Twee weken geleden stuurde ik – op persoonlijke titel - een brief aan het Commissariaat van de Media, en een afschrift daarvan aan de directeur van de VPRO. Dit naar aanleiding van berichten in de pers over het samengaan van BOS en VPRO die ik deels niet begreep en deels mij ongewenst voorkwam. Zie mijn blog van 18 november.
Zoals ik daar in een ‘comment’ over schreef, kreeg ik naar aanleiding daarvan een telefoontje van de voorzitter van de BUN.
Daar reageerde ik de volgende dag op:
Verstuurd 24 november 2011
Beste André
Ik heb nog eens nagedacht over je telefoontje van gisteren.
Geen probleem dat je me belt, ik houd van gesprekken met betrokken en intelligentie mensen en vind discussie, met name over de verschillen tussen de boeddhistische tradities, broodnodig.
Maar misschien is het goed te weten dat ik nu nadrukkelijk buiten de BUN sta.
Dat is in het verleden anders geweest, daarom zeg ik het maar expliciet.
In afgelopen acht (!) jaar ben ik bij de BUN betrokken geweest, de eerste periode erbinnen, met de mede door mij opgerichte werkgroep geëengageerd boeddhisme, in de tweede in voortdurende pogingen de BUN tegen een m.i. foute ontwikkeling te beinvloeden. De lengte van die periode geven me in eigen ogen mede het recht me minstens evenveel met de BUN te bemoeien als nogal wat bestuurlijke passanten.
Aan rijtje van zaken waar ik niet in geloof (God, reïncarnatie) heb ik nu de BUN toegevoegd
Feitelijk was dat eind december verleden jaar al het geval toen Francisca en jij er abrupt mee stopten, maar nadat jij en nog iemand met Richard op de proppen kwamen, heb ik mijn ongeloof weer onderdrukt. Nu is dat over, de (interim)rapportage van B3 met de term ´monsterverbond´ maakten dat makkelijker.
Mailtjes als verleden week naar de VPRO stuur ik alleen als ultimum remedium, nadat pogingen er rechtstreeks iets aan te doen,op niets zijn uitgelopen. Dat is het geval, vgl mijn mail aan de Werkgroep B3 van begin september (het was toch de bedoeling die werkgroep informatie te verschaffen?) met suggesties over o.a. een onafhankelijke programmaraad, ik kreeg zelfs geen ontvangstbevestiging.
Dus maak je geen zorgen, als de BUN transparant is, is er voor mij geen reden anderen te bestoken.
Overigens vind ik het jammer dat je over deze actie van mij druk maakt en niet over m´n blog over het advies van de Onderwijsraad van een jaar geleden.
Het is toch betreurenswaardig dat niemand in boeddhistisch Nederland publiekelijk op dat advies heeft gereageerd ?
Vriendelijke groet
Joop
PS
Ik heb geen bezwaar tegen verspreiding van bovenstaande tekst
Een dag later krijg ik een reactie van Gertjan Mulder, directeur van de BOS, die mij op verzoek van zijn VPRO-collega antwoordt. Zij interpreteren de brief van de minister zo dat er geen verplichte fusie tussen (bijvoorbeeld) de BOS en de VPRO nodig is. Verder wordt mij verteld dat dit al tijdens de ledenvergadering van de BUN op 5 november is uitgelegd en dat ik dat van de vertegenwoordiger van het BUN-lid waarmee ik me verbonden voel, had kunnen horen.
Mijn antwoord daarop:
Verstuurd 25 november 2011
Beste Gertjan
Dank voor je reactie, die was vriendelijker dan ik had durven hopen.
Zoals je aan de adressering kan zien, val ik de VPRO niet verder lastig. Maar goed, Lennart had (in het aan hem toegeschreven citaat in www.nu.nl) de missie van het boeddhisme - want van de BOS - in mijn ogen afgeserveerd en daar moest iets van gezegd worden, dat is nu gebeurd. Dat hij verder de BUN afserveerde, is mijn probleem niet, daar hebben vast anderen iets van gezegd.
Wel stuur ik een CC naar een vertegenwoordiger van de stichting SIM
In mijn mail stelde ik, verwijzend naar mijn blog, twee thema’s aan de orde:
de eis dat het aantal omroepen moet worden teruggebracht tot acht, en dus niet acht plus de 2.42 omroepen. Ik ben het dus niet met jullie interpretatie eens dat fusie niet onvermijdelijk is. Dat de ALV jullie interpretatatie deelde, zegt niet zoveel. Ik denk dat zeer weinigen daar de brief van de minister (het kabinet) hebben gelezen en het Kamerdebat daarover eind juni hebben gevolgd, zoals ik. Hoe zou zonder die fusie de ingeboekte bezuiniging, met name aan overheadkosten, ooit worden gehaald? Wie er gelijk heeft wordt vast het komende halfjaar wel duidelijk.
De eis van de minister van een onafhankelijke programmaraad. Ik heb daarbij twee stellingen:
a. Die eis is reeds nu ingegaan, de minister spreeks immers over een overgangsmaatregel totdat de nieuwe wetgeving is gerealiseerd.
b. De huidige PAR is een goed begin maar voldoet niet geheel aan die eis, daarvoor heb ik vier aanvullingen voorgesteld (zie hieronder). Of ik daarin gelijk heb moet het CvdM maar zeggen, immers, zo schrijft de minister: "... Het is aan de betrokken partijen om in samenspraak met het Commissariaat voor de Media aan deze verplichting invulling te geven. "
Als toetje van deze mail nog een puntje dat als het een boek was, de titel kreeg van "Wat gebeurde er met de bruidschat van de 2.42-omroepen?"
32 827 Toekomst mediabeleid
Nr. 14 MOTIE VAN HET LID VOORDEWIND
Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 27 juni 2011
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
Constaterende, dat het kabinet een bezuiniging doorvoert op 2.42-omroepen;
van mening, dat het onwenselijk is dat het bezuinigde geld ten goede komt aan alle omroepverenigingen;
verzoekt de regering om het geld van de bezuiniging op 2.42-omroepen te koppelen aan 2.42-fusieomroepen en niet over alle omroepen te verdelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Voordewind
Onze Joël spreekt van fusieomroepen, wat dom van hem, of zou ik dan toch gelijk hebben? Want de VPRO zelf is geen fusieomroep
De motie is op 30 juni aangehouden, terwijl de minister er positief over was. Ik heb niets gelezen over de reden daarvoor. Mijn duiding: VVD en vooral PVV waren er mordicus tegen. Hoe lang zal dit ´aanhouden´ duren?
Vriendelijke groet
Joop
Bijlage
Voorgestelde aanvullingen op artikel 16 van de BOS-Statuten
A. De onderwerpen waarover het BOS-bestuur verplicht advies moet vragen, moeten worden benoemd (zo is de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 niet ter advisering aan de PAR voorgelegd).
De PAR in de functie van onafhankelijke programmaraad zal moeten kunnen bewaken dat de omroep zich wat betreft de BOS-uren aan zendtijd beperkt tot de specifiek levensbeschouwelijke (in ons geval dus boeddhistische) taken, zoals het kabinet voorschijft op pag 18 van de brief van de minister.
B. Verder moet worden geregeld op welke wijze het bestuur met de adviezen omgaat: schriftelijk en beargumenteerd.
C. Ook moet de invloed van de "leden van het uitvoerend bestuur " (lees: de directeur) in de PAR aan banden worden gelegd. Dit om de eis van de minister van onafhankelijkheid te waarborgen.
D. Tenslotte moet geregeld worden op welke wijze (met trots gemeld op pag. 4 in de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 aan het Commissariaat voor de Media maar verder altijd ongenoemd gelaten gehouden) ongeorganiseerde boeddhisten tot de PAR kunnen toetreden. Ik citeer: "...Deze participatieraad staat ook open voor niet-BUN aangesloten boeddhistische centra en bovendien kunnen niet-georganiseerde individuen op uitnodiging zitting nemen in dit adviserende orgaan ."
Posts tonen met het label BOS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label BOS. Alle posts tonen
vrijdag 2 december 2011
vrijdag 18 november 2011
Een uit boeddhisten bestaande programmaraad voor de BOS als imprint van de VPRO
De afgelopen week konden we berichten lezen van de samenwerking tussen de BOS en de VPRO, die – volgens de wens van de minister - bedoeld moet zijn uit te monden in een fusie, of beter gezegd: overname.
Een beetje vreemd daarbij is de opmerking van VPRO-directeur Lennart van der Meulen in www.nu.nl van 14 november: ''We vinden de missie van de BOS te ver weg staan van de VPRO. Het gaat ons een stap te ver om vertegenwoordigers van de Boeddhistische Unie Nederland op te nemen in het VPRO-bestuur.''
Hoe dan ‘de missie van de BOS’, of liever gezegd: de Dharma herkenbaar in de programma’s, gegarandeerd gaat worden, is mij onduidelijk. Reden voor mij daarover – op persoonlijke titel - een brief te schrijven aan de instantie die daarover gaat: het Commissariaat voor de Media.
Hierbij een afschrift.
Amersfoort, 17 november 2011
Geachte dames en heren van het Commissariaat
Deze brief schrijf ik, zoals meer brieven in het verleden aan u, op persoonlijke titel als betrokken boeddhist.
De vraag die ik u hierbij wil stellen is: voldoet de Participatieraad van de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) op dit moment - van samenwerking die vermoedelijk overgaat in fusie met de VPRO - aan de eisen die daaraan gesteld moeten worden als ´onafhankelijke programmaraad´ ?
Een eventuele vervolgvraag is hoe en wanneer het het juiste moment is deze eisen op te leggen?
ToelichtingIn haar brief `Uitwerking regeerakkoord onderdeel media´ van juni 2011 schijft minister Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart op pagina 19:
Het kabinet treft voor de 2.42-omroepen de volgende overgangsregeling. De genootschappen brengen in de huidige erkenningsperiode (2010-2016) hun omroepactiviteiten onder bij een aanverwante omroepvereniging. Voor degene die
geen natuurlijke partner hebben, geldt dat aansluiting bij de NTR verplicht is. Dit betekent dat de omroepactiviteiten opgenomen worden in de organisatie van de omroep of de NTR. De genootschappen houden hun redactionele onafhankelijkheid. Deze kan bijvoorbeeld geborgd worden door een onafhankelijke programmaraad en een redactiestatuut. Het is aan de betrokken partijen om in samenspraak met het Commissariaat voor de Media aan deze verplichting invulling te geven. (vet door mij aangebracht, J.R.)
Hieruit begrijp ik dat reeds nu, bij de huidige vorm van samenwerking tussen BOS en VPRO er zo´n programmaraad dient te zijn die aan uw eisen dient te voldoen. De BUN, het (kerk)genootschap in de zin van art 2.42 Mediawet is geen partij in deze samenwerking, zo lijkt het.
Naar mijn mening voldoet de huidige Participatieraad (PAR) nog niet aan deze eisen.
Hieronder mijn suggesties, uitgaand van het (nog) bestaan van de BOS als rechtspersoon.
In de Statuten van de BOS staat hierover:
Participatie Raad.
Artikel 16.
1. Er is een Participatie Raad. De functie van de Participatie Raad is om, ten behoeve van het directe contact met de stichting, een platform te vormen voor alle boeddhisten in Nederland. De Participatie Raad streeft ernaar een afspiegeling te zijn van de variëteit van de Boeddhistische stromingen en tradities in Nederland.
2. De Participatie Raad adviseert het bestuur gevraagd en ongevraagd.
3. De Participatie Raad heeft tenminste tien en ten hoogste vijfentwintig leden.
4. De Participatie Raad bestaat uit representanten van Boeddhistische stromingen en tradities in Nederland. Deze personen dienen aan de volgende criteria te voldoen: onderschrijving van deze statuten; representatief zijn voor hun stroming/traditie, goed contact hebben met hun stroming/traditie en bereid zijn om dit contact tweezijdig actief vorm te geven; kennis van zaken hebben betreffende hun eigen stroming/traditie.
5. De leden van de Participatie Raad worden, rekeninghoudend met de in dit artikel genoemde criteria, benoemd en ontslagen door de Participatie Raad.
6. De leden van het uitvoerend bestuur zijn aanwezig bij de vergaderingen van de Participatie Raad.
Deze regels dienen te worden aangescherpt, ze zijn in de praktijk veel te vrijblijvend.
A. De onderwerpen waarover het BOS-bestuur verplicht advies moet vragen, moeten worden benoemd (zo is de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 niet ter advisering aan de PAR voorgelegd).
De PAR in de functie van onafhankelijke programmaraad zal moeten kunnen bewaken dat de omroep zich wat betreft de BOS-uren aan zendtijd beperkt tot de specifiek levensbeschouwelijke (in ons geval dus boeddhistische) taken, zoals het kabinet voorschijft op pag 18 van de brief van de minister.
B. Verder moet worden geregeld op welke wijze het bestuur met de adviezen omgaat: schriftelijk en beargumenteerd.
C. Ook moet de invloed van de “leden van het uitvoerend bestuur “ (lees: de directeur) in de PAR aan banden worden gelegd.
D. Tenslotte moet geregeld worden op welke wijze (met trots gemeld op pag. 4 in de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 aan het Commissariaat voor de Media maar verder altijd ongenoemd gelaten gehouden) ongeorganiseerde boeddhisten tot de PAR kunnen toetreden. Ik citeer: “...Deze participatieraad staat ook open voor niet-BUN aangesloten boeddhistische centra en bovendien kunnen niet-georganiseerde individuen op uitnodiging zitting nemen in dit adviserende orgaan."
Graag uw mening over deze suggesties
Hoogachtend,
J.W. Romeijn
... (adres)
PS
Ter informatie stuur ik de antwoorden die ik van het ministerie heb gekregen op een tweetal vragen van mij; het antwoord op m'n eerste vraag is eigenlijk een beetje genant; het antwoord op de tweede vraag begrijp ik niet omdat de minister in haar brief aan de Kamer spreekt over een 'overgangsregeling' die dus nu reeds zou moeten gelden.
Uw vragen over Kamerbrief media - kenmerk 329230
Dienstposbus Burgervragen 3-10-2011
Geachte heer Romeijn,
In uw e-mail van 8 september jongstleden, gericht aan de directie Media, geeft u aan dat u in verwarring bent gebracht door een bepaalde passage in de Kamerbrief 'Uitwerking regeerakkoord onderdeel media'. Daarin leest u dat (kerkelijke) genootschappen zelfstandig blijven, maar dat ze wel overeenkomsten met één van de acht toekomstige omroepen moeten sluiten. U vraagt of u deze passage daarmee mee goed hebt geinterpreteerd, want het gaat volgens u niet om een (kerk)genootschap, maar om de door zo'n genootschap gestichte omroep die ondergebracht moet worden.
Daarnaast wilt u weten of de directie van een 2.42-omroep danwel het bestuur van het genootschap in de toekomst de onafhankelijke programmaraad mag invullen.
Om met uw eerste vraag te beginnen; u hebt gelijk. Ik kan mij uw verwarring voorstellen, want de bewuste passage is enigszins ongelukkig geformuleerd. U hebt het dus goed gecorrigeerd, het gaat om de omroepactiviteiten, niet het genootschap zelf..
Uw tweede vraag kan ik helaas nog niet beantwoorden. Op dit moment is de directie Media de Kamerbrief aan het uitwerken in een wetsvoorstel. Die bevat de praktische uitwerking van de grote lijnen in de mediabrief. Het wetsvoorstel zal naar verwachting rond het zomerreces van 2012 naar de Tweede Kamer gestuurd worden. Tegen die tijd zal er dus ook meer duidelijkheid zijn over de invulling van de programmaraden.
Ik hoop dat ik u hiermee voldoende geïnformeerd heb.
Met vriendelijke groet,
Rivka Staudt
afdeling Bestuur en Burger
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Een beetje vreemd daarbij is de opmerking van VPRO-directeur Lennart van der Meulen in www.nu.nl van 14 november: ''We vinden de missie van de BOS te ver weg staan van de VPRO. Het gaat ons een stap te ver om vertegenwoordigers van de Boeddhistische Unie Nederland op te nemen in het VPRO-bestuur.''
Hoe dan ‘de missie van de BOS’, of liever gezegd: de Dharma herkenbaar in de programma’s, gegarandeerd gaat worden, is mij onduidelijk. Reden voor mij daarover – op persoonlijke titel - een brief te schrijven aan de instantie die daarover gaat: het Commissariaat voor de Media.
Hierbij een afschrift.
Amersfoort, 17 november 2011
Geachte dames en heren van het Commissariaat
Deze brief schrijf ik, zoals meer brieven in het verleden aan u, op persoonlijke titel als betrokken boeddhist.
De vraag die ik u hierbij wil stellen is: voldoet de Participatieraad van de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) op dit moment - van samenwerking die vermoedelijk overgaat in fusie met de VPRO - aan de eisen die daaraan gesteld moeten worden als ´onafhankelijke programmaraad´ ?
Een eventuele vervolgvraag is hoe en wanneer het het juiste moment is deze eisen op te leggen?
