Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen

dinsdag 23 december 2014

De boeddhistische elite in Nederland is nogal beperkt maar ik hoor er wel bij - Over ongelijkheid, elites en bescheidenheid; naar aanleiding van SCR 2014

Vooraf  hulde aan de drie PvdA Eerste Kamerleden Guusje ter Horst, Marijke Linthorst en Adri Duivesteijn die mede de nieuwe Zorgwet van minister Schippers hebben weggestemd.
Het gaat niet alleen om vrije artsen keuze. Het gaat om beperken van de macht van de zorgverzekeraars, met hun trawanten zoals Roger van Boxtel (D66 tevens Menzis) en Frank Kalshoven (die in de Volkskrant de verzekeraars als belangeloze tegenmacht ziet)
Die verzekeraars met hun ordinaire reclamecampagnes deze weken. Noodzakelijk misschien maar wel een noodzakelijk kwaad. Dan toch liever de overheid als tegenmacht. Zie ook de NRC

Ook vooraf: mijn adviezen aan de BUN, zoals verwoord in m'n vorige twee blogs, zijn niet door hen overgenomen. Sterker nog: ze zijn me niet in dank afgenomen. So be it.

========================================================================

Dan die elite. Laat ik maar met de conclusie van deze beschouwing beginnen.
DE elite bestaat niet (meer), net zo als HET boeddhisme niet bestaat.
Ik heb geen zin mee te doen aan de bescheidenheid - die in veel gevallen onwaarachtig is - van 'ik ben ook maar een eenvoudige ...'
Nee, ik behoor tot elites, tot de boeddhistische elite en tot de intellectuele elite (ik lees bv graag moeilijke boeken); en mindere mate, tot m'n pensioen, tot de politiek-bestuurlijke elite. En daar schaam ik me niet voor.
In zekere zin is dit een 'uit de kast komen' van een elitair mens.
Maar niet echt een kerstboodschap.
Maar wat is de (een) elite? En wat is in godsnaam 'de boeddhistische elite'?


Dit naar aanleiding van het uitkomen van 'Verschil in Nederland  -  Sociaal en Cultureel Rapport 2014' en de publiciteit daarover de afgelopen weken. M'n intellectuele principes getrouw ben ik begonnen met het lezen van het SCP-rapport zelf, en me dus niet beperkt tot meningen in de media.
Het hele rapport (353 pagina's) lezen hoefde niet, het blijkt vooral te gaan om de hoofdstukken 1, 2, 6 en 7 .
Joep de Hart, de auteur van hfst 7 (De eenzame elite), heeft dit voor NieuwWij in een korter artikel samengevat, dat ik aan het eind van deze blog citeer (BIJLAGE).

In het Sociaal en Cultureel Rapport gaat het - naast het onderscheid tussen de machtselite en 'de bevolking - ook over verschillen, tussen hogeropgeleiden en laagopgeleiden, tussen autochtonen en migrantengroepen, (tussen gezonden en ongezonden), tussen arm en rijk, (tussen stad en platteland) en tussen mannen en vrouwen.
Sommige van de verschillen zijn dualistisch (je bent of behoort of tot de een of tot de ander), andere gradueel. Het zijn ook politieke thema's: het boek 'Kapitaal in de 21ste eeuw' van Piketty speelt ook een rol in het rapport.
Het zijn daarmee ook morele thema's: zijn de verschillen (in kansen) te rechtvaardigen? Het feit dat de rijken steeds rijker worden en de armen steeds armer duidelijk niet. Aan het 'karma'-concept heb ik wat dit thema betreft niets.

========================================================================

Hebben wij daar ook iets van ?

Verschillen in opleidingsniveau, in bezit, in werkzekerheid, in gezondheidstoestand, maar ook verschillen tussen jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen; en verschillen in opvattingen tussen Nederlanders die groter lijken te zijn geworden.
Allemaal verschillen die er tussen boeddhisten onderling ook bestaan, en waar 'we' het in het algemeen liever niet over hebben; misschien wel omdat we denken geestelijk autonoom te zijn en miskennen dat sociologische krachten ook op ons inwerken.
Persoonlijk: het feit dat ik blank en welvarend en man ben, beïnvloed me meer dan ik altijd wil toegeven.
En meer algemeen: zeker de (blanke) zelfbekeerders van de Nederlandse boeddhisten behoren in meerderheid tot het welvarende, gezonde, goedopgeleide en goed gehuisveste deel van de bevolking. (Natuurlijk zijn er uitzonderingen maar ik heb het over de trend)

Globaal laat ik die thema's (behalve degene die ik tussen haakjes heb geplaatst) de revue passeren.
Daarbij gebruik ik met opzet de term 'tegenover' of 'versus' - een term die boeddhisten liever niet gebruiken - om extra het mogelijk bestaan van taboe's zichtbaar te maken.
Voor boeddhisten voeg ik er nog één verschil aan toe: beginner versus gevorderde op het pad ; een beladen thema waar ik straks subtiel op in probeer te gaan.

* hogeropgeleide tegenover laagopgeleide boeddhisten
Meestal gaat het dan over schoolopleiding.
Maar specifiek interessant is het onderscheid: degenen die zich verdiepen in de Dhamma/Dharma, (hier bedoeld als schriftelijke teksten) versus degenen die dat niet doen, wat vaak betekent: degenen die minachtend doen over Dharma-studie.

* autochtone versus allochtone boeddhisten (het SCP spreekt van 'migrantengroepen')
De kloof tussen de beoefening door allochtone boeddhisten (afkomstig uit bv Thailand, Vietnam, China etc) en zelfbekeerders uit het Westen wordt eerder groter dan kleiner. Waarbij soms genant is dat de Westerlingen stellen dat hun boeddhisme het 'echte' boeddhisme is, mindful en liefdevol, mediterend zonder bijgeloof en zonder agressie richting andere religies zoals in Birma of Sri Lanka plaatsvindt.

* arme tegenover rijke boeddhisten
Eén aspect slechts: de prijzen van cursussen en retraites stijgen snel, onder andere omdat ze meer door professionele organisaties worden aangeboden, zonder vrijwilligers. Voor sommigen onbetaalbaar, ondanks hardheidsclausules.

* mannelijke tegenover vrouwelijke boeddhisten
Daar wordt met regelmaat over geschreven, zelfs in Nederland, maar een echt gezaghebbend artikel of boek zou ik niet kunnen noemen.

* beginnende versus gevorderde boeddhisten
Soms krijg ik de indruk dat er alleen maar beginners zijn, gezien het percentage aandacht voor hen in cursussen etc. Verdwijnen ze daarna? Of moet iedereen zich permanent beginner noemen. In ieder geval in ik het jammer dat er niet meer bijeenkomsten zijn die leraar-arm zijn en de eerste beginselen van het boeddhisme als bekend worden verondersteld.

* tot 'de elite' tegenover niet tot 'de elite' behorende boeddhisten
Er zijn wellicht een paar boeddhisten die ook behoren tot wat het SCP de machts-elite noemt. Maar dat is niet zo relevant als zodanig. Wel is dat het geval bij de vraag of er een boeddhistische elite in de zin van een hecht netwerk van elkaar informatie en functie toespelende groep personen die als zodanig onderdeel is van de machtselite van een land.
Zo'n vijftig jaar geleden was er nog wel een katholieke elite (bisschoppen, bankiers, politici etc) en was er een protestante elite die deel uitmaakten van de bredere machtselite. In sommige landen is dat nog wel zo.
Niet meer in ons land, in Nederland wachten bestuurders niet in spanning af wat een hoge katholiek of protestant leider (wat dat dan ook is) van een politiek-maatschappelijk thema vindt; laat staan wat een 'top-boeddhist' (let op de aanhalingstekens) daarvan vindt. In Thailand, Burma, Sri Lanka en (misschien in het verleden) Tibet wel.

David Loy kan wel graag willen dat het anders is, (zie Diana Vernooij in BD ), maar maatschappijkritiek hebben is toch nog aan de kant staan, toeschouwerssolidariteit wordt dat wel genoemd. Meer zie ik in Nederland niet gebeuren (en dat geeft niet, want zoveel vertrouwen in het vernuft en democratische vermogen van mijn boeddhistische Nederlandse medemens heb ik niet; een boeddhistische politieke partij is dan ook niet gewenst).

========================================================================

De diverse betekenissen van 'boeddhistische elite'

De vraag is natuurlijk: moeten we dat willen? Het politiek en spiritueel correcte antwoord is: nee. Maar wat doen we dan met degenen die dat toch willen?
Boeddhistische 'leiders' zoals Jean Karel Hylkema en Varamitra hebben in het verleden diverse pogingen ondernomen om een boeddhistische zuil op te tuigen met bv eigen omroep, eigen school, eigen instituut voor geestelijk verzorgers etc. En het kenmerk van een zuil in Nederland is nu juist dat deze een top, een elite dus, heeft die overlegt met de elites van andere zuilen. Dat deze verzuiling achterhaald is, is helaas wat langzaam tot deze ex-bestuurders doorgedrongen.

Er is ook nog een andere verschijnsel die beetje in de richting gaat van elite-denken: 'de boeddhistische leider '. De VU probeert de studenten postdoctorale ambtsopleiding boeddhistisch chaplain dat ook bij te brengen; volgens mij is dit geen goede route, als er al een route voor deze kwadratuur van de cirkel (boeddhistisch leiderschap) is.
Een aspect daarvan: het zijn van 'Bekende Boeddhist', zoals er de Bekende Nederlander is. Degene die steeds weer in de media opduikt, gevraagd wordt zijn of haar mening te geven 'als boeddhist' over een verschijnsel of nieuwtje. Daar zijn er niet zoveel van; Varamitra lijkt het een tijdje te zijn geweest (vaste rubriek in Trouw etc), maar dat is voorbij; Han de Wit wordt nogal eens opgetrommeld, of die andere aardige jongens zoals ik ze laatste noemde (zie m'n blog van 15 juni )
Of een BUN-voorzitter die, met nadruk op persoonlijke titel, met een minister mag praten.
Nog een ander aspect hiervan: 'de deskundige', de boeddholoog bv of deskundige van een boeddhistisch land, bijvoorbeeld Tibet.
Tenslotte: opinie beïnvloeder ('opinion leader' is wat ouderwets woord), in sociale media bv.

Een andere term die in de literatuur over het boeddhisme ook voorkomt, is elitisme, een attitude van superioriteit.
Eén van de boeddhistische tradities die het sterkst het kenmerk 'elitistisch' krijgt, is Nichiren. Andere tradities worden door hen (in sommige geschriften) ronduit inferieur genoemd, niet alleen Theravada aka hinayana, maar ook Zen. Het zal duidelijk zijn dat ik daar niets van moet hebben (en niet begrijp dat de BUN dat niet is nagegaan toen ze Soka Gakkai als lid accepteerden).

