Posts tonen met het label Pali-Canon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pali-Canon. Alle posts tonen

dinsdag 18 september 2012

Professioneel bodhisattva worden, kan dat? Bespreking van de oratie van André van der Braak

Het uitspreken van de oratie ‘De vele gezichten van de compassie’ in de aula van de VU op 14 september j.l. was een boeddhistisch feestje. Voor de tekst, zie hier
Niet alleen de inhoud was rijk, ook de massale opkomst van boeddhisten en boeddhistische bobo’s was opvallend, zoveel openbare bijeenkomsten zijn er ook weer niet.
Ik ben geen journalist maar amateur-boeddholoog, daarom verder geen sfeer-impressies maar een paar kanttekeningen bij de inhoud van z’n inaugurele rede.

De volledige titel is:
‘De vele gezichten van de compassie
Het boeddhisme te midden van culturele en religieuze diversiteit
.’

De inhoudsopgave:
- Achtergronden van de leerstoel ‘boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities’
- 1. Compassie
- 2. Binnen of buiten
- 3. Compassie in India en China
- 4. De eerste bodhisattvagelofte
- 5. Conclusie
- Dankwoord

Van der Braak stelt (in navolging van onder andere Sharf en Hershock) dat de grote verschillen in cultuur tussen India en China zo’n tweeduizend jaar geleden heeft gemaakt dat het begrip ‘compassie’ van betekenis is veranderd. ‘Vanuit Indiaas perspectief is compassie een heilzame mentale staat, zoals gezegd één van de vier Brahmavihara’s die door mentale cultivering kan worden versterkt. ... Toen het boeddhisme zich vanuit India naar China verspreidde, vermengden Indiase boeddhistische noties van compassie en karma zich met Chinese kosmologische opvattingen, en met Chinese versies van zelfcultivering. (pagina 11)

Van der Braak laat hier een ander belangrijk proces in de eerste eeuwen van onze jaartelling van (boeddhistisch) China buiten beschouwing. Het ging niet alleen om de sinifization (de ‘ver-chinezing in lelijk Nederlands) maar tegelijk van de mahayanization van de Dharma, van dit boeddhisme. De eerste boeddhistische teksten in het Chinees vertaald waren die van het vroege boeddhisme, wat we nu op een aardige manier Theravada (oftewel Pali Canon) noemen en op een onsympathieke manier hinayana.
Over deze poging de vroegboeddhistische wortels los te snijden in China in zo ongeveer de vierde/vijfde eeuw van onze jaartelling ben ik op dit moment het grote werk aan het lezen van Chih-I (ook wel geswchreven als Zhyyi; zie bv Wikipedia over hem), Mo-ho-chih-kuan; door Neil Donner vertaald als ‘The Great Calming and Contemplation of Chi-I’.

In een Postscript van pagina 460-479 (downloaden en lezen, André en andere echt geïnteresseerden!) beschrijft Donner ‘The MHCK and the Mahayanization of the Chinese Dhyana Tradition´.
Het viel namelijk niet mee de toen bestaande meditatievormen zoals samatha en vipassana alsnog een mahayana-ideologie te verschaffen. Chih-I slaagde daarin met behulp van een zeer vrijzinnige interpretatie van het begrip sunyata van Nagarjuna. Maar in feite veranderden daarmee de meditatievormen zelf nauwelijks.

Van der Braak beschrijft de boeiende overgang van het compassie-begrip van India naar China als historische voorbeeld om een bredere blik te verkrijgen (hij gebruikt mooiere filosofische termen).
De vraag die hij zich (en ons) merkwaardig genoeg niet stelt is: hoe verhoudt onze cultuur zich dan weer tot de Chinese van vijftienhonderd jaar geleden? Oftewel: moeten we nog wel zo vanzelfsprekend in onze huidige beoefening van het boeddhisme (en dan vooral in Chan en Zen maar voor sommigen is Zen en boeddhisme hetzelfde) deze Chinese interpretatie overnemen ?
In mijn opvatting lijkt onze (Westerse) cultuur natuurlijk noch op de Chinese noch op de Indiase van zo lang geleden maar relatief is er toch nog meer overeenkomst met de Indiase dan de Chinese . Wij hebben toch niets met de ´Chinese kosmologische opvattingen, en met de Chinese visies op zelfcultivering ... De Chinese kosmos wordt gezien als een geordend organisch proces van verandering en pluraliteit` ? (citaat uit pagina 11 van de gedrukte versie van de oratie)
Ik pleit in ieder geval voor compassie als onderdeel van de serie liefdevolle vriendelijkheid-medevreugde-gelijkmoedigheid waarin het ook duidelijk een morele dimensie heeft.

