Posts tonen met het label BUN. Alle posts tonen
Posts tonen met het label BUN. Alle posts tonen

dinsdag 11 december 2012

Justitie overruled advies KASKI en erkent BUN toch definitief

Justitie heeft de BUN definitief erkend als zendende instantie en maandagavond (10 december) hebben staatssecretaris Teeven en de BUN-voorzitter de erkenningsovereenkomst getekend.
Dit meldt het BoeddhistischDagblad.

De BUN moet daarmee gefeliciteerd worden, en de DGV van het Departement van Veiligheid en Justitie, die hebben hun zin gekregen.

Het BoeddhistischDagblad citeert ook een persbericht van het Departement van Veiligheid en Justitie waarin gemeld werd “... Door de succesvolle evaluatie is de BUN nu permanent erkend ... ”

Een onbegrijpelijke constatering omdat de evaluatie maar deels succesvol was. En omdat het KASKI iets anders heeft geadviseerd dan nu is gebeurd.
Het Kaski adviseerde verlenging van de tijdelijke erkenningsovereenkomst .
Nu is ook duidelijk waarom er (kennelijk) geen mensen van het Kaski bij de ondertekening aanwezig waren: ze zijn overruled. Mijn vermoeden is dat het Kaski nadat ze hun rapport eind deze zomer bij Justitie hadden ingediend, onder druk zijn gezet om alsnog met een positief advies te komen en dat het daardoor allemaal zo lang heeft geduurd. Want de evaluatie was in feite helemaal niet gecompliceerder dan die van de HindoeRaad, en die was al aan het begin van de zomer gereed.

In het heden verschenen rapport ( zie hier ) van het Kaski staat, met door mij vet gemaakte passages:

“ De BUN heeft in haar achterban slechts een minderheid van de boeddhisten in Nederland verenigd, al is het aantal leden in de afgelopen periode iets gestegen. Westerse boeddhisten die participeren in sangha’s zijn voor ongeveer de helft vertegenwoordigd; individuele boeddhisten ontbreken echter, en dit geldt ook nagenoeg geheel en al voor de etnische boeddhisten. Ondanks de diversiteit en lage organisatiegraad van het boeddhisme in Nederland achten wij een bredere vertegenwoordiging zeker haalbaar.
Wat betreft de stromingen binnen het boeddhisme is de achterban van de BUN redelijk conform de verdeling in het veld. Onze conclusie is dat de BUN op dit moment nog onvoldoende de diverse groeperingen binnen het boeddhisme in Nederland vertegenwoordigt.
” (pagina 6)
...
“Op basis van ons onderzoek doen wij additioneel nog de aanbeveling om de ledenwerving onder locale sangha’s en etnische boeddhisten te intensiveren.
Onze conclusie is dat het functioneren van de BUN als zendende instantie bij DGV over de periode 2009 tot medio 2012 op drie van de vier genoemde criteria voldoende is geweest, maar niet wat betreft het criterium representativiteit. Wel zijn er binnen de BUN duidelijk aanzetten tot verbeteringen in dit opzicht. Daarbij komt het gegeven dat er zich geen andere vertegenwoordiging van het boeddhisme in Nederland aandient. In dit licht adviseren wij de in artikel 2.2 van de voorlopige erkenningsovereenkomst geboden mogelijkheid tot verlenging van de overeenkomst voor een bepaalde periode waarin de breedheid van overkoepeling en de bestuurlijke continuïteit en stabiliteit kunnen worden verbeterd.
” (pagina 8)


Bronnen:

http://boeddhistischdagblad.nl/bun-bestuur-tekent-overeenkomst-met-staatssecretaris-teeven/

http://boeddhistischdagblad.nl/justitie-erkent-bun-als-zendende-instantie/

en

http://openboeddhisme.nl/?p=6212openboeddhisme.nl/?p=6212


donderdag 6 december 2012

Levensbeschouwelijke omroepen zoals de BOS na 2015 zonder budget

Vandaag heeft staatssecretaris van OC&W aan de Tweede kamer meegedeeld dat als uitwerking van het regeeraccoord de 2.42 omroepen na 2015 geen budget meer krijgen
Dat blijkt uit zijn brief .
Voor de tekst van de betreffende passage: zie onder

Diverse dagbladen en andere media berichten daar over, zie bv de RKK
en OpenBoeddhisme .

Als dit voornemen doorgaat (en ik vermoed dat alleen CDA en CU er bezwaar tegen maken), is dat dan het einde van de BOS?
De RKK heeft in zijn berichtgeving optimistische nog een (kleine) kans: de Mediawet lijkt niet zo gewijzigd te worden dat de 2.42-omroepen helemaal verdwijnen, dat hun licensie zou worden ingetrokken. Ze krijgen ‘alleen’ geen budget meer.
Ook HUMAN ziet deze kleine opening nog.
Van het BOS-front vandaag (nog) geen nieuws, noch op hun website noch via twitter.

Wel is zojuist een gezamenlijk bericht uitgebracht van alle 2.42 omroepen met als titel 'Minderheden monddood gemaakt' .

Voorzover ik het begrijp blijft de eis van het kabinet Rutte 1 bestaan dat de 2.42-omroepen uiterlijk volgend jaar gefuseerd moeten zijn met een andere (niet 2.42-) omroep, zoals bv in het geval van de BOS de VPRO of de NTR.
De vraag is dan of die overnemende (fusie is een te mooi woord) omroepen nog iets van het BOS type programma’s gaat doen vanaf 1 januari 2016 of zelfs al in de jaren daar voor.
Die kans lijkt me klein, zelfs als de NPO daar haar best voor gaat doen.
Bijna nog kleiner lijkt me de kans dat de BOS en haar ‘genootschap op geestelijke grondslag’ de BUN zelfs maar een zinnig deel van het voor continuering nodige budget bij elkaar kunnen krijgen, bv via donaties .

Is dat jammer?
Mijn antwoord is subjectief en persoonlijk:
Het wegvallen van de wekelijke zaterdagmiddag radio-uitzendingen genaamd ‘Hemelsbreed ’ zou ik betreuren.
Maar de televiseprogramma’s heb ik dit jaar – na het lezen van de aankondigingen van de inhoud ervan – nauwelijks meer bekeken: die gingen heel weinig over het boeddhisme in Nederland en ze gingen weinig over de Dharma/Dhamma.


Uit de brief: Betreft uitwerking regeerakkoord Rutte II onderdeel Media

“2. Kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag
(2.42 omroepen)
Door de bezuinigingen wordt het budget van de 2.42 omroepen per 1
januari 2016 op nul gesteld. Consequentie daarvan zou zijn dat de
kerkgenootschappen en de genootschappen op geestelijke grondslag hun
zendtijd zelf moeten financieren. Ik ga op korte termijn met de
genootschappen praten over de wijze waarop zij invulling willen en
kunnen geven aan levensbeschouwelijke programmering. Ongeacht de
uitkomsten van dat gesprek wil ik benadrukken dat levensbeschouwing
onderdeel is van de algemene mediaopdracht en dus geldt als taak voor
alle omroepen en de NTR. Het is van belang dat de NPO zorgt voor een
goede en afgewogen inbedding van de levensbeschouwelijke
programmering in de totale programmering. “

==============================================================================

Update 6 december 16.30 uur:
"Algemeen Directeur Mulder van de BOS: “Het verheugt ons zeer dat opnieuw het belang van levensbeschouwelijke programmering wordt onderstreept. Van vitaal belang is nu vanzelfsprekend wel, dat met het wegvallen van de 2.42 omroepen die levensbeschouwelijke zendtijd en de pluriformiteit daarvan op een andere manier mediawettelijk en financieel wordt verankerd. We kijken uit naar een constructief overleg met de staatssecretaris en de NPO over de uitwerking hiervan.”

zaterdag 1 december 2012

Boete BUN van Commissariaat voor de Media

Het Commissariaat voor de Media (CvdM) heeft een hoorzitting georganiseerd, te houden in Hilversum op 13 december, over gemaakte bezwaren tegen hun aan de BUN opgelegde straf.
Aan te nemen is dat de BUN, eventueel samen met de BOS, bezwaar heeft gemaakt. Ik heb dat bezwaar nog niet gezien, heb er wel om gevraagd. Het moet wat mij betreft worden gepubliceerd, want de BOS (en daarmee de BUN) is van ons allemaal. Ik denk dat ik naar deze openbare hoorzitting ga.

Al maanden staat op de website van de BUN de mededeling (het fout schrijven van de naam van het CvdM is van het bestuur):

“ Boete BUN van Commissariaat van de media .
Zoals op de ALV van 9 juni jl. bekend is gemaakt en het Boeddhistisch Dagblad op 11 juni heeft gepubliceerd, heeft het Commisariaat van de Media de BUN een boete van 2.500 Euro opgelegd. Ook stelt het CvM dat de BUN € 50.000 moet terugbetalen van de € 81.749 die de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) in 2009 heeft uitgegeven aan een onderzoek naar de omvang van de achterban.
BUN en BOS hebben het Boeddhistisch Dagblad in een gezamenlijke reactie op vragen op 11 juni een verklaring gezonden:

De BUN en BOS hebben inderdaad een sanctiebeschikking ontvangen van het Commissariaat voor de Media. In deze sanctiebeschikking stelt het CvdM zich op het standpunt dat een door de BOS in 2009 uitgevoerd marktonderzoek deels onrechtmatig gefinancierd is. Dit besluit heeft de BUN en BOS zeer verrast: zij kunnen zich niet vinden in de onderbouwing van de beschikking, zullen deze verder juridisch toetsen en onderzoeken en formeel bezwaar aantekenen tegen de beschikking. Gedurende dit proces doen BUN en BOS hieromtrent geen verdere uitspraken anders dan dat conform de delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS de eerste gevrijwaard is van iedere aansprakelijkheid.
“

De 'verrassing ' is eigenlijk niet te plaatsen voor wie de geschiedenis van deze sanctie op de website van het CvdM leest (zie hier )
In twaalf punten worden ‘Het verloop van de procedure’ en de ‘Feiten’ op een rijtje gezet.
In totaal telt de ‘Sanctiebeschikking’ 36 punten. De conclusie ervan:

“ E. Besluit

Het Commissariaat:
I. legt de BUN een bestuurlijke boete van € 2.500,- op wegens overtreding van het
bepaalde in artikel 2.153, tweede lid, van de Mediawet 2008;
II. vordert, op grond van artikel 2.177, eerste lid, van de Mediawet 2008, het bedrag
van € 50.000,-, verantwoord als indirecte kosten, terug van de BUN.

Hilversum, 5 juni 2012
COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA
”

Ik denk dat BUN en BOS niet zozeer verrast zijn maar zich in een houdgreep voelen zitten.
Toegeven dat niet de BUN maar de BOS de licensie-aanvraag heeft gedaan kan deze alsnog ongeldig maken.
En meespelen dat de BUN de aanvraag (formeel) heeft gedaan zal het onbegrip waarom de BOS dan het bijbehorende onderzoek uit omroepmiddelen heeft betaald, vergroten: de BUN had het onderzoek, net zo als een aantal andere levensbeschouwelijke organisaties zelf moeten laten doen en betalen.
Voor de rapportage van het onderzoek, uitgevoerd door NIPO/TNS, zie hier .
(De bron is de BOS zelf, men is daar kennelijk vergeten het woord ‘vertrouwelijk’ te verwijderen.)

Interessant is het punt van de ‘vrijwaring’ uit de Delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS.
Dat lijkt me alleen te gelden tussen deze twee, en zal niet derden, zoals het Commissariaat, binden.
De BUN zal de boete van € 2.500 nog wel kunnen betalen, maar de teruggevorderde € 50.000 niet.
Dat geld uit de omroepmiddelen is besteed aan onderzoek om te bepalen hoewel boeddhisten er in Nederland zijn; zo’n 900.000 (inclusief degenen met met duidelijke affiniteit tot het boeddhisme) kwam er uit, een door de BOS gewenst aantal.
Het accepteren van dit getal zal in de geschiedenis van de BUN achteraf de grootste fout blijken te zijn geweest. Denk ik, want voor mij is hiermee de ontwikkeling van het boeddhisme in Nederland veel schade toegebracht, daarom ben ik er – nog steeds – zo mee bezig.