========================================================================

Het omgekeerde elite-begrip

Getrouw aan mijn Theravada-wortels ben ik natuurlijk nagegaan wat over het elite-verschijnsel in het vroege boeddhisme (de Pali Canon) geschreven is. Twee lijnen:
1.  De Boeddha en de machtselite van zijn tijd

Uit The Sociology of Early Buddhism door Greg Bailey & Ian Mabbett; pag. 47/48
"It is necessary tot say something about the meaning of the word 'elite' in the context of early Buddhist literature. Most of the secondary literature dealing with ancient Indan society uses notions of an 'elite' or 'elite status' implicitly, without defining in any precise sense what is meant by either term. Gokhale, in a much cited article, defines the the Buddhist elite using two criteria:
'In the first instance the person's intellectual attainments and/or organizational skills would be the most obvious qualifications for his inclusion among the elite. Such is the case with Sariputta and Moggallana, Ananda … The other is the attribution of an elite status to the person either by the Buddha himself or some of his eminent disciples or the redactors of the Pali Canon who thought it fit tot include information on them or their utterances in parts of the Pali Canon.'

(B.G. Gokhale, 'The early Buddhist elite', Journal of Indian History 42, p. 392 )
This is sarcely adequate as an evaluation of elite status as it includes only the sangha. This in itself makes it too narrow to enompass elite gropups in the wider society.  …
The social categories pertaining to the religious, political and economic spheres, even if they overlap constantly, strike us continually when reading the early Buddhist texts. Reflections on the interactions between representatives of the groups defined within these categories and monks form a large part of the content of this book. Statistical analysis of the vanna ranking status of all the named individuals, populating the Sutta and Vinaya Pitakas … suggest that the Buddha interacts mostly with members of three particular groups: brahmins, prominent politicans (i.e., kings) and the wealthy. We cannot be certain how much he interacted with other groups, even though the lower raking groups would have formed the majority of the society. Here too, once more, the texts are limiting in their focus on the Buddha himself, who originally anme from a noble background.


2.  De ware Brahmaan zoals de Boeddha die beschreef

De historische Boeddha ging dus veel met de elite van zijn tij om: met koningen, rijken en Brahmanen. Hij bekritiseerde hen tegelijk wel, hoewel hij met koningen voorzichtig omging en graag giften van rijken ontving. (Vergelijk bv passages uit Batchelor's 'Confession of a Buddhist Atheist')
Veel Sutta-teksten hebben als boodschap: de ware Brahmaan is niet degene die de rituelen precies juist uitvoert en uit de juiste familie/kaste afkomstig is; nee, de ware Brahmaan is degene die alles heeft weten los te laten. Bijvoorbeeld heel hfst 26 van de Dhammapada (Brāhmaṇavagga) heeft die strekking:
396
Ik noem niet iemand een Brahmaan
Door geboorte of afkomst uit een moeder.
Hij wordt een hooghartig man genoemd,
Indien hij nog iets in bezit heeft.
Maar wie niets heeft, en nergens aan hecht:
Hem verklaar ik een Brahmaan.


We zijn nu wel ver van het Sociaal Cultureel Rapport afgedwaald, maar kunnen dit toch sociologisch plaatsen. Dan gaat het over 'religieuze virtuosi ' zoals de beroemde socioloog Max Weber sommige beoefenaren van een religie heeft genoemd:
" Introduced in the work of Max Weber, the concept of the religious virtuoso is that of someone who strives for perfection within an existing religious tradition. The virtuoso strives to fulfill to the utmost the demands of his or her religion.
Strictly speaking, virtuoso religiosity is the polar opposite of charismatic religiosity, in that the charismatic introduces a "new thing" or a distinctive "gift," while the virtuoso is set on a course toward embodying the received traditions of a faith community.
In practice, the virtuoso may at times go to such extremes that she or he unwittingly becomes a charismatic leader, particularly if the constituted authorities of his or her tradition reject the virtuoso's claims to legitimacy."
     
Bron: Weber
De ware Brahmaan van de Boeddha is de virtuoso van Max Weber, ook degene van wat nederiger afkomst.
Het is niet persé de boeddhistische leraar, laat staan de boeddhistische leider, die de meest uitgesproken virtuoso hoeft te zijn; misschien is de functie leraar of leider juist wel een belemmering daarvoor.

========================================================================

Zelf elitair zijn: de middenweg

De Dalai Lama zegt vaak van zichzelf I'm just a simple monk. Iets te vaak, zodat het een gimmick is geworden, niet langer meer een uitspraak die een glimlach oproept. Want hij is dat niet, hij is een 'geshe' (Tibetaans boeddhistisch geleerde) en spiritueel leider.
Ook in andere boeddhistische tradities, bv bij het Zuivere Land, staat het goed, jezelf een 'sukkel' te noemen. Mooi als het gemeend is, maar ik proef nogal eens valse bescheidenheid en spirituele correctheid in deze zelfomschrijving.

Meer algemeen is het ongebruikelijk jezelf als behorend bij de boeddhistische elite te typeren, of van welke elite dan ook.
Dit past trouwens ook wel goed bij de instelling van de (echte) Nederlandse machtelite zoals die in hfst 7 van SCR2014 beschreven is: ontkennen of relativeren er deel van uit te maken en benadrukken in zijn eentje nauwelijks iets te kunnen bewerkstelligen.

Toegevend dat ik bepaald niet volledig ontwaakt ben en niet altijd 'zuiver spreek', wil ik toch wel stellen tot de kleine Nederlandse boeddhistische elite te behoren. Ik weet er het een en ander van (veel gelezen), ben een klein beetje een virtuoso (behoorlijk veel gemediteerd) en ben een beetje (in dit kleine wereldje) met mijn blog een opinion leader met enige nuisance value
(met excuses voor het vele Engels in deze tekst).

Ik kies de middenweg tussen superieur voelend elitisme en valse bescheidenheid ergens de positie: ik behoor toch wel minstens een beetje tot de Nederlandse boeddhistische elite.
Maar veel heb ik daar niet aan.


========================================================================

BIJLAGE

DE EENZAME ELITE
       door     Joep de Hart

Samenvatting van hoofdstuk 7 van het Sociaal en Cultureel Rapport 2014
Geciteerd uit NieuwWij 14 dec

Samen met Pepijn van Houwelingen schreef ik een hoofdstuk over de Nederlandse elite voor het Sociaal en Cultureel Rapport 2014 , dat dinsdag 9 december j.l. verscheen. Het begrip elite verwijst doorgaans naar een groep die op een gebied domineert of excelleert en over naar verhouding veel invloed of macht beschikt. In ons hoofdstuk hebben we ons geconcentreerd op wat de Amerikaanse socioloog C. Wright Mills ooit heeft aangeduid als The power elite (1956). Dat wil zeggen: de mensen die aan de touwtjes trekken in de politiek, het bestuur en de economie, omdat ze belangrijke institutionele posities bekleden. Het gaat om mensen met topfuncties in het openbaar bestuur en captains of industry. Dat sluit aan bij de opvatting van de bevolking, zoals blijkt uit een enquête die speciaal voor dit SCR is gehouden onder de Nederlandse bevolking. Bij ‘elite’ denken Nederlanders vooral aan de economische, de politiek-bestuurlijke en de wetenschappelijke top, en daarnaast aan de adel. Topsporters bijvoorbeeld, of toonaangevende mensen in de sfeer van cultuur en de media, rekenen ze er doorgaans niet toe. Hoe men verder ook over de elite denkt, haar rol wordt niet onderschat. Van de Nederlanders die vinden dat het met ons land de verkeerde kant op gaat (65%), vindt 85% dat de elite daarvoor verantwoordelijk is. Anderzijds schrijft ook driekwart van hen die juist optimistisch zijn over Nederland (35%) de vooruitgang aan de elite toe.

De politiek-bestuurlijke en economisch elite telt naar verhouding veel autochtone mannen van 50 jaar of ouder met een academische opleiding die vooral woonachtig zijn in de Randstad (en dan vooral de vier grote steden, Wassenaar, Aerdenhout en het Gooi). Voor een hoge politiek-bestuurlijke functie komt daar bij dat je doorgaans lid moet zijn van een politieke partij die bestuursverantwoordelijkheid heeft gedragen; bij de economische elite is de adel duidelijk oververtegenwoordigd. Dit alles zal niet als een verrassing komen. Toch is het bepaald niet zo dat maatschappelijke veranderingen aan de elite voorbij gaan.
Deel uitmaken van een traditioneel old boys netwerk bijvoorbeeld, helpt als je tot de economische elite wilt doordringen, maar dat netwerk lijkt wel aan het verzwakken te zijn. Onder andere doordat er steeds vaker via headhunters wordt gezocht naar externe en buitenlandse kandidaten en doordat het aandeel vrouwen in raden van commissarissen en raden van bestuur groeit (het gaat daarbij trouwens in de helft van de gevallen om nieuwe topvrouwen uit het buitenland). Ook de invloed van studentendisputen neemt af: ze zijn minder elitair geworden (hbo’ers en vrouwen treden eveneens toe) en in de nieuwe sectoren van de economie – zoals internetbedrijven – doen die disputen er nauwelijks toe. De elite vertoont tekenen van meer openheid, ze is meritocratischer geworden – dat vinden althans de door ons geïnterviewde experts. Langdurig disfunctioneren is volgens hen moeilijker geworden. De media spelen daar zeker een rol in; de pers zit tegenwoordig veel dichter op de elite. Vergelijk bijvoorbeeld de wijze waarop PowNed politici ondervraagt met de wijze waarop dat ten tijde van bijvoorbeeld Joseph Luns gebeurde. En vergeet de invloed van de social media niet: berichten van schandalen verspreiden zich veel sneller en breder dan vroeger onder de bevolking. Van hun kant zijn ook de burgers kritischer en assertiever geworden.
Tot op zekere hoogte maken deze dingen deel uit van een bredere ontwikkeling die je informalisering zou kunnen noemen. De omgangsvormen zijn veranderd, ze zijn veel minder hiërarchisch geworden. Tegenwoordig moet een politicus ‘benaderbaar’ zijn; eigenlijk moet het iemand zijn waarmee je wel eens een avondje bij zou willen praten. Maar die trend naar informelere omgangsvormen zie je niet alleen in de politiek. Kinderen tutoyeren hun ouders, een onderwijzer heet meester Kees, je baas is vooral een aanstuurder van je activiteiten en in de kerk is de dominee meer een organisator en manusje van alles geworden dan een man die spreekt met het onfeilbare gezag van de Bijbel.

