Posts tonen met het label Zen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zen. Alle posts tonen

dinsdag 18 september 2012

Professioneel bodhisattva worden, kan dat? Bespreking van de oratie van André van der Braak

Het uitspreken van de oratie ‘De vele gezichten van de compassie’ in de aula van de VU op 14 september j.l. was een boeddhistisch feestje. Voor de tekst, zie hier
Niet alleen de inhoud was rijk, ook de massale opkomst van boeddhisten en boeddhistische bobo’s was opvallend, zoveel openbare bijeenkomsten zijn er ook weer niet.
Ik ben geen journalist maar amateur-boeddholoog, daarom verder geen sfeer-impressies maar een paar kanttekeningen bij de inhoud van z’n inaugurele rede.

De volledige titel is:
‘De vele gezichten van de compassie
Het boeddhisme te midden van culturele en religieuze diversiteit
.’

De inhoudsopgave:
- Achtergronden van de leerstoel ‘boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities’
- 1. Compassie
- 2. Binnen of buiten
- 3. Compassie in India en China
- 4. De eerste bodhisattvagelofte
- 5. Conclusie
- Dankwoord

Van der Braak stelt (in navolging van onder andere Sharf en Hershock) dat de grote verschillen in cultuur tussen India en China zo’n tweeduizend jaar geleden heeft gemaakt dat het begrip ‘compassie’ van betekenis is veranderd. ‘Vanuit Indiaas perspectief is compassie een heilzame mentale staat, zoals gezegd één van de vier Brahmavihara’s die door mentale cultivering kan worden versterkt. ... Toen het boeddhisme zich vanuit India naar China verspreidde, vermengden Indiase boeddhistische noties van compassie en karma zich met Chinese kosmologische opvattingen, en met Chinese versies van zelfcultivering. (pagina 11)

Van der Braak laat hier een ander belangrijk proces in de eerste eeuwen van onze jaartelling van (boeddhistisch) China buiten beschouwing. Het ging niet alleen om de sinifization (de ‘ver-chinezing in lelijk Nederlands) maar tegelijk van de mahayanization van de Dharma, van dit boeddhisme. De eerste boeddhistische teksten in het Chinees vertaald waren die van het vroege boeddhisme, wat we nu op een aardige manier Theravada (oftewel Pali Canon) noemen en op een onsympathieke manier hinayana.
Over deze poging de vroegboeddhistische wortels los te snijden in China in zo ongeveer de vierde/vijfde eeuw van onze jaartelling ben ik op dit moment het grote werk aan het lezen van Chih-I (ook wel geswchreven als Zhyyi; zie bv Wikipedia over hem), Mo-ho-chih-kuan; door Neil Donner vertaald als ‘The Great Calming and Contemplation of Chi-I’.

In een Postscript van pagina 460-479 (downloaden en lezen, André en andere echt geïnteresseerden!) beschrijft Donner ‘The MHCK and the Mahayanization of the Chinese Dhyana Tradition´.
Het viel namelijk niet mee de toen bestaande meditatievormen zoals samatha en vipassana alsnog een mahayana-ideologie te verschaffen. Chih-I slaagde daarin met behulp van een zeer vrijzinnige interpretatie van het begrip sunyata van Nagarjuna. Maar in feite veranderden daarmee de meditatievormen zelf nauwelijks.

Van der Braak beschrijft de boeiende overgang van het compassie-begrip van India naar China als historische voorbeeld om een bredere blik te verkrijgen (hij gebruikt mooiere filosofische termen).
De vraag die hij zich (en ons) merkwaardig genoeg niet stelt is: hoe verhoudt onze cultuur zich dan weer tot de Chinese van vijftienhonderd jaar geleden? Oftewel: moeten we nog wel zo vanzelfsprekend in onze huidige beoefening van het boeddhisme (en dan vooral in Chan en Zen maar voor sommigen is Zen en boeddhisme hetzelfde) deze Chinese interpretatie overnemen ?
In mijn opvatting lijkt onze (Westerse) cultuur natuurlijk noch op de Chinese noch op de Indiase van zo lang geleden maar relatief is er toch nog meer overeenkomst met de Indiase dan de Chinese . Wij hebben toch niets met de ´Chinese kosmologische opvattingen, en met de Chinese visies op zelfcultivering ... De Chinese kosmos wordt gezien als een geordend organisch proces van verandering en pluraliteit` ? (citaat uit pagina 11 van de gedrukte versie van de oratie)
Ik pleit in ieder geval voor compassie als onderdeel van de serie liefdevolle vriendelijkheid-medevreugde-gelijkmoedigheid waarin het ook duidelijk een morele dimensie heeft.

Dit brengt me tot een andere opmerking over deze oratie die ik wil ik maken naar aanleiding van een passage van het ´Dankwoord´ dat van der Braak aan het eind van z´n oratie uitspraak (pagina 17).
Daar bedankt van der Braak het College van Bestuur van de VU onder andere voor het initiatief ‘... een platform te bieden voor de verdere vorming van Nederlandse bodhisattva’s binnen de academie ... `.
Begrijp ik het goed: wil van der Braak en wil de VU dat de studenten van de opleiding Boeddhistisch Geestelijk Verzorger (mogelijk startend in 2013) bodhisattva´s worden?
Bodhisattva´s in de Mahayana- (Zen-) zin van het woord?
Ook degenen met een Theravada-achtergrond bijvoorbeeld, die hebben toch andere beloften?
Alsof een katholieke universiteit heiligen gaat opleiden.
En hoe zit het met de toch wat andere (dan in het dominante Zen) benadering van de bodhisattva-beloften (de ‘ wensende ’ en de ‘ ondernemende ’) in het Tibetaanse boeddhisme ?