Tragisch is de overbodigheid van het onderzoek; het Commissariaat heeft het aantal van 900 duizend vrij makkelijk terzijde geschoven en aangenomen dat het aantal boeddhisten zich ergens tussen de 100 duizend en de 400 duizend bevindt. Volgens mij nog een te hoge schatting.

Mag de BOS die € 50.000 betalen omdat ze de BUN moeten ‘vrijwaren’? Als ik een boete krijg wegens te hard rijden, mag iemand anders dat best betalen (in plaats van mij in de cel gaan zitten mag trouwens niet).
Maar uit welk potje moet de BOS dat dan eigenlijk betalen? Niet uit de omroepmiddelen die ze krijgt, want dan begin het circus weer opnieuw.

Ik ben benieuwd, naar het verloop van de hoorzitting, naar de uitspraak (ergens begin 2013 denk ik) en naar de manier waarop betaald gaat worden.

vrijdag 3 augustus 2012

Verknoei nooit een goede crisis - de BUN een jaar later

'Never waste a good crisis' is een favoriete uitdrukking van ekonomen waar ook boeddhisten hun voordeel mee kunnen doen.
'Verknoeien'of 'verspillen' is het de crisis te ontkennen of zo snel mogelijk tot ad-hoc-oplossingen overgaan waarmee symptomen van de crisis lijken te verdwijnen.
Het is bij een goeie crisis dus zaak niet gelijk te proberen, de crisis op te lossen maar haar te laten 'rijpen' en te observeren wat eigenlijk de aard van de crisis is, wat de achterliggende oorzaken zijn (en wat alleen maar lokale of tijdelijke kleuring geeft)
Een – achteraf gezien noodzakelijke – structurele verandering kan het gevolg van zo´n gerijpte crisis zijn.

Het toepassen van dit principe kan op in de eerste plaats op het persoonlijke vlak, bij een spirituele-, een zingevingscrisis of bij een mentale of fysieke.
Maar het kan ook goed toegepast worden op boeddhistische organisaties.
Op een sangha in crisis.
Of op de BUN. Laat ik het daar eens over hebben.


DE BUN, EEN JAAR LATER
Nu een jaar geleden, op zaterdag 6 augustus 2011, vond er een tweede opeenvolgende dramatische ledenvergadering plaats, in Amsterdam (het is trouwens opvallend dat de gevestigde orde van de BUN en de verdedigende sangha's ervan zich vooral in Amsterdam bevinden de oppositie overwegend Rotterdamse wortels heeft)
De eerste, ook in Amsterdam, was op 11 juni.
Zie voor de geschiedenis *Openboeddhisme*, bijvoorbeeld openboeddhisme.nl/?p=3462
Het ging niet alleen om een motie van wantrouwen richting voorzitter (en zijn trawanten); het ging eerst en vooral om de BOS en de BZI, dochters van de BUN die als tovenaarsleerlingen niet meer in de hand te houden waren door de amateurs in het BUN-bestuur.
Deze gebeurtenissen en de verziekte onderlinge verhoudingen kunnen zonder overdrijven een crisis in de BUN genoemd worden.
Een grotendeels ontkende crisis.

Een Lotus bloem
Er kwam een werkgroep (die zich De Lotus Bloem noemde) waarin de gevestigenden zitting namen, een paar ietwat meer onafhankelijke leden kwamen uit sangha's die ook niet anders dan gevestigd genoemd kunnen worden.
De eerste oplossing van deze werkgroep, in een rapport dat in oktober 2011 uitkwam, was vooral het benoemen van zondebokken
De tweede oplossing , in het eindrapport uit mei 2012, kwam vooral met procedurele oplossingen
Helaas heeft de werkgroep nauwelijks de functie van reconciliation toegepast, zoals in Zuid-Afrika na het eind van de Apartheid en de komst van Nelson Mandela succesvol en helend heeft gewerkt. Zie daarvoor hier.
Zoiets zou ook de BUN hebben gepast, nu zaten alleen de vriendjes in de werkgroep.
Ook de juridische oorzaak van de problematiek, de 'delegatieovereenkomst' van de BUN met de BOS en met de BZI, werd niet heroverwogen.

Twee voorstellen van de werkgroep hebben nog de meeste aandacht getrokken (relatief dan):
- Het toevoegen van een 'Raad van Leraren' aan de BUN; zinnig hoewel een 'ethische commissie' een beter gremium zou zijn.
- De mededeling dat er in november een groepje mensen komt dat kan bekijken of en hoe de zogeheten ongebonden of ongeorganiseerde boeddhist bij de BUN betrokken kan worden. Ik heb me in het verleden wel eens als woordvoerder van dit soort boeddhist opgeworpen, maar van dit voorstel heb ik al gezegd: te laat en te weinig, mij niet gezien.

En hoe gaat het nu ?
Ondertussen is er in de relatie met BOS en BZI niets veranderd. Deze dochters gaan nog steeds hun eigen gang. De BZI heeft een overeenkomst met de VU gesloten waar de BUN-leden niet van op de hoogte is gesteld. Ook de relatie tussen BOS en de ledenomroep VPRO is onduidelijk, of is die veranderd sinds de BOS vreemd is gegaan met de VARA? Zie de aankondiging “BOS en VARA nemen deel in grootste Nederlandse natuurfilm” .

Een herkansing ?
Misschien heeft de BUN wel het geluk dat er de komende maanden een tweede en misschien zelfs een derde crisis gaat komen:


EEN 'VERRASSEND' BESLUIT VAN HET COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA
Op 6 juni j.l. nam het Commissariaat voor de Media een zogeheten sanctiebesluit omdat ten onrechte het omroepbudget (door de BOS weliswaar maar de BUN is daarvoor verantwoordelijk) is besteed voor een onderzoek waaruit zou moeten blijken dat er heel veel boeddhisten in Nederland zijn.
Een bedrag van E 50.000 werd teruggevorderd van de BUN terwijl bovendien de BUN een boete van E 2.500 dient te betalen, een bevoegdheid die het Commissariaat heeft. Zie voor het hele besluit (formeel genaamd “Sanctiebesluit van het Commissariaat voor de Media betreffende overtreding van artikel 2.153, tweede lid, van de Mediawet 2008, door de Boeddhistische Unie Nederland”). hier .

In het BoeddhistischDagblad een week later reageerden BUN en BOS:
"BUN en BOS hebben het Boeddhistisch Dagblad in een gezamenlijke reactie op vragen op 11 juni een verklaring gezonden:
De BUN en BOS hebben inderdaad een sanctiebeschikking ontvangen van het Commissariaat voor de Media. In deze sanctiebeschikking stelt het CvdM zich op het standpunt dat een door de BOS in 2009 uitgevoerd marktonderzoek deels onrechtmatig gefinancierd is. Dit besluit heeft de BUN en BOS zeer verrast: zij kunnen zich niet vinden in de onderbouwing van de beschikking, zullen deze verder juridisch toetsen en onderzoeken en formeel bezwaar aantekenen tegen de beschikking. Gedurende dit proces doen BUN en BOS hieromtrent geen verdere uitspraken anders dan dat conform de delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS de eerste gevrijwaard is van iedere aansprakelijkheid.
"
Opmerking: die ‘vrijwaring’ uit de ‘delegatieovereenkomst’ (zie hier ) heeft zover ik heb begrepen alleen betrekking op de omgang van BUN en BOS met elkaar, voor derden heeft hij geen betekenis.

Een pro forma bezwaar zonder schorsende werking
Erg overtuigend is die juridische activiteit tot nu toe niet. In ieder geval blijkt uit een WOB-verzoek dat ik bij het Commissariaat heb gedaan dat de juridische toetsing kennelijk nog niet tot inhoudelijke resultaten heeft geleid. Er is slechts een pro forma bezwaar ingediend. Tot half oktober kan dit nog inhoudelijk bezwaar worden ingevuld.
Verder vernam ik dat in het algemeen het maken van bezwaar geen schorsende werking heeft. Dus moet (binnenkort) de BUN betalen. Of de BOS dat namens de BUN mag doen, weet ik niet; het mag niet uit omroepmiddelen dus kan de BOS-directeur het alleen uit het kapitaal van zijn Stichting Vrienden van de BOS betalen en dat strookt niet met de doelstelling van die stichting (zie *Openboeddhisme* hierover).

In juni schreef ik hierover in m'n blog dat er drie manieren zijn waarop de zendmachtiging van de BUN (en dus het bestaan van de BOS) gevaar loopt door deze in mijn ogen terechte actie van het Commissariaat waarvoor ik het BUN-bestuur overigens al in 2010 heb gewaarschuwd. Van de 'verrassing' van BUN en BOS over het sanctiebesluit van het Commissariaat begrijp ik dan ook niets.

Een openbare hoorzitting in Hilversum
Wanneer zal deze crisis gerijpt zijn? Mogelijk als het Commissariaat na een hoorzitting haar besluit herbevestigt, ergens dit najaar denk ik. Deze hoorzittingen zijn trouwens in het algemeen openbaar, dus een goed boeddhistisch journalist/blogger kan er heen.


DE EVALUATIE VAN DE ERKENDE BUN ALS ZENDENDE INSTANTIE
De volgende crisis-mogelijkheid voor de BUN is de evaluatie van de BUN (en haar dochter de BZI) door het KASKI en het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie dat daarop gebaseerd zal zijn.
Steeds duidelijker wordt dat het bepaald geen gelopen race is, ik krijg tenminste allerlei signalen dat de evaluatie tamelijk negatief zal uitpakken.
Of het ministerie van Veiligheid en Justitie de harde maar logische conclusie zal durven te trekken om de 'erkenning' van de BUN te beeindigen is niet vanzelfsprekend. Want een negatieve evaluatie van de BUN is tegelijk een negatieve evaluatie van de DGV van Justitie die ruim drie jaar geleden veel te makkelijk en gretig de BUN heeft erkend.
Gefantaseerd wordt over een tussenoplossing, bv van verlenging van de tijdelijke erkenning voor nog een paar jaar (totdat de crisis van de BUN voorbij is?)
Mogelijk gecombineerd met het niet geheel vrijwillige vertrek van het HBGV.

Wat gaat de staatssecretaris doen?
Deze halve oplossing lijkt me niet te passen bij staatssecretaris Fred Teeven, vooral als die te horen krijgt dat er gewoon BGV gegeven kan worden zonder een erkende BUN.
Niettemin: bij het beeindigen van de erkenning brokkelt weer een stukje van het bestaansrecht van de BUN af.
Ook deze mogelijke crisis kan dit najaar manifest worden
Wat zal Teeven nog demissionairder dan nu na de verkiezingen van 12 september, gaan doen?
En hoe wijs zullen de leden van de BUN daarop gaan reageren?

Kortom: wordt vervolgd.

dinsdag 10 juli 2012

Een aangevuld verslag van het gesprek van het KASKI met mij

Het onderstaande is het concept-verslag zoals opgesteld door dr. Ton Bernts van het KASKI over het gesprek van hem en prof Paul van der Velde met mij, met toevoegingen van mij: deels punten die volgens mij ook gezegd waren en deels aanvullingen achteraf.
Zie ook mijn primaire reflectie op dit interview hier .

De inhoud van onderstaande is door genoemde aanpassingen voor mijn verantwoording (paragraaf A).

Een aparte aanvulling, een paar dagen na het retourneren van het verbeterde verslag aan het KASKI gestuurd was naar aanleiding van het uitkomen van het evaluatierapport van het KASKI over de Nederlandse Hindoe Raad (zie hier .)
Dat voeg ik ook hier met als openingswoord ‘herstructurering’ toe (paragraaf B).

Tenslotte, op mijn Kaski-dossier compleet te maken, voeg ik ook een reactie toe die ik onlangs op de site van *OpenBoeddhisme* heb geplaatst. (paragraaf C)
Zie voor de context hier .


A. Maar eerst het Kaski-verslag, met hier en daar een aanvulling, die ik hier cursief zet.

“Vooraf heeft Romeijn schriftelijk al gesteld dat de criteria van deze evaluatie enigszins afwijken van de criteria zoals opgenomen in de ´Erkenningsovereenkomst´ tussen Justitie en de BUN uit november 2008. Met name het eerste criterium ('representativiteit') dient z.i. wel in de geest van artikel 2 lid 4 van de 'Erkenningsovereenkomst' worden begrepen.

