Posts tonen met het label Pali-Canon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pali-Canon. Alle posts tonen

vrijdag 10 mei 2013

Een twee dagen durend seminar eind oktober over en met concentratie meditatie

Op 29 en 30 oktober 2013 vindt er in Amersfoort een seminar plaats onder de titel
' Maak kennis met de vruchtbare wisselwerking tussen samatha en vipassana;
en het bereiken van jhana
'.
Omdat ik een van de organisatoren ben, in SIM-verband, wil ik er hier aandacht op vestigen.
SIM, dat is de Stichting Inzichts Meditatie, zie de website www.simsara.nl/

De leraar die we hebben kunnen uitnodigen, is Leigh Brasington.
Hieronder de Uitnodiging zoals die ook op de website van de SIM staat.

Beschrijving
Leigh Brasington, een leerling van Ayya Khema, geeft al vele jaren retraites in Amerika (o.a. de Insight Meditation Society) en Europa. Hij heeft zelf ook vele op jhana gerichte retraites gevolgd en heeft een helder zicht op de misverstanden om dit begrip. Zie zijn website http://leighb.com

Eind oktober komt hij naar Nederland en geeft dan een tweedaags seminar, gericht op de beoefening van samatha (kalmte), waarbij hoge concentratie ontwikkeld wordt tot uiteindelijk het niveau van de jhana’s (absorptietoestanden) bereikt zijn.
De twee dagen kunnen afzonderlijk worden bezocht; ze vullen elkaar aan, dus beide bezoeken is geen herhaling. De spreektaal is Engels zijn en de dagen worden overwegend in stilte gehouden.

Hoeveel concentratie is nodig om goed de vipassana-meditatie in te kunnen gaan?
Is dat 'momentane concentratie' of is de zogeheten 'toegangsconcentratie' gewenst?
Is het bereiken van (eerste of hogere) jhana essentieel om 'inzicht' te bereiken?
Leraren en geleerde monniken uit de Theravada-traditie denken daar verschillend over
De laatste jaren is de belangstelling voor de samatha-meditatie in Nederland gegroeid. We realiseren ons de relevantie van de achtste factor van het Edele Achtvoudige Pad: " de juiste concentratie (samma-samadhi) " = de vier jhana's, voor onze beoefening.
Deze seminar is – beide dagen – een combinatie van talks en mediteren. 'Jhana ' komt veel en in detail aan de orde in de Sutta's; daarom zal Leigh ook de kenmerken ('factoren') van de jhana's bespreken, zodat men deze ook bij zichzelf in de meditatie kan herkennen indien ze voorkomen.

Op de 29e spreekt Leigh over 'de betekenis en het resultaat van het spirituele leven'.
De diverse soorten meditatie (vipassana in de zin van het voortdurend toepassen van sati, metta, samatha) en de relatie ertussen komen aan de orde en worden ook ervaren. Ook de combinatie ervan in de anapanasati (zoals beschreven door Buddhadasa Bhikkhu) zal uiteengezet worden.

Op de 30e gaat het over de jhana's: wat ze zijn en hoe ze te bereiken zijn. Duidelijk zal worden dat er verschillende jhana's zijn. Oefeningen worden gedaan die dit meer duidelijk maken, specifiek zal Leigh aandacht schenken aan de vraag: ' hoe concentratie – al dan niet met het bereiken van jhana – te gebruiken in m'n vipassana-meditatie? '

Een aantal malen biedt Leigh ruimte tot het stellen van vragen. Hij zegt over die vragen: 'I like critical – it makes for very interesting questions and answers '.


Praktische informatie
Tijden:
Zowel dinsdag 29 als woensdag 30 oktober: van 10.00 uur tot 17.15 uur
Zaal open 9.30 uur. Er wordt een lunch aangeboden. Zonder overnachting

Kostenbijdrage: € 30 per dag; € 60 voor beide dagen, plus dana voor de leraar
(De twee dagen kunnen afzonderlijk worden bezocht; ze vullen elkaar aan dus beide bezoeken is geen herhaling)

Voor meer informatie / more information:
Joop Romeijn
033 4632869 of jwromeijn@hotmail.com
Website Brasington

Inschrijving vindt plaats door overschrijving van het inschrijfbedrag op giro 8122006
t.n.v. Stichting Inzichts Meditatie te Ezinge onder vermelding: sem. 29-10 en/of 30-10
Daarnaast wordt je verzocht het (Engelse) inschrijfformulier, te vinden op www.simsara.nl/agenda, ingevuld te zenden naar Joop Romeijn.
Op beide plaatsen vermelden om welke dag(en) het gaat.


Als aanvulling op deze aankondiging:

- Informatie over het gebouw van De Oude Viltfabriek te Amersfoort en hoe daar te komen, zie hier

- Meer informatie over Leigh Brasington, over Ayya Khema en over jhana is te vinden op en via zijn website

- Wie een volledige op jhana gerichte retraite bij Leigh wil volgen, kan dit doen van 15 tot 29 november in het Buddhahaus in Kempten, Zuid-Duitsland, zie voor nadere informatie .

- Leigh is ook op 31 oktober en (deels) 1 november nog in Nederland. Mogelijk volgt nog een informeel programma-onderdeel. Suggesties zijn welkom.


Abstract
Invation to participate in a two days seminar oktober 29 and 30, 2013


With or without samatha-meditation: make your own judgement
Samatha in relation to vipassana and jhana.
A seminar given by Leigh Brasington, student of Ayya Khema.
Given on Tuesday, oktober 29 and Wednesday oktober 30 from 10.00 AM till 17.15 (5.15 PM)
in 'De Oude Viltfabriek', Arnhemseweg 47, Amersfoort (website www.deoudeviltfabriek.nl/ )
Welcome at 9.30 The seminar is given in English. There is no overnight facility

Tuesday 29 oktober
Starting with a talk about the fruits of the spiritual life. Overview of different kinds of meditation (vipassana, metta, samatha) and the relation between them. The position of the 'Anapanasati' (as explained by Buddhadasa Bhikkhu) in this spectre.  Guided & silent meditation, questions and answers.

Wednesday 30 oktober
More about samatha-meditation, talks and practicing. Details about jhana's and jhana factors.
'Answer' to the question many will have: 'how to use concentration (with or without really achieving jhana) in my vipassana-meditation '. Guided & silent meditation, questions and answers.

========================================================================

Tot zover de in SIMsara geplaatste uitnodiging.
NOG WAT AANVULLENDE INFORMATIE:


In april werd Leigh Brasington geinterviewd door Ted Meissner van de Secular Buddhist Association . Als introductie tot de seminar-dagen is dit een kleine veertig minuten durende gesprek zeer bruikbaar: zie en hoor hier .

Over een in 2008 door mij gevolgde retraite gegeven door Leigh Brasington beschreef ik mijn ervaringen hier

Zie ook een (boekbespreking van) René van Oosterwijk
Doctrinal backgrounds of Vipassana-meditation
Insight in current methods and according to canonical sources

In SIMsara; en hier
Hierin komen een aantal passages voor over de relatie samatha - vipassana.


BOEKEN EN ANDERE TEKSTEN OVER SAMATHA-MEDITATIE,
EN OVER DE RELATIE VIPASSANA-SAMATHA:


Verdiep je mindfulness - Een stap verder op de weg van meditatie
door Henepola Gunaratana
Uitgeverij Altamira/Becht | november 2011
Een vertaling van Beyond Mindfulness in Plain English; An Introductory Guide To Deeper States Of Meditation
De Engelse titel geeft de inhoud beter weer dan de Nederlandse, verder is er niet zo veelop de vertaling aan te merken, geloof ik.

Mindfulness With Breathing
A Manual for Serious Beginners

door Ajahn Buddhadasa Bhikkhu
Translated from the Thai by Santikaro Bhikkhu
Wisdom Publications, 1988, 1996
M'n favoriete boek over de Anapanasati , helaas nog steeds niet vertaald

Helder inzicht, diepe verstilling;
Handboek boeddhistische meditatie

door Ajahn Brahm
Asoka, 2009
Af en toe wat 'over the top', maar inspirerend

Richard Shankman
The Experience of Samadhi ;
An In-Depth Exploration Of Buddhist Meditation

Als pdf: hier
Als boek: Shambhala Publications Inc, 2008

A Swift Pair of Messengers
Calm with insight in the Buddha’s words

door Bhikkhu Sujato , 2001 & 2012
Hier te downloaden
En hier .

dinsdag 7 mei 2013

Je leraar teleurstellen

Een paar weken geleden was ik op een retraite. Dat moest ik denken aan een 'interview' (een kort gesprek tijdens een retraite) dat ik eens had met Martine Batchelor in een retraite van Stephen en haar.
Ik vertelde over de herhaling van een proces: toen ik een jaar of 17 was moest ik m'n ouders teleurstellen door hen duidelijk te maken dat ik geen Christen was of zou worden, ik deed dat meer indirect in m'n gedrag, door niet meer naar de kerk te gaan en boeken over andere religies te lezen.

En nu ervaar ik bij het boeddhisme soms hetzelfde. Dat ik m'n leraren teleur moet stellen, in ieder geval denk dat ik ze teleurstel.
De reden ervoor is de afgelopen jaren divers geweest.
Waar ik met Martine destijds over praatte was behoorlijk massief, dat ging erover dat ik met geen mogelijkheid in iets als reïncarnatie kon geloven, ik had het wel geprobeerd (probeerde een compleet Theravadin te zijn) maar het lukte niet, ook al stokten daardoor gesprekken over de Dhamma.

Een andere vorm is (tijdelijk) naar een andere leraar gaan, of naar een retraite met een andere boeddhistische school of een andere meditatie-methode; een soort ' spiritueel vreemdgaan '.
Ook hier weer het idee van de leraar teleurstellen, zonder dat dat altijd onder woorden wordt gebracht (bijna nooit eigenlijk).

En dan heb ik het niet over het teleurgesteld afhaken, of gewoon afhaken om de aangeboden methode niet 'mijn ding' lijkt te zijn. Dat heb ik ook wel gehad toen ik nog aan het shoppen was
Vreemd eigenlijk, ik weet dat ik m'n beoefening voor mezelf doe (okee, ook voor de mensheid , voorzover ik bodhisattva probeer te zijn), maar het lijkt er soms op dat ik haar voor m'n leraar doe, om de ander een plezier te doen.

Een andere, en subtiele vorm daarvan, ervaarde ik ook verleden week weer.
Bij sommige meditatie-vormen kan er plotseling een nieuwe fase ingaan, een doorbraak plaatsvinden.
Dat schijnt ook bij Zen het geval te zijn maar daar heb ik niet zo'n verstand van.
Wat ik deed was het beoefenen van concentratie-meditatie (samatha, de vorm die naast vipassana staat) waarin op een gegeven moment het bereiken van 'jhana ' (ook wel genoemd 'absorptie'). In de dagelijkse interviews vertelde ik hoe het er mee stond. Opnieuw merkte ik dat ik graag m'n leraar (van dat moment) een plezier wilde doen en fundamentele vooruitgang rapporteren en dacht ik haar te teleurstellen dat dat niet kon.
Gelukkig heb ik dan weer wel voldoende 'aandachtigheid' om die tendensen bij mezelf op te merken. Maar raar blijft het. Want waarom zou je je leraar een plezier willen doen wat betreft je beoefening? Dat helpt toch niemand?

Er is natuurlijk ook het verschijnsel dat een leraar de leerling teleurstelt, door kinderachtig (bv geldbelust), door bepaalde leerlingen als lievelingetje te behandelen (in de beleving van de leerling uiteraard) of onethisch gedrag. Kortom door de Dhamma/Dharma op een ongeloofwaardige manier te brengen.
Als het je lukt, je van zo'n leraar los te maken, zal je hem of haar teleurstellen.
Daar zou ik me dan maar geen zorgen over maken.

De ideale leraar is (voor mij) degene die je teleurstelt door hem of haar niet teleur te stellen.
Of, zoals Martine Batchelor destijds tegen me zei: er zijn leraren die niet zo aan hun leerlingen gehecht zijn , die ze moeiteloos naar een andere leraar kunnen laten gaan.

dinsdag 9 april 2013

Boeddhistische helden

Dit verhaaltje gaat uiteraard niet zozeer over 'boeddhistische helden ' maar om de neiging van ons om van bepaalde mensen 'helden' te maken.
Ook ik ('zelfs ik' denk ik nog steeds trots), terwijl ik me zo voorsta op m'n onafhankelijkheid, op het ontbreken van guru-devotie, in geen toevlucht nemen in de leraar, op het belachelijk vinden van de lineage-verheerlijking bij Zen; ik die me voorsta op m'n (zelfbedachte term) 'anarchistische boeddhisme '. Ik die niets moet hebben van het adorerende gedrag van sommige volgelingen (eerlijk gezegd: vooral vrouwen) richting hun leraar; ook in het soort boeddhisme dat nog het meest protestante trekken heeft, de Theravada.

