Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen

vrijdag 25 maart 2016

Maart-2 * Pacceka-boeddhist worden? Tips en trucs     * Afscheid van de vipassana-gemeenschap                   * Rilke's gedichten over de Buddha                   * Nieuwe boeken en ander nieuws    * Pacceka-bijlage


Omdat ik wel genoeg materiaal heb, plaats ik maar vast, al is het nog geen april.
Gelijk maar de aankondiging van twee onderwerpen die ik in het komende nummer wil behandelen:
* Vipassana: wat is een zintuig en hoeveel zijn er?  (meer dan vijf)
* Wat is 'tijd'; en hoeveel tijd-dimensies zijn er?  (meer dan één)

=========================================================================

Een Pratyekaboeddha of beter de Pali-vorm "De Pacceka Boeddha, 'de eenzame verlichte'... heeft op eigen kracht het boeddhaschap behaald, maar onderwijst de leer niet aan anderen."
Zie hier.   Ik herken me wel in "Paccekabuddha give moral teachings but do not bring others to enlightenment. They leave no sangha as a legacy to carry on the Dhamma."

Maar hoe word je dat? Kan dat, een paccekaboeddhist zijn? Iemand die een boeddha probeert te worden; of in mijn meer bescheiden geval: op eigen kracht met de beoefening bezig zijn, wel zien hoe ver ik kom, zonder theorie vooraf hoe dat moet en welke fasen er zijn. Leraar-loos.
Ja, een paccekaboeddha, dat is theoretisch, althans volgen sommige orthodoxieën, mogelijk.
Er is zelfs een systematiek waarin het een eigen yana (voertuig) is: Pratyekabuddhayāna .

Het concept yana is toch al een constructie, en niet de aanduiding van een aan te brengen systematiek van de diverse boeddhistische tradities; maar bij 'Pratyekabuddhayāna ' is dat wel in overtreffende trap het geval. In de beginperiode van het Mahayana is er bv het onderscheid in drie voertuigen (yana's):
" 1. Śrāvakayāna
  2. Pratyekabuddhayāna
  3. Bodhisattvayāna
"
Iets later: "In the 4th century Mahāyāna abhidharma work Abhidharmasamuccaya, Asaṅga describes those who follow the Śrāvaka Vehicle (Skt. śrāvakayanika). These people are described as having weak faculties, following the Śrāvaka Dharma, utilizing the Śrāvaka Piṭaka, being set on their own liberation, and cultivating detachment in order to attain liberation. While those in the Pratyekabuddha Vehicle (Skt. pratyekabuddhayānika) are portrayed as also utilizing the Śrāvaka Piṭaka, they are said to have medium faculties, to follow the Pratyekabuddha Dharma, and to be set on their own personal enlightenment. Finally, those in the Mahāyāna (Skt. mahāyānika) are portrayed as utilizing the Bodhisattva Piṭaka, as having sharp faculties, following the Bodhisattva Dharma, and set on the perfection and liberation of all beings, and the attainment of complete enlightenment."
Met alle respect voor Asanga: dit is toch onzin? De definitie van een Pratyekabuddha sluit toch uit dat deze weet heeft (gehad) van de teksten van de Pitaka?

Ik kan mij goed voorstellen dat iemand (ooit, ergens) min of meer dezelfde attitude en opvattingen heeft als die van de (historische) Boeddha en het boeddhisme (de Dhamma) in zekere mate zelf uitvindt; en dat zo iemand min of meer dezelfde meditatie-beoefeningen doet als een boeddhist in een leraar-naar-leraar-traditie. Ook kan ik me voorstellen dat een monnik ooit koos voor het pad van de Boddhisattva en niet dat van de Arahat, zoals Jan Nattier heeft beschreven in 'A Few Good Men - The Bodhisattva Path According to the Inquiry of Ugra '. Maar om vrijwillig van de drie voertuigen (yana's) de minder slimme te kiezen, dat lijkt me uiterst onwaarschijnlijk.

Merkwaardig genoeg heb ik maar heel beperkt gevonden hoe je pacceka-boeddha moet worden, en dus pacceka-boeddhist moet zijn. Hoe gaat dat pad dan? Een vraag die ik beperk tot: zonder wedergeboorte of geloof daarin.
Het lijkt wel dat men (in de literatuur er over) meteen als Pratyekabuddha of Paccekabuddha geboren wordt.

Iets (vooral de orthodoxe vorm) staat in het proefschrift dat 'onze' Ria Kloppenborg heeft geschreven.
De ingekorte versie (te downloaden pdf) ervan verscheen in de serie 'Wheels' van de BPS: 'The Paccekabuddha:  A Buddhist Ascetic  -  A Study of the Concept of the Paccekabuddha in Pali Canonical and Commentarial Literature '.
In een Bijlage vat ik daaruit hoofdstuk 'II. The Way Towards Paccekabodhi ', samen.
Ik moet er wel bij zeggen dat ik selectief tewerk ben gegaan. Passages die wel heel letterlijk over wedergeboorte-theorie spreken en magische verhalen, vooral afkomstig uit latere commentaren op de Pali canon, heb ik overgeslagen. Omdat ik daar niet mee heb en niets aan heb.

Iets kan ik ook gebruiken van 'Tien stellingen van Seculiere Dharma ' zoals geformuleerd door Stephen Batchelor.

Overigens ben ik niet de eerste die met dit probleem bezig is (geweest). Een Google-search met de zin "buddhism without a teacher " leverde 18 treffers op. De Nederlandse versie plus varianten leveren geen treffers op. Niet zo veel dus; de meerderheid van de antwoorden (door leraren) was negatief. Dat Tibetanen dit vinden, verraste met niet, maar ook sommige Zen-leraren spreken zonder relativering over 25 jaar leerling moeten zijn. Eén van de uitzonderingen is Martine Batchelor .

Een bezwaar waar ik wel gevoelig voor ben, is: je neemt toevlucht tot de Boeddha, de Dhamma en de Sangha, hoe zit het dan met de relatie tot de (EEN) sangha bij m'n solisme?
Tussendoor: interessant is dat er dus geen sprake is van toevlucht tot de leraar (ook hier laat ik het tantrische boeddhisme buiten beschouwing, wil ik niets van weten).
Ik moet het toegeven: spirituele vrienden zijn van belang, ook voor mij als ik in zekere mate (niet al te letterlijk) het pacceka-pad ga, ik moet attent zijn op m'n licht-autistische on-sociale neiging.

Ik weet dus ook niet hoe het moet, ik probeer maar wat, onder andere door wat ik geleerd heb, af te leren. Al gaat dat niet echt: het vroege boeddhisme zit te diep in m'n botten.
Trouwens: ik wil ook helemaal geen Boeddha worden (bv omdat dat geloof in wedergeboorte veronderstelt); ik wil gewoon als een een klein beetje wijs geworden klootzak sterven.

Ter voorkoming van misverstand: ik heb mezelf natuurlijk niet verboden, boeddhistische teksten te lezen, als paccekaboeddhist. In feite is lezen zelfs één van de vormen van beoefening.

=========================================================================

Afscheid van de vipassana-gemeenschap

Hoewel ook de vipassana-meditatie onderdeel blijft van mijn beoefening (vermoed ik), is mijn verhouding er toe veranderd.
Eerst zo'n anderhalf jaar geleden is die beoefening bewust leraar-loos geworden.
Een van de kenmerken van de klassieke omschrijving van een paccekaboeddha is: "... onderwijst de leer niet aan anderen."
Nu heb ik nooit de aanvechting gehad om leraar te worden. Maar ook leerling wil ik niet meer zijn

Voor de goede orde: als een Westerling een begin wil maken met het gaan van het boeddhistische pad, is een leraar nodig. Voor een paar jaar. (Van tantra wil ik niets weten)
Daarna kan men volwassen zelfstandig door gaan, al dan niet met een groep spirituele vrienden, al dan niet met eens in de paar jaar een opfriscursus in de vorm van retraite.

Het afgelopen jaar is echter ook mijn verhouding tot de Nederlandse vipassana-gemeenschap, tot de (overwegend abstracte) vipassana-organisatie, veranderd. Aanleiding is 'de zaak Mettavihari': zijn misbruik en het zwijgen erover door zijn leerlingen.
Maar ondanks mijn kritiek bleef ik me onderdeel voelen van de vipassana-gemeenschap. Ik heb actief geprobeerd die gemeenschap op een gezonde manier door de identiteits-crisis als gevolg van de zaak Mettavhari te krijgen.
Maar de afgelopen weken heb ik me gerealiseerd dat het gevoel er bij te willen horen, zo zwak is geworden, dat ik er in feite niet meer bij hoor.
De bijeenkomst op 13 maart van 'het kader' (let op de aanhalingstekens) van de vipassana-gemeenschap - waarover iemand ooit wel eens zal gaan publiceren - heeft maar in beperkte mate met deze beslissing te maken; behalve dan dat hier heel sterk het gevoel was: hier hoor ik niet meer bij. Het is en blijft leraar-gecentreerd denken, ook van nette mensen. De thematiek van leraren en (de opleiding van) assistent-leraren en de organisatie (rechtspersoon) daaromheen is mijn thematiek niet.

Er is eigenlijk nog maar één vorm waarin ik me kan voorstellen aan een gezamenlijke activiteit te participeren: Als iemand een leraar-loze retraite (Peer-Retreat) organiseert.
Dat die voor onderdak en catering zorgt en een klein beetje aan tijdsbewaking doet. Ik heb dat de SIM ook al eens gevraagd; vergeefs: die lijken ook vast te zitten in het leraar-gerichte model.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Update 7 april   Peer Retreats bestaan !

Anja Edwards van Muijen wees me in reactie op deze blog op een door haar georganiseerde peer retreat van 24 t/m 28 augustus in Osterwald:
"Doe-het-zelf-Samen Stilteretraite
Voor ervaren mediteerders
Je hebt al eens een stilteretraite gevolgd? En je zou best eens een retraite zonder leraar willen doen, maar niet in je eentje? Kluse Compane verschaft het raamwerk waarbinnen je samen met andere deelnemers je eigen retraite kan vormgeven.
"
Nadere informatie : www.klusecompane.nl/retraite/doe-het-zelf-samen-stilteretraite

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Ik heb het al eens eerder meegemaakt, het loskomen van een organisatie, een beweging vooral, zonder al te veel problemen. Zo ben ik tussen m'n 35e en 50e zeer actief lid geweest van de PvdA; in diverse vormen was ik politiek actief. Langzaam groeide ik daar uit, tot er een moment kwam dat ik dacht: mijn interesses zijn zo verschoven dat het duidelijker is als ik er echt mee stop, voor mezelf en ook in formele zin. En het leven ging door.

=========================================================================

Nog eentje wat dat betreft: ik ben een omnivoor

Ik moet maar eens uit de kast komen met de mededeling dat ik vlees eet.
Veel mensen gaan er van uit dat een boeddhist vegetariër is of zelfs geen melk en melkproducten gebruikt.
' Waarom ik mijn vrienden niet opeet ' is een sterk statement van Matthieu Ricard.
Tja, dieren zijn m'n vrienden niet, denk ik.
Hoe dan ook: ik heb nooit de innerlijke aandrang gevoeld, vegetariër te zijn; als ik dan toch vleesloos eet, is dat een beetje voor m'n gezondheid maar vooral om aan verwachtingen van anderen te voldoen, dat lijkt me onvoldoende reden.

=========================================================================

Rainer Maria Rilke over de Buddha

Wie leest er nu nog Rilke? Niemand toch? Terwijl hij tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw de favoriet was van spirituelen, in Duitsland maar ook in Nederland.
Eén van mijn favorieten was 'Het dagboek van Malte Laurids Brigge ' (1951; oorspronkelijk: Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge, 1910)

Veel later ontdekte ik z'n gedichten, en hoewel ik er soms weinig van begreep, vond ik ze prachtig.
Versnipperd over verschillende bundels zijn er drie gedichten van Rilke over de Boeddha. Tamelijk vrije en wellicht wat te romantische interpretaties. Maar wat geeft dat: ieder (en zeker iedere cultuur) creëert z'n eigen Boeddha.

