Posts tonen met het label boeddhologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeddhologie. Alle posts tonen

zondag 18 maart 2012

Voorgenomen teksten van een niet-netwerker - Over mindfulness, religie, mudita, leegte, BUN en dood

Als ik reflecteer op de serie blogs vanaf oktober, toen ik opnieuw actief met schrijven begonnen ben, dan zijn ze bijna allemaal impulsief ontstaan. Ik had geen plan voor een serie teksten, alleen een idee dat er variatie in moest blijven.
Af en toe dacht ik wel: ik schrijf wel veel, gaat dit niet opdrogen? Maar dan kwam er weer een onderwerp op, en lukte het me, erover te schrijven.
Nu is er in de loop van de laatste maanden een serie onderwerpen opgekomen en lukt het schrijven wat minder. Geen writers block of zo, denk ik, maar het gevolg van m’n streven meer persoonlijk te gaan schrijven, tot nu toe heb ik mezelf behoorlijk weten te verstoppen in deze blogs, behalve dan m’n boosheid over het landelijk georganiseerde boeddhisme en het ‘boeddhisme in de uitverkoop’.

Aankondigingen is een te stellig woord, misschien komt er een blog, misschien niet, maar ik heb wel een serie schrijf-voornemens voor deze lente.

Mindfulness
Samen met een vriendin probeer ik in dialoogvorm te schrijven over de verhouding tussen mindfulness (à la Kabat-Zinn) en het boeddhistische pad.
Daarover heb ik al meer geschreven, meestal critisch, afwijzend, maar nu gaan we daar meer opbouwend mee om.

Religie
Met enige regelmaat neem ik stelling in de discussie over de vraag: is het boeddhisme een religie of is het een levensfilosofie? Meestal kies ik dan voor ‘religie’ uit afkeer van de vaagheid en vrijblijvendheid van het als filosofie benoemde alternatief.
Maar ook kies ik vaak stelling in de discussie over ‘boeddhisme zonder geloof’, zoals Stephen Batchelor dat heeft genoemd.ook wel agnostisch boeddhisme, seculier boeddhisme etc. Dit boeddhisme staat dan tegenover het ‘religieuze boeddhisme’ al noemt niemand dat zo, bedoeld wordt het traditionele Aziatische boeddhisme. Eén van de centrale discussiepunten is dan het geloof in reincarnatie, en hoewel ik dat wel geprobeerd heb, blijk ik daar niet in te geloven.
Hoe deze twee stellingsnamen te verenigen? Want ook zonder reincarnatie zijn er genoeg transcendente aspecten in de beoefening en de doelen van het boeddhisme., niet het reeel bestaande maar het boeddhisme in m’n hoofd.
Stof voor een tekst, ook als ik er nog niet uit ben.

Mudita
De minst bekende van de Brahmavihara’s, de vier onmetelijkheden.
Metta (liefdevolle vriendelijkheid), karuna (compassie) en upekkha (gelijkmoedigheid) zijn bekend, ook als meditatievorm. Maar wie had in het ernstige boeddhisme, en zeker in Theravada, de vreugde en de medevreugde verwacht? Want daar gaat het om bij mudidatie (een grappige verschrijving: ik bedoel meditatie).
Als ik er nu over zou schrijven, en ik heb me er al behoorlijk in verdiept, dan zou ik schrijven: waarom is het zo moeilijk om over mudita te schrijven? Raar dat het meeste dat ik erover gelezen heb, helemaal geen vreugde uitstraalt.
Maar als er een onderwerp is waarvan ik durf te zeggen: wat in het vat zit, dan is het wel mudita.

Leegte in de Theravada
‘Sunyata’, het Sanskriet-woord meestsal vertaald met ‘leegte, wordt als een typisch Mahayana-woord gezien.
Toch komt het in Theravada, precieser: in het vroege boeddhisme, ook voor. Daarvoor heb ik al de nodige teksten verzameld, boeddhologische en oude teksten.
Al van het begin van mijn beloangstelling voor het boeddhisme fascineert sunyata me,
Erover schrijven heb ik al een paar keer uitgesteld. Voornamelijk omdat ik ook m’n eigen ervaringen ermee aan de orde wil stellen, en die zijn tamelijk diffuus.
Het komt wel een keer.

Hoe is het toch met de BUN?
Ik vergeet m’n oude object van aandacht niet. Alleen gebeurt er niet zoveel in en om de BUN.
M’n vrienden bij *openboeddhisme* schrijven voortreffelijke stukken maar oogsten stilte.
Misschien is m’n mening dat de BUN zichzelf beter kan opheffen, al werkelijkheid geworden en weet ik dat alleen niet? Er komt vast wel een aanleiding om te schrijven de komende maanden.
Dan wel vanuit het perspectief waarmee het allemaal begonnen is: de toekomst van het boeddhisme, in onverdunde vorm, in Nederland; een toekomst die door het opportunisme van BUN-bestuurders schade is toegebracht.

De dood
Ben ik toch steeds meer mee bezig, m’n eigen dood dan met name.
Iets origineels of boeddhistisch-origineels kan ik er niet over vertellen, hoeft gelukkig ook niet.
Kijken waar ik uit kom.
Christa Anbeek's 'Overlevingskunst' en Irvin Yalom’s ‘Tegen de zon inkijken; doodsangst en hoe die te overwinnen' komen er vast wel in aan de orde.



Zie hier haar website

vrijdag 9 maart 2012

Over ‘Mijn lijst met blogs’ en andere lezenswaardige sites

In de rechterkolom van m’n blog bevindt zich, als zevende rubriek van boven,’Mijn lijst met blogs'.
Favorieten dus, naast de boeddhistische websites en (enkele) discussieforums die ik met enige regelmaat bezoek.
Bloggen is een schrijfvorm die me wel ligt, meer dan andere communicatievormen en meer dan de pure dagboekvorm zonder publiek. Een blog beschouw ik niet als één van de ‘sociale media’ zoals Twitter, Facebook of LinkedIn. De interactie en communicatie met anderen is wel een aspect maar zeker niet de belangrijkste functie van een blog, netzomin zoals als de marketing- en personal-branding-functie dat is. Eerder gaat het om de vreugde om te schrijven.
Gelukkig zijn er meer mensen, en meer boeddhisten, die dat doen. We vormen volstrekt geen gemeenschap maar lezen elkaar wel graag, is mijn indruk tenminste en is bij mij het geval tenminste.

Wat informatie over de blogs die ik in m’n lijst heb opgenomen:

- http://www.secularbuddhistassociation.com van de Secular Buddhist Association
Noemt zichzelf ‘A natural, pragmatic approach to early Buddhist teachings and practice’; en terecht. Veelzijdig: interviews, oefeningen, eigen teksten.

- http://www.tricycle.com/blog De blog horend bij het tijdschrift Tricycle
Informatie maar ook veel concrete suggesties voor beoefening.

- http://hardcorezen.blogspot.com Hardcore Zen (van Brad Warner)
Zeer Zen, en nogal punk: soms zeer boeiend en soms (voor mij) volstrekt irrelevant.

- http://openboeddhisme.nl Open boeddhisme
Dit is qua intentie geen blog (vindt de redactie zelf) maar een electronisch tijdschrift, een journalistiek magazine. Zie mijn in februari geschreven blog.

- http://www.buddhistgeeks.com Buddhist Geeks
In loop der jaren honderden interviews met bekende en onbekende boeddhisten en wetenschappers.

- http://sujato.wordpress.com Sujato’s Blog
Steeds van nieuwe teksten voorziene blog van de Australische Theravada-monnik Ven. Sujato. Besteed veel aandacht aan de rol van de vrouw in het Theravada-boeddhisme en hoe deze rol te verbeteren. Durft kortom meningen te hebben.

- http://jayarava.blogspot.com Jayarava's Raves
Veel jaren lang elke week, steeds op vrijdag, een nieuwe tekst, meestal van hoog niveau en een kernpunt van het Boeddhisme aan de orde stellend. Geen lichte stof dus.

- http://www.existentialbuddhist.com The Existential Buddhist, een klinisch psycholoog en boeddhist.
Motto: ‘Dharma without dogma’. Niet spectaculair, wel informatief; vaak met wetenschappelijke invalshoek (en daar heb ik niets tegen).

- http://meaningness.wordpress.com van David Chapman.
Heeft in de tweede helft van 2011 een groot aantal samenhangende analyses gepubliceerd over het hedendaagse Westerse Boeddhisme, door hem (critisch) ‘Consensus Buddhism’ genoemd. Is nu een paar maanden stilgevallen. Lees die analyse, van achter naar voor!

- http://justalittledust.com/blog Pas gevonden blog van Linda Blanchard
Noemt zichzelf een skeptical Buddhist.Lijkt me interessante teksten en video’s te bevatten..

- http://jampasmandala.wordpress.com Jampa's Mandala, Nederlandstalig blog van Jampagyatso.
Al jaren lang Tibetaans-Boeddhistisch blog, kleurrijk en informatief (maar voor mij iets te eenzijdig Tibetaans)


Er zijn heel veel Engelstalige boeddhistische blogs en heel weinig Nederlandse. Waarom dat zo is, weet ik niet. Toch niet alleen omdat het taalgebied zo klein is en dus een blog weinig gelezen wordt: het gelezen worden is toch slechts een secundair motief om een blog te schrijven.
In mijn opvatting weerspiegelt dit geringe aantal blogs (en websites) de inhoudelijke armoe van het Boeddhisme in Nederland.
Voor de duidelijkheid: ik heb het over Boeddhisme en niet over New Age met een boeddhistisch smaakje.

Een halfjaar geleden heb ik de webmaster/redacteur van http://boeddhisme.startpagina.nl/ voorgesteld, de rubriek ‘Persoonlijke sites/ Weblogs’ wat te actualiseren. Een deel van de links is dood en een aantal nieuwere blogs ontbreekt. Helaas is niet op mijn suggestie gereageerd.
Er zijn wel een paar andere boeddhistische blogs, maar de auteurs publiceren daar slechts incidenteel nieuwe teksten in, of slechts incidentleel boeddhistische teksten; vandaar dat ik ze niet in mijn lijst heb opgenomen. Deze (en er zijn er vast meer, ook in Nederland):

http://www.overpeinzende.nl/ van Katinka Hesselink
http://www.tweezenmeesters.blogspot.com/ van Pieter Snijders-Mulder
http://www.j-doe.nl/ van JohnWarnas
http://www.zen.nl/nl/blog.php groepsblog van Rients Ritskes club Zen.nl
http://www.tussenpozen.com/ van Marloes Lasker
http://www.sanghagroningen.blogspot.com/ van de Leven in Aandacht-groep Groningen
http://marmedia-inspiratie.blogspot.com/ van Marrie van der Leden
http://opzoeknaarjezelf.nu/blog.html van Dorle Lommatzsch
http://boeddhamagazine.wordpress.com/ de blog bij het tijdschrift Boeddha Magazine (voorheen Vorm&Leegte, voorheen het Kwartaalblad): het is afwachten of de redactie dit blog echt gaat starten.


Tenslotte, buiten mededinging “Nieuws over Boeddhisme” van de Nederlandse Bhiksuni Rátana.
Bijzonder; niet alleen omdat het formeel geen blog is maar een website www.buddha-dharma.eu
Maar vooral omdat – zonder veel aan de weg de timmeren - de Bhksuni nu al acht jaar elke maand een update geeft van nieuws. Vooral over het boeddhisme in Azië, teksten, opgravingen (!), maar ook politieke uitspraken schuwt ze niet.
Daarnaast plaats de website veel vertalingen in het Nederlands van sutta’s en sutra’s; onder andere de zeer uitgebreide Avatámsaka. Veel Chinees Boeddhisme, tradities waaraan (behalve dan Chan) in Nederland slechts weinig aandacht wordt besteed.
Daarom een advies in deze blog: lees minstens elke maand deze nieuwspagina.

woensdag 22 februari 2012

Een voorbereidende vervolgopleiding boeddhisme

Een maand geleden schreef ik over de bachelor Religie & Levensbeschouwing, variant boeddhisme die de VU vanaf september dit jaar gaat geven (zie hier).
Daarin schreef ik o.a. “Op zaterdag 17 maart zou een vergelijkbare dag volgen over de pre-master boeddhisme. Informatie daarover moet nog komen”
Die informatie is er nu, maar zeer summier. Sinds een paar dagen staat op de website van de VU wat de "premaster specialisatie boeddhisme" in houdt.