Toen ik een jaar of zeven naar een retraite van Stephen Batchelor in Zwitserland ging, was m'n gevoel aan het eind (ook uitgesproken in het slotgesprek): 'ik ben deze week twee helden kwijtgeraakt, de Boeddha en Batchelor '.
Siddharta Gautama, de historische Boeddha die in de talks van Batchelor beschreven werd als een mens inclusief de zwakheden (lafheid) van deze historische figuur. Bijvoorbeeld dat de Boeddha (koning) Ajatasattu (die zijn vader, de vroegere koning Bimbisara had vermoord) niet durfde te zeggen dat zijn gedrag zo verwerpelijk was dat hij nooit verlicht zou kunnen worden.
(Een deel van deze analyse is terug te vinden in zijn boek 'Bekentenis van een boeddhistisch atheïst ' maar veel voorzichtiger dan hij in die retraite deed, in mijn herinnering althans).
En Batchelor die – zo realiseerde ik me toen – ook een 'held', een voorbeeld, voor mij was, zo koel en ironisch de Boeddha analyseerde, viel daarmee van z'n voetstuk. Van z'n door mijzelf gemaakte voetstuk!

Achteraf weet ik dat ik als nieuweling in het boeddhisme, variant Theravada, nogal orthodox deze religie had geabsorbeerd, waarna ik met veel moeite weer wat los kon komen van die omarming.
Nog niet helemaal trouwens, nog steeds word ik boos als de Theravada wordt uitgescholden als hinayana, als 'minderwaardig voertuig'; kortom: ik heb nog een weg te gaan.

Een beperkte troost zit in het feit dat het een zeer breed voorkomend verschijnsel is, ook en juist in de levensbeschouwing waarvan het het minst verwacht wordt, het boeddhisme. Helden maken
Sommige leraren (en bijna altijd zijn het leraren, want ze hebben leerlingen) laten zich deze rol als 'held' graag aanleunen, anderen negeren het of willen er niets van weten. Deze reactie van de leraar makt wel enig verschil, maar niet alle verschil want het adoreren vindt ook plaats bij wie zich helemaal niet als held gedraagt zoals Niko Tydeman.

De aantrekkingskracht van diverse boeddhistische tradities voor spirituele zoekers is de aanwezigheid van 'helden', die men kan adoreren.
De Dalai Lama en Thich Nhat Hanh zijn zulke objecten van adoratie. Als die wegvallen (doodgaan) valt veel van de aantrekkingskracht weg.
En dat zal menselijkerwijs gesproken toch wel binnen tien jaar gebeuren.

De vraag is of dode helden ook nog tot de verbeelding blijven spreken?
Kan natuurlijk wel, Krisnamurti bv is nog steeds bekend, maar z´n aanhang was vijftig jaar geleden al vergrijsd.
En de vipassana-retraites in de  Goenka-variant kunnen toch niet ten eeuwige dagen video´s met talks van hem blijven draaien?
In de Nederlandse schaal: wat blijft er van Chan over als Ton Lathouwers er mee stopt?  Niet veel denk ik.
Een een vipassana-leraar met het charisma van eerst Mettavihari en later Jotika is er ook niet.
Zijn er ook nieuwe helden? Iemand die volle zalen (zeer grote zalen) trekt? Niet zo veel, is mijn indruk. Lama Lobsang? Ach

Lama Nydahl is iets minder bekend maar hoort er ook bij, maar roept naast adoratie ook afkeer op. (Roshi) Genpo Merzel idem, al is die wel definitief van z'n voetstuk gevallen, lijkt het.
'De gevallen held ' is een speciaal fenomeen. Genpo is een voorbeel en recenter de roshi Joshu Sasaki.
Niet alleen Zen heeft z'n gevallenen trouwens, we kennen in Nederland de ex-Theravada-monnik Dhammawiranatha kwam in die 1953 in Den Haag ter wereld kwam als Pierre Krul.

En het Tibetaans boeddhisme ? In de ogen van sommigen (ik denk het ook wel een beetje) was het onmatige (sex, drugs etc) gedrag van Chögyam Trungpa reden genoeg voor een val.
Geld is soms de oorzaak van de val maar vaker is het: niet van de vrouwelijke leerlingen af kunnen blijven. Als ex-protestant weet ik dat de mens geneigd is tot het kwade, dus verbazen doet dat me niet echt; maar voor meer idealistische mensen die geloven in Boeddha Natuur en zo kan de klap hard aankomen, en het aantal jaren dat het probleem ontkend wordt, lang.

Eén van de (aanvankelijk weinige) beoefenaren die iets hebben durven zeggen over Genpo en Sasaki, terwijl de rest nog zweeg en ontkende, is Joan Halifax geweest.
Voor mij is zij, en ik ken nu de gevaren, de nieuwe boeddhistische held. (Moet je een vrouwelijke held een heldin noemen?)

Want de slotvraag is: kunnen we het helemaal zonder boeddhistische helden? Ik denk het niet.
Maar moet het wel? Noem het maar een upaya, een vaardig middel: iets dat nuttig is in een fase van de beoefening van het boeddhisme, waar je doorheen moet, en voorbij moet.

En Gautama de Boeddha en Stephen Batchelor waardeer ik nog steeds, inclusief hun kleine zwakheden.

donderdag 4 april 2013

Een aantal reacties van mij opgenomen in het Boeddhistisch dagblad

Ook de laatste maanden schrijf ik af en toe een reactie op een artikel in het ' Boeddhistisch Dagblad ' .
Een selectie hieruit, voornamelijk over de Dhamma/Dharma (ik neem aan dat de lezer het verschil tussen deze twee termen kent); niet zozeer de kibbelreacties.


M'n blog ' De kracht van negatief denken- Waarheid, melancholie en een tragisch levensgevoel hier werd op 15 december 2012 overgenomen in het BD
Het riep veel reacties op; te veel om hier over te nemen en selecteren doet de schrijvers tekort.
Daarom slechts een verwijzing.
Een vrolijke discussie !


Op 23 december 2012 schreef Dick Verstegen het artikel ' Het is alles of niets in de bodhisattvagelofte ', hier .
Dit riep veel reacties op, het waren dan ook de kerstdagen. Ook ik deed mee:

Joop Romeijn zegt:
30 december 2012 om 10:29
De bodhisattva-belofte(n) hebben me als niet-mahayana-boeddhist vaak beziggehouden. Ze doen me denken aan een dichtregel van Marsman die ik als adolescent graag sprak: groots en meeslepend wil ik leven … . Nu ben ik zo ambitieus niet meer, heb ook geen arhat-gelofte en wil slechts losjes verbonden zijn met het universum.
Verder denk ik dat het voor iemand met katholieke wortels makkelijker is deze belofte te reciteren dan voor iemand met protestante wortels, de laatste denk al snel: kan ik dat echt wel uitvoeren, en wil ik het wel echt? Vooral dat alle poorten binnen willen gaan , daar komt het vaak niet van.
Maar via een irrationele transformatieregel van Dogen (‘irrationeel’ is voor mij geen negatief oordeel, slechts feitelijk bedoeld) maakt Dick er een gans andere gelofte van die me wel weer aanspreekt.
Alleen die derde regel weer, ik weet niet of ik dat wel ga doen, daarom wordt het voor mij:
Alles bevrijden is mij laten bevrijden.
Daartoe wil ik gehechtheid loslaten.
Er is geen weg dus er is niets te volgen
Hoe lang het duurt maakt mij niet uit.


Dick Verstegen zegt:
Wat leuk Joop! Mooie derde regel. Er is verschil tussen weg en weg, denk ik. Zoals ik het voel is er maar één weg en dat is je eigen leven. In dat eigen leven valt er veel te ervaren en -zo bedoel ik het- dat wijst in je leven de weg. Dat is een beetje dubbelop. Maar een weg die ergens aan de andere kant van een wei ligt – nee die is er -ook voor zover ik kan zien- niet. Dus nogmaals: Leuke derde regel.
De bodhisattvagelofte drukt overigens m.i. geen ambitie uit, maar iets feitelijks. Ik ben protestant van huis uit. Had je dat verwacht?

Joop Romeijn zegt:
Dank je Dick. Blijk ik toch nog meer vooroordelen te hebben dan ik toch
al vermoedde, in dit geval dat alle ‘Zennies’ katholieke wortels hadden.
Je bent toch wel een ‘Zennie’, van Zen.Nl,of heb ik dat ook al fout?
Maar dat de bodhisattvagelofte geen ambitie zou inhouden, dat begrijp ik niet. Het gaat toch om de wens , de intentie bodhisattva te worden? En men kan alleen iets willen worden wat men nog niet is. Het is anders voor mij net zo iets ongeremds als met ‘BoeddhaNatuur’: iedereen heeft de mogelijkheid Boeddha te worden en is dan ineens ook al Boeddha. Ik geef de voorkeur aan een meer bescheiden benadering

Edel zegt:
Zouden we dat Marsman ook aandoen, zo maar even zijn gedichten herschrijven? Kan natuurlijk. De bodisattvagelofte is uiteindelijk ook maar een gedicht, dat gereciteerd wordt.
Wie is die bodhisattva wiens gelofte we reciteren? We vertalen het met ‘ik beloof’ maar een even correcte vertaling zou zijn ‘hij belooft’ of ‘zij belooft’ of ‘jij belooft’… Het is niet mijn tekst, maar ik kan hem reciteren, zoals ik een gedicht van Marsman kan reciteren.
En toch: als je ‘groots en meeslepend wil ik leven’ reciteert zindert er iets. Zo ook met de bodhisattvagelofte. Het raakt ergens een snaar, of we er ons willen mee verbinden of niet.
Uiteindelijk is de werkelijkheid prozaïscher. Wat de bodhisattva zegt (en doet) is: ik hou er niet mee op voor het werk af is.

Joop Romeijn zegt:
Eerst even terug naar de leer. Ik heb steeds begrepen dat het Mahayana-boeddhisme er de voorkeur aan geeft te streven naar het bodhisattva worden omdat men het arhat-ideaal (dat de monniken probeerden te bereiken) van Theravada aka ‘Hinayana’ egocentrisch vond.
Van de bodhisattva-vow zijn vele varianten bekend, ook degene die Dick citeerde, men paste voortdurend aan (liever gezegd: men varieerde, als upaya).
De oudste versie (zover ik weet hoor) vond ik op wikipedia:
“ A Bodhisattva vow is found at the end of the Avatamsaka Sutra by Samantabhadra. In Guide to the Bodhisattva’s Way of Life, Shantideva explains that the Bodhisattva vow is taken with the following famous two verses from Sutra:
‘ Just as all the previous Sugatas, the Buddhas
Generated the mind of enlightenment
And accomplished all the stages
Of the Bodhisattva training,
So will I too, for the sake of all beings,
Generate the mind of enlightenment
And accomplish all the stages
Of the Bodhisattva training.’ ”

En wie de bodhisattva-training heeft voltooid (duurt vele levens volgens de leer) wordt bodhisattva. En dan kan het redden van alle levende wezens pas goed beginnen; terwijl een arhat (nog steeds volgens de leer) er dan mee stopt.

Edel zegt:
Joop, ik heb uiteraard de wijsheid ook niet in pacht maar dit is hoe ik het altijd begrepen hebt:
Er bestaat geen enkele traditie die zich hinayana noemt. Hinayana is een uitvinding van het mahayana. Het is niet fair de theravada daarmee te vereenzelvigen.
De mahayana sutra’s verzetten zich tegen een verkeerd begrepen visie op nirvana en de arhat, alsof die laatste enkel in de eigen bevrijding zou geïnteresseerd zijn. In de Pali canon vind ik dat niet terug. (Kijk maar naar het mooie stukje van Andre Baets).
Het is niet de bedoeling een bodhisattva te worden, je bent het al. Je kunt die potentie in jezelf afwijzen of cultiveren. Je ten dienste stellen van het welzijn van alle levende wezens is dan het meest natuurlijke wat er is. En dit pad is eindeloos.

Joop Romeijn zegt:
Edel, ik denk te begrijpen waarom jij het zo begrepen hebt.
In het vroege Mahayana (kort na het begin van onze jaartelling) was bodhisattva worden iets waarna gestreefd kan worden, wat men dus nog niet was. De Ugra-Sutra waar Jan Nattier zo mooi over geschreven heeft (‘A few good men’) is daar een voorbeeld van.
Later, met name een paar eeuwen later, in China werd de gedachte populair dat men ‘eigenlijk‘ altijd al bodhisattva was en is.
Dit spanningsveld wordt ook in je laatste allinea duidelijk, je zegt eerst ‘ je bent het al ‘ (nl bodhisattva); en meteen daarna dat het een potentie is.
In mijn simpele (vrijzinnig)Theravada-denken moet de mens wel enige moeite doen om zijn of haar potenties te verwerkelijken; ik kan bv in potentie de 100 meter binnen 10 seconden lopen maar om de een of andere reden is dat er nog niet van gekomen.
Ook verder zijn mijn ambities beperkt, d.w.z. bescheiden: ik ga echt niet proberen ‘alle levende wezens te bevrijden ‘, als het bij een paar zou lukken, zou dat al mooi zijn.

Edel zegt:
Joop
Niemand weet hoe het mahayana ooit ontstaan is en de mensen die je noemt zoals als Jan Nattier en Alan Cole, en vele anderen doen ongelofelijk interessant historisch onderzoek. Dat is zeker. Het is wel zo dat het idee dat iedereen al een bodhisattva is, centraal staat in de Lotus Sutra, een tekst die gesitueerd wordt in India in het begin van onze jaartelling.
Maar het is niet zozeer het historische dat mij hier interesseert. Dat is maar een hobby. Als ik het zo begrepen heb, komt dat uit wat ik geleerd heb in hedendaagse westerse zen. Ten slotte is het aan ons om het hier waar te maken. Ik ben geen Indiër en geen Chinees.
Daarin deel ik je westerse nuchterheid en bescheidenheid. Voor mij betekent de zin ‘alle levende wezens redden’ niet alleen in functie van mijn eigen behoeftebevrediging leven, maar ten dienste van het welzijn van iedereen die op mijn pad komt (daar hoor ik overigens zelf ook bij). En ja, dat vraagt enige moeite. En soms weet ik ook niet wat wijsheid is. En inderdaad, ik ben blij als het al eens lukt.