ToelichtingIn haar brief `Uitwerking regeerakkoord onderdeel media´ van juni 2011 schijft minister Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart op pagina 19:
Het kabinet treft voor de 2.42-omroepen de volgende overgangsregeling. De genootschappen brengen in de huidige erkenningsperiode (2010-2016) hun omroepactiviteiten onder bij een aanverwante omroepvereniging. Voor degene die
geen natuurlijke partner hebben, geldt dat aansluiting bij de NTR verplicht is. Dit betekent dat de omroepactiviteiten opgenomen worden in de organisatie van de omroep of de NTR. De genootschappen houden hun redactionele onafhankelijkheid. Deze kan bijvoorbeeld geborgd worden door een onafhankelijke programmaraad en een redactiestatuut. Het is aan de betrokken partijen om in samenspraak met het Commissariaat voor de Media aan deze verplichting invulling te geven. (vet door mij aangebracht, J.R.)
Hieruit begrijp ik dat reeds nu, bij de huidige vorm van samenwerking tussen BOS en VPRO er zo´n programmaraad dient te zijn die aan uw eisen dient te voldoen. De BUN, het (kerk)genootschap in de zin van art 2.42 Mediawet is geen partij in deze samenwerking, zo lijkt het.
Naar mijn mening voldoet de huidige Participatieraad (PAR) nog niet aan deze eisen.
Hieronder mijn suggesties, uitgaand van het (nog) bestaan van de BOS als rechtspersoon.
In de Statuten van de BOS staat hierover:
Participatie Raad.
Artikel 16.
1. Er is een Participatie Raad. De functie van de Participatie Raad is om, ten behoeve van het directe contact met de stichting, een platform te vormen voor alle boeddhisten in Nederland. De Participatie Raad streeft ernaar een afspiegeling te zijn van de variëteit van de Boeddhistische stromingen en tradities in Nederland.
2. De Participatie Raad adviseert het bestuur gevraagd en ongevraagd.
3. De Participatie Raad heeft tenminste tien en ten hoogste vijfentwintig leden.
4. De Participatie Raad bestaat uit representanten van Boeddhistische stromingen en tradities in Nederland. Deze personen dienen aan de volgende criteria te voldoen: onderschrijving van deze statuten; representatief zijn voor hun stroming/traditie, goed contact hebben met hun stroming/traditie en bereid zijn om dit contact tweezijdig actief vorm te geven; kennis van zaken hebben betreffende hun eigen stroming/traditie.
5. De leden van de Participatie Raad worden, rekeninghoudend met de in dit artikel genoemde criteria, benoemd en ontslagen door de Participatie Raad.
6. De leden van het uitvoerend bestuur zijn aanwezig bij de vergaderingen van de Participatie Raad.
Deze regels dienen te worden aangescherpt, ze zijn in de praktijk veel te vrijblijvend.
A. De onderwerpen waarover het BOS-bestuur verplicht advies moet vragen, moeten worden benoemd (zo is de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 niet ter advisering aan de PAR voorgelegd).
De PAR in de functie van onafhankelijke programmaraad zal moeten kunnen bewaken dat de omroep zich wat betreft de BOS-uren aan zendtijd beperkt tot de specifiek levensbeschouwelijke (in ons geval dus boeddhistische) taken, zoals het kabinet voorschijft op pag 18 van de brief van de minister.
B. Verder moet worden geregeld op welke wijze het bestuur met de adviezen omgaat: schriftelijk en beargumenteerd.
C. Ook moet de invloed van de “leden van het uitvoerend bestuur “ (lees: de directeur) in de PAR aan banden worden gelegd.
D. Tenslotte moet geregeld worden op welke wijze (met trots gemeld op pag. 4 in de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 aan het Commissariaat voor de Media maar verder altijd ongenoemd gelaten gehouden) ongeorganiseerde boeddhisten tot de PAR kunnen toetreden. Ik citeer: “...Deze participatieraad staat ook open voor niet-BUN aangesloten boeddhistische centra en bovendien kunnen niet-georganiseerde individuen op uitnodiging zitting nemen in dit adviserende orgaan."
Graag uw mening over deze suggesties
Hoogachtend,
J.W. Romeijn
... (adres)
PS
Ter informatie stuur ik de antwoorden die ik van het ministerie heb gekregen op een tweetal vragen van mij; het antwoord op m'n eerste vraag is eigenlijk een beetje genant; het antwoord op de tweede vraag begrijp ik niet omdat de minister in haar brief aan de Kamer spreekt over een 'overgangsregeling' die dus nu reeds zou moeten gelden.
Uw vragen over Kamerbrief media - kenmerk 329230
Dienstposbus Burgervragen 3-10-2011
Geachte heer Romeijn,
In uw e-mail van 8 september jongstleden, gericht aan de directie Media, geeft u aan dat u in verwarring bent gebracht door een bepaalde passage in de Kamerbrief 'Uitwerking regeerakkoord onderdeel media'. Daarin leest u dat (kerkelijke) genootschappen zelfstandig blijven, maar dat ze wel overeenkomsten met één van de acht toekomstige omroepen moeten sluiten. U vraagt of u deze passage daarmee mee goed hebt geinterpreteerd, want het gaat volgens u niet om een (kerk)genootschap, maar om de door zo'n genootschap gestichte omroep die ondergebracht moet worden.
Daarnaast wilt u weten of de directie van een 2.42-omroep danwel het bestuur van het genootschap in de toekomst de onafhankelijke programmaraad mag invullen.
Om met uw eerste vraag te beginnen; u hebt gelijk. Ik kan mij uw verwarring voorstellen, want de bewuste passage is enigszins ongelukkig geformuleerd. U hebt het dus goed gecorrigeerd, het gaat om de omroepactiviteiten, niet het genootschap zelf..
Uw tweede vraag kan ik helaas nog niet beantwoorden. Op dit moment is de directie Media de Kamerbrief aan het uitwerken in een wetsvoorstel. Die bevat de praktische uitwerking van de grote lijnen in de mediabrief. Het wetsvoorstel zal naar verwachting rond het zomerreces van 2012 naar de Tweede Kamer gestuurd worden. Tegen die tijd zal er dus ook meer duidelijkheid zijn over de invulling van de programmaraden.
Ik hoop dat ik u hiermee voldoende geïnformeerd heb.
Met vriendelijke groet,
Rivka Staudt
afdeling Bestuur en Burger
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Labels:
boeddhisme in Nederland,
BOS,
brieven,
televisieprogramma's
woensdag 2 november 2011
Monsterverbond
Vooraf
Toen ik een paar weken geleden dit blog weer activeerde heb ik ook wat oude teksten (artikelen en brieven) – van datum van schrijven ervan voorzien – opgenomen. Dat was een klein deel van wat ik geschreven had; het meeste was gedateerd en dus oninteressant geworden.
De kans bestaat dat onderstaand stuk dat over een half jaar ook is; so be it. De reden dat ik het toch ‘publiceer’ is dat er volstrekt geen boeddhistische journalistiek bestaat, slechts heel af en toe, hap en snap, besteden dag- en weekbladen aandacht aan ontwikkelingen in het georganiseerde boeddhisme, en ‘boeddhistische media’zoals BOS en het tijdschrift ‘Boeddha Magazine’ (voorheen ‘Vorm en Leegte’) al helemaal niet. Iemand moet het doen, want openbaarheid is nuttig. En zelf zulke stukken op hun website zetten is bij georganiseerde boeddhisten ook ongebruikelijk.
In de ledenvergadering van de BUN van juni 2011 ging het er heet aan toe. Een voorstel van het bestuur, de relatie met de BOS (Boeddhistische Omroep Stichting) en BZI (Boeddhistische Zendende Instantie, die over geestelijk verzorgers gaat) te herzien, riep heftige weerstand op.
Als oplossing voor het verrezen conflict werd gekozen voor het instellen van een werkgroep.
De voorzitter van de BUN vond het zijn plicht niet te wachten op het resultaat van deze werkgroep, ook gezien de wijze waarop deze geformeerd was (de meeste leden hadden belangen). Hij informeerde het ministerie van Veiligheid en Justitie (die met de BZI te maken heeft) en het Commissariaat van de Media (die toezicht op de BOS houdt) over de ontwikkelingen.
Gevolg was dat er afzettingsprocedure tegen hem gestart werd, de voorzitter trad zelf af en gaf naar aanleiding daarvan een ‘persbericht’ uit (zie www.boeddhistischeomroep.nl/uitzending.aspx?lIntEntityId=1449&lIntType=1&lIntYear=2011 )
De werkgroep heeft eind oktober 2011 een rapport uitgebracht, waarvan ik hieronder een belangrijk deel publiceer. Het rapport wordt zaterdag 5 november tijdens een ledenvergaderingn van de BUN besproken.
Een waarschuwing voor de lezer: in deze rapportage wordt gesproken over “het monsterverbond tussen een aantal ongebonden boeddhisten en enkele sangha’s en de rampzalige gevolgen van hun optreden”
Het zou wel eens kunnen dat de schrijvers mij als één van die monsters beschouwen.
Ik beperk me tot het kommentaar dat het (Nederlandse) boeddhisme niet met oppositie om kan gaan.
Geruststellend is de aanbeveling t.a.v. BUN-bestuursleden “Kies geen mensen in het bestuur die activistisch, gedreven en bevlogen zijn” Ik denk dat de Boeddha niet door de ballotage gekomen zou zijn, en de Dalai Lama of Thich Nhat Hanh ook niet.
Nog eens voor de duidelijkheid: het onderstaande is een citaat.
6.1 Verslag en aanbevelingen interviewgroep
De onafhankelijke leden van de werkgroep Lotusbloem hebben een aantal interviews gehouden met de bedoeling om de spanningen in de BUN te onderzoeken en om mogelijke oplossingsrichtingen te bespreken. Deze hebben plaats gevonden in de maanden juni – september 2011. Ze zijn gehouden door Jan Willem Houthof, Aad Verboom, Matthijs Schouten en Marijke Vulink. Omdat Bert Koopmanschap nog slechts kandidaat bestuurslid was en de capaciteit (ivm vakanties ea) anders onvoldoende zou zijn, is in overleg met de voorzitters van de BUN, BOS en BZI besloten dat hij als voldoende onafhankelijk kan worden beschouwd en derhalve tot dit viertal is toegetreden.
In eerste instantie is ervoor gekozen 9 personen te interviewen. De keuze voor deze personen is gemaakt op grond van hun betrokkenheid recent of in het verleden bij het besturen van BUN en/of BZI en/of BOS Acht van de negen personen zijn geinterviewd. Richard de Jong reageerde tot twee maal toe niet op een uitnodiging en daarna heeft hij zich teruggetrokken als voorzitter. De personen die wel geïnterviewd zijn, zijn Gertjan Mulder (directeur BOS), Andre Kalden (waarnemend voorzitter BUN), Artho Jansen (voorzitter BZI), Varamitra (directeur BZI), Rinus Laban (secretaris BUN), Michel Dingarten (bestuursvoorzitter BOS), Wanda Sluyter en Francisca Boel (voormalig voorzitter BUN). Er is in de werkgroep gesproken over een uitbreiding van het aantal interviews na de 1e ronde, maar binnen het gegeven tijdsbestek bleek dat niet mogelijk. Het lag in de bedoeling van de werkgroep om ook schriftelijke informatie bij de analyse te betrekken. Binnen het gegeven tijdsbestek is dat beperkt gebleven tot het inzien van stukken die door de geinterviewden tijdens het interview getoond werden. In het onderstaande vindt u op hoofdlijnen een overzicht van de informatie uit deze interviews. Om de vertrouwelijkheid van de gesprekken te waarborgen is deze informatie thematisch geordend en vindt er geen verwijzing naar specifieke interviews plaats. Het eerste deel is vooral een beschrijving van de situatie in de zomer van 2011. De delen daarna gaan in op de in het kopje genoemde onderwerpen. Zonder volledig te willen zijn, zijn de verschillende visies die de werkgroep tegenkwam bij deze onderwerpen benoemd en naast elkaar gezet Getracht is om een onderscheid te maken tussen feiten en ervaringen zoals deze uit de interviews naar voren kwamen en aanbevelingen. Deze aanbevelingen worden vervolgens in een apart afsluitend hoofdstuk geresumeerd. Met name deze aanbevelingen zijn vervolgens besproken met de (vice)voorzitters van de 3 organisaties.
De 5 thema’s
Thema 1: De algemene ledenvergadering van 11 juni 2011.
Dit verslag begint met een schets van de situatie die we aantroffen tijdens de ALV van 11 juni jl. Tijdens die ALV is onze commissie ingesteld. Derhalve is dat het startpunt van ons onderzoek. Hoe was m.a.w. de situatie ten tijde van de ALV en wat is daaraan vooraf gegaan?
Na de verkiezing van Richard de Jong als voorzitter van het BUN bestuur heeft hij, meestal samen met de secretaris , diverse gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van BOS en BZI en later met vertegenwoordigers van het Ministerie van Justitie, en het Commissariaat van de Media. Deze gesprekken zijn niet gevoerd op basis van een besluit van de ALV. Ook was ALV hierover niet geïnformeerd. Deze gesprekken zijn daarbij niet vooraf inhoudelijk afgestemd met de BOS. De angst dat die gesprekken schade toegebracht hadden aan (de geloofwaardigheid en het vertrouwen in) BOS en BZI was aanwezig bij een deel van de ALV in juni 2011 en is in de brief aan de ALV door BOS en BZI nadrukkelijk beschreven. Daarnaast heeft het BUN-bestuur voorstellen gedaan aan BOS en BZI waarin de facto werd voorgesteld om de beide stichtingen in hun huidige vorm op te heffen.
Tijdens die ALV verzorgde de voorzitter een presentatie over zijn beleid ten aanzien van BUN, BOS en BZI.
Een ander deel van de leden van de ALV had tijdens de juni vergadering de indruk dat er door BOS en BZI in het verleden onvoldoende openheid was gegeven over hun handelen en dat het noodzakelijk was dat hiertegen actie werd ondernomen, zodat deze informatie bekend zou worden binnen de BUN. Deze wens werd mede ingegeven omdat het al jaren rommelt tussen de diverse BUN-besturen en de BOS.
Er werd daarom besloten niet te stemmen over de voorstellen (zie notulen ALV 11 juni 2011). Unaniemwerd door de ALV besloten tot het instellen van een commissie, waarbij ook vertegenwoordigers van BOS en BZI zouden worden opgenomen. Het BUN bestuur steunde de instelling van een onderzoekscommissie en liet zich daarin vertegenwoordigen door kandidaat bestuurslid Bert Koopmanschap. Expliciet is niet gekozen voor een commissie met externen vanuit de overweging dat een volstrekt onafhankelijke commissie niet samen te stellen zou zijn.
De commissie heeft vervolgens in haar eerste overleg de opdracht uitgewerkt en besloten dat de onafhankelijke leden (dus zonder de vertegenwoordigers van BOS en BZI) de interviewcommissie zouden vormen. Er werd door de volledige commissie besloten dat daartoe ook het kandidaat bestuurslid in het BUN bestuur deel zou nemen.
Thema 2: Verhouding BUN – BOS - BZI
Thema 2 gaat over de oprichting van BOS en BZI vanuit de BUN. Daarbij doet zich het probleem voor dat vanuit een pure vrijwilligersorganisatie als de BUN, met niet betaalde bestuursleden, die veelal dit werk in hun vrije tijd doen,een organisatie voortspruit, waarin betaalde krachten werken, die veelal niet alleen meer tijd hebben, maar ook makkelijker toegang hebben tot informatiebronnen. Dat geeft de nodige wrijvingen tussen de niet-professionele moeder en de professionele en deskundige dochters. Je zou hier ook al aanbevelingen kunnen doen: Enerzijds dient moeder te voorkomen dat ze een leidende rol claimt jegens de dochters, want dat geeft alleen maar irritatie bij de dochters. Anderzijds dienen de dochters respect te tonen naar de moeder en moeder te informeren en consulteren. Daar de moeder een veelal aanzienlijke informatieachterstand heeft t.o.v. de dochters en het door de dochters bestreken veld maar zeer beperkt kan overzien, staat het de dochters overigens zonder meer vrij gemotiveerd van adviezen van de moeder af te wijken. In wezen is het een ragfijn spel, waarin moeder de dochters de ruimte moet geven voor een eigen beleid, en de dochters vanuit respect de moeder informeren en consulteren.
Een thema dat regelmatig terugkwam in de gesprekken was de oprichting van BOS en BZI en de aard van de samenwerking met de BUN.
Zowel de BOS als de BZI zijn ontstaan vanuit de BUN. De andere aard van deze organisaties, nl een ander wettelijke kader en financiering, leidde tot lastige situaties bv tot uiting komend in het ontbreken van ondersteuning van de BUN bestuurders t.o.v. betaalde ondersteuning van de BOS bestuurders.
Vanuit de BOS werd door sommigen in de eerste jaren na de oprichting eenzelfde probleem ervaren nl dat zij een vorm moest vinden voor het andere wettelijk kader dan de BUN met daarbij behorende eisen. Er werd daarom voortvarend gewerkt aan een professionele organisatie met een eigen toezichthouder en een eigen organisatie van de achterban (PAR). Een deel van de ALV ervaarde dat als dat de BOS zich los maakte van de BUN. Zowel van het toezicht van het bestuur als van de ALV. Personen binnen de BOS geven aan dat zij expliciet het contact met de BUN gezocht hebben en daar onvoldoende gehoor kregen.
Eén van de onderwerpen, waarbij het verschil tussen professionele en vrijwillige medewerkers zichtbaar werd, was toen de BOS geconfronteerd werd met acties van de individuele boeddhisten. De BOS vroeg dwingend om steun van het bestuur van de BUN. Ze vroeg om actie van bestuur en ALV van de BUN om deze acties te stoppen. Een situatie waar het BUN bestuur ook last van had en zich niet tegen opgewassen voelde. Over een wijze van aanpak en hoe die eruit zou kunnen zien, is echter nauwelijks gesproken.