De inhoud van deze pagina, het jaarprogramma dus, is:
Periode 1 - Godsdienstfilosofie 6EC
Periode 2 - Drie tradities 1: Theravada 6EC
Periode 3 - Wetenschapsfilosofie van de religie 3EC
Periode 4 - Drie tradities 2: Mahayana/ Chan-Zen
Periode 5 - Drie tradities 3: Vajrayana/ Tibetaans Boeddhisme 6EC
Periode 6 - Premasterthese 3EC

Meer informatie heb ik niet kunnen vinden, ook niet over welke vooropleiding vereist is om tot deze premaster toegang te hebben. De link naar “Meer informatie over inschrijving“ op de volgende pagina [werkte op 22 februari nog niet, de 29e inmiddels wel maar geeft over de premaster boeddhisme geen nadere informatie].

Ter vergelijking, bij de premaster Islam staat er:
"Voor toelating tot de Master Theology and Religious Studies, Islamitische Geestelijke Zorg (IGZ) en Verdieping Islam (VI) geldt aanvullend op het premasterprogramma Arabisch (21EC) en koranrecitatie en memorisatie (9EC) als ingangseis. Toelating geschiedt via een geschiktheidcommissie"

Zou iets vergelijkbaars ook niet voor de premaster boeddhisme moeten gelden?
Dat wil zeggen, het kunnen reciteren van boeddhistische geschriften in hun oorspronkelijke taal (Pali, Sanskriet, Chinees, Tibetaans) is niet zo zinvol in het Westen. Maar enige kennis ervan mag toch wel worden verondersteld?
Het is een seculiere opleiding, dus het boeddhist zijn (bijvoorbeeld het ‘Toevlucht’ hebben genomen) mag geen eis zijn, maar het van binnenuit iets ervaren hebben van de beoefening is toch niet teveel gevraagd?
Over een ‘geschiktheidscommissie’ voor toelating tot de premaster boeddhisme heb ik het maar niet, want wie zou daar (“in Boeddha’s naam”) in moeten zitten?

En dan de inhoud van de premaster.
Het onderscheid in de drie tradities (Theravada, Mahayana en Vajrayana) is nogal standaard. Maar moet er ook niet apart aandacht worden besteed aan wat “Westers boeddhisme” wordt genoemd? Want al is dat in feite een allegaartje, het wel overwegend het in Nederland reeel bestaande boeddhisme.
En wat wordt bedoeld met “Mahayana/ Chan-Zen”? Omdat er onder staat “Vajrayana/ Tibetaans Boeddhisme” vrees ik dat het gelezen moet worden als: “Chan/Zen” is een ander woord voor “Mahayana”. Andere vormen van Mahayana, zoals bijvoorbeeld beoefend door in Nederland wonende Chinezen, krijgen dan geen aandacht.

Vragen, vragen
Maar de belangrijkste vraag is toch wel: waartoe leidt deze premaster? (‘Waartoe’, een bekende VU-vraag)
Op de website van de VU is geen enkele informatie te vinden over een master boeddhisme die in september 2013 zou gaan starten. Informeel, d.w.z. in een soort persbericht over de bachelor-voorlichtingsdag afgelopen 11 februari zegt de VU: “Tijdens deze voorlichting zal je, naast ... , geïnformeerd worden over de mogelijkheden en voorwaarden om te starten met een premaster opleiding. Deze opleiding bereid je voor op de master opleiding Boeddhistisch geestelijk verzorger, welke start in het studiejaar 2013-2014.”

Omdat het daadwerkelijk beschikbaar zijn van een opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger medebelissend is voor het wel of wel erkennen van de BUN door het ministerie van Justitie (de voorlopige erkenning wordt op dit moment geëvalueerd, zie hier) een nogal urgente vraag.
Helaas heeft de BZI haar toezegging “Vanuit de BZI zullen we eenieder de komende tijd nauwgezet op de hoogte blijven houden van de komende ontwikkelingen betreffende dit alles” van november 2011 niet waargemaakt.

Toch nog een vervolgvraag. Stel dat de master (plus ambtsopleiding) boeddhistisch geestelijk verzorger er september 2013 zou komen, wie zou daar dan toegelaten kunnen worden? Degenen die de premaster hebben gevolgd uiteraard. Maar verder? Afgestudeerden van de bachelor boeddhisme zijn er op z’n vroegst zomer 2015.
Eigenlijk zou het een veel meer organische ontwikkeling zijn als die master in 2015 gaat starten, maar ja die eis van Justitie, die lijkt nogal dominant....
Toch, los van die druk van de overheid, zou het geen tijdverlies zijn als die master pas in 2015 start. In die tijd zou nagedacht kunnen worden over de vraag wat boeddhistisch geestelijk verzorging eigenlijk is; of zou moeten zijn, want in de oorspronkelijke Aziatische vorm van het boeddhisme bestaat die functie eigenlijk niet. In het Westen is er wel wat ervaring met ‘buddhist chaplaincy’, maar een vertaalslag naar de Nederlandse situatie moet nog gemaakt worden; ik heb tenminste niet één inhoudelijke tekst daarover gelezen.
En die tijd zou besteed kunnen worden met het uitvoeren van een onderzoek naar boeddhistisch geestelijke verzorging in de zorgsecor; die zou op z’n minst uit twee delen moeten bestaan
- Hoeveel van de bewoners/cliënten/patiënten in de zorgsector zijn boeddhist of hebben in sterke mate affiniteit tot het boeddhisme? En tot welke traditie behoren ze, of zijn ze traditieloos?
- Hoeveel van hen wil persé geestelijke verzorging door een boeddhist, door een BGVer?
Het zou weleens kunnen dat dat laatste getal nogal klein is; men wil waarschijnlijk kwaliteit, persoonlijke betrokkenheid en een niet-dogmatische (religieuze) attitude van de geestelijk verzorger. In dat geval zou het veel logischer zijn en minder verspilling van overheidsmiddelen betekenen als er een korte applicatiecursus boeddhisme voor reeds gediplomeerde en in de sector werkzame geestelijk verzorgers in plaats van de eigen master zou komen. Formeel heet dat ‘bij- en nascholing', zie hier.
Iets voor de VU misschien?


PS
Een maand geleden, na het uitkomen van mijn boven genoemde blog, heb ik de voorzitter van de BZI gevraagd of er feitelijke onjuistheden in die tekst stonden. In dat geval zou ik uiteraard corrigeren, schreef ik. Op deze mail heb ik echter geen reactie ontvangen.

zaterdag 28 januari 2012

Boeddhisme opleidingen bij de VU vanaf september Informatie en kommentaar

Op zaterdag 11 februari heeft de Vrije Universiteit (VU) een voorlichtingdag waar VWO-ers die mogelijk in september 2012 bij de VU willen gaan studeren. Zie hier
Elders las ik hier over: "Indien je meer wilt weten over deze boeiende opleiding , bezoek dan de voorlichtingsronde van 10.00-10.45 op de Bachelorvoorlichtingsdag, welke plaats vindt op 11 februari aan de Vrije Universiteit. Schrijf je in op www.vu.nl/bachelorvoorlichtingsdag."

Eén van de opleidingsvormen – een nieuwe – is bachelor Religie & Levensbeschouwing, variant boeddhisme.
Op de website van de faculteit der Godgeleerdheid staat daarover onder andere het volgende:
“De bachelor-opleiding Religie en Levensbeschouwing traject Boeddhisme concentreert zich op de verschillende boeddhistische tradities die vanuit Azië naar het Westen zijn gekomen, vanuit de context van hun ontmoeting met de moderniteit, en hun dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities.
Deze bachelor-opleiding is een combinatie van boeddhistische vakken en seculiere religiestudie-vakken. Je leert niet alleen om religies met elkaar te vergelijken vanuit een wetenschappelijk perspectief, maar ook om tot een doorleefde verdieping van verschillende boeddhistische tradities te komen. Vanuit die verdieping kun je vervolgens als academisch gevormde boeddhisme-deskundige bijdrage aan de verdere integratie van het boeddhisme in de Nederlandse samenleving, en vanuit het boeddhisme meedenken over spirituele oplossingen voor maatschappelijke problemen in Nederland en daarbuiten.
Jouw profiel: Je wordt geraakt door het boeddhisme, hebt misschien al eens kennisgemaakt met meditatie, en zou je graag meer verdiepen in de diverse boeddhistische tradities. Je vindt het belangrijk om kennis te maken met de bronteksten uit die tradities. Je wilt begrijpen hoe ‘religie’ werkt. Je wilt het boeddhisme doordenken en in praktijk brengen in de huidige Europese context
.”
En vervolgens:
“ Zo is de opleiding ingedeeld
In het eerste jaar van de bachelor wordt er een begin gemaakt met het bestuderen van de drie belangrijkste boeddhistische tradities: theravada, zen en Tibetaans boeddhisme. Daarnaast zijn er de algemene religiestudie-vakken zoals religietheorieën en inleiding sociale wetenschappen, christendom, en geschiedenis van de filosofie. Het tweede jaar bouwt daarop voort met vakken over het lezen van klassieke boeddhistische teksten, naast algemene vakken zoals godsdienstfilosofie, antropologie van de religie, en godsdienstfenomenologie. Het derde jaar is voor de helft een vrije ruimte, de zogenaamde minor (thema: India en het Westen). In de tweede helft is er tijd voor verdiepingsvakken als (boeddhistische) ethiek, terwijl het derde jaar uitloopt op het schrijven van je bachelor-scriptie over een zelfgekozen onderwerp.
”

Op zaterdag 17 maart zou een vergelijkbare dag volgen over de pre-master boeddhisme.
Informatie daarover moet nog komen.
[Op 31 januari nagekomen bericht van André van der Braak: "Overigens kunnen geïnteresseerden in de pre-master ook op 11 februari komen, ze hoeven niet te wachten tot 17 maart."]

==========================================================================

Tot zover de feitelijke informatie die ik op verzoek van André van der Braak, de pas benoemde bijzonder hoogleraar boeddhisme, op dit boeddhisme blog zet.
Op persoonlijke titel wat kommentaar op deze ontwikkeling:
Met deze aangekondigde opleidingen komt een groot aantal institutionele belangen bij elkaar:

1. De VU dat graag het landelijk centrum van (de studie van) de interreligieuze dialoog wil worden en na de Islam - en uiteraard het Protestantisme - nu ook het boeddhisme heeft binnengehaald, en kennelijk ook een het hindoeisme. Een compleet kwartet dus.

2. De Stichting Nicolaas Pierson en 'hun' hoogleraar Andre van der Braak die tegelijk geïntegreerd is geraakt in de VU en de doelstelling van de Stichting voor een deel kan realiseren, althans in de vorm van geven van college's. Dat doel is niet alleen, zelfs niet in de eerste plaats, het geven ‘onderwijs’ maar vooral ook ‘onderzoek’ en dialoog van het boeddhisme met andere religies (zie noot *).

3. De BZI als verlengde van de BUN die, als Justitie er tenminste genoegen mee neemt want het is nog geen echte opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorger (zie noot **), kan zeggen dat nu aan de erkenningseis van Justitie is voldaan en niets meer de definitieve erkenningsovereenkomst kan tegenhouden (nou, niets ....de relevantie van de BUN zelf was ook een voorwaarde).

4. Het ministerie van Veiligheid en Justitie zelf die nu zelf ook een kwartet levensbeschouwelijke richtingen in hun GV-pakket heeft. Een dubbelkwartet zelfs als ik goed tel.

Twee belangen ontbreken in dit rijtje maar die zijn dan ook een stuk minder institutioneel:
5. Die van de studenten - jonge boeddhisten (of misschien jonge ‘andersdenkenden’ met belangstelling voor het boeddhisme) die nu een mooi vak kunnen gaan doen, weliswaar met een zeer onzeker betaald-beroepsperspectief.

