Posts tonen met het label Pali-Canon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pali-Canon. Alle posts tonen

vrijdag 2 januari 2015

Inzichts Meditatie de komende veertig jaar (in de VS)

Bijna de helft van de leraren Inzichts Meditatie is zestig jaar of ouder. Een groot deel - met name degenen met een gezin of met gezondheids/pensioenzorgen - heeft moeite met dana als (enige) vorm van inkomen.

Dit zijn enkele van de conclusies van een onderzoek dat is gedaan onder deze leraren waarvan er ruim honderd reageerden op een vragenlijst over de huidige en toekomstige situatie van de Inzichts Meditatie. ('Veertig jaar' vind ik daarbij rijkelijk overdreven, tien is al veel)
In het Westen welteverstaan: de enquete is gestuurd aan individuele leraren, deelnemers aan een grote vipassana-leraren-meting in 2013, aan leraren verbonden aan de grote instituten in de Verenigde Staten zoals  Spirit Rock  en  IMS  (in het artikel 'Councils' genoemd),
en aan leraren verbonden aan  Gaia House (Engeland) en  Beatenberg (Zwitserland).
Overwegend gaat het wel om de antwoorden van (blanke) Amerikanen, ongeveer evenveel vrouwen als mannen.

Over dit onderzoek is gerapporteerd in een voorjaar 2014 gepubliceerd rapport  'Insight Retreat Teacher Survey '. Een samenvattend artikel hierover is afgelopen najaar verschenen in het tijdschrift 'Inquiring Mind '; het is dit artikel dat ik hieronder samenvat en waarvan ik de resultaten probeer te vergelijken met de situatie in Nederland.

'Insight Meditation ' is de boeddhistische traditie met overwegend Theravada-wortels die zo'n veertig jaar geleden in de VS is gaan groeien met pioniers als Joseph Goldstein, Jack Kornfield, Sharon Salzberg, Christina Feldman, Christopher Titmuss, Ruth Denison en anderen.
Een soort jubileum dat aanleiding was voor de vraag: Hoe gaat het de volgende veertig jaar ?

In Nederland wordt vaak de term 'vipassana ' voor deze traditie gebruikt, in veel gevallen verbijzonderd tot 'vipassana volgens de methode Mahasi Sayadav' (en zijn ook andere methoden, bv de vipassana à la Goenka). Toch is dat te beperkt, in bovengenoemde centra worden ook retraites met andere methoden gegeven, bijvoorbeeld gericht op samatha of op metta en 'Insight Dialogue'. In de meeste gevallen dan wel in relatie tot of samen met inzichts meditatie. Maar niet altijd: de Zen-achtige retraites van Martine Batchelor worden ook gewoon 'insight meditation' genoemd.

Van de Nederlandse leraren hadden ook degenen die voorkomen op de lijsten van de SIM of Sanghametta het enquete-formulier gekregen kunnen hebben, of de groep van veertien Mettavihari-leerlingen, maar voorzover ik weet is dit niet het geval geweest (misschien zijn we wel te marginaal).
Van 'de veertien' is duidelijk wie er bij hoort en wie niet; de lijsten van SIM en Sanghametta hebben (in mijn opvatting) echter onduidelijke criteria. Zie bijvoorbeeld onderaan m'n blog van 8 sept onder het kopje 'Kunnen we hier van leren?'

Opvallend is verder dat de enquete uitsluitend gericht is op de leraar die een meerdaagse retraite (in een gebouw waar de mediterenden ook overnachten) begeleidt. Wekelijkse sessies van min of meer vaste groepen mediterenden met een leraar een dagdeel in een gehuurd of (soms eigen) gebouw is niet het onderwerp. Mogelijk komt dat in landen met grotere (reis)afstanden dan in Nederland relatief minder voor (maar het komt wel voor, diverse boeken van Amerikaanse leraren gaan deels daarover).
Nog een mogelijk verschil: retraites in Nederland, bv die georganiseerd door de SIM of Sanghametta, worden deels gegeven door naar ons land gehaalde Aziatische monniken (waarvan een deel wel weer van Westerse origine is); in het survey rapport heb ik daar niet over gelezen. Het is denkbaar dat de VS een paar jaar voor is en dat dit in Nederland een afnemend verschijnsel wordt.

Het onderzoek van begin 2014 is uitgevoerd door de BIN (Buddhist Insight Network); een in 2010 opgerichte vrijwilligersorganisatie van leraren, leiders en sangha's die zich rekenen tot de “Insight Meditation movement”. In feite gaat het om de VS, Engeland, Canada en Zwitserland. Ze noemen zichzelf ook wel meta-sangha. Hier hun website www.buddhistinsightnetwork.org .

=====================================================================

Samenvatting van de onderzoeksresultaten

Het artikel in Inquiring Mind - titel 'The Next Forty Years' begint met een citaat van de grand old man van de Inzichts Meditatie, Jack Kornfield:
"It looks like the next generations of teachers will need to figure out how to create systems that better support themselves and also keep the Dharma available... while the older ones have to figure out how to handle the growing needs of old age. With our non-village culture, and being non-monastic lay teachers in a Western materialistic society, it’s a new game. Good luck to us.” "

Wat 'non-village culture' is weet ik niet, maar hier komen wel de centrale thema's kort aan de orde: de pioniers zijn oud geworden en (sommigen van) van hen maken zich zorgen over hun oude dag, het stokje moet worden overgedragen de komende decennia; en het gaat en zal blijven gaan om leken-leraren in een niet-klooster-setting.
'Inzicht meditatie' is in dit citaat (en de rest van het rapport) expliciet 'Dharma', 'boeddhisme' dus, naast (niet tegenover) de seculiere 'mindfulness'. Dit is wel het opmerken waard want van in Nederland aangeboden vipassana wordt het boeddhistische aspect ervan wel eens onduidelijk gehouden.

Demografische karakteristieken
Vierenveertig procent van de leraren is zestig jaar of ouder; dertig procent is jonger dan vijftig jaar. Slechts 47% van de leraren in opleiding is jonger dan vijftig jaar. Van de volledig opgeleide leraren is 89% wit (ik volg het Amerikaanse politiek correcte taalgebruik); bij de leraren in opleiding is 81% wit.

Activiteiten en inkomen uit retraites
Gemiddeld is het aantal dagen per jaar dat men retraites geeft, achtendertig. Bij volledig opgeleide leraren, met name bij degenen die lid zijn van een 'Council' ligt dit gemiddeld hoger; zij halen ongeveer de helft van hun jaarinkomen uit meerdaagse retraites; bij leraren die geen lid zijn van een 'Council' is dit gemiddeld 10%.
Degenen die niet bij een 'Council' horen, maken zich zorgen over de kansen die ze krijgen om een retraite te kunnen geven in een residentiële setting.
Sommige leraren geven ook seculiere mindfulness (bv MBSR, meditatie op scholen etc), maar de meerderheid (76%) van de leraren verwerven minder dan 20% van hun inkomen uit seculiere mindfulness cursussen.

Tevredenheid met het op dana gebaseerde systeem
Van het totale aantal respondenten is 74% tevreden met het op dana gebaseerde systeem van vergoeding voor de leraar. Van de 'witte' leraren is slechts 8% ontevreden, van de 'gekleurde' is het 33%; er is geen duidelijke verklaring voor dit grote verschil gevonden.

Verzekeringen en pensioen
Vanwege de grote verschillen tussen de regelgeving in de VS en Nederland wat betreft ziektekostenverzekering en AOW beperk ik me tot de conclusie dat leraren Inzichts Meditatie deze thema's (die in samenhang met elkaar worden beleefd) in toenemende mate als zorgwekkend zien.
Suggesties worden gedaan als een gezamenlijk pensioenfonds en een fonds voor ziek geworden collega's, gevoed met een toeslag van een paar dollar op de inschrijvingskosten van retraites per deelnemer.

Factoren die het retraites geven beperken
Op de vraag 'hoe vaak heeft in de afgelopen drie jaar de capaciteit van het retraitecentrum de deelname aan uw retraites beperkt?' antwoordt 46% van de leraren met 'frequent' of soms'; bijna de helfst dus.
Maar liefst tweederde van de leraren zien de hoogte van de registratiekosten - inclusief betaling voor eten en onderdak neem ik aan - als een ernstige beperking voor deelname aan de retraite!

Kijken naar de toekomst, een aantal vragen ter reflectie
Ik maak hier niet alleen gebruik van het artikel in Inquiring Mind maar ook van de formuleringen in het volledige rapport. De m.i. belangrijkste vragen, ter wille van de precisie niet vertaald, zijn:
  • It would be easy to pit the pragmatic and aspirational views of teaching against one another, either treating teaching solely as a professional career or idealizing the monastic model and failing to adequately support teachers. What might an integration of the pragmatic and aspirational aspects look like? Have we achieved this with the current dana model? Are there alternatives or enhancements we might consider? Can we envision the emergence of an Insight Network that might provide additional support for teachers, thereby honoring the sanctity of Dharma teaching as an activity and relieving some of the financial pressures?
  • Enhancing the ethnic diversity of the teacher community would bring copious benefits both internally and to those seeking Dharma teaching. Numerous efforts, some initiated many years ago, are attempting to bring this about. Are further institutional efforts necessary to enhance the ethnic diversity of retreat teachers?
  • How will the Insight Movement situate itself in relation to the secular mindfulness movement? What is it that distinguishes the Insight tradition from secular approaches that are integrating Dharma in substantial and meaningful ways? What advantages might come from having a lineage of religious teachings? What leadership might Insight teachers and institutions take in the dissemination of secular mindfulness practice? In what ways might the emergence of secular mindfulness and scientific cross-fertilization actually change how we understand the Dharma?

Tenslotte een thema dat niet aan de orde komt: het betalen van (inkomsten)belasting over de ontvangen dana. Dit speelt kennelijk geen enkele rol bij vraagstelling of antwoorden. Of ik begrijp de belastingstelsels in de betreffende landen niet of men denkt dat dit hen niet betreft, omdat de dana bijna altijd in contant geld wordt gegeven. Hoor ik hier iemand het woord 'zwart' gebruiken?

=====================================================================

Een poging tot vergelijking met de situatie in Nederland

Vergeleken met de VS is Nederland met haar ziektekostenverzekering en AOW nog steeds een verzorgingsstaat, al zakt het niveau ervan voortdurend en al is alleen leven van een AOW-uitkering na het 66e jaar geen vetpot. Maar de problemen met verzekering en pensioen zoals de Amerikanen die hebben, kunnen hier buiten beschouwing blijven.

Bij de andere thema's van het onderzoek lijkt een vergelijking me wel zinvol.
Toch is er nog een ander verschil te noemen: de centra IMS, Spirit Rock en Gaia House zijn in hun methoden behoorlijk eclectisch, terwijl in Nederland er met de erfenis van de Eerwaarde Mettavihari een vrij sterke monocultuur is ontstaan, al zijn er ook hier retraites met een andere methode dan die van Mahasi Sayadaw.

Wat vooral vergelijkbaar is:
  • de steeds hoger wordende gemiddelde leeftijd van de leraren in Nederland; m.i. het probleem met stip;
  • het vrijwel ontbreken van andere dan 'witte' leraren; dit wordt echter hier zelfs (nog) niet als een probleem gezien;
  • het zoeken naar een verhouding tussen de (boeddhistische dus religieuze) vipassana met de (seculiere) mindfulness;
  • twijfel over de houdbaarheid van het dana-principe, met name voor leraren die niet of nauwelijks een andere bron van inkomsten hebben en/of een gezin te onderhouden hebben;
  • relevant met betrekking tot het verkrijgen van een eigen centrum (=gebouw) voor de vipassana in Nederland is de ervaring dat bijna de helft van de geënquêteerde leraren de capaciteit van centra en tweederde de inschrijfprijs als een beperkende factor zien.

Wellicht zouden SIM, Sanghametta en 'De veertien' zich ook kunnen aansluiten tot de BIN. Daardoor zouden wat denkramen opengezet kunnen worden. Wel vind ik het verwarrend dat het tegelijk een organisatie van leraren en een organisatie van sangha's is, en het verschil daartussen niet helder wordt benoemd.
Leraar-loze retraites voor gevorderde meditatoren, in Nederland een enkele keer (door Sanghametta) georganiseerd, passen niet in het model, of ze zijn alleen maar in dit onderzoek buiten de orde.

Hoe dan ook is lezen van het onderzoeksrapport door bovengenoemde Nederlandse organisaties (leraren en bestuursleden) de moeite waard; hopelijk met openbare conclusies zoals de BIN heeft gedaan.


dinsdag 2 december 2014

Dhammapada en andere (boeddhistische) boeken; over omgaan met instructies en mogen denken in de meditatie en een nieuwe maar oude bekende uitgever

Het lijkt me wel een goed moment om het over nieuw verschenen boeken te hebben.
Een paar die ik minstens voor een deel gelezen heb.

Dhammapada,  Boeddhistische wijsheid in verzen
Vertaald en ingeleid door Paul Boersma, met illustraties.
Verschijnt volgende week.    Uit de beschrijving van uitgever Asoka:
Het Dhammapada is een beroemde verzameling verzen die traditioneel aan de Boeddha toegeschreven worden. Het wordt gezien als een van de meesterwerken in de vroeg boeddhistische literatuur. Een prachtige bundeling verzen voor de boeddhist die lering zoekt. Maar ook voor de niet-boeddhist die kennismaking met het boeddhisme zoekt. De kennismaking betreft dan niet alleen de gedachtewereld, maar ook de spiritualiteit van het boeddhisme: de oefenweg naar Nirwana.
De inhoud van de verzen is te lezen als een leidraad voor monniken, maar is door de eeuwen heen ook door veel leken gelezen. Dit blijkt uit de talrijke vertalingen, alleen al in de Engelse taal meer dan vijftig. Hoewel het origineel in verzen is gesteld, zijn bijna alle bestaande vertalingen in proza. Dit boek is uniek door zijn metrische vertaling die het poëtisch karakter van het origineel in stand houdt en makkelijk in het geheugen blijft hangen.  Deze bundel is verrijkt met een register, waarin alle verzen op thema zijn opgenomen. Naast de verzen zijn de commentaren geplaatst.

Om een indruk te krijgen, leze het artikel 'Dhamma-vreugd en Dhammapada' in Simsara 09/2014
en op zijn website www.paulboersma.nl/dhammapada.
Het boek is via deze website (en bij de boekwinkel) te verkrijgen; email info@paulboersma.nl

            Een voorproefje:
  81
Zoals een grote zware rots
Niet door de wind bewogen wordt,
Zo brengen lof en blaam ook niet
De wijzen uit hun evenwicht.