Dit brengt me tot een andere opmerking over deze oratie die ik wil ik maken naar aanleiding van een passage van het ´Dankwoord´ dat van der Braak aan het eind van z´n oratie uitspraak (pagina 17).
Daar bedankt van der Braak het College van Bestuur van de VU onder andere voor het initiatief ‘... een platform te bieden voor de verdere vorming van Nederlandse bodhisattva’s binnen de academie ... `.
Begrijp ik het goed: wil van der Braak en wil de VU dat de studenten van de opleiding Boeddhistisch Geestelijk Verzorger (mogelijk startend in 2013) bodhisattva´s worden?
Bodhisattva´s in de Mahayana- (Zen-) zin van het woord?
Ook degenen met een Theravada-achtergrond bijvoorbeeld, die hebben toch andere beloften?
Alsof een katholieke universiteit heiligen gaat opleiden.
En hoe zit het met de toch wat andere (dan in het dominante Zen) benadering van de bodhisattva-beloften (de ‘ wensende ’ en de ‘ ondernemende ’) in het Tibetaanse boeddhisme ?

Het wordt hoog tijd dat er eens een openbaar debat komt over de echte inhoud van deze opleiding. Ook en met name over het bij het toetsingskader horend vakmanschap dat een geestelijke verzorger (ook een boeddhistische, ook een bodhisattva) nodig heeft.

Een voorstel daartoe heb ik in een blog in juli gedaan (zie hieronder en hier ). En André van der Braak reageerde daar toen (per email) naar mij toe positief op met de woorden ´Je suggestie voor een symposium over boeddhistische geestelijke verzorging is zeker interessant, en ik houd hem in gedachten.´
De 12 verleden week gestarte pre-master-studenten verdienen die duidelijkheid, want die is er (hoorde ik in de wandelgangen bij de VU-aula) zeker bij een aantal van hen niet.
Het in m’n voorstel bedoelde boek (dat een standaardwerk lijkt te gaan worden over de BGV) komt op 25 september uit ! Zie Amazon .


Bijlage
Een suggestie aan de VU (door Joop Romeijn)
Nu is de invulling van de opleiding tot chaplain aan de beurt, een tweejarige opleiding die volgens de informele aankondigingen september 2013 gaat starten.
De aanvraag aan het ministerie en het opstellen van overeenkomsten heeft allemaal bijzonder binnenskamers plaatsgevonden.
Het zou de VU sieren als een deel van de invulling van de opleiding in het openbaar plaatsvindt.
Daarom roep ik de VU op, om ergens komend najaar een openbare bijeenkomst over de inhoud te organiseren. Eén van de onderwerpen die daarin in ieder geval aan de orde moeten komen is wat mij betreft de inhoud van geestelijke verzorging (door en/of voor boeddhisten) in de zorgsector, in ziekenhuizen en andere instellingen van volksgezondheid dus. Want het georganiseerde boeddhisme heeft tot nu toe nog geen blijk gegeven, zich daarin verdiept te hebben.
Wellicht kan in die bijeenkomst gebruik worden gemaakt van het oktober
[is vervroegd naar 25 september, J.R.] uitkomende boek "Arts of Contemplative Care; Pioneering Voices in Buddhist Chaplaincy and Pastoral Work " .


zondag 2 september 2012

Nepcitaten – Wat de Boeddha NIET zei

Met grote regelmaat kunnen we aan de Boeddha toegeschreven uitspraken lezen die een grote trefzekerheid lijken te hebben door hun (moderne) kortheid.
Maar waarvan ons ook de onzekerheid bekruipt – of zou moeten bekruipen – of dit wel echt door ‘de Boeddha’ is gezegd. Twijfel die gevoed wordt door het ontbreken van een bronvermelding maar ook door het meestal aangename, comfortabele (feel-good) karakter van het citaat.

Nu weet ik wel dat ook van veel oude teksten betwijfeld kan worden of ze echt door de historische Boeddha; soms genoemd Siddharta Gautama en soms door anderen – een interessant verschil - Sakyamuni, zo uitgesproken zijn.
Maar meestal wordt met ‘een echte uitspraak door de Boeddha’ bedoeld: voorkomend in een sutta, uit de Pali Canon dus; of in een boeddhistische sutra (er zijn ook hindoeistische en jainistische sutra’s),
Een overzicht (ongetwijfeld niet perfect) staat in dit en dit Wikipedia-artikel.
Daarin worden ook boeddhistische tantra’s als komend uit de mond van de Boeddha genoemd. Voor mij is dat te ver van mijn bed.
Maar in deze blog is dat geen probleem want hier wil ik het hebben over in de 19e en 20e eeuw gefabriceerde nepcitaten.