Romeijn is een belangrijke zegsman namens de niet-georganiseerde boeddhisten in Nederland, en als zodanig ook geïnterviewd door de werkgroep Lotusbloem.. Niet-georganiseerd betekent niet aangesloten bij een sangha. Romeijn is overigens lid van een meditatiegroep in de Theravada traditie. Deze groep is weer aangesloten bij de SIM.

Romeijn begint het gesprek door te zeggen het niet verstandig te vinden (ook wetenschappelijk gezien) dat de opdrachtgever van deze evaluatie ermee heeft ingestemd dat (op verzoek van het BUN-bestuur) de BUN-leden hun vragenformulier na de ledenvergadering van 9 juni mochten terugsturen. Op deze wijze hebben de BUN-leden nu hun antwoorden op elkaar en op het door de BZI gewenste resultaat (erkenning) kunnen afstemmen.
Dit met name (toevoeging achteraf) omdat hij toch al de indruk heeft gekregen dat de opdrachtgever net zo lang de evaluatie heeft uitgesteld en de evaluatiecriteria heeft aangepast in de hoop dat er een keer een positief evaluatie-moment aanbreekt.


1. Vertegenwoordigt de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) voldoende groeperingen uit de boeddhistische gemeenschap?
Nee. De leden van de BUN hebben volgens Romeijn vermoedelijk een achterban in de grootteorde van 10.000 personen. Het totale aantal boeddhisten in Nederland is moeilijk te schatten. Romeijn meent dat het gemiddelde van diverse schattingen - 170.000 – een bruikbare aantal is. Dit betekent dat de BUN slechts zo’n 6% van de boeddhisten in Nederland representeert.
Romeijn stelt dat het probleem rond de BUN ontstaat, omdat de overheid een formele vertegenwoordiging van het boeddhisme wil als contactorgaan. De BUN had meer afstand moeten bewaren tegenover deze wens van de overheid. Want de BUN kan z.i. niet namens de boeddhisten in Nederland spreken.

Romeijn meent dat er ook geen zendende instantie nodig is voor de gv bij justitie. Hij verwijst hiervoor mede naar de regeling van Albayrak dat gv ook op declaratiebasis door leraren gedaan zou kunnen worden. M.a.w., een terugkeer naar de oude situatie.
Romeijn stelt dat de BUN trouwens ook te weinig expertise heeft om deze gv aan te sturen en vorm te geven, want men heeft zich bijvoorbeeld ook nog geen enkele gedachte gevormd over gv in de zorgsector. Daarom heeft hij daar zelf een studie aan gewijd en erover gepubliceerd in zijn blog.
Overigens gaat het in de zorgsector ook zonder zendende instantie. Daarbij speelt dat de BUN uiteraard geen leergezag heeft. Dat blijkt ook straks als de afgestudeerden van de ambtsopleiding een zending krijgen van een leraar, en niet van de BZI. Romeijn meent dat het belangrijk is dat er vanuit het Nederlandse boeddhisme een pastorale traditie wordt ontwikkeld. In dit verband is er ook nog onduidelijkheid over de verhouding tussen de ‘buddhist chaplains’ die straks van de ambtsopleiding komen, en de leraren.

Romeijn heeft met enkele medestanders herhaaldelijk bij de BUN aangekaart om ook de niet-georganiseerde boeddhisten toe te laten tot de vereniging. Hij verwijst naar het Duitse model, waarbij de individuele boeddhisten 3 stemmen hebben in de ledenvergadering. Dit zou de representativiteit en de legitimiteit van de BUN verhogen, al blijft het een benadering omdat men moeilijk de grote groep niet-georganiseerde boeddhisten kan vertegenwoordigen. Bovendien kan de BUN, eventueel ook via de leden, op die manier ook zorg dragen voor de individuele boeddhisten, bijvoorbeeld huiskamergroepen te organiseren en een klankbord voor hen te vormen. Hieraan is een gemis in de boeddhistische gemeenschap. De BUN hanteert steeds het argument dat men maar lid van een sangha moet worden. In het verleden is wel gepoogd om de Stichting Vrienden van het Boeddhisme om te bouwen tot een platform voor de ongeorganiseerde boeddhisten. Dat heeft de SVB uiteindelijk niet gedaan.

Romeijn meent dat de persoonlijke verhoudingen op dit moment toelating van de niet-georganiseerde boeddhisten bemoeilijken (dat wil zeggen dat sommige BUN-leden niet 160.000 van een handvol de afgelopen jaren activistisch opererende zogenaamd ongebonden boeddhisten kunnen onderscheiden) ; niettemin heeft de laatste ALV ingestemd met het voorstel van de werkgroep Lotusbloem om te onderzoeken hoe een platform gecreëerd kan worden voor de ongebonden boeddhisten. Romeijn heeft echter geen enkele verwachting dat de BUN nog een draai kan maken en vindt het beter iets nieuws te starten.

Romeijn wijst (in een aanvulling achteraf) op de brief van BUN-voorzitter André Kalden van 25 juni 2012. Daarin wordt gemeld dat de leden dit onderwerp weinig prioriteit hebben gegeven. In dit jaar zal er niets aan dit onderwerp gebeuren.

Een andere mogelijkheid is dat de overheid de BUN erkent als vereniging van sangha’s, bijvoorbeeld voor wat betreft de BOS. Maar de pretentie dat de BUN daarmee het grootste deel van de boeddhisten vertegenwoordigt, is niet vol te houden. En dat is toch de legitimiteit die Justitie vereist voor een zendende instantie, namelijk voor het boeddhisme representatief (en niet slechts voor het georganiseerde boeddhisme).

Romeijn meent wel dat de meeste stromingen in de BUN zijn vertegenwoordigd, hij noemt als ontbrekende stromingen/groepen de Nicherin, en enkele Tibetaanse groepen die zich niet goed verstaan met de Maitreya groep. En uiteraard het zogenaamde ‘seculiere’ of westerse boeddhisme dat grote aanhang heeft bij de ongebonden boeddhisten. Maar deze groep heeft zich zoals gezegd nog niet georganiseerd en blijft daarom onzichtbaar. Overigens kent dit seculiere boeddhisme diverse rituele en devotionele aspecten, en is als zodanig te onderscheiden van mindfulness als pure psychotherapie.

2. Is de BUN goed toegankelijk voor nieuwe lidorganisaties?
Romeijn denkt van wel, maar dan zoals al aangegeven expliciet niet voor individuele boeddhisten, en dat zijn er heel wat, meer dan de aan een organisatie verbonden boeddhisten.

3. Vervult de BUN een effectieve rol voor de boeddhistische gemeenschap, zowel intern als naar de Nederlandse samenleving?
Nee. Bij allerlei ontwikkelingen staat (het bestuur van) de Boeddhistische Unie op de zijlijn te kijken. Bijvoorbeeld bij de onvermijdelijke fusie in de omroepwereld van de Boeddhistische Omroep Stichting met de VPRO (of een andere omroep) heeft het BUN-bestuur geen enkele regie-functie.

Romeijn meldt een recente terugvordering van € 50.000 plus een boete die de BUN recentelijk heeft gekregen van het Commissariaat voor de Media vanwege het onjuist gebruiken van omroepmiddelen bij de aanvraag voor een zendmachtiging voor 2010-2015 toont volgens hem pijnlijk aan dat de BUN alleen maar in naam de aanvrager is geweest omdat dat van de Mediawet zo moet; de BOS heeft de regie ervan geheel in eigen hand gehouden.
Het geheel maakt een klungelige indruk.


Boeddhistische tijdschriften en internet-websites en blogs ontwikkelen zich geheel buiten het bestuur van de BUN om. De eigen website vervult geen forumfunctie. Een zwaktebod is ook dat het bestuur expliciet niet reageert op publicaties en vragen van de media, bijvoorbeeld van het webmagazine http://openboeddhisme.nl.

Gebrek aan effectiviteit blijkt ook uit het eerder aangekaarte feit dat de BUN de ongebonden boeddhisten in de kou laat staan. Deze zwakke effectiviteit wordt mede veroorzaakt doordat de leden van de BUN vooral met zichzelf bezig zijn en weinig bijdragen aan de taken die de BUN zou dienen te vervullen voor de boeddhistische gemeenschap. Er is ook weinig animo om bestuurder te worden. Hier en daar doen sangha’s wel op eigen initiatief activiteiten.
In de loop der jaren is het aantal activiteiten buiten BZI en BOS teruggelopen, zoals studiedagen en de vroeger jaarlijks georganiseerde ‘Change-your-mind-day’. De organisatorische kracht is nihil, mede ook door het verdwijnen van de Achmea-inkomsten per 2011.
Ook aan het maatschappelijke debat, bijvoorbeeld over duurzaamheid of ritueel slachten, wordt vanuit de boeddhistische visie(s) niet bijgedragen.
Werkgroepen die die BUN heeft gehad rond geëngageerd boeddhisme, onderwijs en ´boeddhisme en sterven´, zijn al weer een aantal jaar geleden ermee gestopt.
Ook aan de ondersteuning van sangha’s wordt volgens Romeijn niets gedaan.

4. Doet het aanbod en/of de achtergrond van de boeddhistische geestelijke verzorgers recht aan de diverse stromingen en etniciteiten binnen het boeddhisme, en is divers qua mannen en vrouwen?
Hoewel Romeijn niet exact van alle op dit moment in dienst van Justitie zijnde boeddhistisch geestelijk verzorgers weet tot welke traditie ze behoren, meent hij dat Zen zwaar oververtegenwoordigd is. Romeijn vraagt zich af of etnische boeddhisten een geestelijk verzorger krijgen die hun taal spreekt en hun specifieke traditie en cultuur kent.

5. Werkgroep Lotusbloem
De werkgroep komt voort uit het conflict over bevoegdheden tussen de professionele ‘dochters (BOS en gv)’ en het door vrijwilligers bestuurde en bemensde BUN. Om dat op te lossen heeft men de dochters semi-autonoom gemaakt via delegatieovereenkomsten, maar die gingen toen (mn de BOS) sterk hun eigen gang, los van de BUN. De leden hadden op deze manier te weinig inspraak en beslissingsbevoegdheid.
Romeijn meent dat de aanbevelingen van de werkgroep te ambitieus zijn, gezien de huidige bestuurskracht van de BUN. De gebrekkige communicatie tussen BZI en BUN bleek bijvoorbeeld weer onlangs uit de bijgestelde definitieve overeenkomst met de VU, waarvan de leden van de BUN niet op de hoogte waren. In dit verband vraagt Romeijn zich af of de BZI voldoende inspraak heeft in het beleid rond de gv en voldoende tegenwicht kan bieden aan de hg, mede gezien ook de onderlinge persoonlijke verhouding tussen hg en voorzitter BZI. Overigens zou er voor de zorgsector een andere zendende instantie ingesteld kunnen worden.

Achteraf schrijft Romeijn hierover in zijn blog en meldt aan ons:
Die oprichting kan eenvoudig doordat de leraren die een BGV-er met ambtsopleiding hebben erkend, samen een stichting oprichten, los van de BUN dus. Zoiets is (technisch) geen probleem.
Wellicht kan hierop worden geanticipeerd door nu al zo´n stichting (statutair) voor te bereiden. De bestuursleden van zo´n stichting kunnen – korte lijnen – de leraren zijn; wellicht kan er een secretaris aan deze leraren-bestuursleden worden toegevoegd die bij wijze van spreken volgend jaar al met de voorbereidingen kan starten.
Een extra voordeel van deze formule is dat er niet meer de afhankelijkheid is van het wel of niet ´erkennen´ van de BUN door Justitie, of van het zichzelf opheffen van de BUN.`


Romeijn vraagt zich af of de BZI voldoende deskundigheid in huis had om met de VU te onderhandelen. Zijn indruk (zoals hij in zijn blogs heeft geanalyseerd) is dat de BZI en daarmee de BUN door de V.U. is ‘ingepakt’.

