Posts tonen met het label Pali-Canon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pali-Canon. Alle posts tonen

zaterdag 10 mei 2014

De boeddhistische leraar, noodzakelijk, maar ook tussen leerling en Dharma; en schaduwkanten

Onderstaande tekst heb ik voor een deel uitgesproken tijdens het symposium op 8 mei over de leraar-leerling verhouding, georganiseerd door Milinda.
Waarom ik slechts een deel uitgesproken heb en over de ambiance die avond schrijf ik onderaan nog wat.

=====================================================================

De werktitel die ik zelf de afgelopen weken aan dit praatje van heb gegeven, is:
transport, tranen en transcendentie .
Met een knipoog naar de titel van het boek van Nico, toch de aanleiding tot dit symposium (dit woord betekent: geleerd gesprek; daaraan probeer ik me te houden, evenals aan het kwartier spreektijd.)

– Die 'transcendentie' van Nico deel ik: boeddhisme is meer dan een levensfilosofie; niet alleen omdat het ook over de dood gaat, maar vooral ook over zingeving, in laatste instantie een niet-rationeel gebeuren.
Devotie is ook een aspect van de beoefening, zelfs al is men zich er niet van bewust (alleen, vooruitlopend op de rest van mijn verhaal: niet zozeer devotie richting leraar)
– Het 'transport' heeft betrekking op het Edele Achtvoudige Pad dat de beoefenaar gaat; 'traject' is wellicht een nog betere term.
– En 'tranen' gaat over de schaduwzijden van de leerling-leraar verhouding; daarover gaat het tweede deel van m'n praatje. Eigenlijk: over de manifeste schaduwzijden, over de latente heb ik al al eerder.

Leerling en leraar lijkt me een betere titel dan omgekeerd; het gaat toch om de leerling, de leraar is middel.
Men kan zeggen een leraar heeft een leerling nodig om leraar te zijn.
Andersom heeft een leerling géén leraar nodig om leerling te zijn, 'leerling' als reiziger op het Pad .
Dit sluit aan bij een definitie die Stephen Batchelor ooit gegeven heeft: een leraar is iemand die leerlingen heeft, punt.
Het leraar is middel, zei ik: het doel is de bevrijding, het Ontwaken, de Verlichting, het Bodhisattva-schap, van de individu die men aan het begin van zijn of haar spirituele carrière 'leerling' noemt.

'Bij zen is de verhouding leraar-leerling een heel bijzondere', wordt in de aankondiging gezegd; ik houd echter een breder boeddhistisch verhaal, niet alleen over Zen en niet alleen het (positief) bijzondere, ook de schaduwkanten van het leraar zijn.
Eerst echter stel ik de vraag of Zen ook boeddhisme is n.a.v. een recent artikel van Edel Maex, dat eigenlijk de vraag inhield of Zen een religie is.
Antwoord van mij en waarschijnlijk ook door Nico op beide vragen: ja
Gelukkig maar, want als Zen of een Zen-beoefenaar zicht niet als boeddhistisch beschouwt, dan is een discussie over de leraar, zoals ik me die voorstel, niet mogelijk. Want dan zou men over mijn 'boeddhistische meetlat' kunnen zeggen: bemoei je met je eigen zaken.
We moeten er dus vanavond van uit gaan dat Zen, Theravada en Tibetaans boeddhisme iets gemeenschappelijks hebben; bv ten aanzien van de leerling-leraar-verhouding,

Een leraar is zeker nodig, voor nieuwe Westerse boeddhisten. Voor een jaar of zo.
Later ook nog wel kalyana mitta (Pali vorm) of mitra (Sanskriet) nuttig.
Naast de vraag hoe lang een leerling de leraar nodig heeft, is er de vraag: hoe diep?
Hoe persoonlijk ook?

Waarom moet die relatie DIEP zijn, persoonlijk, vergelijkbaar met die van de therapeut-client (de ouderwetse, psychoanalytisch angehauchte therapeut dan, bij gedragstherapeut ligt het anders) ?
Vanuit de leerling gezien is de vraag: wanneer gaat het 'bewonderen' van de leraar over in het 'vereren'?
Het 'bewonderen' zie ik daarbij als noodzakelijk in het groeiproces, als heilzaam dus. Het 'vereren', het 'verheerlijken' echter is in mijn benadering onheilzaam; want het betekent stagnatie, er gebeurt niets meer in het spirituele proces.

Het gaat vandaag eigenlijk niet om de leraar. Het gaat om de leerling. Of zou daar om moeten gaan.
Om de vraag: hoe moet je starten op je boeddhistische pad, bv hoe kies je een leraar (if any)?
En om de vraag: waarom blijf je alsmaar bij je leraar, ben je nou nog steeds niet volwassen?
Verleden jaar heb ik een zeer nuttige Duitse notitie hierover vertaald:
Heilzame en onheilzame structuren van groepen. (Zie hier )
Het wordt door de Deutsche Buddhistische Union een leidraad genoemd, die als doel heeft om de mensen hulp en ondersteuning te geven die hun lidmaatschap van boeddhistische of andere groeperingen nog eens kritisch willen overwegen.
Jammer dat de BUN dit niet van haar Duitse zusterorganisatie heeft overgenomen; maar ja ….

Een paar van de vragen die een beoefenaar (leerling dus) zichzelf kan stellen:
* Heb ik de indruk dat ik de groep net zo makkelijk kan verlaten als toen ik er binnenkwam?
* Heb ik de vrije keuze om contacten binnen en buiten de groep te onderhouden?
* Kan ik bekritiseren zonder te worden gediscrimineerd of veroordeeld?
* Zijn er contacten en uitwisselingen met andere groepen en leraren?
* Is er een bevestiging door andere erkende leraren?
* Ontstaat er afhankelijkheden in de relatie tussen leraar en leerling?
* Is er financiële transparantie in de organisatie?
* Heb ik mijn financiële onafhankelijkheid weggegeven?
* Geef ik meer uit (aan de groep) dan in mijn omstandigheden verstandig is?
* Worden optredende schuldgevoelens gebruikt of zelfs versterkt; of wordt
   er hulp geboden in het overwinnen ervan?
* Is er sprake van laster, verkeerde informatie of minachting voor critici,

   andersdenkenden of andere groepen, leraren of tradities?


De conclusie luidt, ik citeer nog steeds:
“Heilzame structuren worden gekenmerkt door openheid, ook voor vragen en kritiek.
Leerlingen hebben in zulke structuren ruimte om eigen en ook afwijkende meningen te uiten.
Zij kunnen het geleerde door eigen studie toetsen.
Het staat hen vrij de groep of de leraar op elk door hen gekozen moment te verlaten.
”


Wat zeggen de oude geschriften, bv de Maha Parinibbana Sutta over de laatste weken uit het leven van de Boeddha, die tegen een verdrietige Ananda spreekt:

"En zij, Ananda, die nu leven of zij die leven wanneer ik ben heengegaan, als zij als een eiland voor zichzelf zijn, als zij een toevlucht voor zichzelf zijn, en geen andere toevlucht zoeken; diegenen die de Dhamma als hun eiland en toevlucht hebben en geen andere toevlucht zoeken; zij zijn het die het hoogste zullen bereiken indien zij verlangend zijn om te leren."
en
"En de Heer zei tegen de Eerwaarde Ananda: "Het kan zijn, Ananda, dat in sommigen van jullie de gedachte opkomt: 'De instructies van de Meester zijn er niet meer; wij hebben geen Leraar meer.' Maar zo, Ananda, moet dat niet worden gezien. Want, Ananda, dat wat ik verkondigd heb en bekend gemaakt heb als de Dhamma en de Discipline, dat zal jullie Leraar zijn nadat ik ben heengegaan."

In feite ondermijnt deze sutta-tekst de lineage-mythe, de 'transmissie' dus waar Nico het over heeft.


En dan de Drievoudige Toevlucht; een ander wezenlijk onderdeel van het 'Boeddhist zijn', ook van de zen-beoefenaar neem ik aan: in de Boeddha, de Dharma/Dhamma en in de Sangha.
Mijn stellige indruk is dat in het Mahayana in de loop der eeuwen de toevlucht in Dharma en Sangha is verschoven naar toevlucht tot (in) de leraar.
Bij het Tibetaanse (tantrische) boeddhisme is het toevlucht nemen tot de leraar met de 'guru-devotie' helemaal in de plaats gekomen van de drievoudige toevlucht .

Vergelijking van de leerling-leraar verhouding naar andere niet-symmetrische relaties; bv
* cliënt/patiënt met therapeut in de psychotherapie
* de route leerling – gezel – meester in het gilde-model
* leerling en leraar in de zin van onderwijzer
* vroedvrouw, of vroedman zoals een Zennie schreef, maar dan zonder claim op jaren nazorg
* de tomtom en de reiziger (transport, weet u wel: het achtvoudige pad van de leerling)

Het psychotherapie-model – ik heb het net al gezegd en herhaal het graag – is bruikbaar ten behoeve van de vraag: hoe 'diep' moet de relatie leerling-leraar in het boeddhisme zijn?
Hoe 'persoonlijk' moet de involvering in elkaar zijn? Het niveau van de psychoanalyse of het niveau van gedragstherapie bv?
Wat is bij het antwoord op die vraag bepalend: het argument van de traditie of het argument van de effectiviteit van de methode?
Merkwaardig genoeg lees ik dit soort vragen nooit, terwijl veel boeddhisten toch de mond vol hebben van het verenigbaar zijn van boeddhisme en wetenschap. En dit is dus sociale wetenschap.
Ter verkoming van misverstand: ik maak alleen een vergelijking, therapie is wat anders!


Eigenlijk ben ik voor het gilde-model:
Er is de meester, er is de gezel en er is de leerling
Je begint als leerling, na een paar jaar ben je gezel; en weer na een paar jaar ben je meester, d.w.z. kan en mag je zelfstandig werken.
Een paar jaar, langer niet.
Natuurlijk ben je dan (in de meeste gevallen) nog niet 'ontwaakt', nog niet 'verlicht', iets wat trouwens in de diverse boeddhistische tradities heel verschillende betekenissen wordt gegeven. Maar je moet het verder zelf doen. Collegiaal overleg met anderen, kalyana mitta's, blijft daarbij zeer nuttig, ook met de ex-leraren, dan wel in een horizontale relatie waarbij het helemaal niet moeilijk is te onderkennen dat die ander mogelijk verder is op het boeddhistische pad.


Over de term 'kalyana mitta/mitra', 'de spirituele vriend' .
Daarover heb ik me, toen ik me op vandaag voorbereidde, een heel interessant artikel gelezen van de Italiaanse boeddholoog Francesco Sferra over The Role of the kalyanamitra .
Sferra gaat in dit artikel per boeddhistische traditie na wat er over deze functie wordt gezegd.
In de vroege boeddhistische teksten komt de term kalyanamitta regelmatig voor. Met een vrij losse, wat variërende betekenis. Soms algemeen 'goed mens' of 'goede vriend', soms specifieker: meditatie-instructeur, senior-monnik die meer weet en wijzer is. Het is een functie die in principe iedereen in de sangha kan vervullen, op zijn beurt (of haar beurt).
In de Mahayana bleef dit deels nog zo, maar er ontstond in de loop van de eeuwen steeds meer het accent op de functie door één persoon, de leraar dus. Sferra benadrukt dat in deze teksten dat kalyanamitra als schaars iemand wordt beschreven: weinigen kunnen het. De functie is dan geëvalueerd naar de spirituele gids.
In het Tibetaanse, het Tantrische boeddhisme, komt de term weinig voor, af en toe als synoniem van guru, voortgekomen uit het Hindoeistische Tantrisme.


Ik kan me het best vinden in een uitspraak van Buddhadasa Bhikkhu, de Thaise monnik die niet steeds gewaardeerd werd door het boeddhistische establisment van zijn land. Ik citeer ( door mij vertaald ):
" En dan is er wat ze noemen de "acariya (leraar, de meester)".
Maar in werkelijkheid spreken ze zelfs in de oude trainingssystemen niet vaak over de “acariya”.
Zij noemen zo'n persoon de “goede vriend (kalayana-mitta)”. Een “vriend” is een adviseur,
die met bepaalde dingen kan helpen.
We moeten echter niet het principe vergeten dat niemand in directe zin iemand kan helpen.
Vandaag de dag wil iedereen een leraar hebben om hem of haar te supersviseren!.
Een “goede vriend” is iemand met intensieve persoonlijke ervaring en kennis over de
meditatie-praktijk. Alhoewel hij in staat is om vragen te beantwoorden en moeilijkheden
te bespreken is het niet nodig dat hij steeds naast ons zit en elke ademhaling superviseert
.”


Als samenvatting van het eerste deel van m'n inleiding
- een jaar een leraar is nodig;
- een paar jaar is nuttig;
- daarna kan beoefenen met spirituele vriend of in leraarloze groep prima;
  levenslange afhankelijkheid echter van de leraar is ongewenst en onvolwassen.

