelegd:
( 1.) Het is waarschijnlijk niet toegestaan dat de huidige levensbeschouwelijke (2.42)
omroepen publieke middelen besteden voor het anticiperen op de situatie na 2015
wanneer ze geen oproepmiddelen meer krijgen. Mede daarom verdient het de voorkeur
dat daarvoor in de komende tijd nieuwe organisaties worden opgericht.
( 2.) Het zou onverstandig zijn als de levensbeschouwelijke omroepen c.q. bovengenoemde
nieuwe organisaties wat betreft de situatie na 2015 op twee paarden wedden.
Namelijk zowel op activiteiten zonder publieke middelen (bv via internet) àls op
programma's maken, gebruik makend van de € 9 à 12 miljoen budget dat aan de overblijvende
omroepen voor levensbeschouwelijke programma's ter beschikking zal worden gesteld.
3. Van kloosters en meditatiecentra
Een paar dagen eerder schreef ik over de functies van op te richten (concurrerende) meditatiecentra in de Theravada-traditie n.a.v. een mail van Adi Ichsan.
Op deze mail ben ik, in reacties in het 'BoeddhistischDagblad ', nog teruggekomen, met als stelling: 'zwijgen als men moet spreken is ook onzuiver spreken' . Zie onderaan blog van 15 dec.
Verder is het weer stil geworden op dit front; ik krijg de indruk dat de meeste leraren dit initiatief van Adi en/of de Thaise tempel in Landsmeer niet al te serieus nemen.
4. Waar ik niet over heb geschreven en ook nu geen nieuws over kan melden:
Hoe is het toch met de BUN ?
Op 16 november was er een Algemene Leden Vergadering met als agendapunten onder andere, naast vaste punten als BOS en BZI:
“9. Voortgang Bestuurlijke vertaling Rapport Lotusbloem - Aanpassing statuten ...
10. Werkgroep ongeorganiseerde boeddhisten
11. Instellen commissie benoeming nieuwe BUN-voorzitter v.a. April 2014. ”
Sindsdien hebben we niets meer gehoord of gelezen, niet in het BoeddhistischDagblad (menigmaal spreekbuis van BUN-bestuurders) en ook niet op de website van de BUN zelf (waarvan trouwens heel wat pagina's al jaren lang niet bijgewerkt zijn).
Vandaar mijn vraag: IS DE BUN AL VERDWENEN ? Dat zou nu nog te vroeg zijn, opheffen eind 2015 zou het beste zijn. Dan vervalt toch de omroeplicensie waar de BOS gebruik van heeft gemaakt en is de BZI niet meer nodig omdat de 'Raad voor Onafhankelijke Spiritualiteit' functioneert. Dus nog even volhouden.
5. Een nieuwe site met vertalingen naar het Nederlands; en een al langer bestaande
Er zijn al heel wat Nederlandstalige vertaalde boeddhistische teksten, maar nog steeds is dat een fractie van wat er in de oorspronkelijke talen, en in het Engels, is.
Daarom verdient een nieuw initiatief in deze richting waarderende aandacht.
Ik doel op de site http://site.anderkracht.nl/ van Jules Prast.
Update 26 december Helaas is Jules ook zelfgemaakte gedichten op deze site gaan zetten.
Mijn reactie op 'Vorm en Liefde' in het BoeddhistischDagblad waar het overgenomen is: "Volgens mij is God behoorlijk verdwaald in dit gedicht; en is compassie voor hem/haar op z’n plaats. Of is alleen compassie voor levende wezens zinvol en niet voor een concept (zoals God)? "
Al langer (sinds 2004) bestaat de site van Bhiksuni Ratana met veel vertalingen van Mahayana-Sutra's naar het Nederlands. Zie hier , bevat grote vertalingen.
6. *OpenBoeddhisme* over de nieuwe belastingregels voor (boeddhistische) ANBI's
Waar 'Anderkracht' zich met de bovenbouw van het boeddhisme bezighoudt, is de site *OpenBoeddhisme* op dit moment vooral op de onderbouw ervan gericht. Op onroerend-goed in teksten van de afgelopen maanden en op financiën in recente teksten: namelijk nieuwe-eisen-aan-boeddhistische-anbis en de-anbi-boeddhisme-check van 6 c.q. 11 december.
Een groot deel van de boeddhistische organisaties (sangha's) in Nederland heeft de status van 'Algemeen Nut Beogende Instellingen ' (ANBI), wat belastingvoordeel bij schenkingen betekent. Daar staan wel, en aangescherpt per 1 januari 2014, eisen van de belastingdienst tegenover, met name wat betreft transparantie, het openbaar informatie geven.
*OpenBoeddhisme* beschrijft deze eisen en geeft een overzicht van sangha's met een ANBI, inclusief hun al dan niet voldoen aan de nieuwe eisen (niet dus). Het onderzoek wordt vervolgd.
zondag 15 december 2013
Een aantal reacties in het BoeddhistischDagblad
De afgelopen maand heb ik, na een periode van onthouding, weer een aantal reacties in het 'BoeddhistischDagblad ' geplaatst.
Naast wat klein grut betrof het drie thema's: Het bewonderen van de leraar; In de wereld maar niet van de wereld; en Over juiste spraak. Voor een deel neem ik ook reacties van anderen op; maar om de context volledig te begrijpen moet in het BoeddhistischDagblad zelf gelezen worden.
A. Het bewonderen van de leraar (?)
Een artikel d.d. 10 december van Connie Franssen en een aantal reacties daar op, ook van mij, onder de titel 'Vroedman' .
Mijn openingsreactie:
“Eerlijk gezegd begrijp ik de fascinatie in sommige boeddhistische tradities voor het leraarschap niet zo.
In het begin van het pad is een leraar nodig om de weg te wijzen en valkuilen te laten zien. Maar dat houdt toch een keer op? De leerling wordt toch een keer spiritueel volwassen? Na een paar jaar op z’n hoogst?
Dan wordt de leraar toch de spirituele vriend, op basis van gelijkwaardigheid?
Of een vroegere kennis, want met de vroedvrouw van mij en van m’n kinderen onderhoud ik ook geen contact meer.
Overigens vind ik Nico Tydeman een aardige man, ik gun het hem dat hij vrij is van bewondering.”
Ujukarin hierop:
“Ik ben bang dat JoopR’s stelling weer zo’n typisch geval is van Westers consumentistisch knippen-en-snijden uit de Dharma. Ook in het Aziatische Theravada, voor leken én voor monniken, blijft de band met de Leraar levenslang bestaan. Inderdaad niet zozeer in de Mahayana-zin van ‘Leraar is de Boeddha voor jou’ maar wel in de zin dat in die paar jaar dat de student, hopelijk, volwassen wordt de Leraar ook zich gewoon door-ontwikkelt en nog altijd ver boven jouw niveau zit én levenslang erg nuttig is om je met problemen te helpen, en je Ego-ballonnetjes die vroeg of laat in je beoefening sluipen door te prikken.
Mee eens, het heet na die paar jaar Kalyana Mittata en geen rechtstreeks leraarschap meer. Maar het is nadrukkeijk VERTIKALE vriendschap en nooit geheel op basis van gelijkwaardigheid; tenzij natuurlijk de leraar zelf vind dat je zijn/haar niveau bereikt hebt maar dat gaat dan ook meestal gepaard met iets van een transmissie/autorisatie, Acharya-titel bij het Theravada etc. en dan nóg vereer je de leraar in enige vertikale zin. ”
Ik weer:
“Met het meeste van wat Ujukarin zegt, ben ik het wel eens; alleen [met] dat woord ‘vereren‘ heb ik grote moeite. Dat doen m.i. Theravadins niet; het is de overtreffende trap van ‘bewonderen‘ waarin ook al een onzuiver sentiment zit. Vind ik hoor.
Sommige mensen bewonderen veel. Ik niet, ik ben er wat zuiniger mee
Waardering heb ik voor m’n leraren, respect, maar in bepaalde zin laat ik ze ook achter me.
Af en toe denk ik aan een mooie uitspraak van Martine Batchelor over dat in Korea leerlingen vrij makkelijk van de ene naar de andere leraar gaan. Haar ‘verklaring’: de leraren in Korea hebben er niet zo’n moeite mee, hun leerlingen los te laten.
(Hier stond oorspronkelijk nog een zin bij:)
Tenslotte herhaal ik m’n pleidooi om ook vanuit het perspectief van de leraar te redeneren: gun hem of haar dat hij/zij vrij is van bewondering. ”
Edel Maex (die mijn reactie niet heeft kunnen lezen omdat die pas dag later geplaatst werd):
"Hoe is toch in het boeddhisme het idee binnengeslopen van de leraar die je ego doorprikt? Volgens mij komt dat van Freud. Het is de catch 22 van: ‘als jij niet ziet wat ik zie, dan is dat jouw onbewuste weerstand’.
De Boeddha zie ik zoiets nooit doen. In de Pali Canon zie je de Boeddha met een oneindig geduld en een mateloze vriendelijkheid en respect steeds weer de dharma uitleggen en nog eens uitleggen en het nog eens anders zeggen …
Die vriendelijkheid heb ik zelf ook altijd bij Nico ervaren en zo lees ik ook Connie’s mooie stukje. Maar ik wens hem met Joop R. ook weer niet tè veel bewondering toe. Dat is voor niemand leuk.”
Waarop Ujukarin:
“Goede vraag, Edel. Ik denk dat het vooral taal is – wij in het Westen hebben nu eenmaal meer met Ego als expliciet concept te maken dan de mensen toen in India. Maar als ik het anders verwoord als ‘Leraar die door zijn/haar geduld en scherpte jou van je foutieve zienswijzen afhelpt’ dan past dat zowel bij de Boeddha als pakweg bij de zenmeesters-met-hun-haarscherpe-pointes. Bij de Boeddha bijvoorbeeld in de bekeringen van Kisagotami en Angulimala, die echt 180′ omdraaiden na indirect zijn lering begrepen te hebben en daarmee hun foute zienswijze (Ego) achter zich lieten. Dus die rol van leraar die je levenslang blijft respecteren/bewonderen, en waar nodig raadplegen, is echt zo oud als de sangha. ”
Mijn reactie daarop:
“… Ujukarin stelt: 'Dus die rol van leraar die je levenslang blijft respecteren/bewonderen, en waar nodig raadplegen, is echt zo oud als de sangha.‘
Nogmaals: respecteren zeker, maar waar is dat ‘bewonderen’ goed voor? Alsof je levenslang teruggaat naar je vroedvrouw/vroedman voor nazorg na je geboorte. Lijkt mij onvolwassen gedrag. Is het een band willen blijven hebben met je leraar ook niet een aspect van dat vermaledijde ‘Ego’? ”
Een paar dagen later (de 15e december) heb ik nog een reactie geplaatst, nadat ik weer eens gereflecteerd had op m'n eigen - niet te ontkennen - devotionele kanten:
" Een slimme lezer heeft me er op gewezen dat ik hier het heilzame karakter van het bewonderen van de leraar in twijfel trek maar tegelijk op mijn blog een bewonderend stuk over Bhikkhu Bodhi plaats. (http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/12/boeddhistische-globale-verlichting-een.html )
Het is waar; de tekst is overwegend bewonderend, inclusief de behoefte in een aantal opzichten ook te zijn zoals hij is.
Er zijn nog een paar argumenten die mij deels vrij pleiten, maar sterk zijn die niet:
Ik zou kunnen zeggen dat Bhikkhu Bodhi mijn leraar niet is, met de bijbehorende transmissie van hart tot hart zoals sommigen (Zennies) zo mooi zeggen; ik ken hem niet persoonlijk, heb alleen veel van hem gelezen.
Dan zou ik kunnen zeggen dat ik ook wel een paar kritiekpunten op hem durf te formuleren, ik zie hem niet als perfect. Eigenlijk is het zo dat ik het op een paar punten niet met hem eens ben, dat is wat anders dan hem onvolmaakt verklaren.
Vervolgens zou ik mezelf wegcijferend kunnen stellen dat m’n bewonderende tekst een doel buiten mezelf dient, namelijk anderen ertoe brengen hem ook te gaan lezen en zijn initiatief na te volgen. Bewondering als ‘vaardig middel’ (‘upaya‘) zogezegd. Maar dat kunnen anderen met hun guru-devotie ook zeggen.
Maar misschien moet ik maar gewoon toegeven dat ik overdreven heb en/of dat ik ook niet volmaakt ben. Bovendien heb ik makkelijk praten: ik loop niet zo’n groot risico van bewonderd te worden.
Met dank aan Connie die deze discussie mogelijk heeft gemaakt. "
B. In de wereld maar niet van de wereld? Of toch?
Een artikel van 30 november door Robert Keurntjes getiteld 'Zorgen over het boeddhisme'
Mijn reactie d.d. 30 november:
“Raadselachtig, vermoedelijk voortkomend uit een te beperkt religie-begrip vind ik de zin 'Boeddhisme als religie zal vast wel blijven bestaan maar wat het boeddhisme te bieden heeft zit wellicht minder in de religieuze aspecten dan in de inzichten die het boeddhisme ontwikkeld heeft over de werking van onze geest in relatie tot ons welbevinden.'
Hoe is dit te verenigen met het principe ‘In de wereld maar niet van de wereld‘ ? Is dat trouwens een religieus of een niet-religieus principe? “
Na een reactie van Robert zeg ik:
“Ik ben blij dat je dat laatste punt zo duidelijk maakt; we zijn het daarover niet met elkaar eens. Jij bent ‘in de wereld en van de wereld’, concludeer ik uit je woorden.
Juist het feit dat de verschillen tussen de boeddhistische tradities zo groot zijn maakt het makkelijk allerlei inhoud in ‘het’ boeddhisme te projecteren. Dat gebeurde vroeger en dat gebeurt nu, in het Oosten en in het Westen. Daarin heb je gelijk.
Ik heb alleen niet zo’n behoefte aan de aangename en niet-verontrustende variant waarin ‘dukkha’ en de onvermijdelijkheid van het sterven onzichtbaar geworden is.
‘Alles is voortdurend in verandering’, zeg je terecht; maar als dat nu op iets slaat, is het wel op de door jou gepropageerde ‘welbevinden’.
Kortom: jouw boeddhisme is me niet ongemakkelijk genoeg.
Na een volgende reactie van Robert:
"We hebben het dus – als het lukt los van christelijke reminiscenties – over het transcendente.
Zie over het onderscheid in het boeddhisme bv het (Engelstalige) artikel van Buddhadasa Bhikkhu: http://www.buddhadasa.com/naturaltruth/twolanguage1.html
Wellicht zijn we het dus toch wel eens, ik kies alleen liever voor een minder geruststellende toon."
Na nog een serie reacties schrijf ik:
"Achteraf realiseer ik me dat de maar half gelukte discussie over ‘in de wereld maar niet van de wereld‘ in feite ging over de tegengestelde visies van Theravada versus Mahayana. Het arhat-ideaal van Theravada (niet van de wereld) versus het bodhisattva-ideaal van Mahayana (wel), maar beide dan nuchterder geformuleerd.
