Deze week is het (op 4 oktober) negen jaar geleden dat Ria Kloppenborg is overleden.
“Dr. M. Kloppenborg, sinds 1988 hoogleraar godsdienstwetenschappen aan de Universiteit Utrecht.”
Formeel was ze misschien geen boeddholoog maar feitelijk ze dat wel
Formeel was ze misschien geen boeddhist maar voor mij was ze dat wel.
Ik weet of ze dacht dat er na de dood iets zou gebeuren; waarschijnlijk (net als ik): niets.
Maar iemand kan na de dood leven in de herinneringen, in de hoofden van de mensen en in bewaarde gemaakte produkten.
Persoonlijk heb ik maar kort en vrij oppervlakkig gekend.
Maar haar werk is er nog: vertalingen uit Pali en Sanskriet en eigen essays
Als eerbetoon haar werk zover ik dat ken.
Zeer onvolledig. Kijk maar eens hier ; 42 documenten maar liefst.
Haar proefschrift ging over de paccekabuddha (vrij gezegd: de ongeorganiseerde/ongebonden boeddha; mijn ideaal)
The Paccekabuddha: A Buddhist Ascetic
A Study of the Concept of the Paccekabuddha in Pali Canonical and Commentarial Literature
De ingekorte versie ervan verscheen in de serie 'Wheels' van de BPS:
Interessant is (waarschijnlijk, ik heb het niet gelezen) ook: "De Leraar van de wereld, Trainer van mensen" : de wijze van onderricht van de Boeddha, zoals beschreven in de boeddhistische kanonieke geschriften ; Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van gewoon hoogleraar in de Geschiedenis van de Levende Religies en de Vergelijkende Godsdienstwetenschap aan de Rijksuniversiteit te Utrecht op vrijdag 27 januari 1989."
Ria was, uiteraard, ook een feministe. Niet gelezen:
Female stereotypes in religious traditions
Uitgever: Brill, Leiden
Verzen van monniken en nonnen : uitspraken van bevrijde mannen en vrouwen in het vroege boeddhisme = Theratherīgāthā
Asoka, 2000
Prachtige, persoonlijke, teksten.
Boeddhisme en psychotherapie : theoretische en praktische verkenningen
Uitgever: Asoka (2005)
Zo ongeveer haar laatste activiteit was haar voorzitterschap van de werkgroep 'Boeddhisme en psychotherapie' waarvan dit boek het eindproduct was; zelf heeft ze deze publikatie niet meer meegemaakt. Wel staat er een hoofdstuk van haar hand in.
Tenslotte wat langer over een van mijn favorieten:
Santideva – Het pad van de Bodhisattva (Bodhicaryavatara)
Vertaald uit het Sanskriet en ingeleid door Ria Kloppenborg
Uitgeverij Dharma (Amsterdam), 1993
De berichten over de verkrijgbaarheid zijn tegenstrijdig.
Er zijn meer Nederlandse vertalingen van dit werk maar die zijn uit het Tibetaans dus vertalingen van vertalingen.
Een echte Mahayana-tekst terwijl Ria ook veel uit de Pali Canon heeft vertaald: een veelzijdige vrouw.
Ik citeer een paar delen uit haar inleiding: (de pagina’s 12-14, 18-19 en 27):
“De Bodhicaryavatarra, ‘het pad van de Bodhisattva’ (letterlijk: Inleiding in de weg tot inzicht), dat wil zeggen de spirituele ontwikkelingsgang van de Bodhisattva, werd in het midden van de zevende eeuw geschreven door Santideva. ...
De Bodhicaryavatarra is verreweg zijn beste en populairste werk. De dichterlijke kwaliteiten ervan maken het tot één van de hoogtepunten van de Mahayana-literatuur. De schrijver geeft voortdurend blijk van zijn sterke persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp. Dit, en het devotionele aspect ervan, maakte het voor velen een toegankelijk, ontroerend werk. Het heeft daardoor een aantrekkelijkheid die niet snel zal afnemen. Het is vanaf het begin een geliefd werk geweest, dat door velen werd gelezen en aangehoord. Na het verdwijnen van het boeddhisme in India omstreeks de elfde eeuw is deze traditie voortgezet in Tibet en China, waar al vroeg vertalingen waren gemaakt en waar verschillende commentaren en subcommentaren ontstonden. Ooki in het Westen was de Bodhicaryavatarra reeds in de beginperiode van de indologie een veelgelezen en veelbestudeerd werk, hetgeen tot een aantal vertalingen heeft geleid die, op die van Vallée-Poussin na, niet altijd uitmunten in nauwkeurigheid. ...
De tekst geeft een uitstekend overzicht van de leer van het Mahayana, zoals die door de Madhyamaka’s is geformuleerd. De spirituele praktijk krijgt de meeste aandacht van de schrijver. Het is een training die nauwkeurig en gedetailleerd is uitgewerkt, een scholing in liefde en toewijding, in nederigheid en gezond verstand. ...
Santideva merkt op dat hij het dichtwerk geschreven heeft om zijn eigen gedachten te verhelderen, zonder enige literaire pretentie men zonder zich rekenschap te geven van de voorkeuren van zijn eventuele lezers. Toch hoopt hij dat een ander er ook iets aan zal hebben. Dit uitgangspunt van Santideva heeft de vertaling hopenlijk zodanig beinvloed dat zij toegankelijk is voor ‘de ander voor wie ik hoop dat het ook iets kan betekenen’.
...
Met hoofdstuk 5 begint Santideva met de beschrijving van de eigenlijke ontwikkelingsgang van de Bodhisattva. Volgens de meest gangbare opvattingen bestaat deze uit het beoefenen van de zes volmaakte deugden (paramita), te weten:
- Vrijgevigheid (dana);
- Moreel gedrag (sila);
- Verdraagzaamheid (ksanti);
- Inzet (virya);
- Meditatie (samadhi) en
- Wijsheid (prajna). *
Aan de laatste vier wijdt hij een apart hooofdstuk; aan de eerste twee niet. Vrijgevigheid, de meest karakteristieke deugd van de Bodhisattva, wordt in het hele boek doorlopend genoemd. Zij vindt bij uitstek haar expressie in de gelofte waarmee de Bodhisattva zichzelf in dienst stelt van het welzijn van anderen. ...
Hoofdstuk 5 is, evenals de meeste andere delen van het boek, niet in eerste instantie bedoeld om een didactisch veranwoorde verhandeling te geven over moraliteit. De grote morele wetten, zoals het afzien van doden, diefstal of leugens, komen zelfs helemaal niet tersprake. Wel wordt een schijnbaar willekeurig aantal kleinere ‘alledaagse’regels behandeld. Hier heeft waarschijnlijk de persoonlijke betrokkenheid van de schrijver de selectie bepaald. Men krijgt de indruk dat vooral zijn eigen problemen met de gedragsregels worden besproken.
...
In vrijwel alle Indiase filosofische scholen regeert de causaliteit alle verschijnselen. Zij is wezenlijk en absoluut. In zijn kritiek daarop stelt het Madhyamika dat causaliteit slechts binnen de empirische werkelijkheid bestaat en aldaat de structuur van de verschijnselen bepaalt. Alle begrippen die ermee te maken hebben, zoals identiteit of verschil, zijn in wezen tegenstrijdig. Zij zijn wederzijds afhankelijk en behoren daarom tot het gebied van het relatieve.”
Santideva is voor mij de ideale blogger: ‘[schrijven] zonder zich rekenschap te geven van de voorkeuren van zijn eventuele lezers”
Mijn indruk (als simpele vrijzinnig Theravadin) is dat het bodhisattva worden bij Santideva meer voeten in de aarde heeft als in de Zen-benadering zoals Andre van der Braak die heeft weergegeven (zie hier )
Santideva is nog geen bodhisattva, lijkt het, hij moet er veel moeite voor doen. Ook moet hij expliciet zich ethisch gedragen, wat in de Zen-benadering niet aan de orde lijkt te komen, maar ongetwijfeld begrijp ik dat verkeerd.
En om het te blijven is ook niet niks, zoals blijkt uit wat Ria Kloppenborg op pagina 17 schrijft: “Het beschermen en versterken van het streven naar verlichting geschiedt in de eerste plaats doordat de Bodhisattva zich voortdurend bewust probeert de blijven van de enorme verantwoordelijkheid die hij op zich heeft genomen. Hij is de hoop van allen die zich in de kringloop van het lijden bevinden.”
Ria Kloppenborg en Santideva: tegelijk makkelijk en moeilijk; tegelijk persoonlijk en zonder ego.
Zie voor een ‘Obituary’ van een aantal collega’s en leerlingen pagina 65-68 (pdf-nummering 34-36) van de Buddhist Studies Review uit 2004.
Noot * (van J.R.)
Niet alleen in het Mahayana, ook in de Theravada is er sprake van paramita’s, in het Pali meestal parami’s genoemd. Er zijn er tien, hoewel ook een kleiner aantal voorkomt. Deze perfecties zijn:
dana (gulheid, vrijgevigheid, zichzelf geven aan anderen); sila (deugd, moraal, juist gedrag); nekhamma (afstand nemen, loslaten); panna (transcendentale wijsheid, inzicht); viriya (energie, ijver); khanti (geduld, tolerantie); sacca (eerlijkheid, streven naar waarheid); aditthana (volharding, doorzettingsvermogen, determinatie); metta (vriendelijkheid, liefde); en upekkha (kalmte, rust, gelijkmoedigheid).
Er zijn naast overeenkomsten ook verschillen. Misschien ga ik de geschiedenis van dit verschil nog wel eens onderzoeken; mijn hypothese is dat deze paramis/paramita’s in interactie met elkaar zijn gegroeid.
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
maandag 1 oktober 2012
zondag 9 september 2012
Hebben tulpen wortels? En andere reacties

Bron : http://speculativenonbuddhism.com/2012/08/24/comfort-food-buddhism/
De afgelopen tijd heb ik op andere blogs en websites een paar keer een reactie op een artikel geplaatst. Omdat deze blog toch een beetje m’n verzameld werk is, neem ik deze hier over.
Hebben tulpen wortels ?
In het BoeddhistischDagblad verscheen een (al eerder gepubliceerde) serie van vier artikelen van de hand van Jacques den Boer onder de titel ‘Tulpenboeddhisme: Hoe het boeddhisme in Nederland wortel heeft geschoten’; zie hier .
Vooral de afsluiting van het vierde deel, genaamd ‘Balans ‘ geeft een geheel andere visie op de huidige stand van zaken in het (georganiseerde) Nederlandse boeddhisme dan de mijne.
Daar schreef ik een stukje over:
“Nu de recycling van de artikelenreeks over het ‘tulpenboeddhisme’ voltooid is, kan mogelijk worden nagedacht over een vervolg er van.
Immers: het laatste deel van dit vierde artikel geeft een onvolledige, selectieve en subjectieve schets van de laatste jaren en zegt niets over de toekomst.
Heeft het tulpenboeddhisme wortel geschoten?
De beeldspraak van de tulp voor Nederland is niet alleen oubollig (bloembollig) maar toont ook haar gebreken: tulpen hebben immers maar heel korte wortels. Zie deze plaatjes. Die plaatjes maakten me weer een beetje vrolijk.
Want ik werd eventjes vrij droevig van een van de laatste concluderende zinnen van den Boer: “door de BUN en de BOS is het boeddhisme de laatste tiental jaren ook officieel zichtbaarder geworden”. Wat is dat voor iets kinderachtigs en onboeddhistisch om prat te gaan op iets ‘officieels’, waarmee bedoeld wordt: DE OVERHEID ZIET ONS ZITTEN ?
Genant is ook dat de belachelijk hoge cijfers kritiekloos worden aangehaald.
Maar belangrijker is de suggestie dat deze – in de ogen van de auteur – positieve ontwikkeling verder gaat. Ik heb op m’n blog al vele malen, met feiten onderbouwd, betoogd dat het boeddhisme in Nederland wel eens een strovuur kan blijken te zijn geweest.
Neutraler gezegd: niemand van ons heeft enig idee of kan een goede voorspelling doen over het boeddhisme in Nederland in bijvoorbeeld het jaar 2025.
Misschien zijn er dan geen tulpen meer maar een paar orchideeën met luchtwortels, een paar stille boeddhisten.”
Nog meer Ritskes
Op de website van de BOS-radio van 21 juli werd aandacht besteed (een knap staaltje marketing) aan het nieuwe boek van Rient Ritskes, met als titel Leer voelen wat je wilt voelen; een vervolg op z´n eerdere boek ´Leer denken wat je wilt denken´, titels die op mijn lachspieren werken.
Ik heb ook bedenkingen, niet zozeer bij de vorm van Zen bij Zen.Nl (die is zover ik weet nogal standaard Zen) maar bij de organisatie waar leerlingen en toekomstige leraren nogal op kosten worden gejaagd.
Vandaar een stuk op de BOS-website; zie hier .
“ Nog meer Ritskes
Een paar suggesties voor toekomstige boeken van Rients Ritskes, eigenaar van de franchise-formule Zen.Nl:
- Leer ruiken wat je wilt ruiken
- Leer zien wat je wilt zien
- Leer horen wat je wilt horen
- Leer aanraken wat je wilt aanraken
- Leer proeven wat je wilt proeven
Misschien kan er worden afgesproken één per jaar.”
Ter verkoming van misverstanden: dit was ironisch bedoeld
Ter informatie. Met anderen noem ik Zen.Nl een francise-organisatie (zie definitie ) met Ritskes als eigenaar. De geldstromen ervan zijn moeilijk te traceren.
Een boeddhistische ´Vriendin´
Ook al de afgelopen zomer is het blog Boeddhamagazine gestart, met min of meer dezelfde redactie als van het kwartaalblad Boeddhamagazine. Site: hier .
De relatie tussen blog en blad is me niet helemaal duidelijk. Is het blog bedoeld als toegangspoort tot het blad of gaat het in de plaats komen van het op den duur verdwijnende tijdschrift?
Na een aarzelend begin verschijnen de laatste weken artikelen met hoge frequentie. Veel ervan doen me denken aan het meest eenvoudig leesbare damesblad ´Vriendin´; vandaar de titel.
Zomaar een reactie op zomaar een artikel in dit magazine, zie hier .
“ Hallo Moniek
'de nieuwe Facebooktimeline in september [is] écht voor iedereen', zeg je
Dan toch alleen voor wie op Facebook is?
Ik niet, ik heb wel een agenda, een papieren, al een jaar of veertig, elk jaar een nieuwe. Handig joh !
Ook een soort timeline, hoewel de echt belangrijke zaken er vaak niet in komen, die kan ik onthouden.
... “
Boeddhisme is meer dan mededogen beoefenen
In een artikel op zijn blog, overgenomen in het BoeddhistischDagblad, schreef (de Vlaamse Chan-boeddhist) Edel Maex het artikel ‘Luisteren naar iemands verdriet leer je in de eerste plaats op je kussen’. Zie hier . (Hier staat ook de reactie van Edel op mijn reactie.)
Dit was voor mij een duidelijk voorbeeld van het (ten onrechte) reduceren van het boeddhisme tot het hebben en beoefenen van compassie (ook wel genoemd mededogen of in het Pali karuna)
Een dankbaar artikel om op te reageren:
“Beste Edel
Je stelt “het Grote Mededogen is de essentie van de meditatie. … Mededogen is het motief, de praktijk en de vrucht van de meditatie” en bedoelt meer specifiek: het enig juiste motief, de enig juiste praktijk en de enig juiste vrucht”.
Ik ben zo vrij het daar niet mee eens te zijn. En dat nog los van het feit dat mededogen in laatste instantie helemaal geen essentie heeft.
Je stelt ‘mededogen als motief’ tegenover zelf-disciplinering vanwege “er is iets mis met mij” en doet alsof er geen andere denkbare motieven zijn waarvan de juistheid onderzocht zou kunnen worden.
In het vroege boeddhisme, dat van de Pali Canon, en dus ook in de vipassana speelt mededogen helemaal niet zo’n centrale rol. Wel in de metta- en karuna-meditatie maar dat is een andere meditatie-vorm.
Het motief (althans zoals ik het begrepen heb en zoals het voor mij centraal staat) is het doorgronden van de realiteit en dan kom ik bij termen als niet-zelf, onbestendigheid en leegt.
En dat is heel wat anders dan discipline als doel (als middel moet het wel, een beetje).
Je zou kunnen zeggen dat mededogen een heilzaam bij-effect is van deze meditatie omdat het verdwijnen van haat, begeert en onwetendheid bijna automatisch tot het hebben van compassie met al het leven leidt.
Misschien is dit wel meer de meditatie van en voor mensen met een calvinistische achtergrond terwijl wat jij beschrijft nogal goed valt bij mensen met een katholieke achtergrond (in de zin van jeugd)."
Hier herken ik mij niet in
Medio juni verscheen een artikel in *OpenBoeddhisme* van Marijke Lassche. Zie hier .
In het BoeddhistischDagblad een dag later (een mooi voorbeeld van ‘paticca samuppada’ werd een reactie van BOS-directeur Gertjan Mulder opgenomen. Een citaat:
“Er is geen sprake van dat de zendmachtiging van de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) gevaar loopt te worden ingetrokken. Dat zegt algemeen directeur Gertjan Mulder van deze omroep in een reactie op de oproep van de socioloog Marijke Lassche, gisteren in het digitale magazine ‘Open boeddhisme’. Zij wil middels een petitie onder boeddhistische organisaties en ongebonden boeddhisten het voortbestaan van de BOS veilig stellen en orde in een volgens haar aanwezige chaos scheppen.
Mulder zegt desgevraagd in een reactie aan het Boeddhistisch Dagblad zich niet te herkennen in de verwijten en bezorgdheid van Lassche. ‘De zendmachtiging loopt om de redenen die zij aanvoert geen enkel gevaar. “
In mijn reactie hierop doe ik een voorspelling. Omdat ik benieuwd ben of deze uit gaat komen, neem ik deze hier op:
“Er zijn volgens mij drie manieren waarop de zendmachtiging van de BUN, uitbesteed aan de BOS (want Gertjan Mulder zegt [het] hier niet helemaal correct), gevaar loopt:
1. Het Commissariaat voor de Media (en eventueel vervolgens de rechter) verwerpt de verdediging dat de BUN geheel is gevrijwaard voor wat de BOS doet. Dan moet de BUN € 52.500 betalen en dat kan ze niet, dus gaat ze failliet. Waarmee de BOS noodgedwongen stopt.
2. De BUN en de BOS zijn gedwongen de ‘Delegatieovereenkomst’ waarin die ‘vrijwaring’ opgenomen is, uit te leggen op een manier waarvan het Commissariaat concludeert dat niet de BUN maar de BOS in 2009 de aanvraag voor de zendmachtiging heeft gedaan. Dat is in strijd met de Mediawet en dan is de vergunning alsnog ongeldig.
3. Het Commissariaat concludeert dat de ‘Delegatieovereenkomst’ in strijd is met de Mediawet en vernietigt deze regeling; er is een grote kans dat er daarna een onontwarbaar conflict tussen BUN en BOS ontstaat, te vergelijken met die waardoor de Moslimomroep verleden jaar verdween.”