De boze burger
Aan ons hoofdstuk gaven als titel mee: De eenzame elite. Dat is een knipoog naar ‘de eenzame massa’ waarover David Riesman in 1950 schreef, maar we willen er ook mee uitdrukken dat er tekenen zijn dat de elite – in elk geval in de beleving van veel Nederlanders – het contact met de gewone bevolking steeds meer lijkt te zijn kwijt geraakt. In zijn studie richtte Riesman zich destijds op de bakens die gewone burgers hanteren als ze hun koers in het leven uitstippelen: eerst was dat vanuit de macht der gewoonte en de traditie, vervolgens vanuit het innerlijke kompas dat ze in hun opvoeding hadden meegekregen, tenslotte vanuit hun omgeving en wat daar in tel is. Het zelfbeeld van moderne Amerikanen werd volgens Riesman steeds meer bepaald door hoe anderen leefden en dachten. Valt iets dergelijks ook voor de Nederlandse elite waar te nemen?
Het vertrouwen onder de bevolking in de Nederlandse machtselite is gering. Vooral de politiek-bestuurlijke elite is het mikpunt van onvrede. Uit onze kwalitatieve gegevens blijkt dat veel Nederlanders het woord ‘elite’ associëren met arrogantie, bekaktheid, verwaandheid. Er vallen kwalificaties als ‘egoïstisch’, ‘graaiers’, ‘klaplopers’, ja zelfs: ‘schurken’. Meer dan de helft van de door ons ondervraagden vindt dat de elite vooral oog heeft voor haar eigen belangen; slechts 13% vindt dat de elite haar bijzondere positie zelf eerlijk heeft verdiend. Meer dan vier op de tien Nederlanders vindt dat het verschil tussen de elite en de bevolking de laatste jaren is gegroeid. Onze gegevens geven geen uitsluitsel over de vraag of dat laatste ook werkelijk het geval is; mogelijk valt de kloof, die al langer aanwezig was, tegenwoordig meer op. Maar hoe dan ook: in de beleving van een fors deel van de bevolking is de kloof in elk geval wel verbreed. De genoemde opvattingen leven bij bijna alle bevolkingsgroepen (zij het wat minder scherp onder hoogopgeleiden, hoge inkomens en vrouwen).
Kortom: de machtselite worstelt met een legitimiteitprobleem. Zij is duidelijk in het defensief. Volgens de door ons geinterviewde experts hebben ze dat voor een deel ook over zichzelf afgeroepen. Zij verwijzen dan naar onder andere de zelfverrijking in de private en publieke sector, schandalen bij banken en woningcorporaties, gebrek aan verantwoordelijkheidszin voor het algemeen belang, het breken van politieke beloften. ‘We hebben de plank op allerlei fronten reusachtig misgeslagen’, zegt oud-Rabobank-topman en voormalig SER-voorzitter Herman Wijffels in het onderzoek. Hij noemt de 1000 euro die de VVD iedereen in de laatste campagne beloofde, ‘belazerij van het allerslechtste soort’, en een vorm van ‘zedenverwildering’. Volgens Hans Clevers, de president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), leggen wetenschappers het af tegen ‘een bestuurslaag van generalisten’. ‘Spinozawetenschappers worden nooit geraadpleegd in Den Haag.’ De besluitvorming in Nederland is volgens Clevers stroperig en behoudend geworden. ‘Alles middelt uit in Nederland. Grote beslissingen worden niet meer en in ieder geval niet snel genomen.’ CDA-senator en oud-minister Elco Brinkman merkt op dat mensen zich niet meer willen verdiepen in de argumenten van de elite.  ‘Ik moet nu veel meer uitleggen dan twintig jaar geleden.’ Het falen van de elite is maar één kant van de medaille. Wat ook meespeelt is dat de burgers mondiger en veeleisender zijn geworden, de media kritischer. Gezag spreekt veel minder vanzelfsprekend dan vroeger en is ook veel minder automatisch gegeven met iemands maatschappelijke positie.

Plus ça change?
Trappen we hier de tijdsgeest op zijn staart of hebben we met iets te maken dat helemaal niet nieuw is? Dat hebben we niet uitgezocht. De gegevens die we hebben verzameld bieden een momentopname, via een eenmalige enquête. Als je kijkt naar de literatuur en historische bronnen, dan gaat het bij de elite in elk geval om een universeel verschijnsel. Elites hebben er altijd bestaan – van de dagen van het oude Athene en Rome tot het hedendaagse Den Haag. Elke samenleving kent nu eenmaal mensen die er bovenuit steken – qua talent, qua rijkdom, qua macht. Een feest als Carnaval of figuren als de hofnar of de cabaretier spelen met dit gegeven: de machtigen worden voor even op hun nummer gezet, even worden de rollen omgekeerd. Tot zover niets nieuws. Wat wel erg van deze tijd lijkt is de zure toon waarmee er massaal over de elite wordt gesproken. Om niet te zeggen: de regelrechte verbittering, de boosheid. Vooral de politieke en de bestuurlijke elite is daarvan het mikpunt.
Waar komt die afkeer, waar komt die kloof vandaan? Het lijkt te gaan om een samenspel van ontwikkelingen. Daartoe behoren onder andere de volgende. Om te beginnen de ontzuiling en ook wat vaak wordt aangeduid als individualisering: veel traditionele verbanden die ons vroeger in het gareel hielden zijn weggevallen. Een van de gevolgen daarvan is ook geweest dat de elites niet meer op een vanzelfsprekende manier vanuit dezelfde waarden en normen als hun achterban handelen (zoals in de tijd van de verzuiling doorgaans nog wel het geval was). Individualisering betekent dat burgers het vandaag de dag veel meer zelf moeten uitzoeken en dat doen ze dan ook. Minder dan ooit accepteren ze op een vanzelfsprekende wijze wat hen door de elite wordt voorgehouden of houden ze hun mond als de elite aan het woord is. Daarnaast is er de ontwikkeling in de richting van een ‘diplomademocratie’ of ‘meritocratie’. Dat jij iets in je mars hebt, moet nog maar blijken: waar is je getuigschrift, wat zijn je prestaties, hoe ziet jouw staat van dienst er precies uit? Verder leven wij meer dan ooit in een tijd met internationale netwerken en informatiestromen. Wat betekent dat de elite vaak zijn lokale en nationale wortels heeft verloren. In menig opzicht heeft zij zich te conformeren aan wat er vanuit het buitenland op ons afkomt. Ook niet onderschat mag worden dat de media zich anders zijn gaan opstellen, veel minder dan vroeger als een doorgeefluik van de visie van de elite. Zeker de sociale media spelen daarin een rol. Internet is veel meer van onderop georganiseerd dan de traditionele nieuwsrubrieken. Zo zijn er nog wel een paar verklaringen te verzinnen. In de media heeft het onderwerp de afgelopen jaren snel aan populariteit gewonnen, maar empirisch onderzoek naar de elite(s) is dun gezaaid in ons land. Hopelijk komt daar snel verandering in.

dinsdag 2 december 2014

Dhammapada en andere (boeddhistische) boeken; over omgaan met instructies en mogen denken in de meditatie en een nieuwe maar oude bekende uitgever

Het lijkt me wel een goed moment om het over nieuw verschenen boeken te hebben.
Een paar die ik minstens voor een deel gelezen heb.

Dhammapada,  Boeddhistische wijsheid in verzen
Vertaald en ingeleid door Paul Boersma, met illustraties.
Verschijnt volgende week.    Uit de beschrijving van uitgever Asoka:
Het Dhammapada is een beroemde verzameling verzen die traditioneel aan de Boeddha toegeschreven worden. Het wordt gezien als een van de meesterwerken in de vroeg boeddhistische literatuur. Een prachtige bundeling verzen voor de boeddhist die lering zoekt. Maar ook voor de niet-boeddhist die kennismaking met het boeddhisme zoekt. De kennismaking betreft dan niet alleen de gedachtewereld, maar ook de spiritualiteit van het boeddhisme: de oefenweg naar Nirwana.
De inhoud van de verzen is te lezen als een leidraad voor monniken, maar is door de eeuwen heen ook door veel leken gelezen. Dit blijkt uit de talrijke vertalingen, alleen al in de Engelse taal meer dan vijftig. Hoewel het origineel in verzen is gesteld, zijn bijna alle bestaande vertalingen in proza. Dit boek is uniek door zijn metrische vertaling die het poëtisch karakter van het origineel in stand houdt en makkelijk in het geheugen blijft hangen.  Deze bundel is verrijkt met een register, waarin alle verzen op thema zijn opgenomen. Naast de verzen zijn de commentaren geplaatst.

Om een indruk te krijgen, leze het artikel 'Dhamma-vreugd en Dhammapada' in Simsara 09/2014
en op zijn website www.paulboersma.nl/dhammapada.
Het boek is via deze website (en bij de boekwinkel) te verkrijgen; email info@paulboersma.nl

            Een voorproefje:
  81
Zoals een grote zware rots
Niet door de wind bewogen wordt,
Zo brengen lof en blaam ook niet
De wijzen uit hun evenwicht.

 222
Wie opgekomen toorn bedwingt
Zoals een wagen die ontspoort,
Zo iemand noem ik pas koetsier:
De rest houdt slechts de teugels vast.

      Rechts één van de 26 illustraties van Arjan Ubert in dit boek

===================================================

Thoughts Are Not the Enemy:  An Innovative Approach to Meditation Practice
door Jason Siff
"A revolutionary new approach to meditation: a mindfulness of thinking that accepts and investigates the thoughts that arise as you meditate.
In most forms of meditation, the meditator is instructed to let go of thoughts as they arise. As a result, thinking is often taken, unnecessarily, to be something misguided or evil. This approach is misguided, says Jason Siff. In fact, if we allow thoughts to arise and become mindful of the thoughts themselves, we gain tranquillity and insight just as in other methods without having to reject our natural mental processes. And by observing the thoughts themselves with mindfulness and curiosity, we can learn a good deal about ourselves in the process. "

Dit is een (zelfstandig te lezen) vervolg op:
Unlearning Meditation:
What to Do When the Instructions Get In the Way

"Siff brings to light what can develop in a meditation practice that is gentle, flexible, permissive, and honest. It's an approach that has opened up meditation for people who thought they couldn't do it, and injecting a renewed energy for practice into the lives of seasoned meditators. "

Beide te verkrijgen via bv Amazon of Bol.com
Dit zijn boeken over thema's waar ik op dit moment (als yogi) mee bezig ben.
'Unlearning meditation' - dat niet gaat over het stoppen met mediteren maar het afleren van kennelijk niet werkende instructies - heb ik intensief gedaan. En zal ik nog wel een tijdje blijven doen.
De tekst van de link  'Gentle Intentions '  bevat het beginhoofdstuk uit 'Unlearning Meditation' over de open, ongestructureerde 'Recollective Awareness Meditation'.  Deze term slaat op het kenmerk dat na elke sessie (van 20 tot 40 minuten) de mediterende zo gedetailleerd mogelijk probeert boven te krijgen wat z'n gedachten en gevoelens waren, en dat op papier zet.
Het lukt me niet een compacte vertaling van die term te vinden, ik houd het op:
'Meditatie met opgehaalde en beschreven herinneringen aan gedachten en gevoelens'.

'Thoughts Are Not the Enemy' is net uit en heb ik nog maar kort in huis.
Ik vertaal een soort programma, te vinden op pagina 4:
  1. Het toestaan van gedachten en emoties in de meditatie-sessie vanaf het begin is de enige manier waarop denken niet een probleem wordt in je meditatie-beoefening.
  2. Het handhaven van een stille zittende houding met de intentie te mediteren is (op zich al) voldoende beperking en inspanning om gedachten en emoties die door je heengaan in een meditatie-sessie te tolereren en je er meer bewust van te worden.
  3. Vriendelijkheid en mildheid over je gedachten is noodzakelijk om bewustzijn ervan te ontwikkelen; anders tolereer je ze alleen maar voor een kort moment, voordat je ze afsluit.
  4. Als je belangstelling hebt voor je gedachten, zal er minder aversie tegen die gedachten zijn.
  5. Je bewust worden van je denken brengt met zich mee het in dat denken raken terwijl het plaats vindt; en ook het ervaren van het niet er in zijn, momenten waarop je er kort op kan reflecteren.
  6. Als je gedachten eenmaal uitgedoofd zijn, zal je je meer bewust zijn van andere aspecten van wat je ervaart, zoals je ademhaling.
  7. En in tegenstelling tot wat algemeen de overtuiging is, leidt het toestaan van je denken in meditatie juist tot minder denken dan wanneer je het  niet toestaat.
Teksten en talks door Jason Siff zijn te vinden op zijn website skillfulmeditation.org, met name op http://skillfulmeditation.org/Writings.html
Interessant is dat er een Duitstalig blog is over  'Säkularer Buddhismus ' (iets wat we in Nederland niet hebben, al doe ik m'n best). En deze blog besteed ook aandacht aan Jason Siff. Zij noemen "Unlearning Meditation ist auch nach unserer Meinung ein spannendes und inspirierendes Buch mit einem radikalen säkularen Ansatz."  Dat specifiek seculiere zie ik maar in beperkte mate in zijn werk, vergelijk een recent interview met hem, opgenomen in Bijlage.
Spannend en inspirerend vind ik zijn boeken zeker ook. Iets voor  een retraite ?