En Sjoerd. Ik ben het bijna helemaal met je eens en herken mezelf ook wel in je verhaal. Maar toch, als je zegt “Een echte boeddhist is echt en helemaal van deze wereld“, dan denk ik: deze wereld is wel samsara, en ik laat me niet meer (zoveel als vroeger) meeslepen door wat er in deze wereld gebeurt, in het licht van mijn sterfelijkheid.
Wat me vanochtend enthousiast heeft gemaakt is het artikel van Floor van Orsouw, in zekere zin ook over dit thema, bij Bodhitv: www.bodhitv.nl/articles/show-news/2013-12-02/boeddhisme-met-peper-en-zout/
En nog een dag later:
"… ik ben geen non-dualist, niet tegen afgescheidenheid; met hoeveel mensen om me heen ik ook sterf, ik sterf alleen.
Er bestaat niet 1 werkelijkheid, ieder creëert in z’n hoofd een eigen werkelijkheid gebaseerd op allerlei input en allerlei opvattingen.
Er bestaat niet 1 boeddhisme maar allerlei boeddhismen die niet zoveel met elkaar te maken hebben. "
C. Over 'juiste spraak ' en een vipassana-meditatiecentrum
Een artikel over 'juiste spraak' door Menno Prins op 21 november leverde veel reacties op, ook van mij :
“Een mooi initiatief en een mooi rijtje. Ik (een aantal maal beschuldigd van ‘onjuist spreken’, deels terecht en deels m.i. onterecht) weet nu al er niet altijd aan te voldoen. Geneigd tot het kwade zogezegd.
Toch wil ik nog twee puntjes toevoegen:
- Realiseer je dat opmerkingen die in de ene boeddhistische traditie normaal zijn, in een andere traditie irritatie kunnen wekken (Zen-grappen bv; of Sutta-citaten als argument gebruiken)
- Iets opzoeken (via google bv) voor je een reactie plaatst, is geen schande.
Wat ik me tenslotte afvraag, is of naast het rijtje over ‘het juiste spreken’ ook een rijtje mogelijk is over ‘het juiste luisteren’. Want soms, ik weet dat het gevaarlijk is om te zeggen, proef ik wel eens overgevoeligheid en lange tenen.
Samenvattend: boeddhisme is niet voor bange mensen.
Met als soort correctie na een reactie:
“Je hebt gelijk, Kees, het was een vrij belachelijke beeldspraak van me om ‘proeven’ te schrijven terwijl ik iets als ‘waarnemen van concepten’ bedoelde
(Zoals je wellicht weet wordt het denken in sommige tradities ook als een zintuig genoemd)
Laat ik in deze fase van de discussie dan nog maar eens zeggen, niet zonder zonde te zijn. Mijn oefening is niet alleen, steeds een beetje meer zuiver te gaan spreken maar ook om er steeds een beetje meer tegen te kunnen, niet met respect behandeld te worden. Dat laatste lukt me al aardig. ”
Ook Adi Ichsan reageerde, voor het eerst in het BD:
Ik reageer als volgt op hem:
“Omdat ik wel een beetje een ‘existentialist’ (ouderwets woord, ik denk dat Stephen-Batchelor-achtigen bedoeld worden) ben en dit stuk van Adi dus minder geschikt is voor mij, toch een reactie.
Het lastige van deze tekst is dat de auteur zich buiten (of boven) het thema stelt. Het is een abstracte beschouwing waarin de mogelijkheid dat de auteur zelf ook wel eens onzuiver zou kunnen spreken, niet genoemd wordt.
Ik zal de juistheid van wat hier staat, niet betwisten. Maar kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat Adi hier voor het eerst in het BD schrijft omdat ik een paar dagen eerder kritiek heb geuit op het feit dat hij de Vriendenmiddag van 26 oktober van het Vipassana Meditatie- en Studiecentrum (i.o.) niet heeft meegedeeld mede-initiatiefnemer te zijn van een concurrerend meditatiecentrum dat (mogelijk) in Purmerend gaat komen. Dat lijkt mij onzuiver zwijgen.
PS
Je gebruikt wel erg veel Pali-termen, Adi. Maar niet allemaal behoren ze tot de Pali Canon. ‘Paramatha Dhamma’ (ultieme waarheid) bv is pas in onze jaartelling voor het eerst in de Theravada gebruikt, mogelijk onder invloed van het Mahayana Boeddhisme (cf Nagarjuna) “
En na vragen hierover:
“Ik probeerde duidelijk teveel in één korte reactie te stoppen.
Over je twee vragen:
(1) Er zijn twee initiatieven (landelijk, individuele lokale sangha’s overstijgend) voor een meditatiecentrum. Het gaat dan om retraites (op een Theravada-manier) van een week of langer waar ook overnacht wordt, dus om vrij grote en dure gebouwen.
Misschien is het schokkend voor sommigen maar ook bij boeddhisten en nog meer bij boeddhistische organisaties spelen belangen en concurrentieverhoudingen wel eens een rol. En boeddhisten gaan daar, juist omdat ze zo’n verheven ethiek hebben, vaak nogal onhandig mee om.
Zie voor meer preciese informatie daarover mijn blog .
(2) Daar wordt ook duidelijk dat ik vind dat Adi Ichsan de ‘Vrienden’ van het ‘Vipassana Meditatie- en Studiecentrum’ voor of op 26 oktober had moeten informeren over het andere initiatief, dat in Landsmeer/Purmerend.
En dat punt combineer ik dan vervolgens met deze beschouwing van Adi in het BD waarin hij de boeddhistische ethiek uiteenzet. Wat ik daarbij constateer (en niet verwijt want aan mijn ‘zuiver spreken’ schort het ook wel eens) dat hij heeft gezwegen toen hij had moeten spreken en dat dat m.i. ook 'onzuiver spreken' is. ”
Update 17 december
Nog een reactie, ik kon het niet laten. Van Edel Maex werd geplaatst:
Nieuwlichter-en-Uitleggers-waarom-zou-de-Dharma-niet-voor-Interpretatie-vatbaar-zijn ?
Mijn reactie (in de richting van Edel):
"Volgens mij vergis je je zowel wat betreft de “opkomende anti-moderne tendens” op zich als in jouw (en die van de 'schamperenden') bezorgdheid daarover.
HET boeddhisme (in het Oosten en nu ook in het Westen) bestaat niet: er zijn grote verschillen tussen de tradities en in sommige ervan (bv in de Theravada) heeft de ethiek altijd al een grote rol gespeeld. 'Doctrinaire discussies' waren er altijd volop, bv in het Tibetaans boeddhisme maar niet alleen daar.
Ik denk dat sommigen met affiniteit tot HET boeddhisme in een droomwereld hebben geleefd waarin het boeddhisme (meestal een Zen-variant) iets moois, compassievols en tegelijk moderns was.
En dan die zogeheten modernisering. Wat is dat eigenlijk:
Is het overeenkomstig moderne wetenschappelijke inzichten (Big Bang, Higgs, evolutietheorie etc) zijn?
Is het globalistisch, multiculureel, vol cultuur-relativering?
Is het toename van autonomie van de individu? Dat te denken is een tragisch misverstand: ik ben er wel voor maar het vind niet plaats;
Is 'modern' makkelijk, licht verteerbaar ('Buddhism-light') en populair (willen) zijn ?
Ik zou het niet weten. Al is er dan verandering, misschien bestaat 'modernisering' helemaal niet.
Natuurlijk is de Dharma veranderbaar en voor herinterpretatie vatbaar (zelfs de Dhamma is dat). Maar wat blijft is de neiging van mensen zichzelf iets wijs te maken. Als variant op de Bodhisattva-gelofte: “Hoe talloos de illusies ook zijn, ik beloof ze alle te doorzien“; alleen beloof ik dat niet, ik probeer het. "
Naast wat klein grut betrof het drie thema's: Het bewonderen van de leraar; In de wereld maar niet van de wereld; en Over juiste spraak. Voor een deel neem ik ook reacties van anderen op; maar om de context volledig te begrijpen moet in het BoeddhistischDagblad zelf gelezen worden.
A. Het bewonderen van de leraar (?)
Een artikel d.d. 10 december van Connie Franssen en een aantal reacties daar op, ook van mij, onder de titel 'Vroedman' .
Mijn openingsreactie:
“Eerlijk gezegd begrijp ik de fascinatie in sommige boeddhistische tradities voor het leraarschap niet zo.
In het begin van het pad is een leraar nodig om de weg te wijzen en valkuilen te laten zien. Maar dat houdt toch een keer op? De leerling wordt toch een keer spiritueel volwassen? Na een paar jaar op z’n hoogst?
Dan wordt de leraar toch de spirituele vriend, op basis van gelijkwaardigheid?
Of een vroegere kennis, want met de vroedvrouw van mij en van m’n kinderen onderhoud ik ook geen contact meer.
Overigens vind ik Nico Tydeman een aardige man, ik gun het hem dat hij vrij is van bewondering.”
Ujukarin hierop:
“Ik ben bang dat JoopR’s stelling weer zo’n typisch geval is van Westers consumentistisch knippen-en-snijden uit de Dharma. Ook in het Aziatische Theravada, voor leken én voor monniken, blijft de band met de Leraar levenslang bestaan. Inderdaad niet zozeer in de Mahayana-zin van ‘Leraar is de Boeddha voor jou’ maar wel in de zin dat in die paar jaar dat de student, hopelijk, volwassen wordt de Leraar ook zich gewoon door-ontwikkelt en nog altijd ver boven jouw niveau zit én levenslang erg nuttig is om je met problemen te helpen, en je Ego-ballonnetjes die vroeg of laat in je beoefening sluipen door te prikken.
Mee eens, het heet na die paar jaar Kalyana Mittata en geen rechtstreeks leraarschap meer. Maar het is nadrukkeijk VERTIKALE vriendschap en nooit geheel op basis van gelijkwaardigheid; tenzij natuurlijk de leraar zelf vind dat je zijn/haar niveau bereikt hebt maar dat gaat dan ook meestal gepaard met iets van een transmissie/autorisatie, Acharya-titel bij het Theravada etc. en dan nóg vereer je de leraar in enige vertikale zin. ”
Ik weer:
“Met het meeste van wat Ujukarin zegt, ben ik het wel eens; alleen [met] dat woord ‘vereren‘ heb ik grote moeite. Dat doen m.i. Theravadins niet; het is de overtreffende trap van ‘bewonderen‘ waarin ook al een onzuiver sentiment zit. Vind ik hoor.
Sommige mensen bewonderen veel. Ik niet, ik ben er wat zuiniger mee
Waardering heb ik voor m’n leraren, respect, maar in bepaalde zin laat ik ze ook achter me.
Af en toe denk ik aan een mooie uitspraak van Martine Batchelor over dat in Korea leerlingen vrij makkelijk van de ene naar de andere leraar gaan. Haar ‘verklaring’: de leraren in Korea hebben er niet zo’n moeite mee, hun leerlingen los te laten.
(Hier stond oorspronkelijk nog een zin bij:)
Tenslotte herhaal ik m’n pleidooi om ook vanuit het perspectief van de leraar te redeneren: gun hem of haar dat hij/zij vrij is van bewondering. ”
Edel Maex (die mijn reactie niet heeft kunnen lezen omdat die pas dag later geplaatst werd):
"Hoe is toch in het boeddhisme het idee binnengeslopen van de leraar die je ego doorprikt? Volgens mij komt dat van Freud. Het is de catch 22 van: ‘als jij niet ziet wat ik zie, dan is dat jouw onbewuste weerstand’.
De Boeddha zie ik zoiets nooit doen. In de Pali Canon zie je de Boeddha met een oneindig geduld en een mateloze vriendelijkheid en respect steeds weer de dharma uitleggen en nog eens uitleggen en het nog eens anders zeggen …
Die vriendelijkheid heb ik zelf ook altijd bij Nico ervaren en zo lees ik ook Connie’s mooie stukje. Maar ik wens hem met Joop R. ook weer niet tè veel bewondering toe. Dat is voor niemand leuk.”
Waarop Ujukarin:
“Goede vraag, Edel. Ik denk dat het vooral taal is – wij in het Westen hebben nu eenmaal meer met Ego als expliciet concept te maken dan de mensen toen in India. Maar als ik het anders verwoord als ‘Leraar die door zijn/haar geduld en scherpte jou van je foutieve zienswijzen afhelpt’ dan past dat zowel bij de Boeddha als pakweg bij de zenmeesters-met-hun-haarscherpe-pointes. Bij de Boeddha bijvoorbeeld in de bekeringen van Kisagotami en Angulimala, die echt 180′ omdraaiden na indirect zijn lering begrepen te hebben en daarmee hun foute zienswijze (Ego) achter zich lieten. Dus die rol van leraar die je levenslang blijft respecteren/bewonderen, en waar nodig raadplegen, is echt zo oud als de sangha. ”
Mijn reactie daarop:
“… Ujukarin stelt: 'Dus die rol van leraar die je levenslang blijft respecteren/bewonderen, en waar nodig raadplegen, is echt zo oud als de sangha.‘
Nogmaals: respecteren zeker, maar waar is dat ‘bewonderen’ goed voor? Alsof je levenslang teruggaat naar je vroedvrouw/vroedman voor nazorg na je geboorte. Lijkt mij onvolwassen gedrag. Is het een band willen blijven hebben met je leraar ook niet een aspect van dat vermaledijde ‘Ego’? ”
Een paar dagen later (de 15e december) heb ik nog een reactie geplaatst, nadat ik weer eens gereflecteerd had op m'n eigen - niet te ontkennen - devotionele kanten:
" Een slimme lezer heeft me er op gewezen dat ik hier het heilzame karakter van het bewonderen van de leraar in twijfel trek maar tegelijk op mijn blog een bewonderend stuk over Bhikkhu Bodhi plaats. (http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/12/boeddhistische-globale-verlichting-een.html )
Het is waar; de tekst is overwegend bewonderend, inclusief de behoefte in een aantal opzichten ook te zijn zoals hij is.
Er zijn nog een paar argumenten die mij deels vrij pleiten, maar sterk zijn die niet:
Ik zou kunnen zeggen dat Bhikkhu Bodhi mijn leraar niet is, met de bijbehorende transmissie van hart tot hart zoals sommigen (Zennies) zo mooi zeggen; ik ken hem niet persoonlijk, heb alleen veel van hem gelezen.
Dan zou ik kunnen zeggen dat ik ook wel een paar kritiekpunten op hem durf te formuleren, ik zie hem niet als perfect. Eigenlijk is het zo dat ik het op een paar punten niet met hem eens ben, dat is wat anders dan hem onvolmaakt verklaren.
Vervolgens zou ik mezelf wegcijferend kunnen stellen dat m’n bewonderende tekst een doel buiten mezelf dient, namelijk anderen ertoe brengen hem ook te gaan lezen en zijn initiatief na te volgen. Bewondering als ‘vaardig middel’ (‘upaya‘) zogezegd. Maar dat kunnen anderen met hun guru-devotie ook zeggen.