Boeddhisme zonder hocus pocus, maar toch transcendent?
Een van de eerste artikelen (januari dit jaar) in *OpenBoeddhisme* ; zie hier is van de filosoof Owen Flanagan.
Ik had de eer de eerste lezersreactie in dit nieuwe journalistieke webmagazine (ook wel genoemd ‘blog’) te plaatsen:
“Als ik Flanagan goed begrijp gaat hij verder dan de redactie meent en zegt hij gewoon dat een seculier boeddhisme wenselijk en haalbaar is. Sommige mensen kunnen zonder in cognitieve dissonantie te vallen (of zonder dat te merken) een seculier boeddhisme, als een practische levensfilosofie voor zichzelf construeren: zonder ‘hocus pocus’ zoals de redactie samenvat.
Hoewel Flanagan de term religie niet gebruikt, ook niet in z’n boek The Bodhisattva’s Brain, kan zijn boeddhisme beslist geen religie genoemd worden. Dat mag. Toch is de vraag interessant of een religie zoals boeddhisme wel mogelijk is zonder hocus pocus? En, omgekeerd, is het zinnig een filosofie zonder religieuze dimensie nog ‘boeddhisme’ te noemen?
Waarom vind ik dit nu juist in • open boeddhisme • zo interessant? Om twee redenen. De eerste is het een paar dagen eerder verschenen bericht ‘VU start bachelor en master boeddhisme’ waarin Jonathan Silk wordt geciteerd over de weigering van velen het boeddhisme als religie te beschouwen. Volgens Silk noemen zij het boeddhisme ten onrechte een filosofie of levensstijl. Ik vrees dat Flanagan deze Silk-route niet heeft genomen.
De tweede reden is dat definities van ‘religie’ bijna altijd is opgenomen dat (het beoefenen van een) ‘religie’ ook een groepsgebeuren is De benadering van Flanagan past wel in de geïndividualiseerde cultuur die op dit moment domineert, maar creëert in mijn ogen niet de beste van alle mogelijke werelden. Deze schaduwkant lijkt me het vermelden waard.
Samenvattend: het is interessant of een boeddhisme denkbaar is zonder ‘hocus pocus’ maar met een sociale en metafysische, transcendente dimensie.
Flanagan zegt in zijn essay dat een genaturaliseerd boeddhisme, mocht dit bestaanbaar zijn, verenigbaar is met de neodarwinistische evolutietheorie en het wetenschappelijk materialisme. Dat vind ik niet zo’n verdienste, dat zou het pas zijn als een niet-(volledig-)genaturaliseerd boeddhisme – zoals ik dat zelf voorsta – dat ook is.”
Labels:
boeddhisme in Nederland,
boeddhologie,
boeken,
BOS,
redactioneel
zondag 2 september 2012
Nepcitaten – Wat de Boeddha NIET zei
Met grote regelmaat kunnen we aan de Boeddha toegeschreven uitspraken lezen die een grote trefzekerheid lijken te hebben door hun (moderne) kortheid.
Maar waarvan ons ook de onzekerheid bekruipt – of zou moeten bekruipen – of dit wel echt door ‘de Boeddha’ is gezegd. Twijfel die gevoed wordt door het ontbreken van een bronvermelding maar ook door het meestal aangename, comfortabele (feel-good) karakter van het citaat.
Nu weet ik wel dat ook van veel oude teksten betwijfeld kan worden of ze echt door de historische Boeddha; soms genoemd Siddharta Gautama en soms door anderen – een interessant verschil - Sakyamuni, zo uitgesproken zijn.
Maar meestal wordt met ‘een echte uitspraak door de Boeddha’ bedoeld: voorkomend in een sutta, uit de Pali Canon dus; of in een boeddhistische sutra (er zijn ook hindoeistische en jainistische sutra’s),
Een overzicht (ongetwijfeld niet perfect) staat in dit en dit Wikipedia-artikel.
Daarin worden ook boeddhistische tantra’s als komend uit de mond van de Boeddha genoemd. Voor mij is dat te ver van mijn bed.
Maar in deze blog is dat geen probleem want hier wil ik het hebben over in de 19e en 20e eeuw gefabriceerde nepcitaten.
Bijna al deze uitspraken zijn oorspronkelijk in de Engelse taal gedaan, een deel ervan is in het Nederlands vertaald, een deel niet.
Ik vermeld dit feit om me vrij te pleiten voor het verwijt dat ik hier geen Nederlandstalige citaten opneem om mijn punt toe te lichten.
Uit gemakzucht neem ik eenvoudige twee Engelstalige bronnen op, en citeer daarvan de openingsteksten:
Lost in Quotation, een recent gepubliceerd essay van de Theravada-monnik Thanissaro Bhikkhu :
“Many people who don't know much about old Buddhist texts often know one passage from the Pali Canon: the part of the Kalama Sutta (AN 3.65) stating that old texts can't be trusted.
Quotes from this passage come in many shapes and sizes. Some of them are short sound bites, like the message that was rubber-stamped on the envelope of a letter I once received:
'Follow your own sense of right and wrong.'
— The Buddha
There's also the desktop wallpaper:
'Believe nothing, no matter who said it, not even if I said it, if it doesn't fit in with your own reason and common sense. '
— The Buddha
Even scholarly citations of the sutta give the same message. Here's the entire quote from the sutta in a recent book:
'When you know for yourselves that these things are wholesome... these things, when entered upon and undertaken, incline toward welfare and happiness — then, Kalamas, having come to them you should stay with them. '
— The Buddha
Taken together, these quotes justify our tendency to pick what we like from the old texts and throw the rest away. No need to understand the larger context of the dhamma they teach, the Buddha seems to be saying. You're better off rolling your own.
.... “
Bron hier .
Fake Buddhist Quotes, een al jaren verschijnend blog van de Triratna buddhist Bodhipaksa :
“They’re everywhere you look: Twitter, Facebook, blogs, quotes sites — even in books by well-known Buddhists. Fake Buddha Quotes abound.
To those who are familiar with the Buddhist scriptures, these Hallmark-style quotes attributed to the Buddha ring false, but it seems many people are preferentially attracted to the fake variety.
It’s hard sometimes to pinpoint why they sound fake. Usually it’s the language, which may be too flowery and poetic. Sometimes it’s the subject matter, which sounds too contemporary. The thing is, that although the Buddhist scriptures are vast (way larger than the Bible) they’re often not very quotable, or at least they tend not to have the immediate appeal that some of the fake variety has.
One question that arises though is whether there’s such a thing as a Genuine Buddha Quote. And in a sense there’s not. The earliest scriptures we have were passed down for hundreds of years before being committed to writing. What was passed down was no doubt simplified, edited, and made easier to memorize through chanting by being made repetitious. Hence the mind-numbing boringness of much of the Pāli canon. Some of what was passed down as the Buddha’s words probably wasn’t even his words to start with. After a few generations, who would be able to tell if a particular saying was just a popular piece of folk-wisdom, or something the Buddha actually said.
... ".
Bron hier .
Leermoment
Als ik ergens zonder bronvermelding zie staan: “de Boeddha zei ... ”, dan vraag ik me nu steeds af: “is dat wel zo ? “ (dit zou trouwens mijn grafschrift kunnen zijn).
Als de twijfel groot is of de uitspraak mij raakt, dan probeer ik de bron te zoeken, meestal via google.
Waarom: om mijn inzicht te vergroten, met name of het aangename gevoel dat de uitspraak bij me oproept, niet op een illusie, op wensdenken, gebaseerd is.
Tenslotte
Tegen deze sceptische benadering zou ingebracht kunnen worden:
Wat doet het er toe, de Boeddha zou het gezegd kunnen hebben, het citaat is toch in de geest van het Boeddhisme?
Mijn reactie; dat weet ik nou net niet; hoe meer ik me in het Boeddhisme verdiep, des te minder weet ik wat de geest van het Boeddhisme is.
Maar waarvan ons ook de onzekerheid bekruipt – of zou moeten bekruipen – of dit wel echt door ‘de Boeddha’ is gezegd. Twijfel die gevoed wordt door het ontbreken van een bronvermelding maar ook door het meestal aangename, comfortabele (feel-good) karakter van het citaat.
Nu weet ik wel dat ook van veel oude teksten betwijfeld kan worden of ze echt door de historische Boeddha; soms genoemd Siddharta Gautama en soms door anderen – een interessant verschil - Sakyamuni, zo uitgesproken zijn.
Maar meestal wordt met ‘een echte uitspraak door de Boeddha’ bedoeld: voorkomend in een sutta, uit de Pali Canon dus; of in een boeddhistische sutra (er zijn ook hindoeistische en jainistische sutra’s),
Een overzicht (ongetwijfeld niet perfect) staat in dit en dit Wikipedia-artikel.
Daarin worden ook boeddhistische tantra’s als komend uit de mond van de Boeddha genoemd. Voor mij is dat te ver van mijn bed.
Maar in deze blog is dat geen probleem want hier wil ik het hebben over in de 19e en 20e eeuw gefabriceerde nepcitaten.
Bijna al deze uitspraken zijn oorspronkelijk in de Engelse taal gedaan, een deel ervan is in het Nederlands vertaald, een deel niet.
Ik vermeld dit feit om me vrij te pleiten voor het verwijt dat ik hier geen Nederlandstalige citaten opneem om mijn punt toe te lichten.
Uit gemakzucht neem ik eenvoudige twee Engelstalige bronnen op, en citeer daarvan de openingsteksten:
Lost in Quotation, een recent gepubliceerd essay van de Theravada-monnik Thanissaro Bhikkhu :
“Many people who don't know much about old Buddhist texts often know one passage from the Pali Canon: the part of the Kalama Sutta (AN 3.65) stating that old texts can't be trusted.
Quotes from this passage come in many shapes and sizes. Some of them are short sound bites, like the message that was rubber-stamped on the envelope of a letter I once received:
'Follow your own sense of right and wrong.'
— The Buddha
There's also the desktop wallpaper:
'Believe nothing, no matter who said it, not even if I said it, if it doesn't fit in with your own reason and common sense. '
— The Buddha
Even scholarly citations of the sutta give the same message. Here's the entire quote from the sutta in a recent book:
'When you know for yourselves that these things are wholesome... these things, when entered upon and undertaken, incline toward welfare and happiness — then, Kalamas, having come to them you should stay with them. '
— The Buddha
Taken together, these quotes justify our tendency to pick what we like from the old texts and throw the rest away. No need to understand the larger context of the dhamma they teach, the Buddha seems to be saying. You're better off rolling your own.
.... “
Bron hier .
Fake Buddhist Quotes, een al jaren verschijnend blog van de Triratna buddhist Bodhipaksa :
“They’re everywhere you look: Twitter, Facebook, blogs, quotes sites — even in books by well-known Buddhists. Fake Buddha Quotes abound.
To those who are familiar with the Buddhist scriptures, these Hallmark-style quotes attributed to the Buddha ring false, but it seems many people are preferentially attracted to the fake variety.
It’s hard sometimes to pinpoint why they sound fake. Usually it’s the language, which may be too flowery and poetic. Sometimes it’s the subject matter, which sounds too contemporary. The thing is, that although the Buddhist scriptures are vast (way larger than the Bible) they’re often not very quotable, or at least they tend not to have the immediate appeal that some of the fake variety has.
One question that arises though is whether there’s such a thing as a Genuine Buddha Quote. And in a sense there’s not. The earliest scriptures we have were passed down for hundreds of years before being committed to writing. What was passed down was no doubt simplified, edited, and made easier to memorize through chanting by being made repetitious. Hence the mind-numbing boringness of much of the Pāli canon. Some of what was passed down as the Buddha’s words probably wasn’t even his words to start with. After a few generations, who would be able to tell if a particular saying was just a popular piece of folk-wisdom, or something the Buddha actually said.
... ".
Bron hier .
Leermoment
Als ik ergens zonder bronvermelding zie staan: “de Boeddha zei ... ”, dan vraag ik me nu steeds af: “is dat wel zo ? “ (dit zou trouwens mijn grafschrift kunnen zijn).
Als de twijfel groot is of de uitspraak mij raakt, dan probeer ik de bron te zoeken, meestal via google.
Waarom: om mijn inzicht te vergroten, met name of het aangename gevoel dat de uitspraak bij me oproept, niet op een illusie, op wensdenken, gebaseerd is.
Tenslotte
Tegen deze sceptische benadering zou ingebracht kunnen worden:
Wat doet het er toe, de Boeddha zou het gezegd kunnen hebben, het citaat is toch in de geest van het Boeddhisme?
Mijn reactie; dat weet ik nou net niet; hoe meer ik me in het Boeddhisme verdiep, des te minder weet ik wat de geest van het Boeddhisme is.
vrijdag 13 juli 2012
Geestelijke verzorging niet alleen vanuit de kerk of sangha en niet alleen vanuit de VU
De aankondiging van de VU dat in september 2013 de opleiding van boeddhistisch geestelijk verzorger gaat starten (master, gevolgd door ambtsopleiding), suggereert dat die mogelijkheid er nu nog niet is.
Ten onrechte. Er zijn diverse opleiding voor geestelijk verzorger, evenals die van de VU geacrediteerd.
Die opleidingen zijn echter algemeen, dus niet aan een bepaald geloof (zoals één van de christelijke als het protestantse of één van de boeddhistische geloven) gekoppeld.
Zie de lijst van geaccrediteerde opleidingen van de Stichting Kwaliteitsregister Geestelijk Verzorgers, hier en hier. Die hebben waarschijnlijk de toekomst in het veld van de geestelijke zorg, zie het artikel hieronder.
Wel weten de meeste huidige in de zorg werkzame geestelijk verzorgers of sociale raadslieden) er worden diverse termen voor het beroep gebruikt) te weinig van het boeddhisme.
Want natuurlijk zijn er clienten en patienten in de zorginstellingen die boeddhist zijn of in ieder geval graag vanuit het boeddhisme steun willen ontvangen.
Daar is echter iets anders, iets aanmerkelijk sneller dan een complete boeddhistische VU-opleiding voor mogelijk, die door haar contract met de Boeddhistisch Zendende Instantie (BZI) ook nog eens suggereert daar een monopolie op te hebben.
Voorzover een zendende instantie nog belangrijk is in de zorgsector, is de BZI zeker - in de toekomst - niet de enig mogelijke vanuit de boeddhistische gemeenschap. De BZI staat sterk onder invloed van de Dienst Geestelijke Verzorging van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Te sterk, meen ik, daar zal ook de evaluatie door het KASKI niets aan veranderen. In een eerdere blog heb ik al beschreven dat er ook andere boeddhistische ´zenders´ zoals verenigde boeddhistische leraren kunnen komen.
Maar de meeste boeddhisten in Nederland zijn ongeorganiseerd en ongebonden, dus waarom ook de boeddhistisch geestelijk verzorgers niet?
Belangrijker dat het zenden is de kennis van het boeddhisme door geestelijk verzorgers, ´kennis´ van binnen uit, door het zelf beoefend te hebben en nog te beoefenen, al dan niet gecombineerd met het beoefenen van andere levensbeschouwingen
Met dat doel stel ik het volgende voor, aan de diverse reeds geaccrediteerde opleidingen voor geestelijk verzorgers:
Organiseer een geaccrediteerde nascholing boeddhisme
Een nascholing zoals bedoeld voor het in het veld werkzame geestelijk verzorgers / raadslieden.
Zie voor die accreditatie hier en hier .
Het is niet mijn deskundigheid en niet mijn taak hier als blogger gedetailleerd te beschrijven waar zo´n nascholing uit zou moeten bestaan.
Naast kennis van (de beoefening van) de diverse tradities denk ik wat betreft het boeddhistische in de geestelijke verzorging zelf aan het in oktober te verschijnen handboek
´Arts of Contemplative Care
Pioneering Voices in Buddhist Chaplaincy and Pastoral Work´ Zie hier
Passages uit een artikel uit het Nederlands Dagblad van 6 juli 2012 ( Bron ) :
“Het is een trend in zorginstellingen algemeen geestelijk verzorgers (gv'ers) te benoemen in plaats van door de kerk gezonden geestelijk verzorgers.
Dat zegt stafmedewerker Christien den Draak van de Vereniging van Geestelijke Verzorgers in Zorginstellingen (VGVZ) naar aanleiding van het bericht dat het Deventer Ziekenhuis haar geestelijke verzorging een 'bredere invulling' wil geven.
Eerder al vertrok een rooms-katholieke gv'er; nu heeft zijn protestantse collega - ds. Johan Weijenberg - een beroep aangenomen naar een gemeente. Voor hem wordt een algemeen verzorger gezocht, waardoor de kerkelijke presentie binnen de geestelijke verzorging in het ziekenhuis is verdwenen. 'Er zijn zo veel geloofs-smaken, dat wij menen dat een bredere geestelijke verzorging nodig is. Breder dan het werkveld voor een rooms-katholieke pastor of een predikant', licht een woordvoerder van het Deventer Ziekenhuis toe.
Volgens Den Draak heeft de trend om algemeen gv'ers te benoemen te maken met de nieuwe opleidingen voor geestelijke verzorging die zijn gekomen aan de universiteiten in Groningen,
Utrecht, Nijmegen en Amsterdam. 'Deze opleidingen leveren steeds meer mensen af. Zij hebben een brede religiewetenschappelijke basis gekregen, met een op geestelijke verzorging toegespitste master. Het is logisch dat de zorginstellingen deze gekwalificeerde mensen willen binnenhalen.'
...
De klassieke theologieopleidingen leveren steeds minder geestelijk verzorgers af. Den Draak schat zo'n tien per jaar. Dat aantal is in de loop der jaren flink afgenomen. Nu nog zijn de meeste geestelijke verzorgers door een kerk of het Humanistisch Verbond uitgezonden, zeker 750 van de 850 leden van de VVGZ, vertelt de stafmedewerkster. 'Maar het aantal niet-gezonden geestelijk-verzorgers neemt zeker toe.'
Het begrip algemeen verzorger wil overigens niet zeggen dat deze persoon niet gelovig zou zijn.
'Zeker niet, in de meeste gevallen is het iemand met een rooms-katholieke of protestantse achtergrond', aldus Den Draak.
De VGVZ-medewerkster merkt wel dat bij het besluit om algemeen gv'ers aan te stellen een vooroordeel kan meespelen. 'Een directie denkt dan dat een predikant er alleen is voor ziekenhuispatiënten die naar de kerk gaan. Dat is een misverstand. Een theologisch opgeleide geestelijk verzorgers met een kerkelijke binding is er voor iedereen.'
.... “
Ten onrechte. Er zijn diverse opleiding voor geestelijk verzorger, evenals die van de VU geacrediteerd.
Die opleidingen zijn echter algemeen, dus niet aan een bepaald geloof (zoals één van de christelijke als het protestantse of één van de boeddhistische geloven) gekoppeld.
Zie de lijst van geaccrediteerde opleidingen van de Stichting Kwaliteitsregister Geestelijk Verzorgers, hier en hier. Die hebben waarschijnlijk de toekomst in het veld van de geestelijke zorg, zie het artikel hieronder.
Wel weten de meeste huidige in de zorg werkzame geestelijk verzorgers of sociale raadslieden) er worden diverse termen voor het beroep gebruikt) te weinig van het boeddhisme.