Natuurlijk ben je na een jaar niet 'klaar'; dat zou naïef zijn zoals iemand mij in de voorbereiding op dit symposium verweet. Maar wel ver genoeg om op eigen benen te staan, met steun van en samen met wat vrienden. Kalyana mitta's waarmee ik het ook oneens kan zijn; wat bij Aziatische leraren ondenkbaar is.
Zo ben ik het niet eens met degenen bij wie ik mediteer over het belang van de samatha-meditatie en het bereiken van jhana's (u weet wel, de term waar het woord 'Zen' vandaan komt); ik acht dat van groot belang, zij vinden de beoefening van alleen vipassana de beste weg.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

Tweede deel: de schaduwkant van het boeddhistisch leraarschap

Die schaduwkanten zijn er ook; de latente problemen in de leerling-leraar relatie kunnen manifest worden.
Gevaar van leraar:
- de grote afhankelijkheid, zoals al in eerste deel genoemd; psychologische afhankelijkheid
   dus, die de groei van de beoefenaar bemoeilijkt
- misbruik (seksueel, financieel)
Het eerste gebeurt min of meer regelmatig;
het tweede gebeurt in klein percentage maar als het gebeurt, is het ernstig.
In Nederland is er geen zelfreinigend vermogen van fout boeddhisme. Men durft niets van elkaar te zeggen, niets van Rients Ritskes bijvoorbeeld of van Genpo, van Dhammawiranatha, van Mattioli, en ook niet van Sogyal Rinpoche.

Een paar maanden geleden kreeg ik een mail van een in Birma wonende monnik (Bhante Dhammaka) ; één van zijn boeken was van het Engels naar het Nederlands vertaald door de uitgeverij van Dhammawiranata (titel: '365 Uitspraken van de Boeddha') . Nadat hij toestemming had gegeven voor die vertaling had hij nooit meer iets gehoord, alleen vage geruchten. Ik heb hem geschreven wat ik wist, heel voorzichtig.
Tja, was de reactie vanuit Birma: als er met een monnik iets mis is, gaat het bijna altijd om seks of om geld, en bij deze heer betreft het kennelijk beide zaken.

Het gaat kennelijk in alle tradities wel mis; meer dan men wil weten,
Zeker in Nederland is de mantel der liefde heel breed:
* In Theravada zoals boven blijkt, met Dhammawiranatha
* En bij Zen (Genpo, bij de hier aanwezigen ook bekend) en in VS wonende Japanners Eido Shimano en Josju Sasaki.
* En in Tibetaans boeddhisme (Trungpa, van de crazy wisdom) en ook de binnenkort weer naar Nederland komende Sogyal Rinpoche. In de pers en op Youtube zijn diverse getuigenissen van door hem misbruikte vrouwen te vinden; maar in Nederland is daarover niets te vinden, behalve een blog van Ron Sinnige van een paar jaar geleden. Afgelopen week heeft de site van *OpenBoeddhisme* in een serie over de Dalai Lama een aantal nooit aan hem gestelde vragen geformuleerd.

En in de sector geld (d.w.z. veel geld durven vragen voor nepcursussen) en gedoe met titels noem ik nog maar eens Rients Ritskes.
Of om de Thaise organisatie Dhammakaya die ook in Europa tempels heeft; die in Nederland heeft maar kort bestaan; ik ben een paar dagen in de tempel van ze in België geweest en kon ervaren hoe sterk ze de leken die de tempel bezochten, probeerden geld af te troggelen.

Als het om geld gaat, ben ik geneigd om te denken: kwalijk maar ook dom om zo makkelijk te geven; maar bij seks, ontucht dus, ligt anders.
Algemene morele regel (van mij) :
Overal waar sprake is van afhankelijkheid, van een afhankelijkheidsrelatie, daar is seks niet toegestaan.
Niet bij de psychotherapeut, niet bij de leraar, niet met kinderen, niet bij de geestelijk verzorger etc.
Lees maar eens wat Irving Yalom, schrijver van onder andere Nietzsches Tranen, over seks in de therapeutische relatie schrijft; hij keurt het onverkort af.

Wat is tegen fout gedrag van een leraar, of risico's daarop, te doen?
Afdoende is niets, er is menselijk tekort, er is naast een Boeddha-Natuur die mensen kennelijk hebben ook een Mara-Natuur (onze geneigdheid tot het kwaad zoals ik in m'n jeugd leerde en nog steeds niet ben afgeleerd). Maar wel iets, ik noem vier punten:
* Meer moed in de boeddhistische gemeenschap, daar ontbreekt het nu aan. Eén van de
   weinigen die die moed wel heeft gehad, is Joanne Halifax geweest, met haar open brief.
* Het voor boeddhistische leraren, geestelijk verzorgers en vrijwilligers die werken
   met financiën, een 'Verklaring Omtrent het Gedrag' (afgekort als VOG) verplicht stellen.
  Dit geïnspireerd door het besluit van de R.K. Kerk, dit per 1 januari 2014 voor priesters,
  diakens, pastoraal werkers, religieuzen en bepaalde vrijwilligers verplicht te stellen.
  De aanleiding lijkt me duidelijk. We mogen niet aannemen dat boeddhisten moreel
  superieur t.o.v. katholieken zijn. (Zie hier )
* Een soort consumentenorganisatie van boeddhisten, algemener:
  consumentenfunctie van een op te richten vereniging van boeddhisten,
  nadat de BUN zich heeft afgeheven; met die 'Leidraad'
* En boeddhistische journalistiek, door de BOS-televisie altijd verwaarloosd;
  misschien moet BoeddhaMagazine toch maar blijven?

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

Ik had vooraf de andere inleiders een paar vragen gesteld. Die ga ik hier niet herhalen. Eentje wel, aan André geadresseerd; in iets andere bewoordingen, een onderzoeksvoorstel als samenvatting.
  Er is de theorie (in bv Zen maar nog heftiger in Vajrayana met hun guru-devotie) dat een diepe intensieve relatie leraar-leerling noodzakelijk is;
  En er is de theorie die ik een beetje Theravada-achtig noem van minder diep, minder persoonlijk, uitwisselbaar. (Ik denk dat mijn model effectiever omdat er één gehechtheid minder is waarvan de beoefenaar zich los moet maken, voordat verlichting mogelijk is: de gehechtheid aan de leraar. )
Er zou onderzoek gedaan kunnen worden op gedragswetenschappelijke manier; welk van de twee methoden het beste werkt, bv het hoogste percentage bodhisattva's of arhats of grote verlichtingservaringen oplevert; bijvoorbeeld na één, na drie en na vijf jaar.
Kan dat? Minstens als gedachtenexperiment? Rare gedachte, zo'n onderzoek?
Waarom? We zijn toch voor upaya, voor skilful means? Voor wat werkt?


Tot slot een citaat van Mu Soeng, voormalig directeur van de Insight Meditation Society en ex monnik in de Koreaanse Zen. Ik citeer uit de vertaling van de St. Vrienden van het Boeddhisme:
“... in de VS lijkt het wel of iedereen zo snel mogelijk leraar wil worden.
Vervolgens begint de strijd om de student – centra, boeken, mediabereik –
en dit gaat ten koste van de zuiverheid van de motivatie.
Vroeger werd je monnik en bleef je vijftig jaar monnik zonder te talen naar
leraarschap. Van de 10.000 monniken werd er misschien één leraar.
Tegenwoordig wordt één op de tien studenten leraar
.”
Ik moest toen ik dat las, wel aan al die leraren van Zen.Nl denken.

======================================================================

Dit heb ik maar deels uit kunnen spreken, omdat de gespreksleidster (Annemiek Schrijver, een Sogyal-adept) me weinig subtiel afhamerde voor ik aan het tweede deel kon beginnen.
Dat was een beetje mijn schuld omdat m'n inleiding te lang was.
Maar ook omdat zij duidelijk (bleek later in de discussie) niets van de schaduwkant van het leraar-zijn wilde weten.

Bevorderlijk voor m'n concentratie was ook niet dat de spreekster voor me de lachers op haar hand had met het verhaal over haar seksuele gevoelens voor haar guru destijds; met de slotvraag op hilarische toon van de gespreksleidster: 'En, ben je met nou hem naar bed geweest?'

Verder ben ik waarschijnlijk ook niet zo'n goed spreker in het openbaar en schrijf ik liever.
Eén voorbeeld van de ambiance die avond: het ging over devotie; dat is iets waar ik ook mee bezig ben, maar bijna iedereen bleek devotie richting leraar te bedoelen; en ik dus niet.

Maar goed, het boek van Nico ga ik wel alsnog lezen: 'Transmissie en transcendentie; Bespiegelingen over inwijding, leraar en leerling '

maandag 5 mei 2014

Boeddhistische zending, toen en nu

Een paar dagen geleden schreef ik in m'n blog over de Zijderoute-tentoonstelling dat ik me er weer sterker bewust van was geworden dat het boeddhisme al vanaf het ontstaan actief met zending bedrijven heeft beziggehouden. Zie m'n blog van 1 mei .
Op deze constatering hier een vervolg.

In het Westen is er meestal het beeld dat boeddhisten niet proberen anderen te bekeren, dus geen zending of missie bedrijven. Iemand als de Dalai Lama versterkt dat beeld en zegt (mogelijk met een Tibetaans belang in het achterhoofd) dat het ook niet nodig is dat een Westerling boeddhist wordt.
De Boeddha heeft - zo blijkt uit teksten in de Pali Canon - zijn monniken gestimuleerd er op uit te trekken, zodra hun kennis van de Dhamma diep genoeg was. Niet alleen om een thuisloos zwervend bestaan te leiden. Maar vooral ook om - alleen of in groepsverband - de leer van de Boeddha te verspreiden.
En dat hebben ze gedaan, ook langs de Zijde Routes. Eerst vooral het 'vroege boeddhisme' (wat we nu Theravada noemen) en later vooral Mahayana.

Het is niet alleen naar China gebracht. Maar ook - en dat had ik me niet goed gerealiseerd - onderweg in de duizenden kilometers tussen (de centra van)India en China. Honderden tempels staan (of stonden: vernietigd of onder woestijnzand verdwenen) in steden op de Zijde Routes. Opgericht door monniken en gedoneerd door boeddhistische handelslui. Niet alleen voor zichzelf dus maar ook om de Leer (de Dhamma) te brengen; en met behoorlijk wat succes. Ze brachten tegelijk welvaart en boeddhisme.

Ook wel naar het Westen trouwens vanuit India gezien: naar Iran (Perzië) en verder; maar daar weet ik nog minder van.
'Boeddhisme' in de vorm van tempelvoorwerpen (beelden en zo) maar ook in de vorm van teksten op rollen, die pelgrims meestal wel bij zich hadden.

Hierop zijn twee reacties denkbaar :
* Boeddhisten zijn niet veel 'beter' dan Christenen of Moslims die hun religies

   verspreiden, niet alleen door kracht van argumenten; ook wel met wapens,
   geld en het inpalmen van lokale heersers.
* Maar ook: we hoeven - nu en hier - niet zo bescheiden te zijn, het is best

   toegestaan te proberen anderen van de waarde van het Boeddhisme te overtuigen.

======================================================================

Een paar websites over 'buddhist missonary ':

Buddhist Missionaries   door Ven. Dhammananda. Een beetje een brave tekst.

Tibetan Buddhism in France: A Missionary Religion?   door Lionel Obadia
Hieruit: " Concluding Remarks
The spread of Tibetan Buddhism is an important aspect of the global dissemination of Buddhist ideas, themes, and practices. It also contributes to the propagation of Buddhist institutions, which play key roles in the preservation of the Dharma and are the basis for the reproduction of the traditional model of religious transmission and for the structuring of religious life for both Asians and converts.
Is missionary expansion specific to Tibetan Buddhism in France? The above-mentioned phenomena and processes can be observed in other countries that have welcomed Buddhism. Therefore, the "missionary hypothesis" presents one interesting key to understanding the worldwide spread of Buddhism because it offers an explanation of diffusion processes beyond localized contexts.
However, the missionary hypothesis does not allow us to predict the future of Buddhism in the West. The scope of this article does not allow me to address the issue of transplantation and strategies of accommodation. Until now, it has been almost identical to the "processive modes" described by Baumann (1994). Despite the apparently deep rooting of Tibetan Buddhism in France, its progress and maintenance depend upon demographic factors, the tolerance of the host society, and the opportunity to become a "customary" religion for present and future followers.
"

Buddhist Missionaries in the Era of Globalization ; Editor: Linda Learman
De beschrijving (door de uitgever van dit boek) is voor mij behoorlijk overtuigend:
" This ... dispels the common notion that Buddhism is not a missionary religion by revealing Asian Buddhists as active agents in the propagation of their faith. It presents at the same time a new framework with which to study missionary activity in both Buddhist and other religious traditions. Included are case studies of Theravada, Chinese, and Tibetan Buddhist teachers and congregations, as well as the Pure Land, Shingon, Zen, and Soka Gakkai traditions of Japan.
Contributors examine both foreign and domestic missions and the activities of emigrant communities, showing the resources and strategies garnered by late-nineteenth- and twentieth-century Buddhists who worked to uphold and further their respective traditions, often under difficult circumstances. Based on anthropological fieldwork and historical research, the essays break new ground and provide better analytical tools for studying mission activity than previously available. They provide instructive comparisons with Anglo-American Protestant missionary thinking and offer insights into the internal dynamics of Sri Lankan and Japanese missions as they make their way in Protestant and Catholic societies. Also included are nuanced studies of two major missionary figures in late twentieth-century Chinese Buddhism and a fascinating look at the present Dalai Lama’s relationships with his devotees and the American government, viewed through an exposition of the abiding tradition within Tibetan Buddhism that combines mission activity with the political goals of exiled lamas.
"   Zie ook de Introduction door Learman.