Maar misschien moet ik maar gewoon toegeven dat ik overdreven heb en/of dat ik ook niet volmaakt ben. Bovendien heb ik makkelijk praten: ik loop niet zo’n groot risico van bewonderd te worden.
Met dank aan Connie die deze discussie mogelijk heeft gemaakt. "
B. In de wereld maar niet van de wereld? Of toch?
Een artikel van 30 november door Robert Keurntjes getiteld 'Zorgen over het boeddhisme'
Mijn reactie d.d. 30 november:
“Raadselachtig, vermoedelijk voortkomend uit een te beperkt religie-begrip vind ik de zin 'Boeddhisme als religie zal vast wel blijven bestaan maar wat het boeddhisme te bieden heeft zit wellicht minder in de religieuze aspecten dan in de inzichten die het boeddhisme ontwikkeld heeft over de werking van onze geest in relatie tot ons welbevinden.'
Hoe is dit te verenigen met het principe ‘In de wereld maar niet van de wereld‘ ? Is dat trouwens een religieus of een niet-religieus principe? “
Na een reactie van Robert zeg ik:
“Ik ben blij dat je dat laatste punt zo duidelijk maakt; we zijn het daarover niet met elkaar eens. Jij bent ‘in de wereld en van de wereld’, concludeer ik uit je woorden.
Juist het feit dat de verschillen tussen de boeddhistische tradities zo groot zijn maakt het makkelijk allerlei inhoud in ‘het’ boeddhisme te projecteren. Dat gebeurde vroeger en dat gebeurt nu, in het Oosten en in het Westen. Daarin heb je gelijk.
Ik heb alleen niet zo’n behoefte aan de aangename en niet-verontrustende variant waarin ‘dukkha’ en de onvermijdelijkheid van het sterven onzichtbaar geworden is.
‘Alles is voortdurend in verandering’, zeg je terecht; maar als dat nu op iets slaat, is het wel op de door jou gepropageerde ‘welbevinden’.
Kortom: jouw boeddhisme is me niet ongemakkelijk genoeg.
Na een volgende reactie van Robert:
"We hebben het dus – als het lukt los van christelijke reminiscenties – over het transcendente.
Zie over het onderscheid in het boeddhisme bv het (Engelstalige) artikel van Buddhadasa Bhikkhu: http://www.buddhadasa.com/naturaltruth/twolanguage1.html
Wellicht zijn we het dus toch wel eens, ik kies alleen liever voor een minder geruststellende toon."
Na nog een serie reacties schrijf ik:
"Achteraf realiseer ik me dat de maar half gelukte discussie over ‘in de wereld maar niet van de wereld‘ in feite ging over de tegengestelde visies van Theravada versus Mahayana. Het arhat-ideaal van Theravada (niet van de wereld) versus het bodhisattva-ideaal van Mahayana (wel), maar beide dan nuchterder geformuleerd.
En Sjoerd. Ik ben het bijna helemaal met je eens en herken mezelf ook wel in je verhaal. Maar toch, als je zegt “Een echte boeddhist is echt en helemaal van deze wereld“, dan denk ik: deze wereld is wel samsara, en ik laat me niet meer (zoveel als vroeger) meeslepen door wat er in deze wereld gebeurt, in het licht van mijn sterfelijkheid.
Wat me vanochtend enthousiast heeft gemaakt is het artikel van Floor van Orsouw, in zekere zin ook over dit thema, bij Bodhitv: www.bodhitv.nl/articles/show-news/2013-12-02/boeddhisme-met-peper-en-zout/
En nog een dag later:
"… ik ben geen non-dualist, niet tegen afgescheidenheid; met hoeveel mensen om me heen ik ook sterf, ik sterf alleen.
Er bestaat niet 1 werkelijkheid, ieder creëert in z’n hoofd een eigen werkelijkheid gebaseerd op allerlei input en allerlei opvattingen.
Er bestaat niet 1 boeddhisme maar allerlei boeddhismen die niet zoveel met elkaar te maken hebben. "
C. Over 'juiste spraak ' en een vipassana-meditatiecentrum
Een artikel over 'juiste spraak' door Menno Prins op 21 november leverde veel reacties op, ook van mij :
“Een mooi initiatief en een mooi rijtje. Ik (een aantal maal beschuldigd van ‘onjuist spreken’, deels terecht en deels m.i. onterecht) weet nu al er niet altijd aan te voldoen. Geneigd tot het kwade zogezegd.
Toch wil ik nog twee puntjes toevoegen:
- Realiseer je dat opmerkingen die in de ene boeddhistische traditie normaal zijn, in een andere traditie irritatie kunnen wekken (Zen-grappen bv; of Sutta-citaten als argument gebruiken)
- Iets opzoeken (via google bv) voor je een reactie plaatst, is geen schande.
Wat ik me tenslotte afvraag, is of naast het rijtje over ‘het juiste spreken’ ook een rijtje mogelijk is over ‘het juiste luisteren’. Want soms, ik weet dat het gevaarlijk is om te zeggen, proef ik wel eens overgevoeligheid en lange tenen.
Samenvattend: boeddhisme is niet voor bange mensen.
Met als soort correctie na een reactie:
“Je hebt gelijk, Kees, het was een vrij belachelijke beeldspraak van me om ‘proeven’ te schrijven terwijl ik iets als ‘waarnemen van concepten’ bedoelde
(Zoals je wellicht weet wordt het denken in sommige tradities ook als een zintuig genoemd)
Laat ik in deze fase van de discussie dan nog maar eens zeggen, niet zonder zonde te zijn. Mijn oefening is niet alleen, steeds een beetje meer zuiver te gaan spreken maar ook om er steeds een beetje meer tegen te kunnen, niet met respect behandeld te worden. Dat laatste lukt me al aardig. ”
Ook Adi Ichsan reageerde, voor het eerst in het BD:
Ik reageer als volgt op hem:
“Omdat ik wel een beetje een ‘existentialist’ (ouderwets woord, ik denk dat Stephen-Batchelor-achtigen bedoeld worden) ben en dit stuk van Adi dus minder geschikt is voor mij, toch een reactie.
Het lastige van deze tekst is dat de auteur zich buiten (of boven) het thema stelt. Het is een abstracte beschouwing waarin de mogelijkheid dat de auteur zelf ook wel eens onzuiver zou kunnen spreken, niet genoemd wordt.
Ik zal de juistheid van wat hier staat, niet betwisten. Maar kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat Adi hier voor het eerst in het BD schrijft omdat ik een paar dagen eerder kritiek heb geuit op het feit dat hij de Vriendenmiddag van 26 oktober van het Vipassana Meditatie- en Studiecentrum (i.o.) niet heeft meegedeeld mede-initiatiefnemer te zijn van een concurrerend meditatiecentrum dat (mogelijk) in Purmerend gaat komen. Dat lijkt mij onzuiver zwijgen.
PS
Je gebruikt wel erg veel Pali-termen, Adi. Maar niet allemaal behoren ze tot de Pali Canon. ‘Paramatha Dhamma’ (ultieme waarheid) bv is pas in onze jaartelling voor het eerst in de Theravada gebruikt, mogelijk onder invloed van het Mahayana Boeddhisme (cf Nagarjuna) “
En na vragen hierover:
“Ik probeerde duidelijk teveel in één korte reactie te stoppen.
Over je twee vragen:
(1) Er zijn twee initiatieven (landelijk, individuele lokale sangha’s overstijgend) voor een meditatiecentrum. Het gaat dan om retraites (op een Theravada-manier) van een week of langer waar ook overnacht wordt, dus om vrij grote en dure gebouwen.
Misschien is het schokkend voor sommigen maar ook bij boeddhisten en nog meer bij boeddhistische organisaties spelen belangen en concurrentieverhoudingen wel eens een rol. En boeddhisten gaan daar, juist omdat ze zo’n verheven ethiek hebben, vaak nogal onhandig mee om.
Zie voor meer preciese informatie daarover mijn blog .
(2) Daar wordt ook duidelijk dat ik vind dat Adi Ichsan de ‘Vrienden’ van het ‘Vipassana Meditatie- en Studiecentrum’ voor of op 26 oktober had moeten informeren over het andere initiatief, dat in Landsmeer/Purmerend.
En dat punt combineer ik dan vervolgens met deze beschouwing van Adi in het BD waarin hij de boeddhistische ethiek uiteenzet. Wat ik daarbij constateer (en niet verwijt want aan mijn ‘zuiver spreken’ schort het ook wel eens) dat hij heeft gezwegen toen hij had moeten spreken en dat dat m.i. ook 'onzuiver spreken' is. ”
Update 17 december
Nog een reactie, ik kon het niet laten. Van Edel Maex werd geplaatst:
Nieuwlichter-en-Uitleggers-waarom-zou-de-Dharma-niet-voor-Interpretatie-vatbaar-zijn ?
Mijn reactie (in de richting van Edel):
"Volgens mij vergis je je zowel wat betreft de “opkomende anti-moderne tendens” op zich als in jouw (en die van de 'schamperenden') bezorgdheid daarover.
HET boeddhisme (in het Oosten en nu ook in het Westen) bestaat niet: er zijn grote verschillen tussen de tradities en in sommige ervan (bv in de Theravada) heeft de ethiek altijd al een grote rol gespeeld. 'Doctrinaire discussies' waren er altijd volop, bv in het Tibetaans boeddhisme maar niet alleen daar.
Ik denk dat sommigen met affiniteit tot HET boeddhisme in een droomwereld hebben geleefd waarin het boeddhisme (meestal een Zen-variant) iets moois, compassievols en tegelijk moderns was.
En dan die zogeheten modernisering. Wat is dat eigenlijk:
Is het overeenkomstig moderne wetenschappelijke inzichten (Big Bang, Higgs, evolutietheorie etc) zijn?
Is het globalistisch, multiculureel, vol cultuur-relativering?
Is het toename van autonomie van de individu? Dat te denken is een tragisch misverstand: ik ben er wel voor maar het vind niet plaats;
Is 'modern' makkelijk, licht verteerbaar ('Buddhism-light') en populair (willen) zijn ?
Ik zou het niet weten. Al is er dan verandering, misschien bestaat 'modernisering' helemaal niet.
Natuurlijk is de Dharma veranderbaar en voor herinterpretatie vatbaar (zelfs de Dhamma is dat). Maar wat blijft is de neiging van mensen zichzelf iets wijs te maken. Als variant op de Bodhisattva-gelofte: “Hoe talloos de illusies ook zijn, ik beloof ze alle te doorzien“; alleen beloof ik dat niet, ik probeer het. "
vrijdag 22 november 2013
Geassocieeerd adviseur bij de BOS worden? Ik?
Half november werd op de website van de BOS aangekondigd:
" Gezocht: leden Algemeen Bestuur / geassocieerd adviseurs " Zie Bosrtv
De inhoud van deze 'advertentie':
“ De Boeddhistische Omroep Stichting (BOS), onderdeel van de Nederlandse Publieke Omroep heeft de afgelopen jaren tal van onderscheidende radio-, tv-programma’s en films geproduceerd en uitgezonden. Programma’s die zich keer op keer kenmerken door op een niet -dogmatische manier aandacht te besteden aan de inherente wijsheid en het vermogen tot compassie van mensen en hoe daar in het leven van alledag als professional of privé praktisch vorm aan gegeven kan worden. Waarden die boeddhisten wereldwijd aanspreken en leiders, beleidsmakers, sociaal innovators, ouders, zorgverleners of bewust levende burgers keer op keer inspireren.
De komende jaren staat de BOS voor een organisatorische transitie. De bestaande organisatie en financiering wordt afgebouwd en tegelijk liggen er tal van mogelijkheden op het vlak van mediaontwikkeling en -exploitatie binnen de (internationale) veelkleurigheid van onze doelgroep.
Om de opties voor de BOS succesvol en vanuit de waarden die wij voorstaan te begeleiden zijn wij op zoek naar gemotiveerde deskundigen die hier graag hun bijdragen aan leveren als lid van het Algemeen Bestuur of geassocieerd adviseur.
Het algemeen bestuur van de BOS wordt gevormd door het uitvoerend bestuur en het algemeen bestuur dat een toezichthoudende functie heeft. Het bestuur vergadert in de regel 4 tot 5 keer per jaar.
Voor de huidige vacatures wordt met name gezocht naar kandidaten met een of meer van de volgende competentiegebieden:
* Specifieke deskundigheden op gebied van media, in het bijzonder cross-mediale projecten,
bij voorkeur in een internationale, commerciële omgeving
* Ervaring en een track record op het vlak van sociaal- en maatschappelijke innovaties
* Algemeen bestuurlijke kwaliteiten en ervaring
* (Internationaal) maatschappelijk- en politiek netwerk
* Bedrijfskundige expertise
* Affiniteit met het gedachtegoed van de BOS
Bestuursleden en geassocieerd adviseurs kunnen aanspraak maken op een onkostenvergoeding.
Voor nadere informatie omtrent de vacatures kunt u zich richten tot de bestuursvoorzitter van de BOS, ...
Mocht u geïnteresseerd zijn dan wel de aandacht willen vestigen op mogelijk geïnteresseerden, reageer dan door een email te sturen aan ... “
Hoewel veel van de woorden hier me niet bevallen (ik vind het termen uit wereld van consultancy/marketing en van medium-producenten), intrigeerde het me toch. Ik had immers de afgelopen maanden herhaaldelijk kritiek op de BOS in mijn blog geformuleerd, namelijk dat ze niet anticipeerden op de wijziging van de Mediawet zodat na 2015 de BOS niet meer onderdeel van de publieke omroep zal zijn.
En hier was een poging wel een nieuw begin te maken, hoewel overwegend een nieuwe voortzetting van het op internationale prijzen en verkoop gerichte (licht tot nauwelijks boeddhistische) typische BOS-Televisie-product 'documentaire '.
De suggesties in mijn blogs waren vooral gericht op voortzetting (anders en zonder overheidssubsidie) van de activiteiten van de BOS-Radio en enigszins van de Bodhitv-website.
De BOS-advertentie bood daarvoor maar weinig houvast maar voor mij is 'kritiek hebben' ook 'verantwoordelijkheid willen nemen'.
Na enige aarzeling heb ik daarom besloten te reageren:
“ Beste mensen van het BOS-bestuur
Hoewel ik niet precies weet wat het (juridisch) is, lijkt het me wel wat, geassocieerd adviseur van het BOS-bestuur worden.
Ik zou me dan richten op twee media, dat is dus ook cross-mediaal: radio (audio) en website (tekst); beide overwegend Nederlandstalig. Met televisie ga ik me niet bezig houden, ook niet internationaal.
Wat betreft mijn opvattingen en achtergrond kan ik verwijzen naar mijn blog, met name naar http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/10/gaat-op-5-november-het-aangekondigde.html en de daarin genoemde eerdere blogteksten over de BOS.
Mijn deskundigheid: kunnen luisteren (naar de radio bv en naar talks), denken, schrijven, en politieke intuitie.