Bij het bestuur van de BZI is er verbazing over de aanvankelijke desinteresse voor het werk van de BZI vanuit bestuur en ALV. Anders dan bij de BOS kwam het initiatief voor het aanstellen van Boeddhistisch Geestelijk verzorgers niet van de BUN maar van het Ministerie van Justitie (D.I.) Al vrij snel na de oprichting van een apart bestuur voor de BZI (een verplichting van het ministerie), is met het toenmalige bestuur afgesproken dat het BUN-bestuur tegelijk met de ALV-vergadering zou worden geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de BZI. Feit is dat er verschillende visies zijn over verkregen informatie en in hoeverre die verstrekt is.
Het bestuur van de BUN drong er bij BOS op aan de afgesproken informatieverplichting door beide organisatie na te komen. Er bestaat verschil van mening over in hoeverre dit tot stand gekomen is. Deze situatie versterkte bij de opvolgende besturen van de BUN de twijfels over het functioneren van BOS en BZI t.a.v. de financiële en organisatorische gang van zaken. Specifiek voor de BZI kwam daarbij dat door het bestuur van de BZI initiatieven werden genomen tot het opzetten van een opleiding tot boeddhistisch verzorgen zonder dat het BUN bestuur hierin werd gekend.
Thema 3: Negativiteit
Thema 3 gaat over de negativiteit vanuit de BUN-achterban naar de bestuurders van BUN, BOS en BZI. Het gaat om het monsterverbond tussen een aantal ongebonden boeddhisten en enkele sangha’s en de rampzalige gevolgen van hun optreden. Natuurlijk mag kritiek geuit worden, maar de manier waarop dat is gebeurd ging alle perken te buiten (zoals het bestoken van bestuursleden met mail en telefoon), is zeer schadelijk geweest, heeft vele goedwillende bestuursleden het leven vergald en een effectief bestuur onmogelijk gemaakt. Wat dit betreft kunnen we niet duidelijk genoeg zijn. Er moet gewerkt kunnen worden vanuit positiviteit, en niet vanuit negativiteit.
De negativiteit moet stoppen. Een belangrijke manier waarop het stoppen van de negativiteit gerealiseerd kan worden, is door meer bestuurlijke kracht te tonen: dat zullen de besturen gezamenlijk moeten doen, zonder dat er een wig gevormd wordt door eenlingen, zoals dat in de afgelopen periode is gebeurd. Gezamenlijk moet worden uitgestraald dat de meerderheid van de ALV beslist. Iedereen die zich daar niet aan conformeert diskwalificeert zich om mee te doen aan de besluitvorming. Hierbij dient nog een belangrijk onderscheid gemaakt te worden tussen leden en niet-leden. Leden maken onderdeel uit van het beslissingsproces, niet-leden kunnen alleen informatie krijgen en aan hen dient verder niet onevenredig veel tijd besteed te worden.
Door de betrokken sangha’s en een aantal ongebonden boeddhisten werd steeds beweerd dat het ging om het zuiver boeddhistisch handelen van zowel BOS, BZI en BUN bestuurders. Dat werd door betrokkenen in twijfel getrokken c.q. betwist. Twijfels werden geuit over integriteit.
In sommige interviews werd geopperd dat er een relatie was tussen deze groep en ex voorzitter Richard.
Thema 4: BUN-bestuur
De BUN is een vereniging met sangha’s als leden. Een vereniging dient de belangen van haar leden te behartigen. Dat is de kerntaak van de BUN.
De overheid merkt de BUN aan als de vertegenwoordiger van het boeddhisme, een van de religieuze hoofdstromingen, in Nederland. Het grote aantal aangesloten sangha’s die met elkaar het brede scala aan boeddhistische stromingen vertegenwoordigen, rechtvaardigt dat. Aan ieder van de vertegenwoordigers van de hoofdstromingen, en dus ook aan de BUN, kent de overheid rechten toe. De BUN heeft de uitvoering van die rechten gedelegeerd aan BOS en BZI. Omdat de financiële middelen door de overheid verstrekt worden, dienen BOS en BZI over de besteding van die middelen verantwoording af te leggen aan die overheid.
Anders dan in Duitsland verstrekt de overheid geen gelden aan de moederorganisatie zelf. De BUN heeft dan ook nauwelijks financiële middelen. De BUN is dus enerzijds de peiler waarop BOS en BZI drijven, anderzijds een pure vrijwilligersorganisatie die gezien de minimale financiële middelen geen invulling kan geven aan een leidende rol. Het gebrek aan inzicht in c.q. erkenning van deze situatie en de gevolgen die de verschillen hebben voor activiteiten en verantwoordelijkheden en dus voor onderlinge samenwerking leidt tot talloze complicaties en spanningen. De spanningen ontstaan, omdat de rolverdeling niet duidelijk is en er dientengevolge geen goede afspraken gemaakt zijn tussen BUN en BOS en BUN en BZI.
Zo heeft de overheid op grond van wetgeving de BUN vanuit haar hoedanigheid als vertegenwoordigende koepelorganisatie een positie als zendgemachtigde gegeven. De overheid stelt de BUN daarbij verantwoordelijk voor de delegatie van de operationalisering van die rechten zoals in de wet bedoeld. Het is dus vanuit die door de overheid gegeven positie dat de BUN een eindverantwoordelijkheid draagt m.b.t. de uitvoer van de delegatie-overeenkomst, zowel richting haar achterban (die het ontvangen van die rechten legitimeert) als richting maatschappij (die deze rechten geeft en financiert). Simpelweg stellen dat deze eindverantwoordelijkheid met een delegatie overgedragen is, en dus geheel bij de BOS ligt, is onjuist. Waarover in de loop der tijd discussie is ontstaan tussen BOS en BUN-bestuur is of, en zo ja in welke mate, de BUN als vereniging(eind)verantwoordelijk is voor het feit dat de producten van de BOS binnen het wettelijk kader vallen, en in welke mate het BUN-bestuur (eind)verantwoordelijkheid draagt op operationeel gebied en hoe daar invulling aan te geven. Maar als het om verantwoordelijkheden gaat, dient de BUN te onderkennen, dat zij geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen voor de wijze waarop BOS (en BZI) de aan hen gedelegeerde taken uitvoeren. En BOS (en BZI) dienen te beseffen, dat zij de BUN niet verantwoordelijk mogen houden voor zaken waar de BUN geen invloed op kan hebben, gezien haar positie of gezien het ontbreken van middelen. Zolang dat besef ontbreekt, zijn de wrijvingen legio.
Voor wat de relatie met de sangha’s betreft dient het BUN-bestuur zich te realiseren dat ze de taak heeft de belangen van haar leden te behartigen en dat ze niet de dharma tot taak heeft. De BUN dient zich te richten op het bevorderen van de samenhang tussen de sangha’s. De BUN kan een bindend element zijn tussen de sangha’s.
Het bestuur van de BUN kent al jaren een sterke wisseling van bestuursleden en vertegenwoordigers van de leden naar de ALV toe. Bijzonder is het ontstaan en faciliteren van het ontstaan van BOS en BZI. De relatie tussen deze drie organisaties kenmerkt zich al jaren door het praten over rechten en plichten. Noch het elkaar gunnen van een eigen rol noch het vormgeven van samenwerking is door de interviewgroep gesignaleerd.
4.1 Korte schets van de juridische verschillen
De BUN is een vereniging met een ALV en een bestuur, dat alleen uit vrijwilligs bestaat. Het bestuur heeft uitsluitend een statutair recht op vergoeding van de onkosten.
BOS is een stichting gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) met eigen toezichthouders en een eigen organisatie van de achterban (PAR).
De BZI is een stichting met vrijwillige bestuurders, die mensen ‘zendt’ richting het Ministerie van Justitie. Na zending vallen deze mensen voor het overgrote deel onder de verantwoordelijkheid van Justitie en houdt de BZI slechts marginaal toezicht en dan vooral vanuit een boeddhistische invalshoek. Het vrijwillige bestuur krijgt geen onkostenvergoeding. De overige bestuurskosten komen ten laste van de BUN.
Thema 5: De leden, sangha’s en persoonlijke verhoudingen
Zonder draagvlak bij de leden opereert een verenigingsbestuur in het luchtledig. De leden hebben vele wensen, maar zijn niet of onvoldoende bereid gebleken daadwerkelijk aan het werk van de BUN bij te dragen. Enerzijds leidt dit tot een grote beleidsvrijheid van het BUN-bestuur, want ze opereren per slot in een vacuüm. Anderzijds heeft dat het risico dat persoonlijke ambities een exorbitante rol gaan spelen, zonder dat tijdig wordt afgeremd. Door het gebrek aan participatie door de sangha’s is er ook een groot verloop onder de bestuursleden, want als je niet gedragen wordt, valt veelal de animo weg. Betrokkenheid van de leden bij het werk van de BUN is daarmee één van de grote opgaven voor de toekomst.
In meerdere interviews werd de sterke rol van met name de BUN voorzitters genoemd. Ook het rouleren van die BUN bestuursleden naar een functie bij BOS en BZI. Daarbij werd opgemerkt dat in het verleden het aantal actief betrokkenen bij de BUN minimaal was. Het leek daarom voor de hand te liggen en soms zelfs de enige mogelijkheid te zijn voor functies bij BOS en BZI uit dezelfde beperkte groep te kiezen. Door anderen werd ditzelfde feit negatief gewaardeerd.
Meerdere keren kreeg de interviewgroep de indruk dat het bestuurlijk spel tussen BUN, BOS en BZI persoonlijk werd gespeeld met te weinig aandacht voor de functies. Een aantal mensen voelt zich in hun functies persoonlijk beschadigd. Opvallend daarbij is dat de voormalig vrijwillig bestuurders, die een overgang hebben gemaakt naar BOS en BZI nu vanuit die nieuwe positie zich niet lijken te kunnen verplaatsen in de positie van de vrijwillige BUN bestuurders. Of in ieder geval niet tot een goede samenwerkingsrelatie kunnen komen
Binnen de interviewgroep hebben we ons afgevraagd hoe het kan dat mensen elkaar binnen een boeddhistische setting met goede bedoelingen zo kunnen kwetsen. Daarbij zagen we veel idealistische, bevlogen en gepassioneerde mensen.
Sangha´s rekenen de Dharma tot hun taak. Zij zijn voornamelijk naar binnen gericht d.w.z. niet op de maatschappij gericht. De beoefenaars op hun leraar, de leraar op zijn leerlingen. De BUN is gericht op de samenhang tussen de sangha´s en naar buiten op de maatschappelijke taken.
Als aandachtsgebieden voor de BUN zijn bijvoorbeeld te onderscheiden:
* BOS
* BZI
* Interreligieuze contacten
* Opleidingen en Scholen
* Hospice
De non participatie van leraren m.b.t. het bestaan en het functioneren van de BUN werd door enkelen als een risico gezien. Dit is één van de factoren waardoor het BUN bestuur los kan gaan functioneren van de sangha´s. Van belang is dat de ALV leden de band met de sangha’s kunnen versterken dan wel verzwakken. Borging van het contact met de sangha´s garandeert een bestuur dat namens de sangha’s opereert. Gevaar is anders dat voorzitters hun eigen koers bepalen. Een aantal voorzitters heeft geprobeerd dit contact met de sangha’s te organiseren. Wij kunnen alleen maar vaststellen dat dit niet is gelukt. Het zou aanbeveling verdienen als ook de leraren zich minder exclusief op hun eigen sangha richten, en meer verantwoording zouden nemen voor de samenhang van de diverse sangha’s en voor de ontwikkeling van het boeddhisme in Nederland als geheel.
Als BUN zijn we nog niet volgroeid. De BUN zou meer een platform kunnen zijn voor het uitwisselen van ervaringen tussen de sangha´s. Het is bijzonder dat stromingen met elkaar in contact komen. En elkaar weer ontmoeten.
In die zin worden de ervaringen van de afgelopen jaren door de commissie gezien als mogelijke groeistuipen. Die doen pijn. Geconstateerd wordt een groot verantwoordelijkheidsgevoel bij alle betrokkenen. Van daaruit werd steeds meer tijd gestoken is diverse onderwerpen, niet altijd met een positief resultaat.
Tot slot geven wij aan, en dan zijn we al flink in de richting van aanbevelingen terecht gekomen, welke competenties we zien als noodzakelijk voor BUN bestuurders:
Bestuurlijke ervaring, laat weten welke toekomstvisie je hebt, communicatieve vaardigheden, verbindend, motiverend. Evenwichtig, loyaliteit, gemotiveerd maar niet bevlogen.
Aanbevelingen
Aanbeveling 1: Selecteer bestuurders op bestuurlijke vaardigheid, loyaliteit, evenwichtigheid en communicatieve eigenschappen.
Aanbeveling 2: Kies geen mensen in het bestuur die activistisch, gedreven en bevlogen zijn. Die eigenschappen – hoe verdienstelijk op zich ook - verstoren het delicate evenwicht tussen algemeen en deelbelang, tussen bestuur en leden en tussen besturen en uitvoering.
Aanbeveling 3: Formeer een commissie van leraren aan wie periodiek vragen door BUN, BOS en BZI worden voorgelegd over actuele maatschappelijke kwesties. Die kwesties kunnen betrekking hebben op politiek en ethische onderwerpen, maar dienen met name gericht te zijn op verbetering van de onderlinge samenwerking tussen de sangha’s en op verbetering van de communicatie tussen de sangha’s en BUN, BOS en BZI.
Aanbeveling 4: De leraren zullen in hun sangha’s meer aandacht vragen voor de onderlinge samenwerking tussen de sangha’s en zullen nagaan welke sanghaleden een bijdrage zouden kunnen leveren aan bestuurs- dan wel uitvoeringstaken op landelijk niveau.
Aanbeveling 5: De leraren zullen er op toezien, dat bestuursleden de sangha op de ALV vertegenwoordigen.
Aanbeveling 6: De sangha’s zeggen hun steun toe aan het bestuur van de BUN. In geval van negatieve kritiek zal de leraar daarover met de sanghaleden in gesprek gaan. Als de leraar van oordeel is dat de kritiek een kern van waarheid lijkt te hebben zal hij/zij daarover contact opnemen met leden van het bestuur van de BUN om navraag te doen en tot een open vorm van communicatie te komen.
Aanbeveling 7: Het verdient aanbeveling afspraken te maken over de wijze van communicatie tussen de besturen van BUN, BOS en BZI. Voor welke zaken kan email worden ingezet? Wanneer verdient het aanbeveling om de telefoon te pakken? Welke kwesties verdienen een gesprek onder vier ogen? En in welke gevallen verdient het aanbeveling dat besturen met elkaar om de tafel gaan zitten?
Aanbeveling 8: Stel een communicatieplan op over de wijze van communiceren met de pers in geval van negatieve uitingen in de pers.
Aanbeveling 9: Informatie. BOS en BZI informeren het BUN-bestuur periodiek volgens een door BUN, BOS en BZI nader uit te werken schema. BOS en BZI informeren voorts de ALV over het voorgenomen beleid op de voorjaarsvergadering, en over het gevoerde beleid op de najaarsvergadering.
Aanbeveling 10: Consultatie. BOS en BZI consulteren het BUN-bestuur over voorgenomen plannen tot fusie, relevante beleidsaanpassingen en benoemingen.
Aanbeveling 11: Participatie. De voorzitter van de Participatieraad van de BOS wordt door het BUN-bestuur benoemd na consultatie van het BOS-bestuur. De leden van de Participatieraad worden door het BOS-bestuur benoemd na consultatie van het BUN-bestuur. De voorzitter van de Participatieraad heeft geen zitting in het BOS-bestuur.
Aanbeveling 12: Begrensde autonomie. De besturen van BOS en BZI zijn autonoom. Afgezien van informatie, consultatie en participatie als voornoemd bepalen zij op welke wijze hun organisaties bestuurd worden. Bij afwijking van adviezen van bestuur dan wel ALV van de BUN wordt die afwijking gemotiveerd in het jaarverslag.
Aanbeveling 13: Overigens is het hierbij van belang om een onderscheid te maken tussen negativiteit bij leden en bij niet-leden.
Het is aan het BUN-bestuur om de BUN als koepelorganisatie te besturen binnen de kaders die de ALV daarvoor aangeeft. Daarbij is het onder meer de verantwoordelijkheid van het BUN-bestuur toe te zien op de invulling van de overeenkomsten die zij met derde partijen namens de ALV sluit. Dit toezicht dient plaats te vinden op een wijze waarin de ALV zich kan herkennen.
Waarin het bestuur zich realiseert dat het streven naar het zuiver handelen en andere belangrijke uitgangspunten van het Boeddhisme in onze gezamenlijke beoefening zich per definitie niet laten vertalen naar een organisatie of de samenwerking tussen organisatie.
Toen ik een paar weken geleden dit blog weer activeerde heb ik ook wat oude teksten (artikelen en brieven) – van datum van schrijven ervan voorzien – opgenomen. Dat was een klein deel van wat ik geschreven had; het meeste was gedateerd en dus oninteressant geworden.
De kans bestaat dat onderstaand stuk dat over een half jaar ook is; so be it. De reden dat ik het toch ‘publiceer’ is dat er volstrekt geen boeddhistische journalistiek bestaat, slechts heel af en toe, hap en snap, besteden dag- en weekbladen aandacht aan ontwikkelingen in het georganiseerde boeddhisme, en ‘boeddhistische media’zoals BOS en het tijdschrift ‘Boeddha Magazine’ (voorheen ‘Vorm en Leegte’) al helemaal niet. Iemand moet het doen, want openbaarheid is nuttig. En zelf zulke stukken op hun website zetten is bij georganiseerde boeddhisten ook ongebruikelijk.