Het wordt hoog tijd dat er eens een openbaar debat komt over de echte inhoud van deze opleiding. Ook en met name over het bij het toetsingskader horend vakmanschap dat een geestelijke verzorger (ook een boeddhistische, ook een bodhisattva) nodig heeft.

Een voorstel daartoe heb ik in een blog in juli gedaan (zie hieronder en hier ). En André van der Braak reageerde daar toen (per email) naar mij toe positief op met de woorden ´Je suggestie voor een symposium over boeddhistische geestelijke verzorging is zeker interessant, en ik houd hem in gedachten.´
De 12 verleden week gestarte pre-master-studenten verdienen die duidelijkheid, want die is er (hoorde ik in de wandelgangen bij de VU-aula) zeker bij een aantal van hen niet.
Het in m’n voorstel bedoelde boek (dat een standaardwerk lijkt te gaan worden over de BGV) komt op 25 september uit ! Zie Amazon .


Bijlage
Een suggestie aan de VU (door Joop Romeijn)
Nu is de invulling van de opleiding tot chaplain aan de beurt, een tweejarige opleiding die volgens de informele aankondigingen september 2013 gaat starten.
De aanvraag aan het ministerie en het opstellen van overeenkomsten heeft allemaal bijzonder binnenskamers plaatsgevonden.
Het zou de VU sieren als een deel van de invulling van de opleiding in het openbaar plaatsvindt.
Daarom roep ik de VU op, om ergens komend najaar een openbare bijeenkomst over de inhoud te organiseren. Eén van de onderwerpen die daarin in ieder geval aan de orde moeten komen is wat mij betreft de inhoud van geestelijke verzorging (door en/of voor boeddhisten) in de zorgsector, in ziekenhuizen en andere instellingen van volksgezondheid dus. Want het georganiseerde boeddhisme heeft tot nu toe nog geen blijk gegeven, zich daarin verdiept te hebben.
Wellicht kan in die bijeenkomst gebruik worden gemaakt van het oktober
[is vervroegd naar 25 september, J.R.] uitkomende boek "Arts of Contemplative Care; Pioneering Voices in Buddhist Chaplaincy and Pastoral Work " .


zondag 5 augustus 2012

Oratie André van der Braak op 14 september bij de VU

Op vrijdag 14 september houdt André van der Braak zijn inaugurele rede als hoogleraar boeddhisme aan de Vrije Universiteit
Tijd: vanaf 15.45 uur

Plaats: Aula van het hoofdgebouw van de VU,

Titel: De vele gezichten van compassie:
het boeddhisme te midden van culturele en religieuze diversiteit


André zal deze rede uitspreken ter gelegenheid van de aanvaarding van de Nicolaas Pierson leerstoel voor Boeddhistische filosofie in dialoog met ander levensbeschouwelijke tradities.
Zie de VU-aankondiging hier.

Het is in het algemeen de bedoeling van een inaugurele rede oftewel oratie dat de nieuwe hoogleraar beschrijft wat hij of zij in wetenschappelijk opzicht de komende jaren gaat doen.
Wat me benieuwd zijn onder andere de volgende zaken:

- Zal het nu over meer dan alleen Zen-boeddhisme gaan, tot nu toe heb ik een zekere Zen-eenzijdigheid bespeurd in zijn VU-rol?

- Hoe gaat André (althans in zijn voornemens) om met het spanningsveld wetenschapsbeoefening versus onderwijstaken? De opdracht van de Nicolaas Pierson Stichting (zie onder) spreekt slechts beperkt van een onderwijstaak terwijl de start van de bachelor boeddhisme dit jaar en mogelijk de master boeddhisme volgend jaar veel tijd van hem gaat vragen. Weet hij de druk van de VU te weerstaan?

- In de hoop dat André toch nog tijd voor onderzoek, voor wetenschapsbeoefening vrij weet te maken: waarop zal dat aansluiten?
Zal het ook boeddhologie genoemd mogen worden? Waarschijnlijk niet de filologische variant maar wellicht een meer godsdienstwetenschappelijke benadering?
Zal hij zich willen verdiepen in nieuwe (Westerse) vormen van boeddhisme zoals het ‘secular buddhism’, door mij vertaald als ‘vrijzinnig boeddhisme’?

- Ontmoeting tussen levensbeschouwelijke/religieuze tradities is duidelijk een zwaartepunt, maar zal er ook ruimte zijn voor dialoog tussen de diverse boeddhistische tradities, want dat is in het Nederlandse boeddhisme een beetje een taboe-onderwerp?
Zal André een door hem gemodereerde discussie tussen boeddhisten willen gaan organiseren (en dan niet met dezelfde leraren die we steeds op de BOS kunnen horen)?

- En dan het thema compassie.
Zal de nieuwe hoogleraar het modieuze (het ongevaarlijke want wie is er nou tegen compassie?) karakter van dit thema weten te vermijden?
Ziet hij compassie (karuna) als één van de Brahmavihara, in relatie tot de andere drie?
Betekent de ‘diversiteit’ uit de titel van de oratie ook: de kunst van het met elkaar oneens te zijn?
Is trouwens ‘religieuze diversiteit’net zo iets als de (nogal bedreigde) biodiversiteit, die ook nodig is voor de evolutie, in dit geval dus de evolutie van de religie(s)?
‘Compassie’ is ook de kern van de bodhisattva-belofte, gaat het (André / de VU) alleen om het voornemen (het mooie gevoel) of moet er ook iets naar andere mensen toe mee gedààn worden?


Misschien wat veel vragen voor een uur, maar een paar zouden m.i. toch wel aan de orde moeten komen.
Deze inaugurele rede wordt in het openbaar gehouden. Vooraf opgeven is niet nodig.
Ik ga er Deo Volente heen
En ik zal achteraf een critische analyse proberen te bloggen over de inhoud.
Die is dat vast wel waard.


