Een paar jaar lang heb ik gedacht dat de Dalai Lama het hebben van 'compassie ' vooral benadrukte naar Westerlingen toe, om pedagogische en tactische redenen. Omdat het echte Tibetaanse boeddhisme te moeilijk (bv de Madhyamaka) of te bedreigend (tantrisch boeddhisme) voor ze is. En om andere religieuze leiders gerust te stellen dat hij echt niet deze Westerlingen tot het boeddhisme probeert te bekeren. En misschien ook wel richting inwoners c.q. religieuze leiders in India, want daar ligt het thema 'bekeren' gevoelig.
Zie bv m'n blogs van februari en van juni van dit jaar. En recent over 'spirituele intelligentie'
Maar het blijkt toch ingewikkelder te liggen. Dit ontdekte ik bij het lezen van het recente artikel
"The Politics of 'Compassion' of the Fourteenth Dalai Lama: Between 'Religion' and 'Secularism' " van de boeddholoog Masahide Tsujimura in het Journal of Buddhist Ethics .
Eerst de samenvatting van de auteur (vertaald van het Japans naar het Engels, en door mij naar het Nederlands):
" Vanaf 1959 heeft de Veertiende Dalai Lama de opvatting uitgedragen dat democratische hervormingen in het Tibetaanse politieke systeem in stappen uitgevoerd moeten worden.
Hij deed dit door de betekenis en gevoelswaarde (connatation) van het traditionele Tibetaanse concept chos srid zung ‘brel (eenheid van dharma en beleid) te verbreden.
Dit artikel gaat na hoe de Dalai Lama er in slaagde, de traditione betekenis van het concept chos srid zung ‘brel te handhaven in een moderne Tibetaanse democratie door gebruik te maken van de idee 'compassie', teneinde 'religie' en 'secularism' te verbinden. " (pagina 5/6 van de pdf)
'Eenheid van dharma en beleid ' komt – zo blijkt uit het artikel – neer op het ongescheiden zijn van kerk (de kloosters etc) en staat; en op de eenheid van wereldlijk leider en geestelijk leider zijn. Dat waren eeuwen lang de Dalai Lama's; de huidige (14e) heeft z'n wereldlijke leiderschap in 2011 neergelegd, tegen de zin in van veel van zijn volgelingen.
De centrale vraag is wat chos betekent; de betekenissen lijken te variëren en te zijn verschoven. Tot voor kort was dat: 'het Boeddhisme' (soms ook: één van de Tibetaans-boeddhistische scholen).
De door de Dalai Lama ingezette democratisering (in ballingschap, dat gegeven komt wel als een feitelijke maar geen principiële bijzonderheid aan de orde) had drie belangrijke momenten: in 1960, in 1990 en in 2011. Het waren juridische stappen (het neerleggen van het wereldlijk leiderschap in 2011 bijvoorbeeld) maar gingen gepaard aan het verschuiven/verbreden van de betekenis van 'chos .
Daarbij wordt er op gewezen dat de Vinaya zelf al democratische regels heeft.
Tussenconclusie: "Het proces van democratisering, geïnitieerd door de Dalai Lama was dus niet alleen het resultaat van modernisering maar ook van Boeddhistische logica " (pagina 15)
[ Een voor mij als niet-Tibetaans-boeddhist raadselachtige conclusie, maar ik
accepteer het bestaan van meerdere soorten logica. Trouwens: Vinaya en
democratie zijn voor mij toch wel zaken van verschillende orde; Joop R. ]
Vervolgens herdefinieerde de Dalai Lama in een artikel uit 1992 het principe chos: het betekende in het vervolg niet specifiek 'boeddhisme' maar 'geestelijke waarden (spiritual values) ' In wezen alle religies zoals Christendom, Islam, etc vallen hieronder.
Vervolgens verstaat de Dalai Lama hier ook 'secularisme onder, op de wijze in India (volgens hem) gebruikt. Een betekenis als niet-sektarisch en dus niet als anti-religie zoals in het Westen (volgens hem) het geval is.
" Conclusie
Volgens de Dalai Lama, betekent geweldloosheid niet alleen maar het niet-gebruik van fysiek geweld. Geweldloosheid betekent niet de afwezigheid van geweld. Het is iets positievers en zinvollers. Ik denk dat de meer volle expressie van geweldloosheid mededogen is." (pagina 20/21)
Vervolgens verklaart de Dalai Lama dat 'geweldloosheid ' en 'compassie ' synoniemen zijn.
De onderzoeker (Tsujimura) legt vervolgens uit:
" Zeker, mededogen (compassion, snying rje) is één van de belangrijkste concepten van het boeddhisme als een 'religie'. Echter, de Dalai Lama beschouwt mededogen als gemeenschappelijk in alle religies, en dat iedereen meelevend kan zijn, want niemand wil lijden. Vanuit het perspectief van de Dalai Lama is mededogen ook een 'seculier' concept dat wederzijdse tolerantie en respect voor alle geloven impliceert, maar ook voor zonder geloof. Door het gebruik van het begrip 'compassie' als een brug tussen 'religie' en 'secularisme', loste de Dalai Lama het probleem op van de chos srid zung 'brel principe in de democratische hervorming van de Tibetaanse politieke systeem. Zijn politiek is in sterke mate dat van 'compassie'." (pagina 22)
Mijn conclusie is dat de Dalai Lama in een serie stappen - in de tijd en in de (boeddhistische) logica conceptueel het traditionele Tibetaanse ongescheiden zijn van kerk en staat heeft omgebouwd; en tegelijk ook de 'kerk' (d.w.z. het boeddhisme) ten behoeve van deze politieke reconstructie heeft vervangen door het brede ethische principe 'compassie'.
Politiek-strategisch een knappe prestatie, van hoog niveau: wel zo hoog dat het feit dat Tibet door China bezet is, buiten beschouwing is gebleven.
==============================================================
Tot zover m'n begrip
Ik blijf het echter problematisch vinden dat compassie gebruikt wordt als een principe;
dat is het niet. Het is iets dat je moet (kan) beoefenen, anders heb je er niets aan.
Het is trouwens ook niet een 'gevoel' zoals veel Nederlandse boeddhisten lijken te denken.
Twijfel heb ik ook over de wijze waarop de Dalai Lama (met behulp van het
compassie-principe) de boeddhistische democratie denkt vorm te kunnen geven.
==============================================================
Een andere lijn, 1 Compassie beoefenen
Twee vormen van 'beoefenen' van compassie (de term in het Pali is 'karuna') zijn meditatie (niet-denken) en contemplatie (wel vertaald als 'diep denken')
De compassie-meditatie is in Nederland vooral uitgewerkt door de (te vroeg overleden) Khanti Nouwen en wordt nu bijvoorbeeld 'onderwezen' door Frits Koster c.s. Zie zijn website
Veel heb ik ook gehad aan 'Liefdevolle Vriendelijkheid ' door Sharon Salzberg ( Asoka-uitgave )
Wat betreft contemplatie waardeer ik nog steeds een oude - en in wat ouderwetse taal geschreven - tekst over het beoefenen van 'karuna ' door Nyanaponika Thera. Lees langzaam zijn 'The Four Sublime States - Contemplations on Love, Compassion, Sympathetic Joy and Equanimity ' :
" Hier, monniken, doordringt een leerling een eerste richting met zijn hart vol mededogen, ook de tweede, de derde en de vierde richting; eveneens naar boven, naar beneden en rondom; hij doordringt de hele wereld overal en gelijkmatig met zijn hart vol mededogen, overvloedig, groot geworden, mateloos, vrij van vijandigheid en vrij van nood. " (Digha Nikaya 13)
" Contemplations on the Four Sublime States
....
Compassion (Karuna)
The world suffers. But most men have their eyes and ears closed. They do not see the unbroken stream of tears flowing through life; they do not hear the cry of distress continually pervading the world. Their own little grief or joy bars their sight, deafens their ears. Bound by selfishness, their hearts turn stiff and narrow. Being stiff and narrow, how should they be able to strive for any higher goal, to realize that only release from selfish craving will effect their own freedom from suffering?
It is compassion that removes the heavy bar, opens the door to freedom, makes the narrow heart as wide as the world. Compassion takes away from the heart the inert weight, the paralyzing heaviness; it gives wings to those who cling to the lowlands of self.
Through compassion the fact of suffering remains vividly present to our mind, even at times when we personally are free from it. It gives us the rich experience of suffering, thus strengthening us to meet it prepared, when it does befall us.
Compassion reconciles us to our own destiny by showing us the life of others, often much harder than ours.
Behold the endless caravan of beings, men and beasts, burdened with sorrow and pain! The burden of every one of them, we also have carried in bygone times during the unfathomable sequence of repeated births. Behold this, and open your heart to compassion!
And this misery may well be our own destiny again! He who is without compassion now, will one day cry for it. If sympathy with others is lacking, it will have to be acquired through one's own long and painful experience. This is the great law of life. Knowing this, keep guard over yourself!
Beings, sunk in ignorance, lost in delusion, hasten from one state of suffering to another, not knowing the real cause, not knowing the escape from it. This insight into the general law of suffering is the real foundation of our compassion, not any isolated fact of suffering.
Hence our compassion will also include those who at the moment may be happy, but act with an evil and deluded mind. In their present deeds we shall foresee their future state of distress, and compassion will arise.
The compassion of the wise man does not render him a victim of suffering. His thoughts, words and deeds are full of pity. But his heart does not waver; unchanged it remains, serene and calm. How else should he be able to help?
May such compassion arise in our hearts! Compassion that is sublime nobility of heart and intellect which knows, understands and is ready to help.
Compassion that is strength and gives strength: this is highest compassion.
And what is the highest manifestation of compassion? To show to the world the path leading to the end of suffering, the path pointed out, trodden and realized to perfection by Him, the Exalted One, the Buddha. "
==============================================================
Een andere lijn, 2 Boeddhistische democratie
Hierboven uit ik m'n twijfel of de Dalai Lama gelijk heeft met z'n bewering "In contrast to general democratic constitution, if we arranged our constitution based on good ideas of nonviolence and peace, it can reach ... " (Tsujimura, pag. 20)
'Democratie' kan m.i. trouwens nooit gebaseerd zijn op één principe; het moet altijd gaan om (een balans van) meerdere principes, al houden idealisten daar niet van.
Verder past de boeddhisten bescheidenheid, ook gezien de behandeling van (religieuze) minderheden door 'boeddhistische' regimes in Aziatische landen zoals Birma, Bhutan en Sri Lanka.
De Boeddha heeft het uiteindelijk over niet-wereldlijke zaken gehad, maar de m.i. meest duidelijke uitspraak over (wereldlijke, want een sangha is per definitie niet democratisch) democratie komt uit de Maha Parinibbana Sutta, paragraaf 1.4, Zeven voorwaarden voor welvaart . Uit de tekst wordt duidelijk dat het over meer gaat dan over 'welvaart' :
" Nu stond Eerwaarde Ananda achter de Heer om hem koelte toe te wuiven, en de Heer zei:
"Ananda, heb jij gehoord dat de Vajji's geregeld en veelvuldig bijeenkomsten houden?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat zo doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's geregeld en veelvuldig bijeenkomsten houden, dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."
"Ananda, heb jij gehoord dat de Vajji's op harmonieuze wijze bijeenkomen, op harmonieuze wijze van elkaar scheiden en hun zaken op harmonieuze wijze voortzetten?" -- "Heer, ik heb gehoord dat dat zo is." -- "Ananda, zolang de Vajji's op harmonieuze wijze bijeen komen, op harmonieuze wijze van elkaar scheiden en hun zaken op harmonieuze wijze voortzetten, dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."
"Ananda, heb jij gehoord dat de Vajji's niet bekrachtigen wat nog niet bekrachtigd is, en niet afschaffen wat reeds bekrachtigd is, maar verder gaan overeenkomstig hetgeen dat door hun oude traditie wordt bekrachtigd?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."
"Ananda, heb jij gehoord, dat zij de ouderen onder hen eren, respecteren, eerbiedigen en begroeten, en dat zij hen waardig achten door naar hen te luisteren?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat zo doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."
"Ananda, heb jij gehoord, dat zij zich ervan onthouden met geweld de vrouwen en dochters van anderen te ontvoeren en hen te dwingen met hen te leven?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij zich daarvan onthouden." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."
"Ananda, heb jij gehoord, dat de Vajji's heiligdommen eren, respecteren, eerbiedigen en begroeten -- thuis en over de grens -- en de al eerder verleende passende ondersteuning niet intrekken?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat zo doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."
"Ananda, heb jij gehoord, dat een passende voorziening is getroffen voor de veiligheid van de Arahats, zodat zulke Arahats in de toekomst naar hen toe zullen komen om er te leven, en dat zij, die er reeds leven, comfortabel zullen leven?" -- "Heer, ik heb gehoord dat zij dat zo doen." -- "Ananda, zolang de Vajji's (...) dan mag van hen worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan."
Toen zei de Heer tegen de brahmaan Vassakara: "Eens, brahmaan, toen ik bij het Sarandada Heiligdom te Vesali was, onderwees ik de Vajji's deze zeven principes om het ten gronde gaan te kunnen voorkomen, en zolang zij zich aan deze zeven principes houden, zolang deze principes van kracht blijven, mag van de Vajji's worden verwacht dat zij welvarend zullen zijn en niet ten gronde zullen gaan. ... "
Bron: http://sleuteltotinzicht.nl/d16.htm#Zeven voorwaarden voor welvaart
Posts tonen met het label Mahayana. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mahayana. Alle posts tonen
maandag 4 augustus 2014
woensdag 23 juli 2014
De 10e van de tien misvattingen over het boeddhisme. Maar ook een 11e, een 12e, een 13e -- Nieuwe en taaie
In het Amerikaanse boeddhistische tijdschrift Tricycle verschenen de afgelopen maanden een serie artikelen over '10 Misconceptions about Buddhism' geschreven door de boeddhologen Robert Buswell en Donald Lopez.
Hier een deel uit het overzichtsartikel waarmee de serie startte . In het Nederlands (door mij) vertaald.
Als 'gebruikaanwijzing': in vet staat steeds de misvatting; daaronder hoe het feitelijk is.
" 1 . Alle boeddhisten mediteren.
Meditatie wordt vaak gezien als de centrale praktijk van het boeddhisme . Echter, historisch mediteerde de meerderheid van de boeddhisten niet. Meditatie werd van oudsher beschouwd als een monastieke praktijk, en zelfs dan slechts als een specialiteit van bepaalde monniken. Het is pas sinds de 20e eeuw dat leken op grote schaal begonnen met de beoefening van meditatie.
2 . De primaire vorm van boeddhistische meditatie is mindfulness .
In feite zijn er honderden vormen van boeddhistische meditatie, sommige voor het ontwikkelen van diepe staten van concentratie en mentale gelukzaligheid, sommige voor het analyseren van de bestanddelen van lichaam en geest teneinde te ervaren dat er geen 'zelf' is, sommige om de Boeddha face-to-face te ontmoeten.
De praktijk van mindfulness zoals die wordt onderwezen in Amerika [en Nederland] vandaag de dag begon in Birma in het begin van de 20e eeuw.
3 . Alle boeddhisten zijn vegetariërs .
'Bhikkhu' (Pali) of 'Bhikshu', de Sanskriet-term vertaald als "monnik" betekent letterlijk "bedelaar". Boeddhistische monniken en nonnen bedelden oorspronkelijk om hun dagelijkse maaltijd (sommige nog steeds doen) en moesten dus eten wat aan hen werd aangeboden, waaronder vlees. Volgens sommige bronnen, kwam de aanval van dysenterie waaraan de Boeddha leed voordat hij in Nirvana binnentrad, nadat hij varkensvlees had gegeten. In de eeuwen na de dood van de Boeddha, begon het aanmoedigen van vegetarisme in sommige boeddhistische teksten. Maar ook nu nog zijn niet alle boeddhistische monniken en nonnen vegetariërs. Bijvoorbeeld, in China zijn ze het wel; in Tibet zijn ze het niet.
4 . Alle boeddhisten zijn pacifisten .
Er wordt vaak gezegd dat er nooit een oorlog is geweest in de naam van het boeddhisme. Het is onduidelijk wat "in de naam van" zou kunnen betekenen, maar er zijn vele veldslagen tussen boeddhisten (met enkele boeddhistische kloosters die hun eigen legers hadden) geweest. Er hebben ook oorlogen tussen boeddhisten tegen niet-boeddhisten plaatsgevonden. Tibetaanse boeddhisten vochten dapper tegen de Britse troepen die Tibet binnenvielen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog steunden veel Japanse (boeddhistische) priesters de militaire expansie van het Japanse keizerrijk.
5 . Boeddhisme is een filosofie en geen religie.
Het boeddhisme heeft vele filosofische scholen, met een verfijning die gelijk is aan die van een in Europa ontwikkelde filosofische school. Echter, het boeddhisme is een religie op welke manier dan ook gedefinieerd in deze op zich ondefinieerbare term; tenzij men religie definieert als het geloof in een Schepper-God. In de hele geschiedenis was de grote meerderheid van de boeddhistische beoefening, voor zowel monniken als leken, gericht op een goede wedergeboorte in het volgende leven, hetzij voor zichzelf, hetzij voor zijn familie, of voor alle wezens in het universum.
6 . De Boeddha was een menselijk wezen, geen god; en in de religie die hij stichtte is er geen plaats voor de verering van goden .
Het boeddhisme heeft een uitgebreid pantheon van hemelse wezens (deva's, de naam is etymologisch gerelateerd aan het Engels woord goddelijkheid [divinity]) en gevorderde spirituele wezens (bodhisattva's en boeddha's), die in verschillende hemelen en pure landen verblijven en die reageren op de gebeden van de vrome.
7 . Zen verwerpt het conventionele boeddhisme.
Zenmeesters branden beelden van de Boeddha, minachten de soetra's, en frequenteren bars en bordelen. [Dit laatste is deels misvatting, deels waar, als ik het goed begrijp; Joop R]
Zen monniken volgen een strikte set van regels, de zogenaamde "pure regels", die gebaseerd zijn op de uit India geïmporteerde monastieke discipline. De meeste Zen monniken zijn bezig met een uitgebreide studie van de boeddhistische geschriften voor het begin van hun opleiding in de meditatie hal. En hoewel een geliefd vers in Zen spreekt van "niet te vertrouwen op woorden en letters", heeft Zen de grootste verzameling van geschreven literatuur van alle van Oost-Aziatische boeddhistische tradities.
8 . De vier edele waarheden zijn nobel.
De beroemde zin "vier edele waarheden" is een verkeerde vertaling. De term "nobele" in het Sanskriet is 'aryan', een prima woord voor "edel" of " superieur", dat onbruikbaar is gemaakt door de nazi's. 'Aryan' is een technische term in het boeddhisme, verwijzend naar iemand die directe ervaring van de waarheid heeft gehad en nooit meer zal worden herboren als een dier, geest, of de hellewezen. De vier waarheden van het lijden, oorsprong, beëindigen, en het pad zijn wààr voor een dergelijke verlichte wezens. Ze zijn niet voor ons; wij begrijpen niet dat het leven lijden is. De term betekent dus: de "vier waarheden voor de [geestelijk] nobele".
9 . Zen is gewijd aan de ervaring van "plotselinge verlichting", waarmee zijn volgelingen bevrijd zijn van het uitgebreide regime van de opleiding in de ethiek, meditatie en wijsheid zoals die voorkomen in conventionele vormen van het boeddhisme .
Zen monniken gaan er gewoonlijk van uit, decennia full-time te moeten beoefenen, voordat ze in staat zijn om echte vooruitgang te boeken in hun meditatie.
10 . Alle spirituele tradities, het boeddhisme inbegrepen, zijn verschillende wegen naar dezelfde bergtop. "
Van deze misvatting geef ik hieronder de meer uitgebreide versie weer. Een gedeeltelijke vertaling uit Tricycle van 3 juli 2014 van:
"# 10 All spiritual traditions are different paths to the same mountaintop
One Way to Nirvana
It’s not just the Buddha Way that’s different — the Buddhist mountaintop is different, too ".