In de ledenvergadering van de BUN van juni 2011 ging het er heet aan toe. Een voorstel van het bestuur, de relatie met de BOS (Boeddhistische Omroep Stichting) en BZI (Boeddhistische Zendende Instantie, die over geestelijk verzorgers gaat) te herzien, riep heftige weerstand op.
Als oplossing voor het verrezen conflict werd gekozen voor het instellen van een werkgroep.
De voorzitter van de BUN vond het zijn plicht niet te wachten op het resultaat van deze werkgroep, ook gezien de wijze waarop deze geformeerd was (de meeste leden hadden belangen). Hij informeerde het ministerie van Veiligheid en Justitie (die met de BZI te maken heeft) en het Commissariaat van de Media (die toezicht op de BOS houdt) over de ontwikkelingen.
Gevolg was dat er afzettingsprocedure tegen hem gestart werd, de voorzitter trad zelf af en gaf naar aanleiding daarvan een ‘persbericht’ uit (zie www.boeddhistischeomroep.nl/uitzending.aspx?lIntEntityId=1449&lIntType=1&lIntYear=2011 )
De werkgroep heeft eind oktober 2011 een rapport uitgebracht, waarvan ik hieronder een belangrijk deel publiceer. Het rapport wordt zaterdag 5 november tijdens een ledenvergaderingn van de BUN besproken.
Een waarschuwing voor de lezer: in deze rapportage wordt gesproken over “het monsterverbond tussen een aantal ongebonden boeddhisten en enkele sangha’s en de rampzalige gevolgen van hun optreden”
Het zou wel eens kunnen dat de schrijvers mij als één van die monsters beschouwen.
Ik beperk me tot het kommentaar dat het (Nederlandse) boeddhisme niet met oppositie om kan gaan.
Geruststellend is de aanbeveling t.a.v. BUN-bestuursleden “Kies geen mensen in het bestuur die activistisch, gedreven en bevlogen zijn” Ik denk dat de Boeddha niet door de ballotage gekomen zou zijn, en de Dalai Lama of Thich Nhat Hanh ook niet.
Nog eens voor de duidelijkheid: het onderstaande is een citaat.
6.1 Verslag en aanbevelingen interviewgroep
De onafhankelijke leden van de werkgroep Lotusbloem hebben een aantal interviews gehouden met de bedoeling om de spanningen in de BUN te onderzoeken en om mogelijke oplossingsrichtingen te bespreken. Deze hebben plaats gevonden in de maanden juni – september 2011. Ze zijn gehouden door Jan Willem Houthof, Aad Verboom, Matthijs Schouten en Marijke Vulink. Omdat Bert Koopmanschap nog slechts kandidaat bestuurslid was en de capaciteit (ivm vakanties ea) anders onvoldoende zou zijn, is in overleg met de voorzitters van de BUN, BOS en BZI besloten dat hij als voldoende onafhankelijk kan worden beschouwd en derhalve tot dit viertal is toegetreden.
In eerste instantie is ervoor gekozen 9 personen te interviewen. De keuze voor deze personen is gemaakt op grond van hun betrokkenheid recent of in het verleden bij het besturen van BUN en/of BZI en/of BOS Acht van de negen personen zijn geinterviewd. Richard de Jong reageerde tot twee maal toe niet op een uitnodiging en daarna heeft hij zich teruggetrokken als voorzitter. De personen die wel geïnterviewd zijn, zijn Gertjan Mulder (directeur BOS), Andre Kalden (waarnemend voorzitter BUN), Artho Jansen (voorzitter BZI), Varamitra (directeur BZI), Rinus Laban (secretaris BUN), Michel Dingarten (bestuursvoorzitter BOS), Wanda Sluyter en Francisca Boel (voormalig voorzitter BUN). Er is in de werkgroep gesproken over een uitbreiding van het aantal interviews na de 1e ronde, maar binnen het gegeven tijdsbestek bleek dat niet mogelijk. Het lag in de bedoeling van de werkgroep om ook schriftelijke informatie bij de analyse te betrekken. Binnen het gegeven tijdsbestek is dat beperkt gebleven tot het inzien van stukken die door de geinterviewden tijdens het interview getoond werden. In het onderstaande vindt u op hoofdlijnen een overzicht van de informatie uit deze interviews. Om de vertrouwelijkheid van de gesprekken te waarborgen is deze informatie thematisch geordend en vindt er geen verwijzing naar specifieke interviews plaats. Het eerste deel is vooral een beschrijving van de situatie in de zomer van 2011. De delen daarna gaan in op de in het kopje genoemde onderwerpen. Zonder volledig te willen zijn, zijn de verschillende visies die de werkgroep tegenkwam bij deze onderwerpen benoemd en naast elkaar gezet Getracht is om een onderscheid te maken tussen feiten en ervaringen zoals deze uit de interviews naar voren kwamen en aanbevelingen. Deze aanbevelingen worden vervolgens in een apart afsluitend hoofdstuk geresumeerd. Met name deze aanbevelingen zijn vervolgens besproken met de (vice)voorzitters van de 3 organisaties.
De 5 thema’s
Thema 1: De algemene ledenvergadering van 11 juni 2011.
Dit verslag begint met een schets van de situatie die we aantroffen tijdens de ALV van 11 juni jl. Tijdens die ALV is onze commissie ingesteld. Derhalve is dat het startpunt van ons onderzoek. Hoe was m.a.w. de situatie ten tijde van de ALV en wat is daaraan vooraf gegaan?
Na de verkiezing van Richard de Jong als voorzitter van het BUN bestuur heeft hij, meestal samen met de secretaris , diverse gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van BOS en BZI en later met vertegenwoordigers van het Ministerie van Justitie, en het Commissariaat van de Media. Deze gesprekken zijn niet gevoerd op basis van een besluit van de ALV. Ook was ALV hierover niet geïnformeerd. Deze gesprekken zijn daarbij niet vooraf inhoudelijk afgestemd met de BOS. De angst dat die gesprekken schade toegebracht hadden aan (de geloofwaardigheid en het vertrouwen in) BOS en BZI was aanwezig bij een deel van de ALV in juni 2011 en is in de brief aan de ALV door BOS en BZI nadrukkelijk beschreven. Daarnaast heeft het BUN-bestuur voorstellen gedaan aan BOS en BZI waarin de facto werd voorgesteld om de beide stichtingen in hun huidige vorm op te heffen.
Tijdens die ALV verzorgde de voorzitter een presentatie over zijn beleid ten aanzien van BUN, BOS en BZI.
Een ander deel van de leden van de ALV had tijdens de juni vergadering de indruk dat er door BOS en BZI in het verleden onvoldoende openheid was gegeven over hun handelen en dat het noodzakelijk was dat hiertegen actie werd ondernomen, zodat deze informatie bekend zou worden binnen de BUN. Deze wens werd mede ingegeven omdat het al jaren rommelt tussen de diverse BUN-besturen en de BOS.
Er werd daarom besloten niet te stemmen over de voorstellen (zie notulen ALV 11 juni 2011). Unaniemwerd door de ALV besloten tot het instellen van een commissie, waarbij ook vertegenwoordigers van BOS en BZI zouden worden opgenomen. Het BUN bestuur steunde de instelling van een onderzoekscommissie en liet zich daarin vertegenwoordigen door kandidaat bestuurslid Bert Koopmanschap. Expliciet is niet gekozen voor een commissie met externen vanuit de overweging dat een volstrekt onafhankelijke commissie niet samen te stellen zou zijn.
De commissie heeft vervolgens in haar eerste overleg de opdracht uitgewerkt en besloten dat de onafhankelijke leden (dus zonder de vertegenwoordigers van BOS en BZI) de interviewcommissie zouden vormen. Er werd door de volledige commissie besloten dat daartoe ook het kandidaat bestuurslid in het BUN bestuur deel zou nemen.
Thema 2: Verhouding BUN – BOS - BZI
Thema 2 gaat over de oprichting van BOS en BZI vanuit de BUN. Daarbij doet zich het probleem voor dat vanuit een pure vrijwilligersorganisatie als de BUN, met niet betaalde bestuursleden, die veelal dit werk in hun vrije tijd doen,een organisatie voortspruit, waarin betaalde krachten werken, die veelal niet alleen meer tijd hebben, maar ook makkelijker toegang hebben tot informatiebronnen. Dat geeft de nodige wrijvingen tussen de niet-professionele moeder en de professionele en deskundige dochters. Je zou hier ook al aanbevelingen kunnen doen: Enerzijds dient moeder te voorkomen dat ze een leidende rol claimt jegens de dochters, want dat geeft alleen maar irritatie bij de dochters. Anderzijds dienen de dochters respect te tonen naar de moeder en moeder te informeren en consulteren. Daar de moeder een veelal aanzienlijke informatieachterstand heeft t.o.v. de dochters en het door de dochters bestreken veld maar zeer beperkt kan overzien, staat het de dochters overigens zonder meer vrij gemotiveerd van adviezen van de moeder af te wijken. In wezen is het een ragfijn spel, waarin moeder de dochters de ruimte moet geven voor een eigen beleid, en de dochters vanuit respect de moeder informeren en consulteren.
Een thema dat regelmatig terugkwam in de gesprekken was de oprichting van BOS en BZI en de aard van de samenwerking met de BUN.
Zowel de BOS als de BZI zijn ontstaan vanuit de BUN. De andere aard van deze organisaties, nl een ander wettelijke kader en financiering, leidde tot lastige situaties bv tot uiting komend in het ontbreken van ondersteuning van de BUN bestuurders t.o.v. betaalde ondersteuning van de BOS bestuurders.
Vanuit de BOS werd door sommigen in de eerste jaren na de oprichting eenzelfde probleem ervaren nl dat zij een vorm moest vinden voor het andere wettelijk kader dan de BUN met daarbij behorende eisen. Er werd daarom voortvarend gewerkt aan een professionele organisatie met een eigen toezichthouder en een eigen organisatie van de achterban (PAR). Een deel van de ALV ervaarde dat als dat de BOS zich los maakte van de BUN. Zowel van het toezicht van het bestuur als van de ALV. Personen binnen de BOS geven aan dat zij expliciet het contact met de BUN gezocht hebben en daar onvoldoende gehoor kregen.
Eén van de onderwerpen, waarbij het verschil tussen professionele en vrijwillige medewerkers zichtbaar werd, was toen de BOS geconfronteerd werd met acties van de individuele boeddhisten. De BOS vroeg dwingend om steun van het bestuur van de BUN. Ze vroeg om actie van bestuur en ALV van de BUN om deze acties te stoppen. Een situatie waar het BUN bestuur ook last van had en zich niet tegen opgewassen voelde. Over een wijze van aanpak en hoe die eruit zou kunnen zien, is echter nauwelijks gesproken.
Bij het bestuur van de BZI is er verbazing over de aanvankelijke desinteresse voor het werk van de BZI vanuit bestuur en ALV. Anders dan bij de BOS kwam het initiatief voor het aanstellen van Boeddhistisch Geestelijk verzorgers niet van de BUN maar van het Ministerie van Justitie (D.I.) Al vrij snel na de oprichting van een apart bestuur voor de BZI (een verplichting van het ministerie), is met het toenmalige bestuur afgesproken dat het BUN-bestuur tegelijk met de ALV-vergadering zou worden geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de BZI. Feit is dat er verschillende visies zijn over verkregen informatie en in hoeverre die verstrekt is.
Het bestuur van de BUN drong er bij BOS op aan de afgesproken informatieverplichting door beide organisatie na te komen. Er bestaat verschil van mening over in hoeverre dit tot stand gekomen is. Deze situatie versterkte bij de opvolgende besturen van de BUN de twijfels over het functioneren van BOS en BZI t.a.v. de financiële en organisatorische gang van zaken. Specifiek voor de BZI kwam daarbij dat door het bestuur van de BZI initiatieven werden genomen tot het opzetten van een opleiding tot boeddhistisch verzorgen zonder dat het BUN bestuur hierin werd gekend.
Thema 3: Negativiteit
Thema 3 gaat over de negativiteit vanuit de BUN-achterban naar de bestuurders van BUN, BOS en BZI. Het gaat om het monsterverbond tussen een aantal ongebonden boeddhisten en enkele sangha’s en de rampzalige gevolgen van hun optreden. Natuurlijk mag kritiek geuit worden, maar de manier waarop dat is gebeurd ging alle perken te buiten (zoals het bestoken van bestuursleden met mail en telefoon), is zeer schadelijk geweest, heeft vele goedwillende bestuursleden het leven vergald en een effectief bestuur onmogelijk gemaakt. Wat dit betreft kunnen we niet duidelijk genoeg zijn. Er moet gewerkt kunnen worden vanuit positiviteit, en niet vanuit negativiteit.
De negativiteit moet stoppen. Een belangrijke manier waarop het stoppen van de negativiteit gerealiseerd kan worden, is door meer bestuurlijke kracht te tonen: dat zullen de besturen gezamenlijk moeten doen, zonder dat er een wig gevormd wordt door eenlingen, zoals dat in de afgelopen periode is gebeurd. Gezamenlijk moet worden uitgestraald dat de meerderheid van de ALV beslist. Iedereen die zich daar niet aan conformeert diskwalificeert zich om mee te doen aan de besluitvorming. Hierbij dient nog een belangrijk onderscheid gemaakt te worden tussen leden en niet-leden. Leden maken onderdeel uit van het beslissingsproces, niet-leden kunnen alleen informatie krijgen en aan hen dient verder niet onevenredig veel tijd besteed te worden.
Door de betrokken sangha’s en een aantal ongebonden boeddhisten werd steeds beweerd dat het ging om het zuiver boeddhistisch handelen van zowel BOS, BZI en BUN bestuurders. Dat werd door betrokkenen in twijfel getrokken c.q. betwist. Twijfels werden geuit over integriteit.
In sommige interviews werd geopperd dat er een relatie was tussen deze groep en ex voorzitter Richard.
Thema 4: BUN-bestuur
De BUN is een vereniging met sangha’s als leden. Een vereniging dient de belangen van haar leden te behartigen. Dat is de kerntaak van de BUN.
De overheid merkt de BUN aan als de vertegenwoordiger van het boeddhisme, een van de religieuze hoofdstromingen, in Nederland. Het grote aantal aangesloten sangha’s die met elkaar het brede scala aan boeddhistische stromingen vertegenwoordigen, rechtvaardigt dat. Aan ieder van de vertegenwoordigers van de hoofdstromingen, en dus ook aan de BUN, kent de overheid rechten toe. De BUN heeft de uitvoering van die rechten gedelegeerd aan BOS en BZI. Omdat de financiële middelen door de overheid verstrekt worden, dienen BOS en BZI over de besteding van die middelen verantwoording af te leggen aan die overheid.
Anders dan in Duitsland verstrekt de overheid geen gelden aan de moederorganisatie zelf. De BUN heeft dan ook nauwelijks financiële middelen. De BUN is dus enerzijds de peiler waarop BOS en BZI drijven, anderzijds een pure vrijwilligersorganisatie die gezien de minimale financiële middelen geen invulling kan geven aan een leidende rol. Het gebrek aan inzicht in c.q. erkenning van deze situatie en de gevolgen die de verschillen hebben voor activiteiten en verantwoordelijkheden en dus voor onderlinge samenwerking leidt tot talloze complicaties en spanningen. De spanningen ontstaan, omdat de rolverdeling niet duidelijk is en er dientengevolge geen goede afspraken gemaakt zijn tussen BUN en BOS en BUN en BZI.
Zo heeft de overheid op grond van wetgeving de BUN vanuit haar hoedanigheid als vertegenwoordigende koepelorganisatie een positie als zendgemachtigde gegeven. De overheid stelt de BUN daarbij verantwoordelijk voor de delegatie van de operationalisering van die rechten zoals in de wet bedoeld. Het is dus vanuit die door de overheid gegeven positie dat de BUN een eindverantwoordelijkheid draagt m.b.t. de uitvoer van de delegatie-overeenkomst, zowel richting haar achterban (die het ontvangen van die rechten legitimeert) als richting maatschappij (die deze rechten geeft en financiert). Simpelweg stellen dat deze eindverantwoordelijkheid met een delegatie overgedragen is, en dus geheel bij de BOS ligt, is onjuist. Waarover in de loop der tijd discussie is ontstaan tussen BOS en BUN-bestuur is of, en zo ja in welke mate, de BUN als vereniging(eind)verantwoordelijk is voor het feit dat de producten van de BOS binnen het wettelijk kader vallen, en in welke mate het BUN-bestuur (eind)verantwoordelijkheid draagt op operationeel gebied en hoe daar invulling aan te geven. Maar als het om verantwoordelijkheden gaat, dient de BUN te onderkennen, dat zij geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen voor de wijze waarop BOS (en BZI) de aan hen gedelegeerde taken uitvoeren. En BOS (en BZI) dienen te beseffen, dat zij de BUN niet verantwoordelijk mogen houden voor zaken waar de BUN geen invloed op kan hebben, gezien haar positie of gezien het ontbreken van middelen. Zolang dat besef ontbreekt, zijn de wrijvingen legio.
