Posts tonen met het label VU. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VU. Alle posts tonen

donderdag 5 juli 2012

De opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger, met of zonder erkende BUN

Een maand geleden meldde de VU in een persbericht (zie hier ) dat het ministerie van Onderwijs 260 duizend euro (per jaar) toekent voor een ambtsopleiding voor boeddhisten.
Het persbericht riep bij mij wat vragen op, vandaar dat ik het minsterie om aanvullende informatie heb gevraagd.
Die heb ik ontvangen; naast de beschikking van de staatssecretaris aan de VU ook een aantal antwoorden die ik het beste kan citeren:

"U vraagt onder welke voorwaarden deze subsidie is verleend.
De voorwaarden voor de subsidie staan in een brief aan de Tweede Kamer van het ministerie van (OCW). De aanvraag voor deze subsidie is getoetst en goedgekeurd met de negen criteria uit de brief. Relevant voor uw vraag is criterium nummer negen, de financiële transparantie van de organisatie.

U vraagt of het recht dat aan de Boeddhistisch Zendende Instantie(BZI) wordt verleend om een kandidaat tot boeddhistisch chaplain te benoemen, gebaseerd is op een overeenkomst tussen de VU en de BZI of dat het een voorwaarde is van het ministerie.
De benoemingsmogelijkheid tot boeddhistisch chaplain is geen voorwaarde van OCW.

Tot slot vraagt u of het al of niet erkennen van de Boeddhistische Unie Nederland - en daarmee de BZI - door minister Teeven van Justitie van invloed is op de subsidieverlening.
Voor het ministerie van OCW is het niet relevant of de mede-aanvrager erkend is door Justitie. In de Kamerbrief staat dat de aanvraag moet worden gedaan door een hogeronderwijsinstelling samen met één (of meer) organisatie(s) van (een) geloofsovertuiging(en). Ook moet de geloofsovertuiging voldoende draagvlak en erkenning hebben. Aan die criteria is voldaan."


Mijn kommentaar
Wat betreft de eerste vraag vind ik de andere criteria van het ministerie ook relevant, en was ik bijvoorbeeld benieuwd hoeveel boeddhisten er in Nederland volgens het ministerie zijn. M’n vragen daarover zijn niet beantwoord.
Het antwoord op de tweede en de derde vraag is ook relevant voor de evaluatie van de BUN als zendende instantie door het KASKI.
De erkenning van de BUN/BZI door het ministerie van Veiligheid en Justitie en de rechten die de BZI claimt te hebben zijn voor het ministerie van Onderwijs niet van belang.
(Ik hoop overigens dat het ministerie het verschil tussen de BUN en de BZI heeft begrepen; dat in de brief aan de VU wordt gesproken over “koepelorganisaties van moskeeën” stelt me wat dat betreft niet gerust.)

Een suggestie aan de VU
Nu is de invulling van de opleiding tot chaplain aan de beurt, een tweejarige opleiding die volgens de informele aankondigingen september 2013 gaat starten.
De aanvraag aan het ministerie en het opstellen van overeenkomsten heeft allemaal bijzonder binnenskamers plaatsgevonden.
Het zou de VU sieren als een deel van de invulling van de opleiding in het openbaar plaatsvindt.
Daarom roep ik de VU op, om ergens komend najaar een openbare bijeenkomst over de inhoud te organiseren. Eén van de onderwerpen die daarin in ieder geval aan de orde moeten komen is wat mij betreft de inhoud van geestelijke verzorging (door en/of voor boeddhisten) in de zorgsector, in ziekenhuizen en andere instellingen van volksgezondheid dus. Want het georganiseerde boeddhisme heeft tot nu toe nog geen blijk gegeven, zich daarin verdiept te hebben.

=======================================================================

BIJLAGE: Brief van het ministerie (oorspronkelijk een pdf-bestand)


(Van) Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

(Aan) Het College van Bestuur van de Vrije Universiteit
De Boelelaan 1105 1081 HV AMSTERDAM


Datum 3 1 MEI 2012

Betreft Bijzondere voorziening boeddhistische seminariumopleiding


Geacht College van Bestuur,

Met uw brief van 30 januari 2012 alsmede met de nazending op 11 april 2012 van de overeenkomst voor samenwerking van de Vrije Universiteit (VU) en de Boeddhistische Zendende Instantie (BZI) heeft u mij het verzoek voorgelegd om een bijdrage voor een "Bijzondere voorziening boeddhistische seminariumopleiding". U baseert zich hierbij op de brief van 2 juli 2010 aan de Tweede Kamer (Tweede Kamer, vergaderjaar 2009-2010, 31821, nr. 80) waarin de hoogte van de bijdrage in beginsel afhankelijk is gesteld van het aantal gelovigen voor de betrokken geloofsrichting(en).
Ik heb uw aanvraag beoordeeld aan de hand van de voorwaarden in de brief van 2 juli 2010 en ik heb vastgesteld dat u met de nazending van de samenwerkingsovereenkomst tussen de VU en de BZI daaraan in voldoende mate voldoet, zodat ik kan overgaan tot toekenning van een financiële bijdrage.
Ik bedank u én de betrokken koepelorganisaties van moskeeën voor de geleverde inspanningen om een verantwoorde opleiding tot stand te brengen. Wat betreft de bijdrage nog het volgende.
In uw aanvraag wordt weliswaar geen concreet bedrag genoemd, maar via de onderbouwing suggereert u de maximale bijdragen voor de ambtsopleiding. Uw onderbouwing met betrekking tot het aantal gelovigen voor de boeddhistische geloofsrichting onderschrijf ik. In verband hiermee ken ik de maximale bijdrage van € 260.000,00 toe.
De bijdrage wordt beschikbaar gesteld in de vorm van een verhoging van de onderwijsopslag, te weten jaarlijks een bedrag van € 260.000,00 voor de jaren 2012 tot en met 2016, onder voorbehoud van goedkeuring door de begrotingswetgever van de rijksbegroting voor de betreffende jaren. Deze
toekenning zal worden verwerkt in een wijziging van de Regeling financiering hoger onderwijs die in het najaar van 2012 zal verschijnen.

Hoogachtend,

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

(w.g.)

Halbe Zijlstra

zondag 27 mei 2012

Twee berichten - Het Boeddhistisch Dagblad gestart & (een dagje) Boeddhisme studeren bij de VU

Dit weekend is een eerste versie verschenen van een nieuw journalistiek webmagazine, met als titel ‘Boeddhistisch Dagblad ’. Zie hier .
Uit dit nummer: “Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk geëngageerd journalistiek web magazine. We willen op een betrokken en frisse manier nieuws en achtergronden publiceren over boeddhistische thema’s en inzichten.”
Na een ´brief aan de lezers’ gaat dit nummer o.a. over het bezoek van de Dalai Lama in Huy (België)

We worden wel verwend; ik wordt wel verwend in ieder geval. Jaren lang roep ik dat er geen boeddhistische journalistiek is die ontwikkelingen in Nederland actief en critisch volgt; dat de BOS (die daar toch voor betaald wordt) en Vorm&Leegte/BoeddhaMagazine daar nauwelijks iets aan doen en de algemene journalistiek het een te marginaal gebeuren vindt. Terwijl toch heel wat thema’s in boeddhistisch Nederland de afgelopen jarende de publieke aandacht verdienden die ze nu niet krijgen. En niet alleen de vaste onderwerpen zoals de BUN en de BOS waar ik dan in arremoede over schreef. Maar ook over bv de vraag: hoe het financieel gaat met de lokale boeddhistische organisaties, de sangha’s op dit moment? En hoe lopen de geldstromen binnen Zen.Nl precies?
En nu ineens twee internet magazines: naast het een paar maanden geleden gestarte *OpenBoeddhisme* (zie hier ) nu dus ook het Boeddhistisch Dagblad.

En ik ga ook door met m’n blog. Ik ben geen journalist, voel me vrij (als ex-sociaal wetenschapper) door elkaar over nieuws, opinies, Dharma en boeddhologie te schrijven, en als het kan soms ook nieuws te maken. Slechts begrensd door mijn ethiek en door mijn beperkte vermogen zaken te begrijpen (daarom schrijf ik weinig over het Tibetaans boeddhisme, maar gelukkig doen anderen dat genoeg).

Over de stand van zaken van twee andere media ben ik minder zeker:
* de internetversie van BoeddhaMagazine (zie hier ) lijkt een probeersel van Asoka dat niet doorgezet wordt.
* Bodhitv (zie hier ), het internetblad van de BOS mist de gedrevenheid en de persoonlijkheid van de beginjaren; het brengt geen nieuws maar publiceert ervaringen van boeddhisten en persberichten.

Ik wens de redactie van BoeddhistischDagblad veel succes toe !
Hopenlijk zijn ze vòòr het weekend van 9 juni al voldoende op stoom om de ledenvergadering van de BUN te verslaan. We weten immers niet hoe lang de BUN nog bestaat.

===============================================================================


Dan een ander nieuwsfeit dat ik niet alleen als feit wil brengen maar ook in een context plaatsen.

Als je jong bent of anderszins nieuwsgierig naar hoe bij de Vrije Universiteit in Amsterdam de boeddhologie wordt beoefend, kan je een
Dagje Boeddhisme (en Hindoeïsme) komen studeren Zie het VU-bericht hier.

Ik citeer:
Dinsdag 5 juni kan je komen ervaren hoe het is om Boeddhisme of Hindoeïsme te studeren. Je krijgt dan informatie over de studie en kan studenten vragen hoe het is om de opleiding te doen. Ook verzorgen prof. dr. André van der Braak en dr. Lourens Minnema colleges.
Aansluitend op het dagje studeren volgt de feestelijke opening van de opleidingen. Als je een dagje komt studeren ben je ook daar van harte uitgenodigd.

Lijkt me interessant, al begrijp ik het zinnetje '... en kan studenten vragen hoe het is om de opleiding te doen ’ niet, het is immers een nieuwe opleiding, ook (en misschien juist) voor niet-Christenen.
Naast de minicollege’s zijn er ook korte inleidingen door onder andere:
Artho Jansen, voorzitter van de Boeddhistische Zendende Instantie (BZI) en door
Wim Janse, decaan Faculteit der Godgeleerdheid
Hun woorden zijn onderdeel van de openingsplechtigheid maar voor de aanstaande student zouden deze ook van belang kunnen zijn.

Dat brengt me op de context van deze opening.
Het betreft uitsluitend de bachelor boeddhisme (en hindoeisme maar daar heb ik het verder niet over)
Als ik weer 18 of 19 was, zou ik deze studie misschien wel gekozen hebben, al zou ik wel wat meer over de bijvakken hebben willen weten. Toen ik studeerde, interesseerde het me absoluut niet of ik daar later een beroep in kon vinden, maar velen kunnen zich tegenwoordig deze luxe van een babyboomer niet meer permitteren.
Niet alleen de bijvakken, ook interesseert de vraag me of het (alleen) gaat om het weten, het kennen van de diverse boeddhistische tradities en hun geschiedenis, of gaat het ook om het beoefenen er van?
De VU is nogal van de inter-religieuze dialoog maar wordt ook aandacht besteed aan de relatie tussen het boeddhisme en het agnosticisme, aan het seculiere boeddhisme dus ?
Of iemand met een bachelor boeddhisme een baan kan vinden: ik zou het niet weten. Maar iemand met een volledige opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger (BGV) mogelijk wel. Dan is een bachelor niet voldoende, dan heb je daarna een master + diploma van een ‘ambtsopleiding’ nodig.
En komen die opleidingen er echt? Zwart op wit?
Al te vaak is aangekondigd door de VU en/of de BZI dat die er komen: eerst zou het in 2011 zijn, toen in 2012 en nu wordt er over 2013 als startdatum van de master gesproken. (Aankondigingen vooral om het ministerie van Justitie te gerieven, is wel eens mijn indruk geweest).
Is die opleiding echt al door de VU bij het ministerie van Onderwijs aangevraagd? Daarover heb ik al een paar keer in mijn blog geschreven, ook deze maand, zie bv hier.
En als die ambtsopleiding er komt, mag dan iedereen die volgen of moet je aangewezen worden door een boeddhistisch leraar? De notitie (hier) van de BZI is niet zo duidelijk daarover.
En wat is de toekomst van de BZI als de toekomst van de BUN zo onzeker is? Zie hier. Doet dat er toe, om BGV-er te worden?

Dinsdag 5 juni van kwart over één tot half zes dus. Luisteren en vragen !
Ik neem aan dat ook anderen dan aspirant-studenten die middag welkom zijn.
Journalisten en bloggers bijvoorbeeld.
Of opgeven (hier ) echt nodig is, weet ik niet.


Update 30 mei
Op de website van Bodhitv is een interview met André van der Braak over deze bachelor-opleiding opgenomen, zie hier.
André stelt dat een afgestudeerde een 'boeddhistische professional' wordt. Wat is dat nu weer?
Iets anders dan 'beroepsboeddhist' kennelijk. maar ook geen 'boeddholoog'. Moet je boeddhist zijn om boeddhistisch professional te worden?

dinsdag 15 mei 2012

Boeddhistisch Geestelijke Verzorger, wat is dat ? Beschouwing over het beroep en opleiding daartoe

Met het beroep boeddhistisch geestelijk verzorger (BGV) is iets merkwaardigs aan de hand. Er is geen enkel document dat over de inhoud van dat beroep gaat, wat het is of (omdat het grotendeels nog moet starten) wat het zou kunnen zijn.
Zeker, er zijn een aantal stukken die over de inhoud gaan, maar betreffen slechts enkele formele aspecten.
Er is een curriculum-commissie voor de VU-opleiding maar de stukken daarvan zijn niet openbaar.
Daarom wat tastend een overzicht over wat het beroep BGV-er zou kunnen zijn en hoe de opleiding georganiseerd kan zijn. Een blog met veel vragen dus.
Het openbaar worden van de overeenkomst tussen de VU en de BZI van 31 maart jl (zie onder) is de concrete aanleiding, niet op alle antwoorden te wachten.