 222
Wie opgekomen toorn bedwingt
Zoals een wagen die ontspoort,
Zo iemand noem ik pas koetsier:
De rest houdt slechts de teugels vast.

      Rechts één van de 26 illustraties van Arjan Ubert in dit boek

===================================================

Thoughts Are Not the Enemy:  An Innovative Approach to Meditation Practice
door Jason Siff
"A revolutionary new approach to meditation: a mindfulness of thinking that accepts and investigates the thoughts that arise as you meditate.
In most forms of meditation, the meditator is instructed to let go of thoughts as they arise. As a result, thinking is often taken, unnecessarily, to be something misguided or evil. This approach is misguided, says Jason Siff. In fact, if we allow thoughts to arise and become mindful of the thoughts themselves, we gain tranquillity and insight just as in other methods without having to reject our natural mental processes. And by observing the thoughts themselves with mindfulness and curiosity, we can learn a good deal about ourselves in the process. "

Dit is een (zelfstandig te lezen) vervolg op:
Unlearning Meditation:
What to Do When the Instructions Get In the Way

"Siff brings to light what can develop in a meditation practice that is gentle, flexible, permissive, and honest. It's an approach that has opened up meditation for people who thought they couldn't do it, and injecting a renewed energy for practice into the lives of seasoned meditators. "

Beide te verkrijgen via bv Amazon of Bol.com
Dit zijn boeken over thema's waar ik op dit moment (als yogi) mee bezig ben.
'Unlearning meditation' - dat niet gaat over het stoppen met mediteren maar het afleren van kennelijk niet werkende instructies - heb ik intensief gedaan. En zal ik nog wel een tijdje blijven doen.
De tekst van de link  'Gentle Intentions '  bevat het beginhoofdstuk uit 'Unlearning Meditation' over de open, ongestructureerde 'Recollective Awareness Meditation'.  Deze term slaat op het kenmerk dat na elke sessie (van 20 tot 40 minuten) de mediterende zo gedetailleerd mogelijk probeert boven te krijgen wat z'n gedachten en gevoelens waren, en dat op papier zet.
Het lukt me niet een compacte vertaling van die term te vinden, ik houd het op:
'Meditatie met opgehaalde en beschreven herinneringen aan gedachten en gevoelens'.

'Thoughts Are Not the Enemy' is net uit en heb ik nog maar kort in huis.
Ik vertaal een soort programma, te vinden op pagina 4:
  1. Het toestaan van gedachten en emoties in de meditatie-sessie vanaf het begin is de enige manier waarop denken niet een probleem wordt in je meditatie-beoefening.
  2. Het handhaven van een stille zittende houding met de intentie te mediteren is (op zich al) voldoende beperking en inspanning om gedachten en emoties die door je heengaan in een meditatie-sessie te tolereren en je er meer bewust van te worden.
  3. Vriendelijkheid en mildheid over je gedachten is noodzakelijk om bewustzijn ervan te ontwikkelen; anders tolereer je ze alleen maar voor een kort moment, voordat je ze afsluit.
  4. Als je belangstelling hebt voor je gedachten, zal er minder aversie tegen die gedachten zijn.
  5. Je bewust worden van je denken brengt met zich mee het in dat denken raken terwijl het plaats vindt; en ook het ervaren van het niet er in zijn, momenten waarop je er kort op kan reflecteren.
  6. Als je gedachten eenmaal uitgedoofd zijn, zal je je meer bewust zijn van andere aspecten van wat je ervaart, zoals je ademhaling.
  7. En in tegenstelling tot wat algemeen de overtuiging is, leidt het toestaan van je denken in meditatie juist tot minder denken dan wanneer je het  niet toestaat.
Teksten en talks door Jason Siff zijn te vinden op zijn website skillfulmeditation.org, met name op http://skillfulmeditation.org/Writings.html
Interessant is dat er een Duitstalig blog is over  'Säkularer Buddhismus ' (iets wat we in Nederland niet hebben, al doe ik m'n best). En deze blog besteed ook aandacht aan Jason Siff. Zij noemen "Unlearning Meditation ist auch nach unserer Meinung ein spannendes und inspirierendes Buch mit einem radikalen säkularen Ansatz."  Dat specifiek seculiere zie ik maar in beperkte mate in zijn werk, vergelijk een recent interview met hem, opgenomen in Bijlage.
Spannend en inspirerend vind ik zijn boeken zeker ook. Iets voor  een retraite ?

=======================================================================

En dan niet alleen één boek maar een hele uitgeverij:

De (Boeddhistische) Klassieke Tekstbibliotheek is terug van nooit weggeweest

Eén van de onderdelen van Asoka was de 'Klassieke Tekstbibliotheek'. In deze serie mooi uitgegeven boeken staan naast de bekende vertalingen van de Nikaya's uit de Pali Canon door Jan de Breet en Rob Janssen ook de bekende 'Vragen van Milinda' en de ontroerende door Ria Kloppenborg vertaalde 'Verzen van monniken en nonnen'.
Deze - langzaam maar gestadig verkochte - boeken zijn nu nog terug te vinden op de website van Milinda; zie hun overzicht ; maar deze uitgever wilde er mee stoppen.
Gelukkig heeft Gerolf T'Hooft deze boeken, met copyrights, overgenomen. Ze komen nu uit bij een nieuwe uitgeverij: Bodhi.
We zitten nu in een overgangsperiode waarin het begrijpelijk is dat in de bestaande voorraad nog als uitgever Asoka is vermeld.

Maar inmiddels is het eerste 'echte' (met nieuwe kaft, zie afbeelding) boek van uitgever 'Bodhi ' uitgekomen: deel 4 van de vertaling van de Samyutta Nikaya:
'De verzameling van thematisch geordende leerredes / Deel 4  -  De zes zintuiggebieden'
Zie de aankondiging bij Bol.com

Met dit deel (deel 5 was al eerder uitgekomen) is de vertaling van de Samyutta Nikaya afgerond; ik hoorde dat de vertalers de Breet en Janssen nu bezig zijn met de vertaling van de laatste nog niet in het Nederlands vertaalde van de Nikaya's: de Anguttara.
Voor wie daar niet op wil wachten - het totale project neemt wel een jaar of vijf - is er de Engelse vertaling door Bhikkhu Bodhi:
'The Numerical Discourses of the Buddha; A Translation of the Aṅguttara Nikāya ', zie  hier

Idealiter is de Dhamma - en dus de sutta's - een gift. Maar met boeken uitgeven is dat moeilijk. Toch vind ik dat op een gegeven moment deze sutta's vrij op internet gezet moeten worden, bijvoorbeeld tien jaar na het publiceren ervan. Te beginnen met de 'Lange Leerredes' (Digha Nikaya, uitg. 2001) en daarna de Middellange Leerredes' (Majjhima Nikaya, uitg. 2004-2005).
Een minder vergaand alternatief is, deze boeken voor een paar euro als e-boek beschikbaar te stellen.

Voor verdere informatie en nieuws van deze uitgeverij, zie de website  www.bodhi-instituut.nl/
Uit de aankondiging:
"Naast de Nederlandse vertaling van de Pali-Canon zal de uitgeverij van het Bodhi-Instituut tevens werk publiceren dat deze bronteksten, zowel theoretisch als praktisch, helpt ontsluiten. Het Instituut zal bovendien activiteiten organiseren die geïnteresseerden in de gelegenheid stellen zich door middel van sutta-classes, een leergang Pali, lezingavonden en meditatiecursussen, persoonlijk te verdiepen in de studie en de beoefening van de klassieke buddhadhamma. Ook de geplande uitgave van het tijdschrift ‘Bodhi’ moet hieraan bijdragen."

=======================================================================

Als alle gedoe deze maand weer voorbij is, ga ik verder met een ander soort boek dat al een tijdje op m'n nachtkastje ligt:   In Einsteins achtertuin;
Een duizelingwekkende toer langs de mooiste ideeën uit de natuurkunde
door Amanda Gefter , uitgever Maven, 2014

In zijn artikel 'De ultieme realiteit ' geeft Dirk van der Wulp een samenvatting. En hij stelt enkele filosofische vragen aan de orde.
Mijn vragen formuleer ik iets anders:
Heeft dit iets met 'het' boeddhisme te maken?
Of met mijn beoefening van het boeddhisme?

Op de eerste vraag zeg ik: nauwelijks, al was dat wel in de mode, maar ik heb nog wel eens uitspraken van boeddhisten over de kwantumfysica gehoord die niet duiden op enige kennis van deze theorie. Er zijn wel wat paralellen, verder wil ik niet gaan.

Op de tweede: wel een beetje; bv omdat ik er à la Blaise Pascal *) bescheiden van word. En mijn nieuwsgierigheid naar 'ultieme realiteit(en)' is dezelfde. Stand van zaken is inmiddels bij beide een uitspraak die ik ooit hoorde na een congres: "I'm still confused but on a higher level ".

Toch zou ik wel willen dat er ook een boek over boeddhisme & boeddhologie was zoals dit over natuurkunde & astrofysica: vrolijk maar met diepgang.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Nog een ander boek, over astrofysica maar ook en vooral over de kwetsbaarheid van de mens.
Ook dit jaar uitgekomen: 'De laatste tafel ', roman door Wim Kayzer, bekend van de televisie-series 'Van de schoonheid en de troost' en 'Een schitterend ongeluk'.
Het boek gaat over een man (ooit een astrofysicus) aan de vooravond van een zware aneurysma-operatie die hij moet ondergaan. Toen ik het uit had, hoorde ik van mijn eigen noodzakelijke operatie. Het boek heeft een open einde. ...

=======================================================================

BIJLAGE
 
Jason Siff over 'Sekulier Boeddhisme' in relatie tot 'Recollective Awareness Meditation'

"In regard to secular Buddhism, I did not set out to be a secular Buddhist meditation teacher. It just so happens that what I teach fits nicely with the orientation of secular Buddhism. Questioning metaphysical or supernatural beliefs is an important part of Recollective Awareness meditation, as well as exploring what the Buddha was saying in the original teachings of the Pali Canon.That said, I do not consider beliefs in rebirth, karma, or incorporeal existence to be impediments for meditators, but rather as beliefs that will naturally arise for people in the course of their meditation practice. I have seen on several occasions the psychological power of such beliefs and how they can support and further a serious meditation practice and investigation into the Buddha’s Teaching. From a Dharma teaching standpoint, I see the Buddha’s teaching on Dependent Arising as a corrective to faulty views on rebirth and karma; and though conditionality can be taught without including the cycle of death and rebirth, I’m not sure if one can fully grasp the existential imperative for full awakening when rebirth and karma are taken out of the picture. In Secular Buddhism it may be argued that the historic focus on liberation from suffering should be replaced with a path that creates a more fulfilling and meaningful ethical life, and that beliefs in karma and rebirth may have no place in that path "
Bron: Insight Journal, Juni 2014

=======================================================================

Noot *)
Blaise Pascal,  Pensées (1670).
De eeuwige stilte van die onmetelijke ruimte jaagt mij schrik aan.
Origineel: Le silence éternel de ces espaces infinis m'effraie.

Een variant op deze 'Gedachte': Door de oneindigheid omvat het heelal mij en verzwelgt me als een stip; door de gedachte kan ik het heelal omvatten.
Origineel: Par l'espace l'univers me comprend et m'engloutit comme un point; par la pensée je le comprends.
Te vinden in bv  www.citaten.net/zoeken/citaten_van-blaise_pascal.html





zondag 23 november 2014

Symposium over een retraite-centrum maar wat is een retraite? Bijdrage over de verhouding tussen functies, organisaties en verklaringen - Plus een 'Abstract'

De Stichting Vipassana Centrum Nederland (voluit: Meditatie en Studiecentrum Vipassana Nederland) organiseert een symposium dat plaats vindt op zaterdag 13 december van 10.30 tot 17 uur in Deventer.
Voor programma en wijze van opgeven: zie  'Symposium '   Ik citeer:
"Het Symposium wordt gehouden om een visie en intentie bekend te maken en nader uit te werken ten aanzien van een te realiseren Vipassana Centrum Nederland: een vaste locatie doorlopend geschikt voor de beoefening van Vipassana meditatie."
Speciale gast is de bekende Engelse lerares Christina Feldman, die een begeleide meditatie geeft en een talk over het onderwerp: "Vision of/towards a Vipassana Center based on experience with other centers."

Ik heb de secretaris laten weten, verhinderd te zijn omdat ik een paar dagen eerder geopereerd  wordt en heb daarbij een paar kritische punten schriftelijk ingebracht.
Naast onduidelijkheid over het vertrek van de penningmeester (zie hieronder),
de al te sterke accentuering van het verschil tussen leraar en leerling (hier yogi genoemd),
en de al te grote stilte in  de zaak SIM-Went  heb ik een beleidsmatig probleem.
Namelijk dat nog steeds (hoewel ik dat verleden jaar al had geproblematiseerd) vrij achteloos en ondoordacht in de uitnodiging over het centrum voor vipassana meditatie wordt gezegd : "Sommige meditatoren zullen er [in een te bouwen/kopen centrum] wellicht willen wonen."

Waar ik de voorkeur aan geef (en wat het meest betaalbaar is):
Een 'kaal' en niet te groot retraitegebouw, zoals bv dat van Mettavihara (Triratna) ; alleen voor meditatie en dhamma-studie met inwonenden voor korte tijd (een paar dagen tot een paar weken, een enkele keer een paar maanden).
En los daarvan - zeker in economische en juridische zin - een woonvoorziening voor boeddhisten die permanent (een jaar of langer) samen met anderen in een kloosterachtige ambiance willen wonen en mediteren. En die hun 'woning' van de accommodatie zelf huren of liever kopen, tegen marktconforme prijs.
Op deze wijze hoeven degenen die graag voor het retraite-centrum willen doneren, niet tegelijk het wonen van een aantal individuen te financieren; we hebben het hier niet over bhikkhu's of nonnen/bhikkhuni's volgens de Theravada-traditie, maar over min of meer koopkrachtige leken.

Op een paar van deze punten kom ik hieronder terug, eerst een beschouwing over wat het 'naar een retraite gaan' in onze huidige Westerse samenleving is: in zekere zin een gekunstelde vorm.