BUDDHA

Als ob er horchte. Stille: eine Ferne …
Wir halten ein und hören sie nicht mehr.
Und er ist Stern. Und andre große Sterne,
die wir nicht sehen, stehen um ihn her.

O er ist Alles. Wirklich, warten wir,
daß er uns sähe? Sollte er bedürfen?
Und wenn wir hier uns vor ihm niederwürfen,
er bliebe tief und träge wie ein Tier.

Denn das, was uns zu seinen Füßen reißt,
das kreist in ihm seit Millionen Jahren.
Er, der vergißt was wir erfahren
und der erfährt was uns verweist.


BUDDHA

Schon von ferne fühlt der fremde scheue
Pilger, wie es golden von ihm träuft;
so als hätten Reiche voller Reue
ihre Heimlichkeiten aufgehäuft.

Aber näher kommend wird er irre
vor der Hoheit dieser Augenbraun:
denn das sind nicht ihre Trinkgeschirre
und die Ohrgehänge ihrer Fraun.

Wüßte einer denn zu sagen, welche
Dinge eingeschmolzen wurden, um
dieses Bild auf diesem Blumenkelche

aufzurichten: stummer, ruhiggelber
als ein goldenes und rundherum
auch den Raum berührend wie sich selber.


BUDDHA IN DER GLORIE

Mitte aller Mitten, Kern der Kerne,
Mandel, die sich einschließt und versüßt, –
dieses Alles bis an alle Sterne
ist dein Fruchtfleisch: Sei gegrüßt.

Sieh, du fühlst, wie nichts mehr an dir hängt;
Im Unendlichen ist deine Schale,
und dort steht der starke Saft und drängt.
Und von außen hilft ihm ein Gestrahle,

denn ganz oben werden deine Sonnen
voll und glühend umgedreht.
Doch in dir ist schon begonnen,
was die Sonnen übersteht.



Nederlandse vertalingen ken ik niet. Daarom naast het Duitse origineel een Engelse vertaling van deze drie gedichten, als hulp bij het begrijpen ervan.
Gevonden op de site van 'Cordite '




=========================================================================

Nieuw uitgekomen boeken & ander nieuws

Na wat vertraging lijkt nu toch uitgekomen te zijn:
Het Boeddha-fenomeen - Naar een westers boeddhisme
Door Erik Hoogcarspel
Uit de aankondiging van Bol.com :
"Is een westers boeddhisme mogelijk; een boeddhisme dat zich baseert op de oudste bekende woorden van de boeddha en dat consistent en begrijpelijk is voor een publiek dat niet door verwijzingen naar hindoegoden en wonderverhalen uit zijn bol gaat? Filosoof Erik Hoogcarspel denkt dat dit westerse boeddhisme mogelijk is door de inspiratie van de oudste boeddhistische teksten te verenigen met de nieuwste inzichten uit de westerse fenomenologie. Beide stromingen gaan uit van de eenvoudige waarheid dat je het leven moet laten komen zoals het zich aandient en dat je de wereld moet ervaren zoals ze verschijnt. 'Het boeddhisme is en blijft een verlossingsleer, alles draait om het bereiken van het nirvaa. De fenomenologie streeft naar inzicht en opheldering op alle niveaus en gebieden. Zij streeft niet naar een nirvaa, maar kan dit streven wel verhelderen.' "

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

'Storied Sage
Canon and Creation in the Making of a Japanese Buddha
'
door Micah L. Auerback

Uit de aankondiginbg van Bol.com :
"Since its arrival in Japan in the sixth century, Buddhism has played a central role in Japanese culture. But the historical figure of the Buddha, the prince of ancient Indian descent who abandoned his wealth and power to become an awakened being, has repeatedly disappeared and reappeared, emerging each time in a different form and to different ends. A Storied Sage traces this transformation of concepts of the Buddha, from Japan s ancient period in the eighth century to the end of the Meiji period in the early twentieth century. Micah L. Auerback follows the changing fortune of the Buddha through the novel uses for the Buddha s story in high and low culture alike, often outside of the confines of the Buddhist establishment. Auerback argues for the Buddha s continuing relevance during Japan s early modern period and links the later Buddhist tradition in Japan to its roots on the Asian continent. Additionally, he examines the afterlife of the Buddha in hagiographic literature, demonstrating that the late Japanese Buddha, far from fading into a ghost of his former self, instead underwent an important reincarnation. Challenging many established assumptions about Buddhism and its evolution in Japan, A Storied Sage is a vital contribution to the larger discussion of religion and secularization in modernity. "

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De verzameling van numeriek geordende leerredes 1
Vertaling van de eerste drie boeken van de Anguttara-Nikaya door Jan de Breet en Rob Janssen

Uitgegeven door 'Bodhi', voor zover ik begrepen heb, nu onderdeel van het nieuwe Milinda (beter bekend als 'Asoka')
Zie Aanbiedingsfolder .   Te koop via bv Bol.com
Zelf geef ik echter de voorkeur aan de complete Engelse vertaling van de Anguttara Nikaya door Bhikkhu Bodhi; 'The Numerical Discourses of the Buddha ' . Zie Bol.com .
Maar wel pas als de stapel 'nog te lezen' in m'n boekenkast kleiner is geworden.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Op 6 april referendum over Oekraïne

Op 6 april kunnen we naar het stembureau om duidelijk te maken of we voor of tegen het associatieverdrag van de EU met Oekraïne zijn.   Informatie in de NRC
Ik zou gaan als ik u was.
Zelf ga ik, tegen stemmen.

Het referendum over het verdrag met Oekraïne is wellicht niet de beste keus om onvrede over bepaalde ontwikkelingen over ons hoofd heen duidelijk te maken, dat vind ik ook wel.
Gelukkig komt er misschien nu ook een referendum over de TTIP en CETA

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Grap-dwang bij boeddhisten

Nogal wat boeddhisten hebben last van het modieuze gedrag waar een mooi woord voor is: 'Witzelsucht '.  Vroeger gewoner genoemd: het altijd leuk willen zijn.
Sommigen in de graad van een meer serieuze kwaal waar  Wikipedia een lemma  aan wijdt:   'Witzelsucht (combinatie van de Duitse woorden "Witzeln", dat grap betekent, en "Sucht", dat verslaving of verlangen betekent) is een set van zeldzame neurologische symptomen gekenmerkt door een neiging tot woordspelingen te maken, ongepaste grappen te vertellen of zinloze verhalen in sociaal ongepaste situaties te vertellen. '

Ik tref dit nogal eens aan in een door mij vaker aangehaald blad. Vooral aanhangers van Zen en non-dualiteit verwarren grap-dwang met wijsheid voorbij de rationaliteit.
Ik geef toe: misschien hebben ze er zelf niet zo'n last van, maar ik wel. En dat zeg ik dan maar, ik hoef niet aardig of leuk te zijn.


=========================================================================

Bijlage

Uit 'The Paccekabuddha:  A Buddhist Ascetic  -  A Study of the Concept of the Paccekabuddha in Pali Canonical and Commentarial Literature '
door Ria Kloppenborg                    Bron:  Hier

Hoofdstuk " II.  The Way Towards Paccekabodhi

The Upāsakajanālaṅkāra summarises the way to Paccekabodhi as follows:
“After making the resolve ... the lay-disciples accumulate the conditions necessary to obtain enlightenment. Gradually, having accumulated the conditions necessary for Paccekabodhi, they reach an object of thought and a steady inner stirring because of the ripening of their knowledge.
Seeing the complete wretchedness of existence, etc., they define the cause of all that happens by means of the knowledge of the self-existent, thoroughly realising: ’This is suffering’, and the other (truths). Devoting themselves to the object of meditation, which consists of the four truths, they crush the conditionings, conforming to their own resolve.
In due course they practise insight, successively attain the sublime way, and become enlightened with Paccekabodhi. From the moment (they attain) the sublime fruit, they come to be called Paccekasambuddha” (Upās 344).

II. I. The Period In Which No Buddha Exists
...

II. 2. Conditions and Resolve
From the moment he makes his resolve for Paccekabodhi, the future Paccekabuddha is called a Paccekabodhisatta. He retains this description through the many existences during which he strives for enlightenment, until his self-enlightenment has been effected. The conditions needed to make the resolve to go the way leading to Paccekabodhi are enumerated in several works. The commentary to the Suttanipāta gives the following list: being human, possessing the male sex, seeing those who are free of evil influences, meritorious act, and desire.
...
Here also, the Paccekabuddha’s conditions differ from those of the Sammāsambuddha and the disciple. Instead of five conditions, the Sammāsambuddha’s list comprises eight, namely: being human, possessing the male sex, the cause (hetu, i.e., the condition for arahatship), seeing a teacher, entering upon religious life (pabbajjā), possessing virtue, meritorious act, and desire. The conditions for the disciple are: meritorious act and desire.

II. 3. Instruction
The fact that future Paccekabuddhas do not receive instruction and that Paccekabuddhas do not
teach is often mentioned as one of their main characteristics. This is correct as there is no
account of his systematic teaching. But it is said that he teaches the dhamma. This section deals
with the instruction received by the Paccekabodhisatta and not with instruction given by a
Paccekabuddha. However, since Paccekabuddhas sometimes instruct aspirants for Paccekabodhi, it is difficult to separate the two. There are several methods by which the future Paccekabuddha can be induced to enter the way leading to self-enlightenment. Most of the methods help him to concentrate on that object of meditation which is his specific starting-point on the way. These ways of instruction mainly consist of subtle influences, instigations, and pushes into the right direction, rather than of thorough instruction regarding the nature of the way and the reality of enlightenment. The Paccekabodhisatta receives help in the first stage of his development, but from that point onward he has to fulfil the way by himself. In this respect one is justified saying that he does not receive instruction. Others only provide him with an opportunity to start upon the way by helping him to find and concentrate upon his object of meditation, which is his personal key to insight.
Sometimes the influence is exercised on purpose, sometimes it seems accidental. An example of the first possibility can be found in the Suttanipāta commentary, where it is related how a Paccekabuddha tricks a Paccekabodhisatta into coming to his hut in order to provide him with an opportunity to meditate. The commentary to the verses of the Suttanipāta relates many examples of ’accidental’ influence. The Paccekabodhisatta’s maturity enables him to recognise these events as not being accidental, but as extremely meaningful in his own spiritual development.
Another way of ’instruction’ often found in connection with the Paccekabodhisatta is that of
example. This can be the exemplary behaviour and way of life of the Paccekabuddha which impresses the Paccekabodhisatta: a Paccekabuddha is supposed to teach by means of the body (kāyika). It can also be the example of some natural event, as for instance in the verse and its commentary in which the freedom of deer gives rise to a meditation on freedom and bondage.
A comparison used by an instructing Paccekabuddha can also provide the Paccekabodhisatta with an object of meditation. In addition to these ways of influence, a more systematic method of instruction may be used. This can take place during the past existences of the Paccekabodhisatta before he made his resolve to enter the way to Paccekabodhi, and it may have been given by past Buddhas. But after the resolve to strive for Paccekabodhi has been made, whatever instruction he receives comes from Paccekabuddhas, and is said to be confined to the giving of the entrance to religious life and the transmission of the basic rules of conduct of ascetics.
The instruction, if it occurs, is very limited, and provides the person striving for enlightenment with only vague indications regarding the stages he will have to pass and the difficulties attached to these.
An element of the greatest importance for the Paccekabodhisatta’s way towards enlightenment is his attainment of an object of meditation. This object provides him with a means to attain jhāna and insight. It is always obtained and developed by the Paccekabodhisatta himself although sometimes with the help of persons or circumstances. The attainment of an object of meditation conducive to insight is the first step on the last and decisive part of the way.
It provides the Paccekabodhisatta with the means to develop wisdom and consequently to attain enlightenment. The primary objects of meditation will be discussed below (see II. 5.).

