Even me niet met van alles bemoeien. Ik kan weer gaan wandelen in de bergen, over een paar dagen.
Makkelijker om 'het geluid van de stilte' te horen, hoewel dat volgens Ajahn Sumedho overal kan.
Deze monnik, Brit van Amerikaanse komaf heeft jarenlang bij Ajahn Chah in Thailand geleefd en vooral gemediteerd.
Een van z'n verzamelingen Dhamma-talks is in het Nederlands vertaald door Fred Pelon van der Velden: 'Intuïtief gewaarzijn ' (legaal gratis te downloaden)
Z'n essay 'Het Geluid van Stilte ' neem ik hier over (pagina 77-85). Ogenschijnlijk een simpele tekst over een simpele vorm van mediteren, maar zo makkelijk is het niet.
Let ook op een subtiele passage: “Dit 'kosmische' geluid, het geluid van stilte, is echt een natuurlijk geluid. Daarom kun je leren erop te vertrouwen, omdat het er altijd is; het is niet door jou gemaakt. Het is dus niet alsof je een verfijnde staat creeert die afhankelijk is van allerlei voorwaarden. ” Sumedho lijkt hier een fenomeen te beschrijven dat niet opkomt en weer verdwijnt maar er permanent (?) is, ongebruikelijk in de Theravada, en komt daarmee dicht in de buurt van het aanduiden van de Boeddha-Natuur in ons. En die 'Natuur' wordt meestal als kenmerkend bedenksel van het Mahayana-boeddhisme gezien, vooral voor hen met een 'horror vacui ' (angst voor de Leegte). De oplettende lezer kan uit m'n taalgebruik wellicht opmaken dat ik twijfel aan het bestaan aan zoiets als Boeddha-Natuur, het staat immers op gespannen voet met de karakteristiek 'Anatta ' (niet-zelf). Maar toch ...
==================================================
Het Geluid van Stilte
Iemand vergeleek het geluid van stilte eens met een kosmisch zoemen, een sprankelend bijna elektronisch aandoend achtergrondgeluid. Hoewel het altijd te horen is merken we het meestal niet op. Maar wanneer je geest ontspannen is en je ervoor openstaat, begin je het te horen. Mijzelf kwam dit zeer goed van pas; namelijk dat je in een ontspannen staat van gewaarzijn moet verkeren om het op te merken. Mensen proberen het te vinden zoals je naar een definitie van iets zoekt. Ze gaan naar een tiendaagse meditatieretraite om het geluid van stilte te vinden en dan komen ze met zoiets als:“Ik kan het niet horen, wat doe ik fout?”
Ze proberen iets te vinden. Maar er is niet iets wat je kunt vinden — het is meer iets waarvoor je je kunt openstellen: de mogelijkheid om te luisteren, om met hart en geest te ontvangen.
Daarmee wordt het mogelijk om het geluid van stilte te horen.
Je probeert niet iets op te lossen maar je gaat luisteren. Je breng je geest in een staat van open gewaarzijn. Dat is gewaarzijn dat bereid is om te ontvangen wat er zich ook aandient, zonder onderscheid. Een van die dingen die je dan tegenkomt is het geluid van stilte.
Er zijn mensen die een afkeer ontwikkelen tegen het geluid van stilte. Er was een vrouw die het opmerkte en het wilde laten stoppen, dus ze verzette zich ertegen. Ze zei:“Ik was vreedzame meditaties gewend. Nu zit ik met die herrie en probeer ik het te stoppen. Voordien hoorde ik het helemaal niet, maar zodra ik ga zitten hoor ik bzzzzzzzz.” Ze ontwikkelde een afkeer tegen dat wat er is; 'ik wil dat niet'!
Zij creeerde lijden rondom het geluid van stilte. Maar in plaats van lijden te creeren kan het geluid van stilte ons helpen om de geest helder te krijgen, omdat wanneer we het waarnemen, de geest zich in een zeer open staat bevindt. Een geestestoestand die verwelkomt, wat er zich ook aandient in het bewustzijn; niet een geestestoestand die uitsluit. Het geluid van stilte is als de oneindige ruimte omdat het al het andere geluid in zich meedraagt, alles.
Het geeft een gevoel van uitgestrektheid, onbegrensdheid, oneindigheid.
Andere geluiden komen en gaan en veranderen en bewegen zoals het hun aard is, maar dit is een continue stroom. Ik gaf eens een retraite in Chiang Mai in Noord Thailand, in een prachtige omgeving met een waterval en een beekje. De meditatieruimte lag naast dat beekje en het geluid ervan was luid en constant te horen. Iemand op deze retraite ontwikkelde een heftige afkeer tegen dat geluid. “Hier kan ik niet mediteren, er is teveel herrie; dat geluid van dat riviertje is mij teveel, ik kan er niet tegen”. Je kunt er of naar gaan luisteren en je geest ervoor open stellen, of je er tegen verzetten met als gevolg dat je moet vechten en verzetten; en dat veroorzaakt lijden.
Ik merkte het geluid van de waterval en het beekje op. Het geluid van stilte was er ook, op de achtergrond. Uiteindelijk was het zelfs zo dat het geluid van stilte sterker, duidelijker werd zonder het geluid van het beekje uit te wissen, ze werkten samen. Het geluid van het beekje verving niet het geluid van stilte. Dus het is een beetje als een radar. De geest bevindt zich in een alsmaar groeiende staat van gewaarzijn: omvattend, open en ontvankelijk; niet benauwd, gesloten en star. Merk dit op, observeer deze ervaring en bundel je aandacht op het geluid van stilte. Wanneer je er aan denkt, doe dat dan in de zin van iets wat iets goeds brengt, een
zegen of een prachtig gevoel van openheid, in plaats van als een zoemtoon in je oor zodat je denkt dat het een verstopping is of een of andere ziekte. Wanneer je het opvat als het geluid van engelen, een kosmisch of oer-geluid dat elk moment zegent zodra we ons er voor open stellen, dan voelen we ons ook gezegend. Op deze manier reflecteren, met een positieve houding, helpt ons er een interesse voor te ontwikkelen en ons er goed van te gaan voelen. Wanneer je zo naar het geluid van stilte luistert kun je een begin maken met het observeren van het zonder-gedachten-zijn, want als je alleen maar naar het kosmische geluid luistert, er geen denken is, het is zoals het is, namelijk; leegte en zelf-loosheid. Ben je alleen met het kosmische geluid dan is er pure aandacht, dan is er geen persoon of persoonlijkheid, dan is er geen 'mij' en 'mijn'. Dit verwijst naar anattā (niet-zelf of zelf-loosheid). Ontspan je in het geluid, probeer je aandacht ervoor niet te forceren. Wees gewoon ontspannen, berust in vreedzaamheid. Probeer eens te tellen, bijvoorbeeld tot tien en luister naar het geluid van stilte: 'Een, twee, drie ...negen, tien'. De geest is het niet gewend om zolang rustig te zijn, het is gewend aan denken en aan onrustige mentale bewegingen.
Het duurt even om te kalmeren, te ontspannen en rust te vinden in het geluid van stilte. In de stilte kun je ook opkomende emoties waarnemen. Het is geen alles vernietigende leegte, het is geen steriele niets-heid, het is vol en omarmend. Je kunt je gewaarzijn van de veranderingen van emoties, twijfels, herinneringen of gevoelens die aan de oppervlakte komen. De stilte omarmt ze, het veroordeelt ze niet, het verzet zich niet, het is er zelfs niet door gefascineerd. Het merkt slechts op en stelt vast wat er is.
We hebben de neiging om het woord 'geluid' te gebruiken zoals we dat gewend zijn. We verbinden geluid met horen. Daarom wordt het geluid van stilte gehoord als een zoemtoon in de oren, omdat de indruk van geluid altijd verbonden is met de oren. Maar je kunt je oren dicht stoppen en je hoort het nog steeds. Wanneer je onder water zwemt hoor je het nog steeds. Dus wat is het? Vervolgens ga je je realiseren dat het overal is en niet alleen maar in je oren.
Die opvatting dat het geluid van stilte gehoord wordt met de oren is namelijk dezelfde misvatting als denken dat de geest in onze hersenen huist. Wat er vervolgens gebeurt is dat je verandert van die geconditioneerde manier van leven — afkomstig uit het idee van een 'zelf' en uit de door cultuur gevormd gedrag waar we ons aan vastklampen — naar een veel breder en open begrijpen van de dingen zoals ze zijn. Zoals wanneer we de geest — het denken en voelen — in het lichaam waarnemen. Door intuitief gewaar te zijn gaan we zien dat het lichaam in de geest aanwezig is. Op dit moment zijn jullie in mijn geest; iedereen hier in deze ruimte, jullie zijn aanwezig in mijn geest.
Op het conventionele vlak is het zo dat onze geest zich in ons hoofd bevindt — jullie zitten daar met de geest in je hoofd — al die verschillende hoofden met de geest erin. Maar in de zin van geest; ik zit hier op de hoge zetel, ik kan jullie zien met mijn ogen, en jullie zijn in de geest; niet in mijn hoofd. Ik kan niet zeggen dat jullie allemaal in mijn hersenen zitten. De geest heeft geen beperkingen.
Dus op deze manier kun je gaan inzien dat het lichaam meer weg heeft van een radio: een afzonderlijke levensvorm met bewustzijn, die ontvangt. Eenmaal geboren als een individueel wezen in het universum zijn we als een licht, we zijn een bewuste en afzonderlijke levensvorm. We gaan er meestal van uit dat we een vast-staande persoonlijkheid zijn, een solide fysieke verschijning.
Maar we zijn wel iets meer dan dat – niet zo beperkt, zwaar en bestendig als onze culturele conditioneringen het ons laten voorkomen, of zoals we die begrijpen.
Het geluid van stilte is niet van mij en zit ook niet in mijn hoofd, maar dit lichaam is in staat om het te herkennen, om dingen te kennen zoals ze zijn. Dit kennen is niet een cultureel bepaald kennen, is niet het interpreteren vanuit mijn culturele conditionering; het is het zien van de dingen zoals ze zijn, op een directe manier, onafhankelijk van door cultuur gevormde gedragingen. Op deze manier gaan we anattā, niet-zelf, werkelijk begrijpen, waar-door we vervolgens gaan zien dat we allemaal verbonden zijn met elkaar, dat we een-zijn. We zijn niet, zoals het op het eerste gezicht lijkt, een verzameling van afgescheiden wezens. Wanneer je op deze manier gaat denken, ontwikkel je een omvattend gewaarzijn in plaats van vanalles uit te sluiten.
Wat betreft meditatie betekent dit dat we gewaarzijn realiseren in het hier-en-nu. Met het tot rust laten komen van het denken, het voor de geest brengen van de gedachten en het observeren van een-punts-gerichtheid in het hier-en-nu , het lichaam, de ademhaling, het geluid van stilte. Vervolgens kunnen we er mettā (onbegrensde liefdevolle vriendelijkheid) bij betrekken. Dit is een manier om welwillend met de dingen om te gaan in plaats van er over te oordelen. Zonder mettā neigen we naar waardeoordelen vanuit de persoonlijke ervaring. De een ervaart vrede, de ander ervaart onrust, de een is geinspireerd, de ander verveelt zich, de een is vrolijk, de ander gedeprimeerd; of je hebt goede of slechte gedachten, stomme of bruikbare gedachten, wat oordelen zijn over de kwaliteiten van onze ervaringen. In termen van weten: we weten dat een gedachte een geconditioneerd proces van opkomen en verdwijnen is. Zelfs slechte of vreselijke gedachten komen op en verdwijnen weer, net zoals goede gedachten dat doen. Het gaat er niet om te oordelen over hoe slecht je bent omdat je slechte gedachten hebt; het gaat om het vermogen de gedachte te herkennen, en te zien dat de aard van denken niet blijvend maar veranderlijk is, 'niet-zelf'. Gebruik die kosmische zoem dus maar, die zachte stroom van zwevend sprankelend geluid. Maak je er vertrouwd mee.
Bij een emotionele ervaring kunnen we opgewonden raken over iets en sterke emotionele reacties krijgen zoals verontwaardiging of van streek zijn. “Ik pik dit niet, ik heb er genoeg van.” Wanneer zoiets gebeurt, ga dan naar het geluid van stilte en tel tot vijf, tot tien, en kijk naar wat er gebeurt. Experimenteer ermee, nu op dit moment. “Ik ben het zat, genoeg zo, basta!”, en ga vervolgens in de stilte. Ik deed dat zelf ook zo wanneer ik weer eens ten prooi viel aan verontwaardiging, ergernis of wanneer ik het helemaal zat was.
Ik hou wel van dat woord 'zat', je kunt er zo veel overtuiging inleggen.
Dit 'kosmische' geluid, het geluid van stilte, is echt een natuurlijk geluid. Daarom kun je leren erop te vertrouwen, omdat het er altijd is; het is niet door jou gemaakt. Het is dus niet alsof je een verfijnde staat creeert die afhankelijk is van allerlei voorwaarden. Om zo'n verfijnde mentale staat vol te houden ben je afhankelijk van verfijnde omstandigheden. Je kunt niet allerlei grove, lawaaierige, ruwe, rauwe en vervelende zaken om je heen hebben en tegelijkertijd een soort verfijnde staat volhouden. Om in een subtiele mentale staat te verkeren heb je stilte nodig, een rustige omgeving, geen herrie, geen afleiding, geen ruzie, geen oorlog, geen explosies; alleen maar een liefelijke omgeving waar alles dierbaar en onder controle is. Als we in zo'n staat terecht komen, kunnen we heel voorkomend worden. Iedereen fluistert tegen elkaar in zachte tonen. Als iemand dan even iets luids roept zijn we meteen van slag omdat we zo gevoelig zijn geworden.
Het geluid van stilte kun je horen waar je ook maar bent: in het centrum van Amsterdam, in een file in Bangkok, tijdens een heftige discussie met iemand, wanneer er een kettingzaag aan staat, wanneer de drilboor en de grasmaaier en de kettingzaag tegelijkertijd aan staan, zelfs wanneer er muziek is! Het leren ontdekken, er op afstemmen, dat is de uitdaging. Mensen zeggen soms: “Ik kan het niet horen, er is teveel herrie.” Als je je verzet tegen de herrie kun je het geluid van stilte niet horen, maar als je jezelf er voor open stelt ga je de subtiele sprankelende zoem oren, zelfs terwijl de drilboor tekeer gaat. Luisteren naar het geluid van stilte stelt ons in staat om aandacht en meditatie te integreren in onze activiteiten. Wanneer je de afwas doet, onderweg bent naar je kamer of auto rijdt, kun je op hetzelfde moment naar het geluid van stilte luisteren.
Je wordt er niet onbehoedzaam van. Je kunt volledig aanwezig zijn bij wat je doet. Het leidt je niet af, het versterkt juist de opmerkzaamheid. Het helpt je de afwas goed te doen, in volledige aanwezigheid in plaats van met je gedachten overal en nergens te zijn. Wanneer je van hier naar je kamer terugloopt kun je aan van alles en nog wat lopen te denken, maar in het geluid van stilte blijf je bij het lopen, blijf je opmerkzaam bij dat wat er gebeurt van moment tot moment.
Soms is het geluid van stilte hard en nogal onplezierig maar dat blijft niet zo. Ik herinner me hoe het bij mij eens erg luid was, oorverdovend zelfs. Ik dacht bij mezelf: “Dit gaat helemaal fout”.
Maar toen veranderde het en toen ik vervolgens probeerde om het weer net zo luid te krijgen lukte dat niet. Maar het kan geen kwaad.
Het ligt eraan hoe je je opstelt. Verzet je je ertegen of neem je een afwijzende houding aan dan creeer je er negativiteit omheen.
Ontspan je jezelf en stel je je er voor open, dan voel je dat sprankelende achtergrondgeluid, dat wat vreedzaam, kalmerend en rustgevend is. Je begint leegte te herkennen en dat is niet een of ander vaag idee, dat je misschien ooit eens leegte mag ervaren wanneer je mediteert. Het is niet iets vaags, het is heel direct.
En dan, in die leegte, observeer wat 'zelf' is. Wanneer je een persoonlijkheid wordt, wat gebeurt er dan? Je begint te denken, je grijpt je vast aan gevoelens, vervolgens word je een monnik of non, man of vrouw, een persoonlijkheid, Boogschutter of Tweeling, een Aziaat of een Europeaan, een Amerikaan, een oude man, jonge man, of wat dan ook. Het komt door het denken, het vasthouden aan de khandhas dat we er hierin verstrikt raken en dan worden we iets. Maar in deze leegte bestaat geen nationaliteit. Het is een pure intelligentie, het behoort niets en niemand toe. Het is hier dat je begint te herkennen wanneer je iemand of niemand wordt, dat je herkent wanneer er attā (zelf) en anattā (niet-zelf) is.
In de leegte is er geen zelf, is er op dit moment geen Ajahn Sumedho.”Maar ik zal jullie mijn persoonlijke geschiedenis vertellen, over mijn kwalificaties en vorderingen in het monniken leven van de afgelopen dertig jaar. Ik ben abt van het klooster, wordt gezien als een 'VIB', Very Important Bhikkhu (Zeer Belangrijke Monnik) en ik wil dat jullie mij met respect behandelen, correct met mij omgaan. Je ontvangt immers een hoop verdiensten wanneer je aardig bent voor oude mensen! Zo is Ajahn Sumedho!!”
Of: “Je hoeft mij helemaal niet te respecteren, dat maakt mij helemaal niets uit, of je mij nu onaardig vindt of mij bekritiseert en op fouten betrapt, het is goed, ik ben best bereid dat allemaal te verdragen omdat ik mij al zoveel voor jullie heb opgeofferd,” maar dat is Ajahn Sumedho weer! Herboren en verdwenen! — Leeg.