6. Die van oude(re) boeddhisten en degenen met duidelijke affiniteit tot het boeddhisme, verblijvend in zorgvoorzieningen die straks ook boeddhistische geestelijke verzorging kunnen krijgen, als ze daar behoefte aan hebben en als die betaalbaar is tenminste.
Ik noem gedetineerden die graag BGV willen niet, want daarvoor heeft Justitie al voldoende mensen in dienst en uitbreiding lijkt niet nodig. Ook noem ik GV in de Krijgsmacht niet want daar werken nauwelijks boeddhisten, is mijn indruk, in ieder geval is het boeddhisme daar geen erkende levensbeschouwing, en dat moet maar zo blijven, is mijn persoonlijke mening.

Hoe verhouden deze belangen zich ten opzichte van elkaar ?
Voor degenen die (als geestelijk verzorger) in organisaties gaat werken, en dus ook voor degenen die daarvoor gaan studeren, is het goed het krachtenveld te begrijpen waarin men verkeert.
Dit is eveneens voor besluitvormers binnen elk van bovengenoemde instituties met belangen relevant.
Tenslotte: voor mij als boeddhist en buitenstaander is transparantie en zuiverheid in praten en handelen een centraal punt.

Een paar punten:
Het belang van de Nicolaas Pierson Stichting en prof. van der Braak (#2) valt – in mijn visie – niet samen met dat van de faculteit Godgeleerdheid van de VU (#1). Van der Braak is bijzonder hoogleraar met een bijzondere opdracht en het kan toch niet zo zijn dat een hele VU-opleiding op deze bijzonder hoogleraar leunt ?
Voorzover de belangen van de VU en van der Braak (namelijk het onderzoek en onderwijs van het boeddhisme in relatie tot andere religies) overlappen (1# en 2#), moeten ze uitsluitend ten dienste staan van de studenten en van (nogal abstract) de interreligieuze discussie. Andere institutionele belangen (3# en 4# bijvoorbeeld) mogen daarbij geen rol spelen !

Lang niet alle studenten van de komende bachelor zullen de ambitie hebben, boeddhistisch geestelijk verzorger te worden. Ook andere beroepen of functies als vrijwilliger worden genoemd. Toch zal ik het in deze blog over de geestelijke verzorging hebben omdat dat de sector is waarin ik me heb verdiept. Voor hen geldt: de opleidingen die in september gaan starten, vormen de basis voor de opleiding tot geestelijk verzorger.
Het belang van BZI en BUN op dit moment is dat het beschikbaar zijn van een opleiding voorwaarde is voor de erkenning van de BUN en het voortbestaan van de BZI. Zie voor de details hieronder.
In hoeverre de belangen van Justitie (3#) en BUN/BZI (4#) overlappen is in deze beschouwing wat buiten de orde; persoonlijk denk ik dat de BZI zich de afgelopen jaren – wat betreft geestelijke verzorging aan gedetineerden - te sterk met Justitie geïdentificeerd heeft.

Tenslotte de objecten van geestelijke verzorging, hierboven als #6 aangeduid.
Daarvan is niet zoveel bekend. Er zijn vast wel bewoners van zorginstellingen (van langdurige zorg) en patiënten in ziekenhuizen die het liefst geestelijke verzorging door een boeddhist krijgen. Maar hoeveel en welk soort (gesprek, samen doen van rituelen, meditatie, algemeen boeddhistisch of volgens een specifieke traditie), daar is niets van bekend.
Het lijkt me een goed idee dat een onderzoek naar deze behoefte wordt gedaan; niet een snel marketing-onderzoek maar de diepte in. Zelfs de grootte-orde is onbekend: zijn er tien nodig of vijftig ... ?
Boeddhistische geestelijke verzorging dient uiteraard betrouwbaar te zijn, een instrument daarvoor is een geaccrediteerde opleiding van de Stichting Kwaliteitsregister Geestelijk Verzorgers. Een master van de VU is dat, zie de webpagina .
Interessant is ook het toetsingskader bij deze accreditatie in de pdf : je moet wel kennen en kunnen als geestelijk verzorger in een zorginstelling!

===========================================================================

Noot *
Uit de advertentie van de VU, mei 2011
"De leerstoelhouder zal:
- onderzoek ontwikkelen en verrichten op het terrein van de ontmoeting van boeddhistische filosofische tradities met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities;
- onderzoek op het gebied van de leerstoel stimuleren, coördineren en ondersteunen, onder andere in de vorm van het begeleiden van promotieonderzoek;
- deelnemen aan één van de onderzoeksprogramma’s van de Faculteit der Godgeleerdheid, ondergebracht in het interfacultaire VU Institute for the Study of Religion, Culture and Society (VISOR);
- onderzoeksvoorstellen doen en (externe) onderzoeksmiddelen verwerven;
- participeren in internationale multidisciplinaire onderzoeksprojecten binnen het domein van de leerstoel;
- onderwijs op het gebied van de boeddhistische traditie in dialoog met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities ontwikkelen en uitvoeren, met een focus op de raakvlakken tussen boeddhistisch en westers continentaal denken
."


Noot **
Een eis van (toen nog) het ministerie van Justitie bij het voorlopig erkennen van de BUN in november 2008 luidde: “Het verlengen van de erkenning geschiedt tevens onder de voorwaarde dat binnen drie jaar na deze erkenning een opleiding boeddhistisch geestelijk verzorger op universitair niveau beschikbaar is.”
De periode van drie jaar is met een paar maanden verlengd; ik vermoed omdat niet tijdig de evaluatie kon worden voltooid waarin duidelijk moesten of was voldaan aan bovengenoemde eis en die van de representativiteit van de BUN (wat betreft breedheid van de overkoepeling; effectiviteit: de daadkracht ten opzichte van en het effect van de BUN op de boeddhistische gemeenschap in Nederland; continuïteit en stabiliteit van de BUN; en de toegankelijkheid).

Ik vermoed dat met de bachelor zoals hierboven beschreven nog niet is voldaan aan de eis van Justitie. Dat vermoeden baseer ik op eerdere uitlatingen over een nog komende ambtsopleiding boeddhisme.

Opvallend is dat op de website van de VU geen informatie is te vinden over deze te starten ambtsopleiding boeddhisme waarover het bestuur van de BZI begin november 2011 de leden van de BUN berichtte:
“... Het huidige plan is om aan een eenjarige masteropleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger een (internationale) eenjarige boeddhistische ambtsopleiding te koppelen. Dit extra jaar stroomlijnt de opleiding inhoudelijk met die van andere religies, wat de VU noodzakelijk acht, gelet op de gelijkschakeling van de beroepsprofielen van pastoraal werkers, en geestelijk verzorgers in Nederland.”

Als ik de onderwijssystematiek goed begrijp volgen de master en de ambtsopleiding na de door de VU nu bekend gemaakte bachelor en de erop volgende pre-master. Inhoever opleidingen in hetzelfde jaar gecombineerd kunnen worden, weet ik niet.
De BZI-notitie vervolgt met: “Omdat voor academisch geschoolde ambtsdragers in het boeddhisme geen pasklare term voorhanden is, zal de internationaal gangbare term chaplains worden overgenomen.
...
Door het gebruik van het begrip chaplain wordt de boeddhistisch ambtsdrager nadrukkelijk onderscheiden van de functie van dharma teacher. ... Door hun vertrouwdheid met zowel de traditioneel boeddhistische context als die van het moderne leven zullen boeddhistische chaplains in staat zijn vernieuwing en traditie in het juiste licht te plaatsen en te voorzien in een in de samenleving levende behoefte aan kennis over het boeddhisme die zowel in de boeddhistische praktijk als het academische denken geworteld is.
De huidige stand van zaken is, dat vanuit de VU eind november een subsidieaanvraag zal worden ingediend bij het ministerie van OCW voor de eenjarige postdoctorale ambtsopleiding.
...
Indien de subsidie daadwerkelijk door OCW wordt verleend, zal de opleiding in september 2012 aan de VU van start kunnen gaan.
“

Of de VU daadwerkelijkheid eind verleden jaar deze aanvraag bij OCW heeft ingediend en of – indien dit het geval is – OCW daarover al positief gaat beslissen (dat wordt belist geen hamerstuk, is mijn inschatting), is niet bekend. Hopenlijk wordt deze duidelijkheid binnen een paar maanden gegeven.

Op de via de website van de BUN te bereiken pagina staat:
“Tijdens deze voorlichting (van de VU, op 11 februari dus, zie boven) zal je (de aanstaande student dus), naast de praktische informatie en een minicollege over de bachelor opleiding, ook geïnformeerd worden over de mogelijkheden en voorwaarden om te starten met een premaster opleiding. Deze opleiding bereid je voor op de master opleiding Boeddhistisch geestelijk verzorger, welke start in het studiejaar 2013-2014.”

Deze informatie heb ik niet op de website van de VU gevonden. Mogelijk is het wat voorbarig; minstens betekent het een jaar uitstel ten opzichte van de hierboven geciteerde informatie van november 2011.
Als ik meer gegevens krijg, geef ik (Joop Romeijn dus, nogmaals: dit alles schrijvend op persoonlijke titel) dat op deze blog door.

zaterdag 7 januari 2012

Wat hebben mensen (boeddhisten ook) toch tegen denken ?

Herhaaldelijk wordt me gezegd – ja, verweten – dat ik niet “zo in m’n hoofd moet zitten”, niet zoveel moet denken.
Wat me daarbij dan verbaast is dat anderen kennelijk weten wat “denken” is. Ik eigenlijk niet.
In ieder geval constateer ik allerlei vormen bij mezelf van aaneengeregen (1) woorden, (2) beelden en (3) concepten. Soms heb ik de indruk dat ik controle heb op die aaneenrijging, en die “ik” is dan een logicus; anders gezegd: denken als vorm van logica, of: logica beoefenen als een vorm van denken.
Een andere keer schieten die gedachten alle kanten op, van sommige heb ik wel de indruk dat ik ze een beetje wil denken, en ook een beetje – het obsessieve deel – niet. Maar een andere keer zijn het gedachten die zichzelf lijken te denken, die ik me als willekeurig vurende neuronen (vast wel met een doel) voorstel. Dat merk ik dan vooral in m’n vipassana-meditatie (“denken”, “denken”, “denken”).

Lastiger nog in het verwijt dat ik zoveel denk is dat er een tegenstelling bij geconstrueerd wordt tussen denken (rationaliteit, logica) en voelen; tussen “het hoofd” en “het hart”. De beeldspraak is niet de mijne en berust ook niet op biologische kennis (zou “voelen” meer in het hart – die bloedpompende spier – zitten dan elders in het lichaam?). En berust ook niet (bij aanhangers van oosterse wijsheid) op historische kennis; wat dat er hersenen in het hoofd zitten en dat die dingen doen zoals denken, komt niet voor in oude oosterse teksten.

A propos beeldspraak; dat “in het hoofd leven” is ook zoiets; hoe doe je dat eigenlijk?
En kan je dat ook met andere lichaamsdelen, “in je grote teen leven” bijvoorbeeld ?
Een uitzondering ken ik, de uitdrukking dat mensen (mannen) hun pik achterna lopen.
Een andere hoort bij de uitdrukking “z’n hart volgen” Die herken ik ook en dat heb ik ook wel gedaan in m’n leven (ook wel niet); maar ik betwijfel of hier de tegenstelling hart versus verstand bruikbaar is: is het volgen van het hart dan voelen? Ik denk dat het meer gaat om de tegenstelling: het ten uitvoer brengen van de ene serie steeds terugkerende gedachten (genoemd ‘het hart’ wegens de prettige associaties erbij) en het daardoor niet volgen van andere gedachten (bv die aan sociale zekerheid, wegens risicomijdende angsten, gevoelens dus).

Terug naar de (vermeende) tegenstelling denken versus voelen. Als vage spirituelen zoiets zeggen, kan ik daar m’n schouders over ophalen en denken dat het om weinig gedisciplineerde geesten gaat die zichzelf van alles wijsmaken. Maar ook mensen die ik waardeer, doen dat, en dan wordt het lastiger.
Vooral omdat ik die tegenstelling niet als zodanig ervaar. Natuurlijk, ik merk wel het onderscheid tussen spontaan, soms impulsief, opkomende neigingen: warme en soms koude uitingen van me enerzijds, en berekenend gedrag anderzijds.
Zou men met “in het hoofd zitten” dan bedoelen dat ik berekenend ben? Ik heb niet de indruk.