Menno Prins zegt:
Dick, en anderen. Dank voor jullie schrijfsels, waar ik graag op reageer. Ik spreek uiteraard voor mijzelf en uit eigen ervaring.
Alle levende wezens bevrijden is hetzelfde als jezelf bevrijden van het eigen ego. De peilloze oorzaak van het lijden wegnemen, komt naar mijn idee neer op hetzelfde: want alleen het ego kan zich met lijden vereenzelvigen. Als er geen ego meer is, is er niets meer dat lijdt.
Daar zit ook meteen de moeilijkheid: je hebt dat ego niet voor niets in dit ondermaanse. Het heeft een belangrijke functie in het dagelijks leven. In theorie is het allemaal heel eenvoudig om jezelf te bevrijden van het eigen ego, maar in de praktijk valt dat (mij) vies tegen. Het blijkt noodzakelijk om voortdurend alert te blijven en het besef levend te houden dat “alles waarvan gezegd kan worden ‘Ik heb’ niet het ware wezen is van de Boeddha natuur (dat vrij is van lijden)” Mijn ego geeft zijn positie blijkbaar niet zomaar op, en beklimt te pas en te onpas weer de troon.
Menno

Dick Verstegen zegt:
Prachtig zoals deze gedachtewisseling zich ontwikkelt. Dank jullie zeer. Ik ben het met jullie allen eens. Zetten we het bodhisattva-ideaal als onbereikbaar neer in dit leven en plaatsen we het zelfs vele levens ver weg, of kunnen we zien dat het zich ook ogenblikkelijk –nu- voltrekt? Dat het al zo is dus. Het raakt ergens een snaar, of we er ons willen mee verbinden of niet, zegt Edel. Wat is het dat die snaar raakt? In mijn beleving is dit dat het over iets gaat dat dichter bij is dan onze eigen huid. Meer, veel meer dan een niet waar te maken intentie. Wie heeft ooit de bodhisattva-training voltooid? Wie zal haar ooit voltooien? We are always halfway, even the Buddha, zei mijn Japanse zenmeester Sokun Tsushimoto ooit. Dat is geen bevestiging dat we er nooit komen, maar een bevestiging dat we er al zijn, ook met alle onthutsende stunteligheid die ons als mensen kenmerkt. Wat ik in mijn stukje probeer te zeggen is dat we ons dat op een anderszins onthutsende wijze bewust kunnen worden. Natuurlijk vergt ook dat tijd. Maar die is betrekkelijk, zoals bijvoorbeeld mag blijken uit de Maha Satipatthana Sutta.

Rob Hogendoorn zegt:
Om eerlijk te zijn: de portee van deze discussie ontgaat me.
Wat is ‘alle levende wezens’ anders dan een abstract idee of een subjectief beeld, vraag ik me af?
Welke functie vervult dat abstracte idee of die subjectieve voorstelling precies voor degenen die zich ervan bedienen?
Op welke vooronderstellingen berusten ze? Zijn er betere ideeën en beelden denkbaar? Is een andere, effectievere didactiek of pedagogiek voorstelbaar?
Waarom etaleren boeddhisten de persoonlijke voorstelling die zij zich van mededogen en liefdevolle vriendelijkheid maken zo nadrukkelijk? Hoort dat erbij?
Is er ijdelheid in het spel? Wensdenken misschien? Kun je jezelf met dit soort ideeën ook voor de gek houden? Je rijk rekenen? Is het geen loze belofte? Hoe kom je daarachter?
Doen christenen, joden, moslims, hindoes, humanisten, atheïsten, niet-religieuzen dit nét zo met noties als ‘naastenliefde’?
Of zijn de wittebroodsweken van hun ideeën daarover allang voorbij? Zijn zij over hun grootste illusies heen?
Dat laatste brengt me op het volgende. Mij is niet duidelijk welke meerwaarde het idee ‘alle levende wezens’ heeft boven het idee ‘de levende wezens om mij heen’.
Het laatste heeft als voordeel dat het aanmerkelijk concreter is, en heel wat makkelijker te operationaliseren valt. Het handelingsperspectief van het bescheidener voornemen is een heel stuk duidelijker.
Echte nadelen zie ik niet. Leef je naar je voornemen, dan komt het praktisch op hetzelfde neer: je bent (verlicht of niet) altijd ergens, en levende wezens zijn overal.
‘Alle’ levende wezens klinkt natuurlijk wel interessant en vastberaden, en je kunt je er in het publieke domein (of op verjaardagsfeestjes) prima mee vertonen.
Op mij komt de overdadige aandacht die eraan besteed wordt echter over als een zinledig tijdverdrijf dat nodeloos afleidt.
Mensen die vol zijn van hun eigen ideeën over (naasten)liefde en mededogen schieten in het dagelijks leven maar al te vaak hopeloos tekort.

Joop Romeijn zegt:
Rob toch!? De portee van deze gedachtenwisseling is dat de bodhisattvagelofte een van de meest gereciteerde Mahayana-teksten is en alleen al daarom belangrijk of op z’n minst interessant is. Ook al omdat ie kort is; de vraag is of ie – net zoals de Hart Sutra – niet-rationeel van aard is. Jij gaat er in je reactie van uit dat ie dat wel zou moeten zijn.
Het is ook geen belofte zoals mensen soms doen bij het nieuwe jaar zoals voortaan z’n vrouw niet meer slaan.
Verder is dit een van de weinige momenten dat Nederlansdse boeddhisten van diverse tradities met elkaar van gedachten wisselen, dat zou een discussie ; op kunnen leveren als de deelnemers de kennelijk sterke boeddhistisch-nederlandse impuls kunnen onderdrukken het bij voorbaat met elkaar eens te willen zijn (daar kan niemand jou overigens makkelijk van beschuldigen).
Dat zijn de deelnemers dus niet en ik begrijp niet dat Dick zegt ‘Ik ben het met jullie allen eens ‘.
Helaas moet ik nog steeds zeggen: Nederlandse boeddhisten (van diverse tradities) kunnen nauwelijks met elkaar discussiëren, dat is van gedachten wisselen, dat is in potentie met elkaar van mening verschillen. Deels is dat omdat men elkaar opvatting niet kent, ondanks de derde regel uit de bodhisattvagelofte. En deels is het het verkeerd begrijpen van de regel van ‘zuiver spreken’.


M'n blog ' Een tekst geschreven vanuit verbazing ' is (met toestemming) op 25 februari 2013 overgenomen in het B.D. M'n verbazing betrof een eerder essay van Edel Maex.
Hieronder de gedachtenwisseling over mijn tekst:

Joop Romeijn zegt:
... opmerking vooraf ...:
Het is een esthetisch plezier flarden uit de Avatamsaka Sutra zelf te lezen; een goede aanleiding weer eens te wijzen op de rijke website van White-Jade-River met haar vertalingen van en toelichtingen op veel Mahayana Sutra’s. Haar website algemeen . En de Avatamsaka Sutra .
Wat betreft de reactie van Edel: gelukkig is het misverstand over je waardering van wetenschap (en van ‘filosofie’ voeg ik er maar aan toe, hoewel filosofie geen wetenschap maar iets eigensoortigs is)
Interessant dat je ‘soteriologie’ opvat als ‘het bevrijden van alle wezens’, terwijl ik het strenger bedoelde als ‘de leer van het bevrijden’ en bovendien niet weet of men een ander wel kan bevrijden.
En dan je vraag ‘Kunnen we niet beter de ontroering haar eigen soteriologisch werk laten doen?'
Ik onderdruk mijn neiging deze mogelijkheid onmiddellijk af te wijzen als zijnde het bij zichzelf illusies opwekken.
Het ontroert worden kan zeker een rol spelen om bv gericht te raken op andere waarden dan die van consumentisme en materialisme. Maar andere processen zijn m.i. onmisbaar om ‘de werkelijkheid te zien zoals die echt is’.
Eén van die zaken is sila , het zich ethisch proberen te gedragen.
De vraag is dus eigenlijk of de gerichtheid op sila het beste vòòr of nà de ontroering kan komen? Ik denk: vòòr.

Edel Maex zegt:
Joop
Ik weet niet of iedereen kan bevrijd worden, maar ik wil niemand a priori uitsluiten, vandaar alle.
Ontroert de sila jou dan niet?
Voor mij maakt het niet uit of iemand over de sila leert door de 5 leefregels of door een jatakaverhaal te horen of door een poëtische tekst te zingen. Laat iedereen aangesproken worden in zijn eigen aard en temperament.
En inderdaad: de sila is een wezenlijk onderdeel van het soteriologisch pad. Daar is geen weg om heen.

Joop Romeijn zegt:
Go, wat ben jij rolvast, Edel: “Ontroert de sila jou dan niet? "
Nou nee, maar ik probeer ook niet me te laten ontroeren. Toegegeven, de vijf aandachstoefeningen van Thich Nhat Hanh zijn esthetisch mooier dan die van de Pali Canon .
Het effect echter – niet toegeven aan m’n neiging die mug dood te slaan of dat vierde chocolaatje ook te nemen – is in principe hetzelfde.
Dus die ontroering is irrelevant.


Ook Jules Prast werd geïnspireerd door een artikel van Edel Maex.
Hij schreef op 17 februari ' De herberg van geborgenheid: kanttekeningen bij de Avatamsaka-commentaren van Edel Maex ', hier . Z'n artikel sloot Jules af met:
“ De geest van openheid die Edel Maex op gezag van de Avatamsaka Sutra vertolkt, zou ik graag zo opvatten: als een uitnodiging om in de onvermijdelijke pijn van de onderlinge verbroedering, in het existiële kraken en schuren van gekoesterde doctrines en heilverwachtingen, een unieke kans te ontwaren om de Dharma verder te brengen en klaar te maken voor komende generaties.
Een nieuwe synthese van zelf en ander als wenkend perspectief voor de boeddhistische wereld? Ik zou in ieder geval graag hopen op iets meer onderlinge handreiking, met behoud van eigenheid. Er moeten mensen opstaan die een pad uitzetten van dialoog. Wellicht dat het initiatief kan komen van de zengemeenschap, van de vertegenwoordigers van een traditie die er als geen andere een track record op nahoudt zichzelf bij herhaling te kunnen ‘revolutioneren’. “


Joop Romeijn zegt:
De komende weken wil ik nog eens goed nadenken over je ‘oproep’, Jules. Want zo beleef ik deze tekst.
Ik ken de teksten over ‘ One Dharma ’, bv dat van Joseph Goldstein, maar ook het commentaar er op van David Chapman.
Tot nu ervaar ik het vooral als de kip die aan het varken voorstelt (met excuses voor dit niet-vegetarische beeld) “zullen we samen het ontbijt ‘ham and eggs’ gaan verkopen, dan lever ik de eieren en jij de ham ” , wat het varken wel een goed idee leek tot zij zich realiseerde daarvoor te moeten sneven.
Het is niet dat ik hecht aan de concepten ‘samsara’ en ‘dukkha’ maar ik gooi ze toch nog niet weg ten behoeve van een poëtische eenheid. Ik ben nu eenmaal geen positivo.
M’n belangrijkste vraag is: waarom zou die verbroedering, die eenheid nodig zijn?
Waarom niet met elkaar leven vanuit de gedachte ‘we agree to disagree’?
Maar dit alles neemt niet weg die ik het debat tusen de diverse boeddhistische tradities zinnig en gewenst vindt.
Misschien is het resultaat niet het één worden maar een ‘we still disagree but on a higher level’.
Laten we dat debat maar eens in Nederland gaan voeren, niet met het doel het eens te worden noch met enig ander doel; alleen dan om het niveau van verbazing hoger te krijgen: hoe is het mogelijk dat hij/zij op deze manier denkt. Dat vind ik ook toch al behoorlijk poëtisch.
Laten we eerst maar eens Chapman gaan lezen.

Jules Prast zegt:
Beste Joop, ik ben ongelooflijk blij met jouw reactie. Mij gaat het om dialoog, je laten verbazen inderdaad, van elkaar leren. Niet om een eenheidsworst als eindresultaat, niet om voorwaarden vooraf om zeker te stellen wiens dharma de ware is. Een platform voor ontmoeting en wederzijdse stimulering. Zoiets. In eerdere artikelen in het BD schreef ik over de theravadavisie op meditatie. Kun je dat delen zonder dat je van richting hoeft te wisselen? Ik ben nieuwsgierig om over muurtjes heen te kijken maar die muurtjes mogen best blijven staan. Als je er over nadenkt (fijn dat je dat wilt), dan misschien in deze geest?