Door dit te verkennen krijg je werkelijk begrip van wat attā (zelf) is, hoe je een persoonlijkheid wordt. En kun je ook zien dat bij afwezigheid van de persoon er nog steeds gewaarzijn is. Het is een intelligent gewaarzijn; geen staat van onbewuste, afgestompte dommigheid; het is een lichte, heldere, intelligente leegte. Wanneer je een persoonlijkheid wordt door zelfmedelijden, zienswijzen en meningen, zelfkritiek en dergelijke, en je kunt die gedachten stoppen, dan is daar de stilte. Maar deze stilte is nog steeds licht, helder en intelligent. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan deze stilte boven dat oeverloze, alsmaar toenemende gebabbel in de geest.
Ik had vroeger, zoals ik dat noem, een 'innerlijke tiran', een nare gewoonte ergens opgedaan om mijzelf, wanneer het maar even kon, te bekritiseren. Het is waarlijk een tiran – niemand was ooit zo tiranniek, kritisch en gemeen tegen mij als ikzelf kon zijn. Zelfs de meest kritische persoon, hoezeer die mij ook kwaad deed of mij waardeloos deed voelen, heeft mij zo waardeloos kunnen doen voelen als ikzelf. Zelfs als iedereen zei:”Ajahn Sumedho, je hebt zo'n mooie desanā (voordracht) gegeven”, dan kwam de innerlijke tiran met: “Dit had je niet moeten zeggen, dat zei je verkeerd.”
En dat gaat zo maar door, in een eindeloze, onafgebroken tirade van kritiek en zoeken naar fouten. Toch is het slechts een gewoonte.
Ik heb mijn denken en voelen bevrijd van deze gewoonte en het heeft nu geen houvast meer. Ik weet precies wat het is, ik geloof er niet meer in en probeer er ook niet meer van af te komen. Ik weet gewoon dat je het niet moet volgen maar dat je het moet laten oplossen in de stilte.
Dat is een manier om uit die emotionele gewoontes te breken die ons belagen en onze gedachten zo bezighouden. Je kunt je geest trainen, niet doormiddel van afwijzing of ontkenning, maar door het ontwikkelen en begrijpen van deze stilte. Gebruik deze stilte dus niet als een vorm van vernietiging of afwenteling van wat je ervaart, maar als een manier om je denken en voelen te bevrijden van de obsessieve gedachten en negatieve opvattingen die onze bewuste ervaring eindeloos kunnen belasten.
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
zondag 9 juni 2013
vrijdag 10 mei 2013
Een twee dagen durend seminar eind oktober over en met concentratie meditatie
Op 29 en 30 oktober 2013 vindt er in Amersfoort een seminar plaats onder de titel
' Maak kennis met de vruchtbare wisselwerking tussen samatha en vipassana;
en het bereiken van jhana '.
Omdat ik een van de organisatoren ben, in SIM-verband, wil ik er hier aandacht op vestigen.
SIM, dat is de Stichting Inzichts Meditatie, zie de website www.simsara.nl/
De leraar die we hebben kunnen uitnodigen, is Leigh Brasington.
Hieronder de Uitnodiging zoals die ook op de website van de SIM staat.

Beschrijving
Leigh Brasington, een leerling van Ayya Khema, geeft al vele jaren retraites in Amerika (o.a. de Insight Meditation Society) en Europa. Hij heeft zelf ook vele op jhana gerichte retraites gevolgd en heeft een helder zicht op de misverstanden om dit begrip. Zie zijn website http://leighb.com
Eind oktober komt hij naar Nederland en geeft dan een tweedaags seminar, gericht op de beoefening van samatha (kalmte), waarbij hoge concentratie ontwikkeld wordt tot uiteindelijk het niveau van de jhana’s (absorptietoestanden) bereikt zijn.
De twee dagen kunnen afzonderlijk worden bezocht; ze vullen elkaar aan, dus beide bezoeken is geen herhaling. De spreektaal is Engels zijn en de dagen worden overwegend in stilte gehouden.
Hoeveel concentratie is nodig om goed de vipassana-meditatie in te kunnen gaan?
Is dat 'momentane concentratie' of is de zogeheten 'toegangsconcentratie' gewenst?
Is het bereiken van (eerste of hogere) jhana essentieel om 'inzicht' te bereiken?
Leraren en geleerde monniken uit de Theravada-traditie denken daar verschillend over
De laatste jaren is de belangstelling voor de samatha-meditatie in Nederland gegroeid. We realiseren ons de relevantie van de achtste factor van het Edele Achtvoudige Pad: " de juiste concentratie (samma-samadhi) " = de vier jhana's, voor onze beoefening.
Deze seminar is – beide dagen – een combinatie van talks en mediteren. 'Jhana ' komt veel en in detail aan de orde in de Sutta's; daarom zal Leigh ook de kenmerken ('factoren') van de jhana's bespreken, zodat men deze ook bij zichzelf in de meditatie kan herkennen indien ze voorkomen.
Op de 29e spreekt Leigh over 'de betekenis en het resultaat van het spirituele leven'.
De diverse soorten meditatie (vipassana in de zin van het voortdurend toepassen van sati, metta, samatha) en de relatie ertussen komen aan de orde en worden ook ervaren. Ook de combinatie ervan in de anapanasati (zoals beschreven door Buddhadasa Bhikkhu) zal uiteengezet worden.
Op de 30e gaat het over de jhana's: wat ze zijn en hoe ze te bereiken zijn. Duidelijk zal worden dat er verschillende jhana's zijn. Oefeningen worden gedaan die dit meer duidelijk maken, specifiek zal Leigh aandacht schenken aan de vraag: ' hoe concentratie – al dan niet met het bereiken van jhana – te gebruiken in m'n vipassana-meditatie? '
Een aantal malen biedt Leigh ruimte tot het stellen van vragen. Hij zegt over die vragen: 'I like critical – it makes for very interesting questions and answers '.
Praktische informatie
Tijden: Zowel dinsdag 29 als woensdag 30 oktober: van 10.00 uur tot 17.15 uur
Zaal open 9.30 uur. Er wordt een lunch aangeboden. Zonder overnachting
Kostenbijdrage: € 30 per dag; € 60 voor beide dagen, plus dana voor de leraar
(De twee dagen kunnen afzonderlijk worden bezocht; ze vullen elkaar aan dus beide bezoeken is geen herhaling)
Voor meer informatie / more information:
Joop Romeijn
033 4632869 of jwromeijn@hotmail.com
Website Brasington
Inschrijving vindt plaats door overschrijving van het inschrijfbedrag op giro 8122006
t.n.v. Stichting Inzichts Meditatie te Ezinge onder vermelding: sem. 29-10 en/of 30-10
Daarnaast wordt je verzocht het (Engelse) inschrijfformulier, te vinden op www.simsara.nl/agenda, ingevuld te zenden naar Joop Romeijn.
Op beide plaatsen vermelden om welke dag(en) het gaat.
Als aanvulling op deze aankondiging:
- Informatie over het gebouw van De Oude Viltfabriek te Amersfoort en hoe daar te komen, zie hier
- Meer informatie over Leigh Brasington, over Ayya Khema en over jhana is te vinden op en via zijn website
- Wie een volledige op jhana gerichte retraite bij Leigh wil volgen, kan dit doen van 15 tot 29 november in het Buddhahaus in Kempten, Zuid-Duitsland, zie voor nadere informatie .
- Leigh is ook op 31 oktober en (deels) 1 november nog in Nederland. Mogelijk volgt nog een informeel programma-onderdeel. Suggesties zijn welkom.
Abstract
Invation to participate in a two days seminar oktober 29 and 30, 2013
With or without samatha-meditation: make your own judgement
Samatha in relation to vipassana and jhana.
A seminar given by Leigh Brasington, student of Ayya Khema.
Given on Tuesday, oktober 29 and Wednesday oktober 30 from 10.00 AM till 17.15 (5.15 PM)
in 'De Oude Viltfabriek', Arnhemseweg 47, Amersfoort (website www.deoudeviltfabriek.nl/ )
Welcome at 9.30 The seminar is given in English. There is no overnight facility
Tuesday 29 oktober
Starting with a talk about the fruits of the spiritual life. Overview of different kinds of meditation (vipassana, metta, samatha) and the relation between them. The position of the 'Anapanasati' (as explained by Buddhadasa Bhikkhu) in this spectre. Guided & silent meditation, questions and answers.
Wednesday 30 oktober
More about samatha-meditation, talks and practicing. Details about jhana's and jhana factors.
'Answer' to the question many will have: 'how to use concentration (with or without really achieving jhana) in my vipassana-meditation '. Guided & silent meditation, questions and answers.
========================================================================
Tot zover de in SIMsara geplaatste uitnodiging.
NOG WAT AANVULLENDE INFORMATIE:
In april werd Leigh Brasington geinterviewd door Ted Meissner van de Secular Buddhist Association . Als introductie tot de seminar-dagen is dit een kleine veertig minuten durende gesprek zeer bruikbaar: zie en hoor hier .
Over een in 2008 door mij gevolgde retraite gegeven door Leigh Brasington beschreef ik mijn ervaringen hier
Zie ook een (boekbespreking van) René van Oosterwijk
Doctrinal backgrounds of Vipassana-meditation
Insight in current methods and according to canonical sources
In SIMsara; en hier
Hierin komen een aantal passages voor over de relatie samatha - vipassana.
BOEKEN EN ANDERE TEKSTEN OVER SAMATHA-MEDITATIE,
EN OVER DE RELATIE VIPASSANA-SAMATHA:
Verdiep je mindfulness - Een stap verder op de weg van meditatie
door Henepola Gunaratana
Uitgeverij Altamira/Becht | november 2011
Een vertaling van Beyond Mindfulness in Plain English; An Introductory Guide To Deeper States Of Meditation
De Engelse titel geeft de inhoud beter weer dan de Nederlandse, verder is er niet zo veelop de vertaling aan te merken, geloof ik.
Mindfulness With Breathing
A Manual for Serious Beginners
door Ajahn Buddhadasa Bhikkhu
Translated from the Thai by Santikaro Bhikkhu
Wisdom Publications, 1988, 1996
M'n favoriete boek over de Anapanasati , helaas nog steeds niet vertaald
Helder inzicht, diepe verstilling;
Handboek boeddhistische meditatie
door Ajahn Brahm
Asoka, 2009
Af en toe wat 'over the top', maar inspirerend
Richard Shankman
The Experience of Samadhi ;
An In-Depth Exploration Of Buddhist Meditation
Als pdf: hier
Als boek: Shambhala Publications Inc, 2008
A Swift Pair of Messengers
Calm with insight in the Buddha’s words
door Bhikkhu Sujato , 2001 & 2012
Hier te downloaden
En hier .
' Maak kennis met de vruchtbare wisselwerking tussen samatha en vipassana;
en het bereiken van jhana '.
Omdat ik een van de organisatoren ben, in SIM-verband, wil ik er hier aandacht op vestigen.
SIM, dat is de Stichting Inzichts Meditatie, zie de website www.simsara.nl/
De leraar die we hebben kunnen uitnodigen, is Leigh Brasington.
Hieronder de Uitnodiging zoals die ook op de website van de SIM staat.

Beschrijving
Leigh Brasington, een leerling van Ayya Khema, geeft al vele jaren retraites in Amerika (o.a. de Insight Meditation Society) en Europa. Hij heeft zelf ook vele op jhana gerichte retraites gevolgd en heeft een helder zicht op de misverstanden om dit begrip. Zie zijn website http://leighb.com
Eind oktober komt hij naar Nederland en geeft dan een tweedaags seminar, gericht op de beoefening van samatha (kalmte), waarbij hoge concentratie ontwikkeld wordt tot uiteindelijk het niveau van de jhana’s (absorptietoestanden) bereikt zijn.
De twee dagen kunnen afzonderlijk worden bezocht; ze vullen elkaar aan, dus beide bezoeken is geen herhaling. De spreektaal is Engels zijn en de dagen worden overwegend in stilte gehouden.
Hoeveel concentratie is nodig om goed de vipassana-meditatie in te kunnen gaan?
Is dat 'momentane concentratie' of is de zogeheten 'toegangsconcentratie' gewenst?
Is het bereiken van (eerste of hogere) jhana essentieel om 'inzicht' te bereiken?
Leraren en geleerde monniken uit de Theravada-traditie denken daar verschillend over
De laatste jaren is de belangstelling voor de samatha-meditatie in Nederland gegroeid. We realiseren ons de relevantie van de achtste factor van het Edele Achtvoudige Pad: " de juiste concentratie (samma-samadhi) " = de vier jhana's, voor onze beoefening.
Deze seminar is – beide dagen – een combinatie van talks en mediteren. 'Jhana ' komt veel en in detail aan de orde in de Sutta's; daarom zal Leigh ook de kenmerken ('factoren') van de jhana's bespreken, zodat men deze ook bij zichzelf in de meditatie kan herkennen indien ze voorkomen.
Op de 29e spreekt Leigh over 'de betekenis en het resultaat van het spirituele leven'.
De diverse soorten meditatie (vipassana in de zin van het voortdurend toepassen van sati, metta, samatha) en de relatie ertussen komen aan de orde en worden ook ervaren. Ook de combinatie ervan in de anapanasati (zoals beschreven door Buddhadasa Bhikkhu) zal uiteengezet worden.
Op de 30e gaat het over de jhana's: wat ze zijn en hoe ze te bereiken zijn. Duidelijk zal worden dat er verschillende jhana's zijn. Oefeningen worden gedaan die dit meer duidelijk maken, specifiek zal Leigh aandacht schenken aan de vraag: ' hoe concentratie – al dan niet met het bereiken van jhana – te gebruiken in m'n vipassana-meditatie? '
Een aantal malen biedt Leigh ruimte tot het stellen van vragen. Hij zegt over die vragen: 'I like critical – it makes for very interesting questions and answers '.
Praktische informatie
Tijden: Zowel dinsdag 29 als woensdag 30 oktober: van 10.00 uur tot 17.15 uur
Zaal open 9.30 uur. Er wordt een lunch aangeboden. Zonder overnachting
Kostenbijdrage: € 30 per dag; € 60 voor beide dagen, plus dana voor de leraar
(De twee dagen kunnen afzonderlijk worden bezocht; ze vullen elkaar aan dus beide bezoeken is geen herhaling)
Voor meer informatie / more information:
Joop Romeijn
033 4632869 of jwromeijn@hotmail.com
Website Brasington
Inschrijving vindt plaats door overschrijving van het inschrijfbedrag op giro 8122006
t.n.v. Stichting Inzichts Meditatie te Ezinge onder vermelding: sem. 29-10 en/of 30-10
Daarnaast wordt je verzocht het (Engelse) inschrijfformulier, te vinden op www.simsara.nl/agenda, ingevuld te zenden naar Joop Romeijn.
Op beide plaatsen vermelden om welke dag(en) het gaat.
Als aanvulling op deze aankondiging:
- Informatie over het gebouw van De Oude Viltfabriek te Amersfoort en hoe daar te komen, zie hier
- Meer informatie over Leigh Brasington, over Ayya Khema en over jhana is te vinden op en via zijn website
- Wie een volledige op jhana gerichte retraite bij Leigh wil volgen, kan dit doen van 15 tot 29 november in het Buddhahaus in Kempten, Zuid-Duitsland, zie voor nadere informatie .
- Leigh is ook op 31 oktober en (deels) 1 november nog in Nederland. Mogelijk volgt nog een informeel programma-onderdeel. Suggesties zijn welkom.
Abstract
Invation to participate in a two days seminar oktober 29 and 30, 2013
With or without samatha-meditation: make your own judgement
Samatha in relation to vipassana and jhana.
A seminar given by Leigh Brasington, student of Ayya Khema.
Given on Tuesday, oktober 29 and Wednesday oktober 30 from 10.00 AM till 17.15 (5.15 PM)
in 'De Oude Viltfabriek', Arnhemseweg 47, Amersfoort (website www.deoudeviltfabriek.nl/ )
Welcome at 9.30 The seminar is given in English. There is no overnight facility
Tuesday 29 oktober
Starting with a talk about the fruits of the spiritual life. Overview of different kinds of meditation (vipassana, metta, samatha) and the relation between them. The position of the 'Anapanasati' (as explained by Buddhadasa Bhikkhu) in this spectre. Guided & silent meditation, questions and answers.
Wednesday 30 oktober
More about samatha-meditation, talks and practicing. Details about jhana's and jhana factors.
'Answer' to the question many will have: 'how to use concentration (with or without really achieving jhana) in my vipassana-meditation '. Guided & silent meditation, questions and answers.
========================================================================
Tot zover de in SIMsara geplaatste uitnodiging.
NOG WAT AANVULLENDE INFORMATIE:
In april werd Leigh Brasington geinterviewd door Ted Meissner van de Secular Buddhist Association . Als introductie tot de seminar-dagen is dit een kleine veertig minuten durende gesprek zeer bruikbaar: zie en hoor hier .
Over een in 2008 door mij gevolgde retraite gegeven door Leigh Brasington beschreef ik mijn ervaringen hier
Zie ook een (boekbespreking van) René van Oosterwijk
Doctrinal backgrounds of Vipassana-meditation
Insight in current methods and according to canonical sources
In SIMsara; en hier
Hierin komen een aantal passages voor over de relatie samatha - vipassana.
BOEKEN EN ANDERE TEKSTEN OVER SAMATHA-MEDITATIE,
EN OVER DE RELATIE VIPASSANA-SAMATHA:
Verdiep je mindfulness - Een stap verder op de weg van meditatie
door Henepola Gunaratana
Uitgeverij Altamira/Becht | november 2011
Een vertaling van Beyond Mindfulness in Plain English; An Introductory Guide To Deeper States Of Meditation
De Engelse titel geeft de inhoud beter weer dan de Nederlandse, verder is er niet zo veelop de vertaling aan te merken, geloof ik.
Mindfulness With Breathing
A Manual for Serious Beginners
door Ajahn Buddhadasa Bhikkhu
Translated from the Thai by Santikaro Bhikkhu
Wisdom Publications, 1988, 1996
M'n favoriete boek over de Anapanasati , helaas nog steeds niet vertaald
Helder inzicht, diepe verstilling;
Handboek boeddhistische meditatie
door Ajahn Brahm
Asoka, 2009
Af en toe wat 'over the top', maar inspirerend
Richard Shankman
The Experience of Samadhi ;
An In-Depth Exploration Of Buddhist Meditation
Als pdf: hier
Als boek: Shambhala Publications Inc, 2008
A Swift Pair of Messengers
Calm with insight in the Buddha’s words
door Bhikkhu Sujato , 2001 & 2012
Hier te downloaden
En hier .
zondag 10 maart 2013
Waarom lezen boeddhisten eigenlijk, en waarom ik ?