Het hele boek geredigeerd door Linda Learman is te downloaden via http://scholarspace.manoa.hawaii.edu/bitstream/handle/10125/23072/%2336_Learman.pdf
In haar 'Introduction' citeert ze een uitspraak van de historische Boeddha uit de Pali Canon (ik heb de bron helaas niet kunnen vinden):
" Wander about on wanderings [caricam], monks. For the good of many folk, for the happiness of many folk, out of compassion for the world, for the good and happiness of gods and men, don't two of you go by one [road]. Preach the dharma, monks, which is lovely at the beginning, lovely in the middle, lovely at the end, in meaning and sound. Demonstrate the purified celibate life which is fully complete. There are beings with little dust in their eyes; they are falling away from the dharma for not hearing it. There will be people who understand, monks. "
Vervolgens vermeldt ze dat in de bekende (Mahayana) Lotus Sutra op tal van plekken de lezer ervan wordt aangemoedigd de inhoud van deze Lotus Sutra hardop naar anderen toe te reciteren, teneinde hen ook van de betekenis ervan te overtuigen.

Vervolgens gaat ze in op het thema evangeliserende versus niet-evangeliserende religies en concluseert dat het boeddhismne ten onrechte soms in de tweede categorie wordt geplaatst.
Ze onderscheidt drie vormen van missionerend werk: "domistic revivals, support for diaspora communities, and foreign conversions ". In de diverse hoofdstukken worden voorbeelden van alle drie de vormen in detail beschreven.
Haar conclusie: de vorm die het huidige globaliserende boeddhisme heeft aangenomen, is gestimuleerd door het globaliserende evangeliserende Christendom.


Ook in Nederland proberen boeddhistische organisaties anderen tot hun vorm van boeddhisme te brengen. Dit is moeilijk helder in kaart te krijgen omdat het meestal (Sokai Gakai is de uitzondering) verhuld wordt gedaan. En het ontkend wordt. Of veralgemeend wordt in de trant van: Je hoeft (als boeddhist) anderen niet ook tot het boeddhisme te brengen, je kan het ook eenvouddig voorleven.
Ik ben er nog niet uit wat het beste is; ik kan wel zeggen 'niet zo bescheiden', maar ik heb ook niet de behoefte anderen (bv familieleden) tot het boeddhisme te brengen.


donderdag 1 mei 2014

Boeddhistische zending ook langs de Zijderoutes

Tot 5 september kunnen we nog naar de tentoonstelling 'Expeditie Zijderoute '.
In de Hermitage, aan de Amstel in Amsterdam, een soort dependance van het gigantisch grote museum De Hermitage in St.-Peterburg (Rusland)

Hierover schreef ik in een blog van januari jl.; toen wilde ik er heen; en nu ben ik er geweest.
Zie voor meer informatie ook pagina's van de website van de Hermitage:
Introductie ; Inleiding ; Achtergrondverhaal ; Opgravingssites .

Ik ga niet proberen te tentoonstelling te bespreken of een inleiding te geven over de Zijderoute, algemeen of specifiek ten aanzien van het boeddhisme.
Daarvoor is er literatuur genoeg. Bijvoorbeeld, naast een uitgebreid Wikipedia artikel :
* 'Religions of the Silk Road: Premodern Patterns of Globalization ' door Richard Foltz;
* 'Early Buddhist Transmission and Trade Networks: Mobility and Exchange
   within and beyond the Northwestern Borderlands of South Asia' door Jason Neelis.

En - niet specifiek over religies - een essay c.q. een boek met dezelfde titel maar het zijn verschillende teksten, van twee verschillende schrijvers:
* 'The Silk Road in World History; A Review Essay ' door Alfred Andrea hier te downloaden ;
   Andrea benadrukt dat we van de meervoudsvorm Zijderoutes moeten spreken.
* 'The Silk Road in World History ' door Xinru Liu   Dit boek is overwegend vanuit
    Chinees perspectief geschreven !    Titel van het eerste hoofdstuk: 'China Looks West '.

Eén (subjectieve) opmerking over de tentoonstelling op zich.
Omdat ik er met opzet meteen bij de opening om 10 uur, had ik niet zo'n last van de drukte. Zo'n anderhalf uur lang heb ik met veel plezier en genoegen rondgelopen.
Toch was ik op een bepaalde manier teleurgesteld.
De opzet van de makers van de tentoonstelling was (is mijn indruk) niet om de best mogelijke informatieve tentoonstelling over de Zijderoutes te presenteren.
Maar om zo goed mogelijk de voorwerpen die de Hermitage in bezit heeft, ten toon te stellen. Andere voorwerpen of afbeeldingen, teksten of video's waren er niet. Het was zogezegd nogal Hermitage-gecentreerd, gebaseerd op Russische expedities uit het begin van de 20e eeuw.

Toch heb ik er wel iets interessants geleerd; liever gezegd: ben ik me van iets bewust geworden dat ik eigenlijk al een beetje wist.
Het feit namelijk dat vanaf het begin, vòòr onze jaartelling en ook bij de opkomst van de Zijderoutes na het begin van onze jaartelling het boeddhisme zéér missionerend is geweest.

Daarover plaats ik over een paar dagen een aparte blogtekst.
Eerst nog nog meer erover lezen. En nadenken over waarom ik denk (dacht) dat boeddhisten geen zending bedrijven, niet zouden proberen anderen te 'bekeren'.

zaterdag 19 april 2014

Ook naar het 8 mei symposium over leerling en leraar Zen, leraarschap en boeddhisme; en een artikel over geloof, identiteit, macht : allemaal lastige combinaties

BoeddhaMagazine (Asoka/Milinda) heeft een symposium georganiseerd over
de 'verhouding leraar - leerling' . Met name over die verhouding binnen de Zen-traditie.
Het vindt plaats op donderdag 8 mei van 17.00 tot 20.00 uur in De Roos te Amsterdam.

Inleidingen:
* 'Transmissie en transcendentie. Bespiegelingen over inwijding, leraar en leerling'
  door Nico Tydeman (dit is ook de titel van het boek dat aanleiding is voor dit symposium)
* 'Leraar en leiderschap' door Brigitte van Baren
* 'Hoe belangrijk is de rol van een leraar?' door André van der Braak
* 'Mijn ervaring met een guru' door Lisette Thooft
Annemiek Schrijvers is gespreksleider.
Ik mag ook - laat toegevoegd - het woord voeren. Over wat ik hieronder in deze blog schrijf.
En over wat de Boeddha zelf heeft gezegd over de leraar (niet helemaal Zen).
Maar ook over de schaduwkanten van de leerling-leraar-verhouding: het latente gevaar van de afhankelijkheid van de leraar die manifest kan worden; en ook wel ìs geworden.
Zie verder het programma  in 'BoeddhaMagazine'.

Toen organisator Nina Nannini (van uitgever Milinda) het thema van dit symposium aan de orde stelde in een discussiegroep van LinkedIn, heb ik daar hartstochtelijk aan meegedaan.
Zo vrolijk dat Nina en ik het eens werden over de suggestie dat ik op dit symposium ook een inleiding ga geven, gelardeerd met kritische vragen. Als aanvulling op de bestaande agenda dus.
Werktitel: traject, tranen en transcendentie ; verwijzend naar het doel van het boek van Nico, naar het (Achtvoudige) Pad dat de leerling gaat, en naar de gevaren van die verhouding.

Ik schreef: "Als ik op 8 mei het woord zal mogen voeren ... zal ik het vanuit algemeen boeddhistisch kader doen. Ik ga er daarbij van uit dat Zen zichzelf als 'boeddhisme' beschouwt, anders houdt het op.
En ik zal het niet alleen over de noodzaak van de leraar (voor de beginneling) hebben maar ook over de schaduwkanten.
M'n centrale vraag zal zijn: hoe DIEP moe de relatie leraar-leerling, en de relatie leerling-leraar (want er is geen symmetrie) eigenlijk zijn? Misschien is niet zo diep en niet zo lang wel zo effectief.
"
Vragen heb ik ook aan de andere inleiders. Omdat ik de laatste ben, stel ik ze hier al.

Vragen aan Nico Tydeman:
* Je noemt je guru en kalyana mitta (spirituele vriend) en mystagoog;
  maar waarom niet ook 'pandit' (vgl Wilber): iemand die informatie
  over de dharma overdraagt en instructies geeft?
* Als ik leerlingen van je hoor die je nadrukkelijk bewonderen, ja zelfs verheerlijken,
  dan denk ik: dat is ook niet leuk voor Nico. Want dit soort bewondering
  streelt het ego en bemoeilijkt dus je bevrijding. Vraag: deel je die zorg?
  Wanneer gaat het heilzame bewonderen over in het onheilzame vereren?

Een vraag over leraar en leiderschap voor Brigitte van Baren:
* Is het, naast nadenken over leiderschap, niet minstens zo interessant ons te verdiepen
  in (spiritueel) volgelingschap? Bijvoorbeeld: hoe kiest een volgeling zijn of haar leider?
  Of hoort 'leiderschap' juist bij de leerling en niet primair bij de leraar?

* Een vraag voor de wetenschapper, en dat is André van der Braak (naast boeddhist,
  hoewel geen sociaal wetenschapper):
  Er is de theorie (in bv Zen maar nog heftiger in vajrayana met hun guru-devotie) dat een
  diepe intensieve relatie leraar-leerling noodzakelijk is; en er is mijn theorie die ik beetje
  Theravada-achtig noem van minder diep, minder persoonlijk, uitwisselbaar.
  Er zou onderzoek gedaan kunnen worden op gedragswetenschappelijke manier
  welk van de twee methoden het beste werkt, bv het hoogste percentage
  bodhisattva/arhats of grote verlichtingservaringen oplevert; bijvoorbeeld na
  één, na twee en na drie jaar. Kan dat? Minstens als gedachtenexperiment?

En een vraag voor Lisette Thooft, hoewel ik haar inleiding niet goed kan voorspellen:
* Stel dat je in contact met je guru het gevoel krijgt: dit is niet goed, hier is iets niet pluis; wat dan?
  Waarschuw je bijvoorbeeld dan ook andere leerlingen?

==================================================================

Na het symposium zal ik mijn inleiding en mogelijk ook delen van andere bijdragen en van de discussie in deze blog zetten
Nu wil ik ingaan op wat ik een soort voorwaarde noemde: "Ik ga er daarbij van uit dat Zen zichzelf als 'boeddhisme' beschouwt, anders houdt het op." Daarmee bedoelde ik: als een beoefenaar van Zen duidelijk stelt dat Zen geen boeddhisme is, dan is een discussie vanuit boeddhistische principes (en zo'n type discussie wens ik te voeren) over een Zen-aspect niet mogelijk.

Er heeft zich een mooie aanleiding aangediend, hierover verder te contempleren; en een wat typische.
Eerst die laatste: de Zen-leraar Brad Warner spreekt over 'That dirty word "Buddhism"'. Zie zijn artikel met die titel in Hardcorezen ; maar ik begrijp hem in het algemeen niet zo goed.
Wie wel? De Zen-leraar (en nog veel meer) Edel Maex heeft op zijn website een artikel geschreven onder de titel 'Geloof, identiteit, macht '; daar staan een aantal punten in waar ik het zeer mee eens ben, maar ook een aantal punten waar ik het zeer oneens ben. Over die laatste punten wil het vooral hebben.
Zie Leven in de Maalstroom door Edel Maex .
En voor divers commentaar (vooral uit Zen-kringen): BoeddhistischDagblad van 8 april e.v.
Hieronder passages uit deze tekst van Edel, met (in ander lettertype) commentaar van mij.

==================================================================

Geloof, identiteit, macht    door    Edel Maex

In onze zengroep kwam de vraag op: ‘zijn wij nu boeddhisten?’ Ik merkte bij de aanwezigen bijzonder weinig animo om daar met ja op te antwoorden, ook bij mezelf niet. Iemand merkte een beetje schamper op: ‘Ik wil liever geen boeddhist zijn want dan moet ik in reïncarnatie gaan geloven’.
  Deze mensen hebben kennelijk nooit iets gelezen van Stephen Batchelor,
  bv diens 'Boeddhsime zonder geloof'.