Joop Romeijn zegt:
Goed dat je terugkomt op de post van 12 februari , pas vijf dagen geleden maar sindsdien zijn er in het BD al weer veel zinnige maar ook veel overbodige artikelen geplaatst.
Ik vond het te lastig daar goed op te reageren vanuit een (niet ‘het’) Theravada-perspectief, er is te veel uit te leggen. Toch een korte poging. Het wordt wat technisch.
Je schreef “Wat voor de ‘techniek’ van de zenmeditatie geldt, gaat eveneens op voor andere vormen van mindfulnesstraining. Je zou eens kunnen kijken wat er gebeurt wanneer je tijdens het mediteren eerst de geest kalmeert en dan omschakelt naar een actieve(re) modus waarin je de woorden van de Boeddha als object van meditatie neemt.”
‘Mindfulness’ is een vereenvoudigde en geseculariseerde vorm van wat in de Theravada ‘vipassana-meditatie’ wordt genoemd en vertaald wordt als ‘inzicht’- (engels ‘insight’) meditatie. Meditatie dus en geen contemplatie op woorden; maar wel een actief soort meditatie: aandacht hebben (‘sati’ is het Pali-woord) voor wat er opkomt in je hoofd en weer verdwijnt.
De vipassana-meditatie wordt altijd vooraf gegaan door concentratie-meditatie; en dat lijkt me dicht bij wat in Zen bij het mediteren gedaan wordt.
‘ De woorden van de Boeddha' spelen bij de vipassana-meditatie wel als een referentie-kader een rol, met name dan de drie begrippen anatta (niet-zelf), anicca (onbestendigheid) en dukkha (lijden)
Zie bv dit Simsara-artikel voor verdere toelichting. Op deze Simsara-website is veel meer van je gading te vinden, maar ook breder want de Batchelors zijn geen Theravadins.
Naast ´vipassana´ beoefent men in de Theravada de laatste jaren ook steeds meer nog een andere meditatievorm, die van metta , meestal vertaald als liefdevolle vriendelijkheid .
Wel een kanttekening bij je streven: volgens mij is het goed meer dan één meditatie-vorm te beoefenen (veel vipassana-leraren vinden overigens van niet) maar niet door elkaar en pas als men één vorm als een soort thuisbasis goed beheerst.

Edel zegt:
Je kunt het boeddhisme benaderen in zijn gelijkenissen. Dan vind je veel overeenkomsten tussen de verschillende tradities. Je kunt zelfs verder gaan en veel gelijkenissen vinden tussen verschillende religies en levensbeschouwingen.
Je kunt het ook benaderen in zijn verschillen. Dan zie je grote verschillen tussen theravada en mahayana. Maar ook het mahayana is een heel heterogeen gegeven. En ook binnen zen vind je weer heel verschillende tradities. Zelfs binnen één traditie als de soto-zen ga je grote verschillen vinden tussen de leraren. En ik vertel niets nieuws als ik zeg dat ook een en dezelfde leraar vol contradicties kan zitten.
Beide benaderingen leveren andere resultaten op. Geen daarvan is meer of minder waar.
Veel interessanter dan de vraag naar de verschillen en gelijkenissen vind ik zoals Jules zegt: de dialoog, je laten verbazen, van elkaar leren.

Joop Romeijn zegt:
Na nog wat reflectie en studie heb ik – uitgedaagd door Jules – een blog geschreven over dit onderwerp. Zie hier.
Samengevat zegt ik:
A. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Dionysische richting bevorderen. ´Zen´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Apollinisch gerichte Zen-beoefenaren zijn.
B. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Apollinische richting bevorderen. ‘Theravada´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Dionysisch gerichte Theravadins zijn.
Ik hoop met dit begrippenpaar een soort neutrale taal te hebben kunnen introduceren waarin de discussie tussen beoefenaren gevoerd kan worden, zoals in het Boeddhistisch Dagblad bv Edel Maex, Dick Verstegen en Jules Prast bepleit hebben.
Mijn probleem met hun bijdragen was dat ze zelf ´poëtisch´ en ´Dionysisch´ van aard waren en dus niet perfect een gezamenlijk gedragen taal inhielden.
Want: Hoe discussieer je in godsnaam met een dichter ? Omgekeerd zouden zij mogelijk van mij kunnen zeggen:
Hoe kan je in godsnaam met een wetenschapper/filosoof komen tot een dialoog, je laten verbazen, van elkaar leren ? Deze laatste vraag probeer ik te beantwoorden.
Een uitdaging voor anderen?


Op 31 maart 2013 werd een lang artikel van Henk Blezer geplaatst ( hier )
' Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn? ; over ervarin­gen en denk­beelden omtrent sterven en dood in de Tibetaans boed­dhistische litera­tuur.
Een deel van de discussie daarover:

Joop Romeijn zegt:
Het was opvallend dat er bijna nooit iets in het Boeddhistisch Dagblad stond over het Tibetaans boeddhisme, vergeleken met stukken vanuit Theravada en Zen.
Wel de nodige artikelen over de Tibetaanse cultuur en de onderdrukking daarvan en over zelfverbrandingen maar dat is toch wat anders dan de Dharma.
Met dit lange artikel van Henk Blezer lijkt die achterstand in één klap ingehaald.
Het is inderdaad lang maar zeer de moeite waard, er de tijd voor te nemen. (Misschien staan er juist teveel korte artikelen en non-onderwerpen in het BD)
Een probleem voor iemand die (zoals ik) bezig is met zijn of haar eigen dood is dat het tegelijk verwachtingen wekt.
Namelijk versterking van de fantasie van een ‘mooie dood’ in bed in een stille kamer met geliefden om me heen, en de verschillende fasen van het sterven ervarend.
Ik probeer juist, geen verwachtingen te hebben ; en realiseer me ook dat het er anders aan toe kan gaan, wreder bijvoorbeeld, of korter of eenzamer.
‘Sterven, meestal geen haastig project ‘, zegt Joop Hoek terecht, maar garanties daarop zijn er niet, en dus ook geen verwachtingen.

robbie rosmalen zegt:
Hoi Joop R,
De hierboven beschreven leringen zijn fantastische oefeningen en een schat aan praktische wijsheid. Maar als je serieus de hierboven beschreven oefeningen wilt doen dien je volgens de traditionele bronnen eerst een Mahayana/Vajrayana Spirituele Gids te vinden, van die persoon een Hoogste Yoga Tantra machtiging verkrijgen van Heroeka of Vajrayogini of andere HYT Boeddha. Dan dien je ervaring te krijgen met de leringen over onthechting, (de wens om uit samsara te ontsnappen) de aard van samsara, groot mededogen en bodhichitta en leegte. Daarna kan je beginnen om vertrouwd te raken met die leringen. Zie onder andere ; Tantrische Gronden en Paden, Gids naar Dakiniland, Mahamudra Tantra, Essentie van Vajrayana en Helder Licht van Gelukzaligheid van Eerw. Geshe Kelsang Gyatso. Stukken kan je wellicht vinden via google books, titel intypen etc..
vriendelijke groeten
Robbie
PS Boeddhistische Tantra (die kan leiden naar verlichting in 1 leven) zonder bodhichitta bestaat niet, zonder ervaring van leegte is Boeddhistische Tantra onmogelijk en zonder ervaring van de basisbegrippen van Sutra van Boeddha’s leer kan de Tantra negatieve effecten veroorzaken. (Dus door verkeerd gebruik, niet de fout van de leringen.)

Joop Romeijn zegt:
Misschien heb ik het artikel van Blezer verkeerd gelezen, Robbie.
Want ik heb het niet als een serie oefeningen opgevat maar als een beschrijving van feiten, van ervaringen.
Overigens bedankt voor de informatie; het is duidelijk een andere insteek dan Zen of Theravada. Van en over Geshe Kelsang Gyatso had ik al het een en ander gelezen: een fascinerende wereld, dat Tibetaans boeddhisme.

robbie rosmalen zegt:
Beste Joop,
het is een beschrijving van feiten/ervaringen die alleen bewust kunnen worden waargenomen door zeer ervaren en geoefende tantrische beoefenaars. De verschillende verschijningen vinden trouwens ook elke nacht plaats, tijdens het in slaap vallen en de verschillende stadia van de slaap. Dus die verschijningen ontstaan tijdens het proces van de slaap, tijdens het sterven en voor de beoefenaars tijdens meditatie waaneer men de innerlijke winden beheerst en die in het centraal kanaal kan leiden en vasthouden. Het doel van die meditatie is om in dit leven volledige verlichting/boeddhaschap te bereiken door met de gelukzaligheid van de zeer subtiele heldere licht geest te mediteren op leegte(sunyata). Het is nogal wat dus…

woensdag 20 februari 2013

Apollinisch of dionysisch boeddhisme ? Een soort oefening in verbazing en een poging tot dialoog

Een tekst geschreven vanuit verbazing.
In een blog, later opgenomen in het ‘ BoeddhistischDagblad’ , schreef Edel Maex:

Er is een verschil tussen poëzie en filosofie. Thich Nhat Hanh benadrukt vaak dat we moeten beseffen dat de mensen die de Bijbel of de Mahayana Sutra’s geschreven hebben dichters waren en geen wetenschappers of filosofen. Daarom is het voor sommige teksten misschien maar best ze te zingen.

Niet alleen worden hiermee ‘filosofie’ en ‘wetenschap’ niet echt positief bejegend, ook wordt gesuggereerd dat het boeddhisme (de Dhamma of Dharma) niet wetenschappelijk of filosofisch van aard is maar poëtisch van aard. Niet primair of zelfs helemaal niet.

Mijn tweede vraag is of dit ook de Sutta’s geldt, als onderdeel van de Pali Canon dus? Oppervlakkig gezien zeker niet, de meeste Sutta’s bevatten vooral opsommingen; slechts af en toe afgewisseld door meer poëtische teksten die het prozaïsche herhalen. Wat historisch (in deze orale traditie, dat moet benadrukt worden) het eerste kwam, de proza of de poëzie, weet ik niet, zeker niet van alle teksten.

M’n eerste vraag of het een goede tegenstelling is? Ik denk van niet.
Op een strenge manier zou ik zeggen: het gaat noch om wetenschap (wat daar ook onder verstaan wordt) noch om filosofie (idem) noch om poëzie maar om soteriologie , een term uit het Christendom maar in het Boeddhisme te verstaan als: hoe het lijden te beeindigen ?

Dat vind ik. Maar het brengt een discussie tussen boeddhistische tradities niet veel verder, want daar gaat het me hier om. Ik heb namelijk de indruk dat sommige Zen-boeddhisten en iemand als Thich Nhat Hanh de concepten dukkha en samsara niet erg centraal stellen in hun uitingen, om het voorzichtig te zeggen
Ik ben niet te beroerd om het stelliger te zeggen: die de concepten dukkha en samsara hebben verdonkeremaand in hun Dharma.
Een helder statement, een diepe overtuiging, die helaas toch de meeste lezers niet zal overtuigen.

Daarom wil ik als denkoefening gebruik maken van een andere tegenstelling, zeer filosofisch en ook poëtisch èn wetenschappelijk (want als reflectie op kunstwerken): Apollinisch versus dionysisch
Mijn vraag is of dit ook van toepassing is op vormen van boeddhisme, op diverse tradities als geheel, met elkaar vergeleken of of diverse vormen van beoefenen van het boeddhisme op persoonlijk niveau?
Ik denk van wel, anders zou ik niet verder geschreven en gepubliceerd hebben.

Eerst korte definities (uit Wikipedia)
Dionysisch betekent extatisch (ondoordacht, geestesvervoering, onrustig, dronkenschap en onbeheerst); deze term is ontleend aan de Griekse god Dionysus.
Het tegenovergestelde wordt meestal aangeduid met
Apollinisch betekent rustig (doordacht, overdacht en beheerst); deze term is ontleend aan de Griekse god Apollon.
Deze termen worden vaak gebruikt om een geestesgesteldheid aan te duiden bij een benadering van een uiting (beeld of geluid).

Meestal wordt de tegenstelling – of beter gezegd het spanningsveld – tussen deze twee gesteldheden’ oorspronkelijk toegeschreven aan Nietzsche maar ze blijkt eerder door Schelling gebruikt te zijn.
Wat me heeft geïnspireerd is een essay van Simon Vestdijk (dan moet je wel oud zijn, wie leest er nu nog Vestdijk?) H. Marsman als Apollinische persoonlijkheid (wie leest er nu nog Marsman?)
In een bijlage neem ik een paar fragmenten uit dit essay over, passages over het werk van Marsman overslaand.

Het wat vrij interpreterend (en voorzover ik het heb begrepen), zou ik willen zeggen:
A. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Dionysische richting bevorderen. ´Zen´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Apollinisch gerichte Zen-beoefenaren zijn.

B. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Apollinische richting bevorderen. 'Theravada´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Dionysisch gerichte Theravadins zijn.


Ik hoop met dit begrippenpaar een soort neutrale taal te hebben kunnen introduceren waarin de discussie tussen beoefenaren gevoerd kan worden, zoals in het Boeddhistisch Dagblad bv Edel Maex, Dick Verstegen en Jules Prast bepleit hebben.
Zie hier en hier .
Mijn probleem met hun bijdragen was dat ze zelf ´poëtisch´ en ´Dionysisch´ van aard waren en dus niet perfect een gezamenlijk gedragen taal inhielden.

Want: hoe discussieer je in godsnaam met een dichter ?

Omgekeerd zouden zij mogelijk van mij kunnen zeggen:
Hoe kan je in godsnaam met een wetenschapper/filosoof komen tot een dialoog, je laten verbazen, van elkaar leren ?