========================================================================

Op 9 november stond in het dagblad Trouw een artikel geschreven door Olaf Storm, genaamd     ' Stilteretraite is groot onderhoud voor de psyche '.  Link:  Trouw, 9 nov 2014

Ik vind het een helder verslag, met vertrouwde thema's, bekend van het lezen in bv Simsara of Bodhitv.
Olaf Stom ken ik niet, weet ook niet of hij (in een groep) mediteert de rest van het jaar. Hij spreekt over een negendaagse boeddhistische stilteretraite in Duitsland; in welke traditie is me niet duidelijk geworden: inzichtmeditatie, vipassana à la Goenka of in het Thich Nhat Hanh centrum?
Lees dit verslag, zou ik zeggen, zeker tegen degenen die er niet zo veel van weten.
En goed dat dit in Trouw is opgenomen. Het is toch nog steeds een Christelijk dagblad; en veel traditionele Christenen vinden het boeddhisme toch maar niks. Nog steeds.

Waar ik verder op in wil gaan, zijn de reacties op dit artikel (in de digitale vorm), dertig inmiddels. Natuurlijk is een deel er van beroepsschrijvers, 'reaguurders', en een deel daarvan weet niet waar ze het over hebben. Of wijzen het boeddhisme af vanuit een Christelijke opvatting. Maar zelfs die reacties vind ik interessant, want hier is er geen behoefte politiek correct te doen en respect te hebben van een andere religie, meditatie wordt kennelijk als iets seculiers gezien dat men vrijelijk mag bekritiseren. Overigens: een aantal van de reagerenden is ronduit positief over het artikel.
Een schrijver "vindt het bizar dat je 9 dagen per jaar gaat zitten stilzwijgen en dan hoopt dat het de rest van het jaar allemaal goed komt. ...". Anderen begrijpen niet waarom een wandeling in het bos ook niet kan, waarom zich isoleren ergens ver weg? Waarom los van de familie, is dat niet egocentrisch?

Die laatste opmerking is interessant gezien de reacties die dit bij mij opriep. Wat ik er van maak is: naar een retraite gaan, als westerling, is een tijdje monnik/non zijn: familieverlater en wereldverzaker. Terwijl je dat eigenlijk niet bent, je spéélt in zekere zin voor monnik/non. Het contemplatieve leven wordt in tien dagen gepropt.

Het is een bijzondere culturele uitvinding, een retraite; vergelijkbaar met grote technologische uitvindingen zoals de auto of de computer. Het is een vorm van vrijetijdsbesteding (werkenden moeten er vakantiedagen voor opnemen) èn tegelijk hard werken. Dat het 'groot onderhoud voor de psyche' zou zijn, zoals de auteur van het Trouw-artikel het formuleert, is een soort rechtvaardiging: naar zijn familie, naar zijn vrienden en naar zichzelf. Grappig omdat het boeddhisme nu juist van het begrip psyche (ziel) af wil; dat de reageerders de gebruikte term 'psyche' vervangen 'ego', vind ik in het licht daarvan begrijpelijk.
Kortom: ik vind het verschijnsel retraite heel nuttig (je komt er dieper mee dan met reeks dagelijks kort zitten); maar het is ook een gekunstelde beoefening. Dat blijkt bv uit het feit dat je het tegelijk wèl samen en nìèt samen met anderen doet. Het is tegelijk een verre reis en dichtbij blijven.

Organiseer je eigen retraite
Een van de gemaakte opmerkingen was, dat je toch niet persé naar een (tamelijk dure) retraite hoeft om intensief te mediteren. Dit sluit aan bij wat ik al een paar keer heb gedaan en nog meer wil doen: een privé-retraite organiseren; alleen een paar dagen in een huis(je); zelf - in stilte, want alleen - voor m'n eten zorgen. En een schema als disciplinerend hulpmiddel op papier zetten en me daar min of meer aan houdend. En dat een week of zo.
Het enige dat ik mis, zijn de Dhamma-talks, maar daarvoor ga ik niet mediteren, bovendien zijn er genoeg op internet te vinden. En de interviews met de leraar, maar ik heb - vind ik zelf - nu lang genoeg gemediteerd om het zonder leraar af te kunnen. Net zo als het (dagelijks als het kan maar minstens wekelijks) thuis op m'n kussentje zitten.

Wellicht kan het ook samen met anderen (being alone together) maar de verleiding om tussendoor te gaan praten is - in mijn ervaring - groot.
Update 26 november  De Duitsers hebben er trouwens een (Engels) woord voor:  Peer-Retreat

Misschien dat ik over een jaar of zo wel weer naar een retraite wil, maar de vanzelfsprekendheid van een jaarlijks 'groot onderhoud voor de psyche' hoef ik niet meer zo nodig.
Eerlijk gezegd vind ik dat in de vipassana (en zover ik weet ook wel andere vormen van boeddhisme beoefenen) nogal lang een spirituele onvolwassenheid wordt geaccepteerd in de leraar-leerling verhouding. Mijn opvatting is dat je na een jaar of vijf moet kunnen ophouden met het leerling zijn; en van de leraar: moet kunnen ophouden leraar te zijn van deze man of vrouw.

Wat dat betreft ben ik zeer benieuwd naar het bij Asoka uitkomen van het boek Boeddha@home,  Op retraite in je eigen huis, geschreven door Renate Seifarth.
Hierin "... neemt een ervaren meditatielerares je mee op een retraite in je eigen vertrouwde omgeving; dit in combinatie met je alledaagse werkzaamheden, of in een periode die volledig gewijd kan worden aan oefening en verdieping ....".   Als voorproefje  de Duitse versie

Iets anders is (voor mij) het naar een retraite gaan om een nieuwe (of aanvullende) vorm van beoefening te leren, met een leraar die daarin deskundig is; bijvoorbeeld  'samatha' .  Een retraite is dan in zekere zin een cursus, maatschappelijk en psychologisch een ander fenomeen.

========================================================================

Twee onverenigbare verklaringen van één penningmeester

Begin augustus dit jaar konden de in boeddhistisch nieuws geïnteresseerde lezers vernemen dat Gerben Hieminga, penningmeester van de stichting SanghaMetta alsmede penningmeester van de stichting Vipassana Nederland, met onmiddellijke ingang was opgestapt.
Dit nieuws kwam ook voor de nauw betrokkenen als een volledige verrassing. Ruim een maand voor dit vertrek had er in het blad 'Simsara' van de Stichting Inzichts Meditatie (SIM) een uitgebreid interview gestaan met Gerben en andere bestuursleden van Vipassana Nederland (Bron : SIMsara mei 2014 ) Daarin kwam geen enkel van de hieronder genoemde argumenten aan de orde.

Na de toelichting op zijn vertrek door Gerben aan de journalisten van *OpenBoeddhisme* is er nu ook een door hem aan de secretaris van de 'Stichting Meditatie en Studiecentrum Vipassana Nederland' doorgegeven verklaring. Beide staan hieronder in een Bijlage

Omdat deze twee verklaringen (naast het andere argument van tijdgebrek) onverenigbaar ver uit elkaar liggen, heb ik de redactie van *OpenBoeddhisme* gevraagd hoe die uit begin augustus tot stand is gekomen.
Zij verzekeren me dat deze laatste tekst, en zelfs het hele artikel, door Gerben Hieminga woord voor woord is geaccordeerd.

Ik weet echt niet wat ik hiervan moet vinden. Een theoretische verklaring waarmee de tegenstrijdigheid kan worden opgeheven, is dat zijn opmerkingen in *OpenBoeddhisme* (vooral) op het financiële beleid van SanghaMetta betrekking hebben, daar gaat het ook om veel meer geld dan bij Vipassana Centrum Nederland. Maar weten doen we het niet echt. Dat blijft wringen.

========================================================================

De andere stichting voor vipassana in retraite-vorm - SanghaMetta

Gerben Hieminga was tot juli 2014 ook penningmeester van de stichting SanghaMetta. Deze functie heeft hij tegelijk met die van de stichting Vipassana Centrum Nederland beëindigd, met dezelfde argumenten in *OpenBoeddhisme* geuit. De stichting zelf heeft het vertrek niet toegelicht.
Hoewel het formeel geen samenwerkingsverband is, kan in zekere zin gezegd worden dat de Stichting Inzichts Meditatie (SIM) en de stichting SanghaMetta samen de dragende partijen zijn van de nieuwe stichting Vipassana Centrum Nederland; beide organiseren retraites, naast elkaar en soms enigszins in concurrentie met elkaar (wat uiteraard - typisch boeddhistisch - wordt ontkend). De derde 'partij' (of non-partij, want het is een los verband) die een rol speelt bij het Vipassana Centrum Nederland is de groep vipassanaleraren.

SanghaMetta en een eigen permanent woon en/of meditatiecentrum   &  Een OPROEP
Op de website van SanghaMetta is de volgende doelstelling te vinden:
"Daarnaast richt Sangha Metta zich op het vinden van een goede plek voor langdurige beoefening, in het bijzonder voor vrouwen. Dat betekent niet dat mannen worden uitgesloten, maar er is speciale aandacht voor het creëren van een omgeving die ondersteunend en veilig is voor de beoefening door vrouwen.
Sangha Metta heeft sinds haar oprichting de wens om een permanent meditatiecentrum op te richten. In 2000 is Sangha Metta haar retraites op de locatie van het Internationaal Theosofisch Centrum in Naarden gaan geven. Deze locatie voldoet zo goed dat sinds 2000 minder intensief gezocht is naar een eigen locatie. Desalniettemin zijn de voordelen van een permanent centrum groot waardoor de wens actueel blijft.
"
Bron: 'Beleidsplan 2014-2019 '

Op de website van SanghaMetta is ook de Jaarrekening over 2013 te vinden. Uit deze  'Jaarrekening ' blijkt dat de stichting per 31 december 2013 een vermogen had van ruim  € 395.000, (eind 2012 was het ruim € 374.000)  Dat is me nog al een bedrag!

In het 'Beleidsplan' staat hierover: "Het vermogen wordt ingezet om de doelstellingen van de stichting uit te kunnen voeren. En wordt specifiek ook achter de hand gehouden om een permanent meditatiecentrum te kunnen financieren als die gelegenheid zich voordoet."

Ik begrijp wel de voorzichtigheid van Sanghametta maar begrijp niet hun redenering dat het realiseren van hun doel niet zo'n haast heeft omdat het Theosofisch Centrum in Naarden prima voldoet.
Het voldoet prima, en die opinie deel ik, als retraitecentrum. Maar niet als 'plek voor langdurige beoefening' (ik citeer hun 'Beleidsplan'), ook wel genoemd een (semi-)monastieke voorziening, een klooster in iets gewonere woorden. Een woonfunctie in nog gewonere woorden die ik hierboven hanteerde.

Oproep tot samenwerking
Gezien m'n hier beschreven opvatting over de verhouding wonen en tijdelijk-mediteren zou ik zeggen:
  (Besturen van)   SanghaMetta en Vipassana-Centrum:
  sla de handen ineen en zorg voor een retraitecentrum en een

  wooncentrum, juridisch los van elkaar maar wel in elkaars nabijheid.
  En heb het dan ook openlijk over geld(beleids)zaken.

Overigens hoop ik dat veel mensen 13 december naar het symposium gaan. En daar een levendige discussie voeren. Wellicht is deze tekst ook een bijdrage daaraan.

========================================================================

Omdat een deel van die discussie in het Engels gevoerd zal worden, een samenvatting ('abstract') van het bovenstaande.

Abstract

In a symposium about the realisation of a retreat centre for insight meditation (=vipassana) in the nearby future five topics deserve special attention:

* It had to be clear what kind of meditation and Dhamma/Dharma-study are belonging to the nucleus of the activities: only insight meditation (vipassana) plus the practice of the Brahmaviharas or also samatha-meditation; Dhamma-study or also Dharma based on other Buddhist traditions, including 'secular Buddhism' etc?  I prefer the latter;

* Detachment can also be applied on being dependent on a meditation-teacher too long; there should be a policy about doing meditation (retreats) without a teacher, for experienced yogi's;

* The financial responsibilities had to be transparent; now there are still some questions about the leaving of the treasurer of Vipassana Nederland who also was the treasurer of SanghaMetta;

* It had to be clear what are the functions of the centre (the builings): just facilitating retreats for some weeks òr also a semi-monastic (permanent) living situation for laypeople; these two functions should not been mixed, spatial and financial, especially for fundraising reasons. In in my opinion they are mixed now;

* It had to be clear that the organization who prepares the realisation of the centre is either an independent group or a coalition of existing organisations; also the relations between the existing groups had to be clear; in the Dutch situation that's not the case with 'SanghaMetta'. I call 'Sangha Metta' and 'Vipassana Centrum Nedferland' to do a coordinated effort for realising both centres, for both functions.

========================================================================

Bijlage

Twee verklaringen van Gerben Hieminga, zoek de verschillen


Ten aanzien van zijn vertrek bij het Vipassana Centrum, gepubliceerd begin november:
Uit  Vipassana Centrum, Nieuwsbrief 4 :
"... Ik ben nu anderhalf jaar vader en in die tijd heb ik gemerkt dat de combinatie van het vaderschap en een drukke baan steeds moeilijker te combineren zijn met het intensieve vrijwilligerswerk. Ik heb daarom besloten meer tijd voor mijn gezin vrij te maken in deze drukke jaren van het vaderschap. Ook ben ik in deze fase van het ontwikkelproces niet de juiste persoon op de juiste plaats. Mijn kwaliteiten liggen vooral in het praktisch realiseren van een meditatiecentrum. Het initiatief is echter nog niet in deze fase en er moet nog veel werk verricht worden om draagvlak te creëren en partijen inhoudelijk en financieel aan elkaar te binden. ...”