Want natuurlijk zijn er clienten en patienten in de zorginstellingen die boeddhist zijn of in ieder geval graag vanuit het boeddhisme steun willen ontvangen.
Daar is echter iets anders, iets aanmerkelijk sneller dan een complete boeddhistische VU-opleiding voor mogelijk, die door haar contract met de Boeddhistisch Zendende Instantie (BZI) ook nog eens suggereert daar een monopolie op te hebben.
Voorzover een zendende instantie nog belangrijk is in de zorgsector, is de BZI zeker - in de toekomst - niet de enig mogelijke vanuit de boeddhistische gemeenschap. De BZI staat sterk onder invloed van de Dienst Geestelijke Verzorging van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Te sterk, meen ik, daar zal ook de evaluatie door het KASKI niets aan veranderen. In een eerdere blog heb ik al beschreven dat er ook andere boeddhistische ´zenders´ zoals verenigde boeddhistische leraren kunnen komen.
Maar de meeste boeddhisten in Nederland zijn ongeorganiseerd en ongebonden, dus waarom ook de boeddhistisch geestelijk verzorgers niet?
Belangrijker dat het zenden is de kennis van het boeddhisme door geestelijk verzorgers, ´kennis´ van binnen uit, door het zelf beoefend te hebben en nog te beoefenen, al dan niet gecombineerd met het beoefenen van andere levensbeschouwingen
Met dat doel stel ik het volgende voor, aan de diverse reeds geaccrediteerde opleidingen voor geestelijk verzorgers:
Organiseer een geaccrediteerde nascholing boeddhisme
Een nascholing zoals bedoeld voor het in het veld werkzame geestelijk verzorgers / raadslieden.
Zie voor die accreditatie hier en hier .
Het is niet mijn deskundigheid en niet mijn taak hier als blogger gedetailleerd te beschrijven waar zo´n nascholing uit zou moeten bestaan.
Naast kennis van (de beoefening van) de diverse tradities denk ik wat betreft het boeddhistische in de geestelijke verzorging zelf aan het in oktober te verschijnen handboek
´Arts of Contemplative Care
Pioneering Voices in Buddhist Chaplaincy and Pastoral Work´ Zie hier
Passages uit een artikel uit het Nederlands Dagblad van 6 juli 2012 ( Bron ) :
“Het is een trend in zorginstellingen algemeen geestelijk verzorgers (gv'ers) te benoemen in plaats van door de kerk gezonden geestelijk verzorgers.
Dat zegt stafmedewerker Christien den Draak van de Vereniging van Geestelijke Verzorgers in Zorginstellingen (VGVZ) naar aanleiding van het bericht dat het Deventer Ziekenhuis haar geestelijke verzorging een 'bredere invulling' wil geven.
Eerder al vertrok een rooms-katholieke gv'er; nu heeft zijn protestantse collega - ds. Johan Weijenberg - een beroep aangenomen naar een gemeente. Voor hem wordt een algemeen verzorger gezocht, waardoor de kerkelijke presentie binnen de geestelijke verzorging in het ziekenhuis is verdwenen. 'Er zijn zo veel geloofs-smaken, dat wij menen dat een bredere geestelijke verzorging nodig is. Breder dan het werkveld voor een rooms-katholieke pastor of een predikant', licht een woordvoerder van het Deventer Ziekenhuis toe.
Volgens Den Draak heeft de trend om algemeen gv'ers te benoemen te maken met de nieuwe opleidingen voor geestelijke verzorging die zijn gekomen aan de universiteiten in Groningen,
Utrecht, Nijmegen en Amsterdam. 'Deze opleidingen leveren steeds meer mensen af. Zij hebben een brede religiewetenschappelijke basis gekregen, met een op geestelijke verzorging toegespitste master. Het is logisch dat de zorginstellingen deze gekwalificeerde mensen willen binnenhalen.'
...
De klassieke theologieopleidingen leveren steeds minder geestelijk verzorgers af. Den Draak schat zo'n tien per jaar. Dat aantal is in de loop der jaren flink afgenomen. Nu nog zijn de meeste geestelijke verzorgers door een kerk of het Humanistisch Verbond uitgezonden, zeker 750 van de 850 leden van de VVGZ, vertelt de stafmedewerkster. 'Maar het aantal niet-gezonden geestelijk-verzorgers neemt zeker toe.'
Het begrip algemeen verzorger wil overigens niet zeggen dat deze persoon niet gelovig zou zijn.
'Zeker niet, in de meeste gevallen is het iemand met een rooms-katholieke of protestantse achtergrond', aldus Den Draak.
De VGVZ-medewerkster merkt wel dat bij het besluit om algemeen gv'ers aan te stellen een vooroordeel kan meespelen. 'Een directie denkt dan dat een predikant er alleen is voor ziekenhuispatiënten die naar de kerk gaan. Dat is een misverstand. Een theologisch opgeleide geestelijk verzorgers met een kerkelijke binding is er voor iedereen.'
.... “
vrijdag 6 april 2012
Medevreugde (mudita), een minder bekende Brahmavihara meditatie
Veel is geschreven over de vier Brahmavihara’s, verheven toestanden letterlijk, maar ook methoden in de verdere beoefening van het boeddhistische pad.
In het Pali worden ze respectievelijk metta, karuna, mudita en upekkha genoemd, in het
Nederlands meestal liefdevolle vriendelijkheid, compassie, medevreugde en gelijkmoedigheid.
In november schreef ik over (boeken over) de eerste twee en dan met name over metta:
Nu dan medevreugde een onbegrijpelijk (hoewel u het na het lezen van deze tekst misschien wel wat beter begrijpt: het is moeilijkier dan ik dacht) weinig genoemde en beoefende Brahmavihara.
Het meest bijzondere van mudita is dat het de gemoedstoestand ‘vreugde’ betreft; het boeddhisme, en zeker de Theravada waar de Brahmavihara’s in beoefend worden, staat niet als frivool bekend, eerder als ernstig, als het lijden benadrukkend.
Toch gaat het nadrukkelijk wel om ‘vreugde’; in het Pali zijn daar (minstens) twee woorden voor:
‘Sukha’ is een aangenaam gevoel: plezierig, vreugdevol (inderdaad, het pendant van ‘dukkha’); en:
‘Piti’: is niet een gevoel of gewaarwording , maar kan beschreven worden als 'vreugdevolle interesse' (zie hier) ‘Piti’ is ook één van de zeven factoren van Ontwaken (evenals trouwens ‘upekkha’, de vierde Brahmavihara).
Overigens wordt in veel Engelstalige literatuur de termen happy of happiness in dit verband gebruikt, ‘geluk’ dus in het Nederlands. Die term wil ik liever vermijden omdat het makkelijk iets permanents suggereert, zoals ik heb benadrukt in een eerdere blog.
‘Medevreugde’ wordt algemeen als adekwate vertaling van ´mudita´ beschouwt. In het Engels is het kennelijk iets lastiger. Leigh Brasington geeft de voorkeur aan "appreciative joy" dus “waarderende vreugde” boven de meestal gebruikte vertalingen van het Pali-woord als sympathetic joy, empathetic joy of joy at the good fortune of others. Zijn toelichting hierop: “The later commentaries indicate that one always feels mudita for others - but the suttas indicate that one does all 4 Brahma Vihara practices for oneself as well as others. Thus ‘appreciative joy’ more closely captures this emotion.”
Voor de achtergrond van deze opmerking (waar ook Salzberg aan refereert): zie het citaat uit de Visuddhimagga aan het eind van deze blog.
‘Vreugde’ dus. Het merkwaardige en m.i. jammere is alleen dat in een aantal van de teksten over mudita helemaal niet zoveel vreugde te merken is.
Laat ik beginnen met een van de weinige in het Nederlands vertaalde boeken die er over gaan:
In Liefdevolle vriendelijkheid - Een ander perspectief op geluk door Sharon Salzberg gaat hoofdstuk 8 over medevreugde
Bij dit boek vallen mij nog een paar andere zaken op:
- Salzberg zegt (op pagina 30) dat de andere drie verheven verblijfplaatsen – mededogen, medevreugde en gelijkmoedigheid - voort komen uit metta, dat deze gemoedstoestanden ondersteunt en uitbreidt. Dit lijkt mij onjuist, er is in de Pali Canon ook geen aanwijzing voor deze stelling. Er is zeker enige overeenkomst en verband tussen de vier, maar het gaat om afzonderlijk te beoefenen Brahamavihara’s, in de volgorde waarin ze steeds genoemd worden.
Overigens: op pagina 145 relativeert ze zelf wel deze eenzijdige kijk .
- Als het gaat om formele meditatie dan komt de vreugde van de ander (en ook die van mezelf) helemaal niet aan de orde. In feite zijn de teksten die men tijdens de meditatie voortdurend uit kan spreken kleine variaties op die van de veel meer beoefende metta-meditatie: moge ...gelukkig zijn etc.
Iets vergelijkbaars valt te zeggen van Het hart van de revolutie door Noah Levine waarvan het 11e hoofdstuk over medevreugde gaat. Hij differentieert de uit te spreken meditatie-zinnen meer dan Salzberg doet.
Hoewel m’n eigen ervaring met mudita-meditatie zeer beperkt is, vind ik de voorgestelde zinnen in deze teksten zeer waardevol en bruikbaar.
Over achtereenvolgens iemand waarmee ik een goede relatie (een vriend of - in de klassieke terminologie - een weldoener), een neutraal persoon, een vijand, en alle levende wezens (in alle richtingen van de wereld) wordt bij herhaling de wens geformuleerd:
Moge deze vreugde die je hebt, doorgaan en groeien.
Moge je succesvol zijn en gewaardeerd worden.
Guy Armstrong (zie onder) gebruikt de woorden: ‘May your happiness and good fortune continue and increase'.
Gil Fronsdal (zie onder) benadrukt dat het gaat om delen (sharing, zegt hij) van vreugde. Je bent vrij woorden en vreugdevolle situaties te kiezen: wat maar werkt, gebruik je imagination. Begin je meditatie om in te zoomen op het verschijnsel ‘vreugde’, ga niet gelijk (‘formeel’) mediteren. Kies daarna frasen in vorm van intentie en wens, kies welke in je op komt bij deze persoon, zoals ‘may your joy continue' of ‘may your success continue'.
Ajahn Viradhammo (zie onder) benadrukt niet te sterk aan allerlei eigenschappen van een concrete persoon te denken maar aan je gevoel bij (de vreugde van) die persoon. En dan een frase als ‘may your joy continue'; en probeer je positieve empathie voor die persoon voor te stellen.
Opvallend vind ik de mededeling van Salzberg (die ik ook elders heb gelezen): “Traditioneel wordt medevreugde beoefend door het meeleven met anderen en niet ten opzichte van onzelf”; gelukkig vervolgt ze met “Wat essentieel is om ten opzichte van onzelf te ontwikkelen, is het vermogen om zich te verheugen en dankbaar te zijn.”(pagina 14) Goed gezegd, vind ik.
Levine laat de meditatie wel met de meditator zelf beginnen:
Moge ik de vreugde gaan waarderen die ik ervaar, zonder er aan te hechten.
Moge de vreugde die ik ervaar, continueren en groeien.
Moge ik vervuld zijn van dankbaarheid.
Gezien de diverse (Engelstalige) teksten die ik over mudita gelezen heb, zijn dit min of meer de standaard-teksten uit de Theravada-traditie, maar het merkwaardige is dat steeds de dubbele vreugde (van de persoon waaraan ik denk èn van mezelf) in de zinnetjes ontbreekt.
Verder moet ik zeggen dat ik daar iets vrijblijvends in vind zitten. Medevreugde beoefenen is voor mij pas echt van waarde, zeker als het gaat om de zo makkelijk optredende steken van jalouzie onder ogen te zien, als ik me echt de vreugde van een ander probeer voor te stellen; het succes, de welvarendheid, de vele (internet)volgers, het geslaagde gezin, de gepubliceerde boeken etc. In abstracte zin hopen dat alle levende wezens hun geluk en voorspoed mogen continueren is vergeleken daarmee tamelijk makkelijk. Daarentegen lees ik in diverse bronnen: ze werken wel, deze muditatie-meditatie maakt wel dat echte medevreugde ontstaat.
Omdat bovendien voor de meditatie wel concentratie vereist is (minstens wat meestal genoemd wordt ´toegangsconcentratie´), en denken en meditatieve concentratie maar beperkt samengaan, is volgens mij een meervoudige beoefening gewenst.
(1) Medevreugde beoefenen in het dagelijks leven is steeds mogelijk,
de moeilijkheid (voor mij) is dat het zo makkelijk door oordelen
wordt vertroebeld over over het geringe spirituele karakter van
de vreugde waarvoor dan medevreugde gevraagd wordt.
(2) Beoefening in de vorm van formele meditatie, waarvoor dan
gestandaardiseerde teksten als die van Salzberg, Levine en
anderen (zie verdere bronnen hieronder) gehanteerd kunnen worden.
(3) Contemplatie op de medevreugde, waarbij het woord ´contemplatie´
- los van de katholieke kontekst - omschreven kan worden als
´diep denken' over een samenhangende betrekkelijk korte tekst.
Een mooie contemplatie vind ik die van de monnik Nyanaponika (zie hieronder).
Wat betreft het in de eerste vorm genoemde probleem van het oordelen. Natuurlijk zijn er allerlei vormen van uiten van vreugde of redenen tot vreugde die niet mijn morele toets doorstaan, bijvoorbeeld als het om materiële of andere niet-spirituele vreugde gaat of er ordinair uiting aan wordt gegeven. Als extreme vorm wordt wel genoemd: sadistische vreugde, daar kan je toch geen mudita bij hebben, daar past eerder karuna (compassie)? Deze combinatie en balans tussen mudita en karuna lijkt me een goed onderwerp voor contemplatie maar de twijfel of de vreugde wel spiritueel genoeg is, moet me niet weerhouden, medevreugde te beoefenen. Zie hiervoor ook het citaat uit Nyanaponika hieronder.
De huidige mudita-meditatie wordt nog sterk beinvloed door de opvattingen van de vormgever van het Theravada-boeddhisme, Buddhaghosa. Wat ik vooral problematisch vind is zijn opvatting over de ‘nabije vijand’ van medevreugde (dat is een soort schijnbare vriend in deze orthodoxie). “Wanneer we uitbundig blij zijn om de materiële welvaart van een ander, dan is dat de naaste vijand van medelevende vreugde. Bijvoorbeeld als een vriend een prijs in de lotto heeft gewonnen of hij heeft een nieuwe stereo-installatie gekocht, dan delen we vaak in die vreugde. Maar dit is geen medelevende vreugde, omdat we in feite delen in de bevrediging van hebzucht of gehechtheid." (Manjuvajra, pagina 15). Letterlijk noemt Buddhaghosa ‘home life’ als de ‘near enemy’; zie het citaat uit zijn Visuddhimagga onderaan deze blog.
Ik vind daarvan: ik weet ook wel dat dit soort aanleidingen van vreugde onheilzaam zijn, en natuurlijk is al het (niet-spiritueel) succes betekenisloos; maar concentreer je nu een keer op medevreugde als je eigen gemoedstoestand, en niet op ethische opvattingen ten aanzien van anderen (dat komt wel weer aan de beurt).
Nog iets anders valt mij in het hoofdstuk 8 van Sharon Salzberg’s boek op:
Er komt zo weinig vreugde in voor!
Bijna alle tussenkopjes zijn tobberig van aard: beoordeling, vergelijken, vooringenomenheid, kleineren, afgunst, hebzucht, verveling.
Het psychologische proces van hoe vreugde bij de ander (bv een glimlach) zien vreugde op kan roepen komt niet aan de orde.
Wat in geen van de teksten voorkomt is een verwijzing naar bevindingen in recente neurowetenschap over het bestaan en functioneren van ‘spiegel neuronen'.
Medevreugde kan deels ontstaan omdat ik wil dat het ontstaat, maar deels is het ook een proces van empathie, ontstaan door het nog niet goed begrepen functioneren van deze neuronen. Datzelfde geldt trouwens compassie, de tweede van de Brahmavihara’s: ik lijd omdat (en doordat) jij lijdt.
Over spiegelneuronen zie de Nederlandse en de meer uitgebreide Engelse wikipedia.
========================================================================
Vindplaatsen van de Brahmavihara in de oude teksten.
Hoewel ze ook in het Mahayana worden beoefend, is de bron van de beoefening te vinden in de Pali Canon. In diverse sutta´s worden de Brahmavihara´s genoemd, meestal als viertal, soms alleen de metta zoals in de bekende Metta Sutta.
Wat betreft de verhouding Mahayana - Theravada: ik las onlangs de stelling van een boeddholoog dat in de Theravada vooral de metta (liefdevolle vriendelijkheid) wordt beoefend en in Mahayana vooral de karuna (compassie). Ik weet niet of dat echt zo is en hoe dat geïnterpreteerd moet worden (laten we dat ook maar niet proberen); maar: al is het niet waar, het is mooi gevonden.
Het meest uitgebreid komen de vier Brahmavihara’s aan de orde in het Tevijja-Sutta, de 13e van de Digha-Nikaya (Nederlands: De verzameling van lange leerredes).
Over mudita, in de vertaling van de Breet en Janssen:
“Met een geest vervuld van medevreugde doordringt hij zo lang als mogelijk één winstreek, evenzo de tweede, de derde en de vierde. Aldus doordringt hij zo lang als mogelijk de hele wereld overal, alom, naar boven, naar beneden en horizontaal met een geest vervuld van medevreugde, wijds, groots, onmetelijk, vrij van haat en vrij van boosaardigheid.”
Wat hier opvalt dat de medevreugde niet concreet gericht wordt op een persoon of personen
Wat ook opvalt als men de sutta’s vergelijkt waarin de Brahamavihara’s genoemd worden, dat het ultieme resultaat van (langdurig) in een verheven staat zoals ‘medevreugde’ verblijven, niet steeds dezelfde is. Soms is complete verlichting (‘ontwaken’ is een betere term) het resultaat en soms een van de grote stappen in dit pad. Duidelijk is wel dat het de bedoeling dat ze alle vier beoefend worden en dat het bepaald om meer gaat dan alleen maar een goed gevoel krijgen: het gaat om transformaties.
Andere plaatsen in de Pali Canon waarin ze voorkomen (met dank aan m’n vrienden van de Leidse leesgroep boeddhistische teksten):
Majjhima-Nikaya (De verzameling van middellange leerredes): MN 7, MN 40, MN 62, MN 99.
Digha-Nikaya 19.
Anguttara-Nikaya 10 208 Brahmavihara Sutta: The Sublime Attitudes (geen Nederlandse vertaling)
Internet-bronnen
Talks en guided meditations (alles Engelstalig)
In volgorde van veel naar weinig enthousiasme (vreugde) bij mij oproepend:
http://www.audiodharma.org/talks/audio_player/1665.html
Dharma talk door Anushka Fernandopulle
http://www.dharmaseed.org/teacher/86/talk/9580/James Baraz's Dharma Talks
http://www.dharmaseed.org/teacher/79/talk/3841/
Mudita Guided Meditation, Guy Armstrong
http://www.audiodharma.org/series/1/talk/2822/
Serie guided meditations door Gil Fronsdal.