Het uitkomen van het vroege Lentenummer van BoeddhaMagazine afgelopen week was aanleiding tot een discussie in LinkedIn over inhoud en vormgeving (electronisch of op papier) van een boeddhistisch tijdschrift.
Een interessante discussie die ik hieronder zal weergeven; maar eerst een vraag die daaraan vooraf moet gaan: Waarom leest een boeddhist eigenlijk ?
Mijn poging tot antwoord erop is een beetje als schrijver(tje) maar vooral als lezer.
Ondanks dat er veel-lezers en weinig-lezers zijn, spreek ik voor het gemak verder maar in de meervoudsvorm.
Lang niet alle boeddhisten lezen veel (over het boeddhisme), in Nederland. Sommige helemaal niet. En ik heb de indruk dat dat in Aziatische en in andere Westerse landen niet veel anders is.
Wel nemen we allemaal in orale vorm allerlei teksten tot ons.
Het boeddhisme was oorspronkelijk ook een orale traditie. En een kenmerk daarvan is de herhaling .
Dat roept een interessante eerste vraag op: lezen we het liefste dat wat we al weten of liever iets nieuws ? Ik denk dat de boeddhist (de mens als boeddhist) het liefst leest wat hij/zij al weet. Waarbij we wel diezelfde boodschap op licht gevarieerde vorm wil lezen of horen.
Steeds weer opnieuw kennelijk. Alleen daarmee wordt het begrijpelijk waarom nieuwe boeken van boeddhistische bestsellerschrijvers opnieuw gekocht worden hoewel ze vaak dezelfde boodschap en deels dezelfde teksten bevatten als eerder geschreven boeken.
In een poging precieser te zijn moeten we eerst kijken naar de functie van het lezen.
Ik heb er geen wetenschappelijke literatuur op nageslagen maar volgens mij kunnen er met teksten drie zaken worden overgedragen ; plus nog een functie:
(1) feitelijke informatie; van losse feiten tot in een theoretisch kader gebrachte gegevens
(2) meningen; van heel persoonlijke tot groepsideologieën
(3) gevoelens; van subjectieve uitingen via poëzie tot mantra's
(4) eigenbelang: bekendheid, geld etc.
Er zijn natuurlijk ook allerlei mengvormen en combinaties. 'De lezer proberen te overtuigen' bijvoorbeeld, met argumenten die van alles kunnen bevatten. Of 'verleiden'. Of 'intimideren'.
Dat is vanuit de schrijver dus. Vanuit de lezer is het wezenlijk niet anders. De lezer wil ontroerd, geïnformeerd of geamuseerd worden, lang bezig gehouden of juist snel up-to-date gebracht. En de lezer wil 'er bij horen', door gelezen te hebben wat anderen gelezen hebben.
Geldt dit ook boeddhistische teksten? Lijkt me wel.
Ik noem een paar mengvormen die ik kan bedenken als redenen tot lezen zijn, of tot aanhoren van lezingen of gechante teksten:
(a) Uitleg hoe een beoefening moet. Dat kan van alles zijn: hoe precies te zitten bij meditatie, een tekst om in te prenten, wat de volgorde is bij rituele handelingen, enzovoorts.
(b) Uiteenzetting van de boeddhistische leer, de Dhamma of Dharma. Veel boeken van 'bekende boeddhisten', met name van monniken, zijn eigenlijk door hen uitgesproken talks die door leerlingen zijn opgenomen en uitgewerkt.
(c) Chanten of reciteren van sutra's en andere klassieke teksten. Of het luisteren ernaar waarbij het 'van binnen' mee-resoneert. Desnoods het lezen ervan als tweede keus. Een functie die ik lang met m'n protestante en theravada-achtergrond over het hoofd heb gezien. Maar teksten als van Connie Franssen en van Menno Prins hebben me nog eens ingescherpt dat sutra's er niet alleen zijn om te lezen maar om te reciteren of chanten, dat ze ' de taal van het hart ' zijn.
Ik herken dat laatste wel en ervaar dat soms ook wel maar een sutra of (als ik het over Theravada heb) een sutta is voor mij toch primair een tekst die ik wil begrijpen.
En dat dualisme dat veel boeddhisten (juist zij die zeggen non-dualistisch te willen zijn) propageren tussen het hoofd en het hart (en daarbij dan 'het hart' prefereren) deugt volgens mij niet.
Een sutra of sutta wil ik met het hoofd èn met het hart begrijpen.
De Hart Sutra, om een uitgesproken Mahayana-tekst als voorbeeld te nemen kan men wel alleen als een soort muziekstuk over zich heen laten komen. Maar ik denk dat weten wat 'vorm' eigenlijk is in het vroege boeddhisme, en weten wie Sariputta was, geen kwaad kan.
===================================================================
UPDATE - Een apart type tekst en in zekere zin een aparte functie is de ervaringsbeschrijving , vaak over de meditatie: pieken en dalen. Opvallend genoeg bijna altijd teksten door vrouwen (jongere en oudere meisjes); of dat ook de lezers ervan geldt, weet ik niet. De functie ervan is misschien vooral herkenning en het zich vergelijken.
===================================================================
Samenvattend: de lezer wil met het lezen van boeddhistische teksten geïnformeerd worden en gesticht worden; om een ouderwetse term te gebruiken: meegevoerd worden.
Ondanks dat het een heel rijtje is geworden, komt het toch eigenlijk niet op zoveel leesstof neer. Alles bij elkaar kan het bij wijze van spreken in één boek opgenomen worden.
Hoewel velen zeggen dat lezen werk van het 'hoofd' (de hersenen) is en dat je als boeddhist niet 'zo in je hoofd moet zitten' , niet zo moet denken ook, valt het wat dat betreft wel mee.
Toch is er enorm veel tekst, waardevolle tekst dan (nog veel meer vullis maar daar gaat het vandaag even niet over).
Waarom dat dan lezen? Waarom al die boeken en tijdschriftartikelen en blogs ?
Ik denk vooral: herbevestigd willen worden en m'n tijd op een 'spirituele' wijze doorbrengen.
Maar ook om mezelf te toetsen ; uit nieuwsgierigheid over hoe andere vormen van boeddhisme en het beoefenen van boeddhisme er uit zien. En ook om daar polemisch mee om te gaan, te formuleren of ik het er mee eens of niet mee eens ben.
Laat ik dit alles proberen te toetsen aan de mooie serie blogs van Edel Maex, oorspronkelijk verschenen in Leven in de Maalstroom , later overgenomen door het BoeddhistischDagblad
Niet alleen mooie taal (in esthetische zin) maar ook met een meeslepende diepzinnigheid. En vooral ook: komend van een persoon, gedragen door iemand. Tegelijk zitten er veel zaken in die me tegen de haren instrijken. Ik heb op een aantal van deze essays van Edel gereageerd; en om het onbescheiden te zeggen: dat waren goeie reacties, zijn tekst riep het beste (het polemisch beste maar toch het beste) in me op.
Wat betekent deze beschouwing nu voor de discussie (op o.a.LinkedIn) naar aanleiding van het uitkomen van het vroege lentenummer van BoeddhaMagazine.
Naast het thema of BM zich niet te veel richting Happinez beweegt was er de vraag of het niet tijd wordt voor een digitaal tijdschrift.
Er was ook nog de vraag of dan de copy van het BoeddhistischDagblad de enige inhoud van zo'n tijdschrift moet vormen; over die vraag kan ik kort zijn: dat zou niet goed zijn.
Het is (volgens mij) voor boeddhisten die het lezen van boeddhistische teksten als onderdeel voor hun beoefening beschouwen (voor hun 'hoofd', voor hun 'hart' of voor beide) nuttig als zo'n tijdschrift er zou komen.
Of dat naast of in plaats van BM en BD moet, weet ik niet. Vanuit de optiek van de lezer doet dat er niet zo toe. Wat wel van belang is dat er een toets op kwaliteit komt voor een tekst wordt gepubliceerd; dat kan tot gevolg hebben: als er een bepaalde maand niets is om te publiceren, dan is er niets en wordt er geen bladvulling gezocht .
(Een praktisch probleem wordt dan wel wie er in de redactie moet, wie voldoet er aan de eis van onafhankelijkheid?)
Voor mij is dit electronische tijdschrift er eigenlijk al: op de website van de SIM, www.simsara.nl ; in het bijzonder het tijdschrift, hier aangegeven als 'Nieuwsbrief' .
Maar waar we naar op zoek zijn, is een nog in sterkere mate traditie-overstijgend tijdschrift.
Nog meer om te lezen .
Ik lees ook wel andere teksten dan 'boeddhistische' zoals hierboven bedoeld. Ook kranten, fictie- en non-fictie boeken, ter lering ontspanning en escapisme. Of gedichten, jaren niet en dan weer wel, Rainer Maria Rilke bijvoorbeeld is een van m'n favorieten, en Remco Campert.
Maar van de non-fictie teksten is er nog een speciaal type hier van belang: boeddhologische .
Dat is de wetenschap die het boeddhisme als verschijnsel bestudeert zoals de astrofysica het verschijnsel van sterren(stelsels) en melkweg(stelsels) en hun ontstaan bestudeert.
Om een voorbeeld te noemen: Nagarjuna . Men kan een uitspraak van Nagarjuna los van enige context herhaaldelijk 'citeren', zoals 'Samsara is Nirvana ' .
Het is echter ook mogelijk Nagarjuna en zijn werk in zijn tijd proberen te zien, en de verspreiding van zijn werk (soms Madhyamaka genoemd) over Azië naar bv Tibet en China te kennen.
Met dit type studies houd ik me ook graag bezig, zonder te verwachten (laat staan te verlangen) dat ook andere boeddhisten dat doen.
De centrale vraag daarbij, want anders zou het alleen maar een persoonlijke hobby zijn, is: heb ik aan die studie ook iets voor mijn boeddhistische beoefening, voor mijn pad?
Mijn antwoord: wel een beetje, af en toe. Ruim genoeg om ermee door te gaan.
De beste tekst daarover is van de Engelse (Triratna)boeddhist Jayarava die ook nog eens over zijn onderzoeksresultaten schrijft: Amateur Scholars: Pros and Cons
Ik citeer hier zijn conclusie. Het is in het Engels. Daarover nog een opmerking:
Wie over het boeddhisme wil lezen, als boeddhist, heeft aan het begrijpen van de Engelse taal nog meer dan aan een Aziatische. De hoeveelheid literatuur is wel het honderdvoudige dan die in het Nederlands. Met veel onzin uiteraard (budshit) maar ook veel van zeer hoog niveau.
Maar zolang lezen in het Nederlands me dichter bij kan brengen, moet die er toch ook maar blijven.
Conclusion
I love the way that the Internet has reopened the field to amateurs. But the Internet has produced very few scholars of note, and few commentators consistently worth reading—some exceptions that I enjoy can be found in the "Blogs I Read" section in the sidebar. The best Buddhist blogs are usually the popular comment blogs with no pretension to scholarship, or the scholarly blogs by academics (though again there are exceptions). The tensions that often exist between popular magazine writers, and popular blog writers are a feature of the landscape of popular Buddhism, but they don't usually impinge much on the realm of serious scholarship. Where popular and professional Buddhist writing and Buddhist scholarship do cross over the result is often mutual incomprehension.
We need to be aware of our limitations. Unfortunately amateurs, with no training and often no discipline, no access to the secondary literature, and no participation in critical dialogue, can be unaware of their limitations. But amateurs are also free from the constraints of earning a living from their writing, from the artificial conditions imposed on 'serious' writing, and from the paradigmatic thinking that makes new ideas hard to see in academia. As amateurs we do not have to find approval from our peers, and this can be both weakness and strength.
Scholars, whether amateur or professional, play an important role in the ecosystem of Buddhism. Scholars are part of the system of checks and balances that characterise a healthy society. Old ideas are conserved, and put into appropriate context and perspective. New ideas, emerging from experience, are assessed in the light of existing intellectual frameworks. Knowledge gradually accumulates. Scholars, whether directly or indirectly, are in dialogue with practitioners (and increasingly span both camps) and help to refine interpretations of experiences, and the language by which our ideas, images and practices are communicated. Without scholars our ecosystem would collapse. We need only look at the toxicity of the the anti-intellectual fundamentalist religious sects to see where a rejection of scholars and scholarship lands us. Of course scholarship should not blind us to the experiential nature of the Buddhist program. Ideas can get in the way of practice—too many of us are trying to prove a dogma instead of paying attention to what is happening—but a good scholar knows this limitation and works with it.
Tot zover Jayarava.
Als ik in een sentimentele bui zou zijn, zou ik zeggen dat hij tot m'n ' boeddhistische helden ' zou behoren met bv Batchelor en Buddhadasa; maar dat ben ik vandaag niet.
Toch is dat een boeiend fenomeen. Er zijn nu eenmaal schrijvers waarvan je alles wil lezen, waarbij je haast bij voorbaat weet dat ze je gaan inspireren. Dat is tegelijk een fijn èn een gevaarlijk gevoel, want dan is het moeilijk toe te geven dat het wel eens tegenvalt wat je 'held' heeft geschreven.
Dat hou je toch.
Het omgekeerde trouwens ook: dat iemand waarvan ik niet zo'n hoge dunk heb (ik ben nog niet ontwaakt) ineens iets schrijft dat me raakt.
Dus: blijf schrijven en blijf lezen.
En laat het los.
Een interessante discussie die ik hieronder zal weergeven; maar eerst een vraag die daaraan vooraf moet gaan: Waarom leest een boeddhist eigenlijk ?
Mijn poging tot antwoord erop is een beetje als schrijver(tje) maar vooral als lezer.
Ondanks dat er veel-lezers en weinig-lezers zijn, spreek ik voor het gemak verder maar in de meervoudsvorm.
Lang niet alle boeddhisten lezen veel (over het boeddhisme), in Nederland. Sommige helemaal niet. En ik heb de indruk dat dat in Aziatische en in andere Westerse landen niet veel anders is.
Wel nemen we allemaal in orale vorm allerlei teksten tot ons.
Het boeddhisme was oorspronkelijk ook een orale traditie. En een kenmerk daarvan is de herhaling .
Dat roept een interessante eerste vraag op: lezen we het liefste dat wat we al weten of liever iets nieuws ? Ik denk dat de boeddhist (de mens als boeddhist) het liefst leest wat hij/zij al weet. Waarbij we wel diezelfde boodschap op licht gevarieerde vorm wil lezen of horen.
Steeds weer opnieuw kennelijk. Alleen daarmee wordt het begrijpelijk waarom nieuwe boeken van boeddhistische bestsellerschrijvers opnieuw gekocht worden hoewel ze vaak dezelfde boodschap en deels dezelfde teksten bevatten als eerder geschreven boeken.
In een poging precieser te zijn moeten we eerst kijken naar de functie van het lezen.
Ik heb er geen wetenschappelijke literatuur op nageslagen maar volgens mij kunnen er met teksten drie zaken worden overgedragen ; plus nog een functie:
(1) feitelijke informatie; van losse feiten tot in een theoretisch kader gebrachte gegevens
(2) meningen; van heel persoonlijke tot groepsideologieën
(3) gevoelens; van subjectieve uitingen via poëzie tot mantra's
(4) eigenbelang: bekendheid, geld etc.
Er zijn natuurlijk ook allerlei mengvormen en combinaties. 'De lezer proberen te overtuigen' bijvoorbeeld, met argumenten die van alles kunnen bevatten. Of 'verleiden'. Of 'intimideren'.
Dat is vanuit de schrijver dus. Vanuit de lezer is het wezenlijk niet anders. De lezer wil ontroerd, geïnformeerd of geamuseerd worden, lang bezig gehouden of juist snel up-to-date gebracht. En de lezer wil 'er bij horen', door gelezen te hebben wat anderen gelezen hebben.
Geldt dit ook boeddhistische teksten? Lijkt me wel.
Ik noem een paar mengvormen die ik kan bedenken als redenen tot lezen zijn, of tot aanhoren van lezingen of gechante teksten:
(a) Uitleg hoe een beoefening moet. Dat kan van alles zijn: hoe precies te zitten bij meditatie, een tekst om in te prenten, wat de volgorde is bij rituele handelingen, enzovoorts.
(b) Uiteenzetting van de boeddhistische leer, de Dhamma of Dharma. Veel boeken van 'bekende boeddhisten', met name van monniken, zijn eigenlijk door hen uitgesproken talks die door leerlingen zijn opgenomen en uitgewerkt.
(c) Chanten of reciteren van sutra's en andere klassieke teksten. Of het luisteren ernaar waarbij het 'van binnen' mee-resoneert. Desnoods het lezen ervan als tweede keus. Een functie die ik lang met m'n protestante en theravada-achtergrond over het hoofd heb gezien. Maar teksten als van Connie Franssen en van Menno Prins hebben me nog eens ingescherpt dat sutra's er niet alleen zijn om te lezen maar om te reciteren of chanten, dat ze ' de taal van het hart ' zijn.
Ik herken dat laatste wel en ervaar dat soms ook wel maar een sutra of (als ik het over Theravada heb) een sutta is voor mij toch primair een tekst die ik wil begrijpen.
En dat dualisme dat veel boeddhisten (juist zij die zeggen non-dualistisch te willen zijn) propageren tussen het hoofd en het hart (en daarbij dan 'het hart' prefereren) deugt volgens mij niet.
Een sutra of sutta wil ik met het hoofd èn met het hart begrijpen.
De Hart Sutra, om een uitgesproken Mahayana-tekst als voorbeeld te nemen kan men wel alleen als een soort muziekstuk over zich heen laten komen. Maar ik denk dat weten wat 'vorm' eigenlijk is in het vroege boeddhisme, en weten wie Sariputta was, geen kwaad kan.