Bijna al deze uitspraken zijn oorspronkelijk in de Engelse taal gedaan, een deel ervan is in het Nederlands vertaald, een deel niet.
Ik vermeld dit feit om me vrij te pleiten voor het verwijt dat ik hier geen Nederlandstalige citaten opneem om mijn punt toe te lichten.
Uit gemakzucht neem ik eenvoudige twee Engelstalige bronnen op, en citeer daarvan de openingsteksten:

Lost in Quotation, een recent gepubliceerd essay van de Theravada-monnik Thanissaro Bhikkhu :

“Many people who don't know much about old Buddhist texts often know one passage from the Pali Canon: the part of the Kalama Sutta (AN 3.65) stating that old texts can't be trusted.
Quotes from this passage come in many shapes and sizes. Some of them are short sound bites, like the message that was rubber-stamped on the envelope of a letter I once received:
'Follow your own sense of right and wrong.'
— The Buddha

There's also the desktop wallpaper:
'Believe nothing, no matter who said it, not even if I said it, if it doesn't fit in with your own reason and common sense. '
— The Buddha

Even scholarly citations of the sutta give the same message. Here's the entire quote from the sutta in a recent book:
'When you know for yourselves that these things are wholesome... these things, when entered upon and undertaken, incline toward welfare and happiness — then, Kalamas, having come to them you should stay with them. '
— The Buddha

Taken together, these quotes justify our tendency to pick what we like from the old texts and throw the rest away. No need to understand the larger context of the dhamma they teach, the Buddha seems to be saying. You're better off rolling your own.
....
“

Bron hier .


Fake Buddhist Quotes, een al jaren verschijnend blog van de Triratna buddhist Bodhipaksa :

“They’re everywhere you look: Twitter, Facebook, blogs, quotes sites — even in books by well-known Buddhists. Fake Buddha Quotes abound.
To those who are familiar with the Buddhist scriptures, these Hallmark-style quotes attributed to the Buddha ring false, but it seems many people are preferentially attracted to the fake variety.
It’s hard sometimes to pinpoint why they sound fake. Usually it’s the language, which may be too flowery and poetic. Sometimes it’s the subject matter, which sounds too contemporary. The thing is, that although the Buddhist scriptures are vast (way larger than the Bible) they’re often not very quotable, or at least they tend not to have the immediate appeal that some of the fake variety has.

One question that arises though is whether there’s such a thing as a Genuine Buddha Quote. And in a sense there’s not. The earliest scriptures we have were passed down for hundreds of years before being committed to writing. What was passed down was no doubt simplified, edited, and made easier to memorize through chanting by being made repetitious. Hence the mind-numbing boringness of much of the Pāli canon. Some of what was passed down as the Buddha’s words probably wasn’t even his words to start with. After a few generations, who would be able to tell if a particular saying was just a popular piece of folk-wisdom, or something the Buddha actually said.
...
".

Bron hier .


Leermoment
Als ik ergens zonder bronvermelding zie staan: “de Boeddha zei ... ”, dan vraag ik me nu steeds af: “is dat wel zo ? “ (dit zou trouwens mijn grafschrift kunnen zijn).
Als de twijfel groot is of de uitspraak mij raakt, dan probeer ik de bron te zoeken, meestal via google.
Waarom: om mijn inzicht te vergroten, met name of het aangename gevoel dat de uitspraak bij me oproept, niet op een illusie, op wensdenken, gebaseerd is.

Tenslotte
Tegen deze sceptische benadering zou ingebracht kunnen worden:
Wat doet het er toe, de Boeddha zou het gezegd kunnen hebben, het citaat is toch in de geest van het Boeddhisme?
Mijn reactie; dat weet ik nou net niet; hoe meer ik me in het Boeddhisme verdiep, des te minder weet ik wat de geest van het Boeddhisme is.

zaterdag 5 mei 2012

Ditjes en datjes, Brian Victoria en de VU; BOSbestuurders, BoeddhaMagazine, SVB en BUN

Wat diverse korte berichten, kommentaren en aankondigingen

Brian Victoria 4 juni in Amsterdam
De website van de faculteit Godgeleerdheid van de V.U. bevat een vooraankondiging van een (engelstalige) lezing van Brian Victoria over Daisetz Suzuki. Te houden op 4 juni; het is een vooraankondiging, tijd en plaats (ik denk: het V.U.-gebouw) staan nog niet vermeld. Dat komt waarschijnlijk nog.
Brian Victoria, hier aangekondigd als professor and Soto priester, is vooral bekend door zijn boek ´Zen at war´, waarin hij als een van de eersten de deelname van sommige vooraanstaande Zen-meesters aan Japanse oorlogsmisdaden beschreef en benoemde. Zie Bol.com
Nog steeds is (in mijn strenge Theravada-opvatting) het Zen-boeddhisme, ook in Nederland, wat gemakzuchtig als het gaat om de persoonlijke ethiek. Zo zegt een hedendaags sensei `In absolute zin heeft zen niets met ethiek te maken. Vanuit het absolute perspectief gezien - vanuit de onbepaaldheid van de ervaring - is er geen slachtoffer, geen dader en geen daad. Er is alleen maar dit: dit precies zoals het is, zo, open, onbepaald en ononderscheiden. Als er geen daad is, dan is er ook geen ethiek.´ In relatieve zin heeft zen wel met ethiek te maken, zo vervolgt hij, maar eerlijk gezegd begrijp ik niet veel van dat betoog (zie hier).