Ten aanzien van zijn vertrek bij het Vipassana Centrum èn SanghaMetta :
Uit  *OpenBoeddhisme* 2 aug 2014 :
" De andere reden is een verschil van inzicht over het resultaat dat van boeddhistische beoefening verwacht mag worden: ‘Het boeddhistische pad kan volledig begrip bieden van veranderlijkheid, de illusie van ego en het onbevredigende karakter van alles wat geconditioneerd is. Dat wil echter niet zeggen dat gedrag dat maatschappelijk als onjuist beoordeeld kan worden niet of zelfs nooit meer optreedt. (…) Hieminga maakt daarbij echter een kanttekening: ‘Ook mensen die de dhamma voor een groot deel of zelfs geheel gezien hebben, zijn naast goede ook nog steeds tot domme dingen in staat.’ Hij stelt vast dat veel mediterenden tegelijk verlangen ‘naar een einddoel van perfect menselijk gedrag, altijd en overal.’ Zo worden zij van twee kanten uiteen getrokken. Volgens Hieminga besteden boeddhistische leraren en bestuurders aan deze twee aspecten te weinig, of te eenzijdig aandacht. Hieminga legt uit dat hij ‘transparantie en congruentie’ belangrijk vindt. Dit betekent: iemands overtuiging, houding en gedrag moeten met elkaar in overeenstemming zijn, inzichtelijk en passend bij het nagestreefde doel. Het afgelopen half jaar kwam Hieminga geleidelijk tot het inzicht dat het hieraan binnen beide stichtingen op belangrijke onderdelen schort.
‘Ik ben als bestuurder te vaak geconfronteerd met in mijn ogen onjuist gedrag, waarbij ik niet inhoudelijk reageer op specifieke kwesties.’ Omdat de overschreden grenzen in zijn ogen wezenlijk zijn, wilde Hieminga over deze observaties niet ‘onderhandelen’. Wie denkt voor verandering te kunnen zorgen moet op zijn post blijven, vindt hij. Maar binnen de ‘gegeven structuren en bestuurlijke context’ ziet Hieminga daartoe geen mogelijkheid. ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik hiervoor als bestuurder niet langer verantwoordelijkheid kan en wil nemen.’
"



zaterdag 1 november 2014

Wat biedt het boeddhisme als je hoop wilt hebben? Gelukkig wordt daar weer verschillend over gedacht En over met het Christendom wedijverend vergelijken


De situatie is hopeloos maar niet ernstig
Spreekwoord

Onlangs werden op de website van 'NieuwWij'  twee inleidingen  aangekondigd over
' Rol en kracht van hoop in christendom en boeddhisme '.
Over het Christendom wordt gezegd: " Hoop wordt, haast vanzelfsprekend, aan het begrip ‘toekomst’ verbonden. Paulus ziet dat anders. Hij schrijft: 'Christus Jezus, onze hoop, is opgestaan'. Dan gaat het om de hoop die hier is, in de verrezen Christus. Daarmee wordt hoop uit een al te plat tijdskader gehaald. Christen leven hier in de hoop. Sterker nog, de werkelijkheid zelf heeft een Hoffnungsstruktur. ..."
Dat de werkelijkheid een 'Hoopstruktuur' heeft, vind ik mooi gezegd, maar het is daarom nog niet persé waar: volgens mij heeft de werkelijkheid ZELF geen structuur, die proberen wij er aan te geven, er òp te leggen.

De lezing over het boeddhisme werd aldus aangekondigd:  "Welke rol speelt hoop in de boeddhistische beoefening? In het boeddhisme lijkt het soms te gaan om ‘leven in het hier en nu’. Hoop, als een gerichtheid op een toekomstig heil, lijkt dan uit den boze. Dit ligt genuanceerder. Boeddha spreekt over het wedergeboren worden in Sukhavati, het westelijke paradijs van de eeuwige gelukzaligheid. Dit is niet een hemel naar christelijk model, maar een paradijselijke plek van waaruit de verlichting bereikt kan worden, zoals André van der Braak ... u zal vertellen."

De stelling van deze inleider lijkt te zijn:
het boeddhisme kan best met het christendom wedijveren, want wij leveren ook hoop.
Als algemene stelling is dat nogal merkwaardig. 'HET boeddhisme', wordt gezegd; maar in feite gaat het over één in Nederland slechts door weinigen beoefende variant van de boeddhismen die we kennen: het Zuivere Land boeddhisme. In andere varianten (tradities noemen we ze meestal) wordt helemaal niet gezegd dat de Boeddha zoiets gezegd zou hebben. En dan nog, waarom zouden we hetzelfde willen (bieden) als de Christenen?
Een overzicht, met de meeste accenten op het vroege boeddhisme.

=================================================================

Het wordt ons makkelijk gemaakt door een artikel van (de in Australië wonende monnik)
Bhante Sujato. Zie zijn blogtekst  'Hope - Why Paul Williams is wrong'
Hij schrijft over de bekende boeddholoog Paul Williams die boeddhist was maar op een gegeven moment zichzelf naar het rooms katholicisme heeft bekeerd. Deze Williams heeft een missionerend artikel geschreven dat in Azië (bv Vietnam) gebruikt wordt om autochtone boeddhisten tot het katholicisme te bekeren.

Ik citeer een paar (door mij vertaalde) passages uit dit lange artikel.
Hij "heeft er geen probleem mee dat Williams Christen is geworden of dat hij kritiek op het Boeddhisme heeft. Maar zijn kritiek zit vol fouten. Als we hoopten op een intelligente en betekenisvolle kritiek op het Boeddhisme vanuit een Katholiek gezichtspunt: dat is dit niet.
Waarom niet? De essentie van zijn kritiek is dat het Boeddhisme letterlijk hopeloos is (vanwege de wedergeboorte), terwijl het Christendom hoop biedt. Daarom heeft het Christendom gelijk, en is het rationeel om te concluderen dat Jezus uit de dood verrees, en zo voorts.
Dit benadert zelfs niet een rationeel argument. Het is wensdenken, anders niet.
...
Maar laten we eens kijken centrale probleem van Williams, deze vraag van hoop. ...
Boeddhisten praten niet veel over hoop, want hoop is gebaseerd op de toekomst, en is daarom misleidend. We weten niet wat de toekomst in petto heeft, om ons emotionele welzijn zo te baseren op iets wat we niet weten, en nooit kunnen weten, is teleurstellingen uitlokken.
Het betoog dat de hoop is gebaseerd op wat onbekend is, is niet alleen mijn argument. Het werd gebruikt door Paulus, door Williams geciteerd:
  ' Want in de hoop worden we gered; maar hoop nu die gezien wordt, is geen hoop.
    Want wie hoopt nu op wat hij al ziet? '

Voor boeddhisten zou dit nooit aanvaardbaar zijn. Onze voornaamste zorg is om gegrond te zijn in de realiteit, in wat we kunnen zien. We kunnen nooit tevreden zijn met een leer waarvan de wezenlijke principes niet alleen onbekend zijn, maar onkenbaar.
Dit is waarom we tevredenheid cultiveren.
[Engels: 'contentment'; deze term kan misverstanden oproepen, in ieder geval bij mij; Joop R.] Tevredenheid is gewoon gelukkig zijn met wat er is, hier en nu. Het is gebaseerd op de realiteit van de huidige, niet van een ingebeelde toekomst. Als we leren om nu tevreden zijn, kunnen we dat bij ons dragen, waar we ook gaan. Volgens Paulus, echter hopen we juist omdat we iets niet weten. Dit is een doctrine die permanente onwetendheid verheft tot een deugd.

Hoop is niet alleen misleidend, het is geworteld in afkeer. Waarom hebben we de behoefte aan hoop? Omdat dit heden slecht is. Dit, deze plek waarin ik verblijf, deze mensen waarmee ik ben, deze gedachten die ik heb: die zijn allemaal op een of andere manier mis, pijnlijk, ondraaglijk. In plaats van het omgaan met deze realiteit, vertelt hoop ons dat in een of ander fantasieland van de toekomst alles goed komt.
Tevredenheid, aan de andere kant, is gebaseerd op de acceptatie en liefde. We proberen niet om de werkelijkheid weg te duwen. We proberen niet om de pijn en verdriet van het leven te vermijden. Wij accepteren, en hebben daar letterlijk vrede mee. Het is oké. Dit is de reden waarom het Boeddhisme een pad voor volwassenen is. We zijn niet op zoek naar iemand om onze problemen voor ons op te lossen. We proberen een volwassen en wijze verbinding met de werkelijkheid aan te gaan.

Dat wil niet zeggen dat het hebben van een positieve kijk op de toekomst onmogelijk is. Natuurlijk doen we dat nog steeds, zowel bij seculiere als bij spirituele zaken. We studeren nu zodat we later een baan kunnen krijgen. Of we gaan naar nu een Dhamma-klas zodat we straks met meer begrip kunnen mediteren. Onze wereld vindt nog steeds in de tijd plaats, en we dealen daar mee zoals normale mensen doen.
Het verschil is dat we als boeddhisten niet proberen om dit gewone proces om te zetten in een aantal grote spirituele principes. Tuurlijk, je hebt hoop. Als je een goed mens bent, maak je goed kamma, dan zul je een goede wedergeboorte te hebben. Geweldig! En als je Dhamma diep beoefent en de vier edele waarheden realiseert, dan zult je genieten van de gelukzaligheid van Nibbana. Nog beter! Er is genoeg hoopvol over in de boeddhistische filosofie en praktijk. Maar dat is uiteindelijk niet belangrijk. We maken geen big deal over, want het is allemaal onzeker. Veel beter is het, ons te richten op het hier en nu, en het ontwikkelen van tevredenheid met wat is.

Dus het is in geen geval juist om te zeggen dat het boeddhisme hopeloos is, als we die term in deze beperkte zin beperken. Het is slechts "hopeloos" in de zin dat we niet baseren onze spirituele praktijk op de "hoop" van een onbekende en onkenbare goddelijke interventie op een bepaald punt in de toekomst. ....
Het woord 'hopeloos' heeft een negatieve gevoelswaarde, het betekent 'wanhoop' [Engels: despair]. In een bepaalde door mij hierboven bedoelde betekenis, kunnen we zeggen dat het Boeddhisme 'hopeloos' is. Maar dat soort van hopeloosheid heeft niets te maken met 'wanhoop'. In tegendeel, het heeft te maken van emotionele rijpheid dat z'n geluk vindt in de realiteit, niet in fantasie. Het ontbreekt ons niet aan hoop omdat we er naar op zoek zijn en het niet kunnen vinden; we hebben de behoefte eraan achter ons gelaten.

Het hoofdargument van Williams berust op zijn analyse van de wedergeboorte. Hij argumenteert niet, zoals de seculieren doen, dat wedergeboorte feitelijk onjuist is, omdat er geen bewijs voor is. Hij kan dat niet, omdat het Christelijk geloof duidelijk veel dingen betreft, waarvoor er veel minder bewijs is dan voor wedergeboorte. In plaats daarvan stelt hij dat wat is herboren niet 'mij' kan worden. Hij zegt dat boeddhisten terecht zeggen dat wat is herboren is, niet-zelf is, want wat is herboren heeft slechts een beperkte relatie tot wie we zijn in dit leven. Maar de implicatie hiervan voor hem is, dat hij, de persoon die Paul Williams is, zal verdwijnen. In deze zin is de leer van wedergeboorte is hopeloos: er is geen hoop voor hem als persoon.
Dit is zo'n totaal onverstandig argument, dat ik weet niet waar te beginnen. Maar laat me gewoon zeggen: het feit dat je iets niet graag hebt, betekent niet dat het niet waar is. De wereld bestaat niet om jouw emotionele behoeften te dienen. Als het echt zo is dat wedergeboorte echt is, dan is de rol van religie om ons te helpen daarmee te leren omgaan.
[onderstreping door mij, om aan te duiden dat dit voor mij als seculier boeddhist niet mijn overtuiging is; Joop R]

Hoop is niet iets dat bestaat daar ergens in het universum. De wereld is noch hoopvol noch hopeloos. Noch, wat dat betreft, is een abstract sociaal construct zoals "Boeddhisme" of "Christendom" het soort ding dat ofwel hoopvol of hopeloos kan zijn
.......
Bekering is niet een probleem voor boeddhisten; het probleem is het lijden. Als mensen hun lijden kunnen verzachten door het volgen van een bepaald religieus of spiritueel pad, dan is dat de ware praktijk van Dhamma voor hen.
Maar we moeten niet toezien terwijl het boeddhisme oneerlijk en ten onrechte wordt bekritiseerd.
...
Ik heb veel profijt gehad van het lezen, nadenken over, en interactie met de Christenen en die van vele verschillende paden. Er is altijd iets te leren, en we mogen nooit zo arrogant zijn om te geloven dat we alle antwoorden hebben.
Uiteraard, aan het eind van de dag kan ik niet instemmen met de fundamentele christelijke overtuigingen. Maar wat ik respecteer in de Christelijke traditie, is het gevoel van een echte menselijke strijd om verbinding met het transcendente in het midden van het alledaagse. Als we op deze manier naar de Bijbel kunnen kijken, zien we niet het door God geopenbaarde Woord van God, maar de woorden van de mensen door de eeuwen heen, die, elk op hun zeer verschillende manieren betekenis hebben gevonden in een gekke wereld.

We hebben het geluk om deze gekke wereld met Christenen te delen, en met veel mensen van verschillende overtuigingen en praktijken, en wij Boeddhisten kunnen veel van hun strijd en inzichten leren. En ik hoop dat ik in de toekomst kan leren van een meer betekenisvolle Christelijke kritiek op het boeddhisme.
"


Dit artikel van Sujato riep veel reacties op (volgens mij allemaal van boeddhisten); de meesten stelden dat het boeddhisme best wel 'hoop' kent en hoop biedt.
Bijvoorbeeld Jayarava:
" Natuurlijk is het boeddhisme gebaseerd op hoop. Wij verkopen het boeddhisme op de basis dat we het lijden kunnen beëindigen. Sommigen van ons zeggen dat we een eind aan alle lijden voor alle wezens overal kunnen maken. Sommigen van ons zitten dicht bij het absolute minimum, dat wil zeggen dat het beoefenen het leven een beetje draaglijker kan maken. Maar we bezitten allemaal de hoop dat het beter kan worden, en de meesten van ons denken bij het aanbieden van hoop dat "beter" kan betekenen: "het beste". We hebben allemaal hetzelfde doel. Ontwaken, Verlichting, Bevrijding. Alle concepten die positief zijn, druipend van hoop.
...
Ons probleem zit in het perspectief van de binaire hemel/hel eschatologieën, dat we niets stelligs kunnen zeggen over hoe het is om bevrijd te zijn ...
Er is absoluut hoop in het gezicht van de rondes van de wedergeboorte. Wedergeboorte eindigt met vimokkha, samen met alle andere lijden. Dat is wat de boeddhistische religie haar volgelingen biedt.
"


Het antwoord van Sujato op deze en andere reacties:
"De drie grote deugden in het christendom zijn Geloof, Hoop en Liefde.
Geloof is Saddha; Liefde is Metta. Beide zijn eenvoudig centrale leringen, talloze malen expliciet uitgesproken door de Boeddha als deel van het Pad.
En, waar is de Hoop? Is er ergens een enkele term, idee, of lering dat de Boeddha zei: "Ontwikkel hoop terwille van uw 'Ontwaken', of iets ook maar enigszins vergelijkbaars? Ik denk het niet.
Ik heb niet ontkend dat de gewone hoop onderdeel is van het leven voor een boeddhist. Wat ik heb ontkend is dat het op welke manier dan ook een centrale deugd voor Boeddhisten is, zoals het dat voor Christenen is.
'Leven in het heden' heeft niet alleen op arahants betrekking: het is het pad.
"


Om Sujato te parafraseren: het gaat er niet om of er hoop is (in het boeddhisme)
maar of je hoop kunt beoefenen, op een heilzame manier. Niet dus.
Ik ben het met Sujato eens.
Daarnaast wil ik de nadruk leggen op intenties: We zouden geen hoop moeten willen hebben.
Het heeft geen zin te zeggen 'er is hoop'(volgens zeggen door het Christendom),
of 'er is geen hoop' (aan het Boeddhisme toegeschreven).
Alsof 'hoop' een ding is, of een staat van zijn.
Ook in sociaal opzicht vind ik het concept 'hoop' niet zo geweldig: het rechtvaardigt ongelijkheid.