De vraag was: ‘Willen wij het etiket boeddhist op onszelf plakken?’ Er was een gedeeld aanvoelen dat de identiteit boeddhist ons niet lekker zat.
...
Ik wil hier drie woorden bespreken die wat mij betreft niets (meer) met religie te maken hebben: geloof, identiteit en macht
.

  Het tussen haakjes zetten van 'geloof' vind ik nogal afgezaagd; zie m'n
  opmerking hierboven over Batchelor en het herhaaldelijk door Westerse
  boeddhisten verwijzen naar de Kalama-Sutta.

Geloof wordt ook heel snel tot een identiteit. ‘Ik ben boeddhist, christen, moslim, atheïst …. ’ (vul in voor jezelf). Vragen naar iemands geloof is vragen naar iemands identiteit.
… ook voor de westerse visie op religie. Daarom spraken we over een strijd tussen protestanten en katholieken in Noord-Ierland en spreken we nu in Birma over een conflict tussen boeddhisten en moslims terwijl het in beide gevallen gaat over conflicten tussen bevolkingsgroepen.
...
Op reis in Azië is het mij altijd opgevallen dat mensen daar, wanneer het over religie gaat, veel minder in identiteiten denken. ... Je kunt dit ‘een goed mens willen zijn’ als je wil ook een identiteit noemen. Maar het is dan wel een identiteit die mensen over alle verschillen en grenzen heen verbindt terwijl geloof als identiteit al onnoemelijk veel onheil veroorzaakt heeft. Waarom zouden we ons dan boeddhist moeten noemen? Waarom een kloof veroorzaken die haaks staat op onze praktijk?

  Hier vliegt Edel Maex uit de bocht. Hij verwijst naar het streven naar
  'verdiensten verwerven' van veel Aziatische boeddhisten, en dat is niet
  alleen altruïstisch bedoeld door deze mensen (ze willen bv een betere wedergeboorte).
  Maar belangrijker is nog de onduidelijkheid die hij aan het begrip 'identiteit ' hecht.
  Kan een mens zonder identiteit? Nee, zegt Edel in feite, allerlei identiteiten zijn goed,
  maar die van 'boeddhist' niet, want dat is een religieuze identiteit en die veroorzaakt
  (burger)oorlog. Merkwaardig, is 'Zen-beoefenaar' dan zelf ook niet een identiteit?

Religie is nauw verweven met macht. Logisch als je van alles moet geloven en aan een identiteit moet beantwoorden. Die macht wordt waargenomen door instituten, priesters en leraren die zich beroepen op een hogere autoriteit. ‘De Boeddha, Christus, de Bijbel, Darwin zegt …’ (vul alweer in voor jezelf). Maar stel je voor dat iemand Einstein zou verguizen omdat hij Newton tegenspreekt. Een verworvenheid van de wetenschap is dat iedereen kan tegengesproken worden. Het is hoog tijd dat ook religie zich emancipeert.
  Darwin hoort niet in zijn rijtje: we spreken van (toetsbare) evolutietheorie, niet van evolutieleer
  Maar wat bedoelt Edel toch met 'Het is hoog tijd dat ook religie zich emancipeert ' ?
  Alleen (groepen) mensen kunnen zich emanciperen, abstracties als 'religie' niet.
  Bedoelt hij dan dat boeddhisten zich moeten emanciperen?

In zen wordt deze macht overgedragen van leraar op leraar. Bogend op een naadloze transmissie van hart tot hart die teruggaat tot de Boeddha noemt een zenleraar zich ‘iemand die leven-in-grondeloosheid belichaamt en van daaruit de blinde vlekken bij de leerling weet aan te wijzen’. De leraar erft de autoriteit van de Boeddha. (Een autoriteit die de oorspronkelijke Boeddha zichzelf niet eens toeschreef en dat expliciet ook niet wilde van zijn monniken.)
Niet verwonderlijk dat er in zen ongelofelijk krampachtig gedaan wordt over transmissie. Het is het meest begeerde bereiken. Al eeuwenlang leidt dit tot afgunst, lastercampagnes, bedrog, discussies over authenticiteit
.

  Kijk, hier kan ik het van harte mee eens zijn,
  dat ga ik 8 mei ook de Nederlandse Zennies voorleggen.

Zijn er dan geen leraren? En kunnen die leraren niet tot een bepaald traditie behoren? Natuurlijk wel, maar niets daarvan hoeft op macht gestoeld te zijn.
  Dit vind ik ongelofelijk naïef. Er spelen altijd in meerdere of mindere mate
  machtsprocessen in sangha's. Behalve in een sangha met louter arhats of
  volledige bodhisattva's, maar daar zijn er niet zo veel van in Nederland.

Kan de religie zich in de 21ste eeuw eindelijk emanciperen en de moderniteit binnentreden?
Als geloof, identiteit en macht in wezen niets met religie te maken hebben hoe zijn ze er dan zo mee verstrengeld geraakt? Religie speelt zich altijd af binnen een gemeenschap, binnen een cultuur. Geloof, identiteit en macht zijn geen kenmerken van religie maar van de gemeenschap waarbinnen ze beoefend werd. Ze maken als het ware deel uit van de interface tussen de cultuur en religie. Maar het is een interface die niet langer werkt.

  Geloof, identiteit en macht hebben, waar en wanneer dan ook, met religie te
  maken, of we dat leuk vinden of niet. Een religie construeren waarin dit niet
  het geval is, is onmogelijk.
  Stel dat Edel gelijk heeft en dat de interface tussen cultuur (hij bedoelt iets als de
  sociaal-economische werkelijkheid, het dagelijks leven) en religie niet langer
  werkt; moet er dan niet een nieuwe interface komen?
  Het lijkt me van wel, maar hoe dan? 'Andere woorden en vormen ', zegt Edel.
  Maar nogmaals: hoe bouw je met woorden en vormen een interface?

We hebben het een voor een onderuit gehaald, het moeten, de identiteit van boeddhist, de notie van geloven. Blijft er dan nog iets over? Wat overblijft is een open geest en een open hart en een onafdwingbaar en onweerlegbaar vertrouwen.
  't Is mij te lief. Eén vraag slechts: vertrouwen waar in?
  Toch niet in de goedheid van de mens, mag ik hopen?
  Mag ik een suggestie doen waarin mogelijk wel: vertrouwen in de
  correctheid van de drie karakteristieken (anicca, dukkha, anatta)
  en de vier edele waarheden?

==================================================================

Aan 'de leraar' heb ik al veel blogteksten gewijd, een aantal er van zal ik 8 mei hergebruiken, bijvoorbeeld mijn voorstel tot een verplichte 'Verklaring Omtrent het Gedrag' voor leraren.

http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/05/je-leraar-teleurstellen.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/05/heilzame-en-onheilzame-structuren-van.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/08/wat-doen-we-met-de-leraar.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/09/boeddhistisch-leiderschap-en.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/11/een-verklaring-omtrent-het-gedrag-voor.html
http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/12/een-aantal-reacties-in-het.html  daarvan paragraaf A

==================================================================

Als uitsmijter een citaat uit een (vertaald, uit Tricycle afkomstig) interview met Mu Soeng:
"Maar in de VS lijkt het wel of iedereen zo snel mogelijk leraar wil worden. Vervolgens begint de strijd om de student - centra, boeken, mediabereik – en dit gaat ten koste van de zuiverheid van de motivatie. Vroeger werd je monnik en bleef je vijftig jaar monnik zonder te talen naar leraarschap. Van de 10.000 monniken werd er misschien één leraar. Tegenwoordig wordt één op de tien studenten leraar. "
Bron: Seizoensblad SVB .   'Niet talen ': dat spreekt me wel aan.



woensdag 16 april 2014

De Ananda Passion

In deze week voor Pasen worden we doodgegooid met Passionen. Vooral natuurlijk de Matthäus. Nu ben ik een Bach-liefhebber en ook deze muziek is prima om aan te horen, hoewel wat lang. Maar al die bekende Nederlanders die naar DE uitvoering gaan (in Naarden), al die opzichtige vroomheid gedurende één week wordt me wat te veel.
En dan heb ik nog niet over het hele erge gebeuren: het TV-spektakel THE PASSION, dit jaar in Groningen; EO-topper .
Vandaar dat ik me afvraag: hebben boeddhisten ook een 'Passion'. Natuurlijk hebben ze (hebben we) een passie (hartstocht) en ook lijden (die andere betekenis van 'passie') hebben we.
Maar er is ook het verhaal van het sterven van de Boeddha. Opgetekend (volgens de overlevering) door zijn trouwe leerling Ananda in de Parinibbana Sutta van de Pali Canon.

Daarom in deze Lijdensweek de Ananda Passion: citaten uit de 16e sutta van de Digha Nikaya.
Het is een lange sutta, op mij maakt hij vaak de indruk dat een heleboel korte teksten aan elkaar zijn geplakt. Ik beperk me tot de aangekondigde dood en het sterven van de Boeddha.
Het is een beperkte selectie; de hele sutta kan beter in z'n geheel worden gelezen.
Opvallend (en die heb ik uitgebreid geciteerd) is de rol van Mara ; een soort godheid van het kwaad maar zich minstens voordoend als vriend van de Boeddha (en eigenlijk ook wel echt een vriend, vind ik, met Stephen Batchelor).
Daarnaast is er de smart van Ananda, die grote moeite had met het afscheid nemen; heel menselijk (maar hij werd, volgens de overlevering, later nog wel 'verlicht').

Eigenlijk is het een gewone, natuurlijke dood: Siddartha Gautanma, de historische Boeddha, was oud geworden (een jaar of 85) en ziek, z'n lichaam deed het steeds minder. En hield er op een dag mee op.
Bron: Het grote heengaan - Maha Parinibbana Sutta


" De zeer ernstige ziekte van de Gezegende

2.22. Daar sprak de Gezegende tot de monniken: "Ga nu, monniken, en zoek ergens in de omgeving van Vesali een onderkomen bij vrienden, kennissen of donateurs, en breng daar het regenseizoen door. Ikzelf zal het regenseizoen hier in Beluva doorbrengen." -- "Goed, Heer", antwoordden de monniken, en zij deden wat hen gezegd was. De Heer bracht het regenseizoen door in Beluva.

2.23. En gedurende het regenseizoen werd de Heer overvallen door een verschrikkelijke ziekte. Er ontstond een snerpende en zeer ernstige pijn in hem alsof hij eraan zou gaan sterven. Maar de Gezegende verdroeg dit allemaal indachtig, met helder begrip en zonder klagen. En hij dacht: "Het zou niet juist zijn als ik tot mijn uiteindelijke heengaan overga zonder mijn volgelingen toegesproken te hebben en afscheid van de gemeenschap van monniken te hebben genomen. Ik zal deze ziekte door de kracht van de wil onderdrukken en mij toeleggen op de wil om verder te leven." En zo gebeurde het dat de ziekte van de Gezegende afnam.

2.24. En de Gezegende herstelde van zijn ziekte. Zodra hij zich wat beter voelde, ging hij naar buiten en ging hij op een zetel zitten die voor hem, in de schaduw aan de voorkant van zijn verblijf, in gereedheid was gebracht. Toen kwam de Eerwaarde Ananda naar hem toe, begroette hem, ging aan een zijde zitten en zei: "Heer, ik heb gezien dat het goed gaat met de Heer! Ik heb gezien hoe de Heer dit alles geduldig verdroeg! En, Heer, mijn lichaam was als dat van een dronkaard. Ik verloor de controle over mezelf en alles om mij heen werd wazig vanwege de ziekte van de Gezegende! De enige gedachte die mij troostte was: 'De Heer zal niet het uiteindelijke Nibbana verwerven voordat hij enige laatste instructies aan de gemeenschap van monniken heeft gegeven.'"

2.25. "Maar, Ananda, wat verwacht de gemeenschap van monniken van mij nog meer? Ik heb de Dhamma onderwezen, Ananda, zonder enig onderscheid te maken tussen ingewijden en niet ingewijden; met betrekking tot de Leer, Ananda, heeft de Tathagata niet zoiets als een gesloten vuist van een leraar die iets achter houdt. Als er iemand is die denkt: 'Ik zal de gemeenschap van monniken leiden' of 'de gemeenschap van monniken is van mij afhankelijk', laat hem de gemeenschap van monniken dan enige instructies geven. Maar, Ananda, de Tathagata heeft niet het idee dat hij het is die de gemeenschap van monniken leidt of dat de gemeenschap van monniken van hem afhankelijk is. Welke instructie zou hij dan aan de gemeenschap van monniken nog moeten geven?"

"Ik ben nu zwak, Ananda, oud en versleten. Ik ben tachtig jaren oud, mijn leven zit erop. Net zoals een oude kar, Ananda, die met de grootst mogelijke moeite met riemen bij elkaar gehouden wordt, zo wordt ook het lichaam van de Tathagata in beweging gehouden. Het is alleen dan, Ananda, wanneer de Tathagata zijn aandacht terugtrekt van externe dingen en met de opheffing van bepaalde gevoelens -- wanneer hij in de tot eenheid geconcentreerde toestand van de geest verkeert[14] -- dat zijn lichaam nog enig comfort kent."