Misverstand nr.” 10 Alle spirituele tradities zijn verschillende paden naar dezelfde bergtop
Eén weg naar Nirvana ”
Feiten: “Het is niet alleen de Boeddha Weg die anders is – de boeddhistische bergtop is ook anders
Velen denken over het boeddhisme als zijnde een tolerante religie, die de waarde van alle religieuze tradities herkent en erkent. In de afgelopen jaren is er een groeiend aantal boeddhistische-christelijke dialogen en boeddhistische-joodse dialogen geweest. ...
Dit zou kunnen suggereren dat het boeddhisme stelt dat alle religies één zijn, dat alle spirituele paden leiden naar dezelfde bergtop. Niets is verder van de waarheid.
Het idee van de eenheid van religies, althans in zijn vandaag bekende populaire vorm, heeft twee belangrijke 19de-eeuwse bronnen, één uit het Westen en één uit het Oosten.
In Amerika geloofden de theosofen, geleid door Helena Petrovna Blavatsky en Henry Steel Olcott (beide sterke verdedigers van het boeddhisme tegen christelijke missionarissen), dat één enkele mystieke leer de kern van alle religies vormde.
In India beoefende de Bengaalse heilige Ramakrishna alle grote religies en beweerde dat ze tot dezelfde mystieke ervaring leidden. Ramakrishna's discipel, Swami Vivekananda, ging verder met te verkondigen dat alle religies één zijn. (Een meer preciese lezing van zijn claim wekt de indruk dat wat hij eigenlijk bedoelde is dat alle religies in de kern Hindoeïsme zijn.)
Boeddhisten hebben nooit de éénheid van religies verkondigd. Vroege boeddhistische teksten zijn gevuld met verklaringen van niet-boeddhistische meesters die claimden de verlichting te hebben bereikt terwijl ze in feite, in het beste gevallen alleen wedergeboorte in de hogere hemelen van immateriële wereld (arupyadhatu) hadden bereikt. Dit was het lot van de Boeddha's eerste meditatie leraren, Arada Kalama en Udraka Ramaputra.
….
In de 13e eeuw was de vereerde zenmeester Dogen, waarvan de beroemde uitspraak afkomstig is dat bergen en rivieren BoeddhaNatuur hebben, niet zo zeker over taoïsten en Confucianisten. Hij schreef: "Onwetende mensen zeggen dat Taoïsme, Confucianisme en het Boeddhisme uiteindelijk één zijn, alleen met verschillende ingangen. Deze misleide dwaze mensen hebben een oppervlakkig beeld van de Boeddhistische Weg, omdat ze voldoende kennis van de dharma en de herkomst ervan missen. "
Het is niet zo verwonderlijk dat boeddhisten zichzelf en hun pad als superieur zouden zien met concurrerende religieuze groepen, of ze nu Hindoes in India waren, Daoïsten in China, Confucianisten in Korea, of Bönpos in Tibet.
Maar wat verrassender en interessanter is, is dat Boeddhisten vergelijkbare claims van superioriteit tegen mede-Boeddhisten blijken te maken.
….
In Tibet stelde de beroemde 14e-eeuwse leraar Tsongkhapa dat iedereen die ooit nirvana had bereikt, zelfs door de Hinayana pad, dat had bereikt door het begrijpen van leegte (shunyata) zoals uiteengezet door wat genoemd wordt de Prasangika tak van Madhyamaka. Bevrijding van wedergeboorte was onmogelijk met welke andere boeddhistische filosofische opvatting dan ook. Dit leidde tot de vraag hoe de geestelijke verworvenheden van grote Indiase meesters als Asanga te begrijpen, die andere filosofische systemen had geleerd – in het geval Asanga's, de Yogacara. Sommige Tibetanen lossen dit op door te zeggen dat, terwijl Asanga mogelijk Yogacara leerde, hij toch in z'n hart een Madhyamaka was.
….
Historisch gezien hebben alle boeddhisten gesteld dat de bevrijding van wedergeboorte onmogelijk is via een andere religie dan het Boeddhisme. In andere religies kan men hoogstens een betere wedergeboorte verkrijgen, hetzij als een mens of als een god in een van de vele hemelen. Alleen het Boeddhisme leidt tot nirvana. Boeddhisten zijn het met elkaar over dit punt eens. Waarover ze het niet met elkaar eens zijn, is welke vorm van Boeddhisme tot nirvana leidt; met elk van de vele scholen in heel Azië die claimen dat alleen dat van hun dat doet; daarbij benoemen ze vaak andere vormen van het Boeddhisme als slechts even zo vele 'doelmatige middelen' (upaya), onderwezen door de Boeddha voor degenen die nog niet klaar zijn voor de ware leer. ”
Eén van degenen die op de website van Tricycle reageerden op dit artikel, was Edel Maex:
"How could I be so deluded? Until now I thought that the path of Buddhism went down from the mountain top towards all sentient beings."
Leuk, maar hij weet toch ook wel dat er – à la Zen - geen bergtop is?
En voor niet-Zennies, zoals ik, dat "jede Konsequenz (dus ook die van de bergtop-metafoor) zum Teufel führt.
======================================================================
Tenslotte drie misvattingen die ik aan het rijtje van Buswell en Lopez toe zou willen voegen:
11 . Boeddhisten proberen niet anderen te bekeren .
Dat deden en doen ze dus wel.
Over de feiten en achtergronden kan ik kort zijn, ik verwijs naar m'n blog van 5 mei hierover.
12 . Het boeddhisme is zeer milieubewust .
Een zeer pijnlijke, zeker ook voor mij na het trots presenteren van m'n vertaling van 'Een boeddhistische verklaring over ecologie ' verleden week
De illusie namelijk dat boeddhisten, bijna per definitie, tot de milieubewuste voorhoede behoren en ook altijd hebben behoord.
Dat dit niet onverkort het geval is geweest - er eerder van onverschilligheid ten aanzien van 'de natuur' sprake was - blijkt bv uit 'The Early Buddhist Tradition and Ecological Ethics ', door Lambert Schmithausen. Zie JBE, Volume 4 1997.
Abstract
This paper is concerned with ecological ethics, and examines the contemporary ecological crisis from the perspective of early Buddhism.
Through an examination of early texts (mainly the Pāli Canon) it asks to what extent ecological ethics has formed part of the teachings of Buddhism and whether contemporary ecological concerns can be integrated into this tradition. A range of divergent opinions held by modern authors are critically reviewed in the first section, followed in section two by a discussion of nature in the light of the Buddhist evaluation of existence. Section three considers the adequacy of the doctrine of Origination in Dependence as a basis for ecological thics, and section four discusses early Buddhist spirituality and ethics in the context of ecological concerns. Section five is devoted to evaluations of nature versus civilization and section six discusses the status of animals. The conclusion is that early Buddhism was impressed not so much by the beauty of nature as by its sombre aspects. It seeks not to transform or subjugate nature but to transcend it spiritually through detachment. However, although Buddhism does not romanticize nature it does not mean it is altogether impossible to establish an ecological ethics on the basis of the early tradition.
13 . HÈT boeddhisme bestaat. Alle boeddhistische tradities hebben een gemeenschappelijke kern .
M'n stelling is dus het omgekeerde: HÈT boeddhisme bestaat niet, er zijn overeenkomsten maar er zijn minstens zo'n grote verschillen tussen de boeddhistische tradities.
Daarbij wordt meestal het drietal Theravada, Zen, Tibetaans boeddhisme genoemd; maar er zijn, met name in en afkomstig uit Oost-Azië nog veel meer tradities die wezenlijk anders dan Zen zijn.
Alleen al de vraag wat de uiteindelijke bedoeling van de beoefening van het boeddhisme is (toch niet de minste vraag), geeft zeer verschillende antwoorden te zien.
En als het een gemeenschappelijk antwoord is - met name 'verlichting' - dan blijkt de betekenis daarvan fundamenteel verschillend. Om het losjes te zeggen: in de Theravada ben je klaar als je verlicht bent (maar ja dat gebeurt bijna niet of niet meer); in Zen moet je dan zo ongeveer beginnen.
Daarnaast wordt met name in de Verenigde Staten een ander onderscheid geconstateerd: langs ethnische lijnen. Zie bv het artikel ' Two Buddhisms, Three Buddhisms, and Racism '
Ook al iets dat we liever niet horen. En in Nederland zelfs niet gezegd wordt.
======================================================================
Kortom en samengevat:
De misvattingen omtrent het boeddhisme zijn taai.
Oude verdwijnen langzaam en nieuwe komen (in het Westen) snel op.
Om het met een ooit bekende boektitel te zeggen: 'Moedwil of misverstand ' ?
======================================================================
Lijst van de originele Tricycle-artikelen
http://www.tricycle.com/blog/10-misconceptions-about-buddhism
1 http://www.tricycle.com/blog/biggest-misconception-about-buddhism
2 http://www.tricycle.com/blog/which-mindfulness
3 http://www.tricycle.com/blog/beggars-can%E2%80%99t-be-choosers
4 http://www.tricycle.com/blog/killing-name
5 http://www.tricycle.com/blog/buddhism-philosophy-or-religion
6 http://www.tricycle.com/blog/god-or-human
7 http://www.tricycle.com/blog/only-occasional-brothel
8 http://www.tricycle.com/blog/four-ennobling-truths
9 http://www.tricycle.com/blog/slow-motion-satori
10 http://www.tricycle.com/blog/one-way-nirvana
Hier een deel uit het overzichtsartikel waarmee de serie startte . In het Nederlands (door mij) vertaald.
Als 'gebruikaanwijzing': in vet staat steeds de misvatting; daaronder hoe het feitelijk is.
" 1 . Alle boeddhisten mediteren.
Meditatie wordt vaak gezien als de centrale praktijk van het boeddhisme . Echter, historisch mediteerde de meerderheid van de boeddhisten niet. Meditatie werd van oudsher beschouwd als een monastieke praktijk, en zelfs dan slechts als een specialiteit van bepaalde monniken. Het is pas sinds de 20e eeuw dat leken op grote schaal begonnen met de beoefening van meditatie.
2 . De primaire vorm van boeddhistische meditatie is mindfulness .
In feite zijn er honderden vormen van boeddhistische meditatie, sommige voor het ontwikkelen van diepe staten van concentratie en mentale gelukzaligheid, sommige voor het analyseren van de bestanddelen van lichaam en geest teneinde te ervaren dat er geen 'zelf' is, sommige om de Boeddha face-to-face te ontmoeten.
De praktijk van mindfulness zoals die wordt onderwezen in Amerika [en Nederland] vandaag de dag begon in Birma in het begin van de 20e eeuw.
3 . Alle boeddhisten zijn vegetariërs .
'Bhikkhu' (Pali) of 'Bhikshu', de Sanskriet-term vertaald als "monnik" betekent letterlijk "bedelaar". Boeddhistische monniken en nonnen bedelden oorspronkelijk om hun dagelijkse maaltijd (sommige nog steeds doen) en moesten dus eten wat aan hen werd aangeboden, waaronder vlees. Volgens sommige bronnen, kwam de aanval van dysenterie waaraan de Boeddha leed voordat hij in Nirvana binnentrad, nadat hij varkensvlees had gegeten. In de eeuwen na de dood van de Boeddha, begon het aanmoedigen van vegetarisme in sommige boeddhistische teksten. Maar ook nu nog zijn niet alle boeddhistische monniken en nonnen vegetariërs. Bijvoorbeeld, in China zijn ze het wel; in Tibet zijn ze het niet.
4 . Alle boeddhisten zijn pacifisten .
Er wordt vaak gezegd dat er nooit een oorlog is geweest in de naam van het boeddhisme. Het is onduidelijk wat "in de naam van" zou kunnen betekenen, maar er zijn vele veldslagen tussen boeddhisten (met enkele boeddhistische kloosters die hun eigen legers hadden) geweest. Er hebben ook oorlogen tussen boeddhisten tegen niet-boeddhisten plaatsgevonden. Tibetaanse boeddhisten vochten dapper tegen de Britse troepen die Tibet binnenvielen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog steunden veel Japanse (boeddhistische) priesters de militaire expansie van het Japanse keizerrijk.
5 . Boeddhisme is een filosofie en geen religie.
Het boeddhisme heeft vele filosofische scholen, met een verfijning die gelijk is aan die van een in Europa ontwikkelde filosofische school. Echter, het boeddhisme is een religie op welke manier dan ook gedefinieerd in deze op zich ondefinieerbare term; tenzij men religie definieert als het geloof in een Schepper-God. In de hele geschiedenis was de grote meerderheid van de boeddhistische beoefening, voor zowel monniken als leken, gericht op een goede wedergeboorte in het volgende leven, hetzij voor zichzelf, hetzij voor zijn familie, of voor alle wezens in het universum.
6 . De Boeddha was een menselijk wezen, geen god; en in de religie die hij stichtte is er geen plaats voor de verering van goden .
Het boeddhisme heeft een uitgebreid pantheon van hemelse wezens (deva's, de naam is etymologisch gerelateerd aan het Engels woord goddelijkheid [divinity]) en gevorderde spirituele wezens (bodhisattva's en boeddha's), die in verschillende hemelen en pure landen verblijven en die reageren op de gebeden van de vrome.
7 . Zen verwerpt het conventionele boeddhisme.
Zenmeesters branden beelden van de Boeddha, minachten de soetra's, en frequenteren bars en bordelen. [Dit laatste is deels misvatting, deels waar, als ik het goed begrijp; Joop R]
Zen monniken volgen een strikte set van regels, de zogenaamde "pure regels", die gebaseerd zijn op de uit India geïmporteerde monastieke discipline. De meeste Zen monniken zijn bezig met een uitgebreide studie van de boeddhistische geschriften voor het begin van hun opleiding in de meditatie hal. En hoewel een geliefd vers in Zen spreekt van "niet te vertrouwen op woorden en letters", heeft Zen de grootste verzameling van geschreven literatuur van alle van Oost-Aziatische boeddhistische tradities.
8 . De vier edele waarheden zijn nobel.
De beroemde zin "vier edele waarheden" is een verkeerde vertaling. De term "nobele" in het Sanskriet is 'aryan', een prima woord voor "edel" of " superieur", dat onbruikbaar is gemaakt door de nazi's. 'Aryan' is een technische term in het boeddhisme, verwijzend naar iemand die directe ervaring van de waarheid heeft gehad en nooit meer zal worden herboren als een dier, geest, of de hellewezen. De vier waarheden van het lijden, oorsprong, beëindigen, en het pad zijn wààr voor een dergelijke verlichte wezens. Ze zijn niet voor ons; wij begrijpen niet dat het leven lijden is. De term betekent dus: de "vier waarheden voor de [geestelijk] nobele".
9 . Zen is gewijd aan de ervaring van "plotselinge verlichting", waarmee zijn volgelingen bevrijd zijn van het uitgebreide regime van de opleiding in de ethiek, meditatie en wijsheid zoals die voorkomen in conventionele vormen van het boeddhisme .
Zen monniken gaan er gewoonlijk van uit, decennia full-time te moeten beoefenen, voordat ze in staat zijn om echte vooruitgang te boeken in hun meditatie.
10 . Alle spirituele tradities, het boeddhisme inbegrepen, zijn verschillende wegen naar dezelfde bergtop. "
Van deze misvatting geef ik hieronder de meer uitgebreide versie weer. Een gedeeltelijke vertaling uit Tricycle van 3 juli 2014 van:
"# 10 All spiritual traditions are different paths to the same mountaintop
One Way to Nirvana
It’s not just the Buddha Way that’s different — the Buddhist mountaintop is different, too ".
Misverstand nr.” 10 Alle spirituele tradities zijn verschillende paden naar dezelfde bergtop
Eén weg naar Nirvana ”
Feiten: “Het is niet alleen de Boeddha Weg die anders is – de boeddhistische bergtop is ook anders
Velen denken over het boeddhisme als zijnde een tolerante religie, die de waarde van alle religieuze tradities herkent en erkent. In de afgelopen jaren is er een groeiend aantal boeddhistische-christelijke dialogen en boeddhistische-joodse dialogen geweest. ...
Dit zou kunnen suggereren dat het boeddhisme stelt dat alle religies één zijn, dat alle spirituele paden leiden naar dezelfde bergtop. Niets is verder van de waarheid.
Het idee van de eenheid van religies, althans in zijn vandaag bekende populaire vorm, heeft twee belangrijke 19de-eeuwse bronnen, één uit het Westen en één uit het Oosten.
In Amerika geloofden de theosofen, geleid door Helena Petrovna Blavatsky en Henry Steel Olcott (beide sterke verdedigers van het boeddhisme tegen christelijke missionarissen), dat één enkele mystieke leer de kern van alle religies vormde.
In India beoefende de Bengaalse heilige Ramakrishna alle grote religies en beweerde dat ze tot dezelfde mystieke ervaring leidden. Ramakrishna's discipel, Swami Vivekananda, ging verder met te verkondigen dat alle religies één zijn. (Een meer preciese lezing van zijn claim wekt de indruk dat wat hij eigenlijk bedoelde is dat alle religies in de kern Hindoeïsme zijn.)
Boeddhisten hebben nooit de éénheid van religies verkondigd. Vroege boeddhistische teksten zijn gevuld met verklaringen van niet-boeddhistische meesters die claimden de verlichting te hebben bereikt terwijl ze in feite, in het beste gevallen alleen wedergeboorte in de hogere hemelen van immateriële wereld (arupyadhatu) hadden bereikt. Dit was het lot van de Boeddha's eerste meditatie leraren, Arada Kalama en Udraka Ramaputra.
….
In de 13e eeuw was de vereerde zenmeester Dogen, waarvan de beroemde uitspraak afkomstig is dat bergen en rivieren BoeddhaNatuur hebben, niet zo zeker over taoïsten en Confucianisten. Hij schreef: "Onwetende mensen zeggen dat Taoïsme, Confucianisme en het Boeddhisme uiteindelijk één zijn, alleen met verschillende ingangen. Deze misleide dwaze mensen hebben een oppervlakkig beeld van de Boeddhistische Weg, omdat ze voldoende kennis van de dharma en de herkomst ervan missen. "
Het is niet zo verwonderlijk dat boeddhisten zichzelf en hun pad als superieur zouden zien met concurrerende religieuze groepen, of ze nu Hindoes in India waren, Daoïsten in China, Confucianisten in Korea, of Bönpos in Tibet.
Maar wat verrassender en interessanter is, is dat Boeddhisten vergelijkbare claims van superioriteit tegen mede-Boeddhisten blijken te maken.
….
In Tibet stelde de beroemde 14e-eeuwse leraar Tsongkhapa dat iedereen die ooit nirvana had bereikt, zelfs door de Hinayana pad, dat had bereikt door het begrijpen van leegte (shunyata) zoals uiteengezet door wat genoemd wordt de Prasangika tak van Madhyamaka. Bevrijding van wedergeboorte was onmogelijk met welke andere boeddhistische filosofische opvatting dan ook. Dit leidde tot de vraag hoe de geestelijke verworvenheden van grote Indiase meesters als Asanga te begrijpen, die andere filosofische systemen had geleerd – in het geval Asanga's, de Yogacara. Sommige Tibetanen lossen dit op door te zeggen dat, terwijl Asanga mogelijk Yogacara leerde, hij toch in z'n hart een Madhyamaka was.
….
Historisch gezien hebben alle boeddhisten gesteld dat de bevrijding van wedergeboorte onmogelijk is via een andere religie dan het Boeddhisme. In andere religies kan men hoogstens een betere wedergeboorte verkrijgen, hetzij als een mens of als een god in een van de vele hemelen. Alleen het Boeddhisme leidt tot nirvana. Boeddhisten zijn het met elkaar over dit punt eens. Waarover ze het niet met elkaar eens zijn, is welke vorm van Boeddhisme tot nirvana leidt; met elk van de vele scholen in heel Azië die claimen dat alleen dat van hun dat doet; daarbij benoemen ze vaak andere vormen van het Boeddhisme als slechts even zo vele 'doelmatige middelen' (upaya), onderwezen door de Boeddha voor degenen die nog niet klaar zijn voor de ware leer. ”
Eén van degenen die op de website van Tricycle reageerden op dit artikel, was Edel Maex:
"How could I be so deluded? Until now I thought that the path of Buddhism went down from the mountain top towards all sentient beings."