1. Wat is BGV?
Ik weet het niet, bij voorbaat in ieder geval omdat het iets is dat nog niet bestaat. Is het:
a. Geestelijke verzorging (g.v.) gegeven dòòr een boeddhist?
b. G.v. gegeven ààn een boeddhist?
c. G.v. volgens boeddhistische principes, door wie dan ook aan wie dan ook gegeven?
Ik vermoed dat impliciet vaak mogelijkheid c wordt bedoeld, met element van mogelijkheid a (want het gaat ook om werkgelegenheid)
Maar welke principes dan? Want de boeddhistische tradities verschillen nogal van elkaar, zeker in aspecten die g.v. raken (het gaat toch om meer principes dan die van ‘compassie’ moet ik aannemen)
En geldt dit alles zowel de BGV aan justitiabelen als aan clienten/patienten in de gezondheidszorg, want die wil de BZI ook coveren?
Wat ik tot nu toe in stukken van de BZI (of de VU) heb gelezen, geeft volstrekt geen antwoord op die vragen.


2. Waar kan je BGV-er zijn?
Als we kijken waar, door geestelijk verzorgers van andere religies/levensbeschouwingen, geestelijke verzorging wordt beoefend, dan zijn er vier plekken:

(a) Bij de DGV van het Ministerie van Veiligheid en Justitie
Er zijn sinds 2010 nu 6 parttime BGV-ers in dienst (het Hoofd BGV – Varamitra – is zelf geen geestelijk verzorger); uitbreiding is onwaarschijnlijk.

(b) Bij de krijgsmacht (het Ministerie van Defensie; zie hier)
Er zijn bij sommige beroepsboeddhisten wel eens fantasieën over BGV bij de Krijgsmacht. Ik kan daar kort over zijn: er zullen zeer weinig boeddhisten in het Nederlandse leger dienen; dat is geen probleem, en het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat Defensie er toe zal over gaan BGV-ers in dienst te nemen.

(c) Bij instellingen van gezondheidszorg
De VGVZ onderscheidt zes werkvelden waar geestelijk verzorgers werkzaam zijn: Ziekenhuizen, Verpleeg- en Verzorgingshuizen, Psychiatrie, Jeugdzorg, Verstandelijk Gehandicapten en Revalidatie.
Als we vergelijken hoeveel geestelijk verzorgers andere religies daar hebben, vergeleken met het aantal van de betreffende religie bij de DGV dan zijn dat er ongeveer vier maal zoveel.
Op deze wijze berekend zouden er enkele tientallen BGV-ers kunnen werken.
Echter: het in dienst nemen gaat in tegenstelling tot bij het Ministerie van Justitie niet centraal: ieder ziekenhuis en andere gezonheidszorgvoorziening is vrij hoeveel g.v.-ers van welke denominatie men wenst aan te nemen. En die denominatie blijkt in belang af te nemen: er wordt primair gekeken naar brede kwaliteit en inzetbaarheid. Steeds minder ook worden g.v.-ers formeel ‘gezonden’; een organisatie als de BZI is ook nauwelijks nodig. Steeds meer is accreditatie van belang (zie hieronder)
Zo zijn er nu ook al (mij bekend) g.v.-ers werkzaam in de gezondheidszorg die boeddhist zijn of daar duidelijke affiniteit mee hebben, maar formeel dominee zijn. Nu heb ik zelf helemaal niets met het Christendom maar mijn indruk is dat ze het goed doen.
Ik ken geen enkel behoefteonderzoek naar BGV in de diverse werkvelden van de gezondheidszorg

(d) Vrijgevestigde geestelijk verzorgers
Dit is een betrekkelijk nieuwe ontwikkeling. Over het aantal is nog niets te zeggen: er zijn er zoveel nodig als er markt voor deze ZZP-ers is. Van een zendende instantie is helemaal geen sprake, wel (althans dat is gewenst) van accreditatie, zie hieronder.
De website van de VU suggereert dat een afgestudeerde ook geestelijk verzorger in het bedrijfsleven of het onderwijs kan worden, daarover heb ik geen verdere informatie kunnen vinden.

Samenvattend:
Als in 2015 of daarna afgestudeerde boeddhistisch geestelijk verzorgers een baan zoeken, maken ze daarvoor bij gezondheidszorg-instellingen de meeste kans. Hoe groot die kans is: geen idee.


3. De eisen van de VGVZ en de SKGV
VGVZ: Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen
SKGV: Stichting Kwaliteitsregister Geestelijk Verzorgers
Vereniging en stichting stellen eisen aan wie men geestelijk verzorger en opleider tot geestelijk verzorger wil noemen. Beide zijn onafhankelijk van levensbeschouwelijke organisaties, van overheden en van zorginstellingen. Zie hier en hier
Wat mij het proberen waard lijkt, is te kijken hoe en waar aan deze beroepseisen de bovengenoemde boeddhistische principes gekoppeld kunnen worden.

Uit de ‘beroepsstandaard’ van de VGVZ (zie hier)
“Geestelijke verzorging in en vanuit zorginstellingen is:
* de professionele en ambtshalve begeleiding van en hulpverlening aan mensen bij hun zingeving en spiritualiteit, vanuit en op basis van geloofs- en levensovertuiging en
* de professionele advisering inzake ethische en/of levensbeschouwelijke aspecten in zorgverlening en beleidsvorming
.”

Het “en spiritualiteit” is in een recente versie toegevoegd, voor het boeddhisme relevant! De toelichting daarop (pagina 9) is een aanrader. De eerste zin ervan: “Het begrip spiritualiteit verwijst naar processen van innerlijke omvorming. Spiritualiteit laat zich omschrijven met termen als bezieling, transcendentie, verbondenheid en verdieping. Spiritualiteit betreft niet alleen mensen die een bepaalde religie aanhangen. ...”

Een andere passage uit deze toelichting:
“Vanuit en op basis van geloofs- en levensovertuiging
.... Het zal niet altijd en overal mogelijk zijn pluriformiteit optimaal te realiseren. Dit zou kunnen leiden tot versnippering van de beschikbare personeelsformatie voor geestelijke verzorging en dit komt de herkenbare aanwezigheid in en betrokkenheid bij de instelling niet ten goede. Geestelijk verzorgers zijn breed inzetbaar voor patiënten van alle levensbeschouwelijke achtergronden. Dat een geestelijk verzorger staat in dezelfde levensbeschouwelijke traditie als de patiënt kan voor de laatste een meerwaarde hebben.
Wanneer een patiënt vraagt naar een ambtsdrager van de eigen denominatie, verwijst de
geestelijk verzorger hem door naar de desbetreffende collega geestelijk verzorger in dezelfde instelling, mits deze natuurlijk beschikbaar is, of h/zij maakt zonodig afspraken over inzet en eventuele vergoeding van ambtsdragers van buiten de zorginstelling.
”

Verder wordt (pag. 10) ook de rol van een geestelijk verzorger op het vlak van de ethische advisering van de zorginstelling waar zij of hij werkzaam is, genoemd. Gezien de toenemende euthanasie-discussie ook voor boeddhisten relevant.

Over de opleidingseisen (zie onder) wordt gezegd:
“Deze opleidingseisen waarborgen twee belangrijke kwaliteiten van de geestelijk verzorger; namelijk, dat deze
a. in staat is tot tweede reflectie, dat wil zeggen dat h/zij de eigen vooronderstellingen en uitgangspunten onderkent; en
b. dat h/zij breed inzetbaar is, dus ook voor mensen van andere dan de eigen levensbeschouwelijke richting.
”

Over het ambtshalve karakter van dit beroep:
“De geestelijk verzorger heeft als ambtsdrager een identiteit die gelegitimeerd is door een maatschappelijk erkend levensbeschouwelijk genootschap. Die identiteit kan weliswaar worden onderscheiden, maar niet los gezien van de professionaliteit.
Voor de VGVZ is het ambtshalve aspect van belang, omdat het domein van de geestelijke
verzorging (zingeving) nooit 'neutraal' is en altijd vraagt om een positiebepaling van de geestelijk verzorger. De geestelijk verzorger heeft daarbij altijd een open houding naar andere levensbeschouwingen. Een authentieke omgang met de eigen levensbeschouwing is daarvoor noodzakelijk. Het ambt en de eigen spiritualiteit behoren zo tot het hart van de professionele identiteit
.”
Ik hoop dat de BUN te zijner tijd deze en verder boven geciteerde uitspraken voor haar rekening wenst te nemen; vermoedelijk is hierop in BUN-kring tot nu toe niet gereflecteerd.

De SKGV is een onafhankelijke stichting die het beroepsregister van geestelijk verzorgers in zorginstellingen beheert en die beroepsopleidingen (zoals die van de VU) accrediteert.
Ten behoeve daarvan is een toetsingskader vastgelegd, gebaseerd op boven beschreven beroepsstandaard van de VGVZ, zie hier .
Het ‘toetsingskader’ bevat een grote serie noodzakelijk aanwezige kernkwaliteiten; deels kennis, vaardigheden en houding en deels professioneel en (voor ons relevant) ambtelijk. Te veel om op te noemen, maar zeer lezenswaardig.
Verder bevat het toetsingskader een serie Beoordelingscriteria voor initiële opleidingen. Ik neem aan dat de toekomstige VU-opleiding daaraan voldoet; immers de (VU) master Geestelijke Zorg in Organisaties en de master Islamitisch geestelijk verzorger zijn al door de SKGV geaccrediteerd.

Een rijke oogst, vind ik, om boeddhistische principes aan het beroep geestelijk verzorger te koppelen.
Het is nog veel werk, dit precies te doen. Iets voor een scriptie?



4. BGV in andere landen
Ik beperk me, omdat daarover het meeste te vinden is, tot (de opleiding in) de V.S.; de bronnen heb ik nog maar oppervlakkig bekeken.

Buddhist Chaplains Network
De site van een amerikaanse netwerk van boeddhistische chaplains.
Veel pagina’s met omschrijving van wat het beroep is, vakliteratuur enzovoorts.

Buddhist chaplains
Een met bovengenoemde vergelijkbare (waarschijnlijk kleinere) organisatie. Vooral om de persoon van ene Jennifer Block, een Buddhist chaplain in San Francisco.
Van haar is een mooi artikel opgenomen over wat dit beroep in houdt: hier .

Upaya training chaplaincy
Een opleiding onder verantwoordelijkheid van de ook in Nederland bekende Joan Halifax Roshi.
De opleiding biedt “a two-year Certificated Buddhist Chaplaincy Training Program in Prison, End-of-Life-Care, Peacemaking, Youth, Women’s and Environmental Ministry. The training is open to those who wish to be ordained as Buddhist Chaplain Priests, Lay Chaplains, and also those who wish to deepen their understanding of service from the Buddhist and systems perspective.”
Niet helemaal vergelijkbaar met wat men in Nederland onder BGV verstaat, maar wel inspirerend.

Opleiding door de University of the West
Van de Rev. Danny Fisher. De universiteit biedt een opleiding tot Master of Divinity in Buddhist Chaplaincy.
“About the Program. The Buddhist Chaplaincy program provides students with the necessary knowledge and skills to excel as Buddhist practitioners working in the field of professional chaplaincy. The program is designed to meet the needs of those who wish to engage in spiritual care and counseling work and become properly trained and certified professionals. The program incorporates the requirements of the Association of Professional Chaplains (APC)”

Opleiding van het Institute voor Buddhist Studies
Ook hun opleiding tot buddhist chaplain refereert aan de eisen van bovengenoemde APC
De beroepsinhoudelijke cursus ‘buddhist chaplaincy’ is uitbesteed (als ik het goed begrijp) aan het ‘Sati Center Buddhist Chaplaincy Training Program’, zie hier .

Naropa, het beroemde (of beruchte) instituut ooit opgericht door Chögyam Trungpa biedt o.a.: “The Master of Divinity degree prepares people for professional work in the fields of pastoral care, Buddhist chaplaincy and/or interfaith chaplaincy, dharma teaching and community development. This three-year program is firmly grounded in Buddhist Studies concerning both its philosophy and its practice of meditation practice, and strongly emphasizes an interreligious approach to individual and community care, and a pluralistic view of working with life and diversity.” Zie hier.
Eén onderdeel is apart het vermelden waard: “Interfaith Pastoral Care Training — the ability to serve the spiritual and human needs of a diverse community in a ministerial/chaplaincy role while embodying the principles and practices of one’s primary tradition”.

In deze bronnen heb ik diverse flarden gevonden van boeddhistische principes die ook bruikbaar zijn voor het beroep BGV in Nederland, maar niet systematisch genoeg om daar een rijtje van te maken. Misschien iets voor een scriptie?