Vooral daarvan de weergave van Day 2: Part 1; de andere delen zijn overwegend talks.
http://diydharma.org/audio/by/title/mudita_intro_and_guided_meditation
Ajahn Viradhammo
http://www.youtube.com/watch?v=JPIIWNfUSPs
Deel 1 van guided medition door Bhante Buddharakita
De delen 2 t/m 5 zijn via de pagina van deel 1 op te roepen.
Teksten over mudita
Naast de betreffende hoofdstukken uit de boeken van Salzberg en Levine ken ik nog één andere Nederlandse tekst: De 4 Brahma Vihara's, door Manjuvajra, uitgegeven door ‘De drie Juwelen’, onderdeel van de Triratna-beweging (zie hier).
Verder een paar Engelstalige teksten die ik het interessantst vind:
http://vipassana.com/meditation/four_sublime_states_part2.php
Deel 3 van deze ‘Contemplation’ van Nyanaponika Thera over mudita
http://charlottebellyoga.com/mudita.html van Charlotte Belly
www.buddhanet.net/brahmaviharas/bvd087.htm van Mahasi Sayadaw (die van de vipassana-meditatie)
http://www.leighb.com/jhnbrmvhr.htm van Lloyd Burton en Leigh Brasington
http://vipassana.com/meditation/four_sublime_states_part2.php
In de laatste paragraaf van deze tekst geeft Nyanaponika Thera een beschouwing over de relaties tussen de vier Brahmavihara metta (love), karuna (compassion), mudita (sympathetic joy) en upekha (equanimity)
Ik citeer daaruit die passages waarin ‘sympathetic joy’ genoemd wordt. Interessant is dat Nyanaponika benadrukt dat de vier Brahaviharas elkaar niet alleen aanvullen maar soms ook (moeten) corrigeren.
Weliswaar is er sprake van een oplopende reeks (van een hierarchie) tussen de vier, met gelijkmoedigheid als culminatie, maar ook moet gezorgd worden voor het verkrijgen van een balans tussen de vier verheven ‘staten’.
The Inter-relations of the Four Sublime States
How, then, do these four sublime states pervade and suffuse each other?
...
Compassion prevents love and sympathetic joy from forgetting that, while both are enjoying or giving temporary and limited happiness, there still exist at that time most dreadful states of suffering in the world. It reminds them that their happiness coexists with measureless misery, perhaps at the next doorstep. It is a reminder to love and sympathetic joy that there is more suffering in the world than they are able to mitigate; that, after the effect of such mitigation has vanished, sorrow and pain are sure to arise anew until suffering is uprooted entirely at the attainment of Nibbana. Compassion does not allow that love and sympathetic joy shut themselves up against the wide world by confining themselves to a narrow sector of it. Compassion prevents love and sympathetic joy from turning into states of self-satisfied complacency within a jealously-guarded petty happiness. Compassion stirs and urges love to widen its sphere; it stirs and urges sympathetic joy to search for fresh nourishment. Thus it helps both of them to grow into truly boundless states (appamanna).
Compassion guards equanimity from falling into a cold indifference, and keeps it from indolent or selfish isolation. Until equanimity has reached perfection, compassion urges it to enter again and again the battle of the world, in order to be able to stand the test, by hardening and strengthening itself.
Sympathetic joy holds compassion back from becoming overwhelmed by the sight of the world's suffering, from being absorbed by it to the exclusion of everything else. Sympathetic joy relieves the tension of mind, soothes the painful burning of the compassionate heart. It keeps compassion away from melancholic brooding without purpose, from a futile sentimentality that merely weakens and consumes the strength of mind and heart. Sympathetic joy develops compassion into active sympathy.
Sympathetic joy gives to equanimity the mild serenity that softens its stern appearance. It is the divine smile on the face of the Enlightened One, a smile that persists in spite of his deep knowledge of the world's suffering, a smile that gives solace and hope, fearlessness and confidence: "Wide open are the doors to deliverance," thus it speaks.
Equanimity rooted in insight is the guiding and restraining power for the other three sublime states. It points out to them the direction they have to take, and sees to it that this direction is followed. Equanimity guards love and compassion from being dissipated in vain quests and from going astray in the labyrinths of uncontrolled emotion. Equanimity, being a vigilant self-control for the sake of the final goal, does not allow sympathetic joy to rest content with humble results, forgetting the real aims we have to strive for.
.....
========================================================================
Passages over ‘mudita’ in de Path of Purification (Visuddhimagga) door Ven. Buddhaghosa
Deze tekst uit de 5e of 6 eeuw is grondleggend voor het Theravada-boeddhismen en dus ook voor beoefeningen zoals de Brahmavihara-meditaties.
Nog veel van deze klassieke tekst is terug te vinden in opvattingen van hedendaagse leraren.
Niet ten onrechte, vind ik, maar wel moet bedacht worden dat het hier gaat om aanbevelingen aan celibatair moeten levende (jonge) monniken in een andere tijd en andere cultuur dan de onze.
[(3) GLADNESS]
84. One who begins the development of gladness (10) should not start with the dear person and the rest; for a dear person is not the proximate cause of gladness merely in virtue of dearness, how much less the neutral and the hostile person.
One of the opposite sex and one who is dead are also not the field for it.
85. However, the very dear companion can be the proximate cause for it—one who in the commentaries is called a “boon companion,” for he is constantly glad: he laughs first and speaks afterwards. So he should be the first to be pervaded with gladness. Or on seeing or hearing about a dear person being happy, cheerful and glad, gladness can be aroused thus: “This being is indeed glad. How good, how excellent!” For this is what is referred to in the Vibhaòga:
“And how does a bhikkhu dwell pervading one direction with his heart endued with gladness? Just as he would be glad on seeing a dear and beloved person, so he pervades all beings with gladness” (Vibh 274).
86. But if his boon companion or the dear person was happy in the past but is now unlucky and unfortunate, then gladness can still be aroused by remembering his past happiness and apprehending the glad aspect in this way: “In the past he had great wealth, a great following and he was always glad.” Or gladness can be aroused by apprehending the future glad aspect in him in this way: “In the future he will again enjoy similar success and will go about in gold palanquins, on the backs of elephants or on horseback, and so on.”
Having thus aroused gladness with respect to a dear person, he can then direct it successively towards a neutral one, and after that towards a hostile one.
87. But if resentment towards the hostile one arises in him in the way already described, he should make it subside in the same way as described under lovingkindness (§§14–39). .
He should break down the barriers by means of mental impartiality towards the four, that is, towards these three and himself. And by cultivating that sign, developing and repeatedly practicing it, he should increase the absorption to triple and quadruple jhána in the way already stated under loving-kindness.
Next, the versatility consisting in unspecified pervasion in five ways, specified pervasion in seven ways, and directional pervasion in ten ways, and also the advantages described as “He sleeps in comfort,” etc., should be understood in the same way as stated under loving-kindness.
This is the detailed explanation of the development of gladness.
Note 10. Muditá—“gladness” as one of the divine abidings is always in the sense of gladness at others’ success. Sometimes rendered as “altruistic joy” and “sympathetic gladness.”
.....
“100. Gladness has joy based on the home life as its near enemy, since both share in seeing success. Such joy has been described in the way beginning, “When a man either regards as gain the obtaining of visible objects cognizable by the eye that are sought … and associated with worldliness, or recalls those formerly obtained that are past, ceased, and changed, then joy arises in him. Such joy as this is called joy based on the home life” (M III 217). And aversion (boredom), which is dissimilar to the similar joy, is its far enemy. So gladness should be practiced free from fear of that; for it is not possible to practice gladness and be discontented with remote abodes and things connected with the higher profitableness simultaneously.”
Voor de echte diehards:
De hele Visuddhimagga (ruim 800 pagina’s) is hier in Engelse vertaling te lezen.
In het Pali worden ze respectievelijk metta, karuna, mudita en upekkha genoemd, in het
Nederlands meestal liefdevolle vriendelijkheid, compassie, medevreugde en gelijkmoedigheid.
In november schreef ik over (boeken over) de eerste twee en dan met name over metta:
Nu dan medevreugde een onbegrijpelijk (hoewel u het na het lezen van deze tekst misschien wel wat beter begrijpt: het is moeilijkier dan ik dacht) weinig genoemde en beoefende Brahmavihara.
Het meest bijzondere van mudita is dat het de gemoedstoestand ‘vreugde’ betreft; het boeddhisme, en zeker de Theravada waar de Brahmavihara’s in beoefend worden, staat niet als frivool bekend, eerder als ernstig, als het lijden benadrukkend.
Toch gaat het nadrukkelijk wel om ‘vreugde’; in het Pali zijn daar (minstens) twee woorden voor:
‘Sukha’ is een aangenaam gevoel: plezierig, vreugdevol (inderdaad, het pendant van ‘dukkha’); en:
‘Piti’: is niet een gevoel of gewaarwording , maar kan beschreven worden als 'vreugdevolle interesse' (zie hier) ‘Piti’ is ook één van de zeven factoren van Ontwaken (evenals trouwens ‘upekkha’, de vierde Brahmavihara).
Overigens wordt in veel Engelstalige literatuur de termen happy of happiness in dit verband gebruikt, ‘geluk’ dus in het Nederlands. Die term wil ik liever vermijden omdat het makkelijk iets permanents suggereert, zoals ik heb benadrukt in een eerdere blog.
‘Medevreugde’ wordt algemeen als adekwate vertaling van ´mudita´ beschouwt. In het Engels is het kennelijk iets lastiger. Leigh Brasington geeft de voorkeur aan "appreciative joy" dus “waarderende vreugde” boven de meestal gebruikte vertalingen van het Pali-woord als sympathetic joy, empathetic joy of joy at the good fortune of others. Zijn toelichting hierop: “The later commentaries indicate that one always feels mudita for others - but the suttas indicate that one does all 4 Brahma Vihara practices for oneself as well as others. Thus ‘appreciative joy’ more closely captures this emotion.”
Voor de achtergrond van deze opmerking (waar ook Salzberg aan refereert): zie het citaat uit de Visuddhimagga aan het eind van deze blog.
‘Vreugde’ dus. Het merkwaardige en m.i. jammere is alleen dat in een aantal van de teksten over mudita helemaal niet zoveel vreugde te merken is.
Laat ik beginnen met een van de weinige in het Nederlands vertaalde boeken die er over gaan:
In Liefdevolle vriendelijkheid - Een ander perspectief op geluk door Sharon Salzberg gaat hoofdstuk 8 over medevreugde
Bij dit boek vallen mij nog een paar andere zaken op:
- Salzberg zegt (op pagina 30) dat de andere drie verheven verblijfplaatsen – mededogen, medevreugde en gelijkmoedigheid - voort komen uit metta, dat deze gemoedstoestanden ondersteunt en uitbreidt. Dit lijkt mij onjuist, er is in de Pali Canon ook geen aanwijzing voor deze stelling. Er is zeker enige overeenkomst en verband tussen de vier, maar het gaat om afzonderlijk te beoefenen Brahamavihara’s, in de volgorde waarin ze steeds genoemd worden.
Overigens: op pagina 145 relativeert ze zelf wel deze eenzijdige kijk .
- Als het gaat om formele meditatie dan komt de vreugde van de ander (en ook die van mezelf) helemaal niet aan de orde. In feite zijn de teksten die men tijdens de meditatie voortdurend uit kan spreken kleine variaties op die van de veel meer beoefende metta-meditatie: moge ...gelukkig zijn etc.
Iets vergelijkbaars valt te zeggen van Het hart van de revolutie door Noah Levine waarvan het 11e hoofdstuk over medevreugde gaat. Hij differentieert de uit te spreken meditatie-zinnen meer dan Salzberg doet.
Hoewel m’n eigen ervaring met mudita-meditatie zeer beperkt is, vind ik de voorgestelde zinnen in deze teksten zeer waardevol en bruikbaar.
Over achtereenvolgens iemand waarmee ik een goede relatie (een vriend of - in de klassieke terminologie - een weldoener), een neutraal persoon, een vijand, en alle levende wezens (in alle richtingen van de wereld) wordt bij herhaling de wens geformuleerd:
Moge deze vreugde die je hebt, doorgaan en groeien.
Moge je succesvol zijn en gewaardeerd worden.
Guy Armstrong (zie onder) gebruikt de woorden: ‘May your happiness and good fortune continue and increase'.
Gil Fronsdal (zie onder) benadrukt dat het gaat om delen (sharing, zegt hij) van vreugde. Je bent vrij woorden en vreugdevolle situaties te kiezen: wat maar werkt, gebruik je imagination. Begin je meditatie om in te zoomen op het verschijnsel ‘vreugde’, ga niet gelijk (‘formeel’) mediteren. Kies daarna frasen in vorm van intentie en wens, kies welke in je op komt bij deze persoon, zoals ‘may your joy continue' of ‘may your success continue'.
Ajahn Viradhammo (zie onder) benadrukt niet te sterk aan allerlei eigenschappen van een concrete persoon te denken maar aan je gevoel bij (de vreugde van) die persoon. En dan een frase als ‘may your joy continue'; en probeer je positieve empathie voor die persoon voor te stellen.
Opvallend vind ik de mededeling van Salzberg (die ik ook elders heb gelezen): “Traditioneel wordt medevreugde beoefend door het meeleven met anderen en niet ten opzichte van onzelf”; gelukkig vervolgt ze met “Wat essentieel is om ten opzichte van onzelf te ontwikkelen, is het vermogen om zich te verheugen en dankbaar te zijn.”(pagina 14) Goed gezegd, vind ik.
Levine laat de meditatie wel met de meditator zelf beginnen:
Moge ik de vreugde gaan waarderen die ik ervaar, zonder er aan te hechten.
Moge de vreugde die ik ervaar, continueren en groeien.
Moge ik vervuld zijn van dankbaarheid.
Gezien de diverse (Engelstalige) teksten die ik over mudita gelezen heb, zijn dit min of meer de standaard-teksten uit de Theravada-traditie, maar het merkwaardige is dat steeds de dubbele vreugde (van de persoon waaraan ik denk èn van mezelf) in de zinnetjes ontbreekt.
Verder moet ik zeggen dat ik daar iets vrijblijvends in vind zitten. Medevreugde beoefenen is voor mij pas echt van waarde, zeker als het gaat om de zo makkelijk optredende steken van jalouzie onder ogen te zien, als ik me echt de vreugde van een ander probeer voor te stellen; het succes, de welvarendheid, de vele (internet)volgers, het geslaagde gezin, de gepubliceerde boeken etc. In abstracte zin hopen dat alle levende wezens hun geluk en voorspoed mogen continueren is vergeleken daarmee tamelijk makkelijk. Daarentegen lees ik in diverse bronnen: ze werken wel, deze muditatie-meditatie maakt wel dat echte medevreugde ontstaat.
Omdat bovendien voor de meditatie wel concentratie vereist is (minstens wat meestal genoemd wordt ´toegangsconcentratie´), en denken en meditatieve concentratie maar beperkt samengaan, is volgens mij een meervoudige beoefening gewenst.
(1) Medevreugde beoefenen in het dagelijks leven is steeds mogelijk,
de moeilijkheid (voor mij) is dat het zo makkelijk door oordelen
wordt vertroebeld over over het geringe spirituele karakter van
de vreugde waarvoor dan medevreugde gevraagd wordt.
(2) Beoefening in de vorm van formele meditatie, waarvoor dan
gestandaardiseerde teksten als die van Salzberg, Levine en
anderen (zie verdere bronnen hieronder) gehanteerd kunnen worden.
(3) Contemplatie op de medevreugde, waarbij het woord ´contemplatie´
- los van de katholieke kontekst - omschreven kan worden als
´diep denken' over een samenhangende betrekkelijk korte tekst.
Een mooie contemplatie vind ik die van de monnik Nyanaponika (zie hieronder).
Wat betreft het in de eerste vorm genoemde probleem van het oordelen. Natuurlijk zijn er allerlei vormen van uiten van vreugde of redenen tot vreugde die niet mijn morele toets doorstaan, bijvoorbeeld als het om materiële of andere niet-spirituele vreugde gaat of er ordinair uiting aan wordt gegeven. Als extreme vorm wordt wel genoemd: sadistische vreugde, daar kan je toch geen mudita bij hebben, daar past eerder karuna (compassie)? Deze combinatie en balans tussen mudita en karuna lijkt me een goed onderwerp voor contemplatie maar de twijfel of de vreugde wel spiritueel genoeg is, moet me niet weerhouden, medevreugde te beoefenen. Zie hiervoor ook het citaat uit Nyanaponika hieronder.
De huidige mudita-meditatie wordt nog sterk beinvloed door de opvattingen van de vormgever van het Theravada-boeddhisme, Buddhaghosa. Wat ik vooral problematisch vind is zijn opvatting over de ‘nabije vijand’ van medevreugde (dat is een soort schijnbare vriend in deze orthodoxie). “Wanneer we uitbundig blij zijn om de materiële welvaart van een ander, dan is dat de naaste vijand van medelevende vreugde. Bijvoorbeeld als een vriend een prijs in de lotto heeft gewonnen of hij heeft een nieuwe stereo-installatie gekocht, dan delen we vaak in die vreugde. Maar dit is geen medelevende vreugde, omdat we in feite delen in de bevrediging van hebzucht of gehechtheid." (Manjuvajra, pagina 15). Letterlijk noemt Buddhaghosa ‘home life’ als de ‘near enemy’; zie het citaat uit zijn Visuddhimagga onderaan deze blog.
Ik vind daarvan: ik weet ook wel dat dit soort aanleidingen van vreugde onheilzaam zijn, en natuurlijk is al het (niet-spiritueel) succes betekenisloos; maar concentreer je nu een keer op medevreugde als je eigen gemoedstoestand, en niet op ethische opvattingen ten aanzien van anderen (dat komt wel weer aan de beurt).
Nog iets anders valt mij in het hoofdstuk 8 van Sharon Salzberg’s boek op:
Er komt zo weinig vreugde in voor!
Bijna alle tussenkopjes zijn tobberig van aard: beoordeling, vergelijken, vooringenomenheid, kleineren, afgunst, hebzucht, verveling.
Het psychologische proces van hoe vreugde bij de ander (bv een glimlach) zien vreugde op kan roepen komt niet aan de orde.
Wat in geen van de teksten voorkomt is een verwijzing naar bevindingen in recente neurowetenschap over het bestaan en functioneren van ‘spiegel neuronen'.
Medevreugde kan deels ontstaan omdat ik wil dat het ontstaat, maar deels is het ook een proces van empathie, ontstaan door het nog niet goed begrepen functioneren van deze neuronen. Datzelfde geldt trouwens compassie, de tweede van de Brahmavihara’s: ik lijd omdat (en doordat) jij lijdt.
Over spiegelneuronen zie de Nederlandse en de meer uitgebreide Engelse wikipedia.
========================================================================
Vindplaatsen van de Brahmavihara in de oude teksten.
Hoewel ze ook in het Mahayana worden beoefend, is de bron van de beoefening te vinden in de Pali Canon. In diverse sutta´s worden de Brahmavihara´s genoemd, meestal als viertal, soms alleen de metta zoals in de bekende Metta Sutta.