Leuk, maar hij weet toch ook wel dat er – à la Zen - geen bergtop is?
En voor niet-Zennies, zoals ik, dat "jede Konsequenz (dus ook die van de bergtop-metafoor) zum Teufel führt.
======================================================================
Tenslotte drie misvattingen die ik aan het rijtje van Buswell en Lopez toe zou willen voegen:
11 . Boeddhisten proberen niet anderen te bekeren .
Dat deden en doen ze dus wel.
Over de feiten en achtergronden kan ik kort zijn, ik verwijs naar m'n blog van 5 mei hierover.
12 . Het boeddhisme is zeer milieubewust .
Een zeer pijnlijke, zeker ook voor mij na het trots presenteren van m'n vertaling van 'Een boeddhistische verklaring over ecologie ' verleden week
De illusie namelijk dat boeddhisten, bijna per definitie, tot de milieubewuste voorhoede behoren en ook altijd hebben behoord.
Dat dit niet onverkort het geval is geweest - er eerder van onverschilligheid ten aanzien van 'de natuur' sprake was - blijkt bv uit 'The Early Buddhist Tradition and Ecological Ethics ', door Lambert Schmithausen. Zie JBE, Volume 4 1997.
Abstract
This paper is concerned with ecological ethics, and examines the contemporary ecological crisis from the perspective of early Buddhism.
Through an examination of early texts (mainly the Pāli Canon) it asks to what extent ecological ethics has formed part of the teachings of Buddhism and whether contemporary ecological concerns can be integrated into this tradition. A range of divergent opinions held by modern authors are critically reviewed in the first section, followed in section two by a discussion of nature in the light of the Buddhist evaluation of existence. Section three considers the adequacy of the doctrine of Origination in Dependence as a basis for ecological thics, and section four discusses early Buddhist spirituality and ethics in the context of ecological concerns. Section five is devoted to evaluations of nature versus civilization and section six discusses the status of animals. The conclusion is that early Buddhism was impressed not so much by the beauty of nature as by its sombre aspects. It seeks not to transform or subjugate nature but to transcend it spiritually through detachment. However, although Buddhism does not romanticize nature it does not mean it is altogether impossible to establish an ecological ethics on the basis of the early tradition.
13 . HÈT boeddhisme bestaat. Alle boeddhistische tradities hebben een gemeenschappelijke kern .
M'n stelling is dus het omgekeerde: HÈT boeddhisme bestaat niet, er zijn overeenkomsten maar er zijn minstens zo'n grote verschillen tussen de boeddhistische tradities.
Daarbij wordt meestal het drietal Theravada, Zen, Tibetaans boeddhisme genoemd; maar er zijn, met name in en afkomstig uit Oost-Azië nog veel meer tradities die wezenlijk anders dan Zen zijn.
Alleen al de vraag wat de uiteindelijke bedoeling van de beoefening van het boeddhisme is (toch niet de minste vraag), geeft zeer verschillende antwoorden te zien.
En als het een gemeenschappelijk antwoord is - met name 'verlichting' - dan blijkt de betekenis daarvan fundamenteel verschillend. Om het losjes te zeggen: in de Theravada ben je klaar als je verlicht bent (maar ja dat gebeurt bijna niet of niet meer); in Zen moet je dan zo ongeveer beginnen.
Daarnaast wordt met name in de Verenigde Staten een ander onderscheid geconstateerd: langs ethnische lijnen. Zie bv het artikel ' Two Buddhisms, Three Buddhisms, and Racism '
Ook al iets dat we liever niet horen. En in Nederland zelfs niet gezegd wordt.
======================================================================
Kortom en samengevat:
De misvattingen omtrent het boeddhisme zijn taai.
Oude verdwijnen langzaam en nieuwe komen (in het Westen) snel op.
Om het met een ooit bekende boektitel te zeggen: 'Moedwil of misverstand ' ?
======================================================================
Lijst van de originele Tricycle-artikelen
http://www.tricycle.com/blog/10-misconceptions-about-buddhism
1 http://www.tricycle.com/blog/biggest-misconception-about-buddhism
2 http://www.tricycle.com/blog/which-mindfulness
3 http://www.tricycle.com/blog/beggars-can%E2%80%99t-be-choosers
4 http://www.tricycle.com/blog/killing-name
5 http://www.tricycle.com/blog/buddhism-philosophy-or-religion
6 http://www.tricycle.com/blog/god-or-human
7 http://www.tricycle.com/blog/only-occasional-brothel
8 http://www.tricycle.com/blog/four-ennobling-truths
9 http://www.tricycle.com/blog/slow-motion-satori
10 http://www.tricycle.com/blog/one-way-nirvana
zondag 13 juli 2014
Wetenschap met boeddhisme; of zonder boeddhisme
Vooraf: ik neem aan dat degene die geïnteresseerd is in de relatie boeddhisme - (natuur)wetenschap, voldoende het Engels beheerst. Daarom heb ik niet geprobeerd citaten te vertalen.
Een paar weken geleden is een artikel van Rob Hogendoorn verschenen onder de titel
'Caveat Emptor: The Dalai Lama’s Proviso and the Burden of (Scientific) Proof '.
Het is een 'open access' artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Religions. Je kunt het lezen, downloaden via deze link .
De samenvatting luidt:
'A more complete understanding of the Dalai Lama’s intellectual milieu and mental framework serves to contextualize and appraise his contributions to the discourse on Buddhism and Science in general, and the so-called Mind and Life Dialogues in particular. In addition to providing indispensable background information, a fuller expression of his foundational views and motives sheds light upon the idiosyncratic way the Dalai Lama engages new fields of knowledge. Thanks to the Dialogues’ format and the transparency of the Dalai Lama’s scholastic mentality, the way in which Mind and Life participants meet various challenges in practice offers enough traction to retrieve and critically appraise real-time patterns of engagement and innovation. This should prove to be instrumental in determining the Dialogues’ measure of success, at least by its own standards and stated purpose. Following this approach, the Dalai Lama’s long-time use of a proviso derived from Tsongkhapa’s reading of Middle Way philosophy as a methodological distinction that delineates the scope of Science warrants specific attention. '
(Bron: www.mdpi.com/2077-1444/5/3/522 )
Het gaat dus over de serie 'Mind and Life' dialogen van de Dalai Lama (ondersteund door andere monniken en vertalers) met wetenschappers. Zie voor een overzicht 'M&L Mission ' .
Hogendoorn geeft de doelstellingen ervan weer , zoals destijds geformuleerd door een van de oprichters, Francisco Varela (in 2002 overleden).
Twee belangrijke bijdragen die het boeddhisme kan leveren aan de wetenschap:
'The first would be the unification of subjective and objective perspectives on conscious experience. In effect, this amounts to the integration of first-person, experiential findings derived from Buddhist meditative practice with third-person, empirical data of cognitive and affective neuroscience. Such integration, Varela thought, would provide researchers with a new, improved frame of reference to interpret and test their observations.
Varela felt that the meeting of Buddhism and Science holds a great promise of fundamental,
constructive changes in the way scientists conceive of long-standing problems. At a fundamental level, he wrote, Buddhist thought affords a view of the material universe that has no counterpart in the philosophical heritage of the West.
As a second contribution, therefore, a sustained exchange with the Dalai Lama and other Buddhist contemplatives on the foundations of physics would have scientists rethink their logical and epistemological repertoire. This should help overcome the conundrums that confront, for instance, theoretical physicists involved in the attempt to describe all physical forces in a single, unified theory .'
Het boeddhisme (in feite: het Tibetaans boeddhisme, maar dat is voor Tibetaans boeddhisten hetzelfde als HET boeddhisme) zou ook voordeel van de dialogen kunnen hebben, aldus Varela:
' As a third contribution, the Institute anticipated, the Dalai Lama’s personal involvement could spark other Tibetan monastics’ interest in science. This would invigorate his campaign to introduce science education into the centuries-old curricula of Tibetan monastic colleges in India.
Lastly, as a fourth contribution, Tibetan monastics’ introduction to modern science could help revitalize the Tibetan philosophical tradition. ' (par. 2)
In het artikel wordt uitgebreid ingegaan op de rol van de Dalai Lama en de complicaties daarbij. Helaas gaat het veel minder over de toch ook wel complexe rol van de wetenschappers aan de dialoog (die bv te maken hebben met hun wetenschappelijike collegiale gemeenschap). Maar ja, daar gaat het niet over.
Helaas ook niet expliciet over de vraag of de vier doelstellingen van Varela (en dus van de Dalai Lama) gehaald zijn of in ieder geval de mate waarin dat het geval is.
(Mijn inschatting:
Wat betreft de eerste twee doelstellingen: van een mogelijk effect op de natuurwetenschap – zoals de gezochte verenigde theorie van alle natuurkrachten – heb ik geen enkele natuurwetenschappelijk publicatie gelezen; over het effect op de neurowetenschap – bv wat betreft het effect van meditatie – ben ik niet zeker, maar Nobelprijzen heeft het zeker niet opgeleverd.
Wat betreft de effecten op het georganiseerde Tibetaanse boeddhisme: mogelijk is dat in Tibet of India het geval, in het Westen in ieder geval niet, in het programma van Maitreya of Rigpa komt het niet voor.)
Een van de thema's die wel aan de orde komen is de wetenschapsopvatting van de Dalai Lama en vooral het voorbehoud (de 'Proviso ') dat hij heeft gemaakt toen hij schijnbaar ruimhartig zei: als de wetenschap bewijst dat een dogma van het boeddhisme onjuist is, dan laten we dat dogma los (ik formuleer het in m'n eigen woorden). Dat voorbehoud is dat iets niet vinden niet hetzelfde is als het niet-bestaan van iets vaststellen. Het voorbeeld: het bestaan (of niet-bestaan) van wedergeboorte.
Hogendoorn citeert de Dalai Lama in een artikel uit 2005, de DL schreef:
“Popper’s falsifiability thesis resonates with a major methodological principle in my own
Tibetan Buddhist philosophical tradition. We might call this the “principle of the scope of
the negation”. This principle states that there is a fundamental difference between that
which is “not found” and that which is found “not to exist”. If I look for something and fail
to find it, this does not mean that the thing I am seeking does not exist. Not seeing a thing
is not the same as seeing its non-existence. In order for there to be a coincidence between
not seeing a thing and seeing its non-existence, the method of searching and the
phenomenon being sought must be commensurate. ” (par. 12)
Volgens mij zou Popper het geheel niet met de Dalai Lama eens zijn m.b.t. dit citaat.
Ik denk zelfs dat de DL weinig van de wetenschapstheorie van Popper heeft begrepen.
Hij zou bijvoorbeeld veel gehad hebben aan dit heldere Wikipedia artikel .
Uiteraard is dit alles geen echte bespreking van het – uiterst informatieve – artikel van Hogendoorn; ik heb er alleen een paar punten die mij - als amateur-natuurwetenschapper en als vrijzinnig Theravada-boeddhist - interesseren, uit gehaald.
====================================================================
Boeddhisme en wetenschap is en blijft een lastige combinatie. Interessant is dat men kennelijk zo graag wil dat ze combineerbaar zijn. Ik heb daar persoonlijk niet zo'n last van, deels komt dat omdat ik één van de heetste hangijzers – het bestaan van reïncarnatie – toch al niet geloof.
Een mooi voorbeeld van het streven naar een vergelijk is een dit jaar uitgekomen nieuw boek van de bioloog (en Thich Nhat Hanh boeddhist) David Barash , ' Buddhist Biology – Ancient Eastern Wisdom Meets Modern Western Science ' (Oxford University Press, 2014)
Eerder schreef Barash het artikel 'Only connect – Buddhism and ecology both refuse to separate the human and natural worlds – and demand that we act accordingly ' dat de kern van dit boek bevat. Zie 'Only connect ' .
'Biology' is voor hem vooral de grote biologie, met name de evolutietheorie (die ik hier niet probeer samen te vatten). Niet het makkelijkste wetenschappelijke thema om met het boeddhisme te vergelijken!
Omdat ik het boek nog niet uit heb en het toch al lastig vind zoveel informatie samen te vatten, een aantal citaten uit dit artikel.
“ People who follow ecological thinking (including some of our hardest-headed scientists) might not realise that they are also embracing an ancient spiritual tradition. Many who espouse Buddhism might not realise that they are also endorsing a world view with political implications that go beyond bumper stickers demanding a free Tibet.
Plenty of us recognise that Buddhist writings and teachings — especially in their Zen manifestation — celebrate the beauty and wisdom in the natural world. ...
...
The pioneering ecologist Aldo Leopold wrote that to have an ecological conscience is to ‘live alone in a world of wounds’. The Buddha urged his followers to be sensitive to the suffering of all sentient beings. His First Precept is to commit oneself to ahimsa, or nonharming. The Mahayana Buddhist ideal is to go further, and to become a bodhisattva, an enlightened individual who vows to relieve the suffering of all beings. In the ‘Metta Sutta’, Theravada monks and lay adherents vow to practise loving kindness: ‘Even as a mother protects with her life her child, her only child, so with a boundless heart should one cherish all living beings.’ And here is the first verse of ‘The Bodhisattva Path’, by Shantideva, a revered eighth-century poet: ‘May I be the doctor and the medicine/And may I be the nurse/For all sick beings in the world/Until everyone is healed.’
However, for me, as a scientist, there is something much more in the Buddhist tradition than an injunction to care for other living things. This meeting of the minds, Buddhist and ecological, results from similar insights into the nature of reality itself — which is indistinguishable from the reality of nature — and of our place in the whole business.
…
The interconnected and interdependent nature of things is the heart of ecology. It is also remarkably similar to the fundamental insight of Buddhism: ‘dependent co-arising’ or pratītyasamutpāda in Sanskrit; paticcasamuppāda in Pali. Traditional Tibetan Buddhists repeat, over and over, that all things have at some time been our mothers, just as we have at some time been theirs. In both the Theravada and Mahayana schools of Buddhism, the key teaching is ‘compassion’, which means something quite different from empathy, sympathy, doing good, being nice, or easy phrases about ‘feeling your pain’.
The touchstone, instead, is a Buddhist idea that is among the most difficult for Westerners to accept: the concept of anatman, or ‘no-self’. … Each of us arises in conjunction with others, dependent on and inseparable from those others. Trying to locate an inviolate particle of selfhood within anyone (or indeed, in any living thing) is not like finding a solid pit inside an apricot. It is more like peeling an onion: we are layers within layers, with nothing at the centre. Or, like an eddy in a river, each of us can be identified and pointed to, but nonetheless, there isn’t any persistent ‘us’: just a constantly moving pattern of flow, with everyone composed entirely of non-self stuff, all of it passing through. For Buddhists and ecologists alike, we are all created from spare parts scavenged from the same cosmic junk-heap, from which ‘our’ component atoms and molecules are on temporary loan, and to which they will eventually be recycled.
So our existence is not a distinct and separable phenomenon. ... For ecologists, no less than for poets or Buddhists, it is the fundamental rule, whether you call it connectedness, inseparability or, in the language of science, food webs, trophic levels, and community interactions.
...
Everything, it seems, is connected; the Buddha would understand. All the same, we shouldn't assume that the parallels between Buddhism and ecology are too exact, with either one mapping readily and completely onto the other. For me — an unrepentantly atheist scientist — there are many aspects of Buddhist tradition that seem downright ridiculous.
High on the list of such absurdities are the phenomena of iddhi, supernatural events that are supposed to be generated by extremely skilful and committed meditation. They appear often in Buddhist texts, and I don’t believe a word of them. Higher meditators are claimed to possess various supernatural abilities, becoming invisible on demand, walking through walls, on water, through the air, hearing people and other beings very far away, mind-reading, recalling past lives, even possessing ‘divine eyes’ that permit them to see the arising and passing away of karma.
...
Traditional Buddhist cosmology is very complex, and more than a little weird, with the world composed of 31 levels, the lowest being a kind of hell, followed in turn by animals, ghosts, titans, humans, five different tiers of lesser gods, 15 of higher gods, after which one encounters, in turn, ‘infinite space’, ‘infinite consciousness’, ‘nothingness’, and finally ‘neither perception nor non-perception’. The Dalai Lama (a self-proclaimed admirer of Western science) has recently admitted that he no longer believes all that business about the world being flat with a great mountain — Mount Meru — at its centre. I don’t know about the beliefs of other leading Buddhists in this regard.
Neither is ‘Buddhism’ a monolithic whole. Some argue that ‘real’ Buddhism should be based on the early teachings of the Pali canon. But this is quite different from the Buddhism whose vision is so similar to modern ecology. The historical Buddha seems to have been more concerned with ending human suffering and encouraging individual enlightenment than with promoting environmental sensitivity. Instead of revelling in connectedness, early Buddhist thought focused on the downside of being ‘misled’ in maya, the illusory sense of the material world’s importance.
…
To be sure, the science of ecology is divided as well: ecology has a double meaning, being used to refer both to the quantitative science and to a broad sense of ethical responsibility towards a complex natural world.
Even so, there are many striking and subtle connections between Buddhist metaphysics and ethics on the one hand and an ecological orientation on the other. Modern Buddhism, especially as promoted and practised in the West, has undergone something of an intellectual makeover. It now places more emphasis on social and environmental responsibility than the Buddha or his immediate followers seem to have favoured — perhaps in part due to the influence of Zen.
…
Ecology was traditionally defined as the study of the interrelations between organisms and their environments, which is still somewhat dualistic. Significantly, ecologists now modify this definition to emphasise the fundamental identity of subject and surroundings. We cannot separate the bison from the prairie or the spotted owl from its coniferous forest. Since any such distinction is arbitrary, the ecologist studies the bison-prairie, owl-forest unit. Food webs, such as those connecting mouse, acorn and gipsy moth, are not mere descriptions of who-eats-whom, but outlines of their very being. The Buddhist suggestion that an organism’s skin does not separate it from its environment but, rather, joins the two, could just as well have come from a ‘master’ of physiological ecology.
...
Not surprisingly, verbal analysis, with its unavoidable linearity, is inadequate for ecologists just as it has long been disdained by Buddhist masters. Where the Buddhist master plays with poetic imagery, the ecological imagination turns to modelling and metaphors of its own.
Ecology is many things: a science, a world view, a cautionary tale. It can be nearly incomprehensible in its mathematical thickets, downright tedious in its verbal pomposity, theoretically abstruse yet dirty-under-the-fingernails practical, often ignored and derided although desperately needed as a voice for basic planetary hygiene and a practical corrective to human hubris. It has been called the ‘subversive science’, since it subverts our egocentric insistence on separateness, and with it, our inclination to ride roughshod over the rest of the natural world. Buddhism is no less subversive, its ecological implications in particular carrying the serious practitioner far beyond giddy adoration of the Dalai Lama, or a fascination with celebrity Buddhists such as Richard Gere. “
M'n verwachtingen bij het aanschaffen van dit boek waren hoog. Enige teleurstelling is wel mijn deel. Dat komt met name omdat Barash zich vooral baseert op het boeddhistische leerstuk van 'Pratītya-samutpāda in de benadering van Thich Nath Hanh. Kort samengevat is dat: alles hangt met alles samen; wel wat anders dan mijn Theravada-kennis over de causaliteit van twaalf stappen.
Maar aan de kant bevat het veel boeiende informatie en verbanden. En opvattingen: Barash is niet puur de wetenschapper, hij benadrukt ook de verantwoordelijk van de mens – evolutionair tot denkend en moreel wezen geworden – voor de ecologie.
====================================================================
Er is een interessant verband tussen het artikel van Hogendoorn en het boek van Barash.