Nog een ander aspect waarom ik er moeite mee heb. De laatste tijd heb ik me weer verdiept in de evolutietherie, in het (neo-)darwinisme, met name in de evolutie van de mens, homo sapiens.
De vraag is dan: wat is het verschil tussen mens en dier? Er zijn een paar verschillen (naast vele overeenkomsten!) Het kunnen denken is duidelijk een van die verschillen, het kunnen manipuleren van symbolen, het kunnen hanteren van de taal. Veel meer dan “voelen” in ieder geval wat bij dieren toch ook voorkomt. Is een dier zijn dan het ideaal van een niet-denkende? Nee, toch? Ja, maar, zo zal men tegenwerpen: we hebben het dan over “hogere gevoelens” en die hebben dieren niet.

Daarmee beland ik dan eindelijk bij m’n boeddhistische thema. Dieren hebben wel enige tamelijk hoge gevoelens zoals rouw bij gestorven familieleden of empathie voelen; maar de neiging tot religiositeit, tot transcendentie, is volgens mij bij dieren niet aangetroffen of aangenomen.

Laat ik persoonlijk beginnen: als ik niet van denken had gehouden, niet een grote intellectuele nieuwsgierigheid had en heb, die zich uit in het graag boeken lezen, dan had ik nooit het boeddhisme ontdekt. Alleen al om die reden heb ik nooit de behoefte, maar vermogen om te denken en mijn liefde voor het lezen te verloochenen.
Dhamma-studie vind ik nog steeds heilzaam, mits met mate beoefend, zonder dat het een doel op zich wordt.
Naast de pure meditatie, vipassana of samatha, zijn er nog twee andere vormen van beoefening in dit verband interessant:

- Het beoefenen van liefdevolle vriendelijkheid en compassie: gebeurt (in de vormen die ik ken) niet zonder woorden, dus niet zonder denken; daar heb ik een paar weken geleden al over geschreven (hier).

- Het contempleren, ook wel genoemd 'diep denken’.
Volgens mij een verwaarloosd gebied van aandacht voor het boeddhisme in het Westen; mogelijk omdat het begrip ‘contemplatie’nogal een katholieke connotatie heeft. De begripsverwarring over de diverse vormen van beschouwen blijkt ook uit deze passage in wikipedia over het lemma meditatie “In het Christendom wordt met meditatie vaak contemplatie bedoeld. Contemplatie is de beschouwing van een (Bijbel-)tekst of een gebeurtenis uit het leven van Jezus, waardoor deze tekst of gebeurtenis betekenis krijgt en verinnerlijkt wordt. Voorbeelden hiervan zijn .... Vaak gaat deze vorm van meditatie met een vorm van devotie gepaard.
Meditatie betekent in de westelijke traditie ook peinzen over iets, zoals Descartes zijn werken ook meditaties noemde: dieper doordenken over iets, over fundamentele vragen of problemen
”
Contemplatie behoort ook bij de boeddhistische beoefening, en bepaald niet alleen bij Tibetaanse scholen.
Het is zich concentreren op een beperkte gedachtenreeks, niet op allerlei associaties ingaan; het werkt concentrerend maar is op zich geen vorm van concentratie-meditatie (samadhi).
Inspirerend voor mij zijn vaak de Contemplations on the Four Sublime States door Nyanaponika geweest (zie hier).

Nog een aspect van het thema ‘boeddhisme en denken’, liever gezegd van liever niet-denken; over het anti-intellectualisme van sommige (Zen-)boeddhisten. Opnieuw: dat zich afzetten tegen het denken, tegen bv het lezen van teksten, verbaast me. Met name van non-dualisten zoals Zen-boeddhisten zeggen te zijn is hun geconstrueerde dualiteit denken tegenover niet-denken raar.

Soms lees ik de vraag: kunnen dieren denken? Die vraag wordt verschillend beantwoord.
Of 'kunnen computers denken', wat meestal wordt ontkend.
Maar interessanter is de vraag:
Kunnen mensen (boeddhisten ook) denken?

donderdag 8 december 2011

Een nieuwe VU hoogleraar boeddhistische filosofie

Gisteren meldde de website van Ad Valvas dat de VU een bijzonder hoogleraar
'Boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities’ krijgt.
In de persoon van André van der Braak, in boeddhistisch Nederland wel bekend.
Zie hier; en ook op de website van de Faculteit Godgeleerdheid

Prima natuurlijk, die functie-omschrijving, al vind ik wel dat de boeddhisten met die dialoog eerst maar eens moeten oefenen; in dialoog namelijk met elkaar, tussen de diverse boeddhistische tradities, want die ontbreekt grotendeels.
Verder interesseert de boeddhistische filosofie me zeer, daarom heb ik dan ook een paar keer een lezingencyclus van deskundigen zoals Richard Hayes daarover gevolgd. Geïnteresseerden zouden eens het boek Buddhist Philosophy: Essential Readings van Edelglass en Garfield (eds) door kunnen bladeren. (Zie amazon.com en books.google)
Men is immers nooit te oud om te leren; ik in ieder geval niet, al hoef ik geen (boeddhistische) baan meer te hebben.

Het bericht was reden voor mij hem een felicitatie-mailtje te sturen:

Beste André

Een uurtje nadat ik je vanmorgen mailde, las ik op ' Advalvas.vu' van je benoeming tot bijzonder hoogleraar.
Gefeliciteerd daarmee. (En ook Annewieke en de rest van de VU daarmee gefeliciteerd)

De zaken die je, blijkens dit bericht, aan de orde wil gaan stellen, komen me als zeer relevant voor
...
Uiteraard gaan je activiteiten alle boeddhismen betreffen, dus niet alleen Zen, zoals we al eerder hebben besproken. Ik denk dat het 'vroege boeddhisme' aka Theravada niet zo moeilijk voor jou zal zijn om dieper te bestuderen (hoewel ik je laatst op de BOS-radio wat al te makkelijk de term 'BoeddhaNatuur' hoorde gebruiken alsof alle boeddhisten daarin geloven; en verder beveel ik je het werk van David Kalupahana aan) maar het Tibetaans boeddhisme is wellicht wat lastiger om met gezag iets over te zeggen, dat zou het althans voor mij zijn.

"Het boeddhisme wordt steeds populairder in Nederland" zeg je in Ad Valvas. Dat is een cliché; ik denk eigenlijk dat het als hype voorbij is en dat afgezien van geseculariseerde producten als 'mindfulness' weer een serieuzer en dus kleiner aantal beoefenaren gaat krijgen de komende jaren. (Okay, laat ik eerlijk zijn: dat hoop ik)

Wat je zegt over de boeddhistische omroep, is me uit het hart gegrepen, daarom betwijfel ik ook of de fusie VPRO-BOS zo gelukkig is: kan wel eens 'grachtengordelboeddhisme' opleveren.

Goed dat je aandacht gaat besteden aan maatschappelijk-ethische zaken, al lijkt "het oplossen van maatschappelijke vraagstukken" me wat hoog gegrepen.

Het valt me op dat in Ad Valvas niet wordt gesproken over een opleiding geestelijk verzorger c.q. boeddhistische ambtopleidingen (ik denk dat meervoudsvorm op z'n plaats is) door de VU in de nabije toekomst. Ik weet niet of de aanvraag al aan Onderwijs gestuurd is; dat zou eind november gebeuren, schreef Artho Jansen maar dat hoeft nog niet zo gebeurd te zijn.
Je weet dat ik over zo'n 'beroepsopleiding' altijd twijfel over heb gehad en nog heb, o.a. doordat het statusproject van een paar beroepsboeddhisten was (die fantasieën over een boeddhistische zuil hadden) en door het gebrek aan transparantie over de procedure, mede doordat de druk van Justitie een grote rol speelt. Maar vooral doordat het niet een organisch gegroeide stap was, daar in Nederland nauwelijk Dharma-studie plaatsvindt. Wat je er hier van breder (en belangeloos) bestuderen van de Dharma door Nederlandse boeddhisten zegt, klinkt veel beter.
Ik hoop dat je vanaf september veel studenten krijgt. En dat je veel gaat schrijven, over boeddhismen.

Tenslotte nog twee lijstjes met onderzoekssuggesties zoals ik die de afgelopen tijd heb opgesteld. Deze en vooral. Wellicht kan je er wat mee, als studieobjecten, voor jezelf of mogelijk voor je studenten.

Je zal het nog druk krijgen die ene dag per week. Mijn voorspelling is dat het je wel meer tijd gaat kosten.

Vriendelijke groet

Joop


De eerdere mail aan hem waarnaar ik verwijs, betrof o.a. zijn boek ‘Nietzsche and Zen’, met name het zich toeeigenen van Nagarjuna door de Zen-traditie. En verder over plannen met mijn blog.
Onder andere schreef ik: “Een andere tekst die ik van plan ben te schrijven op m'n blog gaat (ook) over de dialoog tussen de boeddhistische tradities waarvan jij met mij vindt dat daar - ook op de VU - meer aandacht voor moet komen. Namelijk een samenvatting en misschien stukjes vertaling van David Chapman.
Daarnaast zal ik in m'n blog ook nog wel kritische stukken over het georganiseerde boeddhisme in Nederland moeten schrijven, zolang de BUN nog bestaat in ieder geval; in mijn logika niet zo lang meer
.”


André heeft me inmiddels vriendelijk bedankt voor m’n felicitaties en verteld over college-series die hij begin 2012 gaat geven.
Op m’n meer ‘lastige’ opmerkingen heeft hij (nog) niet gereageerd, maar dat zijn thema’s die best wel weer terugkomen, ook in 2012

donderdag 1 december 2011

Tentoonstelling ‘De Gouden Eeuw van China’ leidt tot de vraag ‘Hoe bestudeert men Zen ?’ – en andere vragen

Tot april volgend jaar is in het Drents Museum in Assen de tentoonstelling ‘De Gouden Eeuw van China’ te bezichtigen. Informatie hier. Die ‘gouden eeuw’ is volgens de organisatoren de bloeitijd van de Tang-dynastie (618 – 907 na Chr): de glorieuze dynastie met de grootste open culturele uitstraling uit de hele Chinese geschiedenis.
Geen mega-tentoonstelling, maar een behapbaar aantal mooie beelden, in hun context.

Boeiend voor mij is dat dit de periode was dat het – al een paar eeuwen eerder in China vanuit de zijderoute geïntroduceerde – boeddhisme tot bloei is gekomen, Chan (in Japan: Zen) was een van de vormen ervan, maar bepaald niet de enige. De aanhang van het Zuivere Land boeddhisme en Tientai was groter. Interessant vond ik de mededeling in het boek bij de tentoonstelling dat Chan vooral de populair was bij schrijvers en militairen. Schrijvers, dat begrijp ik, maar militairen?


Eén van de aardigste boeken over Chan/Zen is ‘Seeing through Zen’ van John McRae, voluit: ‘Seeing through Zen: Encounter, Transformation, and Genealogy in Chinese Chan Buddhism’ (2003).
Delen ervan zijn te lezen via books.google.nl

Het voor menig niet-Zen-boeddhist irrationele en soms historisch ronduit onjuiste van veel Zen-beweringen worden er begrijpelijker door. En ook enigszins (voor mij) de functie van zulke verhalen.

Het boek is goed samen te vatten door zijn Vier Regels voor Zen Studie.
Hieronder een eerste poging tot Nederlandse vertaling ervan.

1. Het is niet waar, daarom is het des te belangrijker
De inhoud van Zen-teksten moet men niet proberen te begrijpen door simpel criteria van journalistieke accuratesse te hanteren,, zoals de vraag ‘Is dat werkelijk zo gebeurd?’
Want elke gebeurtenis of uitspraak die gedaan zou zijn, is op zichzelf een triviale realiteit waar maar een handjevol mensen bij betrokken waren, vergeleken met de duizenden die in de loop van eeuwen betrokken waren bij het scheppen van de Zen-legenden.
De mythisch-poëtische creatie van Zen-literatuur impliceert de religieuze verbeeldingskracht van de Chinezen, een fenomeen op grote schaal en van diepe betekenis.