Hoe zit het met de master-opleiding bij de VU? En is die straks nog relevant?
Mogelijk en hopenlijk deelt de Faculteit der Godgeleerdheid ook gelijk snel mee of ze echt in september 2013 wil gaan starten met de opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorger, in de vorm van een master plus ambtsopleiding. Heeft de faculteit daartoe al een aanvraag bij het ministerie van Onderwijs gedaan, bestaat het potje voor het financieren van ambtsopleidingen eigenlijk nog wel?
Zonder die ambtsopleiding blijven de september dit jaar startende bachelor en pre-master in de lucht hangen.
En komt die opleiding er toch als over een maand zou blijken dat het ministerie van Justitie en de BUN er geen behoefte meer aan hebben? De besluitvorming over het KASKI-onderzoek is immers nogal ongewis. Zie mijn blog uit april en een serie publikaties in *openboeddhisme* over deze evaluatie.

De Boeddhistische Omroep Stichting en een niet-autonoom bestuur
De BOS zoekt leden voor haar Algemeen Bestuur, zo vermeld de BOS-website deze week:
Met deze advertentie is wat merkwaardigs aan de hand.
Alleen het begin al: `De BOS is een omroep op levensbeschouwelijke grondslag die voor een breed publiek toegevoegde waarde wil bieden door op een niet-dogmatische manier te inspireren en informeren over boeddhistische thema’s en inzichten.`
Doordat er niets in staat over het feit dat de BUN de houder is van de zendmachtiging en niets over het feit dat de BOS door de minister gedwongen is te fuseren met, of eigenlijk: op te gaan in, de VPRO of de NTR, wordt ten onrechte de indruk van een autonome omroepstichting gewekt.
Dat de relatie met de zieltogende BUN niet wordt genoemd, is een lang bestaand gebrek, maar ook de opgelegde opheffing van de BOS als zelfstandige stichting blijft ongenoemd. Zie mijn eerdere blog daarover.
En dan de missie van de BOS: ´toegevoegde waarde ... bieden´. Welke waarden zijn er dan en wat wordt daar dan aan toegevoegd? Het is een leeg economistisch taalgebruik. En met de kijkers-luisteraars ´informeren over boeddhistische themas´ wordt het moeten zijn van een boeddhistische omroep wel heel minimalistisch ingevuld.
Ik ben benieuwd wat voor een type boeddhisten naar deze bestuursfuncties gaan reflecteren.
Pikant is ook dat tegelijkertijd de directeur van de IKON (ook een 2.42-omroep) is vertrokken, als gevolg van de fusie van de IKON met NCRV/KRO/RKK.

BoeddhaMagazine, de blog
Na een aankondiging en een probeersel begin februari van dit jaar is eind april een nieuw blog actief geworden: boeddhamagazine.wordpress.com; zie hier.
Tot nu toe hebben twee schrijfsters bijdragen geleverd: Connie Franssen (die achteloos, al te achteloos, Peter Sloterdijk citeert) en Moniek Zuidema (die een blog als een lang twitter-bericht ziet).
Dorine Esser en Frank Uyttebroeck fungeren als coaches, gezien het twitterverkeer tussen hen en de schrijfsters.
Ik weet nog niet precies wat ik aan dit blog heb.
Wie gaan er allemaal in schrijven?
En wat is precies de relatie met BoeddhaMagazine, het blad? Komen de twee media naast elkaar of gaat het blog het blad (op den duur) vervangen? Moet er gezien de relatie met Asoka ook geen geld mee verdiend worden, op den duur? Op de website van ´Boeddha Magazine´, d.w.z. de website van Asoka, d.w.z. de website van Milinda Uitgevers, wordt er niet naar dit blog verwezen. Komt misschien nog.
Wordt het ook een beetje journalistiek, of blijft het alleen persoonlijke expressie-verhalen bevatten?
Desalniettemin: hartelijk welkom in de blogosfeer.

En is er ook een relatie met De Verlichting? Een ander volgens de geruchten aangekondigd internet-magazine, ook met wortels in het blad Vorm&Leegte?
[Nagekomen, in de recente Nieuwsbrief van de BUN-voorzitter van vandaag lees ik:
Het Boeddhistisch Dagblad
Er is opnieuw een initiatief tot een nieuw digitaal platform over boeddhisme. Joop Hoek, tot voor kort auteur van BoeddhaMagazine, en mede-initiatiefnemer Maarten Barckhof, communicatie-specialist, hopen eind mei het eerste nummer Boeddhistisch Dagblad gereed te hebben. De journalistieke redactieformule van dit digitale tijdschrift is op boeddhistische leefregels als het juiste spreken geschoeid.