===================================================================
UPDATE - Een apart type tekst en in zekere zin een aparte functie is de ervaringsbeschrijving , vaak over de meditatie: pieken en dalen. Opvallend genoeg bijna altijd teksten door vrouwen (jongere en oudere meisjes); of dat ook de lezers ervan geldt, weet ik niet. De functie ervan is misschien vooral herkenning en het zich vergelijken.
===================================================================
Samenvattend: de lezer wil met het lezen van boeddhistische teksten geïnformeerd worden en gesticht worden; om een ouderwetse term te gebruiken: meegevoerd worden.
Ondanks dat het een heel rijtje is geworden, komt het toch eigenlijk niet op zoveel leesstof neer. Alles bij elkaar kan het bij wijze van spreken in één boek opgenomen worden.
Hoewel velen zeggen dat lezen werk van het 'hoofd' (de hersenen) is en dat je als boeddhist niet 'zo in je hoofd moet zitten' , niet zo moet denken ook, valt het wat dat betreft wel mee.
Toch is er enorm veel tekst, waardevolle tekst dan (nog veel meer vullis maar daar gaat het vandaag even niet over).
Waarom dat dan lezen? Waarom al die boeken en tijdschriftartikelen en blogs ?
Ik denk vooral: herbevestigd willen worden en m'n tijd op een 'spirituele' wijze doorbrengen.
Maar ook om mezelf te toetsen ; uit nieuwsgierigheid over hoe andere vormen van boeddhisme en het beoefenen van boeddhisme er uit zien. En ook om daar polemisch mee om te gaan, te formuleren of ik het er mee eens of niet mee eens ben.
Laat ik dit alles proberen te toetsen aan de mooie serie blogs van Edel Maex, oorspronkelijk verschenen in Leven in de Maalstroom , later overgenomen door het BoeddhistischDagblad
Niet alleen mooie taal (in esthetische zin) maar ook met een meeslepende diepzinnigheid. En vooral ook: komend van een persoon, gedragen door iemand. Tegelijk zitten er veel zaken in die me tegen de haren instrijken. Ik heb op een aantal van deze essays van Edel gereageerd; en om het onbescheiden te zeggen: dat waren goeie reacties, zijn tekst riep het beste (het polemisch beste maar toch het beste) in me op.
Wat betekent deze beschouwing nu voor de discussie (op o.a.LinkedIn) naar aanleiding van het uitkomen van het vroege lentenummer van BoeddhaMagazine.
Naast het thema of BM zich niet te veel richting Happinez beweegt was er de vraag of het niet tijd wordt voor een digitaal tijdschrift.
Er was ook nog de vraag of dan de copy van het BoeddhistischDagblad de enige inhoud van zo'n tijdschrift moet vormen; over die vraag kan ik kort zijn: dat zou niet goed zijn.
Het is (volgens mij) voor boeddhisten die het lezen van boeddhistische teksten als onderdeel voor hun beoefening beschouwen (voor hun 'hoofd', voor hun 'hart' of voor beide) nuttig als zo'n tijdschrift er zou komen.
Of dat naast of in plaats van BM en BD moet, weet ik niet. Vanuit de optiek van de lezer doet dat er niet zo toe. Wat wel van belang is dat er een toets op kwaliteit komt voor een tekst wordt gepubliceerd; dat kan tot gevolg hebben: als er een bepaalde maand niets is om te publiceren, dan is er niets en wordt er geen bladvulling gezocht .
(Een praktisch probleem wordt dan wel wie er in de redactie moet, wie voldoet er aan de eis van onafhankelijkheid?)
Voor mij is dit electronische tijdschrift er eigenlijk al: op de website van de SIM, www.simsara.nl ; in het bijzonder het tijdschrift, hier aangegeven als 'Nieuwsbrief' .
Maar waar we naar op zoek zijn, is een nog in sterkere mate traditie-overstijgend tijdschrift.
Nog meer om te lezen .
Ik lees ook wel andere teksten dan 'boeddhistische' zoals hierboven bedoeld. Ook kranten, fictie- en non-fictie boeken, ter lering ontspanning en escapisme. Of gedichten, jaren niet en dan weer wel, Rainer Maria Rilke bijvoorbeeld is een van m'n favorieten, en Remco Campert.
Maar van de non-fictie teksten is er nog een speciaal type hier van belang: boeddhologische .
Dat is de wetenschap die het boeddhisme als verschijnsel bestudeert zoals de astrofysica het verschijnsel van sterren(stelsels) en melkweg(stelsels) en hun ontstaan bestudeert.
Om een voorbeeld te noemen: Nagarjuna . Men kan een uitspraak van Nagarjuna los van enige context herhaaldelijk 'citeren', zoals 'Samsara is Nirvana ' .
Het is echter ook mogelijk Nagarjuna en zijn werk in zijn tijd proberen te zien, en de verspreiding van zijn werk (soms Madhyamaka genoemd) over Azië naar bv Tibet en China te kennen.
Met dit type studies houd ik me ook graag bezig, zonder te verwachten (laat staan te verlangen) dat ook andere boeddhisten dat doen.
De centrale vraag daarbij, want anders zou het alleen maar een persoonlijke hobby zijn, is: heb ik aan die studie ook iets voor mijn boeddhistische beoefening, voor mijn pad?
Mijn antwoord: wel een beetje, af en toe. Ruim genoeg om ermee door te gaan.
De beste tekst daarover is van de Engelse (Triratna)boeddhist Jayarava die ook nog eens over zijn onderzoeksresultaten schrijft: Amateur Scholars: Pros and Cons
Ik citeer hier zijn conclusie. Het is in het Engels. Daarover nog een opmerking:
Wie over het boeddhisme wil lezen, als boeddhist, heeft aan het begrijpen van de Engelse taal nog meer dan aan een Aziatische. De hoeveelheid literatuur is wel het honderdvoudige dan die in het Nederlands. Met veel onzin uiteraard (budshit) maar ook veel van zeer hoog niveau.
Maar zolang lezen in het Nederlands me dichter bij kan brengen, moet die er toch ook maar blijven.
Conclusion
I love the way that the Internet has reopened the field to amateurs. But the Internet has produced very few scholars of note, and few commentators consistently worth reading—some exceptions that I enjoy can be found in the "Blogs I Read" section in the sidebar. The best Buddhist blogs are usually the popular comment blogs with no pretension to scholarship, or the scholarly blogs by academics (though again there are exceptions). The tensions that often exist between popular magazine writers, and popular blog writers are a feature of the landscape of popular Buddhism, but they don't usually impinge much on the realm of serious scholarship. Where popular and professional Buddhist writing and Buddhist scholarship do cross over the result is often mutual incomprehension.
We need to be aware of our limitations. Unfortunately amateurs, with no training and often no discipline, no access to the secondary literature, and no participation in critical dialogue, can be unaware of their limitations. But amateurs are also free from the constraints of earning a living from their writing, from the artificial conditions imposed on 'serious' writing, and from the paradigmatic thinking that makes new ideas hard to see in academia. As amateurs we do not have to find approval from our peers, and this can be both weakness and strength.
Scholars, whether amateur or professional, play an important role in the ecosystem of Buddhism. Scholars are part of the system of checks and balances that characterise a healthy society. Old ideas are conserved, and put into appropriate context and perspective. New ideas, emerging from experience, are assessed in the light of existing intellectual frameworks. Knowledge gradually accumulates. Scholars, whether directly or indirectly, are in dialogue with practitioners (and increasingly span both camps) and help to refine interpretations of experiences, and the language by which our ideas, images and practices are communicated. Without scholars our ecosystem would collapse. We need only look at the toxicity of the the anti-intellectual fundamentalist religious sects to see where a rejection of scholars and scholarship lands us. Of course scholarship should not blind us to the experiential nature of the Buddhist program. Ideas can get in the way of practice—too many of us are trying to prove a dogma instead of paying attention to what is happening—but a good scholar knows this limitation and works with it.
Tot zover Jayarava.
Als ik in een sentimentele bui zou zijn, zou ik zeggen dat hij tot m'n ' boeddhistische helden ' zou behoren met bv Batchelor en Buddhadasa; maar dat ben ik vandaag niet.
Toch is dat een boeiend fenomeen. Er zijn nu eenmaal schrijvers waarvan je alles wil lezen, waarbij je haast bij voorbaat weet dat ze je gaan inspireren. Dat is tegelijk een fijn èn een gevaarlijk gevoel, want dan is het moeilijk toe te geven dat het wel eens tegenvalt wat je 'held' heeft geschreven.
Dat hou je toch.
Het omgekeerde trouwens ook: dat iemand waarvan ik niet zo'n hoge dunk heb (ik ben nog niet ontwaakt) ineens iets schrijft dat me raakt.
Dus: blijf schrijven en blijf lezen.
En laat het los.
woensdag 20 februari 2013
Apollinisch of dionysisch boeddhisme ? Een soort oefening in verbazing en een poging tot dialoog
Een tekst geschreven vanuit verbazing.
In een blog, later opgenomen in het ‘ BoeddhistischDagblad’ , schreef Edel Maex:
Er is een verschil tussen poëzie en filosofie. Thich Nhat Hanh benadrukt vaak dat we moeten beseffen dat de mensen die de Bijbel of de Mahayana Sutra’s geschreven hebben dichters waren en geen wetenschappers of filosofen. Daarom is het voor sommige teksten misschien maar best ze te zingen.
Niet alleen worden hiermee ‘filosofie’ en ‘wetenschap’ niet echt positief bejegend, ook wordt gesuggereerd dat het boeddhisme (de Dhamma of Dharma) niet wetenschappelijk of filosofisch van aard is maar poëtisch van aard. Niet primair of zelfs helemaal niet.
Mijn tweede vraag is of dit ook de Sutta’s geldt, als onderdeel van de Pali Canon dus? Oppervlakkig gezien zeker niet, de meeste Sutta’s bevatten vooral opsommingen; slechts af en toe afgewisseld door meer poëtische teksten die het prozaïsche herhalen. Wat historisch (in deze orale traditie, dat moet benadrukt worden) het eerste kwam, de proza of de poëzie, weet ik niet, zeker niet van alle teksten.
M’n eerste vraag of het een goede tegenstelling is? Ik denk van niet.
Op een strenge manier zou ik zeggen: het gaat noch om wetenschap (wat daar ook onder verstaan wordt) noch om filosofie (idem) noch om poëzie maar om soteriologie , een term uit het Christendom maar in het Boeddhisme te verstaan als: hoe het lijden te beeindigen ?
Dat vind ik. Maar het brengt een discussie tussen boeddhistische tradities niet veel verder, want daar gaat het me hier om. Ik heb namelijk de indruk dat sommige Zen-boeddhisten en iemand als Thich Nhat Hanh de concepten dukkha en samsara niet erg centraal stellen in hun uitingen, om het voorzichtig te zeggen
Ik ben niet te beroerd om het stelliger te zeggen: die de concepten dukkha en samsara hebben verdonkeremaand in hun Dharma.
Een helder statement, een diepe overtuiging, die helaas toch de meeste lezers niet zal overtuigen.
Daarom wil ik als denkoefening gebruik maken van een andere tegenstelling, zeer filosofisch en ook poëtisch èn wetenschappelijk (want als reflectie op kunstwerken): Apollinisch versus dionysisch
Mijn vraag is of dit ook van toepassing is op vormen van boeddhisme, op diverse tradities als geheel, met elkaar vergeleken of of diverse vormen van beoefenen van het boeddhisme op persoonlijk niveau?
Ik denk van wel, anders zou ik niet verder geschreven en gepubliceerd hebben.
Eerst korte definities (uit Wikipedia)
Dionysisch betekent extatisch (ondoordacht, geestesvervoering, onrustig, dronkenschap en onbeheerst); deze term is ontleend aan de Griekse god Dionysus.
Het tegenovergestelde wordt meestal aangeduid met
Apollinisch betekent rustig (doordacht, overdacht en beheerst); deze term is ontleend aan de Griekse god Apollon.
Deze termen worden vaak gebruikt om een geestesgesteldheid aan te duiden bij een benadering van een uiting (beeld of geluid).
Meestal wordt de tegenstelling – of beter gezegd het spanningsveld – tussen deze twee gesteldheden’ oorspronkelijk toegeschreven aan Nietzsche maar ze blijkt eerder door Schelling gebruikt te zijn.
Wat me heeft geïnspireerd is een essay van Simon Vestdijk (dan moet je wel oud zijn, wie leest er nu nog Vestdijk?) H. Marsman als Apollinische persoonlijkheid (wie leest er nu nog Marsman?)
In een bijlage neem ik een paar fragmenten uit dit essay over, passages over het werk van Marsman overslaand.
Het wat vrij interpreterend (en voorzover ik het heb begrepen), zou ik willen zeggen:
A. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Dionysische richting bevorderen. ´Zen´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Apollinisch gerichte Zen-beoefenaren zijn.
B. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Apollinische richting bevorderen. 'Theravada´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Dionysisch gerichte Theravadins zijn.
Ik hoop met dit begrippenpaar een soort neutrale taal te hebben kunnen introduceren waarin de discussie tussen beoefenaren gevoerd kan worden, zoals in het Boeddhistisch Dagblad bv Edel Maex, Dick Verstegen en Jules Prast bepleit hebben.
Zie hier en hier .
Mijn probleem met hun bijdragen was dat ze zelf ´poëtisch´ en ´Dionysisch´ van aard waren en dus niet perfect een gezamenlijk gedragen taal inhielden.
Want: hoe discussieer je in godsnaam met een dichter ?
Omgekeerd zouden zij mogelijk van mij kunnen zeggen:
Hoe kan je in godsnaam met een wetenschapper/filosoof komen tot een dialoog, je laten verbazen, van elkaar leren ?
HET antwoord op die vragen heb ik niet. Zelf denk ik aan de stekelvarken-benadering: heel voorzichtig.
Misschien moet een tot het dionysische geneigde boeddhist juist zoeken naar apollinische elementen in zijn/haar eigen boeddhistische traditie.
En moet omgekeerd een tot het apollinische geneigde boeddhist juist zoeken naar dionysische elementen in zijn/haar eigen boeddhistische traditie.
Laat ik twee voorbeelden geven vanuit mijn vrijzinnige (ik ben dus een slecht model) Theravada perspectief:
- De Pali Canon bevat ook prachtige poëtische – maar tegelijk spirituele – teksten.
Bijvoorbeeld de ´Verzen van de Nonnen´ ( Therigatha ) en de ´Verzen van Monikken´ ( Theragatha .)
- Het beoefenen bevat allerlei elementen. Strenge tekst (Dhamma-)studie tot en met diverse meditatie-vormen. De hier meest bekende vorm vipassana wordt wel analytisch genoemd en kan ik ook apollinisch noemen.
De metta -meditatie en de richting absorptie (jhana) gaande samatha wordt door veel meer innerlijke (want we doen het wel in stilte !) ' uitbundigheid ' gekenmerkt.
Gezongen, gechant, wordt er in Theravada-kloosters soms ook; daarbij wordt er echter in het geheel niet naar gestreefd esthetisch aangename geluiden voort te brengen; ik ken althans weinig mensen die daar lyrisch van worden.
Een paar fragmenten uit het essay ´ Marsman als Apollinische persoonlijkheid ´ door Simon Vestdijk
Niet voor niets hadden in Delphi de beide goden, Apollo en Dionysos, het jaar onder elkaar verdeeld, zij het ook in ongelijke delen! Bij een mythologische plaatsbepaling als hier beproefd, beschouwe men de god van boog en lier niet onverbrekelijk gebonden aan de negatieve schim van zijn turbulente tegenspeler, en vergete men het beroemde Nietzscheaanse schema, dat trouwens zulke twijfelachtige Apollinische figuren als de wijsgeer Socrates binnensmokkelt...
Apollinisch noemen wij datgene wat zich aandient als een tweeeenheid van maximale beheersing en maximale fijnbesnaardheid. Deze fijnbesnaardheid moet niet verward worden met fijngevoeligheid zonder meer, en zeker niet met ontvankelijkheid en impressionabiliteit. Misschien is ‘kieskeurigheid’ een betere term; hier ligt het accent meer op de kritische functie dan op de emotionele. Men kan zelfs aannemen, dat een meer op de voorgrond tredende ontvankelijkheid, hetzij voor emoties, hetzij voor zintuigelijke indrukken, met de drang tot heersen en beheersen, deze belangrijkste wezenstrek van het Apollinische, niet te verenigen is.
....
(Die) eigenschap is de distantie, het afstand nemen, in letterlijke en figuurlijke betekenis. De Apollinische mens stelt zich op een afstand van de wereld op, nog niet zozeer om haar te overzien of te beoordelen als wel om zijn verantwoordelijkheid voor de wereld te kunnen dragen, en haar de wetten te kunnen stellen, die zij behoeft. Dit afstand nemen is een onvermijdelijk gevolg van de noodzakelijkheid om een ‘archimedisch punt’ bezet te houden, van waaruit zoveel mogelijk gegevens synthetisch te beheersen zijn, zonder dat men gedwongen is tot de dingen zelve af te dalen. Hiermee hangen enkele andere eigenschappen samen. Een veelal slecht ontwikkelde zintuigelijkheid, een zekere onwil om zich met aardse complicaties, levensbeelden en natuurgetrouwe portretten in te laten, een nauw verholen minachting voor het realistische detail, dit alles karakteriseert de Apollinische kunstenaar al evenzeer als de priesterlijke agressiviteit, waarmee hij zich, mocht het dan eindelijk eens nodig zijn, onder het gewoel mengt, zich openbaart, en zijn woord spreekt, - méér doet hij gewoonlijk niet.
....