6. De beschikbaarheid van een universitaire opleiding tot geestelijke verzorger
Romeijn herinnert kort aan een aantal van zijn blogs waarin hij ingaat op dit vierde evaluatiecriterium waaraan het Kaski de BUN moet toetsen:
“ beschikbaarheid van een universitaire opleiding tot geestelijke verzorger “
Hij memoreert dat het in de ‘Erkenningsovereenkomst’ iets stelliger staat:
“Lid 5. Het verlengen van de erkenning geschiedt tevens onder de
voorwaarde dat binnen drie jaar na deze erkenning een opleiding
boeddhistisch geestelijk verzorger op universitair niveau beschikbaar is. “
Het verschil zou kunnen zijn dat een informele aankondiging dat deze opleiding in september 2013 gaat starten nu als voldoende wordt geaccepteerd terwijl die opleiding volgens de Erkenningsovereenkomst er november 2011 al had moeten zijn.

Aan het eind van het gesprek wijst Romeijn op een in zijn ogen ernstige fout in het rapport van de Werkgroep Lotusbloemgemeld: Op pagina 23 maar ook elders in de tekst staat: “De BUN is voor de overheid vertegenwoordiger, ook ´representant´genoemd, van het georganiseerde boeddhisme in Nederland.“
Nee, zegt hij: het ministerie van Veiligheid en Justitie en het Commissariaat voor de Media beschouwen de BUN als vertegenwoordiger van het boeddhisme, van het hele boeddhisme, van alle boeddhisten dus, en niet alleen van het georganiseerde boeddhisme. Juist dat feit maakt de representativiteit van de BUN zo klein (onder de tien procent).”



B. Herstructurering van en aantal aanvullingen op mijn (=Joop R)
eerdere antwoorden en opinies aan de hand van de systematiek
van het Kaski-rapport “Evaluatie Hindoe Raad Nederland”

De indeling in 16 criteria zoals gebruikt in dit rapport bieden me een kapstok mijn opvattingen nog eens te structureren. Ik beperk me tot criteria 1, 3, 4, 10 en 15
Vooraf moet ik opmerken dat, HRN en BUN-BZI vergelijkend, het Kaski het lastig zal krijgen om in haar rapport over de boeddhisten te bepalen wanneer over de BUN en wanneer over de BZI gesproken moet worden. Immers de BUN is `erkend´ door Justitie en moet dus geëvalueerd worden maar de daarbij horende taken heeft het BUN-bestuur vrijwel geheel weggeven aan de (stichting) BZI.

Criterium 1: De HRN vertegenwoordigt voldoende groeperingen uit de hindoe gemeenschap
Zoals ik al uitvoerig heb beschreven, vertegenwoordigt de BUN expliciet (zie ook de bijlage bij criterium 4) niet de ´groeperingen´ van de ongeorganiseerde boeddhisten.
Op pag 15 van het rapport wordt melding gemaakt van de ´Representativiteitstoets Hindoeraad Nederland´, waarmee de huidige situatie wordt vergeleken. Er is voor de erkenning van de BUN eind 2008 voor de BUN nooit zo´n toets geweest, de toenmalige BUN-voorzitter is zomaar op zijn woord geloofd.

Criterium 3: De HRN vervult een effectieve rol voor de hindoe gemeenschap,
zowel intern als naar de Nederlandse samenleving

Hierover heb ik al genoeg geschreven dat de BUN deze rol voor de boeddhistische gemeenschap niet speelt en m.i. ook niet kan spelen. Ook het rapport van het Werkgroep de Lotus Bloem benoemt dit probleem.

Criterium 4: De HRN wordt gekenmerkt door bestuurlijke en financiële stabiliteit en continuïteit
In mijn ogen is er sinds 2009 van een permanente crisis bij de BUN sprake. Vele bestuursmutaties, ontbreken van jaarstukken en dreigen met moties van wantrouwen zijn daar een voorbeeld van. De relatieve rust van dit moment lijkt meer op de rust van het graf.
Bij dit criterium is één van de gegevens aan de hand waarvan wordt beoordeeld, het eventueel wijziging van de statuten in de periode waarover geëvalueerd wordt. De heeft bij de BUN in april 2009 plaatsgevonden, met aan aantal wijzigingen is de mogelijkheden dat individuele boeddhisten betrokken kunen worden bij het BUN-beleid uitgesloten, zie bijlage !

Criterium 10: Er is vanuit de HRN respectievelijk de hoofd-geestelijke voldoende inhoudelijke aansturing van de geestelijke verzorging
De aansturing moet door beide instanties plaatsvinden, blijkt uit de tekst op pag 39-41.
Dat Varamitra als HBGV heeft aangestuurd, geloof ik graag. Op 39 wordt vermeld dat het in 2010 benoemde hoofd geestelijke voor de hindoe denominatie (volgens de DGV) voldoet aan de geldende ambtelijke en ambtenaarlijke functievereisten. Dit geldt niet voor het (via een onduidelijke procedure direct na de voorlopige erkenning) hoofd BGV: geen academicus en geen geestelijk verzorger geweest
De vraag is vervolgens of er van voldoende inhoudelijke aansturing door de BZI sprake is (geweest)?
De vraag is nog sterker of er van voldoende inhoudelijke aansturing door de BUN sprake is (geweest)?
Ik ken geen enkele tekst van BUN of BZI die daarop wijst. Met jalouzie lees ik op pag 40 van het Kaski-rapport over een door de HRN geaccordeerd ‘Filosofisch Kader Hindoe Geestelijke Verzorging’.

Criterium 15: Uiterlijk 22 juni 2012 gaat de universitaire opleiding tot hindoe geestelijk verzorger van start
De datum van 22 juni 2012 is te begrijpen omdat de HRN in juni 2009 voorlopig erkend is.
De BUN is voorlopig erkend november 2008. Het criterium bij de evaluatie van de BUN zou dus moeten zijn dat de opleiding er november 2011 had moeten zijn. De voorlopige erkenningsovereenkomst is in november 2011 verlengd tot het moment dat de evaluatie volledig is afgerond. Dat kan toch niet betekenen dat de opleiding er pas hoeft te zijn als de evaluatie is afgerond? Dat zou toch merkwaardig zijn: dan wordt de evaluatie uitgesteld (door het ministerie) net zo lang tot aan alle criteria wordt voldaan?
Op pag 53 van het Kaski-rapport staat: `Voor de VU is de status van de HRN als zendende instantie van uiterst belang. Wordt de HRN deze status ontnomen, dan verliest het opleidingstraject in kwestie daarmee volgens de VU een groot deel van zijn maatschappelijke legitimering en inbedding. De VU zorgt immers voor de academische kwalificaties, de HRN voor een contextgerelateerde afstemming en daadwerkelijke zending.´
Het zou onjuist zijn als een dergelijke quote van de VU in het evaluatie-rapport over de BUN wordt opgenomen. Het suggereert dat de BUN door Justitie erkend moet worden omdat anders de VU-opleiding in de lucht komt te hangen, dat lijkt mij een ondernemersrisiko van de VU.
Bovendien heb ik al aangegeven dat het mogelijk en zelfs wenselijk dat er er voor gv door boeddhistische ´chaplains´ in de zorgsector een nieuwe zendende instantie gaat komen; daar is erkenning door het ministerie van Veiligheid en Justitie helemaal niet voor nodig.


C. Een reactie van mij in *OpenBoeddhisme* bij het item ‘Kaski reageert niet op MOA-vragen’

Na het bestuderen van het reeds voltooide evaluatierapport van de Nederlandse Hindoe Raad en als geïnterviewd niet-BUN-lid in de evaluatie van de BUN denk ik dat het methodologische probleem een ander is dan Lex Olivier van de MOA construeert.
Het bevragen van de BUN-leden is een nogal marginaal onderdeel van het beleidsonderzoek van het Kaski. Ik neem aan dat de lage respons en het veel op elkaar lijken van antwoorden de betekenis van het resultaat daarvan nog verder verzwakt, ook in de analyse van de onderzoekers.
Maar hoe groot is die betekenis?
Want het grootste probleem is: hoe heeft het Kaski bepaald dat het functioneren van de Hindoeraad als zendende instantie voldoende is? Dat is namelijk de slotconclusie in hun rapport.
De oorspronkelijke voorwaarden van de voorlopige erkenning door het ministerie van Justitie ruim drie jaar geleden zijn verfijnd tot 16 criteria. Op elk daarvan zou het Kaski in theorie een cijfer kunnen geven, tussen zeer goed en zeer onvoldoende. En dan zou met een bewerking van die 16 cijfers een eindoordeel bepaald kunnen worden. Die werkwijze was er misschien wel maar heb ik niet ontdekt in het rapport.
Wogen ze alle 16 even zwaar? Dat zou niet terecht zijn, vind ik, want nogal wat criteria gaan over het functioneren van de geestelijke verzorging binnen Justitie en maar een enkele over de kwaliteit van de zendende instantie terwijl juist die geëvalueerd moest worden.
Voor mij zou de vraag aan het Kaski daarom moeten zijn: hoe worden de 16 deelresultaten bepaald en hoe omgezet in een gewogen eindadvies?
Ik ga er van uit dat het Kaski in de rapportage over de BUN-evaluatie (die laat nog wel ruim een maand op zich wachten) op deze vragen uitvoeriger in zal gaan dan zij in de rapportage over de Hindoeraad heeft gedaan.
Het Kaski-rapport over de Hindoeraad is hier te vinden:
Kennisname ervan is nuttig, ook om de MOA-vragen beter te begrijpen.



Bijlage ad B, criterium 4
De belangrijkste verschillen tussen de BUN-Statuten van 2006 en 2009


De ledenvergadering van de BUN van 18 april 2009 heeft de tot dan geldende statuten (laatstelijk gewijzigd in 2006), op een aantal punten aangepast.
De nieuwe statuten (verder genoemd versie 2009) zijn op 12 oktober 2009 notarieel vastgelegd.

Artikel 2 lid 1 Uit de versie van 2006 is m.b.t. de doelstelling ‘behartigen van belangen’ in 2009 GESCHRAPT de passage: “en personen welke zich met het boeddhisme verbonden weten”.

Artikel 2 lid 2 van de statuten versie 2006
“Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door, steeds handelend in overeenstemming met de boeddhistische gedragscode,
- contacten te onderhouden met al die organisaties, groeperingen EN INDIVIDUEN, welke contacten voor de realisering van haar doelstellingen zinvol zijn, zowel binnen Nederland als daarbuiten;
- het verlenen van praktische hulp en bijstand aan in Nederland werkzame boeddhistische groeperingen en in Nederland levende boeddhisten EN PERSONEN die zich met het Boeddhisme verbonden weten;
...
“
Het verschil tussen de versie van 2006 en die van 2009 is het GESCHRAPT zijn in versie 2009 van de (door mij) vet en groot gemaakte woorden in de versie van 2006.

Artikel 8 van de Statuten versie 2006
“1. Donateurs zijn zij, die door het bestuur als donateur zijn toegelaten. Het bestuur is bevoegd het donateurschap door schriftelijke opzegging te beëindigen.
Donateurs zijn verplicht jaarlijks aan de vereniging een geldelijke bijdrage te verlenen, waarvan de minimale omvang door de algemene ledenvergadering wordt vastgesteld.
Donateurs hebben uitsluitend het recht om de algemene ledenvergadering bij te wonen. Zij hebben daarin geen stemrecht, maar wel het recht om het woord te voeren.
“
In de Statuten versie 2009 is dit hele artikel dat individuen, bv ongeorganiseerden, de mogelijkheid van spreekrecht bood, VERVALLEN.

woensdag 20 juni 2012

De evaluatie van de BUN schrijdt voort

Gisteren heb ik een gesprek gehad met Ton Bernts en Paul van der Velde van het KASKI die op verzoek van het ministerie van Veiligheid en Justitie de BUN als zendende instantie evalueren.
Het meeste dat ik hen heb kunnen vertellen, staat – in andere woorden soms – al in mijn blogs en ga ik niet herhalen.
Belangrijker dan het mijne is hun verslag en dat wat ze er mee gaan doen in de evaluatie die (na de zomervakantie, zeiden ze) naar hun opdrachtgever gaat.
Naar het ministerie van Veiligheid en Justitie dus; die moeten op basis daarvan dan beslissen of de tijdelijke ‘erkenning’ van de BUN als zendende instantie in een definitieve wordt omgezet; of natuurlijk dat de BUN niet meer wordt erkend omdat ze de afgelopen jaren tot op heden niet voldoet aan de criteria die het ministerie zelf in de Erkenningsov ereenkomst van november 2008 had opgenomen. Dit laatste is mijn mening en die heb ik gedocumenteerd aan het KASKI verteld.