Een bespreking namelijk van Barash in het tijdschrift van de FPMT; een Gelugpa-organisatie waar ook het Nederlandse Maitreya bij hoort en dus nadrukkelijk 'in' de Dalai Lama is.
Een Review door Jacob Sky Lindsley
Het begint aldus: “Some curious students of contemporary Buddhism will be familiar with the ongoing dialogue between Buddhism and science. Events like the 'Mind and Life' conferences put high-profile scientists in selfies with the Dalai Lama and other well-known Buddhists. While psychology, neurology, and physics have tended to be the disciplines most featured in such prestigious conferences, Dr. Barash’s Buddhist Biology attempts to add biology to this interesting discussion. Though many of the questions he asks are undeniably fascinating and profound, his overall approach seems ill suited to the task.
Before we go into a critique, Barash should be given credit where it is due. He is a buoyant, colorful and playful writer and doesn’t flinch when tackling complex questions. Additionally, his vocal call for human beings to take responsibility for their effect on the planet reveals his overwhelmingly positive motivation. He sees in Buddhism the potential to ground the insights of biology in a way that highlights human moral imperatives. He does a good job of highlighting the sheer wonder of our world and the reader can really feel how much he loves our Earth.
But as a rule, Barash does not entertain discussion on anything that falls outside the bounderies of his worldview. His downright ornery insistence on what he calls the “natural, the real, the material” makes it difficult for him to appreciate the methodology of the Buddhist tradition.”
'[T]he Buddhist Tradition ? Ik denk dat Lindsley bedoelt: de Tibetaans-boeddhistische traditie, inderdaad niet de traditie van Barash.
Een behoorlijke negatieve bespreking dus omdat Barash geen water in z'n wetenschappelijke wijn doet, maar volgens Lindsley niet zo veel van het boeddhisme begrijpt. Dat is volgens mij deels overdreven en deels onjuist; het punt is dat Barash beoefenaar is van een andere boeddhistische traditie van Lindsley, namelijk die van Thich Nhat Hanh; dat Barash ook Batchelor in positieve manier aanhaalt, maakt het in deze FPMT-kring nog erger.
====================================================================
Tot slot een boek dat ik momenteel ook aan het lezen ben. Over wetenschap, sterrenkunde nog wel! Smullen dus. Expliciet gaat het niet over het boeddhisme, impliciet voor mij wel.
'Zwaartekracht bestaat niet - Een vraagstuk voor de 21ste eeuw ' door Vincent Icke , hoogleraar astrofysica aan de Universiteit Leiden.
Amsterdam University Press, mei 2014.
Uit de samenvatting:
"...
De eenentwintigste eeuw begon met een onthutsende opeenstapeling van raadsels, vooral dankzij de toegenomen precisie van de kosmologie. Wat bleek? Ons heelal bestaat vrijwel geheel uit 'donkere materie', met een aard en samenstelling die volkomen onbekend zijn. Op een dergelijke grote schaal wordt de werkelijkheid niet zozeer bepaald door de beweging van voorwerpen door de ruimte, als wel door de dynamica van de ruimte zelf.
Er moet dus één enkele theorie komen waarin beide beschrijvingen - van beweging door de ruimte en beweging van de ruimte - worden samengevoegd. Een dergelijke theorie betekent niet alleen dat zwaartekracht 'vervalt', maar ook dat de bestaande opvattingen over de wisselwerking tussen deeltjes moeten worden vervangen door iets nieuws. Maar door wat? "
Een paar weken geleden is een artikel van Rob Hogendoorn verschenen onder de titel
'Caveat Emptor: The Dalai Lama’s Proviso and the Burden of (Scientific) Proof '.
Het is een 'open access' artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Religions. Je kunt het lezen, downloaden via deze link .
De samenvatting luidt:
'A more complete understanding of the Dalai Lama’s intellectual milieu and mental framework serves to contextualize and appraise his contributions to the discourse on Buddhism and Science in general, and the so-called Mind and Life Dialogues in particular. In addition to providing indispensable background information, a fuller expression of his foundational views and motives sheds light upon the idiosyncratic way the Dalai Lama engages new fields of knowledge. Thanks to the Dialogues’ format and the transparency of the Dalai Lama’s scholastic mentality, the way in which Mind and Life participants meet various challenges in practice offers enough traction to retrieve and critically appraise real-time patterns of engagement and innovation. This should prove to be instrumental in determining the Dialogues’ measure of success, at least by its own standards and stated purpose. Following this approach, the Dalai Lama’s long-time use of a proviso derived from Tsongkhapa’s reading of Middle Way philosophy as a methodological distinction that delineates the scope of Science warrants specific attention. '
(Bron: www.mdpi.com/2077-1444/5/3/522 )
Het gaat dus over de serie 'Mind and Life' dialogen van de Dalai Lama (ondersteund door andere monniken en vertalers) met wetenschappers. Zie voor een overzicht 'M&L Mission ' .
Hogendoorn geeft de doelstellingen ervan weer , zoals destijds geformuleerd door een van de oprichters, Francisco Varela (in 2002 overleden).
Twee belangrijke bijdragen die het boeddhisme kan leveren aan de wetenschap:
'The first would be the unification of subjective and objective perspectives on conscious experience. In effect, this amounts to the integration of first-person, experiential findings derived from Buddhist meditative practice with third-person, empirical data of cognitive and affective neuroscience. Such integration, Varela thought, would provide researchers with a new, improved frame of reference to interpret and test their observations.
Varela felt that the meeting of Buddhism and Science holds a great promise of fundamental,
constructive changes in the way scientists conceive of long-standing problems. At a fundamental level, he wrote, Buddhist thought affords a view of the material universe that has no counterpart in the philosophical heritage of the West.
As a second contribution, therefore, a sustained exchange with the Dalai Lama and other Buddhist contemplatives on the foundations of physics would have scientists rethink their logical and epistemological repertoire. This should help overcome the conundrums that confront, for instance, theoretical physicists involved in the attempt to describe all physical forces in a single, unified theory .'
Het boeddhisme (in feite: het Tibetaans boeddhisme, maar dat is voor Tibetaans boeddhisten hetzelfde als HET boeddhisme) zou ook voordeel van de dialogen kunnen hebben, aldus Varela:
' As a third contribution, the Institute anticipated, the Dalai Lama’s personal involvement could spark other Tibetan monastics’ interest in science. This would invigorate his campaign to introduce science education into the centuries-old curricula of Tibetan monastic colleges in India.
Lastly, as a fourth contribution, Tibetan monastics’ introduction to modern science could help revitalize the Tibetan philosophical tradition. ' (par. 2)
In het artikel wordt uitgebreid ingegaan op de rol van de Dalai Lama en de complicaties daarbij. Helaas gaat het veel minder over de toch ook wel complexe rol van de wetenschappers aan de dialoog (die bv te maken hebben met hun wetenschappelijike collegiale gemeenschap). Maar ja, daar gaat het niet over.
Helaas ook niet expliciet over de vraag of de vier doelstellingen van Varela (en dus van de Dalai Lama) gehaald zijn of in ieder geval de mate waarin dat het geval is.
(Mijn inschatting:
Wat betreft de eerste twee doelstellingen: van een mogelijk effect op de natuurwetenschap – zoals de gezochte verenigde theorie van alle natuurkrachten – heb ik geen enkele natuurwetenschappelijk publicatie gelezen; over het effect op de neurowetenschap – bv wat betreft het effect van meditatie – ben ik niet zeker, maar Nobelprijzen heeft het zeker niet opgeleverd.
Wat betreft de effecten op het georganiseerde Tibetaanse boeddhisme: mogelijk is dat in Tibet of India het geval, in het Westen in ieder geval niet, in het programma van Maitreya of Rigpa komt het niet voor.)
Een van de thema's die wel aan de orde komen is de wetenschapsopvatting van de Dalai Lama en vooral het voorbehoud (de 'Proviso ') dat hij heeft gemaakt toen hij schijnbaar ruimhartig zei: als de wetenschap bewijst dat een dogma van het boeddhisme onjuist is, dan laten we dat dogma los (ik formuleer het in m'n eigen woorden). Dat voorbehoud is dat iets niet vinden niet hetzelfde is als het niet-bestaan van iets vaststellen. Het voorbeeld: het bestaan (of niet-bestaan) van wedergeboorte.
Hogendoorn citeert de Dalai Lama in een artikel uit 2005, de DL schreef:
“Popper’s falsifiability thesis resonates with a major methodological principle in my own
Tibetan Buddhist philosophical tradition. We might call this the “principle of the scope of
the negation”. This principle states that there is a fundamental difference between that
which is “not found” and that which is found “not to exist”. If I look for something and fail
to find it, this does not mean that the thing I am seeking does not exist. Not seeing a thing
is not the same as seeing its non-existence. In order for there to be a coincidence between
not seeing a thing and seeing its non-existence, the method of searching and the
phenomenon being sought must be commensurate. ” (par. 12)
Volgens mij zou Popper het geheel niet met de Dalai Lama eens zijn m.b.t. dit citaat.
Ik denk zelfs dat de DL weinig van de wetenschapstheorie van Popper heeft begrepen.
Hij zou bijvoorbeeld veel gehad hebben aan dit heldere Wikipedia artikel .
Uiteraard is dit alles geen echte bespreking van het – uiterst informatieve – artikel van Hogendoorn; ik heb er alleen een paar punten die mij - als amateur-natuurwetenschapper en als vrijzinnig Theravada-boeddhist - interesseren, uit gehaald.
====================================================================
Boeddhisme en wetenschap is en blijft een lastige combinatie. Interessant is dat men kennelijk zo graag wil dat ze combineerbaar zijn. Ik heb daar persoonlijk niet zo'n last van, deels komt dat omdat ik één van de heetste hangijzers – het bestaan van reïncarnatie – toch al niet geloof.
Een mooi voorbeeld van het streven naar een vergelijk is een dit jaar uitgekomen nieuw boek van de bioloog (en Thich Nhat Hanh boeddhist) David Barash , ' Buddhist Biology – Ancient Eastern Wisdom Meets Modern Western Science ' (Oxford University Press, 2014)
Eerder schreef Barash het artikel 'Only connect – Buddhism and ecology both refuse to separate the human and natural worlds – and demand that we act accordingly ' dat de kern van dit boek bevat. Zie 'Only connect ' .
'Biology' is voor hem vooral de grote biologie, met name de evolutietheorie (die ik hier niet probeer samen te vatten). Niet het makkelijkste wetenschappelijke thema om met het boeddhisme te vergelijken!
Omdat ik het boek nog niet uit heb en het toch al lastig vind zoveel informatie samen te vatten, een aantal citaten uit dit artikel.
“ People who follow ecological thinking (including some of our hardest-headed scientists) might not realise that they are also embracing an ancient spiritual tradition. Many who espouse Buddhism might not realise that they are also endorsing a world view with political implications that go beyond bumper stickers demanding a free Tibet.
Plenty of us recognise that Buddhist writings and teachings — especially in their Zen manifestation — celebrate the beauty and wisdom in the natural world. ...
...
The pioneering ecologist Aldo Leopold wrote that to have an ecological conscience is to ‘live alone in a world of wounds’. The Buddha urged his followers to be sensitive to the suffering of all sentient beings. His First Precept is to commit oneself to ahimsa, or nonharming. The Mahayana Buddhist ideal is to go further, and to become a bodhisattva, an enlightened individual who vows to relieve the suffering of all beings. In the ‘Metta Sutta’, Theravada monks and lay adherents vow to practise loving kindness: ‘Even as a mother protects with her life her child, her only child, so with a boundless heart should one cherish all living beings.’ And here is the first verse of ‘The Bodhisattva Path’, by Shantideva, a revered eighth-century poet: ‘May I be the doctor and the medicine/And may I be the nurse/For all sick beings in the world/Until everyone is healed.’
However, for me, as a scientist, there is something much more in the Buddhist tradition than an injunction to care for other living things. This meeting of the minds, Buddhist and ecological, results from similar insights into the nature of reality itself — which is indistinguishable from the reality of nature — and of our place in the whole business.
…
The interconnected and interdependent nature of things is the heart of ecology. It is also remarkably similar to the fundamental insight of Buddhism: ‘dependent co-arising’ or pratītyasamutpāda in Sanskrit; paticcasamuppāda in Pali. Traditional Tibetan Buddhists repeat, over and over, that all things have at some time been our mothers, just as we have at some time been theirs. In both the Theravada and Mahayana schools of Buddhism, the key teaching is ‘compassion’, which means something quite different from empathy, sympathy, doing good, being nice, or easy phrases about ‘feeling your pain’.
The touchstone, instead, is a Buddhist idea that is among the most difficult for Westerners to accept: the concept of anatman, or ‘no-self’. … Each of us arises in conjunction with others, dependent on and inseparable from those others. Trying to locate an inviolate particle of selfhood within anyone (or indeed, in any living thing) is not like finding a solid pit inside an apricot. It is more like peeling an onion: we are layers within layers, with nothing at the centre. Or, like an eddy in a river, each of us can be identified and pointed to, but nonetheless, there isn’t any persistent ‘us’: just a constantly moving pattern of flow, with everyone composed entirely of non-self stuff, all of it passing through. For Buddhists and ecologists alike, we are all created from spare parts scavenged from the same cosmic junk-heap, from which ‘our’ component atoms and molecules are on temporary loan, and to which they will eventually be recycled.
So our existence is not a distinct and separable phenomenon. ... For ecologists, no less than for poets or Buddhists, it is the fundamental rule, whether you call it connectedness, inseparability or, in the language of science, food webs, trophic levels, and community interactions.
...
Everything, it seems, is connected; the Buddha would understand. All the same, we shouldn't assume that the parallels between Buddhism and ecology are too exact, with either one mapping readily and completely onto the other. For me — an unrepentantly atheist scientist — there are many aspects of Buddhist tradition that seem downright ridiculous.
High on the list of such absurdities are the phenomena of iddhi, supernatural events that are supposed to be generated by extremely skilful and committed meditation. They appear often in Buddhist texts, and I don’t believe a word of them. Higher meditators are claimed to possess various supernatural abilities, becoming invisible on demand, walking through walls, on water, through the air, hearing people and other beings very far away, mind-reading, recalling past lives, even possessing ‘divine eyes’ that permit them to see the arising and passing away of karma.
...
Traditional Buddhist cosmology is very complex, and more than a little weird, with the world composed of 31 levels, the lowest being a kind of hell, followed in turn by animals, ghosts, titans, humans, five different tiers of lesser gods, 15 of higher gods, after which one encounters, in turn, ‘infinite space’, ‘infinite consciousness’, ‘nothingness’, and finally ‘neither perception nor non-perception’. The Dalai Lama (a self-proclaimed admirer of Western science) has recently admitted that he no longer believes all that business about the world being flat with a great mountain — Mount Meru — at its centre. I don’t know about the beliefs of other leading Buddhists in this regard.
Neither is ‘Buddhism’ a monolithic whole. Some argue that ‘real’ Buddhism should be based on the early teachings of the Pali canon. But this is quite different from the Buddhism whose vision is so similar to modern ecology. The historical Buddha seems to have been more concerned with ending human suffering and encouraging individual enlightenment than with promoting environmental sensitivity. Instead of revelling in connectedness, early Buddhist thought focused on the downside of being ‘misled’ in maya, the illusory sense of the material world’s importance.
…
To be sure, the science of ecology is divided as well: ecology has a double meaning, being used to refer both to the quantitative science and to a broad sense of ethical responsibility towards a complex natural world.
Even so, there are many striking and subtle connections between Buddhist metaphysics and ethics on the one hand and an ecological orientation on the other. Modern Buddhism, especially as promoted and practised in the West, has undergone something of an intellectual makeover. It now places more emphasis on social and environmental responsibility than the Buddha or his immediate followers seem to have favoured — perhaps in part due to the influence of Zen.
…
Ecology was traditionally defined as the study of the interrelations between organisms and their environments, which is still somewhat dualistic. Significantly, ecologists now modify this definition to emphasise the fundamental identity of subject and surroundings. We cannot separate the bison from the prairie or the spotted owl from its coniferous forest. Since any such distinction is arbitrary, the ecologist studies the bison-prairie, owl-forest unit. Food webs, such as those connecting mouse, acorn and gipsy moth, are not mere descriptions of who-eats-whom, but outlines of their very being. The Buddhist suggestion that an organism’s skin does not separate it from its environment but, rather, joins the two, could just as well have come from a ‘master’ of physiological ecology.
...
Not surprisingly, verbal analysis, with its unavoidable linearity, is inadequate for ecologists just as it has long been disdained by Buddhist masters. Where the Buddhist master plays with poetic imagery, the ecological imagination turns to modelling and metaphors of its own.
Ecology is many things: a science, a world view, a cautionary tale. It can be nearly incomprehensible in its mathematical thickets, downright tedious in its verbal pomposity, theoretically abstruse yet dirty-under-the-fingernails practical, often ignored and derided although desperately needed as a voice for basic planetary hygiene and a practical corrective to human hubris. It has been called the ‘subversive science’, since it subverts our egocentric insistence on separateness, and with it, our inclination to ride roughshod over the rest of the natural world. Buddhism is no less subversive, its ecological implications in particular carrying the serious practitioner far beyond giddy adoration of the Dalai Lama, or a fascination with celebrity Buddhists such as Richard Gere. “
M'n verwachtingen bij het aanschaffen van dit boek waren hoog. Enige teleurstelling is wel mijn deel. Dat komt met name omdat Barash zich vooral baseert op het boeddhistische leerstuk van 'Pratītya-samutpāda in de benadering van Thich Nath Hanh. Kort samengevat is dat: alles hangt met alles samen; wel wat anders dan mijn Theravada-kennis over de causaliteit van twaalf stappen.
Maar aan de kant bevat het veel boeiende informatie en verbanden. En opvattingen: Barash is niet puur de wetenschapper, hij benadrukt ook de verantwoordelijk van de mens – evolutionair tot denkend en moreel wezen geworden – voor de ecologie.
====================================================================
Er is een interessant verband tussen het artikel van Hogendoorn en het boek van Barash.
Een bespreking namelijk van Barash in het tijdschrift van de FPMT; een Gelugpa-organisatie waar ook het Nederlandse Maitreya bij hoort en dus nadrukkelijk 'in' de Dalai Lama is.
Een Review door Jacob Sky Lindsley
Het begint aldus: “Some curious students of contemporary Buddhism will be familiar with the ongoing dialogue between Buddhism and science. Events like the 'Mind and Life' conferences put high-profile scientists in selfies with the Dalai Lama and other well-known Buddhists. While psychology, neurology, and physics have tended to be the disciplines most featured in such prestigious conferences, Dr. Barash’s Buddhist Biology attempts to add biology to this interesting discussion. Though many of the questions he asks are undeniably fascinating and profound, his overall approach seems ill suited to the task.
Before we go into a critique, Barash should be given credit where it is due. He is a buoyant, colorful and playful writer and doesn’t flinch when tackling complex questions. Additionally, his vocal call for human beings to take responsibility for their effect on the planet reveals his overwhelmingly positive motivation. He sees in Buddhism the potential to ground the insights of biology in a way that highlights human moral imperatives. He does a good job of highlighting the sheer wonder of our world and the reader can really feel how much he loves our Earth.
But as a rule, Barash does not entertain discussion on anything that falls outside the bounderies of his worldview. His downright ornery insistence on what he calls the “natural, the real, the material” makes it difficult for him to appreciate the methodology of the Buddhist tradition.”
'[T]he Buddhist Tradition ? Ik denk dat Lindsley bedoelt: de Tibetaans-boeddhistische traditie, inderdaad niet de traditie van Barash.
Een behoorlijke negatieve bespreking dus omdat Barash geen water in z'n wetenschappelijke wijn doet, maar volgens Lindsley niet zo veel van het boeddhisme begrijpt. Dat is volgens mij deels overdreven en deels onjuist; het punt is dat Barash beoefenaar is van een andere boeddhistische traditie van Lindsley, namelijk die van Thich Nhat Hanh; dat Barash ook Batchelor in positieve manier aanhaalt, maakt het in deze FPMT-kring nog erger.