Maar boven alles: 'hoop' is een verlangen, en daar moeten we toch juist van af ?
Of om mijn credo ( wees blij dat het leven geen zin heeft ) te parafraseren:
WEES BLIJ DAT ER GEEN HOOP IS.

vrijdag 26 september 2014

Het gebruik van een reïncarnatie-vrij karma-concept is toch nergens voor nodig?

1.  Een paar opmerkingen vooraf

* In de teksten over 'karma' gaat het vaak tevens over de twee termen reincarnation & rebirth, vertaald als reïncarnatie & wedergeboorte.
Er is de gewoonte dat de betekenis van
 'reïncarnatie ' is: de transmigratie van een ziel/zelf naar een volgend leven:
   de hindoeistische (en, gezien het tulku-concept, de Tibetaanse) vorm; en van
 'wedergeboorte ': continuïteit van karmische tendenzen zonder zo'n 'ziel':
   de boeddhistische vorm.
In feite worden de termen vaak door elkaar gebruikt.

* Hoewel ik er lang m'n best heb gedaan ook te geloven in de wedergeboorte-idee, ik wil immers 'boeddhist' zijn, is dat me niet gelukt. Daar ben ik mee gestopt, het zit er niet in.
Daarom spreek ik in de kop van dit artikel over een reïncarnatie-vrij karma-concept.
Voorbij het 'Buddhism without Beliefs' van Stephen Batchelor, op naar het 'Karma without Rebirth', of zelfs 'Ethics without Karma'.

* Bij de bespreking van de Theravada moet ik het eigenlijk over 'kamma ' hebben en niet over karma; het gaat dan immers over de Pali Canon. Maar voor het gemak zeg ik toch maar 'karma'.

* Het lijkt me wel in overeenstemming met het concept 'karma', om de paragrafen van deze tekst te nummeren. Of dit ironisch bedoeld is, mag de lezer zelf uitmaken.


2.  Wat ik er van meegekregen heb

Het karma concept in het boeddhisme heb ik altijd vrij simpel opgevat, en het lezen erover in moeilijke teksten heeft dat niet veranderd.

Mijn kleine begrip: karma is een ethische waarschuwing: als je dit doet, kan dat in de toekomst het gevolg zijn, goed of slecht.
Iets preciezer: je kan niet precies weten wat wanneer het gevolg is van een slechte daad, maar iets goeds is dat in ieder geval niet.

Wat ik er vervolgens van begreep (vooral uit Theravada-teksten) is dat het met name betrekking heeft op gevolgen in een volgend leven, of op de daden in een vorig leven. 'Karma' in dit leven was er ook wel, maar speelt in de literatuur een nogal ondergeschikte plaats. Die gevolgen zijn mentaal of lichamelijk.

  Mijn andere nog kleinere begrip is dan ook: 'karma' is naast een ethisch waarschuwingssysteem ook het trefwoord is van een verklaringsmechanisme. Een mechanisme echter dat ik niet erg goed begrijp en me nogal magisch overkomt; kortom: een onwaarschijnlijke theorie.
Ik heb in m'n leven de nodige slechte dingen gedaan: van door rood stoplicht rijden t/m mensen schofterig bejegenen. En dat zit me, ook na jaren, wel eens dwars; en dat maakt me wel bescheiden in m'n oordeel over anderen, maar om daar nu het karma-begrip voor te gebruiken, dat leek me nergens voor nodig.
Als ethische waarschuwing trouwens ook niet: ik gedraag me niet ethisch om iets te bereiken - dat is nogal berekenend - maar omdat ik dit ethische gedrag op zich juist acht.


3.  Wat er van gezegd en geschreven wordt, met name in het vroege boeddhisme

3.1  In mijn beperkte cognities zitten behoorlijke denkfouten, zeker vanuit het Theravada-perspectief, zoals verwoord in artikelen van Thanissaro Bhikkhu:  'Kamma '  en  'Karma '
  Hij zegt : "Although many Asian concepts of karma are fatalistic, the early Buddhist concept was not fatalistic at all. In fact, if we look closely at early Buddhist ideas of karma, we'll find that they give even less importance to myths about the past than most modern Americans do.
For the early Buddhists, karma was non-linear and complex. Other Indian schools believed that karma operated in a simple straight line, with actions from the past influencing the present, and present actions influencing the future. As a result, they saw little room for free will. Buddhists, however, saw that karma acts in multiple feedback loops, with the present moment being shaped both by past and by present actions; present actions shape not only the future but also the present. Furthermore, present actions need not be determined by past actions. In other words, there is free will, although its range is somewhat dictated by the past.
"
  Ook in z'n eerstgenoemde artikel benadruk Thanissaro dat het bij 'kamma' om niet-lineaire processen gaat, extra gecompliceerd dat het feit dat acties zowel onmiddellijke als lange-termijn gevolgen hebben. (Waarschijnlijk bedoelt hij met 'nonlinear' de uitleg van  Wikipedia  hiervan.)

3.2  Ditzelfde moet ik constateren bij het lezen van een  artikel op de website van de Vrienden van het Boeddhisme (VvB), getiteld  'Kamma in de theravada ', van de hand van Paul Boersma. Degelijk beschrijvend, maar wel inclusief de effecten na de dood. Interessant is dat Boersma het wel een aantal keer heeft over de werking van kamma tot na de dood, maar niet over de werking van kamma van een levend wezen op het huidige bestaan van een (in zekere mate een ander) levend wezen vòòr de geboorte; een eenzijdigheid waar ik straks nog op terugkom.


4.  De sociale dimensie van het karma-concept

Het karma-concept was (voorzover ik het begrepen heb) oorspronkelijk bedoeld op individueel niveau. Dat neemt niet weg dat het ook een sociale dimensie heeft, bedoeld en onbedoeld.

4.1  In het reëel bestaande Theravada-boeddhisme, bijvoorbeeld in Azië, wordt er soms ongelijkheid mee gerechtvaardigd. Is iemand bijvoorbeeld gehandicapt, dan is dat zijn of haar eigen schuld (uit een vorig leven) en is sympathie, laat staan hulp niet nodig.
  Thanissaro benadrukt (in bovengenoemd artikel 'karma') dat dit onjuist is: "If you see that other people are suffering, and you're in a position to help, you focus not on their karmic past but your karmic opportunity in the present: Someday you may find yourself in the same predicament that they're in now, so here's your opportunity to act in the way you'd like them to act toward you when that day comes."   Dat is nobel geredeneerd maar ik heb uit Theravada-landen afkomstige monniken wel minder empathische zaken hierover horen zeggen.

4.2  Nog erger wordt het als ergens in de geschiedenis van het boeddhisme de idee van het bestaan van een 'collectief karma ' wordt geconstrueerd. Shravasti Dhammika heeft er een helder artikel over geschreven, onder de titel  'Collective Karma. Myth Or Reality? '
  Ik citeer " In recent decades something  referred to as collective kamma or group kamma has been posited and discussed. According to this theory,  groups of people or even whole nations can supposedly   suffer the results (positive collective kamma never seems to be discussed, its always negative kamma). The revered Tibetan master Lati Rimpoche recently claimed that the suffering of the Jewish people during the Holocaust was the result of great wickedness they had all committed in previous lives. Others have claimed that the murderous rule of the Khmer Rouge was likewise kammic retribution for past evil done by the Cambodian people. 
Nothing like the idea of collective kamma is found in or even hinted at in the Buddha’s teachings. There is no Pali or Sanskrit words for collective kamma in the traditional lexicons. The idea is also absent from later Buddhist texts.
"
  Hij gaat vervolgens na of sommige teksten die wel in de richting van 'collectief karma' lijken te gaan, dit echt bedoelen; niet dus, is zijn conclusie. Dit specificeert hij nog in een vervolgtekst 'More on collective karma'  hierop.

4.3  In een in september verschenen VvB-artikel  'Sociale rechtvaardigheid en karma '  zegt Kees Moerbeek "Dit maakt onderzoek naar de relatie tussen karma en sociale rechtvaardigheid hachelijk, want zelf veroorzaker van ‘slecht karma’. In plaats van te speculeren over iets dat onontwarbaar en onoverzichtelijk is, kunnen we beter ons korte leven en onze beperkte energie steken in juist handelen, suggereert Gerolf T’Hooft in ‘De dharma als medicijn’ ". En m.i. terecht.
  Moerbeek gaat echter door: "Waarom zo moeilijk doen? Het doel van de karmaleer is het bevorderen van (moreel) juist gedrag. Misschien is deze leer een ‘vaardig middel’ van de Boeddha om zijn toehoorders (onder andere brahmanen) te laten ‘omdenken’. Voor hen die dat niet kunnen, zijn er altijd nog de ‘stok’ van de wedergeboorte en de ‘wortel’ van nirvana."
  Ik heb in het algemeen al enig wantrouwen als boeddhisten over 'vaardige middelen' (upaya) beginnen om zaken die eigenlijk geen Dharma zijn, toch Dharma te maken; maar voor mij is dit middel in ieder geval niet vaardig.


5.  De rol in het westerse, dat is voor mij reïncarnatie-vrije, boeddhisme

In mijn pogingen om als vrijzinnig Theravadin het concept karma beter te begrijpen ben ik vervolgens teksten gaan lezen die mogelijk wat meer in mijn lijn liggen.

5.1  'Karma en wedergeboorte in het seculiere boeddhisme '.
Deze tekst is een ingekorte vertaling van 'Karma and Rebirth In Secular Buddhism', een  Gespreksnotitie  (auteur onbekend) van de 'Secular Buddhist Association' .
De ondertitel luidt: "The Secular Buddhist view of Reincarnation & Karma '; en dat is merkwaardig: rebirth en reincarnation worden door elkaar gebruikt.
Ook opvallend is dat hier gesproken wordt over 'de seculier boeddhistische visie ...'. Dat is mij te stellig. Er is geen instantie die deze visie heeft vastgesteld, kan vaststellen zelfs. 'Seculier' met een hoofdletter is ook niet mijn idee. En hun visie op de dood (één na laatste zin) begrijp ik niet.
Dat neemt niet weg dat ik het een heel goede tekst vind waar heel compact heel veel in staat.

“1. Er is geen constant zelf. Het 'worden' (becoming) of incarnatie / reincarnatie is een continu proces binnen de grenzen van een enkel leven.
2. Karma is een indruk (achtergelaten) op je geest van je gedachten, woorden en daden.
3. Intenties geboren uit een verkeerd inzicht, dat is begeerte, afkeer en onwetendheid, creëren karma / zelf.
4. Elke ochtend 'reïncarneren' en erven we onze cumulatief karma.
5. Wanneer men 'de Juiste Visie'
(van het Achtvoudige pad) ervaart , dan eindigen hunkeren / afkeer eindigt. Als er geen verlangen / afkeer is, dan wordt er geen nieuw karma gemaakt en is het 'zelf' niet langer in een constante staat van incarnatie / reincarnatie.
6. De impressies gemaakt in de geest / hersenen zijn niet onveranderlijk en kunnen worden gewijzigd door het Achtvoudige Pad te leven.
7. Als eerder gemaakt karma wordt uitgeroeid via de toepassing van het pad, beseft men dat het zelf een illusie is, gecreëerd door verlangen / afkeer. Op dit punt is men bevrijd, in dit leven, van eindeloos worden en de voortdurende wedergeboorte van het zelf.
8. Ons leven is afhankelijk van condities en eindigt net als vuur dooft wanneer er niet meer brandstof is.
Hoewel de traditionele Boeddhistische visie en de Seculiere Boeddhistische verschillend zijn, resulteren ze beide in een vergelijkbaar inzicht dat ontstaat bij het punt van het oplossen van verlangen en afkeer - het antwoord op deze vraag: zonder verlangen / afkeer, zonder eindeloos te worden, zonder het willen dat de dingen anders zijn dan ze zijn, wie ben ik ?
....
Het Seculiere Boeddhisme beschouwt Karma als mentale indrukken als gevolg van iemands gedachten, woorden en daden. Indrukken zijn als paden in een bos. Het brein is als een bos met vele (neurale) paden. Hoe meer je een bospad naar beneden lopen, de meer gevestigd het wordt (plasticiteit van het brein). Hoe minder je een pad kiest, hoe meer overwoekerd wordt, tot het uiteindelijk wordt verlaten en vergeten. Je "zelf”, zoals gedefinieerd op het fysieke niveau van je hersenen, is niet permanent.
...
De Seculiere Boeddhistische visie van karma verschilt van de populaire opvatting in dat het niet karma ziet als resulterend in toekomstige gebeurtenissen, maar in een toekomstige gevoel van 'zelf'. Het verschilt van de traditionele opvatting, dat het niet uitgaat van wedergeboorte na de dood van het lichaam.
Het Seculiere Boeddhisme accepteert dat alle gedachten, woorden en daden zullen resulteren in gecreëerde mentale indrukken, of men verlicht is of niet.
Dus anders dan in het traditionele Boeddhisme, is ons doel niet nul, maar karma te verminderen en het ontstaan ​​van negatief karma (mentale impressies) die het gevolg zijn van onwetendheid, grijpen en afkeer, te vermijden. Positieve mentale indrukken zullen nog steeds worden gemaakt.
Ons doel en de beoefening is het opgeven van onheilzame gedachten, woorden en daden die slecht karma creëren en leiden tot het lijden; en het cultiveren van heilzame gedachten, woorden en daden die goed karma maken en leiden tot geluk.
De Seculiere Boeddhistische visie van de dood is vergelijkbaar met een brand die wordt beroofd van de brandstof (de vijf aggregaten), zonder welke het vuur gewoon ophoudt te bestaan​​. Dit is in overeenstemming met de leer van Boeddha op leegte.
Reïncarnatie wordt gezien als een constant en continu proces binnen dit ene en enige leven.
”


5.2  'A Buddhist Ethic Without Karmic Rebirth? ', research paper van Winston L.King, in 1994 verschenen in de 'JOURNAL OF BUDDHIST ETHICS '.
Samenvatting:
" Is a viable and authentic Buddhist ethic possible without the prospect of rebirth governed by one's karmic past? This paper explores traditional and contemporary views on karma with a view to determining the importance of this doctrine for practical ethics in the West. The Theravaada emphasis on the personal nature of karma is discussed first, followed by a consideration of the evolution of a social dimension to the doctrine in the Mahaayaana. The latter development is attributed to the twin influences of the Bodhisattva ideal and the metaphysics of Naagaarjuna and Hua Yen. Following this survey of traditional perspectives, attention is turned for the greater part of the paper to a consideration of the relevance of the notion of karmic rebirth for Buddhist ethics in the West. The notion of 'social kamma' advanced by Ken Jones in 'The Social Face of Buddhism' is given critical consideration. The conclusion is that a doctrine of karmic rebirth is not essential to a viable and authentic Buddhist ethic in the West. "
Bron: King, JBE ; onderstreping door mij om aan te geven dat ik het hier zeer mee eens ben.