De naam is dus geworden http://boeddhistischdagblad.nl/ en niet De Verlichting
Als het eerste nummer uit komt, bespreek ik het ongetwijfeld, en juist]

De Stichting Vrienden van het Boeddhisme (SVB)
Van bevriende zijde (ik ben zelf geen donateur meer) hoorde ik dat het bestuur van de SVB dit voorjaar een brief aan haar donateurs heeft gestuurd.
De SVB ziet (definitief ?) af van het organiseren van halfjaarlijkse studiedagen, tot een jaar jaar geleden de belangrijkste functie van deze stichting (waarvan ik nog een korte tijd bestuurslid ben geweest).
De functie van de SVB is nu feitelijk nog alleen, het ‘subsidiëren' (in dit geval een wat merkwaardige term) van Asoka bij het uitgeven van vertalingen van de Pali Canon, vertalingen door Rob Janssen en Jan de Breet, bestuursleden van de SVB.
Verder participeert men, met de BUN, in een werkgroep die een ‘Nederlands Boeddhistisch Archief’ gaat oprichten.
SVB en BUN hebben wat mij betreft nog een gemeenschappelijkheid: twijfel over de zin van hun bestaan; en eigenlijk al geen twijfel meer.

Vers van de pers: het eindrapport van de (BUN)Werkgroep Lotusbloem is uit
Het rapport is openbaar en is sinds 9 mei (in geupdate versie) tevens te vinden in de nieuwsrubriek van Boeddhisme.nl, zie hier
Ik ga het eerst maar eens lezen. En kom er ongetwijfeld op terug.

donderdag 1 maart 2012

Geluk, de grote illusie

Onderstaande tekst is m’n vertaling van een artikel van Dana Nourie van de ‘Secular Buddhist Association’. Ik vond het in dezelfde week als waarin aandacht werd besteed aan de oprichting van de Partij voor Geluk door een aantal Zen-boeddhisten. Zie hier en hier en hier.

Dit artikel geeft mijn benadering van (het streven naar) geluk goed weer, die ik samen kan vatten met: men het gebruik van het woord ‘geluk’ beter vermijden.

Als ik m’n woordenboek volg, moet ‘happiness’ met ‘geluk’ worden vertaald en ‘happy’ met ‘gelukkig’.
Ik volg dat zoveel mogelijk maar wil wel benadrukken dat Nourie, als ze het over happiness (geluk) heeft, op het momènt van gelukkig zijn doelt. In het Nederlands worden de twee begrippen nogal eens door elkaar gebruikt en kan zowel ‘geluk’ als ‘gelukkig’ als zowel een momentane als een permanente staat betekenen. Dat de idee van permanentie een illusie is, daarover gaat haar artikel.

Ze stoelt haar betoog duidelijk op meditatie-ervaringen en dat kan de indruk wekken dat het egocentrisch is, gericht op het eigen wel of niet gelukkig zijn.
De lijn kan echter doorgetrokken worden bij het toewensen van geluk aan anderen, dan meestal ‘liefdevolle vriendelijkheid’ (metta) genoemd, vergelijk m’n blog uit november hierover. Ik wens dat een ander gelukkig is (maar weet tegelijk dat dat nooit perfect want niet permanent zal zijn).
Sterker nog: het betreft ook het kunnen constateren dat een ander niet gelukkig is (op dit moment) en daar compassie voor hebben, en iets aan doen (al zijn boeddhisten daar meestal niet zo goed in).

Ik herken me goed in wat Buddhadasa, de 20e eeuwse Thaise monnik over happiness (in Pali: sukha) zegt. Het is in de meeste talen een tweeslachtig woord waardoor het lang niet altijd duidelijk is wat mensen bedoelen als ze het gebruiken.
Buddhadasa maakt – net als bij een serie andere woorden - het onderscheid tussen ‘alledaagse taal’ en ‘Dhamma taal’. Naast ‘geluk’ zoals gebruikt in het alledaagse leven is er een ander soort geluk, het geluk dat ontstaat met het realiseren van het uiteindelijke doel van het leven (de verlichting, het ontwaken). Als je, bijvoorbeeld in een retraite, het eerste soort geluk verwacht en de leraar heeft het alleen maar over de tweede soort, dan kan je makkelijk teleurgesteld raken.
Het eerste soort geluk is er wanneer een bepaald soort honger of wens wordt bevredigd. In de Dhamma-zin van het woord echter is er helemaal geen honger of wens, daar ben je vrij van, spiritueel vrij, legt Buddhadasa uit.

Zelf werd ik (toen ik wist jong en dacht existentialist te zijn) aangesproken door wat de schrijver en filosoof Albert Camus zegt in z’n boek ‘De mythe van Sisyphus’. De straf die Sisyphus was opgelegd (door de Griekse goden) voor zijn hoogmoed, was dat hij eeuwig een zware steen de berg op moet duwen, te zien hoe deze weer naar beneden rolt en opnieuw te beginnen. Hoewel zijn arbeid zwaar en nutteloos is, vraagt Camus ons in te beelden dat Sisyphus rustig de berg afloopt, zijn steen achterna. Naar beneden wandelend, wordt hij zich bewust van het absurde van zijn situatie; maar juist dan, zegt Camus, “moeten we ons Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen.”
Misschien niet helemaal een boeddhistische benadering. Of toch wel: het lijkt wel mediteren ?