Iedere Apollinische kunstenaar is eenzaam, - hij begint ermee het te zijn, en hij behoort het te zijn in zijn begin. De uitwaaierende krachtvelden, waarover hij synthetisch heersend beschikt, plaatsen hem in een brandpunt, dat al haast in het oneindige schijnt te liggen, zodat het meest volledige, want alzijdige contact gelijkstaat met gemis aan contact, te meer omdat de dingen zelden antwoorden met een Apollinische weerklank en zich te vaak gedragen als werden zij niet beheerst. Zodra nu echter de Apollinische persoonlijkheid bespeurt, dat de ijzerdeeltjes, waaruit de wereld is samengesteld, zich niet naar hem richten en hem niet als hun magneet aanvaarden, zal hij bepaalde normen opstellen die een zuivering van de chaos beogen, een scheiding in geladen en ongeladen, door hem beheerste en niet beheerste onderdelen, en deze drang tot zuivering, of katharsis, zal dan tot het einde van zijn ontwikkeling beslissend voor hem blijven. Naar de wijze, waarop de zuivering wordt nagestreefd, zou ik drie stadia willen onderscheiden. In het eerste stadium vergenoegt de magneet er zich mee de door hem aangetrokken en hem reeds aanklevende ijzerdeeltjes alleen maar zo goed mogelijk te rangschikken; in het tweede wordt een klein segment der werkelijkheid uitgezocht om er de magnetische krachten op te beproeven; terwijl het derde gekenmerkt wordt door pogingen tot contact met àl het bestaande, met de wereld in haar geheel.
...
Apollo is cultuurgod bij uitnemendheid; hij is geen individuele god, zoals Dionysos. Daar staat echter tegenover, dat, waar Dionysos een gemeente als het ware pleegt aan te waaien (een ‘thiasos’ van faunen en hysterische vrouwen volstaat!), Apollo de kandidaat-volgelingen eerder van zich afstoot door zijn kieskeurigheid. Dionysos is altijd onmiddellijk bij de hand, haast al vóórdat hij aangeroepen wordt; hij dringt zich zelfs op, slaat met zijn vloek degene die hem durft weerstaan.
Apollo daarentegen bewaart de distantie, en wil alleen maar vereerd worden als ‘voorbeeld’, niet ter identificatie, zoals dat in de Dionysosdienst geschiedt, althans in de latere mysteriëns De vulgaire mens mag geen Apollo wòrden, hij mag slechts zorgen voor de ‘weerklank’, en waar deze weerklank ontbreekt, zoals de Apollinische persoonlijkheid Marsman dit voor zijn geval meende te moeten vaststellen, daar trekt de god zich al spoedig in strenge afzondering terug, om nog slechts in adviezen aan gelijkgezinden, ... zijn wetgevende werkzaamheid voort te zetten.
In een blog, later opgenomen in het ‘ BoeddhistischDagblad’ , schreef Edel Maex:
Er is een verschil tussen poëzie en filosofie. Thich Nhat Hanh benadrukt vaak dat we moeten beseffen dat de mensen die de Bijbel of de Mahayana Sutra’s geschreven hebben dichters waren en geen wetenschappers of filosofen. Daarom is het voor sommige teksten misschien maar best ze te zingen.
Niet alleen worden hiermee ‘filosofie’ en ‘wetenschap’ niet echt positief bejegend, ook wordt gesuggereerd dat het boeddhisme (de Dhamma of Dharma) niet wetenschappelijk of filosofisch van aard is maar poëtisch van aard. Niet primair of zelfs helemaal niet.
Mijn tweede vraag is of dit ook de Sutta’s geldt, als onderdeel van de Pali Canon dus? Oppervlakkig gezien zeker niet, de meeste Sutta’s bevatten vooral opsommingen; slechts af en toe afgewisseld door meer poëtische teksten die het prozaïsche herhalen. Wat historisch (in deze orale traditie, dat moet benadrukt worden) het eerste kwam, de proza of de poëzie, weet ik niet, zeker niet van alle teksten.
M’n eerste vraag of het een goede tegenstelling is? Ik denk van niet.
Op een strenge manier zou ik zeggen: het gaat noch om wetenschap (wat daar ook onder verstaan wordt) noch om filosofie (idem) noch om poëzie maar om soteriologie , een term uit het Christendom maar in het Boeddhisme te verstaan als: hoe het lijden te beeindigen ?
Dat vind ik. Maar het brengt een discussie tussen boeddhistische tradities niet veel verder, want daar gaat het me hier om. Ik heb namelijk de indruk dat sommige Zen-boeddhisten en iemand als Thich Nhat Hanh de concepten dukkha en samsara niet erg centraal stellen in hun uitingen, om het voorzichtig te zeggen
Ik ben niet te beroerd om het stelliger te zeggen: die de concepten dukkha en samsara hebben verdonkeremaand in hun Dharma.
Een helder statement, een diepe overtuiging, die helaas toch de meeste lezers niet zal overtuigen.
Daarom wil ik als denkoefening gebruik maken van een andere tegenstelling, zeer filosofisch en ook poëtisch èn wetenschappelijk (want als reflectie op kunstwerken): Apollinisch versus dionysisch
Mijn vraag is of dit ook van toepassing is op vormen van boeddhisme, op diverse tradities als geheel, met elkaar vergeleken of of diverse vormen van beoefenen van het boeddhisme op persoonlijk niveau?
Ik denk van wel, anders zou ik niet verder geschreven en gepubliceerd hebben.
Eerst korte definities (uit Wikipedia)
Dionysisch betekent extatisch (ondoordacht, geestesvervoering, onrustig, dronkenschap en onbeheerst); deze term is ontleend aan de Griekse god Dionysus.
Het tegenovergestelde wordt meestal aangeduid met
Apollinisch betekent rustig (doordacht, overdacht en beheerst); deze term is ontleend aan de Griekse god Apollon.
Deze termen worden vaak gebruikt om een geestesgesteldheid aan te duiden bij een benadering van een uiting (beeld of geluid).
Meestal wordt de tegenstelling – of beter gezegd het spanningsveld – tussen deze twee gesteldheden’ oorspronkelijk toegeschreven aan Nietzsche maar ze blijkt eerder door Schelling gebruikt te zijn.
Wat me heeft geïnspireerd is een essay van Simon Vestdijk (dan moet je wel oud zijn, wie leest er nu nog Vestdijk?) H. Marsman als Apollinische persoonlijkheid (wie leest er nu nog Marsman?)
In een bijlage neem ik een paar fragmenten uit dit essay over, passages over het werk van Marsman overslaand.
Het wat vrij interpreterend (en voorzover ik het heb begrepen), zou ik willen zeggen:
A. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Dionysische richting bevorderen. ´Zen´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Apollinisch gerichte Zen-beoefenaren zijn.
B. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Apollinische richting bevorderen. 'Theravada´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Dionysisch gerichte Theravadins zijn.
Ik hoop met dit begrippenpaar een soort neutrale taal te hebben kunnen introduceren waarin de discussie tussen beoefenaren gevoerd kan worden, zoals in het Boeddhistisch Dagblad bv Edel Maex, Dick Verstegen en Jules Prast bepleit hebben.
Zie hier en hier .
Mijn probleem met hun bijdragen was dat ze zelf ´poëtisch´ en ´Dionysisch´ van aard waren en dus niet perfect een gezamenlijk gedragen taal inhielden.
Want: hoe discussieer je in godsnaam met een dichter ?
Omgekeerd zouden zij mogelijk van mij kunnen zeggen:
Hoe kan je in godsnaam met een wetenschapper/filosoof komen tot een dialoog, je laten verbazen, van elkaar leren ?
HET antwoord op die vragen heb ik niet. Zelf denk ik aan de stekelvarken-benadering: heel voorzichtig.
Misschien moet een tot het dionysische geneigde boeddhist juist zoeken naar apollinische elementen in zijn/haar eigen boeddhistische traditie.
En moet omgekeerd een tot het apollinische geneigde boeddhist juist zoeken naar dionysische elementen in zijn/haar eigen boeddhistische traditie.
Laat ik twee voorbeelden geven vanuit mijn vrijzinnige (ik ben dus een slecht model) Theravada perspectief:
- De Pali Canon bevat ook prachtige poëtische – maar tegelijk spirituele – teksten.
Bijvoorbeeld de ´Verzen van de Nonnen´ ( Therigatha ) en de ´Verzen van Monikken´ ( Theragatha .)
- Het beoefenen bevat allerlei elementen. Strenge tekst (Dhamma-)studie tot en met diverse meditatie-vormen. De hier meest bekende vorm vipassana wordt wel analytisch genoemd en kan ik ook apollinisch noemen.
De metta -meditatie en de richting absorptie (jhana) gaande samatha wordt door veel meer innerlijke (want we doen het wel in stilte !) ' uitbundigheid ' gekenmerkt.
Gezongen, gechant, wordt er in Theravada-kloosters soms ook; daarbij wordt er echter in het geheel niet naar gestreefd esthetisch aangename geluiden voort te brengen; ik ken althans weinig mensen die daar lyrisch van worden.
Een paar fragmenten uit het essay ´ Marsman als Apollinische persoonlijkheid ´ door Simon Vestdijk
Niet voor niets hadden in Delphi de beide goden, Apollo en Dionysos, het jaar onder elkaar verdeeld, zij het ook in ongelijke delen! Bij een mythologische plaatsbepaling als hier beproefd, beschouwe men de god van boog en lier niet onverbrekelijk gebonden aan de negatieve schim van zijn turbulente tegenspeler, en vergete men het beroemde Nietzscheaanse schema, dat trouwens zulke twijfelachtige Apollinische figuren als de wijsgeer Socrates binnensmokkelt...
Apollinisch noemen wij datgene wat zich aandient als een tweeeenheid van maximale beheersing en maximale fijnbesnaardheid. Deze fijnbesnaardheid moet niet verward worden met fijngevoeligheid zonder meer, en zeker niet met ontvankelijkheid en impressionabiliteit. Misschien is ‘kieskeurigheid’ een betere term; hier ligt het accent meer op de kritische functie dan op de emotionele. Men kan zelfs aannemen, dat een meer op de voorgrond tredende ontvankelijkheid, hetzij voor emoties, hetzij voor zintuigelijke indrukken, met de drang tot heersen en beheersen, deze belangrijkste wezenstrek van het Apollinische, niet te verenigen is.
....
(Die) eigenschap is de distantie, het afstand nemen, in letterlijke en figuurlijke betekenis. De Apollinische mens stelt zich op een afstand van de wereld op, nog niet zozeer om haar te overzien of te beoordelen als wel om zijn verantwoordelijkheid voor de wereld te kunnen dragen, en haar de wetten te kunnen stellen, die zij behoeft. Dit afstand nemen is een onvermijdelijk gevolg van de noodzakelijkheid om een ‘archimedisch punt’ bezet te houden, van waaruit zoveel mogelijk gegevens synthetisch te beheersen zijn, zonder dat men gedwongen is tot de dingen zelve af te dalen. Hiermee hangen enkele andere eigenschappen samen. Een veelal slecht ontwikkelde zintuigelijkheid, een zekere onwil om zich met aardse complicaties, levensbeelden en natuurgetrouwe portretten in te laten, een nauw verholen minachting voor het realistische detail, dit alles karakteriseert de Apollinische kunstenaar al evenzeer als de priesterlijke agressiviteit, waarmee hij zich, mocht het dan eindelijk eens nodig zijn, onder het gewoel mengt, zich openbaart, en zijn woord spreekt, - méér doet hij gewoonlijk niet.
....
Iedere Apollinische kunstenaar is eenzaam, - hij begint ermee het te zijn, en hij behoort het te zijn in zijn begin. De uitwaaierende krachtvelden, waarover hij synthetisch heersend beschikt, plaatsen hem in een brandpunt, dat al haast in het oneindige schijnt te liggen, zodat het meest volledige, want alzijdige contact gelijkstaat met gemis aan contact, te meer omdat de dingen zelden antwoorden met een Apollinische weerklank en zich te vaak gedragen als werden zij niet beheerst. Zodra nu echter de Apollinische persoonlijkheid bespeurt, dat de ijzerdeeltjes, waaruit de wereld is samengesteld, zich niet naar hem richten en hem niet als hun magneet aanvaarden, zal hij bepaalde normen opstellen die een zuivering van de chaos beogen, een scheiding in geladen en ongeladen, door hem beheerste en niet beheerste onderdelen, en deze drang tot zuivering, of katharsis, zal dan tot het einde van zijn ontwikkeling beslissend voor hem blijven. Naar de wijze, waarop de zuivering wordt nagestreefd, zou ik drie stadia willen onderscheiden. In het eerste stadium vergenoegt de magneet er zich mee de door hem aangetrokken en hem reeds aanklevende ijzerdeeltjes alleen maar zo goed mogelijk te rangschikken; in het tweede wordt een klein segment der werkelijkheid uitgezocht om er de magnetische krachten op te beproeven; terwijl het derde gekenmerkt wordt door pogingen tot contact met àl het bestaande, met de wereld in haar geheel.
...
Apollo is cultuurgod bij uitnemendheid; hij is geen individuele god, zoals Dionysos. Daar staat echter tegenover, dat, waar Dionysos een gemeente als het ware pleegt aan te waaien (een ‘thiasos’ van faunen en hysterische vrouwen volstaat!), Apollo de kandidaat-volgelingen eerder van zich afstoot door zijn kieskeurigheid. Dionysos is altijd onmiddellijk bij de hand, haast al vóórdat hij aangeroepen wordt; hij dringt zich zelfs op, slaat met zijn vloek degene die hem durft weerstaan.
Apollo daarentegen bewaart de distantie, en wil alleen maar vereerd worden als ‘voorbeeld’, niet ter identificatie, zoals dat in de Dionysosdienst geschiedt, althans in de latere mysteriëns De vulgaire mens mag geen Apollo wòrden, hij mag slechts zorgen voor de ‘weerklank’, en waar deze weerklank ontbreekt, zoals de Apollinische persoonlijkheid Marsman dit voor zijn geval meende te moeten vaststellen, daar trekt de god zich al spoedig in strenge afzondering terug, om nog slechts in adviezen aan gelijkgezinden, ... zijn wetgevende werkzaamheid voort te zetten.
woensdag 6 februari 2013
Wat heeft de Boeddha nu echt gezegd over vipassana-meditatie? Een boekbespreking
SIMSARA is de ‘Nieuwsbrief’voor belangstellenden in Vipassana-meditatie. Ik noem het ook wel het tijdschrift van de SIM (Stichting Inzicht Meditatie) die zich – gelukkig – ook wel buiten de strikte vipassana-meditatie begeeft. Zie hun website .
Voor de SIMSARA, uitgekomen januari 2013 heb ik een boekbespreking geschreven, die ik hier overneem:
We weten, als SIM-gemeenschap en Simsara-lezers, dat vipassana-meditatie voortkomt uit het Theravada Boeddhisme.
Maar waar precies uit? Meer concreet: op welke sutta’s is deze meditatie gebaseerd?
Op deze vraag is de (Nederlandse maar hier in het Engels schrijvende) meditator René van Oosterwijk ingegaan. In zijn studie heeft hij dit thema op twee manieren bekeken.
Eerst heeft hij in teksten van leraren (bv de Eerwaarde Mettavihari, en nog twintig anderen, monniken en leken, van Ajahn Chah tot Jack Kornfield) èn van geleerde monniken zoals Bhikkhu Bodhi nagegaan welke sutta’s zij citeren en waarop ze hun meditatie-instructies baseren.
Daarna is hij in indexen van de Pali Canon het voorkomen nagegaan van de term ‘vipassana’ en de zeer dicht daarbij zittende term ‘pannavimutti’, letterlijk ‘bevrijding door wijsheid’.
Wat is ‘vipassana’ ?
Het gaat steeds om inzicht in de zin van ervaren en begrijpen. De letterlijke betekenis van vipassana is: innerlijke visie, inzicht, intuitie en introspectie. ‘Vipassana’ is daarbij het streven, het doel van de meditatie en van de beoefening in bredere zin. Niet de methode, hoewel we dat soms gemakzuchtig wel zo zeggen. De methode wordt bijna altijd gekenmerkt door ‘ sati ’, te vertalen als opmerkzaamheid of aandachtigheid en in het Engels als mindfulness.
Hoe kan het bereikt worden ?
Niet alleen sati ! De leraren en de geleerde monniken noemen ook, gebaseerd op de sutta’s, sila (ethisch handelen) en het al hebben van een notie van wat onbestendigheid, lijden en niet-zelf is en wat de aspecten van het Achtvoudige Pad zijn.
Maar ook – en dat vind ik het meest significante in Oosterwijks objectiverende onderzoek – concentratie: niet alleen toegangs- en momentane concentratie, maar ook absorptie, minstens de eerste jhana. Niet alle sutta’s stellen deze eis en ook niet alle leraren (Mettavihari zoals bekend bv niet) maar wel veel. Inclusief de meeste geraadpleegde geleerde monniken.
Aspecten van de vipassana waarvan de basis niet in een sutta terug te vinden zijn, zijn onder andere de ‘body-sweep’ bij de methode van Goenka en het systeem van nana’s als stadia van verkregen inzichten.
De meeste vipassana-leraren en geleerde monniken baseren zich op de Satipatthana Sutta zoals die voorkomt in de Middellange Leerredes (Majjhima-Nikaya): MN 10 en de Lange Leerredes (Digha-Nikaya): DN 22.
Maar ook – en dat vind ik heel opvallend – op de Anapanasati Sutta (MN 118).
Andere genoemde sutta’s zijn vooral die uit de MN 4, MN 28, MN 62, MN 119, MN141 en DN 2.
Een paar andere punten
Kort krijgt ook de metta-meditatie en de beoefening van de andere Brahmavihara’s aandacht in het verkrijgen van inzicht en wijsheid. Soms zijn ze een versterking van de op sati gerichte methode. Maar soms ook (bv in MN 7 en DN 13) lijkt deze meditatie-vorm een eigen, een aparte, methode waarmee het hoogste inzicht kan worden bereikt. Dit is echter mijn opinie, van Oosterwijk blijft voorzichtig over dit thema omdat slechts een enkele sutta het erover heeft. Hij geeft, gebaseerd op Sutta-studie, trouwens wat betreft metta de voorkeur aan de uitdrukking ‘mentale cultivering’ boven ‘meditatie-beoefening’.
Van Oosterwijk wijdt nog een apart hoofdstuk aan de Chinese Agama Sutra’s. Die vertonen veel overeenkomsten met die uit de Pali Canon over ‘vipassana’, maar ook een paar verschillen. Om er een te noemen, gaat in de bestudeerde Agama’s – in tegenstelling tot in de Sutta’s - zelden over het (bereiken van het) inzicht ‘dit is niet het zelf’.