2. Stamboom- (lineage) beweringen zijn zo onjuist als ze sterk zijn
Uitspraken over identiteit en geschiedenis bepaald door afstamming waren polemische instrumenten van zelfbepaling, en niet critische evaluaties van chronologische feiten overeenkomstig een modern concept van historische accuratesse. Inzoverre enige lineage-uitspraak van betekenis is, is hij ook een misrepresentatie; lineage uitspraken waarvan aangetoond kan worden dat ze historisch accuraat zijn zijn tegelijk onvermijdelijk inconsequent als uitspraken over religieuze identiteit.

3. Precisie impliceert ontbreken van accuratesse
Aantallen, data en andere details geven een schijn van waarheid aan een verhaal, maar des te groter de details worden, des te meer zouden we ze moeten kunnen herkennen als literaire stijlfiguren. Speciaal in Zen studies zijn grotere details een product van het grotere verstreken zijn van de tijd, en de vaagheid van vroegere uitspraken duiden juist op haar juistheid. Terwijl we een misverstanden leidende zoektocht naar bronnen zouden moeten vermijden, moeten we ook ‘echte feiten’ en ornamenten weten te onderscheiden. Zelfs als we het lijnenspel van middeleeuwse polemiek in overweging nemen.

4. Romantiek veroorzaakt (fokt) cynisme
Verhalenvertellers creëren onvermijdelijk helden en boeven, en de afbeelding van de eerste Zen-patriarchen en ikonen verlammen ons begrip voor zowel de Tang-gouden-eeuw als het veronderstelde remmende formalisme van de Song-dynastie. Als één zijde wordt verheerlijkt, moet de andere gedemoniseerd worden, en op die manier verdwijnen beide kanten in een incognito. De botsing tussen Zen-romantici en de verdedigers van het triomfantalisme van Confucius-aanhangers is een obstakel voor het begrijpen van zowel Chan als de Chinese civiele traditie.


Tot zover deze ruwe vertaling
Ongetwijfeld zijn vergelijkbare stellingen ook wel over andere boeddhistische tradities te bedenken, maar naar mijn overtuiging lang niet zo vergaand als bij Chan en haar Japanse navolger Zen.
Zo hoef ik niet meer verbaasd te denken “dat klopt toch niet?” als ik een Zen-boeddhist hoor uitleggen waarom de Boeddha Mahakasyapa aanwees als zijn opvolger: deze begreep als enige de bedoeling toen die een bloem omhooghield: hij glimlachte; de overdracht overstijgt de woorden.
De Chinezen zeiden niet zoals ik lomp niets te zien in reïncarnatie maar wijzigden dat concept subtiel in hun cultuur van voorouderverering: de lineage.

Wat in meerdere tradities sterk optreedt is het antidateren van het ontstaan van teksten en praktijken, soms wel eeuwen. Kennelijk vanuit de idee: hoe ouder, hoe authentieker en wijzer een methode is.
Bijvoorbeeld, voor mij relevant, de vraag wanneer de (Theravada-) meditatievorm ´vipassana´ ontstaan is: ten tijde van de historische Boeddha, eeuwen later of pas eind 19e eeuw, als constructie van monniken in Birma die het nut begonnen in te zien van mediteren door leken. Ik gebruik de term ´constructie´, terwijl anderen binnen de traditie spreken van ´herontdekken´.

Slotvraag: doet het er iets toe ?

vrijdag 11 november 2011

Wat is "kritisch boeddhisme"? - En geloof ik dan in de "BoeddhaNatuur" ? Deel 2

M’n vorige blog over BoeddhaNatuur (en critisch boeddhisme) kan ik samenvatten met:
Volgens sommige Mahayana-verdedigers is het begrip ‘BoeddhaNatuur’ niet strijdig met de anatman-gedachte. Want dit begrip moet niet ontologisch begrepen worden. Het is bedoeld als vaardig hulpmiddel (skilful means, upaya), vooral bestemd voor boeddhisten die bang zijn voor de leegte (sunyata).
Sommige Mahayana-teksten en sommige (Zen-)boeddhisten gaan veel verder, bij hen is ‘BoedhaNatuur’ niet louter een conceptueel en didactisch hulpmiddel maar een positieve realiteit.

Nu is boeddhisme volgens mij niet voor bange mensen. Ik ben in ieder geval minder bang voor de leegte dan voor de idee, cosmisch met alles verbonden te zijn. Voor mij werkt kennelijk deze upaya niet.
Met dit in het achterhoofd ga ik terug naar het vroege boeddhisme en m’n vipassana meditatie.
Theravadins zijn het er niet over eens of de Boeddha (d.w.z. de Pali Canon) het over BoeddhaNatuur heeft gehad; hoogstens in andere woorden dan.

Er is één tekst die éénmaal – in de duizende pagina’s Sutta-teksten – voorkomt en er een beetje op lijkt, in Anguttara Nikaya 1:49

Pabhassara (Helder)

"Helder, monniken, is de geest (citta). En het is bevuilt door inkomende bezoedelingen."

"Helder, monniken, is de geest (citta). En het is bevrijdt van inkomende bezoedelingen."

"Helder, monniken, is de geest (citta). En het is bevuilt door inkomende bezoedelingen. De ongeïnstrueerde doorsnee persoon onderscheidt dat niet, als het aanwezig is, daarom zeg ik jullie dat - voor de ongeïnstrueerde doorsnee persoon - er is geen ontwikkeling van de geest (citta)."

"Helder, monniken, is de geest (citta). En het is vrij van inkomende bezoedelingen. De goed geïnstrueerde leerling van de Nobelen onderscheidt dat, als het aanwezig is, daarom zeg ik jullie dat - voor de goed geïnstrueerde leerling van de Nobelen - dat er ontwikkeling is van de geest (citta)
."

(Nederlandse vertaling door Django Vaal naar de Engelse van Thanissaro Bhikkhu)

Met name Thaise woudmonniken zien ´citta´ hierin een betekenis die veel lijkt op ´BoeddhaNatuur´
Ajahn Chah bijvoorbeeld in zijn talk , ´A Taste of Freedom´ :
"Our practice is simply to see the Original Mind. So we must train the mind to know those sense impressions, and not get lost in them. To make it peaceful. Just this is the aim of all this difficult practice we put ourselves through.
...
The human mind, the mind which the Buddha exhorted us to know and investigate, is something we can only know by its activity. The true 'original mind' has nothing to measure it by, there's nothing you can know it by. In its natural state it is unshaken, unmoving. When happiness arises all that happens is that this mind is getting lost in a mental impression, there is movement. When the mind moves like this, clinging and attachment to those things come into being.
”

Andere Theravada-monniken menen van niet. Bhikhu Bodhi wijst bv op de kontekst van deze tekst; hij zegt “... The fact that this expression ´luminous mind´ does not signify any ´eternal and pure mind-essence´ is evident from the preceeding text, in which the mind is said to be extremely fleeting and transitory “

Thanisarro Bhikkhu gaat een stap verder; bij zijn vertaling geeft hij als voetnoot:
”This statement has engendered a great deal of controversy over the centuries. The commentary maintains that ´mind´ here refers to the bhavanga-citta, the momentary mental state between periods when the mental stream adverts to objects, but this statement raises more questions than it answers.
...
A more reasonable approach to understanding the statement can be derived from taking it in context: the luminous mind is the mind that the meditator is trying to develop. To perceive its luminosity means understanding that defilements such as greed, aversion, or delusion are not intrinsic to its nature, are not a necessary part of awareness. Without this understanding, it would be impossible to practice. With this understanding, however, one can make an effort to cut away existing defilements, leaving the mind in the stage that MN 24 calls ´purity in terms of mind.´ This would correspond to the luminous level of concentration described in the standard simile for the fourth jhana:...
From this state it is possible to develop the discernment that not only cuts away existing defilements but also uproots any potential for them to ever arise again. Only in the stages of Awakening that follow on those acts of discernment would ´consciousness without feature´ be realized.
”

In een essay genaamd ‘Freedom from Buddha Nature' gaat hij daar nader op in.
Ook de blogger Jayarava – waarbij ook het Pali-origineel te vinden is, zegt hier verstandige dingen over.

Het is opvallend dat sommige Westerse vipassana-leraren, ook degenen die een duidelijk Theravada-achtergrond hebben, de duidelijk niet in de Pali Canon voorkomende term BuddhaNatuur toch gebruiken.
Paul Boersma - in het tijdschrift Simsara (mei 2008)- zegt: “Boeddhanatuur werd vanaf de derde eeuw na Christus in het Mahayana boeddhisme een belangrijk begrip, niet alleen voor de theorie maar ook voor de praktijk.
De Vipassana-meditatie die wij allen beoefenen is afkomstig uit de Theravada traditie, maar ik behoor niet tot degenen die zich uitsluitend willen beroepen op de zogenaamde oorspronkelijke ware leer. Integendeel, ik ben me ervan bewust dat sommige aspecten veel beter uitgewerkt worden in Mahayana geschriften dan in wat we nu nog over hebben van het vroege boeddhisme (voornamelijk Theravada). Dat geldt met name voor de metafysische aspecten van de boeddhistische leer
.”

Een boek van een van degenen die vipassana (insight meditation) in het westen hebben geïntroduceerd, Jack Kornfield heeft zelfs als titel 'Your Buddha Nature' Zo zijn er tal van voorbeelden te vinden.
Veel van deze auteurs/leraren wijzen erop dat deze kern, dit ‘goddelijk principe’ welhaast, in de meditatie kan worden ervaren.

Ik kan niet veel meer dan zeggen dat ik deze ervaring niet heb; dat roept wel de interessante vraag op of je in iets moet geloven om het te ervaren ? Het zou me niets verbazen als dat zo is.
In ieder geval ervaar ik wel – een enkele keer – de leegte als vorm van de dingen zoals ze werkelijk zijn. Dat komt mogelijk mede doordat ik veel over deze ‘Middenweg’ (Madhyamaka) heb gelezen en gecontempleerd; van Nagarjuna maar ook van een Theravadin zoals Buddhadasa Bhikkhu trouwens, zie bv z´n tekst over Emptiness.

Resteert de vraag of het verstandig is naar Westerse boeddhisten of vipassana-meditatoren toe de term BoeddhaNatuur te gebruiken. Ik denk van niet; niet omdat het de vraag is of ziets als BoeddhaNatuur objectief bestaat, maar omdat het het vertrouwen geeft dat er grond onder de voeten mogelijk is of te bereiken is. En ik denk dat dat vertrouwen een illusie is.
Wellicht krijg ik met deze voorkeur van ‘Leegte’ boven ‘BoeddhaNatuur’ het verwijt dat dit een kille benadering is. Waar blijft de compassie, het besef van het inherent goede in mij, in alle levende wezens?
Liever dan deze begrippen stel ik de empathie centraal. Daar wil ik binnenkort over schrijven, waarbij ook de betekenis van spiegel-neuronen aan de orde komt. Empathie voor de door anderen voortdurend ervaren dukkha, als fundamenteel niet-non-dualistisch begrip.

Joop

donderdag 3 november 2011

Wat is "kritisch boeddhisme"? - En geloof ik dan in de "BoeddhaNatuur" ? Deel 1

In de negentiger jaren kwam in het Japanse boeddhisme een meningsverschil dat tientallen jaren had gebroed tot uitbarsting en verbreidde zich over de wereld. Het begon met een discussie over sociale discriminatie binnen de Soto-Zen school; volgens sommigen werd er door boeddhisten stilzwijgend en soms openlijk steun te geven aan een verscheidenheid van Japanse tradities en praktijken die vrouwen, armen en etnische minderheidsgroepen discrimineren of ze benadelen. Door na te denken over hun ervaringen met deze groep gingen Matsumoto en Hakayama Noriaki kritiek leveren op het Japanse boeddhisme, die een steeds breder terrein besloeg. Zaten er - zo vroegen zij zich af - in de Japanse interpretatie van het boeddhisme niet onjuistheden waardoor onderdrukkende sociale gebruiken konden ontstaan en waardoor ook de rol van sommigen boeddhisten in Japan's agressie in de Tweede Wereldoorlog te verklaren valt?