De slotalinea van z'n artikel: "Now we may return in the end to the initial question: Can there be a viable and authentic Buddhist ethic without a belief in perpetual rebirth governed by the karma of an infinite number of past existences? The answer, explicit or implicit, of many contemporary Buddhists in the West, and perhaps some in Asia, is a resounding yes!
Even without those beliefs the central Buddhist ethical values can and, in the interest of all living creatures, should be vigorously followed. Indeed it is perhaps possible to say that both Buddhism and Buddhist ethics may be better off without the karmic-rebirth factor to deal with.
"


6.  Wat ik me afvraag; en een sterrenkundige vergelijking

Als ik me nu niet bezig hoef te houden met een eventueel volgend leven en hoe kansrijk dat is;
of me bezig hoef te houden hoe wat ik nu ben en ervaar voortkomt uit een vorig leven,
maar alleen met m'n huidige en enige leven waarin ik steeds verder alles wil loslaten,
en sociaal en geëngageerd en ethisch probeer te leven zonder dat als 'verdienste' met toekomstig effect te beschouwen,
waarom zou ik daarvoor dan het m.i. onhandige concept karma gebruiken ?

Op wie niet in de reïncarnatie-leer gelooft, komt het gebruiken van het karma-concept over zoals het gebruik van epicykels in de Middeleeuwen. Uit een Wikipedia-artikel :
"Epicykels zijn hulpcirkels, bedoeld om de schijnbare bewegingen van de planeten aan het uitspansel te kunnen verklaren. Deze hulpcirkels zijn bedacht door Ptolemaeus. In zijn tijd ging men ervan uit dat de aarde in het middelpunt van het zonnestelsel stond, en dat de zon, maan en planeten eromheen draaiden. Naar het model van de Aristotelische wetenschappen, ... moesten alle banen perfect zijn: cirkelvormig. Men kon met zuiver cirkelvormige banen de beweging van de planeten niet verklaren.   Een eerste probleem was de soms retrograde (schijnbaar terugwaartse) beweging van de planeten. Dit probleem kon worden opgelost met een enkele epicykel.
  De planeten zouden in een perfecte cirkel om het middelpunt van een epicykel draaien. ...   Zo kon de schijnbare beweging van de planeten aan de hemel worden verklaard, inclusief de lusvorming die inhoudt dat een planeet schijnbaar achterwaarts beweegt.
  Toen Copernicus een ander model maakte van het zonnestelsel, met daarin de zon in het middelpunt, had hij de eerste epicykel niet meer nodig. Hij ging wel nog steeds uit van perfect cirkelvormige banen: daardoor waren tientallen epicykels nodig om correcties aan te brengen.
   Pas toen Johannes Kepler definitief met de perfect cirkelvormige banen afrekende en elliptische banen voorstelde, kon eens en voor altijd worden afgerekend met de epicykels.
"

Ik moet denken aan het systeem van ingewikkeld epicykels construeren om de baan van de planeten te beschrijven, als boeddhisten op zoek gaan naar de betekenis van 'karma'.


7.  De Stichting 'Vrienden van het Boeddhisme' over karma

Dit alles ter voorbereiding van een bijeenkomst van de 'Vrienden van het Boeddhisme ' over karma op 16 november 2014 met als centrale vraag:
'Wat betekent de karmaleer voor westerse boeddhisten ? '

Zie hieronder (BIJLAGE) en op de  VvB website , die ook nog andere bijdragen bevat.
Hierboven heb ik al uit een paar er van geciteerd. Voor de filosofisch geïnteresseerde noem ik ook het artikel van Erik Hoogcarspel, 'Karma en de dood van God '.

Wellicht de moeite waard, alleen al omdat dit één van de weinige bijeenkomsten is waarin niet voor eigen parochie wordt gepreekt. Wel een beschouwende opmerking er over:
Ik heb wel meer bijeenkomst over karma en reïncarnatie meegemaakt, van boeddhisten en andere spirituelen.
Wat me opviel wat dat de (relatief) jonge deelnemers en vrouwen bij deze bijeenkomsten vooral interesse hadden in (hun) karmisch verleden en vorige levens.
De oudere (mannelijke) deelnemers daarentegen waren vooral gericht op toekomstige levens.
(Nogal paradoxaal dat jonge mensen met hun verleden bezig zijn en oude met hun toekomst.)
Mijn voorspelling is dat het 16 november vooral over de karmische toekomst zal gaan.


8.  Samenvattend

Soms zijn discussies niet zo duidelijk; daarom vast mijn antwoord
op de vraag van 16 november,
wat de karmaleer voor mij (als westers boeddhist) betekent:  bijna niets
.

====================================================================

BIJLAGE
Van de website van de Stichting Vrienden van het Boeddhisme :

Themabijeenkomst VvB over karma

Op zondagmiddag 16 november organiseert de stichting Vrienden van het Boeddhisme een themabijeenkomst over karma in het (Paviljoen bij het) Museum voor Volkenkunde in Leiden.
De middag begint – voor wie dat wil – om 13.30 uur met op het boeddhisme georiënteerde rondleidingen door het Museum, waarna vanaf 14.45 uur Erik Hoogcarspel (filosoof) en Doshin Houtman (dharmaleraar) een inleiding houden. Om 16.15 uur volgt een paneldiscussie onder leiding van Gerolf T'Hooft (uitgever).

Hoofdonderwerp van deze discussie: Wat betekent de karmaleer voor westerse boeddhisten?
De VvB wil zoveel mogelijk aspecten van de karmaleer belichten. In het Magazine van de VvB (www.vriendenvanboeddhisme.nl) verschenen al artikelen over visies op karma in de tijd van de Boeddha en visies op karma in de Aziatische tradities (theravada, tibetaans boeddhisme, mahayana).
In augustus, september en oktober nog drie artikelen over westers boeddhisme en karma: Erik Hoogcarspel zet de boeddhistische karmaleer af tegen de westerse filosofie en theologie, Kees Moerbeek onderzoekt de relatie tussen karma en sociale rechtvaardigheid, en Gerolf T'Hooft inventariseert welke visies westerse boeddhisten hebben op karma.

Toegang 15 euro (10 euro voor donateurs).
Aanmelden, meer weten? E-mail secretariaat@vriendenvanboeddhisme.nl



UPDATE 29 september

De secretaris van de Stichting VvB meldt:
"We hebben het thema in overleg met de sprekers iets anders geformuleerd. Het wordt nu:
    WAT BETEKENT DE KARMALEER VOOR WESTERSE BOEDDHISTEN?
Erik Hoogcarspel en Doshin Houtman doen de aftrap, daarna mag de zaal.
Er is nog plaats!                 secretariaat@vriendenvanhetboeddhisme.nl
"

Ik kan er bij zeggen:
Wat ik me wel afvraag, is of 'Karmaleer' de beste term is, Ik zou liever spreken van 'Karmatheorie'.
Net zoals het beter is van 'Evolutietheorie' dan van 'Evolutieleer' te spreken (en dan heb ik het dus over de - later aangevulde - theorie van Darwin).



dinsdag 16 september 2014

Recente Nederlanse boeddhistische onzin (Adharma)

Aan de inhoud van het boeddhisme, de Dharma dus, worden allerlei invullingen gegeven.
Over de verschillen worden diverse verklaringen gegeven (die van 'vaardige middelen', upaya, bijvoorbeeld) maar ik wil er één uitlichten: men beweert iets zonder de Dharma over dit thema bestudeerd te hebben. Men verkondigt onzin dus.
Daarvan kwamen de afgelopen dagen een paar voorbeelden langs.
Drie ervan wil ik nomineren.

De Boeddhistische Omroepstichting Stichting (BOS) organiseerde destijds jaarlijkse achterbandagen waarin de kijkers/luisteraars feedback konden geven op de programma's van het afgelopen jaar en er werd verteld over de programma's van het komende jaar. Daarna is het gelikter geworden, feedback-loos.
Nu heet het BOS-Boeddhadag. Zie het  programma  voor de komende dag (5 oktober).
Hieruit: "De dag staat in het teken van Bardo, een term uit het Tibetaans boeddhisme. Bardo is een staat van overgang, een tussenfase of transitie. De BOS in een overgangsfase. Wij stoppen als omroep vanaf 2016. Dit betekent dat de BOS naar nieuwe bestaansvormen zoekt om haar missie voort te zetten. Wat betekent het om in een tussenfase te verkeren binnen de media, als boeddhistische religie in het westen, als westerse maatschappij, maar ook in cultureel en individueel opzicht? "
Wie het programma verder leest kan zien dat het helemaal niet over 'bardo' gaat die dag, gelukkig maar, want om het einde van de BOS als publieke omroep te vergelijken met de bardo-staat is m.i. brutale onzin. (Zou Gertjan Mulder toch nog actief zijn in de BOS?)


Als tweede noem ik een uitdrukking van Jules Prast in z'n blog De Reset-Knop.
De intro: "Wie niet in staat is zich vrij te maken voor een weg van persoonlijke zuivering, kan zich door de ethiek van de Boeddha laten inspireren maar leeft als een bombu in samsara."
Van 'samsara' weet ik veel, van de term 'bombu' een beetje (David Brazier aka Dharmavidya heeft er leuk over geschreven). Maar deze concepten combineren is m.i. dharmische onzin.
Het maar in deze zin suggereert een tegenstelling, maar tussen wat en wat? Onbegrijpelijk.

Jules Prast had trouwens toch z'n dag(en) niet in het afgelopen weekend.
In z'n blog De mores in de boeddhistische blogosfeer maakte hij melding van mail die hij had gekregen over z'n mening dat de Dalai Lama echt gezegd zou hebben de laatste te zijn, tegenover een andere mening dat hij dat niet gezegd heeft.  En miept: " In de openbare meningsvorming onder boeddhisten in het Nederlandse taalgebied wordt er teveel achter elkaars rug om gemopperd en te weinig transparant met elkaar gediscussieerd." Volgens mij was deze hele blog 'over the top.' En volgens anderen gaat het niet over twee meningen die gelijkwaardig t.o.v. elkaar staan maar over een mening tegenover een gefundeerde analyse. Zoals bv die uit  Tricycle van 10 september


Als derde nomineren we hoofdredacteur Joop Hoek van het Boeddhistisch Dagblad in z'n artikel 'Dalai Lama plaatst China in een lastig parket ': 
' Hij (de Dalai Lama) is de Louis van Gaal van het Tibetaans boeddhisme. Verander de opstelling en je bent zo leider van een winnend team.'    BD van 11 september .
Je kan je afvragen: waar gaat dit over? Laat ik het maar gewone BD-onzin noemen.

Het BoeddhistischDagblad verdient m.i. bovendien een poedelprijs voor de meest onwaarschijnlijke canard, die echter niet over het boeddhisme gaat, dus buiten mededinging blijft.
Met een bericht over een uitspraak die de Dalai Lama gedaan zou hebben over president Poetin van Rusland met het artikel 'Dalai Lama kritisch op Poetin '. 'Uitspraak'? Noem het maar een aanval. Zie BD van 9 september .
Mijn overtuiging: de Dalai Lama is echt niet zo politiek naïef om zoiets gezegd te kunnen hebben.
Waarschijnlijk vond de hoofdredacteur dat bij nader inzien ook wel, want het artikel verdween zonder mededeling daarvan aan de lezers van de website. Maar kwam er (na vragen van mij) na een paar dagen stilletjes weer op terug met het volgende toelichting: "Dit bericht verscheen eerder op deze site, maar is door een technische storing (het zgn. Fat Finger Syndrome) verdwenen. Daarom is het nu op nieuw geplaatst ... " Geniaal excuus!


De (of een, er kan altijd iets actueels tussen komen) volgende blog wordt weer serieus.
Ik bestudeer al een tijdje de 'Katha-Vatthu ', één van de boeken uit de Abhidhamma van de Pali Canon. Meestal wordt het vertaald als 'Points of Controversy'.
Omdat ik wel wat heb met controversen, intrigeert het me, en biedt steun voor m'n stelling: vroeger waren de Aziatische boeddhisten helemaal niet zo bang voor een stevige discussie als de Nederlandse boeddhisten anno nu.

maandag 8 september 2014

Conflicten onder ogen durven zien, ook bij vipassana-organisaties – Analyse, vragen en aanbevelingen

Op 27 augustus verschenen er op de website van *OpenBoeddhisme* (OB) twee artikelen over een lang lopend conflict tussen het Bestuur van de SIM plus een aantal van de 'groep van Veertien' vipassana-leraren ( info ) enerzijds en leraar Guus Went anderzijds.
In onderstaande beschouwing heb ik naast kritiek op de actoren in dit conflict ook wel wat te zeggen over de OB-artikelen zelf.
Dat laatste neemt niet weg dat ik zeer blij ben dat het nu naar buiten is gekomen.
Te lang heeft het conflict onzichtbaar voor de buitenwereld (maar ook voor meditatoren !) voortgewoekerd.
Of deze openbaarheid de oplossing versnelt, weet ik niet, maar dat is de vraag niet.
De vraag is: durven we, met al onze metta-gevoelens, conflicten onder ogen zien?