Het bestuderen van het hele boek is wellicht voor de meeste lezers wat veel gevraagd.
Maar hoofdstuk 6, de ‘Summary and Conclusions’ is meditatoren aan te bevelen. Het verheldert het beeld dat zowel het doel als de methode van vipassana niet helemaal éénduidig in de Sutta’s voorkomt. Een variatie die we het beste maar kunnen accepteren, lijkt mij.
Doctrinal backgrounds of Vipassana-meditation
Insight in current methods and according to canonical sources
door R.C. (René) van Oosterwijk
Uitgeverij Barkhuis, Groningen, 2012
ISBN 9789491431098
Tot zover deze boekbespreking in SIMSARA
Oudere nummers van dit tijdschrift zijn te vinden in hun archief
Over de concentratie-meditatie, eventueel tot en met de ‘absorptie’ (jhana) zal ik binnenkort wel meer schrijven.
Dit in verband met de komst van de bekende leraar Leigh Brasington (leerling van Ayya Khema) eind oktober van dit jaar naar Nederland.
We zijn daarvoor nog een programma aan het maken, dat ook via de SIM aangekondigd zal worden.
Voor de SIMSARA, uitgekomen januari 2013 heb ik een boekbespreking geschreven, die ik hier overneem:
We weten, als SIM-gemeenschap en Simsara-lezers, dat vipassana-meditatie voortkomt uit het Theravada Boeddhisme.
Maar waar precies uit? Meer concreet: op welke sutta’s is deze meditatie gebaseerd?
Op deze vraag is de (Nederlandse maar hier in het Engels schrijvende) meditator René van Oosterwijk ingegaan. In zijn studie heeft hij dit thema op twee manieren bekeken.
Eerst heeft hij in teksten van leraren (bv de Eerwaarde Mettavihari, en nog twintig anderen, monniken en leken, van Ajahn Chah tot Jack Kornfield) èn van geleerde monniken zoals Bhikkhu Bodhi nagegaan welke sutta’s zij citeren en waarop ze hun meditatie-instructies baseren.
Daarna is hij in indexen van de Pali Canon het voorkomen nagegaan van de term ‘vipassana’ en de zeer dicht daarbij zittende term ‘pannavimutti’, letterlijk ‘bevrijding door wijsheid’.
Wat is ‘vipassana’ ?
Het gaat steeds om inzicht in de zin van ervaren en begrijpen. De letterlijke betekenis van vipassana is: innerlijke visie, inzicht, intuitie en introspectie. ‘Vipassana’ is daarbij het streven, het doel van de meditatie en van de beoefening in bredere zin. Niet de methode, hoewel we dat soms gemakzuchtig wel zo zeggen. De methode wordt bijna altijd gekenmerkt door ‘ sati ’, te vertalen als opmerkzaamheid of aandachtigheid en in het Engels als mindfulness.
Hoe kan het bereikt worden ?
Niet alleen sati ! De leraren en de geleerde monniken noemen ook, gebaseerd op de sutta’s, sila (ethisch handelen) en het al hebben van een notie van wat onbestendigheid, lijden en niet-zelf is en wat de aspecten van het Achtvoudige Pad zijn.
Maar ook – en dat vind ik het meest significante in Oosterwijks objectiverende onderzoek – concentratie: niet alleen toegangs- en momentane concentratie, maar ook absorptie, minstens de eerste jhana. Niet alle sutta’s stellen deze eis en ook niet alle leraren (Mettavihari zoals bekend bv niet) maar wel veel. Inclusief de meeste geraadpleegde geleerde monniken.
Aspecten van de vipassana waarvan de basis niet in een sutta terug te vinden zijn, zijn onder andere de ‘body-sweep’ bij de methode van Goenka en het systeem van nana’s als stadia van verkregen inzichten.
De meeste vipassana-leraren en geleerde monniken baseren zich op de Satipatthana Sutta zoals die voorkomt in de Middellange Leerredes (Majjhima-Nikaya): MN 10 en de Lange Leerredes (Digha-Nikaya): DN 22.
Maar ook – en dat vind ik heel opvallend – op de Anapanasati Sutta (MN 118).
Andere genoemde sutta’s zijn vooral die uit de MN 4, MN 28, MN 62, MN 119, MN141 en DN 2.
Een paar andere punten
Kort krijgt ook de metta-meditatie en de beoefening van de andere Brahmavihara’s aandacht in het verkrijgen van inzicht en wijsheid. Soms zijn ze een versterking van de op sati gerichte methode. Maar soms ook (bv in MN 7 en DN 13) lijkt deze meditatie-vorm een eigen, een aparte, methode waarmee het hoogste inzicht kan worden bereikt. Dit is echter mijn opinie, van Oosterwijk blijft voorzichtig over dit thema omdat slechts een enkele sutta het erover heeft. Hij geeft, gebaseerd op Sutta-studie, trouwens wat betreft metta de voorkeur aan de uitdrukking ‘mentale cultivering’ boven ‘meditatie-beoefening’.
Van Oosterwijk wijdt nog een apart hoofdstuk aan de Chinese Agama Sutra’s. Die vertonen veel overeenkomsten met die uit de Pali Canon over ‘vipassana’, maar ook een paar verschillen. Om er een te noemen, gaat in de bestudeerde Agama’s – in tegenstelling tot in de Sutta’s - zelden over het (bereiken van het) inzicht ‘dit is niet het zelf’.
Het bestuderen van het hele boek is wellicht voor de meeste lezers wat veel gevraagd.
Maar hoofdstuk 6, de ‘Summary and Conclusions’ is meditatoren aan te bevelen. Het verheldert het beeld dat zowel het doel als de methode van vipassana niet helemaal éénduidig in de Sutta’s voorkomt. Een variatie die we het beste maar kunnen accepteren, lijkt mij.
Doctrinal backgrounds of Vipassana-meditation
Insight in current methods and according to canonical sources
door R.C. (René) van Oosterwijk
Uitgeverij Barkhuis, Groningen, 2012
ISBN 9789491431098
Tot zover deze boekbespreking in SIMSARA
Oudere nummers van dit tijdschrift zijn te vinden in hun archief
Over de concentratie-meditatie, eventueel tot en met de ‘absorptie’ (jhana) zal ik binnenkort wel meer schrijven.
Dit in verband met de komst van de bekende leraar Leigh Brasington (leerling van Ayya Khema) eind oktober van dit jaar naar Nederland.
We zijn daarvoor nog een programma aan het maken, dat ook via de SIM aangekondigd zal worden.
woensdag 9 januari 2013
Hoe zal het met uitgeverij ASOKA in 2013 gaan ?
Op 23 december 2012 plaatste *OpenBoeddhisme* het bericht ‘Milinda Uitgevers in maart 2013 op orde’ ; zie hier
Deze titel is een citaat van de geïnterviewde Nina Nannini.
Ik reageerde op dit bericht in *OpenBoeddhisme* met de volgende tekst:
"Goede informatie. Een mooie aanvulling ook (of andersom natuurlijk, ik wil wel bescheiden zijn) op mijn recente blog waarin ik als (boeddhistisch) lezer naar BoedhaMagazine kijk.
Ik vraag me af of in de plannen van Nina Nannini met Asoka ook de ' Klassieke Tekstbibliotheek een plaats gaat krijgen. Zal dit concept dan iets verruimd worden, zodat er een Boeddhistische Tekstbibliotheek komt? "
Die blog van mij, over het decembernummer van BoeddhaMagazine is hier te vinden.
Nina antwoordde daarop:
" Ja, ook de klassieke teksten krijgen een plek. Ik wil ze graag toegankelijker maken.
Dan heb ik het niet over de inhoud, maar over de aanschafprijs. Het zijn kostbare boeken om te maken. Daardoor zijn ze nu weggelegd voor een klein publiek: dat is zonde.
We zijn bezig met het maart-nummer van BoeddhaMagazine. We doen ons best, maar we realiseren ons terdege dat veranderingen ook lezers van ons kunnen vervreemden.
De eerste opzet ziet er goed uit, maar ik ben vooral benieuwd naar de reacties van de lezers in maart. En ik ben dus ook geïnteresseerd in jouw feedback. "
Nooit te beroerd, feedback te geven, was mijn reactie in de richting van Nina (en van Gerolf 't Hooft uiteraard):
" Ik ga BoeddhaMagazine in maart zeker bekijken.
Wie wordt de eerste gast-hoofdredacteur?
Zelf ben ik een hartstochtelijk lezer, maar ook (ik moet dat eindelijk maar eens toegeven) een elitair boeddhist die graag moeilijke teksten leest. Het zou dus geen schande zijn als BoeddhaMagazine niet primair voor mij bestemd blijkt te zijn. Misschien bestaat -zoals ik in mijn blog uitleg- de doelgroep vooral uit positief ingestelde vrouwen.
Wat betreft de ‘ klassieke tekstbibliotheek ’: ik stel voor deze uit te breiden tot ‘boeddhistische tekstbibliotheek ’, zodat daaronder ook hedendaagse, degelijke boeddhistische/boeddhologische werken kunnen vallen.
Een eigen, Asoka adviserende redactie met een eigen ‘boekhouding’ zou doneren of zelfs crowd funding mogelijk maken.
Voor mij hoeven deze boeken er niet chic uit te zien, ze mogen ook - en zelfs vooral - als e-book uitgegeven worden. Op die manier is het geen probleem dat andere Asoka-boeken ‘buddhism-light’ zijn.
In m'n blog van 8 november vorig jaar geef de titels van een serie uit het Engels te vertalen boeken en thema's van mogelijke oorspronkelijke (Nederlandse) boeken die wellicht in de 'Boeddhistische Tekstbibliotheek' kunnen passen.
Maar goed, daar beslis ik niet over maar een door mij voorgestelde redactie; en de directie van Asoka uiteraard, want het moet wel commercieel kunnen.
Als afronding geef ik graag een bericht door van de uitgeverij:
Uitgeverij Asoka, De Driehoek, Synthese en BoeddhaMagazine hebben een deel van hun boeken gebracht naar hun 'outlet book store in Den Haag.
Daar liggen ze 'voor weggeefprijzen vanaf 1o januari te koop, melden ze.
'Als u onze winkel bezoekt, ligt er tevens een verrassing voor u klaar.
Outlet book store
Frederikstraat 31
2514 LA Den Haag
Voor meer informatie: 010-411 3867
Bereikbaarheid ov: bus 24 en 22, tram 6 en 1
Openingstijden
Donderdag: 10.00 – 18.00 uur
Vrijdag: 10.00 – 18.00 uur
Zaterdag: 10.00 – 17.00 uur
Zondag: 13.00 – 17.00 uur
Deze titel is een citaat van de geïnterviewde Nina Nannini.
Ik reageerde op dit bericht in *OpenBoeddhisme* met de volgende tekst:
"Goede informatie. Een mooie aanvulling ook (of andersom natuurlijk, ik wil wel bescheiden zijn) op mijn recente blog waarin ik als (boeddhistisch) lezer naar BoedhaMagazine kijk.
Ik vraag me af of in de plannen van Nina Nannini met Asoka ook de ' Klassieke Tekstbibliotheek een plaats gaat krijgen. Zal dit concept dan iets verruimd worden, zodat er een Boeddhistische Tekstbibliotheek komt? "
Die blog van mij, over het decembernummer van BoeddhaMagazine is hier te vinden.
Nina antwoordde daarop:
" Ja, ook de klassieke teksten krijgen een plek. Ik wil ze graag toegankelijker maken.
Dan heb ik het niet over de inhoud, maar over de aanschafprijs. Het zijn kostbare boeken om te maken. Daardoor zijn ze nu weggelegd voor een klein publiek: dat is zonde.
We zijn bezig met het maart-nummer van BoeddhaMagazine. We doen ons best, maar we realiseren ons terdege dat veranderingen ook lezers van ons kunnen vervreemden.
De eerste opzet ziet er goed uit, maar ik ben vooral benieuwd naar de reacties van de lezers in maart. En ik ben dus ook geïnteresseerd in jouw feedback. "
Nooit te beroerd, feedback te geven, was mijn reactie in de richting van Nina (en van Gerolf 't Hooft uiteraard):
" Ik ga BoeddhaMagazine in maart zeker bekijken.
Wie wordt de eerste gast-hoofdredacteur?
Zelf ben ik een hartstochtelijk lezer, maar ook (ik moet dat eindelijk maar eens toegeven) een elitair boeddhist die graag moeilijke teksten leest. Het zou dus geen schande zijn als BoeddhaMagazine niet primair voor mij bestemd blijkt te zijn. Misschien bestaat -zoals ik in mijn blog uitleg- de doelgroep vooral uit positief ingestelde vrouwen.
Wat betreft de ‘ klassieke tekstbibliotheek ’: ik stel voor deze uit te breiden tot ‘boeddhistische tekstbibliotheek ’, zodat daaronder ook hedendaagse, degelijke boeddhistische/boeddhologische werken kunnen vallen.
Een eigen, Asoka adviserende redactie met een eigen ‘boekhouding’ zou doneren of zelfs crowd funding mogelijk maken.
Voor mij hoeven deze boeken er niet chic uit te zien, ze mogen ook - en zelfs vooral - als e-book uitgegeven worden. Op die manier is het geen probleem dat andere Asoka-boeken ‘buddhism-light’ zijn.
In m'n blog van 8 november vorig jaar geef de titels van een serie uit het Engels te vertalen boeken en thema's van mogelijke oorspronkelijke (Nederlandse) boeken die wellicht in de 'Boeddhistische Tekstbibliotheek' kunnen passen.
Maar goed, daar beslis ik niet over maar een door mij voorgestelde redactie; en de directie van Asoka uiteraard, want het moet wel commercieel kunnen.
Als afronding geef ik graag een bericht door van de uitgeverij:
Uitgeverij Asoka, De Driehoek, Synthese en BoeddhaMagazine hebben een deel van hun boeken gebracht naar hun 'outlet book store in Den Haag.
Daar liggen ze 'voor weggeefprijzen vanaf 1o januari te koop, melden ze.
'Als u onze winkel bezoekt, ligt er tevens een verrassing voor u klaar.
Outlet book store
Frederikstraat 31
2514 LA Den Haag
Voor meer informatie: 010-411 3867
Bereikbaarheid ov: bus 24 en 22, tram 6 en 1
Openingstijden
Donderdag: 10.00 – 18.00 uur
Vrijdag: 10.00 – 18.00 uur
Zaterdag: 10.00 – 17.00 uur
Zondag: 13.00 – 17.00 uur
vrijdag 14 december 2012
De kracht van negatief denken - Waarheid, melancholie en een tragisch levensgevoel
Vooraf: deze titel is niet van mezelf maar is die van de vertaling van een artikel van de Princeton psycholoog Robert Woolfolk . Hem citeer ik later uitgebreider.
Het positieve denken is populair in het Westen, vooral in de V.S. maar ook in Nederland.
En ook in het boeddhisme . Op de een of andere manier is het populaire psychologische en ekonomische denken (‘je kunt worden en verdienen wat je wilt’) uit de zelfhulp-industrie vermengd geraakt met noties uit het boeddhisme.
Dat is eigenlijk merkwaardig want de oude boeddhistische teksten ademen een andere sfeer. (Ook Thich Nhat Hanh in zijn jongere jaren, in meer recente publikaties is die m.i. salonfähiger geworden.)
Laatst schreef iemand dat ik een voorbeeld ben van de ‘het glas is half leeg’ benadering, waarbij zij de voorkeur gaf aan het ‘het glas is half vol’-optimisme van iemand anders.
Ook kreeg ik te horen dat m’n blogs narcistisch waren. Kan zijn, ik ben pas een beginneling in het minder afstandelijk en abstract en meer persoonlijk maken van m’n teksten.
Nu dus over het feit dat ik mezelf niet als een positivo zie. Wel als een denker trouwens.
Dat is lastig want positief zijn is wel in de mode, ook onder boeddhisten. En denken trouwens niet.
De bekendste is Deepak Chopra, maar de Dalai Lama kan er ook wat van.
Over Deepak Chopra schreef Aaf Brandt Corstius onlangs: “ een Amerikaanse goeroe die elke zichzelf respecterende Hollywood-ster al weer als passé beschouwt maar die bij onze Nederlandse beroemdheden nog aansluiting vindt ... wat de Deepak Chopra-leer inhoudt, namelijk dat je: a. positief moet zijn, b. allemaal moet samenwerken ... ” Aaf eindigt haar column met: “ Dat is de troef van de moderne positivo: iedereen die het niet met hem eens is, steekt er zo zuur bij af. ”
Van de Dalai Lama las ik volgend aan hem toegeschreven citaat: “ In welke situatie wij ons ook bevinden, het is altijd mogelijk deze met een positieve houding te benaderen. ”
Of wat te denken van deze: “De Dalai Lama Dagkalender 2013 bevat de waardevolste citaten van de Dalai Lama. Hij wijst je op de noodzaak van tolerantie, eerlijkheid en vergeving. Hij moedigt je bovendien aan om je te concentreren op de goedheid en de schoonheid van alles wat je dagelijks omringt. Deze scheurkalender biedt je daarmee voor elke dag een bemoedigende en inspirerende spreuk. ”
Of dit citaat: “ See the positive side, the potential, and make an effort. ”
Op de website van Bodhitv was onlangs een artikel te lezen van Sanne Wurzer (zie hier )
De inleiding ervan:
“ Ergernissen en frustraties, we willen er allemaal het liefst zo snel mogelijk vanaf. Accepteren dat de dingen gaan zoals ze gaan is natuurlijk één bekende manier om dat voor elkaar te krijgen. Maar er zijn ook andere oplossingen, denkt Sanne Wurzer. ‘Zodra je een energieke match wordt met je eigen wens, manifesteert deze zich razendsnel.’ “
Gelukkig denkt niet iedereen daar zo over, zoals kan blijken uit een helder persoonlijk verhaal in de blog ‘Tiny Buddha’ met als titel: ´Why positive thinking didn´t work for me´ :
“ For a long time, nothing stressed me out as much as positivity.