Voor wat de relatie met de sangha’s betreft dient het BUN-bestuur zich te realiseren dat ze de taak heeft de belangen van haar leden te behartigen en dat ze niet de dharma tot taak heeft. De BUN dient zich te richten op het bevorderen van de samenhang tussen de sangha’s. De BUN kan een bindend element zijn tussen de sangha’s.
Het bestuur van de BUN kent al jaren een sterke wisseling van bestuursleden en vertegenwoordigers van de leden naar de ALV toe. Bijzonder is het ontstaan en faciliteren van het ontstaan van BOS en BZI. De relatie tussen deze drie organisaties kenmerkt zich al jaren door het praten over rechten en plichten. Noch het elkaar gunnen van een eigen rol noch het vormgeven van samenwerking is door de interviewgroep gesignaleerd.
4.1 Korte schets van de juridische verschillen
De BUN is een vereniging met een ALV en een bestuur, dat alleen uit vrijwilligs bestaat. Het bestuur heeft uitsluitend een statutair recht op vergoeding van de onkosten.
BOS is een stichting gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) met eigen toezichthouders en een eigen organisatie van de achterban (PAR).
De BZI is een stichting met vrijwillige bestuurders, die mensen ‘zendt’ richting het Ministerie van Justitie. Na zending vallen deze mensen voor het overgrote deel onder de verantwoordelijkheid van Justitie en houdt de BZI slechts marginaal toezicht en dan vooral vanuit een boeddhistische invalshoek. Het vrijwillige bestuur krijgt geen onkostenvergoeding. De overige bestuurskosten komen ten laste van de BUN.
Thema 5: De leden, sangha’s en persoonlijke verhoudingen
Zonder draagvlak bij de leden opereert een verenigingsbestuur in het luchtledig. De leden hebben vele wensen, maar zijn niet of onvoldoende bereid gebleken daadwerkelijk aan het werk van de BUN bij te dragen. Enerzijds leidt dit tot een grote beleidsvrijheid van het BUN-bestuur, want ze opereren per slot in een vacuüm. Anderzijds heeft dat het risico dat persoonlijke ambities een exorbitante rol gaan spelen, zonder dat tijdig wordt afgeremd. Door het gebrek aan participatie door de sangha’s is er ook een groot verloop onder de bestuursleden, want als je niet gedragen wordt, valt veelal de animo weg. Betrokkenheid van de leden bij het werk van de BUN is daarmee één van de grote opgaven voor de toekomst.
In meerdere interviews werd de sterke rol van met name de BUN voorzitters genoemd. Ook het rouleren van die BUN bestuursleden naar een functie bij BOS en BZI. Daarbij werd opgemerkt dat in het verleden het aantal actief betrokkenen bij de BUN minimaal was. Het leek daarom voor de hand te liggen en soms zelfs de enige mogelijkheid te zijn voor functies bij BOS en BZI uit dezelfde beperkte groep te kiezen. Door anderen werd ditzelfde feit negatief gewaardeerd.
Meerdere keren kreeg de interviewgroep de indruk dat het bestuurlijk spel tussen BUN, BOS en BZI persoonlijk werd gespeeld met te weinig aandacht voor de functies. Een aantal mensen voelt zich in hun functies persoonlijk beschadigd. Opvallend daarbij is dat de voormalig vrijwillig bestuurders, die een overgang hebben gemaakt naar BOS en BZI nu vanuit die nieuwe positie zich niet lijken te kunnen verplaatsen in de positie van de vrijwillige BUN bestuurders. Of in ieder geval niet tot een goede samenwerkingsrelatie kunnen komen
Binnen de interviewgroep hebben we ons afgevraagd hoe het kan dat mensen elkaar binnen een boeddhistische setting met goede bedoelingen zo kunnen kwetsen. Daarbij zagen we veel idealistische, bevlogen en gepassioneerde mensen.
Sangha´s rekenen de Dharma tot hun taak. Zij zijn voornamelijk naar binnen gericht d.w.z. niet op de maatschappij gericht. De beoefenaars op hun leraar, de leraar op zijn leerlingen. De BUN is gericht op de samenhang tussen de sangha´s en naar buiten op de maatschappelijke taken.
Als aandachtsgebieden voor de BUN zijn bijvoorbeeld te onderscheiden:
* BOS
* BZI
* Interreligieuze contacten
* Opleidingen en Scholen
* Hospice
De non participatie van leraren m.b.t. het bestaan en het functioneren van de BUN werd door enkelen als een risico gezien. Dit is één van de factoren waardoor het BUN bestuur los kan gaan functioneren van de sangha´s. Van belang is dat de ALV leden de band met de sangha’s kunnen versterken dan wel verzwakken. Borging van het contact met de sangha´s garandeert een bestuur dat namens de sangha’s opereert. Gevaar is anders dat voorzitters hun eigen koers bepalen. Een aantal voorzitters heeft geprobeerd dit contact met de sangha’s te organiseren. Wij kunnen alleen maar vaststellen dat dit niet is gelukt. Het zou aanbeveling verdienen als ook de leraren zich minder exclusief op hun eigen sangha richten, en meer verantwoording zouden nemen voor de samenhang van de diverse sangha’s en voor de ontwikkeling van het boeddhisme in Nederland als geheel.
Als BUN zijn we nog niet volgroeid. De BUN zou meer een platform kunnen zijn voor het uitwisselen van ervaringen tussen de sangha´s. Het is bijzonder dat stromingen met elkaar in contact komen. En elkaar weer ontmoeten.
In die zin worden de ervaringen van de afgelopen jaren door de commissie gezien als mogelijke groeistuipen. Die doen pijn. Geconstateerd wordt een groot verantwoordelijkheidsgevoel bij alle betrokkenen. Van daaruit werd steeds meer tijd gestoken is diverse onderwerpen, niet altijd met een positief resultaat.
Tot slot geven wij aan, en dan zijn we al flink in de richting van aanbevelingen terecht gekomen, welke competenties we zien als noodzakelijk voor BUN bestuurders:
Bestuurlijke ervaring, laat weten welke toekomstvisie je hebt, communicatieve vaardigheden, verbindend, motiverend. Evenwichtig, loyaliteit, gemotiveerd maar niet bevlogen.
Aanbevelingen
Aanbeveling 1: Selecteer bestuurders op bestuurlijke vaardigheid, loyaliteit, evenwichtigheid en communicatieve eigenschappen.
Aanbeveling 2: Kies geen mensen in het bestuur die activistisch, gedreven en bevlogen zijn. Die eigenschappen – hoe verdienstelijk op zich ook - verstoren het delicate evenwicht tussen algemeen en deelbelang, tussen bestuur en leden en tussen besturen en uitvoering.
Aanbeveling 3: Formeer een commissie van leraren aan wie periodiek vragen door BUN, BOS en BZI worden voorgelegd over actuele maatschappelijke kwesties. Die kwesties kunnen betrekking hebben op politiek en ethische onderwerpen, maar dienen met name gericht te zijn op verbetering van de onderlinge samenwerking tussen de sangha’s en op verbetering van de communicatie tussen de sangha’s en BUN, BOS en BZI.
Aanbeveling 4: De leraren zullen in hun sangha’s meer aandacht vragen voor de onderlinge samenwerking tussen de sangha’s en zullen nagaan welke sanghaleden een bijdrage zouden kunnen leveren aan bestuurs- dan wel uitvoeringstaken op landelijk niveau.
Aanbeveling 5: De leraren zullen er op toezien, dat bestuursleden de sangha op de ALV vertegenwoordigen.
Aanbeveling 6: De sangha’s zeggen hun steun toe aan het bestuur van de BUN. In geval van negatieve kritiek zal de leraar daarover met de sanghaleden in gesprek gaan. Als de leraar van oordeel is dat de kritiek een kern van waarheid lijkt te hebben zal hij/zij daarover contact opnemen met leden van het bestuur van de BUN om navraag te doen en tot een open vorm van communicatie te komen.
Aanbeveling 7: Het verdient aanbeveling afspraken te maken over de wijze van communicatie tussen de besturen van BUN, BOS en BZI. Voor welke zaken kan email worden ingezet? Wanneer verdient het aanbeveling om de telefoon te pakken? Welke kwesties verdienen een gesprek onder vier ogen? En in welke gevallen verdient het aanbeveling dat besturen met elkaar om de tafel gaan zitten?
Aanbeveling 8: Stel een communicatieplan op over de wijze van communiceren met de pers in geval van negatieve uitingen in de pers.
Aanbeveling 9: Informatie. BOS en BZI informeren het BUN-bestuur periodiek volgens een door BUN, BOS en BZI nader uit te werken schema. BOS en BZI informeren voorts de ALV over het voorgenomen beleid op de voorjaarsvergadering, en over het gevoerde beleid op de najaarsvergadering.
Aanbeveling 10: Consultatie. BOS en BZI consulteren het BUN-bestuur over voorgenomen plannen tot fusie, relevante beleidsaanpassingen en benoemingen.
Aanbeveling 11: Participatie. De voorzitter van de Participatieraad van de BOS wordt door het BUN-bestuur benoemd na consultatie van het BOS-bestuur. De leden van de Participatieraad worden door het BOS-bestuur benoemd na consultatie van het BUN-bestuur. De voorzitter van de Participatieraad heeft geen zitting in het BOS-bestuur.
Aanbeveling 12: Begrensde autonomie. De besturen van BOS en BZI zijn autonoom. Afgezien van informatie, consultatie en participatie als voornoemd bepalen zij op welke wijze hun organisaties bestuurd worden. Bij afwijking van adviezen van bestuur dan wel ALV van de BUN wordt die afwijking gemotiveerd in het jaarverslag.
Aanbeveling 13: Overigens is het hierbij van belang om een onderscheid te maken tussen negativiteit bij leden en bij niet-leden.
Het is aan het BUN-bestuur om de BUN als koepelorganisatie te besturen binnen de kaders die de ALV daarvoor aangeeft. Daarbij is het onder meer de verantwoordelijkheid van het BUN-bestuur toe te zien op de invulling van de overeenkomsten die zij met derde partijen namens de ALV sluit. Dit toezicht dient plaats te vinden op een wijze waarin de ALV zich kan herkennen.
Waarin het bestuur zich realiseert dat het streven naar het zuiver handelen en andere belangrijke uitgangspunten van het Boeddhisme in onze gezamenlijke beoefening zich per definitie niet laten vertalen naar een organisatie of de samenwerking tussen organisatie.
zondag 16 oktober 2011
De BOS krijgt een hoofd televisie
De BOS krijgt een hoofd televisie, Laetitia Schoofs. Ze introduceerde zichzelf in een brief aan de kijkers. De inhoud daarvan stelde me niet helemaal gerust, ze zou wel eens precies het soort programma's kunnen gaan produceren waarvan ik denk dat ze niet boeddhistisch zijn, en ook niet bedoeld zijn als 2.42-programm's door de wetgever. Daarom heb ik haar een welkomstbriefje gestuurd. Voorlopig resultaat: een vriendelijk bedankbriefje.
Amersfoort, 22 september 2011
Beste Laetitia,
Van Gertjan Mulder hoorde ik dat je per 1 januari Hoofd Televisie van de BOS wordt.
Gefeliciteerd daarmee. Het lijkt me een uitdagende functie, in een BOS die de komende drie jaren het niet makkelijk zal hebben.
Ik reageer snel, omdat dit mogelijk niet het soort geluid is wat je op de Achterbandag volgende week te horen zal krijgen.
Graag wil ik me ook aan je voorstellen (Gertjan kan dat eventueel verder toelichten en je sommige van mijn brieven aan hem laten lezen): ik ben ben critisch boeddhist; één van de meest regelmatige kijkers naar en luisteraars van BOS-programma’s, en iemand die daar ook graag op reageert op BOS-website. En bijna altijd op persoonlijke titel.
Ik zal je niet kunnen ontmoeten bij het Nederlands Filmfestival, het BFFE of het IDFA, want ik ben geinteresseerd in het boeddhisme, en nauwelijks in film, met name niet in esthetica. Die koppeling tussen BOS en film moet juist wat minder worden
Je schrijft in je introductiebrief dat je “mooie programma’s” wil gaan maken. Tja, niet te mooi, hoop ik; want de BOS moet toch ook (opnieuw) aandacht gaan schenken aan de kern van de boodschap van de Boeddha: lijden en het einde van het lijden. Naast “compassie”, ook door de Boeddha en in soetra’s genoemd; en “respect”, hoewel daar nooit in genoemd.
Je achtergrond is wel erg Amsterdams, hopenlijk ga je ook de stad uit op zoek naar inspirerende mensen, kijkers en thema’s.
Eind verleden jaar hebben een aantal mensen zoals ik onafhankelijk van elkaar gescored hoeveel procent van de televisieprogramma’s van de BOS boeddhistisch genoemd kunnen worden. Mijn gevoel dat het steeds minder was geworden, bleek te kloppen: in 2001 was dat 83% en de jaren daarna daalde het via 75% van 67% en 45% naar 34% van de voor 2011 aangekondigde programma’s. Waarschijnlijk heb je van het bestuur van de BOS ook wel te horen gekregen dat dat echt niet kan.
(Natuurlijk, er zit enige subjectiviteit in de criteria wat wel en wat niet boeddhistisch genoemd kan worden; maar het feit dat door meerdere mensen onafhankelijk van elkaar is gescored en het feit dat jaren met elkaar vergeleken zijn, maken van inter-subjectiviteit een behoorlijke objectiviteit, vraag dat maar aan een sociaal wetenschapper.)
Wat mij vooral een uitdaging lijkt is het voor televisie vormgeven van het beoefenen van het boeddhisme anno nu in Nederland (en in mindere mate in de VS of Azië). Lijkt me moeilijk, drie kwartier naar een bewegingloos zittende meditator kijken zal voor veel televisie-kijkers wat saai vinden. Maar jij bent de professional en kan daar vast wel iets van maken om de kijker duidelijk te maken wat er qua ervaring gebeurt bij iemand die op deze of een andere manier het boeddhisme boeoefent.
Ook zou het goed zijn als je naar vormen zoekt om de Dharma (of Dhamma zoals het bij Theravada heet) in programma’s te brengen, niet zozeer in verhaalvorm maar gewoon de leer zelf, bijvoorbeeld door een acteur voorgedragen.
Of discussie tussen (Nederlandse) boeddhisten, ook een thema dat zeer weinig aandacht heeft gekregen de afgelopen jaren.
Tenslotte hoop ik dat je na wilt gaan of de BOS-televisie, als onderdeel van de publieke omroep, ook niet een journalistieke functie heeft; enige aandacht voor wat er in boeddhistisch Nederland gebeurt, zou m.i. wel op z’n plaats zijn.
Kortom: genoeg te doen tot eind 2015; en hopenlijk daarna, met een gewijzigde Mediawet.
Vriendelijke groet
Joop Romeijn
Bijgevoegd artikel 2.49, lid 2 van de Mediawet:
“ Kerkgenootschappen respectievelijk genootschappen op geestelijke grondslag verzorgen media-aanbod dat geheel ligt op kerkelijk respectievelijk geestelijk terrein en dat verband houdt met de kerkelijke of geestelijke identiteit."
Amersfoort, 22 september 2011
Beste Laetitia,
Van Gertjan Mulder hoorde ik dat je per 1 januari Hoofd Televisie van de BOS wordt.
Gefeliciteerd daarmee. Het lijkt me een uitdagende functie, in een BOS die de komende drie jaren het niet makkelijk zal hebben.
Ik reageer snel, omdat dit mogelijk niet het soort geluid is wat je op de Achterbandag volgende week te horen zal krijgen.
Graag wil ik me ook aan je voorstellen (Gertjan kan dat eventueel verder toelichten en je sommige van mijn brieven aan hem laten lezen): ik ben ben critisch boeddhist; één van de meest regelmatige kijkers naar en luisteraars van BOS-programma’s, en iemand die daar ook graag op reageert op BOS-website. En bijna altijd op persoonlijke titel.
Ik zal je niet kunnen ontmoeten bij het Nederlands Filmfestival, het BFFE of het IDFA, want ik ben geinteresseerd in het boeddhisme, en nauwelijks in film, met name niet in esthetica. Die koppeling tussen BOS en film moet juist wat minder worden
Je schrijft in je introductiebrief dat je “mooie programma’s” wil gaan maken. Tja, niet te mooi, hoop ik; want de BOS moet toch ook (opnieuw) aandacht gaan schenken aan de kern van de boodschap van de Boeddha: lijden en het einde van het lijden. Naast “compassie”, ook door de Boeddha en in soetra’s genoemd; en “respect”, hoewel daar nooit in genoemd.
Je achtergrond is wel erg Amsterdams, hopenlijk ga je ook de stad uit op zoek naar inspirerende mensen, kijkers en thema’s.
Eind verleden jaar hebben een aantal mensen zoals ik onafhankelijk van elkaar gescored hoeveel procent van de televisieprogramma’s van de BOS boeddhistisch genoemd kunnen worden. Mijn gevoel dat het steeds minder was geworden, bleek te kloppen: in 2001 was dat 83% en de jaren daarna daalde het via 75% van 67% en 45% naar 34% van de voor 2011 aangekondigde programma’s. Waarschijnlijk heb je van het bestuur van de BOS ook wel te horen gekregen dat dat echt niet kan.
(Natuurlijk, er zit enige subjectiviteit in de criteria wat wel en wat niet boeddhistisch genoemd kan worden; maar het feit dat door meerdere mensen onafhankelijk van elkaar is gescored en het feit dat jaren met elkaar vergeleken zijn, maken van inter-subjectiviteit een behoorlijke objectiviteit, vraag dat maar aan een sociaal wetenschapper.)