Wat betreft de verhouding Mahayana - Theravada: ik las onlangs de stelling van een boeddholoog dat in de Theravada vooral de metta (liefdevolle vriendelijkheid) wordt beoefend en in Mahayana vooral de karuna (compassie). Ik weet niet of dat echt zo is en hoe dat geïnterpreteerd moet worden (laten we dat ook maar niet proberen); maar: al is het niet waar, het is mooi gevonden.
Het meest uitgebreid komen de vier Brahmavihara’s aan de orde in het Tevijja-Sutta, de 13e van de Digha-Nikaya (Nederlands: De verzameling van lange leerredes).
Over mudita, in de vertaling van de Breet en Janssen:
“Met een geest vervuld van medevreugde doordringt hij zo lang als mogelijk één winstreek, evenzo de tweede, de derde en de vierde. Aldus doordringt hij zo lang als mogelijk de hele wereld overal, alom, naar boven, naar beneden en horizontaal met een geest vervuld van medevreugde, wijds, groots, onmetelijk, vrij van haat en vrij van boosaardigheid.”
Wat hier opvalt dat de medevreugde niet concreet gericht wordt op een persoon of personen
Wat ook opvalt als men de sutta’s vergelijkt waarin de Brahamavihara’s genoemd worden, dat het ultieme resultaat van (langdurig) in een verheven staat zoals ‘medevreugde’ verblijven, niet steeds dezelfde is. Soms is complete verlichting (‘ontwaken’ is een betere term) het resultaat en soms een van de grote stappen in dit pad. Duidelijk is wel dat het de bedoeling dat ze alle vier beoefend worden en dat het bepaald om meer gaat dan alleen maar een goed gevoel krijgen: het gaat om transformaties.
Andere plaatsen in de Pali Canon waarin ze voorkomen (met dank aan m’n vrienden van de Leidse leesgroep boeddhistische teksten):
Majjhima-Nikaya (De verzameling van middellange leerredes): MN 7, MN 40, MN 62, MN 99.
Digha-Nikaya 19.
Anguttara-Nikaya 10 208 Brahmavihara Sutta: The Sublime Attitudes (geen Nederlandse vertaling)
Internet-bronnen
Talks en guided meditations (alles Engelstalig)
In volgorde van veel naar weinig enthousiasme (vreugde) bij mij oproepend:
http://www.audiodharma.org/talks/audio_player/1665.html
Dharma talk door Anushka Fernandopulle
http://www.dharmaseed.org/teacher/86/talk/9580/James Baraz's Dharma Talks
http://www.dharmaseed.org/teacher/79/talk/3841/
Mudita Guided Meditation, Guy Armstrong
http://www.audiodharma.org/series/1/talk/2822/
Serie guided meditations door Gil Fronsdal.
Vooral daarvan de weergave van Day 2: Part 1; de andere delen zijn overwegend talks.
http://diydharma.org/audio/by/title/mudita_intro_and_guided_meditation
Ajahn Viradhammo
http://www.youtube.com/watch?v=JPIIWNfUSPs
Deel 1 van guided medition door Bhante Buddharakita
De delen 2 t/m 5 zijn via de pagina van deel 1 op te roepen.
Teksten over mudita
Naast de betreffende hoofdstukken uit de boeken van Salzberg en Levine ken ik nog één andere Nederlandse tekst: De 4 Brahma Vihara's, door Manjuvajra, uitgegeven door ‘De drie Juwelen’, onderdeel van de Triratna-beweging (zie hier).
Verder een paar Engelstalige teksten die ik het interessantst vind:
http://vipassana.com/meditation/four_sublime_states_part2.php
Deel 3 van deze ‘Contemplation’ van Nyanaponika Thera over mudita
http://charlottebellyoga.com/mudita.html van Charlotte Belly
www.buddhanet.net/brahmaviharas/bvd087.htm van Mahasi Sayadaw (die van de vipassana-meditatie)
http://www.leighb.com/jhnbrmvhr.htm van Lloyd Burton en Leigh Brasington
http://vipassana.com/meditation/four_sublime_states_part2.php
In de laatste paragraaf van deze tekst geeft Nyanaponika Thera een beschouwing over de relaties tussen de vier Brahmavihara metta (love), karuna (compassion), mudita (sympathetic joy) en upekha (equanimity)
Ik citeer daaruit die passages waarin ‘sympathetic joy’ genoemd wordt. Interessant is dat Nyanaponika benadrukt dat de vier Brahaviharas elkaar niet alleen aanvullen maar soms ook (moeten) corrigeren.
Weliswaar is er sprake van een oplopende reeks (van een hierarchie) tussen de vier, met gelijkmoedigheid als culminatie, maar ook moet gezorgd worden voor het verkrijgen van een balans tussen de vier verheven ‘staten’.
The Inter-relations of the Four Sublime States
How, then, do these four sublime states pervade and suffuse each other?
...
Compassion prevents love and sympathetic joy from forgetting that, while both are enjoying or giving temporary and limited happiness, there still exist at that time most dreadful states of suffering in the world. It reminds them that their happiness coexists with measureless misery, perhaps at the next doorstep. It is a reminder to love and sympathetic joy that there is more suffering in the world than they are able to mitigate; that, after the effect of such mitigation has vanished, sorrow and pain are sure to arise anew until suffering is uprooted entirely at the attainment of Nibbana. Compassion does not allow that love and sympathetic joy shut themselves up against the wide world by confining themselves to a narrow sector of it. Compassion prevents love and sympathetic joy from turning into states of self-satisfied complacency within a jealously-guarded petty happiness. Compassion stirs and urges love to widen its sphere; it stirs and urges sympathetic joy to search for fresh nourishment. Thus it helps both of them to grow into truly boundless states (appamanna).
Compassion guards equanimity from falling into a cold indifference, and keeps it from indolent or selfish isolation. Until equanimity has reached perfection, compassion urges it to enter again and again the battle of the world, in order to be able to stand the test, by hardening and strengthening itself.
Sympathetic joy holds compassion back from becoming overwhelmed by the sight of the world's suffering, from being absorbed by it to the exclusion of everything else. Sympathetic joy relieves the tension of mind, soothes the painful burning of the compassionate heart. It keeps compassion away from melancholic brooding without purpose, from a futile sentimentality that merely weakens and consumes the strength of mind and heart. Sympathetic joy develops compassion into active sympathy.
Sympathetic joy gives to equanimity the mild serenity that softens its stern appearance. It is the divine smile on the face of the Enlightened One, a smile that persists in spite of his deep knowledge of the world's suffering, a smile that gives solace and hope, fearlessness and confidence: "Wide open are the doors to deliverance," thus it speaks.
Equanimity rooted in insight is the guiding and restraining power for the other three sublime states. It points out to them the direction they have to take, and sees to it that this direction is followed. Equanimity guards love and compassion from being dissipated in vain quests and from going astray in the labyrinths of uncontrolled emotion. Equanimity, being a vigilant self-control for the sake of the final goal, does not allow sympathetic joy to rest content with humble results, forgetting the real aims we have to strive for.
.....
========================================================================
Passages over ‘mudita’ in de Path of Purification (Visuddhimagga) door Ven. Buddhaghosa
Deze tekst uit de 5e of 6 eeuw is grondleggend voor het Theravada-boeddhismen en dus ook voor beoefeningen zoals de Brahmavihara-meditaties.
Nog veel van deze klassieke tekst is terug te vinden in opvattingen van hedendaagse leraren.
Niet ten onrechte, vind ik, maar wel moet bedacht worden dat het hier gaat om aanbevelingen aan celibatair moeten levende (jonge) monniken in een andere tijd en andere cultuur dan de onze.
[(3) GLADNESS]
84. One who begins the development of gladness (10) should not start with the dear person and the rest; for a dear person is not the proximate cause of gladness merely in virtue of dearness, how much less the neutral and the hostile person.
One of the opposite sex and one who is dead are also not the field for it.
85. However, the very dear companion can be the proximate cause for it—one who in the commentaries is called a “boon companion,” for he is constantly glad: he laughs first and speaks afterwards. So he should be the first to be pervaded with gladness. Or on seeing or hearing about a dear person being happy, cheerful and glad, gladness can be aroused thus: “This being is indeed glad. How good, how excellent!” For this is what is referred to in the Vibhaòga:
“And how does a bhikkhu dwell pervading one direction with his heart endued with gladness? Just as he would be glad on seeing a dear and beloved person, so he pervades all beings with gladness” (Vibh 274).
86. But if his boon companion or the dear person was happy in the past but is now unlucky and unfortunate, then gladness can still be aroused by remembering his past happiness and apprehending the glad aspect in this way: “In the past he had great wealth, a great following and he was always glad.” Or gladness can be aroused by apprehending the future glad aspect in him in this way: “In the future he will again enjoy similar success and will go about in gold palanquins, on the backs of elephants or on horseback, and so on.”
Having thus aroused gladness with respect to a dear person, he can then direct it successively towards a neutral one, and after that towards a hostile one.
87. But if resentment towards the hostile one arises in him in the way already described, he should make it subside in the same way as described under lovingkindness (§§14–39). .
He should break down the barriers by means of mental impartiality towards the four, that is, towards these three and himself. And by cultivating that sign, developing and repeatedly practicing it, he should increase the absorption to triple and quadruple jhána in the way already stated under loving-kindness.
Next, the versatility consisting in unspecified pervasion in five ways, specified pervasion in seven ways, and directional pervasion in ten ways, and also the advantages described as “He sleeps in comfort,” etc., should be understood in the same way as stated under loving-kindness.
This is the detailed explanation of the development of gladness.
Note 10. Muditá—“gladness” as one of the divine abidings is always in the sense of gladness at others’ success. Sometimes rendered as “altruistic joy” and “sympathetic gladness.”
.....
“100. Gladness has joy based on the home life as its near enemy, since both share in seeing success. Such joy has been described in the way beginning, “When a man either regards as gain the obtaining of visible objects cognizable by the eye that are sought … and associated with worldliness, or recalls those formerly obtained that are past, ceased, and changed, then joy arises in him. Such joy as this is called joy based on the home life” (M III 217). And aversion (boredom), which is dissimilar to the similar joy, is its far enemy. So gladness should be practiced free from fear of that; for it is not possible to practice gladness and be discontented with remote abodes and things connected with the higher profitableness simultaneously.”
Voor de echte diehards:
De hele Visuddhimagga (ruim 800 pagina’s) is hier in Engelse vertaling te lezen.
vrijdag 10 februari 2012
Nederlandse boeken over boeddhisme
Een speciaal boekennummer. Met alleen Nederlandse boeken.
Dit is een belangrijke beperking omdat in m’n zoektocht (hieronder beschreven) het aantal Engelse boeken het tienvoudige van het aantal Nederlandse blijkt te zijn.
Maar toch: genoeg om te lezen.
Alleen kwantitatief
Een tweede beperking is dat ik hier alleen kwantitatief kijk, naar aantallen boeken, en in lichte mate met thematische onderverdeling.
Ergens in de komende weken/maanden zal ik meer kwalitatief zijn, informatie over de inhoud en een (subjectief) oordeel over de boeddhistische kwaliteit van een aantal boeken geven. Ik heb nog wat te lezen.
Een ¨paar besprekingen kondig ik vast aan, en geef een impressie van hoe ze kunnen uitpakken.
Een onderzoekje
Boeken kan je natuurlijk het best kopen bij een lokale boekwinkel.
Maar soms is bestellen via internet makkelijker. Ik doe dat soms bij Bol.com en soms bij de (Amerikaanse) Amazon.com. Soms zoek ik alleen op hun websites en ga dan naar m´n boekwinkel kopen/bestellen.
Onderstaand overzicht hebt ik via de uitgebreide zoekfuncties en verfijningen van Bol.com gemaakt
Verder alleen nieuwe boeken, de tweedehandse heb ik er uit gelaten; wel is er een toenemend aantal e-boeken.
Voor wie dit zelf ook wil doen: Voer tamelijk boven het resultaat van Bol links van het woord ZOEKEN een woord intypen; en vervolg in de rubrieken links met verdere verfijningen.
Er is één beperking. Er kan met de zoekfuncties geen onderscheid gemaakt worden tussen vertaalde en origineel in het Nederlands geschreven boeken.
Gelukkig kan ik, titel en namen van auteurs lezend, wel bijna altijd bepalen of een boek origineel Nederlands is of niet. Een groot deel van de honderden titels doorlopend denk ik dat
zeker driekwart van de ‘Nederlandse’ boeken vertaald is en dus alleen NederlandsTALIG; en grotendeels vertaald uit het Engels.
(Zelf heb ik de laatste jaren de tendens liever de originele Engelstalige versie te lezen, maar ik ben niet maatgevend)
Er zijn 153 nieuwe boeken verschenen met het woord ‘boeddhisme’ in de titel; per jaar:
2011(18) 2010(26) 2009(13) 2008(15) 2007(9) 2006(9) 2005(10)
2004( 6) 2003( 5) 2002 of eerder(42) Na 2000(134) Jaren '90(19)
En 86 met het woord ‘Boeddha’:
2011(17) 2010(16) 2009(7) 2008(8) 2007(8) 2006(10) 2005(3)
2004( 1) 2003( 3) 2002 of eerder(13) Na 2000(85) Jaren '90(2)
Met het woord “dharma” 13, opvallend genoeg weinig in de laatste jaren (met ´dhamma´ geen)
Zowel met het woord ‘meditatie’ als met het woord ‘zen’ in de (ondertitel) zijn vele honderden boeken verschenen, bij elkaar wel duizend:
met het woord ‘meditatie’is er een geleidelijke groei is het aantal in de loop der jaren;
met het woord ‘zen’ is er een zeer sterke (bijna exponentieel te noemen) groei in de jaren te zien.
Bij het precieser lezen van de titels blijkt een groot deel daarvan echt niets met het boeddhisme of de beoefening ervan te maken te hebben.
‘Meditatie’ kent een verfijning in categorieën. Eerst kies ik de beperking tot ‘Religie’, met als verdere onderverdeling: Bijbels(2) Esoterie(140) Filosofie(30) Religies(5) Theologie(21)
Veel boeken gaan over christelijke meditatie, eigenlijk krijgen alleen boeken in twee subcategorieën van mij het predikaat ‘(min of meer) boeddhistisch’:
30 bij ‘filosofie’, in een paar golven (o.a. in 2008) verschenen;
en 5 bij ‘religie’, opvallend genoeg wel gelijk verspreid over de jaren.
Ook met het zoekwoord ‘Zen’ kies ik de verfijning op het woord ‘Religie en esoterie’, dan blijven er 72 boeken over: Astrologie(1) Bijbels(2) Esoterie(26) Filosofie(22) Religies(13) Theologie(11).
Bij Zen in het algemeen is het moeilijk (voor mij !) om te bepalen of een tekst boeddhistisch is of niet; maar ik kan alleen boeken in de 22 nieuwe boeken in de subcategorie ‘Filosofie’ en de 13 in ‘Religie’ boeddhistisch noemen. De helft van deze 35 boeken is de laatste 4 jaar verschenen
De overlap tussen de zoektermen boeddhisme, Boeddha, dharma, zen en meditatie (als woord voorkomend in de titel van een boek) blijkt beperkt te zijn. Dus globaal mogen de aantallen worden opgeteld, met een aftrek in de grootteorde van 10%. In totaal komt het aantal op een kleine 300 boeken.
Er zijn echter ook boeken die (voor mij duidelijk) over het boeddhisme gaan maar geen van deze woorden in de titel hebben, uit welke overweging dan ook bij schrijver of uitgever (marketingredenen bijvoorbeeld)
Naast het zoeken op een woord in de titel kan ook in categorieën trefwoorden, gegeven door de uitgever gezocht worden. Bijna driehonderd nieuwe boeken zijn de laatste tien jaar verschenen met als trefwoord ‘religie’, 50 ervan met als sub-trefwoord ‘boeddhisme’, met een piek in 2010.
Tussen deze 50 en de kleine 300, hierboven genoemd, zit een behoorlijke overlap.
Samenvattend kan ik zeggen:
Er zijn in de laatste 10 à 15 jaar ruim 300 nieuwe Nederlandstalige boeken over het boeddhisme verschenen, waarvan bijna de helft in de laatste vier jaar.
Mijn indruk is dat de groei voorbij is, het is echter te vroeg daar stellig in te kunnen zijn.
°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°
Een volgende keer over wat er zoal in (sommige van) deze boeken te lezen staat.
Een paar wil ik vast aankondigen:
Verdiep je mindfulness - Een stap verder op de weg van meditatie
door Bhante Henepola Gunaratana
Uitgeverij Altamira/Becht | november 2011
Eindelijk weer een boek dat mede over samatha (concentratie-meditatie) gaat, naast de vele over vipassana aka mindfulness.
Beschrijving, door de uitgever:
”Twintig jaar geleden schreef de boeddhistische monnik Bhante Henepola Gunaratana (Sri Lanka, 1927) het boek Mindfulness in plain English, door Altamira later uitgegeven onder de titel Meditatie in alle eenvoud. Het was in de woorden van Jon Kabat-Zinn, de man die mindfulness in het Westen tot een begrip maakte, 'een onbetwist meesterwerk'. Er werden wereldwijd dan ook meer dan een kwart miljoen exemplaren van verkocht. Nu is het vervolg op dit veelgeprezen boek beschikbaar: Verdiep je mindfulness. Bhante Gunaratana laat de lezer aan de hand van de zogeheten jhana's – meditatiestadia die door de Boeddha zijn onderwezen – kennismaken met diepere lagen van concentratie en inzicht. Verdiep je mindfulness gaat bewust een stap verder dan andere mindfulnessboeken. In dit werkboek worden principes uit de vipassanameditatie (zelfobservatie) gecombineerd met metta-meditatie (liefdevolle vriendelijkheid). ”
Het pad van de Bodhisattva
door Santideva
Uitgeverij Dharma | maart 1993
Een wat ouder boek, maar ik noem het speciaal als eerbetoon aan de een paar jaar geleden overleden Ria Kloppenborg, hoogleraar (o.a. ) boeddhisme aan de Universiteit van Utrecht, die het vertaald heeft.
Uit de beschrijving, door de uitgever:
”De Bodhicaryavatara, het pad van de Bodhissattva, of letterlijk vertaald uit het Sanskrit: de inleiding in de weg tot inzicht, werd in het midden van de zevende eeuw geschreven door Santideva. Santideva onderwees in die tijd in Nalanda, het belangrijkste centrum van boeddhistische studie. Dit is zijn bekendste werk.
De tekst geeft een uitstekend overzicht van het Mahayana boeddhisme waarin het ideaal van de Bodhisattva – die streeft naar de verlichting van alle mensen en handelt vanuit compassie – voorop staat. Hoewel Santideva zich baseert op de filosofie van de 'leegte' zoals die door Nagarjuna werd ontwikkeld, maakt zijn eigen betrokkenheid bij het onderwerp het tot een zeer ontroerend en toegankelijk boek. Zijn beschrijving gaat vooral over de praktische en devotionele kant van het pad van de Bodhisattva naar de verlichting. Voor dit doel dient de Bodhisattva de zes volmaakte deugden, te weten: vrijgevigheid, moreel gedrag, verdraagzaamheid, inspanning, meditatieve concentratie en wijsheid te beoefenen en tot perfectie te brengen. Door dit na te streven kunnen zowel het handelen uit compassie als de volmaakte wijsheid tegelijkertijd ontwikkeld worden.”