‘Kritisch boeddhisme’ is ook een ‘terug naar de bronnen’, het verwijderen van lagen opportunisme en machtsdenken en het opnieuw waarderen van de ethische dimensie, die bij het Zen-boeddhisme nogal verwaarloosd is. In die zin kan de stelling van de Japanse critici begrepen worden: het boeddhisme is per definitie kritisch, ook in de zin van “onderscheidend”.

Eén van de meest hete hangijzers in de analyse van deze kritische boeddhisten was dat de leer van de BoeddhaNatuur niet boeddhistisch is, maar bij een soort volksspiritualiteit hoort. Ook de ‘non-dualiteit’ zoals in de Vimalakirti Sutra geleerd, is onacceptabel.
Een deel van teksten uit deze discussie is vertaald in het boek 'Pruning the Bodhi Tree', en riep ook in angelsaksiche landen nogal wat discussie op. Aan Nederland ging die discussie voorbij.
“Pruning the Bodhi Tree – The Storm over Critical Buddhism”
Edited by Jamie Hubbard & Paul L. Swanson.
University of Hawaií Press, 1997

Ik beperk me hier overwegend tot een korte beschrijving van een paar hoofdstukken uit dit boek.
De vraag wat “BoeddhaNatuur” eigenlijk is, is niet zo eenvoudig te beantwoorden, er is in de loop van de tijd nogal wat - verschillends - in dit concept gestopt: van zeer feitelijk tot zeer transcendent en mystieks.
Een kort overzicht biedt http://nl.wikipedia.org/wiki/Boeddha-natuur. Uitgebreider is de engelse versie in http://en.wikipedia.org/wiki/Buddha-nature; hier wordt ook het concept “tathagata-garbha” gebruikt, afgezien van subtiele verschillen een synoniem van het concept “BoeddhaNatuur”.

Eerst het hoofdstuk “The Doctrine of Tathagata-garbha Is Not Buddhist” door Matsumoto Shirõ
Deze doctrine is niet boeddhistisch omdat hij essentialistisch en monistisch is en op atman-denken gebaseerd. En, zoals we weten, is juist het kenmerk van het boeddhisme de idee van niet-zelf (anatta)
Boeddhistisch daarentegen – zo licht Paul Swanson in een eerder hoofdstuk toe – is de leer niet-zelf en die van de causaliteit (pratityasamutpada). Deze leer is niet die van de universele wederzijdse afhankelijk en niet-temporale causaliteit zoals later ontwikkeld maar die van de twaalfvoudige keten, zich afspelend ìn de tijd, van het afhankelijk ontstaan.
Matsumoto heeft geen probleem met de stelling dat alle levende wezens een Boeddha zouden kunnen worden; zijn probleem begint bij de vervolgstap dat deze mogelijkheid dan al als kern of embryo in alle levende wezens aanwezig is; en al helemaal met de daarop volgende stappen dat alle levende wezens dus BoeddhaNatuur hebben en dus in essentie al Boeddha zijn. Het probleem zit juist in het begrip `Natuur` (hier te begrijpen als ´aard´, ´essentie´), door hem genoemd het ´dhatu´-begrip dat hij bestrijdt.
Het is een inside-discussie tussen Zen/boeddhisten maar hij beschrijft ook hoe ”He (Hakamaya Noriaki) sees Dõgen’s thought to entail a fundamental critique of the ideas of original enlightenment and tathaqgata-garbha, and proceeds to dramatize how, in the later history of the Sõtõ sect, this fundamental position of Dõgen was twisted and changed into teaching the very thing its originator had criticized. ”

Een antwoord hierop wordt gegeven door Sallie King in het hoofdstuk “The Doctrine of Buddha-Nature Is Impeccably Buddhist”. (ïmpeccably betekent: onberispelijk). Haar verdediging is als volgt:
Men moet kijken hoe termen als BoeddhaNatuur functioneren in teksten die men bestudeert. Ze ontkent niet dat het concept BuddhaNatuur een atman-karakter heeft; maar, de Buddha-Nature Treatise (die zij als belangrijkste bron gebruikt) legt de term ´atman´ juist in termen van mainstream Mahayana-denken. `Atman´ betekent hier de ware, essentiële, aard van alle dingen.
Ook ‘pratityasamutpada’ krijgt de waardering die het verdient, vooral in de vorm van ‘sunyata’ (leegte) als konsekwentie ervan.
Daarmee komen we bij de kern van haar betoog: veel boeddhisten zijn bang voor het begrip ‘sunyata’, zijn bang voor de leegte; ze ervaren het als nihilisme. Sunyata is natuurlijk niet nihilistisch; maar als vaardig middel (skilful means, upaya) voor mensen die deze angst hebben, wordt dan in plaats daarvan het begrip `BoeddhaNatuur´ gebruikt.

[Even een zijspoor: in de Westerse filosofie valt soms de term “horror vacui”, als uitdrukking voor de onzekerheid van de mens, die niet kan leven met twijfel en onzekerheden en niet ingevulde vraagtekens. Volgens deze redenering probeert de mens op elke vraag een passend antwoord te vinden en voor alles een verklaring te zoeken. Kennelijk hadden sommige Aziatische mahayanisten deze horror vroeger ook.]

De conclusie van Sallie King dat de stelling dat het concept BuddhaNatuur essentialistisch (dhatu-vada is hier de gebruikte term) is, onjuist is.
Want ´BoeddhaNatuur´ is een soteriologisch (ongeveer: op ´ontwaken´ of op ´transformatie´ gericht) concept en is ontologisch neutraal.
Daarmee heeft het concept ´BoeddhaNatuur´ opnieuw een onschuldig karakter gekregen, maar twee vragen blijven wel staan:
- Is het zien van sunyata als logisch gevolg van de pratityasamutpada-idee niet wat kort door de bocht?
- Is BoeddhaNatuur echt een niet-nihilistisch synoniem voor sunyata ? En zijn er ook niet heel wat
Mahayana-teksten die BoeddhaNatuur een veel verdergaande (ontologische) betekenis geven,
zoals kan blijken uit het Wikipedia-artikel?

In een volgende post een poging tot antwoord op de meer persoonlijke vraag “Geloof ik dan in de BoeddhaNatuur?” Daarin ook tekstonderzoek in de Pali-Canon over dit concept, want daar is in de Wikipedia-artikelen ook sprake van.

Joop

zondag 30 oktober 2011

Nog steeds Stephen Batchelor - Boeddhisme zonder geloof, althans in reïncarnatie

Ik heb aan drietal retraites van Stephen (en Martine) Batchelor gevolgd, in Zwitserland en in Nederland, en heb de meeste van z’n boeken gelezen. Daardoor ben ik erg aan hem gewend geraakt, misschien iets teveel want ik merkte een beetje op hem uitgekeken te zijn.
Anderen duidelijk niet
Zoals Glenn Wallis schreef (http://speculativenonbuddhism.com/2011/05/12/ted-meissner-responds-to-b-alan-wallace/): “Do you want to liven up a group of somewhat staid western Buddhists? I have just the thing: say “Stephen Batchelor”! It’s happening again over at Sujato’s Blog: http://sujato.wordpress.com/2011/06/11/discussion-on-secular-buddhism “
Alleen al de verwijzing van (Theravada-bhikkhu) Sujato naar een discussie met Alan Wallace riep maar liefst 372 reacties op.
Ook in Nederland was er dit voorjaar een heftige discussie over het boeddhistische karakter van Batchelor.

Toch zijn de opvattingen van Batchelor helemaal niet zo schokkend. En dan heb ik het over één aspect van z’n werk, namelijk z’n agnostische houding ten opzichte van de idee van reïncarnatie. Eigenlijk denk ik dat z’n opvatting niet puur agnostisch is: hij gelooft er niet in.
Laat ik dan maar voor mezelf spreken: ik geloof er niet in. Het is een variant op het leven-na-de-dood idee.
Jaren heb ik welwillend ten opzichte van dit idee gestaan, vanuit de redenering: ik ben boeddhist en een boeddhist (zeker in de Theravada-traditie) gelooft in reïncarnatie, dus ik geloof er in.
Maar eigenlijk niet dus, om eerlijk voor mezelf te zijn.

Voor weinigen van degenen in Nederland die zich boeddhist noemen of zeggen er affiniteit mee te hebben, zal dit een schokkende uitspraak zijn. De meesten – zo is mijn indruk – beschouwen het boeddhisme (alle tradities bij elkaar) als een soort menukaart waaruit men vrij kan kiezen wat er van z’n gading is, desnoods alleen maar drie toetjes en een voorgerecht; zij zullen zeggen: als je het reïncarnatie-idee niet lekker of ‘leuk’ vindt, dan kies je het toch niet?.
Voor mij is het in ieder geval een minder vrijblijvende zaak.

De vraag – voor mij – is dus: kan men boeddhist zijn zonder in reïncarnatie te geloven ?
Veel van wat het boeddhisme, en dan heb ik vooral over de Pali Canon, leert kan als metaforisch gelezen worden, bijvoorbeeld de hele cosmologie erin hoeft niet letterlijk te worden genomen.
Maar dat is toch wat lastiger met het leerstuk van de reïncarnatie zelf; de Sutta’s zijn tamelijk duidelijk, en de relatie met dhukkha en het leven in samsara ook. En cultuurrelativisme (het is niet echt boeddhisme maar de cultuur uit India van 2500 jaar geleden) helpt ook niet echt. Evenmin als een meer mystieke verklaring dat ik elke seconde sterf en opnieuw geboren wordt: poëzie waar ik van houd, maar met weinig verklaringskracht.
Het voorlopige antwoord op mijn vraag of het kan: het moet wel.

Het grootste probleem dat ik heb met het reïncarnatie-idee, is van filosofische aard.
Namelijk dat de basis ervan een dualisme is van lichaam versus bewustzijn (of welk woord men daarvoor ook gebruikt). ´Dualisme´ hier begrepen als `het aannemen van het bestaan van twee tegenover of naast elkaar staande, niet verder meer te herleiden grondbeginselen´, zoals bijvoorbeeld gesteld door René Descartes.
Er wordt bij de reïncarantie-idee niet alleen van de tegenstelling uit gegaan, er wordt ook een hierarchie tussen die twee gesteld: het lichaam is het lagere, is hooguit de drager van de geest. Dit is dus tegelijk een reductionistisch idee: de wisselwerking lichaam-bewustzijn wordt gereduceerd tot dat wat er met het bewustzijn gebeurd.

Het is lastig, hier afstand van te nemen omdat ik ook niet tot het andere reductionische kamp wil behoren, dat van de materialisten, van het stellen dat bewustzijn een product van de materie (van de hersenen) is.

Kortom: ik kom toch weer uit op de agnostische benadering à la Stephen Batchelor; so be it.
Ik heb genoeg te doen met de kern van het boeddhisme: dukkha (lijden, onbevredigendheid) en het beëindigen van dukkha. Het Edele Achtvoudige Pad blijf ik beoefenen, niet om een doel te bereiken, maar omdat ik in de betekenis ervan geloof. Daarom noem ik mezelf vrijzinnig Theravadin.