II. 4. The Entrance Upon Religious Life (Pabbajjā)
Pabbajjā is not considered essential for the attainment of Paccekabodhi, as is clear from its
omission from the list of conditions for the resolve. The Jātakas also describe a few cases in
which Paccekabodhi has been attained without formal entrance upon religious life. For example,
in one story, one of two friends steals his friend’s drinking-water, but then repents and attains
enlightenment shortly after reflecting: “If it increases, this thirst of mine will throw me into
lower states of existence.”
The same Jātaka passage provides us with four more examples of quick and sudden attainment of Paccekabodhi:
“A man who could not divert his attention from the beautiful wife of another man thought: ’If
it increases, this greed of mine will throw me into lower states of existence;’ then, with agitated mind, he cultivated insight and produced the knowledge of Paccekabodhi. Standing in the air he taught the Dhamma and then went to the Nandamūlaka-slope.
“A father and son, waylaid by robbers while travelling agreed to conceal the nature of their
relationship from the robbers so that the latter would not think of taking one of them hostage for
a ransom. The son afterwards regretted his lie: ’If it increases, this sin will throw me into lower states of existence; I shall subdue this fault.’ He then cultivated insight and produced the
knowledge of Paccekabodhi. Standing in the air, he taught the dhamma to his father and then went to the Nandamūlaka-slope.
...
However, in nearly all the accounts of the Paccekabodhisatta’s typical career, mention is made of pabbajjā as an important phase of the way preceding and leading to enlightenment. The term pabbajjā used with regard to the Paccekabodhisatta’s entrance upon religious life, denotes his abandoning the world and adopting the way of life of an ascetic as a means to attain insight and enlightenment. The event is also called samaṇaka pabbajjā, “entrance upon the life of an ascetic.” It is not identical with the ceremony of pabbajjā described in the Vinaya texts, as this
ceremony marking formal admission into the Saṅgha is quite distinct from the Paccekabodhisatta’s act of leaving the world to devote himself to solitary asceticism.
The events which stir the Paccekabodhisatta to his renunciation are of several characteristic
types: disgust after one has recognised greed as a negative, obstructive factor; the behaviour of
wicked friends; the realisation that the way of life of an ascetic is to be preferred; the wish not to be bound to this world and its obligations. The result of reflection along these lines is in most cases a feeling of dissatisfaction or even disgust with the present situation and the decision to enter upon religious life, which means donning the yellow robe and leading the life of an ascetic.
With the pabbajjā, the Paccekabodhisatta takes a final step to dedicate the rest of his life to the attainment of enlightenment. He enters upon religious life alone, both in the sense of being selfmotivated and of being physically isolated: in this he is said to be solitary. However, there are some references to a kind of pabbajjā-ceremony performed by Paccekabuddhas for someone striving for Paccekabodhi who wishes to live in their community. The candidate expresses a wish to enter upon religious life, and the Paccekabuddhas acknowledge this by stating that they accept him. This simple ceremony seems to have the function of protecting from profanation the instruction to be given to the candidate. Only he who enters upon religious life can receive
instruction.
Taking up a life of asceticism means accepting a life with various hardships. The Suttanipāta commentary says: “hard is the entrance upon religious life, like walking up and down upon the edge of a razor.” And the various difficulties of the ascetic’s way of life are described, such as lying down on a mat of grass or a bed of ropes, exposure to cold, wind, biting insects, hunger and thirst, walking for a long time to collect alms, eating dirty food, etc. But the Paccekabodhisatta who is able to endure this hard life, by means of either the power of his will to attain enlightenment or the power of consideration, attains to Paccekabodhi. Concerning the will-power needed to persevere in the midst of privation: “Those who have entered upon religious life are not subject to (external) conditions. They exercise power over a thought (to find better conditions), they are not in the power of such a thought.”
Sometimes the problems and hardships may be too much for a young Paccekabodhisatta. He then may leave the religious life and enter it again after having regained the necessary energy.
Pabbajjā is said to be only “practised by noble people, having many advantages, being extremely
pleasant, (and) although it is this, (it is) not coveted and not wished for by low people who are
overwhelmed by greed.”
...

II. 5. The Meditations
Having entered upon religious life, the Paccekabodhisatta lives the life of an ascetic and
dedicates himself to meditation practises. Except for the instances of sudden and spontaneous
enlightenment, the aspirant for Paccekabodhi has to strive to reach his goal through the hard
practise of meditation.
Several forms of meditation are mentioned in the texts with reference to the Paccekabodhisatta’s practise. He can choose whichever method he wishes, according to personal preference, to prepare his mind for the attainment of enlightenment.
One type of practise is kasiṇa-meditation, meditating on a specially prepared object capable of
leading to jhāna. The kasiṇas are ten: the earth, water, fire, air, blue, yellow, red, white, space and consciousness kasiṇas.
Another type of practise, developed by those who abide in thoughtfulness, is the four applications of mindfulness (satipaṭṭhānā), namely, mindfulness directed towards the body, feelings, thoughts, and mind-objects. These meditations lead to wisdom.
Still another group of meditations often mentioned in connection with the Paccekabodhisatta’s way towards enlightenment is the set of four called the immeasurable states (appamaññā) or divine abodes (brahmavihāras). The four are friendliness (mettā), compassion (karuṇā), sympathy (muditā) and equanimity (upekkhā). Of these four, friendliness is described most frequently as applied by Paccekabodhisattas.
The consequence of this stress on friendliness is the great protective power ascribed to the
Paccekabuddha. The Apadāna mentions his mindfulness regarding the inhabitants of border districts, and there are indications that images of Paccekabuddhas were used for the purpose of
protection. This could well be the outcome of their reputation for extended practise of metta,
popularly believed to be a protective power which counteracts inimical influences. ...


Sometimes insight into the truths or into certain doctrinal points is not the direct result of
systematic practise, but arises spontaneously under the influence of circumstances. The first
flash of insight occurs thus and then the Paccekabodhisatta can systematically contemplate it.
This rather sudden insight, as described in the relevant texts, occurs either through understanding the doctrine of impermanence, suffering and non-self, or through understanding the origination by dependence (paṭiccasamuppāda). In some cases it arises through insight into the true nature of the round of existence, i.e., saṃsāra, and the end of the round, i.e., Nibbāna.
The attainments (samāpatti) are often mentioned in connection with the Paccekabodhisatta.
They include the four stages of the world of form, i.e., the four jhānas, and the four stages of the world without form, i.e., the four immaterial attainments (āruppa). The attainment of
suppression (nirodhasamāpatti) is most frequently mentioned in connection with the Paccekabuddha. He is supposed to abide in this state of meditation while living on Mount Gandhamādana and comes out of it only to go seeking for alms. The attainment of suppression belongs to the so-called liberations (vimokkha), among which it is ranked as the last, the eighth, the attainment of the suppression of consciousness and sensation.
It also comes as the ninth of the nine gradually ascending stages (anupubbavihārā), preceded by the four jhānas and the four immaterial attainments. The immaterial attainments were probably known and practised by yogis and ascetics before the time of the Buddha, for it is mentioned that they had been taught to him by his teachers, Ālāra Kālāma and Uddaka Rāmaputta.
The Paccekabuddha who has entered a state of deep meditation is described as being invulnerable. The Commentary on the Dhammapada relates the story of a Paccekabuddha who could not be injured while being in the midst of a fire: “even after having brought a Thousand cartloads of wood and having kindled (that), they could not even make a show of heat; therefore, having risen (from his meditation) on the seventh day, he went as he wished” (Dhp-a I 2).
The Paccekabuddha’s concentration (samādhi) is not in need of further training (asekha) (Nidd
II 64) and is equated with the four jhānas (Sn-a 64): The different stages of jhāna are described in several places. The Paccekabuddha’s way to attain and develop these is the same as a Buddha’s or disciple’s way. The fourth jhāna is said to be characterised by equanimity and quietude, both qualities preferably attributed to the Paccekabuddha. Based on this jhāna, Buddhas, as well as Paccekabuddhas, attain enlightenment during one meditation. ...

II. 6. Insight and Enlightenment
The devoted practise of meditation leads towards quietude (samatha) and insight (vipassanā) into
the four truths. Quietude is the calm mental state which is, at one level, a necessary condition
for insight, and at another level, an inseparable concomitant of insight. It thus results in an
appeasement of the defilements (kilesa) obstructing the attainment of enlightenment. Insight
prevents the defilements from arising again and can therefore be considered the last stage before
enlightenment. For the attainment of enlightenment it is necessary that quietude and insight be
brought into equilibrium; in this connection they are equated with concentration (samādhisamatha) and wisdom (paññā-vipassanā).
Thus, having followed the noble eightfold way, the aspirant understands the conditionings
(saṅkhāra). Having passed the four Ways of the noble ones—the way of entrance into the stream, of once-return, of non-return and of arahatship—and attained the four corresponding fruits, the Paccekabodhisatta attains the knowledge of Paccekabodhi.
The self-enlightenment is called: “that which goes together with the state of a self-existent
one” (Khp-a 229). “It means the knowledge of the four Ways and wisdom. The Paccekabuddha realises by means of this knowledge of enlightenment: ’All conditionings are impermanent.’”
“All his defilements destroyed, their roots cut, like palm trees uprooted, conditionings that will
not again exist in the future, in this way completely tree from faults, he is solitary; being without a teacher, self-existent, perfectly enlightened by himself with regard to self-enlightenment”.
The enlightenment can only be described by means of relevant passages from the texts. But these very rarely refer to the experience as it is undergone by the Paccekabuddha himself because it surpasses all possibilities of verbal expression. A feeling of supramundane happiness has been connected with this enlightenment as well as serenity of senses and mind. The peace which results from the experience is called “not sown, not strewn, not explained, not taught, not made known, not established, not unveiled, not explained in detail, and not made manifest, nor shown” (Nidd II 350).

II. 7. Nibbāna
The career of a Sammāsambuddha, Paccekabuddha and disciple ends in the state of Nibbāna.
Nibbāna is attained first in their present lives, as the Nibbāna with a residue of substratum
(saupādisesa-nibbāna), and then at the moment of death as the state of final Nibbāna, Nibbāna
without a residue of substratum (nirupādisesa-nibbāna).
... "

maandag 1 februari 2016

Februari nr. * Nederlandse e.a. boeken uit 2014 - 2015 * Als je de Hart Sutra tegenkomt: leeg, dus weg ermee * Berichten      *  'Bij wijze van zijn' - Gedichten uit een  lang verleden maar toch van wie anders dan van 'mij'


Weer een nummer met verschillendsoortige artikelen, maar wel met een identiteit. Een echt maandblad dus. Er is twijfel of het format van een blog een beetje een tijdschrift kan emuleren; en of de hedendaagse boeddhist, gewend aan losse tekstjes, nog een tijdschrift (van niveau) wil lezen. Omdat ik blijf hopen dat, nu BoeddhaMagazine definitief verdwenen is, een echt digitaal maandblad - met een redactie en meerdere auteurs - er een keer komt, vul ik dat gat zolang.

Update 10 februari
Aanbieden petitie
De Petitie "Marc Dullaert moet blijven als Kinderombudsman" is in minder dan twee weken tijd ruim 36.000 keer ondertekend. De initiatiefneemster van de petitie, Marieke Lenting, heeft samen met andere betrokkenen die zich inzetten voor kinderrechten de Vaste commissie Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer verzocht de petitie in ontvangst te nemen.
Volgens de initiatiefneemster heeft de Tweede Kamer het wettelijk recht de aanstelling van de Kinderombudsman te verlengen.
Met het aanbieden van de petitie hoopt de initiatiefneemster de Tweede Kamer te overtuigen om Marc Dullaert wegens uitstekende prestaties een tweede termijn te geven. De vaste kamercommissie zal het verzoek bespreken in haar vergadering van 11 februari 2016.

======================================================================

Nieuwe Nederlandse boeken over boeddhisme uit 2014 en 2015

Het is een soort traditie geworden: eens per twee jaar geef ik een overzicht van wat er aan nieuwe boeken over het boeddhisme is verschenen in de Nederlandse taal
De vorige keer was op 23 feb.2014
Daarvoor op 10 feb.2012

Vergelijking met de in 2012 en 2014 gevonden cijfers is lastig omdat mijn bron (de zoekfunctie van Bol.com ) steeds andere categorieën lijkt te hebben. Daarom heb ik alleen 'het jaar van verschijnen' in de huidige zoekfunctie bekeken.