Eeuwig Jong En Tijdloos Oud - Boeddhisme In Transformatie
door Paul van der Velde
Asoka Uitgeverij | januari 2012
Nog een Nederlandse hoogleraar boeddhisme, het kan niet op.
Beschrijving, door de uitgever:
”Dit boek bundelt zes studies waarin wordt aangetoond hoe de leer van het boeddhisme zich door de geschiedenis heen telkens vernieuwt. De volgende thema"s komen aan bod:
• de geschiedenis van de grote boeddhistische stromingen, waarbij iedere stroming van zichzelf vindt de unieke vertolking te zijn van wat de Boeddha bedoelde;
• recente ontwikkelingen op het gebied van psychotherapie en meditatietechnieken;
• de verwevenheid van politiek en boeddhisme, in het bijzonder de situatie in Myanmar (Birma);
• de verschillende waarderingen van het Boeddhabeeld in Azië en het westen;
• oude boeddhistische biografieën in vergelijking met moderne media als de film Samsara van Pan Nalin;
• de gecompliceerde positie van de Dalai Lama tussen de traditionele cultuur van Tibet in verdrukking en de uitdagingen van de moderniteit.
De dharma vernieuwt zich, laat zich meeslepen, transformeert, maar blijft altijd zichzelf ...”
Integrale Zen
door Maurice Knegtel
Uitgeverij Juwelenschip, voorjaar 2012 (dus moet nog verschijnen)
Of ik dit boek echt ga bespreken, weet ik nog niet. Zen is niet zo mijn ding, vaak begrijp ik Zen-teksten gewoon niet en soms begrijp ik ze wel min of meer maar vind het onzin of niets met het boeddhisme te maken hebben. Voor presentatie van dit boek, zie hier.
Uit de aankondiging door de uitgever:
” ‘De contemplatieve staat waarin alles een is, is te allen tijden niets anders dan ongekunstelde aanwezigheid, wat je ook doet.’
· Integrale zen sluit aan bij de grote belangstelling voor het non-dualisme, waarvan zen de meest populaire stroming vertegenwoordigt
· Integrale zen gaat ervan uit dat het leven, precies zoals iemand het leidt, spirituele oefening is. ”
Dit is een belangrijke beperking omdat in m’n zoektocht (hieronder beschreven) het aantal Engelse boeken het tienvoudige van het aantal Nederlandse blijkt te zijn.
Maar toch: genoeg om te lezen.
Alleen kwantitatief
Een tweede beperking is dat ik hier alleen kwantitatief kijk, naar aantallen boeken, en in lichte mate met thematische onderverdeling.
Ergens in de komende weken/maanden zal ik meer kwalitatief zijn, informatie over de inhoud en een (subjectief) oordeel over de boeddhistische kwaliteit van een aantal boeken geven. Ik heb nog wat te lezen.
Een ¨paar besprekingen kondig ik vast aan, en geef een impressie van hoe ze kunnen uitpakken.
Een onderzoekje
Boeken kan je natuurlijk het best kopen bij een lokale boekwinkel.
Maar soms is bestellen via internet makkelijker. Ik doe dat soms bij Bol.com en soms bij de (Amerikaanse) Amazon.com. Soms zoek ik alleen op hun websites en ga dan naar m´n boekwinkel kopen/bestellen.
Onderstaand overzicht hebt ik via de uitgebreide zoekfuncties en verfijningen van Bol.com gemaakt
Verder alleen nieuwe boeken, de tweedehandse heb ik er uit gelaten; wel is er een toenemend aantal e-boeken.
Voor wie dit zelf ook wil doen: Voer tamelijk boven het resultaat van Bol links van het woord ZOEKEN een woord intypen; en vervolg in de rubrieken links met verdere verfijningen.
Er is één beperking. Er kan met de zoekfuncties geen onderscheid gemaakt worden tussen vertaalde en origineel in het Nederlands geschreven boeken.
Gelukkig kan ik, titel en namen van auteurs lezend, wel bijna altijd bepalen of een boek origineel Nederlands is of niet. Een groot deel van de honderden titels doorlopend denk ik dat
zeker driekwart van de ‘Nederlandse’ boeken vertaald is en dus alleen NederlandsTALIG; en grotendeels vertaald uit het Engels.
(Zelf heb ik de laatste jaren de tendens liever de originele Engelstalige versie te lezen, maar ik ben niet maatgevend)
Er zijn 153 nieuwe boeken verschenen met het woord ‘boeddhisme’ in de titel; per jaar:
2011(18) 2010(26) 2009(13) 2008(15) 2007(9) 2006(9) 2005(10)
2004( 6) 2003( 5) 2002 of eerder(42) Na 2000(134) Jaren '90(19)
En 86 met het woord ‘Boeddha’:
2011(17) 2010(16) 2009(7) 2008(8) 2007(8) 2006(10) 2005(3)
2004( 1) 2003( 3) 2002 of eerder(13) Na 2000(85) Jaren '90(2)
Met het woord “dharma” 13, opvallend genoeg weinig in de laatste jaren (met ´dhamma´ geen)
Zowel met het woord ‘meditatie’ als met het woord ‘zen’ in de (ondertitel) zijn vele honderden boeken verschenen, bij elkaar wel duizend:
met het woord ‘meditatie’is er een geleidelijke groei is het aantal in de loop der jaren;
met het woord ‘zen’ is er een zeer sterke (bijna exponentieel te noemen) groei in de jaren te zien.
Bij het precieser lezen van de titels blijkt een groot deel daarvan echt niets met het boeddhisme of de beoefening ervan te maken te hebben.
‘Meditatie’ kent een verfijning in categorieën. Eerst kies ik de beperking tot ‘Religie’, met als verdere onderverdeling: Bijbels(2) Esoterie(140) Filosofie(30) Religies(5) Theologie(21)
Veel boeken gaan over christelijke meditatie, eigenlijk krijgen alleen boeken in twee subcategorieën van mij het predikaat ‘(min of meer) boeddhistisch’:
30 bij ‘filosofie’, in een paar golven (o.a. in 2008) verschenen;
en 5 bij ‘religie’, opvallend genoeg wel gelijk verspreid over de jaren.
Ook met het zoekwoord ‘Zen’ kies ik de verfijning op het woord ‘Religie en esoterie’, dan blijven er 72 boeken over: Astrologie(1) Bijbels(2) Esoterie(26) Filosofie(22) Religies(13) Theologie(11).
Bij Zen in het algemeen is het moeilijk (voor mij !) om te bepalen of een tekst boeddhistisch is of niet; maar ik kan alleen boeken in de 22 nieuwe boeken in de subcategorie ‘Filosofie’ en de 13 in ‘Religie’ boeddhistisch noemen. De helft van deze 35 boeken is de laatste 4 jaar verschenen
De overlap tussen de zoektermen boeddhisme, Boeddha, dharma, zen en meditatie (als woord voorkomend in de titel van een boek) blijkt beperkt te zijn. Dus globaal mogen de aantallen worden opgeteld, met een aftrek in de grootteorde van 10%. In totaal komt het aantal op een kleine 300 boeken.
Er zijn echter ook boeken die (voor mij duidelijk) over het boeddhisme gaan maar geen van deze woorden in de titel hebben, uit welke overweging dan ook bij schrijver of uitgever (marketingredenen bijvoorbeeld)
Naast het zoeken op een woord in de titel kan ook in categorieën trefwoorden, gegeven door de uitgever gezocht worden. Bijna driehonderd nieuwe boeken zijn de laatste tien jaar verschenen met als trefwoord ‘religie’, 50 ervan met als sub-trefwoord ‘boeddhisme’, met een piek in 2010.
Tussen deze 50 en de kleine 300, hierboven genoemd, zit een behoorlijke overlap.
Samenvattend kan ik zeggen:
Er zijn in de laatste 10 à 15 jaar ruim 300 nieuwe Nederlandstalige boeken over het boeddhisme verschenen, waarvan bijna de helft in de laatste vier jaar.
Mijn indruk is dat de groei voorbij is, het is echter te vroeg daar stellig in te kunnen zijn.
°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°
Een volgende keer over wat er zoal in (sommige van) deze boeken te lezen staat.
Een paar wil ik vast aankondigen:
Verdiep je mindfulness - Een stap verder op de weg van meditatie
door Bhante Henepola Gunaratana
Uitgeverij Altamira/Becht | november 2011
Eindelijk weer een boek dat mede over samatha (concentratie-meditatie) gaat, naast de vele over vipassana aka mindfulness.
Beschrijving, door de uitgever:
”Twintig jaar geleden schreef de boeddhistische monnik Bhante Henepola Gunaratana (Sri Lanka, 1927) het boek Mindfulness in plain English, door Altamira later uitgegeven onder de titel Meditatie in alle eenvoud. Het was in de woorden van Jon Kabat-Zinn, de man die mindfulness in het Westen tot een begrip maakte, 'een onbetwist meesterwerk'. Er werden wereldwijd dan ook meer dan een kwart miljoen exemplaren van verkocht. Nu is het vervolg op dit veelgeprezen boek beschikbaar: Verdiep je mindfulness. Bhante Gunaratana laat de lezer aan de hand van de zogeheten jhana's – meditatiestadia die door de Boeddha zijn onderwezen – kennismaken met diepere lagen van concentratie en inzicht. Verdiep je mindfulness gaat bewust een stap verder dan andere mindfulnessboeken. In dit werkboek worden principes uit de vipassanameditatie (zelfobservatie) gecombineerd met metta-meditatie (liefdevolle vriendelijkheid). ”
Het pad van de Bodhisattva
door Santideva
Uitgeverij Dharma | maart 1993
Een wat ouder boek, maar ik noem het speciaal als eerbetoon aan de een paar jaar geleden overleden Ria Kloppenborg, hoogleraar (o.a. ) boeddhisme aan de Universiteit van Utrecht, die het vertaald heeft.
Uit de beschrijving, door de uitgever:
”De Bodhicaryavatara, het pad van de Bodhissattva, of letterlijk vertaald uit het Sanskrit: de inleiding in de weg tot inzicht, werd in het midden van de zevende eeuw geschreven door Santideva. Santideva onderwees in die tijd in Nalanda, het belangrijkste centrum van boeddhistische studie. Dit is zijn bekendste werk.
De tekst geeft een uitstekend overzicht van het Mahayana boeddhisme waarin het ideaal van de Bodhisattva – die streeft naar de verlichting van alle mensen en handelt vanuit compassie – voorop staat. Hoewel Santideva zich baseert op de filosofie van de 'leegte' zoals die door Nagarjuna werd ontwikkeld, maakt zijn eigen betrokkenheid bij het onderwerp het tot een zeer ontroerend en toegankelijk boek. Zijn beschrijving gaat vooral over de praktische en devotionele kant van het pad van de Bodhisattva naar de verlichting. Voor dit doel dient de Bodhisattva de zes volmaakte deugden, te weten: vrijgevigheid, moreel gedrag, verdraagzaamheid, inspanning, meditatieve concentratie en wijsheid te beoefenen en tot perfectie te brengen. Door dit na te streven kunnen zowel het handelen uit compassie als de volmaakte wijsheid tegelijkertijd ontwikkeld worden.”
Eeuwig Jong En Tijdloos Oud - Boeddhisme In Transformatie
door Paul van der Velde
Asoka Uitgeverij | januari 2012
Nog een Nederlandse hoogleraar boeddhisme, het kan niet op.
Beschrijving, door de uitgever:
”Dit boek bundelt zes studies waarin wordt aangetoond hoe de leer van het boeddhisme zich door de geschiedenis heen telkens vernieuwt. De volgende thema"s komen aan bod:
• de geschiedenis van de grote boeddhistische stromingen, waarbij iedere stroming van zichzelf vindt de unieke vertolking te zijn van wat de Boeddha bedoelde;
• recente ontwikkelingen op het gebied van psychotherapie en meditatietechnieken;
• de verwevenheid van politiek en boeddhisme, in het bijzonder de situatie in Myanmar (Birma);
• de verschillende waarderingen van het Boeddhabeeld in Azië en het westen;
• oude boeddhistische biografieën in vergelijking met moderne media als de film Samsara van Pan Nalin;
• de gecompliceerde positie van de Dalai Lama tussen de traditionele cultuur van Tibet in verdrukking en de uitdagingen van de moderniteit.
De dharma vernieuwt zich, laat zich meeslepen, transformeert, maar blijft altijd zichzelf ...”
Integrale Zen
door Maurice Knegtel
Uitgeverij Juwelenschip, voorjaar 2012 (dus moet nog verschijnen)
Of ik dit boek echt ga bespreken, weet ik nog niet. Zen is niet zo mijn ding, vaak begrijp ik Zen-teksten gewoon niet en soms begrijp ik ze wel min of meer maar vind het onzin of niets met het boeddhisme te maken hebben. Voor presentatie van dit boek, zie hier.
Uit de aankondiging door de uitgever:
” ‘De contemplatieve staat waarin alles een is, is te allen tijden niets anders dan ongekunstelde aanwezigheid, wat je ook doet.’
· Integrale zen sluit aan bij de grote belangstelling voor het non-dualisme, waarvan zen de meest populaire stroming vertegenwoordigt
· Integrale zen gaat ervan uit dat het leven, precies zoals iemand het leidt, spirituele oefening is. ”
woensdag 14 december 2011
God is niet één (en Boeddha ook niet); deel 1 - Prothero’s kritiek op ‘Een gevaarlijk geloof’
Een beschouwing naar aanleiding van het boek ´God is niet één´ van Stephen Prothero.
De Nederlandse uitgever (Bert Bakker) geeft de volgende samenvatting van dit een jaar geleden uitgekomen boek:
In het controversiële boek God is niet één laat Stephen Prothero zien dat de grootste godsdiensten van de wereld verschillende vragen stellen, andere doelen nastreven en voor uiteenlopende problemen komen te staan. Wereldgodsdiensten bewandelen dus niet verschillende paden met dezelfde bestemming, zoals veel mensen denken. Prothero geeft met dit ingenieuze boek inzicht in elke grote wereldreligie. Hij begint met de omstreden islam en gaat vervolgens verder in op christendom, confucianisme, boeddhisme, hindoeïsme, jodendom, Yoruba-religie en taoïsme. Hij wijst op de unieke aspecten van deze religies en pleit zowel voor het behoud als voor de afzonderlijke goden en doelen van deze religies.
God is niet één geeft de lezer een hedendaags inzicht in de grootste religies die nog steeds het spirituele leven van miljarden mensen over de hele wereld bepalen, en hun uitwerking hebben op de politiek en economie.
Deze samenvatting – waar ik niet zo gelukkig mee ben - zie ik steeds terug, bijvoorbeeld op de website van de Bruggenbouwers, één van de bastions van de beweging in Nederland die de eenheid van alle godsdiensten benadrukt en de actieve rol speelt in de interreligieuze dialoog (zie hier )
‘Niet gelukkig’ met de term ‘controversieël’ een sensatie bevorderende marketing-benadering van de uitgever maar zeer subjectief als gebruikt door de eenheids-promotoren. Want dan betekent het:
dit vinden wij niet leuk want dit boek bederft onze eenheidsillusie.
Ook het in een ´samenvatting´ de Islam ‘omstreden’ te noemen vind ik ook niet fijn en zeker niet Prothero samenvattend.
Wellicht overbodig, maar toch, ter voorkoming van misverstand: het is onjuist het boeddhisme een godsdienst te noemen, het kent niet een god in de zin van een Schepper en zeker niet een persoonlijke God. Uiteraard is de historische Boeddha - genoemd Gotauma door Theravadins en Shakyamuni door Mahayanisten - geen god; en andere boeddha´s dan de historische zijn mythologische figuren.
In de kop van deze blog spreek ik van ‘Een gevaarlijk geloof‘ als ik het heb over de opvatting dat alle religies in wezen hetzelfde verkondigen. Zelf vind ik niet zo snel iets gevaarlijk; mijn motto is nog steeds: boeddhisme is niet voor bange mensen.
De kop is de titel van een samenvattend artikel van Prothero zelf: A Dangerous Belief (hier)
Een paar citaten uit dit artikel, vertaald; deels ook voorkomend in het (vertaalde) boek:
‘Geloof in één God is de hoeksteen van alle religies’, stelt Ghandi; elk religieus mens klimt dus naar deze ene God. Maar op het gebied van het goddelijke beperken niet alle religies zich tot het getal één.
De dalai lama verkondigt (ook) de boodschap dat alle religies in essentie op elkaar lijken. Van dit perspectief, gepopulariseerd door de filosofen van de Eeuwige Wijsheid (perennial philosophers) zoals Aldous Huxley, zijn alle religies prachtig en zijn ze ook alle waar.
In de meest gebruikte beeldspraak worden de grote wereldreligies voorgesteld als verschillende paden naar de top van dezelfde berg. ‘het is mogelijk om de berg van het leven langs verschillende flanken te beklimmen, maar bij het bereiken van de top komen de paden samen´, schrijft godsdienstfilosoof Huston Smith. Dit is een verleidelijk idee in een wereld waarin religieus geweld alomtegenwoordig lijk te zijn; maar het is gevaarlijk, respectloos en onwaar.
De rivaliserende wereldreligies komen samen op het vlak van de ethiek, maar lopen juist scherp uiteen op het gebied van leer, rituelen, mythologie, ervaring en wet. Voor mystici of godsdienstfilosofen zijn de verschillen wellicht niet van belang, maar voor gewone gelovigen ligt dat heel anders. Moslims vinden helemaal niet dat de bedevaart naar Mekka niet van essentieel belang is. Integendeel, zij rekenen die bedevaart juist tot de vijf zuilen van de islam. Katholieken zijn absoluut niet van mening dat het doopsel niet van wezenlijk gewicht is: zij rekenen het juist tot de zeven sacramenten. Religieuze verschillen zijn niet alleen voor gelovigen van belang: ze hebben ook serieuze gevolgen in de werkelijkheid. Vanwege die verschillen weigeren sommige mensen te trouwen met een moslim of een hindoe. In sommige gevallen gaan gelovigen vanwege die verschillen met elkaar op de vuist, waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen.
...
Hoewel ik niet geloof dat we getuige zijn van een ´botsing tussen beschavingen´, tussen christendom en islam, is het wel degelijk pure fantasie om je in te beelden dat de twee grootste wereldreligies op enige zinvolle manier aan elkaar gelijkgesteld kunnen worden of dat een interreligieuze dialoog op magische wijze den kloof zou kunnen overbruggen. Elk van de grote religies geeft een eigen diagnose van het menselijk tekort en z´n eigen voorschriften voor genezing; en elk biedt z´n eigen technieken om het religieuze doel te bereiken,
Je zou vermoeden dat aanhangers van het multiculturalisme deze stand van zaken liefdevol zouden verwelkomen, verrukt over de grote diversiteit binnen religieuze tradities, en dwars daardoorheen. Maar zelfs onder multiculturalisten overheerst de neiging om voor te wenden dat de verschillen tussen bijvoorbeeld christendom en islam eerder op schijn dan op werkelijkheid berusten, en dat de verschillen binnen de religieuze tradities geen rechtvaardiging vormen voor de voortdurende ophef daarover onder de beoefenaren.