=======================================================================

En dan niet alleen één boek maar een hele uitgeverij:

De (Boeddhistische) Klassieke Tekstbibliotheek is terug van nooit weggeweest

Eén van de onderdelen van Asoka was de 'Klassieke Tekstbibliotheek'. In deze serie mooi uitgegeven boeken staan naast de bekende vertalingen van de Nikaya's uit de Pali Canon door Jan de Breet en Rob Janssen ook de bekende 'Vragen van Milinda' en de ontroerende door Ria Kloppenborg vertaalde 'Verzen van monniken en nonnen'.
Deze - langzaam maar gestadig verkochte - boeken zijn nu nog terug te vinden op de website van Milinda; zie hun overzicht ; maar deze uitgever wilde er mee stoppen.
Gelukkig heeft Gerolf T'Hooft deze boeken, met copyrights, overgenomen. Ze komen nu uit bij een nieuwe uitgeverij: Bodhi.
We zitten nu in een overgangsperiode waarin het begrijpelijk is dat in de bestaande voorraad nog als uitgever Asoka is vermeld.

Maar inmiddels is het eerste 'echte' (met nieuwe kaft, zie afbeelding) boek van uitgever 'Bodhi ' uitgekomen: deel 4 van de vertaling van de Samyutta Nikaya:
'De verzameling van thematisch geordende leerredes / Deel 4  -  De zes zintuiggebieden'
Zie de aankondiging bij Bol.com

Met dit deel (deel 5 was al eerder uitgekomen) is de vertaling van de Samyutta Nikaya afgerond; ik hoorde dat de vertalers de Breet en Janssen nu bezig zijn met de vertaling van de laatste nog niet in het Nederlands vertaalde van de Nikaya's: de Anguttara.
Voor wie daar niet op wil wachten - het totale project neemt wel een jaar of vijf - is er de Engelse vertaling door Bhikkhu Bodhi:
'The Numerical Discourses of the Buddha; A Translation of the Aṅguttara Nikāya ', zie  hier

Idealiter is de Dhamma - en dus de sutta's - een gift. Maar met boeken uitgeven is dat moeilijk. Toch vind ik dat op een gegeven moment deze sutta's vrij op internet gezet moeten worden, bijvoorbeeld tien jaar na het publiceren ervan. Te beginnen met de 'Lange Leerredes' (Digha Nikaya, uitg. 2001) en daarna de Middellange Leerredes' (Majjhima Nikaya, uitg. 2004-2005).
Een minder vergaand alternatief is, deze boeken voor een paar euro als e-boek beschikbaar te stellen.

Voor verdere informatie en nieuws van deze uitgeverij, zie de website  www.bodhi-instituut.nl/
Uit de aankondiging:
"Naast de Nederlandse vertaling van de Pali-Canon zal de uitgeverij van het Bodhi-Instituut tevens werk publiceren dat deze bronteksten, zowel theoretisch als praktisch, helpt ontsluiten. Het Instituut zal bovendien activiteiten organiseren die geïnteresseerden in de gelegenheid stellen zich door middel van sutta-classes, een leergang Pali, lezingavonden en meditatiecursussen, persoonlijk te verdiepen in de studie en de beoefening van de klassieke buddhadhamma. Ook de geplande uitgave van het tijdschrift ‘Bodhi’ moet hieraan bijdragen."

=======================================================================

Als alle gedoe deze maand weer voorbij is, ga ik verder met een ander soort boek dat al een tijdje op m'n nachtkastje ligt:   In Einsteins achtertuin;
Een duizelingwekkende toer langs de mooiste ideeën uit de natuurkunde
door Amanda Gefter , uitgever Maven, 2014

In zijn artikel 'De ultieme realiteit ' geeft Dirk van der Wulp een samenvatting. En hij stelt enkele filosofische vragen aan de orde.
Mijn vragen formuleer ik iets anders:
Heeft dit iets met 'het' boeddhisme te maken?
Of met mijn beoefening van het boeddhisme?

Op de eerste vraag zeg ik: nauwelijks, al was dat wel in de mode, maar ik heb nog wel eens uitspraken van boeddhisten over de kwantumfysica gehoord die niet duiden op enige kennis van deze theorie. Er zijn wel wat paralellen, verder wil ik niet gaan.

Op de tweede: wel een beetje; bv omdat ik er à la Blaise Pascal *) bescheiden van word. En mijn nieuwsgierigheid naar 'ultieme realiteit(en)' is dezelfde. Stand van zaken is inmiddels bij beide een uitspraak die ik ooit hoorde na een congres: "I'm still confused but on a higher level ".

Toch zou ik wel willen dat er ook een boek over boeddhisme & boeddhologie was zoals dit over natuurkunde & astrofysica: vrolijk maar met diepgang.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Nog een ander boek, over astrofysica maar ook en vooral over de kwetsbaarheid van de mens.
Ook dit jaar uitgekomen: 'De laatste tafel ', roman door Wim Kayzer, bekend van de televisie-series 'Van de schoonheid en de troost' en 'Een schitterend ongeluk'.
Het boek gaat over een man (ooit een astrofysicus) aan de vooravond van een zware aneurysma-operatie die hij moet ondergaan. Toen ik het uit had, hoorde ik van mijn eigen noodzakelijke operatie. Het boek heeft een open einde. ...

=======================================================================

BIJLAGE
 
Jason Siff over 'Sekulier Boeddhisme' in relatie tot 'Recollective Awareness Meditation'

"In regard to secular Buddhism, I did not set out to be a secular Buddhist meditation teacher. It just so happens that what I teach fits nicely with the orientation of secular Buddhism. Questioning metaphysical or supernatural beliefs is an important part of Recollective Awareness meditation, as well as exploring what the Buddha was saying in the original teachings of the Pali Canon.That said, I do not consider beliefs in rebirth, karma, or incorporeal existence to be impediments for meditators, but rather as beliefs that will naturally arise for people in the course of their meditation practice. I have seen on several occasions the psychological power of such beliefs and how they can support and further a serious meditation practice and investigation into the Buddha’s Teaching. From a Dharma teaching standpoint, I see the Buddha’s teaching on Dependent Arising as a corrective to faulty views on rebirth and karma; and though conditionality can be taught without including the cycle of death and rebirth, I’m not sure if one can fully grasp the existential imperative for full awakening when rebirth and karma are taken out of the picture. In Secular Buddhism it may be argued that the historic focus on liberation from suffering should be replaced with a path that creates a more fulfilling and meaningful ethical life, and that beliefs in karma and rebirth may have no place in that path "
Bron: Insight Journal, Juni 2014

=======================================================================

Noot *)
Blaise Pascal,  Pensées (1670).
De eeuwige stilte van die onmetelijke ruimte jaagt mij schrik aan.
Origineel: Le silence éternel de ces espaces infinis m'effraie.

Een variant op deze 'Gedachte': Door de oneindigheid omvat het heelal mij en verzwelgt me als een stip; door de gedachte kan ik het heelal omvatten.
Origineel: Par l'espace l'univers me comprend et m'engloutit comme un point; par la pensée je le comprends.
Te vinden in bv  www.citaten.net/zoeken/citaten_van-blaise_pascal.html





vrijdag 7 november 2014

Bodem onder compassie weggeslagen? Spiegel-neuronen doen niet wat boeddhisten dachten (en autisme ook niet) Toch: zonder brein geen empathie

Hersenwetenschap en het hebben (het kunnen hebben) van compassie bij mensen hebben met elkaar te maken.
De laatste tien jaar wordt daarbij met name gedacht door het bestaan van spiegelneuronen in onze hersenen. Want die zouden het hebben van empathie en dus van compassie verklaren, als bij onze menselijke natuur (Boeddha-natuur?) horend.
Over de verschillen en overeenkomsten tussen de begrippen empathie, sympathie en compassie: zie bijlage 1.

Wat zijn en wat kunnen spiegelneuronen ?

'Wikipedia'  (ingekort en zonder noten) zegt er het volgende van:
"Een spiegelneuron of spiegelcel is een neuron dat niet alleen vuurt als een dier een handeling uitvoert, maar ook als het dier een handeling ziet uitvoeren door een ander dier (vooral van dezelfde diersoort). Het neuron weerspiegelt dus als het ware het gedrag van een ander dier en is op dezelfde manier actief als wanneer het dier de handeling zelf uitvoert. Dergelijke neuronen zijn gevonden bij primaten, waaronder de mens, en bij sommige vogels. Bij mensen bevinden ze zich in de premotorische schors en in de pariëtale kwabben van de hersenen.
De aanwezigheid van spiegelneuronen in de hersenen werd ontdekt door ... de universiteit van Parma. Zij deden onderzoek naar handacties bij makaken, bijvoorbeeld het grijpen en oppakken van objecten. Ze ontdekten dat bepaalde hersengebieden actief werden bij het uitvoeren van deze handelingen, maar ook als wordt waargenomen dat een ander eenzelfde handeling uitvoert. Onderzoek met behulp van fMRI, transcraniële magnetische stimulatie en elektro-encefalografie deed sterk vermoeden dat een dergelijk systeem zich ook in de menselijke hersenen bevindt.
Sommige wetenschappers beschouwen spiegelneuronen als een van de belangrijkste ontdekkingen in de recente geschiedenis van de neurowetenschap.
"

'Belangrijkste ontdekking ', misschien zijn die 'sommige' wetenschappers wel wat doorgeslagen, lijkt nu, ruim tien jaar verder.
Niet alleen wetenschappers hebben zich aan dergelijke speculaties bezondigd; ook boeddhisten konden er wat van. Met als ultieme uitspraak dat serieus is voorgesteld, de naam spiegelneuron te vervangen door 'DalaiLama-neuron '.

====================================================================

Hoe hebben boeddhisten het bestaan van spiegelneuronen ingepast in hun Dharma ?

Bovengenoemde uitdrukking lijkt me een vorm van boeddhistisch triomfantalisme.
In bijlage 2 geef ik een selectie van gevonden citaten van boeddhisten over spiegelneuronen in relatie tot empathie en/of compassie. Ze komen zowel van Theravadins als Zen en Tibetaans boeddhisten.
'Ingepast in de Dharma' is daarbij wat te mooi gezegd, het zijn nogal losse flarden. Wat het echt betekent, bv ten aanzien van de relatie materie (hersenen) en geest, of de Abhidhamma nu anders geïnterpreteerd moet worden en vooral: of het invloed heeft op de beoefening (bv meditatie), daarover lees ik weinig.
Een uitzondering daarop is het verband, gelegd door een Thich Nhat Hanh auteur: bij het samen in een sangha mediteren kunnen spiegelneuronen getriggerd worden, de beoefening te versterken.