Ik noem het 'een conflict' maar de gebeurtenissen van de afgelopen anderhalf jaar kunnen ook beschreven worden als 'een verzameling van pijnlijke processen.'
Het beste kunnen de artikelen zelf gelezen worden:  [de link http://openboeddhisme.nl/geen-wijsheid-zonder-ethiek-en-concentratie/ - artikel Guus Went -   en de link http://openboeddhisme.nl/stichting-inzichts-meditatie-handelt-in-strijd-met-eigen-ethisch-drieluik/ - artikel redactie OB - werken momenteel niet) .
Het is mogelijk dat er na het verschijnen van deze blog van mij nog nieuwe artikelen op de website van openboeddhisme.nl over deze processen verschijnen. Eventueel geef ik een update.

========================================================================

Wat is er feitelijk aan de hand?

Er is een lijst van 'SIM-leraren ', d.w.z. die leraren die (regelmatig) voorkomen in de 'Agenda', op zowel de website als de papieren (drie maal per jaar verschijnend) versie genaamd 'Simsara'.
Service voor degenen die mogelijk naar een retraite willen, zo heb ik steeds duidelijk als 'gebruiker' ervaren.
En dus niet primair service, of meer, voor de leraar die naamsbekendheid nodig heeft.

Er staan op de 'Agenda' van de SIM twee soorten retraites:
* Door de SIM georganiseerd;
Hiervoor gelden de 'Algemene voorwaarden en informatie' ; dat is niet het geval bij:
* Niet door de SIM georganiseerd
De retraites van Guus Went behoorden tot de tweede categorie; ik heb van hem vijf aankondigingen van vijfdaagse retraites gevonden, van begin 2012 tot zomer 2013.

De vraag is wie het recht heeft te bepalen of een retraite in de 'Agenda' wordt opgenomen? En wie in het verlengde daarvan bepaalt of een leraar die met enige regelmaat meditatoren van zulke retraites begeleidt, in de lerarenlijst wordt opgenomen? Statutair is dat - voorzover ik weet - niet specifiek geregeld, dus geldt de algemene statutenregel: dan beslist het bestuur.

En het bestuur van de SIM heeft zomer 2013 besloten, al dan niet voldoende gemotiveerd,
Guus Went en de door hem zelf georganiseerde retraites niet langer in de agenda op te nemen, en van de lijst te verwijderen.
En dat pikte hij niet.   Dat is er aan de hand.


========================================================================

Hoe vind je een retraite, en hoe geef je bekendheid aan een retraite?

Omdat het niet in de artikelen van Guus Went of de redactie van OB staat en ook verder nauwelijks beschreven is (daarvoor is het voor de insiders te evident) een poging om te beschrijven hoe het er met het gaan naar een retraite aan toe gaat.
Ik heb de nodige ervaring met het me inschrijven en bezoeken van retraites (wel en niet die van de SIM, in het binnenland en elders in Europa) en éénmalig ook met het organiseren van een retraite.

Vanuit de 'gebruiker', degene die naar een retraite wil: die zoekt op de diverse agenda's: die van de BUN ( http://boeddhisme.nl/agenda/retraites.html ), die van het BoeddhistischDagblad (http://boeddhistischdagblad.nl/agenda/ ), die van Bodhitv (http://www.bodhitv.nl/agenda/ ) en die van BoeddhaMagazine (http://boeddhamagazine.nl/agenda/ ). Of hij/zij gaat naar de website van organisaties die vaak retraites organiseren zoals de SIM (http://www.simsara.nl/agenda/ ) of SanghaMetta (http://sanghametta.nl/programma-en-activiteiten ) en nog een paar andere met Theravada-grondslag, want daar hebben we het over ('Mindfulness' laat ik dus buiten beschouwing).
Uiteraard is er een overlap tussen deze agenda's, maar dat weet je pas als individuele bezoeker als je er geweest ben.

Je schrijft je in (als er nog plaats is) en betaalt de gevraagde bijdrage. In de meeste gevallen is dat voor voeding, huisvesting en andere organisatiekosten zoals reiskosten voor de leraar. De 'beloning' voor de Dhamma de leraar in de retraite heeft geschonken is in de meeste gevallen (en zo is het ook het sterkst overeenkomstig de intenties bij de Theravada) in de vorm van te geven 'dana' achteraf, een gift zonder een bepaalde hoogte. De meeste leraren hebben ook een baan (of ZZP-constructie) als inkomstenbron, als echte inkomstenbron in de meeste gevallen.
Sommige leraren behouden de dana zelf, andere schenken het weg, bijvoorbeeld aan hun klooster/sangha.   Daarnaast is er soms voor de uit vrijwilligers bestaande staf ook dana.

Van de kant van degenen die een retraite organiseren is de beschrijving min of meer het spiegelbeeld van het bovenstaande: of de leraar zelf of een organiserende groep om de leraar heen meldt de retraite aan, marketing is tegenwoordig belangrijk, meestal wordt in zoveel mogelijk media aangemeld. En op de eigen website die de meeste leraren tegenwoordig ook hebben. En tijdens andere bijeenkomsten of retraites worden flyers uitgedeeld en vaak gaat er een mailing uit. Kortom: het vergt inspanning, behalve bij beroemde leraren.

Nog een aparte opmerking over de lijst van leraren van de SIM: ik heb in de loop der jaren heel wat mensen gesproken (soms ook geadviseerd) over een retraite-gang; maar naar die lijst werd nooit verwezen, zelf kijk ik er alleen met een professionele blik wel eens naar. Die speelt dus geen rol in de 'marketing' van een retraite.

Internet-jargon: ik spreek van de website van de SIM, de SIM doet dat ook. Het artikel van OB heeft het echter over 'webportal', een niet op feiten gebaseerde opwaardering. Een 'Portal '  is  "een webpagina die dienst doet als "toegangspoort" tot een reeks andere websites, die over hetzelfde onderwerp gaan. Soms dus synoniem van start- of hoofdpagina, maar meestal ook als vertrekpunt en overzichtstabel voor verdere navigatie binnen een onderwerp."  Is simsara.nl niet

========================================================================

Een begin van een analyse van 'het conflict'

Ik heb niet gehoord wat de visie van het bestuur van de SIM op de gang van zaken is, maar uit het verslag van Guus Went plus de informatie gebracht door de redactie van OB krijg ik de indruk dat dit procedureel gezien slordig en menselijk gezien bot is gegaan. Maar wellicht zijn er allerlei subtiliteiten die ik (nog) niet ken en mijn (voorlopige) oordeel zouden beïnvloeden.

Dit is de tweede ervaring met het wel of niet op de lijst houden van een leraar. Beide keren was het problematisch. Januari 2011 heeft Adi Ichsan (ook een van de 'veertien') geprobeerd Stephen Batchelor van de lijst verwijderd te krijgen; de toenmalige SIM-voorzitter Dingeman Boot heeft die aanval afgeslagen. (Vanuit m'n waardering voor Batchelor als inspirerend seculier boeddhist heb ik me toen ook zeer actief opgesteld; de email-uitwisseling hierover bewaar ik zuinig, had ik ook wel een blog van kunnen maken.)
Er is dus alle reden toe, in de statuten van de SIM een duidelijke regeling te treffen. Want linksom of rechtsom moet er een mogelijkheid zijn dat de SIM aan de bezoekers van haar website en lezers van haar blad duidelijk maakt of een bepaalde leraar aanbevelenswaardig is.

Er speelt nog een ander thema. De laatste jaren ontstaan er op steeds meer plaatsen in het georganiseerde boeddhisme adviesraden van leraren naast (of boven) de besturen. Bij de BUN is er een gekomen, de stichting Vipassana Centrum Nederland kent er een; en in feite blijkt nu ook het SIM-bestuur een of meer leraar-adviseurs te hebben. Ik vind dat een ongewenste ontwikkeling. De SIM bv is een seculiere organisatie (een service-organisatie), geen sangha; een raad van leraren erboven/naast is ongewenst, de besluitvorming wordt er troebel door. Op z'n minst moet die besluitvorming precies worden geregeld maar dan nog vind ik het overbodig: bestuursleden van een stichting als de SIM zijn toch ook wel Dhamma-fähig?

Inhoudelijk maar ook beleidsmatig speelt er nog meer: de spirituele erfenis van Bhikkhu Mettavihari:
• Sinds 2006 werken ’De Veertien’ aan richtlijnen die afwisselend met Handleiding leraar Vipassana in de Tipitaka-traditie, Handleiding voor Vipassana leraren in de Nederlandse Mahasi Sayadaw traditie en Samenvatting Handleiding Leraren Vipassana Meditatie worden aangeduid.
...
• ‘Indien iemand zonder goedkeuring van een gekwalificeerde leraar zelf als Vipassana leraar aan de slag gaat, kan hij/zij niet melden dat hij/zij binnen onze Nederlandse Vipassana gemeenschap gekwalificeerd is,’ aldus de Samenvatting (19 september 2010).
Bron: 'Samenvatting '

In plaats van de quasi-diagnostische en te persoonlijke term 'psychisch labiel', àls die echt als etiket is gebruikt, had beter een meer functionele term als 'ongekwalificeerd' gebruikt kunnen worden, omdat daarna een kwalificatie-traject denkbaar is. Bijvoorbeeld door gedurende een bepaalde periode retraites te geven samen met een ervaren leraar; want een uitstekende meditator zijn (met hoge niveaus van realisatie / nana's) is wat anders dan een goed leraar zijn.

Ik krijg de indruk, maar mogelijk klopt dat feitelijk niet, dat Guus Went als 'ongekwalificeerd' werd beschouwd in bovenbedoelde zin.   Het probleem is:
  Uit wie bestaat in bovenstaand citaat 'de Nederlandse vipassana gemeenschap' ?
En is er vipassana (of andere vormen van Theravada-boeddhisme beoefenen) buiten die 'gemeenschap' waarmee die 'gemeenschap' wel kan samenwerken?

Aan de andere kant vind ik het (niet positief bedoeld) nogal reïficerend als de redactie van OB als schijnbaar objectieve informatie stelt "Boersma ... behoort tot de Raad van Acht die aan het hoofd van de Mettavahari Heritage Sangha staan ". Dit zijn entiteiten die alleen in de hoofden van sommige mensen bestaan. Dit is taal die meer bij het Tibetaans boeddhisme past.

Maar voor het geval dat het die kant uitgaat (ik denk het niet, daarvoor zijn de verschillen tussen 'de Veertien' te groot), dan herinner ik aan (het laatste deel van) m'n blog van een paar weken geleden, met als vraag:  Is dit mijn sangha? .

======================================================================

Nog meer vragen

Wat er de afgelopen jaar - vanaf maar ook voor de bestuursvergadering van 2 juni 2013 - precies gebeurd is, blijft voor mij onduidelijk, ook omdat het SIM-bestuur tot nu tot geen beschrijving van de feitelijke gebeurtenissen (vertrouwelijk houdend wat vertrouwelijk moet blijven) heeft gegeven.
Was er op die vergadering een besluit of een 'voorlopig besluit' genomen waarvoor nog een apart 'uitvoeringsbesluit' nodig was zoals de redactie van OB schrijft? Was Paul Boersma adviseur en is dus het SIM-bestuur verantwoordelijk voor zijn activiteiten richting Went of was hij als leraar relatief autonoom in bv het gesprek dat hij kennelijk met Guus Went heeft gehad en de mail die hij aan z'n collega-veertieners heeft verstuurd? Was Paul Boersma op de bestuursvergadering van 2 juni 2013 aanwezig zoals OB stelt maar Guus Went niet? Is de functie 'bestuursadviseur' nieuw, want ik had er nooit eerder van gehoord en hij staat niet in Simsara/Organisatie ?

Overigens: ik begrijp ook niet waarom Paul Boersma het besluit van het SIM-bestuur (om Guus Went van de lijst te verwijderen) aan de andere leraren van de 14 heeft doorgegeven; was hij adviseur namens de 14 of op persoonlijke titel? En ik begrijp niet dat hij dit zonder afschrift aan Guus Went heeft gedaan. Alleen betwijfel ik het effect hiervan op 'reputatieschade' het afgelopen jaar: er is buitengewoon vaardig gezwegen.
Ik beweeg me toch ook intensief in het vipassana-wereldje en had tot voor een paar weken geleden geen vermoeden dat er een conflict tussen het SIM-bestuur en Guus Went was. Mijn schatting is dat van de paar honderd tot duizend mensen (er zijn elke maand wel een paar retraites ergens in Nederland en op elke retraite komen gemiddeld een stuk of twintig mensen; en wie overweegt, gaat niet altijd echt) die het afgelopen jaar overwogen naar een retraite te gaan, hoogstens een paar procent er weet van heeft gehad.

Met name over de mediatie vind ik het verslag van Guus Went (en de aanvulling daarop van de redactie van OB, op basis van informatie van Guus Went of uit andere bronnen) onduidelijk. Wat is er noodzakelijk geheim en wat mag best openbaar zijn? Mogen bv de thema's die beide partijen als mediatie-onderwerpen hebben aangedragen, niet openbaar zijn? Was het de bedoeling dat een lid van de Ethische Commissie als deelnemer van de partij SIM aan de mediatie mee zou doen, of zou zij als een soort derde partij moeten deelnemen; en wie heeft de suggestie (van de EC in die richting) afgewezen? Wanneer heeft Guus Went - wat hij kennelijk heeft gedaan - een advocaat ingeschakeld en wanneer heeft die in een brief aan de SIM voor het eerst van zich laten horen, was dat tijdens het mediatie-proces? Is zo'n interventie toegestaan gedurende het mediatie-proces? Valt alles wat Guus Went heeft geschreven buiten de geheim-verklaring van de mediatie, of is die vervallen na het mislukken (is er formeel van mislukken sprake?) van de mediatie? Waarom had Guus Went eenvoudig niet kunnen zeggen: de opinie als dat ik 'psychisch labiel' zou zijn wens ik niet op de lijst van mediatie-thema's, en zou het er daardoor ook niet op gekomen zijn? Heeft de mediator hem niet gezegd: bij 'onderhandelingen' (mijn term) zoals een mediatie op een bepaalde manier is, hoeft een partij niet bij voorbaat iets 'weg te geven', en dus mogen ze proberen dit aan de orde te stellen; dat (een punt laten vallen) kan tijdens het proces?

Hoort een deel van de mededelingen van Guus Went in zijn essay niet tot de vertrouwelijkheid van de mediatie? Wat was nu eigenlijk het gebied van de mediatie: zakelijk (het economische gevolg van niet meer op de lijst staan etc) of psychologisch-relationeel (in de zin van: hoe mensen met elkaar, en m.n. met hem, omgaan)? Een economisch conflict of een vecht-scheiding? En wie heeft die twee door elkaar gehusseld?
Het verslag dat de redactie van OB van dit mediatie-proces geeft, suggereert dat de mediator het proces niet goed in handen had. Vindt Guus Went dit ook en heeft hij (of zijn advocaat) dat ook aan de mediator of aan de instantie die daar over gaat, gemeld?