====================================================================
Tot slot een boek dat ik momenteel ook aan het lezen ben. Over wetenschap, sterrenkunde nog wel! Smullen dus. Expliciet gaat het niet over het boeddhisme, impliciet voor mij wel.
'Zwaartekracht bestaat niet - Een vraagstuk voor de 21ste eeuw ' door Vincent Icke , hoogleraar astrofysica aan de Universiteit Leiden.
Amsterdam University Press, mei 2014.
Uit de samenvatting:
"...
De eenentwintigste eeuw begon met een onthutsende opeenstapeling van raadsels, vooral dankzij de toegenomen precisie van de kosmologie. Wat bleek? Ons heelal bestaat vrijwel geheel uit 'donkere materie', met een aard en samenstelling die volkomen onbekend zijn. Op een dergelijke grote schaal wordt de werkelijkheid niet zozeer bepaald door de beweging van voorwerpen door de ruimte, als wel door de dynamica van de ruimte zelf.
Er moet dus één enkele theorie komen waarin beide beschrijvingen - van beweging door de ruimte en beweging van de ruimte - worden samengevoegd. Een dergelijke theorie betekent niet alleen dat zwaartekracht 'vervalt', maar ook dat de bestaande opvattingen over de wisselwerking tussen deeltjes moeten worden vervangen door iets nieuws. Maar door wat? "
zondag 1 juni 2014
Evalueren van het recente bezoek van de Dalai Lama; en twijfel aan de zin van Nederland langskomende boeddhistische celebrities in het algemeen
In een blog van 14 februari schreef ik 'Waarom ik niet naar de dalai Lama ga, denk ik '
Deze mededeling plaatste ik ook op een boeddhistisch discussieforum van LinkedIn, waar het de nodige reacties op riep: van degenen die wel en van degenen die niet zouden gaan.
Uiteindelijk ging ik niet; en daar heb ik geen spijt van, de aanblik van Erica Terpstra is me bijvoorbeeld nu bespaard gebleven.
Een paar dagen na het weekend dat de Dalai Lama in Nederland was, stelde ik in hetzelfde discussieforum in LinkedIn voor, dit bezoek te evalueren.
Omdat het formeel een besloten groep is, beperk ik me tot twee eigen bijdragen:
de 1e (van 14 mei) en de 31e (van 27 mei) van de reacties.
Waarbij wel gezegd moet worden dat een groot deel van de reacties zoals gebruikelijk off-topic was (over de BUN en zo), maar er ook reacties waren die een positief effect van het bezoek van HHDL constateerden. Ik ben subjectief, dat realiseer ik me goed.
" Nu de Dalai Lama weer Nederland heeft verlaten, is het wellicht goed dat de bij dit bezoek betrokkenen deze dagen te evalueren. Ieder vanuit zijn of haar doelstelling en rol uiteraard:
* Voor de historische waarheid (als die ook mee mag doen): of het beeld van de altijd
vredelievende Dalai Lama nu adequater genuanceerd is?
* De bezoekers of ze gelukkiger zijn geworden?
* De boeddhistische vleugel van het organiserend comité naast de winst- (of verlies-)
rekening de vraag of de centrale boodschap van de Dalai Lama (het gaat om ethiek
van compassie, de religie voorbij) verdere aanhang heeft gekregen?
* De ICT-vleugel van dit comité of de Nederlandse politiek meer begrip voor
de Tibetaanse problematiek heeft gekregen; en het aantal getekende petities?
* De Shugden-aanhangers of hun visie vruchtbaar aandacht heeft gekregen?
* Voor mij is het meest relevant of de Dharma en de kennis daarvan in Nederland er mee
gediend is? Zie daarvoor m'n blog
http://joopromeijn.blogspot.nl/2014/05/wedergeboorte-en-reincarnatie-toch-al.html ".
Reactie van 27 mei:
"Het is nu 15 dagen geleden dat de Dalai Lama Nederland weer heeft verlaten.
Ik heb niet de indruk dat hij een diep spoor heeft getrokken. Bij de sociale media lees ik er niets meer over, maar ook de website van Maitreya heeft het er niet over, kennelijk geen nieuwe aanwas gekregen. Het laatste artikel over het bezoek in het Boeddhistisch Dagblad dateert al weer van 15 mei, vier dagen na z'n vertrek dus: zo snel is de belangstelling verdwenen.
Kortom: dit bezoek was een strovuur.
Begrijpelijk ook wel, behalve de sensatie hem live te hebben meegemaakt was er inhoudelijk niet veel, eerdere YouTube video's bekijken of zijn boeken lezen is wel zo effectief om te weten wat zijn interpretatie van het Boeddhisme is.
Het beste verslag was dat van Geertje Couwenbergh op de site van Bodhitv: De Dalai Lama als Tuinkabouter .
In het algemeen zijn dit soort korte bezoeken van internationale boeddhistische celebrities aan Nederland tamelijk zinloos en ook wel bedenkelijk omdat er erg veel organisatorische energie van lokale mensen in gaat zitten die beter aan de Dharma besteed had kunnen worden. Ze genereren publiciteit maar dat is dan ook alles.
Straks komt Joan Halifax naar Nederland. Met een retraite die mij prima voorkomt.
Maar ook met een door de BOS gekaapt (je moet verplicht 'Vriend van de BOS worden' om binnen te kunnen komen) symposium dat een nogal oppervlakkige en ook weinig geëngageerde indruk maakt. Ik zie bv geen van de Nederlandse sprekers een "open letter" publiceren zoals Halifax deed in www.upaya.org/2011/01/open-letter-from-roshi-regarding-eido-shimano/
En dan komt al weer - de evenementen overlappen elkaar deels - Sogyal Rinpoche (beroemd maar ook een womanizer) even aangevlogen voor een weekend, maar ook voor een door 'Awake' georganiseerde avond onder de titel 'Timeless wisdom for a new generation': een lezing door Sogyal Rinpoche, met muzikale omlijsting door DJ Isis.
Het is de manier van omgaan van en met popsterren; ik geloof er niets van dat de meerderheid van de nieuwe generatie boeddhisten dit soort oppervlakkige ervaringen prefereert boven slow buddhism met diepgang. "
Deze reactie is ook al weer van een kleine week geleden. Er kwam een reactie van iemand die het min of meer met me eens was, en ik had een gedachtewisseling met iemand die het met me oneens was. Mijn slotvraag daar was:
nam de DL zelf zijn bezoekers van de middagbijeenkomst (van 11 mei) wel serieus?
Hoeveel mensen zullen het de 11e mei aan iedereen uitgedeelde boek 'Vrij van religie' inmiddels gelezen hebben?
Ik heb er twee recente besprekingen van gelezen: die van Katinka Hesselink .
En die van Robert Keurntjes . Beide zijn de moeite waard.
Dat geldt ook voor de beschouwing van Jules Prast - ook direct na 11 mei geschreven - in zijn site.boeddhaweg.nl/2014/05/13/het-verdunde-boeddhisme-van-de-dalai-lama/ , met een interessante reactie door Rob Hogendoorn.
Maar goed, het is alweer drie weken geleden gebeurd; bijna niemand heeft het verder meer over dit bezoek.
Misschien vergis ik me en kunnen we over tien jaar lezen dat iemand getuigt, in mei 2014 geraakt en geïnspireerd te zijn door de woorden van de Dalai Lama en dat dat nog steeds bij haar doorwerkt.
Maar mijn indruk is dat deze man met z'n clowneske gedrag een tragisch figuur is geworden die nergens meer in gelooft: noch in een (bevrijdend) Tibetaans boeddhisme noch in (een vrij) Tibet.
Update
Mij werd in LinkedIn voor de voeten geworpen: "Wat betreft de compassie: Mensen ontlenen veel steun aan een figuur als de Dalai lama, ook als ze helemaal geen boeddhist zijn, belichaamd hij voor hen het goede en wijsheid. Voor anderen is dat de Paus of vul maar in wie of wat. Als mensen dat nu nodig hebben, omdat ze zelf nog niet zo ver zijn om tot inzichten en ervaringen te komen, dan is dat beter als niets. Mensen projecteren er een heleboel op, is dat onnozel? Is zo een oordeel begripvol voor de behoeften aan een voorbeeld?"
Als reactie geldt wat mij betreft een artikel over 'De dwepende mens' van Wilma de Rek: www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3664346/2014/05/31/De-dwepende-mens.dhtml
Sub-Update
De link werkt alleen voor abonnees van de Volkskrant. Belangstellenden kan ik het artikel in pdf-vorm mailen.
Deze mededeling plaatste ik ook op een boeddhistisch discussieforum van LinkedIn, waar het de nodige reacties op riep: van degenen die wel en van degenen die niet zouden gaan.
Uiteindelijk ging ik niet; en daar heb ik geen spijt van, de aanblik van Erica Terpstra is me bijvoorbeeld nu bespaard gebleven.
Een paar dagen na het weekend dat de Dalai Lama in Nederland was, stelde ik in hetzelfde discussieforum in LinkedIn voor, dit bezoek te evalueren.
Omdat het formeel een besloten groep is, beperk ik me tot twee eigen bijdragen:
de 1e (van 14 mei) en de 31e (van 27 mei) van de reacties.
Waarbij wel gezegd moet worden dat een groot deel van de reacties zoals gebruikelijk off-topic was (over de BUN en zo), maar er ook reacties waren die een positief effect van het bezoek van HHDL constateerden. Ik ben subjectief, dat realiseer ik me goed.
" Nu de Dalai Lama weer Nederland heeft verlaten, is het wellicht goed dat de bij dit bezoek betrokkenen deze dagen te evalueren. Ieder vanuit zijn of haar doelstelling en rol uiteraard:
* Voor de historische waarheid (als die ook mee mag doen): of het beeld van de altijd
vredelievende Dalai Lama nu adequater genuanceerd is?
* De bezoekers of ze gelukkiger zijn geworden?
* De boeddhistische vleugel van het organiserend comité naast de winst- (of verlies-)
rekening de vraag of de centrale boodschap van de Dalai Lama (het gaat om ethiek
van compassie, de religie voorbij) verdere aanhang heeft gekregen?
* De ICT-vleugel van dit comité of de Nederlandse politiek meer begrip voor
de Tibetaanse problematiek heeft gekregen; en het aantal getekende petities?
* De Shugden-aanhangers of hun visie vruchtbaar aandacht heeft gekregen?
* Voor mij is het meest relevant of de Dharma en de kennis daarvan in Nederland er mee
gediend is? Zie daarvoor m'n blog
http://joopromeijn.blogspot.nl/2014/05/wedergeboorte-en-reincarnatie-toch-al.html ".
Reactie van 27 mei:
"Het is nu 15 dagen geleden dat de Dalai Lama Nederland weer heeft verlaten.
Ik heb niet de indruk dat hij een diep spoor heeft getrokken. Bij de sociale media lees ik er niets meer over, maar ook de website van Maitreya heeft het er niet over, kennelijk geen nieuwe aanwas gekregen. Het laatste artikel over het bezoek in het Boeddhistisch Dagblad dateert al weer van 15 mei, vier dagen na z'n vertrek dus: zo snel is de belangstelling verdwenen.
Kortom: dit bezoek was een strovuur.
Begrijpelijk ook wel, behalve de sensatie hem live te hebben meegemaakt was er inhoudelijk niet veel, eerdere YouTube video's bekijken of zijn boeken lezen is wel zo effectief om te weten wat zijn interpretatie van het Boeddhisme is.
Het beste verslag was dat van Geertje Couwenbergh op de site van Bodhitv: De Dalai Lama als Tuinkabouter .
In het algemeen zijn dit soort korte bezoeken van internationale boeddhistische celebrities aan Nederland tamelijk zinloos en ook wel bedenkelijk omdat er erg veel organisatorische energie van lokale mensen in gaat zitten die beter aan de Dharma besteed had kunnen worden. Ze genereren publiciteit maar dat is dan ook alles.
Straks komt Joan Halifax naar Nederland. Met een retraite die mij prima voorkomt.
Maar ook met een door de BOS gekaapt (je moet verplicht 'Vriend van de BOS worden' om binnen te kunnen komen) symposium dat een nogal oppervlakkige en ook weinig geëngageerde indruk maakt. Ik zie bv geen van de Nederlandse sprekers een "open letter" publiceren zoals Halifax deed in www.upaya.org/2011/01/open-letter-from-roshi-regarding-eido-shimano/
En dan komt al weer - de evenementen overlappen elkaar deels - Sogyal Rinpoche (beroemd maar ook een womanizer) even aangevlogen voor een weekend, maar ook voor een door 'Awake' georganiseerde avond onder de titel 'Timeless wisdom for a new generation': een lezing door Sogyal Rinpoche, met muzikale omlijsting door DJ Isis.
Het is de manier van omgaan van en met popsterren; ik geloof er niets van dat de meerderheid van de nieuwe generatie boeddhisten dit soort oppervlakkige ervaringen prefereert boven slow buddhism met diepgang. "
Deze reactie is ook al weer van een kleine week geleden. Er kwam een reactie van iemand die het min of meer met me eens was, en ik had een gedachtewisseling met iemand die het met me oneens was. Mijn slotvraag daar was:
nam de DL zelf zijn bezoekers van de middagbijeenkomst (van 11 mei) wel serieus?
Hoeveel mensen zullen het de 11e mei aan iedereen uitgedeelde boek 'Vrij van religie' inmiddels gelezen hebben?
Ik heb er twee recente besprekingen van gelezen: die van Katinka Hesselink .
En die van Robert Keurntjes . Beide zijn de moeite waard.
Dat geldt ook voor de beschouwing van Jules Prast - ook direct na 11 mei geschreven - in zijn site.boeddhaweg.nl/2014/05/13/het-verdunde-boeddhisme-van-de-dalai-lama/ , met een interessante reactie door Rob Hogendoorn.
Maar goed, het is alweer drie weken geleden gebeurd; bijna niemand heeft het verder meer over dit bezoek.
Misschien vergis ik me en kunnen we over tien jaar lezen dat iemand getuigt, in mei 2014 geraakt en geïnspireerd te zijn door de woorden van de Dalai Lama en dat dat nog steeds bij haar doorwerkt.
Maar mijn indruk is dat deze man met z'n clowneske gedrag een tragisch figuur is geworden die nergens meer in gelooft: noch in een (bevrijdend) Tibetaans boeddhisme noch in (een vrij) Tibet.
Update
Mij werd in LinkedIn voor de voeten geworpen: "Wat betreft de compassie: Mensen ontlenen veel steun aan een figuur als de Dalai lama, ook als ze helemaal geen boeddhist zijn, belichaamd hij voor hen het goede en wijsheid. Voor anderen is dat de Paus of vul maar in wie of wat. Als mensen dat nu nodig hebben, omdat ze zelf nog niet zo ver zijn om tot inzichten en ervaringen te komen, dan is dat beter als niets. Mensen projecteren er een heleboel op, is dat onnozel? Is zo een oordeel begripvol voor de behoeften aan een voorbeeld?"
Als reactie geldt wat mij betreft een artikel over 'De dwepende mens' van Wilma de Rek: www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3664346/2014/05/31/De-dwepende-mens.dhtml
Sub-Update
De link werkt alleen voor abonnees van de Volkskrant. Belangstellenden kan ik het artikel in pdf-vorm mailen.
vrijdag 16 mei 2014
De BUN heeft weer een nieuwe voorzitter, M Ritman; nu de boeddhisten nog
Nieuw ?
De Boeddhistische Unie Nederland (BUN) heeft een nieuwe voorzitter gekregen.
Michael Ritman heet hij, hij is verbonden aan Rigpa, de organisatie rond de omstreden (zie m'n blog over de leraar ) Tibetaan Sogyal Rinpoche.
Dat wil zeggen: de ledenvergadering moet dit besluit op 7 juni nemen, maar met dat soort besluiten gaat meestal weinig mis. Zie de Nieuwsbrief van de BUN
Sommigen zijn verbaasd of maken zich zorgen over het feit dat het BUN-bestuur nu vrijwel geheel in handen is van Tibetaans boeddhisten, maar volgens mij is dat irrelevant.
Ik heb geprobeerd door hem geschreven teksten over het boeddhisme (in Nederland) te vinden; maar niets. Misschien heeft hij wel Rigpa-teksten vertaald, maar heeft hij zich ook verdiept in andere boeddhistische tradities?
Zelf is Michael zeer bescheiden: "Ik zal graag in goede samenwerking met de ALV en de andere bestuursleden verantwoordelijkheid nemen om te borgen wat er in de laatste jaren bereikt is, en dit waar mogelijk met beleid uit te bouwen. "
'Borgen ', dat is een term die ik de ex-voorzitter André Kalden ook wel zie gebruiken. Twee moeren op één bout draaien, en de laatste slag tegen elkaar in; ik doe dat ook wel eens.
Maar wat valt er te 'borgen' ?
* De relatie met de BOS?
Is een aflopende zaak wegens het schrappen uit de Mediawet van de levensbeschouwelijke 2.42-omroepen per 1-1-2016. En als er een opvolger komt, wordt dat niet een stichting die een delegatie-overeenkomst met de BUN nodig heeft.
Wat dat betreft moet de BUN en dus voorzitter Michael Ritman hopen dat het beroep bij de rechtbank over de boete die het Commissariaat voor de Media heeft opgelegd (samen met een terugvorderings-eis € 52.500 plus nog eens duizenden (?) euro's aan advocatenkosten) snel tot een uitspraak raakt. Want nu moet de BOS zich nog houden aan de toezegging om dit bedrag in plaats van de BUN te betalen, maar dat hoeft na 31 december 2015 niet meer.
De eerste moedige beslissing van de BUN-voorzitter zou kunnen zijn, het beroep in te trekken.
* De interreligieuze samenwerking?
Betekent toch niet meer dan eens in de zoveel tijd een plechtige bijeenkomst?
* De opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger?
Het weinige werk daarvoor (de VU doet het liever zelf, en die hebben een eigen agenda) is uitbesteed aan de BZI, en die heeft het weer uitbesteed aan de Justitie-ambtenaar Varamitra.
En het beroepsperspectief is zeer ongewis met de wijziging van het zorgstelsel.
* De 'Dharma Advies Raad '?
Ik ben benieuwd naar het eerste advies van deze adviesraad, want die zijn toch zeker wel openbaar?
* Internationale zaken?
Welke zaken?
* De toekomst samen met de ongeorganiseerde boeddhisten tenslotte?
De commissie die daarover in opdracht van de ledenvergadering een rapport aan het voorbereiden is, heeft wel het 'gevoel van urgentie' over de noodzaak van een echte beleidswijziging in de patstelling in dit dossier (zie m'n blog uit april ); maar de ledenvergadering? De ALV van juni dit jaar zal nog geen duidelijkheid gaan bieden.
Vandaar mijn uitroep (vraagteken eigenlijk): 'nu de boeddhisten nog ' ! ?
'Weer een nieuwe voorzitter', zette ik in de kop.
In de ruim elf jaar die ik me - meestal op afstand - met de BUN bezighoud, heb ik al zes BUN-voorzitters meegemaakt; en nu de zevende dus:
Johan Niezing tot juni 2003
Jan-Willem Houthoff van juni 2003 tot april 2007; zie zijn fameuze 'Omzien in verwondering '
Varamitra van april 2007 tot april 2009 (eigenlijk tot december 2008)
Francisca Boel van april 2009 tot januari 2011
Richard de Jongh van januari tot augustus 2011
André Kalden van januari 2011 tot juni 2014
en nu Michael Ritman van juni 2014 tot ???
(Trouwens wat betreft het totale aantal bestuursleden is de BUN helemaal een duiventil, zoals *OpenBoeddhisme* twee jaar geleden analyseerde, zie OB maart 2012 ; en sindsdien is er niet echt van een stabilisering sprake. Het lijkt wel een 'zwart gat', zie video)
Wat zouden we Michael toe moeten wensen bij z'n benoeming zaterdag 7 juni in Amsterdam?