Om eerlijk te zijn: ik heb ook wel in deze trant geschreven; kort en terloops, maar toch: hier en hier en hier .
Ik ben geen haar beter dan andere boeddhisten, ik heb gewoon met het napraten meegedaan. Omdat ik zo graag wilde (en wil) dat het zo was: dat er een biologische basis is voor empathische gevoelsstromen tussen mensen is, en voor compassie voor een medemens.

Jammer voor deze boeddhisten dat het waarschijnlijk allemaal niet waar is wat ze over spiegelneuronen denken te hebben begrepen.

====================================================================

Is er van een mythevorming sprake, met name over de neurale basis voor het vermogen van de mens, emoties zoals empathie te hebben ?

Idealistische (in filosofische zin) boeddhisten zullen in het algemeen niet veel op hebben met de combinatie van hogere gevoelens zoals empathie en het brein. Dat blijkt uit de negatieve reacties die ik in ieder geval wel heb gehoord op de bestseller  'We zijn ons brein ' van Dick Swaab, dat als materialistisch (ook in filosofische zin) wordt ervaren.

Heel andere kritiek is er van de kant van andere neurowetenschappers. Een helder voorbeeld is:

The Myth of Mirror Neurons:
The Real Neuroscience of Communication and Cognition
door  Gregory Hickok          Te verkrijgen via bv Amazon of Bol.com

De Nijmeegse hoogleraar cognitieve neurowetenschappen Peter Hagoort
vat dit - pas verschenen - boek als volgt samen:
"De ontdekking van spiegelneuronen zijn wel vergeleken met de ontdekking van het DNA. Het lezen van dit boek heeft mij echter gesterkt in de overtuiging dat de vondst van spiegelneuronen de meest overschatte ontdekking is in de neurowetenschappen van de laatste 50 jaar. Spiegelneuronen, zo laat Hickok in zijn boek zien, worden vandaag de dag als verklaring van zo ongeveer elk probleem gezien. Heb je autisme, het komt door een gebrek in je spiegelneuronen. Lijd je aan stotteren, heb je schizofrenie, erectieproblemen, last van obesitas, het is allemaal de schuld van je spiegelneuronen als die niet optimaal functioneren. ... Dit alles op basis van een interessante ontdekking met beperkte relevantie die in 1992 door een groep Italiaanse onderzoekers in Parma wereldkundig gemaakt werd.
...
Op basis van deze en daarop volgende bevindingen zagen de onderzoekers hierin een oplossing voor een centraal probleem: hoe kan ik uit het gedrag van een ander zijn bedoeling afleiden? Het antwoord was: er hoeft niets te worden afgeleid. De spiegelneuronen zorgen ervoor dat je intern het gedrag van de ander simuleert. Zelf ken je het doel van je handeling. Datzelfde systeem kan nu gebruikt worden om het doel van andermans handelen te achterhalen. Jouw eigen handelingssysteem resoneert mee indien je andermans handelen waarneemt. Op zichzelf is dit een interessante gedachte, maar het werkt niet. Ons gedrag is daarvoor veel te ambigu en contextafhankelijk.
...
[Wij] hebben door middel van hersenonderzoek laten zien dat je, om de bedoeling van de spreker te achterhalen, het zogenaamde ‘Theory of Mind’ netwerk moet inschakelen. Dat is een serie gebieden in het brein die ons in staat stellen inferenties te maken over de mentale toestanden van de ander. Deze gebieden zijn duidelijk te onderscheiden van de gebieden in de hersenen die als het spiegelneuronennetwerk te boek staan. Patronen van hersenactiviteit tonen aan dat er andere gebieden nodig zijn om de bedoeling van de spreker te achterhalen dan die waarin de spiegelneuronen zich bevinden.
In zijn boek onderzoekt Hickok de houdbaarheid van de spiegelneuronentheorie op basis van een zorgvuldige lezing van alle relevante studies die daarover door de Parmagroep gepubliceerd zijn. Hij laat in een zorgvuldig opgebouwd betoog zien waarom de claims van Rizzolatti en zijn collega’s uiteindelijk niet houdbaar zijn.
"    Bron:  Hagoort

Dit gaat met name over taal; Hickok heeft het in zijn boek ook over 'ons (boeddhisten) unique selling point': compassie hebben.
De term 'empathie' wordt door de Parma-theoretici en door Hickok in z'n kritiek op hen veel gebruikt; de term 'compassie' komt slechts één keer voor, n.a.v. het bezoek van de dalai lama aan de UCLA.
De Parma-theoretici stellen dat het spiegel-mechanisme (de simpele resonantie tussen geobserveerd en zelf uitgevoerde acties) wordt ondersteund door spiegelneuronen en de basis is van taal, empathie en de 'theorie of mind' bij mensen.
Echter, zegt Hickok: niet bij makaken, hoewel ze hetzelfde spiegelmechanisme hebben; er moet dus veel meer hersen-mechanismen een rol spelen om één en ander te verklaren.
Anders gezegd: de theorie rammelt.

Eén van de teksten uit de Parma-school is "The ‘Shared Manifold’ Hypothesis - From Mirror Neurons To Empathy " door Vittorio Gallese, uit 2001, zie de pdf
Hij begint met "In our daily life we are constantly exposed to the actions of the individuals inhabiting our social world. We are not only able to describe these actions, to understand their content, and predict their consequences, but we can also attribute intentions to the agents of the same actions. ... In other words, we are able to understand the behaviour of others in terms of their mental states. I will designate this ability as mind-reading. How do we ‘read’ intentions in the mind of other individuals? A common view maintains that all normal humans develop the capacity to represent mental states in others by means of a conceptual system, commonly designated as ‘Theory of Mind"
Hickok echter: daarin kan men er behoorlijk naast zitten, afhankelijk van de context.

Het merkwaardige is vervolgens dat Gallese 'empathie' vooral als gedrag beschrijft en dus niet, wat het toch is, als gevoel.
Hij zegt wel "My proposal is that also sensations, pains and emotions displayed by others can be empathized, and therefore understood, through a mirror matching mechanism", maar geeft geen feiten dat dit can ook feitelijk, d.m.v. vurende spiegelneuronen, plaatsvindt.
Een gedachte plus gevoel als: 'hij huilt dus hij zal wel verdrietig zijn - want zo kan ik me ook voelen -, wat vervelend voor hem' is wel empathie, maar zie ik niet via spiegelneuronen plaatsvinden.

====================================================================

Wat moeten we nu, na de kritische toetsing van het spiegelneuron-concept ?

Terug naar de vraag in de titel van dit stuk: Is de bodem onder compassie weggeslagen ?
Wel als Hickok, Hagoort etc. volledig gelijk hebben en Rizzolatti, Gallese, Ramachandran etc. volledig ongelijk. Maar zo is het meestal niet in de wetenschap.
Bovendien worden door de tegenstanders van de spiegelneuronen-theorie ook wel opmerkingen gemaakt dat bepaalde aspecten van empathie (bv de 'theory of mind'-functies, zie het Engelstalige Wikipedia artikel) zich vooral in andere delen van de hersenen afspelen.
Dat is toch ook goed?
Toch minder want dat gaat om een functie in een individu en de spiegelneuronen-theorie (d.w.z. de boeddhistische variant er van) ging uit van (empathische) processen tussen individuen.

Niet als de vraag anders zou worden geformuleerd: is er neurowetenschappelijk iets te vinden over gevoelens (bv die van empathie) tussen mensen? Dus los van de specifieke rol van spiegelneuronen?
Uit een interview met Tania Singer over een eerder artikel van haar in Science, dat bekend is geworden vanwege de uitdrukking "I feel your pain” .
Gevraagd wat de belangrijkste ontwikkelingen sinds dat artikel uit 2004 zijn, zegt ze:
"I guess, most importantly, it introduced empathy research to the field of cognitive neuroscience. Some years later, we are already publishing meta-analyses summarizing the findings of many fMRI studies on empathy in multiple domains ranging from pain, affective touch, and disgust to taste and reward. The sum of all these studies suggests a general neuronal mechanism for the human capacity to understand other people’s affective states and confirmed that we actually use cortical representations underlying the processing of our own first-hand emotional experiences to understand what another person is feeling. Soon after, the second phase of empathy research started identifying the factors which block and modulate our empathic brain responses when witnessing others’ suffering or the perceived fairness of others depending on whether these are “ingroup” or “outgroup” members. At the moment, we are trying to identify the difference between empathy and compassion and whether you can train these social emotions. "

Helaas geeft ze niet aan hòè dat 'witnessing' gaat: rechtsstreeks opgevangen door spiegel- of andere neuronen of gewoon door het horen of zien van dat lijden?
En gevraagd waarom het belangrijk is om 'empathie' te begrijpen, zegt ze:
"... However, these studies have also shown that it is crucial to distinguish between empathy, which is in itself not necessarily a good thing, and compassion. When I empathize with the suffering of others, I feel the pain of others; I am suffering myself. This can become so intense that it produces empathic distress in me and in the long run could lead to burnout and withdrawal. In contrast, if we feel compassion for someone else’s suffering, we do not necessarily feel with their pain but we feel concern – a feeling of love and warmth – and we can develop a strong motivation to help the other.
The neural networks underlying the effects of empathy and compassion training are very different. Whereas the former increases negative emotions, the latter is associated with positive feelings of warmth and increased activation in brain networks associated with affiliation and reward.
"   Bron:  CNS

Mijn conclusie: zonder brein geen empathie en ook geen compassie.
Wat mij nog niet duidelijk is: mèrkt het object van empathie en compassie, de medemens dus, er ook iets van, in zijn of haar spiegelneuronen of waar dan ook in zijn of haar brein? Ik bedoel: als niet tegen deze persoon wordt gezegd 'ik voel je pijn', of door een compassievol gezicht te laten zien, alleen als 'overdracht tussen brein en brein' ?
(Ik gebruik deze uitdrukking met enige ironie, vergelijk de mooie maar weinig precieze Zen-uitdrukking 'Overdracht van hart tot hart'.)
M'n vraag anders uitgedrukt: als de één woordloos zegt 'ik voel je pijn', zal dan de ander kunnen zeggen: 'ik voel je empathie en je compassie'? Ik heb twijfel of het zenden en ontvangen zo gaat.

Ondanks de zeer interessante bevindingen van Singer is er alle reden voor boeddhisten (en boeddhistische 'leiders') om bescheidener te zijn en wat minder te claimen dat boeddhisme en wetenschap zo goed verenigbaar zijn en dat de boeddhistische traditie vooruitloopt op wetenschappelijke bevindingen. Over het essentiële verschil tussen empathie en compassie heb ik nog nooit een leraar gehoord bijvoorbeeld.
Misschien kunnen we dan ook tegelijk wat bescheidener de compassie bedrijven, niet om 'alle levende wezens te bevrijden', maar door hooguit 'een steen te verleggen'. (Hoor Bram Vermeulen, hoewel het nog veel ego bevat)
Compassie met verstand dus.