======================================================================

Een persoonlijke, een juridisch/economische en een ideologische kant van 'het conflict'

Het begon heel persoonlijk, over verliefd worden als ik het goed begrepen heb uit het essay van Guus Went; maar dat zit dicht bij 'dit wil ik niet weten'.
Na het concept-besluit van het SIM-bestuur verdween dit naar de achtergrond.
Het conflict heeft naast de juridische/economische kant waar OB vooral op in gaat en de relationele en psychologische kant dat zo ongeveer de helft van het essay van Guus Went vormt ook een ideologische kant.
Ik doel met 'juridisch/economisch' bijvoorbeeld de zin “De belangen van de … en de …en ... zijn nauw met elkaar verweven: persoonlijk, bestuurlijk, institutioneel, financieel en commercieel” in het OB-artikel. 'Persoonlijk, bestuurlijk, institutioneel'; daar kan ik me - het wereldje een beetje kennend - iets bij voorstellen, maar van 'financieel en commercieel' (verweven zijn) wordt geen schijn van bewijs geleverd.

======================================================================

Is een kort geding on-boeddhistisch?

Nog een opmerking over de juridische kant van het essay van Guus Went. Na z'n beschrijving van het mediation-proces (dat ik op talloze punten procedureel en inhoudelijk niet begrijp) komt het bij het thema 'kort geding'. Hij zegt: "Het SIM-bestuur stelt een eventueel kort geding te beschouwen als 'niet passend binnen de beginselen van de boeddhistische traditie'... "
Of het SIM-bestuur dit echt heeft gesteld, weet ik niet. Maar hoe te bepalen of dit correct is? Dat kan op twee manieren:
- Hoe ging en gaat het er aan toe in het hart van de Theravada-traditie, in de klooster, bij conflicten tussen monniken? Dat wordt minutieus in de Vinaya geregeld. Volgens mij kan er daarbij wel een punt komen, bij bepaalde misdrijven dat het klooster een monnik aangeeft bij de wereldlijke heerser. Dus pertinent tegen juridische procedures is de traditie in dit opzicht niet. Maar dat een monnik een kort geding aanspant tegen z'n abt, is ondenkbaar.
- De meer softe moderne benadering van het lekenboeddhisme dat men onderling de zaken met metta en respect voor elkaar bespreekt (dus niet van 'een conflict' spreken), zuiver sprekend en onthecht van eigenbelang met elkaar omgaat; en alleen in het uiterste geval een wijze boeddhistische leraar als scheidsrechter inschakelt. Of dat laatste wenselijk is, is de vraag.

======================================================================

Ideologie, d.w.z. opvattingen over vipassana en andere aspecten van het Achtvoudige Pad

Dan de ideologische kant: de strijd tussen 'alleen vipassana' en 'Theravada is meer dan vipassana' (ik simplificeer een beetje)
Hierop gaat Guus Went zelf uitgebreid in; z'n betoog hierover vormt de andere helft van z'n essay. Ook al omdat hij mij als getuige (a charge of a decharge, weet ik eigenlijk niet, ik ben geen jurist) citeert, wil ik dat ook doen.
(Guus Went noemt trouwens ook Adi Ichsan als een soort getuige, of verwante; dat vind ik interessant, met Adi in één rijtje te staan, al kan ik het me wel voorstellen: Adi heeft ook een fundamentele opvatting over 'de zuivere leer')
Het is de vraag of de andere partij het ooit als een ideologische strijd heeft gezien. Vermoedelijk heeft men (SIM of sommige van 'De veertien') zijn opmerkingen als symptoom van onterechte superioriteit gezien. Of, nog erger, men kreeg het gevoel dat hier de geest van voorheen Dhammawiranatha sprak. Ik speculeer hier, het zijn 'wilde duidingen', dat realiseer ik me.
Hoe dan ook: ik vind het leuk op zijn essay te reageren.

De drieslag ethiek – concentratie – wijsheid die hij gebruikt, vind ik nooit zo gelukkig. Het is een vereenvoudiging van de acht aspecten van het Edele Achtvoudige Pad ( zie Wikipedia ).
Maar bovenal: deze driedeling is niet bruikbaar om het spanningsveld vipassana (toepassen van 'juiste sati') versus concentratie (toepassen van 'juiste samadhi') weer te geven: die vallen beide onder 'concentratie'.
En dan nog: wijsheid kan je niet beoefenen, het is een resultaat, althans het aspect 'juiste inzicht' er van. Het aspect 'juiste gedachten' (samma sankappa, juiste intenties) is trouwens ook behoorlijk ethisch van aard, ook al is het formeel geen 'sila'.
Wordt de ethiek verwaarloosd in de vipassana? Verre van dat; vaak worden twee niveaus onderscheiden:
*  het beginnersniveau, het wereldse: bij elke toevluchtname worden ook
   de 'vijf leefregels' voorgenomen.
*  in het meer gevorderde stadium gaat het om inzicht in heilzame en onheilzame
   fenomenen: ethiek via de achtzaamheid dus.
“Alleen uit concentratie komt wijsheid voort “, stelt Guus Went. Ik realiseer me dat ik nu los van de kontekst citeer maar dit is m.i. niet correct. Precieser: het is incompleet; als er zou staan:
“Ook concentratie is nodig voor wijsheid ”, dan zou ik wel akkoord gaan, van harte zelfs.

Guus Went is voorstander van de 'echte vipassana a la Mahasi Sayadaw'. Ik vind het prima als er ook dit soort retraites in Nederland komt, maar bepaald niet alleen. Mijn voorkeur gaat uit naar het meer pluriforme model van Spirit Rock, waarover Jack Kornfield een paar jaar geleden zo bevlogen heeft gesproken. Ik heb het al eens geciteerd maar doe het hieronder nog eens. Uit  'TheBuddhadharma '

Toen ik dit verleden jaar tijdens de 'Vriendenmiddag' in Deventer benadrukte, zei het bestuur (Ansink en Gijsen) het daarin met mij eens te zijn. Nu nog steeds, neem ik aan.
Die middag ging over het initiatief een Vipassana Meditatie- en Studiecentrum ergens in Nederland te realiseren. Een idee dat al een paar jaar leefde.
In zijn beschouwing beschrijft hij ook zijn initiatief (een verband dat ik niet eerder heb gelegd gezien), een bepaalde in Birma woonachtige Duitse monnik uit te nodigen regelmatig naar Nederland te komen "als mentor (althans één van de mentoren) van een in Nederland op te richten Dhamma-centrum."  De term 'mentor' komt mij hier merkwaardig voor, het lijkt meer op een soort 'patroon'. Ook de timing (al een zwaar ideologisch stempel drukken nog voordat de discussie over wat voor een soort meditatie-centrum-gebouw we willen, op gang gekomen is) lijkt me niet zo gelukkig gekozen.

======================================================================

Terug naar het pijnlijke conflict met Guus Went
Drie vragen:

Kunnen we helpen?


Met 'we' bedoel ik hier degenen om wie het gaat: de mediterenden, de retraite-bezoekers.
De geschiedenis terugdraaien naar de situatie voor juni 2013 of oktober 2013 bijvoorbeeld lijkt me niet mogelijk.
Kunnen we, als niet-leraar, doen wat Guus Went juni 2014 aan de leraren heeft gevraagd: “Ik doe een beroep op de leraren om hun vermogens aan te wenden om de bestuurders van de SIM terug bij de les — namelijk het Ethisch Drieluik — te brengen“  ? Waar is dat, bij de mediatie?

We kunnen wel het bestuur adviseren, toe te geven dat er enige 'onhandigheden' (een eufemisme) zijn geweest zoals het uit teveel uit de eigen kring samenstellen van de Ethische Commissie, waardoor Guus Went (naast het kennelijk onvermijdelijke verwijderen van de lijst) onnodig leed is berokkend. En toegeven dat er leermomenten zijn (zie onder).

Mediterenden kunnen zelf de website van Guus Went bestuderen en zelf beslissen of ze naar een van zijn retraites gaan.
Het zou goed zijn als hij op deze website ook over dit conflict schrijft,
net zo als het goed zou zijn als de SIM er op haar website over schrijft!

Moet er op korte termijn iets gebeuren?

Moet dit personele consequenties voor het SIM-bestuur hebben?
Aftreden van Hans Gijsen is voor mij niet nodig. Wel moet men haast maken met de opvolging van de bestuursleden waarvan de maximale termijn verstreken is (of de statuten wijzigen): niet zozeer met goede meditatoren of goede organisatoren maar met goede bestuurder(s).
En wel lijkt het me beter dat Hans Gijsen per direct stopt met het secretarisschap van de stichting Vipassana Centrum Nederland, deze tweepettigheid is niet langer wenselijk.

Heb ik ook een advies voor Guus Went? Ik denk dat hij moet kiezen:
- Of denken: laat ze allemaal de ... (ik denk: de tering) krijgen, ik wil niets meer
   met ze te maken hebben, heb m'n eigen website en organiseer m'n eigen retraites,
   net zo als een aantal andere leraren dat doen. Liefst samen met anderen,
   want collegiale toetsing is nooit weg
- Of een kort geding aanspannen tegen het bestuur van de SIM en eisen:
   (a) weer opgenomen te worden in de lijst van leraren; en
   (b) weer vermeld worden van z'n retraites in de agenda van Simsara.

Kunnen we hier van leren?

Hierboven heb ik al een paar suggesties voor meer precies regelen van een aantal zaken in de SIM-statuten gedaan (besluitvorming wie op 'de lijst' van Simsara komt, rol van bestuursadviseur)

Veel fundamenteler is het probleem hoe te checken of iemand een goede leraar is; en wel in combinatie met een ander thema: de SIM moet geen monocultuur (niet slechts Mettavihari-leraren, of slechts Mahasi-leraren of slechts ... wie dan ook) hebben?
De methode van de 'Mettavihari Heritage Sangha' is te beperkt, betreft alleen de eigen groep. Er moet een breder kader komen. De werkwijze van de 'Handleiding', ook genoemd 'Samenvatting' is onvolledig, omdat hij niet op alle leraren betrekking kan hebben.
Mijn voorstel: laten we de werkwijze van Spirit Rock (California) bestuderen en op Nederlandse schaal toepassen, zie Teacher Training at Spirit Rock

Tenslotte moet m.i., zo snel mogelijk, de huidige lijst van leraren (van de website) verwijderd worden. Er kan in de komende jaren een nieuwe worden opgebouwd, als daar behoefte aan is, met duidelijke criteria en procedures.

======================================================================

Voor de formele duidelijkheid: ik heb vele jaren bij Paul Boersma gemediteerd. Deze tekst heb ik zonder enig overleg met hem geschreven. En ik blijf hem, ondanks enige twijfel over zijn bestuurlijke rol, als mijn kalyana mitta beschouwen.

======================================================================

BIJLAGE

Uit ‘ This fantastic, unfolding experiment. Establishing the Insight Meditation Society and Spirit Rock ’ door Jack Kornfield ; een paar zinsdelen door mij vet gemaakt.

“ When we started IMS, it was primarily a Mahasi-oriented center. I brought in the flavor of Ajahn Chah as well. But because Joseph (Goldstein) and Sharon (Salzberg) had done most of their practice through the Burmese lineages of Mahasi Sayadaw and of U Ba Khin, and we shared this training, this is mainly what we taught. From the very beginning we offered the practices of both Mahasi Sayadaw and U Ba Khin, with Ruth Denison and John Coleman leading retreats.
...
When we started, the first principle that we got right —partly out of necessity (or out of desperation)— was that we would do collective teachings . One can see that the centers that have had the most difficulty have invested all the power in just one teacher. Often that person gets terribly isolated, and, as you know, many dharma centers in the West have suffered in some fashion or another due to the misconduct of their primary teacher.
...
The second principle that we got right —and I was a passionate advocate for this— was having multiple lineages . Even though there was a Mahasi lineage through Munindra, Mahasi Sayadaw, Dipa Ma, and Asabha Sayadaw that we shared at IMS, it was very important from the beginning that we invite other lineages and teachers. So early on we invited Christopher Titmuss and Christina Feldman—people who had studied with Ajahn Buddhadasa, Ajahn Dhammadoro, Ajahn Chah, and other teachers. From my own experience, it was healthier for both students and teachers alike to have access to a range of dharma teachings and perspectives. This is an underlying principle at Spirit Rock as well.
The Buddha is often described as the master of many skillful means. Gradual and sudden, outer and inner, form and emptiness were all aspects of his teaching. A wise teacher, and a wise center, needs to offer a whole range of skillful practices, because people come along at different stages of their inner development, with different temperaments, and with different sets of problems. If we limit ourselves to one technique, it will only serve certain people and it won’t be helpful to others. Diversity of practices is an underlying vision at IMS that has also been carried through to Spirit Rock. On our retreats, though we use the basic instructions from Mahasi Sayadaw, we also draw from the teachings and perspectives of Ajahn Chah, Buddhadasa, U Ba Khin, and many others.
....
To preserve the strength of our tradition, the majority of our retreats teach vipassana and the four foundations of mindfulness. Many of our other retreats focus on the brahmavihara (the divine abodes of loving-kindness, compassion, sympathetic joy, and equanimity). Those are our two central streams of dharma practice. The third stream offers an integration of mindfulness practice with other aspects of our dharma vision. These retreats combine mindfulness and yoga, or mindfulness and the creative process, or mindfulness and loving-kindness and psychotherapy. In addition, we have hundreds of daylongs, which along with retreats provide the aspect of our mandala that has to do with integration and how we live. This would also include our Diversity Program, which is committed to offering the dharma to as diverse a population as possible; our Program for Socially Engaged Buddhists; our Family Program, for children and their parents; our Teen and Young Adult Program; and our Program for Yoga Teachers.
To keep Spirit Rock connected to the core of our Buddhist tradition, we made a rule that when people outside our lineage come here to teach retreats, they would always be joined by one of our teachers in order to connect their teachings to our practice. In this way our core practices of generosity, virtue, mindfulness, and loving-kindness are complemented by other lineages and skillful means. ...
So we have had wonderful retreats with Tsoknyi Rinpoche and both Ajahn Amaro and Guy Armstrong on different occasions.
While we are dedicated to preserving and sustaining the core teachings of our lineage, we are also willing to be innovators, as indicated by our willingness to learn from many lineages.
“