Kortom: ik stel me kandidaat.
Voor de goede orde: we hebben het toch over de BOS na 2015, dus los van de BUN?
Vriendelijke groet
Joop Romeijn “
Na half december zal ik hier laten weten hoe het afgelopen is. Ik ben benieuwd, niet iedereen vindt mij aardig daar.
De laatste opmerking over de BUN is natuurlijk een gemenigheidje, omdat in de advertentie de juridische kant van de nieuwe organisatie helemaal niet aan de orde kwam (blijven de stichtingen BOS en Vrienden van de BOS bestaan?); en ik voor opheffing van de BUN ben.
" Gezocht: leden Algemeen Bestuur / geassocieerd adviseurs " Zie Bosrtv
De inhoud van deze 'advertentie':
“ De Boeddhistische Omroep Stichting (BOS), onderdeel van de Nederlandse Publieke Omroep heeft de afgelopen jaren tal van onderscheidende radio-, tv-programma’s en films geproduceerd en uitgezonden. Programma’s die zich keer op keer kenmerken door op een niet -dogmatische manier aandacht te besteden aan de inherente wijsheid en het vermogen tot compassie van mensen en hoe daar in het leven van alledag als professional of privé praktisch vorm aan gegeven kan worden. Waarden die boeddhisten wereldwijd aanspreken en leiders, beleidsmakers, sociaal innovators, ouders, zorgverleners of bewust levende burgers keer op keer inspireren.
De komende jaren staat de BOS voor een organisatorische transitie. De bestaande organisatie en financiering wordt afgebouwd en tegelijk liggen er tal van mogelijkheden op het vlak van mediaontwikkeling en -exploitatie binnen de (internationale) veelkleurigheid van onze doelgroep.
Om de opties voor de BOS succesvol en vanuit de waarden die wij voorstaan te begeleiden zijn wij op zoek naar gemotiveerde deskundigen die hier graag hun bijdragen aan leveren als lid van het Algemeen Bestuur of geassocieerd adviseur.
Het algemeen bestuur van de BOS wordt gevormd door het uitvoerend bestuur en het algemeen bestuur dat een toezichthoudende functie heeft. Het bestuur vergadert in de regel 4 tot 5 keer per jaar.
Voor de huidige vacatures wordt met name gezocht naar kandidaten met een of meer van de volgende competentiegebieden:
* Specifieke deskundigheden op gebied van media, in het bijzonder cross-mediale projecten,
bij voorkeur in een internationale, commerciële omgeving
* Ervaring en een track record op het vlak van sociaal- en maatschappelijke innovaties
* Algemeen bestuurlijke kwaliteiten en ervaring
* (Internationaal) maatschappelijk- en politiek netwerk
* Bedrijfskundige expertise
* Affiniteit met het gedachtegoed van de BOS
Bestuursleden en geassocieerd adviseurs kunnen aanspraak maken op een onkostenvergoeding.
Voor nadere informatie omtrent de vacatures kunt u zich richten tot de bestuursvoorzitter van de BOS, ...
Mocht u geïnteresseerd zijn dan wel de aandacht willen vestigen op mogelijk geïnteresseerden, reageer dan door een email te sturen aan ... “
Hoewel veel van de woorden hier me niet bevallen (ik vind het termen uit wereld van consultancy/marketing en van medium-producenten), intrigeerde het me toch. Ik had immers de afgelopen maanden herhaaldelijk kritiek op de BOS in mijn blog geformuleerd, namelijk dat ze niet anticipeerden op de wijziging van de Mediawet zodat na 2015 de BOS niet meer onderdeel van de publieke omroep zal zijn.
En hier was een poging wel een nieuw begin te maken, hoewel overwegend een nieuwe voortzetting van het op internationale prijzen en verkoop gerichte (licht tot nauwelijks boeddhistische) typische BOS-Televisie-product 'documentaire '.
De suggesties in mijn blogs waren vooral gericht op voortzetting (anders en zonder overheidssubsidie) van de activiteiten van de BOS-Radio en enigszins van de Bodhitv-website.
De BOS-advertentie bood daarvoor maar weinig houvast maar voor mij is 'kritiek hebben' ook 'verantwoordelijkheid willen nemen'.
Na enige aarzeling heb ik daarom besloten te reageren:
“ Beste mensen van het BOS-bestuur
Hoewel ik niet precies weet wat het (juridisch) is, lijkt het me wel wat, geassocieerd adviseur van het BOS-bestuur worden.
Ik zou me dan richten op twee media, dat is dus ook cross-mediaal: radio (audio) en website (tekst); beide overwegend Nederlandstalig. Met televisie ga ik me niet bezig houden, ook niet internationaal.
Wat betreft mijn opvattingen en achtergrond kan ik verwijzen naar mijn blog, met name naar http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/10/gaat-op-5-november-het-aangekondigde.html en de daarin genoemde eerdere blogteksten over de BOS.
Mijn deskundigheid: kunnen luisteren (naar de radio bv en naar talks), denken, schrijven, en politieke intuitie.
Kortom: ik stel me kandidaat.
Voor de goede orde: we hebben het toch over de BOS na 2015, dus los van de BUN?
Vriendelijke groet
Joop Romeijn “
Na half december zal ik hier laten weten hoe het afgelopen is. Ik ben benieuwd, niet iedereen vindt mij aardig daar.
De laatste opmerking over de BUN is natuurlijk een gemenigheidje, omdat in de advertentie de juridische kant van de nieuwe organisatie helemaal niet aan de orde kwam (blijven de stichtingen BOS en Vrienden van de BOS bestaan?); en ik voor opheffing van de BUN ben.
Labels:
boeddhisme in Nederland,
BOS,
brieven,
geëngageerd boeddhisme
zaterdag 19 oktober 2013
Veracademisering en verwildering; in wat voor een wereld komt de Boeddhist als GV terecht? En GV in zorginstelling geen monopolie voor de BZI
Weer wat nieuws van het front van de boeddhistisch geestelijke verzorging en de opleiding daartoe.
Merkwaardig genoeg beperkt van de kant van de VU, wel wat van de BUN en de BZI.
Klein nieuws is dat de term 'buddhist chaplain', destijds vol trots gebracht als misverstandvrij begrip, al weer verlaten is. Men spreekt weer gewoon van BGV (of BGVer).
A. Een soort briefwisseling met VU-hoogleraren
Mijn verbazing dat de VU wel de éénjarige master 'spiritual care' is gestart afgelopen september maar nog niet heeft duidelijk gemaakt wat de inhoud van de erop volgende 'ambtsopleiding' wordt; en dat VU noch BZI (aan de studenten) duidelijk heeft gemaakt aan welke voorwaarden moet worden voldaan om de ambtsopleiding te kunnen volgen (een briefje van een leraar van een BUN-lid bijvoorbeeld?) of om die met een 'zendingsbrief' te kunnen afronden
Dit hoewel ze dat in de website godgeleerdheid wel wordt aangeraden:
" Ambtsopleiding
Voor wie de opleiding tot boeddhistisch of hindoeïstisch geestelijk verzorger volgt, wordt deze eenjarige master gevolgd door een eenjarige postdoctorale ambtsopleiding (deze gaat waarschijnlijk van start in september 2014). Deze postdoctorale ambtsopleiding in boeddhistische of hindoeïstische geestelijke verzorging zal erkend worden door de zendende instanties. .... Als je door een zendende instantie wilt worden geaccepteerd is het nodig dat je aan hun (aanvullende) eisen voldoet. Het is aan te raden de eisen van de betreffende zendende instantie vooraf goed uit te zoeken. ”
Mijn twijfel over het doorgaan van de ambtsopleiding en mijn vragen over de procedure heb ik voorgelegd aan het ministerie van OCW die daar immers speciaal geld (€ 260.000 per jaar) voor beschikbaar heeft gesteld. Het ministerie adviseert me, m'n vragen aan de VU voor te leggen.
Het contact met de VU heb ik opgenomen, zowel van boeddhisme-hoogleraar André van der Braak als met Ruard Ganzevoort, de hoogleraar die de opleiding 'spiritual care' coördineert.
Hier alleen m'n meest recente email aan André van der Braak, verstuurd 30 september 2013
De 'duistere passage' waarnaar ik verwijs, bevindt zich in de paragraaf 'De DAR' van de 'Ledenmail van 25 september', zie hieronder.
Op deze mail aan André van der Braak heb ik (nog) geen antwoord gekregen.
(Andere mails had ik ook als bijlage geplaatst maar heb ik weer verwijderd.)
" Beste André
Je moet me mijn bemoeizucht maar niet kwalijk nemen; de activiteiten van de VU beïnvloeden de receptie van het boeddhisme in Nederland en dat is ook mijn zaak.
De notitie uit februari kende ik.
Je zegt dat "we" hard bezig zijn de ambtsopleiding uit te werken?
- Is dat de 'curriculumcommissie' als bedoeld in de 'Samenwerkingsovereenkomst VU-BZI' van 31 maart 2012? Want dat hoort wel, (of denk ik dan als Theravadin te formalistisch en moet ik meer met de losse Chan-slag werken?)
- Hoort tot dat 'we' ook een door de VGVZ geregistreerd boeddhistisch geestelijk verzorger?
– Wordt trouwens zo'n persoon al geworven want die deskundigheid is er bij de VU op dit moment niet. En ik herhaal het maar eens: dat is toch eigenlijk zeer merkwaardig, niet alleen in de ambtsopleiding maar ook al in de nu lopende master.
– Is het resultaat van jullie harde werk ook iets dat in het openbaar (bv in de boeddhistische gemeenschap, dat is breder dan de BZI/BUN) bediscussieerd gaat worden?
– Ligt het niet op de weg van de VU om de BZI aan te spreken op hun volstrekt ontbreken van openbare communicatie?
– Verder ben ik benieuwd naar jouw interpretatie van de vrij duistere passage in de brief van André Kalden.
Vriendelijke groet
Joop Romeijn
PS Even voor de zekerheid: ik ambieer geen baantje "
B. Het bestuur van de BUN en van de BZI (of Varamitra) geven de lezers informatie
De informatie waar ik het over wil hebben, bevindt zich in twee downloadbare documenten:
'Ledenmail 25 september' ; en
'BZI Al gaande wordt de weg gebaand ', in 'Stukken ALV 16 nov'.
Citaat uit de Ledenmail 25 september
"Zo heeft de DAR (Dharma Advies Raad) zich … In die informatieronde is binnen de DAR onder meer de veracademisering van het beroep van boeddhistisch geestelijk verzorgende aan de orde gekomen die onder invloed van overheidseisen met medewerking van de BUN plaatsvindt.
Ook is gesproken over de(on)wenselijkheid van uitbreiding van de centralistische rol van de BUN in relatie tot de overheid en BVG, naar de benoeming van boeddhistisch geestelijk verzorgenden in zorginstellingen. Allemaal geen eenvoudige onderwerpen, maar van groot belang voor zowel de beroepsgroep als de wijze waarop we als BUN het boeddhisme in onze maatschappij willen organiseren, of juist niet willen organiseren. Daarbij speelt o.m. de vraag tot welke grens de BUN het recht heeft bepalen voor die organisatie in Nederland te zijn daar waar het boeddhisme zich kenmerkt door decentrale organisatie.”
Twee begrippen wil ik bespreken:
* 'Veracademisering '
Nogal vreemd dat dat nu aan de orde komt. Het was glashelder een voorwaarde van het ministerie van (Veiligheid en) Justitie; en zowel bij de voorlopige erkenning in 2008 (van de BUN door Justitie) als bij de definitieve erkening in 2012 is als als voorwaarde opgenomen. Heeft de BUN toen zitten slapen?
Ik krijg het gevoel dat er iets anders speelt, iets dat bij de leraren van de DAR sterker speelt als bij de bestuurders van de BUN(-leden); namelijk het besef dat de boeddhistisch geestelijk verzorgers wel veel overeenkomst vertonen met de boeddhistische leraren en hun eigen specifieke lineage-procedures.
* '(On)wenselijkheid van de centralistische rol van de BUN '.
Ik neem aan dat men hiermee ook de centralistische rol van de BZI bedoelt. En die is er, want het ministerie van Justitie denkt in sterke mate centralistisch en de BZI is daardoor nogal geïndoctrineerd; zie hieronder bij 'verwildering'.
Het lijkt er op dat de leraren zeggen: eigenlijk moet (wellicht, we zijn voorzichtig en vriendelijk als boeddhisten) niet de BZI maar de (leraar van) de sangha waar de student/aspirant BGVer beoefent, de zendingsbrief voor zijn verantwoordelijkheid nemen. Terecht zeggen ze dat vanuit de opvatting dat de BUN geen leergezag heeft.
De BZI-notitie 'AL GAANDE WORDT DE WEG GEBAAND '; een citaat:
“De beroepsverenigingen voor geestelijk verzorgers binnen de zorgsector zijn bezig met een grondige herbezinning op de plaatsbepaling en legitimatie van de geestelijke verzorging. Anders dan bij Justitie en Defensie is er o.a. geen eenduidig aanstellingsbeleid binnen de zorgsector. Dit heeft de laatste jaren geleid tot een zekere verwildering van de geestelijke verzorging. Zelfbenoemde geestelijk verzorgers zonder binding aan een religieuze en/of levensbeschouwelijke traditie deden hun intrede in de zorgsector. Het streven van de beroepsverenigingen is om tot een eenduidig aanstellingsbeleid te komen, waarin onder andere d.m.v. een zendingsbrief, een verankering is gegarandeerd in de traditie waaraan de geestelijke verzorger verbonden is. Voor de niet traditiegebonden, algemene geestelijk verzorgers, wordt een aparte organisatie opgericht, welke de zendingsbrief zal verstrekken. Naast de zendingsbrief, zal een inschrijving in het kwaliteitsregister geestelijke verzorging een voorwaarde tot aanstelling zijn.
De BZI volgt de ontwikkelingen in de zorgsector nauwgezet, maar net als bij Defensie bestaat ook hier geen behoefte om een plaats te claimen.”
Wat kanttekeningen bij deze tekst:
* Is de 'beroepsvereniging' daarmee bezig ?
Jammer dat de BZI de lezer niet in de gelegenheid stelt de oorspronkelijke teksten hierover te lezen. Geen bronvermelding. Dat is bepaald geen academische benadering !
Ik heb ze via de website van de VGVZ (Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen) gevonden:
Persverklaring van de 'Regiegroep Toekomstig Bestel Geestelijke Verzorging' van april 2013
En de volledige ' Eindnota ' van de regiegroep :
De 'Persverklaring' bevat als essentie:
“In de zorg werkzame geestelijk verzorgers kunnen binnenkort alleen nog benoemd worden als zij geregistreerd staan als geestelijk verzorger in een beroepsregister. Met die registratie is hun bekwaamheid en hun bevoegdheid gegarandeerd. ...