Uit de advertentie van de VU mei 2011 met behulp waarvan André is geworven (gepredestineerd)
"De leerstoelhouder zal:
- onderzoek ontwikkelen en verrichten op het terrein van de ontmoeting van boeddhistische filosofische tradities met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities;
- onderzoek op het gebied van de leerstoel stimuleren, coördineren en ondersteunen, onder andere in de vorm van het begeleiden van promotieonderzoek;
- deelnemen aan één van de onderzoeksprogramma’s van de Faculteit der Godgeleerdheid, ondergebracht in het interfacultaire VU Institute for the Study of Religion, Culture and Society (VISOR);
- onderzoeksvoorstellen doen en (externe) onderzoeksmiddelen verwerven;
- participeren in internationale multidisciplinaire onderzoeksprojecten binnen het domein van de leerstoel;
- onderwijs op het gebied van de boeddhistische traditie in dialoog met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities ontwikkelen en uitvoeren, met een focus op de raakvlakken tussen boeddhistisch en westers continentaal denken.
"

donderdag 10 mei 2012

Twee aankondigingen van studiedagen komende maand en een voor- en na-aankondiging

Hoewel een paar leveranciers van studiedagen het af laten weten, zoals ik in m’n vorige blog beschreef, (zie hier ), twee initiatieven door niet-boeddhistische (!) organisaties.
Bij beide initiatieven speelt André van der Braak een rol, jaja, het boeddhistische wereldje is klein.
Ook noem ik nog twee andere zaken.

I. Lezing op 4 juni bij de VU door Brian Victoria over de rol van het Boeddhisme en haar betrokkenheid bij oorlog en geweld
De lezing en aankondiging (zie hier ) is in het Engels, daarom zie ik af van het vertalen van citaten uit deze uitgebreide aankondiging.
De tweede titel van de lezing luidt : Zen as a Cult of Death in the W.W. II Writings of D.T. Suzuki
Met zijn geruchtmakende boek ‘Zen at War’ heeft Victoria bewezen daarvoor de aangewezen man te zijn.
Ik hoop alleen dat hij zich niet beperkt tot de betrokkenheid van het Zen-boeddhisme bij oorlog en geweld. Het zou best eens kunnen dat hij ook een en ander weet over deze betrokkenheid in andere landen en bij andere boeddhistische tradities (Sri Lanka is een voorbeeld)
Ik ga André van der Braak vragen of Brian Victoria dat ook aan de orde wil stellen.


II. Symposion op 2 juni bij de Rosenkruisers in Bilthoven over “Alle verandering komt tot rust in Boeddha, de geest van het universum”
Voor de volledige aankondiging, zie hier
Ik citeer de aankondiging van de twee te houden lezingen:
"ANDRÉ ROUMEN
Boeddha, de geest van het universum
Boeddha doorzag ons bestaan als een wielwenteling van ontstaan en vergaan, als een wordingsproces waarmee ons lijden onlosmakelijk is verbonden. Verlossing van de wielwenteling vereist een inkeer in de kern, om zo deel te krijgen aan de Boeddha-natuur, die heel het universum doordringt. Zo kunnen we de keten van oorzaken die ons bewustzijn en ons bestaan in stand houden, doorzien en doorbreken. Als onwetendheid zo plaats maakt voor een nieuw bewustzijnslicht, keren we terug in de geest van eenheid, de Boeddha-natuur, de geest van het universum.
ANDRÉ VAN DER BRAAK
Dharma, de bevrijdende leer die leidt tot wijsheid voorbij alle wijsheid
De leer van Boeddha gaat primair over de bevrijding van de mens uit de gevangenschap in het wentelende rad van geboorte en dood. Boeddha formuleerde het achtvoudige pad om mensen in staat te stellen geleidelijk onwetendheid op te heffen, geen negatief karma meer te creëren en nirvana te bereiken. Het mahayana-boeddhisme (het grote voertuig) legt een ander accent. Daarin gaat het vooral om de vervolmaking van wijsheid, om het realiseren de wijsheid voorbij alle wijsheid. We kunnen de werkelijkheid hooguit benaderen. De werkelijkheid zelf is onbegrijpelijk en onuitsprekelijk. Hoe kunnen we komen tot een dergelijke paradoxale wijsheid voorbij alle wijsheid?
"

Ik krijg het gevoel dat de initiatiefnemers het boeddhisme in haar veel vormigheid wel wat selectief bekijken en het interpreteren in de richting van hun eigen Rozenkruis-filosofie. Hopenlijk dat André ook de boodschap van dukkha voor het voetlicht brengt, ook andere invullingen van het boeddhisme noemt, het niet alleen over wijsheid voorbij alle wijsheid heeft maar ook de eerste vijf paramita’s bespreekt.
Niettemin: een waardevol initiatief.