...
Om eerlijk te zijn, degenen die staande houden dat de wereldreligies één en hetzelfde zijn, ontkennen uiteraard geenszins het onweerlegbare feit dat ze op onderdelen verschillen. Christenen gaan niet op bedevaart naar Mekka en moslims kennen geen doop. De religieuze paden lopen uiteen, zoals Huston Smith toegeeft, in de ´voetheuvels´ van dogma´s, rituelen en instellingen. Wie staande houdt dat alle religies één en hetzelfde zijn, ontkent dus niet de verschillen tussen een boeddhist, die in geen enkele god gelooft, de jood die in één God gelooft en de hindoe die in vele goden gelooft, maar beweert alleen maar dat de wiskunde van het goddelijke een zaak van voetheuvels is.
... Zoals de hindoeleraar Swami Sivananda schrijft: ´De fundamentele of essentiële eigenschappen van alle religies zijn hetzelfde. Het verschil betreft slechts niet-essentiële eigenschappen.´
Hoe nobel dit gevoel ook mag zijn, het is tevens gevaarlijk, respectloos en onwaar. Meer dan een generatie lang zijn we in het voetspoor van een stoet van geleerden en wijzen een konijnentunnel in gekropen die uitmondt in een fantasiewereld waar alle goden hetzelfde zijn. De redenen voor het succes van dit wensdenken berusten deels op de begrijpelijke verwerping van het standpunt dat hemel of paradijs exclusief zijn weggelegd voor mensen die precies zo zijn als jijzelf: een standpunt dat dient om zieltjes te winnen. Tijdens het grootste deel van de wereldgeschiedenis zagen de mensen hun rivalen op religieus gebied als minderwaardig aan zichzelf, als lieden die zich overgaven aan zinloze rituelen, nepwonderen verrichtten of mythologische verzinsels de wereld inhielpen. Tijdens de periode van Verlichting, in de achttiende eeuw, begon het ideaal van religieuze tolerantie zich te verbreiden en dat is zonder twijfel een gunstige ontwikkeling geweest. Maar de opvatting van de eenheid van alle religies berust op wensdenken en heeft de wereld niet tot een veiliger plaats gemaakt. Het is in feite een vorm van theologisch groepsdenken - noem het Godthink – dat de wereld juist gevaarlijker heeft gemaakt door ons het zich te ontnemen op de botsingen tuassen religies die een wereldwijde bedreiging vormen. Het is tijd om naar buiten te klauteren uit ons konijnenhol en de werkelijkheid weer onder ogen te zien.
....
Ook ik hoop op een wereld waarin mensen goed kunnen opschieten met hun religieuze rivalen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat we nieuwe middelen moeten inzetten om dit doel te bereiken. Eerder dan alle manieren om over God na te denken bij elkaar te vegen – of dat nu in een vuilnisbak is of in een schatkist – moeten we beginnen met het verwerven van een helder inzicht in de fundamentele verschillen tussen islam, christendom, confucianisme en hindoeisme, zowel op het gebied van de geloofsleer als de geloofspraktijk.
Sommige mensen zijn er zeker van dat de enige mogelijke grondslag voor een interreligieuze beschaving gezocht moet worden in het dogma dat alle religies één zijn. Tot die mensen behoor ik niet.
... Wie is nog zo naïef om aan te nemen dat een goede relatie alleen mogelijk is als de partners sterk op elkaar lijken? Zijn verschillen juist niet dem krenten in de pap? Een vereiste voor elke relatie is om te weten wie de ander werkelijk is. En dat vereiste wordt alleen maar gefrustreerd door de naïeve hoop dat jij en je partner op een of andere magische manier aan elkaar identiek zijn. Zowel in relaties als tussen religies is het ontkennen van de verschillen een recept voor rampen. Wat wel goed werkt is het begrijpen van de verschillen om die vervolgens te leren aanvaarden – en misschien zelfs van te leren genieten. Je kunt pas berusten in het bestaan van meningsverschillen als je weet wat die verschillen zijn.
...
Er is een beroemd volksverhaal over een groep blinde mensen die een olifant bevoelt ...Een groep blinden is in dit verhaal bezig een olifant te onderzoeken. De ene voelt aan de slurf en zegt dat het een slang is. Een ander voelt aan de staart en zegt dat het een touw is. Anderen komen tot de conclusie dat de olifant een muur is, een zuil, een speer of een waaier, afhankelijk van de plek waar ze het dier aanraken. Iedereen blijft vasthouden aan het eigen gelijk, dus loopt het uit op een fikse ruzie.
Onder de ware gelovigen van de filosofie van de Eewige Waarheden geldt dit verhaal zo’n beetje als hun evangelie. In hun ogen staat de olifant voor God en zijn de blinde mensen de christenen, de moslims en de joden die hun eenzijdige visie op het goddelijke abusievelijk aanzien voor de enige werkelijkheid van het goddelijke. Omdat God zich onttrekt aan het menselijke voorstellingsvermogen, blijven we wat God betreft altijd in het duister tasten. Het is dwaasheid om te stellen dat alleen je eigen religie waar is, terwijl alle andere religies vals zijn. Niemand heeft de hele waarheid in pacht, maar iedereen raakt een stukje van de olifant aan. Dus concludeert de hindoeleraar Ramakrishna: ‘door alle religies kan men tot besef komen van God.’
... Voor mij is dit verhaal geen verwijzing naar de eenheid van alle wereldreligies (zoals de filosofen van de Eeuwige Waarheden ons willen doen geloven) of naar hun gedeelde stompzinnigheid (zoals de Nieuwe Atheïsten betogen), maar gaat het hier over de begrenzing van de menselijke kennis ... Eén functie van trancendentie is juist om ons nederig te houden, om ons te laten beseffen dat onze gedachten niet de gedachten van God zijn of van de grote Moedergodin – om ons ervan te doordringen dat we door donker matglas staren.
Tot zover dit citaat. Prothero noemt grootheden als Gandhi, de Dalai Lama en Huston Smith als voorbeelden van de (z.i. onjuiste en gevaarlijke) stelling `dat de essentiële boodschap van alle religies in grote mate dezelfde is´.
Naast het geloof in één God wordt vaak de boodschap van Karin Armstrong genoemd: compassie.
Ook de (Faculteit der Godgeleerdheid van de) Vrije Universiteit benadrukt deze boodschap. Een van de argumenten dat juist de VU een hoogleraar boeddhistische filosofie gaat krijgen (in de persoon van André van der Braak) is: ‘De leerstoel levert zo een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de VU tot een centrum van nationale en internationale interreligieuze dialoog.‘
In de openingsbijeenkomst 2011-2012 eind augustus van de faculteit stond Armstrong´s `Handvest voor Compassie´ centraal. (zie hier ) Nu heb ik niets tegen compassie (wie wel?) maar wel tegen reductie van religies daartoe, in ieder geval wat betreft het boeddhisme vind ik dat onjuist, wat de Dalai Lama ook zegt. Bv in zijn nieuwste boek 'Beyond Religion: Ethics for a Whole World'
Over die dialoog bij de VU heb ik al eens geschreven, zie hier.
Dit is geen boekbespreking maar ik moet wel zeggen dat het boek van Prothero maar voor een klein deel over het zogenaamd `controversiële´thema gaat. Van de bijna 380 pagina´s van de Nederlandse vertaling gaan een kleine 40 (in Inleiding plus Conclusie) er over. In de rest worden behoorlijk feitelijk acht religies beschreven.
En een ´Korte coda over het atheïsme´; te kort en ook bepaald niet evenwichtig omdat hij vooral boze atheïsten zoals Dawkins bespreekt. Ik vind dat erg jammer, ook voor mij persoonlijk omdat ik de relatie boeddhisme – atheïsme interessanter vind dan de relatie met bijvoorbeeld het christendom.
Het hoofdstuk over het Boeddhisme (met als ondertitel ´De weg van het ontwaken´, pag 201-237) is correct, evenwichtig maar tamelijk vlak. De diverse tradities binnen het boeddhisme worden wel benoemd en kort beschreven maar het thema is niet ´Boeddha is niet één´. D.w.z. de vraag of er wel van HET boeddhisme gesproken mag worden is niet waar het in dit hoofdstuk om gaat.
Dat komt nog.
Over een week of zo wil ik een vervolg op deze blog publiceren, met als titel (God is niet één) en Boeddha ook niet; deel 2 - Chapman’s kritiek op het 'Consensus-boeddhisme’
De (Amerikaanse Tibetaanse-boeddhistische) David Chapman heeft het afgelopen half jaar een fascinerende serie artikelen gepubliceerd over wat hij (afkeurend) het consensus-boeddhisme noemt
Wie niet kan wachten op mijn blog, kan Chapman ook zelf in het Engels lezen (zie hiervan de rechter kolom).
Chapman en mijn samenvatting van hem zijn niet alleen kritisch-beschrijvend, ik ga er ook een poging in wagen mijn centrale 2012-thema in een soort kerstboodschap weer te geven: laten de Nederlandse boeddhisten eens gaan proberen met elkaar in discussie te gaan, ook over de verschillen tussen hun boeddhismen (meervoud).
Zoals ik onlangs op de website van Bodhitv schreef:
“Sommige vormen van boeddhisme hebben die aanname (van het bestaan van het ´onbenoembare´) in sterke mate, andere vormen (tradities) veel minder.
Dat komt goed uit: leve de verschillen! "
De Nederlandse uitgever (Bert Bakker) geeft de volgende samenvatting van dit een jaar geleden uitgekomen boek:
In het controversiële boek God is niet één laat Stephen Prothero zien dat de grootste godsdiensten van de wereld verschillende vragen stellen, andere doelen nastreven en voor uiteenlopende problemen komen te staan. Wereldgodsdiensten bewandelen dus niet verschillende paden met dezelfde bestemming, zoals veel mensen denken. Prothero geeft met dit ingenieuze boek inzicht in elke grote wereldreligie. Hij begint met de omstreden islam en gaat vervolgens verder in op christendom, confucianisme, boeddhisme, hindoeïsme, jodendom, Yoruba-religie en taoïsme. Hij wijst op de unieke aspecten van deze religies en pleit zowel voor het behoud als voor de afzonderlijke goden en doelen van deze religies.
God is niet één geeft de lezer een hedendaags inzicht in de grootste religies die nog steeds het spirituele leven van miljarden mensen over de hele wereld bepalen, en hun uitwerking hebben op de politiek en economie.
Deze samenvatting – waar ik niet zo gelukkig mee ben - zie ik steeds terug, bijvoorbeeld op de website van de Bruggenbouwers, één van de bastions van de beweging in Nederland die de eenheid van alle godsdiensten benadrukt en de actieve rol speelt in de interreligieuze dialoog (zie hier )
‘Niet gelukkig’ met de term ‘controversieël’ een sensatie bevorderende marketing-benadering van de uitgever maar zeer subjectief als gebruikt door de eenheids-promotoren. Want dan betekent het:
dit vinden wij niet leuk want dit boek bederft onze eenheidsillusie.
Ook het in een ´samenvatting´ de Islam ‘omstreden’ te noemen vind ik ook niet fijn en zeker niet Prothero samenvattend.
Wellicht overbodig, maar toch, ter voorkoming van misverstand: het is onjuist het boeddhisme een godsdienst te noemen, het kent niet een god in de zin van een Schepper en zeker niet een persoonlijke God. Uiteraard is de historische Boeddha - genoemd Gotauma door Theravadins en Shakyamuni door Mahayanisten - geen god; en andere boeddha´s dan de historische zijn mythologische figuren.
In de kop van deze blog spreek ik van ‘Een gevaarlijk geloof‘ als ik het heb over de opvatting dat alle religies in wezen hetzelfde verkondigen. Zelf vind ik niet zo snel iets gevaarlijk; mijn motto is nog steeds: boeddhisme is niet voor bange mensen.
De kop is de titel van een samenvattend artikel van Prothero zelf: A Dangerous Belief (hier)
Een paar citaten uit dit artikel, vertaald; deels ook voorkomend in het (vertaalde) boek:
‘Geloof in één God is de hoeksteen van alle religies’, stelt Ghandi; elk religieus mens klimt dus naar deze ene God. Maar op het gebied van het goddelijke beperken niet alle religies zich tot het getal één.
De dalai lama verkondigt (ook) de boodschap dat alle religies in essentie op elkaar lijken. Van dit perspectief, gepopulariseerd door de filosofen van de Eeuwige Wijsheid (perennial philosophers) zoals Aldous Huxley, zijn alle religies prachtig en zijn ze ook alle waar.
In de meest gebruikte beeldspraak worden de grote wereldreligies voorgesteld als verschillende paden naar de top van dezelfde berg. ‘het is mogelijk om de berg van het leven langs verschillende flanken te beklimmen, maar bij het bereiken van de top komen de paden samen´, schrijft godsdienstfilosoof Huston Smith. Dit is een verleidelijk idee in een wereld waarin religieus geweld alomtegenwoordig lijk te zijn; maar het is gevaarlijk, respectloos en onwaar.
De rivaliserende wereldreligies komen samen op het vlak van de ethiek, maar lopen juist scherp uiteen op het gebied van leer, rituelen, mythologie, ervaring en wet. Voor mystici of godsdienstfilosofen zijn de verschillen wellicht niet van belang, maar voor gewone gelovigen ligt dat heel anders. Moslims vinden helemaal niet dat de bedevaart naar Mekka niet van essentieel belang is. Integendeel, zij rekenen die bedevaart juist tot de vijf zuilen van de islam. Katholieken zijn absoluut niet van mening dat het doopsel niet van wezenlijk gewicht is: zij rekenen het juist tot de zeven sacramenten. Religieuze verschillen zijn niet alleen voor gelovigen van belang: ze hebben ook serieuze gevolgen in de werkelijkheid. Vanwege die verschillen weigeren sommige mensen te trouwen met een moslim of een hindoe. In sommige gevallen gaan gelovigen vanwege die verschillen met elkaar op de vuist, waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen.
...
Hoewel ik niet geloof dat we getuige zijn van een ´botsing tussen beschavingen´, tussen christendom en islam, is het wel degelijk pure fantasie om je in te beelden dat de twee grootste wereldreligies op enige zinvolle manier aan elkaar gelijkgesteld kunnen worden of dat een interreligieuze dialoog op magische wijze den kloof zou kunnen overbruggen. Elk van de grote religies geeft een eigen diagnose van het menselijk tekort en z´n eigen voorschriften voor genezing; en elk biedt z´n eigen technieken om het religieuze doel te bereiken,
Je zou vermoeden dat aanhangers van het multiculturalisme deze stand van zaken liefdevol zouden verwelkomen, verrukt over de grote diversiteit binnen religieuze tradities, en dwars daardoorheen. Maar zelfs onder multiculturalisten overheerst de neiging om voor te wenden dat de verschillen tussen bijvoorbeeld christendom en islam eerder op schijn dan op werkelijkheid berusten, en dat de verschillen binnen de religieuze tradities geen rechtvaardiging vormen voor de voortdurende ophef daarover onder de beoefenaren.
...
Om eerlijk te zijn, degenen die staande houden dat de wereldreligies één en hetzelfde zijn, ontkennen uiteraard geenszins het onweerlegbare feit dat ze op onderdelen verschillen. Christenen gaan niet op bedevaart naar Mekka en moslims kennen geen doop. De religieuze paden lopen uiteen, zoals Huston Smith toegeeft, in de ´voetheuvels´ van dogma´s, rituelen en instellingen. Wie staande houdt dat alle religies één en hetzelfde zijn, ontkent dus niet de verschillen tussen een boeddhist, die in geen enkele god gelooft, de jood die in één God gelooft en de hindoe die in vele goden gelooft, maar beweert alleen maar dat de wiskunde van het goddelijke een zaak van voetheuvels is.
... Zoals de hindoeleraar Swami Sivananda schrijft: ´De fundamentele of essentiële eigenschappen van alle religies zijn hetzelfde. Het verschil betreft slechts niet-essentiële eigenschappen.´
Hoe nobel dit gevoel ook mag zijn, het is tevens gevaarlijk, respectloos en onwaar. Meer dan een generatie lang zijn we in het voetspoor van een stoet van geleerden en wijzen een konijnentunnel in gekropen die uitmondt in een fantasiewereld waar alle goden hetzelfde zijn. De redenen voor het succes van dit wensdenken berusten deels op de begrijpelijke verwerping van het standpunt dat hemel of paradijs exclusief zijn weggelegd voor mensen die precies zo zijn als jijzelf: een standpunt dat dient om zieltjes te winnen. Tijdens het grootste deel van de wereldgeschiedenis zagen de mensen hun rivalen op religieus gebied als minderwaardig aan zichzelf, als lieden die zich overgaven aan zinloze rituelen, nepwonderen verrichtten of mythologische verzinsels de wereld inhielpen. Tijdens de periode van Verlichting, in de achttiende eeuw, begon het ideaal van religieuze tolerantie zich te verbreiden en dat is zonder twijfel een gunstige ontwikkeling geweest. Maar de opvatting van de eenheid van alle religies berust op wensdenken en heeft de wereld niet tot een veiliger plaats gemaakt. Het is in feite een vorm van theologisch groepsdenken - noem het Godthink – dat de wereld juist gevaarlijker heeft gemaakt door ons het zich te ontnemen op de botsingen tuassen religies die een wereldwijde bedreiging vormen. Het is tijd om naar buiten te klauteren uit ons konijnenhol en de werkelijkheid weer onder ogen te zien.
....
Ook ik hoop op een wereld waarin mensen goed kunnen opschieten met hun religieuze rivalen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat we nieuwe middelen moeten inzetten om dit doel te bereiken. Eerder dan alle manieren om over God na te denken bij elkaar te vegen – of dat nu in een vuilnisbak is of in een schatkist – moeten we beginnen met het verwerven van een helder inzicht in de fundamentele verschillen tussen islam, christendom, confucianisme en hindoeisme, zowel op het gebied van de geloofsleer als de geloofspraktijk.
Sommige mensen zijn er zeker van dat de enige mogelijke grondslag voor een interreligieuze beschaving gezocht moet worden in het dogma dat alle religies één zijn. Tot die mensen behoor ik niet.
... Wie is nog zo naïef om aan te nemen dat een goede relatie alleen mogelijk is als de partners sterk op elkaar lijken? Zijn verschillen juist niet dem krenten in de pap? Een vereiste voor elke relatie is om te weten wie de ander werkelijk is. En dat vereiste wordt alleen maar gefrustreerd door de naïeve hoop dat jij en je partner op een of andere magische manier aan elkaar identiek zijn. Zowel in relaties als tussen religies is het ontkennen van de verschillen een recept voor rampen. Wat wel goed werkt is het begrijpen van de verschillen om die vervolgens te leren aanvaarden – en misschien zelfs van te leren genieten. Je kunt pas berusten in het bestaan van meningsverschillen als je weet wat die verschillen zijn.