Als zijlijn, een voorbeeld van activistische ‘chaplains’ komt uit de Occupy-beweging in de VS verleden jaar waar ook chaplains (in opleiding) zichtbaar actief waren, zie de jizochronicles. Ik hoop dat ook in Nederland het durven uitsteken van de nek onderdeel van een BGV-opleiding zal zijn.


5. De VU-opleiding voor BGV-ers of Boeddhistische Ambtsdragers
Hierover heb ik eerder geschreven, zie hier .

Van belang is de 'Update BZI - november 2011' zoals te vinden op de website van de BUN, het stuk geaccepteerd door de BUN-ledenvergadering. Een citaat:
“Ambtsopleiding boeddhisme ...
Het huidige plan is om aan een eenjarige masteropleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger een (internationale) eenjarige boeddhistische ambtsopleiding te koppelen. Dit extra jaar stroomlijnt de opleiding inhoudelijk met die van andere religies, wat de VU noodzakelijk acht, gelet op de gelijkschakeling van de beroepsprofielen van pastoraal werkers, en geestelijk verzorgers in Nederland.
Meer dan de bachelor/master opleiding zal deze ambtsopleiding onder toezicht komen te staan van erkende Boeddhadharmaleraren in Nederland. De VU blijft echter verantwoordelijk voor de inhoud en het niveau van het onderwijs. Afgestudeerden van deze opleiding krijgen dan ook alleen het predicaat van “buddhist chaplain” met de uitdrukkelijke toestemming (zendingsbrief) van de leraar in de traditie waar de student zich bij aangesloten heeft. Deze studenten zullen worden ingeschreven in een ambtsregister.
Omdat voor academisch geschoolde ambtsdragers in het boeddhisme geen pasklare term voorhanden is, zal de internationaal gangbare term chaplains worden overgenomen. ...
Door het gebruik van het begrip chaplain wordt de boeddhistisch ambtsdrager nadrukkelijk onderscheiden van de functie van dharma teacher. ....
“


6. Hoe verhoudt deze intentie (waar de ledenvergadering van de BUN november 2011 zonder discussie mee ingestemd heeft) zich met de overeenkomst tussen de VU en de BZI, gesloten 31 maart 2012 ? (zie hier )
Eigenlijk komen de geciteerde punten uit de ‘Update’ van november 2011 helemaal niet aan de orde in de ‘overeenkomst’.

[Terzijde: de ‘overeenkomst’ spreekt in punt 1.2 over een “... aanvullende brief van het Bestuur van de BUN van 16 januari 2012.”; aanvullend op het – ongetekende – delegatiebesluit van 3 april 2009. Deze aanvullende brief is echter niet gepubliceerd]

Er staat bv in de overeenkomst: “1.4, De studenten van de (ambts)opleiding schrijven zich in bij de VU.”; de ‘boeddhadharmaleraren’ (ik vind het een raar en te lang woord) lijken geen rol te spelen bij deze inschrijving.
Wat er gebeurt met de afgestudeerden, komt in de overeenkomst niet aan de orde. De opvatting van de BZI (en van BUN): “afgestudeerden van deze opleiding krijgen dan ook alleen het predicaat van “buddhist chaplain” met de uitdrukkelijke toestemming (zendingsbrief) van de leraar in de traditie waar de student zich bij aangesloten heeft” komt in de overeenkomst niet voor. Dat kan ik me voorstellen: een student afhankelijk maken van de beslissing van één persoon over een paar jaar is juridisch nogal gammel; daar waagt de VU zich niet aan, denk ik.
Het toezicht van de “Boeddhadharmaleraren“ kan hoogstens vorm krijgen in de uitgebreid omschreven ‘curriculum-commissie’ maar komen daar, als ik de overeenkomst begrijp, niet expliciet in voor.
Komt er, zoals gebruikelijk is bij protestante ambtsopleidingen nog een apart ‘kerkelijk examen’ na het universitaire examen? Daarover zwijgt de overeenkomst.


Dat brengt me bij een andere vraag en een verwant thema:
7. Hoe verhoudt de intentie (van VU en BZI) voor een aldus vormgegeven ambtsopleiding zich met de intentie van de Minister van Onderwijs bij de subnsidieregeling waarvan de VU/BZI gebruik willen maken?
De 'overeenkomst' noemt de regeling (HO&S 2010/214378; juli 2010). Politiek is het bekend als Kamerstuk 31821 nr. 80. (zie hier ).
De regeling geeft als definitie “Ambtsopleidingen zijn opleidingstrajecten tot ambtsdragers of voorgangers in een geloofsovertuiging.”
Dat is merkwaardig: de ‘Update’ van de BZI uit november 2011 benadrukt nu juist dat de beoogde ambtsopleiding géén ‘voorgangers’, (het protestant-christelijke woord voor ‘leraren’) opleidt.
De vraag is dus of de gewenste opleiding wel uit de subsidieregeling van het ministerie van Onderwijs, bedoeld in de overeenkomst, gefinancierd mag en kan worden.

Al eerder heb ik het ministerie daar vragen over gesteld (zie m’n blog ) Het antwoord dat ik 27 juni 2011 ontving, luidde:
“Het antwoord op uw eerste vraag is dat er bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) geen verzoek loopt voor financiering van een opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger. Dat maakt het antwoord op de overige vragen overbodig.
Wat betreft de informatie die u nog in uw brief verstrekt: die zal – net als de informatie die u eerder verstrekte - bij de behandeling van een eventueel verzoek om financiering in de overwegingen worden meegenomen.
“
Eén van m’n vragen was en is hoeveel boeddhisten er volgens de VU er in Nederland zijn: minder dan 75 duizend, meer dan 150 duizend of daar tussen in: een aantal, bepalend voor de hoogte van de mogelijke subsidie. En zal het Ministerie de VU geloven als die – op gezag van de BZI – stelt dat er bv 170 duizend zijn?
Misschien kan het ministerie nu antwoord geven op deze vragen.
Want dit mag toch wel openbaar zijn?


8. Tot slot herhaal ik een suggestie, in februari gedaan:
Als het twijfelachtig blijft of er echt behoefte is aan expliciete boeddhistisch geestelijke verzorging in de gezondheidszorg,
en als het twijfelachtig blijft of een door de VU te starten ambtsopleiding er in 2013 kan komen,
en als het twijfelachtig blijft hoe de bestuurlijke toekomst van BUN en BZI er uit gaat zien,
zou het veel logischer zijn en minder verspilling van middelen betekenen als er een
korte applicatiecursus boeddhisme voor reeds gediplomeerde en in de zorgsectoren werkzame geestelijk verzorgers in plaats van de eigen master zou komen. Formeel heet dat ‘bij- en nascholing', zie hier .
Iets voor de VU misschien?

En incidenteel kunnen dan daarnaast – net als nu – zorginstellingen boeddhistische leraren op afroep vragen geestelijke verzorging aan een van hun clienten of patiënten te geven.


Update van 20 mei
In oktober dit jaar verschijnt het (mij bekende) eerste boek specifiek gewijd aan BGV:
"The Arts of Contemplative Care", bij Wisdom Books

Synopsis:
Due October 2012. This work collects the voices of pioneers in the exciting new domain of vocational Buddhism. This anthology captures the richness and diverse practices of socially engaged Buddhism within the context of the fields of chaplaincy and ministry that until recently were dominated primarily by Judeo-Christian faith traditions. The stories in this volume reveal to the reader how the practices and concepts of the Buddhist tradition are uniquely suited to nourishing both those who give and those who receive care. This book will inspire readers to apply their spiritual practice in engaged contexts and will provide nourishment to those called to serve as caregivers.

"This inspiring collection marks the coming of age of Buddhist chaplaincy. It will be the principal handbook for such ministries in the years to come." Christopher Queen, editor Engaged Buddhism in the West.

"A must-read for caregivers - a treasure trove of practical wisdom." Fleet Maull, founder of the Prison Dharma Network and National Prison Hospice Association.

"Destined to become the core text of Buddhist chaplaincy. A radical and wise offering to the world." Noah Levine.

donderdag 10 mei 2012

Twee aankondigingen van studiedagen komende maand en een voor- en na-aankondiging

Hoewel een paar leveranciers van studiedagen het af laten weten, zoals ik in m’n vorige blog beschreef, (zie hier ), twee initiatieven door niet-boeddhistische (!) organisaties.
Bij beide initiatieven speelt André van der Braak een rol, jaja, het boeddhistische wereldje is klein.
Ook noem ik nog twee andere zaken.

I. Lezing op 4 juni bij de VU door Brian Victoria over de rol van het Boeddhisme en haar betrokkenheid bij oorlog en geweld
De lezing en aankondiging (zie hier ) is in het Engels, daarom zie ik af van het vertalen van citaten uit deze uitgebreide aankondiging.
De tweede titel van de lezing luidt : Zen as a Cult of Death in the W.W. II Writings of D.T. Suzuki
Met zijn geruchtmakende boek ‘Zen at War’ heeft Victoria bewezen daarvoor de aangewezen man te zijn.
Ik hoop alleen dat hij zich niet beperkt tot de betrokkenheid van het Zen-boeddhisme bij oorlog en geweld. Het zou best eens kunnen dat hij ook een en ander weet over deze betrokkenheid in andere landen en bij andere boeddhistische tradities (Sri Lanka is een voorbeeld)
Ik ga André van der Braak vragen of Brian Victoria dat ook aan de orde wil stellen.


II. Symposion op 2 juni bij de Rosenkruisers in Bilthoven over “Alle verandering komt tot rust in Boeddha, de geest van het universum”
Voor de volledige aankondiging, zie hier
Ik citeer de aankondiging van de twee te houden lezingen:
"ANDRÉ ROUMEN
Boeddha, de geest van het universum
Boeddha doorzag ons bestaan als een wielwenteling van ontstaan en vergaan, als een wordingsproces waarmee ons lijden onlosmakelijk is verbonden. Verlossing van de wielwenteling vereist een inkeer in de kern, om zo deel te krijgen aan de Boeddha-natuur, die heel het universum doordringt. Zo kunnen we de keten van oorzaken die ons bewustzijn en ons bestaan in stand houden, doorzien en doorbreken. Als onwetendheid zo plaats maakt voor een nieuw bewustzijnslicht, keren we terug in de geest van eenheid, de Boeddha-natuur, de geest van het universum.
ANDRÉ VAN DER BRAAK
Dharma, de bevrijdende leer die leidt tot wijsheid voorbij alle wijsheid
De leer van Boeddha gaat primair over de bevrijding van de mens uit de gevangenschap in het wentelende rad van geboorte en dood. Boeddha formuleerde het achtvoudige pad om mensen in staat te stellen geleidelijk onwetendheid op te heffen, geen negatief karma meer te creëren en nirvana te bereiken. Het mahayana-boeddhisme (het grote voertuig) legt een ander accent. Daarin gaat het vooral om de vervolmaking van wijsheid, om het realiseren de wijsheid voorbij alle wijsheid. We kunnen de werkelijkheid hooguit benaderen. De werkelijkheid zelf is onbegrijpelijk en onuitsprekelijk. Hoe kunnen we komen tot een dergelijke paradoxale wijsheid voorbij alle wijsheid?
"

Ik krijg het gevoel dat de initiatiefnemers het boeddhisme in haar veel vormigheid wel wat selectief bekijken en het interpreteren in de richting van hun eigen Rozenkruis-filosofie. Hopenlijk dat André ook de boodschap van dukkha voor het voetlicht brengt, ook andere invullingen van het boeddhisme noemt, het niet alleen over wijsheid voorbij alle wijsheid heeft maar ook de eerste vijf paramita’s bespreekt.
Niettemin: een waardevol initiatief.


III. Vooraankondiging van een studiedag in september over “Hoe moet het verder met het georganiseerde Boeddhisme?”
Het jaar 2012 lijkt het jaar van de waterscheiding te worden t.a.v. het georganiseerde boeddhisme in Nederland. Hoe de kaart er – na de ledenbevergadering van de BUN op 9 juni en de evaluatie door het KASKI – er vandezomer uit gaat zien, is niet goed te voorspellen, maar hij kan wel eens anders uit zien dan nu.
Om dat duidelijk te maken, kan ik het makkelijkste mezelf citeren, een reactie in *openboeddhisme* (zie hier ):
“Terecht schrijft de redactie: ‘Zodra komt vast te staan dat de BUN niet aan deze eisen voldoet, of dat zij zelf aangeeft haar bestuurlijke verantwoordelijkheid niet langer te kunnen dragen, komen de BOS en BZI in gevaar. Dit vloeit voort uit de toepasselijke wet- en regelgeving.’
Het gevaar voor de BOS is tot nu onderbelicht gebleven. Het is niet denkbeeldig. In 2010 gaf het Commissariaat voor de Media (CvdM) de Nederlandse Moslim Omroep geen zendtijd meer omdat niet duidelijk was welk religieus genootschap deze omroep nu eigenlijk droeg.
Dit besluit was gebaseerd op artikel 2.42 Mediawet:
‘Het Commissariaat kan eens in de vijf jaar kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag aanwijzen voor het verzorgen van media-aanbod op kerkelijk of geestelijk terrein. Voor aanwijzing komen slechts genootschappen in aanmerking die representatief geacht kunnen worden voor een in Nederland aanwezige kerkelijke of geestelijke hoofdstroming.’
Kan een noodverband van een nieuwe, snel opgerichte koepelorganisatie de BOS helpen?
Het CvdM zal de bezwaren daartegen ongetwijfeld serieus nemen. Die komen er zeker, niet alleen door organisaties en personenen maar ook door feiten: ontbrekende representativiteit.
Toch is het omvallen van de BOS geen argument om de BUN te continueren.
Er is een andere oplossing die tegelijk rekening houdt met de eis van de minister dat bij een fusie van de BOS een onafhankelijke programmaraad het boeddhistische gehalte van de programmering bewaakt.
De huidige participatieraad (PAR) is statutair onvoldoende geregeld. Ik heb in november 2011 voorstellen gedaan deze regeling te verbeteren.
Wellicht accepteert het CvdM de vernieuwde PAR (die waarschijnlijk beter een rechtspersoon kan worden) voor de komende drie jaar als opvolger van de BUN.
Volgens mij moet nog deze maand een begin met deze oplossingsrichting worden gemaakt.
Succes is niet gegarandeerd, maar het is een mogelijkheid. Míts belangenverstrengeling dit keer voorkomen wordt.”