====================================================================

Een opmerking over autisme

Een aantal van de in bijlage 2 geciteerden vermelden ook de 'bevinding' van de Parma-groep dat autisten geen of niet goed functionerende spiegelneuronen hebben. Dit versterkt dat beeld dat boeddhisten zich in hun compassievolheid zo ongeveer als het tegendeel van autisten beschouwen, ten onrechte zoals ik in September 2013 heb geschreven.
In feite is het geen 'bevinding' geweest, maar grotendeels speculatie, zoals bv uit het (Engelse) Wikipedia-artikel blijkt. Hickok gaat een stap verder en postuleert dat 'autisme' wellicht geen tekortkoming van iets (een 'deficiency') maar een te veel is, een als reactie op hypersensitiviteit niet overspoeld willen worden door zintuigelijke indrukken.
Bij dit alles moeten we ons realiseren dat het autistisch spectrum zo breed is dat elke generalisering onterecht is (zie DSM-5 ).

====================================================================
====================================================================

Bijlage 1

Empathie,  Sympathie,  Compassie: wat is het verschil?


Sympathie wordt het verhoogde bewustzijn van de benarde situatie van een andere persoon als iets om te verlichten. De nadruk ligt hier op bewustwording, dat is het tot de kennis en het inzicht komen dat er een andere persoon is, wiens situatie uw aandacht verdient en dat er een element van pijn/lijden is dat die persoon ervaart. Van daar uit wordt bezorgdheid en zorg getoond jegens die persoon. Het klinkt meestal als: 'Het spijt me voor je verlies' of 'Ik hoop dat je er goed mee om kan gaan.'

Empathie is de poging van iemand om zelf bewust de situatie en emotionele toestand van een andere persoon begrijpt en er zelfs en zelfs plaatsvervangend ervaart. De meeste mensen noemen dit 'het staan in de schoenen van iemand anders'. ... De nadruk ligt hier op ervaren; dat wil zeggen in staat zijn om bijna voelen wat de ander doormaakt.
[Uit een andere bron: "Empathie is een ander woord voor inlevingsvermogen; het steunt ook op een goed 'lezen' of verstaan van verbale en non-verbale communicatieboodschappen van anderen"]

Compassie gaat nog een stap verder, wanneer een persoon empathie voelt en vervolgens een verlangen om het lijden van de ander te helpen verlichten. De nadruk ligt hier op actie d.w.z. het willen helpen. Het hebben van compassie voor een ander vraagt allereerst gerichtheid op de andere persoon, dan het je een voorstelling maken van wat door die andere persoon heen gaat en manieren overwegen over hoe die persoon het beste geholpen kan worden om zich beter te voelen en met de situatie om te kunnen gaan.
Karen Armstrong, auteur van '12 stappen naar een meer compassievol leven', gelooft dat het fundamentele principe van compassie de gouden regel is: 'Behandel anderen wat u zou willen dat anderen u aandoen'. Het klinkt meestal als volgt: 'Ik kan je pijn voelen en het is vast moeilijk om hier alleen door te gaan. Is er een manier waarop ik kan helpen? '

Uit het bovenstaande blijkt dat er 3 fasen die overeenkomen met de 3 concepten.
* Sympathie richt zich op bewustwording;
* Empathie richt zich op de ervaring; en
* Compassie richt zich op actie.


Bron:  hier ; auteur onbekend
Zie echter ook het citaat van Tania Singer over het verschil tussen empathie en compassie.

====================================================================

Bijlage 2

Hoe hebben boeddhisten het bestaan van spiegelneuronen ingepast in hun Dharma ?
Een aantal citaten


' Empathy and Compassion in Buddhism and Neuroscience '  door Alfred W. Kaszniak
“If this is so, and we have a kind of built-in, automatic empathic responding, then why does compassion (empathy for another’s suffering, plus the desire to alleviate it) so often seem in short supply? The answer to this question given by Buddhist contemplative practitioners is that the delusion of being a separate self that must be protected and satisfied gives rise to a self-focus in which aversion and attraction derail the natural inclination toward altruistic action.”

' I Feel Your Brain '  in Tricycle
“Sharon Salzberg speaks with Daniel Goleman about altruism, mirror neurons, and how the human brain is wired for compassion.
In his latest book, Social Intelligence, Daniel Goleman, author of the best-seller Emotional Intelligence, illustrates how new clinical results in the fields of neuroscience and biology show that humans are in fact wired for empathy—that without any conscious effort, we feel the joy, pain, anger, and other emotions of the people around us.
”

' The Wise Heart: Buddhist Psychology for the West '   door Jack Kornfield
“There is a neurological basis for compassion as well. In de 1980s, Italian scientist … mirror neurons. Extensive research since that time has shown that through our mirror neurons, we actually feel the emotions, movements, and intentions of others. Researchers describe this natural empathy as part of the social brain, a neural circuitry that connects us in timately in every human encounter.
In Buddhist psychology, compassion is not a struggle or a sacrifice. Within our body, compassion is natural and intuitive. …
”

' Buddhists, neuroscientists come to a meeting of the minds '  door Judy Lin
”For UCLA neuropsychologist Susan Bookheimer, research shows that the human brain comes wired for empathy — we "feel" another person’s physical or emotional pain via our brain’s mirror neuron system, which sends electrochemical messages that stimulate pain centers in our own cerebral cortex when we witness another person’s suffering.
For Buddhist scholar Robert Thurman, Buddhist practices going back thousands of years associate compassion with our sense of personal identity and our connection to others.…
”

' How is your good heart today? '   over Sogyal Rinpoche in Delhi
“Instead we must tune into his (=Sogyal) being, and his presence. As he called upon us to do this he mentioned “mirror neurons” which dissolve the barrier between “self” and “other” and are often referred to as 'empathy neurons' or 'Dalai Lama neurons.' ”

' Using Mindfulness to Rewire the Brain '  door Paul Tingen over Thich Nhat Hanh
”How the Insights of Neuroscience Can Aid Our Practice
... why practicing in a Sangha is so important. Neuroscience offers an additional reason, emanating from its research of a particular class of neurons called mirror neurons, which are triggered when we observe the actions and/or feelings of others, and which then fire in corresponding ways. Neuroscientists have argued that mirror neurons make empathy possible; and even simply being in the company of other practitioners will trigger mirror neurons that strengthen our own practice.
”

' Snoeien in het ik-mij-mijn '   door André van der Braak
Dit “kan nog verder worden toegelicht aan de hand van de zogeheten 'spiegelneuronen' die tien jaar geleden ontdekt zijn: ... Is dit hoe we empathie kunnen verklaren? Het meeleven met de ander, het voelen van de pijn van de ander. ...
Via de spiegelneuronen leren we van elkaar (je gaat echt beter tennissen als je vaak naar Federer kijkt) en resoneren we met elkaar. Wanneer we gezamenlijk in de zendo zazen beoefenen, dan is het dus letterlijk waar dat we 'gezamenlijk de Boeddhaweg realiseren.' Vanuit het allocentrisch perspectief ervaar ik daadwerkelijk dat de pijn van de ander ook mijn pijn is, en is er geen verschil meer tussen mezelf bevrijden en alle levende wezens bevrijden.
”

' Inside Compassion '   door Joan Halifax
"... Why? Because human beings are societies. We're not one person. We're many people that communicate with each other. Now we talk about resonance and we have mirror neurons in our brain and what's defective in children with autism actually is those mirror neurons. They can't communicate because they don't have those neurons. And to some extent this is true for people with psychopathy. That's why psychopathy is emotional defect. So this interaction between human beings has been called resonants. But it should be called consonance actually because resonants means, again; "re" means again; "con" means together."

' Mindfulness, Psychotherapy and the Brain '  door Dan Siegel (mindfulnes expert)
" For example, the mirror neuron system is thought to be an essential aspect of the neural basis for empathy. By perceiving the expressions of another individual, the brain is able to create within its own body an internal state that is thought to “resonate” with that of the other person. Resonance involves a change in physiologic, affective, and intentional states within the observer that are determined by the perception of the respective states of activation within the person being observed. One-to-one attuned communication may find its sense of coherence within such resonating internal states. In addition, the behavior of larger groups, such as families and social gatherings may reveal this shared state of internal functioning. "

zaterdag 1 november 2014

Wat biedt het boeddhisme als je hoop wilt hebben? Gelukkig wordt daar weer verschillend over gedacht En over met het Christendom wedijverend vergelijken


De situatie is hopeloos maar niet ernstig
Spreekwoord

Onlangs werden op de website van 'NieuwWij'  twee inleidingen  aangekondigd over
' Rol en kracht van hoop in christendom en boeddhisme '.
Over het Christendom wordt gezegd: " Hoop wordt, haast vanzelfsprekend, aan het begrip ‘toekomst’ verbonden. Paulus ziet dat anders. Hij schrijft: 'Christus Jezus, onze hoop, is opgestaan'. Dan gaat het om de hoop die hier is, in de verrezen Christus. Daarmee wordt hoop uit een al te plat tijdskader gehaald. Christen leven hier in de hoop. Sterker nog, de werkelijkheid zelf heeft een Hoffnungsstruktur. ..."
Dat de werkelijkheid een 'Hoopstruktuur' heeft, vind ik mooi gezegd, maar het is daarom nog niet persé waar: volgens mij heeft de werkelijkheid ZELF geen structuur, die proberen wij er aan te geven, er òp te leggen.

De lezing over het boeddhisme werd aldus aangekondigd:  "Welke rol speelt hoop in de boeddhistische beoefening? In het boeddhisme lijkt het soms te gaan om ‘leven in het hier en nu’. Hoop, als een gerichtheid op een toekomstig heil, lijkt dan uit den boze. Dit ligt genuanceerder. Boeddha spreekt over het wedergeboren worden in Sukhavati, het westelijke paradijs van de eeuwige gelukzaligheid. Dit is niet een hemel naar christelijk model, maar een paradijselijke plek van waaruit de verlichting bereikt kan worden, zoals André van der Braak ... u zal vertellen."

De stelling van deze inleider lijkt te zijn:
het boeddhisme kan best met het christendom wedijveren, want wij leveren ook hoop.
Als algemene stelling is dat nogal merkwaardig. 'HET boeddhisme', wordt gezegd; maar in feite gaat het over één in Nederland slechts door weinigen beoefende variant van de boeddhismen die we kennen: het Zuivere Land boeddhisme. In andere varianten (tradities noemen we ze meestal) wordt helemaal niet gezegd dat de Boeddha zoiets gezegd zou hebben. En dan nog, waarom zouden we hetzelfde willen (bieden) als de Christenen?
Een overzicht, met de meeste accenten op het vroege boeddhisme.

=================================================================

Het wordt ons makkelijk gemaakt door een artikel van (de in Australië wonende monnik)
Bhante Sujato. Zie zijn blogtekst  'Hope - Why Paul Williams is wrong'
Hij schrijft over de bekende boeddholoog Paul Williams die boeddhist was maar op een gegeven moment zichzelf naar het rooms katholicisme heeft bekeerd. Deze Williams heeft een missionerend artikel geschreven dat in Azië (bv Vietnam) gebruikt wordt om autochtone boeddhisten tot het katholicisme te bekeren.