...
Er is een beroemd volksverhaal over een groep blinde mensen die een olifant bevoelt ...Een groep blinden is in dit verhaal bezig een olifant te onderzoeken. De ene voelt aan de slurf en zegt dat het een slang is. Een ander voelt aan de staart en zegt dat het een touw is. Anderen komen tot de conclusie dat de olifant een muur is, een zuil, een speer of een waaier, afhankelijk van de plek waar ze het dier aanraken. Iedereen blijft vasthouden aan het eigen gelijk, dus loopt het uit op een fikse ruzie.
Onder de ware gelovigen van de filosofie van de Eewige Waarheden geldt dit verhaal zo’n beetje als hun evangelie. In hun ogen staat de olifant voor God en zijn de blinde mensen de christenen, de moslims en de joden die hun eenzijdige visie op het goddelijke abusievelijk aanzien voor de enige werkelijkheid van het goddelijke. Omdat God zich onttrekt aan het menselijke voorstellingsvermogen, blijven we wat God betreft altijd in het duister tasten. Het is dwaasheid om te stellen dat alleen je eigen religie waar is, terwijl alle andere religies vals zijn. Niemand heeft de hele waarheid in pacht, maar iedereen raakt een stukje van de olifant aan. Dus concludeert de hindoeleraar Ramakrishna: ‘door alle religies kan men tot besef komen van God.’
... Voor mij is dit verhaal geen verwijzing naar de eenheid van alle wereldreligies (zoals de filosofen van de Eeuwige Waarheden ons willen doen geloven) of naar hun gedeelde stompzinnigheid (zoals de Nieuwe Atheïsten betogen), maar gaat het hier over de begrenzing van de menselijke kennis ... Eén functie van trancendentie is juist om ons nederig te houden, om ons te laten beseffen dat onze gedachten niet de gedachten van God zijn of van de grote Moedergodin – om ons ervan te doordringen dat we door donker matglas staren.
Tot zover dit citaat. Prothero noemt grootheden als Gandhi, de Dalai Lama en Huston Smith als voorbeelden van de (z.i. onjuiste en gevaarlijke) stelling `dat de essentiële boodschap van alle religies in grote mate dezelfde is´.
Naast het geloof in één God wordt vaak de boodschap van Karin Armstrong genoemd: compassie.
Ook de (Faculteit der Godgeleerdheid van de) Vrije Universiteit benadrukt deze boodschap. Een van de argumenten dat juist de VU een hoogleraar boeddhistische filosofie gaat krijgen (in de persoon van André van der Braak) is: ‘De leerstoel levert zo een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de VU tot een centrum van nationale en internationale interreligieuze dialoog.‘
In de openingsbijeenkomst 2011-2012 eind augustus van de faculteit stond Armstrong´s `Handvest voor Compassie´ centraal. (zie hier ) Nu heb ik niets tegen compassie (wie wel?) maar wel tegen reductie van religies daartoe, in ieder geval wat betreft het boeddhisme vind ik dat onjuist, wat de Dalai Lama ook zegt. Bv in zijn nieuwste boek 'Beyond Religion: Ethics for a Whole World'
Over die dialoog bij de VU heb ik al eens geschreven, zie hier.
Dit is geen boekbespreking maar ik moet wel zeggen dat het boek van Prothero maar voor een klein deel over het zogenaamd `controversiële´thema gaat. Van de bijna 380 pagina´s van de Nederlandse vertaling gaan een kleine 40 (in Inleiding plus Conclusie) er over. In de rest worden behoorlijk feitelijk acht religies beschreven.
En een ´Korte coda over het atheïsme´; te kort en ook bepaald niet evenwichtig omdat hij vooral boze atheïsten zoals Dawkins bespreekt. Ik vind dat erg jammer, ook voor mij persoonlijk omdat ik de relatie boeddhisme – atheïsme interessanter vind dan de relatie met bijvoorbeeld het christendom.
Het hoofdstuk over het Boeddhisme (met als ondertitel ´De weg van het ontwaken´, pag 201-237) is correct, evenwichtig maar tamelijk vlak. De diverse tradities binnen het boeddhisme worden wel benoemd en kort beschreven maar het thema is niet ´Boeddha is niet één´. D.w.z. de vraag of er wel van HET boeddhisme gesproken mag worden is niet waar het in dit hoofdstuk om gaat.
Dat komt nog.
Over een week of zo wil ik een vervolg op deze blog publiceren, met als titel (God is niet één) en Boeddha ook niet; deel 2 - Chapman’s kritiek op het 'Consensus-boeddhisme’
De (Amerikaanse Tibetaanse-boeddhistische) David Chapman heeft het afgelopen half jaar een fascinerende serie artikelen gepubliceerd over wat hij (afkeurend) het consensus-boeddhisme noemt
Wie niet kan wachten op mijn blog, kan Chapman ook zelf in het Engels lezen (zie hiervan de rechter kolom).
Chapman en mijn samenvatting van hem zijn niet alleen kritisch-beschrijvend, ik ga er ook een poging in wagen mijn centrale 2012-thema in een soort kerstboodschap weer te geven: laten de Nederlandse boeddhisten eens gaan proberen met elkaar in discussie te gaan, ook over de verschillen tussen hun boeddhismen (meervoud).
Zoals ik onlangs op de website van Bodhitv schreef:
“Sommige vormen van boeddhisme hebben die aanname (van het bestaan van het ´onbenoembare´) in sterke mate, andere vormen (tradities) veel minder.
Dat komt goed uit: leve de verschillen! "
dinsdag 22 november 2011
Twee nieuwe boeken over metta en karuna: Noah Levine en Frits Koster / Jetty Heynekamp
Bij Asoka zijn zeer kort na elkaar twee nieuwe boeken uitgebracht over ‘metta’, het Pali-woord dat meestal als ‘liefdevolle vriendelijkheid’ wordt vertaald. Beide hebben dat woord overigens niet in de titel; dat vind ik jammer, daarover hieronder meer.
Mildheid
Geleide meditatie-oefeningen voor vriendelijkheid en compassie
door Frits Koster en Jetty Heynekamp
isbn: 9789056702687
Een boekje met bijbehorende CD’s; en een website
en
Het hart van de revolutie
Boeddha's radicale lessen over vergeving, compassie en vriendelijkheid
door Noah Levine
isbn: 9789056702762
Dit boek is overigens nog niet uit, ik heb het Engelse origineel (The Heart of the Revolution) gelezen en ga ervan uit dat vertaler Frank Uyttebroeck (website) het getrouw in het Nederlands heeft weergegeven. [Begin december is het inmiddels wel uit; J.R.]
Nadat het uit de Theravada afkomstige ‘vipassana’ de laatste 25 jaar breed bekend en toegepast is geraakt in het geseculariseerde ‘mindfulness’, gaat dat nu met het uit dezelfde bron afkomstige ‘metta’ gebeuren.
Eigenlijk niet alleen met ‘metta’, maar ook met de tweede van de vier Brahmavihara’s: ‘karuna’, meestal vertaald als ‘compassie’ of ‘mededogen’. Zie Wikipedia of de kortere Nederlands versie. Zelf heb ik de contemplaties (wat anders dan meditaties, namelijk een soort diep denken) van Nyanaponika altijd gewaardeerd, al doen ze wat ouderwets aan.
Eerder is bij Asoka al een vergelijkbaar boek uitgekomen:
Liefdevolle vriendelijkheid - Een ander perspectief op geluk door Sharon Salzberg. Hierin komen ook – kort - de laatste twee Brahmavihara’s als meditatievorm aan de orde: mudita (mede-vreugde) en upekkha (gelijkmoedigheid)
Helemaal nieuw is de aandacht voor metta ook weer niet, meer dan vijf jaar geleden gaven Jotika Hermsen en de helaas overleden Khanti Nouwen al retraites met veel oefeningen hiervoor..
Zelf kan ik deze meditatie goed gebruiken, ik ben van nature niet zo liefdevol, eerder wat autistisch en de cosmos (voor minder doe ik het niet) ziend als een vijandige omgeving.
Metta (en karuna) moet je doen, in meditatievorm èn in het dagelijks leven.
Genoemde boeken bieden daar prima instructies voor. Ik ga ze niet samenvatten of verder uitleggen.
De stijl en het taalgebruik is nogal verschillend: de Noord-Nederlandse nuchterheid van Koster en Heynekamp, het pathetische quasi-revolutionaire van Levine en de zelfhulp-stijl voor meer tobberige mensen van Salzberg (oh mijn god, mensen tobbers noemen, ben ik wel mild genoeg?)
Ze zijn alledrie lief, zeker ook het boek van Levine is dat, die cultiveert het ‘ruwe bolster blanke pit’-imago wel wat sterk. En ze zijn praktisch.
De afgelopen weken heb ik nog een andere tekst over metta gelezen, veel revolutionairder voor mij
Namelijk ‘The Buddha’s Positive Values: Love and Compassion’ in ‘What the Buddha Thought’ van Richard Gombrich. (Een andere tekst over dezelfde ontdekking – zo noemt hij het m.i. terecht – van Gombrich is hier te lezen)
De strekking ervan: het ‘zich bevinden' (Brahmavihara’s zijn immers ‘verheven toestanden’) in metta en karuna kan op zichzelf leiden tot het bereiken van nirvana; ‘ontwaken’ noem ik dat bij voorkeur. En dit feit, onderbouwd met teksten uit de Sutta’s, werd in het vroege boeddhisme en wordt bij de huidige Theravada-orthodoxie niet onderkend. Het gaat niet om een negatieve deugd – geen haat en agressiviteit – maar om een positieve. De kritiek van het Mahayana-boeddhisme dat het dat wat nu Theravada heet, ontbreekt aan compassie, dat het egocentrisch is, klopt dus niet.
Metta-meditatie is dus niet zomaar een hulp-methode, ter ondersteuning van ‘echte’ meditatie (vipassana of samatha); of ter afsluiting van een sessie.
Maar het is een eigen methode, direct gericht op kunnen ‘ontwaken’, in dìt leven als ik Gombrich goed begrijp. Langzamerhand denk ik dat ‘metta’ een derde vorm van mediteren genoemd kan worden, naast vipassana en samatha dus, d.w.z. naast gerichtheid op ‘inzicht’ en ‘absorptie’.
Voor mij is vooral de vraag interessant met welk doel men metta beoefent ?
Met een seculier (werelds) doel of soteriologisch (gericht op verlichting/ontwaken) ?
En de vraag: liggen die doelen in elkaar verlengde ? Is het op seculier niveau meer liefdevolle vriendelijkheid hebben een aanzet tot het religieuze doel daarachter ?
Daarover heb ik twijfel, net als bij vipassana ten opzichte van mindfulness, nu ook bij de metta-meditatie.
Geen twijfel mogelijk: metta-beoefening helpt mensen milder en dus gelukkiger te maken, en dat is positief (zover ben ik inmiddels al wel), maar brengt dat het bereiken van het religieuze doel dichterbij? Kan de wens om (binnen samsara) gelukkig te worden, losgelaten worden? Ik hoop het.
Nog milder zou ik worden als iets gedaan wordt met mijn al eerder gedane suggestie dat de therapeuten en coaches die er gebruik van maken in hun werk, een procent van hun omzet storten in een Dhamma-fonds, (‘Boema’ noem ik het, zoals de Buma er is voor muziek-uitvoeringen); tenslotte zijn mindfulness en (geseculariseerde) metta schatplichtig aan het boeddhisme.
Want ik heb twijfel hoe het gaat met het boeddhisme in Nederland als over een jaar of tien deze meditievormen weer uit de mode en uit het therapeutische repertoire zijn verdwenen? Wie kan er dan nog in biblioteken etc tussen alle tientallen zelfhulpteksten het authentieke Theravada-pad terugvinden?
Frits Koster zegt dat (zijn) mildheid-meditatie religie-overstijgend is; dat vind ik een beetje een moeilijk begrip. A-religeus of seculier is wat anders. Als ik ‘religieus’ typeer als: bezig zijn met vragen naar zin van het leven, (en de dood), en bezig zijn met rituelen om er samen iets van te maken, weet ik niet wat religie-overstijgend is. Wat wordt dan overstegen?
Bij Salzberg is het onderscheid seculier-religieus niet goed te maken, het is een soort buddhism-lite.
De boeddhistische wortels krijgen bij Noah Levine meer aandacht; dat vermoed ik althans want de regel die hij zichzelf opgelegd lijkt te hebben, hippe taal (vast een fout woord) te gebruiken, verbloemt juist.
Mildheid
Geleide meditatie-oefeningen voor vriendelijkheid en compassie
door Frits Koster en Jetty Heynekamp
isbn: 9789056702687
Een boekje met bijbehorende CD’s; en een website
en
Het hart van de revolutie
Boeddha's radicale lessen over vergeving, compassie en vriendelijkheid
door Noah Levine
isbn: 9789056702762
Dit boek is overigens nog niet uit, ik heb het Engelse origineel (The Heart of the Revolution) gelezen en ga ervan uit dat vertaler Frank Uyttebroeck (website) het getrouw in het Nederlands heeft weergegeven. [Begin december is het inmiddels wel uit; J.R.]
Nadat het uit de Theravada afkomstige ‘vipassana’ de laatste 25 jaar breed bekend en toegepast is geraakt in het geseculariseerde ‘mindfulness’, gaat dat nu met het uit dezelfde bron afkomstige ‘metta’ gebeuren.
Eigenlijk niet alleen met ‘metta’, maar ook met de tweede van de vier Brahmavihara’s: ‘karuna’, meestal vertaald als ‘compassie’ of ‘mededogen’. Zie Wikipedia of de kortere Nederlands versie. Zelf heb ik de contemplaties (wat anders dan meditaties, namelijk een soort diep denken) van Nyanaponika altijd gewaardeerd, al doen ze wat ouderwets aan.
Eerder is bij Asoka al een vergelijkbaar boek uitgekomen:
Liefdevolle vriendelijkheid - Een ander perspectief op geluk door Sharon Salzberg. Hierin komen ook – kort - de laatste twee Brahmavihara’s als meditatievorm aan de orde: mudita (mede-vreugde) en upekkha (gelijkmoedigheid)
Helemaal nieuw is de aandacht voor metta ook weer niet, meer dan vijf jaar geleden gaven Jotika Hermsen en de helaas overleden Khanti Nouwen al retraites met veel oefeningen hiervoor..
Zelf kan ik deze meditatie goed gebruiken, ik ben van nature niet zo liefdevol, eerder wat autistisch en de cosmos (voor minder doe ik het niet) ziend als een vijandige omgeving.
Metta (en karuna) moet je doen, in meditatievorm èn in het dagelijks leven.
Genoemde boeken bieden daar prima instructies voor. Ik ga ze niet samenvatten of verder uitleggen.
De stijl en het taalgebruik is nogal verschillend: de Noord-Nederlandse nuchterheid van Koster en Heynekamp, het pathetische quasi-revolutionaire van Levine en de zelfhulp-stijl voor meer tobberige mensen van Salzberg (oh mijn god, mensen tobbers noemen, ben ik wel mild genoeg?)
Ze zijn alledrie lief, zeker ook het boek van Levine is dat, die cultiveert het ‘ruwe bolster blanke pit’-imago wel wat sterk. En ze zijn praktisch.
De afgelopen weken heb ik nog een andere tekst over metta gelezen, veel revolutionairder voor mij
Namelijk ‘The Buddha’s Positive Values: Love and Compassion’ in ‘What the Buddha Thought’ van Richard Gombrich. (Een andere tekst over dezelfde ontdekking – zo noemt hij het m.i. terecht – van Gombrich is hier te lezen)
De strekking ervan: het ‘zich bevinden' (Brahmavihara’s zijn immers ‘verheven toestanden’) in metta en karuna kan op zichzelf leiden tot het bereiken van nirvana; ‘ontwaken’ noem ik dat bij voorkeur. En dit feit, onderbouwd met teksten uit de Sutta’s, werd in het vroege boeddhisme en wordt bij de huidige Theravada-orthodoxie niet onderkend. Het gaat niet om een negatieve deugd – geen haat en agressiviteit – maar om een positieve. De kritiek van het Mahayana-boeddhisme dat het dat wat nu Theravada heet, ontbreekt aan compassie, dat het egocentrisch is, klopt dus niet.
Metta-meditatie is dus niet zomaar een hulp-methode, ter ondersteuning van ‘echte’ meditatie (vipassana of samatha); of ter afsluiting van een sessie.
Maar het is een eigen methode, direct gericht op kunnen ‘ontwaken’, in dìt leven als ik Gombrich goed begrijp. Langzamerhand denk ik dat ‘metta’ een derde vorm van mediteren genoemd kan worden, naast vipassana en samatha dus, d.w.z. naast gerichtheid op ‘inzicht’ en ‘absorptie’.
Voor mij is vooral de vraag interessant met welk doel men metta beoefent ?
Met een seculier (werelds) doel of soteriologisch (gericht op verlichting/ontwaken) ?
En de vraag: liggen die doelen in elkaar verlengde ? Is het op seculier niveau meer liefdevolle vriendelijkheid hebben een aanzet tot het religieuze doel daarachter ?
Daarover heb ik twijfel, net als bij vipassana ten opzichte van mindfulness, nu ook bij de metta-meditatie.
Geen twijfel mogelijk: metta-beoefening helpt mensen milder en dus gelukkiger te maken, en dat is positief (zover ben ik inmiddels al wel), maar brengt dat het bereiken van het religieuze doel dichterbij? Kan de wens om (binnen samsara) gelukkig te worden, losgelaten worden? Ik hoop het.
Nog milder zou ik worden als iets gedaan wordt met mijn al eerder gedane suggestie dat de therapeuten en coaches die er gebruik van maken in hun werk, een procent van hun omzet storten in een Dhamma-fonds, (‘Boema’ noem ik het, zoals de Buma er is voor muziek-uitvoeringen); tenslotte zijn mindfulness en (geseculariseerde) metta schatplichtig aan het boeddhisme.
Want ik heb twijfel hoe het gaat met het boeddhisme in Nederland als over een jaar of tien deze meditievormen weer uit de mode en uit het therapeutische repertoire zijn verdwenen? Wie kan er dan nog in biblioteken etc tussen alle tientallen zelfhulpteksten het authentieke Theravada-pad terugvinden?
Frits Koster zegt dat (zijn) mildheid-meditatie religie-overstijgend is; dat vind ik een beetje een moeilijk begrip. A-religeus of seculier is wat anders. Als ik ‘religieus’ typeer als: bezig zijn met vragen naar zin van het leven, (en de dood), en bezig zijn met rituelen om er samen iets van te maken, weet ik niet wat religie-overstijgend is. Wat wordt dan overstegen?
Bij Salzberg is het onderscheid seculier-religieus niet goed te maken, het is een soort buddhism-lite.
De boeddhistische wortels krijgen bij Noah Levine meer aandacht; dat vermoed ik althans want de regel die hij zichzelf opgelegd lijkt te hebben, hippe taal (vast een fout woord) te gebruiken, verbloemt juist.
Labels:
boeddhisme in Nederland,
boeken,
ervaring,
meditatie
Abonneren op:
Posts (Atom)