Contemplatie op de dood
Onderstaande is een poging tot aanvulling – inmiddels zes jaar geleden gemaakt maar ik sta er nog steeds achter als contemplatie die òòk reductionistisch is.- op de teksten van Stephen Levine, in “A Year to Live”
Mijn bezwaar daartegen is dat hij zonder meer uitgaat van het dòòrgaan van 'het bewustzijn' of 'de ziel' of 'our original face' etc. bij het sterven.
Bv: "Dying is the domain of the body. Death is the domain of the heart" (p. 48). En: "Death will free us from the body" (p. 87)
Eén van zijn contemplaties is: vanuit het bewustzijn wordt het stervende en dode lichaam bekeken (o.a. 'Original face contemplation' op pag 120/121).
Ik zou dat willen omdraaien, minstens als oefening:

Vanuit achtereenvolgens mijn tot sterven (dat is: uiteenvallen) gedoemde, mijn stervende en mijn dode lichaam bekijk is mijn geest, mijn bewustzijn.
Ik besef dat mijn lichaam en mijn geest onverbrekelijk met elkaar verbonden waren: m'n geest produceert m'n lichamelijkheid en m'n lichaam produceert m'n geest.
Maar nu ik ga sterven en m'n lichaam uit elkaar gaat vallen (tot stof) en verspreid gaat worden, zullen eerst m'n geest en m'n lichaam elkaar los gaan laten, los moeten laten.
Ik zie vanuit m'n stervende lichaam (dat steeds minder MIJN lichaam is) dat m'n geest zich steeds minder gebonden voelt aan dat lichaam.
Ik zie vanuit het dode lichaam dat van 'mij' was, dat m'n geest zich er los van heeft gemaakt.
En ik zie dat de 'geest' die van 'mij' was, verspreid gaat worden.
Gaat het ergens heen, wordt het ergens in opgenomen? Ik weet het niet! Ik hoef het niet niet weten, ik kan m'n geest loslaten!


Joop

zaterdag 22 oktober 2011

Een tussen-stand-van zaken met dit blog

De afgelopen weken heb ik dit “boeddhisme-blog” nieuw leven ingeblazen.
Als jullie anderen op deze blog willen wijzen: graag.

Oude stukken (brieven, artikelen) heb ik gedateerd ingevoegd, en nieuwe stukken geschreven.
Ik heb genoeg stof om nog jaren te schrijven:
samenvattingen en besprekingen van boeken;
amateur-boeddhologie en de vraag naar het nut van deze kennis bij de beoefening;
ontwikkelingen in het georganiseerde boeddhisme in Nederland (of juist het ontbreken daarvan);
en meer persoonlijke ervaringen; zo wil ik binnenkort gaan schrijven over
Geloof ik dan in de ‘Boeddha-natuur’?, en
Wat is een 'vrijzinnig Theravadin’?

Wel wat veel voor iemand zonder ambitie, toch?
Maar ja, ik vind dat er in Nederland weinig echte discussies tussen de diverse boeddhistische tradities en tussen boeddhisten plaatsvinden. Daarom is een beetje polemisch blog misschien wel nodig.

Groeten

Joop

zondag 16 oktober 2011

Eénpersoonsdialoog christendom-boeddhisme

Op woensdag 12 oktober hield Perry Schmidt-Leukel in het VU-gebouw een lezing over “Buddhism, Christianity, and the Question of Creation”
Uit de flyer, door de VU verspreid: “Perry Schmidt-Leukel will show how inter-faith theology can deal with what appear to be incompatible doctrinal claims from different traditions. He uses the Buddhist denial, and the Christian affirmation, of a divine creator as an example for how one can nevertheless find truth on both sides of a supposedly unbridgeable gap. As such, this lecture is held in the tradition of what can be called Inter-Faith Theology"
Hij heeft een boek geschreven met dezelfde titel, wat mij aanleiding gaf hem een paar mails met kommentaar en suggesties voor z’n lezing te geven; die citeer ik hieronder.
Vergeefs. Ook mijn opmerking tijdens de lezing dat hij heel selectief was in z'n keus van boeddhistische teksten en dat hij niet over de mening van de boeddhist kon spreken gezien de grote diversiteit tussen de tradities, vielen niet in goede aarde.
M’n voornaamste probleem met z’n lezing is dat hij als christen definieert wat het boeddhisme is en dan met dat zelf geconstrueerde boeddhisme in dialoog te gaan, in dit geval over de vraag of er een Schepper (aka God) bestaat.
Zijn conclusie: het boeddhisme erkent eigenlijk dat bestaan wel (al weten ze het zelf niet en ontkennen het zelfs), ze noemen het o.a. “collective karma”
Nu is het zelf construeren van een boeddhisme een breed verspreid gebruik, men doet niet anders, ik doe het ook. Maar iemand die zichzelf als boeddhist beschouwt heeft toch iets meer recht daarop dan iemand die dat niet is maar met boeddhisten een dialoog wil aangaan; dan wordt het een schaakpartij waarin één speler zowel de witte als de zwarte stukken bedient.

De vraag is of op deze manier een dialoog tussen christendom en boeddhisme zinnig is.
De vraag is vooral waarom de VU deze lezing georganiseerd heeft. Het antwoord daarop moet in de richting gaan van het centrum van de interfaith-dialogue in Nederland willen worden, op academisch niveau.
Over beide vragen heb ik grote twijfels. Bovendien lijkt het me eerst nodig dat er in Nederland een dialoog ontstaat tussen de diverse boeddhistische tradities voordat boeddhisten dat met christenen proberen; (en bovendien vind ik een dialoog met agnosten interessanter).


Citaten uit begin oktober naar Leukel-Schmidt gestuurde mails
“1. There are several buddhist traditions, with rather different opinions; some of them deny but also several ignore the question of a divine creator.
2. The name "Theology"is not a neutral one because it contains the part "Theo". A language for studying and comparing religions (theistic and non-theistic) must be above that of the topics it studies, a kind of meta-language.
3. Why the gap had to be closed ?
4. What I like you also comment Oktober 12 on the paraphrase of the Cūḷamālunkya Sutta (MN 63) in contemporary idiom and context, written by the english buddhist Jayarava: http://jayarava.blogspot.com/2010/12/what-is-important.html
5. I also like you to comment on the opinion of scholars of buddhism and buddhist that teachings of the Buddha and buddhist texts should not be interpreted on a ontological but on a phenomenological way, about experiences on the individual level.”
....
“Two other texts, this time about 'Protestant Buddhism' that are useful in the discussion Christianity-Buddhism at the VU in Amsterdam on Oktober 12.
http://meaningness.wordpress.com/2011/06/24/protestant-buddhism/ and
http://meaningness.wordpress.com/2011/06/28/a-new-world-religion/
I agree with most of it. It's the best thing that buddhist for themselves define what buddhism(s) is, and not let the christians do that job.”

maandag 30 augustus 2010

Wensen t.a.v. (onderzoeks-)publicaties over het reeel bestaande Nederlandse boeddhisme

Een bijdrage uit 2010 aan 'The Leiden University Buddhist Studies Network'


“Wat je ver haalt, is lekker”
(oud Nederlands spreekwoord)


Het lijkt me wel nuttig en ook op z'n plaats om in dit 'Buddhist Studies Netwerk´ vanuit de optiek van de gebruiker een aantal wensen te formuleren over onderzoeksresultaten en dus onderzoeksthema´s die zich af spelen daar waar de gebruiker woont, Nederland dus.

´Een gebruiker´ is dan in dit geval een boeddhist die – net als de wetenschapper – nieuwsgierig naar (1) wat zich bij boeddhisten, georganiseerd en ongeorganiseerd, feitelijk afspeelt, (2) wat de processen zijn en (3) welke belangen daarbij een rol spelen.

En dan heb ik het dus zowel over wetenschappelijk onderzoek als over journalistiek (bv de Boeddhistische omroep en ´Vorm en Leegte´) waarin die nieuwsgierigheid ook een rol zou moeten spelen. En dan heb ik het niet alleen over Leiden maar ook over andere universiteiten waarin het boeddhisme aandacht krijgt (Utrecht, Nijmegen, V.U.)

Dat ik wensen formuleer, betekent dat er in mijn waarneming op dit moment te weinig van zulke publicaties verschijnen. Het ´exotische boeddhisme´ krijgt veel aandacht, soms begrijpelijk omdat de bronnen in Azië liggen; maar soms lijkt het ook wel ´wat je ver haalt, lekker(der) is´, en interessanter.

Als het al over de situatie in Nederland gaat, overstijgt het vaak niet de anekdotiek of betreft het mensen met bijzondere problemen of vaardigheden. Hoe zit het met de huis-, tuin/ en keukenboeddhist?

Waarom wil ik dit als ´een gebruiker´ eigenlijk weten?
Waarom lees ik niet gewoon Dharma-teksten en doe mijn praktijk?
Doe ik ook, maar er zijn twee redenen voor de extra inzichten die ik hoop te verwerven:
Ik heb gemerkt dat wat ik maar met een groot woord boeddhologie noem, voor mij als boeddhist bruikbaar is. Bijvoorbeeld de tegelijk zeer fundamentele als zeer praktische discussie over het gebruik van meditatievormen (is inzicht versus concentratie wel een juiste tegenstelling?)
Makranski en Jackson hebben de term ´boeddhistische theologie´ geïntroduceerd; ik ga niet proberen hun motief daarvoor samen te vatten maar concludeer: dat kunnen we hier ook wel gebruiken.

Het lijkt me nuttig dat het boeddhisme toch een beetje georganiseerd wordt, ik denk niet alleen aan m´n eigen heil maar zie ook in de toekomst nog graag boeddhisme hier bestaan; wat is daar bevorderlijk voor en wat werkt tegen? Is de schijnbare snelle groei gunstig of (zoals ik denk) ongunstig? Is een geseculariseerde vorm van boeddhisme (bv mindfulness) voor de toekomst gunstig of (zoals ik denk) ongunstig?

Over welke thema´s zou ik dan wel meer willen weten? Door feiten onderbouwd en in een beetje theoretisch raamwerk uiteraard. Ik noem er een aantal, in willekeurige volgorde:

Hoe gaat opvolging (soms 'transmissie' genoemd) van de leiding van een boeddhistische organisatie in z´n werk, is daarbij de Aziatische cultuur dominant of spelen Westerse democratische regels een rol? Is er wel eens een machtsstrijd? Is het een autonome Nederlandse zaak of spelen buitenlandse bovenbazen een rol?

Hoe wordt een autochtoon boeddhist? Is dat een geleidelijk proces? Hoe komt de keus voor een bepaalde traditie tot stand?

Wordt het boeddhisme ook weer verlaten? Hoe gaat dat, voor georganiseerden maar ook voor ongeorganiseerden? Gaat dat bij allochtone boeddhisten anders dan bij autochtonen?

Hoe wordt in boeddhistische organisaties met conflicten omgegaan? Klopt mijn vermoeden dat ontkennen van het bestaan van een conflict daarin een rol speelt?

Heeft men eigenlijk een doel met het boeddhist zijn? Speelt ontwaken als ultiem doel een rol: speelt het verkrijgen van een goede reïncarnatie – zo belangrijk in Azië – hier een rol? Is het ´boeddhisme als lifestyle´ ook een doel te noemen?

Is het bouwen van een boeddhistische zuil in een ontzuild landschap verstandig? (vrij naar de Volkskrant van 30 augustus die deze vraag t.a.v. de Islam stelt)

Klopt de hypothese dat de relatie leraar tegenover leerling verandert in die van eigenaar van een bedrijfje (een boeddhistisch ondernemer) tegenover spirituele consument? Wordt geld geven aan de leraar dan nog als verdiensten opleverende vrijgevigheid (dana) gezien of als ruilmiddel voor een te leveren dienst?

Hoe kijken boeddhisten naar elkaar, weet men van andere tradities dan de eigen? Hoe kijkt men naar mensen die zeggen ´affiniteit met het boeddhisme te hebben´. Kan dat eigenlijk, gezien de leer van de Boeddha, affiniteit hebben?

Klopt mijn indruk dat veel van de populair boeddhistische teksten in Nederland een soort 'feel-good-boeddhisme' weergeven? Hoe verhoudt zich dat tot de betekenis van de boeddhistische beoefening in tijden van persoonlijke crisis (dood, ziekte, economische val, relatiebreuk etc)?

Kunnen boeddhisten in Nederland met elkaar discussiëren (van mening verschillen)? Welke stijl van discussie wordt er in feite gebruikt?

Hoeveel informele groepen ongeorganiseerden zijn er? Hoe stabiel zijn ze? Hebben ze enige behoefte aan een spirituele vriend? Is bij zulke groepen de grens tussen wel of niet boeddhistisch zijn te trekken?

Bij zulke groepen maar ook bij georganiseerde groepen: worden er rituelen gebruikt? Neemt men exact de Aziatische rituelen over of ontwikkelt men eigen vormen?