Trefwoord 'boeddhisme', boeken (dus geen ebooks), nieuw (dus niet tweedehands):
Per jaar verschenen aantal volgens Bol.com :
2015 (26)
2014 (27)
2013 (34)
2012 (21)
2011 (20)
2010 (20)
2009 (13)
2008 (11)
2007 ( 7)
Na de groei uit eerdere jaren lijkt er van stabiliteit sprake. Opvallend omdat een grote leverancier van Nederlandstalige boeddhistische boeken - Asoka - nauwelijks meer heeft uitgegeven.

Andere trefwoorden (bv. 'zen', boeddha', 'meditatie', 'Dalai Lama') geven vergelijkbare resultaten die ook moeilijk te interpreteren zijn. Zo hebben bv de meeste boeken via het trefwoord 'meditatie' gevonden, niets met boeddhistische meditatie te maken.

Een vergelijkbaar rijtje met het trefwoord 'mindfulness':
2015 (48)
2014 (35)
2013 (32)
2012 (31)
2011 (17)
2010 ( 9)
2009 (11)
2008 ( 2)
2007 ( 2)
Dat is nog eens een groeimarkt.


'Jaar van verschijnen' blijkt betrekkelijk te zijn. Van de 53 boeken die in 2014+2015 in de categorie 'boeddhisme' zijn verschenen, blijkt een groot deel herdrukken.

Nog iets interessants nieuws gevonden?

De meeste verschenen boeken uit 2014 en 2015 had ik al eerder gesignaleerd, veel alleen maar als titel of als het Engelstalige (een groot deel is vertaald) origineel. Maar toch wel een paar echt nieuwe voor me:
* Van horen zeggen - Hindoeisme en boeddhisme - Wegen naar verlossing | Cor Jongeneelen

* Waarom ik mijn vrienden niet opeet; pleidooi voor dier, mens en aarde | Matthieu Ricard

* Naar huis | Ethan Nichtern
... gaat over je thuis voelen: waar, wanneer en hoe voel je je thuis? En over hoe je omgaat met gevoelens van angst, eenzaamheid en onveiligheid. Zulke gevoelens willen wij verlichten. Dat diepe verlangen hoort bij ons mens-zijn. N. laat zien hoe het boeddhisme ons daarbij kan helpen.

* Ruimte, tijd en kennis | Tarthang Tulku

* Van snob tot monnik | Hans Kloosterman
Ondernemer en boeddhist Hans Kloosterman (50) heeft een autobiografisch
boek geschreven over een opmerkelijke ommekeer in zijn ...

* Het lekkende hart | Paul Geerts
Een kinderboek; samenvatting: 'Na hun spannende avonturen in China met de eigenwijze pandabeer Pinda worden Mo, Jade en Plakapong afgezet in Myanmar, het land van de duizend pagodes. Hier maken ze kennis met Coh-Ny, een vrouw die door iedereen 'Het Lekkende Hart' wordt genoemd. Die bijnaam kreeg ze niet om haar hartprobleem, maar omdat haar hart overloopt van goedheid. Ze heeft een menswaardige oude dag ... Maar telkens als het groepje een onderdak heeft gevonden, komt een wrede kolonel de rust verstoren. Gelukkig schieten Mo, Jade en Plakapong te hulp en vooral .... een raadselachtige kleine monnik, die over bijzondere gaven blijkt te beschikken.'

* Boeddha@Home | Renate Seifarth
'In Boeddha@home neemt een ervaren meditatielerares je mee op een retraite in je eigen vertrouwde omgeving; dit in combinatie met je alledaagse werkzaamheden, of in een periode die volledig gewijd kan worden aan oefening en verdieping. Heel systematisch leer je mediteren ...'
Een van de laatste boeken, door Asoka uitgegeven. Het thema (leraarloos mediteren) spreekt me zeer aan; maar ik vind het wel wat duur voor een dun boekje.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Niet echt spannend allemaal daarom ook twee Engelse, verleden jaar verschenen, boeken:

'Secular Meditation:  32 Practices for Cultivating Inner Peace, Compassion, and Joy '
door Rick Heller

Hiernaast de inhoudsopgave (screen dump van de Kindle-versie van het boek van Amazon.nl )
Daaronder een oefening die mij erg aanspreekt.
Een 'Review'  op de site van de SBA:   "... there are a growing number of volumes, from writers like Harris, Stephen Batchelor and others, that discuss the philosophical underpinnings of living a spiritual life without reliance on supernatural beliefs. But, as Gotama is said to have taught, the path is not about what you believe — it’s about what you do, and up to now there have been no books that detail spiritual practice for an audience of religious skeptics.
And it’s important that we have such a book, for the reaction of atheists and agnostics to religion in general can lead them to question whether anything that has its roots in religion, such as contemplative practice, can have value for their lives. ... That’s why I am so pleased to be able to endorse Secular Meditation: 32 Practices for Cultivating Inner Peace, Compassion, and Joy, by our contributor, Rick Heller. ... Harvard, where he had a chance to field test many of the contemplative techniques he shares specifically with a skeptical audience. Secular Mediation is a guide to spirituality without religion, one that will help anyone integrate a non-supernatural contemplative practice into their lives. "
Passages uit het boek zijn HIER te vinden.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

'Heartwood of the Bodhi Tree: The Buddha's Teaching on Voidness '
door Buddhadasa Bhikkhu

Een herdruk waar ik lang op heb gewacht, het was jaren uitverkocht. Nu met een voorwoord van Jack Kornfield.

Uit de Samenvatting van Amazon.com
"... the philosophy of voidness, or sunnata, that lies at the heart of the Buddhism. By carefully tying voidness to ethical discipline, Buddhadasa provides us clear and open grounds to reflect on the place of the philosophy in our lives. With his ecumenical, stimulating, and enthusiastically engaged approach to reading the Buddha's teaching in full flourish, Ajahn Buddhadasa transforms the jungle of philosophy into a glade as inviting as the one in which he famously taught."

======================================================================

Als je de Hart Sutra tegenkomt: leeg, dus weg ermee

Er is een Zen-uitspraak:
'Als je de Boeddha tegen komt, dood hem '
Al is deze grove uitspraak niet letterlijk bedoeld maar een upaya, een vaardig middel om van gehechtheden los te komen, dan nog is het een onsmakelijke beeldspraak, vind ik: er wordt al genoeg gemoord.
De Hart Sutra daarentegen is voor nogal wat (zen-)boeddhisten heilig, die wordt als mantra overal gechant, soms zonder besef van de inhoud.
Dat laatste is ook weer niet zo erg, want de strekking is behoorlijk irrationeel, zeker voor iemand met een vrijzinnig Theravada-perspectief.   Toch hier de tekst , vertaald.

Vergelijk voor het dubbele gebruik Karl Brunnhölzl 'De Hart Soetra als meditatie-richtlijn ' op de site van de Vrienden van het boeddhisme
Op de vraag: "Binnen zen wordt de Hart Soetra vaak gereciteerd, meestal echter in het Sino-Japans. Dit betekent dat men niet weet wat men reciteert. Wanneer we, zoals u voorstelt, de Hart Soetra als meditatie-richtlijn aanwenden, is het toch van belang de tekst te begrijpen? Hoe is de Hart Soetra als basis voor meditatie te gebruiken? "
antwoordt Brunnhölzl: "Vanuit mijn perspectief zijn aan de Hart Soetra twee aspecten te onderscheiden: een energetisch en een inhoudelijk element. Bij het energetische aspect gaat het er niet zozeer om de woorden te begrijpen. Het gaat er meer om met de Hart Soetra in een geestelijke toestand te geraken van openheid en van vrij zijn van de gebruikelijke referentiekaders. De tekst als zodanig is bij het reciteren relatief onbelangrijk. Door het ritme en de aanwezige anderen 'gebeurt' er iets. Indien men evenwel dieper in de tekst wil doordringen, is het van belang de taal te begrijpen. Daarvoor is het essentieel naast het reciteren stil te staan en over het gesprokene na te denken"

Verdere bronnen:
* 'The Heart of Understanding' door Thich Nhat Hanh (het complete boek)
* Over het boek 'De Hart Sutra ' door Geshe Sonam Gyaltsen
* 'The Heart of the Perfection of Great Wisdom Sutra' uit Infinite Circle door Bernie Glassman
* 'Heart Sutra - Ancient Buddhist Wisdom in the Light of Quantum Reality ' door Mu Soeng

Ik heb heel wat toelichtende teksten van Mahayanisten gelezen en het viel me op dat in die toelichtingen - behalve enigszins die van Mu Soeng (zie ook zijn 'Heart of the Universe ' uit 2010) - nooit de meest elementaire zaken werden uitgelegd:
a.  wie is Sariputra en waarom moet hij nogal belerend worden toegesproken?
b.  wat 'leegte' is weten we wel (zie Nagarjuna), maar wat is eigenlijk 'vorm'?
c.  wat is de plaats van het rijtje van vijf in het boeddhisme?

Ad a.  Sariputta (Sanskiet: Shariputra) was een van de belangrijkste en meest bekende leerlingen van de historische Boeddha. Of hij (en anderen) echt heeft bestaan, weten we niet. Hij staat in ieder geval bekend als de intellectueel van de leerlingen, zoals Ananda (die alle uitgesproken sutta's heeft onthouden) de gevoelsmens was en MahaKassapa (de zogenaamde opvolger van de Boeddha, omdat hij het in stilte laten zien van een bloem begreep) de machtsmens.
De intellectueel: daar moeten sommige boeddhisten niets van hebben. Vanuit Mahayana-perspectief staat Sariputta model voor het tekortschieten van het vroege boeddhisme, later minachtend 'hinayana' genoemd en nu bekend als Theravada. Sariputta-bashen was een geliefde activiteit in de vroege Mahayana; daarom moet de strekking van de Hart Sutra zogenaamd aan hem, de kennelijk onwetende, uitgelegd worden.
Wie alles (uit de Pali Canon) over hem wil weten, leze Nyanaponika's 'The Life of Sariputta '

Ad b.  'Vorm' blijkt de vertaling te zijn van de Sankriet-term rupam. Het hele rijtje is tasmāc chāriputra śūnyatayāṃ na rūpaṃ na vedanā na saṃjñā na saṃskārāḥ na vijñānam .
En 'rupam' (Pali: rupa) wordt meestal niet als 'vorm' vertaald maar als 'materie', meer precies (leerde Abhidhamma-studie me): 'materiële kwaliteit'.
En materie, dat is: elementaire deeltjes, is niets dan een golffunctie, dus leegte. Welke deeltjes zou de Hart Sutra trouwens bedoelen: bosonen, elektronen, neutrino's etc? Of misschien wel anti-materie ? Of donkere materie ? M'n kaarten zet toch maar op donkere energie .

Ad c.  Niet alleen is vorm leegte, maar ook
gevoel,  denken,  wil en  bewustzijn zijn dat.
Samen vormen deze de vijf khandhas / skandhas.

In Wikipedia deze uitleg:
"De vijf khandhas (Pali; Sanskriet: Skandhas; letterlijk:
'vijf hopen') of de vijf groepen van bestaan is een in het boeddhisme vaak voorkomende onderverdeling van de bestaansdelen, geledingen of aspecten van de mens.
Soms spreekt men ook wel van de
'vijf groepen waaraan gehecht wordt '.
"

Dat het om de vijf gehechtheden gaat, lees ik nergens in al die 'uitleg'.
Dan wordt alles logisch: als je de gehechtheden heb losgelaten, zijn ze er niet meer, leeg dus.

Kortom: chant de Hart Sutra vooral in het door niemand beheerste oud-Japans; en doe dat als mantra. Niet alleen het 'gate, gate ...' heeft geen wereldse betekenis, dat heeft de hele sutra niet.