HET antwoord op die vragen heb ik niet. Zelf denk ik aan de stekelvarken-benadering: heel voorzichtig.
Misschien moet een tot het dionysische geneigde boeddhist juist zoeken naar apollinische elementen in zijn/haar eigen boeddhistische traditie.
En moet omgekeerd een tot het apollinische geneigde boeddhist juist zoeken naar dionysische elementen in zijn/haar eigen boeddhistische traditie.

Laat ik twee voorbeelden geven vanuit mijn vrijzinnige (ik ben dus een slecht model) Theravada perspectief:
- De Pali Canon bevat ook prachtige poëtische – maar tegelijk spirituele – teksten.
Bijvoorbeeld de ´Verzen van de Nonnen´ ( Therigatha ) en de ´Verzen van Monikken´ ( Theragatha .)

- Het beoefenen bevat allerlei elementen. Strenge tekst (Dhamma-)studie tot en met diverse meditatie-vormen. De hier meest bekende vorm vipassana wordt wel analytisch genoemd en kan ik ook apollinisch noemen.
De metta -meditatie en de richting absorptie (jhana) gaande samatha wordt door veel meer innerlijke (want we doen het wel in stilte !) ' uitbundigheid ' gekenmerkt.
Gezongen, gechant, wordt er in Theravada-kloosters soms ook; daarbij wordt er echter in het geheel niet naar gestreefd esthetisch aangename geluiden voort te brengen; ik ken althans weinig mensen die daar lyrisch van worden.



Een paar fragmenten uit het essay ´ Marsman als Apollinische persoonlijkheid ´ door Simon Vestdijk

Niet voor niets hadden in Delphi de beide goden, Apollo en Dionysos, het jaar onder elkaar verdeeld, zij het ook in ongelijke delen! Bij een mythologische plaatsbepaling als hier beproefd, beschouwe men de god van boog en lier niet onverbrekelijk gebonden aan de negatieve schim van zijn turbulente tegenspeler, en vergete men het beroemde Nietzscheaanse schema, dat trouwens zulke twijfelachtige Apollinische figuren als de wijsgeer Socrates binnensmokkelt...
Apollinisch noemen wij datgene wat zich aandient als een tweeeenheid van maximale beheersing en maximale fijnbesnaardheid. Deze fijnbesnaardheid moet niet verward worden met fijngevoeligheid zonder meer, en zeker niet met ontvankelijkheid en impressionabiliteit. Misschien is ‘kieskeurigheid’ een betere term; hier ligt het accent meer op de kritische functie dan op de emotionele. Men kan zelfs aannemen, dat een meer op de voorgrond tredende ontvankelijkheid, hetzij voor emoties, hetzij voor zintuigelijke indrukken, met de drang tot heersen en beheersen, deze belangrijkste wezenstrek van het Apollinische, niet te verenigen is.
....
(Die) eigenschap is de distantie, het afstand nemen, in letterlijke en figuurlijke betekenis. De Apollinische mens stelt zich op een afstand van de wereld op, nog niet zozeer om haar te overzien of te beoordelen als wel om zijn verantwoordelijkheid voor de wereld te kunnen dragen, en haar de wetten te kunnen stellen, die zij behoeft. Dit afstand nemen is een onvermijdelijk gevolg van de noodzakelijkheid om een ‘archimedisch punt’ bezet te houden, van waaruit zoveel mogelijk gegevens synthetisch te beheersen zijn, zonder dat men gedwongen is tot de dingen zelve af te dalen. Hiermee hangen enkele andere eigenschappen samen. Een veelal slecht ontwikkelde zintuigelijkheid, een zekere onwil om zich met aardse complicaties, levensbeelden en natuurgetrouwe portretten in te laten, een nauw verholen minachting voor het realistische detail, dit alles karakteriseert de Apollinische kunstenaar al evenzeer als de priesterlijke agressiviteit, waarmee hij zich, mocht het dan eindelijk eens nodig zijn, onder het gewoel mengt, zich openbaart, en zijn woord spreekt, - méér doet hij gewoonlijk niet.
....
Iedere Apollinische kunstenaar is eenzaam, - hij begint ermee het te zijn, en hij behoort het te zijn in zijn begin. De uitwaaierende krachtvelden, waarover hij synthetisch heersend beschikt, plaatsen hem in een brandpunt, dat al haast in het oneindige schijnt te liggen, zodat het meest volledige, want alzijdige contact gelijkstaat met gemis aan contact, te meer omdat de dingen zelden antwoorden met een Apollinische weerklank en zich te vaak gedragen als werden zij niet beheerst. Zodra nu echter de Apollinische persoonlijkheid bespeurt, dat de ijzerdeeltjes, waaruit de wereld is samengesteld, zich niet naar hem richten en hem niet als hun magneet aanvaarden, zal hij bepaalde normen opstellen die een zuivering van de chaos beogen, een scheiding in geladen en ongeladen, door hem beheerste en niet beheerste onderdelen, en deze drang tot zuivering, of katharsis, zal dan tot het einde van zijn ontwikkeling beslissend voor hem blijven. Naar de wijze, waarop de zuivering wordt nagestreefd, zou ik drie stadia willen onderscheiden. In het eerste stadium vergenoegt de magneet er zich mee de door hem aangetrokken en hem reeds aanklevende ijzerdeeltjes alleen maar zo goed mogelijk te rangschikken; in het tweede wordt een klein segment der werkelijkheid uitgezocht om er de magnetische krachten op te beproeven; terwijl het derde gekenmerkt wordt door pogingen tot contact met àl het bestaande, met de wereld in haar geheel.
...
Apollo is cultuurgod bij uitnemendheid; hij is geen individuele god, zoals Dionysos. Daar staat echter tegenover, dat, waar Dionysos een gemeente als het ware pleegt aan te waaien (een ‘thiasos’ van faunen en hysterische vrouwen volstaat!), Apollo de kandidaat-volgelingen eerder van zich afstoot door zijn kieskeurigheid. Dionysos is altijd onmiddellijk bij de hand, haast al vóórdat hij aangeroepen wordt; hij dringt zich zelfs op, slaat met zijn vloek degene die hem durft weerstaan.
Apollo daarentegen bewaart de distantie, en wil alleen maar vereerd worden als ‘voorbeeld’, niet ter identificatie, zoals dat in de Dionysosdienst geschiedt, althans in de latere mysteriëns De vulgaire mens mag geen Apollo wòrden, hij mag slechts zorgen voor de ‘weerklank’, en waar deze weerklank ontbreekt, zoals de Apollinische persoonlijkheid Marsman dit voor zijn geval meende te moeten vaststellen, daar trekt de god zich al spoedig in strenge afzondering terug, om nog slechts in adviezen aan gelijkgezinden, ... zijn wetgevende werkzaamheid voort te zetten.



woensdag 9 januari 2013

Hoe zal het met uitgeverij ASOKA in 2013 gaan ?

Op 23 december 2012 plaatste *OpenBoeddhisme* het bericht ‘Milinda Uitgevers in maart 2013 op orde’ ; zie hier
Deze titel is een citaat van de geïnterviewde Nina Nannini.

Ik reageerde op dit bericht in *OpenBoeddhisme* met de volgende tekst:

"Goede informatie. Een mooie aanvulling ook (of andersom natuurlijk, ik wil wel bescheiden zijn) op mijn recente blog waarin ik als (boeddhistisch) lezer naar BoedhaMagazine kijk.
Ik vraag me af of in de plannen van Nina Nannini met Asoka ook de ' Klassieke Tekstbibliotheek een plaats gaat krijgen. Zal dit concept dan iets verruimd worden, zodat er een Boeddhistische Tekstbibliotheek komt?
"

Die blog van mij, over het decembernummer van BoeddhaMagazine is hier te vinden.


Nina antwoordde daarop:
" Ja, ook de klassieke teksten krijgen een plek. Ik wil ze graag toegankelijker maken.
Dan heb ik het niet over de inhoud, maar over de aanschafprijs. Het zijn kostbare boeken om te maken. Daardoor zijn ze nu weggelegd voor een klein publiek: dat is zonde.
We zijn bezig met het maart-nummer van BoeddhaMagazine. We doen ons best, maar we realiseren ons terdege dat veranderingen ook lezers van ons kunnen vervreemden.
De eerste opzet ziet er goed uit, maar ik ben vooral benieuwd naar de reacties van de lezers in maart. En ik ben dus ook geïnteresseerd in jouw feedback.
"


Nooit te beroerd, feedback te geven, was mijn reactie in de richting van Nina (en van Gerolf 't Hooft uiteraard):

" Ik ga BoeddhaMagazine in maart zeker bekijken.
Wie wordt de eerste gast-hoofdredacteur?
Zelf ben ik een hartstochtelijk lezer, maar ook (ik moet dat eindelijk maar eens toegeven) een elitair boeddhist die graag moeilijke teksten leest. Het zou dus geen schande zijn als BoeddhaMagazine niet primair voor mij bestemd blijkt te zijn. Misschien bestaat -zoals ik in mijn blog uitleg- de doelgroep vooral uit positief ingestelde vrouwen.
Wat betreft de ‘ klassieke tekstbibliotheek ’: ik stel voor deze uit te breiden tot ‘boeddhistische tekstbibliotheek ’, zodat daaronder ook hedendaagse, degelijke boeddhistische/boeddhologische werken kunnen vallen.
Een eigen, Asoka adviserende redactie met een eigen ‘boekhouding’ zou doneren of zelfs crowd funding mogelijk maken.
Voor mij hoeven deze boeken er niet chic uit te zien, ze mogen ook - en zelfs vooral - als e-book uitgegeven worden. Op die manier is het geen probleem dat andere Asoka-boeken ‘buddhism-light’ zijn.


In m'n blog van 8 november vorig jaar geef de titels van een serie uit het Engels te vertalen boeken en thema's van mogelijke oorspronkelijke (Nederlandse) boeken die wellicht in de 'Boeddhistische Tekstbibliotheek' kunnen passen.
Maar goed, daar beslis ik niet over maar een door mij voorgestelde redactie; en de directie van Asoka uiteraard, want het moet wel commercieel kunnen.


Als afronding geef ik graag een bericht door van de uitgeverij:

Uitgeverij Asoka, De Driehoek, Synthese en BoeddhaMagazine hebben een deel van hun boeken gebracht naar hun 'outlet book store in Den Haag.
Daar liggen ze 'voor weggeefprijzen vanaf 1o januari te koop, melden ze.
'Als u onze winkel bezoekt, ligt er tevens een verrassing voor u klaar.

Outlet book store
Frederikstraat 31
2514 LA Den Haag
Voor meer informatie: 010-411 3867
Bereikbaarheid ov: bus 24 en 22, tram 6 en 1

Openingstijden
Donderdag: 10.00 – 18.00 uur
Vrijdag: 10.00 – 18.00 uur
Zaterdag: 10.00 – 17.00 uur
Zondag: 13.00 – 17.00 uur

vrijdag 4 januari 2013

Vriend zijn van het ‘Vipassana Meditatie- en Studiecentrum’

Passages uit een brief van het bestuur van de ‘ stichting Vipassana Meditatie- en studiecentrum ', die ik met instemming (en wat kommentaar) citeer.


“ Goed nieuws!
We verheugen ons te kunnen melden dat een landelijk Vipassana Meditatie en Studiecentrum in Nederland de komende jaren gerealiseerd zou kunnen worden. Een centrum dat vergelijkbaar is met bekende Aziatische meditatiecentra en Westerse centra zoals Gaia House in Engeland of Insight Meditation Society en Spirit Rock in de VS.

Aanleiding: een lang gekoesterde wens in vervulling laten gaan
Verschillende meditatie-leraren hadden en hebben de wens om te komen tot een ‘ Vipassana en Dhamma Centrum ’ waar het hele jaar door retraites gehouden kunnen worden.
....

Alleen haalbaar vanuit een breed gedragen commitment vanuit de verschillende sangha’s
Er zijn het afgelopen jaar veel besprekingen geweest in verschillende samenstellingen over het opzetten van een Vipassana Meditatie- en Studiecentrum in Nederland. Conclusie was steeds dat het alleen haalbaar is als de wens onder ‘Vipassana Nederland’ breed gedragen is. In de loop der jaren zijn er immers veel organisaties ontstaan: Stiching Jonge Boeddhisten Nederland, Sangha Metta, Stichting Inzichts Meditatie, Retraite Centrum Ezinge, Stichting Inzicht & Bevrijding, Tegen de Stroom in, etc. Hoewel zelfstandige organisaties bestaat er tussen deze personen en organisaties een zekere mate van ‘familiaire verwantschap’ als het om de Vipassana en Dhamma gaat.
Er zijn nu mogelijkheden om zo’n centrum te realiseren. Er ligt nu een concreet plan voor, met als (mogelijke) locatie Huize Loreto in Lievelde. De financiële haalbaarheid komt dichterbij, maar het centrum is alleen realiseerbaar met uw hulp. De verschillende Vipassana sangha’s en leraren moeten het centrum daadwerkelijk gaan gebruiken en zonder financiële steun van de sanghaleden blijft het een niet te realiseren droom.
....