Verder een paar punten
Ik had me er over verbaasd dat was toegestaan dat de BUN-leden uitstel hadden gekregen voor het invullen en terugsturen van de vragenlijsten die ze van het KASKI hadden gekregen tot na de ledenvergadering van de BUN op 9 juni j.l. Ik ging er daarbij van uit dat het KASKI die beslissing had genomen maar begrijp nu dat het de opdrachtgever, Justitie dus, was die met dit verzoek van het BUN-bestuur had ingestemd. Het blijft vreemd, ook wetenschappelijk gezien, omdat de BUN-leden nu hun antwoorden op elkaar en op het door de BZI gewenste resultaat (erkenning) konden afstemmen.

Het KASKI had gevraagd mij te spreken “als een vertegenwoordiger van de ongeorganiseerde ('ongebonden') boeddhisten” (ik citeer hun mail). Dit omdat ik ook in die rol door de voorzitter van de Werkgroep de Lotusbloem ben geïnterviewd.
Ik heb gereageerd met de mededeling graag vanuit het perspectief van de ongeorganiseerde/ongebonden boeddhist te spreken omdat ik me daar zeer in heb verdiept, maar mezelf als (losjes) verbonden boeddhist te beschouwen gezien de groepen waarin ik participeer.

Wat betreft het Eindrapport van de Werkgroep de Lotusbloem; met mijn commentaar “te weinig en te laat” hebben we het gehad over de aanbeveling over die ongebondenen:
“Onderzoek hoe een platform gecreëerd kan worden voor personen die zich niet willen laten vertegenwoordigen door een van de aangesloten leken-sangha’s maar wel gehoord willen worden door BUN-bestuur en ALV. [Werkgroep ALV]" (pagina 30 van het eindrapport).
Die aanbeveling is door de ledenvergadering overgenomen, zij het met moeite omdat sommige BUN-leden niet 160.000 van een handvol de afgelopen jaren activistisch opererende zogenaamd ongebonden boeddhisten kunnen onderscheiden. Die ‘Werkgroep ALV' is er volgens mij (nog) niet.

Overigens heb ik het KASKI ook een in mijn ogen ernstige fout in het rapport van de Werkgroep Lotusbloem gemeld: Op pagina 23 maar ook elders in de tekst staat: “De BUN is voor de overheid vertegenwoordiger, ook ´representant´genoemd, van het georganiseerde boeddhisme in Nederland. “
Nee, heb ik gezegd, het ministerie van Veiligheid en Justitie en het Commissariaat voor de Media beschouwen de BUN als vertegenwoordiger van het boeddhisme, van het hele boeddhisme, van alle boeddhisten dus, en niet alleen van het georganiseerde boeddhisme. Juist dat feit maakt de representativiteit van de BUN juist zo klein (onder de tien procent)

Een deel van de vragen ging over de BZI, als zendende instantie dus. Ik heb m´n verbazing erover uitgesproken, nooit een inhoudelijke tekst, ook niet van de heren van het BZI, te hebben gelezen over boeddhistisch geestelijke verzorging in de zorgsector; en dat ik daarom daar zelf maar een kleine studie aan had gewaagd en over geschreven in mijn blogs de afgelopen maand .
Al pratend hierover kwam ik op een nieuwe gedachte die ik graag hier met de lezers wil delen.
In de gezondheidszorg zijn er veel geestelijk verzorgers werkzaam, zeker vier keer zoveel als bij Justitie. De rol van de zendende instantie is anders in de zorgsector, veel zorginstellingen (bv algemene ziekenhuizen) vinden het ´gezonden worden´ door een denominatie nauwelijks meer van belang; andere zorginstellingen nog wel maar in afnemende mate.
Ik vind de op verzoek van Justitie in 2010 opgerichte stichting BZI daarvoor niet geschikt, ook vanwege de rol die het Hoofd BGV daarin heeft gespeeld waardoor deze BZI de m.i. zieke geschiedenis niet achter zich kan laten. Daarom is het beter dat er voor de boeddhistisch geestelijke verzorging in de zorgsector te zijner tijd een apart zendende instantie wordt opgericht.
Die oprichting kan eenvoudig doordat de leraren die een BGV-er met ambtsopleiding hebben erkend, samen een stichting oprichten, los van de BUN dus. Zoiets is (technisch) geen probleem.
Wellicht kan hierop worden geanticipeerd door nu al zo´n stichting (statutair) voor te bereiden. De bestuursleden van zo´n stichting kunnen – korte lijnen – de leraren zijn; wellicht kan er een secretaris aan deze leraren-bestuursleden worden toegevoegd die bij wijze van spreken volgend jaar al met de voorbereidingen kan starten.
Een extra voordeel van deze formule is dat er niet meer de afhankelijkheid is van het wel of niet ´erkennen´ van de BUN door Justitie, of van het zichzelf opheffen van de BUN.


Zo, nu kan ik wel even met vakantie.

vrijdag 15 juni 2012

Conflict BUN – BOS òòk een cultuurstrijd

De afgelopen week werden we opgeschrikt door de mededeling dat het Commissariaat voor de Media (CvdM) € 50.000 terugvordert van de BUN. Een ingewikkeld verhaal, onder andere omdat de BUN nooit geld van het CvdM heeft gehad.
De BOS echter wel, als ‘dochter’ van de BUN, die heeft geld gehad om programma’s te maken en uit te zenden.
De BOS heeft een deel van dat geld uitgegeven om in 2009 uit te laten zoeken hoeveel boeddhisten of mensen met daadwerkelijke affiniteit met het boeddhisme er zijn, wat hun achtergronden en wensen zijn.
De BOS heeft dat onderzoek uit laten voeren vooral ten behoeve van een aanvraag voor een omroeplicensie voor de periode 2010-2015.
Een aanvraag – en nu komt het – namens de BUN gedaan want die is in de Mediawet en de regelgeving die daarvan afgeleid is, het religieuze genootschap dat een artikel 2.42-licensie kan krijgen.
De BOS had geen omroepgeld aan een onderzoek mogen besteden wat door de BUN (uit eigen middelen want de BUN wordt geacht een stevige organisatie te zijn) betaald had moeten worden.

De voorzitters van BUN en BOS laten in een verklaring aan het Boeddhistisch Dagblad weten deze claim van het CvdM juridisch te gaan bestrijden, begrijpelijk want dit zou het faillisement van de BUN inhouden en als de BUN verdwijnt, vervalt bijna automatisch de omroeplicensie op grond waarvan de BOS mag uitzenden.
Juridisch is het gecompliceerd doordat er tussen de BUN en de BOS een ‘delegatieovereenkomst’ is getekend die volgens mij in strijd is met de Mediawet en waar in ieder geval een serie ficties omheen zit.

Op die zaken zal ongetwijfeld *Openboeddhisme* verder ingaan (zie hier ); ik wil wat commentaar geven over inhoudelijk-boeddhistische aspecten van dit conflict.
Want het conflict BUN – BOS is òòk een cultuurstrijd.
Een strijd over de vraag wat het boeddhisme is waaraan de BOS aandacht wenst te besteden.

Het zou me niet verbazen als de (juridische) eensgezindheid tussen de besturen van BUN en BOS helemaal niet zo groot is als nu lijkt te zijn in hun verzet tegen het CvdM.
Maar ook dat er een groot verschil in opvatting is over het soort BOS-boeddhisme.


Het zijn wel twee uitersten:
* de BUN die eigenlijk vindt dat een echte boeddhist in een een sangha (liefst ook BUN-lid) meedraait; en de
* de BOS die het bestaan van boeddhisten inmiddels bijna ontkent en die ‘het boeddhisme’ zeer ruim als een spirituele beweging ziet. (Dat mag de BOS vinden maar niet als 2.42-omroep).

Het is om deze reden dat ik een paar maanden geleden in m’n gesprek met de Werkgroep de Lotus Bloem als advies aan de BUN heb gezegd: de BUN moet excuus aanbieden aan het CvdM omdat ze mee is gegaan met de claim (van de BOS) als zouden er ruim 900.000 boeddhisten, inclusief mensen met duidelijke affiniteit tot het boeddhisme, zijn.

Het BUN-bestuur zal die excuses vast niet aanbieden maar als de BUN straks moet kiezen tussen failliet gaan (want ze hebben die € 50 duizend helemaal niet)
of de BOS laten vallen, dan zal de BUN vast kiezen voor zichzelf en niet voor die toch al niet zo gebonden-boeddhistische BOS.

woensdag 6 juni 2012

Boeddhisme is niet voor bange mensen

Wie het boeddhistische pad op gaat, komt steeds zichzelf tegen, inclusief zijn of haar eigen demonen. Makkelijke oplossingen zijn er niet; ook momenten van geluk zijn tijdelijk.
Wie een prettige, een uitsluitend aangename, levensbeschouwing of levensfilosofie zoekt, moet ergens anders zijn.
Ik geef toe, dat reduceert het aantal boeddhisten in Nederland behoorlijk, maar so what?
Kortom: het boeddhisme is niet voor bange mensen.


Aanstaande zaterdag, 9 juni, houdt de BUN weer een ledenvergadering. Ik heb de agenda niet gezien maar ongetwijfeld gaat het o.a. over het eindrapport van de Werkgroep Lotusbloem.
Daar zal men tevreden over zijn en een helder, evenwichtig rapport met tal van goede aanbevelingen noemen.
En men zal tevreden zijn met de mededeling dat VU vanaf 2013 de opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorger gaat geven (maar onduidelijkheden constateren over de rol van de leraren van de boeddhistische sangha’s daarin).
En men zal met spanning het evaluatie-rapport van de KASKI en de beslissing van staatssecretaris Teeven over de erkenning van de BUN door Justitie afwachten.

Maar waar men bang voor kan worden is de existentiële vraag: wat moeten we met de BUN?Een stukje uit de brief van BUN-voorzitter André Kalden aan de leden:
Ik citeer: “... omdat Anca Ansink deze week haar kandidatuur voor het BUN-bestuur heeft ingetrokken. ...[Zij] geeft als hoofdreden aan dat zij constateert dat in het BUN-bestuur, alsook onder de leden, ‘gevaarlijk weinig‘ mensen tijd hebben om van de BUN een organisatie te maken die opereert op een manier dat zij zich er voor kan en wil inzetten. Kennisname van het rapport van Werkgroep Lotusbloem sterkt haar in deze bevindingen. Het ontbreekt haar zelf aan de tijd, zo stelt ze, die zij noodzakelijk acht om er in gegeven situatie echt iets goeds van te maken. Andere noodzakelijke voorwaarden ziet zij niet direct aan de horizon opdoemen. Wellicht zijn er anderen dan zij, zo stelde Anca, die het wel voor elkaar krijgen. ‘Of misschien is de conclusie wel dat aan een BUN, anders dan voor het beheren van een uitzendlicentie, geen behoefte is.’ Ze wenst het bestuur daarbij veel wijsheid in de besluitvorming over de vraag: moeten we hiermee verder, en zo ja, hoe? Ik deel de mening van Anca dat dit de centrale vraag is en dat u dit jaar als sangha voor de fundamentele keuze staat waar u als lid met de BUN naartoe wilt, en vooral ook wat uw sangha zelf aan tijd en middelen voor het behalen van deze doelstellingen over heeft.”

Wat moeten de BUN-leden hier mee? Hopen dat het probleem weer over gaat omdat er toch een derde bestuurslid is gevonden, is een bange oplossing, want geen oplossing.
Laat ik m’n eigen mening niet onder stoelen of banken steken: de BUN heeft geen bestaansreden meer en kan zichzelf het beste het komende jaar opheffen.
Voor de BGV-opleiding van de VU is er m.i. geen probleem: de BZI vertegenwoordigt nu al alleen zichzelf.
Voor het voortbestaan van de BOS is er ook een oplossing te vinden, zie m’n reactie op *openboeddhisme* waarin ik er één aanreik.
En verder kunnen de sangha's - als ze dat willen - toch wel met elkaar samenwerken, lokaal binnen de eigen gemeente of landelijk binnen de eigen traditie.