III. Vooraankondiging van een studiedag in september over “Hoe moet het verder met het georganiseerde Boeddhisme?”
Het jaar 2012 lijkt het jaar van de waterscheiding te worden t.a.v. het georganiseerde boeddhisme in Nederland. Hoe de kaart er – na de ledenbevergadering van de BUN op 9 juni en de evaluatie door het KASKI – er vandezomer uit gaat zien, is niet goed te voorspellen, maar hij kan wel eens anders uit zien dan nu.
Om dat duidelijk te maken, kan ik het makkelijkste mezelf citeren, een reactie in *openboeddhisme* (zie hier ):
“Terecht schrijft de redactie: ‘Zodra komt vast te staan dat de BUN niet aan deze eisen voldoet, of dat zij zelf aangeeft haar bestuurlijke verantwoordelijkheid niet langer te kunnen dragen, komen de BOS en BZI in gevaar. Dit vloeit voort uit de toepasselijke wet- en regelgeving.’
Het gevaar voor de BOS is tot nu onderbelicht gebleven. Het is niet denkbeeldig. In 2010 gaf het Commissariaat voor de Media (CvdM) de Nederlandse Moslim Omroep geen zendtijd meer omdat niet duidelijk was welk religieus genootschap deze omroep nu eigenlijk droeg.
Dit besluit was gebaseerd op artikel 2.42 Mediawet:
‘Het Commissariaat kan eens in de vijf jaar kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag aanwijzen voor het verzorgen van media-aanbod op kerkelijk of geestelijk terrein. Voor aanwijzing komen slechts genootschappen in aanmerking die representatief geacht kunnen worden voor een in Nederland aanwezige kerkelijke of geestelijke hoofdstroming.’
Kan een noodverband van een nieuwe, snel opgerichte koepelorganisatie de BOS helpen?
Het CvdM zal de bezwaren daartegen ongetwijfeld serieus nemen. Die komen er zeker, niet alleen door organisaties en personenen maar ook door feiten: ontbrekende representativiteit.
Toch is het omvallen van de BOS geen argument om de BUN te continueren.
Er is een andere oplossing die tegelijk rekening houdt met de eis van de minister dat bij een fusie van de BOS een onafhankelijke programmaraad het boeddhistische gehalte van de programmering bewaakt.
De huidige participatieraad (PAR) is statutair onvoldoende geregeld. Ik heb in november 2011 voorstellen gedaan deze regeling te verbeteren.
Wellicht accepteert het CvdM de vernieuwde PAR (die waarschijnlijk beter een rechtspersoon kan worden) voor de komende drie jaar als opvolger van de BUN.
Volgens mij moet nog deze maand een begin met deze oplossingsrichting worden gemaakt.
Succes is niet gegarandeerd, maar het is een mogelijkheid. Míts belangenverstrengeling dit keer voorkomen wordt.”


Het lijkt me een goed idee over een en ander een studiedag te organiseren. Op een zaterdag in september dit jaar bv, in het midden van Nederland (nader te bepalen).
Samen met anderen; wie?
Misschien ook wel niet door mij, maar vooral of alleen door ‘verse boeddhisten'.
Dus meld u / je aan !


IV. Nog even terugkomen op een puntje uit m’n vorige blog over ditjes en datjes.
Een soort na-aankondiging eigenlijk.

Ik noemde het uitkomen van het eindrapport van de Werkgroep de Lotusbloem (zie hier ).
Inmiddels heb ik het gelezen en heb er inmiddels twee reacties op gegeven, waarbij ik het wel kan laten.
Aan het bestuur van de BUN (waarvan ik het rapport kreeg omdat ik een van de geinterviewden ben) schreef ik:
“Ik heb er begrip voor dat niet al mijn suggesties in het gesprek dat ik begin dit jaar met de werkgroep heb gevoerd, in dit eindrapport zijn opgenomen (eigenlijk geeneen, dat komt door het uitgangspunt genoemd op pag 26 ‘We gaan uit van de bestaande organisatorische context’)
Maar speciaal vind ik het wel jammer dat niets gedaan is met mijn suggestie
‘ de BUN biedt alsnog excuus aan aan het Commissariaat voor de Media voor het feit
. dat zij in 2009 en 2010 is meegegaan met de claim als zouden er in Nederland
. ruim 900.000 boeddhisten inclusief personen met sterke affiniteit tot het boeddhisme zijn'
. ”

Aan de onderzoekers van het KASKI, die op dit moment de BUN als zendende instantie evalueert, en die ik recent informeerde over allerlei interessant nieuws (bv in *openboeddhisme*), schreef ik:
“Mijn persoonlijke mening, die ik inmiddels met anderen heb gedeeld, over de stand van zaken, na kennisneming van dit rapport :
Te weinig en te laat; het werkgroep-rapport gaat nog uit van de fictie dat de BUN een bestuurde vereniging is.”

zaterdag 5 mei 2012

Ditjes en datjes, Brian Victoria en de VU; BOSbestuurders, BoeddhaMagazine, SVB en BUN

Wat diverse korte berichten, kommentaren en aankondigingen

Brian Victoria 4 juni in Amsterdam
De website van de faculteit Godgeleerdheid van de V.U. bevat een vooraankondiging van een (engelstalige) lezing van Brian Victoria over Daisetz Suzuki. Te houden op 4 juni; het is een vooraankondiging, tijd en plaats (ik denk: het V.U.-gebouw) staan nog niet vermeld. Dat komt waarschijnlijk nog.
Brian Victoria, hier aangekondigd als professor and Soto priester, is vooral bekend door zijn boek ´Zen at war´, waarin hij als een van de eersten de deelname van sommige vooraanstaande Zen-meesters aan Japanse oorlogsmisdaden beschreef en benoemde. Zie Bol.com
Nog steeds is (in mijn strenge Theravada-opvatting) het Zen-boeddhisme, ook in Nederland, wat gemakzuchtig als het gaat om de persoonlijke ethiek. Zo zegt een hedendaags sensei `In absolute zin heeft zen niets met ethiek te maken. Vanuit het absolute perspectief gezien - vanuit de onbepaaldheid van de ervaring - is er geen slachtoffer, geen dader en geen daad. Er is alleen maar dit: dit precies zoals het is, zo, open, onbepaald en ononderscheiden. Als er geen daad is, dan is er ook geen ethiek.´ In relatieve zin heeft zen wel met ethiek te maken, zo vervolgt hij, maar eerlijk gezegd begrijp ik niet veel van dat betoog (zie hier).