Wat mij vooral een uitdaging lijkt is het voor televisie vormgeven van het beoefenen van het boeddhisme anno nu in Nederland (en in mindere mate in de VS of Azië). Lijkt me moeilijk, drie kwartier naar een bewegingloos zittende meditator kijken zal voor veel televisie-kijkers wat saai vinden. Maar jij bent de professional en kan daar vast wel iets van maken om de kijker duidelijk te maken wat er qua ervaring gebeurt bij iemand die op deze of een andere manier het boeddhisme boeoefent.
Ook zou het goed zijn als je naar vormen zoekt om de Dharma (of Dhamma zoals het bij Theravada heet) in programma’s te brengen, niet zozeer in verhaalvorm maar gewoon de leer zelf, bijvoorbeeld door een acteur voorgedragen.
Of discussie tussen (Nederlandse) boeddhisten, ook een thema dat zeer weinig aandacht heeft gekregen de afgelopen jaren.
Tenslotte hoop ik dat je na wilt gaan of de BOS-televisie, als onderdeel van de publieke omroep, ook niet een journalistieke functie heeft; enige aandacht voor wat er in boeddhistisch Nederland gebeurt, zou m.i. wel op z’n plaats zijn.
Kortom: genoeg te doen tot eind 2015; en hopenlijk daarna, met een gewijzigde Mediawet.
Vriendelijke groet
Joop Romeijn
Bijgevoegd artikel 2.49, lid 2 van de Mediawet:
“ Kerkgenootschappen respectievelijk genootschappen op geestelijke grondslag verzorgen media-aanbod dat geheel ligt op kerkelijk respectievelijk geestelijk terrein en dat verband houdt met de kerkelijke of geestelijke identiteit."
Labels:
boeddhisme in Nederland,
BOS,
brieven,
televisieprogramma's
dinsdag 6 september 2011
Joop vertelt de BUN nog een keer hoe hij over de zaken denkt
De Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) en de Boeddhistische Zendende Instantie (BZI) zijn de afgelopen jaren opgericht door de Boeddhistische Unie Nederland (BUN).
De professionals van BOS en BZI zijn zich steeds minder aan gaan trekken van de vrijwilligers/amateurs van de BUN en hun eigen beleid gaan bepalen. De BUN heeft dat lang laten gebeuren, tot het bestuur dat in 2011 is aangetreden, een poging tot herstel deed. Er ontstond een conflict, met name de voorzitter van de BUN liep (in de ogen van een deel van de leden van de BUN) te ver voor de troep uit.
Om de problemen op te lossen is in juni een werkgroep BUN/BOS/BZI gestart, ook wel genaamd B3. Die werkgroep zal in oktober voorstellen doen, die in de ledenvergadering van de BUN van begin november moeten worden behandeld.
Wat die voorstellen worden en hoe het deze zomer in den werkgroep toe is gegaan, is me (nog) niet bekend.
Wel heb ik - ongevraagd - een bijdrage aan hun werk gedaan in bijgaande brief van begin september.
Een reactie heb ik niet ontvangen; wel heb ik begrepen dat mijn opmerking dat het denkbaar moet zijn dat de BUN zichzelf opheft, niet juichend is begroet.
Beste leden van de Werkgroep B3
Omdat ik me vele jaren (ongevraagd en op persoonlijke titel) met de beleidsmatige kanten van de BOS (en BZI) heb beziggehouden, is er informatie die ik met u wil delen, wellicht ten overvloede.
1. In juni van dit jaar heeft minister van Bijsterveldt-Vliegenthart een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, met als titel “Uitwerking regeerakkoord onderdeel media”. Zie het voor de BOS relevante citaat hieronder.
Concreet komt het erop neer dat na 2015 de zendtijd van 2.42-omroepen zoals de BOS wordt gehalveerd en dat ze in een andere omroep op dienen te gaan.
De Tweede Kamer is akkoord gegaan met deze beleidsvoornemens die in het komende jaar omgezet zullen worden in een gewijzigde Mediawet; een motie van dhr. Voordewind om de 2.42-bezuiniging te verzachten, is aangehouden en zal m.i. niet kunnen rekenen op steun van de VVD en PVV.
Als ik de voorstellen goed begrijp is de BOS niet vrij straks te fuseren met een ledenomroep naar keuze zoals de VPRO, omdat die niet aanverwant (want niet boeddhistisch) is. Dus zal de BOS bij de NTR moeten aansluiten, met een onafhankelijke (uit boeddhisten bestaande) programmaraad en een redactiestatuut.
2. Uiteraard heeft de directie van de BOS zich verzet tegen deze voornemens en waarschijnlijk hoopt men nog steeds dat het niet doorgaat. Tevergeefs, is mijn inschatting. Het is, denk ik, ook wel heilzaam voor de BOS. Immers: op dit moment gaat slechts ongeveer een derde deel van de televisieprogramma’s over het boeddhisme en haar beoefening. Na de halvering is uitsluitend boeddhistische programma’s maken nog altijd vooruitgang.
3. Deze nieuwe realiteit maakt het belang en betekenis van de Participatieraad (PAR) in de BOS groter. In de Statuten van de BOS staat hierover:
Participatie Raad. Artikel 16
1. Er is een Participatie Raad. De functie van de Participatie Raad is om, ten behoeve van het directe contact met de stichting, een platform te vormen voor alle boeddhisten in Nederland. De Participatie Raad streeft ernaar een afspiegeling te zijn van de variëteit van de Boeddhistische stromingen en tradities in Nederland.
2. De Participatie Raad adviseert het bestuur gevraagd en ongevraagd.
3. De Participatie Raad heeft tenminste tien en ten hoogste vijfentwintig leden.
4. De Participatie Raad bestaat uit representanten van Boeddhistische stromingen en tradities in Nederland. Deze personen dienen aan de volgende criteria te voldoen: onderschrijving van deze statuten; representatief zijn voor hun stroming/traditie, goed contact hebben met hun stroming/traditie en bereid zijn om dit contact tweezijdig actief vorm te geven; kennis van zaken hebben betreffende hun eigen stroming/traditie.
5. De leden van de Participatie Raad worden, rekeninghoudend met de in dit artikel genoemde criteria, benoemd en ontslagen door de Participatie Raad.
6. De leden van het uitvoerend bestuur zijn aanwezig bij de vergaderingen van de Participatie Raad.
Deze regels dienen te worden aangescherpt, ze zijn in de praktijk veel te vrijblijvend.
- De onderwerpen waarover het BOS-bestuur verplicht advies moet vragen, moeten worden benoemd (zo is de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 niet ter advisering aan de PAR voorgelegd).
- Verder moet worden geregeld op welke wijze het bestuur met de adviezen omgaat.
- Ook moet de invloed van de “leden van het uitvoerend bestuur “ in de PAR aan banden worden gelegd.
- Tenslotte moet geregeld worden op welke wijze (met trots gemeld op pag. 4 in de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 aan het Commissariaat voor de Media maar verder altijd ongenoemd gelaten gehouden) ongeorganiseerde boeddhisten tot de PAR kunnen toetreden. Ik citeer: “...Deze participatieraad staat ook open voor niet-BUN aangesloten boeddhistische centra en bovendien kunnen niet-georganiseerde individuen op uitnodiging zitting nemen in dit adviserende orgaan."
Nog twee andere opmerkingen.
4. Het zou goed zijn als in de eindrapportage van uw Werkgroep ook als gedachteoefening wordt nagegaan hoe het met de BOS tot 2015 moet, als de BUN zichzelf opheft. Immers, hoewel het niet direct de opdracht is die de Werkgroep zichzelf heeft gegeven, moet ook de bestaansgrond van de BUN zelf in de rapportage aan de orde komen. De BUN is er toch niet louter om het bestaan van BOS en BZI mogelijk te maken ?
In deze gedachteoefening zal - ook in juridische zin - van een versterkte PAR gebruik moeten worden gemaakt.
5. Wat betreft de BZI neem ik aan dat binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie de evaluatie van de BUN, zoals bedoeld in de Erkenningsovereenkomst van november 2008, wel ter hand zal zijn genomen. We mogen dus aannemen dat wat betreft BZI en BGV her recht zijn loop zal hebben.
Het lijkt mij raadzaam dat (de onafhanlijke leden van) uw Werkgroep bij de faculteit Godgeleerdheid van de V.U. navraag doet of deze nog wel van plan is een aanvraag voor financiering van een boeddhistische ambtsopleiding van het ministerie van Onderwijs in te dienen. Mijn indruk is dat de twijfel hierover bij de VU (bijvoorbeeld prof W. Janse) gegroeid is, op inhoudelijke, juridische en praktische gronden.
Tot slot verzoek ik Rinus Laban om als BUN-secretaris, deze brief van mij ook door te sturen aan de (aanstaande) onafhankelijke voorzitter van uw Werkgroep; ik heb begrepen dat dit dhr. van van Roermund is.
Veel succes met de verdere werkzaamheden van uw Werkgroep,
en vriendelijke groet
Joop Romeijn
De professionals van BOS en BZI zijn zich steeds minder aan gaan trekken van de vrijwilligers/amateurs van de BUN en hun eigen beleid gaan bepalen. De BUN heeft dat lang laten gebeuren, tot het bestuur dat in 2011 is aangetreden, een poging tot herstel deed. Er ontstond een conflict, met name de voorzitter van de BUN liep (in de ogen van een deel van de leden van de BUN) te ver voor de troep uit.
Om de problemen op te lossen is in juni een werkgroep BUN/BOS/BZI gestart, ook wel genaamd B3. Die werkgroep zal in oktober voorstellen doen, die in de ledenvergadering van de BUN van begin november moeten worden behandeld.
Wat die voorstellen worden en hoe het deze zomer in den werkgroep toe is gegaan, is me (nog) niet bekend.
Wel heb ik - ongevraagd - een bijdrage aan hun werk gedaan in bijgaande brief van begin september.
Een reactie heb ik niet ontvangen; wel heb ik begrepen dat mijn opmerking dat het denkbaar moet zijn dat de BUN zichzelf opheft, niet juichend is begroet.
Beste leden van de Werkgroep B3
Omdat ik me vele jaren (ongevraagd en op persoonlijke titel) met de beleidsmatige kanten van de BOS (en BZI) heb beziggehouden, is er informatie die ik met u wil delen, wellicht ten overvloede.
1. In juni van dit jaar heeft minister van Bijsterveldt-Vliegenthart een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, met als titel “Uitwerking regeerakkoord onderdeel media”. Zie het voor de BOS relevante citaat hieronder.
Concreet komt het erop neer dat na 2015 de zendtijd van 2.42-omroepen zoals de BOS wordt gehalveerd en dat ze in een andere omroep op dienen te gaan.
De Tweede Kamer is akkoord gegaan met deze beleidsvoornemens die in het komende jaar omgezet zullen worden in een gewijzigde Mediawet; een motie van dhr. Voordewind om de 2.42-bezuiniging te verzachten, is aangehouden en zal m.i. niet kunnen rekenen op steun van de VVD en PVV.
Als ik de voorstellen goed begrijp is de BOS niet vrij straks te fuseren met een ledenomroep naar keuze zoals de VPRO, omdat die niet aanverwant (want niet boeddhistisch) is. Dus zal de BOS bij de NTR moeten aansluiten, met een onafhankelijke (uit boeddhisten bestaande) programmaraad en een redactiestatuut.
2. Uiteraard heeft de directie van de BOS zich verzet tegen deze voornemens en waarschijnlijk hoopt men nog steeds dat het niet doorgaat. Tevergeefs, is mijn inschatting. Het is, denk ik, ook wel heilzaam voor de BOS. Immers: op dit moment gaat slechts ongeveer een derde deel van de televisieprogramma’s over het boeddhisme en haar beoefening. Na de halvering is uitsluitend boeddhistische programma’s maken nog altijd vooruitgang.
3. Deze nieuwe realiteit maakt het belang en betekenis van de Participatieraad (PAR) in de BOS groter. In de Statuten van de BOS staat hierover:
Participatie Raad. Artikel 16
1. Er is een Participatie Raad. De functie van de Participatie Raad is om, ten behoeve van het directe contact met de stichting, een platform te vormen voor alle boeddhisten in Nederland. De Participatie Raad streeft ernaar een afspiegeling te zijn van de variëteit van de Boeddhistische stromingen en tradities in Nederland.
2. De Participatie Raad adviseert het bestuur gevraagd en ongevraagd.
3. De Participatie Raad heeft tenminste tien en ten hoogste vijfentwintig leden.
4. De Participatie Raad bestaat uit representanten van Boeddhistische stromingen en tradities in Nederland. Deze personen dienen aan de volgende criteria te voldoen: onderschrijving van deze statuten; representatief zijn voor hun stroming/traditie, goed contact hebben met hun stroming/traditie en bereid zijn om dit contact tweezijdig actief vorm te geven; kennis van zaken hebben betreffende hun eigen stroming/traditie.
5. De leden van de Participatie Raad worden, rekeninghoudend met de in dit artikel genoemde criteria, benoemd en ontslagen door de Participatie Raad.
6. De leden van het uitvoerend bestuur zijn aanwezig bij de vergaderingen van de Participatie Raad.
Deze regels dienen te worden aangescherpt, ze zijn in de praktijk veel te vrijblijvend.
- De onderwerpen waarover het BOS-bestuur verplicht advies moet vragen, moeten worden benoemd (zo is de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 niet ter advisering aan de PAR voorgelegd).
- Verder moet worden geregeld op welke wijze het bestuur met de adviezen omgaat.
- Ook moet de invloed van de “leden van het uitvoerend bestuur “ in de PAR aan banden worden gelegd.
- Tenslotte moet geregeld worden op welke wijze (met trots gemeld op pag. 4 in de Zendmachtigingsaanvraag 2010-2015 aan het Commissariaat voor de Media maar verder altijd ongenoemd gelaten gehouden) ongeorganiseerde boeddhisten tot de PAR kunnen toetreden. Ik citeer: “...Deze participatieraad staat ook open voor niet-BUN aangesloten boeddhistische centra en bovendien kunnen niet-georganiseerde individuen op uitnodiging zitting nemen in dit adviserende orgaan."
Nog twee andere opmerkingen.
4. Het zou goed zijn als in de eindrapportage van uw Werkgroep ook als gedachteoefening wordt nagegaan hoe het met de BOS tot 2015 moet, als de BUN zichzelf opheft. Immers, hoewel het niet direct de opdracht is die de Werkgroep zichzelf heeft gegeven, moet ook de bestaansgrond van de BUN zelf in de rapportage aan de orde komen. De BUN is er toch niet louter om het bestaan van BOS en BZI mogelijk te maken ?
In deze gedachteoefening zal - ook in juridische zin - van een versterkte PAR gebruik moeten worden gemaakt.
5. Wat betreft de BZI neem ik aan dat binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie de evaluatie van de BUN, zoals bedoeld in de Erkenningsovereenkomst van november 2008, wel ter hand zal zijn genomen. We mogen dus aannemen dat wat betreft BZI en BGV her recht zijn loop zal hebben.
Het lijkt mij raadzaam dat (de onafhanlijke leden van) uw Werkgroep bij de faculteit Godgeleerdheid van de V.U. navraag doet of deze nog wel van plan is een aanvraag voor financiering van een boeddhistische ambtsopleiding van het ministerie van Onderwijs in te dienen. Mijn indruk is dat de twijfel hierover bij de VU (bijvoorbeeld prof W. Janse) gegroeid is, op inhoudelijke, juridische en praktische gronden.
Tot slot verzoek ik Rinus Laban om als BUN-secretaris, deze brief van mij ook door te sturen aan de (aanstaande) onafhankelijke voorzitter van uw Werkgroep; ik heb begrepen dat dit dhr. van van Roermund is.
Veel succes met de verdere werkzaamheden van uw Werkgroep,
en vriendelijke groet
Joop Romeijn
zondag 10 oktober 2010
WELKOM OP DE TITANIC
Een door mij uitgesproken "feestrede" op 10 oktober 2010
De BOS bestaat 10 jaar.
Waarom bestaat de BOS? Hoe is het met de Dharma? Bestaat de BOS over 10 jaar nog?
Dat zijn de vragen waarover ik het wil hebben. Een soort feestrede dus.
Stel u voor: wij zitten hier met de jarige BOS in een theater dat zich eigenlijk op de Titanic bevindt. U weet wel, het schip dat door de eigenaren het beste schip aller tijden werd genoemd en onzinkbaar werd geacht.
En u weet ongetwijfeld ook wat er mee gebeurde, honderd jaar geleden: het botste op een ijsberg en zonk.
Op die Titanic bevinden we ons nu; ik probeer me, met u, dat te visualiseren.
We varen niet ergens heen, dat lijkt maar zo; we drijven in feite maar wat met de stroom mee.
Maar er ligt wel een ijsberg op onze route
Laat ik die zee maar een naam geven, ik noem hem Dharma
Laat ik die ijsberg ook maar een naam geven, ik noem hem de Mediawet
Ik heb de indruk gekregen dat deze dag in de plaats is gekomen van de jaarlijkse 'achterbandag' van de BOS. De laatste jaren was dat een gladde bijeenkomst, met een 'internationaal bekende boeddhist'. Maar tot een paar jaar geleden was er voor de aanwezigen, kijkers naar en luisteraars van de BOS-uitzendingen, ruim gelegenheid commentaar te leveren op die programma's. Dat kon zelfs, u gelooft het misschien niet, als dat commentaar kritisch was.