======================================================================

Nieuwsberichten en aankondigingen

Een 'maandblad' - hoewel vooral bedoeld voor reflectie - kan ook een rubriek 'berichten' hebben.
Alleen zijn die er op dit moment nauwelijks m.b.t. het boeddhisme in Nederland:

* Weinig nieuws uit de vipassana-gemeenschap n.a.v. de zaak Mettavihari (in feite twee zaken:
  het misbruik en de doofpot). De groep mensen die een vervolg op de 13 dec bijeenkomst moet
  voorbereiden,komt binnenkort bij elkaar. In ieder geval één leraar heeft mijn voorstel omarmd
  Verder een interessante reactie van Gerben Hieminga op de gedachten van Adi Ichsan.
* Geen nieuws over het Zen Centrum Amsterdam, behalve dat er een bestuurslid is afgetreden;
  Nico Tydeman heeft niet gereageerd op mijn voorstel hem te interviewen.
* Geen nieuws over de BUN of de BUN-leden, afgezien van interne sangha-activiten.
* Geen nieuws van de werkgroep die onderzoekt wat er met het kapitaal van de Vrienden
  van de BOS gaat gebeuren (een privaat vervolg op Bodhitv bijvoorbeeld).
* Geen aan te kondigen boeddhistische televisie-programma's van KRO-NCRV.
* (Nog) geen bekende boeddhisten overleden; statistisch kan dat niet lang meer duren.
* Geen tekst van de toespraken die kennelijk 22 januari zijn gehouden bij de eerste certificering
  van Boeddhistisch geestelijk verzorgers aan de VU, hoewel ik de organisatoren daar vriendelijk
  om heb gevraagd. Om wie gaat het (waar is Corine de Jong, voorheen bij BC Haaglanden,
  toch gebleven?) en wat wordt hun rol in hun sangha?

Toch nog een bericht: Een tentoonstelling in het Museum voor Volkenkunde in Leiden over de Boeddha. Van 12 februari tot 14 augustus; de opening vindt op 11 februari plaats, met een inleiding door een illuster boeddhisme-deskundige. Zie hun website .

En heeft u al de petitie ' Marc Dullaert moet blijven als kinderombudsman ' getekend?

======================================================================

' Bij wijze van zijn '
  Gedichten uit een lang verleden maar toch van wie anders dan van 'mij' ?


Toen ik een jaar of twintig was, heb ik gedichten geschreven. Eerst als dienstplichtig soldaat ziekenverzorger in een kazerne met nauwelijks zieken, later als student psychologie/pedagogiek in Amsterdam. Geïnspireerd door boeken over Oosterse filosofie (Upanishads, Taoïsme, Zen) en andere dichters (Remco Campert, Bert Schierbeek, Rainer Maria Rilke).
Toen ik er ruim zestig had, heeft m'n vriendin - nu mijn vrouw - een selectie ervan uitgetypt en heb ik die naar een paar uitgevers gestuurd, vergeefs.
Het dichten hield op, serieuze studie en daarna gezin, werk en politieke betrokkenheid kwamen ervoor in de plaats. Allemaal zo'n vijfenvijftig jaar geleden, maar op de een of andere manier zit ik toch in die gedichten.
Of toch niet, al heet de schrijver ook Joop Romeijn?
Omdat dit blog toch een soort persoonlijke speeltuin van me is, plaats ik ze hier. Waarom 'nu'? Dat zal best een psychologische reden hebben.
Misschien ook wel als eerbetoon aan Remco Campert, die het veel beter kon, en door is gegaan.
Ik heb afgezien van enige actuele redactie of duiding; gewoon alles overgetypt.
Op het schutblad staat (uit 1964) met potlood:
"Geschreven tussen juni '59 en juni '61. In de kazerne te Geertruidenberg, in Rotterdam het weekend thuis en de laatsten (vanaf 'Toen gingen we zingen') in Amsterdam."

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Bij wijze van zijn


Gedichten


J. Romeijn          


-------------------------------------------------------------------------------------------------

        Elle est retrouvée
    Quoi? l'Eternité
      Cést le mer allée
Avec le soleil

             A. Rimbaud

Zou men haar weer gevonden hebben
Jij, de zon
heb je haar in de steek gelaten
maar waar dan
aan de andere kant
Wij zijn toch allen één,
één grote familie
of één afschuwelijke zandvlakte
En iedere korrel: scherf
Maar naast het strand loopt
loopt steeds de zee
soms zie je ze gearmd gaan
meestal spelen ze
En kijk .... daar is de zon ook.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Wat doe je
Ik geef de bloemen water
zodat ze niet verdorren
Ik geef de kinderen eten
zodat ze niet verhongeren
Ik geef moed.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Lieve God
Gij die nooit moe wordt
mij te begrijpen
en daarbij zo ver gaat
dat ik soms denk
dat U niet bestaat.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Van God te durven spreken
is iets vanzelfsprekends
benaderen

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Kan de dood soms
iets veranderen
zoveel vergeten
als mijzelf
en alles weer als vroeger
dat is ongeboren,
buiten de tijd,
zijn.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Het licht
dat de dingen doet bestaan
is aan
nog rood
is de zon
ik ben al zeer licht

Waar willen we
door genezen worden
is het niet
de stilte
die we zoeken

Licht is geluid
door onhoorbaren gemaakt
geluid is licht
midden in
m'n gezicht

-------------------------------------------------------------------------------------------------

In mij is een wereld
aan het ontstaan
die steeds opnieuw
geschapen moet worden
wil ik er in blijven leven

Ik droom mijn idealen en illusies
wel aan elkaar

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Met woorden
muziek waar maken
zig-zaggend door de kosmos
(een leeg woord) zwerven
een paar lijnen in de gaten houden
en zo voort

plots neerstortend op aarde
een droomreis afbrekend
omdat er gebeld wordt
er is wat gebeurd
zeggen ze
ergens
daarom belden we maar even
we wisten eigenlijk niet
of je nog leefde

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Ongedicht

En plein de feu
dit Madeleine
hebben we voor het laatst gekust.

Hebben we
gedaan en gedacht
alsof we
gelukkig waren.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Zou ik nog
een driehoeksverhouding
kunnen maken
het is al lang geleden
dat ik het probeerde

één hoek rond
lang en smal als het werk van Moore
die ik moet bewaren
voor het laatst

twee hoek ver en traag
hoog en verheven
onvergelijkbaar

drie hoek worstelend en
zich vormend
steeds en actief en
levend

een mens.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Orthodox

Het goede voorbeeld is gegeven
goed, we hebben er niets aan.
maar toch kan het heel even
iets doen aan ons bestaan

Stilte kan slechts volgen
op deze moedige daad
die ons soms doet vergeten
dat het steeds slechter gaar.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Wis en toch kan
het niet meer zijn
grote doen
elk neemt zijn recht
doet en laat niet
waarom weet hij niet
dit zweeft
gaat tot de bergen
maakt dan een eind
tot betere waarde -
verhouding.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Wie zonder woorden is
en soms met stamelen
in de ruimte van de taal
doorbreekt
voelt zich uit

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Eenzaam sta ik
tussen het leven
en de waarheid
het zou me niets verbazen
als ik er naast ben.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

De dag brak aan
geen nieuw geluid
maar wel muziek
als van oudsher

Kunst is het niet
de dag brak aan
maar
de dag

dag.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

               Begrip

Je bent net zo menselijk
als ik
alleen
mezelf kende ik zo slecht
aan duizend anderen
moest ik me spiegelen

En jij hebt je weerkaatst
en je beeld aan mij gegeven.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Die dagen hadden we
alles wat we wensten
's morgens begon het
soms met regen
maar altijd met licht
dat niets beters wist
dan te zijn
zeer licht
mensen liepen
dachten ze
maar nooit voelden ze
de modder tussen hun tenen
die wij gebruikten
om harmonie te scheppen

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Mensen en mensen en mensen
Eilandjes eenzaam door altijd
En ik wil water zijn
Eilandjes omspoelen
Ze met elkaar verbinden
Geen eiland, maar wel van de aarde

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Ik haal adem
beweeg mijn lippen
laat het geluid zijn gang gaan
over de woorden de muziek heen

Hoewel denkend de mens is
vergeet ik het

Want nu ontvang ik
vang vergeten dromen van woorden op

Goden worden bijgezet
paradijzen opgehaald
de alledag tot feest verklaard

En toch altijd
moet er aan herinnerd worden
dat er iets bestaat

-------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------------------------------------------------------------------------------------

Toen gingen we zingen
van vroeger
en later
er waren vogels
en ongedierte
veel belangstelling
van alle zijden
echter trokken wij
ons toch terug
Voorposten werden stadions
ergens in het onopvallend zijn
wordt nog geleefd
Beter dan vergeten
is er niet, of ....
zullen we nog groot worden

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Het zinloze
tot beginsel verklaren
het zinnige aan het
redelijke uithuwelijken
wat moet daar van komen

Het zekere
onzeker verklaren
Geluk buiten de
definities om brengen
En gelijk-zijn tot de
andere dingen beperken

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Nu dan dit schrijven is begonnen
weet waarover het zal gaan
niemand weet dit, kan ooit vermoeden
wat een mens is.
op zichzelf. hoor ik al fluisteren
inderdaad. niets ongeveer
massagod. offerdier
alles haast kan hij zich wezen
maar dit is geen reden
tot wat dan ook.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Dan lopen we weer
in streken waar mensen
als hier soms pinguïns
beschouwd worden
wat vreemde, onhandige wezens
wel koddig en
ach maar
hoe moeten er ooit goden uit groeien

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Klein voortbewogen
stuk adem soms alleen
maar wat lucht
komt door de ruimte lopen
weet niet wat zien of horen
zal nooit van voelen weten
maar begrijpt van
liefde en sterven
zonder dit alles wat men noemt
zelf meegemaakt te hebben
is meegeleefd niet meer ....
lost het op.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Het doen dat ik moet doen
een zinvolle hand slechts
bewogen
een gebaar zodoende
dat uitwist en waarmee
een wereld begint

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Zand gaat door
onze mond van het weten
daarna loopt er
een man weg en zegt:
Ik heb veel geleefd
op deze aarde
Ik heb veel gedaan
om deze wereld meer dan
bewoonbaar te maken
De zon die
ik de mensen liet zien
was groter dan hun angst
Wie probeert niet
in evenwicht te blijven
tussen ... zelf
zich in te nemen
gaat het uit
Tussen stof en regen
is een mens
lopend uit de dingen
om weer
naar zijn volheid
terug te gaan.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Als het zachtjes
verder gaat, weet ik
dat dit wel
leven genoemd kan worden
dat het wel goed gaat soms
maar nooit iets voorstelt

meer dan iedere dag
kan het niet
een zonsopgang meemaken
minder dan een nacht
is het niet een verlangen
naar klaarheid

soms ook, maar dit
is reeds bekend,
beminnen wij de duisternis
maar
omdat die het licht-zijn
achter zich heeft

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Wartaal om mijn gevoelens
voor  je  te  benaderen      

Je handen
lopen waar de dingen
aan elkaar grenzen
hoe kan ik vergeten
Steeds weer
krijg ik bericht
dat het eiland de Schoonheid
overstroomd is
door zelfgemis.
Je bent zo echt
hoe kan men ooit
van ons-tweeën spreken
heb je ooit twee tegelijk gezien
hoe kan ik vergeten.
Geloof je
dat de tijd bestaat
Leef je soms?
of maak je de dingen wit
Je merkt alles
Hoe kan ik vergeten
dat ik moest vergeten.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Wat is nu
na dit alles
eigenlijk bewezen
dat het lachen
er niet bij hoort?
het leven
dat sterk en ver zijn
ja ver vooral
het misschien kunnen maken?
Wind vlaagt door de straten
over pleinen en laat
water ontstaat overal.
Dat weten
en dan oud worden
om het te vertellen
nooit meer zeggen
dan men doet
en dat zelfs niet.
Zal ik later liefhebben?