Hoe zit het met de master-opleiding bij de VU? En is die straks nog relevant?
Mogelijk en hopenlijk deelt de Faculteit der Godgeleerdheid ook gelijk snel mee of ze echt in september 2013 wil gaan starten met de opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorger, in de vorm van een master plus ambtsopleiding. Heeft de faculteit daartoe al een aanvraag bij het ministerie van Onderwijs gedaan, bestaat het potje voor het financieren van ambtsopleidingen eigenlijk nog wel?
Zonder die ambtsopleiding blijven de september dit jaar startende bachelor en pre-master in de lucht hangen.
En komt die opleiding er toch als over een maand zou blijken dat het ministerie van Justitie en de BUN er geen behoefte meer aan hebben? De besluitvorming over het KASKI-onderzoek is immers nogal ongewis. Zie mijn blog uit april en een serie publikaties in *openboeddhisme* over deze evaluatie.

De Boeddhistische Omroep Stichting en een niet-autonoom bestuur
De BOS zoekt leden voor haar Algemeen Bestuur, zo vermeld de BOS-website deze week:
Met deze advertentie is wat merkwaardigs aan de hand.
Alleen het begin al: `De BOS is een omroep op levensbeschouwelijke grondslag die voor een breed publiek toegevoegde waarde wil bieden door op een niet-dogmatische manier te inspireren en informeren over boeddhistische thema’s en inzichten.`
Doordat er niets in staat over het feit dat de BUN de houder is van de zendmachtiging en niets over het feit dat de BOS door de minister gedwongen is te fuseren met, of eigenlijk: op te gaan in, de VPRO of de NTR, wordt ten onrechte de indruk van een autonome omroepstichting gewekt.
Dat de relatie met de zieltogende BUN niet wordt genoemd, is een lang bestaand gebrek, maar ook de opgelegde opheffing van de BOS als zelfstandige stichting blijft ongenoemd. Zie mijn eerdere blog daarover.
En dan de missie van de BOS: ´toegevoegde waarde ... bieden´. Welke waarden zijn er dan en wat wordt daar dan aan toegevoegd? Het is een leeg economistisch taalgebruik. En met de kijkers-luisteraars ´informeren over boeddhistische themas´ wordt het moeten zijn van een boeddhistische omroep wel heel minimalistisch ingevuld.
Ik ben benieuwd wat voor een type boeddhisten naar deze bestuursfuncties gaan reflecteren.
Pikant is ook dat tegelijkertijd de directeur van de IKON (ook een 2.42-omroep) is vertrokken, als gevolg van de fusie van de IKON met NCRV/KRO/RKK.

BoeddhaMagazine, de blog
Na een aankondiging en een probeersel begin februari van dit jaar is eind april een nieuw blog actief geworden: boeddhamagazine.wordpress.com; zie hier.
Tot nu toe hebben twee schrijfsters bijdragen geleverd: Connie Franssen (die achteloos, al te achteloos, Peter Sloterdijk citeert) en Moniek Zuidema (die een blog als een lang twitter-bericht ziet).
Dorine Esser en Frank Uyttebroeck fungeren als coaches, gezien het twitterverkeer tussen hen en de schrijfsters.
Ik weet nog niet precies wat ik aan dit blog heb.
Wie gaan er allemaal in schrijven?
En wat is precies de relatie met BoeddhaMagazine, het blad? Komen de twee media naast elkaar of gaat het blog het blad (op den duur) vervangen? Moet er gezien de relatie met Asoka ook geen geld mee verdiend worden, op den duur? Op de website van ´Boeddha Magazine´, d.w.z. de website van Asoka, d.w.z. de website van Milinda Uitgevers, wordt er niet naar dit blog verwezen. Komt misschien nog.
Wordt het ook een beetje journalistiek, of blijft het alleen persoonlijke expressie-verhalen bevatten?
Desalniettemin: hartelijk welkom in de blogosfeer.

En is er ook een relatie met De Verlichting? Een ander volgens de geruchten aangekondigd internet-magazine, ook met wortels in het blad Vorm&Leegte?
[Nagekomen, in de recente Nieuwsbrief van de BUN-voorzitter van vandaag lees ik:
Het Boeddhistisch Dagblad
Er is opnieuw een initiatief tot een nieuw digitaal platform over boeddhisme. Joop Hoek, tot voor kort auteur van BoeddhaMagazine, en mede-initiatiefnemer Maarten Barckhof, communicatie-specialist, hopen eind mei het eerste nummer Boeddhistisch Dagblad gereed te hebben. De journalistieke redactieformule van dit digitale tijdschrift is op boeddhistische leefregels als het juiste spreken geschoeid.

De naam is dus geworden http://boeddhistischdagblad.nl/ en niet De Verlichting
Als het eerste nummer uit komt, bespreek ik het ongetwijfeld, en juist]

De Stichting Vrienden van het Boeddhisme (SVB)
Van bevriende zijde (ik ben zelf geen donateur meer) hoorde ik dat het bestuur van de SVB dit voorjaar een brief aan haar donateurs heeft gestuurd.
De SVB ziet (definitief ?) af van het organiseren van halfjaarlijkse studiedagen, tot een jaar jaar geleden de belangrijkste functie van deze stichting (waarvan ik nog een korte tijd bestuurslid ben geweest).
De functie van de SVB is nu feitelijk nog alleen, het ‘subsidiëren' (in dit geval een wat merkwaardige term) van Asoka bij het uitgeven van vertalingen van de Pali Canon, vertalingen door Rob Janssen en Jan de Breet, bestuursleden van de SVB.
Verder participeert men, met de BUN, in een werkgroep die een ‘Nederlands Boeddhistisch Archief’ gaat oprichten.
SVB en BUN hebben wat mij betreft nog een gemeenschappelijkheid: twijfel over de zin van hun bestaan; en eigenlijk al geen twijfel meer.