Er zijn twee stichtingen opgericht, een eigendomsstichting die het centrum aankoopt en een beheerstichting (zie bijlage 2. voor visie en missie van de beheerstichting). die het centrum gaat beheren. De eigendomsstichting verhuurt het centrum aan de beheerstichting. De beheerstichting verhuurt in eerste instantie het centrum aan de Sangha’s voor vipassanaretraites en dhammastudie en aanverwante activiteiten. Op termijn kan de beheerstichting ook zelf activiteiten gaan organiseren. Voor de momenten waarop de vipassana sangha’s het centrum niet gebruiken, wordt het centrum verhuurd aan andere meditatie- en studiegroepen die passen in de sfeer van stilte en contemplatie. ...

De beheerstichting zal een aantal commissies samenstellen.
 Een spiritueel inhoudelijke commissie zal voornamelijk bestaan uit vipassana-leraren. Deze zal het bestuur adviseren over de inhoudelijke koers die het centrum gaat varen en over aanverwante dhamma-onderwerpen.
 Een commissie voor fundraising die tot taak heeft inkomsten te genereren voor het centrum.
 Een huishoudelijk commissie die het centrum gaat beheren (denk aan het runnen van de keuken en de huishouding).
 Een commissie administratie en verhuur die het centrum gaat verhuren aan de sangha’s en de administratie beheert.
 Een technische commissie voor het onderhoud en beheer van het gebouw en het landgoed.

Naast deze commissies zal het bestuur een Adviesraad samenstellen die meer op afstand staat en het bestuur ten alle tijden van advies kan voorzien.

…en een geschikte locatie!
Het bestuur van de eigendomsstichting is momenteel in onderhandeling met de paters van Huize Loreto. Deze locatie is zeer geschikt voor een Vipassana Meditatie- en Studiecentrum. Het centrum heeft een rijke historie, mooie energie, twee meditatieruimtes, zo’n 50 individuele kamertjes, 7 “appartementen” voor bewoners van een vaste kerngroep, een moderne keuken, 10 hectare grond en een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer. De afgelopen jaren hebben verschillende vipassana retraites plaats gevonden in Huize Loreto, en wel met veel genoegen. Op dit moment heeft Loreto dan ook de voorkeur van het bestuur maar er is nog geen zekerheid over deze locatie. Wij zijn dan ook nog op zoek naar andere locaties. Mocht je locaties weten, geef het dan aan ons door!

Wij hebben jullie hulp voor dit mooie project nodig: wat kun jij betekenen?
Zodra de plannen concreter worden en er een geschikte locatie gevonden is, zullen we vrijwilligers nodig hebben. Dat zullen we tegen die tijd kenbaar maken. Indien er een contemplatieve woongemeenschap gevormd wordt, zullen daar ook mogelijkheden zijn voor personen die dat ambiëren. En uiteraard is er geld nodig. Geld voor de aankoop, een verbouwing, onderhoud, de aanschaf van nieuwe spullen, het runnen van het centrum et cetera. Een project van dergelijke omvang kost veel geld en we zijn letterlijk met nul euro begonnen.

Daarom zijn we nu druk op zoek naar sanghaleden die dit project financieel willen ondersteunen. Als bestuur hebben wij hiervoor de mogelijkheid in het leven geroepen om middels een financiële bijdrage – klein of groot - VRIEND te worden van het meditatiecentrum. Als vriend blijf je gegarandeerd op de hoogte van wat er rond en in het centrum gebeurt, bijvoorbeeld via mailings en vriendendagen.



Het bestuur van de beheerstchting bestaat uit:
Harry Rijken, . . . . . . . . . voorzitter 031-8430037 harry@ryken.nl
Anca Ansink, . . . . . . . . . . . . . . .lid 010-4230606 a.ansink@planet.nl
Hans Gijsen, . . . . . . . . . . secretaris 010-4672952 hansgijsen@msn.com
Gerben Hieminga, penningmeester 06-83640072 gerbenvenwoude@hotmail.com


In een bijlage wordt beschreven op welke wijze men ‘ vriend ’ kan worden
Men kan vriend worden door een gift te storten op
bankrekeningnummer 620.33.73
te name van Meditatie en Studie Centrum Vipassana Nederland
in Amsterdam onder vermelding van naam en adres.

De diverse mogelijkheden worden beschreven, in het kort:
Een eenmalige bijdrage of een maandelijkse bijdrage aan de beheersstichting: kan direct; en
diverse vormen van leningen en schenkingen en opnemen van het centrum in het testament: kan in overleg.


In een tweede bijlage wordt visie, missie en doel van de beheerstichting beschreven
Hier wordt duidelijk dat het niet alleen om vipassana-meditatie gaat, maar ook om andere aspecten van het beoefenen van de Dhamma.
Weer een citaat uit de ‘vrienden-brief’:

De stichting handelt vanuit de volgende visie .
Er is een groeiend aantal mensen in Nederland die vipassanameditatie beoefenen. Ook bestaat er een groeiende behoefte aan het leiden van een (al dan niet parttime) monastiek leven. Dat betekent dat er reden en ruimte is om een centrum op te richten dat retraites voor vipassanameditatie, eventuele andere vormen van beoefening, maar ook de mogelijkheid tot het leiden van een monastiek leven aanbiedt. Een dergelijk centrum komt tegemoet aan de behoefte aan een plek waar overwegend in stilte beoefening plaatsvindt.

De missie van Vipassana Nederland is het initiëren en ondersteunen van activiteiten die de Boeddhistische leer, de beoefening van vipassana-meditatie en het sanghaleven bevorderen. Deze activiteiten zijn open omdat iedereen welkom is, ongeacht religieuze of maatschappelijke achtergrond.
Criterium voor deze open Sangha is niet het toevlucht genomen hebben in de Boeddha, Dhamma en Sangha, maar de bereidheid zich te verdiepen in de Boeddhistische leer en de praktijk van de vipassana-meditatie.

Het doel van de Stichting is in de statuten als volgt omschreven (artikel 2):
a) Het bevorderen van mogelijkheden tot monastiek/contemplatief leven in de Boeddhistische traditie en in het bijzonder door middel van meditatie op grond van de vipassana-methode, dhammastudie en andere methoden;
b) het aanbieden van meditatieretraites en studies in de boeddhistische psychologie;
c) meditatie en studie voor iedereen toegankelijk maken, ongeacht religieuze of maatschappelijke achtergrond;
d) het beheren van een centrum voor meditatie en studie;
e) alsmede het creëren van voorzieningen hiervoor, van welke aard dan ook;
f) het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk zijn.


==================================================================

Tot zover deze informatie
Een tweetal opmerkingen erbij, een praktisch en een principieel

Praktisch begrijp ik niet helemaal hoe ver het ‘monastieke leven’ gaat dat ook in het centrum mogelijk moet gaan worden
Konkreet: Theravada-monniken (bhikkhu’s en bhikkhuni’s) mogen ze van de vinaya dat soort werkzaamheden niet doen en ook geen geld bezitten. Ze krijgen eten en verdere verzorging; in boeddhistische landen: door in de buurt van het klooster wonende vrijwilligers die zoiets min of meer bij toerbeurt doen. Dat lijkt me in een ver van de steden liggend centrum in Nederland onmogelijk. Het alternatief is dat er twee soorten mensen (semi-)permanent in het centrum komen te wonen: degenen die verzorgen en degenen die verzorgt worden. Met alle respect: is dat wenselijk?

Principieel vind ik de nadruk op ‘vipassana’ als vorm van beoefening te beperkt.
Wel wordt gelukkig in de statutaire doelstelling ook gesproken over ‘ andere methoden ’ , maar de invulling daarvan lijkt mager.
‘Metta-meditatie’ bijvoorbeeld is geen vipassana, ook wel genoemd inzicht-meditatie;
het is òf een vorm van samatha òf een eigen, een derde vorm van bhavana; beide opvattingen kunnen op basis van sutta-studie verdedigd worden. Datzelfde geldt voor karuna- en (nog weinig toegepast) mudita-meditatie.
Ik zou de initiatiefnemers willen vragen nog eens te kijken naar wat er in de door hen zelf genoemde voorbeelden gebeurt, in Westerse centra zoals Gaia House in Engeland of Insight Meditation Society en Spirit Rock in de VS.
Concreet betekent dit: laat de mogelijkheid open ook andere dan vipassana-leraren een meditatie te doen geven, zoals nu ook bij de SIM gebeurt.

Een paar citaten uit ‘ This fantastic, unfolding experiment. Establishing the Insight Meditation Society and Spirit Rock ’ door Jack Kornfield ; een paar zinsdelen door mij vet gemaakt.

“ When we started IMS, it was primarily a Mahasi-oriented center. I brought in the flavor of Ajahn Chah as well. But because Joseph (Goldstein) and Sharon (Salzberg) had done most of their practice through the Burmese lineages of Mahasi Sayadaw and of U Ba Khin, and we shared this training, this is mainly what we taught. From the very beginning we offered the practices of both Mahasi Sayadaw and U Ba Khin, with Ruth Denison and John Coleman leading retreats.
...
When we started, the first principle that we got right —partly out of necessity (or out of desperation)— was that we would do collective teachings . One can see that the centers that have had the most difficulty have invested all the power in just one teacher. Often that person gets terribly isolated, and, as you know, many dharma centers in the West have suffered in some fashion or another due to the misconduct of their primary teacher.
...
The second principle that we got right —and I was a passionate advocate for this— was having multiple lineages . Even though there was a Mahasi lineage through Munindra, Mahasi Sayadaw, Dipa Ma, and Asabha Sayadaw that we shared at IMS, it was very important from the beginning that we invite other lineages and teachers. So early on we invited Christopher Titmuss and Christina Feldman—people who had studied with Ajahn Buddhadasa, Ajahn Dhammadoro, Ajahn Chah, and other teachers. From my own experience, it was healthier for both students and teachers alike to have access to a range of dharma teachings and perspectives. This is an underlying principle at Spirit Rock as well.
The Buddha is often described as the master of many skillful means. Gradual and sudden, outer and inner, form and emptiness were all aspects of his teaching. A wise teacher, and a wise center, needs to offer a whole range of skillful practices, because people come along at different stages of their inner development, with different temperaments, and with different sets of problems. If we limit ourselves to one technique, it will only serve certain people and it won’t be helpful to others. Diversity of practices is an underlying vision at IMS that has also been carried through to Spirit Rock. On our retreats, though we use the basic instructions from Mahasi Sayadaw, we also draw from the teachings and perspectives of Ajahn Chah, Buddhadasa, U Ba Khin, and many others.
....
To preserve the strength of our tradition, the majority of our retreats teach vipassana and the four foundations of mindfulness. Many of our other retreats focus on the brahmavihara (the divine abodes of loving-kindness, compassion, sympathetic joy, and equanimity). Those are our two central streams of dharma practice. The third stream offers an integration of mindfulness practice with other aspects of our dharma vision. These retreats combine mindfulness and yoga, or mindfulness and the creative process, or mindfulness and loving-kindness and psychotherapy. In addition, we have hundreds of daylongs, which along with retreats provide the aspect of our mandala that has to do with integration and how we live. This would also include our Diversity Program, which is committed to offering the dharma to as diverse a population as possible; our Program for Socially Engaged Buddhists; our Family Program, for children and their parents; our Teen and Young Adult Program; and our Program for Yoga Teachers.
To keep Spirit Rock connected to the core of our Buddhist tradition, we made a rule that when people outside our lineage come here to teach retreats, they would always be joined by one of our teachers in order to connect their teachings to our practice. In this way our core practices of generosity, virtue, mindfulness, and loving-kindness are complemented by other lineages and skillful means. ...
So we have had wonderful retreats with Tsoknyi Rinpoche and both Ajahn Amaro and Guy Armstrong on different occasions.
While we are dedicated to preserving and sustaining the core teachings of our lineage, we are also willing to be innovators, as indicated by our willingness to learn from many lineages.
“


Het hele artikel is verschenen in een 2007-nummer van het (electronische) tijdschrift Buddhadharma en is tevens hoofdstuk 18 van het boek Bringing Home the Dharma door Jack Kornfield (Uitg. Shambala, 2011)
Zie het hele artikel hier . Afgezien van soms over-enthousiast Amerikaans taalgebruik het lezen zeer waard !


En afsluitend met het onderwerp van het begin:
Draag financieel bij aan het ‘Vipassana Meditatie- en Studiecentrum’; ik doe het ook

zondag 23 december 2012

De laatste BoeddhaMagazine? Of alleen de laatste bestemd voor boeddhisten. En de laatste van Dorine

Toch maar de Boeddhamagazine gekocht, het winternummer van 2012.
Een collectors item, omdat het de laatste is waarin Dorine Esser als hoofdredacteur genoemd wordt, al is de laatste hand duidelijk niet door haar gelegd (de corrector had bv wat zorgvuldiger moeten zijn). Ze heeft een moedig ‘hoofdredactioneel’ geschreven, waarin ze haar boosheid over haar ontslag er buiten weet te houden en het vooral heeft over het thema van dit nummer: ontwaken .