'STERKTE' lijkt me nog het meest realistisch en compassievol.
De Boeddhistische Unie Nederland (BUN) heeft een nieuwe voorzitter gekregen.
Michael Ritman heet hij, hij is verbonden aan Rigpa, de organisatie rond de omstreden (zie m'n blog over de leraar ) Tibetaan Sogyal Rinpoche.
Dat wil zeggen: de ledenvergadering moet dit besluit op 7 juni nemen, maar met dat soort besluiten gaat meestal weinig mis. Zie de Nieuwsbrief van de BUN
Sommigen zijn verbaasd of maken zich zorgen over het feit dat het BUN-bestuur nu vrijwel geheel in handen is van Tibetaans boeddhisten, maar volgens mij is dat irrelevant.
Ik heb geprobeerd door hem geschreven teksten over het boeddhisme (in Nederland) te vinden; maar niets. Misschien heeft hij wel Rigpa-teksten vertaald, maar heeft hij zich ook verdiept in andere boeddhistische tradities?
Zelf is Michael zeer bescheiden: "Ik zal graag in goede samenwerking met de ALV en de andere bestuursleden verantwoordelijkheid nemen om te borgen wat er in de laatste jaren bereikt is, en dit waar mogelijk met beleid uit te bouwen. "
'Borgen ', dat is een term die ik de ex-voorzitter André Kalden ook wel zie gebruiken. Twee moeren op één bout draaien, en de laatste slag tegen elkaar in; ik doe dat ook wel eens.
Maar wat valt er te 'borgen' ?
* De relatie met de BOS?
Is een aflopende zaak wegens het schrappen uit de Mediawet van de levensbeschouwelijke 2.42-omroepen per 1-1-2016. En als er een opvolger komt, wordt dat niet een stichting die een delegatie-overeenkomst met de BUN nodig heeft.
Wat dat betreft moet de BUN en dus voorzitter Michael Ritman hopen dat het beroep bij de rechtbank over de boete die het Commissariaat voor de Media heeft opgelegd (samen met een terugvorderings-eis € 52.500 plus nog eens duizenden (?) euro's aan advocatenkosten) snel tot een uitspraak raakt. Want nu moet de BOS zich nog houden aan de toezegging om dit bedrag in plaats van de BUN te betalen, maar dat hoeft na 31 december 2015 niet meer.
De eerste moedige beslissing van de BUN-voorzitter zou kunnen zijn, het beroep in te trekken.
* De interreligieuze samenwerking?
Betekent toch niet meer dan eens in de zoveel tijd een plechtige bijeenkomst?
* De opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger?
Het weinige werk daarvoor (de VU doet het liever zelf, en die hebben een eigen agenda) is uitbesteed aan de BZI, en die heeft het weer uitbesteed aan de Justitie-ambtenaar Varamitra.
En het beroepsperspectief is zeer ongewis met de wijziging van het zorgstelsel.
* De 'Dharma Advies Raad '?
Ik ben benieuwd naar het eerste advies van deze adviesraad, want die zijn toch zeker wel openbaar?
* Internationale zaken?
Welke zaken?
* De toekomst samen met de ongeorganiseerde boeddhisten tenslotte?
De commissie die daarover in opdracht van de ledenvergadering een rapport aan het voorbereiden is, heeft wel het 'gevoel van urgentie' over de noodzaak van een echte beleidswijziging in de patstelling in dit dossier (zie m'n blog uit april ); maar de ledenvergadering? De ALV van juni dit jaar zal nog geen duidelijkheid gaan bieden.
Vandaar mijn uitroep (vraagteken eigenlijk): 'nu de boeddhisten nog ' ! ?
'Weer een nieuwe voorzitter', zette ik in de kop.
In de ruim elf jaar die ik me - meestal op afstand - met de BUN bezighoud, heb ik al zes BUN-voorzitters meegemaakt; en nu de zevende dus:
Johan Niezing tot juni 2003
Jan-Willem Houthoff van juni 2003 tot april 2007; zie zijn fameuze 'Omzien in verwondering '
Varamitra van april 2007 tot april 2009 (eigenlijk tot december 2008)
Francisca Boel van april 2009 tot januari 2011
Richard de Jongh van januari tot augustus 2011
André Kalden van januari 2011 tot juni 2014
en nu Michael Ritman van juni 2014 tot ???
(Trouwens wat betreft het totale aantal bestuursleden is de BUN helemaal een duiventil, zoals *OpenBoeddhisme* twee jaar geleden analyseerde, zie OB maart 2012 ; en sindsdien is er niet echt van een stabilisering sprake. Het lijkt wel een 'zwart gat', zie video)
Wat zouden we Michael toe moeten wensen bij z'n benoeming zaterdag 7 juni in Amsterdam?
'STERKTE' lijkt me nog het meest realistisch en compassievol.
dinsdag 13 mei 2014
Wedergeboorte en reïncarnatie: toch al lastige begrippen, maar de Tibetaanse boeddhisten maken er (volgens mij) soms helemaal een potje van
Eén van de lastigste aspecten van het boeddhisme, en ook één van de vervelendste om over te communiceren, is dat van de reïncarnatie en wedergeboorte .
Lastig en vervelend zowel naar de materialistische mensen als naar de spiritueel ingestelden.
Naar de materialistist toe dat er toch iets door gaat na de dood zonder dat we dat iets een 'ziel' wensen te noemen; en spirituelen dat nogal sterk de scheiding van lichaam en geest, een dualistische scheiding dus, wordt gemaakt.
'Wedergeboorte' betekent dat een individu, inclusief al zijn/haar persoonlijkheid en karaktertrekken, er opnieuw komt, in een ander op het punt van geboorte staand lichaam.
Dat is hindoeistisch, wordt door boeddhisten gezegd, daar geloven we niet in, want dat impliceert het denken over een atman, en dus in strijd met de anatta- (niet-zelf) karakteristiek.
In het essay 'Fundamentals of Buddhism – Four Lectures zegt Nyanatiloka Mahathera (in mijn vertaling):
Het Boeddhisme is vaak met betrekking tot haar doctrine van wedergeboorte
verweten met zichzelf in strijd te zijn. Want, zo wordt gezegd, het Boeddhisme
ontkent aan de ene kant het bestaan van de ziel, terwijl het aan de andere kant
het de 'zielsverhuizing' (transmigration) leert.
Er is geen groter misverstand dan dit. Voor het Boeddhisme leert in het geheel
geen zielsverhuizing. De Boeddhistische doctrine van 'wedergeboorte' (rebirth)
- wat feitelijk hetzelfde is als de wet van oorzaak en gevolg, toegepast op het
mentale en het ethische domein - heeft helemaal niets te maken met de
Brahmanistische doctrine van reïncarnatie, oftewel zielsverhuizing/transmigratie.
Er is een fundamenteel verschil tussen deze twee doctrines.
Volgens de Brahmanistische leer bestaat er een ziel, onafhankelijk van het lichaam,
dat, na de dood z'n lichamelijke omhulsel verlaat en in een nieuw lichaam treedt.
Geheel anders zit het echter met de Boeddhistische doctrine van de
wedergeboorte. Het Boeddhisme onderkent in deze wereld niet het bestaan van een
geest (mind), los van de materie, van het lichamelijke. Volgens het Boeddhisme
is geest zonder materie een onmogelijkheid. En, mentale fenomenen zijn net zo
als lichamelijke fenomenen onderhevig aan veranderlijkheid. Als men niet kan
spreken van een onveranderlijke entiteit, van een ziel, kan men ook niet
spreken van transmigratie voor zo'n ding.
Hoe is dan wedergeboorte mogelijk zonder iets dat wordt wedergeboren, zonder ego of ziel?
Hier moet er op gewezen worden dat de term 'wedergeboorte' in dit verband
eigenlijk niet helemaal correct is, alleen gebruikt wordt als louter hulpmiddel
(hulp-term). Wat de Boeddha leert, is meer correct geformuleerd de werking
van de wet van oorzaak en gevolg in het morele gebied.
Voor het volledige citaat, zie de bijlage onderaan deze tekst.
'Reïncarnatie' komt neer op continuïteit van het leven. Het beeld dat gebruikt wordt is dat de ene kaars de andere aansteekt.
Het blijft met dit verschil spitsroeden lopen, want van de historische Boeddha (Gautamna of Sakyamuni genoemd) wordt gezegd dat deze z'n vorige levens kende; en ook yogi's in bepaalde meditatiestadia kunnen deze kennen: dat lijkt toch al een beetje op transmigratie? Ergens in het menselijk lichaam zit dan kennelijk een herinnering aan vorige levens?
[Een persoonlijk intermezzo .
Toen ik een kleine vijftien jaar geleden van mezelf moest constateren dat ik eigenlijk boeddhist was en na een korte zoektocht dat ik me het meeste in het Theravada-boeddhisme thuisvoelde, liep ik tegen de diverse leerstukken van deze traditie aan.
Een paar jaar lang heb ik oprecht geprobeerd, ook in de wedergeboorte te geloven , maar dat lukte me gewoon niet. Gesprekken met boeddhistische vrienden en het boek 'Boeddhisme zonder geloof ' van Stephen Batchelor bracht me tot de gedachte die nogal definitief lijkt te zijn: ik hoef het ook niet te proberen, ik geloof het gewoon niet.
Sindsdien noem ik mezelf vrijzinnig Theravadin, liever trouwens dan 'seculier boeddhist' , want ik constateer wel allerlei religieuze tendenzen in mezelf.
Lastig blijft het dan wel, want in tegenstelling tot wat Batchelor zegt, gaat het wel om een essentieel onderdeel van het Boeddhisme als zingevingssysteem. Dus ala: dan heeft het leven maar geen zin, daar kan ik wel mee leven. Mijn motto is inmiddels geworden: Wees blij dat het leven geen zin heeft.]
De betekenis, en nu schakel ik weer van beschouwing over mezelf naar het algemene, is dat men stap voor stap, leven voor leven, verder kan komen op het spirituele pad, het pad naar het 'Ontwaken'. Bijvoorbeeld door in dit leven positief karma ('verdiensten' wordt het wel genoemd, ik houd niet zo van die term), die een voor het Ontwaken kansrijker volgend leven kan bewerkstelligen. Dat is het optimistische van het boeddhisme: iedereen kan uiteindelijk volledig Verlicht worden, ook al duurt dat lange serie levens.
Het is breder dan 'iedereen': voor ieder levend wezen, ook voor een dier, ook voor een boze geest is dit uiteindelijk weggelegd. Want niet één leven, ook niet dat van een 'geest', duurt in de boeddhistische leer oneindig, alles wat bestaat, verdwijnt ook weer. Op die boze geest (die bv Shugden heet) kom ik straks nog terug.
De Tibetaans boeddhisten gaan wat ruiger met dit lastige probleem van reïncarnatie of wedergeboorte, of welke variant dan ook van een leven na de dood, om. (Ik schrijf hierover als buitenstaander, die verbaasd naar deze denksystemen kijkt).
Allereerst zijn er de bardo's: men verkrijgt een volgend leven als tweetrapsraket, niet in één stap.
Ten tweede is er het fenomeen van de tulku ? (Zie Wikipedia ); dat zijn toch gereïncarneerde lama's? Ik denk dat Nyanatiloka dit brahmanistisch zou noemen, hindoeïstisch zouden we tegenwoordig zeggen. En er mogelijk aan toevoegen dat dit weer een voorbeeld van de her-brahmanisering van het boeddhisme vanaf de 6e eeuw van onze jaartelling is, waar het boeddhistische tantrisme in Tibet, voortgekomen uit het hindoeïstisch tantrisme, een ander voorbeeld van is.
Dit alles is al moeilijk genoeg om te begrijpen en om te geloven; maar het boeddhisme is een religie, dus een geloof, ik accepteer het verstaan van dit geloof.
Maar in een paar recente uitingen wordt er wel een potje van gemaakt waar ik meer moeite mee heb. Twee zijn het er.
Eerst Han de Wit in de Volkskrant van zaterdag 10 mei.
De kop van het artikel luidt Boeddhistische leraar bespreekt misverstanden , maar ik vrees dat de betreffende leraar (Han dus) er een paar bij heeft gemaakt.
Over het eerste zogenaamde misverstand dat er volgens Han de Wit is (dat volgens het boeddhisme alles lijden is) wil ik alleen zeggen: lees nog eens over de eerste van de Vier Edele Waarheden, over dukkha dus. Mijn conclusie: niet alles is lijden, maar wel verdomd veel.
Het tweede en het derde misverstand laat ik lopen. Ik concentreer me op het vierde:
“Boeddhisten werken in dit leven hard aan het vervolmaken van zichzelf, opdat ze het in een volgend leven beter krijgen ”. Het is misschien wat onhandig geformuleerd, het is wellicht niet honderd procent dat wat de Boeddha bedoelde, maar dit is wel hoe het merendeel van de (Aziatische) boeddhisten denkt en doet !
Ik citeer de Volkskrant over dit 'misverstand':
Han de Wit: 'Boeddhisme kent de idee van reïncarnatie niet. In het boeddhisme wordt er helemaal niet van uitgegaan dat er in jou een essentie zit, een ziel die verhuist van dit lichaam naar het volgende. Het boeddhisme gaat er niet van uit dat je een essentie hebt. Wel dat er continuïteit is: je begint als baby'tje, maar als je een kind bent, is dat baby'tje er niet meer; al je cellen zijn inmiddels vernieuwd, je denken is anders geworden. '
Mijn commentaar: het boeddhisme kent de idee van reïncarnatie wel. Een tulku (zoals de Dalai Lama) heeft toch wel een identiteit, volgens hun leer dan? En in deze reactie wordt zorgvuldig niet ingegaan op de vraag wat er dan (volgens de boeddhisten volgens Han) na de dood gebeurt.
Naast vier misverstanden geeft Han de Wit ook vier 'lessen'. De eerste daarvan is: ' De mens is fundamenteel goed '. Volgens mij is daar wel wat op af te dingen, maar ik weet dat veel Mahayana-boeddhisten dit vinden. Alleen: dan is (of was) Shugden toch ook fundamenteel goed?
Want:
Een bericht van het comité dat de ontvangst van de Dalai Lama in Nederland heeft georganiseerd. De demonstratie van en de aandacht in de pers voor Shugden-aanhangers bracht het comité tot een bericht op hun website
Ik citeer hier uit:
" Een paar decennia geleden is er een Tibetaanse boeddhistische groep naar buiten gekomen met kritiek op de Dalai Lama. Deze groep hangt een geest aan genaamd 'Shugden' die de geest zou zijn van een Tibetaanse priester uit de 17de eeuw. De Dalai Lama beschouwt Shugden als een wereldlijke geest, die door boeddhisten niet zouden moeten worden aangehangen.
Een boeddhist streeft naar bevrijding van de kringloop van leven en sterven. Een staat van bewustzijn voorbij fysiek en mentaal lijden: de staat van Boeddhaschap. Een wereldlijke geest heeft deze staat van bewustzijn niet bereikt en kan voor een boeddhist dan ook geen object van toevlucht of verering zijn. "
Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen een wereldlijke geest (wat kennelijk hetzelfde is als een kwade geest) en een niet-wereldlijke, een goed geest.
Vanuit mijn begrip van de cyclus van wedergeboorten lijkt dit me niet correct: waarom een geest 'wereldlijk' noemen? Hij (of zij) verblijft kennelijk in een andere dan de menselijke werelden die worden onderscheiden (sommige – hemelse – 'boven' het menselijke; andere zoals de dierlijke en helse 'onder' dat van de mens). Maar alle levende wezens, ook de zogenaamde Shugden-geest kan na een of meer wedergeboorten alsnog verlicht worden en dus Nirvana bereiken.
Trouwens: 'aanhangen' of 'vereren' zou men sowieso niet moeten doen, zie m'n blog over de leraar van 10 mei .
[En ik ga hier weer voorbij aan m'n persoonlijke opvatting dat geesten, goed of slecht, wereldlijk of niet, helemaal niet bestaan.]
Er staat trouwens nog een feitelijke onjuistheid in dit bericht, namelijk de mededeling “Er bestaat geen bekeringsdrang, of 'zieltjes winnen', in het boeddhisme ”
In mijn blog van 5 mei heb ik aangetoond dat dit al 2500 jaar lang wel het geval is.
=======================================================================
Bijlage
Paragraaf I sub II van Fundamentals of Buddhism - Four Lectures
by Nyanatiloka Mahathera
"In this connection let us come back to the second noble truth, the origin of suffering, rooted in selfish craving and ignorance (tanha and avijja). In order to understand this truth better, it will be necessary to speak of a doctrine which so often is wrongly interpreted and misunderstood. It is the Buddhist doctrine of rebirth (see Chapter II). With regard to this teaching, Buddhism is often accused of self-contradiction. Thus it is said that Buddhism on the one hand denies the existence of the soul, while on the other hand it teaches the transmigration of the soul. Nothing could be more mistaken than this. For Buddhism teaches no transmigration at all. The Buddhist doctrine of rebirth — which is really the same as the law of causality extended to the mental and moral domain — has nothing whatever to do with the brahman doctrine of reincarnation, or transmigration. There exists a fundamental difference between these two doctrines.
According to the brahmanical teaching, there exists a soul independently of the body which, after death, leaves its physical envelope and passes over into a new body, exactly as one might throw off an old garment and put on a new one. Quite otherwise, however, is it with the Buddhist doctrine of rebirth. Buddhism does not recognize in this world any existence of mind apart from matter. All mental phenomena are conditioned through the six organs of sense, and without these they cannot exist. According to Buddhism, mind without matter is an impossibility. And, as we have seen, the mental phenomena, just as all bodily phenomena, are subject to change, and no persisting element, no ego-entity, no soul, is there to be found. But where there is no real unchanging entity, no soul, there one cannot speak of the transmigration of such a thing.
How then is rebirth possible without something to be reborn, without an ego, or soul? Here I have to point out that even the word "rebirth," in this connection, is really not quite correct, but used as a mere makeshift. What the Buddha teaches is, correctly speaking, the law of cause and effect working in the moral domain. For just as everything in the physical world happens in accordance with law, as the arising of any physical state is dependent on some preceding state as its cause, in just the same way must this law have universal application in the mental and moral domain too. If every physical state is preceded by another state as its cause, so also must this present physico-mental life be dependent upon causes anterior to its birth. Thus, according to Buddhism, the present life-process is the result of the craving for life in a former birth, and the craving for life in this birth is the cause of the life-process that continues after death.
But, as there is nothing that persists from one moment of consciousness to the next, so also no abiding element exists in this ever changing life-process that can pass over from one life to another.
Nothing transmigrates from this moment to the next, nothing from one life to another life. This process of continually producing and being produced may best be compared with a wave on the ocean. In the case of a wave there is not the smallest quantity of water that actually travels over the surface of the sea. The wave-structure that seems to hasten over the surface of the water, though creating the appearance of one and the same mass of water, is in reality nothing but a continued rising and falling of ever new masses of water. And the rising and falling is produced by the transmission of force originally generated by wind. Just so the Buddha did not teach that it is an ego-entity, or a soul, that hastens through the ocean of rebirth, but that it is in reality merely a life-wave which, according to its nature and activities, appears here as man, there as animal, and elsewhere as invisible being. "
Bron: Wheel394
Lastig en vervelend zowel naar de materialistische mensen als naar de spiritueel ingestelden.
Naar de materialistist toe dat er toch iets door gaat na de dood zonder dat we dat iets een 'ziel' wensen te noemen; en spirituelen dat nogal sterk de scheiding van lichaam en geest, een dualistische scheiding dus, wordt gemaakt.
'Wedergeboorte' betekent dat een individu, inclusief al zijn/haar persoonlijkheid en karaktertrekken, er opnieuw komt, in een ander op het punt van geboorte staand lichaam.