Op dit moment werkt een toenemend aantal geestelijk verzorgers zonder bevoegdheidsverklaring. Dat zal in de toekomst niet meer mogelijk zijn. Geestelijk verzorgers die geen binding willen aangaan met een specifieke levensbeschouwelijke stroming kunnen op dit moment nergens terecht voor een bevoegdheidsverklaring. Er bestaat geen orgaan dat hun levensbeschouwelijke competentie – onontbeerlijk voor dit werk – toetst. Om daar verandering in te brengen zal een Raad voor onafhankelijke spiritualiteit worden opgericht. “ (Onderstreping door Joop R)
* 'Verwildering '. Als het ooit duidelijk dat dat de BZI het Justitie-denken heeft overgenomen, dan is het wel bij het gebruik (in zeer afkeurende zin) van deze term. Een term die ook geen informatie bevat (en in Perverklaring of Eindnota ook niet voorkomt).
* 'Zelfbenoemde geestelijk verzorgers '. Wat een vreemde uitdrukking. Het waren de zorginstellingen (ziekenhuizen en zo) die benoemden; en de geestelijk verzorgers noemden zich geestelijk verzorgers omdat ze daartoe gediplomeerd waren.
* Voor de niet traditiegebonden, algemene geestelijk verzorgers, wordt een aparte organisatie opgericht, welke de zendingsbrief zal verstrekken '
De sleutelzin in dit document. En een zin waarin de Eindnota van de Regiegroep (en de Persverklaring) niet correct wordt weergegeven.
De 'Eindnota' stelt “dat de groep zogenoemde ongebonden geestelijk verzorgers omwille van een juist begrip nader gedifferentieerd moet worden in verschillende deelgroepen i.c.
· de deelgroep die om bijzondere redenen geen zending kan ontvangen van het genootschap waarmee men zich verbonden voelt, maar deze wel graag zou willen hebben
· de deelgroep die gerekend kan worden tot de ongebonden spirituelen, een kwantitatief en kwalitatief herkenbare en beschrijfbare groep
· de deelgroep die los van enige vorm van herkenbare spiritualiteit algemene geestelijke verzorging wil bieden "
Mijn conclusie uit deze ontwikkeling is dat de BZI – m.b.t. de zorg – niet de monopolist is wat betreft het 'zendende instantie' zijn. De term 'zendende instantie' wordt trouwens niet meer gebruikt, het gaat om het orgaan dat een bevoegdheidsverklaring kan afgeven voor een individuele geestelijk verzorger. Tip: verander de naam BZI in BOG
=======================================================================
Update 25 oktober: dit schreef ik te snel, de term komt wel een paar keer in de 'Eindnota' voor.
=======================================================================
Toegespitst op de boeddhisten die de master bij de VU met een bul hebben afgesloten: degenen die bij een sangha zijn aangesloten kunnen de bevoegdheidverklaring van de BZI krijgen òf van de Raad voor Onafhankelijke Spiritualiteit. En boeddhisten zonder sangha kunnen dat laatste ook. Datzelfde geldt de afronding van de master met de ambtsopleiding. Er is geen enkele reden ongebonden boeddhisten niet tot deze opleiding toe te laten, èn met goed gevolg te laten afsluiten
De VU moet daarbij wel snel duidelijk maken hoe en door wie dat 'met goed gevolg' wordt bepaald !
* 'Geen behoefte om een plaats claimen in de zorgsector'
Overbodige bescheidenheid want er is geen plek om iets te claimen, de zorginstellingen zijn (wat dit betreft) autonoom.
C. Tenslotte als curiositeit een artikel in het Boeddhistisch Dagblad BD op 17 oktober
Het begint gebruikelijk: Joop Hoek citeert BUN-berichten of parafraseert ze lichtjes.
Maar het eindigt met:
"De vraag zal volgens critici op de huidige gang van zaken aan de orde moeten komen of een academische achtergrond voor boeddhistische geestelijke verzorgers in de zorg noodzakelijk is en tot norm wordt verheven. "
Hee denk ik, welke critici dan? Deze passage staat helemaal niet in de brief van de voorzitter. Er zijn een paar leraren die, en met reden, zeer ongelukkig over de eis van Justitie zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat hij (Joop Ha) die bedoelt.
Bedoelt hij mij dan? Kan ik me ook niet voorstellen, ik heb op van alles kritiek maar niet op de 'veracademisering'. Ik houd juist van moeilijk; soms denk ik: nou wil ik weer eens een moeilijk boek gaan lezen, bv over de vraag of vòòr de Big Bang de tijd al bestaat of over de wijze van verspreiding van het boeddhisme van India naar China aan het begin van onze jaartelling.
Net zo als ik graag een academisch gevormd chirurg in een ziekenhuis tegenkom, is dat met de geestelijk verzorger het geval; wat niet wegneemt dat 'postacademisch' over-educatie is.
Tot ik de laatste regel van dit bericht lees:
"Bron BUN, alternatieve troonrede BD."
Joop Hoek bedoelt zichzelf, en verwijst naar de door hem geschreven alternatieve troonrede waarin duidelijk werd dat hij geestelijke verzorging van academisch niveau niet nodig vond. Geniaal. Ik had als reactie destijds in het BD geschreven dat dit juist bewees dat het BD geen spreekbuis van de BUN is, maar daar werden lezers ook weer boos op (en toen werden alle reacties verwijderd).
Maar misschien is dit toch wel de (persoonlijke) opvatting van André Kalden, als Tibetaans boeddhist, die hij als BUN-voorzitter niet kan ventileren.
Merkwaardig genoeg beperkt van de kant van de VU, wel wat van de BUN en de BZI.
Klein nieuws is dat de term 'buddhist chaplain', destijds vol trots gebracht als misverstandvrij begrip, al weer verlaten is. Men spreekt weer gewoon van BGV (of BGVer).
A. Een soort briefwisseling met VU-hoogleraren
Mijn verbazing dat de VU wel de éénjarige master 'spiritual care' is gestart afgelopen september maar nog niet heeft duidelijk gemaakt wat de inhoud van de erop volgende 'ambtsopleiding' wordt; en dat VU noch BZI (aan de studenten) duidelijk heeft gemaakt aan welke voorwaarden moet worden voldaan om de ambtsopleiding te kunnen volgen (een briefje van een leraar van een BUN-lid bijvoorbeeld?) of om die met een 'zendingsbrief' te kunnen afronden
Dit hoewel ze dat in de website godgeleerdheid wel wordt aangeraden:
" Ambtsopleiding
Voor wie de opleiding tot boeddhistisch of hindoeïstisch geestelijk verzorger volgt, wordt deze eenjarige master gevolgd door een eenjarige postdoctorale ambtsopleiding (deze gaat waarschijnlijk van start in september 2014). Deze postdoctorale ambtsopleiding in boeddhistische of hindoeïstische geestelijke verzorging zal erkend worden door de zendende instanties. .... Als je door een zendende instantie wilt worden geaccepteerd is het nodig dat je aan hun (aanvullende) eisen voldoet. Het is aan te raden de eisen van de betreffende zendende instantie vooraf goed uit te zoeken. ”
Mijn twijfel over het doorgaan van de ambtsopleiding en mijn vragen over de procedure heb ik voorgelegd aan het ministerie van OCW die daar immers speciaal geld (€ 260.000 per jaar) voor beschikbaar heeft gesteld. Het ministerie adviseert me, m'n vragen aan de VU voor te leggen.
Het contact met de VU heb ik opgenomen, zowel van boeddhisme-hoogleraar André van der Braak als met Ruard Ganzevoort, de hoogleraar die de opleiding 'spiritual care' coördineert.
Hier alleen m'n meest recente email aan André van der Braak, verstuurd 30 september 2013
De 'duistere passage' waarnaar ik verwijs, bevindt zich in de paragraaf 'De DAR' van de 'Ledenmail van 25 september', zie hieronder.
Op deze mail aan André van der Braak heb ik (nog) geen antwoord gekregen.
(Andere mails had ik ook als bijlage geplaatst maar heb ik weer verwijderd.)
" Beste André
Je moet me mijn bemoeizucht maar niet kwalijk nemen; de activiteiten van de VU beïnvloeden de receptie van het boeddhisme in Nederland en dat is ook mijn zaak.
De notitie uit februari kende ik.
Je zegt dat "we" hard bezig zijn de ambtsopleiding uit te werken?
- Is dat de 'curriculumcommissie' als bedoeld in de 'Samenwerkingsovereenkomst VU-BZI' van 31 maart 2012? Want dat hoort wel, (of denk ik dan als Theravadin te formalistisch en moet ik meer met de losse Chan-slag werken?)
- Hoort tot dat 'we' ook een door de VGVZ geregistreerd boeddhistisch geestelijk verzorger?
– Wordt trouwens zo'n persoon al geworven want die deskundigheid is er bij de VU op dit moment niet. En ik herhaal het maar eens: dat is toch eigenlijk zeer merkwaardig, niet alleen in de ambtsopleiding maar ook al in de nu lopende master.
– Is het resultaat van jullie harde werk ook iets dat in het openbaar (bv in de boeddhistische gemeenschap, dat is breder dan de BZI/BUN) bediscussieerd gaat worden?
– Ligt het niet op de weg van de VU om de BZI aan te spreken op hun volstrekt ontbreken van openbare communicatie?
– Verder ben ik benieuwd naar jouw interpretatie van de vrij duistere passage in de brief van André Kalden.
Vriendelijke groet
Joop Romeijn
PS Even voor de zekerheid: ik ambieer geen baantje "
B. Het bestuur van de BUN en van de BZI (of Varamitra) geven de lezers informatie
De informatie waar ik het over wil hebben, bevindt zich in twee downloadbare documenten:
'Ledenmail 25 september' ; en
'BZI Al gaande wordt de weg gebaand ', in 'Stukken ALV 16 nov'.
Citaat uit de Ledenmail 25 september
"Zo heeft de DAR (Dharma Advies Raad) zich … In die informatieronde is binnen de DAR onder meer de veracademisering van het beroep van boeddhistisch geestelijk verzorgende aan de orde gekomen die onder invloed van overheidseisen met medewerking van de BUN plaatsvindt.
Ook is gesproken over de(on)wenselijkheid van uitbreiding van de centralistische rol van de BUN in relatie tot de overheid en BVG, naar de benoeming van boeddhistisch geestelijk verzorgenden in zorginstellingen. Allemaal geen eenvoudige onderwerpen, maar van groot belang voor zowel de beroepsgroep als de wijze waarop we als BUN het boeddhisme in onze maatschappij willen organiseren, of juist niet willen organiseren. Daarbij speelt o.m. de vraag tot welke grens de BUN het recht heeft bepalen voor die organisatie in Nederland te zijn daar waar het boeddhisme zich kenmerkt door decentrale organisatie.”
Twee begrippen wil ik bespreken:
* 'Veracademisering '
Nogal vreemd dat dat nu aan de orde komt. Het was glashelder een voorwaarde van het ministerie van (Veiligheid en) Justitie; en zowel bij de voorlopige erkenning in 2008 (van de BUN door Justitie) als bij de definitieve erkening in 2012 is als als voorwaarde opgenomen. Heeft de BUN toen zitten slapen?
Ik krijg het gevoel dat er iets anders speelt, iets dat bij de leraren van de DAR sterker speelt als bij de bestuurders van de BUN(-leden); namelijk het besef dat de boeddhistisch geestelijk verzorgers wel veel overeenkomst vertonen met de boeddhistische leraren en hun eigen specifieke lineage-procedures.
* '(On)wenselijkheid van de centralistische rol van de BUN '.
Ik neem aan dat men hiermee ook de centralistische rol van de BZI bedoelt. En die is er, want het ministerie van Justitie denkt in sterke mate centralistisch en de BZI is daardoor nogal geïndoctrineerd; zie hieronder bij 'verwildering'.
Het lijkt er op dat de leraren zeggen: eigenlijk moet (wellicht, we zijn voorzichtig en vriendelijk als boeddhisten) niet de BZI maar de (leraar van) de sangha waar de student/aspirant BGVer beoefent, de zendingsbrief voor zijn verantwoordelijkheid nemen. Terecht zeggen ze dat vanuit de opvatting dat de BUN geen leergezag heeft.
De BZI-notitie 'AL GAANDE WORDT DE WEG GEBAAND '; een citaat:
“De beroepsverenigingen voor geestelijk verzorgers binnen de zorgsector zijn bezig met een grondige herbezinning op de plaatsbepaling en legitimatie van de geestelijke verzorging. Anders dan bij Justitie en Defensie is er o.a. geen eenduidig aanstellingsbeleid binnen de zorgsector. Dit heeft de laatste jaren geleid tot een zekere verwildering van de geestelijke verzorging. Zelfbenoemde geestelijk verzorgers zonder binding aan een religieuze en/of levensbeschouwelijke traditie deden hun intrede in de zorgsector. Het streven van de beroepsverenigingen is om tot een eenduidig aanstellingsbeleid te komen, waarin onder andere d.m.v. een zendingsbrief, een verankering is gegarandeerd in de traditie waaraan de geestelijke verzorger verbonden is. Voor de niet traditiegebonden, algemene geestelijk verzorgers, wordt een aparte organisatie opgericht, welke de zendingsbrief zal verstrekken. Naast de zendingsbrief, zal een inschrijving in het kwaliteitsregister geestelijke verzorging een voorwaarde tot aanstelling zijn.
De BZI volgt de ontwikkelingen in de zorgsector nauwgezet, maar net als bij Defensie bestaat ook hier geen behoefte om een plaats te claimen.”
Wat kanttekeningen bij deze tekst:
* Is de 'beroepsvereniging' daarmee bezig ?
Jammer dat de BZI de lezer niet in de gelegenheid stelt de oorspronkelijke teksten hierover te lezen. Geen bronvermelding. Dat is bepaald geen academische benadering !
Ik heb ze via de website van de VGVZ (Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen) gevonden:
Persverklaring van de 'Regiegroep Toekomstig Bestel Geestelijke Verzorging' van april 2013
En de volledige ' Eindnota ' van de regiegroep :
De 'Persverklaring' bevat als essentie:
“In de zorg werkzame geestelijk verzorgers kunnen binnenkort alleen nog benoemd worden als zij geregistreerd staan als geestelijk verzorger in een beroepsregister. Met die registratie is hun bekwaamheid en hun bevoegdheid gegarandeerd. ...
Op dit moment werkt een toenemend aantal geestelijk verzorgers zonder bevoegdheidsverklaring. Dat zal in de toekomst niet meer mogelijk zijn. Geestelijk verzorgers die geen binding willen aangaan met een specifieke levensbeschouwelijke stroming kunnen op dit moment nergens terecht voor een bevoegdheidsverklaring. Er bestaat geen orgaan dat hun levensbeschouwelijke competentie – onontbeerlijk voor dit werk – toetst. Om daar verandering in te brengen zal een Raad voor onafhankelijke spiritualiteit worden opgericht. “ (Onderstreping door Joop R)
* 'Verwildering '. Als het ooit duidelijk dat dat de BZI het Justitie-denken heeft overgenomen, dan is het wel bij het gebruik (in zeer afkeurende zin) van deze term. Een term die ook geen informatie bevat (en in Perverklaring of Eindnota ook niet voorkomt).