2.26. "Wees daarom, Ananda, als een eiland voor jullie zelf, een toevlucht voor jullie zelf, zoek geen externe toevlucht. Met de Dhamma als jullie eiland, met de Dhamma als jullie toevlucht, zoek geen andere toevlucht. En hoe, Ananda, is een monnik een eiland voor zichzelf, een toevlucht voor zichzelf, zoekt hij geen externe toevlucht? Hoe, zoekt hij, met de Dhamma als zijn eiland, met de Dhamma als zijn toevlucht, geen andere toevlucht? Hier (in deze leer), Ananda, beschouwt een monnik het lichaam als het lichaam, ijverig, volledig gewaar en indachtig, doet hij af met begeerte en verdriet met betrekking tot de wereld. En zo ook wanneer hij gevoelens als gevoelens beschouwt, de geest als de geest beschouwt, mentale objecten als mentale objecten beschouwt, ijverig, volledig gewaar en indachtig, en doet hij af met begeerte en verdriet met betrekking tot de wereld. Dat, Ananda, is hoe een monnik een eiland voor zichzelf is, een toevlucht voor zichzelf is, en hoe hij geen externe toevlucht zoekt; dat is hoe hij de Dhamma als zijn eiland heeft, hoe hij de Dhamma als zijn toevlucht heeft, en hoe hij geen externe toevlucht zoekt."

"En zij, Ananda, die nu leven of zij die leven wanneer ik ben heengegaan, als zij als een eiland voor zichzelf zijn, als zij een toevlucht voor zichzelf zijn, en geen andere toevlucht zoeken; diegenen die de Dhamma als hun eiland en toevlucht hebben en geen andere toevlucht zoeken; zij zijn het die het hoogste[15] zullen bereiken indien zij verlangend zijn om te leren."

Sectie 3: Het afstand doen van de wil om langer te leven
...
De smeekbede van Mara


3.7. En al gauw nadat Ananda vertrokken was, kwam Mara de Kwade naar de Heer, ging aan zijn zijde staan en zei: "Heer, laat de Gezegende nu overgaan tot het uiteindelijke heengaan! De tijd voor het uiteindelijke heengaan van de Tathagata is gekomen! Nu is het de tijd voor het uiteindelijke heengaan van de Gezegende! Want de Gezegende heeft dit gezegd: 'Kwade, ik zal niet overgaan tot het uiteindelijke heengaan totdat mijn monniken en nonnen, lekenmannen en lekenvrouwen, ware discipelen zijn geworden -- wijs, goed gedisciplineerd, vaardig en geleerd, kenners van de Dhamma, die in overeenstemming met de Dhamma leven, volgens een passend gedrag leven; en nadat zij de woorden van hun Meester geleerd hebben, in staat zijn deze te verkondigen, in detail uit te leggen en te verduidelijken; totdat zij in staat zijn verkeerde leerstellingen die zijn ontstaan, met het licht van de Dhamma te verwerpen en deze overtuigende en bevrijdende Dhamma te onderwijzen.'"

3.8. "En nu, Heer, zijn monniken en nonnen, lekenmannen en lekenvrouwen ware discipelen van de Gezegende geworden -- wijs, goed gedisciplineerd, vaardig en geleerd, kenners van de Dhamma, die in overeenstemming met de Dhamma leven, volgens een passend gedrag leven; en nadat zij de woorden van hun Meester geleerd hebben, in staat zijn deze te verkondigen, in detail uit te leggen en te verduidelijken; totdat zij in staat zijn verkeerde leerstellingen die zijn ontstaan, met het licht van de Dhamma te verwerpen en deze overtuigende en bevrijdende Dhamma te onderwijzen. Laat de Gezegende nu overgaan tot het uiteindelijke heengaan! De tijd voor het uiteindelijke heengaan van de Tathagata is gekomen! Nu is het de tijd voor het uiteindelijke heengaan van de Gezegende! En de Gezegende heeft ook gezegd: 'Kwade, ik zal niet overgaan tot het uiteindelijke heengaan, totdat dit heilige leven dat door mij onderwezen is, gezegevierd heeft, bloeiend is, wijd en zijd goed bekend is geworden en onder goden en mensen goed verkondigd is.' En dit is allemaal op deze wijze uitgekomen. Dus, Heer, laat de Gezegende nu overgaan tot het uiteindelijke heengaan! De tijd voor het uiteindelijke heengaan van de Tathagata is gekomen! Nu is het de tijd voor het uiteindelijke heengaan van de Gezegende!"

De Gezegende geeft zijn wil om verder te leven op

3.9. Hierop sprak de Heer tot Mara, de Kwade: "Maak je niet druk, Kwade. Het uiteindelijke heengaan van de Tathagata zal niet lang meer uitblijven. Over drie maanden zal de Tathagata overgaan tot zijn uiteindelijke heengaan."
...

Mara's voormalige verzoek

3.34. "Eens, Ananda, verbleef ik te Uruvela, op de bank van de rivier de Nerañjara, aan de voet van de geitherders boom, kort na mijn verheven verlichting. En Mara, de Kwade, benaderde mij en zei: 'Heer, laat de Gezegende nu overgaan tot het uiteindelijke heengaan! De tijd voor het uiteindelijke heengaan van de Tathagata is gekomen! Nu is het de tijd voor het uiteindelijke heengaan van de Gezegende!'"

3.35. "Toen, Ananda, antwoordde ik Mara, de Kwade, met de woorden: 'Kwade, ik zal niet overgaan tot het uiteindelijke heengaan totdat mijn monniken en nonnen, lekenmannen en lekenvrouwen, ware discipelen zijn geworden -- wijs, goed gedisciplineerd, vaardig en geleerd, kenners van de Dhamma, die in overeenstemming met de Dhamma leven en volgens een passend gedrag leven; en nadat zij de woorden van hun Meester geleerd hebben, in staat zijn deze te verkondigen, in detail uit te leggen en te verduidelijken; totdat zij in staat zijn verkeerde leerstellingen die zijn ontstaan, met het licht van de Dhamma te verwerpen en deze overtuigende en bevrijdende Dhamma te onderwijzen. Kwade, ik zal niet overgaan tot het uiteindelijke heengaan, totdat dit heilige leven dat door mij onderwezen is, gezegevierd heeft, bloeiend is, wijd en zijd goed bekend is en onder goden en mensen goed verkondigd is.'"

3.36. "En vandaag, Ananda, benaderde Mara mij wederom bij de Capala plaats, ging aan mijn zijde staan en zei: 'Heer, laat de Gezegende nu overgaan (...). Want de Gezegende heeft dit gezegd: 'Kwade, ik zal niet overgaan tot het uiteindelijke heengaan totdat mijn monniken en nonnen (...). En nu, Heer, zijn monniken en nonnen, lekenmannen en lekenvrouwen ware discipelen van de Gezegende geworden -- wijs, goed gedisciplineerd (...)[29].'"

3.37. "En toen, Ananda, antwoordde ik Mara de Kwade, met de woorden: 'Maak je niet druk, Kwade. Het uiteindelijke heengaan van de Tathagata zal niet lang meer uitblijven. Over drie maanden zal de Tathagata overgaan tot zijn uiteindelijke heengaan.' En op deze wijze, Ananda, heeft de Tathagata bij de Capala plaats, indachtig en volledig gewaar, zijn wil om verder te leven, opgegeven."

De smeekbede van Ananda

3.38. Hierop zei de Eerwaarde Ananda: "Heer, laat de Gezegende een eeuw blijven! Laat de Gelukkige tot het einde van een eeuw blijven Heer, voor het welzijn en het geluk van de mensheid, uit mededogen voor de wereld, voor het voordeel, het welzijn en geluk van goden en mensen!"

"Genoeg, Ananda! Smeek de Tathagata niet! Want de tijd, Ananda, voor deze smeekbede is voorbij!"
...
Maar jij, Ananda, was niet in staat om deze duidelijke suggestie, dit duidelijke gebaar te begrijpen dat jou door de Gezegende werd aangereikt en je smeekte de Tathagata niet om langer te blijven. Als je dat wel gedaan zou hebben, Ananda, zou de Tathagata je smeekbede de tweede keer geweigerd hebben, maar de derde keer zou hij ingestemd hebben. Daarom, Ananda, ligt de fout bij jou. Hierin heb je gefaald."

3.48. "Ananda, heb ik niet reeds vanaf het allereerste begin verteld, dat alles wat ons dierbaar en lief is aan verandering onderhevig is, dat wij hiervan moeten scheiden en dat deze dingen veranderen? Van datgene wat geboren is, geworden is, samengesteld is, onderhevig aan verval is, hoe kan iemand, Ananda, daarvan zeggen: 'Dat dit niet tot ontbinding zal komen!' Zulk een toestand van dingen kan niet bestaan! En van datgene, Ananda, dat de Tathagata verzaakt heeft, dat hij in de steek gelaten heeft, dat hij opgegeven en uitgeworpen heeft -- waarmee hij zijn wil om verder te leven opgegeven heeft -- is het woord van de Tathagata voor eens en voor altijd gesproken: 'Het uiteindelijke heengaan van de Tathagata zal niet lang meer uitblijven. Over drie maanden zal de Tathagata overgaan tot zijn uiteindelijke heengaan.' En dat de Tathagata zulk een verklaring terug zou nemen voor de wil om verder te leven, is niet mogelijk."
...

6.7. Toen sprak de Heer tot de monniken: "Welnu, monniken, ik spoor jullie aan: alle samengestelde dingen hebben de aard van vergaan in zich! Bewerkstellig vastbesloten door indachtigheid jullie eigen bevrijding[50]!"

Dit waren de laatste woorden van de Tathagata.

Hoe de Gezegende heenging

6.8. Toen ging de Gezegende de eerste jhana binnen. En na deze verlaten te hebben, ging hij de tweede jhana binnen, de derde, en vervolgens de vierde. Toen, na het verlaten van de vierde jhana, ging hij de sfeer van de oneindige ruimte binnen, vanuit daar de sfeer van het oneindig bewustzijn, van daaruit de sfeer van niets-heid, van daaruit de sfeer van noch waarnemen noch niet waarnemen. Toen hij deze sfeer verlaten had, bereikte hij de staat van de opheffing van voelen en waarnemen.

Toen zei de Eerwaarde Ananda tegen de Eerwaarde Anuruddha: "Eerwaarde Anuruddha, de Heer is heengegaan." -- "Nee, vriend Ananda, de Heer is niet heengegaan. Hij heeft de staat van de opheffing van voelen en waarnemen bereikt[51]."

Toen, nadat hij de staat van de opheffing van voelen en waarnemen verlaten had, ging hij de sfeer van waarnemen noch niet waarnemen binnen, van daaruit de sfeer van niets-heid, vanuit daar de sfeer van oneindig bewustzijn en vanuit daar de sfeer van oneindige ruimte. Vanuit de sfeer van oneindige ruimte ging hij de vierde jhana binnen, de derde, de tweede en vervolgens de eerste. Vanuit de eerste jhana ging hij de tweede jhana binnen, de derde, de vierde. Nadat hij de vierde jhana verlaten had, verdween hij totaal.

De echo van de wereld

6.10. Toen de Gezegende was heengegaan, ontstond er een krachtige aardbeving, beangstigend en welke gepaard ging met donderslagen die door de lucht rolden.

...
"

woensdag 5 februari 2014

Kunnen boeddhisten eigenlijk met elkaar praten? Over (vormen en doel van) mediteren bijvoorbeeld; of elkaar begrijpen over Verlichting of BoeddhaNatuur?

De encyclopedie Wikipedia stelt: “Diercommunicatie ... wordt ook wel ten onrechte dierentaal genoemd, want de onderzoekers zijn het er over eens dat communicatie tussen dieren zelfs bij de meest intelligente dieren niet zo complex en expressief is als menselijke taal."
Bron: Wikipedia
Dat kan zo zijn maar ook over de mogelijkheid van mensen om elkaar te kunnen communiceren, heb ik soms mijn twijfels. Met name over het met elkaar communiceren door boeddhisten denk ik soms: dat kunnen we niet.
En dan heb ik het nog niet eens over het elkaar eventueel overtuigen.

Na jaren van meediscussiëren, life en in allerlei boeddhistische discussieforums (Engels en Nederlands) blijf ik het nog steeds lastig en soms zelfs onmogelijk vinden: van gedachten wisselen met andere boeddhisten, met name hen uit andere tradities.
'Mijn' traditie is daarbij een mengvorm van Theravada en atheïsme; en met mensen die globaal ook (één van) deze opvattingen hebben, heb ik geen problemen, qua van gedachten wisselen dan. Ik kan hun redeneringen volgen en concluderen waarin ik het met hen eens ben en waarin niet; ik kan hen vragen stellen en van hen leren.
Datzelfde geldt Christenen (in ieder geval Protestanten), waar het percentage 'oneens' groter is en er ook al een percentage 'ik begrijp je niet' bestaat.