Dat is hindoeistisch, wordt door boeddhisten gezegd, daar geloven we niet in, want dat impliceert het denken over een atman, en dus in strijd met de anatta- (niet-zelf) karakteristiek.
In het essay 'Fundamentals of Buddhism – Four Lectures zegt Nyanatiloka Mahathera (in mijn vertaling):
Het Boeddhisme is vaak met betrekking tot haar doctrine van wedergeboorte
verweten met zichzelf in strijd te zijn. Want, zo wordt gezegd, het Boeddhisme
ontkent aan de ene kant het bestaan van de ziel, terwijl het aan de andere kant
het de 'zielsverhuizing' (transmigration) leert.
Er is geen groter misverstand dan dit. Voor het Boeddhisme leert in het geheel
geen zielsverhuizing. De Boeddhistische doctrine van 'wedergeboorte' (rebirth)
- wat feitelijk hetzelfde is als de wet van oorzaak en gevolg, toegepast op het
mentale en het ethische domein - heeft helemaal niets te maken met de
Brahmanistische doctrine van reïncarnatie, oftewel zielsverhuizing/transmigratie.
Er is een fundamenteel verschil tussen deze twee doctrines.
Volgens de Brahmanistische leer bestaat er een ziel, onafhankelijk van het lichaam,
dat, na de dood z'n lichamelijke omhulsel verlaat en in een nieuw lichaam treedt.
Geheel anders zit het echter met de Boeddhistische doctrine van de
wedergeboorte. Het Boeddhisme onderkent in deze wereld niet het bestaan van een
geest (mind), los van de materie, van het lichamelijke. Volgens het Boeddhisme
is geest zonder materie een onmogelijkheid. En, mentale fenomenen zijn net zo
als lichamelijke fenomenen onderhevig aan veranderlijkheid. Als men niet kan
spreken van een onveranderlijke entiteit, van een ziel, kan men ook niet
spreken van transmigratie voor zo'n ding.
Hoe is dan wedergeboorte mogelijk zonder iets dat wordt wedergeboren, zonder ego of ziel?
Hier moet er op gewezen worden dat de term 'wedergeboorte' in dit verband
eigenlijk niet helemaal correct is, alleen gebruikt wordt als louter hulpmiddel
(hulp-term). Wat de Boeddha leert, is meer correct geformuleerd de werking
van de wet van oorzaak en gevolg in het morele gebied.
Voor het volledige citaat, zie de bijlage onderaan deze tekst.
'Reïncarnatie' komt neer op continuïteit van het leven. Het beeld dat gebruikt wordt is dat de ene kaars de andere aansteekt.
Het blijft met dit verschil spitsroeden lopen, want van de historische Boeddha (Gautamna of Sakyamuni genoemd) wordt gezegd dat deze z'n vorige levens kende; en ook yogi's in bepaalde meditatiestadia kunnen deze kennen: dat lijkt toch al een beetje op transmigratie? Ergens in het menselijk lichaam zit dan kennelijk een herinnering aan vorige levens?
[Een persoonlijk intermezzo .
Toen ik een kleine vijftien jaar geleden van mezelf moest constateren dat ik eigenlijk boeddhist was en na een korte zoektocht dat ik me het meeste in het Theravada-boeddhisme thuisvoelde, liep ik tegen de diverse leerstukken van deze traditie aan.
Een paar jaar lang heb ik oprecht geprobeerd, ook in de wedergeboorte te geloven , maar dat lukte me gewoon niet. Gesprekken met boeddhistische vrienden en het boek 'Boeddhisme zonder geloof ' van Stephen Batchelor bracht me tot de gedachte die nogal definitief lijkt te zijn: ik hoef het ook niet te proberen, ik geloof het gewoon niet.
Sindsdien noem ik mezelf vrijzinnig Theravadin, liever trouwens dan 'seculier boeddhist' , want ik constateer wel allerlei religieuze tendenzen in mezelf.
Lastig blijft het dan wel, want in tegenstelling tot wat Batchelor zegt, gaat het wel om een essentieel onderdeel van het Boeddhisme als zingevingssysteem. Dus ala: dan heeft het leven maar geen zin, daar kan ik wel mee leven. Mijn motto is inmiddels geworden: Wees blij dat het leven geen zin heeft.]
De betekenis, en nu schakel ik weer van beschouwing over mezelf naar het algemene, is dat men stap voor stap, leven voor leven, verder kan komen op het spirituele pad, het pad naar het 'Ontwaken'. Bijvoorbeeld door in dit leven positief karma ('verdiensten' wordt het wel genoemd, ik houd niet zo van die term), die een voor het Ontwaken kansrijker volgend leven kan bewerkstelligen. Dat is het optimistische van het boeddhisme: iedereen kan uiteindelijk volledig Verlicht worden, ook al duurt dat lange serie levens.
Het is breder dan 'iedereen': voor ieder levend wezen, ook voor een dier, ook voor een boze geest is dit uiteindelijk weggelegd. Want niet één leven, ook niet dat van een 'geest', duurt in de boeddhistische leer oneindig, alles wat bestaat, verdwijnt ook weer. Op die boze geest (die bv Shugden heet) kom ik straks nog terug.
De Tibetaans boeddhisten gaan wat ruiger met dit lastige probleem van reïncarnatie of wedergeboorte, of welke variant dan ook van een leven na de dood, om. (Ik schrijf hierover als buitenstaander, die verbaasd naar deze denksystemen kijkt).
Allereerst zijn er de bardo's: men verkrijgt een volgend leven als tweetrapsraket, niet in één stap.
Ten tweede is er het fenomeen van de tulku ? (Zie Wikipedia ); dat zijn toch gereïncarneerde lama's? Ik denk dat Nyanatiloka dit brahmanistisch zou noemen, hindoeïstisch zouden we tegenwoordig zeggen. En er mogelijk aan toevoegen dat dit weer een voorbeeld van de her-brahmanisering van het boeddhisme vanaf de 6e eeuw van onze jaartelling is, waar het boeddhistische tantrisme in Tibet, voortgekomen uit het hindoeïstisch tantrisme, een ander voorbeeld van is.
Dit alles is al moeilijk genoeg om te begrijpen en om te geloven; maar het boeddhisme is een religie, dus een geloof, ik accepteer het verstaan van dit geloof.
Maar in een paar recente uitingen wordt er wel een potje van gemaakt waar ik meer moeite mee heb. Twee zijn het er.
Eerst Han de Wit in de Volkskrant van zaterdag 10 mei.
De kop van het artikel luidt Boeddhistische leraar bespreekt misverstanden , maar ik vrees dat de betreffende leraar (Han dus) er een paar bij heeft gemaakt.
Over het eerste zogenaamde misverstand dat er volgens Han de Wit is (dat volgens het boeddhisme alles lijden is) wil ik alleen zeggen: lees nog eens over de eerste van de Vier Edele Waarheden, over dukkha dus. Mijn conclusie: niet alles is lijden, maar wel verdomd veel.
Het tweede en het derde misverstand laat ik lopen. Ik concentreer me op het vierde:
“Boeddhisten werken in dit leven hard aan het vervolmaken van zichzelf, opdat ze het in een volgend leven beter krijgen ”. Het is misschien wat onhandig geformuleerd, het is wellicht niet honderd procent dat wat de Boeddha bedoelde, maar dit is wel hoe het merendeel van de (Aziatische) boeddhisten denkt en doet !
Ik citeer de Volkskrant over dit 'misverstand':
Han de Wit: 'Boeddhisme kent de idee van reïncarnatie niet. In het boeddhisme wordt er helemaal niet van uitgegaan dat er in jou een essentie zit, een ziel die verhuist van dit lichaam naar het volgende. Het boeddhisme gaat er niet van uit dat je een essentie hebt. Wel dat er continuïteit is: je begint als baby'tje, maar als je een kind bent, is dat baby'tje er niet meer; al je cellen zijn inmiddels vernieuwd, je denken is anders geworden. '
Mijn commentaar: het boeddhisme kent de idee van reïncarnatie wel. Een tulku (zoals de Dalai Lama) heeft toch wel een identiteit, volgens hun leer dan? En in deze reactie wordt zorgvuldig niet ingegaan op de vraag wat er dan (volgens de boeddhisten volgens Han) na de dood gebeurt.
Naast vier misverstanden geeft Han de Wit ook vier 'lessen'. De eerste daarvan is: ' De mens is fundamenteel goed '. Volgens mij is daar wel wat op af te dingen, maar ik weet dat veel Mahayana-boeddhisten dit vinden. Alleen: dan is (of was) Shugden toch ook fundamenteel goed?
Want:
Een bericht van het comité dat de ontvangst van de Dalai Lama in Nederland heeft georganiseerd. De demonstratie van en de aandacht in de pers voor Shugden-aanhangers bracht het comité tot een bericht op hun website
Ik citeer hier uit:
" Een paar decennia geleden is er een Tibetaanse boeddhistische groep naar buiten gekomen met kritiek op de Dalai Lama. Deze groep hangt een geest aan genaamd 'Shugden' die de geest zou zijn van een Tibetaanse priester uit de 17de eeuw. De Dalai Lama beschouwt Shugden als een wereldlijke geest, die door boeddhisten niet zouden moeten worden aangehangen.
Een boeddhist streeft naar bevrijding van de kringloop van leven en sterven. Een staat van bewustzijn voorbij fysiek en mentaal lijden: de staat van Boeddhaschap. Een wereldlijke geest heeft deze staat van bewustzijn niet bereikt en kan voor een boeddhist dan ook geen object van toevlucht of verering zijn. "
Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen een wereldlijke geest (wat kennelijk hetzelfde is als een kwade geest) en een niet-wereldlijke, een goed geest.
Vanuit mijn begrip van de cyclus van wedergeboorten lijkt dit me niet correct: waarom een geest 'wereldlijk' noemen? Hij (of zij) verblijft kennelijk in een andere dan de menselijke werelden die worden onderscheiden (sommige – hemelse – 'boven' het menselijke; andere zoals de dierlijke en helse 'onder' dat van de mens). Maar alle levende wezens, ook de zogenaamde Shugden-geest kan na een of meer wedergeboorten alsnog verlicht worden en dus Nirvana bereiken.
Trouwens: 'aanhangen' of 'vereren' zou men sowieso niet moeten doen, zie m'n blog over de leraar van 10 mei .
[En ik ga hier weer voorbij aan m'n persoonlijke opvatting dat geesten, goed of slecht, wereldlijk of niet, helemaal niet bestaan.]
Er staat trouwens nog een feitelijke onjuistheid in dit bericht, namelijk de mededeling “Er bestaat geen bekeringsdrang, of 'zieltjes winnen', in het boeddhisme ”
In mijn blog van 5 mei heb ik aangetoond dat dit al 2500 jaar lang wel het geval is.
=======================================================================
Bijlage
Paragraaf I sub II van Fundamentals of Buddhism - Four Lectures
by Nyanatiloka Mahathera
"In this connection let us come back to the second noble truth, the origin of suffering, rooted in selfish craving and ignorance (tanha and avijja). In order to understand this truth better, it will be necessary to speak of a doctrine which so often is wrongly interpreted and misunderstood. It is the Buddhist doctrine of rebirth (see Chapter II). With regard to this teaching, Buddhism is often accused of self-contradiction. Thus it is said that Buddhism on the one hand denies the existence of the soul, while on the other hand it teaches the transmigration of the soul. Nothing could be more mistaken than this. For Buddhism teaches no transmigration at all. The Buddhist doctrine of rebirth — which is really the same as the law of causality extended to the mental and moral domain — has nothing whatever to do with the brahman doctrine of reincarnation, or transmigration. There exists a fundamental difference between these two doctrines.
According to the brahmanical teaching, there exists a soul independently of the body which, after death, leaves its physical envelope and passes over into a new body, exactly as one might throw off an old garment and put on a new one. Quite otherwise, however, is it with the Buddhist doctrine of rebirth. Buddhism does not recognize in this world any existence of mind apart from matter. All mental phenomena are conditioned through the six organs of sense, and without these they cannot exist. According to Buddhism, mind without matter is an impossibility. And, as we have seen, the mental phenomena, just as all bodily phenomena, are subject to change, and no persisting element, no ego-entity, no soul, is there to be found. But where there is no real unchanging entity, no soul, there one cannot speak of the transmigration of such a thing.
How then is rebirth possible without something to be reborn, without an ego, or soul? Here I have to point out that even the word "rebirth," in this connection, is really not quite correct, but used as a mere makeshift. What the Buddha teaches is, correctly speaking, the law of cause and effect working in the moral domain. For just as everything in the physical world happens in accordance with law, as the arising of any physical state is dependent on some preceding state as its cause, in just the same way must this law have universal application in the mental and moral domain too. If every physical state is preceded by another state as its cause, so also must this present physico-mental life be dependent upon causes anterior to its birth. Thus, according to Buddhism, the present life-process is the result of the craving for life in a former birth, and the craving for life in this birth is the cause of the life-process that continues after death.
But, as there is nothing that persists from one moment of consciousness to the next, so also no abiding element exists in this ever changing life-process that can pass over from one life to another.
Nothing transmigrates from this moment to the next, nothing from one life to another life. This process of continually producing and being produced may best be compared with a wave on the ocean. In the case of a wave there is not the smallest quantity of water that actually travels over the surface of the sea. The wave-structure that seems to hasten over the surface of the water, though creating the appearance of one and the same mass of water, is in reality nothing but a continued rising and falling of ever new masses of water. And the rising and falling is produced by the transmission of force originally generated by wind. Just so the Buddha did not teach that it is an ego-entity, or a soul, that hastens through the ocean of rebirth, but that it is in reality merely a life-wave which, according to its nature and activities, appears here as man, there as animal, and elsewhere as invisible being. "
Bron: Wheel394
woensdag 7 mei 2014
Niet naar de Dalai Lama; en niet-beantwoorde vragen aan hem, die weinigen durven te stellen
In februari schreef ik de blogtekst 'waarom-ik-niet-naar-de-dalai-lama-ga ' .
De kans dat ik toch zo gaan, hield ik open; alleen om mezelf niet onnodig vast te leggen.
Maar nu weet ik het zeker: ik ga zondag de 11e mei iets anders doen, ondanks de publiciteitsmachine die rond dit bezoek op gang is gekomen, of misschien juist wel daardoor.
Als ik Protestant Christen was, zou ik ook niet aan een bezoek van de (roomse) Paus aan Nederland meedoen.
De afgelopen weken heb ik op een discussieforum in LinkedIn (waarin ik destijds in een bericht verwees naar mijn blog) twee commentaren geplaatst. Die citeer ik hier.
"Een heel ander aspect dan dat van m'n eigen motieven bij het bezoek van het bezoek van de Dalai Lama aan Nederland betreft de vraag of (een lid van) de regering hem moet ontvangen.
Ik vind dat minister Timmermans gelijk heeft als hij de Dalai Lama alleen wil ontmoeten als geestelijk leider van (Gelugpa-)boeddhisten en NIET als vertegenwoordiger van het Tibetaanse volk.
Dat vind ik omdat ik grote waarde hecht aan de SCHEIDING VAN KERK EN STAAT, waar ook ter wereld. En dus niet uit angst voor Chinese economische sancties." (vier weken geleden)
en:
Voor degene die het komend weekend naar Rotterdam gaat, maar ook verder voor ieder die meer over de Dalai Lama wil weten, een uitgebreid achtergrondartikel in *OpenBoeddhisme*.
www.robhogendoorn.nl/portfolio/de-dalai-lama-in-nederland-meer-geliefd-dan-gekend/ .
Geschreven door Rob Hogendoorn, die als toelichting er op zijn website o.a. over schrijft:
"Ik ben boeddhist. Dat wil zeggen: ik ben een in Rotterdam geboren Nederlander die probeert toe te passen en voor te leven wat hem door andere boeddhisten wordt verteld en voorgeleefd. In mijn geval zijn dat vooral Tibetanen. De dalai lama, Samdhong Rinpoche, Dagpo Rinpoche, en anderen. Ik heb hen allen persoonlijk ontmoet. Het zijn geen bang aangelegde mannen. Ze hebben de gewoonte te zeggen wat gezegd moet worden, ook als dit voor degene die het moet aanhoren minder prettig is.
....
Binnenkort (10-12 mei 2014) bezoekt de dalai lama (78) Nederland. Zijn bezoek wordt zorgvuldig voorbereid door goedwillende, hardwerkende vrijwilligers. Maar die voorbereiding komt vooral neer op voorkoken. Het bezoek wordt geregisseerd—alsof het een belangrijk optreden is. De dalai lama heeft een eigen politiek-religieuze agenda, en daarvan mag niet teveel worden afgeweken. Ik begrijp dat: zijn raison d’être ís het lot van het Tibetaanse volk. En dat is een wreed lot, dat aandacht verdient.
Maar dit betekent niet dat met de dalai lama niet over andere zaken gesproken mag worden. Over geweld, macht en seks, bijvoorbeeld, en over de misdragingen van Tibetaanse geestelijken.
Ik weet niet welke media-optredens zijn ingeroosterd. Maar ik verwacht niet dat deze onderwerpen tijdens het komende bezoek van de dalai lama spontaan aan bod zullen komen. Dat is niet terecht, en ik vind dat daaraan iets moet gebeuren: de dalai lama is niet alleen verantwoordelijk voor het Tibetaanse volk, maar ook voor Nederlanders die zich door hem laten overtuigen boeddhist te worden. Zijn eigen houding en gedrag roepen vragen op, net als die van andere Tibetaanse geestelijken. Over enkele dagen is hij hier en kan hij deze vragen rechtstreeks beantwoorden, ‘fair and square’. Misschien wel voor het laatst." (afgelopen week)
Update 9 mei
Zie ook http://openboeddhisme.nl/vreedzaam-lawaai-shugden-aanhang-rotterdam/
De kans dat ik toch zo gaan, hield ik open; alleen om mezelf niet onnodig vast te leggen.
Maar nu weet ik het zeker: ik ga zondag de 11e mei iets anders doen, ondanks de publiciteitsmachine die rond dit bezoek op gang is gekomen, of misschien juist wel daardoor.
Als ik Protestant Christen was, zou ik ook niet aan een bezoek van de (roomse) Paus aan Nederland meedoen.
De afgelopen weken heb ik op een discussieforum in LinkedIn (waarin ik destijds in een bericht verwees naar mijn blog) twee commentaren geplaatst. Die citeer ik hier.
"Een heel ander aspect dan dat van m'n eigen motieven bij het bezoek van het bezoek van de Dalai Lama aan Nederland betreft de vraag of (een lid van) de regering hem moet ontvangen.
Ik vind dat minister Timmermans gelijk heeft als hij de Dalai Lama alleen wil ontmoeten als geestelijk leider van (Gelugpa-)boeddhisten en NIET als vertegenwoordiger van het Tibetaanse volk.
Dat vind ik omdat ik grote waarde hecht aan de SCHEIDING VAN KERK EN STAAT, waar ook ter wereld. En dus niet uit angst voor Chinese economische sancties." (vier weken geleden)
en:
Voor degene die het komend weekend naar Rotterdam gaat, maar ook verder voor ieder die meer over de Dalai Lama wil weten, een uitgebreid achtergrondartikel in *OpenBoeddhisme*.
www.robhogendoorn.nl/portfolio/de-dalai-lama-in-nederland-meer-geliefd-dan-gekend/ .
Geschreven door Rob Hogendoorn, die als toelichting er op zijn website o.a. over schrijft:
"Ik ben boeddhist. Dat wil zeggen: ik ben een in Rotterdam geboren Nederlander die probeert toe te passen en voor te leven wat hem door andere boeddhisten wordt verteld en voorgeleefd. In mijn geval zijn dat vooral Tibetanen. De dalai lama, Samdhong Rinpoche, Dagpo Rinpoche, en anderen. Ik heb hen allen persoonlijk ontmoet. Het zijn geen bang aangelegde mannen. Ze hebben de gewoonte te zeggen wat gezegd moet worden, ook als dit voor degene die het moet aanhoren minder prettig is.