* 'Zelfbenoemde geestelijk verzorgers '. Wat een vreemde uitdrukking. Het waren de zorginstellingen (ziekenhuizen en zo) die benoemden; en de geestelijk verzorgers noemden zich geestelijk verzorgers omdat ze daartoe gediplomeerd waren.
* Voor de niet traditiegebonden, algemene geestelijk verzorgers, wordt een aparte organisatie opgericht, welke de zendingsbrief zal verstrekken '
De sleutelzin in dit document. En een zin waarin de Eindnota van de Regiegroep (en de Persverklaring) niet correct wordt weergegeven.
De 'Eindnota' stelt “dat de groep zogenoemde ongebonden geestelijk verzorgers omwille van een juist begrip nader gedifferentieerd moet worden in verschillende deelgroepen i.c.
· de deelgroep die om bijzondere redenen geen zending kan ontvangen van het genootschap waarmee men zich verbonden voelt, maar deze wel graag zou willen hebben
· de deelgroep die gerekend kan worden tot de ongebonden spirituelen, een kwantitatief en kwalitatief herkenbare en beschrijfbare groep
· de deelgroep die los van enige vorm van herkenbare spiritualiteit algemene geestelijke verzorging wil bieden "
Mijn conclusie uit deze ontwikkeling is dat de BZI – m.b.t. de zorg – niet de monopolist is wat betreft het 'zendende instantie' zijn. De term 'zendende instantie' wordt trouwens niet meer gebruikt, het gaat om het orgaan dat een bevoegdheidsverklaring kan afgeven voor een individuele geestelijk verzorger. Tip: verander de naam BZI in BOG
=======================================================================
Update 25 oktober: dit schreef ik te snel, de term komt wel een paar keer in de 'Eindnota' voor.
=======================================================================
Toegespitst op de boeddhisten die de master bij de VU met een bul hebben afgesloten: degenen die bij een sangha zijn aangesloten kunnen de bevoegdheidverklaring van de BZI krijgen òf van de Raad voor Onafhankelijke Spiritualiteit. En boeddhisten zonder sangha kunnen dat laatste ook. Datzelfde geldt de afronding van de master met de ambtsopleiding. Er is geen enkele reden ongebonden boeddhisten niet tot deze opleiding toe te laten, èn met goed gevolg te laten afsluiten
De VU moet daarbij wel snel duidelijk maken hoe en door wie dat 'met goed gevolg' wordt bepaald !
* 'Geen behoefte om een plaats claimen in de zorgsector'
Overbodige bescheidenheid want er is geen plek om iets te claimen, de zorginstellingen zijn (wat dit betreft) autonoom.
C. Tenslotte als curiositeit een artikel in het Boeddhistisch Dagblad BD op 17 oktober
Het begint gebruikelijk: Joop Hoek citeert BUN-berichten of parafraseert ze lichtjes.
Maar het eindigt met:
"De vraag zal volgens critici op de huidige gang van zaken aan de orde moeten komen of een academische achtergrond voor boeddhistische geestelijke verzorgers in de zorg noodzakelijk is en tot norm wordt verheven. "
Hee denk ik, welke critici dan? Deze passage staat helemaal niet in de brief van de voorzitter. Er zijn een paar leraren die, en met reden, zeer ongelukkig over de eis van Justitie zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat hij (Joop Ha) die bedoelt.
Bedoelt hij mij dan? Kan ik me ook niet voorstellen, ik heb op van alles kritiek maar niet op de 'veracademisering'. Ik houd juist van moeilijk; soms denk ik: nou wil ik weer eens een moeilijk boek gaan lezen, bv over de vraag of vòòr de Big Bang de tijd al bestaat of over de wijze van verspreiding van het boeddhisme van India naar China aan het begin van onze jaartelling.
Net zo als ik graag een academisch gevormd chirurg in een ziekenhuis tegenkom, is dat met de geestelijk verzorger het geval; wat niet wegneemt dat 'postacademisch' over-educatie is.
Tot ik de laatste regel van dit bericht lees:
"Bron BUN, alternatieve troonrede BD."
Joop Hoek bedoelt zichzelf, en verwijst naar de door hem geschreven alternatieve troonrede waarin duidelijk werd dat hij geestelijke verzorging van academisch niveau niet nodig vond. Geniaal. Ik had als reactie destijds in het BD geschreven dat dit juist bewees dat het BD geen spreekbuis van de BUN is, maar daar werden lezers ook weer boos op (en toen werden alle reacties verwijderd).
Maar misschien is dit toch wel de (persoonlijke) opvatting van André Kalden, als Tibetaans boeddhist, die hij als BUN-voorzitter niet kan ventileren.
dinsdag 15 oktober 2013
Gaat op 5 november het aangekondigde einde van de BOS definitief in? Informatie en wat adviezen
Het is onderdeel van de bezuiniging van € 200 miljoen (sinds het akkoord van 11 oktober € 250 miljoen) op de publieke omroep, maar het gaat bij de wijziging van de Mediawet om meer. Ook om het beperken van de tientallen koninkrijkjes (omroepen) en om een andere visie op de aparte levensbeschouwelijke omroepen. Die laatsten worden, verwijzend naar het artikel in de Mediawet waarin ze beschreven worden, de 2.42-omroepen genoemd.
Het schrappen van de 2.42-omroepen werd bij de start van het kabinet Rutte II duidelijk; een aantal grote zoals de IKON, de RKK en ook HUMAN protesteerden daar eind 2012 heftig tegen; en verbonden zich met wel na 2015 blijvende ledenomroepen.
De BOS (en dus de BUN) ontkende het bestaan van enig probleem. Dat besef kwam pas in juni van dit jaar en toen was het al bijna voorbij: de Tweede Kamer stemde begin juli met de kabinetsvoorstellen in.
Zie over deze geschiedenis mijn blogs van
10 dec 2012 , van 12 dec , van 6 juli 2013 , van 15 augustus , en van 11 september .
Als laatste stap in de besluitvorming is er de eventuele instemming van de Eerste Kamer.
De Eerste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft op 4 oktober 2013 de 'Memorie van antwoord' ontvangen en heeft op 8 oktober 2013 het 'Eindverslag' uitgebracht. De plenaire behandeling van het voorstel is voorzien voor 5 november 2013.
Zie het overzicht Mediawet in de Eerste Kamer
Hieronder een aantal citaten uit de Memorie van Antwoord.
Commentaar is bijna overbodig: we weten het 5 november; of een week later bij de stemmingen. Nog net op tijd voor de Ledenvergadering van de BUN op 16 november.
En dan is het boek dicht, vermoed ik. Dat wil zeggen: dan is het eind 2015 voorbij met de BOS waarop nu al bezuinigd is en die steeds kleiner gaat worden tot dat moment.
Plannen voor een ongesubsidieerde BOS of andere boeddhistische omroep na het eind van 2015, dan niet via de ether maar via internet, hebben ons nog niet bereikt.
De agenda voor de Ledenvergadering meldt alleen ' 7. a BOS & bezuinigingen ', zonder enige toelichting of voorstel. 'Bezuiniging' vind ik nogal een eufemisme waar het om verdwijning gaat.
Hier wil ik nog eens mijn suggestie herhalen: laat degenen die iets doen aan en iets willen met 'boeddhisme op het internet' elkaar eens opzoeken om op z'n minst een los verband van activiteiten te krijgen, en om elkaar te stimuleren. Dan heb ik het over twee aspecten:
- het verspreiden van de Dhamma/Dharma
- het informeren over het feitelijk bestaande boeddhisme in Nederland.
Ik krijg uit schaarse uitlatingen de laatste maanden een de indruk dat de BOS als monopolist (zonder andere op internet actieve boeddhisten) door wil gaan: ongewenst maar ook naïef.
Terug naar de publieke omroep en de plaats van de levensbeschouwing daarin. Natuurlijk zijn NCRV, KRO en EO ook levensbeschouwelijk (Christelijk namelijk) maar daar gaat het niet om.
De staatssecretaris heeft namelijk, bij de aangekondigde opheffing van 2.42, de politiek en de levensbeschouwelijke organisaties verzekerd dat er bij de publieke omroep aandacht blijft voor alle vormen van levensbeschouwing. Dus ook voor het boeddhisme.
Op 16 juli 2013 heeft staatssecretaris Sander Dekker een adviesaanvraag aan de Raad voor Cultuur (t.a.v. J. Daalmeijer) gestuurd. Zie 'Document'
Over de levensbeschouwelijke omroepen bevat deze brief de volgende vragen:
"3. Op welke manier kan de publieke omroep speciale aandacht besteden aan de culturele en levensbeschouwelijke programmering?
Het is efficiënter om niet langer aparte instellingen te hanteren voor de vervaardiging van specifiek media-aanbod, maar de Nederlandse publieke omroep in zijn geheel verantwoordelijk te maken voor alle categorieën aanbod. Het Mediafonds en de 2.42-omroepen worden daarom opgeheven. Daarmee vallen de natuurlijke verzorgers van dit aanbod weg. Hoe kan de publieke omroep naar het oordeel van de Raad ervoor zorgen dat deze twee aanbodscategorieën blijvend de speciale aandacht krijgen die zij verdienen? Hoe kan bij de levensbeschouwelijke programmering daarbij ook recht worden gedaan aan de specifieke wensen en overtuigingen van een doelgroep, ook als dit aanbod niet langer vanuit die doelgroep zelf wordt vervaardigd? ”
Ik heb geen idee hoe de Raad gaat reageren.
Ze kunnen heel liberaal zeggen: laat dat maar aan de acht nog overblijvende omroepen over.
Ze kunnen ook thema's benoemen, inhoudelijk en qua omvang.
Ze kunnen ook procedures voorstellen voor het betrekken van levensbeschouwelijke organisaties ('genootschappen' in het jargon), zoals de BUN dus.
Toch een advies aan de Raad voor Cultuur.
Laat de omroepen in de toekomst vooral aandacht besteden aan
* de inhoud van het boeddhisme (de Dhamma of Dharma genaamd) in zijn
veelvormigheid: de inhoudelijke functie; en aan
* de wijze waarop die in Nederland beoefend wordt: de journalistieke functie; en aan
* de wijze waarop die vanuit Azie, vanuit Amerika (en de commercie) beïnvloed
wordt: de maatschappelijke functie
En doe dat vooral via de radio. De ervaring leert dat televisie voor dit soort thema's minder geschikt is.
Ik weet niet of tijd/geld voor radio en tijd/geld voor televisie communicerende vaten vormen maar als het enigszins kan: vooral radio-zendtijd en relatief weinig televisie-zendtijd voor het boeddhisme. 'Mooie' documentaires van 'bekende boeddhisten' of Aziatische beelden hebben we nu wel genoeg gezien.
Wat betreft het 'probleem' dat het aanbod niet langer vanuit de boeddhisten zelf (door de Boeddhistische Omroep Stichting, de BOS, dus) wordt vervaardigd, het volgende:
Eigenlijk verandert er voor de overgrote meerderheid van de boeddhisten dan niet zo veel: het aanbod is ook nu, en de afgelopen tien jaar, niet vanuit de doelgroep zelf vervaardigd. Zelfs voor de minderheid, georganiseerd in de BUN (de koepel Boeddhistische Unie Nederland, organisatiegraad minder dan 10%) geldt dat eigenlijk: de BOS ging steeds meer haar eigen gang.
Ook gezien de ervaringen van een 'ParticipatieRaad' binnen de BOS zie ik weinig heil in een soort adviesgroep die de publieke omroepen suggesties (of meer) zou mogen doen over boeddhistische programma's. Het lijkt me onmogelijk daarvoor een representatieve groep te verkrijgen die ook nog creatief is en zelf regelmatig kijkt en luistert, nog afgezien van andere nadelen van zo'n procedure.
Eenvoudiger lijkt het me dat de publieke omroepen gezamenlijk een soort 'inspraakpunt' instellen; een website waarop ieder, per levensbeschouwing, suggesties kan doen over thema's en over programma's; en dat omroepen daarop kunnen inschrijven.
Meer niet, behalve dan een verantwoordingsplicht achteraf (over de programma's, niet over de inspraak).
Ik bedoel dan nadrukkelijk: suggesties van kijkers/luisteraars, niet van producenten van programma's !
Het leek me wel nuttig een brief met deze strekking aan de Raad te sturen ( Contact ).
============================================================
33 541 Wijziging van de Mediawet 2008
teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren
C MEMORIE VAN ANTWOORD
Ontvangen 4 oktober 2013 ( Bron )
3.4. De 2.42-omroepen
De leden van de PvdA-fractie wijzen er op dat het wetsvoorstel het budget en de zendtijd voor de 2.42 schrapt en dat de NPO moet zorgen voor een goede inbedding van de levensbeschouwelijk programmering in het totale aanbod en voor voorstellen daartoe. Deze leden vragen om informatie over de stand van zaken met betrekking tot deze voorstellen. De leden van de CDA-fractie vragen of scherpere keuzes in de programmering kunnen leiden tot aantasting van de afspraken met de 2.42-omroepen en verder of een goede positie van levensbeschouwelijke programmering in het totale aanbod van de publieke omroep wel gegarandeerd blijft. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering aan te geven welke waarde zij hecht aan zichtbaarheid van religie en kerkgenootschappen op de publieke omroep en op welke wijze die zichtbaarheid duurzaam wordt veilig gesteld. Deze leden vinden het schrappen van de 2.42-omroepen niet voldoende onderbouwd door te wijzen op het verdwijnen van het budget voor die omroepen en vragen de regering aan te geven op welke gronden zij het nodig acht de 2.42-omroepen te schrappen.
Het einde van de 2.42-omoepen is onderdeel van het plan om te komen tot een moderne en slagvaardige publieke omroep. Ik hecht aan de zichtbaarheid van de levensbeschouwelijke programmering. De weerspiegeling van levensbeschouwelijke diversiteit in het media-aanbod blijft deel uitmaken van de wettelijke taakopdracht van de publieke omroep. Om de zichtbaarheid van de levensbeschouwelijke programmering te verzekeren zijn er naar mijn oordeel echter geen afzonderlijke levensbeschouwelijke omroepen meer nodig. Niet alleen het schrappen van het specifieke budget voor deze omroepen noopt daartoe. Het laten voortbestaan van een groot aantal kleine omroepen past ook niet in de doelstellingen van dit wetsvoorstel om te komen tot een rankere en efficiëntere publieke omroep. Er zullen bindende afspraken worden gemaakt met de NPO over de inbedding van de levensbeschouwelijke programmering in het nieuwe concessiebeleidsplan 2016–2021 en de bijbehorende prestatie-overeenkomst.
De leden van de CDA-fractie vragen of de regering de motie-Segers/Heerma9 die € 9 miljoen afzondert van het programmabudget ten behoeve van de levensbeschouwelijke programmering, zal uitvoeren.
De regering zal de motie-Segers/Heerma uitvoeren waarmee een reservering wordt gemaakt voor levensbeschouwelijke programmering.