Vers van de pers: het eindrapport van de (BUN)Werkgroep Lotusbloem is uit
Het rapport is openbaar en is sinds 9 mei (in geupdate versie) tevens te vinden in de nieuwsrubriek van Boeddhisme.nl, zie hier
Ik ga het eerst maar eens lezen. En kom er ongetwijfeld op terug.

vrijdag 10 februari 2012

Nederlandse boeken over boeddhisme

Een speciaal boekennummer. Met alleen Nederlandse boeken.
Dit is een belangrijke beperking omdat in m’n zoektocht (hieronder beschreven) het aantal Engelse boeken het tienvoudige van het aantal Nederlandse blijkt te zijn.
Maar toch: genoeg om te lezen.

Alleen kwantitatief
Een tweede beperking is dat ik hier alleen kwantitatief kijk, naar aantallen boeken, en in lichte mate met thematische onderverdeling.
Ergens in de komende weken/maanden zal ik meer kwalitatief zijn, informatie over de inhoud en een (subjectief) oordeel over de boeddhistische kwaliteit van een aantal boeken geven. Ik heb nog wat te lezen.
Een ¨paar besprekingen kondig ik vast aan, en geef een impressie van hoe ze kunnen uitpakken.

Een onderzoekje
Boeken kan je natuurlijk het best kopen bij een lokale boekwinkel.
Maar soms is bestellen via internet makkelijker. Ik doe dat soms bij Bol.com en soms bij de (Amerikaanse) Amazon.com. Soms zoek ik alleen op hun websites en ga dan naar m´n boekwinkel kopen/bestellen.
Onderstaand overzicht hebt ik via de uitgebreide zoekfuncties en verfijningen van Bol.com gemaakt
Verder alleen nieuwe boeken, de tweedehandse heb ik er uit gelaten; wel is er een toenemend aantal e-boeken.

Voor wie dit zelf ook wil doen: Voer tamelijk boven het resultaat van Bol links van het woord ZOEKEN een woord intypen; en vervolg in de rubrieken links met verdere verfijningen.

Er is één beperking. Er kan met de zoekfuncties geen onderscheid gemaakt worden tussen vertaalde en origineel in het Nederlands geschreven boeken.
Gelukkig kan ik, titel en namen van auteurs lezend, wel bijna altijd bepalen of een boek origineel Nederlands is of niet. Een groot deel van de honderden titels doorlopend denk ik dat
zeker driekwart van de ‘Nederlandse’ boeken vertaald is en dus alleen NederlandsTALIG; en grotendeels vertaald uit het Engels.
(Zelf heb ik de laatste jaren de tendens liever de originele Engelstalige versie te lezen, maar ik ben niet maatgevend)


Er zijn 153 nieuwe boeken verschenen met het woord ‘boeddhisme’ in de titel; per jaar:
2011(18) 2010(26) 2009(13) 2008(15) 2007(9) 2006(9) 2005(10)
2004( 6) 2003( 5) 2002 of eerder(42) Na 2000(134) Jaren '90(19)

En 86 met het woord ‘Boeddha’:
2011(17) 2010(16) 2009(7) 2008(8) 2007(8) 2006(10) 2005(3)
2004( 1) 2003( 3) 2002 of eerder(13) Na 2000(85) Jaren '90(2)

Met het woord “dharma” 13, opvallend genoeg weinig in de laatste jaren (met ´dhamma´ geen)

Zowel met het woord ‘meditatie’ als met het woord ‘zen’ in de (ondertitel) zijn vele honderden boeken verschenen, bij elkaar wel duizend:
met het woord ‘meditatie’is er een geleidelijke groei is het aantal in de loop der jaren;
met het woord ‘zen’ is er een zeer sterke (bijna exponentieel te noemen) groei in de jaren te zien.
Bij het precieser lezen van de titels blijkt een groot deel daarvan echt niets met het boeddhisme of de beoefening ervan te maken te hebben.
‘Meditatie’ kent een verfijning in categorieën. Eerst kies ik de beperking tot ‘Religie’, met als verdere onderverdeling: Bijbels(2) Esoterie(140) Filosofie(30) Religies(5) Theologie(21)
Veel boeken gaan over christelijke meditatie, eigenlijk krijgen alleen boeken in twee subcategorieën van mij het predikaat ‘(min of meer) boeddhistisch’:
30 bij ‘filosofie’, in een paar golven (o.a. in 2008) verschenen;
en 5 bij ‘religie’, opvallend genoeg wel gelijk verspreid over de jaren.

Ook met het zoekwoord ‘Zen’ kies ik de verfijning op het woord ‘Religie en esoterie’, dan blijven er 72 boeken over: Astrologie(1) Bijbels(2) Esoterie(26) Filosofie(22) Religies(13) Theologie(11).
Bij Zen in het algemeen is het moeilijk (voor mij !) om te bepalen of een tekst boeddhistisch is of niet; maar ik kan alleen boeken in de 22 nieuwe boeken in de subcategorie ‘Filosofie’ en de 13 in ‘Religie’ boeddhistisch noemen. De helft van deze 35 boeken is de laatste 4 jaar verschenen

De overlap tussen de zoektermen boeddhisme, Boeddha, dharma, zen en meditatie (als woord voorkomend in de titel van een boek) blijkt beperkt te zijn. Dus globaal mogen de aantallen worden opgeteld, met een aftrek in de grootteorde van 10%. In totaal komt het aantal op een kleine 300 boeken.

Er zijn echter ook boeken die (voor mij duidelijk) over het boeddhisme gaan maar geen van deze woorden in de titel hebben, uit welke overweging dan ook bij schrijver of uitgever (marketingredenen bijvoorbeeld)
Naast het zoeken op een woord in de titel kan ook in categorieën trefwoorden, gegeven door de uitgever gezocht worden. Bijna driehonderd nieuwe boeken zijn de laatste tien jaar verschenen met als trefwoord ‘religie’, 50 ervan met als sub-trefwoord ‘boeddhisme’, met een piek in 2010.
Tussen deze 50 en de kleine 300, hierboven genoemd, zit een behoorlijke overlap.