Blijven over mijn problemen met Mahayana-tradities, de levende (pogingen tot gesprekken met personen) en de dode (pogingen oude teksten te begrijpen)
Het Tibetaans boeddhisme is daarvan te veelvormig en complex om veel met stelligheid te zeggen. Mijn indruk is: ik zou er wel veel meer dan nu van kunnen begrijpen als ik me er echt in ga verdiepen, maar die uitdaging heb ik niet.

Van wat ik er wel van begrijp is er een belangrijk aspect dat me niet bevalt en waar ik nooit een (voor mij) bevredigend gesprek met een Tibetaans boeddhist heb kunnen voeren. Namelijk dat er een hiërarchie van leerwegen (vaak yana's genoemd) wordt onderscheiden waarvan het vroege boeddhisme (door velen geïdentificeerd met Theravada) de simpelste is, voor beginners; en hun eigen leer (de term die ik vaak tegenkom, is vajrayana de hoogste.
(Ik heb in het algemeen ernstige twijfel bij het informatieve gehalte van theorieën die hiërarchisch van aard zijn en waarin de aanhanger van die theorie – quasi toevallig – zichzelf bovenaan die hiërarchie heeft gezet; zoals de theorie dat 'de mens' bovenaan de schepping zou staan; dat hoor je een paard nooit zeggen).
Het onvermogen (in ieder geval van mijn kant) daarover een zinnig gesprek te voeren, is het onvermogen tot een gemeenschappelijke taal te komen. Immers zowel de ander als ik menen een taal met bijbehorende argumentatiestijl te hebben, waarin alle aspecten van de vermeende tegenstelling aan de orde kunnen komen.

Datzelfde geldt ook wel voor vormen van OostAziatisch boeddhisme waarin de Lotus Sutra centraal staat. Op die tekst en de aanhangers ervan ga ik nu niet in; vooral omdat ik eenvoudigweg geen affiniteit met deze traditie heb.

Een aparte traditie (het wordt ook wel 'Zen' genoemd maar dat vind ik alleen maar de verwarring verhogend) is die van degenen die op de manier van Thich Nhat Hanh beoefenen. In Nederland gebeurt dat in de sangha's (zo noemen de lokale groepen zichzelf) van leken van Leven in Aandacht .
De uitdaging voor mij in de omgang met deze beoefenaren is dat het bijna niet om de uitwisseling van opvattingen kan gaan, maar van gevoelens. Van in de groep 'gedeelde gevoelens' .
Nu heeft Thich Nhat Hanh heel veel geschreven, d.w.z. veel van zijn talks zijn in boekvorm verschenen. Zowel makkelijke teksten (zelfhulpachtig) als moeilijke (boeddhologische), met uitleg over diverse Sutta's en Sutra's. Ik denk dat het elkaar proberen te begrijpen via deze teksten kan (zeker als het begrip 'van hart tot hart' niet lukt, wat bij iemand zoals ik wel eens het geval is). Verder kan goed over (vormen van) mediteren worden gepraat; 'van gedachten gewisseld' zou ik niet zeggen, meer 'ervaringen uitgewisseld'.
Maar praten over 'dukkha' is al een stuk lastiger; als ik zeg dat het me opvalt dat Thich Nhat Hanh het daar liever niet over heeft, stagneert het gesprek. Zal wel mijn probleem zijn.

Het lastigste heb ik het met Zen, door sommigen genoemd Zen-boeddhisme; het zijn de beoefenaren van deze traditie, en oude, overwegend Japanse teksten, waarnaar ze verwijzen, die me voor raadsels stellen.
Als voorbeeld een discussie over een tekst van de Japanse Bassui (1327-1387), genaamd: 'de meditatieve kracht van Kanzeon '. Zoals uit de discussie hieronder met Jules Prast blijkt, ben ik niet verder gekomen dan het stellen van m'n centrale vraag:
Is er een 'taal' waarin boeddhisten uit verschillende tradities met elkaar van gedachten kunnen wisselen ?
Met 'een taal' bedoel ik dan een geheel van symbolen. Zoals bijvoorbeeld de wiskunde de taal is waarin natuurkundigen met elkaar kunnen praten (en als ze het oneens zijn, in ieder geval 'agree to disagree').

Als het dan niet over deze tekst van Bassui lukt, dan misschien over drie belangrijke thema's:

A   Wat verstaan we onder het begrip 'BoeddhaNatuur' ?
Als het alleen zou betekenen: de mogelijkheid van elk levend wezen, ooit, in nabije of verre toekomst een Volledig Verlichte (een Boeddha dus) te worden, dan zullen weinigen met die opvatting moeilijkheden hebben. Alleen zullen sommigen die mogelijkheid meer van belang achten dan anderen.
Als het echter betekent dat ieder een 'goddelijke vonk' in zich heeft, in wezen goed is of zelfs in wezen al verlicht (Boeddha) is, dan scheiden zich de wegen tussen diverse categorieën boeddhisten.

De discussie kan daarbij ook gevoerd worden over het non-dualisme. Namelijk over de vraag of elk levend wezen naast een 'Boeddha-Natuur' tegelijk ook een 'Mara-Natuur' heeft. Het is Stephen Batchelor geweest die in zijn boek 'Mara' deze mogelijkheid geopperd heeft.
De discussie zou de vorm kunnen van: is 'non-dualisme' persé gewenst en dus (het hebben van) dualistische opvattingen ongewenst of in ieder geval minder ?


B   Wat verstaan we onder 'Verlichting' ?
Een betere term dan 'Verlichting is daarbij: het 'Ontwaken'
Een discussie tussen beoefenaren van verschillende boeddhistische tradities zou kunnen gaan over de vragen:
a) Wat is 'het' eigenlijk ? D.w.z.: hoe omschrift de betreffende traditie het?
b) Hoe 'het' te bereiken; of: overkomt het je? En wie bepaalt dat je 'het' hebt (gehad)?
c) Wat verder te doen in je leven als je 'het' bereikt hebt?  Niets? Of anderen helpen?
d) Een meer praktische subvraag: komt 'het' (tegenwoordig nog) vaak voor eigenlijk?

Over elk van deze vragen zijn boeken vol geschreven, per traditie, nauwelijks intertraditioneel
Wikipedia biedt een aardig overzichtsartikel .
Eén voorbeeld van een benadering vanuit Zen die mij steeds weer tot grote verbazing weet te brengen. Uit informatie door Barbara O'Brien .:
" In his book Zen Mind, Beginner's Mind, Shunryu Suzuki Roshi said that enlightenment is 'nothing special. ... You may say 'universal nature' or 'Buddha nature' or 'enlightenment.' You may call it by many names, but for the person who has it, it is nothing, and it is something.' "

Vooral Theravadin maar ook wel voor sommige beoefenaren van andere tradities slaat de vraag wat 'Verlichting' primair terug op het 'Ontwaken' van de Boeddha (soms Gautama en soms Sakyamuni genoemd). Het gaat om het beëindigen van de cyclus van het leven in samsara, zoals na de Boeddha door arhats gerealiseerd. Stappen naar dit volledige ontwaken zijn: het bereiken van de staat van stroombetreder, van éénmaalterugkerende en nietmeerterugkerende. Zie voor details bovengenoemd Wikipedia-artikel en vervolgens 'Vier graden van verlichting' .

Een benadering die hier enigszins tussen in zit maar toch vooral een wereldlijke interpretatie van 'Verlichting' geeft, is het artikel 'ENLIGHTENMENTS' (let op de meervouds-s) van Jack Kornfield. Het is uit Inquiring Mind


C   Waarom mediteer je? Is boeddhisme beoefenen meer dan mediteren? En wat doe je dan eigenlijk? En welke vorm beoefenen je? Of vormen?
Een heleboel vragen tegelijk. Waar boeken vol over geschreven.
Vragen waar iemand die niet helemaal beginneling over zou moeten kunnen meepraten.
Toch doen veel boeddhisten dat niet, die doen hun eigen ding, zoals geleerd door hun eigen leraar, zonder interesse in andere vormen en andere opvattingen.
En de verschillen - tussen tradities en scholen - zijn groot !
Hier moet ik in de toekomst maar eens meer over gaan schrijven.

==============================================================

BIJLAGE
Soort van discussie over
' De meditatieve kracht van Kanzeon '

Uit Boeddhaweg januari 2014

Als je, van welke school dan ook, je aan zijn Dharma vastklampt, dan kun je nooit de Weg bewandelen, zelfs in je dromen niet, zegt de Japanse zenmeester Bassui (1327-1387) in een leerrede    'Er is geen Boeddha of Dharma buiten de ene Geest'   door  Bassui Tokusho
uit: Mud & Water. The Collected Teachings of Zen Master Bassui, translated by Arthur Braverman (2002),
vertaald door Jules Prast.

"Er is geen Boeddha of Dharma buiten de ene Geest. Deze is inherent aan alle mensen, overeenkomstig de gelegenheid en hun bevattingsvermogen. Wanneer een leraar over Amida spreekt tot de gewone man, dan zal hij zeggen dat er geen Geest of Dharma is buiten Amida. Spreekt hij over de wonderbaarlijke Leer, dan zal hij verklaren dat er buiten de wonderbaarlijke Leer geen Dharma is. Spreekt hij over Kanzeon, dan zal hij opmerken dat alles en iedereen Kanzeon is. Spreekt hij over de Geest, dan legt hij uit dat er geen Dharma is buiten de Geest. Wees je ervan bewust dat alle leringen met deze bedoeling worden gegeven. Begrijp je?
Hoewel arhats het hebben over drie vergiften, kent de Tathagata niet eens twee verschillende begrippen. Arhats zijn mensen die de 84.000 vormen van verwarring hebben doen uitdoven, en misschien zijn er nog te vinden bij wie de verwarring voortduurt. Maar de Tathagatha heeft geen twee manieren om de Dharma tot uitdrukking te brengen. Als je zegt dat er twee Dharma’s zijn, dan belaster je de Tathagata.
Desondanks zijn er, in overeenstemming met het karma van de gewone man, het scherpe en het stompe, oftewel de plotselinge en de geleidelijke realisatie van de Weg. De reis van verwarring naar verlichting kent een oppervlakkige en een diepgaande route. En afhankelijk van de diepgang van de reis, bestaan er hoogwaardige en meer oppervlakkige vormen van realisatie. In een sutra staat dan ook geschreven: “Tussen alle grote wijzen bestaat nog steeds onderscheid, ook al kennen ze de vormloze Dharma.”
Heeft hij evenwel de staat van verlichting niet bereikt, dan houdt iemand vast aan naam en uiterlijke vorm, terwijl hij zichzelf prijst en de Dharma de ene Dharma noemt. Sommige leringen moeten worden vereerd, meent hij, en andere zijn inferieur. Hij legt er de nadruk op dat alles van oorsprong één is, maar verdeelt het Ene in tweeën terwijl hij probeert zijn gedachten ermee in harmonie te brengen. IJs en kokend water zijn van oorsprong bijvoorbeeld beide koel water. Toch blijft ijs hard wanneer het niet is gesmolten. En warm wat blijft warm zolang het niet is afgekoeld.
...
Dharma is innerlijke realisatie. Niet-Dharma bestaat uit formele aspecten, zoals naam en vorm, geschriften en gezegden, enzovoorts. Of je je nu vasthoudt aan de binnen- of de buitenkant, het is altijd het zelf dat aan het werk is. Alweer zegt de sutra: “Laat de Geest worden geboren die geen verblijfplaats kent.” Als iemand zegt dat hij Boeddha is, dan verblijft hij in Boeddha; als iemand zegt dat hij een gewone mens is, dan verblijft hij in het rijk van de gewone man. Als je een lering aanhangt, om het even of deze is van Zen of de Reine Land-school, dan is die lering jouw verblijfplaats.
Wat nu wanneer je hele lichaam geen verblijfplaats heeft? Wat is dan de Geest? Stel je ogen hierop in, hier en nu. Als je echt de geur van thee wilt leren kennen, leeg en reinig je mond dan zodat er geen smaak of geur achterblijft. Wil je de Boeddhadharma verwerkelijken, zorg dat je dan eerst de ideeën kwijtraakt van iemand die zich vastklampt aan de Boeddhadharma. Je zult ogenblikkelijk je oorspronkelijk gelaat terugvinden.
Dit oorspronkelijk gelaat was er al voordat de Boeddha in de wereld verscheen, voordat er sprake was van Eén Dharma, voordat jijzelf werd geboren, toen er nog niets was dat als geest of natuur kon worden benoemd. Pas wanneer deze oorspronkelijke geest tot leven wordt gebracht en een naam krijgt, komen we te spreken over de meditatieve kracht van Kanzeon.
Wanneer je duidelijk doordringt in het naamloze, bén je precies op dat moment Kanzeon, bén je Amida. Dan is het, voor de eerste keer, op zijn plaats te zeggen dat er niet twee Dharma’s zijn, maar één, welke naam je hier verder ook aan geeft. Het is echter een misverstand te verklaren dat alle scholen verschillend zijn of dat er geen twee Dharma’s zijn, zolang je spreekt op basis van je persoonlijke begrip, voordat je in de diepste diepte van je aard hebt geschouwd en tot ontwaken bent gekomen op de Weg.