Het lijkt me een goed idee over een en ander een studiedag te organiseren. Op een zaterdag in september dit jaar bv, in het midden van Nederland (nader te bepalen).
Samen met anderen; wie?
Misschien ook wel niet door mij, maar vooral of alleen door ‘verse boeddhisten'.
Dus meld u / je aan !


IV. Nog even terugkomen op een puntje uit m’n vorige blog over ditjes en datjes.
Een soort na-aankondiging eigenlijk.

Ik noemde het uitkomen van het eindrapport van de Werkgroep de Lotusbloem (zie hier ).
Inmiddels heb ik het gelezen en heb er inmiddels twee reacties op gegeven, waarbij ik het wel kan laten.
Aan het bestuur van de BUN (waarvan ik het rapport kreeg omdat ik een van de geinterviewden ben) schreef ik:
“Ik heb er begrip voor dat niet al mijn suggesties in het gesprek dat ik begin dit jaar met de werkgroep heb gevoerd, in dit eindrapport zijn opgenomen (eigenlijk geeneen, dat komt door het uitgangspunt genoemd op pag 26 ‘We gaan uit van de bestaande organisatorische context’)
Maar speciaal vind ik het wel jammer dat niets gedaan is met mijn suggestie
‘ de BUN biedt alsnog excuus aan aan het Commissariaat voor de Media voor het feit
. dat zij in 2009 en 2010 is meegegaan met de claim als zouden er in Nederland
. ruim 900.000 boeddhisten inclusief personen met sterke affiniteit tot het boeddhisme zijn'
. ”

Aan de onderzoekers van het KASKI, die op dit moment de BUN als zendende instantie evalueert, en die ik recent informeerde over allerlei interessant nieuws (bv in *openboeddhisme*), schreef ik:
“Mijn persoonlijke mening, die ik inmiddels met anderen heb gedeeld, over de stand van zaken, na kennisneming van dit rapport :
Te weinig en te laat; het werkgroep-rapport gaat nog uit van de fictie dat de BUN een bestuurde vereniging is.”

zaterdag 5 mei 2012

Ditjes en datjes, Brian Victoria en de VU; BOSbestuurders, BoeddhaMagazine, SVB en BUN

Wat diverse korte berichten, kommentaren en aankondigingen

Brian Victoria 4 juni in Amsterdam
De website van de faculteit Godgeleerdheid van de V.U. bevat een vooraankondiging van een (engelstalige) lezing van Brian Victoria over Daisetz Suzuki. Te houden op 4 juni; het is een vooraankondiging, tijd en plaats (ik denk: het V.U.-gebouw) staan nog niet vermeld. Dat komt waarschijnlijk nog.
Brian Victoria, hier aangekondigd als professor and Soto priester, is vooral bekend door zijn boek ´Zen at war´, waarin hij als een van de eersten de deelname van sommige vooraanstaande Zen-meesters aan Japanse oorlogsmisdaden beschreef en benoemde. Zie Bol.com
Nog steeds is (in mijn strenge Theravada-opvatting) het Zen-boeddhisme, ook in Nederland, wat gemakzuchtig als het gaat om de persoonlijke ethiek. Zo zegt een hedendaags sensei `In absolute zin heeft zen niets met ethiek te maken. Vanuit het absolute perspectief gezien - vanuit de onbepaaldheid van de ervaring - is er geen slachtoffer, geen dader en geen daad. Er is alleen maar dit: dit precies zoals het is, zo, open, onbepaald en ononderscheiden. Als er geen daad is, dan is er ook geen ethiek.´ In relatieve zin heeft zen wel met ethiek te maken, zo vervolgt hij, maar eerlijk gezegd begrijp ik niet veel van dat betoog (zie hier).

Hoe zit het met de master-opleiding bij de VU? En is die straks nog relevant?
Mogelijk en hopenlijk deelt de Faculteit der Godgeleerdheid ook gelijk snel mee of ze echt in september 2013 wil gaan starten met de opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorger, in de vorm van een master plus ambtsopleiding. Heeft de faculteit daartoe al een aanvraag bij het ministerie van Onderwijs gedaan, bestaat het potje voor het financieren van ambtsopleidingen eigenlijk nog wel?
Zonder die ambtsopleiding blijven de september dit jaar startende bachelor en pre-master in de lucht hangen.
En komt die opleiding er toch als over een maand zou blijken dat het ministerie van Justitie en de BUN er geen behoefte meer aan hebben? De besluitvorming over het KASKI-onderzoek is immers nogal ongewis. Zie mijn blog uit april en een serie publikaties in *openboeddhisme* over deze evaluatie.

De Boeddhistische Omroep Stichting en een niet-autonoom bestuur
De BOS zoekt leden voor haar Algemeen Bestuur, zo vermeld de BOS-website deze week:
Met deze advertentie is wat merkwaardigs aan de hand.
Alleen het begin al: `De BOS is een omroep op levensbeschouwelijke grondslag die voor een breed publiek toegevoegde waarde wil bieden door op een niet-dogmatische manier te inspireren en informeren over boeddhistische thema’s en inzichten.`
Doordat er niets in staat over het feit dat de BUN de houder is van de zendmachtiging en niets over het feit dat de BOS door de minister gedwongen is te fuseren met, of eigenlijk: op te gaan in, de VPRO of de NTR, wordt ten onrechte de indruk van een autonome omroepstichting gewekt.
Dat de relatie met de zieltogende BUN niet wordt genoemd, is een lang bestaand gebrek, maar ook de opgelegde opheffing van de BOS als zelfstandige stichting blijft ongenoemd. Zie mijn eerdere blog daarover.
En dan de missie van de BOS: ´toegevoegde waarde ... bieden´. Welke waarden zijn er dan en wat wordt daar dan aan toegevoegd? Het is een leeg economistisch taalgebruik. En met de kijkers-luisteraars ´informeren over boeddhistische themas´ wordt het moeten zijn van een boeddhistische omroep wel heel minimalistisch ingevuld.
Ik ben benieuwd wat voor een type boeddhisten naar deze bestuursfuncties gaan reflecteren.
Pikant is ook dat tegelijkertijd de directeur van de IKON (ook een 2.42-omroep) is vertrokken, als gevolg van de fusie van de IKON met NCRV/KRO/RKK.

BoeddhaMagazine, de blog
Na een aankondiging en een probeersel begin februari van dit jaar is eind april een nieuw blog actief geworden: boeddhamagazine.wordpress.com; zie hier.
Tot nu toe hebben twee schrijfsters bijdragen geleverd: Connie Franssen (die achteloos, al te achteloos, Peter Sloterdijk citeert) en Moniek Zuidema (die een blog als een lang twitter-bericht ziet).
Dorine Esser en Frank Uyttebroeck fungeren als coaches, gezien het twitterverkeer tussen hen en de schrijfsters.
Ik weet nog niet precies wat ik aan dit blog heb.
Wie gaan er allemaal in schrijven?
En wat is precies de relatie met BoeddhaMagazine, het blad? Komen de twee media naast elkaar of gaat het blog het blad (op den duur) vervangen? Moet er gezien de relatie met Asoka ook geen geld mee verdiend worden, op den duur? Op de website van ´Boeddha Magazine´, d.w.z. de website van Asoka, d.w.z. de website van Milinda Uitgevers, wordt er niet naar dit blog verwezen. Komt misschien nog.
Wordt het ook een beetje journalistiek, of blijft het alleen persoonlijke expressie-verhalen bevatten?
Desalniettemin: hartelijk welkom in de blogosfeer.

En is er ook een relatie met De Verlichting? Een ander volgens de geruchten aangekondigd internet-magazine, ook met wortels in het blad Vorm&Leegte?
[Nagekomen, in de recente Nieuwsbrief van de BUN-voorzitter van vandaag lees ik:
Het Boeddhistisch Dagblad
Er is opnieuw een initiatief tot een nieuw digitaal platform over boeddhisme. Joop Hoek, tot voor kort auteur van BoeddhaMagazine, en mede-initiatiefnemer Maarten Barckhof, communicatie-specialist, hopen eind mei het eerste nummer Boeddhistisch Dagblad gereed te hebben. De journalistieke redactieformule van dit digitale tijdschrift is op boeddhistische leefregels als het juiste spreken geschoeid.

De naam is dus geworden http://boeddhistischdagblad.nl/ en niet De Verlichting
Als het eerste nummer uit komt, bespreek ik het ongetwijfeld, en juist]

De Stichting Vrienden van het Boeddhisme (SVB)
Van bevriende zijde (ik ben zelf geen donateur meer) hoorde ik dat het bestuur van de SVB dit voorjaar een brief aan haar donateurs heeft gestuurd.
De SVB ziet (definitief ?) af van het organiseren van halfjaarlijkse studiedagen, tot een jaar jaar geleden de belangrijkste functie van deze stichting (waarvan ik nog een korte tijd bestuurslid ben geweest).
De functie van de SVB is nu feitelijk nog alleen, het ‘subsidiëren' (in dit geval een wat merkwaardige term) van Asoka bij het uitgeven van vertalingen van de Pali Canon, vertalingen door Rob Janssen en Jan de Breet, bestuursleden van de SVB.
Verder participeert men, met de BUN, in een werkgroep die een ‘Nederlands Boeddhistisch Archief’ gaat oprichten.
SVB en BUN hebben wat mij betreft nog een gemeenschappelijkheid: twijfel over de zin van hun bestaan; en eigenlijk al geen twijfel meer.

Vers van de pers: het eindrapport van de (BUN)Werkgroep Lotusbloem is uit
Het rapport is openbaar en is sinds 9 mei (in geupdate versie) tevens te vinden in de nieuwsrubriek van Boeddhisme.nl, zie hier
Ik ga het eerst maar eens lezen. En kom er ongetwijfeld op terug.

vrijdag 24 februari 2012

De vertaling van de evaluatie van de BUN

Op 13 februari schreef ik in m’n blog : “Er zit een verschuiving tussen de vier criteria die de KASKI-website meldt en de criteria van de 'Erkenningsovereenkomst' uit november 2008 (...). Dit is geen onschuldige vertaling van juridisch jargon in onderzoeks-jargon.” Deze stelling wil ik hier toelichten.

Op de Kaski-website staat:
Het functioneren van de ... BUN als zendende instantie wordt onderzocht op de volgende beoordelingscriteria:
1. representativiteit;
2. aanbod van hindoeïstische verzorging;
3. functioneren als zendende instantie;
4. beschikbaarheid van een universitaire opleiding tot geestelijke verzorger

In de vergelijking hieronder noem ik deze vier de nieuwe criteria.

Licht ingekort zegt de ‘Erkenningsovereenkomst’, in artikel 2 :
Lid 3 - “Het verlengen van de erkenning geschiedt onder de voorwaarden
van representativiteit van de BUN voor de boeddhistische gemeenschap,
alsook het garant staan voor het aanbod van de boeddhistische
geestelijke verzorging aan alle boeddhistische justitiabelen.
”
Het tweede deel van deze passage is ‘vertaald’ in het 2e nieuwe criterium genoemd ‘aanbod’. Aan alle justitiabelen, benadrukt de ‘Overeenkomst’ dus ook aan ethnische boeddhisten door iemand die hun achtergrond goed kent en hun rituelen beheerst.

Lid 4 - “De representativiteit van de BUN, als bedoeld in
het derde lid, wordt na twee jaar in het kader van de in lid 1
genoemde evaluatie, getoetst aan de volgende criteria :
a. breedheid van de overkoepeling: de hoeveelheid groeperingen
die de BUN vertegenwoordigt;
b. effectiviteit: de daadkracht ten opzichte van en het effect
van de BUN op de boeddhistische gemeenschap in Nederland;
c. continuïteit en stabiliteit van de BUN;
d. de toegankelijkheid ....
”
Al deze punten a t/m d worden zeer kort door de bocht samengevat met het woord ‘representativiteit’ als 1e nieuwe criterium. Ik mag aannemen dat de Kaski in haar onderzoek al de vier aspecten meeneemt. Daarbij vraag ik speciaal het feit van belang dat de BUN alleen en uitsluitend boeddhisten aangeslotenen bij haar leden representeert; alle andere boeddhisten (mogelijk het tienvoudige van de aangeslotenen) worden expliciet niet gerepresenteerd. Het ‘expliciete’ zit in het feit dat de BUN juist met dit doel haar statuten in 2009 heeft gewijzigd. De discussie over zogeheten ‘ongebonden boeddhisten’ zeurt bij de BUN nu al jaren door.