I was a perfectionist growing up, always trying to bang my flawed round-shaped self into a perfect square hole that couldn’t possibly contain me.
Around 22, I decided to focus on personal development – a positive thing, I assumed.
I figured if I worked on improving a little every day, I’d feel a lot more positive about myself than I did when I focused on my flaws. ...
I never considered that wanting to be positive isn’t the same as being positive. ... “
Gelukkig ook is er sprake van enige tegenbeweging in de Anglosaksische (min of meer wetenschappelijke) psychologische literatuur.
Een deel ervan bevat trouwens wel een dubbele bodem omdat de strekking is:
Negatief denken (= niet bij voorbaat ervan uitgaan dat men wel positief resultaat zal bereiken omdat men het wil bereiken) blijkt in sommige gevallen juist positiever resultaat op te leveren dan positief denken.
Dus negatief denken wordt daarmee een vorm van positief denken: het vooruitgangsgeloof blijft intact.
Dat vind ik niet authentiek negatief genoeg.
De Engelse psychiater R. Lepcha plaatst een kanttekening bij het positief denken, onder de (door mij vertaalde) titel: ‘De valkuilen van positief denken, een mindful perspectief ’
“Als we in de zelfhulp-afdeling van een boekwinkel rondkijken, blijkt een overweldigend aantal van de zelfhulp-boeken en tijdschriften positief denken te preken, het produkt van een miljoen-dollar industrie dat ons in wezen vertelt dat we onze negatieve zelfbeelden moeten omdraaien in positieve teneinde succes te bereiken.
Er is intrinsiek niets mis met dit concept, behalve dan dat positief denken in de meeste gevallen op zich niet een diepe verandering brengt op een manier waarmee we toch gewoonlijk leven en werk benaderen.
Toch hebben al generaties van psychotherapeuten steeds geprobeerd om dat te doen, in een proces dat bekend staat als ’cognitieve herstructurering’ (cognitive restructuring); zij streven ernaar negatieve zelf-verwerpende attitudes te vervangen door positieve winnwende attitudes.
Veel recent onderzoek over ‘cognitive behavioural therapy’ heeft echter feitelijk laten zien dat mensen met een chronisch laag zelfbeeld zich juist slechter gaan voelen als ze van hun therapeuten een uitgesproken positief beeld van zichzelf te horen krijgen ... "
The Metta-Physics Magazine - Exploring the Science-Spirituality Interface Bron.
Een ander voorbeeld, deze keer niet zozeer psychologie in de zelfhulp maar over de ‘de tirannie van het optimisme’ in het bedrijfsleven. Over managers die alsmaar positief moeten denken.
Auteurs van ‘The Tyranny of Optimism zijn C. W. Von Bergen en Diane Bandow. Bron .
Niet wetenschappelijk- maar populair-psychologisch, uit de zelfhulp-hoek komt:
“De positieve kracht van negatief denken ...
De vuurloop als metafoor van het leven
Tijdens een zogenaamde vuurloop in juni 2012 liepen 21 deelnemers aan een seminar Unleash The Power Within brandwonden op. Deze vuurloop behoort tot de vaste onderdelen van de seminars van Anthony Robbins. Deze schrijver en motivational speaker is in Nederland het best bekend door zijn boek ‘Je onbekende vermogens’ waarin hij onder meer zijn inzichten over neurolinguïstisch programmeren uit de doeken doet. In zijn boek en zijn seminars hamert Robbins voortdurend op zijn overtuiging dat je mogelijkheden grenzeloos zijn mits je met de juiste overtuigingen op een positieve manier werkt aan wat je wezenlijk in je leven wilt bereiken.
De bedoeling van de vuurloop is dat je het gevoel krijgt dat je mogelijkheden inderdaad grenzeloos zijn, mits je de juiste mindset hebt. Voordat je de hete kolen op gaat, zeg je tegen jezelf: ‘Ik wil het, ik kan het en ik ga ervoor’. En je visualiseert hoe je succesvol de vuurloop volbrengt: met opgeheven hoofd en een rechte stevige pas. Tijdens de vuurloop zelf word je geacht ‘koel mos’ te visualiseren en hardop: ‘Koel mos, koel mos, koel mos’ te zeggen.
De fysiologische waarheid rond de vuurloop is dat geen van de deelnemers aan het seminar blaren of brandwonden krijgt, mits de deelnemer vlot en lichtvoetig enkele meters over een horizontale laag van smeulende kolen of smeulend hout op een onbrandbare onderlaag loopt.
....
Tot nu toe is echter de negatieve uitwerking van positieve visualisatie onderbelicht gebleven. Oliver Burkeman wil daarmee afrekenen in zijn boek ‘The Antidote: Happiness for People Who Can’t Stand Positive Thinking’. Visualisatie kan er namelijk toe leiden dat iemand het gevoel krijgt dat hij zijn doel al bereikt heeft en dat hij zich daarvoor dus niet meer enorm hoeft in te spannen.
....
Tot de inzichten van Tony Robbins behoort het bewust stellen van doelen. Managersspeak zit vol blabla over doelstellingen en het bereiken van doelen.
Maar het bepalen van doelen kan als onbedoeld neveneffect hebben dat je het gestelde doel voorbijschiet. Dit geldt vooral als je je al te zeer focust op een strak geformuleerd doel. Volgens diverse onderzoeken zouden medewerkers die gedreven worden door concrete doelen eerder geneigd zijn het niet zo nauw te nemen met ethische normen. ...
Oliver Burkeman wijst erop dat de filosofen uit de antieke oudheid en de spirituele leiders reeds inzagen dat het nodig is de balans te vinden tussen het positieve en het negatieve, tussen optimisme en pessimisme, en tussen een streven naar succes en zekerheden, en een openstaan voor mislukking en onzekerheden. ...
Met een knipoog naar Anthony Robbins advies om aan koel mos te denken als je over hete kolen loopt, adviseert Oliver Burke: ‘ Visualiseer je hete kolen niet als koel mos, maar als hete kolen. ' “
Bron: hier .
Ook de Rotterdamse geluksonderzoeker en (als ik zijn website lees) positivo Ad Bergsma maakt deze kanttekening bij de positieve psychologie maar toch met een positieve draai:
" Positieve psychologie kan niet zonder negativiteit . "
BRON .
‘ Wij die veroordeeld zijn tot geluk moeten vooral ons recht op
ongeluk gaan verdedigen, als we tenminste vrij willen blijven.’ . . . Pascal Bruckner
Voor wie nog niet in de gaten heeft dat het liedje van de positieve psychologie met name in de Verenigde Staten een hit is geworden, zal ik nog één keer het refrein herhalen, zoals dat naar voren is gebracht door voorman Martin Seligman (2002) op de eerste pagina van zijn boek Gelukkig zijn kun je leren.
‘De afgelopen vijftig jaar hebben psychologen zich met grote inzet op slechts één onderwerp gestort – geestesziekten – en ze hebben daarbij heel wat successen geboekt. (…)Maar we hebben een hoge prijs betaald voor deze stap voorwaarts. Door ons te richten op de omstandigheden die het leven ellendig maken, zijn de omstandigheden die het leven de moeite
waard maken op de achtergrond geraakt. (…) De tijd is daarom rijp voor een wetenschap die probeert inzicht te krijgen in positieve emotie, competentie en deugd.’
Het punt in dit artikel is niet dat het succes van de positieve psychologie voor een deel gebaseerd is op slimme retoriek, die het moet hebben van het voorspiegelen van een karikaturaal beeld van de ‘gewone’ psychologie. Ik zal in plaats daarvan betogen dat niet de gewone psychologie, maar juist de positieve psychologie in het zwaard van de eenzijdigheid dreigt te vallen.
De in zwart-wit geschetste tegenstelling tussen negatieve en positieve aspecten van het functioneren dreigt de positieve psychologie een karikatuur van zichzelf te maken. De stroming lijkt over het hoofd te zien dat negatieve gevoelens en gedachten een constructieve rol kunnen spelen in iemand leven. Of zoals Barbara Held (2002, 2004) het heeft uitgedrukt: De positieve psychologie is nodeloos negatief over negativiteit.
....
De obsessie met het positieve maakt dat de functie van het negatieve wordt verwaarloosd. Dat het voorbeeld van Seligman toch aangehaald wordt om de voordelen van optimisme te bezingen, toont aan dat zowel leken als psychologen een blinde vlek hebben voor de schaduwkanten van positief denken.
….
Hoe de positieve drang in het dagelijks leven kan ontsporen, beschrijft de journaliste Barbara Ehrenreich … Toen bij haar borstkanker werd geconstateerd, was zij daar natuurlijk overstuur van. Maar toen ze uiting gaf aan haar verontwaardiging en woede over haar situatie, adviseerden lotgenoten haar een therapeut te zoeken om zulke negatieve gevoelens uit te bannen. De meest extreme positieve denkers hielden haar voor dat ze haar ziekte beter kon zien als een geschenk waar ze dankbaar voor moest zijn, iets waar Ehrenreich weinig voor voelde. Negativiteit zou haar overleven in gevaar brengen, hoewel daar geen enkele evidentie voor is (Coyne, Tennen & Ranchor, 2010).
….....
Vechten tegen negativiteit kan bovendien negatieve gevoelens en piekeren versterken. In opvattingen over mindfulness wordt ervan uitgegaan dat het verwelkomen van negativiteit en er welwillende aandacht aan besteden, leidt tot het sneller voorbij gaan van negatieve stemmingen. Streven naar perfect geluk dat geen ruimte biedt voor negatieve gebeurtenissen, is een ongezonde vorm van perfectionisme (Lundh, 2004).
…...
Deze korte, en incomplete opsomming moet volstaan om te laten zien hoe belangrijk negatief affect is in het leven van mensen. '
Tot zover enkele passages uit het lezenswaardige artikel van Bergsma, wel is het positiviteit tijdelijk vermomd als voorzichtige negativiteit.
Bovenstaande bevat vooral argumenten waarom soms positief denken niet werkt, maar gaat overwegend wel van het positief-denken-paradigma uit
Ik tendeer echter naar een ander, een meer intrinsiek niet-positief model.
Namelijk van het alomtegenwoordig zijn van dukkha , meestal vertaald als ‘lijden’, meer precies als: onbevredigendheid (van het leven), ongemak, etc.
In ieder geval niet als:
‘ While dukkha is usually defined as suffering, “mental dysfunction” is closer to the original meaning. ’
Bron: hier .
In feite worden hiermee alle boeddhisten (d.w.z. degenen die dukkha, anicca en anatta als centrale principes van het bestaan zien) tot psychiatrische patiënten gelabeled.
Eerder dit:
Een vrij technisch maar gezaghebbend (gezien het aantal keer dat het geciteerd wordt) psychologisch artikel: " The Negative Side of Positive Psychology " door Barbara Held .
Journal of Humanistic Psychology, 2004; (in totaal 39 pagina’s)
Summary
This article explores three ways in which the positive psychology, movement’s construction and presentation of itself are negative.
First, the negative side is construed as the negative side effects of positive psychology’s dominant, separatist message.
Second, the negative side is construed as the negativity that can be found within the positive psychology movement. Here the author elaborates on the negative or dismissive reactions of some spokespersons for the movement to ideas or views that run counter to the movement’s dominant message: (a) negativity about negativity itself, which is explored by way of research in health psychology and coping styles; and (b) negativity about the wrong kind of positivity, namely, allegedly unscientific positivity, especially that which Seligman purports to find within humanistic psychology. This constitutes an epistemological
position that contributes to “reality problems” for positive psychologists. The author concludes with the implications of positive psychology’s “Declaration of Independence” for psychology’s much discussed fragmentation woes. She appeals to the wisdom of William James for guidance in finding a third, more positive meaning of positive psychology’s negative side. This third meaning can be gleaned from a not-yet-dominant but more integrative message emerging within the movement, one compatible with the reactions of some humanistic psychologists to positive psychology.
Het hele artikel is hier te vinden.
Minstens zo uitgesproken is de ook veel geciteerde Robert Woolfolk , waarmee ik dit essay begon.
“ The Power of Negative Thinking:
Truth, Melancholia, and the Tragic Sense of Life " ,
Een aantal passages hieruit, in mijn vertaling:
“ In dit korte essay beargumenteer ik dat de huidige ‘positieve psychologie’ –beweging ten onrechte belangrijke aspecten die essentieel zijn voor het menselijk bestaan, niet benadrukt. Door een uiteenzetting van enkele historische, interculturele en literaire voorbeelden bepleit ik het belang van een soort ‘negatieve psychologie’ die fundamenteel is voor adekwaat begrip van de menselijke situatie.
...
De bepleiters van de positieve psychologie van Maslow tot Seligman hebben gesuggereerd dat de psychologie teveel gericht is op allerlei negativiteiten: ziekte, wanorde en defecten. Maar ik durf te stellen dat de Amerikaanse psychologie, in tegenstelling tot deze claim, heeft gefaald om op adekwate wijze het belang van bepaalde vormen van ‘negativiteit’ te waarderen. Ik durf te stellen dat negatief denken niet alleen waardevol is maar zelfs onmisbaar en noodzakelijk en stel dat we te weinig aandacht geven aan het onderkennen, confronteren, accepteren en misschien zelfs verwelkomen van lijden en verlies. Ik stel dat er ergere dingen in het leven kunnen zijn dan het ervaren van negatieve gevoelens. Ergere dingen zoals onwetendheid, banaliteit, lichtgelovigheid, zelfs misleiding, narcisme, ongevoeligheid, bekrompenheid en isolatie; allemaal zaken die het programma van de positieve psychologie potentieel lijken te bevorderen. ”
Vervolgens beschrijft de auteur het voorbeeld van koning Xerxes van Perzië, een veldheer die op het toppunt van z’n succes de sterfelijkheid van de mens en de vergeefsheid van alle inspanningen benadrukt. Dit is oude therapie, zegt Woolfolk: Griekse therapie van Herodotus, Sophocles en Socrates. Dat is zelfkennis waarin de menselijke tekortkomingen en beperkingen zoals overmoed hun plaats hebben. Hij noemt de sombere, soms ronduit depressieve kanten van een aantal Amerikaanse staatslieden uit het verleden zoals Abraham Lincoln.
Woolfolk noemt het Boeddhisme dat op een bepaalde manier een negatieve denkwijze is maar ook de Islam. “ Moslims zien, in het algemeen, droefheid, ontstemming en andere sombere grondstemmingen emoties als begeleidende verschijnselen van religieuze piëteit en kermerken van de pijnlijke consequenties van het juist leven in een onrechtvaardige wereld. Het vermogen om smart te ervaren wordt gezien als kenmerk van de diepte van de persoonlijkheid ... Droef kunnen zijn wordt geassocieerd met volwassenheid, rijpheid. Iemand die te makkelijk aan z’n gelukkig zijn uiting geeft, wordt beschouwd als sociaal incompetent.
...
De ‘negatieve psychologie’ die ik heb beschreven en aanbevolen, is niet zozeer een antipode van de hedendaagse trend, het is eerder een beschrijving van een andere dimensie of misschien de uiteenzetting van de existentiële bestaansbasis. Argumenteren over de vraag of we niet beter af zijn met gezondheid of juist ziekte, kracht of juist zwakte oversimplificeert psychologie en maakt het ééndimensionaal. Als de psychologie vermijdt een banale en prozaische afbakening te zijn, doet het er goed aan, aandacht te schenken aan een aantal oude bronnen die ruimte geven aan tragische, aan eindige en aan negatieve aspecten van het menselijk bestaan. “
Bron: hier
Bovenstaande gaat overwegend over positieve en/of negatieve psychologie.
Nuttig voor ons begrip maar uiteindelijk het boeddhisme en het beoefenen daarvan geen psychologische maar een ‘spirituele’ beoefening. Of noem het ‘religieus’ of ‘filosofisch plus’ of 'soteriologisch'.
Uiteindelijk kom ik hiermee weer terug op de Vier Edele Waarheden , waarvan de eerste is:
" Dit monniken, is de edele waarheid van lijden : Geboorte is lijden, ouderdom is lijden, ziekte is lijden, dood is lijden, verdriet en weeklagen , pijn, smart en wanhoop zijn lijden; gevoegd worden bij het onaangename is lijden, gescheiden worden van het geliefde is lijden, niet krijgen wat men wil, is lijden -- kortom, de vijf groepen (die het object zijn) van hechten, zijn lijden. "
Bron: Sleuteltotinzicht Daar staan ook de Pali-termen in; en de overige Edele Waarheden, over het beeindigen van dukkha.
Het positieve denken is populair in het Westen, vooral in de V.S. maar ook in Nederland.
En ook in het boeddhisme . Op de een of andere manier is het populaire psychologische en ekonomische denken (‘je kunt worden en verdienen wat je wilt’) uit de zelfhulp-industrie vermengd geraakt met noties uit het boeddhisme.
Dat is eigenlijk merkwaardig want de oude boeddhistische teksten ademen een andere sfeer. (Ook Thich Nhat Hanh in zijn jongere jaren, in meer recente publikaties is die m.i. salonfähiger geworden.)
Laatst schreef iemand dat ik een voorbeeld ben van de ‘het glas is half leeg’ benadering, waarbij zij de voorkeur gaf aan het ‘het glas is half vol’-optimisme van iemand anders.
Ook kreeg ik te horen dat m’n blogs narcistisch waren. Kan zijn, ik ben pas een beginneling in het minder afstandelijk en abstract en meer persoonlijk maken van m’n teksten.
Nu dus over het feit dat ik mezelf niet als een positivo zie. Wel als een denker trouwens.
Dat is lastig want positief zijn is wel in de mode, ook onder boeddhisten. En denken trouwens niet.
De bekendste is Deepak Chopra, maar de Dalai Lama kan er ook wat van.