Joop Romeijn zegt: 10 januari 2014 om 09:02
Jules, heb jij suggesties over de wijze waarop eventueel over deze en vergelijkbare teksten van gedachten gewisseld kan worden?
In een soort meta-taal, een andere ‘taal’ dan die van deze teksten zelf, een religie-wetenschappelijk jargon misschien?
Want nu kan ik alleen maar bij voortduring dingen zeggen als: daar geloof ik niet in, daar ben ik het niet mee eens, dat klopt niet, dat is onlogisch etc.
Misschien is deze taal er eenvoudigweg niet en moeten we de kloof accepteren.
Eén voorbeeld: Ik zeg dat er minstens … twee Dharma’s zijn, plus nog een Dhamma; belaster ik dan de Tathagata ?

Jules Prast zegt: 10 januari 2014 om 14:00
Geen kloof in de taal van hart tot hart

Joop Romeijn zegt: 10 januari 2014 om 15:47
Dat is de taal waarin jij schrijft, niet mijn taal.
Ik zoek een gemeenschappelijke taal (en het ‘hart’ is een bloedpompende spier)
”

Hier eindigde (kennelijk) de discussie.

maandag 6 januari 2014

Boeddhisme langs de Zijderoute, een expeditie vanaf 1 maart in Amsterdam

Nu al verheug ik me op een bezoek aan Hermitage Amsterdam, waar vanaf 1 maart een expositie wordt gehouden over de Zijderoute, onder de titel ' Expeditie Zijderoute.'

Ooit gestart omdat de Chinezen behoefte hadden hun producten (zijde onder andere) te exporteren, is dit eeuwen lang een verzameling van routes geweest waarlangs niet alleen goederen werden vervoerd, maar ook culturele uitwisseling plaatsvond. Ons interesseert natuurlijk het meest de verspreiding van het Boeddhisme langs deze routes naar onder andere China, maar ook andere religies (later bv de Islam) werden zo verspreid.
Eén van de dingen die ik beter wil begrijpen, is wie dan wel het boeddhisme (de Dharma) verspreidden, ik heb begrepen dat het zowel zwervende (maar met een missionerend doel) monniken waren maar ook handelslieden die teksten, beeldjes etc. met zich meenamen.

Ik citeer de website van de Hermitage :
"Expeditie Zijderoute
Schatten uit de Hermitage
1 maart 2014 – 5 september 2014

Vanaf 1 maart 2014 ademt de Hermitage Amsterdam de lang verdwenen beschavingen langs de legendarische Zijderoute. De tentoonstelling Expeditie Zijderoute. Schatten uit uit de Hermitage laat de bezoeker zelf de handelsroutes afleggen, antieke schatten ontdekken en onherbergzame streken doorkruisen, waar eeuwen geleden karavanen langs koninkrijken, kloosters en nomadenstammen trokken. De schoonheid van ruim 260 objecten, waaronder muurschilderingen, boeddha’s, kostbaarheden van zijde, zilver, glas, goud, terracotta, die zijn opgegraven door Russische expedities in de 19e en 20e eeuw, vult de Hermitage tot en met 5 september 2014. De bezoeker reist in de voetsporen van monniken, handelsreizigers, Marco Polo, en de archeologen, die de verloren rijken van de Zijderoute ontdekten. Een van de vele topstukken in de tentoonstelling is de ruim 9 meter lange muurschildering van een godheid in gevecht met roofdieren, uit het koningspaleis in Varakhsha (7de-8ste eeuw, huidig Oezbekistan). Nooit eerder verliet deze trots van de archeologische collectie de Hermitage, maar die is na de restauratie, mogelijk gemaakt door de Vrienden van de Hermitage, ruim 6 maanden te zien in Amsterdam.
"

Lees ook het achtergrondverhaal over de Zijderoute op de website van de Hermitage.
Ik kom hier vast wel op terug, als ik ergens in het voorjaar op expeditie naar Amsterdam geweest ben.




=======================================================================

Eén van de aanleidingen hierover de schrijven, is een discussie omtrent de jaarwisseling in het BoeddhistischDagblad naar aanleiding van een artikel van Linda Heuman in het blad Tricycle.

Jules Prast schrijft hierover: " Mag ik nog één keer aandacht vragen voor het bovengenoemde artikel in Tricycle uit 2011?
De vondst van de Gandhara-rollen duidt op het bestaan van verschillende overleveringen over de Boeddha. De Pali Canon is er daar maar eentje van. Het idee dat je sutra’s kunt vergelijken om een gemeenschappelijke kern te ontdekken, moet als verouderd worden beschouwd, wanneer je het artikel volgt.
Het woord van de historische Boeddha is in de nevel van de geschiedenis verdwenen, als het al ooit bestaan heeft. In de drang naar de reconstructie van een tekstuele stamboom onthult zich de menselijke behoefte aan houvast. Wij staan oog in oog met ons niet-weten.
Over een generatie of zo zullen we terugkijken op de huidige theorie. Maar eerst moet de onverbiddelijke waarheid nog even indalen in de doctrinaire geest der boeddhisten.
De Gandhara-rollen zijn ongeveer even explosief voor het ‘oude denken’ in het boeddhisme als de vondst van het Thomas-evangelie voor het orthodoxe christendom. Een paradigmawisseling. Gevestigde posities worden omvergeworpen. Er is verzet.
Ik denk dat we er beter aan zouden doen Linda Heuman te lezen en de discussie hierop te concentreren dan door te gaan met het recyclen van houvast waar geen houvast is. "

Ik reageer daar op:
" Op Jules’ dringende verzoek: “Mag ik nog één keer aandacht vragen voor het bovengenoemde artikel in Tricycle uit 2011? “; een reactie, net terug van een bezoek aan het Drents Museum over de ‘Dode Zee rollen’.
Het is al lang bij boeddhologen en nieuwsgierige boeddhisten bekend dat er allerlei versies zijn van de teksten zoals die in de Pali Canon staan. Ergens voor het begin van onze jaartelling in India en omringende landen gecomponeerd en verdere verspreid. De vroeg naar China gebrachte Agama’s zijn er het bekendste voorbeeld van.
Dus wat dat betreft is wat er in Gandhara gevonden is, niet schokkend, wel een interessante uitbreiding van onze historische kennis (die nog zeer incompleet is) van het vroege boeddhisme. Nieuw voor mij is dat de teksten als zo vroeg (voor onze jaartelling?) zijn opgeschreven; ik had begrepen dat het veel langer orale tradities waren geweest.
Een belangrijke site waarin de diverse sutta’s/sutra’s worden vergeleken, is: http://suttacentral.net/ ‘Early Buddhist texts, translations and parallels ‘: (deels zelfde) teksten in Pali, Sanskriet, Chinees, Tibetaans en (voorzover aanwezig) andere talen zoals Gandhari ! Tegelijk interessant en oefening in bescheidenheid.
Dus een ‘paradigma-wisseling’ zoals Jules (met de journaliste Linda Heuman) nogal zwaar aan zet, zie ik niet. Wiens paradigma moet er dan wisselen? Kennelijk alleen dat van orthodoxe aanhangers van de Pali Canon. Die zijn er, net zo als er nog Christenen zijn die alles wat er in de Bijbel staat (inclusief het spreken van de slang in Genesis) als letterlijk gebeurd zien.
Goed, nu weer ons eigen boeddhisme gaan beoefenen?"

Helaas heeft Jules Prast niet meer gereageerd op deze onderbouwde reactie van mij.
Anders had ik hem kunnen vragen of naar zijn weten er ook teksten met Mahayana-kenmerken gevonden zijn (bv het benadrukken van het bodhisattva-ideaal tegenover het als minder beschouwde arhat-doel); volgens mij is dat namelijk niet het geval, ik heb het tenminste niet gevonden.
Bron: BD 2 januari 2014 .

Update 8 januari
Inmiddels hebben Jules en ik onze gedachtenwisseling verder via een aantal mails voortgezet.

zondag 15 december 2013

Een aantal reacties in het BoeddhistischDagblad

De afgelopen maand heb ik, na een periode van onthouding, weer een aantal reacties in het 'BoeddhistischDagblad ' geplaatst.
Naast wat klein grut betrof het drie thema's: Het bewonderen van de leraar; In de wereld maar niet van de wereld; en Over juiste spraak. Voor een deel neem ik ook reacties van anderen op; maar om de context volledig te begrijpen moet in het BoeddhistischDagblad zelf gelezen worden.


A.   Het bewonderen van de leraar (?)

Een artikel d.d. 10 december van Connie Franssen en een aantal reacties daar op, ook van mij, onder de titel 'Vroedman' .

Mijn openingsreactie:
“Eerlijk gezegd begrijp ik de fascinatie in sommige boeddhistische tradities voor het leraarschap niet zo.
In het begin van het pad is een leraar nodig om de weg te wijzen en valkuilen te laten zien. Maar dat houdt toch een keer op? De leerling wordt toch een keer spiritueel volwassen? Na een paar jaar op z’n hoogst?
Dan wordt de leraar toch de spirituele vriend, op basis van gelijkwaardigheid?
Of een vroegere kennis, want met de vroedvrouw van mij en van m’n kinderen onderhoud ik ook geen contact meer.
Overigens vind ik Nico Tydeman een aardige man, ik gun het hem dat hij vrij is van bewondering.
”

Ujukarin hierop:
“Ik ben bang dat JoopR’s stelling weer zo’n typisch geval is van Westers consumentistisch knippen-en-snijden uit de Dharma. Ook in het Aziatische Theravada, voor leken én voor monniken, blijft de band met de Leraar levenslang bestaan. Inderdaad niet zozeer in de Mahayana-zin van ‘Leraar is de Boeddha voor jou’ maar wel in de zin dat in die paar jaar dat de student, hopelijk, volwassen wordt de Leraar ook zich gewoon door-ontwikkelt en nog altijd ver boven jouw niveau zit én levenslang erg nuttig is om je met problemen te helpen, en je Ego-ballonnetjes die vroeg of laat in je beoefening sluipen door te prikken.
Mee eens, het heet na die paar jaar Kalyana Mittata en geen rechtstreeks leraarschap meer. Maar het is nadrukkeijk VERTIKALE vriendschap en nooit geheel op basis van gelijkwaardigheid; tenzij natuurlijk de leraar zelf vind dat je zijn/haar niveau bereikt hebt maar dat gaat dan ook meestal gepaard met iets van een transmissie/autorisatie, Acharya-titel bij het Theravada etc. en dan nóg vereer je de leraar in enige vertikale zin.
”

Ik weer:
“Met het meeste van wat Ujukarin zegt, ben ik het wel eens; alleen [met] dat woord ‘vereren‘ heb ik grote moeite. Dat doen m.i. Theravadins niet; het is de overtreffende trap van ‘bewonderen‘ waarin ook al een onzuiver sentiment zit. Vind ik hoor.
Sommige mensen bewonderen veel. Ik niet, ik ben er wat zuiniger mee
Waardering heb ik voor m’n leraren, respect, maar in bepaalde zin laat ik ze ook achter me.
Af en toe denk ik aan een mooie uitspraak van Martine Batchelor over dat in Korea leerlingen vrij makkelijk van de ene naar de andere leraar gaan. Haar ‘verklaring’: de leraren in Korea hebben er niet zo’n moeite mee, hun leerlingen los te laten.