Het 3e nieuwe criterium, ‘functioneren als zendende instantie' vindt geen basis in de Erkenningsovereenkomst. Het lijkt mij nietszeggend; er zijn inderdaad een aantal boeddhistisch geestelijk verzorgers door Justitie in dienst genomen; of wordt er meer bedoeld? Van het ‘zenden’ naar andere sectoren dan Justitie (bv de gezondheidszorg of krijgsmacht) is geen sprake.

Tot slot nog een opmerking over het 4e nieuwe criterium ‘beschikbaarheid van een universitaire opleiding tot geestelijke verzorger’. In de ‘Erkenningsovereenkomst’ staat het iets stelliger:
“Lid 5. Het verlengen van de erkenning geschiedt tevens onder de
voorwaarde dat binnen drie jaar na deze erkenning een opleiding
boeddhistisch geestelijk verzorger op universitair niveau beschikbaar is.
“
Het verschil zou kunnen zijn dat een informele aankondiging dat deze opleiding in september 2013 gaat starten nu als voldoende wordt geaccepteerd terwijl die opleiding volgens de Erkenningsovereenkomst er november 2011 al had moeten zijn.

Maar hopenlijk is mijn argwaan overdreven en kan de “deskresearch, interviews en schriftelijke vragenlijsten” (ik citeer het Kaski) met behulp waarvan het Kaski gaat evalueren, een betrouwbaar resultaat opleveren.
Ik heb al vast twee vragen (in m’n eigen vragenlijst):
- Wie heeft eigenlijk de voorwaarden van de Erkenningseenoverkomst ‘vertaald’ in de nieuwe criteria: Justitie of het Kaski ?
- Het is bij dit type onderzoek zeer gebruikelijk dat een begeleidingscommissie wordt ingesteld waarin mensen van het ministerie van Veiligheid en Justitie (bv van de DGV en de DJI) zitten en die een advies aan de staatssecretaris Teeven opstelt over de definitieve erkenningen, op basis van de conclusies van de evaluatie. Is dat zo en wie zitten er in? In dit geval zou het onjuist zijn als ook vertegenwoordigers van BUN/BZI en Hindoeraad in zo’n commissie zouden zitten: die zijn al te belanghebbend

woensdag 22 februari 2012

Een voorbereidende vervolgopleiding boeddhisme

Een maand geleden schreef ik over de bachelor Religie & Levensbeschouwing, variant boeddhisme die de VU vanaf september dit jaar gaat geven (zie hier).
Daarin schreef ik o.a. “Op zaterdag 17 maart zou een vergelijkbare dag volgen over de pre-master boeddhisme. Informatie daarover moet nog komen”
Die informatie is er nu, maar zeer summier. Sinds een paar dagen staat op de website van de VU wat de "premaster specialisatie boeddhisme" in houdt.

De inhoud van deze pagina, het jaarprogramma dus, is:
Periode 1 - Godsdienstfilosofie 6EC
Periode 2 - Drie tradities 1: Theravada 6EC
Periode 3 - Wetenschapsfilosofie van de religie 3EC
Periode 4 - Drie tradities 2: Mahayana/ Chan-Zen
Periode 5 - Drie tradities 3: Vajrayana/ Tibetaans Boeddhisme 6EC
Periode 6 - Premasterthese 3EC

Meer informatie heb ik niet kunnen vinden, ook niet over welke vooropleiding vereist is om tot deze premaster toegang te hebben. De link naar “Meer informatie over inschrijving“ op de volgende pagina [werkte op 22 februari nog niet, de 29e inmiddels wel maar geeft over de premaster boeddhisme geen nadere informatie].

Ter vergelijking, bij de premaster Islam staat er:
"Voor toelating tot de Master Theology and Religious Studies, Islamitische Geestelijke Zorg (IGZ) en Verdieping Islam (VI) geldt aanvullend op het premasterprogramma Arabisch (21EC) en koranrecitatie en memorisatie (9EC) als ingangseis. Toelating geschiedt via een geschiktheidcommissie"

Zou iets vergelijkbaars ook niet voor de premaster boeddhisme moeten gelden?
Dat wil zeggen, het kunnen reciteren van boeddhistische geschriften in hun oorspronkelijke taal (Pali, Sanskriet, Chinees, Tibetaans) is niet zo zinvol in het Westen. Maar enige kennis ervan mag toch wel worden verondersteld?
Het is een seculiere opleiding, dus het boeddhist zijn (bijvoorbeeld het ‘Toevlucht’ hebben genomen) mag geen eis zijn, maar het van binnenuit iets ervaren hebben van de beoefening is toch niet teveel gevraagd?
Over een ‘geschiktheidscommissie’ voor toelating tot de premaster boeddhisme heb ik het maar niet, want wie zou daar (“in Boeddha’s naam”) in moeten zitten?

En dan de inhoud van de premaster.
Het onderscheid in de drie tradities (Theravada, Mahayana en Vajrayana) is nogal standaard. Maar moet er ook niet apart aandacht worden besteed aan wat “Westers boeddhisme” wordt genoemd? Want al is dat in feite een allegaartje, het wel overwegend het in Nederland reeel bestaande boeddhisme.
En wat wordt bedoeld met “Mahayana/ Chan-Zen”? Omdat er onder staat “Vajrayana/ Tibetaans Boeddhisme” vrees ik dat het gelezen moet worden als: “Chan/Zen” is een ander woord voor “Mahayana”. Andere vormen van Mahayana, zoals bijvoorbeeld beoefend door in Nederland wonende Chinezen, krijgen dan geen aandacht.

Vragen, vragen
Maar de belangrijkste vraag is toch wel: waartoe leidt deze premaster? (‘Waartoe’, een bekende VU-vraag)
Op de website van de VU is geen enkele informatie te vinden over een master boeddhisme die in september 2013 zou gaan starten. Informeel, d.w.z. in een soort persbericht over de bachelor-voorlichtingsdag afgelopen 11 februari zegt de VU: “Tijdens deze voorlichting zal je, naast ... , geïnformeerd worden over de mogelijkheden en voorwaarden om te starten met een premaster opleiding. Deze opleiding bereid je voor op de master opleiding Boeddhistisch geestelijk verzorger, welke start in het studiejaar 2013-2014.”

Omdat het daadwerkelijk beschikbaar zijn van een opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger medebelissend is voor het wel of wel erkennen van de BUN door het ministerie van Justitie (de voorlopige erkenning wordt op dit moment geëvalueerd, zie hier) een nogal urgente vraag.
Helaas heeft de BZI haar toezegging “Vanuit de BZI zullen we eenieder de komende tijd nauwgezet op de hoogte blijven houden van de komende ontwikkelingen betreffende dit alles” van november 2011 niet waargemaakt.

Toch nog een vervolgvraag. Stel dat de master (plus ambtsopleiding) boeddhistisch geestelijk verzorger er september 2013 zou komen, wie zou daar dan toegelaten kunnen worden? Degenen die de premaster hebben gevolgd uiteraard. Maar verder? Afgestudeerden van de bachelor boeddhisme zijn er op z’n vroegst zomer 2015.
Eigenlijk zou het een veel meer organische ontwikkeling zijn als die master in 2015 gaat starten, maar ja die eis van Justitie, die lijkt nogal dominant....
Toch, los van die druk van de overheid, zou het geen tijdverlies zijn als die master pas in 2015 start. In die tijd zou nagedacht kunnen worden over de vraag wat boeddhistisch geestelijk verzorging eigenlijk is; of zou moeten zijn, want in de oorspronkelijke Aziatische vorm van het boeddhisme bestaat die functie eigenlijk niet. In het Westen is er wel wat ervaring met ‘buddhist chaplaincy’, maar een vertaalslag naar de Nederlandse situatie moet nog gemaakt worden; ik heb tenminste niet één inhoudelijke tekst daarover gelezen.
En die tijd zou besteed kunnen worden met het uitvoeren van een onderzoek naar boeddhistisch geestelijke verzorging in de zorgsecor; die zou op z’n minst uit twee delen moeten bestaan
- Hoeveel van de bewoners/cliënten/patiënten in de zorgsector zijn boeddhist of hebben in sterke mate affiniteit tot het boeddhisme? En tot welke traditie behoren ze, of zijn ze traditieloos?
- Hoeveel van hen wil persé geestelijke verzorging door een boeddhist, door een BGVer?
Het zou weleens kunnen dat dat laatste getal nogal klein is; men wil waarschijnlijk kwaliteit, persoonlijke betrokkenheid en een niet-dogmatische (religieuze) attitude van de geestelijk verzorger. In dat geval zou het veel logischer zijn en minder verspilling van overheidsmiddelen betekenen als er een korte applicatiecursus boeddhisme voor reeds gediplomeerde en in de sector werkzame geestelijk verzorgers in plaats van de eigen master zou komen. Formeel heet dat ‘bij- en nascholing', zie hier.
Iets voor de VU misschien?


PS
Een maand geleden, na het uitkomen van mijn boven genoemde blog, heb ik de voorzitter van de BZI gevraagd of er feitelijke onjuistheden in die tekst stonden. In dat geval zou ik uiteraard corrigeren, schreef ik. Op deze mail heb ik echter geen reactie ontvangen.

zaterdag 28 januari 2012

Boeddhisme opleidingen bij de VU vanaf september Informatie en kommentaar

Op zaterdag 11 februari heeft de Vrije Universiteit (VU) een voorlichtingdag waar VWO-ers die mogelijk in september 2012 bij de VU willen gaan studeren. Zie hier
Elders las ik hier over: "Indien je meer wilt weten over deze boeiende opleiding , bezoek dan de voorlichtingsronde van 10.00-10.45 op de Bachelorvoorlichtingsdag, welke plaats vindt op 11 februari aan de Vrije Universiteit. Schrijf je in op www.vu.nl/bachelorvoorlichtingsdag."

Eén van de opleidingsvormen – een nieuwe – is bachelor Religie & Levensbeschouwing, variant boeddhisme.
Op de website van de faculteit der Godgeleerdheid staat daarover onder andere het volgende:
“De bachelor-opleiding Religie en Levensbeschouwing traject Boeddhisme concentreert zich op de verschillende boeddhistische tradities die vanuit Azië naar het Westen zijn gekomen, vanuit de context van hun ontmoeting met de moderniteit, en hun dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities.
Deze bachelor-opleiding is een combinatie van boeddhistische vakken en seculiere religiestudie-vakken. Je leert niet alleen om religies met elkaar te vergelijken vanuit een wetenschappelijk perspectief, maar ook om tot een doorleefde verdieping van verschillende boeddhistische tradities te komen. Vanuit die verdieping kun je vervolgens als academisch gevormde boeddhisme-deskundige bijdrage aan de verdere integratie van het boeddhisme in de Nederlandse samenleving, en vanuit het boeddhisme meedenken over spirituele oplossingen voor maatschappelijke problemen in Nederland en daarbuiten.
Jouw profiel: Je wordt geraakt door het boeddhisme, hebt misschien al eens kennisgemaakt met meditatie, en zou je graag meer verdiepen in de diverse boeddhistische tradities. Je vindt het belangrijk om kennis te maken met de bronteksten uit die tradities. Je wilt begrijpen hoe ‘religie’ werkt. Je wilt het boeddhisme doordenken en in praktijk brengen in de huidige Europese context
.”
En vervolgens:
“ Zo is de opleiding ingedeeld
In het eerste jaar van de bachelor wordt er een begin gemaakt met het bestuderen van de drie belangrijkste boeddhistische tradities: theravada, zen en Tibetaans boeddhisme. Daarnaast zijn er de algemene religiestudie-vakken zoals religietheorieën en inleiding sociale wetenschappen, christendom, en geschiedenis van de filosofie. Het tweede jaar bouwt daarop voort met vakken over het lezen van klassieke boeddhistische teksten, naast algemene vakken zoals godsdienstfilosofie, antropologie van de religie, en godsdienstfenomenologie. Het derde jaar is voor de helft een vrije ruimte, de zogenaamde minor (thema: India en het Westen). In de tweede helft is er tijd voor verdiepingsvakken als (boeddhistische) ethiek, terwijl het derde jaar uitloopt op het schrijven van je bachelor-scriptie over een zelfgekozen onderwerp.
”

Op zaterdag 17 maart zou een vergelijkbare dag volgen over de pre-master boeddhisme.
Informatie daarover moet nog komen.
[Op 31 januari nagekomen bericht van André van der Braak: "Overigens kunnen geïnteresseerden in de pre-master ook op 11 februari komen, ze hoeven niet te wachten tot 17 maart."]

==========================================================================

Tot zover de feitelijke informatie die ik op verzoek van André van der Braak, de pas benoemde bijzonder hoogleraar boeddhisme, op dit boeddhisme blog zet.
Op persoonlijke titel wat kommentaar op deze ontwikkeling:
Met deze aangekondigde opleidingen komt een groot aantal institutionele belangen bij elkaar:

1. De VU dat graag het landelijk centrum van (de studie van) de interreligieuze dialoog wil worden en na de Islam - en uiteraard het Protestantisme - nu ook het boeddhisme heeft binnengehaald, en kennelijk ook een het hindoeisme. Een compleet kwartet dus.