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Zo maar
hier en daar
door groeien
waarnemen dat de zon
elk verkeer, als gewoonlijk,
bemoeilijkt

en dan
tussen de vingers
iets van niet-mij ontdekken
dat er vroeger ook wel was
maar nu toch pas
er zelf gekomen is.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Toen dan de zon weer
wist dat er mensen waren
en bloemknoppen en oud licht
toen hij dit alles wist
vermande hij zich
en liep ons achterna
wij gingen over de aarde
bewerkten en bemerkten deze
ook zonder eind of doel.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Als dan de droom van vroeger
(grote stappen, vogelvlucht)
niet meer droombaar is
want wie weet nu nog van geluk

Als dan de moeder van het weten
zich met de daad inlaat
geschokt door mij, de mens
zal het lot zich verheffen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Hij keek zijn eenzaamheid zo aan
liep er tegen zich te pletter
kon zich, zonder dit verder
nog op te merken,
over de aarde voortbewegen
Een schaduw.
naar buiten geslagen vlam
door zijn denkgewoontes heen

Zo ben ik hem tegengekomen
wij aten hetzelfde brood
wisten daarom
ons bij elkaar te houden
elke dag voelden we overbodigheid
(springen zonder spanning)
afvallen als een korst
van vergeten infecties
woorden werden zelfs bezworen
bleef er lachen over
bekkens vol lachen
wij deelden handen uit
en werden tot stuwdam.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

De tranen van de dag
hadden zich tot brood verenigd
Het blauw van de nacht
onzichtbaar haast
als het geluk van oude vrouwen
Dit alles zag ik
Ik, een kind
lopend in m'n schaduw
van vernuft
lopend ver weg naar
het stralend gedag
naar het zingen van een lichte man
die zich eens probeerde te doden
en nu zegt niet meer te leven
maar z'n dood als straf
buiten de tijd gesteld zag
zodat hij nu moet zingen
om zich soms aan te tonen
Ja dit alles zag en heb ik zacht
gehoord en doorgefluisterd
Toen men weer ons werd.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Toe nou zon
jij grote door m'n ogen
verlichte bal
met je vreemde aspiraties
licht te willen geven
warmte uit te stralen
te laten groeien
dacht je dat ik dat ook niet kon
ach kom
jij zon.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Mijn wereld waar ben je gebleven
waar heb ik je gelaten
als je wist waar ik was
een steeds kantelende ijsschots
in het andere zwevend gebleven
angst is het maar ik zeg: leven
als je dat wist, mijn wereld
of ben je buiten mij vergaan,
en wel voelt dat ook wij
niet meer bij ons kunnen passen
dan komt het:
wij wenden ons zinvol
naar elkaar toe

donderdag 12 november 2015

Devadatta was misschien zo slecht nog niet. Ascese, legenden, hedendaagse Devadatta's, de Dharma opschudden & leraren pensioneren. Met gedichten

Devadatta heeft een slechte pers in de boeddhistische gemeenschap. Hij heeft de historische Boeddha proberen te vermoorden en verraden. En hij heeft bovenal een splitsing in de boeddhistische gemeenschap (de sangha) proberen te bewerkstelligen. Of misschien wel feitelijk heeft bewerkstelligd. Als hij echt heeft bestaan natuurlijk.
De naam 'Devadatta' wordt tegenwoordig wel gegeven aan boeddhistische onruststokers, die dus slecht en dus eigenlijk geen boeddhist zijn, zegt men. Als scheldwoord, net zo als 'Judas'.

Eerst de feiten (maar wat zijn feiten bij deze figuur?),  uit Wikipedia :
"Devadatta betekent letterlijk godsgeschenk en komt als naam wel meer voor in het Oude India. Er was onder andere een boeddhistische monnik en een neef van Gautama Boeddha onder die naam. Devadatta was jaloers op Boeddha, die hij nog uit zijn jeugd kende, en Sariputta. Devadetta had de ambitie zelf de leider van de monnikenorde te worden.
Hij ging naar de Boeddha toe en vertelde hem dat Boeddha een oude man was en zwak. Het was beter als Devadatta de orde overnam, zodat Boeddha van zijn oude dag kon genieten. Boeddha weigerde dit, waarna Devatta verschillende keren getracht heeft de Boeddha te vermoorden.
Devadatta probeerde eerste een rotsblok op hem te laten vallen, maar het rotsblok brak in tweeën. Vervolgens stuurde hij een wilde dronken olifant naar de Boeddha. Maar toen de olifant in de buurt van de Boeddha kwam stopte hij met zijn wilde aanval en boog voor de Boeddha.   Vervolgens probeerde hij een tweedeling in de sangha, of kloostergemeenschap, te bewerkstelligen en afwijkende regels vinaya voor monniken in te stellen.
"

'Afwijkende regels': dat waren er vijf ( bron ) :
1.   dat monniken hun hele leven in het bos horen te verblijven;
2.   dat ze geen uitnodigingen moeten aanvaarden voor maaltijden,
      maar volledig leven van aalmoezen verkregen door te bedelen;
3.   dat ze alleen gewaden gemaakt van afgedankte vodden moeten dragen
      en geen gewaden van de leken aanvaarden;
4.   dat ze aan de voet van een boom en niet onder een dak horen te verblijven;
5.   dat ze zich volledig moeten onthouden van vis en vlees.

Wel wat strenge regels, al hadden ze dan alleen op monniken betrekking, wat erg ascetisch; vooral: als monnik zo weinig mogelijk met leken te maken willen hebben.
Maar niet echt revolutionair.
De vegetarische vijfde regel is nu zelfs voor Westerse leken de norm geworden.

Het verhaal van de moordpogingen op de Boeddha heb ik, na een behoorlijke zoektocht, niet in de Sutta's gevonden. Eigenlijk vond ik één bron: van Thanissaro Bhikkhu als noot bij z'n vertaling van de 'Sakalika Sutta: The Stone Sliver': "Cullavagga VII tells of how Devadatta, the Buddha's cousin, tried unsuccessfully in various ways to wrest leadership of the Sangha from the Buddha. In Cv VII.3.9, he tries to kill the Buddha by hurling a rock down a mountainside. The rock is crushed, and so misses the Buddha, but sends out a splinter that pierces the Buddha's foot, drawing blood. According to the Commentary, this discourse together with SN 4.13 describe the Buddha's reaction to this attempt on his life."
Opvallend dat het Sakalika Sutta zelf wel gaat over een steensplinter in de voet van de Boeddha maar niet dat dit een gevolg zou zijn van het gooien van een steen door Devadatta.

Ik dus de Cullavagga opzoeken. Deze is zeker honderd jaar na het heengaan van de Buddha ontstaan. Kortom: het verhaal van de moordpogingen lijkt later ontstaan te zijn toen de beeldvorming over Devadatta al negatief was. Het was de poging de sangha te splijten die de ouderen echt dwars zat (en zit). Hier is de bron, de  Cullavagga zelf . Zie pag. 224 en verder.

Ook het voorstel van Devadatta aan de Boeddha, z'n spiritueel leiderschap neer te leggen gezien z'n leeftijd (bijna tachtig) komt zover ik weet niet in een sutta voor, ook weer alleen in de zeker een eeuw later ontstane Cullavagga (pag. 238;  vetgemaakt door mij, Joop R)
 " Now at that time the Blessed One was seated preaching the Dhamma, and surrounded by a great multitude, including the king and his retinue. And Devadatta rose from his seat, and arranging his upper robe over one shoulder, stretched out his joined hands to the Blessed One, and said to the Blessed One :
  ' The Blessed One, Lord, is now grown aged, he is old and stricken in years, he has accomplished a long journey, and his term of life is nearly run. Let the Blessed One now dwell at ease in the enjoyment of happiness reached even in this world. Let the Blessed One give up the Bhikkhu-sangha to me,  I will be its leader.'
   'Thou hast said enough, Devadatta.  Desire not to be the leader of the Bhikkhu-sangha.' 
"

Ook de rest van dit verhaal leest als een (verfilmbaar) spannend boek.
Merkwaardig genoeg maakte de traditie veel minder een probleem van deze greep van Devadatta dan van z'n splijting van de sangha en de aan hem toegeschreven moordpogingen.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Een essay van de hand van Monika Zin: About Two Rocks in the Buddha's Life Story
Met veel afbeeldingen, eentje hierbij (klikken). Ze begint aldus:
"The story about Devadatta hurling a rock at the Buddha in order to kill him is far less well known than another episode in which he tried to murder the Buddha by releasing the elephant Nalagiri. In comparison to the story about the raging elephant that was calmed down by the Buddha's all-including maitri or by his magic, the story about the rock - in which the Buddha escaped death not through his power but owing to the help of protecting spirits or nature - is far less impressive and much more difficult to represent in art. However, the story about the rock is told or at least mentioned often in canonical and post-canonical literature. The episode is part of the vinaya of many schools as it belongs to a cycle of stories about an attempted schism of the order, but it is also told elsewhere. "

=======================================================================

A Condemned Saint: Devadatta  door  Reginald Ray
Uit: 'Buddhist Saints in India '  © 1994    Te vinden  hier  en  hier

Het is deze tekst die veel mensen (ook mij) de ogen heeft geopend over de misschien wel onjuiste beeldvorming van Devadatta.
Ik vertaal een aantal passages, soms licht parafraserend. Een opmerking over de term 'SAINT ' hierbij, ik vertaal die hier letterlijk als heilige, maar denk aan het begrip 'arhat'; want volgens mij is de vraagstelling van Ray of Devadatta dat (volgens de oude teksten) is.

"  Devadatta verschijnt prominent in de Nikāya teksten als de Boeddha's neef en aartsrivaal, die consequent concurreert met de Gezegende en probeert om hem omver te werpen. Zoals afgebeeld in zijn legenden, is Devadatta in feite, een verstokte boosdoener, die wordt gedreven door ambitieuze en hatelijke intenties en een aantal verderfelijke daden uitvoert ... [ zo dat] Rockhill terecht opmerkt dat 'zijn naam in latere tijden synoniem werd voor alles wat slecht is, het object van de haat van alle gelovigen.'
Maar het portret van Devadatta als een boosdoener is, binnen de Indiase boeddhistische corpus, niet geheel consistent. In feite zijn er aanwijzingen, hoe gering ook, van een andere, heel andere Devadatta, een onberispelijke heilige wiens heiligheid wordt erkend door andere boeddhistische heiligen, waaronder Sariputra en zelfs de Boeddha zelf. In de vinaya van de Sarvastivada, bijvoorbeeld, leren we dat al twaalf jaar na zijn toelating tot de orde, Devadatta zich met foutloos gedraagt in daden en gedachten. Hij leest en reciteert de sūtta, leeft volgens de juiste discipline, en streeft naar het praktiseren van de Dhamma;
...
   Het thema van Devadatta's heiligheid wordt bevestigd in de Udana, waar het de Boeddha die hem prijst. Devadatta wordt genoemd als een boeddhistische heilige onder andere grote boeddhistische heiligen.
[In sommige versies van de Pali Canon wordt dat in de zogeheten 'Brahmana Sutta' gedaan, in andere niet. Dan ontbreekt Devadatta in de overigens zelfde tekst. Zie daarvoor Bijlage 1 hieronder. De verklaring van dit verschil – in feite verklaart Ray het verschil tussen de betreffende Udana-sutta en dezelfde tekst in de MN - als volgt (in noot 32) ]:
Deze lijst, die dezelfde heiligen gegeven in dezelfde volgorde, verschijnt in het Majjhima Nikāya (3: 78-79) - behalve voor het feit dat Devadatta afwezig van zijn positie als nummer tien. De twee meest redelijke verklaringen voor deze discrepantie zijn (1) dat de lijst in Mn de originele lijst vertegenwoordigt en dat Devadatta later werd aan de lijst in de Udana is toegevoegd (2) dat de lijst Udana de eerdere configuratie vertegenwoordigt, met Devadatta in de Mn verwijderd. Deze laatste optie lijkt realistischer om drie redenen: (1) de oudheid van Ud ten opzichte van de Mn; (2) gegeven het verfoeilijke karakter van Devadatta in het geëvalueerde Boeddhisme, is het veel onwaarschijnlijker dat hij uit een lijst als deze wordt toegevoegd dan dat hij uit de andere wordt geschrapt; en (3) Devadatta heeft wel een positieve kant, zoals we hebben gezien, maar naarmate de tijd vordert, wordt die steeds meer verborgen onder een bedekking van venijnige veroordeling.

  
[Ray baseert zich o.a. op Bareau en die]... voltooit zijn bespreking van de teksten door te observeren dat op het ondubbelzinnige beeld van Devadatta als een deugdzaam, 'rigoureus' bhikkhu alle vroege vinaya-teksten overeenstemmen. De oorspronkelijke Devadatta, concludeert Bareau, was gewoon een heilige die door de boeddhistische traditie, in de loop van de tijd, meer en meer gehaat werd.