Ik citeer een paar (door mij vertaalde) passages uit dit lange artikel.
Hij "heeft er geen probleem mee dat Williams Christen is geworden of dat hij kritiek op het Boeddhisme heeft. Maar zijn kritiek zit vol fouten. Als we hoopten op een intelligente en betekenisvolle kritiek op het Boeddhisme vanuit een Katholiek gezichtspunt: dat is dit niet.
Waarom niet? De essentie van zijn kritiek is dat het Boeddhisme letterlijk hopeloos is (vanwege de wedergeboorte), terwijl het Christendom hoop biedt. Daarom heeft het Christendom gelijk, en is het rationeel om te concluderen dat Jezus uit de dood verrees, en zo voorts.
Dit benadert zelfs niet een rationeel argument. Het is wensdenken, anders niet.
...
Maar laten we eens kijken centrale probleem van Williams, deze vraag van hoop. ...
Boeddhisten praten niet veel over hoop, want hoop is gebaseerd op de toekomst, en is daarom misleidend. We weten niet wat de toekomst in petto heeft, om ons emotionele welzijn zo te baseren op iets wat we niet weten, en nooit kunnen weten, is teleurstellingen uitlokken.
Het betoog dat de hoop is gebaseerd op wat onbekend is, is niet alleen mijn argument. Het werd gebruikt door Paulus, door Williams geciteerd:
  ' Want in de hoop worden we gered; maar hoop nu die gezien wordt, is geen hoop.
    Want wie hoopt nu op wat hij al ziet? '

Voor boeddhisten zou dit nooit aanvaardbaar zijn. Onze voornaamste zorg is om gegrond te zijn in de realiteit, in wat we kunnen zien. We kunnen nooit tevreden zijn met een leer waarvan de wezenlijke principes niet alleen onbekend zijn, maar onkenbaar.
Dit is waarom we tevredenheid cultiveren.
[Engels: 'contentment'; deze term kan misverstanden oproepen, in ieder geval bij mij; Joop R.] Tevredenheid is gewoon gelukkig zijn met wat er is, hier en nu. Het is gebaseerd op de realiteit van de huidige, niet van een ingebeelde toekomst. Als we leren om nu tevreden zijn, kunnen we dat bij ons dragen, waar we ook gaan. Volgens Paulus, echter hopen we juist omdat we iets niet weten. Dit is een doctrine die permanente onwetendheid verheft tot een deugd.

Hoop is niet alleen misleidend, het is geworteld in afkeer. Waarom hebben we de behoefte aan hoop? Omdat dit heden slecht is. Dit, deze plek waarin ik verblijf, deze mensen waarmee ik ben, deze gedachten die ik heb: die zijn allemaal op een of andere manier mis, pijnlijk, ondraaglijk. In plaats van het omgaan met deze realiteit, vertelt hoop ons dat in een of ander fantasieland van de toekomst alles goed komt.
Tevredenheid, aan de andere kant, is gebaseerd op de acceptatie en liefde. We proberen niet om de werkelijkheid weg te duwen. We proberen niet om de pijn en verdriet van het leven te vermijden. Wij accepteren, en hebben daar letterlijk vrede mee. Het is oké. Dit is de reden waarom het Boeddhisme een pad voor volwassenen is. We zijn niet op zoek naar iemand om onze problemen voor ons op te lossen. We proberen een volwassen en wijze verbinding met de werkelijkheid aan te gaan.

Dat wil niet zeggen dat het hebben van een positieve kijk op de toekomst onmogelijk is. Natuurlijk doen we dat nog steeds, zowel bij seculiere als bij spirituele zaken. We studeren nu zodat we later een baan kunnen krijgen. Of we gaan naar nu een Dhamma-klas zodat we straks met meer begrip kunnen mediteren. Onze wereld vindt nog steeds in de tijd plaats, en we dealen daar mee zoals normale mensen doen.
Het verschil is dat we als boeddhisten niet proberen om dit gewone proces om te zetten in een aantal grote spirituele principes. Tuurlijk, je hebt hoop. Als je een goed mens bent, maak je goed kamma, dan zul je een goede wedergeboorte te hebben. Geweldig! En als je Dhamma diep beoefent en de vier edele waarheden realiseert, dan zult je genieten van de gelukzaligheid van Nibbana. Nog beter! Er is genoeg hoopvol over in de boeddhistische filosofie en praktijk. Maar dat is uiteindelijk niet belangrijk. We maken geen big deal over, want het is allemaal onzeker. Veel beter is het, ons te richten op het hier en nu, en het ontwikkelen van tevredenheid met wat is.

Dus het is in geen geval juist om te zeggen dat het boeddhisme hopeloos is, als we die term in deze beperkte zin beperken. Het is slechts "hopeloos" in de zin dat we niet baseren onze spirituele praktijk op de "hoop" van een onbekende en onkenbare goddelijke interventie op een bepaald punt in de toekomst. ....
Het woord 'hopeloos' heeft een negatieve gevoelswaarde, het betekent 'wanhoop' [Engels: despair]. In een bepaalde door mij hierboven bedoelde betekenis, kunnen we zeggen dat het Boeddhisme 'hopeloos' is. Maar dat soort van hopeloosheid heeft niets te maken met 'wanhoop'. In tegendeel, het heeft te maken van emotionele rijpheid dat z'n geluk vindt in de realiteit, niet in fantasie. Het ontbreekt ons niet aan hoop omdat we er naar op zoek zijn en het niet kunnen vinden; we hebben de behoefte eraan achter ons gelaten.

Het hoofdargument van Williams berust op zijn analyse van de wedergeboorte. Hij argumenteert niet, zoals de seculieren doen, dat wedergeboorte feitelijk onjuist is, omdat er geen bewijs voor is. Hij kan dat niet, omdat het Christelijk geloof duidelijk veel dingen betreft, waarvoor er veel minder bewijs is dan voor wedergeboorte. In plaats daarvan stelt hij dat wat is herboren niet 'mij' kan worden. Hij zegt dat boeddhisten terecht zeggen dat wat is herboren is, niet-zelf is, want wat is herboren heeft slechts een beperkte relatie tot wie we zijn in dit leven. Maar de implicatie hiervan voor hem is, dat hij, de persoon die Paul Williams is, zal verdwijnen. In deze zin is de leer van wedergeboorte is hopeloos: er is geen hoop voor hem als persoon.
Dit is zo'n totaal onverstandig argument, dat ik weet niet waar te beginnen. Maar laat me gewoon zeggen: het feit dat je iets niet graag hebt, betekent niet dat het niet waar is. De wereld bestaat niet om jouw emotionele behoeften te dienen. Als het echt zo is dat wedergeboorte echt is, dan is de rol van religie om ons te helpen daarmee te leren omgaan.
[onderstreping door mij, om aan te duiden dat dit voor mij als seculier boeddhist niet mijn overtuiging is; Joop R]

Hoop is niet iets dat bestaat daar ergens in het universum. De wereld is noch hoopvol noch hopeloos. Noch, wat dat betreft, is een abstract sociaal construct zoals "Boeddhisme" of "Christendom" het soort ding dat ofwel hoopvol of hopeloos kan zijn
.......
Bekering is niet een probleem voor boeddhisten; het probleem is het lijden. Als mensen hun lijden kunnen verzachten door het volgen van een bepaald religieus of spiritueel pad, dan is dat de ware praktijk van Dhamma voor hen.
Maar we moeten niet toezien terwijl het boeddhisme oneerlijk en ten onrechte wordt bekritiseerd.
...
Ik heb veel profijt gehad van het lezen, nadenken over, en interactie met de Christenen en die van vele verschillende paden. Er is altijd iets te leren, en we mogen nooit zo arrogant zijn om te geloven dat we alle antwoorden hebben.
Uiteraard, aan het eind van de dag kan ik niet instemmen met de fundamentele christelijke overtuigingen. Maar wat ik respecteer in de Christelijke traditie, is het gevoel van een echte menselijke strijd om verbinding met het transcendente in het midden van het alledaagse. Als we op deze manier naar de Bijbel kunnen kijken, zien we niet het door God geopenbaarde Woord van God, maar de woorden van de mensen door de eeuwen heen, die, elk op hun zeer verschillende manieren betekenis hebben gevonden in een gekke wereld.

We hebben het geluk om deze gekke wereld met Christenen te delen, en met veel mensen van verschillende overtuigingen en praktijken, en wij Boeddhisten kunnen veel van hun strijd en inzichten leren. En ik hoop dat ik in de toekomst kan leren van een meer betekenisvolle Christelijke kritiek op het boeddhisme.
"


Dit artikel van Sujato riep veel reacties op (volgens mij allemaal van boeddhisten); de meesten stelden dat het boeddhisme best wel 'hoop' kent en hoop biedt.
Bijvoorbeeld Jayarava:
" Natuurlijk is het boeddhisme gebaseerd op hoop. Wij verkopen het boeddhisme op de basis dat we het lijden kunnen beëindigen. Sommigen van ons zeggen dat we een eind aan alle lijden voor alle wezens overal kunnen maken. Sommigen van ons zitten dicht bij het absolute minimum, dat wil zeggen dat het beoefenen het leven een beetje draaglijker kan maken. Maar we bezitten allemaal de hoop dat het beter kan worden, en de meesten van ons denken bij het aanbieden van hoop dat "beter" kan betekenen: "het beste". We hebben allemaal hetzelfde doel. Ontwaken, Verlichting, Bevrijding. Alle concepten die positief zijn, druipend van hoop.
...
Ons probleem zit in het perspectief van de binaire hemel/hel eschatologieën, dat we niets stelligs kunnen zeggen over hoe het is om bevrijd te zijn ...
Er is absoluut hoop in het gezicht van de rondes van de wedergeboorte. Wedergeboorte eindigt met vimokkha, samen met alle andere lijden. Dat is wat de boeddhistische religie haar volgelingen biedt.
"


Het antwoord van Sujato op deze en andere reacties:
"De drie grote deugden in het christendom zijn Geloof, Hoop en Liefde.
Geloof is Saddha; Liefde is Metta. Beide zijn eenvoudig centrale leringen, talloze malen expliciet uitgesproken door de Boeddha als deel van het Pad.
En, waar is de Hoop? Is er ergens een enkele term, idee, of lering dat de Boeddha zei: "Ontwikkel hoop terwille van uw 'Ontwaken', of iets ook maar enigszins vergelijkbaars? Ik denk het niet.
Ik heb niet ontkend dat de gewone hoop onderdeel is van het leven voor een boeddhist. Wat ik heb ontkend is dat het op welke manier dan ook een centrale deugd voor Boeddhisten is, zoals het dat voor Christenen is.
'Leven in het heden' heeft niet alleen op arahants betrekking: het is het pad.
"


Om Sujato te parafraseren: het gaat er niet om of er hoop is (in het boeddhisme)
maar of je hoop kunt beoefenen, op een heilzame manier. Niet dus.
Ik ben het met Sujato eens.
Daarnaast wil ik de nadruk leggen op intenties: We zouden geen hoop moeten willen hebben.
Het heeft geen zin te zeggen 'er is hoop'(volgens zeggen door het Christendom),
of 'er is geen hoop' (aan het Boeddhisme toegeschreven).
Alsof 'hoop' een ding is, of een staat van zijn.
Ook in sociaal opzicht vind ik het concept 'hoop' niet zo geweldig: het rechtvaardigt ongelijkheid.

Maar boven alles: 'hoop' is een verlangen, en daar moeten we toch juist van af ?
Of om mijn credo ( wees blij dat het leven geen zin heeft ) te parafraseren:
WEES BLIJ DAT ER GEEN HOOP IS.

zaterdag 9 augustus 2014

Een andere ervaring en de vraag: is dit mijn sangha ?