Ik heb geluk: het is een rijk nummer. Als altijd is er een deel dat mij aanspreekt en een deel niet, het aansprekende deel is verrassend hoog, hoger dan het soms is geweest, daarom dat ik al een tijd geleden mijn abonnement had vervangen door af en toe een los nummer kopen.
Het is onmogelijk om de 64 pagina van dit nummer (ik denk dat ze dunner gaan worden) samen te vatten. Slechts een paar artikelen wil ik aanstippen.
- De favoriete soetra van Frank Uyttebroek. En die is: ’De gelijkenis van de zaag’ (Zie de vertaling van Toegangtotinzicht )
- Portretten van duizenden tulku’s
- Twaalf tips voor meditatietrouw
- Interviews met Maurice Knegtel en Ola Ostaszewska over ‘ontwaken’
- Monnik worden in deze tijd
- Gil Fronsdal (een van mijn favorieten) over wat de ontwaakte staat zou kunnen zijn
- Een interview met Sharon Salzberg
- En een artikel (het laatste, ook van hem) van Dingeman Boot over 'gelijkmoedigheid'
- ...En nog veel meer

Maar is het wel het laatste nummer?
Op de laatste pagina staat (helaas zonder auteursnaam, waarschijnlijk Nina Nannini) dat er volgend jaar vijf nummers komen. Bestemd voor 'een breed publiek ... als bron van inspiratie voor de moderne westerse mens: het besteed aandacht aan compassie, creativiteit, duurzaamheid, lichamelijke en geestelijke gezondheid, meditatie en persoonlijke groei.' Niet allemaal echt boeddhistische thema’s, vind ik, vooral dat ‘persoonlijke groei’ hoort eerder bij de zelfhulp-industrie.

Het zou wel eens kunnen dat dit het laatste nummer was waarvan ik tot de doelgroep van lezers behoorde. Daarover klaag ik niet hoor, ik kan genoeg teksten lezen. En bovendien zijn er in het Nederlandse taalgebied niet zoveel mensen die graag moeilijke Dharma-teksten met wat boeddhologie lezen, waarin het lijden (dukkha) niet verdonkeremaand wordt en waarin niet altijd vriendelijk en positief over alles en iedereen geschreven wordt.

Een ander blad is om financiële redenen mogelijk nodig; of de naam BoeddhaMagazine de lading blijft dekken, betwijfel ik, maar niets in permanent.
Die verandering is ook het thema van een boeiend artikel van Rob van Vuure, bekend als ‘De Bladendokter’, in de Volkskrant van 18 december. Hij constateert '... dat spirituele en religieuze tijdschriften het goed doen. Hoe voorkom je dat het saai wordt? '
Zijn advies aan de redacties van dit soort tijdschriften: ' hou de juiste doelgroep voor ogen. Als je een religieblad maakt, een bezinningsblad, maak het dan niet voor de gelovige incrowd, niet voor je eigen parochie maar voor de geïnteresseerde leek. Die doelgroep groeit. ... 80% van de nieuwe spirituelen is vrouw. ... Ze geeft de bladenmakerstip voor elk bezinningsblad. Wordt vrouwenblad ! '
Kortom: daar hoor ik niet bij.

Dorine eindigt haar intro met:
'Beste lezer, helaas scheiden hier onze wegen, het was een ware eer om vijf jaar lang uw BoeddhaMagazine-hoofdredacteur te mogen zijn. Anderen nemen het van mij over.

Mogen jullie allen gelukkig zijn in het komende jaar en alle jaren die volgen.
'

Dat wens ik haar ook toe

dinsdag 9 oktober 2012

Het seculier boeddhisme en Batchelor in Nederland

Eind deze maand, tot 3 november, is Stephen Batchelor in Nederland.
Ter gelegenheid daarvan stukjes vertaling van een uitgebreid essay dat hij begin dit jaar heeft geschreven onder de titel ‘A Secular Buddhism’. Zie hier en hier .

Eerst wat informatie over het bezoek van Stephen en zijn vrouw (een feministisch-boeddhistische vrouw) Martine.
Van 26 oktober t/m 2 november leiden zij een retraite, georganiseerd door de SIM (Stichting Inzicht Meditatie), zie hier .
Op 3 november geven ze inleidingen in het ‘Simposium ’ van de SIM, zie hier, een symposium ter ere van medeoprichter en oud-voorzitter van de SIM, Dingeman Boot.
Via deze sites kan men zich ook aanmelden (voor de retraite vòòr vrijdag de 19e, er zijn nog een paar plaatsen).


Het essay van Stephen Batchelor is (of was) waarschijnlijk bedoeld voor het tijdschrift ‘ Journal of Global Buddhism ’ maar is daar nog niet in verschenen, mogelijk moet het als een concept beschouwd worden, aldus de website van het Britse secular buddhism waar ook een serie interessante reacties op dit essay staat.

De samenvatting (ABSTRACT, pagina 1) vertaald:
“Dit essay exploreert de mogelijkheid van een volledige seculiere herdefiniëring van het Boeddhisme. Het beargumenteert dat een seculiere herformatie verder gaat dan het veranderen van een traditionele Boeddhische school, traditie of ideologie teneinde het meer verenigbaar met zoiets als ‘moderniteit’ te maken; maar dat tevens inhoudt het opnieuw doordenken van de kern-ideeen waarop de notie van ‘Boeddhisme’ is gebaseerd. Uitgaand van een critisch lezen van de Vier Edele Waarheden, zoals die beschreven worden in de eerste leerrede van de Boeddha, stelt de auteur voor om plaats van te redeneren over ontwaken in termen van te begrijpen ‘waarheden’, te redeneren in termen van ‘taken‘ die verricht moeten worden. Zo’n pragmatische benadering maakt ruimte voor de mogelijkheid om voorbij de op geloof gebaseerde metafysica van de klassieke Indiase soteriologie (Boeddhisme 1.0) naar een op handelen gebaseerde post-metafysische visie op de dharma (Boeddhisme 2.0) te gaan. "

Over de term 'seculier'. Voor mijn (niet geweldig ontwikkelde) taalgevoel is dit in het Nederlands niet een helder woord; ik geef de voorkeur aan de omschrijving 'vrijzinnig boeddhisme ' , net zo als het christendom het 'vrijzinnig protestantisme' kent.
Het Engelse 'secular' heeft drie betekenissen, legt Batchelor uit:
- de populaire betekenis van secular als tegenovergestelde van 'religieus';
- etymologisch, uit het Latijn, iets als: deze tijd, deze generatie, deze wereld;
- de historisch-politieke betekenis: het overgedragen zijn van het gezag van een bepaald levensgebied van de Kerk naar de Staat (een staatsinstelling).

Hij noemt als voorbeeld iemand die na een mindfulnesscursus gegeven door een (Engelse overheids-)GGZ-instelling naar een boeddhistische retraite gaat: mindfulness is geseculariseerd boeddhisme in alledrie de betekenissen van het woord. Ook verder staat hij daar tamelijk positief tegenover: 'Misschien is de penetratie van mindfulness in de gezondheidszorg iets als een Boeddhistisch Trojaans Paard; want als mindfulness zich eenmaal in de hoofden van sympathisanten bevindt, verspeiden dharmische memes zich als virussen, snel en onvoorspelbaar.' (pagina 6)

Daarna gebruikt Batchelor op pagina 8 de vergelijking van een Operating System (O.S.) zoals Windows of Android en anderzijds toepassingsprogramma’s/ apps. ‘Seculier Boeddhisme’ is niet een andere en nieuwe traditie, een ander programma, maar het moet een ander O.S. zijn: Boeddhisme 2.0, waarop hedendaags boeddhistische tradities kunnen (gaan) draaien.

Hij benadrukt vervolgens (pagina 10) dat het hem niet gaat om het terugkeren naar het vroege boeddhisme, naar de oorsprong; hij onderkent wel de verleiding bij zichzelf, dat te doen.
Het gaat hem om een andere manier van lezen en begrijpen van de teksten, met name die over de Vier Edele Waarheden, zoals uiteengezet in de Eerste Leerrede (Samyutta Nikaya 56.11, voor Nederlandse vertalingen, zie hier en hier ).
Het is een om-leren (unlearning) bij dit lezen, namelijk niet gericht op de vraag ‘is het waar ?’ maar om de vraag ‘werkt het ?´

Dan geeft hij uitgebreid en zeer subtiel zijn begrip van de Vier. De rest van de uitdrukking ´Edele Waarheden´ zijn een latere toevoeging in de Sutta, zo heeft de bekende filoloog en vertaler K.R. Norman geconstateerd. Kortom: het gaat niet om ´waarheid´, noch om een relatieve noch om een absolute. Immers: de Boeddha wees alle metafysica af.
“Dit overwaarderen van ´waarheid´, is mijn redenering, is één van de sleutel-indicatoren van hoe de dharma geleidelijk getransformeerd is van een bevrijdende praktijk van het ontwaken naar een religieus geloofssysteem genaamd ´Boeddhisme´. “ (pagina 15)

De Vier [Edele Waarheden] zoals Batchelor die begrijpt, vat hij samen als:
Embrace,
Let go,
Stop,
Act,

samen het acroniem ELSA vormend. "Men accepteert en omhelst (embraces) dukkha, dat is wat het leven ook voor situaties in petto heeft, laat het hechten los (lets go) dat in reactie daarop ontstaat; stopt (stops) met het re-ageren daarop zo dat men niet-geconditioneerd door reacties kan handelen (act)."
Zijn conclusie: het is niet ´het leven is dukkha´ maar ´dukkha door en door kennen´. (pagina 35 en 43)

Batchelor eindigt dit essay optimistisch met de stelling dat het boeddhisme niet – zoals sommigen zeggen – op z’n eind loopt maar dat het pas echt begint. Anders gezegd: dat het instortende Boeddhisme 1.0. vervangen wordt door een Boeddhisme 2.0. :

“Voor wie toevallig bij het boeddhisme terecht komen door de beoefening van mindfulness (of, wat dat betreft, door hun waardering voor de filosofie van Nagarjuna, hun liefde voor Zen haiku en schilderen, hun bewondering van de persoonlijkheid van Dalai Lama, of hun verlangen naar sociale rechtvaardigheid als voormalige onaanraakbaren in India), Boeddhisme 2.0 biedt een geseculariseerde dharma die afziet van de soteriologie van het oude India, gebaseerd op een kritische lezing van de belangrijkste canonieke teksten, zoals De eerste Leerrede.
Bij het opnieuw vormgeven van de operationele code van de Vier biedt ‘Boeddhisme 2.0’ een ander perspectief op het begrijpen en beoefenen van de dharma, één die is gebaseerd op de positieve terugkoppeling van ELSA. Het blijft te bezien of deze herformatie in staat is een consistente en coherente interpretatie van de boeddhistische praktijk, filosofie en ethiek te genereren die kan dienen als basis voor een bloeiend menselijk bestaan ​​dienen in de wereld waarin we leven vandaag de dag.

In de gelijkenis van het vlot beschrijft de Boeddha een man die op reis is aankomt bij een water dat hij over moet steken. Aangezien er geen boten of bruggen beschikbaar zijn, is de enige optie om een ​​vlot te maken van grassprietjes, takjes, takken, bladeren en welke andere materialen dan ook die bij de hand zijn. Na deze bij elkaar gebonden te hebben, weet hij zich peddelend met zijn handen en voeten aan de overkant te brengen. Ondanks het duidelijke nut dat het had, beseft hij dat het geen zin heeft het vlot verder te dragen zodra het haar doel heeft bereikt. Dus laat hij laat het aan de oever achter en gaat verder op zijn weg. Net zo, concludeert de Boeddha: ‘Heb ik laten zien dat de Dharma vergelijkbaar is met een vlot, puur bedoeld om mee over te steken en niet om bij zich te blijven dragen (vast te houden)’. [M. 22].
Dit verhaal laat zien op welke wijze de Dharma een hulpmiddel is, een middel om een ​​dringende taak die voorligt, te bereiken, niet iets dat tegen elke prijs moet worden bewaard. Het benadrukt hoe men een beroep moet doen op welke middelen dan ook die beschikbaar zijn op een gegeven moment om te bereiken wat je moet doen. Het maakt niet uit of deze middelen zijn 'wat de Boeddha werkelijk onderwezen heeft’ of niet.
Het enige dat telt is of een dergelijke configuratie van verschillende elementen is van enig nut zijn om u aan de overkant van de rivier te krijgen. Zo is het ook met het Boeddhisme 2.0. In het licht van deze gelijkenis, heeft het weinig zin te vragen: "Is dit echt Boeddhisme?" De enige relevante vraag is: ‘Drijft het?’.
" (pagina 46/47)
De gelijkenis van het vlot staat in de Nederlandse vertaling van de Breet en Janssen van de ´Alagaddupama Sutta – De gelijkenis van de zwarte cobra´, sutta 22 in deel 1 van de Majjhima-Nikaya; een vertaling namens Thich Nhat Hanh staat hier .


Een paar kanttekeningen

Batchelor en de Theravada-traditie zullen van mening verschillen over de vraag wanneer het vlot aan de overkant van de stroom is. In het vroege boeddhisme (dat van de Sutta’s dus) worden, in andere termen, vier graden van verlichting onderscheiden. ‘Stroombetreder’ is (nog maar) de eerste daarvan; en wie de stroom betreedt is – in deze beeldspraak – nog niet aan de overkant.

Nog verder gaand binnen de beeldspraak van vlot en stroom: moet iedereen zijn of haar eigen vlot bouwen en aan de overkant zien te komen? Het vroege boeddhisme, althans in de Westers-protestante interpretatie ervan zoals ook Batchelor dat doet, neigt daar sterk naar.
Maar tegelijk benadrukken Stephen en vooral ook Martine de waarde van sangha-vorming, nu ook van seculier-boeddhistische sangha’s, zie bijvoorbeeld haar oproep voor Secular Buddhist Practice .