   Deze conclusie werpt een belangrijke vraag op: wat is het met Devadatta dat zijn mede-boeddhisten hem zo aanvallen? Het is veelzeggend dat Devadatta, in het vroegste stadium van deze legende, een woudmonnik in de klassieke vorm is. Hij heeft afstand gedaan van de wereld onder de Boeddha. Hij oefende een bos-stijl van het boeddhisme, waaronder enkele vorm van de dhutaguṇas, zich terugtrekken in eenzaamheid en meditatie, en hij heeft een aantal niveaus bereikt. Zijn verwezenlijking krijgt boeddhistische legitimiteit omdat die wordt erkend door niet minder dan Sariputra (Pali) of Ananda (Sarvastivada), en zelfs door de Boeddha zelf. Daarnaast is er een cultus rond zijn persoon, zodanig dat hij onder zijn toegewijde clientèle zelfs de kroonprins en latere koning Ajātaśatru kan rekenen. Devadatta's cultische populariteit blijkt ook duidelijk uit de vijandige getuigen van boeddhistische kant, die het vertrouwen en het enthousiasme van zijn leken-aanhangers leken op verschillende punten moeten toegeven.
   Devadatta is niet alleen een bos-heilige, maar één die zich sterk maakt voor het 'woud-boeddhisme' als de enige authentieke vorm van boeddhistische verzaking, gezien zijn voorstellen
[van de vijf aanvullende regels].
Zijn niet aflatende pleidooi voor het bos-boeddhisme is ook te zien in de kwestie van leiderschap. In tegenstelling tot zijn boeddhistische critici gaat Devadatta - in zijn verzoek aan de Boeddha om leider te worden na het heen gaan van de Boeddha - ervan uit dat de overdracht van het gezag in het boeddhisme moet gaan van leraar tot leerling; de meer collectieve, tekst-gerichte en institutie-gerichte vormen, kenmerkend voor het gesettelde monnikendom, zijn geen onderdeel van zijn denken.

   Deze uitleg wordt bevestigd wanneer we opmerken dat zijn aanvallers juist degenen onder de boeddhisten zijn, die het meest geïdentificeerd zijn met het gesettelde kloosterleven. Zijn meest enthousiaste belasteraars zijn, in de eerste plaats, die monastieke scholen die voortkomen uit de conservatieve, monastieke Sthaviras. Daarnaast is het juist in hun vinayas - die teksten in de vorm van vaste kloosterleven wordt geconsolideerd en onderstreept - dat deze kritiek wordt beleden. Met andere woorden, Devadatta wordt significant als een vijand binnen de specifiek monastieke context ... Verder is het duidelijk dat gesettelde monastieke waarden de drijvende kracht zijn in het Devadatta verhaal vanaf in zijn vroegste vorm: het probleem in kwestie heeft te maken met de centrale autoriteit en institutionele eenheid ... Ten slotte zijn de overheersende waarden waarvan de aanvallers van Devadatta blijk gaven, die van vaste kloosterleven: hoewel het tolereren van het bos-leven lippendienst wordt bewezen, is de voorkeur van de asceet duidelijk de vaste monastieke situatie. … Het is ook typisch dat de dramatis personae van het conflict de opstelling hebben van de eenzame individu – Devadatta (zijn vier vrienden en zijn winst en verlies van de vijfhonderd benadrukken slechts zijn eenzaamheid) - versus de menigte van de Boeddha's discipelen. Het lijkt duidelijk dat de kern van de Devadatta legende, en met name de venijnige aard van de veroordeling van deze heilige, het best begrepen kan worden als de uitdrukking van een controverse tussen een voorstander (en zijn traditie) van het woud-boeddhisme en voorstanders van het vaste kloosterleven, een controverse die in de bronnen wordt gezien vanuit het oogpunt van de monastieke zijde.
   Er kan geen twijfel over bestaan dat Devadatta's schisma niet een gebeurtenis is, bedacht door boeddhistische auteurs, maar een historisch feit is, zoals blijkt uit de door de twee Chinese pelgrims, Fa-hsien en Hsüan-tsen. Fa-hsien, bijvoorbeeld , beschrijft een gemeenschap van discipelen in de buurt van Sravasti die volgelingen van Devadatta zijn en die eer bewezen aan de drie voorgaande boeddha's, maar niet aan Śākyamuni.
"

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Why Devadatta Was No Saint   door   Bhikkhu Sujato     Hier    te vinden.

Hieruit (ook door mij vertaald, Joop R] :   "Conclusie

Ray's stelling dat Devadatta een bos-heilige was die onterecht werd verguisd door latere monastieke boeddhisten is ongegrond. De teksten waarop hij zich beroept zijn ofwel een vergissing of verkeerd geïnterpreteerd. Dit is niet een kwestie van subjectieve beoordeling; Hij gebruikt gewoon zijn teksten verkeerd. Als zijn fouten zijn gecorrigeerd alles valt uit elkaar.
Devadatta was een veelbelovende jonge monnik, een getalenteerd familielid van de Boeddha, die ten prooi viel aan de al te menselijke zwakheden van jaloezie en verwaandheid. Zijn val uit de gratie was dramatisch, maar er was nog steeds de hoop op verlossing. Dit verhaal wordt consequent verteld door alle boeddhistische tradities. Net als alle populaire afleveringen in het leven van de Boeddha, is het onderworpen aan allerlei overdrijvingen geweest. In dit proces is de historische figuur van Devadatta verduisterd worden als door een diepe mist. De methoden van tekstkritiek bieden enige hoop in het onderscheiden van de meer of minder plausibel aspecten van zijn legende, en het geven van een glimp van de man achter de legende.
In Ray's handen, echter, is deze blik verloren en blijven we achter met slechts een karikatuur. In plaats van de cartooneske schurk van de tradities, zo hopeloos dwaas en ten dode opgeschreven, hebben we een even cartooneske held, een vlekkeloze gerealiseerde heilige, tragisch verkeerd begrepen, waarvan elke tekortkoming arbitrair is toegeschreven aan de bedenkelijke motivaties van monastieke propagandisten. Het leven van Devadatta - zijn complexe, genuanceerde, ongrijpbare, breekbare en gekwelde ziel, is nog steeds verborgen.
"

Ik ken Sujato als een moderne en intelligente monnik, maar hier is hij behoorlijk agressief bezig. Hier spreekt de Theravada-orthodoxie.
Eerlijk gezegd toont het Christendom (tegenwoordig) meer begrip voor Judas als dit boeddhisme voor Devadatta.

=======================================================================

A Buddha and his Cousin   door   Richard P. Hayes
Hier te vinden.

Het betoog in z'n geheel heeft een duidelijk standpunt t.a.v. Devadatta: schuldig.
Maar daarbinnen maakt Hayes een paar interessante psychologische opmerkingen.

" Acht jaar voordat de Boeddha stierf op de leeftijd van tachtig, begon Devadatta's gebrek aan goed karakter zich te manifesteren op een manier die niet langer kon worden genegeerd.
Volgens de canonieke bronnen was de Boeddha inmiddels een bekend leraar geworden. Tijdens de zevenendertig jaar die waren verstreken sinds hij zijn onderwijscarrière begon, had de Boeddha een aantal prominente monniken aangetrokken, alsmede rijke en beroemd mecenassen. Terwijl zijn faam toenam, steeg ook de kwaliteit van het materiaal van de gaven die werden gegeven aan de boeddhistische gemeenschap. Monniken die ooit gekleed waren in gewaden, gemaakt van afgedankte vodden, kregen nu gewaden gemaakt van nieuw doek. Monniken die ooit hun maaltijden bij elkaar hadden gebedeld door van huis tot huis te gaan, werden uitgenodigd om te dineren met koningen en handelaren. Monniken die ooit buiten geleefd hadden in geïmproviseerde hutten, verbleven nu in monastieke compounds in permanente gebouwen. De Boeddha die steeds De Grote Asceet werd genoemd, leefde niet langer een leven van evident ascetisme. Het was deze verschuiving in levensstijl die de expliciete geworden grond was van Devadatta's klacht tegen de Boeddha, hoewel de teksten de suggestie wekken dat dit expliciete thema een meer persoonlijke agenda maskeerde. ...

  De Devadatta in me
Een aantal van de diverse boeddhistische tradities is gebaseerd op de leer dat iedereen een Boeddha binnen in zich heeft, en deze innerlijke Boeddha je ware aard is. Hoewel ik vele jaren een vorm van boeddhisme beoefende die precies op deze leer is gebaseerd, heb ik dat nooit geloofd. Ik doe dat nog steeds niet. Wat ik veel gemakkelijker om te geloven vind, is dat iedereen
een Devadatta binnen in zich heeft, die klaar op de loer ligt, om de Boeddha te grijpen en vernietigen van de Boeddha als die langs komt. De Devadatta van de boeddhistische legende was, of beweerde te zijn, een morele perfectionist. Hij was iemand die niets konden verdragen wat zou kunnen worden uitgelegd als laksheid of een gebrek aan de meest strenge vormen van zelfdiscipline.
....
Uit het verhaal van Devadatta blijkt dat perfectionisme de vijand van de perfectie is.
"

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Devadatta in de Lotus Sutra   (Officiële naam: Saddharma-pundarika-sutra)
Uit de boekversie van Servire, 1996:

Hoofdstuk 12   Devadatta  (pag. 252)
“De Boeddha zei toen tegen alle bhikshu's: 'Deze vorst uit lang vervlogen tijden was ikzelf. De kluizenaar Asita was niemand minder dan de huidige Devadatta. Dank zij Devadatta's goede vriendschap was ik in staat me te vervolmaken in de zes Volmaaktheden … Zo verwierf ik de Volmaakte Verlichting en redde ik talloze levende wezens. Dit alles heb ik te danken aan de goede vriendschap van Devadatta.
Ten overstaan van de vier groepen verklaar ik nu dat Devadatta na zijn heengaan en na het verstrijken van ontelbare kalpa's, een boeddha zal worden …'
”

Hoofdstuk 26   Dharani  (pag. 399)
“Wee hem die onze bezwering trotseert
En een prediker kwaad berokkent!
Moge zijn hoofd
In zeven stukken worden gekloofd
...
Of van Devadatta
Die tweedracht zaaide in de gemeente
  (d.i. sangha)”

Die tweedracht is kennelijk erger dan de aan hem toegeschreven moordpogingen op de Boeddha. Het verschil tussen deze twee waarderingen van Devadatta wordt niet benoemd.
Mogelijk geldt ook hier de theorie van R. Ray dat hfst 12 tot het oudere deel van sutra behoort en hfst 26 later is toegevoegd.

Voor de Engelstalige digitale versie: zie Chapter 12  en  Chapter 26 .
Voor mijn mening over de Lotus Sutra en in het bijzonder het gebruik dat Nichiren (Soka Gakkai) ervan maakt, zie m'n  blog uit feb. 2015

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Devadatta   door   Leigh Brasington
Bron: Leighb

Brasington draait in navolging van Ray de volgorde oorzaak-gevolg in de geschiedschrijving om: de op hem gebaseerde “... cult was quite successful, managing to survive at least into the 7th century CE. Because of this rivalry with a cult very close in doctrine, the mainstream Buddhist decide to paint Devadatta in a seriously bad light and wound up attributing to him all the nasty deeds we think of when we hear his name. …
  Clearly there is something seriously wrong with the traditional picture as preserved in the Theravadan vinaya. It says that after trying 3 times to kill the Buddha, Devadatta comes waltzing into camp (er, the monastery) and proposes his 5 new rules. Well, if Devadatta was known to be trying to kill the Buddha, he would never have been allowed close enough to the Buddha to propose the 5 rules! The story just doesn't make any sense. And the order of these events seems to be different in some of the other vinayas - perhaps, someone realized the weird order and cleaned things up.
  Looking carefully at all the references to Devadatta in the suttas, all he is ever accused of is creating a schism - no mention of attempts to kill the Buddha or of Devadatta's own death. So I think Devadatta was a very serious practitioner who felt the Buddha and the Sangha were going soft, so he tried to return to a more austere way of practice.
  It is possible that Devadatta was not even a contemporary of the Buddha! He might have come along later (tho not too much later given that his story is in the Mahasaghika vinaya and that split was about 100 years after the Buddha's death). But whenever he came along, he was very worrisome for the mainstream Buddhists.
”

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Stephen Batchelor - Devadatta in   'After Buddhism '

In 'After Buddhism' wijdt Batchelor twee lange passages (een pagina of zeven) aan Devadatta. Hij blijft daarbij vrij dicht bij de traditionele visie, is niet zo stoutmoedig als elders.
Zie Bijlage 2

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

De Gedichtenbundel 'Devadatta’s Poems '   door Judith Beveridge

De Australische dichteres Judith Beveridge heeft verleden jaar een bundel gedichten gepubliceerd over Devadatta, en z'n omgang met de Boeddha.
Uiteraard met de nodige dichterlijke vrijheden, maar dat past wel bij deze figuur.
Zie Bijlage 3. Ter geruststelling: het zijn géén makkelijke, Zen-achtige gedichten.