2. De Stichting Nicolaas Pierson en 'hun' hoogleraar Andre van der Braak die tegelijk geïntegreerd is geraakt in de VU en de doelstelling van de Stichting voor een deel kan realiseren, althans in de vorm van geven van college's. Dat doel is niet alleen, zelfs niet in de eerste plaats, het geven ‘onderwijs’ maar vooral ook ‘onderzoek’ en dialoog van het boeddhisme met andere religies (zie noot *).

3. De BZI als verlengde van de BUN die, als Justitie er tenminste genoegen mee neemt want het is nog geen echte opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorger (zie noot **), kan zeggen dat nu aan de erkenningseis van Justitie is voldaan en niets meer de definitieve erkenningsovereenkomst kan tegenhouden (nou, niets ....de relevantie van de BUN zelf was ook een voorwaarde).

4. Het ministerie van Veiligheid en Justitie zelf die nu zelf ook een kwartet levensbeschouwelijke richtingen in hun GV-pakket heeft. Een dubbelkwartet zelfs als ik goed tel.

Twee belangen ontbreken in dit rijtje maar die zijn dan ook een stuk minder institutioneel:
5. Die van de studenten - jonge boeddhisten (of misschien jonge ‘andersdenkenden’ met belangstelling voor het boeddhisme) die nu een mooi vak kunnen gaan doen, weliswaar met een zeer onzeker betaald-beroepsperspectief.

6. Die van oude(re) boeddhisten en degenen met duidelijke affiniteit tot het boeddhisme, verblijvend in zorgvoorzieningen die straks ook boeddhistische geestelijke verzorging kunnen krijgen, als ze daar behoefte aan hebben en als die betaalbaar is tenminste.
Ik noem gedetineerden die graag BGV willen niet, want daarvoor heeft Justitie al voldoende mensen in dienst en uitbreiding lijkt niet nodig. Ook noem ik GV in de Krijgsmacht niet want daar werken nauwelijks boeddhisten, is mijn indruk, in ieder geval is het boeddhisme daar geen erkende levensbeschouwing, en dat moet maar zo blijven, is mijn persoonlijke mening.

Hoe verhouden deze belangen zich ten opzichte van elkaar ?
Voor degenen die (als geestelijk verzorger) in organisaties gaat werken, en dus ook voor degenen die daarvoor gaan studeren, is het goed het krachtenveld te begrijpen waarin men verkeert.
Dit is eveneens voor besluitvormers binnen elk van bovengenoemde instituties met belangen relevant.
Tenslotte: voor mij als boeddhist en buitenstaander is transparantie en zuiverheid in praten en handelen een centraal punt.

Een paar punten:
Het belang van de Nicolaas Pierson Stichting en prof. van der Braak (#2) valt – in mijn visie – niet samen met dat van de faculteit Godgeleerdheid van de VU (#1). Van der Braak is bijzonder hoogleraar met een bijzondere opdracht en het kan toch niet zo zijn dat een hele VU-opleiding op deze bijzonder hoogleraar leunt ?
Voorzover de belangen van de VU en van der Braak (namelijk het onderzoek en onderwijs van het boeddhisme in relatie tot andere religies) overlappen (1# en 2#), moeten ze uitsluitend ten dienste staan van de studenten en van (nogal abstract) de interreligieuze discussie. Andere institutionele belangen (3# en 4# bijvoorbeeld) mogen daarbij geen rol spelen !

Lang niet alle studenten van de komende bachelor zullen de ambitie hebben, boeddhistisch geestelijk verzorger te worden. Ook andere beroepen of functies als vrijwilliger worden genoemd. Toch zal ik het in deze blog over de geestelijke verzorging hebben omdat dat de sector is waarin ik me heb verdiept. Voor hen geldt: de opleidingen die in september gaan starten, vormen de basis voor de opleiding tot geestelijk verzorger.
Het belang van BZI en BUN op dit moment is dat het beschikbaar zijn van een opleiding voorwaarde is voor de erkenning van de BUN en het voortbestaan van de BZI. Zie voor de details hieronder.
In hoeverre de belangen van Justitie (3#) en BUN/BZI (4#) overlappen is in deze beschouwing wat buiten de orde; persoonlijk denk ik dat de BZI zich de afgelopen jaren – wat betreft geestelijke verzorging aan gedetineerden - te sterk met Justitie geïdentificeerd heeft.

Tenslotte de objecten van geestelijke verzorging, hierboven als #6 aangeduid.
Daarvan is niet zoveel bekend. Er zijn vast wel bewoners van zorginstellingen (van langdurige zorg) en patiënten in ziekenhuizen die het liefst geestelijke verzorging door een boeddhist krijgen. Maar hoeveel en welk soort (gesprek, samen doen van rituelen, meditatie, algemeen boeddhistisch of volgens een specifieke traditie), daar is niets van bekend.
Het lijkt me een goed idee dat een onderzoek naar deze behoefte wordt gedaan; niet een snel marketing-onderzoek maar de diepte in. Zelfs de grootte-orde is onbekend: zijn er tien nodig of vijftig ... ?
Boeddhistische geestelijke verzorging dient uiteraard betrouwbaar te zijn, een instrument daarvoor is een geaccrediteerde opleiding van de Stichting Kwaliteitsregister Geestelijk Verzorgers. Een master van de VU is dat, zie de webpagina .
Interessant is ook het toetsingskader bij deze accreditatie in de pdf : je moet wel kennen en kunnen als geestelijk verzorger in een zorginstelling!

===========================================================================

Noot *
Uit de advertentie van de VU, mei 2011
"De leerstoelhouder zal:
- onderzoek ontwikkelen en verrichten op het terrein van de ontmoeting van boeddhistische filosofische tradities met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities;
- onderzoek op het gebied van de leerstoel stimuleren, coördineren en ondersteunen, onder andere in de vorm van het begeleiden van promotieonderzoek;
- deelnemen aan één van de onderzoeksprogramma’s van de Faculteit der Godgeleerdheid, ondergebracht in het interfacultaire VU Institute for the Study of Religion, Culture and Society (VISOR);
- onderzoeksvoorstellen doen en (externe) onderzoeksmiddelen verwerven;
- participeren in internationale multidisciplinaire onderzoeksprojecten binnen het domein van de leerstoel;
- onderwijs op het gebied van de boeddhistische traditie in dialoog met andere levensbeschouwelijke en religieuze tradities ontwikkelen en uitvoeren, met een focus op de raakvlakken tussen boeddhistisch en westers continentaal denken
."


Noot **
Een eis van (toen nog) het ministerie van Justitie bij het voorlopig erkennen van de BUN in november 2008 luidde: “Het verlengen van de erkenning geschiedt tevens onder de voorwaarde dat binnen drie jaar na deze erkenning een opleiding boeddhistisch geestelijk verzorger op universitair niveau beschikbaar is.”
De periode van drie jaar is met een paar maanden verlengd; ik vermoed omdat niet tijdig de evaluatie kon worden voltooid waarin duidelijk moesten of was voldaan aan bovengenoemde eis en die van de representativiteit van de BUN (wat betreft breedheid van de overkoepeling; effectiviteit: de daadkracht ten opzichte van en het effect van de BUN op de boeddhistische gemeenschap in Nederland; continuïteit en stabiliteit van de BUN; en de toegankelijkheid).

Ik vermoed dat met de bachelor zoals hierboven beschreven nog niet is voldaan aan de eis van Justitie. Dat vermoeden baseer ik op eerdere uitlatingen over een nog komende ambtsopleiding boeddhisme.

Opvallend is dat op de website van de VU geen informatie is te vinden over deze te starten ambtsopleiding boeddhisme waarover het bestuur van de BZI begin november 2011 de leden van de BUN berichtte:
“... Het huidige plan is om aan een eenjarige masteropleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger een (internationale) eenjarige boeddhistische ambtsopleiding te koppelen. Dit extra jaar stroomlijnt de opleiding inhoudelijk met die van andere religies, wat de VU noodzakelijk acht, gelet op de gelijkschakeling van de beroepsprofielen van pastoraal werkers, en geestelijk verzorgers in Nederland.”

Als ik de onderwijssystematiek goed begrijp volgen de master en de ambtsopleiding na de door de VU nu bekend gemaakte bachelor en de erop volgende pre-master. Inhoever opleidingen in hetzelfde jaar gecombineerd kunnen worden, weet ik niet.
De BZI-notitie vervolgt met: “Omdat voor academisch geschoolde ambtsdragers in het boeddhisme geen pasklare term voorhanden is, zal de internationaal gangbare term chaplains worden overgenomen.
...
Door het gebruik van het begrip chaplain wordt de boeddhistisch ambtsdrager nadrukkelijk onderscheiden van de functie van dharma teacher. ... Door hun vertrouwdheid met zowel de traditioneel boeddhistische context als die van het moderne leven zullen boeddhistische chaplains in staat zijn vernieuwing en traditie in het juiste licht te plaatsen en te voorzien in een in de samenleving levende behoefte aan kennis over het boeddhisme die zowel in de boeddhistische praktijk als het academische denken geworteld is.
De huidige stand van zaken is, dat vanuit de VU eind november een subsidieaanvraag zal worden ingediend bij het ministerie van OCW voor de eenjarige postdoctorale ambtsopleiding.
...
Indien de subsidie daadwerkelijk door OCW wordt verleend, zal de opleiding in september 2012 aan de VU van start kunnen gaan.
“

Of de VU daadwerkelijkheid eind verleden jaar deze aanvraag bij OCW heeft ingediend en of – indien dit het geval is – OCW daarover al positief gaat beslissen (dat wordt belist geen hamerstuk, is mijn inschatting), is niet bekend. Hopenlijk wordt deze duidelijkheid binnen een paar maanden gegeven.

Op de via de website van de BUN te bereiken pagina staat:
“Tijdens deze voorlichting (van de VU, op 11 februari dus, zie boven) zal je (de aanstaande student dus), naast de praktische informatie en een minicollege over de bachelor opleiding, ook geïnformeerd worden over de mogelijkheden en voorwaarden om te starten met een premaster opleiding. Deze opleiding bereid je voor op de master opleiding Boeddhistisch geestelijk verzorger, welke start in het studiejaar 2013-2014.”

Deze informatie heb ik niet op de website van de VU gevonden. Mogelijk is het wat voorbarig; minstens betekent het een jaar uitstel ten opzichte van de hierboven geciteerde informatie van november 2011.
Als ik meer gegevens krijg, geef ik (Joop Romeijn dus, nogmaals: dit alles schrijvend op persoonlijke titel) dat op deze blog door.

zaterdag 21 januari 2012

Gaat de BUN zichzelf opnieuw uitvinden ?

In november gaf ik een groot deel van het rapport weer van de werkgroep die zichzelf de naam heeft gegeven van de Lotus Bloem. Oorspronkelijk heette ze B3 omdat ze de spanningen tussen drie van de landelijke boeddhistische organisaties moest proberen te beschrijven en er oplossingen voor moest formuleren: BUN, BOS en BZI. dit op verzoek van de ledenvergadering van de BUN.
Ik voorzag deze rapportage van mijn kommentaar en gaf het de titel ‘monsterverbond’, een term die in het rapport werd gebruikt om (de samenwerking tussen) een aantal kritische boeddhisten, waaronder ik, te typeren.

De rapportage bleek een interimrapportage te zijn (dat had ik in november niet begrepen, de ledenvergaderingen van de BUN zijn niet openbaar en ook achteraf gaf de website van de BUN geen informatie). De leden vonden het nuttig maar ook noodzakelijk het plaatje compleet te maken.
In ieder geval hebben de onafhankelijke leden van de werkgroep (er zitten ook bestuursleden BUN, BOS en BZI in, en van de laatste twee ook – in zekere zin - beroepskrachten) het gewenst gevonden ook de kriticasters te interviewen die met de onjuiste naam ‘ongebonden boeddhisten’ werden aangeduid.

Uit deze verbreding van de opdracht en de kring van geïnterviewden leid ik af dat het de Werkgroep nu om meer gaat dan herstel van de verstoorde relaties tussen BUN, BOS en BZI, het wordt nu ook nuttig gevonden de relatie met de wereld buiten dit cluster onder de loep te nemen.
Met andere woorden: het gaat ook om de identiteit van de BUN.
Wil de BUN alleen een vereniging zijn van een stuk of veertig (overwegend lokale) boeddhistische groepen? Of wil ze een ‘religieus genootschap’ zijn (die term bedenk ik niet maar staat in de Mediawet, waarop het bestaan van de BOS gebaseerd is) die alle boeddhisten en mensen met duidelijke affiniteit tot het boeddhisme verbindt ?

Ik geef toe, ik interpreteer wellicht een beetje als ik die identiteitsvraag zo centraal stel, maar het is toch ook wel de indruk die ik heb gekregen van het gesprek dat ik eerder deze week met twee leden van de werkgroep ‘De Lotus Bloem’ heb gevoerd.
Hieronder geef ik twee mails weer die ik aan de Werkgroep heb gestuurd, één als reactie op de uitnodiging en één na afloop van het gesprek. Ik heb de teksten enigszins aangepast: hier en daar uitgebreid, dat geef ik cursief aan; geschrapte passages geef ik met puntjes aan.