Nu is de achterbandag, als feestdag, ingebed in een filmfestival. Nu heb ik niets met films, ze zijn meestal esthetisch, bijna nooit ethisch of soteriologisch maar ze passen wel in deze boeddhistische Titanic.
Volgens mij behoren echter teksten en chanten meer tot de boeddhistische cultuur.
Aan mijn chanten wil ik u niet blootstellen, daarom van mij vanmiddag wat tekst.
U weet natuurlijk dat er vanmiddag ook de presentatie is van het boek van Anne Kleisen e.a.,
“Ja, ik zit! Jonge boeddhisten over relaties, seks, werk en andere aardse zaken.”
In zekere zin is mijn speechje daar een aanvulling op:
“Ik ga nog niet liggen. Een oude boeddhist over niet-zelf, onbestendigheid,
lijden, doodgaan en andere universele zaken.”
Alleen zal ik – ouderwets – niet zoveel over mezelf vertellen.
Maar over de Dharma dus.
Wat is de Dharma? Want we zouden het bijna vergeten: de BOS is er voor, de Dharma te brengen. Artikel 2.42 van de Mediawet zegt dat het bij omroepen zoals de BOS gaat om het:
“...verzorgen van media-aanbod op kerkelijk of geestelijk terrein”
Minister Plasterk heeft verleden jaar een verduidelijking hiervan gegeven die de BOS niet zo waardeerde. Hij zei: `Sinds 1957 is er in Nederland zendtijd voor kerkgenootschappen en
genootschappen op geestelijke grondslag die een specifiek aanbod van levensbeschouwelijke aard verzorgen. Binnen het Nederlandse omroepbestel wordt hiermee een specifieke invulling gegeven aan de religieuze en levensbeschouwelijke diversiteit. Mijn opvatting is dat een dergelijk podium voor geloofsstromingen – niet aanvullend op overige aanbieders, maar als zelfstandig gepositioneerde
zendgemachtigden met de voor hun achterban kenmerkende boodschap - een nuttige maatschappelijke voorziening is. Doordat dit aanbod deel is van het totale media-aanbod van de landelijke publieke omroep kan een veel breder publiek van geïnteresseerden daarvan kennis nemen. Bovendien voorzien de programma’s in een maatschappelijk behoefte: voor mensen die geen kerk meer kunnen bezoeken of vanuit huis kennis willen nemen van opvattingen en godsdienstbeleving binnen de geestelijke hoofdstromingen in de samenleving. Het kan bijvoorbeeld gaan om mensen die slecht ter been zijn en niettemin hun gewoonte van een wekelijkse kerkdienst willen volhouden. Ik zie de ruimte voor deze omroepen dan ook primair als een service aan, voornamelijk oudere, mensen die op deze manier hun geloof kunnen beleven ...`
Dit is iets te streng gezegd. Ik vind – met de wetgever – dat het om het brengen van de Dharma gaat. Maar ik vind niet dat de BOS alleen tot doel heeft, service aan oudere boeddhisten in de vorm van deelname aan Dharma-beoefening te bieden. Dat mag best ook wel aan jongere mensen te gebeuren, die categorie die hier vanmiddag goed vertegenwoordigd is.
En dat dat ook best mag voor hen die geen boeddhist zijn maar zogeheten affiniteit ermee hebben, wat dat ook betekent. Maar dan moeten ze wel hun affiniteit willen beleven.
(Ik heb laatst deze zogeheten mensen met affiniteit vergeleken met mensen die zeggen aan sport te doen; bij doorvragen blijkt dat voor veel van hen slechts te betekenen: het volgen van sportuitzendingen op de televisie.)
In de uitnodiging voor vanmiddag staat dat ik kan tonen wat voor mij belangrijk is, wat mijn passie is. Welnu, mijn passie is de Dharma, of de Dhamma zoals in het Pali de Theravada-vorm ervan genoemd wordt. Daar wil ik nu een proeve van geven.
Hierbij wil ik benadrukken dat het boeddhisme voor mij een religie is. Tot voor kort was het bij sommige Nederlandse boeddhisten populair om te zeggen dat het (of : hun) boeddhisme niet een religie was maar een 'levenswijze'. Ik geef toe: 'een levenswijze' past wel beter bij het westerse individualisme en consumentisme. Om bv met een leiderschapscursus een bedrijf binnen te komen, is het beter, het religie-karakter te ontkennen.
Het grappige is dat de laatste maanden de vraag of iets een religie is of niet, een strijdpunt is geworden; Geert Wilders stelt dat de Islam een ideologie is en niet een religie; anderen stellen dat het wel degelijk een religie is; en daarmee bedoelen ze iets moois, iets positiefs. Kortom: 'religie' is terug van weggeweest.
Nu zijn er honderden omschrijvingen van wat een 'religie' eigenlijk is, ik ga hier uit van die van de godsdienstwetenschapper Ninian Smart die het omschrijft als: “een verzameling van
geïnstitutionaliseerde rituelen van een groep mensen die verbonden zijn met een traditie en die spirituele sentimenten met een buiten-menselijke focus uitbeelden of oproepen en ten minste ten dele gebaseerd op mythologie en/of doctrines.“
Vooral die 'buiten-menselijke focus' valt op, het 'transcendente' wordt dat ook vaak genoemd; voor wie bezig is met het dood gaan, is dat een onvermijdelijke dimensie.
Om mezelf wat te plaatsen: ik noem mezelf naast ‘kritisch’ boeddhist en ook ‘vrijzinnig Theravadin’. Dat mag bv blijken uit m’n waardering voor Stephen Batchelor. Daarom citeer ik eerst de slotpassage van zijn boek ‘ Confession of a buddhist atheist’ (pagina 240).
[Een voorzichtige en zo letterlijk mogelijke vertaling]
“ Als het begrip ‘seculiere religie’ niet beschouwd zou worden als een contradictio in
terminis [waarom eigenlijk, Joop ?], dan zou ik dit concept graag ondersteunen.
Ik denk niet langer aan de beoefening van het boeddhisme louter in termen van vooruitgang boeken in de meditatie en het verkrijgen van ‘spirituele’ verworvenheden.
De uitdaging van het Achtvoudige Pad van Gotama is - zoals ik dat begrijp – om te leven in déze wereld op een manier die het het mogelijk maakt dat elk aspect van zijn of haar bestaan bloeit: zien, denken, spreken, handelen, werken, etc.
Elk gebied van het leven vraagt om een specifieke wijze om de Dhamma te beoefenen. Meditatie en mindfulness alleen zijn niet genoeg. Gegeven de taak om te reageren op het lijden dat me elke keer confronteert als ik een krant open sla, vind ik het immoreel om de eisen van dit leven ondergeschikt te maken aan de ‘hogere’ taak van het zich voorbereiden naar een bestaan – of niet-bestaan – na de dood. Ik zie mezelf als een seculier boeddhist die zich geheel betrokken weet op de vragen die deze tijd stelt, waarbij het er niet toe doet hoe inadekwaat en onbetekenend mijn antwoorden op deze eisen ook mogen zijn."
Omdat hier vanmiddag vast wel film-liefhebbers zijn, u kent natuurlijk de term 'feel-good-movie'. Op dezelfde manier kan men van een 'feel-good-buddhism' spreken. 'buddhism-lite' wordt het ook wel genoemd. Het is een variant van het New-Age-positief-denken: als je iets echt wil, komt het er.
Het is het boeddhisme van de 'winners' in onze samenleving, van 'losers' moet men niet zoveel hebben, die kent men ook nauwelijks. Het is een boeddhisme als vorm van consumentisme waarin leraren verworden tot eigenaren van bedrijfjes. Het is het boedhhisme dat, als het zich tot het bedrijfsleven richt, richt op de leidinggevenden, nauwelijks op de leiding-nemenden (daar identificeert men zich liever niet mee en valt minder aan te verdienen)
Ik stel daar tegenover het boeddhisme waarin de vier Edele Waarheden centraal staan, en als eerste daarvan die van het lijden, dukkha. Waarin “bijvoorbeeld de laatste stap van de paticcasamuppada (de leer van het 'voorwaarderlijk ontstaan') onder de mat worden geveegd.
Ik citeer: “Door geboorte als voorwaarde, ontstaan ouderdom en dood, verdriet, weeklagen,
pijn, smart en wanhoop. Aldus ontstaat deze hele massa van lijden.”
Gelukkig is er ook de vierde van de Edele Waarheden, en dat is die van het Achtvoudige Pad.
Het Achtvoudige Pad van de beoefening dat niet alleen over wijsheid gaat en over concentratie maar ook over ethiek. En juist de moraliteit is een van de verwaarloosde aspecten van het hedendaagse Nederlandse boeddhisme (vind ik dan).
Natuurlijk moet je je eigen ethische opvattingen niet aan anderen opleggen, maar je mag ze best aan anderen voorhouden. En een boeddhistische organisatie mag ook best onethisch gedrag ontmoedigen.
Een ander elegant aspect van het Achtvoudige Pad is dat het wereldlijke en het transcendente (net heb ik dat genoemd het aardse en het universele) met elkaar verbindt. Het gaat over 'gewone' ethiek als niet stelen, niet doden, niet liegen; maar ook over wijsheid.
Eerst een opsomming voor degenen onder de aanwezigen die niet zo ‘bijbelvast’ zijn.
Bij de wijsheid wordt onderscheiden:
het juiste begrip, of de visie;
het juiste denken, of de juiste attitude;
Interessant is dat het gebruiken van het verstand, het intellectuele waar sommigen zo minachtend over doen, ook bij 'wijsheid' een rol speelt. Ook speelt 'de wil' een rol, bij de juiste inspanning.
Kortom: boeddhisme is méér dan gevoelens van compassie hebben.
De ethiek kent als factoren:
het juiste spreken,
te onderscheiden zich onthouden van leugens, roddel, laster, ruwe taal èn gebabbel (!);
het juiste handelen;
afzien van doden, stelen, onzuiver seksueel gedrag; maar ook: positief geëngageerd gedrag;
het juiste levensonderhoud,
traditioneel worden hier beroepen bedoeld als slager, soldaat, drugs-dealer, enz.
Een actueel discussiepunt bij dit levensonderhoud is of het is toegestaan,
geld te verdienen met het boeddhisme ?
Ik kan me voorstellen dat het model uit Aziatische landen hier niet volledig toepasbaar is. Het model: op het ‘beoefenen’ in een tempel staat geen tarief, ook voor mediteren of teksten meekrijgen. Of en hoeveel dana (vrijgevigheid) men kan geven, wordt vrijgelaten.
Belangrijk daarbij is: dana is geen ruilmiddel voor wat men verkrijgt, geld geven is
een vorm van verdìènsten verwerven, voor karma dus.
Dit model is in Nederland grotendeels losgelaten, zonder dat daar een reflectie op heeft plaatsgevonden. Soms is er een mengvorm: dana voor de leraar en de kosten voor verblijf etc. tegen een tarief. Ik merk daarover dan bij sommige leraren een te grote bescheidenheid: juist omdat vrijgevigheid hier niet zo gebruikelijk is, moet het krachtiger worden benadruk dan nu soms gebeurt. Vrijgevigheid is geen vrijblijvendheid !
Maar meestal is men een stap verder gegaan en zijn er alleen maar tarieven (langzamerhand ook met een hoogte zoals in het bedrijfsleven gebruikelijk). Geld puur als ruilmiddel dus. De markt.
De reden dat ik ernstig twijfel aan de wenselijkheid van dit consumenten-model is niet alleen van ethische aard, ik denk dat de Dharma zelf verandert in dit economische krachtenveld.
Niet alleen de 'dana', vrijgevigheid – ook het begrip 'dukkha' wint geen populariteitsprijs van de markt en komt in Happinez-achtige teksten niet voor. ´Bescheidenheid´ en ´geduld´ook niet.
Bovendien is de relatie leraar tegenover leerling aan het veranderen in die van eigenaar van een bedrijfje (een boeddhistisch ondernemer) tegenover spirituele consument. Volgens mij kan je in dit model niet meer van een sangha spreken.
Een aparte vorm is het gebruik van geseculariseerde aspecten van het boeddhisme, zoals de mindfulness (voorheen beter bekend als vipassana-meditatie als vorm van beoefening), nu in handen van professionals … en beunhazen.
Op de Dharma berust geen copyright, maar ik vind dat degenen die mindfulness geven en coachen op (volgens henzelf) boeddhistische principes en andere vergelijkbare professionals, een percentage van hun inkomsten moeten geven aan het boeddhisme. Ze ‘lenen’ tenslotte van de Dharma, om het aardig te zeggen (de Boeddha zelf noemt het stelen). We moeten daar maar een aparte stichting voor in het leven roepen, een soort Buma-Stemra (“Boema”).
Nog veel verdergaand is er het geld verdienen aan het boeddhisme (niet zozeer aan de ‘Dharma’). Het boeddhisme en het boeddha-beeld is in de mode; en net zo als “sex sells” bv halfblote dames bij autoreclames, kan men zeggen: “buddha sells”, als er zaken mee aan de man worden gebracht die op zich niets met de Dharma te maken hebben. Sieraden bv. Of dat wat de horeca te bieden heeft. Het is puur consumentisme. Er is geen reden dit te vergoeilijken, en geen reden voor de BOS daar positieve aandacht aan te besteden.
Terug naar het Edele Achtvoudige Pad. Het derde onderdeel, de concentratie, kent:
de juiste inspanning, de wil om onheilzame zaken te vermijden;
de juiste oplettendheid; (vipassana, 'mindfulness' maar dan niet-geseculariseerd)
de juiste meditatieve concentratie (of: absorptie)
Dit laatste wordt in Pali 'jhana' genoemd, vertaald als het Chinese 'Chan’en in het Japans Zen.
‘Meditatie’ bestaat dus uit 'oplettendheid' èn uit concentratie. Licht overdreven: alleen
vipassana beoefenen of alleen zazen is het Edele Eénvoudige Pad (ipv het Achtvoudige Pad).
Dat als reactie op de uitnodiging voor vanmiddag. Ik mag ook hier “tonen van wat in het boeddhisme wel genoemd wordt mijn ware aard” , heet het.
Een groot misverstand want één van de drie belangrijkste kenmerken van het menselijk bestaan in het boeddhisme is juist dat van anatta – niet-zelf. (De andere twee zijn dukkha, het lijden; en anicca, de tijdelijke en vluchtige aard van alle fenomenen)
Nu staat al wat wel in het boeddhisme genoemd wordt de boeddha-natuur, al op gespannen voet met het anatta-kenmerk, maar we kunnen zeggen dat de 'boeddha-natuur' eigenlijk geen natuur is maar een potentie. Maar om dat door te trekken en trots te spreken over de ware aard die men hier kan tonen, slaat nergens op, boeddhistisch gezien dan.
Een 'ware aard' is een mentale constructie, daar moet men juist van af komen.
Nu weer terug naar de BOS en naar de Titanic.
De BOS-televisie heeft het in haar programma´s van de afgelopen tien jaar nauwelijks over deze zaken, het Dharma-gehalte is naar mijn overtuiging zelfs gedaald. (Op de radio gaat het beter.) Waarschijnlijk omdat men liever gezellige, bruisende en positieve zaken wilde tonen, een feel-good-buddhism. Net zo als waar de uitnodiging voor vanmiddag op aanstuurde.
Botst ook dit keer de Titanic op de ijsberg?
Een spannende vraag, en dat moet ook want het moest ook spannend worden vanmiddag.
Anders gezegd: haalt de BOS haar twintigste verjaardag ?
Het ziet er voor de Publieke Omroep natuurlijk niet te best uit, daar wordt op bezuinigd, dus ook op de BOS; en of art. 2.42 Mediawet gehandhaafd blijft, is ook nog maar de vraag.
Maar laten we, zolang we op onze boeddhistische Titanic varen, dan toch vooral kunnen kijken naar programma's die, in de trant van de benadering van ex-minister Plasterk, de Dharma brengen, voor jong èn voor oud. Nadruk dus op de inhoud en niet meer op de vorm.
Hoge kijkcijfers levert dan waarschijnlijk niet op, maar minstens evenveel overlevingskansen.
En laat de BOS wat journalistiek in haar tv-programma's brengen – zoals bij de BOS-radio wel gebeurt – onder andere over wat zich in boeddhistisch Nederland afspeelt, over discussies die in de BUN plaatsvinden; de bijeenkomst van zaterdagochtend 30 oktober is een ideale gelegenheid! De BOS hoort daar als onderdeel van de Publieke Omroep aanwezig te zijn – in haar journalistieke functie - en niet als BUN-lid.
Kortom: Ik blijf de BOS volgen. En ik dank u.
De BOS bestaat 10 jaar.
Waarom bestaat de BOS? Hoe is het met de Dharma? Bestaat de BOS over 10 jaar nog?
Dat zijn de vragen waarover ik het wil hebben. Een soort feestrede dus.
Stel u voor: wij zitten hier met de jarige BOS in een theater dat zich eigenlijk op de Titanic bevindt. U weet wel, het schip dat door de eigenaren het beste schip aller tijden werd genoemd en onzinkbaar werd geacht.
En u weet ongetwijfeld ook wat er mee gebeurde, honderd jaar geleden: het botste op een ijsberg en zonk.
Op die Titanic bevinden we ons nu; ik probeer me, met u, dat te visualiseren.
We varen niet ergens heen, dat lijkt maar zo; we drijven in feite maar wat met de stroom mee.