Zijn er specifieke problemen bij een groep autochtone leerlingen en een allochtone (Aziatische) leraar?


Nawoord
Misschien zijn deze vragen nauwelijks relevant omdat er maar zo weinig boeddhisten in Nederland zijn dat er niets te onderzoeken valt, misschien zijn ze gewoon saai of imiteren ze het Amerikaanse boeddhisme, waar wel het nodige van dit type onderzoek gedaan is.

Het grappige is dat ik met deze suggesties niet alleen een gebruiker ben maar tegelijk het object van onderzoek. Maar misschien ben ik zo marginaal dat dat helemaal niet interessant is.
Ik ben benieuwd naar publicaties de komende jaren.




Joop Romeijn

zondag 20 september 2009

Bestaat een boeddhistisch geweten ? Geëngageerdheid tussen meditatie en actie

Een artikel van mij, opgenomen in 'Simsara' van september 2009

Er is ogenschijnlijk een grote kloof tussen het introverte mediteren en het extraverte geëngageerd actief zijn als boeddhist. Die kloof is echter overbrugbaar.
De stelling die ik in dit artikel ga uitwerken, is: boeddhist zijn is niet iets vrijblijvends. Daarbij ga ik vooral op de motivatievraag in, het "waarom".
Ik spreek de lezers van Simsara hier aan als ‘boeddhist’, hoewel lang niet alle inzichtmeditatoren dat zeggen te zijn. Dit artikel is overwegend vanuit een vrijzinnig-Theravada perspectief geschreven, maar wel met enige kennis over hoe het er in andere boeddhistische tradities aan toe gaat.

Om te beginnen: het ‘geëngageerd boeddhisme’ bestaat niet, hoewel dat door sommigen wel gedacht of gepropageerd wordt. Ook wel door mij een paar jaar geleden.
Er is geen boeddhistische traditie met de naam “geëngageerd boeddhisme” en die komt er ook niet.
Er zijn mensen die betrokken zijn op wat er om hen heen gebeurt en die de aandrang hebben iets aan onrecht of ongewenste ontwikkelingen die ze zien, te doen.
Sommige mensen zijn dat slechts marginaal, anderen in sterke mate.
Sommigen daarvan zijn geen boeddhist, andere wel.

Die groep kunnen we ‘geëngageerde boeddhisten’ noemen, zeker als ze dat ‘iets willen doen’  als boeddhist willen doen, samen met andere boeddhisten. Dat vindt in Nederland weinig plaats, zo is mijn ervaring vanuit de Werkgroep Geëngageerd Boeddhisme de afgelopen jaren. Mensen die ik er op aansprak dat ze als boeddhist toch eigenlijk geëngageerd moeten zijn, reageerden met dat ze daar ‘als mens’ mee bezig waren, niet ‘als boeddhist’; of zeiden dat ze beroepsmatig al op deze wijze betrokken actief zijn. Dat kan ook, maar ik probeerde het boeddhist zijn en het belangeloos actief betrokken zijn als één geheel zichtbaar te maken.
 
Mediteren en geëngageerd  zijn
Het is niet zo dat in een meditatiesessie het inzicht ‘jij moet geëngageerd zijn’ in mij opkwam.
Wel heeft het bepaalde remmingen weggenomen zoals de opvatting dat een boeddhist geen aanstoot zou moeten geven, respectabel zijn dus. Of dat kritisch zijn altijd onheilzaam is.
Bij mij helpt het om me scherper bewust te zijn van de vraag of mijn motieven voor een geëngageerde actie zuiver zijn, of ze uit compassie en geweten voortkomen respectievelijk uit boosheid, rancune, manifestatiedrang enzovoorts. Beide komen overigens bij mij voor.
 
Van nogal wat van de beslissingen die ik de laatste jaren in deze richting heb genomen, weet ik niet hoe ze tot stand zijn gekomen.
Waarom ik het nodig vond me als boeddhist in te zetten tegen het steeds verder afnemen van de biodiversiteit (in de periode voordat het milieu weer in de mode kwam).
Waarom ik daarom een landelijke ‘Werkgroep geëngageerd boeddhisme’ oprichtte.
Waarom ik nu als ‘kritisch boeddhist’ oppositie voer tegen het beleid van een paar landelijke boeddhistische organisaties.
Waarom ik het me aantrek als het principe van ‘scheiding van kerk en staat’ soms wel erg makkelijk wordt gerelativeerd.
Deels is het zeker intuïtie geweest, het plotseling helder wordende gevoel  ‘iets te moeten doen’.
 
Een overzicht van wat er zoal gebeurt, in Nederland en internationaal, is opgenomen in een eerder artikel van me; in: www.vriendenvanboeddhisme.nl/html/archief_najaar2006_joopromeijn.html
 
Compassie en geweten als bron van geëngageerd zijn
Volgens mij zijn er twee bronnen waar ieder, die geëngageerd is, z’n motivatie uit haalt:
(1) Compassie voor alle levende levens;
(2) Haar of zijn geweten dat spreekt.
Compassie is in alle boeddhistische tradities een centraal begrip, vooral de belangeloosheid ervan kan in de beoefening worden nagestreefd.
In de Visuddhimagga legt Buddhaghosa uit waar de term 'karuna' vandaan komt, ons centrale begrip compassie dus. "Wanneer anderen lijden laat karuna het hart van goede mensen rillen. Karuna sloopt het lijden van anderen, het valt het aan en doet het in de ban, het versnippert het." Compassie, mededogen, is ook in Theravada dus een actief, bijna een activistisch begrip.
Toch word ik eerlijk gezegd wel eens wat wee van de eenzijdige aandacht die ‘compassie’ tegenwoordig krijgt.
Hier wil ik nader ingaan op het geweten, m.i. een nogal verwaarloosd fenomeen in het Westerse boeddhisme.
 
Hebben boeddhisten een geweten ?
Een belachelijke vraag, zal men zeggen. Natuurlijk hebben ze dat, dat hebben alle mensen, in meerdere of mindere mate natuurlijk.
Maar toch niet zo belachelijk voor de godsdienstwetenschapper George Chryssides, die stelt:
“Boeddhisten die ik heb gesproken, tenminste westerse, begrijpen wat het concept ‘geweten’ betekent maar delen de opvatting dat het eenvoudigweg geen rol speelt in de boeddhistische ethiek of religie.
De korte maar accurate omschrijving van de boeddhistische visie op ‘geweten’ is, dat er zoiets niet is.”
 
Opvallend is wel dat de term “geweten” in het boeddhisme heel weinig voorkomt. In het standaardwerk An Introduction to Buddhist Ethics van Peter Harvey wordt het woord nauwelijks gebruikt; ik vertaal één van de zeer weinige passages erover:
“De rol van ‘geweten’ in het boeddhisme wordt uitgevoerd door een kleine groep kwaliteiten:
Hiri, dat is ‘zelfrespect’ en ‘morele schaamte’ en
Ottappa, ‘bevreesdheid voor morele misstappen’, die gestimuleerd wordt door zorg voor het effect van een actie bij anderen en op het karma.
Daarnaast speelt ook een rol de combinatie van 'energie', 'opmerkzaamheid' en 'helder begrip’, om ons gedrag in harmonie te laten zijn met onze idealen en doelstellingen.”
 
Chryssides koppelt in z’n artikel het kunnen hebben van een geweten aan het geloof in God en die regels die Hij heeft gesteld. Dat lijkt me niet nodig.
Ik definieer ‘geweten’ als ‘geïnternaliseerde normen en waarden, plus’, primair dus het resultaat van een psychologisch proces, in een sociale context waarin die normen en waarden steeds opnieuw benadrukt worden. Een geweten is echter niet een ‘ding’, er zijn alleen individuele gewetensprocessen, waarin men morele afwegingen maakt: grote of kleine beslissingen.
Van de ‘plus’ in m’n omschrijving heb ik alleen een vermoeden dat die bestaat. Sommigen noemen dat zuivere kern of Boeddhanatuur maar die woorden geven alleen maar misverstanden, het liefst geef ik het geen naam of noem het m’n boeddhistische intuïtie.
 
Willen we er aan ?
Ook het boeddhisme heeft normen en waarden! Of het nu de elementaire vijf voorschriften zijn, of de 10 of ruim 200 van monniken/nonnen, of de talloze Bodhisattva-beloften.
Er is dus genoeg. De vraag is echter: wil de Westerse boeddhist daar aan?
Om twee redenen is het antwoord dan soms: liever niet.
De eerste reden is dat een zelfbekeerling zich (enigszins) afzet tot zijn religieuze opvoeding. Deels komt dit ook doordat de voorschriften als net zoiets als de Tien Geboden worden gezien. 
De wijze waarop Thich Nhat Hanh de voorschriften als aandachtsoefeningen uiteenzet, kan dit misverstand doen verdwijnen, namelijk als combinatie van compassie en voornemen.
De oefeningen zijn via het menu van www.aandacht.net te vinden
 
De tweede reden is dat men denkt dat een geweten hebben hoort bij het dualistische denken terwijl men als boeddhist non-dualistisch wil zijn. Een aantal jaar geleden heeft Han de Wit een artikel geschreven met als titel ‘Niet ons geweten mobiliseren, maar hartstochten hun wortel ontnemen’. Hij plaatst de term ‘geweten’ in “de tweedeling geweten versus hartstochten. Op basis hiervan is de gebruikelijke gedachtegang dat morele vorming zich moet richten op het omvormen [of] intomen van deze hartstochten. Hoe fundeert het boeddhisme dan zijn ethiek? Wedervraag: wat is het effect van deze 'geweten versus hartstochten'-theorie op onze geest en is dat effect heilzaam of niet'? [Dat] effect is dat het de mens verdeelt in zichzelf en tegen zichzelf opzet. Het brengt ons er toe dat we permanent met onze negativiteiten met die van anderen, in strijd verwikkeld (moeten) zijn.  Is die strijd heilzaam?” 
Het antwoord van Han de Wit: nee; beter is het “om de wortel van deze hartstochten weg te nemen. Hartstochten [zijn] geen uiteindelijke realiteiten, die eigen zijn aan de menselijke natuur. Daarom begint de ethische vorming in deze traditie ook met het leren opgeven van deze innerlijke strijd met al haar schuldgevoel, haat en zelfhaat die zij wekt. Kortom ze begint met het accepteren van wie en wat we zijn, met al onze egocentrische hartstochten.”
 
Voor mij is geweten tegenover hartstochten een schijntegenstelling. Ik accepteer m’n egocentrische hartstochten wel, maar geef er niet altijd aan toe. Zolang ik niet ontwaakt ben, geen arhat ben, kan ik de voorschriften daarvoor goed gebruiken: als aandachtsoefeningen.
 
Boeddhisme zonder ethiek ?
De gedachte van Westerse boeddhisten dat ze de ethiek achter zich hebben kunnen laten, is niet ongevaarlijk.
Het gevolg is dat veel boeddhisten een soort normenvrij enclave, afgeschermd van de samenleving, denken te kunnen leven; in een cultuur waar niet normen maar alleen maar compassie de omgang met anderen (en zichzelf) bepaalt. Om een voorbeeld te noemen: het betrekkelijke nieuwe verschijnsel van boeddhisten die geld gaan verdienen aan hun religie. Dit vereist ethische reflectie omdat hierbij makkelijk een verstrengeling van belangen ontstaat; geld verdienen mag maar is per definitie niet belangeloos.
Velen noemen tegenwoordig hun boeddhisme niet een religie maar een lifestyle; volgens mij is er aan een leefstijl in het algemeen geen specifieke ethiek verbonden, lekker makkelijk dus.
In zijn boek  ‘Oneindige Cirkel’ adviseert Bernie Glassman – één van de eerste geëngageerde boeddhisten – Westerse boeddhistische groeperingen, de ethische voorschriften aan het begin van de training bestuderen en bespreken. “Ze moeten vanaf het begin in onze botten zitten, onderdeel van onze essentie en ons leven zijn”.
Ik ben het daar zeer mee eens; het Achtvoudige Pad behelst immers niet alleen mediteren en het verwerven van wijsheid, maar ook en om te beginnen: ethisch gedrag.