Dan maar ongelukkig? Dat zou een heel verkeerde conclusie zijn. De onvermijdelijkheid van het lijden (dukkha) betekent dat voor mij helemaal niet. Veel vormen en zeker de mate van ongelukkig zijn is vaak nodeloos en nutteloos. Dit ongelukkig zijn kan ik verminderen, bij mezelf en bij anderen; ook dat weer zonder – op werelds niveau – illusies te hebben dat het perfect gaat worden.
Overigens kan ik heel goed gelukkig zijn, en daar ook van genieten. Zowel een lange onderstroom van me realiseren dat ik - tot nu toe – geluk heb gehad in m’n leven met bv gezondheid, relaties, inkomen; als ook die korte momenten van intens ervaren, van een zonnestraal, van een glimlach, van een goed gecomponeerde tekst.

Ik heb me duidelijk niet gehouden aan m’n eigen advies, het gebruiken van het woord ‘geluk’ te vermijden. Dan nu maar Dana Nourie.


Geluk, de grote illusie - door Dana Nourie

De meesten van ons zijn opgegroeid met verhaaltjes die eindigen met “En toen leefden ze nog lang en gelukkig”. Onze media benadrukken voortdurend hoe belangrijk geluk is, alsof elke andere mentale staat verwerpelijk is. We trekken naar mensen toe die gelukkig lijken te zijn; en laten we het maar toegeven, we genieten van het gevoel van geluk.
Maar wat ik in de loop van de jaren steeds weer merkte was dat mensen naar het boeddhisme komen in de hoop om geluk te vinden. Zij denken dat ‘ontwaken’ een staat is van constant gelukkig zijn. En als ze ontdekken dat de beoefeninghen juist in het hart van de realioteit doet belanden, wat neerkomt op een heleboel verandering en lijden, raken ze ontgoocheld, teleurgesteld. Zij willen Geluk.

In een discussie onlangs op Facebook viel het me op dat de meeste mensen geluk als een verwachting hebben. In feite ging een vrouw zo ver dat ze zei dat naar geluk aan het “jagen” was, en dat dat het doel van haar in het leven was geworden. Ik heb grote compassie voor deze vrouw, omdat ik weet dat teleurstelling een verlammend metgezel voor haar blijft zolang als ze geluk ziet als een doel of verwachting.

Ja, ik weet het, we hebbenn allemaal een net iets andere definitie van wat ‘geluk’ is. En toch, afgezien van jouw definitie van geluk, is net zoals al het andere in het universum, geluk tijdelijk (impermanent).
En even belangrijk: geluk ontstaat, net als alle andere fenomenen, als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, interne condities en externe condities. Tenzij je de controle hebt over al deze condities en ze voortdurend kan vasthouden, komt geluk op en verdwijnt het weer net zoals alle andere zaken in het leven.
De opvatting van geluk die ons door onze samenleving wordt aangereikt, is er een van illusie. Het is de grote geluksillusie waar we onaandachtig in stappen. Geluk najagen is het najagen van een regenboog. Hoe dichter je er bij lijkt te komen des te meer het ontwijkt. Om een verwachting te vestigen op geluk kan neerkomen op het zetten van verwachtingen op andere mensen of relaties om jou gelukkig te maken. Dat is een scenario voor teleurstelling.

In het beoefenen van het boeddhisme zetten we niet onze verwachting op geluk, we maken van die verwachting een onderwerp van aandacht. Door het op die manier zien we de geluksverwachting voor wat het is en hoe het functioneert:
“Op voorwaarde van een contact die als ‘geluk’ ervaren wordt,
ontstaat het mentale vermogen van gelukkig zijn.
Wanneer men gelukkig is, onderkent men ‘Ik ben gelukkig’.
Als dat contact waardoor geluk wordt ervaren, wegvalt,
onderkent men ‘Wat was ervaren als geluksgevoel, houdt op en valt stil’.
“
De Katthopama Sutta (SN 48.39)

De volgende keer als je je gelukkig voelt, wat je definitie er ook van is, merk dan op welke voorwaarden het opkomen ervan veroorzaakten. Deed iemand iets aardigs voor je, of zei die iets aardigs? Ben je in een vredige stemming, waarvan je rustig en ontspannen kunt genieten? Deed je iemand een plezier en maakte dat dat je je goed van binnen voelt?
Overdenk de voorwaarden die nodig waren teneinde het gevoel van geluk te laten opkomen. Onderzoek (bij jezelf) hoe geluk voelt. Ontstaan gelukkige gedachten als gevolg van dat gevoel? Hoe reageert je lichaam op het gevoel van geluk? Ben je aan het hopen dat het geluk aanblijft?
Als het geluk vervaagt of helemaal verdwijnt, observeer dan wat er dan aan het bewegen is. Hoop je dat het gelukkig zijn terugkomt? Heb je je aandacht verschoven naar iets anders, zonder te hechten, zonder teleurstelling?
Bekijk gedurende één dag hoe vaak geluk opkomt en weer verdwijnt. En hoe vaak in een week? Is het gevoel van geluk iets dat je werkelijk nodig hebt om het dierbare te grijpen en vast te houden? Of kan je ervan genieten op het moment dat het er is en toelaten dat het weer wegsluipt, het te zien als iets dat komt en gaat?
Doe hetzelfde voor het omgekeerde van geluk, namelijk ongelukkig zijn. Onderzoek het aandachtig. Komt het op als gevolg van interne en externe voorwaarden? Wat zijn je reacties? Hoe voelt dat in je lichaam? Bied je er weerstand aan, wensend dat dat gevoel weggaat, of kan je er gewoon bij blijven en kijken naar wat er op een natuurlijke manier gebeurt?