Wat zal het resultaat zijn van dit gesprek en de andere die de Werkgroep gaat voeren?
De volgende ledenvergadering van de BUN is op 21 april a.s.; ik neem aan dat dan de eindrapportage wordt besproken.
Tegen de tijd zal zo ongeveer ook wel een besluit zijn genomen door het ministerie van Veiligheid en Justitie n.a.v. de evaluatie van de ‘Erkenningsovereenkomst’ tussen BUN en Justitie; dat wordt spannend volgens mij.

Dan weten we of de BUN ook de noodzaak ziet zichzelf opnieuw uit te vinden. (Net als de FNV bijvoorbeeld nu aan het doen is).


Eerste mail aan de Werkgroep
Beste ... (onafhankelijke leden van de Werkgroep B3),
Hartelijk dank voor de uitnodiging voor een gesprek. Ik ben daar blij om en neem aan dat het met mij en anderen (... ) individuele gesprekken zijn; onze situaties en onze opvattingen zijn in een aantal opzichten nogal verschillend.
...
Dan heb ik wat onduidelijkheden over de procedure, ik ben immers niet bij de ALV van 5 november aanwezig geweest. Is het rapport door Bestuur en ALV van de BUN als besluit aangenomen of slechts ter kennisneming; is het een concept dat niet alleen aangevuld maar ook gewijzigd kan. En is het deel dat gereed was al vanaf 5 november van kracht? Geldt dat ook àlle aanbevelingen? Ik heb bv ... begrepen dat het BOS-bestuur geen haast zal maken met het uitvoeren van aanbeveling 11 (bv de daarvoor noodzakelijke BOS-statuten wijzigen); of zelfs ronduit niet zal uitvoeren.
Graag heb ik het ook over mijn suggesties ter verbetering van het functioneren van de PAR, zie bv mijn blog

Dan wat betreft mijn positie ten opzichte van de BUN; hier ... de mail die ik 24 november 2011 aan Andre Kalden als BUN-voorzitter heb gestuurd, na z´n derde telefoontje aan mij over activiteiten van mij waar hij wat verdrietig over was.
Concreet betekent dit o.a. dat ik het in het gesprek niet alleen over toekomstige samenwerking tussen BUN, BOS en BZI wil hebben, ...; maar ook de suggestie wil bespreken waarom het voor de ontwikkeling van het boeddhisme in Nederland beter zou zijn als de BUN zichzelf opheft (benevens suggesties hoe de BOS dan gecontinueerd kan worden).

De vraag hoe ik m’n eigen betrokkenheid bij het boeddhisme in Nederland zie heb ik deels in m’n mail aan André aangestipt. Die is groot, vanaf m’n aanzet tot de oprichting van de Werkgroep Geëngageerd Boeddhisme zo’n acht jaar geleden en m’n initiatief ‘Dharma-vrienden’, hieronder genoemd.
M’n betrokkenheid als kritisch boeddhist (...) wordt bepaald door bezorgdheid over van wat ‘spiritualiteit in de uitverkoop’ is genoemd, de commercialisering, de vermarkting van het boeddhisme. Daardoor werd ik ook steeds kritischer op de BUN die daar aan mee heeft gedaan (een heel lang verhaal om uit te leggen hoe); en die gretig inging op de verleiding van de overheid om een boeddhistische zuil in te richten. ...
Ook de steun van de BUN bij het oprichten van de Mandalaschool had niets met betrokkenheid op kinderen te maken maar op verzuilingsfantasieën.
Het is inmiddels duidelijk geworden dat vrijwel niemand (behalve misschien ...) aan het boeddhisme meer dan een droge boterham kan verdienen.
...
Dat jullie het over het thema´ongebonden boeddhisten´ willen hebben, vind ik schattig. Immers ik heb (met twee anderen) daarover het BUN-bestuur in het verleden al concrete suggesties gedaan, die zijn nog steeds uitstekend, hoewel voor mij tegenwoordig een stuk minder interessant. Kort samengevat: het Duitse model, zie »Buddhistische Gemeinschaft«. En door ons in 2008 aan het bestuur gestuurd stuk; en een uit 2009 aan de leden, dat over meerdere onderwerpen ging (...). Het BUN-bestuur heeft een door ons aangevraagd gesprek daarover afgehouden en geen van de leden liet iets van zich horen. Negativiteit? (Zo luidde het kopje van de paragraaf uit de rapportage die o.a. over het zogeheten monsterverbond ging; ten onrechte vind ik dus)

Drie aanvullende opmerkingen daarbij:
(1) Het is afgezaagd het weer te moeten zeggen, maar ik ben geen ongebonden boeddhist, ik ben verbonden aan een sangha (een m.i. door velen slordig gebruikte term), tevens BUN-lid. Wel heb ik me meestal op persoonlijke titel met BUN-zaken bemoeid . En heb ik geprobeerd, belangeloos, de situatie van ongebonden boeddhisten te verbeteren.

(2) Belangrijker om de situatie van ongebonden boeddhisten te verbeteren dan te kunnen participeren aan het BUN-beleid is het bevorderen dat ze samen het boeddhisme beoefenen. Daarover heb ik in het verleden (in 2008) al wat suggesties gedaan (zie blog); ook aan bestuur en BUN-leden.
Dit voorstel is sterk gebaseerd op ervaringen met de Spirit Rock organisatie in de V.S. (Zie hun website) en geïnspireerd door Stephen Batchelor.

(3) De afgelopen jaren heeft zich het merkwaardige verschijnsel voorgedaan dat het aantal boeddhisten direct verbonden met de BUN (via BUN-leden) niet is toegenomen en misschien wel afgenomen; terwijl de schattingen van het totaal aantal boeddhisten in Nederland exponenteel groeide; daardoor zakte de representatativiteit van de BUN steeds verder. De BUN kan die representativiteit verhogen niet alleen door de ongebondenen te binden maar ook door die schattingen realistischer te maken (bv naar de grootte-orde van 50.000 à 100.000)

Wat dat laatste betreft moet me, en dan heb ik het direct over de relatie BUN-BOS, van het hart dat de BUN alsnog excuses aan moet bieden aan bv het Commissariaat voor de Media voor het klakkeloos meegaan in die onbehoorlijke claims van aantal beroepsboeddhisten. Kunnen we het daar ook over hebben?

Nog een opmerking over de BZI (en de gewenste relatie BUN-BZI) Veel interessanter dan bestuurlijke constructies is de beantwoording van de vraag: heeft het boeddhisme (en dus vooral: de boeddhisten) in Nederland in het algemeen behoefte aan geestelijke verzorging? Als pastorale functie dus zoals (in het verleden) door christelijke kerken werd verricht? Pas als die vraag is beantwoord, is het interessant of boeddhistische geestelijke verzorging ook aan personen in ‘totale instituties’ zoals gevangenissen, verpleeghuizen etc moet worden gegeven. Dat is allemaal overgeslagen en dat wreekt zich nu.

Tenslotte verwijs ik graag naar nog wat andere teksten uit mijn blog van de afgelopen jaren, alle onderdeel van het publieke domein. ...


Tweede mail aan de Werkgroep
Beste ... (onafhankelijke leden van de Werkgroep B3),
Tamelijk aan het eind van ons – in mijn ogen prettig verlopen – gesprek vroegen jullie me naar criteria.
Dat betrof het thema hoe het zou moeten met de BUN na de opheffing van de BUN, van een zichzelf opnieuw uitvindende BUN. Een poging daartoe

Vanmorgen beschreef ik een scenario van: eerst moet de crisis verdiepen, de BUN heft zich op, dan een jaar of wat niets en dan opnieuw iets gaan doen.
Wellicht vinden sommigen dat te heavy en is een milder scenario denkbaar; die heeft wel gevaren in zich net zo als iemand na een half uitgeziekte griep weer voluit gaat werken waardoor de ziekte terugkomt.

Allereerst kunnen jullie als Werkgroep een stap verder zetten in de rol van ‘Verzoeningscommissie’ (als destijds in Zuid Afrika): de strijders worden bij elkaar gebracht en sparen elkaar niet. Op menig punt zal dit een agree-to-disagree conclusie hebben, maar dat geeft niet, boeddhisten hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn, onenigheid is niet hetzelfde als ‘negativiteit’.

Een onderdeel van die ‘Verzoening’ is dat de BUN excuses aanbiedt aan het Commissariaat voor de Media, Justitie en anderen over de claim (in 2009 door de BOS mede namens de BUN gedaan) dat er 900.000 boeddhisten zouden zijn. Dit omdat men best wist dat het aantal ver onder de 250.000 zat, (misschien zelfs in de buurt van de 100.000, denk ik, maar daarover zitten we nog in een ontkenningsfase.)

Voordat de BUN zichzelf deconstrueert en opnieuw uit gaat vinden, moet een borging voor het voortbestaan van de BOS gezorgd worden. Mijn voorstel: de PAR wordt (met statutenwijziging BOS zoals ik voorstelde) verzwaard; met het Commissariaat voor de Media wordt overlegd of de PAR tijdelijk (tot maximaal 2015) ‘religieus genootschap’ als bedoeld in de Mediawet kan zijn.

Vervolgens zijn een aantal verdere (in mijn ogen noodzakelijke) ontwikkelingen:

De VU ontwikkelt opleidingen zoals ze zich voornemen, maar zonder de druk dat dit moet omdat anders de ‘Erkenning’ van de BUN door Justitie beeindigd wordt.
Het ministerie van Justitie wordt gemeld dat geen waarde meer wordt gehecht aan erkenning van de BUN door Justitie maar wel van erkenning van het boeddhisme voor Nederland. Als Justitie echt geestelijke verzorging van gedetineerden, ook in boeddhistische zin, zo belangrijk vindt, bedenken ze wel een oplossing.

Op een aantal plaatsen (dus op lokaal niveau) en tijdstippen vinden discussies plaats met als behulpzame tekst passages uit het rapport ‘boeddhisme als richting’ van de Onderwijsraad. (zie m’n blog daarover)
Dus niet over structuren maar over de inhoud.

Pas dan – we zijn inmiddels zo’n anderhalf jaar verder - gaan we nadenken over nieuwe structuren:
Ik zie drie mogelijkheden:
(1) Een opgetuigde BUN, d.w.z. met rol ongeorganiseerden, het Duitse model
(2) Een minimale BUN, lichte service en formeel t.b.v. de BOS
(3) Echt iets nieuws, een vereniging waarvan boeddhisten rechtstreeks en als individu lid kunnen worden

Ik geef sterk de voorkeur aan het derde model waarbij natuurlijk nog het nodige duidelijk moet worden over de (eventueel getrapte) besluitvorming in een club met meer dan tienduizend leden.
Maar het lijkt me niet verstandig ons nu te fixeren om die problemen, dan wordt het niets.
Ook de manier waarop deze vereniging tot stand moet komen en hoe de eerste honderden leden geworven moet worden, kan later. Geef elkaar de ruimte, de eerste jaren is de eis van representativiteit geen thema, we laten ons niet meer door de overheid (die dat graag wil) onder druk zetten.

Met name bij dit derde model lijkt me een variant op de door de Werkgroep B3 voorgestelde ‘Raad van leraren’ zeer nuttig. Namelijk een ´ethische commissie´ die op verzoek van leden of bestuur maar ook op eigen initiatief adviezen aan de BUN-Nieuwe Stijl uit kan brengen. Daarin kunnen leraren zitten, maar ook ethici, rechtsgeleerden en andere boeddhisten (leken). Maar niet nu dus, eerst zal de BUN zich opnieuw moeten uitvinden!

Vriendelijke groet

Joop Romeijn

woensdag 14 december 2011

God is niet één (en Boeddha ook niet); deel 1 - Prothero’s kritiek op ‘Een gevaarlijk geloof’

Een beschouwing naar aanleiding van het boek ´God is niet één´ van Stephen Prothero.

De Nederlandse uitgever (Bert Bakker) geeft de volgende samenvatting van dit een jaar geleden uitgekomen boek:
In het controversiële boek God is niet één laat Stephen Prothero zien dat de grootste godsdiensten van de wereld verschillende vragen stellen, andere doelen nastreven en voor uiteenlopende problemen komen te staan. Wereldgodsdiensten bewandelen dus niet verschillende paden met dezelfde bestemming, zoals veel mensen denken. Prothero geeft met dit ingenieuze boek inzicht in elke grote wereldreligie. Hij begint met de omstreden islam en gaat vervolgens verder in op christendom, confucianisme, boeddhisme, hindoeïsme, jodendom, Yoruba-religie en taoïsme. Hij wijst op de unieke aspecten van deze religies en pleit zowel voor het behoud als voor de afzonderlijke goden en doelen van deze religies.
God is niet één geeft de lezer een hedendaags inzicht in de grootste religies die nog steeds het spirituele leven van miljarden mensen over de hele wereld bepalen, en hun uitwerking hebben op de politiek en economie.


Deze samenvatting – waar ik niet zo gelukkig mee ben - zie ik steeds terug, bijvoorbeeld op de website van de Bruggenbouwers, één van de bastions van de beweging in Nederland die de eenheid van alle godsdiensten benadrukt en de actieve rol speelt in de interreligieuze dialoog (zie hier )
‘Niet gelukkig’ met de term ‘controversieël’ een sensatie bevorderende marketing-benadering van de uitgever maar zeer subjectief als gebruikt door de eenheids-promotoren. Want dan betekent het:
dit vinden wij niet leuk want dit boek bederft onze eenheidsillusie.
Ook het in een ´samenvatting´ de Islam ‘omstreden’ te noemen vind ik ook niet fijn en zeker niet Prothero samenvattend.