Wat me opvalt is dat in dit essay het Pali-woord ´dukkha´ vele malen voor komt (45 maal om precies te zijn), maar de nauw er aan verbonden begrippen ´anicca´ en ´anatta´ in het geheel niet, ook niet in vertaalde vorm. Begrijpen doe ik dit niet: zijn die begrippen misschien te metafysisch van aard?
Ook mis ik bij de vierde van de Vier (Act) de meditatie, terwijl het toch een essentieel onderdeel is (van het pad zoals ik dat traditioneel noem).

Een interessante vraag (vind ik) is of dit seculiere boeddhisme wel 'slechts een mening ' is.
Immers, op dit moment wordt er een discussie gevoerd over de vraag of 'een geloofsovertuiging ook maar een mening is en op grond daarvan niet meer respect verdient dan andere opvattingen'.
Wat maalt een boeddhist nu om respect? Daar zijn we toch aan voorbij? Ik neig daar wel toe maar sommige boeddhisten en veel christenenen en nog meer moslims hechten daar wel sterk aan.
De godsdienstfilosdoof Smedes stelt (in de Volkskrant, van 5 oktober) dat atheisten ten onrechte de opvatting hebben dat een religieuze overtuiging niet anders dan een mening is. Ten onrechte, zegt hij, een geloof (bv in een laatste oordeel of de goedheid van de mens) is een uitdrukking van een basale houding ten aanzien van mijn medemensen; een 'mening' is louter cognitief, een kennisclaim; geloof in ... is een overtuiging die cruciaal is voor de beleving van de identiteit van de gelovige, en die een houding ten aanzien van al wat bestaat tot uitdrukking brengt.
Het seculiere boeddhisme a la Batchelor is geen religie, zal hij zelf vermoedelijk zeggen; maar is het wel 'meer dan slechts een mening'? Ik wil die vraag graag met 'toch wel' beantwoorden, maar zeker weten doe ik het niet.
Voor een criticus als Glenn Wallis (zeer critisch, daar ben ik echt een doetje bij) van het hedendaagse boeddhisme is het dat wel, maar die labelt dat juist negatief in z'n essay ‘On the Faith of Secular Buddhists‘, zie hier . Wallis stelt dat Batchelor’s boeddhisme ook een ‘faith’ is, en onderkent een vijftal geloofsartikelen in zijn werk. Zoals vaak bij goede critici: hij heeft een punt, maar overdrijft (wat sommigen kwade trouw noemen)
In ieder geval voor mij is het ‘vrijzinnig boeddhisme’ toch ook een religieus boeddhisme.


Nog meer Stephen, en ook Martine, Batchelor


Zie de website van Stephen en Martine.
Overigens is er nog een artikel van de hand van Stephen Batchelor, met als (net iets andere) titel 'A Secular Buddhist' ; dat is korter, lichter en persoonlijker dan het hier samengevatte. Het is dit artikel waar Wallis zich op baseert in zijn neersabeling van Batchelor.
Eerder schreef ik over het seculier boeddhisme in een blog van februari van dit jaar .

Martine kan je lezen, maar (nog beter, vind ik) ook horen:
De meest recente boeken van haar:
The Spirit of the Buddha; uitgever: New Haven and London, Yale University Press, 2010
Let Go; uitgever: Boston: Wisdom Publications, 2007
Artikelen van haar zijn te vinden via hun website .
Eén van mijn favorieten: What is this?

Batchelor in het Nederlands
Bij Asoka zijn de boeken van Stephen Batchelor, vertaald in het Nederlands, uitgegeven
Zie hier het overzicht.
Van Martine ken ik geen in het Nederlands vertaalde teksten


Nawoord

Inmiddels (begin november) is het artikel van Batchelor verschenen in 'The Journal of Global Buddhism '. Zie hier

maandag 1 oktober 2012

Ria Kloppenborg en Santideva

Deze week is het (op 4 oktober) negen jaar geleden dat Ria Kloppenborg is overleden.
“Dr. M. Kloppenborg, sinds 1988 hoogleraar godsdienstwetenschappen aan de Universiteit Utrecht.”
Formeel was ze misschien geen boeddholoog maar feitelijk ze dat wel
Formeel was ze misschien geen boeddhist maar voor mij was ze dat wel.
Ik weet of ze dacht dat er na de dood iets zou gebeuren; waarschijnlijk (net als ik): niets.
Maar iemand kan na de dood leven in de herinneringen, in de hoofden van de mensen en in bewaarde gemaakte produkten.
Persoonlijk heb ik maar kort en vrij oppervlakkig gekend.
Maar haar werk is er nog: vertalingen uit Pali en Sanskriet en eigen essays

Als eerbetoon haar werk zover ik dat ken.
Zeer onvolledig. Kijk maar eens hier ; 42 documenten maar liefst.


Haar proefschrift ging over de paccekabuddha (vrij gezegd: de ongeorganiseerde/ongebonden boeddha; mijn ideaal)
The Paccekabuddha: A Buddhist Ascetic
A Study of the Concept of the Paccekabuddha in Pali Canonical and Commentarial Literature

De ingekorte versie ervan verscheen in de serie 'Wheels' van de BPS:


Interessant is (waarschijnlijk, ik heb het niet gelezen) ook: "De Leraar van de wereld, Trainer van mensen" : de wijze van onderricht van de Boeddha, zoals beschreven in de boeddhistische kanonieke geschriften ; Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van gewoon hoogleraar in de Geschiedenis van de Levende Religies en de Vergelijkende Godsdienstwetenschap aan de Rijksuniversiteit te Utrecht op vrijdag 27 januari 1989."


Ria was, uiteraard, ook een feministe. Niet gelezen:
Female stereotypes in religious traditions
Uitgever: Brill, Leiden


Verzen van monniken en nonnen : uitspraken van bevrijde mannen en vrouwen in het vroege boeddhisme = Theratherīgāthā
Asoka, 2000
Prachtige, persoonlijke, teksten.


Boeddhisme en psychotherapie : theoretische en praktische verkenningen
Uitgever: Asoka (2005)
Zo ongeveer haar laatste activiteit was haar voorzitterschap van de werkgroep 'Boeddhisme en psychotherapie' waarvan dit boek het eindproduct was; zelf heeft ze deze publikatie niet meer meegemaakt. Wel staat er een hoofdstuk van haar hand in.


Tenslotte wat langer over een van mijn favorieten:
Santideva – Het pad van de Bodhisattva (Bodhicaryavatara)
Vertaald uit het Sanskriet en ingeleid door Ria Kloppenborg

Uitgeverij Dharma (Amsterdam), 1993

De berichten over de verkrijgbaarheid zijn tegenstrijdig.
Er zijn meer Nederlandse vertalingen van dit werk maar die zijn uit het Tibetaans dus vertalingen van vertalingen.
Een echte Mahayana-tekst terwijl Ria ook veel uit de Pali Canon heeft vertaald: een veelzijdige vrouw.
Ik citeer een paar delen uit haar inleiding: (de pagina’s 12-14, 18-19 en 27):

“De Bodhicaryavatarra, ‘het pad van de Bodhisattva’ (letterlijk: Inleiding in de weg tot inzicht), dat wil zeggen de spirituele ontwikkelingsgang van de Bodhisattva, werd in het midden van de zevende eeuw geschreven door Santideva. ...
De Bodhicaryavatarra is verreweg zijn beste en populairste werk. De dichterlijke kwaliteiten ervan maken het tot één van de hoogtepunten van de Mahayana-literatuur. De schrijver geeft voortdurend blijk van zijn sterke persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp. Dit, en het devotionele aspect ervan, maakte het voor velen een toegankelijk, ontroerend werk. Het heeft daardoor een aantrekkelijkheid die niet snel zal afnemen. Het is vanaf het begin een geliefd werk geweest, dat door velen werd gelezen en aangehoord. Na het verdwijnen van het boeddhisme in India omstreeks de elfde eeuw is deze traditie voortgezet in Tibet en China, waar al vroeg vertalingen waren gemaakt en waar verschillende commentaren en subcommentaren ontstonden. Ooki in het Westen was de Bodhicaryavatarra reeds in de beginperiode van de indologie een veelgelezen en veelbestudeerd werk, hetgeen tot een aantal vertalingen heeft geleid die, op die van Vallée-Poussin na, niet altijd uitmunten in nauwkeurigheid. ...
De tekst geeft een uitstekend overzicht van de leer van het Mahayana, zoals die door de Madhyamaka’s is geformuleerd. De spirituele praktijk krijgt de meeste aandacht van de schrijver. Het is een training die nauwkeurig en gedetailleerd is uitgewerkt, een scholing in liefde en toewijding, in nederigheid en gezond verstand. ...
Santideva merkt op dat hij het dichtwerk geschreven heeft om zijn eigen gedachten te verhelderen, zonder enige literaire pretentie men zonder zich rekenschap te geven van de voorkeuren van zijn eventuele lezers. Toch hoopt hij dat een ander er ook iets aan zal hebben. Dit uitgangspunt van Santideva heeft de vertaling hopenlijk zodanig beinvloed dat zij toegankelijk is voor ‘de ander voor wie ik hoop dat het ook iets kan betekenen’.
...
Met hoofdstuk 5 begint Santideva met de beschrijving van de eigenlijke ontwikkelingsgang van de Bodhisattva. Volgens de meest gangbare opvattingen bestaat deze uit het beoefenen van de zes volmaakte deugden (paramita), te weten:
- Vrijgevigheid (dana);
- Moreel gedrag (sila);
- Verdraagzaamheid (ksanti);
- Inzet (virya);
- Meditatie (samadhi) en
- Wijsheid (prajna). *
Aan de laatste vier wijdt hij een apart hooofdstuk; aan de eerste twee niet. Vrijgevigheid, de meest karakteristieke deugd van de Bodhisattva, wordt in het hele boek doorlopend genoemd. Zij vindt bij uitstek haar expressie in de gelofte waarmee de Bodhisattva zichzelf in dienst stelt van het welzijn van anderen. ...
Hoofdstuk 5 is, evenals de meeste andere delen van het boek, niet in eerste instantie bedoeld om een didactisch veranwoorde verhandeling te geven over moraliteit. De grote morele wetten, zoals het afzien van doden, diefstal of leugens, komen zelfs helemaal niet tersprake. Wel wordt een schijnbaar willekeurig aantal kleinere ‘alledaagse’regels behandeld. Hier heeft waarschijnlijk de persoonlijke betrokkenheid van de schrijver de selectie bepaald. Men krijgt de indruk dat vooral zijn eigen problemen met de gedragsregels worden besproken.
...
In vrijwel alle Indiase filosofische scholen regeert de causaliteit alle verschijnselen. Zij is wezenlijk en absoluut. In zijn kritiek daarop stelt het Madhyamika dat causaliteit slechts binnen de empirische werkelijkheid bestaat en aldaat de structuur van de verschijnselen bepaalt. Alle begrippen die ermee te maken hebben, zoals identiteit of verschil, zijn in wezen tegenstrijdig. Zij zijn wederzijds afhankelijk en behoren daarom tot het gebied van het relatieve.”


Santideva is voor mij de ideale blogger: ‘[schrijven] zonder zich rekenschap te geven van de voorkeuren van zijn eventuele lezers”
Mijn indruk (als simpele vrijzinnig Theravadin) is dat het bodhisattva worden bij Santideva meer voeten in de aarde heeft als in de Zen-benadering zoals Andre van der Braak die heeft weergegeven (zie hier )
Santideva is nog geen bodhisattva, lijkt het, hij moet er veel moeite voor doen. Ook moet hij expliciet zich ethisch gedragen, wat in de Zen-benadering niet aan de orde lijkt te komen, maar ongetwijfeld begrijp ik dat verkeerd.
En om het te blijven is ook niet niks, zoals blijkt uit wat Ria Kloppenborg op pagina 17 schrijft: “Het beschermen en versterken van het streven naar verlichting geschiedt in de eerste plaats doordat de Bodhisattva zich voortdurend bewust probeert de blijven van de enorme verantwoordelijkheid die hij op zich heeft genomen. Hij is de hoop van allen die zich in de kringloop van het lijden bevinden.”

Ria Kloppenborg en Santideva: tegelijk makkelijk en moeilijk; tegelijk persoonlijk en zonder ego.
Zie voor een ‘Obituary’ van een aantal collega’s en leerlingen pagina 65-68 (pdf-nummering 34-36) van de Buddhist Studies Review uit 2004.


Noot * (van J.R.)
Niet alleen in het Mahayana, ook in de Theravada is er sprake van paramita’s, in het Pali meestal parami’s genoemd. Er zijn er tien, hoewel ook een kleiner aantal voorkomt. Deze perfecties zijn:
dana (gulheid, vrijgevigheid, zichzelf geven aan anderen); sila (deugd, moraal, juist gedrag); nekhamma (afstand nemen, loslaten); panna (transcendentale wijsheid, inzicht); viriya (energie, ijver); khanti (geduld, tolerantie); sacca (eerlijkheid, streven naar waarheid); aditthana (volharding, doorzettingsvermogen, determinatie); metta (vriendelijkheid, liefde); en upekkha (kalmte, rust, gelijkmoedigheid).
Er zijn naast overeenkomsten ook verschillen. Misschien ga ik de geschiedenis van dit verschil nog wel eens onderzoeken; mijn hypothese is dat deze paramis/paramita’s in interactie met elkaar zijn gegroeid.