....
Binnenkort (10-12 mei 2014) bezoekt de dalai lama (78) Nederland. Zijn bezoek wordt zorgvuldig voorbereid door goedwillende, hardwerkende vrijwilligers. Maar die voorbereiding komt vooral neer op voorkoken. Het bezoek wordt geregisseerd—alsof het een belangrijk optreden is. De dalai lama heeft een eigen politiek-religieuze agenda, en daarvan mag niet teveel worden afgeweken. Ik begrijp dat: zijn raison d’être ís het lot van het Tibetaanse volk. En dat is een wreed lot, dat aandacht verdient.
Maar dit betekent niet dat met de dalai lama niet over andere zaken gesproken mag worden. Over geweld, macht en seks, bijvoorbeeld, en over de misdragingen van Tibetaanse geestelijken.
Ik weet niet welke media-optredens zijn ingeroosterd. Maar ik verwacht niet dat deze onderwerpen tijdens het komende bezoek van de dalai lama spontaan aan bod zullen komen. Dat is niet terecht, en ik vind dat daaraan iets moet gebeuren: de dalai lama is niet alleen verantwoordelijk voor het Tibetaanse volk, maar ook voor Nederlanders die zich door hem laten overtuigen boeddhist te worden. Zijn eigen houding en gedrag roepen vragen op, net als die van andere Tibetaanse geestelijken. Over enkele dagen is hij hier en kan hij deze vragen rechtstreeks beantwoorden, ‘fair and square’. Misschien wel voor het laatst." (afgelopen week)
Update 9 mei
Zie ook http://openboeddhisme.nl/vreedzaam-lawaai-shugden-aanhang-rotterdam/
donderdag 1 mei 2014
Boeddhistische zending ook langs de Zijderoutes
Tot 5 september kunnen we nog naar de tentoonstelling 'Expeditie Zijderoute '.
In de Hermitage, aan de Amstel in Amsterdam, een soort dependance van het gigantisch grote museum De Hermitage in St.-Peterburg (Rusland)
Hierover schreef ik in een blog van januari jl.; toen wilde ik er heen; en nu ben ik er geweest.
Zie voor meer informatie ook pagina's van de website van de Hermitage:
Introductie ; Inleiding ; Achtergrondverhaal ; Opgravingssites .
Ik ga niet proberen te tentoonstelling te bespreken of een inleiding te geven over de Zijderoute, algemeen of specifiek ten aanzien van het boeddhisme.
Daarvoor is er literatuur genoeg. Bijvoorbeeld, naast een uitgebreid Wikipedia artikel :
* 'Religions of the Silk Road: Premodern Patterns of Globalization ' door Richard Foltz;
* 'Early Buddhist Transmission and Trade Networks: Mobility and Exchange
within and beyond the Northwestern Borderlands of South Asia' door Jason Neelis.
En - niet specifiek over religies - een essay c.q. een boek met dezelfde titel maar het zijn verschillende teksten, van twee verschillende schrijvers:
* 'The Silk Road in World History; A Review Essay ' door Alfred Andrea hier te downloaden ;
Andrea benadrukt dat we van de meervoudsvorm Zijderoutes moeten spreken.
* 'The Silk Road in World History ' door Xinru Liu Dit boek is overwegend vanuit
Chinees perspectief geschreven ! Titel van het eerste hoofdstuk: 'China Looks West '.
Eén (subjectieve) opmerking over de tentoonstelling op zich.
Omdat ik er met opzet meteen bij de opening om 10 uur, had ik niet zo'n last van de drukte. Zo'n anderhalf uur lang heb ik met veel plezier en genoegen rondgelopen.
Toch was ik op een bepaalde manier teleurgesteld.
De opzet van de makers van de tentoonstelling was (is mijn indruk) niet om de best mogelijke informatieve tentoonstelling over de Zijderoutes te presenteren.
Maar om zo goed mogelijk de voorwerpen die de Hermitage in bezit heeft, ten toon te stellen. Andere voorwerpen of afbeeldingen, teksten of video's waren er niet. Het was zogezegd nogal Hermitage-gecentreerd, gebaseerd op Russische expedities uit het begin van de 20e eeuw.
Toch heb ik er wel iets interessants geleerd; liever gezegd: ben ik me van iets bewust geworden dat ik eigenlijk al een beetje wist.
Het feit namelijk dat vanaf het begin, vòòr onze jaartelling en ook bij de opkomst van de Zijderoutes na het begin van onze jaartelling het boeddhisme zéér missionerend is geweest.
Daarover plaats ik over een paar dagen een aparte blogtekst.
Eerst nog nog meer erover lezen. En nadenken over waarom ik denk (dacht) dat boeddhisten geen zending bedrijven, niet zouden proberen anderen te 'bekeren'.
In de Hermitage, aan de Amstel in Amsterdam, een soort dependance van het gigantisch grote museum De Hermitage in St.-Peterburg (Rusland)
Hierover schreef ik in een blog van januari jl.; toen wilde ik er heen; en nu ben ik er geweest.
Zie voor meer informatie ook pagina's van de website van de Hermitage:
Introductie ; Inleiding ; Achtergrondverhaal ; Opgravingssites .
Ik ga niet proberen te tentoonstelling te bespreken of een inleiding te geven over de Zijderoute, algemeen of specifiek ten aanzien van het boeddhisme.
Daarvoor is er literatuur genoeg. Bijvoorbeeld, naast een uitgebreid Wikipedia artikel :
* 'Religions of the Silk Road: Premodern Patterns of Globalization ' door Richard Foltz;
* 'Early Buddhist Transmission and Trade Networks: Mobility and Exchange
within and beyond the Northwestern Borderlands of South Asia' door Jason Neelis.
En - niet specifiek over religies - een essay c.q. een boek met dezelfde titel maar het zijn verschillende teksten, van twee verschillende schrijvers:
* 'The Silk Road in World History; A Review Essay ' door Alfred Andrea hier te downloaden ;
Andrea benadrukt dat we van de meervoudsvorm Zijderoutes moeten spreken.
* 'The Silk Road in World History ' door Xinru Liu Dit boek is overwegend vanuit
Chinees perspectief geschreven ! Titel van het eerste hoofdstuk: 'China Looks West '.
Eén (subjectieve) opmerking over de tentoonstelling op zich.
Omdat ik er met opzet meteen bij de opening om 10 uur, had ik niet zo'n last van de drukte. Zo'n anderhalf uur lang heb ik met veel plezier en genoegen rondgelopen.
Toch was ik op een bepaalde manier teleurgesteld.
De opzet van de makers van de tentoonstelling was (is mijn indruk) niet om de best mogelijke informatieve tentoonstelling over de Zijderoutes te presenteren.
Maar om zo goed mogelijk de voorwerpen die de Hermitage in bezit heeft, ten toon te stellen. Andere voorwerpen of afbeeldingen, teksten of video's waren er niet. Het was zogezegd nogal Hermitage-gecentreerd, gebaseerd op Russische expedities uit het begin van de 20e eeuw.
Toch heb ik er wel iets interessants geleerd; liever gezegd: ben ik me van iets bewust geworden dat ik eigenlijk al een beetje wist.
Het feit namelijk dat vanaf het begin, vòòr onze jaartelling en ook bij de opkomst van de Zijderoutes na het begin van onze jaartelling het boeddhisme zéér missionerend is geweest.
Daarover plaats ik over een paar dagen een aparte blogtekst.
Eerst nog nog meer erover lezen. En nadenken over waarom ik denk (dacht) dat boeddhisten geen zending bedrijven, niet zouden proberen anderen te 'bekeren'.
Labels:
boeddhologie,
dialoog tussen religies,
Mahayana,
Pali-Canon
dinsdag 11 februari 2014
Waarom ik niet naar de Dalai Lama ga; denk ik
Op 11 en 12 mei is de Dalai Lama in Nederland. Zie de website van de organisatie , vooral bestaand uit BUN-bestuursleden (het hele BUN-raderwerk staat momenteel uiteraard stil).
Op 11 mei geeft hij twee lezingen:
In de ochtend een 'Boeddhistisch onderricht ' over 'De Drie Hoofdzaken van het Pad ';
In de middag een Publieke lezing ' met als thema ' Welzijn, Wijsheid en Compassie; een pleidooi voor een seculiere benadering '
Op 12 mei woont hij een seminar over onderwijs bij dat “... draait om de vraag wat voor soort onderwijs er in Nederland nodig zal zijn voor kinderen, middelbare scholieren, studenten en managers zodat er een meer compassievolle samenleving en duurzame economie zullen ontstaan. “
Er zijn drie redenen waarom ik niet naar Rotterdam (mijn geboortestad, daar gaat het niet om) ga die dagen.
In de eerste plaats de vermoedelijke massaliteit van de bijeenkomsten en de bejegening van de Dalai Lama als een popster. Dat adorerende lijkt mij niet heilzaam.
Het kan overigens best zo zijn dat de opkomst tegenvalt; het gaat me om het hypen dat me niet aanstaat. Daar hoort ook bij het zien en gezien worden van 'bekende boeddhisten' en misschien wat 'bekende Nederlanders' die zeggen affiniteit te hebben.
In de tweede plaats zijn boeddhistische traditie. De Dalai Lama is een Tibetaans boeddhist, meer precies een Gelukpa. Ondanks beweringen dat er eigenlijk één boeddhisme is, is dat toch een andere traditie dan de mijne (die ik 'vrijzinnig Theravada' noem)
Net zo als een protestant (op wat professionals en wat nieuwsgierigen na) niet naar een bijeenkomst van de Paus naar Nederland zal gaan, zo geldt dat ook voor mij bij een vajrayaan.
In de derde plaats de thema's.
'Onderwijs' is niet iets waar ik me erg mee bezig houdt, en de Dalai Lama lijkt me ook geen kinderkenner of onderwijsdeskundige.
De strekking van de 'Publieke lezing' staat me echt tegen. Het thema van de lezing: Het gaat over “ 'Welzijn, Wijsheid en Compassie; een pleidooi voor een seculiere benadering' staat in het teken van mededogen en het ontwikkelen van ethisch besef en handelen in een seculiere wereld.
... 'Alle grote wereldreligies benadrukken liefde, mededogen, geduld, verdraagzaamheid en vergeving en bevorderen innerlijke waarden. Maar in de wereld van vandaag is ethiek gegrond op religie niet langer afdoende. Daarom raak ik er steeds meer van overtuigd dat het tijd is om een nieuwe manier van denken te vinden over spiritualiteit en ethiek, die verder reikt dan religie alleen.' “
' Verder dan religie alleen ' ? Dat is juist minder ver, zou ik zeggen. En waarom toch die nadruk op het zogenaamd één boodschap brengen door alle religies? Wat is er tegen verschil?
Bedoelt de DL dat dat wat hij zegt ook voor de Tibetanen geldt? Of is het een aangepast verhaal voor Westerse oren? Of om de Christenen te paaien (in de zin van: wees maar niet bang, ik probeer jullie aanhang niet te bekeren) ?
Ik denk dat hij met dubbele tong spreekt: tegen z'n Tibetaanse aanhang en 'echte' boeddhisten z'n Vajrayna-verhaal en tegen Westerlingen een Karen Armstrong-verhaal ('Charter for Compassion'), dat Karen Armstrong trouwens beter kan houden
Fundamenteel is het probleem wat de relatie in dit betoog is tussen zingeving en ethiek.
Misschien is het Boeddhisme (ik blijf het nog maar even met een hoofdletter schrijven) als religie en als filosofie wel voorbij. Stephen Batchelor schrijft bv in een onlangs gepubliceerde nieuwsbrief : “ In July, I signed a contract with Yale University Press for a book that is tentatively titled After Buddhism . This is scheduled for publication in the autumn of 2015. ”
Blijft over het 'Boeddhistisch onderricht' de zondagochtend. Dat vind ik wel de moeite waard, voor mij als buitenstaander t.o.v. het Tibetaans boeddhisme.
Het kan zijn dat daar het aanhoren van de Dharma belangrijker is dan luisteren (en kijken) naar de Dalai Lama, meer dan 's middags.
Uit het programma : “In het onderricht wordt een compleet overzicht gegeven van de belangrijke punten van het pad naar de verlichting: het verlangen naar bevrijding, het altruisme van de verlichte geest en de juiste zienswijze van leegte of zelfloosheid.”
De tekst in het programma en van de gegeven links bieden op zich al het nodige inzicht, en stof tot contemplatie.
Biedt het live beluisteren van een talk extra inzicht? Werkt dat dan dieper? Zal het (voor mij) echt iets nieuws bevatten? Of word ik dan juist meer afgeleid door de ambiance?
In ieder geval zal ter plaatse mediteren (lang, in stilte, aandachtig en geconcentreerd) er niet bij zijn.
Maar misschien wint de nieuwsgierigheid het toch.
PS
In het BoeddhistischDagblad eind december 2013 schreef ik: "... Een belangrijk verschil met het vorige bezoek is ook dat de Dalai Lama niet langer de politiek leider van de Tibetanen (in ballingschap) is, dat is sinds zomer 2011 de verkozen Lobsang Sangay.
De Dalai Lama kan nu komen als boeddhist en als spiritueel leider van de Tibetaanse boeddhisten. Voor ons als aanhangers van de scheiding van kerk en staat is dat wel zo zuiver. “
Laten we hopen dat anderen zijn komst niet aangrijpen en toch weer politiek en spiritualiteit op een onjuiste wijze aan elkaar gaan koppelen. Hopelijk blijven ons discussies over een eventueel gesprek van de Dalai Lama met premier Rutte of andere politici bespaard. Niet uit angst voor de Chinezen en niet omdat ik tegen geëngageerd zijn ben (integendeel), maar vanwege de grote waarde die ik hecht aan de scheiding van kerk en staat.
Laten we dan (een vertegenwoordiger van) de Tibetaanse regering in ballingschap naar Nederland uitnodigen voor gesprekken met politici.
Op 11 mei geeft hij twee lezingen:
In de ochtend een 'Boeddhistisch onderricht ' over 'De Drie Hoofdzaken van het Pad ';
In de middag een Publieke lezing ' met als thema ' Welzijn, Wijsheid en Compassie; een pleidooi voor een seculiere benadering '
Op 12 mei woont hij een seminar over onderwijs bij dat “... draait om de vraag wat voor soort onderwijs er in Nederland nodig zal zijn voor kinderen, middelbare scholieren, studenten en managers zodat er een meer compassievolle samenleving en duurzame economie zullen ontstaan. “
Er zijn drie redenen waarom ik niet naar Rotterdam (mijn geboortestad, daar gaat het niet om) ga die dagen.
In de eerste plaats de vermoedelijke massaliteit van de bijeenkomsten en de bejegening van de Dalai Lama als een popster. Dat adorerende lijkt mij niet heilzaam.
Het kan overigens best zo zijn dat de opkomst tegenvalt; het gaat me om het hypen dat me niet aanstaat. Daar hoort ook bij het zien en gezien worden van 'bekende boeddhisten' en misschien wat 'bekende Nederlanders' die zeggen affiniteit te hebben.
In de tweede plaats zijn boeddhistische traditie. De Dalai Lama is een Tibetaans boeddhist, meer precies een Gelukpa. Ondanks beweringen dat er eigenlijk één boeddhisme is, is dat toch een andere traditie dan de mijne (die ik 'vrijzinnig Theravada' noem)
Net zo als een protestant (op wat professionals en wat nieuwsgierigen na) niet naar een bijeenkomst van de Paus naar Nederland zal gaan, zo geldt dat ook voor mij bij een vajrayaan.
In de derde plaats de thema's.
'Onderwijs' is niet iets waar ik me erg mee bezig houdt, en de Dalai Lama lijkt me ook geen kinderkenner of onderwijsdeskundige.
De strekking van de 'Publieke lezing' staat me echt tegen. Het thema van de lezing: Het gaat over “ 'Welzijn, Wijsheid en Compassie; een pleidooi voor een seculiere benadering' staat in het teken van mededogen en het ontwikkelen van ethisch besef en handelen in een seculiere wereld.
... 'Alle grote wereldreligies benadrukken liefde, mededogen, geduld, verdraagzaamheid en vergeving en bevorderen innerlijke waarden. Maar in de wereld van vandaag is ethiek gegrond op religie niet langer afdoende. Daarom raak ik er steeds meer van overtuigd dat het tijd is om een nieuwe manier van denken te vinden over spiritualiteit en ethiek, die verder reikt dan religie alleen.' “
' Verder dan religie alleen ' ? Dat is juist minder ver, zou ik zeggen. En waarom toch die nadruk op het zogenaamd één boodschap brengen door alle religies? Wat is er tegen verschil?
Bedoelt de DL dat dat wat hij zegt ook voor de Tibetanen geldt? Of is het een aangepast verhaal voor Westerse oren? Of om de Christenen te paaien (in de zin van: wees maar niet bang, ik probeer jullie aanhang niet te bekeren) ?
Ik denk dat hij met dubbele tong spreekt: tegen z'n Tibetaanse aanhang en 'echte' boeddhisten z'n Vajrayna-verhaal en tegen Westerlingen een Karen Armstrong-verhaal ('Charter for Compassion'), dat Karen Armstrong trouwens beter kan houden
Fundamenteel is het probleem wat de relatie in dit betoog is tussen zingeving en ethiek.
Misschien is het Boeddhisme (ik blijf het nog maar even met een hoofdletter schrijven) als religie en als filosofie wel voorbij. Stephen Batchelor schrijft bv in een onlangs gepubliceerde nieuwsbrief : “ In July, I signed a contract with Yale University Press for a book that is tentatively titled After Buddhism . This is scheduled for publication in the autumn of 2015. ”
Blijft over het 'Boeddhistisch onderricht' de zondagochtend. Dat vind ik wel de moeite waard, voor mij als buitenstaander t.o.v. het Tibetaans boeddhisme.
Het kan zijn dat daar het aanhoren van de Dharma belangrijker is dan luisteren (en kijken) naar de Dalai Lama, meer dan 's middags.
Uit het programma : “In het onderricht wordt een compleet overzicht gegeven van de belangrijke punten van het pad naar de verlichting: het verlangen naar bevrijding, het altruisme van de verlichte geest en de juiste zienswijze van leegte of zelfloosheid.”
De tekst in het programma en van de gegeven links bieden op zich al het nodige inzicht, en stof tot contemplatie.
Biedt het live beluisteren van een talk extra inzicht? Werkt dat dan dieper? Zal het (voor mij) echt iets nieuws bevatten? Of word ik dan juist meer afgeleid door de ambiance?
In ieder geval zal ter plaatse mediteren (lang, in stilte, aandachtig en geconcentreerd) er niet bij zijn.
Maar misschien wint de nieuwsgierigheid het toch.
PS
In het BoeddhistischDagblad eind december 2013 schreef ik: "... Een belangrijk verschil met het vorige bezoek is ook dat de Dalai Lama niet langer de politiek leider van de Tibetanen (in ballingschap) is, dat is sinds zomer 2011 de verkozen Lobsang Sangay.
De Dalai Lama kan nu komen als boeddhist en als spiritueel leider van de Tibetaanse boeddhisten. Voor ons als aanhangers van de scheiding van kerk en staat is dat wel zo zuiver. “
Laten we hopen dat anderen zijn komst niet aangrijpen en toch weer politiek en spiritualiteit op een onjuiste wijze aan elkaar gaan koppelen. Hopelijk blijven ons discussies over een eventueel gesprek van de Dalai Lama met premier Rutte of andere politici bespaard. Niet uit angst voor de Chinezen en niet omdat ik tegen geëngageerd zijn ben (integendeel), maar vanwege de grote waarde die ik hecht aan de scheiding van kerk en staat.
Laten we dan (een vertegenwoordiger van) de Tibetaanse regering in ballingschap naar Nederland uitnodigen voor gesprekken met politici.
Labels:
BUN,
dialoog tussen boeddhistische tradities,
leraar,
Mahayana
Abonneren op:
Posts (Atom)