Ik zeg niet dat je geen voorwaarden moet koesteren die geluk helpen creëren. Als het je lukt als ze te identificeren en er aan werkt. Voortreffelijk. Maar wees voorzichtig met het hebben van de verwachting van geluk. Zie het onder ogen: ellende gebeurt nu eenmaal (shit happens), in allerlei soorten en maten. De oefening is dus om aandachtig te zijn op alles wat opkomt, en er niet op te reageren met hechting of aversie.
Ik zeg ook niet dat je niet moet proberen dingen voor anderen te doen die kunnen maken dat ze gelukkig zijn. Zeker, dat moet je proberen, en als je geluk als resultaat krijgt: schitterend. Let er alleen wel op als geluk opkomt, hoe het opkomt; en denk er steeds aan, alles is vergankelijk. Het vasthouden aan iets dat vergankelijk is, elk moment kan veranderen, is voor jezelf een scenario opstarten tot verder lijden.
Geluk is heerlijk om te ervaren; het is zelfs nog fascinerender om met een open geest en de bereidheid te laten gaan, los te laten, bij jezelf te onderzoeken wat er gebeurt. Je zult op een aangename manier verrast raken door de resultaten.


Bron van het Engelse origineel. Vertaling geplaatst met toestemming van de auteur.

vrijdag 11 november 2011

Wat is "kritisch boeddhisme"? - En geloof ik dan in de "BoeddhaNatuur" ? Deel 2

M’n vorige blog over BoeddhaNatuur (en critisch boeddhisme) kan ik samenvatten met:
Volgens sommige Mahayana-verdedigers is het begrip ‘BoeddhaNatuur’ niet strijdig met de anatman-gedachte. Want dit begrip moet niet ontologisch begrepen worden. Het is bedoeld als vaardig hulpmiddel (skilful means, upaya), vooral bestemd voor boeddhisten die bang zijn voor de leegte (sunyata).
Sommige Mahayana-teksten en sommige (Zen-)boeddhisten gaan veel verder, bij hen is ‘BoedhaNatuur’ niet louter een conceptueel en didactisch hulpmiddel maar een positieve realiteit.

Nu is boeddhisme volgens mij niet voor bange mensen. Ik ben in ieder geval minder bang voor de leegte dan voor de idee, cosmisch met alles verbonden te zijn. Voor mij werkt kennelijk deze upaya niet.
Met dit in het achterhoofd ga ik terug naar het vroege boeddhisme en m’n vipassana meditatie.
Theravadins zijn het er niet over eens of de Boeddha (d.w.z. de Pali Canon) het over BoeddhaNatuur heeft gehad; hoogstens in andere woorden dan.

Er is één tekst die éénmaal – in de duizende pagina’s Sutta-teksten – voorkomt en er een beetje op lijkt, in Anguttara Nikaya 1:49

Pabhassara (Helder)

"Helder, monniken, is de geest (citta). En het is bevuilt door inkomende bezoedelingen."

"Helder, monniken, is de geest (citta). En het is bevrijdt van inkomende bezoedelingen."

"Helder, monniken, is de geest (citta). En het is bevuilt door inkomende bezoedelingen. De ongeïnstrueerde doorsnee persoon onderscheidt dat niet, als het aanwezig is, daarom zeg ik jullie dat - voor de ongeïnstrueerde doorsnee persoon - er is geen ontwikkeling van de geest (citta)."

"Helder, monniken, is de geest (citta). En het is vrij van inkomende bezoedelingen. De goed geïnstrueerde leerling van de Nobelen onderscheidt dat, als het aanwezig is, daarom zeg ik jullie dat - voor de goed geïnstrueerde leerling van de Nobelen - dat er ontwikkeling is van de geest (citta)
."