Maar goed, een profeet wordt niet altijd geëerd in eigen land, we zullen zien.

zondag 27 mei 2012

Twee berichten - Het Boeddhistisch Dagblad gestart & (een dagje) Boeddhisme studeren bij de VU

Dit weekend is een eerste versie verschenen van een nieuw journalistiek webmagazine, met als titel ‘Boeddhistisch Dagblad ’. Zie hier .
Uit dit nummer: “Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk geëngageerd journalistiek web magazine. We willen op een betrokken en frisse manier nieuws en achtergronden publiceren over boeddhistische thema’s en inzichten.”
Na een ´brief aan de lezers’ gaat dit nummer o.a. over het bezoek van de Dalai Lama in Huy (België)

We worden wel verwend; ik wordt wel verwend in ieder geval. Jaren lang roep ik dat er geen boeddhistische journalistiek is die ontwikkelingen in Nederland actief en critisch volgt; dat de BOS (die daar toch voor betaald wordt) en Vorm&Leegte/BoeddhaMagazine daar nauwelijks iets aan doen en de algemene journalistiek het een te marginaal gebeuren vindt. Terwijl toch heel wat thema’s in boeddhistisch Nederland de afgelopen jarende de publieke aandacht verdienden die ze nu niet krijgen. En niet alleen de vaste onderwerpen zoals de BUN en de BOS waar ik dan in arremoede over schreef. Maar ook over bv de vraag: hoe het financieel gaat met de lokale boeddhistische organisaties, de sangha’s op dit moment? En hoe lopen de geldstromen binnen Zen.Nl precies?
En nu ineens twee internet magazines: naast het een paar maanden geleden gestarte *OpenBoeddhisme* (zie hier ) nu dus ook het Boeddhistisch Dagblad.

En ik ga ook door met m’n blog. Ik ben geen journalist, voel me vrij (als ex-sociaal wetenschapper) door elkaar over nieuws, opinies, Dharma en boeddhologie te schrijven, en als het kan soms ook nieuws te maken. Slechts begrensd door mijn ethiek en door mijn beperkte vermogen zaken te begrijpen (daarom schrijf ik weinig over het Tibetaans boeddhisme, maar gelukkig doen anderen dat genoeg).

Over de stand van zaken van twee andere media ben ik minder zeker:
* de internetversie van BoeddhaMagazine (zie hier ) lijkt een probeersel van Asoka dat niet doorgezet wordt.
* Bodhitv (zie hier ), het internetblad van de BOS mist de gedrevenheid en de persoonlijkheid van de beginjaren; het brengt geen nieuws maar publiceert ervaringen van boeddhisten en persberichten.

Ik wens de redactie van BoeddhistischDagblad veel succes toe !
Hopenlijk zijn ze vòòr het weekend van 9 juni al voldoende op stoom om de ledenvergadering van de BUN te verslaan. We weten immers niet hoe lang de BUN nog bestaat.

===============================================================================


Dan een ander nieuwsfeit dat ik niet alleen als feit wil brengen maar ook in een context plaatsen.

Als je jong bent of anderszins nieuwsgierig naar hoe bij de Vrije Universiteit in Amsterdam de boeddhologie wordt beoefend, kan je een
Dagje Boeddhisme (en Hindoeïsme) komen studeren Zie het VU-bericht hier.

Ik citeer:
Dinsdag 5 juni kan je komen ervaren hoe het is om Boeddhisme of Hindoeïsme te studeren. Je krijgt dan informatie over de studie en kan studenten vragen hoe het is om de opleiding te doen. Ook verzorgen prof. dr. André van der Braak en dr. Lourens Minnema colleges.
Aansluitend op het dagje studeren volgt de feestelijke opening van de opleidingen. Als je een dagje komt studeren ben je ook daar van harte uitgenodigd.

Lijkt me interessant, al begrijp ik het zinnetje '... en kan studenten vragen hoe het is om de opleiding te doen ’ niet, het is immers een nieuwe opleiding, ook (en misschien juist) voor niet-Christenen.
Naast de minicollege’s zijn er ook korte inleidingen door onder andere:
Artho Jansen, voorzitter van de Boeddhistische Zendende Instantie (BZI) en door
Wim Janse, decaan Faculteit der Godgeleerdheid
Hun woorden zijn onderdeel van de openingsplechtigheid maar voor de aanstaande student zouden deze ook van belang kunnen zijn.

Dat brengt me op de context van deze opening.
Het betreft uitsluitend de bachelor boeddhisme (en hindoeisme maar daar heb ik het verder niet over)
Als ik weer 18 of 19 was, zou ik deze studie misschien wel gekozen hebben, al zou ik wel wat meer over de bijvakken hebben willen weten. Toen ik studeerde, interesseerde het me absoluut niet of ik daar later een beroep in kon vinden, maar velen kunnen zich tegenwoordig deze luxe van een babyboomer niet meer permitteren.
Niet alleen de bijvakken, ook interesseert de vraag me of het (alleen) gaat om het weten, het kennen van de diverse boeddhistische tradities en hun geschiedenis, of gaat het ook om het beoefenen er van?
De VU is nogal van de inter-religieuze dialoog maar wordt ook aandacht besteed aan de relatie tussen het boeddhisme en het agnosticisme, aan het seculiere boeddhisme dus ?
Of iemand met een bachelor boeddhisme een baan kan vinden: ik zou het niet weten. Maar iemand met een volledige opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger (BGV) mogelijk wel. Dan is een bachelor niet voldoende, dan heb je daarna een master + diploma van een ‘ambtsopleiding’ nodig.
En komen die opleidingen er echt? Zwart op wit?
Al te vaak is aangekondigd door de VU en/of de BZI dat die er komen: eerst zou het in 2011 zijn, toen in 2012 en nu wordt er over 2013 als startdatum van de master gesproken. (Aankondigingen vooral om het ministerie van Justitie te gerieven, is wel eens mijn indruk geweest).
Is die opleiding echt al door de VU bij het ministerie van Onderwijs aangevraagd? Daarover heb ik al een paar keer in mijn blog geschreven, ook deze maand, zie bv hier.
En als die ambtsopleiding er komt, mag dan iedereen die volgen of moet je aangewezen worden door een boeddhistisch leraar? De notitie (hier) van de BZI is niet zo duidelijk daarover.
En wat is de toekomst van de BZI als de toekomst van de BUN zo onzeker is? Zie hier. Doet dat er toe, om BGV-er te worden?

Dinsdag 5 juni van kwart over één tot half zes dus. Luisteren en vragen !
Ik neem aan dat ook anderen dan aspirant-studenten die middag welkom zijn.
Journalisten en bloggers bijvoorbeeld.
Of opgeven (hier ) echt nodig is, weet ik niet.


Update 30 mei
Op de website van Bodhitv is een interview met André van der Braak over deze bachelor-opleiding opgenomen, zie hier.
André stelt dat een afgestudeerde een 'boeddhistische professional' wordt. Wat is dat nu weer?
Iets anders dan 'beroepsboeddhist' kennelijk. maar ook geen 'boeddholoog'. Moet je boeddhist zijn om boeddhistisch professional te worden?

dinsdag 15 mei 2012

Boeddhistisch Geestelijke Verzorger, wat is dat ? Beschouwing over het beroep en opleiding daartoe

Met het beroep boeddhistisch geestelijk verzorger (BGV) is iets merkwaardigs aan de hand. Er is geen enkel document dat over de inhoud van dat beroep gaat, wat het is of (omdat het grotendeels nog moet starten) wat het zou kunnen zijn.
Zeker, er zijn een aantal stukken die over de inhoud gaan, maar betreffen slechts enkele formele aspecten.
Er is een curriculum-commissie voor de VU-opleiding maar de stukken daarvan zijn niet openbaar.
Daarom wat tastend een overzicht over wat het beroep BGV-er zou kunnen zijn en hoe de opleiding georganiseerd kan zijn. Een blog met veel vragen dus.
Het openbaar worden van de overeenkomst tussen de VU en de BZI van 31 maart jl (zie onder) is de concrete aanleiding, niet op alle antwoorden te wachten.

1. Wat is BGV?
Ik weet het niet, bij voorbaat in ieder geval omdat het iets is dat nog niet bestaat. Is het:
a. Geestelijke verzorging (g.v.) gegeven dòòr een boeddhist?
b. G.v. gegeven ààn een boeddhist?
c. G.v. volgens boeddhistische principes, door wie dan ook aan wie dan ook gegeven?
Ik vermoed dat impliciet vaak mogelijkheid c wordt bedoeld, met element van mogelijkheid a (want het gaat ook om werkgelegenheid)
Maar welke principes dan? Want de boeddhistische tradities verschillen nogal van elkaar, zeker in aspecten die g.v. raken (het gaat toch om meer principes dan die van ‘compassie’ moet ik aannemen)
En geldt dit alles zowel de BGV aan justitiabelen als aan clienten/patienten in de gezondheidszorg, want die wil de BZI ook coveren?
Wat ik tot nu toe in stukken van de BZI (of de VU) heb gelezen, geeft volstrekt geen antwoord op die vragen.


2. Waar kan je BGV-er zijn?
Als we kijken waar, door geestelijk verzorgers van andere religies/levensbeschouwingen, geestelijke verzorging wordt beoefend, dan zijn er vier plekken:

(a) Bij de DGV van het Ministerie van Veiligheid en Justitie
Er zijn sinds 2010 nu 6 parttime BGV-ers in dienst (het Hoofd BGV – Varamitra – is zelf geen geestelijk verzorger); uitbreiding is onwaarschijnlijk.

(b) Bij de krijgsmacht (het Ministerie van Defensie; zie hier)
Er zijn bij sommige beroepsboeddhisten wel eens fantasieën over BGV bij de Krijgsmacht. Ik kan daar kort over zijn: er zullen zeer weinig boeddhisten in het Nederlandse leger dienen; dat is geen probleem, en het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat Defensie er toe zal over gaan BGV-ers in dienst te nemen.

(c) Bij instellingen van gezondheidszorg
De VGVZ onderscheidt zes werkvelden waar geestelijk verzorgers werkzaam zijn: Ziekenhuizen, Verpleeg- en Verzorgingshuizen, Psychiatrie, Jeugdzorg, Verstandelijk Gehandicapten en Revalidatie.
Als we vergelijken hoeveel geestelijk verzorgers andere religies daar hebben, vergeleken met het aantal van de betreffende religie bij de DGV dan zijn dat er ongeveer vier maal zoveel.
Op deze wijze berekend zouden er enkele tientallen BGV-ers kunnen werken.
Echter: het in dienst nemen gaat in tegenstelling tot bij het Ministerie van Justitie niet centraal: ieder ziekenhuis en andere gezonheidszorgvoorziening is vrij hoeveel g.v.-ers van welke denominatie men wenst aan te nemen. En die denominatie blijkt in belang af te nemen: er wordt primair gekeken naar brede kwaliteit en inzetbaarheid. Steeds minder ook worden g.v.-ers formeel ‘gezonden’; een organisatie als de BZI is ook nauwelijks nodig. Steeds meer is accreditatie van belang (zie hieronder)
Zo zijn er nu ook al (mij bekend) g.v.-ers werkzaam in de gezondheidszorg die boeddhist zijn of daar duidelijke affiniteit mee hebben, maar formeel dominee zijn. Nu heb ik zelf helemaal niets met het Christendom maar mijn indruk is dat ze het goed doen.
Ik ken geen enkel behoefteonderzoek naar BGV in de diverse werkvelden van de gezondheidszorg

(d) Vrijgevestigde geestelijk verzorgers
Dit is een betrekkelijk nieuwe ontwikkeling. Over het aantal is nog niets te zeggen: er zijn er zoveel nodig als er markt voor deze ZZP-ers is. Van een zendende instantie is helemaal geen sprake, wel (althans dat is gewenst) van accreditatie, zie hieronder.
De website van de VU suggereert dat een afgestudeerde ook geestelijk verzorger in het bedrijfsleven of het onderwijs kan worden, daarover heb ik geen verdere informatie kunnen vinden.

Samenvattend:
Als in 2015 of daarna afgestudeerde boeddhistisch geestelijk verzorgers een baan zoeken, maken ze daarvoor bij gezondheidszorg-instellingen de meeste kans. Hoe groot die kans is: geen idee.