(Hier stond oorspronkelijk nog een zin bij:)
Tenslotte herhaal ik m’n pleidooi om ook vanuit het perspectief van de leraar te redeneren: gun hem of haar dat hij/zij vrij is van bewondering. ”

Edel Maex (die mijn reactie niet heeft kunnen lezen omdat die pas dag later geplaatst werd):
"Hoe is toch in het boeddhisme het idee binnengeslopen van de leraar die je ego doorprikt? Volgens mij komt dat van Freud. Het is de catch 22 van: ‘als jij niet ziet wat ik zie, dan is dat jouw onbewuste weerstand’.
De Boeddha zie ik zoiets nooit doen. In de Pali Canon zie je de Boeddha met een oneindig geduld en een mateloze vriendelijkheid en respect steeds weer de dharma uitleggen en nog eens uitleggen en het nog eens anders zeggen …
Die vriendelijkheid heb ik zelf ook altijd bij Nico ervaren en zo lees ik ook Connie’s mooie stukje. Maar ik wens hem met Joop R. ook weer niet tè veel bewondering toe. Dat is voor niemand leuk.
”

Waarop Ujukarin:
“Goede vraag, Edel. Ik denk dat het vooral taal is – wij in het Westen hebben nu eenmaal meer met Ego als expliciet concept te maken dan de mensen toen in India. Maar als ik het anders verwoord als ‘Leraar die door zijn/haar geduld en scherpte jou van je foutieve zienswijzen afhelpt’ dan past dat zowel bij de Boeddha als pakweg bij de zenmeesters-met-hun-haarscherpe-pointes. Bij de Boeddha bijvoorbeeld in de bekeringen van Kisagotami en Angulimala, die echt 180′ omdraaiden na indirect zijn lering begrepen te hebben en daarmee hun foute zienswijze (Ego) achter zich lieten. Dus die rol van leraar die je levenslang blijft respecteren/bewonderen, en waar nodig raadplegen, is echt zo oud als de sangha. ”

Mijn reactie daarop:
“… Ujukarin stelt: 'Dus die rol van leraar die je levenslang blijft respecteren/bewonderen, en waar nodig raadplegen, is echt zo oud als de sangha.‘
Nogmaals: respecteren zeker, maar waar is dat ‘bewonderen’ goed voor? Alsof je levenslang teruggaat naar je vroedvrouw/vroedman voor nazorg na je geboorte. Lijkt mij onvolwassen gedrag. Is het een band willen blijven hebben met je leraar ook niet een aspect van dat vermaledijde ‘Ego’?
”

Een paar dagen later (de 15e december) heb ik nog een reactie geplaatst, nadat ik weer eens gereflecteerd had op m'n eigen - niet te ontkennen - devotionele kanten:
" Een slimme lezer heeft me er op gewezen dat ik hier het heilzame karakter van het bewonderen van de leraar in twijfel trek maar tegelijk op mijn blog een bewonderend stuk over Bhikkhu Bodhi plaats. (http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/12/boeddhistische-globale-verlichting-een.html )
Het is waar; de tekst is overwegend bewonderend, inclusief de behoefte in een aantal opzichten ook te zijn zoals hij is.
Er zijn nog een paar argumenten die mij deels vrij pleiten, maar sterk zijn die niet:

Ik zou kunnen zeggen dat Bhikkhu Bodhi mijn leraar niet is, met de bijbehorende transmissie van hart tot hart zoals sommigen (Zennies) zo mooi zeggen; ik ken hem niet persoonlijk, heb alleen veel van hem gelezen.
Dan zou ik kunnen zeggen dat ik ook wel een paar kritiekpunten op hem durf te formuleren, ik zie hem niet als perfect. Eigenlijk is het zo dat ik het op een paar punten niet met hem eens ben, dat is wat anders dan hem onvolmaakt verklaren.
Vervolgens zou ik mezelf wegcijferend kunnen stellen dat m’n bewonderende tekst een doel buiten mezelf dient, namelijk anderen ertoe brengen hem ook te gaan lezen en zijn initiatief na te volgen.  Bewondering als ‘vaardig middel’ (‘upaya‘) zogezegd.  Maar dat kunnen anderen met hun guru-devotie ook zeggen.

Maar misschien moet ik maar gewoon toegeven dat ik overdreven heb en/of dat ik ook niet volmaakt ben. Bovendien heb ik makkelijk praten: ik loop niet zo’n groot risico van bewonderd te worden.
Met dank aan Connie die deze discussie mogelijk heeft gemaakt.
"


B.   In de wereld maar niet van de wereld? Of toch?

Een artikel van 30 november door Robert Keurntjes getiteld 'Zorgen over het boeddhisme'
Mijn reactie d.d. 30 november:
“Raadselachtig, vermoedelijk voortkomend uit een te beperkt religie-begrip vind ik de zin 'Boeddhisme als religie zal vast wel blijven bestaan maar wat het boeddhisme te bieden heeft zit wellicht minder in de religieuze aspecten dan in de inzichten die het boeddhisme ontwikkeld heeft over de werking van onze geest in relatie tot ons welbevinden.'
Hoe is dit te verenigen met het principe ‘In de wereld maar niet van de wereld‘ ? Is dat trouwens een religieus of een niet-religieus principe?
“

Na een reactie van Robert zeg ik:
“Ik ben blij dat je dat laatste punt zo duidelijk maakt; we zijn het daarover niet met elkaar eens. Jij bent ‘in de wereld en van de wereld’, concludeer ik uit je woorden.
Juist het feit dat de verschillen tussen de boeddhistische tradities zo groot zijn maakt het makkelijk allerlei inhoud in ‘het’ boeddhisme te projecteren. Dat gebeurde vroeger en dat gebeurt nu, in het Oosten en in het Westen. Daarin heb je gelijk.
Ik heb alleen niet zo’n behoefte aan de aangename en niet-verontrustende variant waarin ‘dukkha’ en de onvermijdelijkheid van het sterven onzichtbaar geworden is.
‘Alles is voortdurend in verandering’, zeg je terecht; maar als dat nu op iets slaat, is het wel op de door jou gepropageerde ‘welbevinden’.
Kortom: jouw boeddhisme is me niet ongemakkelijk genoeg.


Na een volgende reactie van Robert:
"We hebben het dus – als het lukt los van christelijke reminiscenties – over het transcendente.
Zie over het onderscheid in het boeddhisme bv het (Engelstalige) artikel van Buddhadasa Bhikkhu: http://www.buddhadasa.com/naturaltruth/twolanguage1.html
Wellicht zijn we het dus toch wel eens, ik kies alleen liever voor een minder geruststellende toon.
"

Na nog een serie reacties schrijf ik:
"Achteraf realiseer ik me dat de maar half gelukte discussie over ‘in de wereld maar niet van de wereld‘ in feite ging over de tegengestelde visies van Theravada versus Mahayana. Het arhat-ideaal van Theravada (niet van de wereld) versus het bodhisattva-ideaal van Mahayana (wel), maar beide dan nuchterder geformuleerd.
En Sjoerd. Ik ben het bijna helemaal met je eens en herken mezelf ook wel in je verhaal. Maar toch, als je zegt “Een echte boeddhist is echt en helemaal van deze wereld“, dan denk ik: deze wereld is wel samsara, en ik laat me niet meer (zoveel als vroeger) meeslepen door wat er in deze wereld gebeurt, in het licht van mijn sterfelijkheid.
Wat me vanochtend enthousiast heeft gemaakt is het artikel van Floor van Orsouw, in zekere zin ook over dit thema, bij Bodhitv: www.bodhitv.nl/articles/show-news/2013-12-02/boeddhisme-met-peper-en-zout/


En nog een dag later:
"… ik ben geen non-dualist, niet tegen afgescheidenheid; met hoeveel mensen om me heen ik ook sterf, ik sterf alleen.
Er bestaat niet 1 werkelijkheid, ieder creëert in z’n hoofd een eigen werkelijkheid gebaseerd op allerlei input en allerlei opvattingen.
Er bestaat niet 1 boeddhisme maar allerlei boeddhismen die niet zoveel met elkaar te maken hebben.
"


C.   Over 'juiste spraak ' en een vipassana-meditatiecentrum

Een artikel over 'juiste spraak' door Menno Prins op 21 november leverde veel reacties op, ook van mij :
“Een mooi initiatief en een mooi rijtje. Ik (een aantal maal beschuldigd van ‘onjuist spreken’, deels terecht en deels m.i. onterecht) weet nu al er niet altijd aan te voldoen. Geneigd tot het kwade zogezegd.
Toch wil ik nog twee puntjes toevoegen:
- Realiseer je dat opmerkingen die in de ene boeddhistische traditie normaal zijn, in een andere traditie irritatie kunnen wekken (Zen-grappen bv; of Sutta-citaten als argument gebruiken)
- Iets opzoeken (via google bv) voor je een reactie plaatst, is geen schande.
Wat ik me tenslotte afvraag, is of naast het rijtje over ‘het juiste spreken’ ook een rijtje mogelijk is over ‘het juiste luisteren’. Want soms, ik weet dat het gevaarlijk is om te zeggen, proef ik wel eens overgevoeligheid en lange tenen.
Samenvattend: boeddhisme is niet voor bange mensen.


Met als soort correctie na een reactie:
“Je hebt gelijk, Kees, het was een vrij belachelijke beeldspraak van me om ‘proeven’ te schrijven terwijl ik iets als ‘waarnemen van concepten’ bedoelde
(Zoals je wellicht weet wordt het denken in sommige tradities ook als een zintuig genoemd)
Laat ik in deze fase van de discussie dan nog maar eens zeggen, niet zonder zonde te zijn. Mijn oefening is niet alleen, steeds een beetje meer zuiver te gaan spreken maar ook om er steeds een beetje meer tegen te kunnen, niet met respect behandeld te worden. Dat laatste lukt me al aardig.
”

Ook Adi Ichsan reageerde, voor het eerst in het BD:
Ik reageer als volgt op hem:
“Omdat ik wel een beetje een ‘existentialist’ (ouderwets woord, ik denk dat Stephen-Batchelor-achtigen bedoeld worden) ben en dit stuk van Adi dus minder geschikt is voor mij, toch een reactie.
Het lastige van deze tekst is dat de auteur zich buiten (of boven) het thema stelt. Het is een abstracte beschouwing waarin de mogelijkheid dat de auteur zelf ook wel eens onzuiver zou kunnen spreken, niet genoemd wordt.
Ik zal de juistheid van wat hier staat, niet betwisten. Maar kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat Adi hier voor het eerst in het BD schrijft omdat ik een paar dagen eerder kritiek heb geuit op het feit dat hij de Vriendenmiddag van 26 oktober van het Vipassana Meditatie- en Studiecentrum (i.o.) niet heeft meegedeeld mede-initiatiefnemer te zijn van een concurrerend meditatiecentrum dat (mogelijk) in Purmerend gaat komen. Dat lijkt mij onzuiver zwijgen.
PS
Je gebruikt wel erg veel Pali-termen, Adi. Maar niet allemaal behoren ze tot de Pali Canon. ‘Paramatha Dhamma’ (ultieme waarheid) bv is pas in onze jaartelling voor het eerst in de Theravada gebruikt, mogelijk onder invloed van het Mahayana Boeddhisme (cf Nagarjuna)
“

En na vragen hierover:
“Ik probeerde duidelijk teveel in één korte reactie te stoppen.
Over je twee vragen:
(1) Er zijn twee initiatieven (landelijk, individuele lokale sangha’s overstijgend) voor een meditatiecentrum. Het gaat dan om retraites (op een Theravada-manier) van een week of langer waar ook overnacht wordt, dus om vrij grote en dure gebouwen.
Misschien is het schokkend voor sommigen maar ook bij boeddhisten en nog meer bij boeddhistische organisaties spelen belangen en concurrentieverhoudingen wel eens een rol. En boeddhisten gaan daar, juist omdat ze zo’n verheven ethiek hebben, vaak nogal onhandig mee om.
Zie voor meer preciese informatie daarover mijn blog .
(2) Daar wordt ook duidelijk dat ik vind dat Adi Ichsan de ‘Vrienden’ van het ‘Vipassana Meditatie- en Studiecentrum’ voor of op 26 oktober had moeten informeren over het andere initiatief, dat in Landsmeer/Purmerend.
En dat punt combineer ik dan vervolgens met deze beschouwing van Adi in het BD waarin hij de boeddhistische ethiek uiteenzet. Wat ik daarbij constateer (en niet verwijt want aan mijn ‘zuiver spreken’ schort het ook wel eens) dat hij heeft gezwegen toen hij had moeten spreken en dat dat m.i. ook 'onzuiver spreken' is.
”


Update 17 december
Nog een reactie, ik kon het niet laten.   Van Edel Maex werd geplaatst:
Nieuwlichter-en-Uitleggers-waarom-zou-de-Dharma-niet-voor-Interpretatie-vatbaar-zijn ?

Mijn reactie (in de richting van Edel):
"Volgens mij vergis je je zowel wat betreft de “opkomende anti-moderne tendens” op zich als in jouw (en die van de 'schamperenden') bezorgdheid daarover.
HET boeddhisme (in het Oosten en nu ook in het Westen) bestaat niet: er zijn grote verschillen tussen de tradities en in sommige ervan (bv in de Theravada) heeft de ethiek altijd al een grote rol gespeeld. 'Doctrinaire discussies' waren er altijd volop, bv in het Tibetaans boeddhisme maar niet alleen daar.
Ik denk dat sommigen met affiniteit tot HET boeddhisme in een droomwereld hebben geleefd waarin het boeddhisme (meestal een Zen-variant) iets moois, compassievols en tegelijk moderns was.

En dan die zogeheten modernisering. Wat is dat eigenlijk:
Is het overeenkomstig moderne wetenschappelijke inzichten (Big Bang, Higgs, evolutietheorie etc) zijn?
Is het globalistisch, multiculureel, vol cultuur-relativering?
Is het toename van autonomie van de individu? Dat te denken is een tragisch misverstand: ik ben er wel voor maar het vind niet plaats;
Is 'modern' makkelijk, licht verteerbaar ('Buddhism-light') en populair (willen) zijn ?
Ik zou het niet weten. Al is er dan verandering, misschien bestaat 'modernisering' helemaal niet.

Natuurlijk is de Dharma veranderbaar en voor herinterpretatie vatbaar (zelfs de Dhamma is dat). Maar wat blijft is de neiging van mensen zichzelf iets wijs te maken. Als variant op de Bodhisattva-gelofte: “Hoe talloos de illusies ook zijn, ik beloof ze alle te doorzien“; alleen beloof ik dat niet, ik probeer het.
"