Samenvattend kan ik zeggen:
Er zijn in de laatste 10 à 15 jaar ruim 300 nieuwe Nederlandstalige boeken over het boeddhisme verschenen, waarvan bijna de helft in de laatste vier jaar.
Mijn indruk is dat de groei voorbij is, het is echter te vroeg daar stellig in te kunnen zijn.


°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°

Een volgende keer over wat er zoal in (sommige van) deze boeken te lezen staat.
Een paar wil ik vast aankondigen:

Verdiep je mindfulness - Een stap verder op de weg van meditatie
door Bhante Henepola Gunaratana
Uitgeverij Altamira/Becht | november 2011

Eindelijk weer een boek dat mede over samatha (concentratie-meditatie) gaat, naast de vele over vipassana aka mindfulness.
Beschrijving, door de uitgever:
”Twintig jaar geleden schreef de boeddhistische monnik Bhante Henepola Gunaratana (Sri Lanka, 1927) het boek Mindfulness in plain English, door Altamira later uitgegeven onder de titel Meditatie in alle eenvoud. Het was in de woorden van Jon Kabat-Zinn, de man die mindfulness in het Westen tot een begrip maakte, 'een onbetwist meesterwerk'. Er werden wereldwijd dan ook meer dan een kwart miljoen exemplaren van verkocht. Nu is het vervolg op dit veelgeprezen boek beschikbaar: Verdiep je mindfulness. Bhante Gunaratana laat de lezer aan de hand van de zogeheten jhana's – meditatiestadia die door de Boeddha zijn onderwezen – kennismaken met diepere lagen van concentratie en inzicht. Verdiep je mindfulness gaat bewust een stap verder dan andere mindfulnessboeken. In dit werkboek worden principes uit de vipassanameditatie (zelfobservatie) gecombineerd met metta-meditatie (liefdevolle vriendelijkheid). ”


Het pad van de Bodhisattva
door Santideva
Uitgeverij Dharma | maart 1993

Een wat ouder boek, maar ik noem het speciaal als eerbetoon aan de een paar jaar geleden overleden Ria Kloppenborg, hoogleraar (o.a. ) boeddhisme aan de Universiteit van Utrecht, die het vertaald heeft.
Uit de beschrijving, door de uitgever:
”De Bodhicaryavatara, het pad van de Bodhissattva, of letterlijk vertaald uit het Sanskrit: de inleiding in de weg tot inzicht, werd in het midden van de zevende eeuw geschreven door Santideva. Santideva onderwees in die tijd in Nalanda, het belangrijkste centrum van boeddhistische studie. Dit is zijn bekendste werk.
De tekst geeft een uitstekend overzicht van het Mahayana boeddhisme waarin het ideaal van de Bodhisattva – die streeft naar de verlichting van alle mensen en handelt vanuit compassie – voorop staat. Hoewel Santideva zich baseert op de filosofie van de 'leegte' zoals die door Nagarjuna werd ontwikkeld, maakt zijn eigen betrokkenheid bij het onderwerp het tot een zeer ontroerend en toegankelijk boek. Zijn beschrijving gaat vooral over de praktische en devotionele kant van het pad van de Bodhisattva naar de verlichting. Voor dit doel dient de Bodhisattva de zes volmaakte deugden, te weten: vrijgevigheid, moreel gedrag, verdraagzaamheid, inspanning, meditatieve concentratie en wijsheid te beoefenen en tot perfectie te brengen. Door dit na te streven kunnen zowel het handelen uit compassie als de volmaakte wijsheid tegelijkertijd ontwikkeld worden
.”


Eeuwig Jong En Tijdloos Oud - Boeddhisme In Transformatie
door Paul van der Velde
Asoka Uitgeverij | januari 2012

Nog een Nederlandse hoogleraar boeddhisme, het kan niet op.
Beschrijving, door de uitgever:
”Dit boek bundelt zes studies waarin wordt aangetoond hoe de leer van het boeddhisme zich door de geschiedenis heen telkens vernieuwt. De volgende thema"s komen aan bod:
• de geschiedenis van de grote boeddhistische stromingen, waarbij iedere stroming van zichzelf vindt de unieke vertolking te zijn van wat de Boeddha bedoelde;
• recente ontwikkelingen op het gebied van psychotherapie en meditatietechnieken;
• de verwevenheid van politiek en boeddhisme, in het bijzonder de situatie in Myanmar (Birma);
• de verschillende waarderingen van het Boeddhabeeld in Azië en het westen;
• oude boeddhistische biografieën in vergelijking met moderne media als de film Samsara van Pan Nalin;
• de gecompliceerde positie van de Dalai Lama tussen de traditionele cultuur van Tibet in verdrukking en de uitdagingen van de moderniteit.
De dharma vernieuwt zich, laat zich meeslepen, transformeert, maar blijft altijd zichzelf ...
”


Integrale Zen
door Maurice Knegtel
Uitgeverij Juwelenschip, voorjaar 2012 (dus moet nog verschijnen)

Of ik dit boek echt ga bespreken, weet ik nog niet. Zen is niet zo mijn ding, vaak begrijp ik Zen-teksten gewoon niet en soms begrijp ik ze wel min of meer maar vind het onzin of niets met het boeddhisme te maken hebben. Voor presentatie van dit boek, zie hier.
Uit de aankondiging door de uitgever:
” ‘De contemplatieve staat waarin alles een is, is te allen tijden niets anders dan ongekunstelde aanwezigheid, wat je ook doet.’
· Integrale zen sluit aan bij de grote belangstelling voor het non-dualisme, waarvan zen de meest populaire stroming vertegenwoordigt
· Integrale zen gaat ervan uit dat het leven, precies zoals iemand het leidt, spirituele oefening is.
”

donderdag 1 december 2011

Tentoonstelling ‘De Gouden Eeuw van China’ leidt tot de vraag ‘Hoe bestudeert men Zen ?’ – en andere vragen

Tot april volgend jaar is in het Drents Museum in Assen de tentoonstelling ‘De Gouden Eeuw van China’ te bezichtigen. Informatie hier. Die ‘gouden eeuw’ is volgens de organisatoren de bloeitijd van de Tang-dynastie (618 – 907 na Chr): de glorieuze dynastie met de grootste open culturele uitstraling uit de hele Chinese geschiedenis.
Geen mega-tentoonstelling, maar een behapbaar aantal mooie beelden, in hun context.