De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen hoe de specifieke expertise van 2.42-omroepen over het maken van levensbeschouwelijke programma’s wordt behouden. Deze leden vragen ook of de regering een overzicht kan geven van de maatregelen die zij in dat kader neemt en verder hoe de reservering van € 9 miljoen voor levensbeschouwelijke programma’s bij de publieke omroep concreet vorm zal krijgen.
Een aantal 2.42-omroepen heeft aangekondigd zich in de komende jaren te zullen aansluiten bij aanverwante omroepen of de NTR. Die expertise blijft dus behouden bij die omroepen en zal na 2016 benut kunnen blijven worden, te meer omdat er een reservering is gemaakt voor levensbeschouwelijke programmering conform de motie-Segers/Heerma. Ik kan nu niet concreet aangeven hoe dat vorm zal krijgen. Wel zullen er, zoals ik hiervoor in antwoord op vragen van leden van diverse fracties heb aangegeven, bindende afspraken met de NPO worden gemaakt over de borging van de levensbeschouwelijke programma’s en het budget in het concessiebeleidsplan 2016–2021 en de prestatieovereenkomst.
Het schrappen van de 2.42-omroepen werd bij de start van het kabinet Rutte II duidelijk; een aantal grote zoals de IKON, de RKK en ook HUMAN protesteerden daar eind 2012 heftig tegen; en verbonden zich met wel na 2015 blijvende ledenomroepen.
De BOS (en dus de BUN) ontkende het bestaan van enig probleem. Dat besef kwam pas in juni van dit jaar en toen was het al bijna voorbij: de Tweede Kamer stemde begin juli met de kabinetsvoorstellen in.
Zie over deze geschiedenis mijn blogs van
10 dec 2012 , van 12 dec , van 6 juli 2013 , van 15 augustus , en van 11 september .
Als laatste stap in de besluitvorming is er de eventuele instemming van de Eerste Kamer.
De Eerste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft op 4 oktober 2013 de 'Memorie van antwoord' ontvangen en heeft op 8 oktober 2013 het 'Eindverslag' uitgebracht. De plenaire behandeling van het voorstel is voorzien voor 5 november 2013.
Zie het overzicht Mediawet in de Eerste Kamer
Hieronder een aantal citaten uit de Memorie van Antwoord.
Commentaar is bijna overbodig: we weten het 5 november; of een week later bij de stemmingen. Nog net op tijd voor de Ledenvergadering van de BUN op 16 november.
En dan is het boek dicht, vermoed ik. Dat wil zeggen: dan is het eind 2015 voorbij met de BOS waarop nu al bezuinigd is en die steeds kleiner gaat worden tot dat moment.
Plannen voor een ongesubsidieerde BOS of andere boeddhistische omroep na het eind van 2015, dan niet via de ether maar via internet, hebben ons nog niet bereikt.
De agenda voor de Ledenvergadering meldt alleen ' 7. a BOS & bezuinigingen ', zonder enige toelichting of voorstel. 'Bezuiniging' vind ik nogal een eufemisme waar het om verdwijning gaat.
Hier wil ik nog eens mijn suggestie herhalen: laat degenen die iets doen aan en iets willen met 'boeddhisme op het internet' elkaar eens opzoeken om op z'n minst een los verband van activiteiten te krijgen, en om elkaar te stimuleren. Dan heb ik het over twee aspecten:
- het verspreiden van de Dhamma/Dharma
- het informeren over het feitelijk bestaande boeddhisme in Nederland.
Ik krijg uit schaarse uitlatingen de laatste maanden een de indruk dat de BOS als monopolist (zonder andere op internet actieve boeddhisten) door wil gaan: ongewenst maar ook naïef.
Terug naar de publieke omroep en de plaats van de levensbeschouwing daarin. Natuurlijk zijn NCRV, KRO en EO ook levensbeschouwelijk (Christelijk namelijk) maar daar gaat het niet om.
De staatssecretaris heeft namelijk, bij de aangekondigde opheffing van 2.42, de politiek en de levensbeschouwelijke organisaties verzekerd dat er bij de publieke omroep aandacht blijft voor alle vormen van levensbeschouwing. Dus ook voor het boeddhisme.
Op 16 juli 2013 heeft staatssecretaris Sander Dekker een adviesaanvraag aan de Raad voor Cultuur (t.a.v. J. Daalmeijer) gestuurd. Zie 'Document'
Over de levensbeschouwelijke omroepen bevat deze brief de volgende vragen:
"3. Op welke manier kan de publieke omroep speciale aandacht besteden aan de culturele en levensbeschouwelijke programmering?
Het is efficiënter om niet langer aparte instellingen te hanteren voor de vervaardiging van specifiek media-aanbod, maar de Nederlandse publieke omroep in zijn geheel verantwoordelijk te maken voor alle categorieën aanbod. Het Mediafonds en de 2.42-omroepen worden daarom opgeheven. Daarmee vallen de natuurlijke verzorgers van dit aanbod weg. Hoe kan de publieke omroep naar het oordeel van de Raad ervoor zorgen dat deze twee aanbodscategorieën blijvend de speciale aandacht krijgen die zij verdienen? Hoe kan bij de levensbeschouwelijke programmering daarbij ook recht worden gedaan aan de specifieke wensen en overtuigingen van een doelgroep, ook als dit aanbod niet langer vanuit die doelgroep zelf wordt vervaardigd? ”
Ik heb geen idee hoe de Raad gaat reageren.
Ze kunnen heel liberaal zeggen: laat dat maar aan de acht nog overblijvende omroepen over.
Ze kunnen ook thema's benoemen, inhoudelijk en qua omvang.
Ze kunnen ook procedures voorstellen voor het betrekken van levensbeschouwelijke organisaties ('genootschappen' in het jargon), zoals de BUN dus.
Toch een advies aan de Raad voor Cultuur.
Laat de omroepen in de toekomst vooral aandacht besteden aan
* de inhoud van het boeddhisme (de Dhamma of Dharma genaamd) in zijn
veelvormigheid: de inhoudelijke functie; en aan
* de wijze waarop die in Nederland beoefend wordt: de journalistieke functie; en aan
* de wijze waarop die vanuit Azie, vanuit Amerika (en de commercie) beïnvloed
wordt: de maatschappelijke functie
En doe dat vooral via de radio. De ervaring leert dat televisie voor dit soort thema's minder geschikt is.
Ik weet niet of tijd/geld voor radio en tijd/geld voor televisie communicerende vaten vormen maar als het enigszins kan: vooral radio-zendtijd en relatief weinig televisie-zendtijd voor het boeddhisme. 'Mooie' documentaires van 'bekende boeddhisten' of Aziatische beelden hebben we nu wel genoeg gezien.
Wat betreft het 'probleem' dat het aanbod niet langer vanuit de boeddhisten zelf (door de Boeddhistische Omroep Stichting, de BOS, dus) wordt vervaardigd, het volgende:
Eigenlijk verandert er voor de overgrote meerderheid van de boeddhisten dan niet zo veel: het aanbod is ook nu, en de afgelopen tien jaar, niet vanuit de doelgroep zelf vervaardigd. Zelfs voor de minderheid, georganiseerd in de BUN (de koepel Boeddhistische Unie Nederland, organisatiegraad minder dan 10%) geldt dat eigenlijk: de BOS ging steeds meer haar eigen gang.
Ook gezien de ervaringen van een 'ParticipatieRaad' binnen de BOS zie ik weinig heil in een soort adviesgroep die de publieke omroepen suggesties (of meer) zou mogen doen over boeddhistische programma's. Het lijkt me onmogelijk daarvoor een representatieve groep te verkrijgen die ook nog creatief is en zelf regelmatig kijkt en luistert, nog afgezien van andere nadelen van zo'n procedure.
Eenvoudiger lijkt het me dat de publieke omroepen gezamenlijk een soort 'inspraakpunt' instellen; een website waarop ieder, per levensbeschouwing, suggesties kan doen over thema's en over programma's; en dat omroepen daarop kunnen inschrijven.
Meer niet, behalve dan een verantwoordingsplicht achteraf (over de programma's, niet over de inspraak).
Ik bedoel dan nadrukkelijk: suggesties van kijkers/luisteraars, niet van producenten van programma's !
Het leek me wel nuttig een brief met deze strekking aan de Raad te sturen ( Contact ).
============================================================
33 541 Wijziging van de Mediawet 2008
teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren
C MEMORIE VAN ANTWOORD
Ontvangen 4 oktober 2013 ( Bron )
3.4. De 2.42-omroepen
De leden van de PvdA-fractie wijzen er op dat het wetsvoorstel het budget en de zendtijd voor de 2.42 schrapt en dat de NPO moet zorgen voor een goede inbedding van de levensbeschouwelijk programmering in het totale aanbod en voor voorstellen daartoe. Deze leden vragen om informatie over de stand van zaken met betrekking tot deze voorstellen. De leden van de CDA-fractie vragen of scherpere keuzes in de programmering kunnen leiden tot aantasting van de afspraken met de 2.42-omroepen en verder of een goede positie van levensbeschouwelijke programmering in het totale aanbod van de publieke omroep wel gegarandeerd blijft. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering aan te geven welke waarde zij hecht aan zichtbaarheid van religie en kerkgenootschappen op de publieke omroep en op welke wijze die zichtbaarheid duurzaam wordt veilig gesteld. Deze leden vinden het schrappen van de 2.42-omroepen niet voldoende onderbouwd door te wijzen op het verdwijnen van het budget voor die omroepen en vragen de regering aan te geven op welke gronden zij het nodig acht de 2.42-omroepen te schrappen.
Het einde van de 2.42-omoepen is onderdeel van het plan om te komen tot een moderne en slagvaardige publieke omroep. Ik hecht aan de zichtbaarheid van de levensbeschouwelijke programmering. De weerspiegeling van levensbeschouwelijke diversiteit in het media-aanbod blijft deel uitmaken van de wettelijke taakopdracht van de publieke omroep. Om de zichtbaarheid van de levensbeschouwelijke programmering te verzekeren zijn er naar mijn oordeel echter geen afzonderlijke levensbeschouwelijke omroepen meer nodig. Niet alleen het schrappen van het specifieke budget voor deze omroepen noopt daartoe. Het laten voortbestaan van een groot aantal kleine omroepen past ook niet in de doelstellingen van dit wetsvoorstel om te komen tot een rankere en efficiëntere publieke omroep. Er zullen bindende afspraken worden gemaakt met de NPO over de inbedding van de levensbeschouwelijke programmering in het nieuwe concessiebeleidsplan 2016–2021 en de bijbehorende prestatie-overeenkomst.
De leden van de CDA-fractie vragen of de regering de motie-Segers/Heerma9 die € 9 miljoen afzondert van het programmabudget ten behoeve van de levensbeschouwelijke programmering, zal uitvoeren.
De regering zal de motie-Segers/Heerma uitvoeren waarmee een reservering wordt gemaakt voor levensbeschouwelijke programmering.
De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen hoe de specifieke expertise van 2.42-omroepen over het maken van levensbeschouwelijke programma’s wordt behouden. Deze leden vragen ook of de regering een overzicht kan geven van de maatregelen die zij in dat kader neemt en verder hoe de reservering van € 9 miljoen voor levensbeschouwelijke programma’s bij de publieke omroep concreet vorm zal krijgen.
Een aantal 2.42-omroepen heeft aangekondigd zich in de komende jaren te zullen aansluiten bij aanverwante omroepen of de NTR. Die expertise blijft dus behouden bij die omroepen en zal na 2016 benut kunnen blijven worden, te meer omdat er een reservering is gemaakt voor levensbeschouwelijke programmering conform de motie-Segers/Heerma. Ik kan nu niet concreet aangeven hoe dat vorm zal krijgen. Wel zullen er, zoals ik hiervoor in antwoord op vragen van leden van diverse fracties heb aangegeven, bindende afspraken met de NPO worden gemaakt over de borging van de levensbeschouwelijke programma’s en het budget in het concessiebeleidsplan 2016–2021 en de prestatieovereenkomst.
woensdag 2 oktober 2013
Naar een vipassana- en samatha-meditatiecentrum Oftewel: hoe onderhandelen vrienden ?
Het journalistieke blog *Openboeddhisme* plaatste op 30 september een eerste artikel in een serie 'Boeddhisme in vastgoed' . Het artikel gaat over een aantal onderwerpen maar ik ben vooral geïnteresseerd naar de effecten op de plannen voor een mogelijk Vipassana Centrum (Over die naam - hoewel nog maar een werktitel - valt nog wel iets te zeggen, zie onder)
Ik beschouw mezelf als vriend van dat centrum, en heb er al eerder over geschreven, zie m'n blog van 4 januari .
De vrienden van zo'n mogelijk te kopen/huren/bouwen centrum komen eind oktober bij elkaar, op uitnodiging van het bestuur van de Stichting Meditatie en Studie centrum 'Vipassana Nederland', roepnaam: 'Stichting Vipassana Centrum Nederland' .
Doel van deze middag is, mee te denken over dit project. Dat ga ik doen en doe ik nu al vast een beetje.
Niet iedereen zal het bestaan en op internet staan van dit OpenBoeddhisme-artikel mogelijk waarderen, sommige feiten zijn wellicht wat ongemakkelijk.
Ik vind het echter heel bruikbaar, het kan ons denken aanscherpen over (a) wat we eigenlijk willen en (b) hoe te onderhandelen. Op die twee punten ga ik nader in. De bruikbaarheid zit in het feit dat niet het aanbod van een gebouw of een kavel moet bepalen hoe het centrum moet worden maar dat daarentegen de vraag (welke functies willen we er in hebben) het zoeken naar gebouw of kavel moet bepalen. Vraaggericht gestuurd dus en niet aanbodgericht.
Het risico is groot dat, gezien de feiten beschreven in het OpenBoeddhisme-artikel, het proces wel aanbodgestuurd gaat plaatsvinden.
Het aanbod is het te 'herontwikkelen' - een projectonwikkelaarswoord - oude terrein van Maitreya in Emst (gemeente Epe), die nu zelf in Loenen gevestigd zijn maar belang hebben bij de verkoop van het Emst-terrein.
Dat terrein zou bijna 6 hectare groot zijn en volgens Harry Rijken mag daarvan 1700 m2, twee verdiepingen hoog, bebouwd worden.
Het nieuwe bestemmingsplan van de gemeente Epe is daar minder stellig over; zie hier en hier . Daarnaast spreekt *OpenBoeddhisme* over een totaaloppervlak van 4,8 ha (opgave kadaster).
Ad a Welke functies willen we eigenlijk in het centrum ?
Ik bespeur er drie.
Allereerst een meditatiecentrum en een studiecentrum, twee functies die makkelijk in dezelfde ruimte te realiseren zijn (stoelen in plaats van matjes); dit spreekt voor zich.