3. De eisen van de VGVZ en de SKGV
VGVZ: Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen
SKGV: Stichting Kwaliteitsregister Geestelijk Verzorgers
Vereniging en stichting stellen eisen aan wie men geestelijk verzorger en opleider tot geestelijk verzorger wil noemen. Beide zijn onafhankelijk van levensbeschouwelijke organisaties, van overheden en van zorginstellingen. Zie hier en hier
Wat mij het proberen waard lijkt, is te kijken hoe en waar aan deze beroepseisen de bovengenoemde boeddhistische principes gekoppeld kunnen worden.

Uit de ‘beroepsstandaard’ van de VGVZ (zie hier)
“Geestelijke verzorging in en vanuit zorginstellingen is:
* de professionele en ambtshalve begeleiding van en hulpverlening aan mensen bij hun zingeving en spiritualiteit, vanuit en op basis van geloofs- en levensovertuiging en
* de professionele advisering inzake ethische en/of levensbeschouwelijke aspecten in zorgverlening en beleidsvorming
.”

Het “en spiritualiteit” is in een recente versie toegevoegd, voor het boeddhisme relevant! De toelichting daarop (pagina 9) is een aanrader. De eerste zin ervan: “Het begrip spiritualiteit verwijst naar processen van innerlijke omvorming. Spiritualiteit laat zich omschrijven met termen als bezieling, transcendentie, verbondenheid en verdieping. Spiritualiteit betreft niet alleen mensen die een bepaalde religie aanhangen. ...”

Een andere passage uit deze toelichting:
“Vanuit en op basis van geloofs- en levensovertuiging
.... Het zal niet altijd en overal mogelijk zijn pluriformiteit optimaal te realiseren. Dit zou kunnen leiden tot versnippering van de beschikbare personeelsformatie voor geestelijke verzorging en dit komt de herkenbare aanwezigheid in en betrokkenheid bij de instelling niet ten goede. Geestelijk verzorgers zijn breed inzetbaar voor patiënten van alle levensbeschouwelijke achtergronden. Dat een geestelijk verzorger staat in dezelfde levensbeschouwelijke traditie als de patiënt kan voor de laatste een meerwaarde hebben.
Wanneer een patiënt vraagt naar een ambtsdrager van de eigen denominatie, verwijst de
geestelijk verzorger hem door naar de desbetreffende collega geestelijk verzorger in dezelfde instelling, mits deze natuurlijk beschikbaar is, of h/zij maakt zonodig afspraken over inzet en eventuele vergoeding van ambtsdragers van buiten de zorginstelling.
”

Verder wordt (pag. 10) ook de rol van een geestelijk verzorger op het vlak van de ethische advisering van de zorginstelling waar zij of hij werkzaam is, genoemd. Gezien de toenemende euthanasie-discussie ook voor boeddhisten relevant.

Over de opleidingseisen (zie onder) wordt gezegd:
“Deze opleidingseisen waarborgen twee belangrijke kwaliteiten van de geestelijk verzorger; namelijk, dat deze
a. in staat is tot tweede reflectie, dat wil zeggen dat h/zij de eigen vooronderstellingen en uitgangspunten onderkent; en
b. dat h/zij breed inzetbaar is, dus ook voor mensen van andere dan de eigen levensbeschouwelijke richting.
”

Over het ambtshalve karakter van dit beroep:
“De geestelijk verzorger heeft als ambtsdrager een identiteit die gelegitimeerd is door een maatschappelijk erkend levensbeschouwelijk genootschap. Die identiteit kan weliswaar worden onderscheiden, maar niet los gezien van de professionaliteit.
Voor de VGVZ is het ambtshalve aspect van belang, omdat het domein van de geestelijke
verzorging (zingeving) nooit 'neutraal' is en altijd vraagt om een positiebepaling van de geestelijk verzorger. De geestelijk verzorger heeft daarbij altijd een open houding naar andere levensbeschouwingen. Een authentieke omgang met de eigen levensbeschouwing is daarvoor noodzakelijk. Het ambt en de eigen spiritualiteit behoren zo tot het hart van de professionele identiteit
.”
Ik hoop dat de BUN te zijner tijd deze en verder boven geciteerde uitspraken voor haar rekening wenst te nemen; vermoedelijk is hierop in BUN-kring tot nu toe niet gereflecteerd.

De SKGV is een onafhankelijke stichting die het beroepsregister van geestelijk verzorgers in zorginstellingen beheert en die beroepsopleidingen (zoals die van de VU) accrediteert.
Ten behoeve daarvan is een toetsingskader vastgelegd, gebaseerd op boven beschreven beroepsstandaard van de VGVZ, zie hier .
Het ‘toetsingskader’ bevat een grote serie noodzakelijk aanwezige kernkwaliteiten; deels kennis, vaardigheden en houding en deels professioneel en (voor ons relevant) ambtelijk. Te veel om op te noemen, maar zeer lezenswaardig.
Verder bevat het toetsingskader een serie Beoordelingscriteria voor initiële opleidingen. Ik neem aan dat de toekomstige VU-opleiding daaraan voldoet; immers de (VU) master Geestelijke Zorg in Organisaties en de master Islamitisch geestelijk verzorger zijn al door de SKGV geaccrediteerd.

Een rijke oogst, vind ik, om boeddhistische principes aan het beroep geestelijk verzorger te koppelen.
Het is nog veel werk, dit precies te doen. Iets voor een scriptie?



4. BGV in andere landen
Ik beperk me, omdat daarover het meeste te vinden is, tot (de opleiding in) de V.S.; de bronnen heb ik nog maar oppervlakkig bekeken.

Buddhist Chaplains Network
De site van een amerikaanse netwerk van boeddhistische chaplains.
Veel pagina’s met omschrijving van wat het beroep is, vakliteratuur enzovoorts.

Buddhist chaplains
Een met bovengenoemde vergelijkbare (waarschijnlijk kleinere) organisatie. Vooral om de persoon van ene Jennifer Block, een Buddhist chaplain in San Francisco.
Van haar is een mooi artikel opgenomen over wat dit beroep in houdt: hier .

Upaya training chaplaincy
Een opleiding onder verantwoordelijkheid van de ook in Nederland bekende Joan Halifax Roshi.
De opleiding biedt “a two-year Certificated Buddhist Chaplaincy Training Program in Prison, End-of-Life-Care, Peacemaking, Youth, Women’s and Environmental Ministry. The training is open to those who wish to be ordained as Buddhist Chaplain Priests, Lay Chaplains, and also those who wish to deepen their understanding of service from the Buddhist and systems perspective.”
Niet helemaal vergelijkbaar met wat men in Nederland onder BGV verstaat, maar wel inspirerend.

Opleiding door de University of the West
Van de Rev. Danny Fisher. De universiteit biedt een opleiding tot Master of Divinity in Buddhist Chaplaincy.
“About the Program. The Buddhist Chaplaincy program provides students with the necessary knowledge and skills to excel as Buddhist practitioners working in the field of professional chaplaincy. The program is designed to meet the needs of those who wish to engage in spiritual care and counseling work and become properly trained and certified professionals. The program incorporates the requirements of the Association of Professional Chaplains (APC)”

Opleiding van het Institute voor Buddhist Studies
Ook hun opleiding tot buddhist chaplain refereert aan de eisen van bovengenoemde APC
De beroepsinhoudelijke cursus ‘buddhist chaplaincy’ is uitbesteed (als ik het goed begrijp) aan het ‘Sati Center Buddhist Chaplaincy Training Program’, zie hier .

Naropa, het beroemde (of beruchte) instituut ooit opgericht door Chögyam Trungpa biedt o.a.: “The Master of Divinity degree prepares people for professional work in the fields of pastoral care, Buddhist chaplaincy and/or interfaith chaplaincy, dharma teaching and community development. This three-year program is firmly grounded in Buddhist Studies concerning both its philosophy and its practice of meditation practice, and strongly emphasizes an interreligious approach to individual and community care, and a pluralistic view of working with life and diversity.” Zie hier.
Eén onderdeel is apart het vermelden waard: “Interfaith Pastoral Care Training — the ability to serve the spiritual and human needs of a diverse community in a ministerial/chaplaincy role while embodying the principles and practices of one’s primary tradition”.

In deze bronnen heb ik diverse flarden gevonden van boeddhistische principes die ook bruikbaar zijn voor het beroep BGV in Nederland, maar niet systematisch genoeg om daar een rijtje van te maken. Misschien iets voor een scriptie?

Als zijlijn, een voorbeeld van activistische ‘chaplains’ komt uit de Occupy-beweging in de VS verleden jaar waar ook chaplains (in opleiding) zichtbaar actief waren, zie de jizochronicles. Ik hoop dat ook in Nederland het durven uitsteken van de nek onderdeel van een BGV-opleiding zal zijn.


5. De VU-opleiding voor BGV-ers of Boeddhistische Ambtsdragers
Hierover heb ik eerder geschreven, zie hier .

Van belang is de 'Update BZI - november 2011' zoals te vinden op de website van de BUN, het stuk geaccepteerd door de BUN-ledenvergadering. Een citaat:
“Ambtsopleiding boeddhisme ...
Het huidige plan is om aan een eenjarige masteropleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger een (internationale) eenjarige boeddhistische ambtsopleiding te koppelen. Dit extra jaar stroomlijnt de opleiding inhoudelijk met die van andere religies, wat de VU noodzakelijk acht, gelet op de gelijkschakeling van de beroepsprofielen van pastoraal werkers, en geestelijk verzorgers in Nederland.
Meer dan de bachelor/master opleiding zal deze ambtsopleiding onder toezicht komen te staan van erkende Boeddhadharmaleraren in Nederland. De VU blijft echter verantwoordelijk voor de inhoud en het niveau van het onderwijs. Afgestudeerden van deze opleiding krijgen dan ook alleen het predicaat van “buddhist chaplain” met de uitdrukkelijke toestemming (zendingsbrief) van de leraar in de traditie waar de student zich bij aangesloten heeft. Deze studenten zullen worden ingeschreven in een ambtsregister.
Omdat voor academisch geschoolde ambtsdragers in het boeddhisme geen pasklare term voorhanden is, zal de internationaal gangbare term chaplains worden overgenomen. ...
Door het gebruik van het begrip chaplain wordt de boeddhistisch ambtsdrager nadrukkelijk onderscheiden van de functie van dharma teacher. ....
“


6. Hoe verhoudt deze intentie (waar de ledenvergadering van de BUN november 2011 zonder discussie mee ingestemd heeft) zich met de overeenkomst tussen de VU en de BZI, gesloten 31 maart 2012 ? (zie hier )
Eigenlijk komen de geciteerde punten uit de ‘Update’ van november 2011 helemaal niet aan de orde in de ‘overeenkomst’.

[Terzijde: de ‘overeenkomst’ spreekt in punt 1.2 over een “... aanvullende brief van het Bestuur van de BUN van 16 januari 2012.”; aanvullend op het – ongetekende – delegatiebesluit van 3 april 2009. Deze aanvullende brief is echter niet gepubliceerd]

Er staat bv in de overeenkomst: “1.4, De studenten van de (ambts)opleiding schrijven zich in bij de VU.”; de ‘boeddhadharmaleraren’ (ik vind het een raar en te lang woord) lijken geen rol te spelen bij deze inschrijving.
Wat er gebeurt met de afgestudeerden, komt in de overeenkomst niet aan de orde. De opvatting van de BZI (en van BUN): “afgestudeerden van deze opleiding krijgen dan ook alleen het predicaat van “buddhist chaplain” met de uitdrukkelijke toestemming (zendingsbrief) van de leraar in de traditie waar de student zich bij aangesloten heeft” komt in de overeenkomst niet voor. Dat kan ik me voorstellen: een student afhankelijk maken van de beslissing van één persoon over een paar jaar is juridisch nogal gammel; daar waagt de VU zich niet aan, denk ik.
Het toezicht van de “Boeddhadharmaleraren“ kan hoogstens vorm krijgen in de uitgebreid omschreven ‘curriculum-commissie’ maar komen daar, als ik de overeenkomst begrijp, niet expliciet in voor.
Komt er, zoals gebruikelijk is bij protestante ambtsopleidingen nog een apart ‘kerkelijk examen’ na het universitaire examen? Daarover zwijgt de overeenkomst.