Over Deepak Chopra schreef Aaf Brandt Corstius onlangs: “ een Amerikaanse goeroe die elke zichzelf respecterende Hollywood-ster al weer als passé beschouwt maar die bij onze Nederlandse beroemdheden nog aansluiting vindt ... wat de Deepak Chopra-leer inhoudt, namelijk dat je: a. positief moet zijn, b. allemaal moet samenwerken ... ” Aaf eindigt haar column met: “ Dat is de troef van de moderne positivo: iedereen die het niet met hem eens is, steekt er zo zuur bij af. ”
Van de Dalai Lama las ik volgend aan hem toegeschreven citaat: “ In welke situatie wij ons ook bevinden, het is altijd mogelijk deze met een positieve houding te benaderen. ”
Of wat te denken van deze: “De Dalai Lama Dagkalender 2013 bevat de waardevolste citaten van de Dalai Lama. Hij wijst je op de noodzaak van tolerantie, eerlijkheid en vergeving. Hij moedigt je bovendien aan om je te concentreren op de goedheid en de schoonheid van alles wat je dagelijks omringt. Deze scheurkalender biedt je daarmee voor elke dag een bemoedigende en inspirerende spreuk. ”
Of dit citaat: “ See the positive side, the potential, and make an effort. ”
Op de website van Bodhitv was onlangs een artikel te lezen van Sanne Wurzer (zie hier )
De inleiding ervan:
“ Ergernissen en frustraties, we willen er allemaal het liefst zo snel mogelijk vanaf. Accepteren dat de dingen gaan zoals ze gaan is natuurlijk één bekende manier om dat voor elkaar te krijgen. Maar er zijn ook andere oplossingen, denkt Sanne Wurzer. ‘Zodra je een energieke match wordt met je eigen wens, manifesteert deze zich razendsnel.’ “
Gelukkig denkt niet iedereen daar zo over, zoals kan blijken uit een helder persoonlijk verhaal in de blog ‘Tiny Buddha’ met als titel: ´Why positive thinking didn´t work for me´ :
“ For a long time, nothing stressed me out as much as positivity.
I was a perfectionist growing up, always trying to bang my flawed round-shaped self into a perfect square hole that couldn’t possibly contain me.
Around 22, I decided to focus on personal development – a positive thing, I assumed.
I figured if I worked on improving a little every day, I’d feel a lot more positive about myself than I did when I focused on my flaws. ...
I never considered that wanting to be positive isn’t the same as being positive. ... “
Gelukkig ook is er sprake van enige tegenbeweging in de Anglosaksische (min of meer wetenschappelijke) psychologische literatuur.
Een deel ervan bevat trouwens wel een dubbele bodem omdat de strekking is:
Negatief denken (= niet bij voorbaat ervan uitgaan dat men wel positief resultaat zal bereiken omdat men het wil bereiken) blijkt in sommige gevallen juist positiever resultaat op te leveren dan positief denken.
Dus negatief denken wordt daarmee een vorm van positief denken: het vooruitgangsgeloof blijft intact.
Dat vind ik niet authentiek negatief genoeg.
De Engelse psychiater R. Lepcha plaatst een kanttekening bij het positief denken, onder de (door mij vertaalde) titel: ‘De valkuilen van positief denken, een mindful perspectief ’
“Als we in de zelfhulp-afdeling van een boekwinkel rondkijken, blijkt een overweldigend aantal van de zelfhulp-boeken en tijdschriften positief denken te preken, het produkt van een miljoen-dollar industrie dat ons in wezen vertelt dat we onze negatieve zelfbeelden moeten omdraaien in positieve teneinde succes te bereiken.
Er is intrinsiek niets mis met dit concept, behalve dan dat positief denken in de meeste gevallen op zich niet een diepe verandering brengt op een manier waarmee we toch gewoonlijk leven en werk benaderen.
Toch hebben al generaties van psychotherapeuten steeds geprobeerd om dat te doen, in een proces dat bekend staat als ’cognitieve herstructurering’ (cognitive restructuring); zij streven ernaar negatieve zelf-verwerpende attitudes te vervangen door positieve winnwende attitudes.
Veel recent onderzoek over ‘cognitive behavioural therapy’ heeft echter feitelijk laten zien dat mensen met een chronisch laag zelfbeeld zich juist slechter gaan voelen als ze van hun therapeuten een uitgesproken positief beeld van zichzelf te horen krijgen ... "
The Metta-Physics Magazine - Exploring the Science-Spirituality Interface Bron.
Een ander voorbeeld, deze keer niet zozeer psychologie in de zelfhulp maar over de ‘de tirannie van het optimisme’ in het bedrijfsleven. Over managers die alsmaar positief moeten denken.
Auteurs van ‘The Tyranny of Optimism zijn C. W. Von Bergen en Diane Bandow. Bron .
Niet wetenschappelijk- maar populair-psychologisch, uit de zelfhulp-hoek komt:
“De positieve kracht van negatief denken ...
De vuurloop als metafoor van het leven
Tijdens een zogenaamde vuurloop in juni 2012 liepen 21 deelnemers aan een seminar Unleash The Power Within brandwonden op. Deze vuurloop behoort tot de vaste onderdelen van de seminars van Anthony Robbins. Deze schrijver en motivational speaker is in Nederland het best bekend door zijn boek ‘Je onbekende vermogens’ waarin hij onder meer zijn inzichten over neurolinguïstisch programmeren uit de doeken doet. In zijn boek en zijn seminars hamert Robbins voortdurend op zijn overtuiging dat je mogelijkheden grenzeloos zijn mits je met de juiste overtuigingen op een positieve manier werkt aan wat je wezenlijk in je leven wilt bereiken.
De bedoeling van de vuurloop is dat je het gevoel krijgt dat je mogelijkheden inderdaad grenzeloos zijn, mits je de juiste mindset hebt. Voordat je de hete kolen op gaat, zeg je tegen jezelf: ‘Ik wil het, ik kan het en ik ga ervoor’. En je visualiseert hoe je succesvol de vuurloop volbrengt: met opgeheven hoofd en een rechte stevige pas. Tijdens de vuurloop zelf word je geacht ‘koel mos’ te visualiseren en hardop: ‘Koel mos, koel mos, koel mos’ te zeggen.
De fysiologische waarheid rond de vuurloop is dat geen van de deelnemers aan het seminar blaren of brandwonden krijgt, mits de deelnemer vlot en lichtvoetig enkele meters over een horizontale laag van smeulende kolen of smeulend hout op een onbrandbare onderlaag loopt.
....
Tot nu toe is echter de negatieve uitwerking van positieve visualisatie onderbelicht gebleven. Oliver Burkeman wil daarmee afrekenen in zijn boek ‘The Antidote: Happiness for People Who Can’t Stand Positive Thinking’. Visualisatie kan er namelijk toe leiden dat iemand het gevoel krijgt dat hij zijn doel al bereikt heeft en dat hij zich daarvoor dus niet meer enorm hoeft in te spannen.
....
Tot de inzichten van Tony Robbins behoort het bewust stellen van doelen. Managersspeak zit vol blabla over doelstellingen en het bereiken van doelen.
Maar het bepalen van doelen kan als onbedoeld neveneffect hebben dat je het gestelde doel voorbijschiet. Dit geldt vooral als je je al te zeer focust op een strak geformuleerd doel. Volgens diverse onderzoeken zouden medewerkers die gedreven worden door concrete doelen eerder geneigd zijn het niet zo nauw te nemen met ethische normen. ...
Oliver Burkeman wijst erop dat de filosofen uit de antieke oudheid en de spirituele leiders reeds inzagen dat het nodig is de balans te vinden tussen het positieve en het negatieve, tussen optimisme en pessimisme, en tussen een streven naar succes en zekerheden, en een openstaan voor mislukking en onzekerheden. ...
Met een knipoog naar Anthony Robbins advies om aan koel mos te denken als je over hete kolen loopt, adviseert Oliver Burke: ‘ Visualiseer je hete kolen niet als koel mos, maar als hete kolen. ' “
Bron: hier .
Ook de Rotterdamse geluksonderzoeker en (als ik zijn website lees) positivo Ad Bergsma maakt deze kanttekening bij de positieve psychologie maar toch met een positieve draai:
" Positieve psychologie kan niet zonder negativiteit . "
BRON .
‘ Wij die veroordeeld zijn tot geluk moeten vooral ons recht op
ongeluk gaan verdedigen, als we tenminste vrij willen blijven.’ . . . Pascal Bruckner
Voor wie nog niet in de gaten heeft dat het liedje van de positieve psychologie met name in de Verenigde Staten een hit is geworden, zal ik nog één keer het refrein herhalen, zoals dat naar voren is gebracht door voorman Martin Seligman (2002) op de eerste pagina van zijn boek Gelukkig zijn kun je leren.
‘De afgelopen vijftig jaar hebben psychologen zich met grote inzet op slechts één onderwerp gestort – geestesziekten – en ze hebben daarbij heel wat successen geboekt. (…)Maar we hebben een hoge prijs betaald voor deze stap voorwaarts. Door ons te richten op de omstandigheden die het leven ellendig maken, zijn de omstandigheden die het leven de moeite
waard maken op de achtergrond geraakt. (…) De tijd is daarom rijp voor een wetenschap die probeert inzicht te krijgen in positieve emotie, competentie en deugd.’
Het punt in dit artikel is niet dat het succes van de positieve psychologie voor een deel gebaseerd is op slimme retoriek, die het moet hebben van het voorspiegelen van een karikaturaal beeld van de ‘gewone’ psychologie. Ik zal in plaats daarvan betogen dat niet de gewone psychologie, maar juist de positieve psychologie in het zwaard van de eenzijdigheid dreigt te vallen.
De in zwart-wit geschetste tegenstelling tussen negatieve en positieve aspecten van het functioneren dreigt de positieve psychologie een karikatuur van zichzelf te maken. De stroming lijkt over het hoofd te zien dat negatieve gevoelens en gedachten een constructieve rol kunnen spelen in iemand leven. Of zoals Barbara Held (2002, 2004) het heeft uitgedrukt: De positieve psychologie is nodeloos negatief over negativiteit.
....
De obsessie met het positieve maakt dat de functie van het negatieve wordt verwaarloosd. Dat het voorbeeld van Seligman toch aangehaald wordt om de voordelen van optimisme te bezingen, toont aan dat zowel leken als psychologen een blinde vlek hebben voor de schaduwkanten van positief denken.
….
Hoe de positieve drang in het dagelijks leven kan ontsporen, beschrijft de journaliste Barbara Ehrenreich … Toen bij haar borstkanker werd geconstateerd, was zij daar natuurlijk overstuur van. Maar toen ze uiting gaf aan haar verontwaardiging en woede over haar situatie, adviseerden lotgenoten haar een therapeut te zoeken om zulke negatieve gevoelens uit te bannen. De meest extreme positieve denkers hielden haar voor dat ze haar ziekte beter kon zien als een geschenk waar ze dankbaar voor moest zijn, iets waar Ehrenreich weinig voor voelde. Negativiteit zou haar overleven in gevaar brengen, hoewel daar geen enkele evidentie voor is (Coyne, Tennen & Ranchor, 2010).
….....
Vechten tegen negativiteit kan bovendien negatieve gevoelens en piekeren versterken. In opvattingen over mindfulness wordt ervan uitgegaan dat het verwelkomen van negativiteit en er welwillende aandacht aan besteden, leidt tot het sneller voorbij gaan van negatieve stemmingen. Streven naar perfect geluk dat geen ruimte biedt voor negatieve gebeurtenissen, is een ongezonde vorm van perfectionisme (Lundh, 2004).
…...
Deze korte, en incomplete opsomming moet volstaan om te laten zien hoe belangrijk negatief affect is in het leven van mensen. '
Tot zover enkele passages uit het lezenswaardige artikel van Bergsma, wel is het positiviteit tijdelijk vermomd als voorzichtige negativiteit.
Bovenstaande bevat vooral argumenten waarom soms positief denken niet werkt, maar gaat overwegend wel van het positief-denken-paradigma uit
Ik tendeer echter naar een ander, een meer intrinsiek niet-positief model.
Namelijk van het alomtegenwoordig zijn van dukkha , meestal vertaald als ‘lijden’, meer precies als: onbevredigendheid (van het leven), ongemak, etc.
In ieder geval niet als:
‘ While dukkha is usually defined as suffering, “mental dysfunction” is closer to the original meaning. ’
Bron: hier .
In feite worden hiermee alle boeddhisten (d.w.z. degenen die dukkha, anicca en anatta als centrale principes van het bestaan zien) tot psychiatrische patiënten gelabeled.
Eerder dit:
Een vrij technisch maar gezaghebbend (gezien het aantal keer dat het geciteerd wordt) psychologisch artikel: " The Negative Side of Positive Psychology " door Barbara Held .
Journal of Humanistic Psychology, 2004; (in totaal 39 pagina’s)
Summary
This article explores three ways in which the positive psychology, movement’s construction and presentation of itself are negative.
First, the negative side is construed as the negative side effects of positive psychology’s dominant, separatist message.
Second, the negative side is construed as the negativity that can be found within the positive psychology movement. Here the author elaborates on the negative or dismissive reactions of some spokespersons for the movement to ideas or views that run counter to the movement’s dominant message: (a) negativity about negativity itself, which is explored by way of research in health psychology and coping styles; and (b) negativity about the wrong kind of positivity, namely, allegedly unscientific positivity, especially that which Seligman purports to find within humanistic psychology. This constitutes an epistemological
position that contributes to “reality problems” for positive psychologists. The author concludes with the implications of positive psychology’s “Declaration of Independence” for psychology’s much discussed fragmentation woes. She appeals to the wisdom of William James for guidance in finding a third, more positive meaning of positive psychology’s negative side. This third meaning can be gleaned from a not-yet-dominant but more integrative message emerging within the movement, one compatible with the reactions of some humanistic psychologists to positive psychology.
Het hele artikel is hier te vinden.
Minstens zo uitgesproken is de ook veel geciteerde Robert Woolfolk , waarmee ik dit essay begon.
“ The Power of Negative Thinking:
Truth, Melancholia, and the Tragic Sense of Life " ,
Een aantal passages hieruit, in mijn vertaling:
“ In dit korte essay beargumenteer ik dat de huidige ‘positieve psychologie’ –beweging ten onrechte belangrijke aspecten die essentieel zijn voor het menselijk bestaan, niet benadrukt. Door een uiteenzetting van enkele historische, interculturele en literaire voorbeelden bepleit ik het belang van een soort ‘negatieve psychologie’ die fundamenteel is voor adekwaat begrip van de menselijke situatie.
...
De bepleiters van de positieve psychologie van Maslow tot Seligman hebben gesuggereerd dat de psychologie teveel gericht is op allerlei negativiteiten: ziekte, wanorde en defecten. Maar ik durf te stellen dat de Amerikaanse psychologie, in tegenstelling tot deze claim, heeft gefaald om op adekwate wijze het belang van bepaalde vormen van ‘negativiteit’ te waarderen. Ik durf te stellen dat negatief denken niet alleen waardevol is maar zelfs onmisbaar en noodzakelijk en stel dat we te weinig aandacht geven aan het onderkennen, confronteren, accepteren en misschien zelfs verwelkomen van lijden en verlies. Ik stel dat er ergere dingen in het leven kunnen zijn dan het ervaren van negatieve gevoelens. Ergere dingen zoals onwetendheid, banaliteit, lichtgelovigheid, zelfs misleiding, narcisme, ongevoeligheid, bekrompenheid en isolatie; allemaal zaken die het programma van de positieve psychologie potentieel lijken te bevorderen. ”
Vervolgens beschrijft de auteur het voorbeeld van koning Xerxes van Perzië, een veldheer die op het toppunt van z’n succes de sterfelijkheid van de mens en de vergeefsheid van alle inspanningen benadrukt. Dit is oude therapie, zegt Woolfolk: Griekse therapie van Herodotus, Sophocles en Socrates. Dat is zelfkennis waarin de menselijke tekortkomingen en beperkingen zoals overmoed hun plaats hebben. Hij noemt de sombere, soms ronduit depressieve kanten van een aantal Amerikaanse staatslieden uit het verleden zoals Abraham Lincoln.
Woolfolk noemt het Boeddhisme dat op een bepaalde manier een negatieve denkwijze is maar ook de Islam. “ Moslims zien, in het algemeen, droefheid, ontstemming en andere sombere grondstemmingen emoties als begeleidende verschijnselen van religieuze piëteit en kermerken van de pijnlijke consequenties van het juist leven in een onrechtvaardige wereld. Het vermogen om smart te ervaren wordt gezien als kenmerk van de diepte van de persoonlijkheid ... Droef kunnen zijn wordt geassocieerd met volwassenheid, rijpheid. Iemand die te makkelijk aan z’n gelukkig zijn uiting geeft, wordt beschouwd als sociaal incompetent.
...
De ‘negatieve psychologie’ die ik heb beschreven en aanbevolen, is niet zozeer een antipode van de hedendaagse trend, het is eerder een beschrijving van een andere dimensie of misschien de uiteenzetting van de existentiële bestaansbasis. Argumenteren over de vraag of we niet beter af zijn met gezondheid of juist ziekte, kracht of juist zwakte oversimplificeert psychologie en maakt het ééndimensionaal. Als de psychologie vermijdt een banale en prozaische afbakening te zijn, doet het er goed aan, aandacht te schenken aan een aantal oude bronnen die ruimte geven aan tragische, aan eindige en aan negatieve aspecten van het menselijk bestaan. “
Bron: hier
Bovenstaande gaat overwegend over positieve en/of negatieve psychologie.
Nuttig voor ons begrip maar uiteindelijk het boeddhisme en het beoefenen daarvan geen psychologische maar een ‘spirituele’ beoefening. Of noem het ‘religieus’ of ‘filosofisch plus’ of 'soteriologisch'.
Uiteindelijk kom ik hiermee weer terug op de Vier Edele Waarheden , waarvan de eerste is:
" Dit monniken, is de edele waarheid van lijden : Geboorte is lijden, ouderdom is lijden, ziekte is lijden, dood is lijden, verdriet en weeklagen , pijn, smart en wanhoop zijn lijden; gevoegd worden bij het onaangename is lijden, gescheiden worden van het geliefde is lijden, niet krijgen wat men wil, is lijden -- kortom, de vijf groepen (die het object zijn) van hechten, zijn lijden. "
Bron: Sleuteltotinzicht Daar staan ook de Pali-termen in; en de overige Edele Waarheden, over het beeindigen van dukkha.
Abonneren op:
Posts (Atom)