De derde functie, een contemplatieve woongemeenschap, de mogelijkheid tot het leiden van een (al dan niet parttime) monastiek leven, vergt meer beschouwing. In het verleden is wel over een 'klooster' gesproken, een Theravada-klooster, twee kloosters dus: strikt gescheiden klooster voor vrouwen en klooster voor mannen. Er is een groot aantal vrijwilligers nodig, leken in Theravada-termen, die zorgdragen voor de monniken en nonnen (bhikkhunis en bhikkhus) die zich aan een groot aantal Vanaya-regels dienen te houden. Ook de woonruimte zelf moet de monniken en nonnen om niet, als dana, worden aangeboden. Om het kort te houden: dat zie ik niet gebeuren. Minder vergaand is wat semi-monastiek wordt genoemd, een woongemeenschap van leken die de acht voorschriften aangenomen hebben (voor langer dan een paar weken); plus eventueel logiesruimte voor echte monniken en nonnen. Dat is realistischer, mìts de belangstellenden zelf het geld voor deze woningen inbrengen.
Maar de grote vraag is: zijn de nadelen of complicaties van het in één gebouwencomplex plaatsen van enerzijds de functie meditatie/studie en anderzijds de functie leefgemeenschap niet groter dan de voordelen ?
Mijn mening: die nadelen zijn veel groter, dat moeten we niet doen.
Misschien moet er zelfs een aparte stichting voor z'n woongemeenschap gaan komen!
Ik realiseer me best de complicatie hiervan: namelijk de toebedeling van de (voorgenomen) donaties over de twee functies, en dus straks de twee stichtingen.
M'n tussenconclusie is intussen wel: voor de meditatie-en studiefunctie is lang niet de hele 1700 m2 nodig, een zesde daarvan lijkt me genoeg (en duur genoeg om te kopen/bouwen en onderhouden!) En dat op hoogstens één ha grond.
Een relativering van het bovenstaande: mits er aparte eigendomsverhoudingen komen, is het voorstelbaar dat het meditatiecentrum en de leefgemeenschap wel op hetzelfde terrein staan, met een grote tuin er tussen. Ook kan ik me voorstellen dat de 'vrienden van het meditatiecentrum' een financiële bijdrage leveren aan de ruimte voor logerende monniken/nonnen in het gebouw van de woongemeenschap.
Ad b Hoe te onderhandelen ?
Boeddhisten, ook de niet zo zweverige Theravadins, gebruiken de term 'onderhandelen' niet zo graag en zo vaak. We spreken liever van constructieve gesprekken op basis van vertrouwen, in elkaar en op de goede afloop.
Bij een onroerendgoed-onderwerp als waar we nu voor staan, moet dat wel, het gaat om vele tonnen, misschien wel (over het hele ex-Maitreya-terrein in Emst) miljoenen.
De ene onderhandelingspartij is m.i. de Stichting Meditatie en Studie centrum 'Vipassana Nederland'. Uit het OpenBoeddhisme-artikel hebben we begrepen dat Harry Rijken uit dit bestuur is gestapt begin september van dit jaar. Dat is heel verstandig want hij is de andere onderhandingspartij (met zijn zoon en met Maitreya die financieel belang heeft bij de verkoop)
Ik vind dat het bestuur van het Vipassana Centrum Nederland, eventueel samen met het bestuur van een nog op te richten Stichting Theravada Leefgemeenschap, pas moet gaan onderhandelen als hun vraag (programma van eisen) duidelijk is. En dat ze zich moeten realiseren dat Harry Rijken, een buitengewoon aardig man is, maar toch iemand die aan de andere kant van de onderhandelingstafel zit, met andere belangen. En 'belangen' is niet een vies woord, het is het ontkennen daarvan dat problemen gaat geven.
Het is wijs dat Harry Rijken niet aanwezig is tijdens de vriendendag op 26 oktober. Ik zou het anders lastig vinden om als vriend het bestuur advies te geven over hoe te onderhandelen. Want de tegenpartij (de eigenaar tevens projectontwikkelaar) zou anders meeluisteren.
======================================================================
Nog drie losse punten
Een voorbeeld dat minstens als vergelijkingsmateriaal goed gebruikt kan worden in het stilte- en meditatie centrum 'Metta Vihara' in Zeeuws-Vlaanderen, onderdeel van de Triratna.
Het is geschikt voor groepen tot 22 personen; misschien iets te klein voor sommige retraites van bv SIM en SanghaMetta. Maar iets groter, 32 plaatsen bv, is ruim voldoende; en (kleren) kopen op de groei zoals ouders tot vijftig jaar geleden nog wel deden, is echt niet meer zinnig.
Zeeuws-Vlaanderen is mooi en ruim, en goed bereikbaar vanuit België, maar niet vanuit de meeste Nederlandse steden waar de meditatoren grotendeels vandaan komen.
Maar verder lijkt de formule van 'Metta Vihara' (een interessante naam trouwens voor de vipassana-gemeenschap) me uitstekend.
Het gaat over de Stichting Meditatie en Studie centrum 'Vipassana Nederland'.
Dat is al een lange naam maar ik wil toch een toevoeging aan deze werktitel voorstellen.
Steeds meer groeit in de vipassana-gemeenschap in Nederland de overtuiging dat het gaat om de 'twee vleugels' van het mediteren: vipassana èn samatha. In feite is dit, ook in Nederland, niets nieuws: metta-meditatie wordt al jaren gegeven en dat is geen vipassana, het is of een vorm van samatha of een eigen vorm.
Vandaar mijn voorstel: wijzig de naam in Vipassana / Samatha Centrum .
Dan nog wat lichters. De term 'vrienden' is langzamerhand behoorlijk aan inflatie onderhevig. We hadden de 'Vrienden van de Westerse Boeddhisten Orde (nu Triratna); en hebben de stichtingen 'Vrienden van het Boeddhisme' en 'Vrienden van de BOS'. Juridisch makkelijk: combineren van de voordelen van een stichting met de doelstelling van een vereniging, maar ook wel eens verwarrend als vrienden/donateurs denken dat ze 'lid' zijn en formeel invloed op het beleid van het bestuur kunnen uitoefenen.
Spirituele vriend (kalyana mitra) vind ik een zeer belangrijk concept om de relatie van een niet-meer-helemaal-beginner met een andere (een senior) boeddhist aan te duiden; veel beter dan met het woord 'leraar'.
Nu dreigt de term echter tot Facebook-niveau (en dus iets onnozels) te verworden. We moeten misschien gewoon maar van 'donateurs en aspirant-donateurs' spreken.
Ik beschouw mezelf als vriend van dat centrum, en heb er al eerder over geschreven, zie m'n blog van 4 januari .
De vrienden van zo'n mogelijk te kopen/huren/bouwen centrum komen eind oktober bij elkaar, op uitnodiging van het bestuur van de Stichting Meditatie en Studie centrum 'Vipassana Nederland', roepnaam: 'Stichting Vipassana Centrum Nederland' .
Doel van deze middag is, mee te denken over dit project. Dat ga ik doen en doe ik nu al vast een beetje.
Niet iedereen zal het bestaan en op internet staan van dit OpenBoeddhisme-artikel mogelijk waarderen, sommige feiten zijn wellicht wat ongemakkelijk.
Ik vind het echter heel bruikbaar, het kan ons denken aanscherpen over (a) wat we eigenlijk willen en (b) hoe te onderhandelen. Op die twee punten ga ik nader in. De bruikbaarheid zit in het feit dat niet het aanbod van een gebouw of een kavel moet bepalen hoe het centrum moet worden maar dat daarentegen de vraag (welke functies willen we er in hebben) het zoeken naar gebouw of kavel moet bepalen. Vraaggericht gestuurd dus en niet aanbodgericht.
Het risico is groot dat, gezien de feiten beschreven in het OpenBoeddhisme-artikel, het proces wel aanbodgestuurd gaat plaatsvinden.
Het aanbod is het te 'herontwikkelen' - een projectonwikkelaarswoord - oude terrein van Maitreya in Emst (gemeente Epe), die nu zelf in Loenen gevestigd zijn maar belang hebben bij de verkoop van het Emst-terrein.
Dat terrein zou bijna 6 hectare groot zijn en volgens Harry Rijken mag daarvan 1700 m2, twee verdiepingen hoog, bebouwd worden.
Het nieuwe bestemmingsplan van de gemeente Epe is daar minder stellig over; zie hier en hier . Daarnaast spreekt *OpenBoeddhisme* over een totaaloppervlak van 4,8 ha (opgave kadaster).
Ad a Welke functies willen we eigenlijk in het centrum ?
Ik bespeur er drie.
Allereerst een meditatiecentrum en een studiecentrum, twee functies die makkelijk in dezelfde ruimte te realiseren zijn (stoelen in plaats van matjes); dit spreekt voor zich.
De derde functie, een contemplatieve woongemeenschap, de mogelijkheid tot het leiden van een (al dan niet parttime) monastiek leven, vergt meer beschouwing. In het verleden is wel over een 'klooster' gesproken, een Theravada-klooster, twee kloosters dus: strikt gescheiden klooster voor vrouwen en klooster voor mannen. Er is een groot aantal vrijwilligers nodig, leken in Theravada-termen, die zorgdragen voor de monniken en nonnen (bhikkhunis en bhikkhus) die zich aan een groot aantal Vanaya-regels dienen te houden. Ook de woonruimte zelf moet de monniken en nonnen om niet, als dana, worden aangeboden. Om het kort te houden: dat zie ik niet gebeuren. Minder vergaand is wat semi-monastiek wordt genoemd, een woongemeenschap van leken die de acht voorschriften aangenomen hebben (voor langer dan een paar weken); plus eventueel logiesruimte voor echte monniken en nonnen. Dat is realistischer, mìts de belangstellenden zelf het geld voor deze woningen inbrengen.
Maar de grote vraag is: zijn de nadelen of complicaties van het in één gebouwencomplex plaatsen van enerzijds de functie meditatie/studie en anderzijds de functie leefgemeenschap niet groter dan de voordelen ?
Mijn mening: die nadelen zijn veel groter, dat moeten we niet doen.
Misschien moet er zelfs een aparte stichting voor z'n woongemeenschap gaan komen!
Ik realiseer me best de complicatie hiervan: namelijk de toebedeling van de (voorgenomen) donaties over de twee functies, en dus straks de twee stichtingen.
M'n tussenconclusie is intussen wel: voor de meditatie-en studiefunctie is lang niet de hele 1700 m2 nodig, een zesde daarvan lijkt me genoeg (en duur genoeg om te kopen/bouwen en onderhouden!) En dat op hoogstens één ha grond.
Een relativering van het bovenstaande: mits er aparte eigendomsverhoudingen komen, is het voorstelbaar dat het meditatiecentrum en de leefgemeenschap wel op hetzelfde terrein staan, met een grote tuin er tussen. Ook kan ik me voorstellen dat de 'vrienden van het meditatiecentrum' een financiële bijdrage leveren aan de ruimte voor logerende monniken/nonnen in het gebouw van de woongemeenschap.
Ad b Hoe te onderhandelen ?
Boeddhisten, ook de niet zo zweverige Theravadins, gebruiken de term 'onderhandelen' niet zo graag en zo vaak. We spreken liever van constructieve gesprekken op basis van vertrouwen, in elkaar en op de goede afloop.
Bij een onroerendgoed-onderwerp als waar we nu voor staan, moet dat wel, het gaat om vele tonnen, misschien wel (over het hele ex-Maitreya-terrein in Emst) miljoenen.
De ene onderhandelingspartij is m.i. de Stichting Meditatie en Studie centrum 'Vipassana Nederland'. Uit het OpenBoeddhisme-artikel hebben we begrepen dat Harry Rijken uit dit bestuur is gestapt begin september van dit jaar. Dat is heel verstandig want hij is de andere onderhandingspartij (met zijn zoon en met Maitreya die financieel belang heeft bij de verkoop)
Ik vind dat het bestuur van het Vipassana Centrum Nederland, eventueel samen met het bestuur van een nog op te richten Stichting Theravada Leefgemeenschap, pas moet gaan onderhandelen als hun vraag (programma van eisen) duidelijk is. En dat ze zich moeten realiseren dat Harry Rijken, een buitengewoon aardig man is, maar toch iemand die aan de andere kant van de onderhandelingstafel zit, met andere belangen. En 'belangen' is niet een vies woord, het is het ontkennen daarvan dat problemen gaat geven.
Het is wijs dat Harry Rijken niet aanwezig is tijdens de vriendendag op 26 oktober. Ik zou het anders lastig vinden om als vriend het bestuur advies te geven over hoe te onderhandelen. Want de tegenpartij (de eigenaar tevens projectontwikkelaar) zou anders meeluisteren.
======================================================================
Nog drie losse punten
Een voorbeeld dat minstens als vergelijkingsmateriaal goed gebruikt kan worden in het stilte- en meditatie centrum 'Metta Vihara' in Zeeuws-Vlaanderen, onderdeel van de Triratna.
Het is geschikt voor groepen tot 22 personen; misschien iets te klein voor sommige retraites van bv SIM en SanghaMetta. Maar iets groter, 32 plaatsen bv, is ruim voldoende; en (kleren) kopen op de groei zoals ouders tot vijftig jaar geleden nog wel deden, is echt niet meer zinnig.
Zeeuws-Vlaanderen is mooi en ruim, en goed bereikbaar vanuit België, maar niet vanuit de meeste Nederlandse steden waar de meditatoren grotendeels vandaan komen.
Maar verder lijkt de formule van 'Metta Vihara' (een interessante naam trouwens voor de vipassana-gemeenschap) me uitstekend.
Het gaat over de Stichting Meditatie en Studie centrum 'Vipassana Nederland'.
Dat is al een lange naam maar ik wil toch een toevoeging aan deze werktitel voorstellen.
Steeds meer groeit in de vipassana-gemeenschap in Nederland de overtuiging dat het gaat om de 'twee vleugels' van het mediteren: vipassana èn samatha. In feite is dit, ook in Nederland, niets nieuws: metta-meditatie wordt al jaren gegeven en dat is geen vipassana, het is of een vorm van samatha of een eigen vorm.
Vandaar mijn voorstel: wijzig de naam in Vipassana / Samatha Centrum .
Dan nog wat lichters. De term 'vrienden' is langzamerhand behoorlijk aan inflatie onderhevig. We hadden de 'Vrienden van de Westerse Boeddhisten Orde (nu Triratna); en hebben de stichtingen 'Vrienden van het Boeddhisme' en 'Vrienden van de BOS'. Juridisch makkelijk: combineren van de voordelen van een stichting met de doelstelling van een vereniging, maar ook wel eens verwarrend als vrienden/donateurs denken dat ze 'lid' zijn en formeel invloed op het beleid van het bestuur kunnen uitoefenen.
Spirituele vriend (kalyana mitra) vind ik een zeer belangrijk concept om de relatie van een niet-meer-helemaal-beginner met een andere (een senior) boeddhist aan te duiden; veel beter dan met het woord 'leraar'.
Nu dreigt de term echter tot Facebook-niveau (en dus iets onnozels) te verworden. We moeten misschien gewoon maar van 'donateurs en aspirant-donateurs' spreken.
Abonneren op:
Posts (Atom)