Dat brengt me bij een andere vraag en een verwant thema:
7. Hoe verhoudt de intentie (van VU en BZI) voor een aldus vormgegeven ambtsopleiding zich met de intentie van de Minister van Onderwijs bij de subnsidieregeling waarvan de VU/BZI gebruik willen maken?
De 'overeenkomst' noemt de regeling (HO&S 2010/214378; juli 2010). Politiek is het bekend als Kamerstuk 31821 nr. 80. (zie hier ).
De regeling geeft als definitie “Ambtsopleidingen zijn opleidingstrajecten tot ambtsdragers of voorgangers in een geloofsovertuiging.”
Dat is merkwaardig: de ‘Update’ van de BZI uit november 2011 benadrukt nu juist dat de beoogde ambtsopleiding géén ‘voorgangers’, (het protestant-christelijke woord voor ‘leraren’) opleidt.
De vraag is dus of de gewenste opleiding wel uit de subsidieregeling van het ministerie van Onderwijs, bedoeld in de overeenkomst, gefinancierd mag en kan worden.

Al eerder heb ik het ministerie daar vragen over gesteld (zie m’n blog ) Het antwoord dat ik 27 juni 2011 ontving, luidde:
“Het antwoord op uw eerste vraag is dat er bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) geen verzoek loopt voor financiering van een opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger. Dat maakt het antwoord op de overige vragen overbodig.
Wat betreft de informatie die u nog in uw brief verstrekt: die zal – net als de informatie die u eerder verstrekte - bij de behandeling van een eventueel verzoek om financiering in de overwegingen worden meegenomen.
“
Eén van m’n vragen was en is hoeveel boeddhisten er volgens de VU er in Nederland zijn: minder dan 75 duizend, meer dan 150 duizend of daar tussen in: een aantal, bepalend voor de hoogte van de mogelijke subsidie. En zal het Ministerie de VU geloven als die – op gezag van de BZI – stelt dat er bv 170 duizend zijn?
Misschien kan het ministerie nu antwoord geven op deze vragen.
Want dit mag toch wel openbaar zijn?


8. Tot slot herhaal ik een suggestie, in februari gedaan:
Als het twijfelachtig blijft of er echt behoefte is aan expliciete boeddhistisch geestelijke verzorging in de gezondheidszorg,
en als het twijfelachtig blijft of een door de VU te starten ambtsopleiding er in 2013 kan komen,
en als het twijfelachtig blijft hoe de bestuurlijke toekomst van BUN en BZI er uit gaat zien,
zou het veel logischer zijn en minder verspilling van middelen betekenen als er een
korte applicatiecursus boeddhisme voor reeds gediplomeerde en in de zorgsectoren werkzame geestelijk verzorgers in plaats van de eigen master zou komen. Formeel heet dat ‘bij- en nascholing', zie hier .
Iets voor de VU misschien?

En incidenteel kunnen dan daarnaast – net als nu – zorginstellingen boeddhistische leraren op afroep vragen geestelijke verzorging aan een van hun clienten of patiënten te geven.


Update van 20 mei
In oktober dit jaar verschijnt het (mij bekende) eerste boek specifiek gewijd aan BGV:
"The Arts of Contemplative Care", bij Wisdom Books

Synopsis:
Due October 2012. This work collects the voices of pioneers in the exciting new domain of vocational Buddhism. This anthology captures the richness and diverse practices of socially engaged Buddhism within the context of the fields of chaplaincy and ministry that until recently were dominated primarily by Judeo-Christian faith traditions. The stories in this volume reveal to the reader how the practices and concepts of the Buddhist tradition are uniquely suited to nourishing both those who give and those who receive care. This book will inspire readers to apply their spiritual practice in engaged contexts and will provide nourishment to those called to serve as caregivers.

"This inspiring collection marks the coming of age of Buddhist chaplaincy. It will be the principal handbook for such ministries in the years to come." Christopher Queen, editor Engaged Buddhism in the West.

"A must-read for caregivers - a treasure trove of practical wisdom." Fleet Maull, founder of the Prison Dharma Network and National Prison Hospice Association.

"Destined to become the core text of Buddhist chaplaincy. A radical and wise offering to the world." Noah Levine.

donderdag 10 mei 2012

Twee aankondigingen van studiedagen komende maand en een voor- en na-aankondiging

Hoewel een paar leveranciers van studiedagen het af laten weten, zoals ik in m’n vorige blog beschreef, (zie hier ), twee initiatieven door niet-boeddhistische (!) organisaties.
Bij beide initiatieven speelt André van der Braak een rol, jaja, het boeddhistische wereldje is klein.
Ook noem ik nog twee andere zaken.

I. Lezing op 4 juni bij de VU door Brian Victoria over de rol van het Boeddhisme en haar betrokkenheid bij oorlog en geweld
De lezing en aankondiging (zie hier ) is in het Engels, daarom zie ik af van het vertalen van citaten uit deze uitgebreide aankondiging.
De tweede titel van de lezing luidt : Zen as a Cult of Death in the W.W. II Writings of D.T. Suzuki
Met zijn geruchtmakende boek ‘Zen at War’ heeft Victoria bewezen daarvoor de aangewezen man te zijn.
Ik hoop alleen dat hij zich niet beperkt tot de betrokkenheid van het Zen-boeddhisme bij oorlog en geweld. Het zou best eens kunnen dat hij ook een en ander weet over deze betrokkenheid in andere landen en bij andere boeddhistische tradities (Sri Lanka is een voorbeeld)
Ik ga André van der Braak vragen of Brian Victoria dat ook aan de orde wil stellen.


II. Symposion op 2 juni bij de Rosenkruisers in Bilthoven over “Alle verandering komt tot rust in Boeddha, de geest van het universum”
Voor de volledige aankondiging, zie hier
Ik citeer de aankondiging van de twee te houden lezingen:
"ANDRÉ ROUMEN
Boeddha, de geest van het universum
Boeddha doorzag ons bestaan als een wielwenteling van ontstaan en vergaan, als een wordingsproces waarmee ons lijden onlosmakelijk is verbonden. Verlossing van de wielwenteling vereist een inkeer in de kern, om zo deel te krijgen aan de Boeddha-natuur, die heel het universum doordringt. Zo kunnen we de keten van oorzaken die ons bewustzijn en ons bestaan in stand houden, doorzien en doorbreken. Als onwetendheid zo plaats maakt voor een nieuw bewustzijnslicht, keren we terug in de geest van eenheid, de Boeddha-natuur, de geest van het universum.
ANDRÉ VAN DER BRAAK
Dharma, de bevrijdende leer die leidt tot wijsheid voorbij alle wijsheid
De leer van Boeddha gaat primair over de bevrijding van de mens uit de gevangenschap in het wentelende rad van geboorte en dood. Boeddha formuleerde het achtvoudige pad om mensen in staat te stellen geleidelijk onwetendheid op te heffen, geen negatief karma meer te creëren en nirvana te bereiken. Het mahayana-boeddhisme (het grote voertuig) legt een ander accent. Daarin gaat het vooral om de vervolmaking van wijsheid, om het realiseren de wijsheid voorbij alle wijsheid. We kunnen de werkelijkheid hooguit benaderen. De werkelijkheid zelf is onbegrijpelijk en onuitsprekelijk. Hoe kunnen we komen tot een dergelijke paradoxale wijsheid voorbij alle wijsheid?
"

Ik krijg het gevoel dat de initiatiefnemers het boeddhisme in haar veel vormigheid wel wat selectief bekijken en het interpreteren in de richting van hun eigen Rozenkruis-filosofie. Hopenlijk dat André ook de boodschap van dukkha voor het voetlicht brengt, ook andere invullingen van het boeddhisme noemt, het niet alleen over wijsheid voorbij alle wijsheid heeft maar ook de eerste vijf paramita’s bespreekt.
Niettemin: een waardevol initiatief.


III. Vooraankondiging van een studiedag in september over “Hoe moet het verder met het georganiseerde Boeddhisme?”
Het jaar 2012 lijkt het jaar van de waterscheiding te worden t.a.v. het georganiseerde boeddhisme in Nederland. Hoe de kaart er – na de ledenbevergadering van de BUN op 9 juni en de evaluatie door het KASKI – er vandezomer uit gaat zien, is niet goed te voorspellen, maar hij kan wel eens anders uit zien dan nu.
Om dat duidelijk te maken, kan ik het makkelijkste mezelf citeren, een reactie in *openboeddhisme* (zie hier ):
“Terecht schrijft de redactie: ‘Zodra komt vast te staan dat de BUN niet aan deze eisen voldoet, of dat zij zelf aangeeft haar bestuurlijke verantwoordelijkheid niet langer te kunnen dragen, komen de BOS en BZI in gevaar. Dit vloeit voort uit de toepasselijke wet- en regelgeving.’
Het gevaar voor de BOS is tot nu onderbelicht gebleven. Het is niet denkbeeldig. In 2010 gaf het Commissariaat voor de Media (CvdM) de Nederlandse Moslim Omroep geen zendtijd meer omdat niet duidelijk was welk religieus genootschap deze omroep nu eigenlijk droeg.
Dit besluit was gebaseerd op artikel 2.42 Mediawet:
‘Het Commissariaat kan eens in de vijf jaar kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag aanwijzen voor het verzorgen van media-aanbod op kerkelijk of geestelijk terrein. Voor aanwijzing komen slechts genootschappen in aanmerking die representatief geacht kunnen worden voor een in Nederland aanwezige kerkelijke of geestelijke hoofdstroming.’
Kan een noodverband van een nieuwe, snel opgerichte koepelorganisatie de BOS helpen?
Het CvdM zal de bezwaren daartegen ongetwijfeld serieus nemen. Die komen er zeker, niet alleen door organisaties en personenen maar ook door feiten: ontbrekende representativiteit.
Toch is het omvallen van de BOS geen argument om de BUN te continueren.
Er is een andere oplossing die tegelijk rekening houdt met de eis van de minister dat bij een fusie van de BOS een onafhankelijke programmaraad het boeddhistische gehalte van de programmering bewaakt.
De huidige participatieraad (PAR) is statutair onvoldoende geregeld. Ik heb in november 2011 voorstellen gedaan deze regeling te verbeteren.
Wellicht accepteert het CvdM de vernieuwde PAR (die waarschijnlijk beter een rechtspersoon kan worden) voor de komende drie jaar als opvolger van de BUN.
Volgens mij moet nog deze maand een begin met deze oplossingsrichting worden gemaakt.
Succes is niet gegarandeerd, maar het is een mogelijkheid. Míts belangenverstrengeling dit keer voorkomen wordt.”


Het lijkt me een goed idee over een en ander een studiedag te organiseren. Op een zaterdag in september dit jaar bv, in het midden van Nederland (nader te bepalen).
Samen met anderen; wie?
Misschien ook wel niet door mij, maar vooral of alleen door ‘verse boeddhisten'.
Dus meld u / je aan !


IV. Nog even terugkomen op een puntje uit m’n vorige blog over ditjes en datjes.
Een soort na-aankondiging eigenlijk.

Ik noemde het uitkomen van het eindrapport van de Werkgroep de Lotusbloem (zie hier ).
Inmiddels heb ik het gelezen en heb er inmiddels twee reacties op gegeven, waarbij ik het wel kan laten.
Aan het bestuur van de BUN (waarvan ik het rapport kreeg omdat ik een van de geinterviewden ben) schreef ik:
“Ik heb er begrip voor dat niet al mijn suggesties in het gesprek dat ik begin dit jaar met de werkgroep heb gevoerd, in dit eindrapport zijn opgenomen (eigenlijk geeneen, dat komt door het uitgangspunt genoemd op pag 26 ‘We gaan uit van de bestaande organisatorische context’)
Maar speciaal vind ik het wel jammer dat niets gedaan is met mijn suggestie
‘ de BUN biedt alsnog excuus aan aan het Commissariaat voor de Media voor het feit
. dat zij in 2009 en 2010 is meegegaan met de claim als zouden er in Nederland
. ruim 900.000 boeddhisten inclusief personen met sterke affiniteit tot het boeddhisme zijn'
. ”

Aan de onderzoekers van het KASKI, die op dit moment de BUN als zendende instantie evalueert, en die ik recent informeerde over allerlei interessant nieuws (bv in *openboeddhisme*), schreef ik:
“Mijn persoonlijke mening, die ik inmiddels met anderen heb gedeeld, over de stand van zaken, na kennisneming van dit rapport :
Te weinig en te laat; het werkgroep-rapport gaat nog uit van de fictie dat de BUN een bestuurde vereniging is.”