Maar er ligt wel een ijsberg op onze route
Laat ik die zee maar een naam geven, ik noem hem Dharma
Laat ik die ijsberg ook maar een naam geven, ik noem hem de Mediawet
Ik heb de indruk gekregen dat deze dag in de plaats is gekomen van de jaarlijkse 'achterbandag' van de BOS. De laatste jaren was dat een gladde bijeenkomst, met een 'internationaal bekende boeddhist'. Maar tot een paar jaar geleden was er voor de aanwezigen, kijkers naar en luisteraars van de BOS-uitzendingen, ruim gelegenheid commentaar te leveren op die programma's. Dat kon zelfs, u gelooft het misschien niet, als dat commentaar kritisch was.
Nu is de achterbandag, als feestdag, ingebed in een filmfestival. Nu heb ik niets met films, ze zijn meestal esthetisch, bijna nooit ethisch of soteriologisch maar ze passen wel in deze boeddhistische Titanic.
Volgens mij behoren echter teksten en chanten meer tot de boeddhistische cultuur.
Aan mijn chanten wil ik u niet blootstellen, daarom van mij vanmiddag wat tekst.
U weet natuurlijk dat er vanmiddag ook de presentatie is van het boek van Anne Kleisen e.a.,
“Ja, ik zit! Jonge boeddhisten over relaties, seks, werk en andere aardse zaken.”
In zekere zin is mijn speechje daar een aanvulling op:
“Ik ga nog niet liggen. Een oude boeddhist over niet-zelf, onbestendigheid,
lijden, doodgaan en andere universele zaken.”
Alleen zal ik – ouderwets – niet zoveel over mezelf vertellen.
Maar over de Dharma dus.
Wat is de Dharma? Want we zouden het bijna vergeten: de BOS is er voor, de Dharma te brengen. Artikel 2.42 van de Mediawet zegt dat het bij omroepen zoals de BOS gaat om het:
“...verzorgen van media-aanbod op kerkelijk of geestelijk terrein”
Minister Plasterk heeft verleden jaar een verduidelijking hiervan gegeven die de BOS niet zo waardeerde. Hij zei: `Sinds 1957 is er in Nederland zendtijd voor kerkgenootschappen en
genootschappen op geestelijke grondslag die een specifiek aanbod van levensbeschouwelijke aard verzorgen. Binnen het Nederlandse omroepbestel wordt hiermee een specifieke invulling gegeven aan de religieuze en levensbeschouwelijke diversiteit. Mijn opvatting is dat een dergelijk podium voor geloofsstromingen – niet aanvullend op overige aanbieders, maar als zelfstandig gepositioneerde
zendgemachtigden met de voor hun achterban kenmerkende boodschap - een nuttige maatschappelijke voorziening is. Doordat dit aanbod deel is van het totale media-aanbod van de landelijke publieke omroep kan een veel breder publiek van geïnteresseerden daarvan kennis nemen. Bovendien voorzien de programma’s in een maatschappelijk behoefte: voor mensen die geen kerk meer kunnen bezoeken of vanuit huis kennis willen nemen van opvattingen en godsdienstbeleving binnen de geestelijke hoofdstromingen in de samenleving. Het kan bijvoorbeeld gaan om mensen die slecht ter been zijn en niettemin hun gewoonte van een wekelijkse kerkdienst willen volhouden. Ik zie de ruimte voor deze omroepen dan ook primair als een service aan, voornamelijk oudere, mensen die op deze manier hun geloof kunnen beleven ...`
Dit is iets te streng gezegd. Ik vind – met de wetgever – dat het om het brengen van de Dharma gaat. Maar ik vind niet dat de BOS alleen tot doel heeft, service aan oudere boeddhisten in de vorm van deelname aan Dharma-beoefening te bieden. Dat mag best ook wel aan jongere mensen te gebeuren, die categorie die hier vanmiddag goed vertegenwoordigd is.
En dat dat ook best mag voor hen die geen boeddhist zijn maar zogeheten affiniteit ermee hebben, wat dat ook betekent. Maar dan moeten ze wel hun affiniteit willen beleven.
(Ik heb laatst deze zogeheten mensen met affiniteit vergeleken met mensen die zeggen aan sport te doen; bij doorvragen blijkt dat voor veel van hen slechts te betekenen: het volgen van sportuitzendingen op de televisie.)
In de uitnodiging voor vanmiddag staat dat ik kan tonen wat voor mij belangrijk is, wat mijn passie is. Welnu, mijn passie is de Dharma, of de Dhamma zoals in het Pali de Theravada-vorm ervan genoemd wordt. Daar wil ik nu een proeve van geven.
Hierbij wil ik benadrukken dat het boeddhisme voor mij een religie is. Tot voor kort was het bij sommige Nederlandse boeddhisten populair om te zeggen dat het (of : hun) boeddhisme niet een religie was maar een 'levenswijze'. Ik geef toe: 'een levenswijze' past wel beter bij het westerse individualisme en consumentisme. Om bv met een leiderschapscursus een bedrijf binnen te komen, is het beter, het religie-karakter te ontkennen.
Het grappige is dat de laatste maanden de vraag of iets een religie is of niet, een strijdpunt is geworden; Geert Wilders stelt dat de Islam een ideologie is en niet een religie; anderen stellen dat het wel degelijk een religie is; en daarmee bedoelen ze iets moois, iets positiefs. Kortom: 'religie' is terug van weggeweest.
Nu zijn er honderden omschrijvingen van wat een 'religie' eigenlijk is, ik ga hier uit van die van de godsdienstwetenschapper Ninian Smart die het omschrijft als: “een verzameling van
geïnstitutionaliseerde rituelen van een groep mensen die verbonden zijn met een traditie en die spirituele sentimenten met een buiten-menselijke focus uitbeelden of oproepen en ten minste ten dele gebaseerd op mythologie en/of doctrines.“
Vooral die 'buiten-menselijke focus' valt op, het 'transcendente' wordt dat ook vaak genoemd; voor wie bezig is met het dood gaan, is dat een onvermijdelijke dimensie.
Om mezelf wat te plaatsen: ik noem mezelf naast ‘kritisch’ boeddhist en ook ‘vrijzinnig Theravadin’. Dat mag bv blijken uit m’n waardering voor Stephen Batchelor. Daarom citeer ik eerst de slotpassage van zijn boek ‘ Confession of a buddhist atheist’ (pagina 240).
[Een voorzichtige en zo letterlijk mogelijke vertaling]
“ Als het begrip ‘seculiere religie’ niet beschouwd zou worden als een contradictio in
terminis [waarom eigenlijk, Joop ?], dan zou ik dit concept graag ondersteunen.
Ik denk niet langer aan de beoefening van het boeddhisme louter in termen van vooruitgang boeken in de meditatie en het verkrijgen van ‘spirituele’ verworvenheden.
De uitdaging van het Achtvoudige Pad van Gotama is - zoals ik dat begrijp – om te leven in déze wereld op een manier die het het mogelijk maakt dat elk aspect van zijn of haar bestaan bloeit: zien, denken, spreken, handelen, werken, etc.
Elk gebied van het leven vraagt om een specifieke wijze om de Dhamma te beoefenen. Meditatie en mindfulness alleen zijn niet genoeg. Gegeven de taak om te reageren op het lijden dat me elke keer confronteert als ik een krant open sla, vind ik het immoreel om de eisen van dit leven ondergeschikt te maken aan de ‘hogere’ taak van het zich voorbereiden naar een bestaan – of niet-bestaan – na de dood. Ik zie mezelf als een seculier boeddhist die zich geheel betrokken weet op de vragen die deze tijd stelt, waarbij het er niet toe doet hoe inadekwaat en onbetekenend mijn antwoorden op deze eisen ook mogen zijn."
Omdat hier vanmiddag vast wel film-liefhebbers zijn, u kent natuurlijk de term 'feel-good-movie'. Op dezelfde manier kan men van een 'feel-good-buddhism' spreken. 'buddhism-lite' wordt het ook wel genoemd. Het is een variant van het New-Age-positief-denken: als je iets echt wil, komt het er.
Het is het boeddhisme van de 'winners' in onze samenleving, van 'losers' moet men niet zoveel hebben, die kent men ook nauwelijks. Het is een boeddhisme als vorm van consumentisme waarin leraren verworden tot eigenaren van bedrijfjes. Het is het boedhhisme dat, als het zich tot het bedrijfsleven richt, richt op de leidinggevenden, nauwelijks op de leiding-nemenden (daar identificeert men zich liever niet mee en valt minder aan te verdienen)
Ik stel daar tegenover het boeddhisme waarin de vier Edele Waarheden centraal staan, en als eerste daarvan die van het lijden, dukkha. Waarin “bijvoorbeeld de laatste stap van de paticcasamuppada (de leer van het 'voorwaarderlijk ontstaan') onder de mat worden geveegd.
Ik citeer: “Door geboorte als voorwaarde, ontstaan ouderdom en dood, verdriet, weeklagen,
pijn, smart en wanhoop. Aldus ontstaat deze hele massa van lijden.”
Gelukkig is er ook de vierde van de Edele Waarheden, en dat is die van het Achtvoudige Pad.
Het Achtvoudige Pad van de beoefening dat niet alleen over wijsheid gaat en over concentratie maar ook over ethiek. En juist de moraliteit is een van de verwaarloosde aspecten van het hedendaagse Nederlandse boeddhisme (vind ik dan).
Natuurlijk moet je je eigen ethische opvattingen niet aan anderen opleggen, maar je mag ze best aan anderen voorhouden. En een boeddhistische organisatie mag ook best onethisch gedrag ontmoedigen.
Een ander elegant aspect van het Achtvoudige Pad is dat het wereldlijke en het transcendente (net heb ik dat genoemd het aardse en het universele) met elkaar verbindt. Het gaat over 'gewone' ethiek als niet stelen, niet doden, niet liegen; maar ook over wijsheid.
Eerst een opsomming voor degenen onder de aanwezigen die niet zo ‘bijbelvast’ zijn.
Bij de wijsheid wordt onderscheiden:
het juiste begrip, of de visie;
het juiste denken, of de juiste attitude;
Interessant is dat het gebruiken van het verstand, het intellectuele waar sommigen zo minachtend over doen, ook bij 'wijsheid' een rol speelt. Ook speelt 'de wil' een rol, bij de juiste inspanning.
Kortom: boeddhisme is méér dan gevoelens van compassie hebben.
De ethiek kent als factoren:
het juiste spreken,
te onderscheiden zich onthouden van leugens, roddel, laster, ruwe taal èn gebabbel (!);
het juiste handelen;
afzien van doden, stelen, onzuiver seksueel gedrag; maar ook: positief geëngageerd gedrag;
het juiste levensonderhoud,
traditioneel worden hier beroepen bedoeld als slager, soldaat, drugs-dealer, enz.
Een actueel discussiepunt bij dit levensonderhoud is of het is toegestaan,
geld te verdienen met het boeddhisme ?
Ik kan me voorstellen dat het model uit Aziatische landen hier niet volledig toepasbaar is. Het model: op het ‘beoefenen’ in een tempel staat geen tarief, ook voor mediteren of teksten meekrijgen. Of en hoeveel dana (vrijgevigheid) men kan geven, wordt vrijgelaten.
Belangrijk daarbij is: dana is geen ruilmiddel voor wat men verkrijgt, geld geven is
een vorm van verdìènsten verwerven, voor karma dus.
Dit model is in Nederland grotendeels losgelaten, zonder dat daar een reflectie op heeft plaatsgevonden. Soms is er een mengvorm: dana voor de leraar en de kosten voor verblijf etc. tegen een tarief. Ik merk daarover dan bij sommige leraren een te grote bescheidenheid: juist omdat vrijgevigheid hier niet zo gebruikelijk is, moet het krachtiger worden benadruk dan nu soms gebeurt. Vrijgevigheid is geen vrijblijvendheid !
Maar meestal is men een stap verder gegaan en zijn er alleen maar tarieven (langzamerhand ook met een hoogte zoals in het bedrijfsleven gebruikelijk). Geld puur als ruilmiddel dus. De markt.
De reden dat ik ernstig twijfel aan de wenselijkheid van dit consumenten-model is niet alleen van ethische aard, ik denk dat de Dharma zelf verandert in dit economische krachtenveld.
Niet alleen de 'dana', vrijgevigheid – ook het begrip 'dukkha' wint geen populariteitsprijs van de markt en komt in Happinez-achtige teksten niet voor. ´Bescheidenheid´ en ´geduld´ook niet.
Bovendien is de relatie leraar tegenover leerling aan het veranderen in die van eigenaar van een bedrijfje (een boeddhistisch ondernemer) tegenover spirituele consument. Volgens mij kan je in dit model niet meer van een sangha spreken.
Een aparte vorm is het gebruik van geseculariseerde aspecten van het boeddhisme, zoals de mindfulness (voorheen beter bekend als vipassana-meditatie als vorm van beoefening), nu in handen van professionals … en beunhazen.
Op de Dharma berust geen copyright, maar ik vind dat degenen die mindfulness geven en coachen op (volgens henzelf) boeddhistische principes en andere vergelijkbare professionals, een percentage van hun inkomsten moeten geven aan het boeddhisme. Ze ‘lenen’ tenslotte van de Dharma, om het aardig te zeggen (de Boeddha zelf noemt het stelen). We moeten daar maar een aparte stichting voor in het leven roepen, een soort Buma-Stemra (“Boema”).
Nog veel verdergaand is er het geld verdienen aan het boeddhisme (niet zozeer aan de ‘Dharma’). Het boeddhisme en het boeddha-beeld is in de mode; en net zo als “sex sells” bv halfblote dames bij autoreclames, kan men zeggen: “buddha sells”, als er zaken mee aan de man worden gebracht die op zich niets met de Dharma te maken hebben. Sieraden bv. Of dat wat de horeca te bieden heeft. Het is puur consumentisme. Er is geen reden dit te vergoeilijken, en geen reden voor de BOS daar positieve aandacht aan te besteden.
Terug naar het Edele Achtvoudige Pad. Het derde onderdeel, de concentratie, kent:
de juiste inspanning, de wil om onheilzame zaken te vermijden;
de juiste oplettendheid; (vipassana, 'mindfulness' maar dan niet-geseculariseerd)
de juiste meditatieve concentratie (of: absorptie)
Dit laatste wordt in Pali 'jhana' genoemd, vertaald als het Chinese 'Chan’en in het Japans Zen.
‘Meditatie’ bestaat dus uit 'oplettendheid' èn uit concentratie. Licht overdreven: alleen
vipassana beoefenen of alleen zazen is het Edele Eénvoudige Pad (ipv het Achtvoudige Pad).
Dat als reactie op de uitnodiging voor vanmiddag. Ik mag ook hier “tonen van wat in het boeddhisme wel genoemd wordt mijn ware aard” , heet het.
Een groot misverstand want één van de drie belangrijkste kenmerken van het menselijk bestaan in het boeddhisme is juist dat van anatta – niet-zelf. (De andere twee zijn dukkha, het lijden; en anicca, de tijdelijke en vluchtige aard van alle fenomenen)
Nu staat al wat wel in het boeddhisme genoemd wordt de boeddha-natuur, al op gespannen voet met het anatta-kenmerk, maar we kunnen zeggen dat de 'boeddha-natuur' eigenlijk geen natuur is maar een potentie. Maar om dat door te trekken en trots te spreken over de ware aard die men hier kan tonen, slaat nergens op, boeddhistisch gezien dan.
Een 'ware aard' is een mentale constructie, daar moet men juist van af komen.
Nu weer terug naar de BOS en naar de Titanic.
De BOS-televisie heeft het in haar programma´s van de afgelopen tien jaar nauwelijks over deze zaken, het Dharma-gehalte is naar mijn overtuiging zelfs gedaald. (Op de radio gaat het beter.) Waarschijnlijk omdat men liever gezellige, bruisende en positieve zaken wilde tonen, een feel-good-buddhism. Net zo als waar de uitnodiging voor vanmiddag op aanstuurde.
Botst ook dit keer de Titanic op de ijsberg?
Een spannende vraag, en dat moet ook want het moest ook spannend worden vanmiddag.
Anders gezegd: haalt de BOS haar twintigste verjaardag ?
Het ziet er voor de Publieke Omroep natuurlijk niet te best uit, daar wordt op bezuinigd, dus ook op de BOS; en of art. 2.42 Mediawet gehandhaafd blijft, is ook nog maar de vraag.
Maar laten we, zolang we op onze boeddhistische Titanic varen, dan toch vooral kunnen kijken naar programma's die, in de trant van de benadering van ex-minister Plasterk, de Dharma brengen, voor jong èn voor oud. Nadruk dus op de inhoud en niet meer op de vorm.
Hoge kijkcijfers levert dan waarschijnlijk niet op, maar minstens evenveel overlevingskansen.
En laat de BOS wat journalistiek in haar tv-programma's brengen – zoals bij de BOS-radio wel gebeurt – onder andere over wat zich in boeddhistisch Nederland afspeelt, over discussies die in de BUN plaatsvinden; de bijeenkomst van zaterdagochtend 30 oktober is een ideale gelegenheid! De BOS hoort daar als onderdeel van de Publieke Omroep aanwezig te zijn – in haar journalistieke functie - en niet als BUN-lid.
Kortom: Ik blijf de BOS volgen. En ik dank u.
Labels:
boeddhisme in Nederland,
BOS,
televisieprogramma's
Abonneren op:
Posts (Atom)