(Nederlandse vertaling door Django Vaal naar de Engelse van Thanissaro Bhikkhu)

Met name Thaise woudmonniken zien ´citta´ hierin een betekenis die veel lijkt op ´BoeddhaNatuur´
Ajahn Chah bijvoorbeeld in zijn talk , ´A Taste of Freedom´ :
"Our practice is simply to see the Original Mind. So we must train the mind to know those sense impressions, and not get lost in them. To make it peaceful. Just this is the aim of all this difficult practice we put ourselves through.
...
The human mind, the mind which the Buddha exhorted us to know and investigate, is something we can only know by its activity. The true 'original mind' has nothing to measure it by, there's nothing you can know it by. In its natural state it is unshaken, unmoving. When happiness arises all that happens is that this mind is getting lost in a mental impression, there is movement. When the mind moves like this, clinging and attachment to those things come into being.
”

Andere Theravada-monniken menen van niet. Bhikhu Bodhi wijst bv op de kontekst van deze tekst; hij zegt “... The fact that this expression ´luminous mind´ does not signify any ´eternal and pure mind-essence´ is evident from the preceeding text, in which the mind is said to be extremely fleeting and transitory “

Thanisarro Bhikkhu gaat een stap verder; bij zijn vertaling geeft hij als voetnoot:
”This statement has engendered a great deal of controversy over the centuries. The commentary maintains that ´mind´ here refers to the bhavanga-citta, the momentary mental state between periods when the mental stream adverts to objects, but this statement raises more questions than it answers.
...
A more reasonable approach to understanding the statement can be derived from taking it in context: the luminous mind is the mind that the meditator is trying to develop. To perceive its luminosity means understanding that defilements such as greed, aversion, or delusion are not intrinsic to its nature, are not a necessary part of awareness. Without this understanding, it would be impossible to practice. With this understanding, however, one can make an effort to cut away existing defilements, leaving the mind in the stage that MN 24 calls ´purity in terms of mind.´ This would correspond to the luminous level of concentration described in the standard simile for the fourth jhana:...
From this state it is possible to develop the discernment that not only cuts away existing defilements but also uproots any potential for them to ever arise again. Only in the stages of Awakening that follow on those acts of discernment would ´consciousness without feature´ be realized.
”

In een essay genaamd ‘Freedom from Buddha Nature' gaat hij daar nader op in.
Ook de blogger Jayarava – waarbij ook het Pali-origineel te vinden is, zegt hier verstandige dingen over.

Het is opvallend dat sommige Westerse vipassana-leraren, ook degenen die een duidelijk Theravada-achtergrond hebben, de duidelijk niet in de Pali Canon voorkomende term BuddhaNatuur toch gebruiken.
Paul Boersma - in het tijdschrift Simsara (mei 2008)- zegt: “Boeddhanatuur werd vanaf de derde eeuw na Christus in het Mahayana boeddhisme een belangrijk begrip, niet alleen voor de theorie maar ook voor de praktijk.
De Vipassana-meditatie die wij allen beoefenen is afkomstig uit de Theravada traditie, maar ik behoor niet tot degenen die zich uitsluitend willen beroepen op de zogenaamde oorspronkelijke ware leer. Integendeel, ik ben me ervan bewust dat sommige aspecten veel beter uitgewerkt worden in Mahayana geschriften dan in wat we nu nog over hebben van het vroege boeddhisme (voornamelijk Theravada). Dat geldt met name voor de metafysische aspecten van de boeddhistische leer
.”

Een boek van een van degenen die vipassana (insight meditation) in het westen hebben geïntroduceerd, Jack Kornfield heeft zelfs als titel 'Your Buddha Nature' Zo zijn er tal van voorbeelden te vinden.
Veel van deze auteurs/leraren wijzen erop dat deze kern, dit ‘goddelijk principe’ welhaast, in de meditatie kan worden ervaren.

Ik kan niet veel meer dan zeggen dat ik deze ervaring niet heb; dat roept wel de interessante vraag op of je in iets moet geloven om het te ervaren ? Het zou me niets verbazen als dat zo is.
In ieder geval ervaar ik wel – een enkele keer – de leegte als vorm van de dingen zoals ze werkelijk zijn. Dat komt mogelijk mede doordat ik veel over deze ‘Middenweg’ (Madhyamaka) heb gelezen en gecontempleerd; van Nagarjuna maar ook van een Theravadin zoals Buddhadasa Bhikkhu trouwens, zie bv z´n tekst over Emptiness.

Resteert de vraag of het verstandig is naar Westerse boeddhisten of vipassana-meditatoren toe de term BoeddhaNatuur te gebruiken. Ik denk van niet; niet omdat het de vraag is of ziets als BoeddhaNatuur objectief bestaat, maar omdat het het vertrouwen geeft dat er grond onder de voeten mogelijk is of te bereiken is. En ik denk dat dat vertrouwen een illusie is.
Wellicht krijg ik met deze voorkeur van ‘Leegte’ boven ‘BoeddhaNatuur’ het verwijt dat dit een kille benadering is. Waar blijft de compassie, het besef van het inherent goede in mij, in alle levende wezens?
Liever dan deze begrippen stel ik de empathie centraal. Daar wil ik binnenkort over schrijven, waarbij ook de betekenis van spiegel-neuronen aan de orde komt. Empathie voor de door anderen voortdurend ervaren dukkha, als fundamenteel niet-non-dualistisch begrip.

Joop