De komende tijd zal ik - deels opgedrongen door een onaangename realiteit - wat meer over het beoefenen van 'vipassana-meditatie ' schrijven en over de organisatie daarvan in Nederland.
Als aanloop een citaat uit het boek 'Verlichting in een lege verpakking '
door Paul van der Sterren. Zie  zijn boek op z'n website

Van de website van de uitgever (Samsara) van dit boek neem ik dit citaat van van der Sterren  over:
" Het huis van de boeddha
Een stille steeg in het centrum van Amsterdam. Een smalle deur, bekroond met een Aziatisch ogende versiering, die door een onzichtbare hand geopend wordt als je op de bel drukt. Een steile trap, die doorloopt naar de tweede verdieping, met halverwege een klein platform waarop links een deur, rechts een schoenenrek. Terwijl je hier je veters losmaakt proef je al de zware wierooklucht in de kamer naast je. Je hoort de stilte die er hangt. Schoenloos betreed je een goed verzorgde, spaarzaam verlichte ruimte. Zachte vloerbedekking, gele muren en plafond, links en rechts ramen met lichte gordijnen die het toch al schaars binnenvallende zonlicht nog verder temperen. Je pakt een meditatiekussentje van de stapel tegenover de deur en gaat ergens zitten, eventueel voorafgegaan door drie buigingen voor het grote boeddhabeeld op de getimmerde verhoging vóór het raam aan de straatkant. Dit is het altaar. Behalve het beeld staat er een wierookvat op, enkele vazen met bloemen en nog wat kleinere dingen die hun betekenis niet direct prijsgeven.
Meestal zitten er al wat mensen, in meditatiehouding, zwijgend, de ogen gesloten, het gezicht naar de boeddha. Niemand reageert op je binnenkomst, zoals jij ook niet opkijkt als er na jou weer anderen binnenkomen. Een paar minuten na de officiële aanvangstijd slaat degene die ‘voorzit’ op een gong en begint de meditatie.
Dit ritueel, soms voorafgegaan door een kopje koffie in een café op het Rokin als ik erg vroeg was, heb ik acht jaar lang een of meerdere keren per week doorlopen. Eerst als lichtelijk afwerende, ietwat angstige, maar tegelijkertijd nieuwsgierige en gefascineerde ‘beginner’, later als trouwe bezoeker, lid van de ‘harde kern’ van mediterenden, en nog weer later als ‘voorzitter’, of zoals we dat meestal noemden meditatiebegeleider. Het was een activiteit die structuur, richting en zin aan mijn leven gaf, ongrijpbare, maar o zo onmisbare zaken voor een mens. Bovendien was de meditatie zelf in veel opzichten de perfecte opvolger van datgene wat tot dan toe centraal had gestaan in mijn leven: het schaakspel. Dezelfde betovering, hetzelfde lokkende perspectief van steeds ‘beter’ te worden, steeds verder te komen, steeds meer aanzien te krijgen. En in een verre, schijnbaar onbereikbare verte, lonkend het hoogste ideaal: in het ene geval het wereldkampioenschap en daarmee de volmaakte beheersing van het schaakspel, in het andere geval de verlichting en daarmee de volmaakte levenskunst. Zo was het nog een stap voorwaarts ook, want het idee om na een leven van sportieve ambitie nu op een spiritueel (dus hoger) plan te zijn aanbeland leverde een uiterst aantrekkelijk zelf- en wereldbeeld op. Een prachtige volgende stap op mijn levenspad. Vaarwel damegambiet, welkom vipassana. Zeer, zeer bevredigend.

De Buddhavihara, het huis van de boeddha, bestaat nog steeds, zij het onder een andere naam. In die tijd was het zowel vipassana meditatiecentrum als (voornamelijk door Chinezen bezochte) boeddhistische tempel, twee functies die vaak en soms letterlijk dwars door elkaar heenliepen. Zo kon het voorkomen dat er tijdens een druk bezochte meditatiezitting werd aangebeld door een gezelschap Chinezen die de tempel even een half uurtje nodig hadden om te offeren en de boeddha om raad te vragen. Gek genoeg was dat nooit een probleem. De vipassana kent geen verstoringen en absorbeert eenvoudig elke situatie die zich voordoet. Ook de Chinezen namen er geen aanstoot aan dat er wat vreemde snoeshanen in hun tempel bleven zitten alsof er niets aan de hand was. Het begrip privacy zei hun waarschijnlijk niets.

Zoals ook in het schaken was ik in de vipassana een ijverige en serieuze student. In het begin veroorzaakte vooral de zitmeditatie heel wat pijn, maar omdat je daaraan went en er vanzelf mee leert omgaan kreeg ik al gauw het idee dat ik vorderingen maakte (dat werd me ook verteld) en begon ik me een hele piet te voelen, zeker nadat ik een keer een hele dag met een groep gevorderden had gemediteerd. Na een jaar deed ik dan ook een belangrijke volgende stap in de vorm van een intensieve retraite van zeven dagen. Daar voelde ik me al snel weer helemaal tot nul gereduceerd. Na één dag was ik al niet meer in staat langer dan tien minuten te blijven zitten en ook de loopmeditatie was een hel. De maaltijden en de schaarse rustperiodes ook trouwens. Ik wilde naar huis, maar bleef toch, doordrongen van het besef dat er nog een lange, lange weg vóór me lag. En dat schrok me niet af, integendeel zelfs, het trok me juist aan. De prikkel van de uitdaging en de verleiding van het perspectief hadden me stevig in hun greep.
Zo ontwikkelde zich een mooie rechte lijn. Enkele maanden later deed ik wéér een retraite, daarna nóg een, en nog een en nog een...
Onvermijdelijk onderga je dan allerlei merkwaardige en soms zeer indringende ervaringen, die je vervolgens belangrijk vindt en die weer het idee doen ontstaan dat je vooruitgaat. Een heerlijk gevoel! Na een paar jaar begon ik mee te helpen bij de opvang van nieuwkomers, werd ik zelf meditatiebegeleider, uitlegger, leraar. Een veelbelovende nieuwe carrière kwam op gang.

En op een goede dag, heel plotseling eigenlijk, was het allemaal voorbij. Na acht jaar vol inzet, vertrouwen en enthousiasme te hebben gemediteerd, begeleid en geleraard hield het op. De motor pruttelde even en stond toen stil. Definitief. Ik verliet het huis van de boeddha en zei de meditatiewereld vaarwel.
..."


Het citaat en het boek gaan verder grotendeels over het nieuwe thema waar Paul van der Sterren sindsdien mee bezig is: de Advaita, ook wel genoemd Advaita Vedanta, de Hindoeïstische vorm van nondualiteit. Daar wil ik me niet mee bezig houden, daarom volg ik hem verder niet in dit boek.
De geschiedenis van deze beoefenaar, die als hij door was gegaan ook een van 'de Veertien' door de Thaise monnik Mettavihari benoemde leraren ter opvolging van hem ('de Vijftien' dan dus) was geworden'. Maar echter met de vipassana klaar was. Ik niet of ik nog niet.


Mijn kennismaking met de vipassana vond plaats in hetzelfde gebouw als door Paul beschreven: toen genaamd 'Buddhavihara ', in de Pieterspoortsteeg. (Daarna heette het een tijdje 'SanghaMetta' en nu 'Dhammadipa')
Een kennismaking een paar jaar na dat van Paul, lijkend op zijn kennismaking, en in de vorm van een gesprek met hem.

Naar aanleiding van het verschijnen van dit boek vond er een interview plaats op 13/4/2013 voor de BOS Radio in het programma Hemelsbreed door Jeannette Werkhoven. Luister hier  (vanaf 22'35" in het algemeen en 31'33" over de vipassana)  naar het programma.

=======================================================================

Nog een andere ervaring.
In 2007 schreef de bekende Amerikaanse leraar en pionier Jack Kornfield een enthousiast artikel over de gang van zaken aan het IMS en in Spirit Rock.
Zie www.thebuddhadharma.com/web-archive/2007/6/1/this-fantastic-unfolding-experiment.html
Ik heb het al eens eerder (begin 2013) geciteerd, toen ik nog enthousiast was over een op te richten ‘ Vipassana Meditatie- en studiecentrum ' (maar niet over de naam).
Een centrum waarin bijvoorbeeld ook Stephen Batchelor welkom is en waar ook samatha-meditatie gegeven wordt.
Hoewel het in Nederland natuurlijk op veel kleinere schaal moet dan in de V.S., is deze beschrijving nog steeds mijn ideaal.

=======================================================================

"De veertien', schreef ik hierboven, vrij achteloos.
Meer daarover op een splinternieuwe website, gevonden via een artikel in   *OpenBoeddhisme* , horend tot die onaangename realiteit waar ik mee begon, maar waar ik pas later (in september denk ik), op in ga.
De website van (of voor?) wat genoemd wordt de  "Mettavihari Heritage Sangha "

'Van' of 'voor' ?
Op de homepage staat o.a."De site van een groep leraren gekwalificeerd in het onderricht van Vipassana of inzicht meditatie "; ondertitel is: "Mettavihari Heritage Sangha".
Uit het lezen van deze - nog maar voor een klein deel gevulde website - wordt me niet duidelijk wie nu eigenlijk die sangha-leden zijn: de 14 vipassana-leraren of (alle participanten in) alle groepen op de website genoemd? In de menulink 'Organisatie en structuur' wordt onderscheiden:
* Buddhavihara Landsmeer,
* de Stichting Inzichts Meditatie (SIM),
* de stichting SanghaMetta (van Jotika),
* de Groep van Leraren; en
* de Lokale Zitgroepen.
Waarom niet andere vipassanagroepen en andere leraren genoemd? Waarom alleen Buddhavihara in Landsmeer en niet andere in Nederland gevestigde Theravada-Tempels genoemd worden, (of waarom ueberhaupt een tempel en niet alleen vipassana-organisaties) vind ik vreemd; de oorzaak is waarschijnlijk het feit dat Adi Ichsan (een van de 14) daar ook actief is; zie  m'n blog van november 2013 .
Het lijkt al met al wel erg weinig op de beschrijving door Jack Kornfield, steeds minder eigenlijk.


De vraag kan nog niet beantwoord worden.
Dat geldt ook de - voor mij - veel belangrijkere tweede vraag: wil ik bij deze sangha horen ?
(In feite geen 'sangha' in de Theravada-betekenis van het woord, maar een conglomeraat van ingewikkeld met elkaar interacterende groepen en personen)
Ik mediteer al jaren in één van de 'Lokale Zitgroepen' (in Amersfoort) bij een van de 'Veertien' (Paul Boersma), dus het zou kunnen.
Maar wil ik het ook? Is die 'sangha' met het centraal stellen van Mettavihari niet teveel naar het verleden gericht? En is (het bestuur van) de SIM het hier mee eens?
Het antwoord daarop geef ik pas als er meer over die onaangename realiteit duidelijk is geworden.
Hopelijk wel dit jaar nog.


Update 21 augustus
* Ik heb inmiddels begrepen dat het bestuur van de SIM zich buigt over bovengenoemde eerste vraag.
* De website vipassana-nederland.nl bevat inmiddels de volgende disclaimer: " Aan deze site wordt gewerkt en is nog niet toegankelijk voor het publiek. Dat er nu al iets zichtbaar is wordt veroorzaakt door mijn onkunde. Uit de nu al zichtbare inhoud kunt u beter nog geen conclusies trekken over het uiteindelijk resultaat. De sitebeheerder "
Wat ik (Joop R) hierover schreef, is dus voorwaardelijk.