Boeiend voor mij is dat dit de periode was dat het – al een paar eeuwen eerder in China vanuit de zijderoute geïntroduceerde – boeddhisme tot bloei is gekomen, Chan (in Japan: Zen) was een van de vormen ervan, maar bepaald niet de enige. De aanhang van het Zuivere Land boeddhisme en Tientai was groter. Interessant vond ik de mededeling in het boek bij de tentoonstelling dat Chan vooral de populair was bij schrijvers en militairen. Schrijvers, dat begrijp ik, maar militairen?


Eén van de aardigste boeken over Chan/Zen is ‘Seeing through Zen’ van John McRae, voluit: ‘Seeing through Zen: Encounter, Transformation, and Genealogy in Chinese Chan Buddhism’ (2003).
Delen ervan zijn te lezen via books.google.nl

Het voor menig niet-Zen-boeddhist irrationele en soms historisch ronduit onjuiste van veel Zen-beweringen worden er begrijpelijker door. En ook enigszins (voor mij) de functie van zulke verhalen.

Het boek is goed samen te vatten door zijn Vier Regels voor Zen Studie.
Hieronder een eerste poging tot Nederlandse vertaling ervan.

1. Het is niet waar, daarom is het des te belangrijker
De inhoud van Zen-teksten moet men niet proberen te begrijpen door simpel criteria van journalistieke accuratesse te hanteren,, zoals de vraag ‘Is dat werkelijk zo gebeurd?’
Want elke gebeurtenis of uitspraak die gedaan zou zijn, is op zichzelf een triviale realiteit waar maar een handjevol mensen bij betrokken waren, vergeleken met de duizenden die in de loop van eeuwen betrokken waren bij het scheppen van de Zen-legenden.
De mythisch-poëtische creatie van Zen-literatuur impliceert de religieuze verbeeldingskracht van de Chinezen, een fenomeen op grote schaal en van diepe betekenis.

2. Stamboom- (lineage) beweringen zijn zo onjuist als ze sterk zijn
Uitspraken over identiteit en geschiedenis bepaald door afstamming waren polemische instrumenten van zelfbepaling, en niet critische evaluaties van chronologische feiten overeenkomstig een modern concept van historische accuratesse. Inzoverre enige lineage-uitspraak van betekenis is, is hij ook een misrepresentatie; lineage uitspraken waarvan aangetoond kan worden dat ze historisch accuraat zijn zijn tegelijk onvermijdelijk inconsequent als uitspraken over religieuze identiteit.

3. Precisie impliceert ontbreken van accuratesse
Aantallen, data en andere details geven een schijn van waarheid aan een verhaal, maar des te groter de details worden, des te meer zouden we ze moeten kunnen herkennen als literaire stijlfiguren. Speciaal in Zen studies zijn grotere details een product van het grotere verstreken zijn van de tijd, en de vaagheid van vroegere uitspraken duiden juist op haar juistheid. Terwijl we een misverstanden leidende zoektocht naar bronnen zouden moeten vermijden, moeten we ook ‘echte feiten’ en ornamenten weten te onderscheiden. Zelfs als we het lijnenspel van middeleeuwse polemiek in overweging nemen.

4. Romantiek veroorzaakt (fokt) cynisme
Verhalenvertellers creëren onvermijdelijk helden en boeven, en de afbeelding van de eerste Zen-patriarchen en ikonen verlammen ons begrip voor zowel de Tang-gouden-eeuw als het veronderstelde remmende formalisme van de Song-dynastie. Als één zijde wordt verheerlijkt, moet de andere gedemoniseerd worden, en op die manier verdwijnen beide kanten in een incognito. De botsing tussen Zen-romantici en de verdedigers van het triomfantalisme van Confucius-aanhangers is een obstakel voor het begrijpen van zowel Chan als de Chinese civiele traditie.


Tot zover deze ruwe vertaling
Ongetwijfeld zijn vergelijkbare stellingen ook wel over andere boeddhistische tradities te bedenken, maar naar mijn overtuiging lang niet zo vergaand als bij Chan en haar Japanse navolger Zen.
Zo hoef ik niet meer verbaasd te denken “dat klopt toch niet?” als ik een Zen-boeddhist hoor uitleggen waarom de Boeddha Mahakasyapa aanwees als zijn opvolger: deze begreep als enige de bedoeling toen die een bloem omhooghield: hij glimlachte; de overdracht overstijgt de woorden.
De Chinezen zeiden niet zoals ik lomp niets te zien in reïncarnatie maar wijzigden dat concept subtiel in hun cultuur van voorouderverering: de lineage.

Wat in meerdere tradities sterk optreedt is het antidateren van het ontstaan van teksten en praktijken, soms wel eeuwen. Kennelijk vanuit de idee: hoe ouder, hoe authentieker en wijzer een methode is.
Bijvoorbeeld, voor mij relevant, de vraag wanneer de (Theravada-) meditatievorm ´vipassana´ ontstaan is: ten tijde van de historische Boeddha, eeuwen later of pas eind 19e eeuw, als constructie van monniken in Birma die het nut begonnen in te zien van mediteren door leken. Ik gebruik de term ´constructie´, terwijl anderen binnen de traditie spreken van ´herontdekken´.

Slotvraag: doet het er iets toe ?