=======================================================================

Update 16 november

Nog een   Review  van de dichtbundel van Judith Beveridge; en een    Interview met haar

Nog een   website over Devadatta , met een tekenfilm-video over de zgn moordpogingen

=======================================================================

Vooral naar aanleiding van het artikel van Hayes kwam de volgende gedachte in me op:
Als Devadatta niet had bestaan, dan had hij moeten worden uitgevonden
Om het onderscheid donker-licht: de goede Boeddha tegenover de slechte Devadatta.
Om duidelijk te maken dat de splitsing van de sangha niet direct of indirect door de Boeddha is veroorzaakt.
Als ideale zondebok om angsten en boosheid op te projecteren.
Misschien is hij ook wel uitgevonden.

=======================================================================

De actuele betekenis van Devadatta

Devadatta, echt bestaand of uitgevonden, heeft wellicht nu ook nog een functie.
En niet alleen psychologisch zoals Hayes schrijft, een soort 'Devadatta-Natuur' naast ieders Boeddha-Natuur' (Batchelor had het ook over 'Mara-Natuur')
Maar ook om het al te gesettelde boeddhisme de maat te nemen; die vormen waarin men in zijn of haar comfort-zone blijvend kan beoefenen. Waarin men zich wentelt in de donaties van rijke weldoeners (koningen destijds en captains of industry tegenwoordig). Of vindt dat er met 'buddhism-lite' niets mis is.

Kortom: niet zozeer een ascetisch boeddhisme voor monniken destijds,
              maar een ongemakkelijk boeddhisme voor leken nu.

Daarom kunnen ook hedendaagse Devadatta's een rol spelen
Zoals Glenn Wallis met zijn kritiek op het  'X-Buddhism '
Of een David Chapman over het  'Consensus Buddhism '
Een rol die hen niet altijd in dank worden afgenomen, zoals ook Nederlandse Devadatta's weten. Alleen: hadden we nu ook maar eens een vrouwelijke Devadatta.

Ook een Devadatta-functie is, tegen oude leraren te zeggen: zou je er niet eens mee stoppen, met het spiritueel leiderschap van je sangha? Zoals  destijds : je bent 'now grown aged ... old and stricken in years, .. has accomplished a long journey, and [je] term of life is nearly run. Let [je] now dwell at ease in the enjoyment of happiness reached even in this world. ' (pag 238)

Bijvoorbeeld tegen de leraren die de afgelopen vijftien jaar bij voortduring bij de BOS te horen en soms te zien waren, tientallen jaren 'in het vak':
Jotika (82 jaar)
Ton Lathouwers (82 jaar)
Han de Wit (pas 71 maar m.i. oud geboren)
Nico Tydeman (73 jaar, idem)

Alleen ik zeg niet tegen ze 'I will be its leader '. Niet alleen omdat ik zelf ook oud ben maar vooral omdat ik voor leraarloos en leiderloos beoefenen ben.


Tot slot een 'personal note ' van Leigh Brasington ( hier )
"I found the research in 'A Condemned Saint: Devadatta' to be very interesting. It showed me how easily I could be persuaded to swallow a story - even one with the weird order of the Devadatta story. Many times I told the traditional story of Devadatta as part of one of my dhamma talks. It has been very helpful in reminding me to look carefully at ANY teaching. For years I have been telling my students to not take the stories in the suttas (let alone the vinaya) as literally true - that sutta study is about finding instructions on how to practice that are repeated in multiple places/circumstances - and then to go do those practices. It was kind of humbling to see I'd been taken in again. "

=======================================================================
=======================================================================

Bijlage 1

Devadatta wel of niet in het 'Brahmana Sutta' in de Udana

1.   Vertaling van Jan de Breet en RobJanssen, opgenomen in
      Khuddaka-Nikaya – De verzameling korte teksten

I – 5. De oudere monniken


Aldus heb ik gehoord.
Eens verbleef de Verhevene in Savatthi, in het Jetavana, het park van Anathapindaka. In die tijd gingen de eerwaarden Sariputta, Maha-Moggallana, Maha-Kassapa, Maha-Kaccana, Maha-Kotthita, Maha-Kappin, Maha-Cunda, Anuruddha, Revata, Devadatta en Ananda naar de Verhevene toe.
De Verhevene zag die eerwaarden van verre aankomen en daarop richtte hij zich tot de monniken: 'Dit.monniken, zijn de brahmanen die er aankomen! Die zijn brahmanen die er aankomen!'
Na deze woordeen zei een zekere monnik die van brahmaanse afkomst was, het volgende tot de Verhevene: 'Wanner, Heer, is men een brahmaan en wat zijn de eigenschappen die iemand tot brahmaan maken?'
Toen dan, toen de Verhevene de betekenis hiervan doorgrondde, welde er op dat moment spontaan deze bewogen uitspraak in hem op:

   'Zij die slechte geestestoestanden weren
   en die altijd vol van aandacht leven
   ontwaakten die de ketenen geslaakt hebben,
   zij waarlijk zijn brahmanen in de wereld.'

(Onderstreping door mij, Joop R)


2.  Vertaling door Thanissaro Bhikkhu in  Accesstoinsight

Brāhmaṇa Sutta: Brahmans

I have heard that on one occasion the Blessed One was staying near Sāvatthī at Jeta's Grove, Anāthapiṇḍika's monastery. And on that occasion Ven. Sāriputta, Ven. Mahā Moggalāna, Ven. Mahā Kassapa, Ven. Mahā Kaccāyana, Ven. Mahā Koṭṭhita, Ven. Mahā Kappina, Ven. Mahā Cunda, Ven. Anuruddha, Ven. Revata, and Ven. Nanda [1] went to the Blessed One. The Blessed One saw them coming from afar and, on seeing them, addressed the monks, "Monks, those are brahmans who are coming. Monks, those are brahmans who are coming."

When this was said, a certain monk who was a brahman by birth said to the Blessed One, "To what extent, lord, is one a brahman? And which are the qualities that make one a brahman?"

Then, on realizing the significance of that, the Blessed One on that occasion exclaimed:
  Having banished evil qualities
  those who go about ever mindful,
  awakened, their fetters ended:
  They, in the world,
  are truly brahmans.

Notes
1. This translation follows the Thai and Burmese versions of this passage. The Sri Lankan version replaces Ven. Nanda in this list with Ven. Ānanda; the PTS version replaces him with Ven. Devadatta and Ven. Ānanda. These latter two readings would appear to be mistaken, as the Buddha in this sutta defines "brahman" as one whose fetters are ended — i.e., an arahant — whereas Ven. Ānanda became an arahant only after the Buddha's passing; Devadatta, after having caused a split in the Saṅgha toward the end of the Buddha's life, fell into hell.
"
(noot 2 verwijderd, niet relevant)

=======================================================================

Bijlage 2

Stephen Batchelor in 'After Buddhism' over Devadatta

=======================================================================

Bijlage 3

Gedichtenbundel 'Devadatta’s Poems ' door Judith Beveridge

(Geciteerd uit twee recensies van deze bundel; reviews van M. Ball en M. Duwell )

Not that much is known about the historical character Devadatta, cousin of Siddhatta Gotama, the Buddha. Though much has been written about the Buddha, his shadowy cousin remains a secondary character throughout literature and historical texts, treated mainly as an evil and power hungry monk who attempted, unsuccessfully, to murder and usurp the Buddha’s power. In Devadatta’s Poems, Beveridge gives Devadatta a voice and a much richer characterisation, tracing his movement from ascetic devotee to jealous, murderous, and mostly ineffectual, rival. Although Devadatta’s Poems has been written as a companion piece to Beveridge’s sequences on Siddhattha Gotama and reading them together creates a wonderful balance between the forces of these character, it’s perfectly possible to read Devadatta’s Poems without reference to the other text. Devedatta, though not exactly likeable, is a compelling character—enriched by his vast hunger, his aesthetic rather than ascetic perceptions, and the somewhat fun shadow he casts on his almost too perfect cousin.
Of course this is poetry, not an historical novel, so Beveridge’s Devadatta is both allegorical in his representation of the world of the senses, and also provides a hyper-sensual and moving exploration of the sights, sounds, smells and tastes of his world:

  I smell ripe figs, dates, pomegranates; cumin and onions
  sizzling in hot ghee. There are piles of sesame and honey cakes,
  teas scented with cinnamon and cloves, but we must wait
(“Alms Round, Sarnath”)

His childish coveting of his cousin is given more depth through an exploration of their youth together and the games they shared. However, it is in Devadatta’s desire for Siddhatta’s wife Yasodhara and his ultimate hunger for glory and perhaps love in general, that makes Beveridge’s Devadatta more tragic than evil:

  All they’ll think about
  will be that Devadatta has come back and about how
  their lives, at last,
  feel as precious as silk
  pulled through a ring.
(“Return”)

  Sometimes I wonder why I wobbled far into the distance
  like an unhitched cart to bunker down to this life of alms,
  slim pickings, lost hope. I cry for the blue and lilac
  ring of hills and the shaded small valleys where I’d roam
  as a child.
(“Thinking of Kapilavatthu”)

Behind it all, almost as a theme, is Siddhatta’s religion: the asceticism and selflessness that Devadatta cannot emulate, despite his mantras and prayers. Devadatta rarely mentions Buddhism as such—he prays and fasts but never really embraces the notion of his own divinity—but the reader is allowed to perceive it, and Siddhatta’s grace is made evidence through through Devadatta’s jealous lens. Since we know that Buddhism will become a major world religion and Buddha will be revered by followers, Devadatta’s ill will takes on an irony so intense that we begin to feel some sympathy for Devadatta:

  Four Noble Truths make the ever-increasing
  Sangha where one day my name will be written
  into infinity and Siddhattha’s will become a nullity,
  a zero—his name never to be written anywhere,
(“My Discourse on Counting”)

The kind of dissonances I’ve spoken of briefly ensure that there is always a degree of tension at this level in Beveridge’s poems. Needless to say, a figure like Devadatta can embrace the expressive possibilities of the disgusting with brio, as he does in “Alms Round, Sarnath”:

  I want to tell Buddha to chew his rules about patience
  and frugality into a sloppy cud. I want to hold my bowl out
  as boldly as a symbol and clang it loudly with my spoon.

  I want to tell these miserable, skinflint, pinch-fisted folk
  to stop tossing us husks, rinds, cores, thorns, rats’ tails,
  roosters’ claws and – oh! – so many stinking lepers’ thumbs!


In “Rocks, Vultures Peak” from Devadatta’s Poems, this verbal indecorousness reaches (oh, yes say it) a peak when Devadatta attempts to kill the Buddha by rolling a rock down on him. I don’t know what the narrative tone of this story is wherever it appears in the Pali Canon – presumably it is a celebration of a divinely engineered escape – but to us it inevitably recalls Wily Coyote and the Roadrunner. And Beveridge’s poem reflects this by joyously abandoning any attempt at a po-faced historical dramatic monologue and having Devadatta imagine how the killing will be reported newspaper-headline style:

  Ah, one day Siddhattha, I’ll pick the right spot,
  I’ll pick the right rock and I won’t baulk the timing.
  I know how the story will go: ‘Slipping schist kills
  local altruist.’ ‘Leader of cult, brained by basalt.’
  ‘Religious moderate, crushed by conglomerate.’