Wellicht overbodig, maar toch, ter voorkoming van misverstand: het is onjuist het boeddhisme een godsdienst te noemen, het kent niet een god in de zin van een Schepper en zeker niet een persoonlijke God. Uiteraard is de historische Boeddha - genoemd Gotauma door Theravadins en Shakyamuni door Mahayanisten - geen god; en andere boeddha´s dan de historische zijn mythologische figuren.

In de kop van deze blog spreek ik van ‘Een gevaarlijk geloof‘ als ik het heb over de opvatting dat alle religies in wezen hetzelfde verkondigen. Zelf vind ik niet zo snel iets gevaarlijk; mijn motto is nog steeds: boeddhisme is niet voor bange mensen.
De kop is de titel van een samenvattend artikel van Prothero zelf: A Dangerous Belief (hier)
Een paar citaten uit dit artikel, vertaald; deels ook voorkomend in het (vertaalde) boek:

‘Geloof in één God is de hoeksteen van alle religies’, stelt Ghandi; elk religieus mens klimt dus naar deze ene God. Maar op het gebied van het goddelijke beperken niet alle religies zich tot het getal één.
De dalai lama verkondigt (ook) de boodschap dat alle religies in essentie op elkaar lijken. Van dit perspectief, gepopulariseerd door de filosofen van de Eeuwige Wijsheid (perennial philosophers) zoals Aldous Huxley, zijn alle religies prachtig en zijn ze ook alle waar.
In de meest gebruikte beeldspraak worden de grote wereldreligies voorgesteld als verschillende paden naar de top van dezelfde berg. ‘het is mogelijk om de berg van het leven langs verschillende flanken te beklimmen, maar bij het bereiken van de top komen de paden samen´, schrijft godsdienstfilosoof Huston Smith. Dit is een verleidelijk idee in een wereld waarin religieus geweld alomtegenwoordig lijk te zijn; maar het is gevaarlijk, respectloos en onwaar.
De rivaliserende wereldreligies komen samen op het vlak van de ethiek, maar lopen juist scherp uiteen op het gebied van leer, rituelen, mythologie, ervaring en wet. Voor mystici of godsdienstfilosofen zijn de verschillen wellicht niet van belang, maar voor gewone gelovigen ligt dat heel anders. Moslims vinden helemaal niet dat de bedevaart naar Mekka niet van essentieel belang is. Integendeel, zij rekenen die bedevaart juist tot de vijf zuilen van de islam. Katholieken zijn absoluut niet van mening dat het doopsel niet van wezenlijk gewicht is: zij rekenen het juist tot de zeven sacramenten. Religieuze verschillen zijn niet alleen voor gelovigen van belang: ze hebben ook serieuze gevolgen in de werkelijkheid. Vanwege die verschillen weigeren sommige mensen te trouwen met een moslim of een hindoe. In sommige gevallen gaan gelovigen vanwege die verschillen met elkaar op de vuist, waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen.
...
Hoewel ik niet geloof dat we getuige zijn van een ´botsing tussen beschavingen´, tussen christendom en islam, is het wel degelijk pure fantasie om je in te beelden dat de twee grootste wereldreligies op enige zinvolle manier aan elkaar gelijkgesteld kunnen worden of dat een interreligieuze dialoog op magische wijze den kloof zou kunnen overbruggen. Elk van de grote religies geeft een eigen diagnose van het menselijk tekort en z´n eigen voorschriften voor genezing; en elk biedt z´n eigen technieken om het religieuze doel te bereiken,
Je zou vermoeden dat aanhangers van het multiculturalisme deze stand van zaken liefdevol zouden verwelkomen, verrukt over de grote diversiteit binnen religieuze tradities, en dwars daardoorheen. Maar zelfs onder multiculturalisten overheerst de neiging om voor te wenden dat de verschillen tussen bijvoorbeeld christendom en islam eerder op schijn dan op werkelijkheid berusten, en dat de verschillen binnen de religieuze tradities geen rechtvaardiging vormen voor de voortdurende ophef daarover onder de beoefenaren.
...
Om eerlijk te zijn, degenen die staande houden dat de wereldreligies één en hetzelfde zijn, ontkennen uiteraard geenszins het onweerlegbare feit dat ze op onderdelen verschillen. Christenen gaan niet op bedevaart naar Mekka en moslims kennen geen doop. De religieuze paden lopen uiteen, zoals Huston Smith toegeeft, in de ´voetheuvels´ van dogma´s, rituelen en instellingen. Wie staande houdt dat alle religies één en hetzelfde zijn, ontkent dus niet de verschillen tussen een boeddhist, die in geen enkele god gelooft, de jood die in één God gelooft en de hindoe die in vele goden gelooft, maar beweert alleen maar dat de wiskunde van het goddelijke een zaak van voetheuvels is.
... Zoals de hindoeleraar Swami Sivananda schrijft: ´De fundamentele of essentiële eigenschappen van alle religies zijn hetzelfde. Het verschil betreft slechts niet-essentiële eigenschappen.´
Hoe nobel dit gevoel ook mag zijn, het is tevens gevaarlijk, respectloos en onwaar. Meer dan een generatie lang zijn we in het voetspoor van een stoet van geleerden en wijzen een konijnentunnel in gekropen die uitmondt in een fantasiewereld waar alle goden hetzelfde zijn. De redenen voor het succes van dit wensdenken berusten deels op de begrijpelijke verwerping van het standpunt dat hemel of paradijs exclusief zijn weggelegd voor mensen die precies zo zijn als jijzelf: een standpunt dat dient om zieltjes te winnen. Tijdens het grootste deel van de wereldgeschiedenis zagen de mensen hun rivalen op religieus gebied als minderwaardig aan zichzelf, als lieden die zich overgaven aan zinloze rituelen, nepwonderen verrichtten of mythologische verzinsels de wereld inhielpen. Tijdens de periode van Verlichting, in de achttiende eeuw, begon het ideaal van religieuze tolerantie zich te verbreiden en dat is zonder twijfel een gunstige ontwikkeling geweest. Maar de opvatting van de eenheid van alle religies berust op wensdenken en heeft de wereld niet tot een veiliger plaats gemaakt. Het is in feite een vorm van theologisch groepsdenken - noem het Godthink – dat de wereld juist gevaarlijker heeft gemaakt door ons het zich te ontnemen op de botsingen tuassen religies die een wereldwijde bedreiging vormen. Het is tijd om naar buiten te klauteren uit ons konijnenhol en de werkelijkheid weer onder ogen te zien.
....
Ook ik hoop op een wereld waarin mensen goed kunnen opschieten met hun religieuze rivalen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat we nieuwe middelen moeten inzetten om dit doel te bereiken. Eerder dan alle manieren om over God na te denken bij elkaar te vegen – of dat nu in een vuilnisbak is of in een schatkist – moeten we beginnen met het verwerven van een helder inzicht in de fundamentele verschillen tussen islam, christendom, confucianisme en hindoeisme, zowel op het gebied van de geloofsleer als de geloofspraktijk.
Sommige mensen zijn er zeker van dat de enige mogelijke grondslag voor een interreligieuze beschaving gezocht moet worden in het dogma dat alle religies één zijn. Tot die mensen behoor ik niet.
... Wie is nog zo naïef om aan te nemen dat een goede relatie alleen mogelijk is als de partners sterk op elkaar lijken? Zijn verschillen juist niet dem krenten in de pap? Een vereiste voor elke relatie is om te weten wie de ander werkelijk is. En dat vereiste wordt alleen maar gefrustreerd door de naïeve hoop dat jij en je partner op een of andere magische manier aan elkaar identiek zijn. Zowel in relaties als tussen religies is het ontkennen van de verschillen een recept voor rampen. Wat wel goed werkt is het begrijpen van de verschillen om die vervolgens te leren aanvaarden – en misschien zelfs van te leren genieten. Je kunt pas berusten in het bestaan van meningsverschillen als je weet wat die verschillen zijn.
...
Er is een beroemd volksverhaal over een groep blinde mensen die een olifant bevoelt ...Een groep blinden is in dit verhaal bezig een olifant te onderzoeken. De ene voelt aan de slurf en zegt dat het een slang is. Een ander voelt aan de staart en zegt dat het een touw is. Anderen komen tot de conclusie dat de olifant een muur is, een zuil, een speer of een waaier, afhankelijk van de plek waar ze het dier aanraken. Iedereen blijft vasthouden aan het eigen gelijk, dus loopt het uit op een fikse ruzie.
Onder de ware gelovigen van de filosofie van de Eewige Waarheden geldt dit verhaal zo’n beetje als hun evangelie. In hun ogen staat de olifant voor God en zijn de blinde mensen de christenen, de moslims en de joden die hun eenzijdige visie op het goddelijke abusievelijk aanzien voor de enige werkelijkheid van het goddelijke. Omdat God zich onttrekt aan het menselijke voorstellingsvermogen, blijven we wat God betreft altijd in het duister tasten. Het is dwaasheid om te stellen dat alleen je eigen religie waar is, terwijl alle andere religies vals zijn. Niemand heeft de hele waarheid in pacht, maar iedereen raakt een stukje van de olifant aan. Dus concludeert de hindoeleraar Ramakrishna: ‘door alle religies kan men tot besef komen van God.’
... Voor mij is dit verhaal geen verwijzing naar de eenheid van alle wereldreligies (zoals de filosofen van de Eeuwige Waarheden ons willen doen geloven) of naar hun gedeelde stompzinnigheid (zoals de Nieuwe Atheïsten betogen), maar gaat het hier over de begrenzing van de menselijke kennis ... Eén functie van trancendentie is juist om ons nederig te houden, om ons te laten beseffen dat onze gedachten niet de gedachten van God zijn of van de grote Moedergodin – om ons ervan te doordringen dat we door donker matglas staren.


Tot zover dit citaat. Prothero noemt grootheden als Gandhi, de Dalai Lama en Huston Smith als voorbeelden van de (z.i. onjuiste en gevaarlijke) stelling `dat de essentiële boodschap van alle religies in grote mate dezelfde is´.
Naast het geloof in één God wordt vaak de boodschap van Karin Armstrong genoemd: compassie.
Ook de (Faculteit der Godgeleerdheid van de) Vrije Universiteit benadrukt deze boodschap. Een van de argumenten dat juist de VU een hoogleraar boeddhistische filosofie gaat krijgen (in de persoon van André van der Braak) is: ‘De leerstoel levert zo een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de VU tot een centrum van nationale en internationale interreligieuze dialoog.‘
In de openingsbijeenkomst 2011-2012 eind augustus van de faculteit stond Armstrong´s `Handvest voor Compassie´ centraal. (zie hier ) Nu heb ik niets tegen compassie (wie wel?) maar wel tegen reductie van religies daartoe, in ieder geval wat betreft het boeddhisme vind ik dat onjuist, wat de Dalai Lama ook zegt. Bv in zijn nieuwste boek 'Beyond Religion: Ethics for a Whole World'
Over die dialoog bij de VU heb ik al eens geschreven, zie hier.

Dit is geen boekbespreking maar ik moet wel zeggen dat het boek van Prothero maar voor een klein deel over het zogenaamd `controversiële´thema gaat. Van de bijna 380 pagina´s van de Nederlandse vertaling gaan een kleine 40 (in Inleiding plus Conclusie) er over. In de rest worden behoorlijk feitelijk acht religies beschreven.
En een ´Korte coda over het atheïsme´; te kort en ook bepaald niet evenwichtig omdat hij vooral boze atheïsten zoals Dawkins bespreekt. Ik vind dat erg jammer, ook voor mij persoonlijk omdat ik de relatie boeddhisme – atheïsme interessanter vind dan de relatie met bijvoorbeeld het christendom.

Het hoofdstuk over het Boeddhisme (met als ondertitel ´De weg van het ontwaken´, pag 201-237) is correct, evenwichtig maar tamelijk vlak. De diverse tradities binnen het boeddhisme worden wel benoemd en kort beschreven maar het thema is niet ´Boeddha is niet één´. D.w.z. de vraag of er wel van HET boeddhisme gesproken mag worden is niet waar het in dit hoofdstuk om gaat.

Dat komt nog.
Over een week of zo wil ik een vervolg op deze blog publiceren, met als titel (God is niet één) en Boeddha ook niet; deel 2 - Chapman’s kritiek op het 'Consensus-boeddhisme’
De (Amerikaanse Tibetaanse-boeddhistische) David Chapman heeft het afgelopen half jaar een fascinerende serie artikelen gepubliceerd over wat hij (afkeurend) het consensus-boeddhisme noemt
Wie niet kan wachten op mijn blog, kan Chapman ook zelf in het Engels lezen (zie hiervan de rechter kolom).

Chapman en mijn samenvatting van hem zijn niet alleen kritisch-beschrijvend, ik ga er ook een poging in wagen mijn centrale 2012-thema in een soort kerstboodschap weer te geven: laten de Nederlandse boeddhisten eens gaan proberen met elkaar in discussie te gaan, ook over de verschillen tussen hun boeddhismen (meervoud).
Zoals ik onlangs op de website van Bodhitv schreef:
“Sommige vormen van boeddhisme hebben die aanname (van het bestaan van het ´onbenoembare´) in sterke mate, andere vormen (tradities) veel minder.
Dat komt goed uit: leve de verschillen!
"